CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 2023.03.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 april 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 14 maart en Dordtse Dinsdag 7 en 21 maart 2023 Vergaderzalen 1,3,529.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De voorzitter: Ja, wilt u dan dat ik mensen het woord geef of doet u dat zelf? Wat vindt u prettig? De heer Baaij: Maakt mij niet uit. Wat wil de commissie? De voorzitter: Oké, ik zie mevrouw Van Vugt die het woord wil. Mevrouw Van Vugt-Roose: Van mij mag u het doen, maar ik had meteen even een vraag. Is dit dan eigenlijk al het constateren van de raad voor het maken van het verder beleid, of is dit gewoon even aftasten wat we ervan vinden? Oké. De heer Baaij: Waar het hier om gaat is, op moment dat je dat beleid wil opstellen en dan echt de consultatie komt van is het dit is het goed, om te weten in welke richting de raad denkt. Wat vindt u belangrijk? Hoe kijkt u daaraan, met name ook in de nuance? Dus het is nog niet die consultatie. Het is echt om een beeld te krijgen hoe kijkt de raad aan tegen dit soort onderwerpen, juist om op basis daarvan ook het concept beleid te kunnen opstellen waar u vervolgens volgens de regelen der kunst, neem ik aan, uw besluit over mag nemen. De voorzitter: Mevrouw De Prie heeft een aanvulling. Mevrouw De Prie: Wat we eigenlijk doen is we hebben nu heel veel informatie opgehaald vanuit de verschillende stakeholders.

Die informatie gaan we natuurlijk gebruiken bij het schrijven, maar we willen ook die informatie aanscherpen met mededelingen en gedachten die jullie hier bespreken met ons, zodat we in de raad de juiste interpretaties geven aan de opgehaalde informatie.

39

De voorzitter: Wil iemand het woord nemen op deze stelling, is dan denk ik wat nu aan de beurt is toch? Ja. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, zal ik dan maar even aftrappen? Wat bij deze stelling in ieder geval bij mij naar voren kwam is zoveel mogen faciliteren. Ja, mits, en dan kom je inderdaad over de leefbaarheid, de leefbaarheid van de woongebieden inclusief centrum, dat daar in ieder geval een goede belangenafweging moet worden gedaan. En u had het al over de openbare ruimte inclusief parken en dergelijke, dat dus ook de leefbaarheid van de bewoners van het park mee moeten worden genomen. En dat je dus ook een keuze moet maken van welke evenementen wil ik in het park hebben? Binnen het broedseizoen wil je natuurlijk bepaalde evenementen mijden, maar ook buiten broedseizoen moet je keuzes maken van wil ik bijvoorbeeld muziekevenementen en dergelijke binnen parken hebben. De voorzitter: Anderen? Ja, mevrouw Lammens, VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, ik wil even vragen, als je een evenement doet in een park dan ontlast je natuurlijk wel de binnenstad. We willen natuurlijk graag een bruisende binnenstad hebben, maar de parken zijn momenteel ook zo gemaakt dat je er ook een … Ze hebben een goeie drainage in sommige parken gemaakt, dan zijn ze er ook goed voor bestemd. Dus het lijkt mij ook wel logisch dat je dan dat daarvoor gebruikt.

De heer Baaij: Dit is één van de stellingen die nog wel voorbijkomt, maar het is toch een bijzondere avond, dus. Ja, vind ik wel. Ik weet niet of het bijzonder is, hoor, maar voor mij is dat het wel. Ik denk dat één van de vragen is of je dat wilt of niet. Als we praten over ruimtegebruik, dan heeft Lex al aangegeven, er is druk op de ruimte. En als je landelijk kijkt dan zie je - zeg ik even in alle onbescheidenheid - dat alle steden in Nederland dat op dit moment constateren, en dat wat ons betreft de gedachte zou zijn: als je dat constateert en je hebt de ambitie om evenement dat te zijn dan kun je dus het niet slechts bij die constatering laten. Maar dat betekent dat je in de binnenstad ruimte moet behouden en misschien ook op een aantal plekken ruimte moet creëren om evenementen te organiseren als je die lijn wilt vasthouden. Ik weet niet of u het daarmee eens bent. Mag u op reageren, op die gedachte. Punt is wel dat we constateren dat in Dordrecht, in vergelijking met andere steden, de parken weinig worden gebruikt voor evenementen. En de binnenstad, dat hebt u ook gezien in het staatje, echt de plek is waar het meest gebeurt. Daar zitten best een aantal beperkingen aan, want ook daar zijn omwonenden, en de infrastructuur is niet altijd in orde.

Daar hebben we te maken met in toenemende mate ook de Wet natuurbescherming, waar overigens ook in de binnenstad en ook bij evenementen in parken die er al zijn. Maar de vraag is: hoe kijk je daar? Kunnen die parken, toch opkijkend vanuit de huidige situatie, een grotere rol gaan spelen binnen de evenementen in Dordrecht, of zeg je: nee, dat is niet de bedoeling, zoek dan de plekken buiten de stad of faciliteer dat met name in de binnenstad? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, we momenteel zijn we bezig met park XXL. Misschien kunnen we daar ook iets organiseren dat het daar ook mogelijk is? Zo kan je ook nog de parken extra gebruiken.

40

De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Van Herwijnen het woord wil. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, ik heb het gevoel dat we een beetje vooruitlopen op stelling 1 bij onderwerp 2, dus ik denk gaan we dan daar gelijk op in of moeten we ... De heer Baaij: Ik heb de vraag even beantwoord, maar u hebt gelijk, die stelling komt ook nog. De voorzitter: Mevrouw De Prie wil ook graag het woord. Mevrouw De Prie: Ik zou zeggen: ga daar gelijk maar op in. Want ik neem aan dat de heren bijdehand genoeg zijn om het op te pakken daar waar het nodig is. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dan scrol ik gewoon gelijk eventjes door. Volgens mij hebben we wel andere ideeën gehad, en is er wel eens aan de orde gekomen van evenementen buiten het centrum. En dan bedoel ik als het Maasterras, is natuurlijk in de toekomst volgens mij gereserveerd als evenemententerrein. Je zou kunnen denken aan een Energieplein of het terrein van FC Dordrecht. Dat zijn volgens mij ook terreinen die best geschikt kunnen worden gemaakt voor evenementen. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, ik hoor net Energieplein, en toen dacht ik gelijk even: ja! Die moet echt gebruikt worden, want die staat heel erg leeg, en die is heel groot, en heel fijn. En er is ooit een hele leuke Silent Roller disco geweest. Dat was heel tof.

En waarom doen we dat niet vaker? Dus neem dat vooral mee uit deze sessie. Dan even verder ingaand op de stelling. Daarom moeten we evenementen zoveel mogelijk faciliteren. En het ging net over parken en over binnenstad. Kijk, het park ben ik het ook helemaal eens met mevrouw Van Herwijnen. Dan moeten we ook heel erg rekening houden met de bewoners van het park. We willen natuurlijk niet dat er allemaal lieve eendjes gaan stikken in plastic bekertjes en dergelijke. Dus dat is iets heel erg belangrijks. Maar ik wil het toch even hier opgooien, want we zijn altijd op zoek naar die balans levendigheid en leefbaarheid. Ja, ik vind dat wij … Onze binnenstad is één van de mooiste decors om een evenement te organiseren, en ik zie het toch wel graag heel erg levendig, en dat het misschien ook wel een beetje een norm wordt, niet te heftig natuurlijk, dat Dordtse binnenstadbewoners ook weten: als ik hier woon dan is er ook één keer in de twee, drie maanden wel eens een feestje, en moet ik misschien wat later naar bed. De voorzitter: Zijn er commissieleden die daarop willen reflecteren? Oh, mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dank je wel.

Ben ik het mee eens? Ik vind een historisch centrum best een leuk decor voor evenementen, maar ik denk niet dat we altijd excuus moeten meegeven: ja, je hebt dus zelf voor gekozen om in het centrum te wonen dus moet je alle evenementen die we gaan organiseren maar gaan handelen. Dus ik denk

41

dat er ergens een grens aan zit, en moeten we gaan kijken: wat is precies die grens en wat moeten we die bewoners nog meegeven aan overlast van evenementen? De heer Baaij: Mag ik daar een vraag over stellen, mijnheer Groenewege? De voorzitter: Zeker. De heer Baaij: We hebben dit beleid in Dordrecht op dat gebied. Dat zijn de aanvullende regels die overigens pas na het inhoudelijk evenementenbeleid aangevuld worden, waarbij wordt vastgesteld wat er op welke locatie mag in de binnenstad, met welke frequentie, en waarbij met name ook beperkingen worden opgelegd aan geluid en aan overlast. Maar dan zou mijn vraag op dit moment zijn: hebt u op dit moment het gevoel dat die balans goed is? Of zegt u nou eigenlijk … Want dat is wat wij constateren bij de raadpleging van de stakeholders, dat de meeste mensen zeggen: nou, wij zijn eigenlijk wel tevreden met de balans op dit moment. Het is goed zo. Hou dat zo. Ik ben wel benieuwd om te kijken of u daar een beeld bij hebt, en om te kijken of daar we in de toekomst en hoe we daarnaar zouden moet kijken? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Even over die balans, want die vinden wij als CDA ook echt heel belangrijk, tussen levendig en leefbaar. Qua geluid valt het denk ik nog wel mee, maar er zijn natuurlijk ook wel diverse evenementen geweest waarbij er naderhand gewoon wekenlang troep was.

En nou, dat kan echt wel beter. En als het dan gaat over faciliteren. Zoveel mogelijk hoeft wat ons betreft niet, maar wel faciliteren dat het gewoon in goede banen wordt geleid. Vooral dat, dat het voor de bewoners aantrekkelijk blijft om daar ook te wonen terwijl er een evenement is. De voorzitter: De heer Kruijver. De heer Kruijver: Als ik als ik daar even op mag reageren? Het zat ook in mijn presentatie. Enerzijds is natuurlijk de ontwikkeling richting de recycling van plastic. Je ziet echt op festivalterrein, op evenemententerreinen, dat daarmee het zwerfafval, het plastic zwerfafval, echt in grote mate gereduceerd wordt. En daarnaast zie je ook wel een trend bij organisatoren dat informeren over voorkomen van zwerfafval, afvalscheiding, staat hoog op de agenda. En ik denk dat het ook zeker belangrijk is dat in de verdere totstandkoming van het herijken van het nieuwe elementenbeleid dat we dit onderwerp echt een goede plek geven in het stuk. Ontzettend belangrijk. De heer Baaij: Ga ik naar de volgende stelling, voorzitter, zonder microfoon. Er is een trend gaande van toenemende veiligheids- en duurzaamheidseisen en verzwaring van procedures. We streven echter naar vermindering van de regeldruk. Hebt u suggesties of ideeën hoe wij met dat dilemma om kunnen gaan? Die hebben wij misschien zelf ook, maar we zijn met name benieuwd naar uw suggesties op dat gebied.

De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Vugt was ook …

42

Mevrouw Van Herwijnen: Dat was snel, voorzitter. Ik zag in één van die schemaatjes van de presentatie die meerjaren vergunning terugkomen, en dan bij elke gemeente volgens mij een streepje. Is dat iets wat in overweging is genomen om bij bepaalde evenementen een meerjaren vergunning af te geven? De heer Baaij: Ja, dat is een discussie die al langer loopt en die heel ingewikkeld is, omdat je kunt de vergunning wel hetzelfde houden, maar het probleem is dat de omstandigheden en de context vaak veranderen. Dus als er wijzigingen zijn in de openbare ruimte en je hebt dezelfde vergunning als een jaar geleden dan kunnen er elementen in die vergunning zitten die niet meer kloppen. Wat wel kan, en dat is ook wel wat op dit moment gebeurt, is nadrukkelijker kijken naar wat moet er dit jaar gewijzigd worden. Tegelijkertijd ook als we praten in termen van veiligheid en veiligheidsplannen, is het belangrijk dat de evenementenorganisator niet een plan uit de kast pakt en zegt: oh, dat hebben we vier jaar geleden geschreven, alles is geregeld. Maar dat mensen dat ook weer even doorlopen om te weten dat wanneer er zo’n situatie zich voordoen wat ze moeten doen.

Dus we zijn aan het kijken op een aantal niveaus hoe je die hele vergunningverlening simpeler kunt maken ook vanuit de perspectief van de aanvrager, waarbij we ook streven naar een verschuiving op zich, en ik stel het maar leg het ook maar even hierop tafel, meer vergunnen. En dat doen wij niet, dat doet de OZHZ vanuit risico's dan vanuit regels. Maar dat betekent soms wel dat je met elkaar, en daar gaat deze stelling ook een beetje over, soms bewust en met draagvlak van veel partijen bereid moet zijn om te zeggen: oké, wij maken een specifieke interpretatie voor de regels waarvan wij met alle partijen, inclusief hulpdiensten, hebben besloten dat we die acceptabel vinden. Dan doen we het iets simpeler dan de formele regel, maar daarmee houden wij ons aan alle uitgangspunten die er noodzakelijk zijn, maar maken we het tegelijkertijd met elkaar makkelijker om te zorgen dat ze kunnen plaatsvinden. De voorzitter: De heer Kruijver. De heer Kruijver: Nog even de aanvulling daarop. Ik denk wel even belangrijk om hierbij te zeggen. Verreweg de meeste verzwaarde eisen die op organisatoren afkomen die komen vanuit het land, die zijn vanuit het rijk. Dus daar heb je als gemeente eigenlijk niet zo heel veel invloed op, dus dan is de houding hoe we ermee omgaan. Dus ja-mits in plaats van nee-tenzij, dat is de speling die je eigenlijk hebt. Een belangrijke toevoeging.

De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, ik snap heel goed dat je aan heel veel wet- en regelgeving helemaal niks kunt doen, maar als het dan omgaat hoe gaan we met dit dilemma om, zou ik dat stukje dus graag van de organisatoren als het ware afnemen, dat je zegt: dat regelen wij zo goed mogelijk voor je. Of in elk geval dat jullie begrijpen wat er nog moet gebeuren om te voldoen. Dus dat je dat je daarmee het organiseren van evenement makkelijker maakt voor degene die dat wil doen. De heer Baaij: Een van de ambities is en dat is onder andere gedaan met AMvB veiligheid, brandveiligheid, is om zoveel mogelijk standaardregels te maken, zodat je voor ieder evenement weet welke regel geldt op welke locatie. Dat kun je met andere

43

landelijke regels ook proberen te doen om daarmee in ieder geval de situatie makkelijker en overzichtelijker te maken voor degene die de vergunning aanvraagt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is ook iets, maar dat is niet precies wat ik aangaf. Maar dat geeft niet. De heer Baaij: Maar wat bedoelde u wel? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik bedoel dat gewoon iemand van het ambtelijk apparaat gewoon uitzoekt van dit plan wat moet daar nog bij, of wat moet daaraf om te voldoen? Dat dus niet degene dat zelf moet gaan zitten uitzoeken. De heer Baaij: Oké, ik zal daar niet te diep op ingaan, dat gebeurt voor een belangrijker deel, maar ik begrijp dat dat een andere opmerking is. Maximaal ondersteunen, en zorgen dat mensen de tools krijgen aangereikt om dat ook zelf in te vullen zonder dat ze zelf alle twee willen uitzoeken? Is dat een goede samenvatting? Oké, dank u. De voorzitter: Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie, wilde volgens mij iets zeggen. Mevrouw Pichel: Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. Ja, het sluit een beetje aan op wat mevrouw Van Vugt ook net aangeeft, want als ik naar de stelling kijk dan zien we nu die trend van die eisen die er zijn, de procedures en we streven echt naar vermindering van de regeldruk. Dat komt dan van de ondernemers, of laten we zeggen de organisatoren, dat is dan het idee.

Hoe gaan we met dat dilemma om, want wat je eigenlijk ook tussen de regels doorleest, en ook van de eerste stelling - moet ik dan maar even aannemen - is dat we graag dan meer evenementen zouden willen organiseren, of dat het mag komen, dus is dat de vraagstelling? Gaat het erom dat dat men wel wil maar het idee heeft dat het niet kan, en dat wij wel willen maar dat er misschien weinig organisatoren zijn die het voor elkaar krijgen? Waar ligt het knelpunt? De heer Baaij: Nee, daar ligt niet het knelpunt. De vraag is hoever ga je met dat faciliteren? Een andere vraag is wil je in de toekomst ook grenzen stellen aan wat je faciliteert en niet? Of zeg je alles wat bij ons binnenkomt dat gaan wij helpen en behandelen, of maken we daarin ook afwegingen over wat we wel en niet willen? Nadrukkelijker dan in het verleden, zeg ik, want dat is in het verleden minder gebeurd. Het gaat om het faciliteren, en daar zit ook meteen dat tweede in: hoever ga je mensen faciliteren als het gaat om die regelgeving, en welke mogelijkheden zien we daar om op vragen van die organisator in te gaan? Punt is ook, en misschien is het ook wel één van de redenen waarom we deze stelling ook hebben opgenomen, is dat er vaak gesproken wordt verhoging van de regeldruk. En zoals Lex net terecht zei: veel van die regels zijn landelijke regels.

Ik denk 75 tot 80 procent waarmee wij ook geconfronteerd worden, en ook de mensen die de organisatoren helpen en ondersteunen bij het vergunningsproces. Op sommige momenten net zo met gefronste wenkbrauwen zitten en denken: ja, is dit hier nu wel echt nodig? Maar de vraag is dus hoe je daar in de praktijk ook praktisch mee omgaat, en hoe je daar wegen voor vindt om daar zo goed mogelijk toch dingen mee door te kunnen laten gaan. Mevrouw Pichel: Voorzitter?

44

De voorzitter: Ik zie mevrouw Pichel nog met een vervolgvraag, en daarna had ik mevrouw Van Herwijnen het woord beloofd. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, nog even een verdiepingsvraag omdat u het heeft over dat faciliteren. En dan hoor ik daar eigenlijk in dat is dus een kwestie van willen faciliteren of kunnen faciliteren, omdat je dan natuurlijk ook een nuance in … De heer Baaij: Wij kunnen faciliteren. Is altijd de vraag: wat kan je faciliteren, en daar spelen vraagstukken in als hoeveel mensen zijn er die daarbij kunnen helpen, hoeveel budget is er beschikbaar? Dus het begint met willen, maar daarna is altijd ook de vraag en dat ook altijd bij uitstek een politieke vraag waar u dan ook eieren over mag leggen hoever ben je ook bereid te gaan in financiering om dat te kunnen faciliteren? Tegelijkertijd zeg ik in veel van dit soort vraagstukken heeft het ook met name te maken met op basis van goeie uitgangspunten goeie procedures maken waarin dit uitgangspunt wordt meegenomen. We houden ons aan de regels, maar we proberen het ook echt zo makkelijk mogelijk te maken om te voorkomen dat organisatoren worden geconfronteerd met onmogelijke eisen en met dingen waar ze niet aan kunnen voldoen. Is dat … De voorzitter: Oh, pardon. De heer Kruijver met een aanvulling. De heer Kruijver: Een hele korte aanvulling erop.

Waarbij het wel altijd heel belangrijk is om de verantwoordelijkheden te laten bij wie ze horen, ten aanzien van scheiding gemeente, organisator. De gemeente organiseert niet. De voorzitter: Als dat uw vraag beantwoord dan ga ik verder met mevrouw Van Herwijnen, daarna mevrouw Lammens en daarna mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja dank je wel, voorzitter. Ik zie het ook inderdaad niet zozeer in de vermindering van de regeldruk. En u geeft zelf ook al aan de meeste regels komen niet van de gemeente vandaan. Ik zie het wel inderdaad in het faciliteren, dus hoe kunnen wij de regels die we hebben verduidelijken aan de mensen die een evenement willen gaan organiseren? Dat is natuurlijk al moeilijk genoeg. En het eventueel faciliteren niet qua ambtenarenuren, maar meer ook een buitenruimte. Dus hoe kun je een evenement daar faciliteren, dus stroomaansluiting in plaats aggregaten en dergelijke? En de vermindering van de regeldruk. Ik denk juist dat er ook op een aantal vlakken nog aan een heleboel regels moet worden voldaan waar wensen zoals natuurlijk duurzaamheid, dat wordt natuurlijk een iets wat in heel veel evenementen nog nieuw is, waar mensen zoekende zijn: hoe gaan we ermee om? Maar ook het puntje als dierwelzijn is natuurlijk nu helemaal nog niet geregeld in het huidige beleid.

Ook dat is natuurlijk iets waar we juist aandacht aan moeten besteden bij de organisatie van evenementen. De voorzitter: Mevrouw Lammens, VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja voorzitter, dank u wel. Ik zou graag de regels simpel en duidelijk willen hebben, zo simpel mogelijk. We hebben zelf ook, de raad, hebben donderdag een evenement. En dat was eigenlijk maar drie dagen van tevoren is het nodig. We hebben drie weken van tevoren aangevraagd, en afgelopen maandag zaten

45

we echt zo van: moeten we dat allemaal nog … Kregen we antwoorden van: dat moet er allemaal nog geregeld worden. En dat was niet duidelijk. Dus echt dat alles voor iedereen gewoon duidelijk is wat er moet gebeuren, dat is denk ik toch wel een hele … De heer Baaij: Over die termijnen wil ik wel iets zeggen. Zaken goed organiseren en veilig organiseren en bijvoorbeeld het inregelen van verkeersplannen, dat kost ook tijd. Dus het liefst zou je zeggen: mensen melden het vandaag en kunnen dat morgen doen. Er zijn voor verschillende groottes van evenementen verschillende aanlooptermijnen om die aanvraag te doen. En één van de factoren die daarbij een rol speelt is hoeveel mensen zijn er, wat is het risico van het evenement? Maar ook de vraag: zijn er verkeersmaatregelen nodig? En met name het inregelen van die verkeersmaatregelen, waar overigens de gemeente, als we praten over faciliteren, enorm bij faciliteert, zowel in het uitwerken daarvan als in het uitrollen daarvan, want daar is een apart budget voor binnen de gemeente. Daar heb je natuurlijk wel mee te maken. Dus er zitten grenzen aan de termijn hoe kort je die kunt maken ten opzichte van de aanvraag.

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, als er staat: je hoeft het maar drie dagen van tevoren te regelen, en je regelt het drie weken van tevoren en dan krijg je drie dagen van tevoren nog van nee het moet toch allemaal anders, dan is het toch lastig. De heer Baaij: De casus ken ik niet, dus dat is lastig om daarop in te gaan. De voorzitter: Mevrouw Lammens, volgens mij is de casus waar u het over heeft een demonstratie toch, en geen evenement? Dus wellicht heeft dat dan niet per se een plaats tijdens deze vergadering. Oké. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Van Engelen van GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, er werd al gesproken … Ik had een technische vraag gesteld bij de uitgangspuntennotitie, en dat ging ook heel erg over dat de gemeente bepaalde voorlichting kan geven en volgens mij ook burgermarketing. Als ik het goed begrijp hebben jullie ook wel een soort begeleidende rol voor evenementen voor organisatoren? Ja precies. En ik snap dat het voor jullie soms ook lastig is om die regels en wetten te vertalen, maar dat moet je toch natuurlijk voornamelijk op inzetten. Maar ik wilde eigenlijk het nog zwaarder maken dan het al is, want er staat veiligheid en duurzaamheidseisen.

Zijn er ook eisen voor toegankelijkheid voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers, mensen op krukken? Zijn er eisen die evenementen toegankelijk maken voor iedereen? De heer Baaij: Er zijn geen wettelijke eisen, maar er zijn wel in toenemende mate voorbeeldmodellen van hoe je bij verschillende evenementen die toegankelijkheid zo groot mogelijk kunt maken en kunt zorgen dat inclusiviteit evenementen door zoveel mogelijk partijen ook bezocht kunnen worden, en dat je daar rekening mee houdt. Belangrijk punt is wel, zeg ik er dan even bij, dat dat ook altijd weer financiële consequenties heeft. En wat we weten is dat evenementen ook onder financiële druk staan. Maar die modellen die zijn er. Het is nadrukkelijk een aandachtspunt - Wilma wil er even wat over zeggen - ook in de formulering van het nieuwe evenementenbeleid. Dus dat is zeker een punt wat aandacht zou moeten krijgen. Ja. De voorzitter: Mevrouw De Prie.

46

Mevrouw De Prie: Het is zeker zo dat dat aandacht gaat krijgen binnen de nieuwe nota. Er is uitgebreid gesproken met de Wmo-raad. We hebben samen eigenlijk gekeken naar voorbeelden wat problemen zou oplossen, en we hebben ook met hen afgesproken dat wij bij één van de eerste grote evenementen met een aantal personen van de Wmo-raad op pad gaan samen voor de Schouw om zodoende ook de mensen die de Schouw normaliter doen bewust te maken van de problematiek op straat, zodat het niet eenmalig is, maar dat ze het ook naar andere evenementen kunnen meenemen. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel voor de beantwoording. En fijn dat er wat inkomt. Is het ook mogelijk om niet alleen met de Wmo-raad te spreken, maar ook anderen? Ja, we hebben het zelf veel over stakeholders, maar … Dat is niet het goede woord? Andere belanghebbenden, andere mensen die kunnen testen of het dan toegankelijk is of niet, want ik weet even nu niet uit mijn hoofd hoe de samenstelling van de Wmo-raad nu is. Maar ik kan me voorstellen dat er meerdere mensen in Dordrecht zijn met bijvoorbeeld een fysieke handicap die wel graag mee zouden willen doen aan een onderzoek.

De heer Baaij: Zal ik daar even op reageren, Wilma? Ik denk dat u daar een onderscheid moet maken tussen het feit dat we dat opnemen in het beleid als uitgangspunt, en het feit dat we straks denk ik met elkaar ook in de praktijk projecten zullen moeten formuleren om te kijken laten we dan ook eens inderdaad naar betrokkenheid van andere partijen kijken, waarbij we een aantal evenementen er uithalen: is dit evenement op dit moment toegankelijk of niet, en zo niet, wat is daar aan mogelijkheden, en wat zou je kunnen doen? Dat kan overigens soms ook leiden tot een noodzaak van ingrepen in de openbare ruimte. Het is niet altijd iets wat de organisator in de hand heeft, maar ik denk dat het goed is om het uitgangspunt, dat je daar aandacht voor hebt en dat je formuleert wat je op dat gebied wil bereiken, even losmaakt van de praktische uitwerking van de individuele evenementen, omdat daar echt de uitwerking van evenement tot evenement heel sterk verschilt. De voorzitter: Ja. De heer Kruijver. De heer Kruijver: Korte toelichting daarop. Momenteel gebeurt er veel op dit vlak in het land. Steeds meer evenementen … Neem je maatregel, neem er je stappen in. Dus wat dat betreft hoeven we denk ik het wiel niet helemaal zelf uit te vinden hier, en kunnen we ook ons oor goed te luisteren leggen in wat er op dit moment in het land allemaal als voorbeelden wordt gecreëerd.

De heer Baaij: Mag ik met uw goedvinden naar de volgende stellingen toe, voorzitter? Druk op openbare ruimte. Net al een klein voorschotje genomen. We zien verdichting in de binnenstad, we zien discussies over ruimte. Ik weet dat u als raad hebt gezegd dat er een evenemententerrein moet komen op het Maasterras. Bij mijn weten loopt de discussie daar nog over en is die locatie nog steeds niet, zeg ik toch maar even, definitief vastgesteld. En dat zeg ik omdat ik het ook jammer vind. Ik denk dat daar meer werk van gemaakt zou kunnen worden. Vergeef mij dat. Maar de vraag is even: hoe gaan we om met die druk in de openbare ruimte? We hebben het net al even een klein beetje voorbij gehad. De binnenstad is de belangrijkste evenementenlocatie van Dordrecht. Daar moet altijd ruimte zijn, of u mag ook lezen: altijd ruimte blijven voor grote

47

evenementen. Hoe kijkt u naar dat vraagstuk? Al een klein voorschotje opgenomen, maar wellicht zijn er, voorzitter, nog aanvullingen op dat punt. De voorzitter: Mevrouw Lammens, VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, ik vind het goed dat er altijd locaties moeten goed zijn voor belangrijke evenementen. Lijkt me een goed plan. De heer Droog: Dat denk ik ook. Voorzitter? De voorzitter: Oh, mevrouw Van Engelen was net iets eerder in mijn oog. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Nou, ik ga maar heel kort zijn, hoor. Ik ben al zoveel aan het woord. Nou, ik val een beetje over het woordje altijd, denk ik. Altijd, betekent dat in principe dat er elk weekend weer een Big Rivers kan zijn. Voor mij is dat overkill. De heer Baaij: Ik denk dat u altijd in dit geval moet lezen als: het mag nooit zo zijn dat er geen enkele ruimte meer is voor grote evenementen in de Dordtse binnenstad. Dus het gaat hier niet over dat er het hele jaar door ruimte voor moet zijn, maar wel dat er ruimte moet blijven voor grote evenementen. Zo is het bedoeld, hè, Lex? Ja. De voorzitter: Via de microfoon alstublieft. De heer Baaij: Garanderen dat de ruimte en de mogelijkheden er blijven om ook grote evenementen te organiseren in de binnenstad. De voorzitter: Oké. De heer Droog, ChristenUnie/SGP.

De heer Droog: Ja, helemaal eens met wat mevrouw Lammens zegt van VVD, dat met name de evenementen in de top van de piramide, beantwoord enorm ook aan de doelen die we stellen aan evenementen om de stad op de kaart te zetten, bezoekers aan te trekken. Zonder meer. De heer Baaij: Een sub vraag waar ik even de vrijheid neem om die te stellen. In toenemende mate praten wij over meervoudig ruimtegebruik. Hebt u daar als raad gedachten over, hoe plekken beter benut zouden kunnen worden voor meerdere doeleinden in plaats van dat we ze aan één functie toewijzen, en dat andere functies op die plek in de weg gaat zitten? Er wordt op dit moment hard gewerkt aan het Statenplein. Daar is het natuurlijk een voorbeeld van waar dat misschien enigszins in de hand is, maar hebt u daar in bredere zin ook ideeën, gedachten over? Nou niet specifiek Statenplein, maar het meervoudig ruimtegebruik. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Nee, ik heb er wel wat … Mevrouw Koene: O, wacht even. Ik geloof nu dat ik snap wat je zegt. Mevrouw Van Engelen: Irene, wil jij wat zeggen?

48

De voorzitter: Mevrouw Van Engelen, alstublieft. Mevrouw Koene: Statenpleinmarkt? Mevrouw Van Engelen: Ja, ik ging wat zeggen over de markt. Lees je nu mijn gedachte of … Oké, ik wil best wel wat zeggen over het Statenplein, en wat we daarmee zouden willen, en dat het een hele diverse locatie is. Alleen, wat ik vaak hoor is: oh nee, daar is de markt, daar kan niks. Dus dat wil ik gewoon maar eventjes als soort van counterstelling in rooien. De heer Baaij: En daarmee zegt u als ik … Ik heb het woord markt niet gebruikt, hè, ik heb alleen Statenplein gezegd. Daarmee zegt u: als één functie een obstakel is dan moet je met elkaar gaan zorgen dat een obstakel voor een ander gebruik wordt weggenomen, dat je er oplossingen voor vindt? De voorzitter: Mevrouw Van Engelen eerst. Mevrouw Van Engelen: Nou kijk, als het een mogelijkheid is om eindelijk het Statenplein ook voor andere gebruiken inzetten door met de markt samen te werken, maar dat er later op de dag, ander moment, ook iets anders mogelijk is, ja, dan heel graag natuurlijk. Mevrouw Koene wil ook wat zeggen, voorzitter. Mevrouw Koene: Ja, aanvullend hierop. Met alle respect voor de markt, voorzitter, maar op het moment dat het iets te hard waait, of het regent hard, of we vinden het koud, of het is vakantie zijn we er ook niet.

Dus volgens mij moet je toch wel heel praktisch met elkaar ervoor kunnen zorgen dat er dus gewoon evenementen op het Statenplein kunnen zijn, ook op dagen dat er misschien een markt is. De voorzitter: Ik wil eerst het woord geven aan mevrouw Lammens, want die wilde het woord. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, ik ben het eens met mijn voorgangers. De voorzitter: Oké, De Heer Kruijver. De heer Kruijver: Deze stelling gaat zeker niet alleen over de markt, maar die gaat natuurlijk ook over de vaste herinrichting van met name pleinen in de binnenstad. Dus bijvoorbeeld het vergroenen van pleinen, wat je eigenlijk in heel Nederland ziet gebeuren naast de verdichting met meer woningen, is een keuze om die pleinen ook geschikt te houden voor evenementen. Een hele bewuste, in termen van niet of wel. De heer Baaij: En dat betekent ook, denk ik, dat als je zegt we willen Evenementstad zijn, dat bij ruimtelijke ontwikkelingen ook altijd de vraag gesteld moet worden: wat zijn hiervoor de implicaties maar ook de kansen als we praten over extra infrastructuur voor evenementen? Dat zou daaruit een gevolg kunnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen.

49

Mevrouw Van Engelen: Nou, één van de oplossingen is natuurlijk verplaatsbaar groen. Bakken die je kan rijden bijvoorbeeld. En aan de andere kant, beide heren hebben waarschijnlijk meer verstand van de regelgeving. Het enige waar ik een beetje verstand van heb is met bakwagens vol decor een binnenstad in Nederland in moeten. Wat dan helemaal niet kan. Er is gewoon geen manier om bij het theater te komen, en toch lukt dat ook altijd. Dus waarom zou het bij evenementen niet lukken omdat er een boom staat of dat er een straatje te smal is? Het maakt het lastiger, maar ik ben heel erg voor evenementen, ook in de binnenstad, heb ik net ook al aangegeven, maar ik ben niet bereid om alle pleinen helemaal leeg te maken en toegankelijk, zodat we daar altijd een evenement kunnen plaatsen. Er moet ook groen zijn, en het moet leefbaar zijn. De voorzitter: Meerdere handen. Ik begin met de heer De Feijter. Kruijver. De heer Kruijver: Van de feiten, is hij. Nee, even heel kort, groen heel belangrijk, maar het kan natuurlijk wel betekenen dat op het moment dat je bomen neerzet dat er dan geen ruimte is voor een podium. Dus dan heeft het niet te maken met vervoer, maar met het niet geschikt maken van een evenementenlocatie … De heer Baaij: En met veiligheid in het kader van crowd management, dat kan ook een rol spelen.

Maar volgens mij moeten we de discussie … U zegt: ik vind het wel belangrijk. Mevrouw Van Engelen: Eigenlijk is het … Sorry voorzitter, mag ik een vraag stellen? De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Engelen: Ja, ik moet me een beetje stilhouden. Want we zitten toch op een rondetafelgesprek. Ik heb wel eens op evenementen gestaan waar er gewoon een boom in het midden stond. Ik heb zelfs dus evenement gezien waar het ook door het podium heenging. Maar daarom vraag ik eigenlijk aan beide heren, jullie hebben verstand van die regelgeving: kan dat nog steeds in 2023, of is daar een nieuwe regel voor waardoor dat niet meer mag? De heer Baaij: Als we even gaan kijken naar evenementen met grote bezoekersstromen dan zijn er best plekken waar bomen kunnen staan, maar dat betekent ook dat op sommige plekken je met inrichting door of die inrichting variabel te maken en te kunnen zeggen ik kan het soms aanpassen, of door er echt structureel rekening mee te houden met grote evenementen rekening moet houden. Dus kan dat soms gecombineerd worden? Ja. Betekent dat dat je al die problemen van obstakels en de openbare ruimte kunt oplossen bij ieder evenement? Antwoord: nee, helaas niet. Dus op een aantal punten zul je moeten nadenken hoe je daar praktisch mee omgaat.

Door meervoudig ruimtegebruik, door verrijdbaar groen of door op bepaalde plekken te zeggen: we willen veel groen in de binnenstad, alleen op deze plek even niet, want daarmee maken wij structureel bijvoorbeeld bepaalde zaken onmogelijk. De voorzitter: Mevrouw De Prie. U wilde het woord toch? Nee? Mevrouw De Prie: Ik zat eigenlijk te seinen naar de sprekers …

50

De heer Baaij: Ik moet naar de volgende stelling toe. Neemt u mij niet kwalijk. De voorzitter: Nee, voor we naar de volgende stelling nog het laatste woord op deze aan mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, ik denk dat het één sluit het ander niet uit, vergroening of evenementen. Ik denk dat het best samen kan, maar dan zou ik toch liever zeggen: ik vind dat Dordrecht beter de groenste gemeente van het land is, dan dat we Evenementenstad van Nederland zijn. Dat is mijn mening dan. De heer Baaij: Ik heb net van de voorzitter begrepen dat ik naar de volgende stelling mag, dus dat ga ik dan doen. Vindt u dat goed, voorzitter? De voorzitter: Dat is goed. De heer Baaij: Al wel enigszins ook eerder aan de orde gehad, de Dordtse parken zijn prachtige locaties die vaker voor evenementen gebruikt moet worden. Let u op het woord vaker, want dat gaat met name over de vraag: kan daar meer dan wij daar in de huidige situatie doen of niet? De voorzitter: Mevrouw Lammens, VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja voorzitter. Ik heb het net ook al gezegd, maar ik vind dat je in de parken gebruik moet maken voor evenementen zodat je ook af en toe de binnenstad wat kan ontlasten. En het is natuurlijk je hoeft het niet in het broedseizoen te doen maar er zijn ook mogelijkheden buiten het broedseizoen. En er zijn natuurlijk ook grote ruimtes in het park.

Het is niet dat het allemaal tussen iedere heg en een evenement moet, maar in het Wantijpark heb je ook mooie evenementen altijd. De heer Baaij: En om tijd te besparen voor de volgende twee stellingen, voorzitter, heb ik net al een aantal nuances gehoord waarbij gezegd is waarbij rekeningen wordt gehouden met de belangen van inwoners en de belangen van de natuur. Dan bespaar ik u de noodzaak om dat nog een keer te herhalen. Dan weet ik niet of er nog meer … Dat moet u eigenlijk vragen of er nog meer vragen zijn, maar dan hebben we die in ieder geval al meegenomen uit een eerder stukje van de discussie. Ik ben zo vrij. De voorzitter: Het is me niet altijd duidelijk tijdens deze vergadering wie welke vragen moet stellen, maar dat heeft u misschien al wel gemerkt. Ik zag daar een hand van mevrouw Van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Gaat best goed, hoor. De heer Baaij: Het is een oefening in flexibiliteit vanavond, geloof ik. Mevrouw Van Engelen: Ja, GroenLinks gaat inderdaad niks meer zeggen over het groen, want dat had ik al gedaan. Kijk met parken zijn we natuurlijk heel erg gebonden aan het seizoen. Als je in het park staat dan heb je het liefst dat het droog is en warm. Is het een mogelijkheid om … Ligt eraan wat voor evenement wilt u, mijnheer Noldus?

51

Het is natuurlijk ook een mogelijkheid volgens mij om de parken voor een deel overdekt te maken. Nu hoef ik niet per se een grote Technodome in het Weizigtpark, maar iets met tenten of zo. De heer Baaij: Dan zou ik eerder zorgen voor structurele faciliteiten op dat evenemententerrein waar u van gevraagd hebt of dat gerealiseerd kan worden. Dat lijkt mij daar eenvoudiger en ook met minder problemen te realiseren. Maar dat kan zeker, ja. Vindt u het goed dat ik naar de volgende stelling ga? Ik kijk even naar de voorzitter en naar de commissie tegelijk. De voorzitter: Ik vind het goed. De heer Baaij: Evenementstad worden, doe je samen. Stelling: Dordrecht gaat ook in de toekomst voor de titel Evenementstad van het jaar, en daar moet iedereen in de stad aan bijdragen. Het is geen genuanceerde stelling, maar dat geeft u de gelegenheid om die nuance even aan te brengen. De voorzitter: Wie komt met de nuance? Mevrouw Lammens, VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Het lijkt me goed idee om in 2024 weer Evenementenstad te worden. De voorzitter: Dat was weinig nuance, maar dat is oké. Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Ja dank u wel. Ja, ik heb een iets andere mening. Ik denk dat we als gemeente toch andere doelen en ambities hebben en die misschien belangrijker kunnen worden gevonden als Evenementstad van het jaar.

En daarnaast vallen we denk ik van de ene crisis op de andere crisis die heel veel vraagt van de gemeente, dus ik zie Evenementen van het jaar niet al als prioriteit op het wensenlijstje van de gemeente. De voorzitter: Mevrouw van Vugt CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, ik hou van enige vrijheid, dus iedereen moet? Nee, daar kan ik me absoluut niet in vinden. Iedereen moet eraan bijdragen. En voor mij is het ook geen prioriteit in deze tijd. Denk ik wel andere prioriteiten zijn. De heer Baaij: Maar als daar zou staan het is fijn als iedereen daaraan wil bijdragen, dan kunt u zich beter in die stelling vinden? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voor zover ze dat willen, ja natuurlijk. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen en daarna mevrouw Pichel.

Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ja, ik denk juist dat inderdaad van prioriteiten hoor ik net heel veel gezegd worden: moet dat nu een prioriteit zijn in deze tijd? Ik denk dat

52

evenementen juist heel erg kunnen bijdragen in deze tijd voor een stukje verlichting, voor een stukje plezier. Dan kijken we inderdaad wel naar het soort evenement waar iedereen aan mee kan doen. Dus evenementen zijn ook in deze tijd, misschien juist in deze tijd, heel erg belangrijk. Ja, het is heel moeilijk om op deze stelling dan zeggen: nee, laat maar, want het roept heel erg op van: je moet allemaal zeggen ja, gaan we doen! De heer Baaij: Zal ik het … Mevrouw Van Engelen: Nee, u hoeft het niet te herformuleren, hoor. Zoals hij er nu staat zeg ik gewoon ja! De heer Baaij: Maar voor u doe ik dat met liefde. Dordrecht moet ook in de toekomst een echte Evenementstad blijven. Dan gaan we even niet per se op die titel, want die titel hebben we drie keer gewonnen. Dat is ook maar één keer. Maar dat is ook een vraag: blijft u, wat u zegt, evenementen belangrijk vinden voor inwoners, voor levendigheid, voor de ontwikkeling van de stad et cetera? Mevrouw Van Engelen: Ja, ik denk zeker in de regiofunctie is het ook hartstikke belangrijk. Ik bedoel mensen kennen Dordrecht in de zomer van Wantijpop en van Big Rivers, en ze weten ook dat in de weekenden hier ook kleine evenementen zijn waar ze naartoe kunnen. Maar ik wil nog even ingaan op het laatste deel van de zin. Daar moet iedereen in de stad aan bijdragen.

Ja, dan zie ik gelijk de binnenstadbewoners vormen die op zondagochtend gewoon lekker willen uitslapen. En dan denk ik: ja, dan is moet inderdaad wel een lastig woord, maar we willen het denk ik voornamelijk met zijn allen gewoon gezellig en leuk hebben in de stad. De heer Baaij: Ik denk dat Wilma genoteerd heeft dat het woord moeten uit deze stelling weg moet. De voorzitter: Even voordat ik mevrouw Pichel het woord geef, het is vijf voor half elf. Officieel staat voor deze vergadering tot half elf. Met uw permissie laten we dat ietsje langer doorlopen zodat we dit af kunnen ronden. Wie is daarvoor? Oké. Ik leg dit bij de commissie: tot hoever wilt u deze commissie laten doorlopen om dit verhaal af te kunnen ronden, of zegt u we vervolgen het op een later moment, want dat is ook een mogelijkheid. Kwart voor elf. Ik hoor een kwartier. Oké, handenvol. Ik zie toch wel veel steun voor half elf. Dan moeten we nu naar de afronding toe. Dan kan ik helaas mevrouw Pichel niet meer het woord geven op die laatste stelling. Sorry, maar dan moeten we nu even streng zijn, en dan moeten we nu gaan nadenken over het vervolgproces.

Tenzij u deze presentatie nog heel kort kan afronden? De heer Baaij: Nee, het enige wat ik nu wil zeggen is de laatste die wij met u wilden delen, de laatste stelling, maar die geef ik er dan even mee om over na te denken, dat één van de kenmerken van evenementen in Dordrecht altijd is geweest dat vrijwilligers daar een belangrijke rol in spelen. Dat we constateren dat dat ingewikkeld wordt, en de stelling die wij wilden voorleggen en u mag knikken of schudden of denken: dat beantwoorden we op een later moment - is dat wij zeiden: de gemeente moet zoveel mogelijk faciliteren dat die vrijwilligers een rol

53

blijven spelen, en kunnen blijven spelen in de evenementen in Dordrecht. En dan geef ik mevrouw De Prie het woord om af te ronden, en met name ook in een paar zinnen u te vertellen hoe het vervolg eruitziet. De voorzitter: Nou ja, gezien de verwarring eerder tijdens deze commissie over hoe het proces nu eigenlijk loopt, is het misschien wel goed als u dat kan verduidelijken wat nu eigenlijk het vervolg is? Mevrouw De Prie: Aan mij de eer om af te ronden. Ik ga niet herhalen wat er gezegd is. Dat is niet nodig denk ik. Wat hierna volgt is wij gaan op dit moment een eerste vervolg geven aan alle meningen die zijn opgehaald, dus we beginnen met schrijven. We gaan natuurlijk eerst de startnotitie afwachten wat daar uiteindelijk in besloten wordt. Vervolgens gaan we dat verder oppakken. Komt er een nota, die komt uiteindelijk in mei naar de raad, en dan gaat een agendacommissie bepalen of dat we eerst beeldvormend dan oordeelsvormend, of misschien met een hamerstuk doorgaan. Maar dat is aan de agendacommissie. Dus jullie kunnen in ieder geval in mei de notitie verwachten. De voorzitter: Ik kijk dan even de commissie rond of daar akkoord mee is, of daar nog opmerkingen over zijn? Ik zie geen opmerkingen. Dan kunnen we deze commissie denk ik afsluiten, en dan wens ik iedereen een fijne avond. Dank u wel.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/552/documents/22907