CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

211125_Groenblauwplan Dordrecht.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 februari 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 21: Raadsinformatiebrief over groenblauwprogramma Dordrecht - Raadsinformatiebrief38.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

• Ook moeten diverse groenblauwe experts/vakspecialisten van de gemeente al in het projectvoorbereidingsstadium van ruimtelijke ontwikkelingen worden betrokken. Gedurende de voortgang van het proces blijven zij aangehaakt om op naleving van het Groenblauwprogramma en realisatie van ambities te kunnen aansturen. • In de toekomst wordt toegewerkt naar steeds meer integraal kaartmateriaal, zoals de Programmeertafel. Beheerders en ontwikkelaars kunnen hierdoor snel en effectief, per locatie zien wat er speelt en welke ambities er liggen voor toekomstige ontwikkelingen.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

48

Begrotingstechnisch moeten de verschillende disciplines eigen budgetten behouden. In dit Groenblauwprogramma is onder eenmalige investeringen opgenomen hoe en met welke budgetten, ambities vanuit de groenblauwe discipline de komende jaren op projectbasis kunnen worden gerealiseerd. Ook daarbuiten is structureel budget nodig om de openbare ruimte bij kleinschalige herinrichtingen van een kwaliteitsimpuls te voorzien. Vanuit de groenblauwe- en andere disciplines kan dan geld worden ingelegd om tot één integraal projectbudget voor het betreffende project te komen.

|

49

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

Momenteel (2020) krijgt iedere discipline eigen budget toegekend voor het regulier beheer en onderhoud. De groenbeheerder heeft in principe geen budget om eenmalig extra groen en bomen aan te planten voor een kwaliteitsimpuls. Hierdoor is het tot nu toe niet goed mogelijk geweest om iets te doen aan groenblauwe ambities die meer kosten met zich meebrachten. Wanneer de straat in de toekomst op de schop gaat, bijvoorbeeld in verband met groot weg- of rioolonderhoud, wordt een (kleinschalig) herinrichtingsplan opgesteld. Hierdoor kunnen wensen voor extra groen en bomen gemakkelijk in de planvorming worden opgenomen. Aanvullend budget, boven op het budget voor regulier beheer en onderhoud, is daarbij nodig voor realisatie.

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

4.6 Biodiversiteit Alle factoren die invloed hebben op planten en dieren, bepalen de gemeentelijke biodiversiteit. Denk hierbij aan soortensamenstelling, bodemtype, hydrologie, groenstructuren, verbindingszones, het veranderende klimaat, plannen voor herinrichting, beheer en onderhoud en ongewenste soorten (zoals Japanse duizendknoop). Ook mensen zijn integraal onderdeel van de Dordtse biodiversiteit, onderwerpen als gezondheid en natuurbeleving spelen een belangrijke rol. In de Omgevingsvisie is benoemd dat Dordrecht de ambitie heeft om achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en de huidige biodiversiteit te behouden en te versterken. Deze ambities worden hoofzakelijk verwezenlijkt door: • biodiversiteitsschade ten gevolge van o.a. klimaatverandering te voorkomen, middels het toepassing van toekomstbestendige inrichting en beheer. • groenblauwe eiland- en omgevingsstructuren te behouden en verder te ontwikkelen, middels het uitwerken van een Groenblauwe structuurkaart en bijbehorend beschermingsbeleid. • door ecologische potenties te benutten bij inrichting, beheer en onderhoud, middels natuurvriendelijke inrichtingseisen en optimaal ecologisch beheer . Op diverse, specifieke punten wordt een extra kwaliteitsimpuls voor biodiversiteit geleverd. Hoe dit precies wordt gedaan is bondig vastgelegd per thema in navolgende subparagrafen.

In de subparagrafen wordt verwezen naar bijlage 5 voor meer achtergrondinformatie en naar hoofdstuk 6 voor meer informatie over de te treffen acties. Figuur 28 geeft een overzicht van welke thema uitwerkingen horen bij welk hoofddoel. Ook geeft het de prominente rol weer van doorlopende monitoring, aan de hand waarvan gericht kan worden bijgestuurd.

Achteruitgang biodiversiteit stoppen • Optimaal toekomstbestendig inrichten en beheren o Klimaat o Ziekten en plagen o Invasieve exoten o Bijen

Biodiversiteit behouden • Groenblauwe structuurkaart (huidige situatie) o Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) o Beschermde soorten o Eiland- en omgevingsstructuren

Biodiversiteit versterken • Groenblauwe structuurkaart (geambieerde situatie) o Eiland- en omgevingsstructuren • Optimaal ecologisch inrichten en beheren o Natuurinclusief bouwen o Tijdelijke natuur op bouwterreinen

Monitoring en bijsturing Figuur 28. Ambitieblad biodiversiteit met drie hoofdoelen uitgewerkt a.d.h.v. thema’s Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

50

Door de sterkere wisseling in extreme weersomstandigheden gaat daarnaast de weerstand van flora en fauna omlaag en worden zij gevoeliger voor aantastingen, ziekten en plagen. Door de gemiddeld hogere temperaturen kan flora en fauna uit andere, warmere landen steeds beter overleven in ons Nederlandse klimaat. Soms zelfs zo goed dat zij de oorspronkelijk Nederlandse (inheemse) soorten wegconcurreren. In dat geval worden deze soorten invasieve exoten genoemd. Het klimaatbestendig inrichten en beheren van de buitenruimte beperkt de nadelige gevolgen van het veranderende klimaat voor de biodiversiteit. Achteruitgang van biodiversiteit wordt daarnaast getopt door het uitvoeren van stresstesten. Deze stresstesten brengen de plekken in beeld waar hoge risico’s voor biodiversiteit liggen ten gevolge van klimaatverandering. Vervolgens worden op deze plekken verbetermaatregelen getroffen. Ziekten en plagen Ziekten en plagen treden op wanneer sprake is van een onbalans in het evenwicht van een ecosysteem. Deze onbalans kan ontstaan door klimaatverandering, ingrijpende veranderingen van het landschap, door invasieve exoten en door aanleg van zogenaamde monoculturen. Aandacht behoevende ziekten of plagen die in Dordrecht voorkomen zijn: Botulisme, Essentaksterfte en Eikenprocessierups. Klik hier voor meer informatie.

Ziekten en plagen leiden tot het verdringen of afsterven van andere soorten flora en fauna en hebben daarmee negatieve impact op de biodiversiteit. Om de achteruitgang van biodiversiteit door ziekten en plagen te stoppen hanteert Dordrecht een aanpak van signaleren, beheren en actief ingrijpen. Door gerichte onderzoeken wordt verdere verspreiding voorkomen. Dit wordt nader uitgewerkt in het ziekten en plagenbeleid. Invasieve exoten In Nederland komen inmiddels ca. 2170 exoten voor, waarvan bijna 1200 soorten definitief gevestigd zijn. Bekende en invasieve exoten in Dordrecht die een grote, negatieve impact hebben op de biodiversiteit zijn: Nijlgans, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Klik hier voor meer informatie. Deze soorten concurreren met inheemse soorten flora en fauna, welke zij verdringen met achteruitgang van biodiversiteit tot gevolg. Dordrecht is verplicht om verspreiding van de soorten op de Unielijst te voorkomen en zet zich aanvullend in om verspreiding te voorkomen of beperken van andere overlastgevende soorten die niet op de Unielijst staan, zoals de Japanse duizendknoop. Centraal in de Dordtse werkwijze staan preventie, verwijdering en beheer. Dit wordt nader uitgewerkt in het exotenbeleid. Bijen Bijen hebben een onmisbare rol als bestuivers van planten.

Zij bevruchten planten, waaruit zaden ontstaan die van belang zijn voor het ontwikkelen van nieuwe planten. Door de bestuiving ontstaan tevens vruchten, die essentieel zijn voor de voedselvoorzieningen van dieren en mensen. Door een tekort aan voedsel en nestelgelegenheid voor bijen, door veranderend klimaat en concurrentie met honingbijen gaat het slecht met de wilde bijen in Nederland. Dit heeft negatieve impact op andere soorten flora en fauna, waardoor de algehele biodiversiteit achteruitgaat. Dordrecht zet zich in om de inheemse bijensoorten te behouden en stimuleert de toename van wilde bijen door maatregelen te nemen in inrichting en beheer. Een belangrijke maatregel is het reguleren van honingbijkasten. Dit wordt nader uitgewerkt in het honingbij beleid, in samenwerking met het bevoegd gezag (provincie Zuid-Holland). Klik hier voor meer informatie. |

51

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

Klimaat Het (veranderende) klimaat heeft grote impact op de biodiversiteit. In hete, droge perioden leiden flora en fauna onder uitdroging. Grasvelden verdorren en steeds meer bomen en beplantingen sterven. Een gebrek aan bloeiende flora leidt tot een voedseltekort voor diverse fauna, met sterfte tot gevolg. Extreme regenbuien kunnen soortgelijke gevolgen hebben als groen te lang onder water staat. Ook door hevige stormen waaien bijvoorbeeld vogelnesten kapot.

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

Beschermde gebieden en soorten Het behoud en bescherming van de Dordtse biodiversiteit is op gebiedsniveau vooral duurzaam geborgd in Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bescherming van Natura 2000-gebieden is in de Wet natuurbescherming vastgelegd. Bescherming van het NNN is geborgd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Provinciale Verordeningen. Het aantasten van bijzondere en kenmerkende (Natura 2000-) waarden is niet toegestaan zonder een vergunning en/of een ruimtelijk besluit. De Groenblauwe structuurkaart met bijbehorend beschermingsbeleid voegt aan de Natura-2000 gebieden en NNN de op gemeentelijk niveau beschermde gebieden en structuren toe. Voor nieuwe plannen en projecten in of nabij de beschermde gebieden dient een toetsing te worden uitgevoerd. In de toetsing wordt nagegaan in hoeverre sprake is van mogelijke aantasting van natuurwaarden. Een inpassingsplan of compensatie (kwalitatief of kwantitatief) kan nodig zijn om de ecologische structuren te behouden. Het behoud en bescherming van de Dordtse biodiversiteit is op soortniveau duurzaam geborgd in de Wet natuurbescherming. Bij beschermde soorten geldt vanuit deze wet een verbod op het aantasten van vaste rusten verblijfplaatsen. Om plannen uit te voeren op plaatsen met beschermde soorten is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Ook bij georganiseerde evenementen is dit het geval. Klik hier voor meer informatie. Voor terugkomende werkzaamheden (bijvoorbeeld beheer en onderhoud) werkt Dordrecht met een door het bevoegd gezag goedgekeurde gedragscode. Deze gedragscode bevat een voorgeschreven werkwijze voor de zorgvuldige omgang met beschermde planten en dieren. Met een systeem van audits blijft Dordrecht na gaan of de gedragscode op een correcte manier is toegepast in het werk. De komende jaren ligt de focus nog meer op de effectiviteit van beheermaatregelen en op kennis over (verspreiding van) beschermde flora en fauna. Het proces omtrent naleving Wet natuurbescherming wordt nader uitgewerkt in het Plan van Aanpak Wet natuurbescherming. Eiland- en omgevingsstructuren De Dordtse eiland- en omgevingsstructuren vormen de groenblauwe verbinding tussen het stedelijke gebied, buitengebied en natuurgebieden. Deze structuren worden voor een belangrijk aandeel gevormd door bomen en bossen. Dordrecht zet in op het duurzaam en zowel kwalitatief als kwantitatief behouden van de structuren door bestendig beheer en onderhoud in combinatie met een Groenblauwe structuurkaart. Op deze kaart staan alle belangrijke eiland- en omgevingsstructuren, welke zijn voorzien van passend beschermingsbeleid. Om de kwaliteit van de bomen te behouden voert Dordrecht periodiek controles uit.

Het onderhoud van de bomen wordt afgestemd op de uitkomsten van die controles. Zo krijgt iedere boom de aandacht die nodig is om veilig en vitaal te kunnen uitgroeien. Wanneer het kappen van bomen of bossen noodzakelijk is, zorgt de aanplant van nieuwe bomen voor een duurzame continuïteit. Visie, beleids- en beheeruitgangspunten omtrent bomen krijgen uitwerking in het Bomenprogramma. Naast behouden zet Dordrecht in op het versterken van eiland- en omgevingsstructuren. Voor een goede kwaliteit wordt bij nieuwe aanplant rekening gehouden met een goede standplaats, soortkeuze en diversiteit. Met ruimtelijke planvorming zet Dordrecht zoveel mogelijk in op het behoud van bestaande bomen. Bestaande structuren worden daarnaast fysiek via groen (of blauw) verbonden en nieuwbouwwijken worden voorzien van een eigen omgevingsstructuur, die aansluit op omliggend gebied. Naast de huidige structuren worden ook geambieerde structuren opgenomen op de Groenblauwe structuurkaart. Diverse eenmalige acties zoals het oplossen van ecologische knelpunten, verflauwen van steile oevers en de aanplant van een nieuwe boomstructuur op de Zeedijk dragen bij aan het versterken van de eiland- en omgevingsstructuren en daarmee aan de biodiversiteit. Inrichtingseisen en beheeruitgangspunten waarborgen de kwaliteit en kwalitatieve instandhouding van de structuren.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

52

In de inrichting van bestaande en nieuw te ontwikkelen gebouwen en buitenruimten moet altijd rekening worden gehouden met de 4 V's: Voedsel, Veiligheid, Voortplanting en Verblijf. Om dit goed te kunnen doen wordt ingezet op Verbinding en Variatie. Het verblijf en de voortplantingsgelegenheid krijgen onder andere vorm in de bebouwing, bijvoorbeeld door integratie van nestkasten in het architectonisch ontwerp. Het groen moet zo goed mogelijk verbonden zijn met ander groen en zo gevarieerd zijn dat het voor veel verschillende dieren voor onder andere voedsel en veiligheid kan zorgen. Dordrecht wil natuurinclusief bouwen doorvoeren in bestaande bouw, renovaties, herinrichtingen en projecten in de openbare ruimte. Om dit te kunnen doen worden voorschriften allereerst nader uitgewerkt in de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering. Naast dit document met regels wordt een Handboek natuurinclusief bouwen opgesteld. Hierin komt uitleg over hoe het natuurinclusieve bouwproces werkt in zowel bestaande als nieuwe situaties en er komen inspirerende voorbeelden in. Klik hier voor meer informatie. Tijdelijke natuur op bouwterreinen Dordrecht stimuleert de aanwezigheid van tijdelijke natuur, omdat dit voordelen biedt voor zowel projectontwikkelaars als de biodiversiteit versterkt.

Door organisatie van interne bijeenkomsten, voornamelijk voor projectmanagers en projectcoördinatoren, wordt kennis overgedragen over de mogelijkheid van de regeling voor tijdelijke natuur. Braakliggende percelen in de Dordtse Kil III en de nog uit te geven percelen in Dordtse Kil IV zijn concrete voorbeelden van waar tijdelijke natuur kan worden toegepast. Het planproces voor toepassing van tijdelijke natuur binnen gemeente Dordrecht kent diverse stappen. Klik hier voor meer informatie. De kaders en stappen worden nader uitgewerkt en voorzien van een processchema in het informatiedocument tijdelijke natuur. Monitoring en bijsturing Momenteel gaat het niet goed met de Dordtse biodiversiteit. De achteruitgang is nog niet gestopt. Met de visie, het beleid, beheer en eenmalige acties uit dit programma verwacht de gemeente de achteruitgang te stoppen, biodiversiteit te behouden en verder te versterken. Een nul-meting van de huidige situatie, met extra aandacht voor de aanwezige biotopen, moet worden geregistreerd, om na verloop van tijd te kunnen vergelijken of maatregelen daadwerkelijk de verwachtte en gewenste impact hebben op de biodiversiteit. Als de impact niet voldoende blijkt, kan worden bijgestuurd. Om dit proces van monitoring en bijsturen te organiseren wordt een monitoringsplan opgesteld.

In de monitoring zal gemeente Dordrecht zich vooral richten op planten en insecten. Zij reageren van alle soortgroepen het snelst op de veranderde terreinomstandigheden en staan aan de basis van de voedselketen. Een stimulans in planten en insecten betekent een aantrekkende werking op soorten die zich hier mee voeden. Een positieve ontwikkeling in de biodiversiteit van planten en insecten, heeft daarmee een positieve ontwikkeling vande gehele biodiversiteit tot gevolg. Het monitoringsplan geeft aan op welke wijze en met welke frequentie monitoring van welke soortgroepen plaats moet vinden, om trends in biodiversiteitsontwikkeling voldoende zichtbaar te krijgen/houden en daardoor gedegen en tijdig bij te kunnen sturen, om optimale versterking van de biodiversiteit te bereiken. Ook externe partijen voeren monitoringen uit in de gemeente Dordrecht (o.a. Staatsbosbeheer, Natuur- en Vogelwacht Dordrecht en Floron). De gemeente vervult een coördinerende rol in lopende monitoringen en resultaten van de onderzoeken. Via de Werkgroep Biodiversiteit, waarin alle groenblauwe, Dordtse overheden en instanties vertegenwoordigd zijn, wisselen partijen onderling monitoringsgegevens, gesignaleerde kansen en knelpunten uit. |

Klik hier voor meer informatie.

53

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

Natuurinclusief bouwen Om te zorgen dat het stedelijk gebied beter bestand is tegen klimaatverandering en om biodiversiteit in de stad te behouden en versterken, moeten de groenblauwe structuur en de biodiversiteit in de diverse woonmilieus versterkt worden. Natuurinclusieve bouw is een effectief middel om de biodiversiteit te versterken.

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

4.7

Overige beleidsthema’s 4.7.1

Meldingen

Dordtenaren kunnen een melding maken bij de gemeente als de openbare ruimte niet goed functioneert, of tot vervelende situaties leidt. Meldingen kunnen online worden doorgegeven via de website Fixi.nl. Hiervoor kan ook de Fixi-Applicatie op de smartphone of tablet worden gebruikt. Als een melding binnenkomt wordt deze automatisch doorgezet naar de betrokken ambtenaar, die de melding afhandelt. Doordat betrokken inwoners meldingen maken en de gemeente deze meldingen (indien nodig/mogelijk) oplost, wordt de kwaliteit van de openbare ruimte verhoogt. Ook is de informatie uit het meldingssysteem belangrijk voor de gemeente zelf. Met deze informatie houdt de gemeente goed zicht op wat er speelt in de stad. Ook kan zij hiermee in de gaten houden of uitgevoerde acties een positief effect hebben. Zo niet, dan kan de gemeente gericht nieuwe acties ondernemen.

4.7.2 Uitgiftebeleid en illegaal gebruik gemeentegrond Kleine stukjes groen die geen deel uitmaken van belangrijke structuren kunnen ook in beheer van inwoners bijdragen aan gestelde ambities. In bepaalde situaties is het dan ook mogelijk om grond van de gemeente, die grenst aan een eigen woning of tuin, over te kopen. Meer informatie en voorwaarden zijn te vinden op de gemeentelijke website onder “Stuk grond kopen”. Op diverse plaatsen in Dordrecht komt onrechtmatig grondgebruik voor. Dat wil zeggen dat grond die deel uitmaakt van de openbare ruimte onder andere door inwoners, bedrijven of verenigingen zonder toestemming (bewust of onbewust) in gebruik is genomen. Dit leidt tot rechtsongelijkheid. De gemeente wil daarom een eind maken aan onrechtmatig grondgebruik. Via een brief brengt de gemeente betrokkenen op de hoogte. Afhankelijk van de situatie kan de grond worden gekocht of gehuurd of moet de grond door de betrokkene(n) in oorspronkelijke staat worden hersteld. Meer informatie is te vinden op de gemeentelijke website onder “Onrechtmatig grondgebruik”.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

54

Na (her)inrichting moet de buitenruimte veilig, schoon en heel (functioneel) worden gehouden via het beheer en onderhoud. Bij de uitvoering wordt wet- en regelgeving nageleefd, zoals de Wet natuurbescherming. Naast deze basis voor een aantrekkelijke stad eist de visie dat beheer en onderhoud bijdraagt aan de doelen voor klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezondheid. In de huidige situatie is het beheer beeld- en frequentie gestuurd. De komende jaren werkt Dordrecht steeds verder toe naar adaptief beheer. Dat betekent dat het beheer en onderhoud zo is aangepast dat optimaal aan de vier doelen wordt bijgedragen. Niet de methode, maar het doel staat centraal. Voor het biodiversiteitsdoel wordt met deze werkwijze gestart via de uitwerking van Handleiding Ecologisch Beheer.

5.1

Basis eisen voor een aantrekkelijke stad

Om een aantrekkelijke stad te bereiken geldt: • Groenblauw is goed (vrij evenredig) over de gemeente verdeeld. • Het huidig kwaliteitsniveau (netjes en gebruiksvriendelijk voor mensen of biodivers voor natuur) van groenblauw wordt minimaal op het huidige peil behouden. Waar nodig wordt het kwaliteitsniveau verhoogt om beter aan gestelde ambities vanuit de visie te voldoen. Verschuivingen tussen kwaliteit voor mensen en kwaliteit voor biodiversiteit kunnen daarbij plaatsvinden. (Dus een op beeldkwaliteitsniveau A of B beheerd terrein kan ook overgaan op ecologisch beheer.) Een openbare ruimte (met voorzieningen) van kwaliteit is veilig, schoon en heel (functioneel). Om dit te bereiken en in stand te houden worden er standaard drie typen beheer toegepast. 1. Technisch beheer 2. Netheidsbeheer 3. Vervangingsbeheer (kwaliteitsimpuls) Technisch beheer (zoals bomen snoeien) zorgt voor een gebruiksvriendelijke, hele en veilige buitenruimte. Bij veiligheid gaat het zowel om fysieke als sociale veiligheid. Dus zowel het voorkomen van uitbrekende takken als voorkomen van een onveilig gevoel door hoog opgaand, dicht groen. Veiligheid wordt gewaarborgd door frequent onderhoud, uitvoering van kwaliteits- en veiligheidsinspecties en door het laten toetsen van nieuwe ontwerpen.

Netheidsbeheer (zoals grasmaaien, randen snoeien en afval ruimen) zorgt voor een gebruiksvriendelijke, schone buitenruimte met een verzorgde uitstraling. Ook zorgt dit beheer voor kwalitatief goed groenblauw. Dat wil zeggen dat het groenblauw gezond en goed ontwikkeld is en daardoor goed kan bijdragen aan het vervullen van klimaat-, biodiversiteits- en gezondheidsdoelen. Vervangingsbeheer zorgt ervoor dat een veilige en aantrekkelijke omgeving in stand gehouden blijft, doordat afgestorven of kwalitatief slecht groen (op den duur) wordt vervangen. Dankzij vervanging blijft de buitenruimte aantrekkelijk, gebruiksvriendelijk en bijdragen aan het behalen van klimaat-, biodiversiteits- en gezondheidsdoelen. Dit kan worden gezien als het leveren van een kwaliteitsimpuls aan de openbare ruimte en daarmee als een eenmalige investering in plaats van regulier onderhoud. Hier wordt dan ook separaat budget voor aangevraagd, los van het reguliere onderhoudsbudget voor netheids- en technisch beheer. Vanuit wetgeving worden aanvullende eisen gesteld aan zorgvuldig handelen bij het beheer van de openbare ruimte. Zo mogen bijvoorbeeld nesten volgens de Wet natuurbescherming niet worden verstoort of vernield. Ook het Besluit Gewasbeschermingsmiddelen stelt randvoorwaarden aan het beheer. Onkruidbeheersing moet chemievrij plaatsvinden.

De Unielijst invasieve exoten is reeds behandeld, deze benoemd de soorten waarvan verdere verspreiding via beheer moet worden voorkomen.

|

55

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

5 Beheer en onderhoud

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

Algemene, altijd geldige randvoorwaarden beheer en onderhoud: Veilig • De openbare ruimte en haar voorzieningen zijn veilig. Gevaarlijke situaties zoals uitvallende takken bij paden en wegen, of diep water naast speelplaatsen, worden voorkomen. • Zichthoeken (kruispunten van verkeerssituaties) zijn vrij van hoog opgaande of dicht gesloten beplanting. Schoon • Grof- en fijn zwerfafval wordt overal opgeruimd in zowel groen als blauw. • De openbare ruimte en haar onderdelen zien er aantrekkelijk uit, dit kan zowel op een traditionele, als natuurlijke manier. Heel/functioneel • Bebording en andere nutsvoorzieningen zijn vrij van (overhangende) beplanting. • (Vaar)wegen, paden, parkeerplaatsen en andere terreinen met duidelijke gebruiksfunctie zijn vrij van (overhangende) beplantingen die de gebruiksfunctie belemmeren. Bijvoorbeeld meterstroken van grasvegetaties langs wegen en paden en recreatieve (gedeeltes van) grasvelden worden ten behoeve van het gebruik strak gemaaid. Wetgeving • Door te werken volgens de meest actuele gedragscode worden reguliere, beschermde en zeldzame soorten landgebonden- en aquatische flora en fauna zorgvuldig beschermt (volgens de Wet natuurbescherming). • Onkruidbeheersing vindt chemievrij plaats.

• Soorten die voorkomen op de Unielijst invasieve exoten en andere invasieve exoten die veel overlast veroorzaken worden bestreden/beheerst om verdere verspreiding te voorkomen.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

56

In het beheer wordt onderscheid gemaakt in traditionele- en ecologische zones. Deze zones kunnen niet overlappen, maar wel door/naast elkaar voorkomen. In een voornameijk traditioneel gebied als Park Merwestein bijvoorbeeld, kunnen ook ecologische zones voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn stroken met bloem- en kruidenrijk grasland in verder strak gemaaide gazons, een wat natuurlijkere vlinderhoek of een vogelbosje. Het toepassen van verschillende beheersvormen binnen één gebied is goed mogelijk. Dit vraagt om (innovatieve) nieuwe vormen van beheer- en onderhoudscontracten waarin flexibiliteit, maatwerk en een doelgerichte aanpak centraal staan. Ook is heldere communicatie, over het combineren van traditioneel- (vooral voor een verzorgd beeld) en ecologisch (vooral voor meer biodiversiteit) beheer, naar inwoners toe van belang om onbegrip te voorkomen. Traditionele zones Typerend voor de traditionele zones is een functionele inrichting. De esthetische- en gebruikswaarde voor mensen staat hierbij centraal. Dit betekent dat onderhoudsmaatregelen veelvuldig worden uitgevoerd om de buitenruimte gebruiksvriendelijk en aantrekkelijk te houden. Het netheids-, technisch- en vervangingsbeheer uit paragraaf 5.1 vormen hiervoor de basis. Bij gebruiksvriendelijk en aantrekkelijk hoort natuurlijk het visiethema Aantrekkelijkheid.

Ook thema Klimaatbestendigheid en Gezondheid zijn onmisbaar om de stad gebruiksvriendelijk en aantrekkelijk voor mensen te houden. Visiethema biodiversiteit is altijd belangrijk, maar speelt in de traditionele zones een wat meer ondergeschikte rol. Welke beheereisen gelden? De basis beheereisen (paragraaf 5.1) voor een aantrekkelijke stad gelden in alle zones. In de traditionele zone gelden ook de aanvullende beheereisen (paragraaf 5.3) voor een klimaatbestendige en gezonde stad. De aanvullende beheereisen voor een biodiverse stad gelden hier niet standaart. Wel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met deze randvoorwaarden om ook hier de biodiversiteit te verhogen, waarbij gebruiks- en esthetische functies niet verloren gaan. De traditionele zones worden vrij standaard beheerd. Gebruik wordt gemaakt van zogenoemde beeldkwaliteitsniveaus van het Kennisinstituut CROW. Met lettercode A+ t/m D wordt aangegeven op welk niveau de verschillende beheergroepen moeten worden onderhouden. A+ staat hierbij voor een extreem netjes beeld en intensief beheer, D staat voor een helemaal niet netjes beeld en extensief beheer. Er komen ook onderhoudswerkzaamheden voor die een vast aantal keer per jaar worden uitgevoerd (op frequentie) en daarom geen beeldkwaliteitsniveau hebben.

|

57

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

5.2 Verhouding tussen traditioneel ecologisch beheer

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

Ecologische zones Typerend voor de ecologische zones is een natuurlijke inrichting. De natuurwaarde voor flora en fauna, zoals geschikte leefgebieden voor veel verschillende soorten (ofwel de biodiversiteit), staat hierbij centraal. Dit betekent dat onderhoudsmaatregelen zo vaak als nodig worden uitgevoerd, op de/het voor de biodiversiteit meest gunstige manier en tijdstip.Om zo de biodiversiteit te behouden en vergroten. Centraal staat het scheppen van een goede uitgangssituatie voor planten en insecten. Hiermee wordt de ontwikkeling van soorten die hoger in de voedselketen staan automatisch gestimuleerd. Uitgangspunt hierbij is minder intensief beheren. Het beheer dat wordt uitgevoerd resulteert in meer variatie, voedselaanbod, veiligheid, verblijfs- en voortplantingsgelegenheid, zodat er een sterke ecologische basis ontstaat. Bij de ecologische zones hoort (vooral) het visiethema Biodiverse stad. Welke beheereisen gelden? De basis beheereisen (paragraaf 5.1) voor een aantrekkelijke stad gelden in alle zones. In de ecologische zones gelden ook vooral de aanvullende beheereisen (paragraaf 5.3) voor een biodiverse stad. Dit betekent dat “aantrekkelijkheid” in deze zones niet vorm krijgt als een strak verzorgd beeld, maar juist als een bijzonder natuurlijk beeld.

Afval wordt bijvoorbeeld nog steeds opgeruimd, maar “onkruid” wordt hier gezien als spontane vegetatie en gestimuleerd in plaats van bestreden. Ook de beheereisen voor klimaatbestendige- en gezonde stad gelden in de ecologische zones. De ecologische zones worden anders beheerd dan de traditionele zones. De beeldkwaliteitsniveaus van het CROW zijn vooral gericht op het bereiken van een net verzorgd beeld en niet perse op het verhogen van natuurwaarden. Hierom wordt in de ecologische zones gewerkt met beheer- en onderhoudscontracten die per beheergroep toewerken naar het beambieerde eindbeeld. Nadat via ontwikkelingsbeheer het eindbeeld is bereikt gaat instandhoudingsbeheer in, om ervoor te zorgen dat het eindbeeld in de loop der jaren behouden blijft. Circa 1/3e deelvan het groenblauwe areaal is momenteel opgenomen in het natuureffectbestek en wordt daarmee ecologisch beheerd. De rest van de gemeente wordt traditioneel beheerd. Dordrecht ambieert om ecologisch beheer in de gehele gemeente, ook binnen meer traditionele zones, toe te passen. Hierbij wordt gekeken naar een goede balans tussen de verkeersveiligheid, gebruikersfuncties en biodiversiteit. Het beheer van ecologische zones wordt in de komende jaren verder uitgewerkt en geprofessionaliseerd. Zo stelt de gemeente een Handleiding Ecologisch beheer op waarin de beambieerde eindbeelden per beheergroep worden beschreven.

Ook worden de beheerafspraken van thema Biodiversiteit (paragraaf 5.3) opgenomen in deze handleiding en waar nodig verder uitgewerkt. Om de ontwikkeling van eindbeelden te kunnen beoordelen wordt een score-systeem opgetuigd. Dit systeem zal ongeveer vorm krijgen als het volgende principe: Zodra het eindbeeld is bereikt krijgt de locatie de score “Hoog”. Als het eindbeeld nog niet helemaal is bereikt, maar al wel zichtbaar op de goede weg is krijgt de locatie score “Gemiddeld”. Als weinig voortgang in het bereiken van het eindbeeld zichtbaar is wordt score “Laag” toegekent. Het beoordelen van de eindbeelden en het zonodig bijsturen van het beheer gaat gepaard met een, bij uitwerking van de handleiding, op te stellen monitoringsplan. Uitzonderlijke beheergroepen Natuurlijke speelaanleidingen, natuurlijke speel- en beweegplekken en (gebieden rondom) faunavoorzieningen zijn bijzonder. Traditioneel en ecologisch beheer lopen hier door elkaar heen omdat natuurwaarden en gebruikswaarden ongeveer even belangrijk zijn. Om deze plekken goed te onderhouden worden zij als afzonderlijke beheergroepen opgenomen in de Handleiding Ecologisch beheer. Hierin worden de na te streven eindbeelden en bijbehorende randvoorwaarden aan inrichting en beheer uitgewerkt.

De uitwerking voor natuurlijke speelaanleidingen, natuurlijke speel- en beweegplekken is gebaseerd op de Notitie Randvoorwaarden en kosten natuurlijke speelplekken. In deze notitie staat onder andere dat deze beheergroepen flexibel en op maat worden beheerd. Ingrepen en het moment van ingrijpen leiden tot optimalisatie van de speel-, beleef- en natuurfunctie. Een verzorgd uiterlijk, voldoende sociale cohesie, natuurlijke accenten en het voorkomen van gevaarlijke situaties wordt via beheer geborgd. Monitoring is noodzakelijk om de benodigde ingrepen en juiste ingrijpmomenten te kunnen bepalen. Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

58

Het imago van de gemeentelijke organisatie wordt (mede) bepaald door: de staat van het areaal, de (wijze van) instandhouding van het groen, de relatie en communicatie met bewoners over beleid, beheer en uitvoering van onderhoud en de boven op de basiskwaliteit gestelde ambities en het waarmaken hiervan.

• • • •

Naast een goede, aantrekkelijke basikwaliteit (veilig, schoon, heel) streeft Dordrecht aanvullende ambities na op het gebied van klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezondheid. Voor een deel kunnen deze ambities worden waargemaakt door bij vervangingsbeheer, of als eenmalige investering, te kiezen voor een passsende (her)inrichting die een kwaliteitimpuls aan de buitenruimte geeft. Voor het andere deel wordt aanvullende kwaliteit bereikt in het dagelijks beheer. Hoe dagelijks beheer voor aanvullende kwaliteit zorgt Het (plaatselijk) klimaat, de (gewenste) biodiversiteit en de ambities voor een gezonde leefomgeving geven in beheer en onderhoud richting aan: Hoe?

De wijze waarop onderhoudsmaatregelen worden uitgevoerd.

Hoe vaak?

De frequentie van uitvoering.

Waarmee?

Het toe te passen materieel (machines).

Wanneer? Het moment/tijdstip van uitvoering. Deze punten zijn per thema nader uitgewerkt in de volgende drie subparagrafen.

5.3.1

Randvoorwaarden klimaatbestendig beheer en onderhoud

In zowel de traditionele- als ecologische zones worden onderstaande randvoorwaarden nageleefd om te voorzien in een klimaatbestendige leefomgeving. 1.

2.

3. 4. 5.

Het ontstaan van afvalstromen en restproducten bij beheer en onderhoud wordt zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer een plantvak op de schop gaat voor werkzaamheden aan kabels en leidingen worden grondlagen bijvoorbeeld apart gehouden en wordt de oorspronkelijke beplanting teruggeplant (tenzij deze reeds aan vervanging toe is). Waar het ontstaan van afvalstromen niet voorkomen kan worden wordt circulariteit in inrichting (bij vervanging) en beheer toegepast. Circulariteit gaat over hergebuik, keten-denken en het sluiten van (beheer)cyclussen. Hiermee wordt bijgedragen aan een duurzame openbare ruimte. Voorbeelden van circulairiteit zijn het herplanten van een te verwijderen boom op een nieuwe locatie, het maken van bankjes uit gekapte bomen, het verwerken van snoeiafval in plantsoenen het composteren/fermenteren van groenafval naar meststof. In warme, droge perioden wordt gras minder vaak gemaaid. Langer gras houdt meer water vast en is beter bestand tegen droogte. Hierdoor blijft het gras in warme perioden groen en kan het daardoor verkoeling bieden. Bladafval in plantsoenen blijft zoveel mogelijk liggen om het organische stofgehalte op peil te houden en daarmee het waterbufferend vermogen te verhogen. Bij werkzaamheden aan watergangen zoals schonen, uitmaaien en baggeren staan verhogen van de buffercapaciteit, doorstroming en waterkwaliteit centraal.

Zo wordt wateroverlast in tijden van veel neerslag opgevangen en gedeeltelijk voorkomen en blijven biodiversiteit en Dordtenaren die in aanraking komen met het water gezond.

|

59

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

5.3 Aanvullende beheerafspraken voor een klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

5.3.2 Randvoorwaarden ecologisch beheer en onderhoud In traditioneel- en ecologisch beheerde zones wordt zorgvuldig omgegaan met de biodiversiteit. In traditionele zones kunnen onderstaande randvoorwaarden in beperkte mate worden toegepast om: • schade aan biodiversiteit te voorkomen en • biodiversiteit waar mogelijk te verhogen, zonder gebruiks- en esthetische waarden aan te tasten. Voor flora (planten) én fauna (dieren) bijvoorbeeld door het realiseren van extra gradiënten (nat-droog, hoog-laag, hoge vegetatie-lage vegetatie). Deze gradiënten leiden tot meer diversiteit in biotopen voor verschillende soorten planten en dieren. Voor fauna door bewust ruimte te bieden aan- of indien aanwezig te beschermen: - voortplantingsmogelijkheden (nest- en broedplaatsen, voortplantingswater) - voedselaanbod (vruchten, (nectar)planten, bodemleven, insecten en andere (kleine) dieren) - vlucht- en schuilplaatsen (hoge vegetatie, dichte of doornige struiken, holen en kuilen, (diep) water) In ecologische zones wordt de biodiversiteit zo veel mogelijk verhoogd door onderstaande randvoorwaarden na te leven. Rol van de beheerder 1. Menselijk ingrijpen (het uitvoeren van onderhoudsmaatregelen) wordt zoveel mogelijk beperkt, zodat de natuur haar gang kan gaan. Als mensen niets doen brengen natuurlijke processen het lokale ecosysteem vanzelf in balans. 2.

Waarnemingen van (bijzondere) flora en fauna in het veld kunnen de uitvoering van beheer wijzigen. 3. Eenmaal ingezet beheer wordt consequent (bestendig) doorgevoerd, tenzij er goede redenen zijn om de aanpak te wijzigen, zodat lokale ecosystemen zich stabiel kunnen ontwikkelen. Ontwerpen met beheer 4. Jaarrond behoud van voedselaanbod, schuilgelegenheid en veilige verblijf- en voortplantingsgelegenheid wordt gewaarborgd door toepassing van gefaseerd beheer: • Meer bloemrijke delen/stroken, in ieder geval 15-30%, blijven overstaan bij het maaien. • Meer riet of oevervegetatie blijft overstaan bij het maaien. • Meer delen/individuen worden niet aangepakt bij snoei-, terugzet- en dunwerkzaamheden. • Meer delen worden niet aangepakt bij bagger- en schoonwerkzaamheden. 5. Ontwikkeling van geleidelijke overgangen in vegetatie wordt gestimuleerd. Hierdoor onstaat veel variatie in flora en daarmee fauna. Geleidelijke overgangen zijn: • Onderbeplanting in bossen/bij bomen • Kern-mantel-zoom opbouw (van bomen, naar heesters, ruigte, gras- en kruidenvegetatie, grasveld) • Flauwe overgangen van nat naar droog door ontwikkeling flauwe/natuurvriendelijke oevers met onderwater-, drijf-, moeras-, en oeverplanten 6. Dunning wordt ingezet om leeftijdsopbouw en gelaagdheid in een bos(plantsoen) te bereiken. 7.

Bij het verwijderen van heesters en bomen wordt diversiteit in leeftijden behouden of gestimuleerd, ook binnen bomenlanen. 8. Omvorming van gazon/berm/grasveld naar bloem- en kruidenrijke vegetatie/stroken wordt via beheer gestimuleerd. Hierbij is Dordrecht zich ervan bewust dat (zeldzame) kruidsoorten zich op de kleigronden minder/niet zullen ontwikkelen. Op de kleigronden wordt dan ook geen hoge variëteit in flora (kruidenrijkdom) nagestreefd, maar wordt zo beheerd dat faunawaardevolle structuren en variaties binnen de grasvegetatie ontstaan. Maaien in combinatie met afvoeren gaat verruiging van de vegetatie tegen. 9. Als vanuit visiethema Aantrekkelijkheid de wens bestaat om bloemenrijkdom voor een aansprekend beeld te realiseren via inzaaien in plaats van beheer, wordt zoveel mogelijk gekozen voor soorten die duurzaam zijn (geen soorten als klaproos en korenbloem die snel weer verdwijnen) en inheemse zijn (soorten die aansluiten op wat lokale flora en fauna, vooral insecten, nodig heeft). Eventueel is een tussenvariant mogelijk met een smalle strook niet duurzame, uitheemse soorten voor een aansprekend beeld en daarachter gedegen ecologisch beheer om een natuurlijke, kruidenrijke grasvegetatie te bereiken.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

60

5.3.3 Randvoorwaarden beheer en onderhoud voor een gezonde leefomgeving In zowel de traditionele- als ecologische zones worden onderstaande randvoorwaarden nageleefd om te voorzien in een gezonde leefomgeving. 1. 2. 3.

4. 5.

Bij snoei van bomen en heesters wordt rekening gehouden met de (mogelijk) schaduw- en verkoeling biedende functie in warme perioden. Dit kan bijvoorbeeld aanleiding geven om een overhangende tak toch niet te verwijderen. Onderhoudswerkzaamheden worden zoveel mogelijk uitgevoerd met “ergonomisch materieel”. Dit zijn machines die het lichaam zoveel mogelijk ontlasten. Onderhoudswerkzaamheden worden zo uitgevoerd dat (geluids)overlast of hinder voor de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt. Hierbij kan worden gedacht aan toepassing van elektrisch materieel, het niet te vroeg beginnen met lawaai veroorzakende activiteiten en het tijdens de werkzaamheden goed toegankelijk houden van wegen en paden. Ziekteverwekkers, botulisme en blauwalg in (oppervlakte)water worden zo goed als mogelijk voorkomen (of bestreden). Voorkoming (en bestrijding) van voor mensen schadelijke of extreme overlast gevende soorten in groen staat centraal.

|

61

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

Uitvoeringseisen onderhoudsmaatregelen 10. Onderhoud wordt uitgevoerd in de minst kwetsbare periode voor de flora en fauna. Ingrepen worden afgestemd op de cyclus van voorkomende flora en fauna. Bij grasvegetaties die 2 keer per jaar worden gemaaid zijn juni en september vaak goede ingrijpmomenten waarbij de biodiversiteit zo min mogelijk wordt verstoort. Bij watergangen kan onderhoud vaak goed in het najaar (september-oktober) worden uitgevoerd. 11. Aan insecten en zaden wordt kans geboden afgemaaide vegetatie te ontvluchten door vegetatie ongeveer 5 dagen te laten liggen alvorens af te voeren. Om insecten en zaden te sparen wordt een maai- zuigcombinatie bij naturlijke vegetaties niet toegepast. 12. Onderhoudswerkzaamheden worden zo uitgevoerd dat er een vluchtweg voor fauna beschikbaar blijft. Bij maaien wordt nooit van buiten naar binnen toe gemaaid, omdat fauna anders opgesloten raakt in het middendeel. Bij baggeren wordt gestart vanaf een gesloten zijde zoals een oever en altijd richting open water gewerkt, zodat vissen en ander waterleven daarheen kan vluchten. 13. Van nature afgevallen materiaal zoals blad- en bloesemafval en takken blijft zoveel mogelijk op locatie liggen. Zo blijft het lokale ecosysteem in balans. Ook snoeihout mag in kleine hoeveelheden, pleksgewijs op hopen of rillen worden verwerkt. 14.

Verrijking en verstoring van de bodem wordt voorkomen door zelf verwijderd materiaal zoals maaisel, afgeknipte bloemstengels en slib af te voeren. Dit betekent dat in ecologische grasvegetaties geen gebruik mag worden gemaakt van een klepelmaaier, die maaisel in kleine stukken slaat die op locatie blijven liggen en daarmee de bodem verrijken. 15. Verstoring van het bodemleven wordt zoveel mogelijk voorkomen. Schoffelen, ploegen en inzet van zwaar materieel dat insporing veroorzaakt of de bodem verdicht worden liever niet toegepast. Als de bodem vrij nat is wordt uitvoering van de onderhoudsmaatregel uitgesteld of op een wijze aangepakt die beschadiging van de bodem voorkomt. 16. Beschadiging van de vegetatie wordt zoveel mogelijk voorkomen. Hierom wordt vanaf de zijkant gewerkt zodat niet over vegetatie heen gereden hoeft te worden, waardoor deze zou beschadigen en de bodem zou verdichten. Als wel over de vegetatie heen moet worden gereden gaat voorkeur ernaar uit om dit in één werkgang, achteruit te doen, zodat na afmaaien niet meer over deze stukken heen gereden wordt.

5.4 Zonering (nieuwe methode)

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

5.4.1 Toekomstige zonering Het zal enige tijd kosten om van de oude manier van beheren over te gaan op het nieuwe beheer, die hoort bij de actuele visie en ambities. Het beheer wordt in de toekomst afgestemd op de zonering van tabel 5. Deze manier van beheren lijkt sterk op de manier die momenteel (2020) in de praktijk al wordt toegepast. Verschil zit hem in de toepassing van de nog op te stellen Handleiding Ecologisch beheer. In de nieuwe zonering, zoals in tabel 7, zijn (stedelijke) natuurgebieden ‘Hoogwaardig ecologisch’. Dit betekent dat hier de score “Hoog” volgens de Handleiding Ecologisch beheer wordt nagestreefd. Overige ecologische gebieden vallen onder de zone “Ecologisch”, hier wordt de score “Gemiddeld” nagestreefd. Inrichting en beheer in de twee ecologische zones worden wanneer nodig bijgestuurd aan de hand van monitoringsresultaten, om de beambieerde score (hoog of gemiddeld) en biodiversiteitsambities waar te maken. Tabel 7: Toekomstige zonering groenblauw areaal Dordrecht

Ontwerp & Inrichting

Beheer & Onderhoud

Uitvoering volgens

Locatie(s)

Traditionele zones 1.

Hoogwaardig

Zeer intensief traditioneel

CROW Kwaliteitsniveau A tot A+

Historische binnenstad

2.

Representatief

Intensief traditioneel

CROW Kwaliteitsniveau A

Centrumgebieden, begraafplaatsen

3.

Standaard

Normaal traditioneel

CROW Kwaliteitsniveau B

Woonwijken en bedrijventerreinen

4.

Sober

Extensief traditioneel

CROW Kwaliteitsniveau C

Bedrijventerreinen

Ecologische zones 5.

Ecologisch

Extensief ecologisch

Randvoorwaarden ecologisch beheer en onderhoudscontract score Gemiddeld

Natuurlijke gebieden, vakken, stroken, speelaanleidingen, speel- en beweegplaatsen en faunavoorzieningen

6.

Hoogwaardig ecologisch

Intensief ecologisch

Randvoorwaarden ecologisch beheer en onderhoudscontract score Hoog

(Stedelijke) natuurgebieden

Er bestaat een groot verschil tussen de huidige/vroegere zonering en toekomstige (tabel 7) zonering. Voorheen werd gewerkt met verschillende zones waaraan een eigen type inrichting en beheer was gekoppeld. Zo werden centrumgebieden hoogwaardiger ingericht en beheerd dan woonwijken en bedrijventerreinen. Nog steeds zijn zones een handig middel om beheer op schaalniveau van de hele gemeente te kunnen sturen. Met de wens om meer biodiversiteitgericht te onderhouden, moet echter niet langer in hokjes worden gedacht. De verschillende zones staan in de toekomst dan ook niet langer voor één afgekaderd gebied, maar voor individuele vakken. Dit principe is geïllustreerd in figuur 29.. Zo kan één deel van het huidige gazon in de toekomst Gazon uit de zone Representatief blijven, terwijl het andere deel extensief gras uit zone ecologisch wordt. Ook kon het bosje van figuur 27 eerst uitsluitend op netheid, beeldkwaliteitsniveau A, worden beheerd. In de toekomst kan het bosje volgens de randvoorwaarden uit Handleiding Ecologisch Beheer worden beheerd en naast netheid ook meer bijdragen aan natuurwaarden.

Figuur 29: Verschil in werkwijze zonering van vroeger en toekomst Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

62

De nieuwe methode van beheer moet verder worden uitgewerkt en in de praktijk worden doorgevoerd. Om dit te kunnen doen wordt de Handleiding Ecologisch beheer opgesteld. In deze Handleiding wordt meer gedetailleerd uitgewerkt wat de verschillen zijn tussen de traditionele en ecologische zones en de twee ecologische zones onderling. Hierbij hoort een tabel, zoals het voorbeeld van tabel 8, waarin per zone is opgenomen welke beheergroepen er voor kunnen komen. Ook de onderdelen uit het Natuureffectbestek worden als beheergroep opgenomen in deze tabel. Om het verschil tussen de twee ecologische zones onderling te verduidelijken wordt per beheergroep uitgewerkt: • het na te streven eindbeeld; • wanneer een hoge, lage, of gemiddelde score aan de beheergroep wordt toegekend; • randvoorwaarden aan inrichting en beheer; • monitorings- en bijsturingsplan.

|

63

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

5.4.2 Uitvoering methode

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

Tabel 8. Voorbeeld indeling voorkomende beheergroepen per zone, let op: slechts indicatief, niet definitief Beleidsthema’s Beheergroepen

zone

Ontwerp & Inrichting

Hoogwaardig

Representatief

Standaard

Sober

Ecologisch

Hoogwaardig Ecologisch

Beheer & Onderhoud

Zeer intensief traditioneel beheerd

Intensief traditioneel beheerd

Normaal traditioneel beheerd

Extensief traditioneel beheerd

Extensief ecologisch beheerd

Intensief ecologisch beheerd

Uitvoering volgens

Niveau A tot A+

Niveau A

Niveau B

Niveau C

Handleiding ecologisch beheer score Gemiddeld

Handleiding ecologisch beheer score Hoog

Locatie(s) waar de zone vooral voorkomt

Historische binnenstad

Centrumgebieden, begraafplaatsen

Woonwijken en bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen

Natuurlijke gebieden, vakken, stroken, speelaanleidingen, speel- en beweegplaatsen en fauna-voorzieningen

(Stedelijke) natuurgebieden

Beplanting Bodembedekkers

X

X

X

X

Heesters en botanische rozen

X

X

X

X

X

X

Struikrozen

X

X

Vaste planten

X

X

X

Hagen

X

X

X

X

X

X

Struweel

X

X

X

X

Bos

X

X

X

X

Hakhout

X

X

X

X

X

X

Bloemenlinten

X

X

Ruigtes

X

X

Oeverbeplanting

X

X

Rietveld

X

X

Oppervlaktewater

X

X

Grassen Intensief gras (gazon/ trapveld)

X

X

X

X

Bollen in gazon

X

X

X

X

X

X

Extensief gras (bermen/weides eigen beheer)

Water/blauw

Bomen Bijzondere beheergroepen Natuurlijke spelaanleidingen

X

Natuurlijke speel- en beweegplekken

X

(Gebieden rondom) faunavoorzieningen

X Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

64

De Omgevingsvisie en doorvertaling naar de visie uit hoofdstuk 2 worden waargemaakt door een combinatie van drie dingen: 1. Naleving van het beleid uit hoofdstuk 4 2. Naleving van het beheer uit hoofdstuk 5 3. Uitvoering van eenmalige acties uit dit 6e hoofdstuk Er stonden al een aantal acties op de agenda, die bijdragen aan het waarmaken van de visie. Paragraaf 1 geeft hier een overzicht van. Om de visie waar te maken moeten hier nog een aantal acties aan worden toegevoegd. De acties die geld kosten (financiële investeringen) zijn opgenomen in paragraaf 2. Paragraaf 3 geeft de acties die geen geld, maar wel uren kosten (capaciteitsinvesteringen). Zowel de planningen (van 2021 t/m 2026) als de kostenindicaties die in paragraaf 2 worden gegeven zijn op globaal niveau en worden in 2021 verder uitgewerkt. In paragraaf 7.1 Eenmalige investeringskosten zijn de kostenindicaties in één overzicht weergegeven. Financieringsbronnen worden na vaststelling van dit Programma nader uitgewerkt. Alle eenmalige acties geven zowel direct als indirect een kwaliteitsimpuls aan de biodiversiteit.

6.1 Al op de agenda Om groenblauwe ambities te bereiken zijn verschillende plannen nodig die sturing geven aan de ontwikkeling van de buitenruimte. Ook staan de komende jaren verschillende integrale projecten op de planning die bijdragen aan het behalen van groenblauwe ambities. Deze paragraaf geeft geen compleet overzicht, maar beschrijft de meest belangrijke ontwikkelingen (plannen en projecten) op het gebied van groenblauw die al in gang zijn gezet. De komende tijd wordt aan de volgende plannen gewerkt die naast dit Groenblauwprogramma kaderstellend zijn aan stedelijke ontwikkelingen: • 6.1.1 Herschrijven Kwaliteitshandboek Openbare ruimte (KOR) • 6.1.2 Bomenprogramma (boomstructuren, beleid en beheer) • 6.1.3 Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering • 6.1.4 Visie Wantijzone De komende jaren wordt aan de volgende projecten gewerkt die bijdragen aan het behalen van een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad: • 6.1.5 Versterken van het getijdenlandschap • 6.1.6 Programma Dordwijkzone • 6.1.7 Herinrichting Spuiboulevard • 6.1.8 Herinrichting Weizigtpark • 6.1.9 Herinrichting Wielwijkpark • 6.1.10 Versterken dijklinten: Bomenstructuur Zeedijk

|

65

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

6 Eenmalige acties

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

6.1.1

Herschrijven Kwaliteitshandboek Openbare ruimte (KOR )

Om handvatten te bieden aan een toekomstbestendige inrichting en beheer van de openbare ruimte wordt het handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR) in 2021 herschreven. Ontwerp- en beheerprincipes worden hierin geformuleerd in de vorm van standaardprofielen, die een afweging maken tussen ambities uit dit Groenblauwprogramma en andere disciplines en de groeiopgave van Dordrecht. Ieder toekomstig project heeft de nieuwe KOR als kader en zal daardoor bijdragen aan de doelstellingen van de verschillende opgaven. Tot definitieve vaststelling van de nieuwe KOR blijft de oude KOR van toepassing. Het doel van de KOR lijkt sterk op het doel van de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering. In de beleidsregel worden eisen tekstueel beschreven en worden normen gegeven, zoals het aantal aan te leggen speeltuinen bij nieuwbouw. De KOR is meer beeldend en laat in de standaardprofielen zien hoe inrichtingseisen (uit de beleidsregel) integraal uitwerking kunnen krijgen. Ook gaat de KOR in op toe te passen materialen en maatvoering.

6.1.2

Bomenprogramma (boomstructuren, beleid en beheer)

Om een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad te bereiken en behouden wordt ingezet op het beschermen, in stand houden en versterken van het bomenbestand en bomenstructuren. Hoofd- en nevenstructuren worden aangewezen en ingetekend op de Groenblauwe structuurkaart. Ambitie is om ook in het beheersysteem de status van een boom (hoofd- of nevenstructuur, of bijv. monumentaal) te koppelen aan het boompaspoort. Nog aan te leggen of te versterken structuren worfen definitief bepaald en als eenmalige investering gerealiseerd. Aan de verschillende structuren wordt een beschermingsstatus gekoppeld. Dit beschermingsbeleid wordt uitgewerkt en vastgelegd in het Bomenprogramma. Dit Bomenprogramma wordt een soortgelijk document als dit Groenblauwprogramma. Verschil is dat dit Groenblauwprogramma de bomen meer in het algemeen beschouwd onder de noemer “groen”, terwijl in het Bomenprogramma specifiek in wordt gegaan op de visie omtrent bomen, de bescherming van bomen, kapbeleid, herplantplicht en het boombeheer en onderhoud. Wens is om niet te werken met een separaat bomenstructuurplan, bomenbeleidsplan, bomenbeheerplan en kapbeleidsplan, maar om alle regelgeving omtrent de Dordtse bomen op te nemen in één Bomenprogramma én de Groenblauwe Structuurkaart tezamen.

6.1.3

Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering

Om te waarborgen dat bij nieuwbouw en herstructurering aan de in visie en beleid gestelde ambities/eisen wordt voldaan, wordt in 2021 de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering uitgewerkt. In de Beleidsregel worden prestatie-eisen opgenomen die samen een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen vormen. De Beleidsregel bestaat uit een onderlinge afstemming en samenvoeging van: • Klimaatlabels • Beleidsregel spelen en bewegen • Beleidsregel natuurinclusief bouwen • Aanvullende eisen vanuit dit overkoepelende Groenblauwprogramma Begin 2021 wordt de Beleidsregel bij de (planvorming van de) herinrichting van de Spuiboulevard getest. Door aanscherping aan de hand van opgedane ervaringen kan eind 2021 een stadsbrede, integrale beleidsregel naar het college worden gebracht ter vaststelling, die bewezen praktisch uitvoerbaar is. Deze Beleidsregel is flexibel zodat in navolgende jaren kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en kan worden bijgestuurd aan de hand van monitoringsresultaten. Belangrijke onderdelen van dit programma, die nadere uitwerking krijgen in de beleidsregel, zijn: de 40% norm, die stelt dat 40% van het totale nieuwbouwgebied moet worden ingericht met groenblauw. En de 44 mm norm, die stelt dat bij nieuwbouw waterberging voor minimaal 44 mm moet worden gefaciliteerd.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

66

Visie Wantijzone

Om bijzondere natuurwaarden in stand te houden, verder te versterken en meer toegankelijk en beleefbaar te maken voor Dordtenaren is een visie voor de Wantijzone opgesteld. In 2021 is dit concept definitief gemaakt. Ook wordt deze visie verder uitgewerkt naar een visie voor het totale Getijdenpark XXL.

6.1.5

Versterken van het getijdenlandschap

Om groenblauwe kwaliteiten vanuit de Biesbosch via het Wantij tot in de binnenstad te brengen wordt het Programma Rivier als Getijdenpark de komende jaren uitgevoerd. Daarbij wordt het getijdenlandschap versterkt door natuurvriendelijke oevers aan te leggen langs de randen van het Wantij. In de Stadswerven worden maatregelen getroffen voor meer biodiversiteit in Stadswerven (bijv. drijvend groen). Ook de toegankelijkheid van het Wantij wordt vergroot. Hier wordt aan gewerkt met een brede coalitie van onder andere Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de IABR. De samenwerking tussen de partijen is los georganiseerd. De partijen organiseren hun eigen projecten en onderzoeken gezamenlijk mogelijkheden tot cofinanciering vanuit Europa.

6.1.6

Programma Dordwijkzone

Om te voorzien in een aantrekkelijk, goed toegankelijk recreatiegebied en een natuurlijke klimaatbuffer voor de stad, wordt de Dordwijkzone heringericht . Hierbij pakt de gemeente een trekkende rol. Vanuit die rol stuurt zij het gebiedsproces aan. Er wordt in 2021 een visie en kader opgesteld dat ontwikkelgericht is en er wordt geïnvesteerd in de infrastructuur. Marktpartijen en maatschappelijke organisaties kunnen met initiatieven komen die passen binnen de, in visie en kader gestelde, randvoorwaarden voor de Dordwijkzone.

6.1.7

Herinrichting Spuiboulevard

Om ruimte te maken voor woningbouw, infrastructuur te verbeteren en diverse problematieken op het gebied van groen en blauw op te lossen wordt de spuiboulevard heringericht. Een deel van het gebied transformeert van kantoren naar woningbouw, en het nieuwe huis van Stad en regio wordt verder naar het oosten op de Spuiboulevard gerealiseerd. Daarnaast zal ook de infrastructuur van de hele westelijke schil sterk veranderen, waarbij meer nadruk komt op het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Met betrekking tot groenblauw ligt er vooral een opgave om kwetsbaarheid voor wateroverlast te verminderen en verstening terug te dringen. De gemeente neemt, naast bijvoorbeeld waterschap, deel aan het projectteam van de herinrichting. Naast klimaatbestendigheid wordt deze kans ook aangegrepen om in te zetten op ambities vanuit aantrekkelijkheid, biodiversiteit en gezondheid. In 2021 wordt naar verwachting duidelijk in hoeverre een investering vanuit de gemeente noodzakelijk is. Het waterschap is een mogelijke financiële projectpartner gezien de lokale bergingsopgave. Werkzaamheden vinden naar verwachting voor 2026 plaats.

6.1.8

Herinrichting Weizigtpark

Om de stad aantrekkelijker te maken voor inwoners en bezoekers wordt het Weizigtpark heringericht als dé ingang voor het zuidelijke deel van Dordrecht. Dit maakt onderdeel uit van het project Zuidelijk stationsgebied. Het ontwerp is al gemaakt. Om een aantrekkelijk, herkenbaar en karakteristiek park te creëren wordt in het nieuwe ontwerp teruggegrepen op het oorspronkelijk ontwerp. Het oorspronkelijk ontwerp is verbeterd aan de hand van actuele eisen vanuit de thema’s klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezondheid. Het ontwerp voorziet onder andere in extra aanleg van oppervlaktewater, waterdoorlaatbare- of -bufferende oplossingen en nodigt uit tot meer spelen en bewegen in een groene omgeving, wat de gezondheid van inwoners bevordert. Uitvoering van het ontwerp wordt verwacht omstreeks 2022.

|

67

Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud

6.1.4

4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding

6.1.9

Herinrichting Wielwijkpark

Om het Wielwijkpark aantrekkelijker en herkenbaarder te maken en beter gebruik van het park te stimuleren, wordt het park heringericht en verder uitgebreid richting de M.H. Trompweg. In het ontwerp is rekening gehouden met de thema’s: hergebruik, klimaatbestendigheid (en in enige mate biodiversiteit), gebruikswaarde en sociale veiligheid. Een kralensnoer van sport- en speelvoorzieningen nodigd uit tot gebruik en de langzaam-verkeersroute verbindt alle parkonderdelen, stad en landschap. Ook worden zelfbouwkavels uitgegeven aan de zuidelijke parkrand, dit project heet Parkzicht. Uitvoering van de herinrichting is al gestart en wordt in 2021 voortgezet.

6.1.10 Versterken dijklinten: Bomenstructuur Zeedijk Om de cultuurhistorie van het Eiland beter zichtbaar en beleefbaar te maken wordt de Zeedijk voorzien van een stevige bomenstructuur, die het monumentale karakter van de dijk benadrukt. De verschillende dijkringen, waaruit het Eiland geleidelijk is opgebouwd, vormen belangrijke verbindingsroutes voor recreanten maar ook voor flora en fauna. De versterkte bomenstructuur draagt daarom bij aan het bereiken van een aantrekkelijke en biodiverse en gezonde stad. Uitvoering krijgt vorm als driejarenplan van 2021 tot 2024.

Groenblauwprogramma Dordrecht

|

feb 2021

|

68

Om de visie te verwezenlijken moeten aanvullende, fysieke maatregelen eenmalig worden uitgevoerd in de periode 2021 t/m 2026. Voor uitvoering van deze maatregelen moet bovendien na vaststelling van dit Groenblauwprogramma budget worden aangevraagd. Deze eenmalige maatregelen zijn: Aantrekkelijkheid • 6.2.1 Nieuwe boomstructuren Klimaatbestendigheid • 6.2.2 Groene, schaduwrijke routes van centraal punt naar park • 6.2.3 Tuincoach • 6.2.4 Operatie Steenbreek acties • 6.2.5 Aanpak biodiversiteitsstress Biodiversiteit • 6.2.6 Monitoring biodiversiteit • 6.2.7 Samenwerking HAS Den Bosch (Handleiding Ecologisch beheer) • 6.2.8 Maaibeheerplan en omslag van klepelen naar ecologisch beheer • 6.2.9 Natuurvriendelijke oevers • 6.2.10 Faunavoorzieningen • 6.2.11 Ecologische knelpunten bij killen en infrastructuur • 6.2.12 Ecologische knelpunten tussen stadsparken en andere belangrijke groenzones • 6.2.13 Pilotproject Wantijpark Gezondheid • 6.2.14 Nulmeting gezonde leefomgeving • 6.2.15 Realisatie drie extra Tiny Forests • 6.2.16 Realiseren groenblauwe schoolpleinen (subsidieregeling) • 6.2.17 Vergroenen van bestaande speel- en beweegplekken • 6.2.18 Realiseren Natuurspeelplek(ken) • 6.2.19 Realisatie groenblauwe ambities Schil West

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/395/documents/15406