211125_Groenblauwplan Dordrecht.pdf
Tekst van het document
De kern-mantel-zoom opbouw wordt nagestreefd waarbij bomen overgaan in heesters, ruigte, kruidenrijk gras en tot slot gazon. Op strak gemaaide gazons zullen vaker delen of stroken worden aangewezen waar minder vaak wordt gemaaid, zodat kruiden zich gaan ontwikkelen. Bij bomen in gazon draagt onderbeplanting of kruidenrijk gras (een extensiever maairegiem) bij aan verschillende ecologische en maatschappelijke doelen. Voor de boom zelf is onderbeplanting of extiensiever maaien ook gunstig. De boom zal zich hierdoor gezonder ontwikkelen en maaischade wordt vaker voorkomen. Ook leven natuurlijke vijanden en -plaagbestrijders in dit type vegetatie waardoor boomziekten, aantastingen en plagen (zoals de eikenprocessierups) minder vaak zullen voorkomen. Bij toekomstige inrichting en beheer worden alle bomen voorzien van onderbeplanting of extensief maaibeheer rondom de boomvoet tenzij dit i.v.m. esthetische of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Jonge bomen behouden wel open boomspiegels i.v.m. watergeven, beheer aan boompalen en het voorkomen van concurrentiestrijd.
Figuur 8 (links): Natuurlijke gelaagdheid van gras, naar kruiden, naar heesters, naar bomen wordt gestimuleerd (bron: Bijenhelpdesk.nl) Figuur 9 (rechts): Stroken of delen van gazons worden zo beheerd dat kruidenvegetatie ontstaat (bron: idverde Advies) Figuur 10 (onder): Bomen in gazon worden voorzien van onderbeplanting of kruidenrijk gras (bron: idverde Advies) |
29
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
Meer beplantingen en kruiden ten opzichte van gazon – Voor biodiversiteit, natuurbeleving, aantrekkelijkheid en klimaatbestendigheid
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
De traditionele- en semi-natuurlijke zones worden op beeld beheerd volgens de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW. De gemeente schouwt het openbaar groen om te toetsen of het aan de gestelde kwaliteit voldoet. In het beheersysteem wordt de kwaliteit van de beoordeelde vakken en bomen geregistreerd. Uit de geregistreerde schouwresultaten blijkt dat minimaal 90% van het openbaar groen over het algemeen aan het gestelde beeldkwaliteitsniveau voldoet. Een aantal natuurlijke gebieden worden volgens het Natuureffectbestek beheerd. De ontwikkeling van deze gebieden wordt gemonitord. Omdat het Natuureffectbestek relatief nieuw is, zijn nog geen monitoringsresultaten beschikbaar. Om deze reden kunnen nog geen conclusies worden getrokken over de ontwikkeling van de kwaliteit van dit areaal. Wel zijn in de betreffende gebieden de afgelopen jaren al bijzondere waarnemingen van flora en fauna gedaan die lijken te duiden op een positieve ontwikkeling. Beplanting Ruim de helft van het Dordts areaal aan beplantingen bestaat uit de beheergroepen bos en struweel, die vooral voorkomen in de (semi-)natuurlijke zones. Opvallend is het relatief hoge percentage aan hakhout in de gemeente. Het in stand houden van deze beheergroep vergt veel en frequent onderhoud. Meer dan een kwart van het beplantingsareaal is gevormd door bodembedekkers en heesters.
Struikrozen, vaste planten, wisselperken en hagen vormen samen slechts 6% van het groenareaal. Lettend op de zonering is het beplantingsareaal vrijwel gelijk over de natuurlijke (51%) en meer traditionele zones verdeeld (48%). De afgelopen jaren zijn binnen het areaal aan beplantingen niet bewust bezuinigingen doorgevoerd. Wel zijn een aantal beplantingen omgevormd naar gazon. Dit om meer overzicht en sociale veiligheid te creëren of omdat inwoners liever gazon hebben dat bijvoorbeeld als speelveld kan worden gebruikt. In het algemeen zijn de kosten voor dagelijks groenonderhoud van de beplantingen de laatste jaren enige mate afgenomen in verband met het bereiken van een efficiënte inrichting en meer effectief beheer. Natuurlijk 10%
Bodembedekkers; 15%
Hakhout; 8%
Hoogwaardig traditioneel 7%
Heesters en botanische rozen; 14%
Bos; 25% Seminatuurlijk 41%
Struikrozen; 1%
Traditioneel 42%
Vaste planten; 1% Struweel; 32%
Figuur 11: Verdeling beplantingen per zone
Groenblauwprogramma Dordrecht
Hagen; 4%
Figuur 12: Verdeling beheergroepen beplantingen
|
feb 2021
|
30
Het beleidsthema grassen is vooral vertegenwoordigd door de extensief beheerde grasvelden, bermen en weides. In zowel de traditionele als semi-natuurlijke zones komen deze beheergroepen veel voor. Ze vormen 60% van het totale areaal aan grassen. De intensief beheerde grasvelden zoals gazons en trapveldjes zijn goed voor 35% van het areaal. Ruigtes en bollen in gazons vormen samen de overige 3%. Ook in dit beleidsthema is te zien dat de verschillende beheergroepen ongeveer gelijk zijn verdeeld over de natuurlijke- (58%) en traditionele zones (42%). Natuurlijk 1%
Seminatuurlijk 57%
Hoogwaardig traditioneel 4%
Bloemenlinten; 1%
Ruigtes; 3%
Intensief gras (gazon); 35%
Traditioneel 38%
Bollen in gazon; 0%
Extensief gras (berm); 60% Figuur 13: Verdeling grassen per zone
Figuur 14: Verdeling beheergroepen grassen
Water/blauw Oppervlaktewater bestaat voornamelijk uit watergangen, vijvers en sloten. Deze zijn vaak begeleid door oeverbeplanting en rietvelden. Dit blauwe areaal komt vooral veel voor in de traditionele en semi-natuurlijke zone. Het valt hierbij op dat wel 62% van het areaal zich in de natuurlijke zone bevindt en maar 38% van het areaal in de traditionele zone ligt. Ook valt op dat in de natuurlijke en hoogwaardig traditionele zone bijna geen blauw areaal voorkomt (in de natuurlijke zone maar 3% en 6% in zone hoogwaardig traditioneel). Het percentage oeverbeplanting en rietvelden is vrijwel aan elkaar gelijk. Samen vormt deze vegetatie maar 9% van het blauwe areaal terwijl 92% uit oppervlaktewater bestaat. Natuurlijk 3%
Seminatuurlijk 59%
Hoogwaardig traditioneel 6%
Oeverbeplanting; 4%
Rietveld; 5%
Traditioneel 32%
Figuur 15: Verdeling blauw per zone
Oppervlaktewater; 92% Figuur 16: Verdeling beheergroepen blauw
|
31
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
Grassen
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
Meer (groen)blauw areaal in woonwijken – Voor klimaatbestendigheid en gezondheid Opvallend is dat oppervlaktewater en bijbehorende riet- en oevervegetatie zich vooral bevindt in de seminatuurlijke zones. Dus aan de randen van woonwijken, maar niet midden in de woonwijken. Juist in dichtbebouwd, stenig gebied warmt de stad snel op en is behoefte aan verkoeling biedend, blauw areaal. Bij herinrichtingen en stedelijke ontwikkelingen onderzoeken gemeente en Waterschap de mogelijkheden om naast meer groen areaal, ook meer oppervlaktewater de woonwijken in te brengen. Overdag kan oppervlaktewater helpen om het hitte-eiland effect (dat de temperatuur in de stad hoger is dan in het omliggende landschap) te beperken. Dit komt door verdamping en warmte-opslag. Inwoners zullen hier echter weinig van merken. Tenzij het om zeer grote, aaneengesloten oppervlakken water gaat. De gevoelstemperatuur van de directe omgeving van water daalt enigszins, omdat mensen water automatisch met verkoeling associëren. Snel stromend (zoals kleine watervalletjes) of vernevelend water (zoals fonteinen) kunnen wel voor merkbare verkoeling zorgen. Belangrijk is vooral het groen in en rondom het water. De riet- en oevervegetaties (en ook vooral bomen in verband met schaduw en veel bladoppervlak) zorgen via verdamping voor een lagere luchttemperatuur.
Aandachtspunt bij water in woonwijken betreft het gevaar dat diep water, met name in combinatie met steile oevers, aan kinderen biedt. In verband met de vele functies die de woonomgeving vervult zal het toevoegen van meer water een uitdagende ontwerpopgave zijn. In veel situaties zal oppervlaktewater toevoegen niet mogelijk zijn. Wel kan dan worden ingezet op het afvoeren van regenwater via groen naar al bestaand oppervlaktewater. Ook kan bij bestaand water worden ingezet op vergroting van het verkoelend effect door meer groen (vooral bomen), meer schaduw en meer beweging van het water. Bij speelplekken kan groen en water extra (speel) waarde creëren en dubbelfuncties vervullen.
Figuur 17 (linksboven): Stromend en verneveld water verkoelen de stad (bron: beeldenbankdordrecht.nl) Figuur 18 (rechtsboven): Oppervlakte water in combinatie met groen en bomen verkoelt de directe leefomgeving (bron: stedenbouwarchitectuur.nl) Figuur 19 (linksonder): (Beplantte) wadi’s kunnen regenwater tijdelijk vasthouden (bron: gmjd.nl) Figuur 20 (rechtsonder): Wadi’s of hoogteverschillen in groen kunnen worden ingezet om water af te voeren op bestaand oppervlaktewater (bron: idverde Advies) Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
32
Er is veel oppervlaktewater (92%) in verhouding tot relatief weinig riet- en oevervegetatie (8%). Dit kan twee oorzaken hebben, of komen door een combinatie van beiden. De eerst mogelijke oorzaak is dat brede plassen of watergangen verhoudingsgewijs maar weinig oeveroppervlak hebben. De tweede mogelijke oorzaak is dat veel water is omgeven door steile, in plaats van flauwe oevers. Op steile oevers is ontwikkeling van kwalitatieve riet- en oevervegetatie vaak minder goed mogelijk door de harde overgang tussen nat en droog. Om deze reden worden meer oevers verflauwd en natuurvriendelijk ingericht en beheerd. Droomsituatie is dat iedere watergang of waterpartij minimaal één flauwe, natuurvriendelijke oever krijgt. Hiermee wordt meer variatie in zowel land- als watergebonden flora en fauna bereikt. Naast de biodiversitiet wordt ook de waterkwaliteit verhoogd. Door watergangen niet te versmallen, maar aangrenzend gebied tot flauwe oever om te vormen, wordt bovendien het water bufferend vermogen vergroot.
Figuur 21 (links): Voorbeeld natuurvriendelijke oever (bron: fotobankna.nl) Figuur 22 (rechts): Principeschets natuurvriendelijke oever (bron: wshd.nl)
Door het veranderende klimaat warmt het oppervlaktewater op. Als water te lang stil staat en opwarmt, gaat de kwaliteit achteruit. Met hetere zomers leidt dit tot problemen. Op diverse locaties in Dordrecht is (gedeeltelijk) hierdoor sprake van algvorming, vissterfte, stank of botulisme (vergiftiging door bacteriesoort). Naast het veranderende klimaat speelt ook het beheer een rol in de waterkwaliteit. Als bagger niet helemaal, of pas te laat, wordt verwijderd komen het zuurstofgehalte en de helderheid van het water in het geding. Ook nutriënten (zoals meststoffen van agrarisch land of uitwerpselen van honden op oevers) kunnen leiden tot een verslechterde waterkwaliteit. De oppervlaktewaterkwaliteit in Dordrecht voldoet nog net aan de normen. Maar als de gemeente niets doet zullen probleemlocaties toenemen in aantal en ernst. Verbeteren van de waterkwaliteit – Voor biodiversiteit, gezondheid en klimaatbestendigheid Waterschap Hollandse Delta en gemeente Dordrecht willen de waterkwaliteit verbeteren door vers water de stad in te laten, vanuit de Nieuwe Dordtse Biesbosch en dit door te laten stromen. Wens is om hiervoor een duiker aan te leggen in de Zeedijk. Via de duiker kan het water doorstromen naar de wijken Sterrenburg en Dubbeldam. Dit verbetert de waterkwaliteit, ook tijdens hete periodes.
|
33
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
Meer natuurvriendelijke oevers – Voor biodiversiteit, natuurbeleving, aantrekkelijkheid en klimaatbestendigheid
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
Bomen In 2014 is bezuinigd op het boomonderhoud. In plaats van elke 4 jaar werden bomen vanaf toen nog elke 6 jaar gesnoeid. Deze bezuiniging was mogelijk omdat er in 2014 geen snoeiachterstanden waren, het boomonderhoud was op orde. Wel is toentertijd gewaarschuwd voor de verwachte gevolgen van de bezuiniging. Naar aanleiding van deze waarschuwing is afgesproken het boomonderhoud na 6 jaar, in 2020, te herzien. Dit is in 2020 dan ook opgepakt en krijgt nadere uitwerking in 2021. Belangrijke uitgangspunten bij deze uitwerking zijn: - Herplant bij kappen van bomen en bossen; - Standplaatsverbetering van bomen; - Veranderende wetgeving; - Veranderend bomenbestand. Onkruid op verharding Het beleidsthema onkruid op verhardingen is grotendeels vertegenwoordigd door de beheergroep elementverharding. Dit zijn verhardingen die bestaan uit losse elementen zoals tegels, klinkers en straatstenen. 1% van het totale areaal is door ongebonden verhardingen gevormd. Dit zijn verhardingen die bestaan uit grind, schelpen of bijvoorbeeld boomsnippers. Asfaltverhardingen zijn buiten beschouwing gelaten omdat hier geen onkruid op groeit. Ongebonden verharding; 1%
Kwaliteits niveau A 18%
Kwaliteitsniveau B 82% Figuur 23: Verdeling verhardingen per zone
Groenblauwprogramma Dordrecht
Elementenverharding; 99% Figuur 24: Verdeling beheergroepen verhardingen
|
feb 2021
|
34
De paden en wegen in Dordrecht zijn over het algemeen gemaakt van asfalt of elementenverhardingen (zoals tegels). Vanuit klimaatoogpunt is het beter om te kiezen voor: • Doorgroeibare/doorwortelbare verharding zoals grasbetontegels of klinkers met open voegen (figuur 25). • Doorlaatbare/doorvloeibare verharding zoals grind, schelpen en houtsnippers. • Verstevigd gazon met granulaatbodem of roosters (veel toegepast als brandweg, figuur 26) Verwacht wordt dat regenwater hierdoor beter in de bodem kan wegzakken en minder afgevoerd hoeft te worden op de riolering. Tijdens hevige regenbuien levert dit tevens een kleine bijdrage aan het verminderen van wateroverlast zoals ondergelopen straten (of zelfs kelders). Wanneer veel kruiden tussen de verharding groeien infiltreert water minder goed in de bodem, maar wordt water wel (beperkt) door deze kruiden verdampt. Zo dragen zij bij aan het verminderen van hittestress en wateroverlast en stimuleren zij gelijk (beperkt) de biodiversiteit. In verband met de vele functies die de woonomgeving vervult zal het verminderen van de hoeveelheid gesloten- en elementenverharding een lastige opgave zijn. In veel situaties is dit (nog) niet mogelijk. Belangrijke aandachtspunten zijn de parkeerfunctie en toegankelijkheid van wegen en paden voor mindervaliden. Op het gebied van verharding in relatie tot klimaatverandering wordt veel onderzoek gedaan.
Veel innovatieve ideeën zijn in ontwikkeling en kunnen kansrijk voor Dordrecht zijn. Dit thema vergt dan ook nadere uitwerking binnen Programma Wegen.
Figuur 25 (links): Voorbeeld van doorgroeibare verharding, tegels met open voegen (Bron: idverde Advies) Figuur 26 (rechts): Voorbeeld van verstevigd gazon (Bron: o2d-environnement.com)
Faunavoorzieningen
Uit tabel 4 blijkt dat binnen het onderdeel faunavoorzieningen bekend is welke beheergroepen er voor komen. Hoe deze beheergroepen vorm hebben gekregen (bijvoorbeeld als ondergrondse- of bovengrondse faunapassage) is niet exact bekend. Ook is de bijbehorende hoeveelheid bij een aantal beheergroepen niet exact bekend. Registratie faunavoorzieningen – Voor biodiversiteit Het blijkt dat de registratie van faunavoorzieningen (grotendeels) in het beheersysteem ontbreekt. Deze voorzieningen zijn aangelegd met het doel om de biodiversiteit te verhogen, door te voorzien in een verbinding tussen leefgebieden of een kwaliteitsimpuls in leefgebieden zelf. Het is belangrijk om te weten waar, welke type faunavoorziening zich bevindt zodat ervoor kan worden gezorgd dat de voorziening zijn doel(en) ook in de toekomst kan blijven vervullen. Ook kunnen ontbrekende schakels in het ecologisch netwerk beter inzichtelijk worden gemaakt, als goed duidelijk is waar zich al wel faunavoorzieningen bevinden. Hierom moet het huidige areaal aan faunavoorzieningen op kaart worden ingetekend in het beheersysteem en moeten nieuwe voorzieningen hier in de toekomst aan worden toegevoegd. Deze bestaande, maar ook geambieerde, faunavoorzieningen kunnen tevens worden opgenomen op de Groenblauwe structuurkaart zodat deze kaart een ecologisch volledig beeld weergeeft. |
35
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
Meer open/groen verhardingsoppervlak – Voor klimaatbestendigheid en biodiversiteit
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
4
Beleidsuitgangspunten Centraal in het groenblauw beleid staat behoud, bescherming en versterking van waardevolle groenblauwe plekken, -structuren en het groen en blauw zelf. Om deze reden zijn uitgangspunten geformuleerd voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is opgenomen op welke wijze de kaart met belangrijkste structuren compleet kan worden gemaakt. Om het waarmaken van de visie te borgen zijn randvoorwaarden aan de inrichting gesteld. Een integrale aanpak, goede samenwerking met Dordtenaren én andere disciplines intern is hierbij nodig. Overige beleidsthema’s zijn tot slot opgenomen die onmisbare richtlijnen bieden over uitgifte van grond, de omgang met klachten en meldingen, ziekten en plagen en invasieve exoten.
4.1
Ruimtelijke ontwikkelingen
Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering De ruimtelijke (woningbouw)opgaven zetten de hoeveelheid van groen en blauw en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving, onder druk. Het is daarom noodzakelijk om kaders te stellen aan nieuwbouw en herstructurering. Daarmee is het behoud van een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde leefomgeving gewaarborgd. Behoud van kwalitatief groen en blauw in het algemeen wordt gewaarborgd via het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (KOR). De KOR benadert de hele stad en geeft ontwerpprincipes die richting geven aan zowel nieuwbouw als herinrichting en renovatie. Aanvullend op de KOR wordt de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering opgesteld. Deze beleidsregel stelt eisen aan de omgang met de bouwopgave om de negatieve invloed op de stad, die verdichting met zich meebrengt, te beperken. De beleidsregel wordt gemaakt door verdere uitwerking, onderlinge afstemming en samenvoeging van: • Beleidsregel Klimaatadaptatie en de Klimaatlabels, • Beleidsregel Natuurinclusief bouwen, • Beleidsregel Spelen en Bewegen. Met name voor natuurinclusief bouwen moeten verplichtingen nog concreet worden gesteld. Ook moet worden gewerkt aan het borgingsproces om natuurinclusief bouwen goed door te voeren in de planvorming.
Zo ontstaat één integrale, stadsbrede beleidsregel die er met de volgende kernpunten voor zorgt dat de stad aantrekkelijk is en blijft voor inwoners en bezoekers: • overlast ten gevolge van het veranderende klimaat is zoveel mogelijk voorkomen, • biodiversiteit is zoveel mogelijk verhoogd, • speel- en beweegvriendelijkheid van de buitenruimte is zoveel mogelijk verhoogd en spelen en bewegen is zoveel mogelijk gestimuleerd. De inrichtingseisen uit paragraaf 4.3 krijgen nadere uitwerking in deze beleidsregel. De meest ingrijpende punten uit de beleidsregel (en inrichtingseisen), die binnen de beleidsregel van nadere uitwerking worden voorzien, zijn: • Bij nieuwbouw draagt de ontwikkeling bij aan de realisatie van minimaal 40% groenblauwe wijken. • Bij nieuwbouw wordt, over de totale oppervlakte van het projectgebied, waterberging gefaciliteerd voor minimaal 44 mm neerslag. Dit kan zowel op privaat- als openbaar terrein, om wateroverlast te beperken. • In geval van herstructurering zijn deze eisen in mindere mate toepasbaar i.v.m. een vaak stenige en dicht bebouwde uitgangssituatie. Bij herstructurering worden de eisen zo optimaal als realistisch mogelijk verwerkt Belangrijk is dat deze ontwikkelingen ook bijdragen aan de totstandkoming van 40% groenblauwe wijken.
De toepasbaarheid van de beleidsregel wordt getest bij de Schil, aangezien daar veel verschillende projecten tegelijkertijd gaande zijn: Nieuwbouw, MOP en vernieuwingsprojecten. Ook liggen in deze wijk een redelijk aantal klimaatknelpunten in relatie tot wateroverlast en hittestress. Met de opgedane kennis wordt de beleidsregel verder aangescherpt. Adviescommissies Voor de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid bestaat een commissie voor nieuwbouw, verder is er ook een commissie klimaatadaptatie (klimaatbestendigheid) voor herinrichting en beheer. Deze commissies adviseren bij verschillende soorten projecten welke groenblauwe en klimaatbestendige eisen of maatregelen Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
36
Aansluiting op MOP-projecten Het aantrekkelijk, klimaatbestendig, gezond en bodivers maken van de openbare ruimte wordt integraal aangepakt. Waar de straat open gaat voor riool- of wegonderhoud of voor het warmtenet, worden direct maatregelen voor de betreffende thema’s getroffen. De planning van maatregelen wordt afgestemd op het Gemeentelijk Rioleringsplan, de Wegennota en MOP projecten (Meerjarig Uitvoerings Programma). Groenblauwe structuurkaart Het Boomstructuurplan (Van Hall Larenstein, 2020) geeft een beschrijving van de Dordtse, beambieerde bomenstructuur. Leidende principes voor toekomstige (her)inrichtingen zijn per wegtype beschreven. In dit plan moet nog een verbeterslag worden doorgevoerd. De ambitie om nieuwe boomstructuren te realiseren in open landbouwgebied moet bijvoorbeeld nog goed uitgezocht worden. De gemeente ontwikkelt zelf een definitief overzicht van hoofd- en nevenboomstructuren en plaats deze op de Groenblauwe structuurkaart. Hierbij wordt ook beleid vastgelegd met betrekking tot bescherming, in stand houding en versterking van de aangewezen structuren. Daarnaast worden de nieuw te realiseren structuren verder in detail uitgewerkt naar exacte soorten, plantplaatsen en aantallen. Met name in het buitengebeid worden nieuwe bomenstructuren gerealiseerd.
De Visiekaart groenblauw eiland van Dordrecht (De Urbanisten, 2020) moet nog worden doorvertaald naar een kaart waarop de belangrijkste groene en blauwe structuren zijn weergegeven die beschermd moeten worden. Bij die kaart hoort ook beleid waarin de uitgangspunten met betrekking tot bescherming en in stand houding zijn vastgelegd. Paragraaf 4.2 gaat dieper in op wat de te beschermen structuren zijn. Subparagraaf 6.3.2 beschrijft de eenmalige investering van het opstellen van deze Groenblauwe structuurkaart en het bij de structuurkaart behorend (beschermings)beleid. Tijdelijke beleidsuitgangspunten In de periode dat er nog geen Groenblauwe structuurkaart met achterliggend beleid beschikbaar is en het bomenstructuurplan nog niet definitief is, gelden onderstaande beleidsuitgangspunten. Hierbij wordt de Visiekaart (Urbanisten, 2020) voor zover mogelijk als structuurkaart beschouwd. Dit betekent dat belangrijke structuren van deze kaart moeten worden behouden en verder moeten worden versterkt. •
•
•
•
•
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in een gebied met bomen of groenblauw, moet allereerst worden gekeken of de bomen/het groenblauw deel uitmaken van een bepaalde structuur. In geval van de bomen moet ook worden onderzocht of individuele exemplaren zijn opgenomen op de gemeentelijke Bomenlijst. Vervolgens moet worden gehandeld volgens de bijbehorende leidende principes uit het Bomenstructuurplan (concept 2020), volgens principes die bij de Groenblauwe visiekaart en dit Groenblauw programma horen (in stand houden en versterken) of in het geval van bomen die op de Bomenlijst staan volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in een gebied zonder bomen of groenblauw moet worden getracht de bomen- en groenblauwestructuur van omringend gebied door te trekken en te versterken waarbij de leidende principes uit het Bomenstructuurplan (concept 2020) en/of beleidsuitgangspunten uit dit Groenblauwprogramma worden opgevolgd. Bij nieuwbouw en herstructurering worden de structuren van groen, bomen, blauw, ecologie en speel- en beweegplekken van omliggend gebied versterkt door deze binnen het plangebied voort te zetten of verder uit te breiden. Als er al een structuur ligt in het te bebouwen gebied wordt deze structuur (grotendeels) behouden, ingepast in het nieuwe ontwerp en verder versterkt.
De structuren die van belang zijn op schaalniveau van het hele eiland worden behouden, tenzij goed onderbouwd wordt aangetoond dat belangrijke maatschappelijke behoeftes dit onmogelijk maken. In dat laatste geval wordt de betreffende structuur in de nabije omgeving kwantitatief en kwalitatief hersteld/ voortgezet. Bestaande groene verbindingen met het buitengebied worden niet doorbroken, verder versterkt en waar mogelijk worden nieuwe verbindingen gerealiseerd. Het inpassen/behouden van ecologische verbindingen is hier onderdeel van. |
37
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
toepasbaar zijn. De beleidsregel nieuwbouw en herstructurering wordt opgesteld om de commissies hierbij te ondersteunen. In het Convenant Klimaatbestendig Bouwen in Zuid-Holland zijn bovendien procesafspraken gemaakt tussen de gemeente Dordrecht, andere overheden, organisaties en marktpartijen om versneld van elkaar te leren.
4.2
Omgang met groenblauwe structuur
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
4.2.1 Vastlegging en bescherming Om de hoeveelheid groenblauw en de kwaliteit van het groenblauw te behouden, is het belangrijk om verschillende structuren vast te leggen en te voorzien van beschermingstatus. Op de Dordtse Groenblauwe structuurkaart komen plekken en verbindingen die onsmisbaar zijn voor het bereiken en in stand houden van een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad. De Groenblauwe visie(Urbanisten, 2020) met bijbehordene Visiekaart groenblauw eiland van Dordrecht biedt een goede eerste basis voor de structuurkaart, met een indeling op regionaal-, eiland- en wijkniveau. Dordrecht werkt daarnaast met een indeling in wegtypen: hoofdontsluitingswegen, wijkontsluitingswegen, dijkstructuren, polderwegen, fietspaden, kadestructuren, woonstraten. Vanuit deze twee indelingen kan via een nadere uitwerking in 2021 tot de structuurindeling van tabel 5 worden gekomen. Schuingedrukt zijn voorbeelden van plekken of verbindingen benoemd die onder de betreffende structuur kunnen vallen. De “overige” structuuronderdelen, die belangrijk zijn op buurt- of straatniveau, worden niet ingetekent op de Groenblauwe structuurkaart, maar wel voorzien van passend beschermingsbeleid. Subparagraaf 4.2.5 gaat nader in op het beschermingsbeleid. Belangrijk voor heel Dordrecht
Belangrijk voor de hele wijk of (landschappelijke) omgeving
Belangrijk op buurtof straatniveau
Groen
Groene eilandstructuur Bijv. Dordtwijkzone
Groene omgevingsstructuur Bijv. binnenhoven
Overig groen Bijv. buurtpark
Blauw
Blauwe eilandstructuur Bijv. hoofdwatergangen
Blauwe omgevingsstructuur Bijv. overige watergangen
Overig blauw Bijv. poelen
Bomen
Bomen eilandstructuur Bijv. dijkstructuren
Bomen omgevingsstructuur Bijv. wijkontsluitingswegen
Overige bomen Bijv. woonstraten
Ecologie
Ecologische eilandstructuur Bijv. getijdenlandschap
Ecologische omgevingsstructuur Bijv. faunapassages
Overige ecologische voorzieningen Bijv. nestkasten
Speel- en beweegplekken Speel- en beweeg eilandstructuur Bijv. fietsroute of grote natuurspeeltuin
Speel- en beweeg omgevingsstructuur Bijv. beweegroute of speeltuin
Overige speel- en beweegplekken of voorzieningen Bijv. enkel speeltoestel of informele speelruimte
Tabel 5: Structuuronderdelen
Naast de bestaande structuren en onderdelen worden ook integraal de toekomstambities voor versterking van bestaande structuren en het toevoegen van nieuwe structuren aangegeven. De Groenblauwe structuurkaart zal dienen als vertrekpunt en samen met de kansenkaart gelden als ontwikkelkader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelactie Groenblauwe structuurkaart De Groenblauwe visiekaart (De Urbanisten, 2020) met bijbehorende Visiekaart groenblauw eiland van Dordrecht wordt doorvertaald naar een Groenblauwe structuurkaart. Hierop staan de huidige structuren en hun onderdelen en de geambieerde, te treffen kansen voor de toekomst om structuren toe te voegen of te versterken. In beleid wordt vastgelegd hoe de afzonderlijke structuren en onderdelen worden beschermd.
Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
38
Op de Groenblauwe structuurkaart worden verschillende onderdelen opgenomen die op de Visiekaart groenblauwe eiland van Dordrecht (De Urbanisten, 2020) zijn benoemd. Eilandstructuren zijn onder andere de hoofdwatergangen, cultuurhistorische dijklinten, killen en buitenplaatsen. Omgevingsstructuren zijn onder andere kenmerkende, lijnvormige landschapselementen zoals windsingels en cultuurhistorische lanen. Ook de vier hoofdstructuren die de grootste rol vormen binnen de toekomstbestendigheid van het eiland krijgen plaats op de kaart en worden voorzien van passende beleidsuitgangspunten. • Het Getijdenlandschap dat de rijke randen van het Eiland vormt; In het getijdenpark ligt de focus op het fysiek vergroten van het getijdenmilieu en de ecologie. Daarnaast worden mogelijkheden onderzocht om de toegankelijkheid van deze natuur voor mensen te vergroten. Op enkele plekken, zoals Stadswerven, liggen mogelijkheden voor de uitbreiding van het woningbestand. De Groenblauwe structuurkaart geeft aan welk groen zeker behouden moet worden, oftewel waar woningbouw wel en vooral ook niet mogelijk is. • De historische Dijklinten waaruit het eiland in ringen is opgebouwd; Wat betreft de dijklinten moet de herkenbaarheid en continuïteit worden verbeterd. Mogelijkheden voor ontharding en aanplant van meer bomen worden onderzocht.
Op deze structuren moet de fiets voorrang krijgen en is de auto te gast. Er is beperkte ruimte voor verdichting van het woningenbestand, de Groenblauwe structuurkaart maakt inzichtelijk waar deze ruimte zich wel en vooral ook niet bevindt. • Het Killenlandschap dat zich nu vooral manifesteert als grillige (binnendijkse) waterlopen; Langs de Killen worden langzaam-verkeerroutes toegevoegd die het recreatief netwerk moeten verfijnen. Er wordt meer ruimte voor de natuur gezocht door meer ruimte te bieden aan oevernatuur en de aanwezige waterlopen met elkaar te verbinden. Er is bescheiden ruimte voor verdichting van het woningenbestand en eventuele toekomstige herstructurering wordt benut om meer voorkanten aan het water te organiseren. Ook hier maakt de Groenblauwe structuurkaart inzichtelijk waar wel en niet ruimte voor woningbouw is. • De Dordtwijkzone die opnieuw wordt uitgevonden als centraal park en klimaatbuffer. De laatste structuur is de Dordtwijkzone, die getransformeerd moet worden van bufferzone naar centraal gelegen park. De toegankelijkheid voor voetgangers van de zone moet worden vergroot en het fietsnetwerk moet verder worden verfijnd. Het park moet een groen- en waterrijkgebied worden dat ook als klimaatbuffer fungeert. Door verschillende vormen van ruimtegebruik en als groene barrière langs de N3 draagt het bij aan de leefbaarheid in Dordrecht.
Er is ruimte voor verdichting en uitbreiding van het woningenbestand, de Groenblauwe structuurkaart maakt deze ruimte inzichtelijk. Binnen de eiland- en omgevingsstructuren staan niet de individuele objecten zoals plantsoenvakken of bomen centraal, maar het behoud en de versterking van de structuren. Voor bomen houdt dit in dat wordt gekozen voor kwaliteit boven kwantiteit. Er wordt in geval van her/aanplant liever geïnvesteerd in het bereiken van één gezonde boom dan in drie bomen met ontwikkelachterstanden. De wens tot meer groen, vanuit de visie, leidt dan ook niet per definitie tot aanplant van meer bomen. Conform Europees en Provinciaal beleid geldt een ‘nee, tenzij’-principe voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in natuurgebieden die onderdeel uitmaken van het Natura-2000 of NNN-netwerk. Ook in Dordts groen/natuurbeleid staat behoud en ontwikkeling van groenblauwe structuren, die worden opgenomen op de Groenblauwe structuurkaart, centraal.
|
39
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
4.2.2 Eiland- en wijkstructuren
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
De eiland- en omgevingsstructuren zijn beschermd middels een ‘ja, mits’-principe. Dit betekent dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ingezet wordt op behoud, al dan niet door een natuurlijke inpassing. Ontwikkeling is mogelijk, mits er compensatie plaatsvindt. Deze compensatie kan zowel kwantitatief (1 hectare bos verwijderen betekent ergens anders 1 hectare bos aanleggen) als kwalitatief (zoals een natuurlijke inpassing, waarmee de ecologische structuur wordt versterkt). Voor groenblauwe- en met name voor de boomstructuren geldt naast behoud ook dat ingezet wordt op verdere versterking en verbinding.
Figuur 27 Uitleg ‘ja, mits’-principe bij ruimtelijke ontwikkelingen in onderdelen van de Groenblauwe visie
4.2.3 Overige elementen
Objecten die niet tot een eiland- of omgevingsstructuur behoren worden niet ingetekend op de Groenblauwe structuurkaart. Wel zijn ook deze onderdelen erg belangrijk. Vanuit de grotere structuren vertakt het groenblauw zich tot aan de voordeur van de Dordtenaar. Bij de overige onderdelen staat dan ook niet het behoud van structuur, maar het behoud van de aanwezigheid (kwantiteit en kwaliteit) van groen, blauw en bomen centraal. Alle eenheden samen maken een sterk vertakt netwerk dat moet worden behouden en waar mogelijk versterkt.
Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
40
Ook privaat terrein (de tuinen van inwoners) speelt een grote rol bij het creëren en behouden van een prettige leefomgeving. Het maakt de natuur en het klimaat niet uit of buitenruimte van een inwoner of van de gemeente is. Overal in Dordrecht spelen (ongeveer) dezelfde zaken die in de visie zijn benoemd. Inwoners, bedrijven en instellingen (scholen, zorgpartijen, woningcoörporaties et cetera) kunnen dan ook bijdragen aan vergroening/ontharding en de wateropgave. Dit kan door tegels uit eigen tuin/terrein te halen en beplantingen aan te planten. Ook op balkons, daken of gevels kunnen zij via meer beplanting bijdragen. Door plaatsing van een regenton of door regenwater niet direct af te voeren op de riolering, maar te laten infiltreren in de eigen tuin, kan wateroverlast worden verminderd. De gemeente stimuleert Dordtenaren door mogelijkheden te promoten. De gemeente en betrokkenen voeren gesprek op natuurlijke momenten, zoals bij herinrichtingsprojecten of actualisatie van gebieds- of beheerplannen. Ideeën worden gedeeld en adviezen gegeven over het ontharden/vergroenen van eigen dak, gevel of tuin/ buitenruimte.
4.2.5 Beleidsuitgangspunten structuren
De structuur van het Eiland van Dordrecht bestaat uit eilandstructuren, omgevingsstructuren, overige- en private elementen. Alleen de eiland- en omgevingsstructuren worden ingetekend op kaart. Deze structuren en de overige elementen worden beschermd, in stand gehouden en verder versterkt of kwalitatief verbeterd door de beleidsuitgangspunten uit tabel 6 aan te houden. Zodra de eiland- en omgevingsstructuren zijn gedetailleerd in de Groenblauwe structuurkaart, kan de gemeente gericht bepalen op welke manier de diverse structuren in hoeveelheid en kwaliteit worden beschermd. Per structuur worden het belang van die structuur en kenmerkende kwaliteiten vastgelegd, evenals de voorwaarden waaronder veranderingen in deze structuur plaats kunnen vinden (bijvoorbeeld een herplant- of compensatieplicht). Beknopt voorbeeld van de beschermingsregeling en compensatieplicht • •
• • •
Onderdelen uit de hoofdstructuren mogen alleen verdwijnen in verband met een slechte, technische staat en moeten zeer nabij het oorspronkelijke onderdeel worden vervangen met behoud van kwalitatieve waarde en instandhouding van de structuur als geheel. Onderdelen uit nevenstructuren mogen binnen 300 meter van het oorspronkelijke onderdeel worden vervangen als hiermee de structuur als geheel (welliswaar op verplaatste locatie) blijft bestaan en de maatschappelijke meerwaarde hiervan gedegen kan worden onderbouwt en in lijn is met het bereiken van een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad. Overige onderdelen mogen verdwijnen als de totale hoeveelheid groenblauw binnen de wijk gelijk en vrij evenredig verdeeld blijft. De te compenseren kwaliteit bij de vervanging/herinrichting is afhankelijk van de op waarde schatting van de verloren kwaliteit. De verloren kwaliteit wordt gecompenseerd én extra verhoogd om bij te dragen aan het bereiken van een aantrekkelijke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde stad. Uitzondering op bovenstaande punten betreft bomen die te dicht op elkaar staan om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.
In dergelijke situaties mogen bomen worden verwijderd/hoeven minder bomen te worden herplant, om te komen tot een gezonder boombestand dat beter kan bijdragen aan het behalen van diverse ambities, mits de structuur daarmee in stand gehouden blijft.
|
41
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
4.2.4 Privaat groenblauw
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
Thema
Behoud hoeveelheid door:
Behoud kwaliteit door:
Uitbreiding hoeveelheid door:
Uitbreiding kwaliteit door:
Monitoring en bijsturing aan de hand van:
Aantrekkelijkheid
Vaststellen en naleven compensatieplicht voor groen, blauw en bomen
Waarborgen naleving inrichtingseisen 4.3.1 Aantrekkelijkheid en beheereisen 5.1 Basis beheereisen voor een aantrekkelijke stad in compensatieplicht
Meer groen, blauw en bomen in onaantrekkelijke en/of stenige omgevingen
Groenblauw dat beter aansluit op gestelde doelen en gebruikswensen
Mate waarin inwoners tevreden zijn over de buitenruimte
Klimaatbestendigheid
Vaststellen en naleven compensatieplicht voor groen, blauw, bomen, waterbufferend vermogen en schaduwwerking
Waarborgen naleving inrichtingseisen 4.3.2 Klimaatbestendigheid en beheereisen 5.3.1 Randvoorwaarden klimaatbestendig beheer en onderhoud in compensatieplicht
Vergroenen van gemeentelijk en privaat terrein, meer waterbufferend oppervlak en stimuleren van meer dak- en gevelgroen
Groenblauw dat beter bijdraagt aan het klimaatbestendig maken van de stad door voor meer schaduw te zorgen, water te gebruiken, lokale infiltratie te bevorderen en afvoer te vertragen
Mate van overlast door water-, droogte-, hitte
Biodiversiteit
Vaststellen en naleven compensatieplicht voor groen, blauw, bomen en faunavoorzieningen
Waarborgen naleving inrichtingseisen 4.3.3 Biodiversiteit en beheereisen 5.3.2 Randvoorwaarden ecologisch beheer en onderhoud in compensatieplicht
Meer ecologisch groenblauw in verhouding tot traditioneel groenblauw
Groenblauw dat de biodiversiteit verder stimuleert door te zorgen voor variatie in soorten, leefgebieden en microklimaten met jaarrond voedselaanbod, nest-, schuil- en verblijfsgelegenheid
Mate waarin variatie in soorten flora en fauna en leefgemeenschappen voorkomt
Gezondheid
Vaststellen en naleven compensatieplicht voor groenblauwe speelaanleidingen én met groenblauw aangeklede speelen beweegplekken
Waarborgen naleving inrichtingseisen 4.3.4 Gezondheid en beheereisen 5.3.3 Randvoorwaarden voor een gezonde leefomgeving in compensatieplicht
Realiseren van groene beweegroutes, met groen aankleden van speel- en beweegplekken en parken voorzien van Tiny Forests en/of natuurspeelplaatsen (volgens adviezen uit de Notitie Randvoorwaarden en kosten natuurlijke speelplekken
Groenblauw dat de gezonde leefomgeving stimuleerd door stenige routes en speel- en beweegplekken met groenblauw aan te kleden
Mate waarin speel- en beweegvoorzieningen worden gebruikt
Tabel 6: Beleidsuitgangspunten beschermen, in stand houden en versterken groenblauwe- en bomenstructuren
Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
42
Inrichtingseisen Uitgangspunt voor de inrichting en het beheer van de buitenruimte betreft de zonering met onderscheid in verschillende traditionele en ecologische zones. Aan iedere zone worden onderstaande, algemene inrichtingseisen gesteld. Bij nieuwbouw en herstructurering zijn de inrichtingseisen leidend, tenzij goed onderbouwd wordt aangetoond dat hiervan af moet worden geweken vanuit maatschappelijk- of ecologisch belang. In bestaand gebied geldt dat via gerichte, eenmalige investeringen of bij meekoppelkansen van herinrichtingen naar het waarmaken van de eisen wordt toegewerkt. De eisen zijn op globaal niveau opgenomen zonder er normen aan te koppelen, zoals percentages of aantal meters. Hierdoor is het mogelijk om deze eisen voor alle verschillende locaties en situaties in Dordrecht te laten gelden. In de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering zijn eisen en definities van woorden als “voldoende” verder uitgewerkt en van normen voorzien. Ondanks dezelfde inrichtingseisen per zone, ontstaat onderscheid per zone door met de inrichting een traditionele sfeer neer te zetten in de traditonele zones en een natuurlijke sfeer in de ecologische zones. Ook leidt het verschil in beheerregiem tot een verschillende, bij het beheerregiem passende inrichting per zone. Binnen één gebied kunnen traditioneel- en ecologisch groenblauw naast en door elkaar voorkomen.
Per locatie of gebied wordt vastgelegd volgens welke zone groenblauw wordt beheerd. Op de grens tussen intensieve traditionele en ecologische zones worden waar nodig (met ontwerp en/of beheer) overgangszones gecreëerd die de effecten van de ene zone in de andere zone afzwakt. Bijvoorbeeld tussen landbouw- en natuurgebied kunnen bufferzones worden aangebracht door het inzaaien van bloemrijke akkerranden. Overzicht van altijd geldige inrichtingseisen
4.3.1 Aantrekkelijkheid • • •
•
• •
• • •
•
Een goede (evenredige) verdeling van het groen over de gemeente wordt nagestreefd zodat alle inwoners en bezoekers van een aantrekkelijke, groene buitenruimte worden voorzien. Om ambities te bereiken wordt ingezet op relatief meer groenblauw in relatie tot bebouwing en/of verharding. Binnen zowel de traditionele als ecologische zones wordt voorzien in een aantrekkelijke buitenruimte met passende (traditionele of ecologische) inrichting en beheer. Dit wordt gedaan door integraal de juiste balans te zoeken tussen gebruiks- en esthetische waarden, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezondheid. Toepassing van een multifunctionele inrichting staat ook hierbij centraal. Uitgangspunt is dat de kwaliteit van de buitenruimte minimaal op het huidige kwaliteitsniveau wordt behouden. Waar waardevol voor het behalen van klimaat-, biodiversiteits- of gezondheidsambities wordt de kwaliteit verder verhoogd. Kwaliteit gaat hierbij niet om een net verzorgd beeld (zoals bij de beeldkwaliteitsniveaus van het CROW), maar om het voldoen aan gestelde esthetische-, gebruiks- en natuurdoelen. Achterstanden of tekortkomingen aan de technische staat zijn leidend voor het bepalen van her in te richten gebieden. Hiernaast kunnen meldingen van lage aantrekkelijkheid vanuit inwoners ook aanleiding tot herinrichting of realiseren van een kwaliteitsimpuls zijn.
Een aantrekkelijke buitenruimte heeft aantrekkelijke, gezonde beplantingen en bomen. Het bieden van een duurzame groeiplaats staat hierom centraal. Denk hierbij aan de juiste soort op de juiste plek, maar ook aan voldoende onder- en bovengrondse (doorwortelbare- en doorgroeibare) groeiruimte. Bij aanplant van bomen worden eisen aan de groeiplaats gesteld zoals in het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen. Waar groeiplaatsen kwalitatief slecht zijn, maar beplanting of bomen wel potentieel heeft, wordt groeiplaatsverbetering toegepast. Binnen de soortkeuze (van met name bomen) wordt rekening gehouden met het voorkomen van overlast door bijvoorbeeld vallende vruchten (op auto’s of beweeg/speelplaatsen). Er wordt ingezet op verzorgd, divers, toegankelijk, bruikbaar groen, dat de karakteristieken van de stad Dordrecht versterkt en waarden vervult voor de thema’s aantrekkelijkheid, klimaat, gezondheid en biodiversiteit. Bij water wordt ingezet op het meer zichtbaar, beleefbaar, bereikbaar, veilig, karakteriserend en waar mogelijk door groen omzoomd maken van het water. Bij nieuwbouw is minimaal één van de oevers/waterkanten openbaar toegankelijk. Dat wil zeggen dat daar geen tuinen of gebouwen liggen, maar bijvoorbeeld wandelpaden en openbaar groen.
Groenblauwe routes, gebieden en speel- en beweegplekken zijn onderling verbonden, om zo een aantrekkelijk, klimaatbestendig netwerk te vormen dat bewegen stimuleert en (veilige) verplaatsing van flora en fauna door de stad mogelijk maakt. |
43
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
4.3
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
4.3.2 Klimaatbestendigheid •
•
•
•
• •
Bestaand groen wordt behouden of plaatselijk gecompenseerd. Als bestaand groen (en/of waterbergende/ infiltrerende maatregelen) vanwege zwaarwegende belangen moet wijken wordt de projectontwikkelaar geacht compensatie groen dichtbij (binnen dezelfde wijk) terug te plaatsen met minimaal gelijkwaardige klimaatfunctie. Waterbestendigheid van de openbare ruimte wordt bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw zoveel als mogelijk verhoogd, om optreden van schade en overlast te voorkomen. • Wateroverlast wordt zoveel mogelijk voorkomen of verholpen door probleemlocaties bovenstrooms aan te pakken (dus op de plek waar het teveel aan water vandaan komt). • Bij de omgang met waterproblematiek wordt de voorkeursvolgorde aangehouden van: 1. water gebruiken, 2. water lokaal vasthouden om kans te bieden op infiltratie, 3. waterafvoer vertragen, 4. water afvoeren. Bij nieuwbouw en bestaande bouw worden mogelijkheden om water te gebruiken onderzocht. Daarnaast worden groenvakken en boomspiegels met voldoende buffercapaciteit ingezet waar water op afstroomt en gestaag kan infiltreren. Als toch een teveel aan water ontstaat wordt dit vooral via het groen afgevoerd op oppervlaktewater. Noodzaak tot afvoer van regenwater via riolering wordt zoveel mogelijk voorkomen. • Bij nieuwbouw/heronwikkeling wordt minimaal 44 mm waterberging op privaat terrein of collectief in de openbare ruimte gerealiseerd.
Dit kan door toepassing van infiltratiemogelijkheden als meer groen, creëren van wadi’s, infiltratiekratten en bergingsmogelijkheden als buffer Blocks, aquabase/ aquaflow, regenton, waterdaken, statisch dak. Bij alle nieuwbouw/heronwikkeling voorkomt de inrichting van de openbare (en private) ruimte dat water instroomt in gebouwen en dat hoofdwegen voor nooddiensten ontoegankelijk worden. Hitte- en droogtebestendigheid van de openbare ruimte wordt bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw zoveel als mogelijk verhoogd, om optreden van schade en overlast te voorkomen. • Voldoende groen en blauw ten opzichte van verharding en bebouwing biedt aan Dordtenaren én het groenblauw zelf bescherming tegen (de gevolgen van) hitte- en droogtestress. Ontwikkelingen dragen bij aan de realisatie van minimaal 40% groenblauwe wijken (inclusief bebouwing en particuliere tuinen), het groenblauw oppervlak neemt dan ook toe t.o.v. de huidige situatie. • Vooral speel- en beweegplekken, fiets- en voetpaden worden ingericht met voldoende schaduw om gebruikers te beschermen tegen (gevolgen van) hittestress. (Teveel schaduw is niet wenselijk, bijvoorbeeld door mosvorming op valdempende ondergronden van speelplekken.) Plant- en boomsoorten worden aangepast op het verander(en)de klimaat.
Er worden meer soorten of combinaties toegepast die bestand zijn tegen langdurige warmte en droogte, maar ook tegen tijdelijke overstroming bij piekregenbuien. In relatie tot biodiversiteit wordt bij nieuwe aanplant voor inheemse soorten gekozen waar dit met oog op klimaatverandering kan en voor uitheemse soorten als dat vanuit klimaatoogpunt beter is op de lange termijn. Gevolg is dat vooral in hoog stedelijk gebied meer exotische soorten worden geaccepteerd. Bij de exotische soorten worden soorten gekozen die zoveel mogelijk waarden voor de Nederlandse flora en fauna (de biodiversiteit) vervullen. Bijvoorbeeld doordat er veel insecten van de soort kunnen leven.
Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
44
•
•
• • • • • •
Plannen worden afgestemd op flora- en faunasoorten die van nature voorkomen in Dordrecht en daadwerkelijk van het plan kunnen profiteren. Om dit te bereiken kan met doelsoorten worden gewerkt. Dit zijn flora- en faunasoorten waarvoor maatregelen kunnen worden getroffen waar veel andere soorten ook van profiteren. In diverse documenten (zoals Groenblauwe Visie, Urbansiten 2020 en Natuurwaarden op het eiland van Dordrecht, Bureau Stadsnatuur 2020) worden voorbeelden genoemd van doelsoorten die handvatten kunnen bieden bij planuitwerkingen in verschillende gebieden. De keuze van een doelsoort is maatwerk, per plan moeten passende doelsoorten worden gekozen. Beplantingen en bomen zijn (bio)divers in soorten, plantverbanden en combinaties met andere beplantingstypen, tenzij monoculturen wenselijk zijn vanuit cultuurhistorische- of gebruikswaarde. Monoculturen worden niet doelbewust afgebroken door bijvoorbeeld gezonde bomen te kappen. Diversiteit ontstaat op termijn door uitgevallen bomen en planten te vervangen door een andere soort. Boomstructuren worden versterkt met meer soorten bomen en onderbeplanting. In het ontwerp wordt variatie in soorten, leefgebieden en microklimaten nagestreefd met jaarrond voedselaanbod, nest-, schuil- en verblijfsgelegenheid.
Toepassing van meer ecologische/fauna voorzieningen in zowel de openbare ruimte als in/aan gebouwen (natuurinclusief bouwen) vergroot/verbeterd het leefgebied van diverse soorten flora en fauna in de stad. Indien aan de omvormingsvoorwaarden uit bijlage 4 wordt voldaan, heeft iedere watergang en -partij minimaal één natuurvriendelijke oever. Daarbij wordt voldaan aan de inrichtings- en beheervoorwaarden uit bijlage 4. Vanwege de waarde voor biodiversiteit kiest de gemeente voor lokaal geteeld plantgoed, spontane ontwikkeling van vegetatie en gebiedseigen zaden waar dit passend, mogelijk, realistisch en (kosten)efficiënt is. Beplanting draagt bij aan de aanwezigheid van wilde bijen. Plannen moeten voldoen aan de 4 V's: Voedsel, Veiligheid, Voorplanting en Verblijf. Om goed an deze verstigingsvoorwaarden te kunnen voldoen wordt ingezet op Verbinding en Variatie.
|
45
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
4.3.3 Biodiversiteit
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
4.3.4 Gezondheid Let op: Normen (vierkante meters en percentages) die horen bij onderstaande eisen en definities bij termen als ‘voldoende’ en ‘geschikt’ zijn (gedeeltelijk) nader uitgewerkt in de Beleidsregel spelen en bewegen en worden in 2021 verder uitgewerkt in de Beleidsregel nieuwbouw en herstructurering. • Bij zowel nieuwbouw als herstructurering is al in de initiatieffase van de ontwikkeling voldoende ruimte gereserveerd voor speel- en beweegplekken in een zogenoemd speelplan. Hierin worden zowel de formele als informele speelruimtes vastgelegd. Formele speel- en beweegplekken zijn fysiek ingericht met speel- of beweegelementen die een nadrukkelijke speel- of beweegfunctie hebben. Informele speel- en beweegplekken hebben geen nadrukkelijke speel- en beweegelementen, maar zijn toch voor spelen en bewegen geschikt. • Ingespeeld wordt op verwachtte (stedelijke) ontwikkelingen die leiden tot meer kinderen in een gebied, om ook in de toekomst in een toereikend aanbod formele speelplekken te blijven voorzien. • Geschikte speel- en beweegplekken zijn voldoende aanwezig, voor alle leeftijden (met focus op 0-19 jaar), evenredig verdeeld over de wijk, goed toegankelijk en gelegen op goed af te leggen loopafstanden voor diverse leeftijden.
• Buiten de formele speelruimte om wordt rekening gehouden met het veilig bespeelbaar zijn van de woonomgeving en wordt gezorgd voor voldoende informele speelruimte. Bijvoorbeeld door straten te voorzien van een bespeelbare stoep, van 3 tot 5 meter breed, bij voorkeur aan de zonzijde. • Nieuwe en bestaande speel- en beweegplekken worden aangekleed met groen(e randen). • Tussen speel- en beweegplekken en verkeerstromen (wegen en fietspaden) ligt een brede, groene buffer. Indien niet anders mogelijk zijn de plekken (met ondoordringbaar groen in combinatie met hekwerken) afgeschermd. • Bij nieuwbouw en herstructurering stimuleert groenblauw spelen, bewegen, langer verblijven, ontmoeten en/of beleven van nabije natuur. • Bij ieder nieuw ontwerp worden de mogelijkheden bewust onderzocht om spelen en bewegen en/of langer verblijven en ontmoeten te stimuleren via groenblauw. Deze mogelijkheden worden toegepast tenzij onderbouwd wordt aangetoond dat deze ingrepen niet realistisch of succesvol zullen zijn. • Bij ieder nieuw ontwerp wordt bewust onderzocht op welke manier groenblauw iets kan betekenen voor lichamelijk- en verstandelijk beperkten. Deze mogelijkheden worden toegepast tenzij onderbouwd wordt aangetoond dat deze ingrepen niet realistisch of succesvol zullen zijn.
• Iedere bewoner heeft dichtbij de woning toegang tot een met groenblauw aangeklede route en deze routes lopen van dichtbij de voordeur via groenblauwe structuren in de stad naar het buitengebied. • Ingezet wordt op het vergroten van (sociale) veiligheid van groenblauwe routes, speel- en beweegplekken voor alle leeftijden.
Groenblauwprogramma Dordrecht
|
feb 2021
|
46
Participatie Om vergroening van de stad en daarmee een verhoogde aantrekkelijkheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezonde leefomgeving te bereiken, wordt samengewerkt met inwoners, scholen, bedrijven en (vrijwilligers) organisaties. Deze samenwerking maakt dat de Dordtenaar zich betrokken voelt bij het groenblauw. De samenwerking tussen gemeente en Dordtenaren op het gebied van groen en blauw bevordert sociale cohesie en stimuleert daarmee een veilig leefklimaat. Participatie is mogelijk op verschillende niveaus. Per project of nieuwe ontwikkeling wordt bepaald welke participatieniveaus van toepassing zijn. • Mee weten: Dordtenaren worden geïnformeerd wanneer er een ingrijpende of bijzondere verandering plaatsvindt, zoals de jaarlijkse aftrap van het bestrijden van de eikenprocessierups. • Mee denken: Dordtenaren worden gevraagd om input te leveren aan de hand waarvan de gemeente beleidsmatige (beheer)keuzes maakt. • Mee beoordelen: Dordtenaren worden gevraagd om feedback te geven op de beleidsmatige (beheer)keuzes die de gemeente in concept heeft gemaakt. Aan de hand van deze feedback kunnen de keuzes nog worden aangepast. De gemeente blijft uiteindelijk beslissingsbevoegd. • Mee beslissen: Dordtenaren worden gevraagd om feedback te geven op de beleidsmatige (beheer)keuzes die de gemeente heeft gemaakt.
In deze situatie zijn de gemeente én de Dortenaren beslissingsbevoegd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen op straatniveau wanneer de gemeente meerdere herinrichtingsvoorstellen heeft liggen en de buurt er één mag kiezen. • Mee doen: Dordtenaren kunnen groen adopteren om zelf te beheren, bijdragen door bijvoorbeeld afval op te ruimen of onkruiden te verwijderen, of meedoen met georganiseerde activiteiten zoals een (boom)plantdag. Ook kunnen zij de eigen leefomgeving (tuinen en erven) betrekken bij het Dordts groenblauw door tegels te vervangen door beplanting. De gemeente stimuleert Dordtenaren om hun eigen terrein te vergroenen en/of klimaatadaptief te maken. Op dit moment wordt gewerkt volgens het plan van aanpak “Wij maken Dordt groen”. Dit plan kan in de loop der tijd worden aangevuld en verbeterd. Ook werkt Dordrecht vanaf 2014 met participatiebestekken voor participatie van bewoners bij het openbaar groen Op deze manier biedt ieder onderhoudsbestek ruimte voor participatie en stimulering van Dordtenaren. Centraal bij het aanzetten tot participatie staan: • De gemeente deelt actief kennis en promoot de waarde van groen. • De gemeente neemt figuurlijke drempels weg. • Waar nodig geeft de gemeente adviezen over bijvoorbeeld een groenere tuin, dak of gevel of meer faunavoorzieningen zoals nestkasten.
Er komt in 2021 onder andere een tuincoach die burgers in de wijken persoonlijk advies geeft over het klimaatbestendig, biodivers en mogelijk onderhoudsarm aanleggen van hun tuinen. • Voor scholen is er een Dordtse regeling voor groenblauwe schoolpleinen om te stimuleren dat steeds meer scholen een natuurlijk schoolplein krijgen. Ter ondersteuning van bewonerinitiatieven is een beslisboom ontwikkeld. Hierin zijn verschillende voorbeelden van initiatieven opgenomen. Per initiaitef is omschreven wanneer uitvoering mogelijk is, wat aandachtspunten zijn en vanuit welk budget het initiatief kan worden betaald. Voor de verwezenlijking van biodiversiteitsambities is de Werkgroep biodiversiteit in het leven geroepen. Hierin zijn alle Dordtse, groenblauwe organisaties en overheden vertegenwoordigd. Leden wisselen onderling monitoringsgegevens uit, om meer te weten te komen over de status van de Dordtse biodiversiteit. De werkgroep voert overleg om ecologische kansen te signaleren en benutten en knelpunten samen op te lossen.
|
47
Bijlagen | 7. Kosten | 6. Eenmalige acties | 5. Beheer en onderhoud
4.4
4. Beleiduitgangspunten | 3. Uitgangssituatie 2020 | 2. Visie | 1. Inleiding
4.5
Integrale samenwerking intern Integrale samenwerking is nodig omdat de thema’s aantrekkelijkheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en gezondheid veel raakvlakken hebben en elkaar kunnen versterken. Biodiversiteit versterken tegenover het bereiken van een klimaatbestendige leefomgeving is een goed voorbeeld van samenhangende ambities waarbij integraal werken absoluut noodzakelijk is. In sommige situaties, zoals bij vergroening van de buitenruimte, gaan het verhelpen van klimaatproblematieken en het versterken van biodiversiteit gezamenlijk op. In andere situaties, zoals het voedselrijker maken van de bermen t.b.v. watervasthoudend vermogen, zouden klimaatmaatregelen van nadelige invloed zijn op de biodiversiteit. Het volwaardig betrekken van thema biodiversiteit bij thema klimaatbestendigheid is daarom altijd noodzakelijk om een gedegen afweging te kunnen maken en mee koppelkansen te kunnen benutten. Ook tussen andere ambities en thema’s is het zoeken naar samenhang belangrijk om tot de beste resultaten te kunnen komen. Om verschillende ambities zo goed mogelijk waar te kunnen maken hanteert de gemeente Dordrecht intern dan ook een integrale werkwijze. Als het gaat over de openbare ruimte wordt de beheer- en projectorganisatie van verschillende disciplines (zoals groen en riolering) onderling steeds beter op elkaar afgestemd.
Hiervoor is de zogenaamde Programmeertafel ingesteld en word in de toekomst ook naar een Groenblauwe structuurkaart met daarop de huidige situatie én geambieerde situatie toegewerkt. De Programmeertafel is een team waarin alle beheerdisciplines en het team stedenbouw (stedenbouw, verkeer en landschap) zijn vertegenwoordigd. Ambitie is om ook de beheerders van nutsvoorzieningen toe te voegen zodat ook de daarbij horende planning integraal kan worden afgestemd. Integrale afstemming van planning en projecten wordt ondersteund door een GIS-projectenkaart die inzicht biedt in aankomende (ongeveer binnen 5 jaar) projecten. Ambitie is dat de Programmeertafel gaat voorzien in één kernteam en digitaal informatiesysteem, waarin alle disciplines en organisaties die maatregelen uitvoeren in de openbare ruimte zijn vertegenwoordigd. Wanneer een straat op de schop gaat worden knelpunten integraal aangepakt en verbeterkansen integraal uitgewerkt. De projectenkaart en Groenblauwe structuurkaart zijn op elkaar aan te sluiten (compatibel) en vormen samen één digitaal werkproces. Op de structuurkaart staan de bestaande structuren waaraan beschermingsbeleid is gekoppeld en toekomstambities om deze structuren te versterken en specifieke locaties in Dordrecht te verbeteren op gebied van aantrekkelijkheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit of gezondheid.
Zodra een toekomstambitie van de Groenblauwe structuurkaart spoedig (ongeveer binnen 5 jaar) wordt gerealiseerd, wordt deze ambitie opgenomen op de projectenkaart. Na realisatie wordt op de Groenblauwe structuurkaart aangepast dat de structuur niet langer een ambitie betreft, maarreeds gerealiseerd is en daarme onderdeel is gaan uitmaken van de bestaande groenblauwe structuur. Hierdoor wordt het beschermingsbeleid daar automatisch op van toepassing. Om soepele, integrale samenwerking te bereiken en in stand te houden is het voor de afdeling projectontwikkeling belangrijk dat vooraf duidelijk is waarmee rekening moet worden gehouden. Bijvoorbeeld met bestaande of te realiseren groenblauwe- en boomstructuren, faunapassages, beweeg-, klimaat- en biodiversiteitsmaatregelen. Goede projectvoorbereiding is hierbij noodzakelijk. • Kennis nemen van dit Groenblauwprogramma en soortgelijke documenten speelt hierbij een rol. • Voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen wordt een oriënterend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Aanwezige, al dan niet beschermde, soorten worden door een QuickScan in beeld gebracht. Effecten van de geplande ontwikkeling op het lokale ecosysteem worden ingeschat en deze inschatting wordt gedurende het proces bijgesteld.