2022-09-20 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf
Tekst van het document
Alleen, de heer Hartmeijer gaat nu weer vragen stellen aan de wethouder en het is de bedoeling dat u aangeeft wat u vindt en niet de bedoeling dat u inderdaad vragen gaat stellen weer die u vooraf ook technisch eventueel had kunnen voorleggen aan het college. Dit om de vergaderdiscipline inderdaad ook strak te houden. Dus vandaar, mijnheer Hartmeijer, dat is ook de opdracht vanuit uw commissie ook om hier een oordeel over te gaan geven.
61
De heer Hartmeijer: Nou ja, mijn betoog zou zijn geweest dat wij vraagtekens stellen om daar horeca te realiseren, omdat we eigenlijk uitgaan van een natuurgebied. Maar goed, als er al besloten is dat er een gebouw komt met eventuele invulling, dan moeten wij opnieuw gaan beraden wat wij dan daarvan vinden. De voorzitter: Nou, ik geef u even mee dat Gewoon Dordt heeft de politieke vraag gesteld: als we gewoon helemaal niks doen. Dat is dan toch inderdaad misschien een beetje een aanvulling van wat u heeft. Misschien is het dan wel handig dat we dan eerst eventjes nog naar Gewoon Dordt gaan om dat punt dan af te handelen. Dan wil ik de heer Kleinpaste het woord geven. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik zal niet onder stoelen of banken steken dat wij nooit heel erg enthousiast zijn geweest over dit plan. De inleiding van de wethouder stelt mij niet gerust, want het plan wordt er niet duidelijker, maar veel vager op, namelijk: als we nou eerst maar een klap ergens op geven, dan kunnen we daarna wel zien wat het uiteindelijk ooit misschien wel eens zal gaan worden. Ik vind dat een bijzonder merkwaardige manier, ik ben er ook geen voorstander van. Ik bedoel, Gewoon Dordt had liever ontwikkeld gezien De Viersprong. We kennen allemaal de problemen die daaromheen zijn gerezen, maar dat zijn problemen die in de samenwerking zitten waar je best wel wat mee kunt doen.
Ik ben niet zo gecharmeerd van een plan met een open eind waar een heleboel participatie nog – ik ben dol op participatie, by the way – waar een heleboel participatie voor nodig is om te kijken hoe het plan er uiteindelijk uit gaat zien. Ik heb zoiets: beter dan het maar in de ijskast zetten, omdat dit een volkomen onduidelijke route is die we dan met elkaar ingaan en je eigenlijk feitelijk nu niet weet waar je een klap op geeft en waartoe je besluit. De voorzitter: Nou ja, dat is duidelijk, dat is ook een mening. Dus dat is in ieder geval ook richting de heer Hartmeijer. Maar ja, dit is natuurlijk een dossier al met een aardige baard en ja, om het nu weer in de koelkast te gaan zetten, dat was in ieder geval niet de opdracht vanuit uw commissie om dit als oordeelsvormig hier neer te leggen dus. De heer Kleinpaste: Ons oordeel is gewoon: laten we het gewoon niet doen. De voorzitter: Ja, nou, dat is duidelijk. Dan kijk ik natuurlijk naar de derde partij die in ieder geval een politieke vraag heeft geformuleerd en dat is dan de VVD. Past dit voorstel voldoende bij de eerder meegegeven kaders en de visie van de gemeente voor dit gebied? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, de Dordtse VVD vindt het een goed idee om het gebied te ontwikkelen voor dagrecreatie, zodat het meer aansluit op de Nieuwe Dordtse Biesbosch.
In de afgelopen coronajaren hebben veel mensen deze geweldige achtertuin … De voorzitter: Even de microfoon iets meer voor de mond, want anders wordt het niet goed opgenomen, maar dat geeft niet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Sorry. Als je gefietst hebt of gewandeld, is het fijn dat je daarna wat kan eten of drinken en ook voor educatie en spel is dit een geschikt gebied. Het is niet de bedoeling om hier een festivalterrein van te maken, maar juist de mensen
62
die het groen waarderen een prettige en ontspannen achtertuin van de stad te geven. Onze stad is als een huis met vele kamers, van het Scheffersplein tot het stilste plekje in de Biesbosch waar zelfs een fluisterende vogelaar al te veel is. In dat huis van Dordrecht is ook behoefte aan een kamer als het dagrecreatieterrein. Geen meditatieruimte waar je hooguit mag fluisteren, geen repetitieruimte van een hardrockband waar je elkaar niet kan verstaan, maar een gezellige, vrolijke achtertuin. Een plek waar gelachen wordt, waar je lekker wat kan eten en drinken, waar je kinderen gezellig kunnen ravotten en aan het spelen zijn en die perfect aansluit bij een mooie wandeltocht door de Nieuwe Dordtse Biesbosch. De Dordtse VVD is daarom positief over de plannen van het dagrecreatieterrein. Wat ons betreft is het een aanvulling voor een groeiende stad. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Even kijken waar … Ah, de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik wil daar wel graag een vraag over stellen, als dat mag. De voorzitter: Ja, daar zijn we hier ook voor. De heer Kleinpaste: Want dit is natuurlijk al in zekere zin een tamelijk uitgehold plan. Er komt geen zwemplas, op bescheiden schaal kun je daar wat recreëren. Dat kun je in de Nieuwe Dordtse Biesbosch op andere plekken ook al, dus de toegevoegde waarde lijkt mij dan gering.
Wat maakt u zo enthousiast over een plek waarvan het nog volkomen ongewis is wat we er straks kunnen doen? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik woon zelf vlakbij de Dordtse Biesbosch en vooral in coronatijd heb ik heel veel door de Dordtse Biesbosch heen gelopen, het nieuwe gedeelte. Als je daar aan het wandelen bent, dan heb je af en toe best wel trek in een kopje koffie of een kopje thee en dat is gewoon niet mogelijk in dat gebied. Of je moet helemaal lopen naar de Kop van ’t Land. De heer Kleinpaste: Of De Viersprong. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Of naar De Viersprong, die heel vaak niet open is. Dus van het recreatieterrein, als je daar dan loopt naar De Viersprong, dat is een behoorlijke wandeling om dat even te doen. Als je alleen in de Dordtse Biesbosch loopt, als je daar dan ook wat kan drinken, dat zou prettig zijn. Verder vragen? De voorzitter: Wie nog meer op dit onderwerp? De heer Groenewege, ja. De heer Groenewege: Ik heb geen interruptie, hoor. De voorzitter: Nee, nee, nee, daar ging ik ook niet van uit, maar ik vroeg me af of iemand nog een oordeel had over dit … De heer Groenewege: Ik heb zeker een oordeel. De voorzitter: Nou, mooi.
63
De heer Groenewege: Ons oordeel als Partij voor de Dieren over het idee achter het dagrecreatieterrein is positief. Dat je een recreatieterrein inricht wat ervoor zorgt dat minder recreanten in de echte beschermde Dordtse natuur terechtkomen, waardoor je die ontlast, dat vinden wij een goed idee. Maar bij dit terrein is niet echt duidelijk of het echt ook die functie gaat hebben. Dat is niet onderzocht, zo bleek uit de beeldvormende sessie – voor de zomer was die volgens mij – en het is ook niet teruggekomen, dit aspect, in de extra technische beantwoording vanuit het college. Dat voor ons is al voldoende reden om te zeggen: waar stemmen we nu eigenlijk voor? We stemmen eigenlijk voor meer recreatie in het groen en het is niet duidelijk of dat ook daadwerkelijk de natuur helpt. Dan een tweede aspect waarbij ik me wil aansluiten bij Gewoon Dordt, de horeca. De hele Dordtse natuur vol sprenkelen met horecaetablissementen, daar is de Partij voor de Dieren niet voor. We zijn het ook eens met het punt van Gewoon Dordt, wat zij ook al in de beeldvormende sessie hebben geopperd, dat de horecagelegenheid bij De Viersprong gewoon super niet-optimaal benut wordt op dit moment. Daar is al een parkeergelegenheid, die hoef je niet opnieuw aan te leggen. Dus die twee aspecten maken het voor de Partij voor de Dieren op dit moment zo dat wij niet voor dit voorstel zouden zijn.
De voorzitter: Duidelijk. Wie nog meer? De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Het uitgangspunt even vooraf: we willen een breed draagvlak bij omwonenden, dat is behoorlijk gepeild, en bij de inwoners van Dordrecht, daar weten we eigenlijk nog niks van. Vervolgens hebben we ook gesteld in het verleden: recreatief gaat boven educatief op dat plekje. En ik heb ook gelezen: we moeten zorgen voor een divers recreatief aanbod, dus het moet iets anders gaan worden. Nou, er is nu nog heel veel onzeker. Er is veel gesproken met de omwonenden, we weten in ieder geval: er komt geen intensieve en uitbundige vormen van recreatie. Zwemplas komt er niet, dus de illustraties die nog steeds in die verbeelding staan, die doen niet echt meer recht aan wat er gaat komen, volgens mij. Tegelijkertijd gaan we wel vragen om een wijziging van het bestemmingsplan om ruimte te bieden aan horeca en meer geïnteresseerden te gaan verleiden tot investeren. Wij vragen ons nog steeds af of die uitbreiding noodzakelijk is. In de ambtelijke toelichting wordt gepoogd te motiveren waarom die horeca en die uitbreiding zo belangrijk zijn. De zwemplas is al geschrapt, als je nu ook de horeca schrapt, is het de vraag of een recreatieterrein nog wel zinvol is. Ik dacht, je kan het ook omdraaien. Als die zwemplas geschrapt is, kun je je afvragen of er nog behoefte aan horeca is.
En omdat het gebied bedoeld is voor alle inwoners van Dordrecht, zijn wij eigenlijk heel benieuwd: wat willen zij? Dat participatietraject moet nog gestart worden en het lijkt ons voorbarig om nu al wijzigingen door te voeren in het bestemmingsplan, terwijl we eigenlijk nog niet weten wat wij en zij, de inwoners van Dordrecht, precies met het gebied willen. Natuurlijk zijn er kaders, maar daarbinnen is nog steeds veel mogelijk. Is het daarom niet wijs om eerst in gesprek te gaan met de inwoners, daarna nog eens goed naar de plannen te kijken? Let op: wij zijn niet per definitie tegen een multifunctioneel gebouw op deze locatie, maar wij zouden graag eerst bevestigd willen zien of die behoefte breed leeft onder de inwoners van Dordrecht. En een bezoekerscentrum waar de SP het over heeft, dat lijkt ons eigenlijk meer van hetzelfde en dus geen goed plan. Tot zover, voorzitter.
64
De voorzitter: Duidelijk. In ieder geval, als ik het even samenvat, u stelt: laten we eerst een participatietraject ingaan. Maar dan is natuurlijk wel de vraag: dat participatietraject, op basis van het huidige plan van dagrecreatie en natuurlijk ook nog een plas. De heer Struijk: Ja, maar wat het nou precies gaat worden, dat is mij in ieder geval nog niet duidelijk, laat staan de inwoners. Ik heb het hele plan, ik heb daar een verbeelding bij, maar ik weet eigenlijk heel zeker dat die verbeelding totaal niet klopt. Dat kun je ook zo niet aan de inwoners presenteren, hè, beachvolleyballen zie ik allemaal en bootjes varen door een plas waar je volgens mij maar maximaal tot je knieën in kan. Dus ik denk dat de bewoners het nog niet duidelijk is, dat dat duidelijk gemaakt moet worden, dat hun mening gevraagd moet worden: hoe moet dat recreatieterrein er nu precies uitzien, en wat willen jullie daar? Er zou heel goed uit kunnen komen: wij willen daar een heel grote horecagelegenheid. Prima, maar dat wil ik eerst weten, want misschien willen ze wel, net als ik persoonlijk, een gebied waar je lekker doorheen kan wandelen, rustig. Het zou zomaar kunnen. De voorzitter: Ja, nee, dat is natuurlijk … Ik bedoel, crystal clear wou ik zeggen. Ik wou zeggen Paul, maar je hebt je bordje vergeten, dus ik ben je achternaam weer kwijt. De heer Den Hartog: Den Hartog.
De voorzitter: Den Hartog, neem me niet kwalijk. De heer Den Hartog voor GroenLinks, zonder bordje. De heer Den Hartog: Excuses, hij staat nog op de tweede rij, ik was hem vergeten. Voorzitter, bedankt. Er is al geconstateerd dat er een recreatiedruk in Dordrecht, dat die groot is, dus er is behoefte aan met name rustige recreatie. In principe staan wij positief tegenover het raadsvoorstel. Er zijn wel een paar … Dank u. Er zijn wel een paar onduidelijkheden en dat is allereerst, wat ons betreft moet het gaan om een aanvulling. Er is al iets als de Merwelanden, dat wordt omschreven als intensieve dagrecreatie. Er is al iets als De Elzen en De Viersprong, dat wordt omschreven als actieve recreatie en de Nieuwe Dordtse Biesbosch zou rustige dagrecreatie moeten zijn. Dat betekent dat het plan wat mij betreft daarin moet passen. Dan zijn er twee dingen die mij opvallen. Dat is natuurlijk dat gebouw waarvan we, de invulling ervan, daar gaan we het niet over hebben, maar het lijkt me wel dat hoe groot dat gebouw is, dat dat invloed heeft op hoe druk het gaat worden. Ik denk niet dat we een tweede Merwelanden moeten of willen, want dat is intensieve dagrecreatie. Dus de grootte lijkt mij er wel toe doen. Het tweede punt is, er wordt gesproken van het parkeerterrein 50 naar 125 uit te breiden, mogelijk naar 300. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ik heb toch behoefte aan een interruptie, want ik ben wel benieuwd wat GroenLinks dan precies zou willen. Want we hebben het over een gebouw waarvan de bestemming nog onduidelijk is, waarvan de grootte nog onduidelijk is. Wat is dan specifiek de wens van GroenLinks waarop ze baseren dat ze dat plan wel zouden willen
65
omarmen, en hoe groot moet volgens jullie dan het gebouw zijn, zeker ook de parkeerruimte eromheen? Dus wat zou je daar dan zelf willen projecteren? De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik dacht dat ik dat in mijn inleiding gezegd had, er is een recreatiedruk, dus er is een behoefte. De heer Struijk zei net al iets over de bewoners bevragen. Dat is gedeeltelijk natuurlijk al gedaan, want dit plan is gemaakt mede in samenspraak met de omwonenden. Er is dus behoefte aan die rustige dagrecreatie en dat is wat GroenLinks wil, vandaar dat ik twee bedenkingen heb waarvan ik net naar de tweede toe wilde gaan. De heer Kleinpaste: Als ik er nog één vraag over mag stellen dan, want er is … De voorzitter: De heer Kleinpaste vraagt het woord. De heer Kleinpaste: Via de voorzitter. De voorzitter: U heeft het woord. De heer Kleinpaste: Dank u wel. Goed, mijnheer Van der Net. U zegt: die behoefte is al gepeild. Nee, er is aan omwonende belanghebbenden gevraagd hoe zij ertegenover staan. Dan kun je wel uitkomen op rustige recreatie, ik heb daar wel een beeld bij. Als je, zoals de heer Struijk zegt, de Dordtse bevolking gaat bevragen, zou daar een hele andere vorm van recreatie uit kunnen komen. Dus ik weet niet of de stelling dat die behoefte is zoals u hem schetst een reële stelling is. De voorzitter: De heer Den Hartog.
De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk zo dat andere vormen van dagrecreatie zijn al aanwezig, dus als er behoefte is aan intensieve dagrecreatie, dan hebben we dus al de Merwelanden. Daar hoeft dit niet voor te worden ontwikkeld. Als het gaat om actieve recreatie, dan hebben we dus al De Viersprong en De Elzen, daar hoeft dit gebied niet voor ontwikkeld te worden. Dus is het logisch dat het aanvullend moet zijn met een andere invulling en dan kom je dus uit op die rustige dagrecreatie. Zal ik doorgaan naar mijn tweede punt? De voorzitter: Dat lijkt me verstandig, ja. De heer Den Hartog: Dank u. De heer Groenewege: Voorzitter? De voorzitter: O, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Begrijp ik de heer Hartog goed dat hij nu beweert dat we nergens anders in Dordrecht rustige dagrecreatiekansen hebben en dat we daarom dit terrein moeten ontwikkelen? De voorzitter: De heer Den Hartog.
66
De heer Den Hartog: Nou, het gaat natuurlijk niet om niet, het gaat erom dat er een behoefte is aan meer. Voor andere soorten recreatie zijn er al plaatsen en voor dit is een behoefte. Dat horen wij ook van mensen die we spreken. Hoe groot dat is, nou, dat moet dan onderzocht worden. Daar sta ik ook achter, hoor, maar wij denken wel degelijk dat die behoefte er is. De heer Groenewege: Voorzitter, een vraag aan GroenLinks. Moet die behoefte niet onderzocht worden voor we instemmen met dit voorstel, in plaats van daarna? Dat is toch een veel logischere volgorde? De heer Den Hartog: Dat is natuurlijk een logische volgorde, maar aangezien het onderzoek naar behoefte, omwonenden is vrij ruim, die hebben daar ook mee te maken. Er is natuurlijk wel degelijk het nodige aan onderzoek gedaan, dus ik denk wel degelijk dat je daar plannen op kan maken. De voorzitter: Uw tweede punt nog steeds, dacht ik. De heer Den Hartog: Het tweede punt, ik was er net aan begonnen, het parkeerterrein van 50 uitbreiden naar 125, en er wordt ook nog gezegd mogelijk later naar 300. Dat lijkt me erg groot, zeker als je het weer vergelijkt met de Merwelanden, daar begint het dan op te lijken. Wat ik vooral ook zie is als het gaat om een rustige dagrecreatie met verloop naar natuur, dat staat er dan ook nog bij, dan zou je veel eerder denken aan meer fietsstalvoorzieningen en daar wordt niet over gerept.
Dus ik zou vooral daar de focus op willen zien. Dat kan dan ook nog samengaan met allerlei invullingen als overdekt, zonnepaneel erop, desnoods oplaadpunten voor elektrische fietsen en dergelijke in het kader van de transitie die we doen. Als allerlaatste heel klein puntje wil ik nog noemen, de mindervaliden worden alleen genoemd bij het natuurpad waar ze geen toegang toe hebben. Ik zou heel graag wel iets willen horen expliciet over dat dan in ieder geval de rest van het gebied toegankelijk is voor die mindervaliden. Dank u. De voorzitter: Duidelijk. Wie kan ik het woord geven? De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Het CDA Dordrecht begrijpt heel goed dat we weer spreken over het dagrecreatieterrein, omdat er nu eenmaal verplichtingen liggen vanuit de samenwerkingsovereenkomst, dus niets doen is geen optie. Als ik de beeldvormende sessie goed op me heb laten inwerken, zien wij dat het pijnpunt vooral zit in het aantal vierkante meters voor de horeca en de zwemrecreatie. Wat dat betreft, het aantal vierkante meters van de horeca vindt het CDA Dordrecht het van belang dat de horeca kleinschalig is en passend binnen het gebied.
Er is vooralsnog geen reden om dit uit te breiden naar meer vierkante meters en wat ons betreft is het van belang dat er begonnen wordt met de aanleg van het dagrecreatieterrein en als een grotere ruimte onontkoombaar is kan dit na participatie met bewoners alsnog in gang worden gezet. We begrepen ook dat met betrekking tot de horeca er onvoldoende is geparticipeerd met bewoners, maar we begrijpen ook dat er wel een participatietraject op gang wordt gezet. Wat ons bevreemdt is de stelling in het memo van de ambtelijke toelichting, daar staat dat de zin van een dagrecreatieterrein wordt betwijfeld als het multifunctionele gebouw wordt geschrapt. Wij zijn wel benieuwd waar dat vandaan komt. Impliciet betekent dit dat het succes van het dagrecreatieterrein wordt opgehangen aan horeca of een multifunctioneel gebouw, in plaats van andersom. Dan ten aanzien van de …
67
De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ja, als het lampje blijft branden, dan weet ik wie er gesproken heeft, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Sorry, ik doe hem altijd eventjes uit. De voorzitter: Ja, dat geeft niks. De heer Kleinpaste: Ik doe hem altijd even uit totdat ik het woord krijg, excuus. De voorzitter: Dan denk ik: waar komt die stem vandaan? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Niets doen is geen optie, zei de heer Klerk al. Wat mij betreft is iets, als we het niet gedefinieerd doen, ook niet echt een optie. Hij legt al een pijnpunt bloot als het gaat om dat gebouw. Is de heer Klerk niet bang dat het gebouw als zodanig gewoon de enige trekpleister wordt? De heer Klerk: Nee, ik denk juist dat we daarom moeten beginnen met het aanleggen van het dagrecreatieterrein en dat het gebouw dienend moet zijn aan de omgeving waarin het komt te staan, dus niet bij voorbaat daar een bestemming aan geven. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: De heer Klerk begon zijn betoog met: niets doen is geen optie. Hij presenteert het gebouw dat gerealiseerd wordt alsof het er sowieso komt, maar volgens mij is dat niet zo. Als wij niets doen, als wij dit raadsvoorstel wegstemmen, dan wordt er een casco gerealiseerd, staat er in die memo, van vijftig parkeerplaatsen, een fietspad en een waterbergingsopgave, maar geen gebouw.
Dus waarom presenteert de heer Klerk het gebouw als een staand feit? De heer Klerk: Ik ga daarmee in op het punt uit het raadsvoorstel dat er gevraagd wordt om een bestemmingsplanwijziging en in mijn conclusie kom ik daarop uit dat wij daar niet mee instemmen, omdat wij niet vinden dat het gebouw leidend moet zijn in het gebied. Dus eerst aanleggen. De kaders kunnen wat ons betreft vastgesteld worden: het gaat over dat dagrecreatieterrein, het moet dienend zijn daaraan en het moet niet andersom zijn. Blijkbaar is het gebouw wel een doorslaggevend iets als er nu al gesproken wordt over uitbreiding van het aantal vierkante meters, zonder dat er überhaupt nog iets is. De voorzitter: Interruptie door mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik wou even een aanvulling geven. Het gebied van de Dordtse Biesbosch is nu anderhalf jaar in gebruik en er zijn 81.000 bezoekers geweest. Dus dat er behoefte is aan iets van een mogelijkheid om iets te drinken of te eten is denk ik wel aanwezig bij 81.000 mensen die daar naartoe komen. Het gebouw is niet, wat er wordt gezegd, het gebouw om daar naartoe te gaan is niet zo. Je gaat naar de Dordtse Biesbosch toe en als je daar naartoe hebt gelopen is het erg fijn als je nog even wat kan drinken. Dus het is niet … Ik denk dat jullie allemaal er eens een keer
68
moeten gaan lopen, dat je daar weet hoe het is, want het is gewoon een schitterend gebied en het is gewoon heel prettig als je daar loopt. De voorzitter: Was het de termijn van de heer Klerk, nou begint iedereen. Heel kort, de heer Struijk, als reactie. De heer Struijk: Voorzitter, ik weet niet hoe vaak ze bij die 81.000 mij mee hebben geteld, dat zou zomaar honderd of tweehonderd keer kunnen zijn, want ik kom er vrijwel dagelijks. Ik moet eerlijk zeggen, ik waardeer de inbreng van mijn buurvrouw, maar ik heb daar nooit de behoefte om wat koffie te gaan drinken, want ik loop vervolgens gewoon weer naar huis. Daar is het ook lekker, en gratis. De voorzitter: Ja, dat is een persoonlijk argument, mijnheer Struijk. Maar we waren bij de heer Klerk nog steeds. De heer Klerk: Dank u wel. Nee, goed, even voor de duidelijkheid. Wij zijn wel degelijk voor kleinschalige horeca daar, maar goed, dus wel met de kaders die ik heb gemaakt. Dan was ik bij het tweede en het laatste punt, dat was die zwemrecreatie. Er wordt nu ook dat de zwemplas is afgeschaft, laat ik het maar even zo zeggen. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nu wil ik toch wel heel expliciet duidelijk hebben, want ik hoor het CDA zeggen dat ze gaan concluderen dat ze die bestemmingsplanwijziging niet zullen gaan steunen.
Maar als je er iets met horeca zou willen gaan doen, heb je een bestemmingsplanwijziging nodig, volgens mij. De heer Klerk: Volgens mij niet, want eerder is vastgesteld dat er uit wordt gegaan van horeca met een oppervlakte van 500 vierkante meter inclusief terras. Dat is het voorstel wat voorligt. De heer Kleinpaste: Oké, prima, helder. Dan ben ik daar even abuis. De voorzitter: Dat kan. De heer Klerk nog. De heer Klerk: Het tweede punt, dat ging nog even over de speelvijver. Daar wilde ik nog aanvullen dat het wat ons betreft een goed idee is om daarbij de genoemde krekenstructuur aan te sluiten om … Dan moet ik even kijken waar ik gebleven ben. Om de doorstroming en de waterkwaliteit ook te kunnen waarborgen. Een speelvijver die de hele zomer gesloten is in verband met blauwalg, dat willen we ook niet. Concluderend is het CDA Dordrecht van mening dat het goed is om de kaders vast te stellen, maar het voorstel van de bestemmingsplanwijziging voor het multifunctionele gebouw, daar kunnen wij niet mee akkoord gaan. Dat staat ook haaks op eerdere toezeggingen en dat er impliciet werd gesproken over kleinschalige horeca. Daar wilde ik het voor nu even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Stam, neem ik aan.
69
De heer Stam: Voorzitter, het is wel even lastig, hè, omdat ik ook in een vorig leven hierbij betrokken ben geweest. Maar dan kan ik twee dingen doen: dan kan ik mijn buurman souffleren, of ik kan zelf het woord doen. Als u daar mij permissie toe geeft, ga ik het toch liever zelf doen. De voorzitter: U bent raadslid, dus wat dat betreft kunt u uw eigen afwegingen maken, mijnheer Stam. De heer Stam: Prima. Ik snap de vraag van de wethouder heel goed. Ik bedoel, tien jaar loopt dit plan al. De gemeenteraad heeft in de vorige periode alles on hold gezet om te gaan onderzoeken wat de mogelijkheden waren bij De Viersprong. Nou, daar was de conclusie dat zwemmen daar niet mogelijk was. En nogmaals, de vraag van de wethouder is: geef mij nou alstublieft kaders mee waarmee ik dat gesprek aan kan gaan in de stad. Als je kijkt naar het participatietraject wat is doorlopen met de bewoners, daar hebben we een aantal wijzigingen doorgevoerd om in ieder geval dat participatietraject goed te doorlopen. Dat is gewoon perfect gegaan, dat heeft geleid tot een krekenstructuur, wat andere oordelen. Dus ik sluit me ook grotendeels aan bij de woordvoering van de VVD dat het gewoon een heel mooi gebied is wat je moet ontwikkelen. Eén ding vind ik wel heel bijzonder jammer, dat u zei dat er geen hardrockband mag oefenen. Maar goed, dat is een persoonlijk dingetje.
Maar als ik gewoon kijk wat je dan een college meegeeft, je moet wel iets hebben als college waarmee je het gesprek aangaat met de stad. Dus die kaders die hier dan nu voorliggen over een krekenstructuur, over een waterplas, over wellicht horeca, dat zou je wel mee moeten geven als vraag aan de inwoners. Want op het moment dat wij als gemeenteraad zeggen: we hebben nog even geen kaders. Waar gaan we dan het gesprek over aan? We willen het over alles hebben: gratis koffie – trouwens, bij mij kost de koffie thuis ook geld, dus … De voorzitter: De heer Struijk slaat aan bij de koffie. De heer Struijk: Voorzitter, dank u wel. Bij mij kost het ook een heel klein beetje geld, hoor, maar dan wordt het wel met liefde gezet. Ik ben het wel met u eens over die horeca. We hebben niks tegen horeca, dat mag je ook meegeven aan de burgers die in de stad wonen als je ze gaat ondervragen. Maar ik ben er nog steeds niet van overtuigd dat het bestemmingsplan, wat ruimte biedt voor 500 vierkante meter, uitgebreid moet worden naar 900. Ik laat me heel graag overtuigen, voor mijn part naar 9000, maar ik ben nog niet overtuigd. Als iemand mij kan vertellen dat dat nodig is, heb je mijn stem, maar eerder niet. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ik ga u ook niet overtuigen, want dat bestemmingsplan hoef je niet maximaal in te vullen.
En zoals met de bewoners is gesproken, is gezegd: laten we nou eerst die recreatie ontwikkelen en laten we dan kijken wat voor bezoekers daar komen en daar kan je altijd een multifunctioneel gebouw op afstemmen. Stel dat we nou echt die honderdduizend bezoekers krijgen, dan zou je kunnen kiezen voor een minimale invulling, voor een gemiddelde invulling van die horeca. Maar ik denk wel dat je het college en de wethouder wel mee moet geven dat ze wel kan nadenken: hoe ga je dat doen? Wat ik merk, ook de vorige periodes, dat we alles dichtgooien zodat je eigenlijk
70
het goede gesprek niet kan voeren met je omgeving. Dus met de bewoners zijn goede afspraken gemaakt: ga je natuur invullen en je recreatie, ga kijken hoe dat ontwikkelt, ga dan kijken wat voor multifunctioneel gebouw daarbij past – komen er veel scholen, wil je daar educatie gaan doen, wil je daar voorlichting gaan doen, een stukje horeca? Er zijn altijd mensen die niet thuis koffiedrinken en daar toch wel met hun fiets naartoe komen, want we willen ook als stad groeien, we willen doorgroeien naar maximaal 140.000 inwoners, dus dan gaat niet echt elke Dordtenaar naar een dagrecreatieterrein, maar dat zullen waarschijnlijk ook mensen van buiten de stad zijn, die moet je dan wel een plekje bieden om te parkeren. Of u moet zeggen: we hebben driehonderd plekken op de Bieshof, dan zetten ze daar de auto neer en dan fiets je naar de Nieuwe Biesbosch toe. Ik ben van mening, we hebben goed geluisterd naar de gemeenteraad, die heeft gezegd: ga in gesprek met de omwonenden, ga dat plan aanpassen. Dat is helemaal gebeurd en nu vraagt de wethouder nogmaals terecht: geef mij heldere kaders. Dus die kaders moeten wij gewoon nu meegeven en over de invulling wat ik hier nu links en rechts hoor, dat is helemaal de vraag niet. De vraag is: waar mag ik nu over gaan praten als college met de inwoners? Nou, dat is volgens mij heel duidelijk. De voorzitter: De heer Struijk.
De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Een laatste vraag. Nee, die invulling, prima, ga ik helemaal in mee, vul maar in. Maar mijn vraag is, en dat blijft nog steeds en ik heb het antwoord niet gehad: waarom moet nu het bestemmingsplan gewijzigd worden om 900 vierkante meter mogelijk te maken, want dat kan toch ook over drie jaar als dan blijkt dat daar behoefte aan is? En een tweede punt, u had het over die scholen enzovoort, enzovoort. Er is duidelijk gesteld: recreatie voor educatie. Dus ik weet niet of je daar met schoolklassen heen moet gaan. De heer Stam: Ze gaan eerst recreëren en dan gaan ze educatieve dingen doen. Dus dan kan ik hem heel makkelijk pareren. Maar nee, ik snap uw vraag wel over dat bestemmingsplan, maar aan de andere kant denk ik bij mezelf: wat is er nou zo super bezwaarlijk, heeft u dan zo weinig vertrouwen in uw eigen college, dat u een bestemmingsplan laat vaststellen en dat u bang bent dat ze overmorgen al gaan bouwen? Ik heb die vrees niet. Ik heb alleen zoiets: geef ze die kaders mee, laat ze daarover spreken en dan komen we toch weer terug over die invulling. Dan moet je nu eerst over twee jaar een bestemmingsplan en dan krijgen we weer een uitvoeringsplan en dan gaan we weer zeuren over bouwen. Dan gaan bewoners klagen bij de Raad van State: dit willen we niet.
Dus als je nu gewoon zegt: joh, doe dat bestemmingsplan, maar kom vooral terug met je invulling. Ik snap het bezwaar daar niet tegen. Tegelijkertijd zeg ik ook: als je over twee jaar terugkomt en we zeuren er niet over, mag het van mij ook. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Voorzitter, in ieder geval vind ik het wel heel mooi om te horen dat mijnheer Stam zoveel vertrouwen heeft, en Beter Voor Dordt dus neem ik aan, in het college. Ik heb ook vertrouwen in het college, hoor, daar gaat het helemaal niet om. Maar ik wil graag overtuigd worden en ik denk dat de wethouder straks dat misschien ook best wel gaat doen, want als u het al bijna kan, dan moet het haar ook lukken. Dank u wel, voorzitter.
71
De voorzitter: Duidelijk. Wie wil er nog, voordat ik de heer In ’t Veld … De heer In ’t Veld: Waar wij ons zorgen over maken met betrekking tot de kaders is ook dat multifunctionele gebouw waarin ook in de ambtelijke memo wordt gesteld dat het inkaderen van de openingstijden is niet gewenst, omdat de inschatting is dat dan geen valide businesscase gemaakt kan worden. In het kader staat nu van tien tot tien, ’s ochtends, ‘s avonds. Ik denk, als ze dat inderdaad van tien tot tien laat staan – en wat mij betreft terecht – dat je op voorhand bijna zeker bent dat je daar nooit een horecagelegenheid in krijgt, omdat het gewoon niet rendabel te maken is. Dus wat dat betreft vinden wij ook: kleinschalige recreatie, rustige dagrecreatie, prima, maar wees voorzichtig met dat je de kaders openzet voor een multifunctioneel gebouw. Nog even los van de afmetingen, maar ook: wat denken we daar te gaan bereiken? Ik bedoel, op een gegeven moment kan je tot de conclusie komen: dat gaat niet lukken. En wat dan? De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij willen heel graag op het dagrecreatieterrein inzetten. Het basisidee van het dagrecreatieterrein is wat wij begrepen om Dordtenaren de ruimte te bieden voor diverse recreatieve mogelijkheden.
Van dit begin lijkt steeds minder over te blijven en wij vinden het belangrijk dat mensen met een niet zo groot budget gebruik kunnen maken van die plek en daarom vinden we het dus ook enorm jammer dat de zwemplas er niet komt. Van het multifunctionele gebouw, dat vinden we vrij abstract klinken en we vragen ons af of horeca niet net zoveel overlast gaat geven als de zwemplas. Maar om het idee te laten bloeien vinden we dat we het inderdaad ook de Dordtenaren zelf moeten vragen over wat zij belangrijk vinden dat daar dan komt. De voorzitter: Duidelijk. Ik kijk even rond nog. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, even wat kleine aanvullingen. Er is al diverse keren aangehaald over de nut en de noodzaak van een dagrecreatieterrein. Eerder hebben wij vanuit onze hoedanigheid al aangegeven dat we zeker zo’n ruimte qua enerzijds behoefte, anderzijds als een mooie ontwikkeling op ons eiland vinden. Ten tweede, de discussie ging altijd over de grootte van dat gebouw.
Wat moet leidend zijn: is het recreëren leidend, of een gebouw leidend? Nou, ik heb het idee dat in dit plan nu vooral ook dat in tred met elkaar loopt, terwijl volgens mij de commissie altijd heeft gezegd: het recreëren, dat moet leidend zijn en er moet gezocht worden naar een exploitant die met een concreet plan komt, waarbij we ons vervolgens kunnen afwegen: is dat haalbaar qua afmetingen en dergelijke? Dat zie ik helaas nog niet terugkomen. Dat traject loopt nog, of nog niet, ik weet het niet. Wat mij ook overigens opvalt, we zijn van plan om een recreatieterrein te ontwikkelen waarbij we dus juist misschien degene die het hardst nodig heeft, de mindervalide, een beetje vergeten, want de toegankelijkheid is niet gegarandeerd. Ik zou dat toch wel als heel bezwaarlijk vinden, want recreëren vinden we allemaal belangrijk, maar ook juist die doelgroep die het misschien het vaakst doet. Dus daar zou ik echt wel ook een reactie van het college willen op basis van de huidige plannen. Tot zover. De voorzitter: Dat was hem. De heer Stam: Voorzitter?
72
De voorzitter: Ja, de heer Stam nog. De heer Stam: Toch nog één vraagje aan mijnheer Gündogdu. Bent u er dan met mij eens, de stelling die ik net innam, dat we dan eerst de recreatie zich moeten laten ontwikkelen en op basis van die ervaringen moeten gaan kijken welke horeca het beste daarbij past? De heer Gündogdu: Volgens mij, tot voor kort zaten we natuurlijk in dezelfde partij, mijnheer Stam – dat is geen publiek geheim – maar dat was de lijn die wij altijd hebben ingenomen, dat het recreëren, dat is een behoefte, dat is qua ambitie van deze raad en deze stad een logisch gevolg als je wil groeien als stad. Dus je hebt een recreatieterrein nodig, maar belangrijk daarbij is: de horeca is niet leidend, die moet volgordelijk aansluiten op de behoefte die er is. En 500 vierkante meter – persoonlijke mening – vind ik wel heel erg groot voor een horeca recreatieterrein, voor die locatie. De voorzitter: Ik kijk volgens mij nu naar de wethouder, die misschien nog wat meer verheldering kan brengen in wat er allemaal misschien moet gaan gebeuren nog. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Dat ga ik zeker proberen, want voor mij is het de derde keer dat we hierover spreken en ik merk dat nog steeds niet alles duidelijk is zoals het in het voorstel staat en zoals het ook in de visie is weggeschreven, dus ik ga echt een poging doen. Dat begint allereerst al met de status van de visie.
Dit is geen ontwerp, dit is een impressie van een bureau die heeft gezegd: als ik naar een dagrecreatieterrein kijk als wat u heeft gevraagd, dan zien wij deze mogelijkheden, zien wij deze kansen, ook wel uitdagingen. Ze hebben ook in de brede context van de hele Nieuwe Dordtse Biesbosch gekeken, inclusief de verwachtingen die er richting de provincie liggen. Dus inderdaad, zoals ook werd aangegeven, dit is een startpunt om gesprekken aan te kunnen gaan met de stad: hoe willen jullie nou dat dat gebied ingericht gaat worden, welke eisen en wensen komen daaruit voort? Zodat we naar dat ontwerp toe kunnen gaan werken, dan pas komen we in iets wat besloten wordt door uw raad en of dat inderdaad het plan is waar we mee gaan werken. Dat even op voorhand, dat we dat niet door elkaar halen, want ik hoor u steeds: waar besluiten we nou over? Nou, u besluit om mij, het college, de opdracht te geven om van start te gaan met het dagrecreatieterrein. Dat is precies ook wat hier steeds op tafel komt: er ligt nog niks vast, we gaan participeren met de stad om te komen tot die lijst van wat willen wij nou in dit gebied? Zodat we u een ontwerp kunnen aanbieden dat ook gedragen wordt door de samenleving. Dat kan dus nog alle kanten op gaan, want ik hoor al vragen en mooie opmerkingen: geen festivals, hou het rustig.
Nou, dat zijn nou precies al die argumenten en principes die we mee gaan nemen via het participatietraject. Ik hoor u goed: let op, niet te veel parkeerplaatsen. Dat is ook zo’n richtlijn die we kunnen meenemen. Denk aan de mindervaliden. Graag, maar we zijn wel eerlijk geweest: het wandelpad kunnen we niet aan voldoen, omdat dat met de Zeedijk een te moeilijke opgang is. Maar we zeggen niet dat de rest van het gebied geen rekening kan houden. De wens wordt hier al uitgesproken, ik weet zeker dat die ook uit de participatietrajecten naar voren zal gaan komen, dus die nemen we ook mee in het volgende traject. Dus heel veel, waar u zich wel al gelukkig ook druk om maakt, gaat nog terugkomen. In die zin willen we eigenlijk alleen van u dat u gelooft in dit terrein als een dagrecreatieterrein, aanvullend op wat we hebben. Zo wordt die ook ingestoken en ik hoorde de heer Groeneweg zeggen: heeft u dan onderzoek gedaan naar? Nou, dit is gebaseerd op het plan wat we met de provincie
73
hebben afgestemd en in de eerste fase van het participatietraject kan ik me zo voorstellen dat het nog een keer op tafel komt: hoe werkt dit nu met het goed verdelen van de drukte en het ontlasten van de kwetsbare Biesboschnatuur, zodat we ook echt wel dat terrein invullen als een van de toeristische overstappunten. Dat brengt mij wel bij een discussie die hier veel gevoerd is over een gebouw. Wat regelen wij nou eigenlijk met zijn allen in dat bestemmingsplan? Het enige wat wij in een bestemmingsplan nu regelen is een bouwvlak. Een bouwvlak waar mogelijk ooit een gebouw kan gaan komen. We weten niet hoe groot, we weten niet met welke activiteiten, het enige wat we vragen is: leg dat nou in een bestemmingsplan vast, zodat we in het participatietraject kunnen aangeven dat we zoveel vierkante meter beschikbaar zouden willen houden en dat in die afweging mee kunnen nemen: wordt het dan 300, wordt het 500, wordt het 1000? Ik hoor iemand 900 bieden, gaan we niet doen. Wat ik wel wil meegeven, en dat hebben we wel geprobeerd in het memo vast te leggen is: het huidige bestemmingsplan staat toe 500 vierkante meter exclusief terras. Hoorde ik ook iemand zeggen inclusief. Nee, dat is exclusief terras, dat heeft uw raad zo vastgesteld. Wat er ook in staat is dat er nog 1000 vierkante meter beschikbaar is voor een onderhoudsgebouw.
Daar hoor ik u niet over en dat is nu wel het voorstel wat wij gedaan hebben: laten we nou één multifunctioneel gebouw doen waarin we die diensten bij elkaar brengen, zodat er ook maar één bouwvlak nodig is om het samen te brengen. En ja, daar vragen we dan meer dan die 500 vierkante meter, maar we vragen minder dan de 1500 vierkante meter die nu in het bestemmingsplan mogelijk is. Dat wil ik u wel meegeven in uw totale afweging bij dit voorstel. De heer Struijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Ik heb hier voor me liggen: in het bestemmingsplan is nu 500 vierkante meter inclusief terras opgenomen. Is dat een tikfout? Mevrouw De Jonge: Waar leest u dat? De heer Struijk: In het raadsvoorstel, pagina … De tweede, denk ik. Dat zijn de beslispunten en dan krijg je bij het derde beslispunt: in het bestemmingsplan is nu 500 vierkante meter inclusief terras opgenomen. Of dit klopt, of ik heb steeds op het verkeerde been gestaan, maar dan wel op het verkeerde been gezet. Mevrouw De Jonge: Dan kijk ik even naar mijn buurvrouw, zoals u merkte, want daar komen wij dan zeker even op terug, want dat moeten we zeker weten. Mij was verzekerd dat in het bestemmingsplan exclusief, omdat het woord voorziening werd gebruikt. Nu ziet u al dat terminologie heel belangrijk is.
Maar neemt niet weg dat ik wou aangeven: in principe is er op dit moment al 1500 vierkante meter bouwvlak voorzien en dat zouden wij liever willen zien als één geconcentreerd gebouw waarvan dan 500 vierkante meter beschikbaar is voor het gebouw en nog een buitenruimte. Ook daarvan werd gezegd: wij komen graag naar uw raad om dat af te stemmen, want ook een terras aanleggen bestaat in principe in het huidige bestemmingsplan zonder dat daar nog aanpassing voor nodig is. De voorzitter: De heer Groenewege.
74
De heer Groenewege: Over die 1000 vierkante meter voor dat onderhoudsgebouw zie ik niets in het besluit. Dus hoe besluit de raad als we instemmen met dit raadsvoorstel om dat onderhoudsgebouw te schrappen? Ik zie dat niet. Mevrouw De Jonge: Wij vragen u nu om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat we die ruimte kunnen gaan vaststellen in het bestemmingsplan en dat daar een bouwvlak echt voor ingetekend wordt. Dat is nu nog niet in het bestemmingsplan gedaan. De voorzitter: Maar goed, misschien toch eventjes ook richting de wethouder. Dat staat niet in het besluit, dus ik begrijp wel het probleem van de heer Groenewege dat er natuurlijk inderdaad over zo’n onderhoudsgebouw wordt gesproken, terwijl het besluit het daar niet over heeft. Dus als we hier een klap op geven, besluiten we daar niet toe. De heer Groenewege: Dus als we hiervoor stemmen, dan stemmen we voor … We gaan dan van 500 vierkante meter inclusief terras naar 500 vierkante meter en 400 vierkante meter terras, dus 900 vierkante meter. Over die 1000 vierkante meter van dat onderhoudsgebouw besluiten we niks, dus dan heb je in totaal 1900 vierkante meter. Klopt wat ik zeg, of klopt er helemaal niks van? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Dat wordt gelijk al naast mij gecheckt, zie ik, dus die hou ik even vast, uw vraag, daar komen we zo op terug, als dat lukt.
Maar de intentie is er zeker om dat dus terug te brengen naar het multifunctioneel gebouw waarin die functies onder zijn gebracht. Ik vertelde net al, bij een toeristisch overstappunt, het recreatieknooppunt, hoort wel een horecafunctie. Ik merk dat sommigen daar ook over twijfelen, maar dit is wel altijd een uitgangspunt geweest om zo’n gebied aantrekkelijk te maken om daar te arriveren, te gaan recreëren en weer terug te komen en dan nog iets te nuttigen, of iets anders te doen. Nou, de zwemplas werd even over gesproken, die besluiten we ook echt om eruit te halen. We zitten hier een beetje in het kip/ei, ik heb geen capaciteit en geen middelen, die vraag ik aan u en dan kunnen we de visie nog aanpassen zodat het een eenduidig kader is geworden waarmee we aan de slag kunnen. Als laatste, voorzitter, volgens mij zitten wij volledig op één lijn als raad en college waar het gaat dat de bouw dienend moet zijn aan het gebied.
We willen ook de volgorde aanhouden dat we participeren over de inrichting van het gebied, waarna we kunnen bepalen: wat voor gebouw zou er dan nodig zijn, en wat zou dan de omvang moeten kunnen zijn van horeca? We willen ook samen criteria daarvoor opstellen met de inwoners, met de omwonenden, om dan vervolgens te kunnen kijken: is dat dan ook passend bij het gebruik van dit gebied? De heer In ’t Veld: Voorzitter, ik heb nog één vraag daarover, want inderdaad de horeca aanpassen aan het gebied, aan de behoefte, dan blijft er wel de vraag boven de markt hangen: krijg je daar dan inderdaad een exploitant voor? Ik moet eerlijk zeggen, persoonlijk heb ik daar een zwaar hoofd in. En wat zijn dan daarvan de consequenties? De voorzitter: De wethouder.
75
Mevrouw De Jonge: Dank u wel. We hebben bij de rondetafelgesprekken inderdaad een paar horecaondernemers, of ondernemers die mogelijk interesse in horeca hadden – want er zaten er ook bij die nu nog niet hebben, maar willen gaan doen – en die hebben aangegeven dat zij heil zien in horeca op deze plek. Dat was Horeca Nederland, dus die hebben best wel verstand van wat hun achterban wil. Maar nogmaals, als de inrichting zodanig oninteressant kan gaan worden voor een horecaondernemer, ja, dan hebben we dat bouwvlak over een kunnen we alsnog bij de inrichting gaan betrekken. Dat is uiteindelijk aan uw raad om op basis van de gegevens en de informatie die we dan hebben te zeggen: oké, blijkbaar is het voor horeca niet interessant, we kunnen de bestemming veranderen, we kunnen het … De voorzitter: De heer In ’t Veld, u vindt hier nog wat van? De heer In ’t Veld: Ja, inderdaad, want ik ben ook bij die vergadering geweest en wat mij bij is gebleven is dat ze met de beperkte vierkante meters, plus zeg maar de beperkte openingstijden zagen ze toch heel weinig heil op een gezonde businesscase uit te komen. Dus zo optimistisch waren ze niet zoals u stelt. De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: De wethouder heeft goed toegelicht wat er gebeurt als wij als raad instemmen met dit raadsvoorstel, maar ik ben ook benieuwd wat er gebeurt als we niet instemmen met het raadsvoorstel. De wethouder lijkt te suggereren dat die 500 vierkante meter horeca en die 1000 vierkante meter onderhoudsgebouw dan als een soort van zwaard van Damocles boven dat terrein hangt wat nog eventueel ooit gerealiseerd kan worden. Maar wat gaat er dan gebeuren met dat terrein als wij niet instemmen met dit raadsvoorstel? De voorzitter: Ja. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel, voorzitter. Altijd via u, hè? De voorzitter: Ja, nee, graag gedaan. Mevrouw De Jonge: Kijk, het liefst zoals het raadsvoorstel voorligt zou ik het door willen laten gaan. Maar ik hoor ook wel dat u best wel moeite heeft met de vierkante meters horeca op dit moment. Ik heb geprobeerd uit te leggen waarom wij het belangrijk vinden om een bouwvlak in het bestemmingsplan te hebben. Mocht u daar anders over denken, dan kunt u dat natuurlijk altijd amenderen. Ik vind het wel belangrijk dat we verder kunnen met dit dagrecreatieterrein. We hebben verwachtingen gewekt bij de provincie, de provincie weet dat we het in principe nu even heel klein hebben ontwikkeld, hebben ook gezegd: nou, vooruit, daar gaan we mee akkoord, omdat we zien dat de financiën op dit moment niet toereikend zijn.
Ze hebben ook wel in diezelfde wijzigingsovereenkomst gezegd: zodra er weer financiën komen, vinden wij wel dat u daar weer mee aan de slag moet. Nou, dat is dus even afhankelijk van hoe de provincie naar ons gaat kijken of ze zeggen: wij denken dat u toch wel weer ermee aan de slag kan. Het andere punt … De heer Kleinpaste: Voorzitter?
76
De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik wil dit ook graag heel erg goed begrijpen en helder hebben. Dus eigenlijk zegt de provincie: we zijn nu wel voor kleinschalig, maar als het even kan moet u iets groots neerzetten? Mevrouw De Jonge: Zal ik antwoorden? De voorzitter: Ja, ja, komt u maar. Neem me niet … Ik ben te informeel op dit moment, merk ik, wethouder. Mevrouw De Jonge: Ja, sorry. Nee, dat geeft niet. Nee, dat is niet de juiste voorstelling van wat de provincie heeft afgegeven. Zij hebben de visie op heel de Nieuwe Dordtse Biesbosch en daar staat dagrecreatie altijd al in, als het is een van die drie recreatieknooppunten en het is ook om wel op een licht intensieve, zoals ze dat zo mooi omschrijven, wijze van recreëren mogelijk te maken. Wat we hebben gedaan als gemeente is daar niet aan voldaan en dat is in afstemming met ze geweest, dus ze weten het. Het is dan ook niet geheim, maar er ligt wel een verwachting bij de provincie: zodra het mogelijk is, maken we wij dat dagrecreatieterrein af zoals het ooit bedoeld is. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Mag ik het zo concreet vragen: de provincie zou liever een zwemplas zien, of is dat niet het onderwerp? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Ik denk dat we daar nog wel met de provincie uit kunnen komen.
Ja, ze hadden het liefst wel de zwemplas gezien, want zo zijn ze ooit begonnen. Ik denk dat we daar nog wel mee wegkomen, maar ik denk dat we wel een hele goede uitleg moeten gaan hebben waarom we niet verder gaan met de ontwikkeling van het middenterrein en het totale gebied. En ja, dat is een keuze aan u als raad. Als u zegt, voor nu suggereert: stop ermee … De heer Kleinpaste: Voorzitter, mag ik er nog één … De voorzitter: De laatste even dan. De heer Kleinpaste: Mag ik er nog één interruptie aan wagen? De voorzitter: Ja, één keer nog, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Want ik ben dan heel erg benieuwd waaraan de wethouder de verwachting ontleent dat ze daar nog wel uitkomen met de provincie. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Dat ontleen ik aan de medewerking die we hebben gekregen van de provincie nadat u als raad al had besloten om de zwemplas eruit te schrappen, dat ze wel hebben gezegd: dan begint u maar wel met de andere onderdelen te ontwikkelen.
77
Ze hebben toen niet gezegd: nou, als het zo zit, dan stoppen we maar helemaal met het dagrecreatieterrein. Of: jammer voor uw raad, wij vinden dat dat gewoon moet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, mag ik even een vraag stellen? De voorzitter: Even, ja, ik ben eerst al, de heer Gündogdu was iets eerder, mevrouw Lammens. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Toch even over de zwemplas, voorzitter. De portefeuillehouder vraagt concreet om het participatietraject met de stad te starten. Nu hebben wij in de vorige periode de zwemplas geschrapt op basis ook van input van de bewoners. Even hypothetisch, stel dat uitparticipatie duidelijk naar voren komt dat de zwemplas wel wordt gewenst door onze inwoners, wat gaat u dan ons voorstellen? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Uw raad heeft besloten en dat is voor mij een leidend kader, maar ik zal zeker wel aan u terugkoppelen wat de wens is van onze inwoners, zodat het bij u is om een eventueel besluit te heroverwegen. Dat kan ik niet zelf doen, dat is uw bevoegdheid. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik wou nog even vragen. Ik heb ook vernomen dat de zwemplas niet doorging omdat er heel veel algen in het water daardoor komen. Omdat het is altijd veel boerenbedrijf geweest en daar veel bemest is en dat de kans dat het water gewoon helemaal groen wordt.
Is dat zo? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Ik ga een poging doen, dat is een technisch antwoord. Toen de Nieuwe Dordtse Biesbosch in ontwikkeling was … Dan kijk ik wel naar mijn buurvrouw, het gebied dat er onder ligt, hoe heette dat? Mevrouw Suijker: Noorderdiep. De voorzitter: Maar misschien, ja, ik vind het wel leuk dat u een technisch, maar ik bedoel, dit zit op dit moment niet in het besluit. Dus wat dat betreft, we hebben het natuurlijk over het huidige besluit en daar zit de zwemplas niet meer in, dus laten we dat skippen dan. De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. Dank u wel ook aan de wethouder voor de toelichting. Ik ben blij met de toezegging dat ook met de invulling voor het multifunctioneel gebouw met omwonenden gaat worden gesproken. Ik wil het alleen nog hebben, de wethouder stelt dat niets over de invulling nog wordt gezegd in dit stadium. Ik ben nog steeds benieuwd dan waar de uitspraak in het memo vandaan komt dat het af te vragen is in hoeverre het dagrecreatieterrein aanleggen wel zinvol is zonder een multifunctioneel gebouw, terwijl u nu ook zegt: maar over de invulling hebben we nog helemaal niets besloten. Waar komt die uitspraak vandaan dan?
78
De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Deze uitspraak baseren wij op het bureau dat ons geadviseerd heeft om deze visie op te stellen. In die visie hebben zij uitgelegd waarom het voor het terrein als een recreatief knooppunt voor een toeristisch overstappunt, zoals het ook wel wordt genoemd, zinvol is en eigenlijk nodig is om daar ook een horecavoorziening bij te hebben, omdat juist mensen naar het gebied komen die anders door zouden gaan naar gebieden waar we nu al drukte zat hebben. Die voorziening draagt er wel aan bij dat die mensen ervoor kiezen om daar te starten met wandelen, met fietsen, daar weer terug te komen en dan ook die voorziening daarbij graag willen gebruiken. Het is puur het advies dat wij ook hebben gekregen van de experts. De heer Klerk: Oké, dus ik concludeer dan ook dat, stel dat zich geen exploitant aanmeldt om daar horeca te beginnen, dan gaan we toch door met het ontwikkelen van het dagrecreatieterrein, terwijl we dat van tevoren misschien wel weinig zinvol vinden. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Kijk, dat participatietraject is bedoeld om ook antwoord op dit soort vragen te gaan krijgen: wat voor functie gaat dat gebied dan volgens onze inwoners hebben, wat voor voorzieningen vinden zij dan dat daarbij hoort, maar wel binnen de visie en kaders die we aan u hebben voorgelegd nu.
En ja, de vraag van de SP heeft daar dan ook heel veel mee te maken: wat willen wij nou in dat gebouw? Dat zal duidelijk worden op het moment dat we in zo’n participatietraject duidelijk horen wat ook de mensen mee willen geven: wat verwachten zij nou van een mogelijk gebouw in dat gebied? Waarbij wij wel de nuchterheid hebben om te zeggen: maar wel binnen de perken dan weer van het licht intensieve gebruik van dit gebied. Stel nou inderdaad in de kaders dat er geen enkele horecaondernemer een businesscase heeft, komen we terug bij de SP met het idee: wat kan er dan wel? Wat zouden we dan toch willen hebben aan andere functies, want we hebben ook nog steeds een onderhoudsgebouw nodig, dus die blijft ook nog wel relevant. En wellicht is er dan toch educatie, ook al is het volgend op recreatie, mogelijk en wellicht kunnen we iets met heel andere maatschappelijke voorzieningen doen met partijen uit onze stad die zeggen: nou, als het dan commercieel niet kan, kunnen we misschien wel op een andere manier invulling gaan geven. Dus ja, laten we vooral op die manier het gesprek daarover openhouden om te kijken: waar komen nu wensen en verwachtingen uit onze eigen stad? De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja, nog even ter verduidelijking, portefeuillehouder.
Die vraag is meermaals gesteld, maar het gaat om 500 vierkante meter horecaruimte, plus daarnaast 400 meter ruimte voor een terras, plus 1000 vierkante meter voor opslag of wat voor dan ook. Dus totaal om 1900 vierkante meter in potentie die gebruikt kan worden, of gebouwd? De voorzitter: Eventjes, voordat … Ja, nee, dat begrijp ik, maar ik bedoel, ik heb het besluit hier voor me en daar gaan we op dit moment over besluiten. Het besluit is wat dat betreft ook duidelijk: in ieder geval die 500 vierkante meter horeca inclusief terras
79
wordt gewijzigd naar 500 vierkante meter multifunctioneel gebouw en 400 vierkante meter terras. Dat is het besluit. De heer Kleinpaste: Maar voorzitter, … Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Als argument onder dat besluit wordt wel heel erg nadrukkelijk naar die 1000 vierkante meter gewezen, dus ik vind het wel een relevante vraag eigenlijk. De voorzitter: Ja, nee, ik wijs alleen eventjes de commissie op het te nemen besluit. Maar ik wijs de wethouder op de vraag en of zij hem kan beantwoorden, alstublieft. Mevrouw De Jonge: Ik heb net geprobeerd uit te leggen dat het voor ons de intentie is om te komen tot één multifunctioneel gebouw waar ook de onderhoudsactiviteiten vanuit kunnen gaan plaatsvinden. We hebben net even afgesproken, we zullen de planjurist even vragen: hebben we dat dan in het beslispunt goed geformuleerd? Want mogelijk hebben wij iets over het hoofd gezien dat onze intentie daarvan nu niet geschreven is zoals die is. Wat ik ook heb geprobeerd aan te geven, we hebben al de bevoegdheid om 500 vierkante meter gebouw toe te staan en we hebben al een bevoegdheid om terras aan te leggen, alleen wij vinden het netjes als college om met u dit officieel vast te stellen: we willen één locatie, één bouwvlak waarin we die twee samenbrengen en voor dat multifunctionele gebouw gaan.
Dat is de intentie daarachter en ja, dat proberen we u duidelijk te maken dat dat het voorstel is om het bestemmingsplan aan te passen dat we daaruit gaan komen. De heer Struijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Maar ik vind het wel een klein beetje lastig. Ik begrijp het hele verhaal van de wethouder om nu in te stemmen met iets wat nog niet op papier staat. Want u vertelt een aantal dingen erbij die hier niet in staan en nou ja, goed, ik vertrouw u op uw blauwe ogen – dat kan ik hiervandaan overigens niet zien – maar u snapt mij, hè? Dat is toch eigenlijk heel vreemd, eigenlijk kan dat toch niet? De voorzitter: Dat is aan u natuurlijk om te bepalen of dat kan, ja dan te nee. Dan wijs ik nogmaals inderdaad, maar er zit natuurlijk een heel verhaal achter, maar op dit moment moeten we natuurlijk kijken naar het besluit zoals op dit moment voor ons ligt. Het achterliggende verhaal, daar wordt niet over besloten. Maar goed, daarin moet u natuurlijk wel of niet het vertrouwen in hebben van de wethouder en het verhaal wat zij daarin vertelt. De heer Stam: Voorzitter? De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dan toch nog maar een laatste woordje. Kijk, dit is nu precies wat ik eigenlijk ook bedoel: ik snap de wethouder heel goed. Want de wethouder schept geen
80
verwarring, dat hebben wij als gemeenteraad gedaan. Als ik terugga in de tijd, we hebben hier gezeten met allerlei mooie tekeningetjes, er werd horeca gevraagd, er werd een zwemplas gevraagd. Nou, dat is keurig uitgewerkt. Daarna heeft de gemeenteraad geïnterrumpeerd en die heeft gezegd: ga in overleg met de bewoners, zwemplas geschrapt, horeca op een andere manier. Nu gaan we zitten steggelen over het aantal vierkante meters. Dan denk ik bij mezelf, weet je, zo maak je het natuurlijk wel continu lastig voor een college: wel, niet, hoeveel, 500 meter, 700 meter. Volgens mij is de intentie nog steeds: ga hier recreatie ontwikkelen, kijk hoe je daar met educatie om kan gaan en ga dan kijken of je een geschikte partner kan vinden die zijn horeca kan doen. Als je die boodschap gewoon meegeeft aan het college, is die zo helder als wat. En ja, dan kunnen we hier wel gaan zitten steggelen over 500 meter, 1000 meter, 900 meter opslag. Voor zover ik weet zit dat allemaal in één gebouw, maar ik ben niet van het college, dus daar moet het college antwoord op geven. Maar wij scheppen continu zelf die verwarring door volgens mij de vragen te stellen waar je niet mee op pad kan. De voorzitter: Duidelijk, mijnheer Stam. De heer Kuhlmann heeft ook nog een bijdrage.
De heer Kuhlmann: Excuus dat ik me meng, mevrouw Lammens is natuurlijk eigenlijk onze woordvoerder, maar ik luister natuurlijk heel geïnteresseerd mee en ik had zojuist het idee: kijk, op het moment dat het voorstel misschien op dit onderdeel – hoe zit dat nou met die 1000 vierkante meter – nog onduidelijk is, dan zouden we natuurlijk ook heel praktisch vanuit de raad met een amendement kunnen komen waarin dit net iets duidelijker wordt. Dan hoeft het ook niet met een nieuw voorstel te komen, dat scheelt wat in de tijd en de procedure. Mijn vraag eigenlijk in dit verband aan de wethouder is, stel dat er partijen zijn die denken: hé, dat is misschien een goede manier om hier op dat ene onderdeel eruit te komen. Is zij dan ook bereid om misschien even mee te kijken dat we het op zo’n manier dan formuleren dat dat ook goed past bij hetgeen wat zij zojuist zei? De voorzitter: Dit voorstel, wat vindt de wethouder daarvan? Mevrouw De Jonge: Fijn dat u in ieder geval ook meedenkt, want we moeten het goed helder met elkaar krijgen. Ik wil heel graag even onze planjurist u de informatie ook geven: hoe zit het nu precies in elkaar en hoe zitten nou de vierkante meters? Ik wil ook nog even checken hoe dat nou precies is in het totale plan met het onderhoudsgebouw, want het zou natuurlijk zonde zijn als ik zeg schrap maar, terwijl we weten dat we ook nog wel vierkante meters nodig hebben.