2022-09-20 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf
Tekst van het document
Ik had mijn inspreektijd als eerste punt ook willen gebruiken voor dit onderwerp, want het is zo verdomde jammer dat de bruggen niet conform het originele bestemmingsplan zijn gerealiseerd en in dat eerdere stadium, want dan hadden we deze discussie en dan hadden we dit gesprek helemaal niet meer gehad. Iedereen die een huis kocht op dat moment in Plan Tij was ervan op de hoogte dat er twee bruggen zouden komen, dus daar waren geen discussies over op dat moment. Je kocht dat huis met die twee bruggen. Dus de hele lange tijd die het nu geduurd heeft – ik wou bijna zeggen tot de realisatie, maar daar zijn we nog helemaal niet na dertien, veertien jaar – heeft in de wijk tot enorme onrust geleid. Dat heeft allerlei dingen op gang gebracht, discussies, ruzies, mensen die elkaar bijna de kop insloegen, bij wijze van spreken, en dat heeft het woonplezier in deze wijk absoluut geen goed gedaan. Dus ik wil dit punt heel duidelijk maken dat door wat voor reden dan ook en waardoor die vertraging is ontstaan, dit had niet gehoeven als het gewoon conform het originele plan was uitgevoerd. De voorzitter: Mijnheer Ravelli, bedankt. Ik zie een vraag of een handje van mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik had een vraag aan de heer Ravelli.
Wat u zegt over, laat ik maar even formuleren, gespannen verhoudingen tussen mensen in de buurt, suggereert dat hier verschil van mening over is. Kunt u dat een beetje duiden? De voorzitter: Mijnheer Ravelli. De heer Ravelli: Ja, dat kan ik duiden, maar iedereen spreekt voor zich. Het moge duidelijk zijn dat op het moment dat de brug niet gerealiseerd werd – en dat geldt niet alleen voor brug Noord waar we het nu over hebben, maar ook voor de andere brug, de Getijtafelbrug, die tien jaar op zich heeft laten wachten, waarover ook een hele hoop onrust en een hele hoop discussie is ontstaan – is dat er altijd voor- en tegenstanders zijn. Dat blijkt ook uit de enquête die gevoerd is. De enquête heeft overigens aangegeven dat er meer voorstanders zijn dan tegenstanders, maar er zijn tegenstanders en met name mensen die dus zeg maar wonen op de plekken waar de bruggen worden gerealiseerd, die staan niet te springen. Daar kan ik me ook iets bij voorstellen op het moment dat je na tien jaar wordt geconfronteerd dat die brug toch
41
gebouwd gaat worden, of na ik weet niet hoelang wij er nog over gaan doen, na vijftien jaar misschien, toch gerealiseerd worden, want die zijn gewend aan de situatie zonder brug en die willen die brug helemaal niet. Dat is volledig voorstelbaar, maar had dus niet gehoeven als we dus op dat moment hadden kunnen zeggen: jongens, die bruggen liggen er gewoon, klaar. De voorzitter: Mijnheer Ravelli, bedankt. Ik zie een handje van mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, een vraag ook aan de heer Ravelli, want u geeft aan: al ruim tien jaar is nu zonder brug. Als u nu terugkijkt naar de afgelopen tien jaar, heeft u een hoop woonplezier gemist, los van de onrust die er is in uw wijk? En als u nu kijkt naar wat de impact is voor de flora, fauna en de natuur, zou dat wellicht dan niet een reden kunnen zijn om op dit moment om die reden een heroverweging te maken? Puur ook een vraag, maar … De voorzitter: Mijnheer Ravelli. De heer Ravelli: Daar kan ik wel op antwoorden. Het eerste punt, een hoop onrust en negatief woonplezier bij mij persoonlijk niet omdat die brug er niet ligt, maar zuiver om de reden dat er enorme tumult is ontstaan, ruzies zijn uitgebroken, polarisatie, mensen die voor en tegen zijn en gekissebis.
Dat is voor mij, en daar sta ik misschien iets dichter bij die materie, omdat ik ben ook lid van de bewonersvereniging in het bestuur, dus daar krijg je dat allemaal binnen. Dus dat heeft bij mij het woonplezier. Voor wat betreft de flora en fauna, ja, ik denk dat onderzoeken gewoon goed gedaan worden en dat uit die onderzoeken komt of daar een brug kan komen, ja of de nee. Dus ik laat me niet … Ik denk, die beverburchten, daar zijn er talloze van en er wordt op talloze plekken dingen gedaan, dus niet per se die brug zal die flora en fauna beschadigen. Misschien op die locatie, maar ik denk dat het onderzoek moet uitwijzen of de onderzoeken die daartoe gedaan moeten worden bij het verlenen van de vergunningen, dat die moeten uitwijzen of dat wel of geen schadelijke gevolgen heeft. De voorzitter: Ik zie een handje van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Mijn hand, inderdaad. Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Ravelli. U refereerde aan toezeggingen, afspraken uit het verleden die er gedaan zijn, dat er toch – en dat zie je ook in die enquête veel – een meerderheid van de bewoners graag een oeververbinding zou zien. Los van de afspraken uit het verleden, ik ben benieuwd hoe u kijkt, want we hebben natuurlijk ook in de woningbouwambitie en in het coalitieakkoord, dat zijn hele recente afspraken, afgesproken om wonen en groen meer te combineren in onze stad.
Denkt u ook dat zo’n verbinding tussen het park waar u zo dichtbij zit en uw wijk daaraan bij kan dragen? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ravelli. Of mevrouw Oosting, wilt u beantwoorden? Mevrouw Oosting: Daar wil ik wel even op antwoorden. Ik spreek alleen voor mezelf, maar ik weet ook dat dat bij andere bewoners wel speelt. Net werd ook al een beetje smuikend gedaan over die twaalf minuten die je dan moet lopen. Nou, ik ben zelf niet helemaal gezond, onze wijk is niet de jongste en als ik dus twaalf minuten om moet lopen naar het Wantijpaviljoen, dan kan ik het hek aantikken en teruglopen, want dan is
42
mijn energie op. Ik weet dat dat voor meer bewoners speelt en ik snap dat daar geen brug voor gebouwd kan worden voor mijn fysieke klachten, zeg maar, maar als je dan vraagt: draagt dat bij aan jouw beleving van groen en de wijk? Ja, want dan ben ik in drie minuten in het Wantijpark. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Ravelli, had u nog een aanvulling hierop? De heer Ravelli: Nou, ik wil nog even teruggaan naar wat ik in de eerste instantie zijn. Het is heel moeilijk om na bijna veertien jaar een situatie te gaan vergelijken, want er is ongelooflijk veel gebeurd. Mijn punt was juist: we hadden die veertien jaar nooit moeten wachten, we hadden die brug moeten hebben en dan was er nooit gezeur geweest. Dan hadden beverburchten daar gezeten misschien op tweeënhalve meter afstand, want die hadden zich gewoon conform de leefsituatie aangepast – wellicht, dat weet ik niet, ik ben geen kenner. Maar mijn punt was juist, en dat is denk ik wat de politiek zich moet aantrekken, dat dit soort processen maakt het ontzettend moeilijk voor bewoners om op een gegeven moment nog met elkaar door één deur te komen, omdat je altijd voor- en tegenstanders hebt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ravelli. Ik zie heel veel handjes, jullie komen allemaal een voor een aan de beurt. Ik wil de heer Rombout het woord geven. De heer Rombout: Goedendag, ik ben Alex Rombout.
Om duidelijk te maken hoe vanaf het begin de bruggen een plek hadden: de naastliggende percelen hebben een aanzienlijke korting op de grondprijs, omdat ze naast een brug zouden komen te wonen. Dat was mijn punt. De voorzitter: Dat is uw punt. De heer Groeneweg: Voorzitter, dat is gewoon onjuist, … De voorzitter: Mijnheer Groenweg. De heer Groeneweg: Ik stel voor dat we inderdaad gewoon alle prijzen sturen, dit zijn gewoon leugens. De voorzitter: Mijnheer Groeneweg, alstublieft via de voorzitter. Maar ik geef nu mijnheer Deurwaarder het woord. De heer Deurwaarder: Goedenavond, mijn naam is Bram Deurwaarder, ik ben bewoner van Plan Tij en wij wonen vlakbij de andere brug, de Getijtafelbrug. Mijn ervaring is even, als het over die beleving gaat, het is een stukje schiereiland waar we wonen met één toegangsweg en toen die brug er niet was woonden wij een beetje op het dode puntje aan het eind van het eiland. Nu die brug er wel ligt, is er veel meer reuring, er komen mensen fietsend, lopend over die brug. We hebben dan zelf een bankje in de voortuin waar we dan wel eens een bakje koffie drinken en dat schept gewoon heel veel sociale contacten die we anders een beetje missen. Dus ik vind dat het wel degelijk een toegevoegde waarde heeft. De voorzitter: Bedankt voor uw standpunt. Mijnheer Polak.
43
De heer Polak: Even een kleine toevoeging nog, omdat er wellicht onduidelijkheid zou zijn of het oorspronkelijk plan uitging van twee bruggen. Als je kijkt naar de stukken die nu naar de raad gestuurd zijn, er staat volkomen terecht ook de opmerking: de twee bruggen staan al sinds de planontwikkeling in de plannen en het bestemmingsplan destijds laat het ook toe. Dus ook de gemeente onderkent dat er altijd het plan was voor twee bruggen. Dat staat dus in uw eigen stukken, dat wou ik even kort toevoegen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polak. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, in de opmerkingen die gemaakt zijn lopen voor mijn gevoel twee dingen door elkaar. Het ene gaat over de wenselijkheid van die brug nu en hoe het in de toekomst moet, en de ander gaat over hoe het in het verleden is gegaan. Dat laatste kunnen we natuurlijk niet meer veranderen, daar kunnen we wel van leren over hoe je dit soort processen runt – en zo nu en dan denk ik wel: de gemeente kan op die punten soms nog wel wat leren inderdaad hoe dat beter kan.
Maar we moeten nu denk ik het vooral hebben, want dat is waar het raadsvoorstel ook over gaat, over: hoe gaan we hier de toekomst in? Het is natuurlijk heel vervelend als er spanningen in de wijk zijn, maar de vraag is toch: wat moet er nu, of wat kan er nu in de huidige situatie als beste afweging gemaakt worden? Daar zitten een heleboel kanten aan, heb ik veel van gehoord. Ik denk dat er in de discussie nog iets meer de nadruk op de vraag van de ecologie zou moeten liggen, want het gaat bij ecologie denk ik niet alleen om de vraag of het mag en of de voorgeschreven afstand tot de beverholen enzovoort gerespecteerd wordt, maar ook hoeveel waarde wij überhaupt aan ecologie hechten. Ik vond het idee om die hele strook van het Wantij eigenlijk een beetje terug te geven aan de natuur om daar inderdaad een natuurlijke long te hebben tussen de bewoonde wereld en het Wantijpark op zich een heel goed idee, dus de vraag is eigenlijk hoe in de studie voor het voorbereidingskrediet dat belang wordt meegewogen. Dat is eigenlijk ook een vraag aan de wethouder. De voorzitter: Bedankt voor deze vraag en dit is onderdeel ook van de oordeelsvormende fase. De wethouder zit vandaag als toehoorder, die krijgt van mij geen woord. Hij mag volgende week heel veel vragen beantwoorden, maar hij doet even niet mee, hij hoort het aan. Zijn er anderen? Ja, ik zie mevrouw Schnabel.
Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan u, mijnheer Ravelli. Ik vroeg me af, u gaf aan dat er veel spanningen in de wijk waren doordat de brug niet gekomen is. Denkt u omdat volgens het onderzoek … Even kijken, want dat waren 59 procent was voor en 41 procent tegen. Denkt u dat dat de spanningen op het moment dat de brug wel zou komen weghaalt, aangezien de verdeeldheid zo groot is? De voorzitter: Mijnheer Ravelli. De heer Ravelli: Dat is natuurlijk moeilijk te zeggen, maar wij hadden, of ik had gehoopt dat met de uitslag van die enquête in ieder geval duidelijkheid was hoe de kaarten in de wijk lagen en ik neem aan dat iedereen volwassen genoeg is in de wijk om dat te accepteren. Ik kan me voorstellen dat mensen die er in het begin op tegen waren, dat die natuurlijk nog steeds niet gelukkig zijn, maar dan ligt er dus nu een duidelijke conclusie van de bewoners hoe die erover denken. Daarvan is de meerderheid voor, dus
44
ik ga ervan uit dat we die discussie niet meer hoeven te voeren en daardoor ook een deel van die spanning wordt weggenomen. De voorzitter: Bedankt voor uw toelichting. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Mijn vraag sluit hier een beetje op aan. Wat me opviel was dat het in de vraag van nut en noodzaak eigenlijk alleen ging in de beantwoording over wat de bewoners van Plan Tij van die oeververbinding vinden. Het lijkt mij ook dat de bewoners van Plan Tij eigenlijk het meest profiteren van die oeververbinding en de rest van de stad minder. Dus de vraag is: waarom is bij deze peiling alleen aan de inwoners van Plan Tij gevraagd wat ze ervan vinden, en niet ook aan de rest van de stad? Gegeven ook de best wel significante kosten die bij het realiseren ervan komen kijken. De voorzitter: Mevrouw Suijker, zou u daar een antwoord op willen geven? Mevrouw Suijker. U mag ook geen antwoord geven. De heer …: Het is meer een politieke vraag. Mevrouw Suijker: Dit is een politieke vraag, ja. Ik denk dat ik hier inderdaad geen antwoord op ga geven. De voorzitter: Nou, dat is uw goed recht, dank u wel. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de inspreker, mijnheer Groeneweg. Ik heb natuurlijk de uitslag ook gezien. Eigenlijk twee vragen.
Eén, ik veronderstel dat u tegen heeft gestemd, een beetje uit de dingen die u eerder heeft gezegd, ik ben benieuwd of dat zo is. En het tweede daarop, we hebben vandaag een email van u gehad doorgestuurd gekregen en daarin werd me duidelijk dat u een beverliefhebber bent, dat u dat natuurlijk belangrijk vindt dat die dieren daar goed kunnen zitten en dat u zich daarom zorgen maakt over die oeververbinding. Nou ben ik benieuwd, als die bevers er niet zouden zitten en ook geen andere ecologische bezwaren zouden zijn, zou u het dan toejuichen? Of zijn er andere redenen waarom u misschien ook tegen bent? De voorzitter: Mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: Ik zou in ieder geval de totale stukken dan lezen als ik u was, want als u die nu van A tot Z leest, dan ziet u dat ook bij de juridische uitspraak. Wij zijn naar de rechter gegaan, daar hebben we, ik noem dat even zes of zeven argumenten. Argument één was ecologisch. Twee, drie, vier, heel veel bestemmingsplanachtige zaken. Dat had u kunnen lezen, dat stond erin. Dat betekent dus ook dat als u een brug bouwt, dan zal die ook binnen het bestemmingsplan moeten passen.
Dus ja, het is niet alleen de ecologie, hij zal ook binnen het bestemmingsplan moeten passen en wat ik in de mail zei is dat ook de rechter zei: ik adviseer de gemeente om ook naar, zeg maar even, punt twee tot zeven – het kunnen er ook zes of acht geweest zijn – te kijken. Daar waren heel veel andere punten bij dan alleen maar de bevers. Mijnheer Ravelli had het terecht over een betrouwbare overheid. Ja, ik mag er ook van uitgaan dat er een betrouwbare overheid is die gewoon binnen een bestemmingsplan bouwt en dat ik rechtsbescherming heb op basis van het bestemmingsplan. Ik zou hier echt van de
45
gelegenheid gebruik willen maken om over die verzuring in die wijk iets te zeggen, wat me eigenlijk al – nou ja, wat is dat geweest – 2016 al dwars zit. Kijk, je zou denken dat je in een liberale wijk woont met allemaal stemmers die op u stemmen die de wet respecteren en de rechtsstaat respecteren. En wanneer is de echte verzuring – dus de heren hebben wat dat aangaat wat mij betreft wel echt boter op hun hoofd – toen we de rechtszaak wonnen, toen is de verzuring vooral gekomen. Want waar werden wij op aangesproken? En waar ik echt veel last van heb gehad en met mijn gezin en vooral mijn vrouw, dat vooral de heren daar heel de wijk op zaten te stoken … De voorzitter: Mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: … omdat wij de recht… De voorzitter: Mijnheer Groeneweg, wilt u het alstublieft niet persoonlijk maken? De heer Groeneweg: Nou, ik wil even reageren nog op de punten die net over de verzuring worden gesteld. De voorzitter: Maar mijnheer Groeneweg, dat is niet de bedoeling, want we weten dat er spanningen zijn in de wijk, maar dat hoeven we vanavond niet op te lossen hier. De heer Groeneweg: Nou ja, het lijkt mij in ieder geval dat als dat wordt gezegd, dat het mij logisch lijkt om even te zeggen wanneer die verzuring is gekomen en dat is vooral gekomen na de juridische uitspraak die wij wonnen.
Dus terwijl ik dacht: nou, nu zijn die spanningen weg, de rechter beslist, volgens mij wonen we in zo’n land. En dat is niet gebeurd. Maar dan heel kort op uw vraag. Nee, niet alleen de bever. Ik ga ervan uit dat de overheid zich ook gewoon fatsoenlijk aan het bestemmingsplan houdt, zoals de rechter ook heeft geconcludeerd. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Nee, nog niet. Want goed, er zijn natuurlijk aan de lopende band in onze stad worden er plannen gewijzigd. Ik ben benieuwd wat het dan is. Heeft het iets te maken met uitzicht, of met andere dingen? Los van de natuur, waarom wilt u het niet? De heer Groeneweg: Ja, uitzicht ook. We hebben ook in het contract uitzicht op groen gekregen. Nou, kijk je naar die wachtplaatsen en kijk je goed naar die plaatjes en dat filmpje, ja, dan zal er – en ik zit er vrij diep in, kan ik u vertellen, in de feiten – dan zal er eigenlijk links en rechts van de brug of voetveer om en nabij veertig tot zestig, misschien wel tachtig, maar echt heel veel meter compleet weggehaald moeten worden. En natuurlijk zegt de gemeente: we maken nu globale ontwerpen en we kijken niet naar de details. En ja, ik weet zelf uit mijn raadsperiode, dan neem je een globaal besluit en dan laat je de feiten, die komen later in de uitwerking.
En dan zit ik met de gebakken peren dat mijn hele uitzicht weg is op het groen, zeg maar eventjes. Want dat is de wachtplaatsen. Ik vind het gewoon vrij bizar dat als je naar de juridische uitspraak kijkt, dat daar heel expliciet die wachtplaatsen worden benoemd en de rechter zegt: kijk daarnaar. Als je dan zelfs in conceptontwerpen daar niet goed naar kijkt, dat vind ik gewoon vrij bizar.
46
De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik krijg ongeveer een idee. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, een hele andere vraag die vooral betrekking heeft op het voorstel zoals het staat, een voorbereidingskrediet van 235.000 euro, die dan wordt gevraagd voor de oeververbinding Noord en de afronding van de overdracht van Plan Tij. Kan misschien vanuit de ambtelijke ondersteuning worden aangegeven hoe dat zich verhoudt in dat bedrag van die 235.000 euro? Is dat 10.000 euro voor de afronding en 225 voor het voorbereidingskrediet, is daar een getal aan te geven? De voorzitter: Mevrouw Suijker, kunt u daar antwoord op geven? Mevrouw Suijker: Uit mijn hoofd gaat het om 35.000 euro voor besluitpunt 2. Uit mijn hoofd gaat het om 35.000 euro voor besluitpunt 2. Dus het grote gedeelte van de … 35.000 voor de overdracht, dat is puur ambtelijk. De heer Schalken-den Hartog: En 200.000 ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Suijker: Ja. De heer Schalken-den Hartog: En 200.000 dan voor het voorbereidingskrediet voor de oeververbinding? Mevrouw Suijker: Ja, om en nabij, ja. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb nog een ander punt waar ik graag de mening van de bewoners over zou willen horen.
Door daar een oeververbinding te maken, zeker als het een brug is, ontstaat een veel kortere route door het park heen richting sportvelden en verderop. Ik heb van de heer Deurwaarder gehoord dat hij het aantrekkelijk vindt als er mensen langs zijn huis komen, maar dat zouden er dan wel eens veel meer kunnen worden. Hoe kijken bewoners daartegenaan? De voorzitter: Vraag van de heer Van der Meer aan de bewoners. Mijnheer Polak wil reageren. De heer Polak: Ik wil op die concrete vraag best reageren. Ik woon bijna … Nou, ik kijk uit op de plek waar de toekomstige brug zou komen en ik onderschrijf volledig wat de heer Deurwaarder zegt, dat er veel meer beweging zal komen in de wijk. We zijn niet een soort enclave waar niemand meer mag komen, het is open gebied zou het moeten zijn. We hadden twee bruggen … De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Polak: Ja, en dus door die tweede brug krijg je een open verbinding met het Wantijpark. Ik denk dat dat dus niet alleen voor de bewoners interessant is, maar voor
47
gewoon alle bezoekers van het Wantijpark, die behalve de hoofdingang van het Wantijpark, ook nog een uitgang of ingang hebben via Plan Tij. Dus ik ondersteun de argumenten van de heer Deurwaarder. De voorzitter: Bedankt, mijnheer Polak. Mevrouw Bordewijk. Mevrouw Bordewijk: Hij doet het, toch? Inwoonster van Plan Tij. Ik wil even zeggen dat ik met vele mensen met mij daar al heel lang met veel plezier woon, dat ik erken dat er meningsverschillen zijn met betrekking tot het creëren van een brug of een voetveer, maar dat gaat on speaking terms. En je kunt voor zijn, je kunt tegen zijn, maar je kunt ook elkaar proberen te vinden in oplossingen. In ons koopcontract is op geen enkele wijze vermeld dat het bestemmingsplan zou zijn een brug, dus dat wil ik ook nog even opmerken. Het staat eigenlijk nergens expliciet helemaal zwart op wit dat dat zou gebeuren, maar het zat er mogelijkerwijs aan te komen. Wat betreft de enquête is 57 procent voor en de overigen zijn tegen. Dat is een feit, met dat feit hebben we te dealen. Er zijn een aantal onderdelen waar we ontzettend rekening mee moeten houden. Nut en noodzaak, maar ook veiligheid en ook veiligheid voor het gras, de oevers.
Want het is natuurlijk fijn dat wij dan heel makkelijk naar het Wantijpark kunnen, maar het is ook een aspect ten aanzien als we gaan kijken hoe wij soms in de pers terechtkomen, dan lijkt het net zo te zijn, zoals het nu even wordt ook aangegeven: de honderd bewoners kunnen dan makkelijker naar het Wantijpark. Dat is natuurlijk een item daarin, maar we wonen wel, de ene bewoner van Plan Tij woont veel dichter, veel kwetsbaarder, krijgt veel meer problemen met betrekking tot de brug als een andere bewoner. Dat is gewoon een feit. We hebben dat huis gekocht, dat weet je. Maar het is wel prettig als de hele buurt dan ook met jou mee wil denken over: hoe kan het veilig zijn, hoe kan je zo min mogelijk overlast daarvan gaan ondervinden? Want bij de brug aan de andere kant zien we toch wel vaak problemen en we hebben gelukkig een hele goede wijkagent die heel alert is, maar het is wel een aspect. Het is ook een aspect dat er gewoon veel vuil terechtkomt in de wijk en er komt – en dan wil ik even naar de overkant – er komt ook veel vuil in het Wantijpark. Het is een prachtig gebied en daar moeten we ook ons voor inzetten. Dus het gaat mij niet alleen aan de kant van Plan Tij, hoe zorgen we daarvoor, in combinatie met bevers? Maar ook met waar we zo ontzettend mee bezig zijn op Plan Tij, om te zorgen dat we ecologisch de juiste beplanting hebben en niet een of andere palm neerzetten.
Dus het is niet eenduidig. Je moet het zien in de persoonlijke sfeer, je moet het zien in de bever, maar ik wil het veel ruimer trekken. Trek het ook naar de hele verzorging van het hele gebied en ook, meneer gaf het aan, we krijgen een toegangsweg. Die Tijpoort wordt veel intensiever gebruikt. We hebben een proces gehad dat de wegen herzien zijn, maar we moeten dus ook rekening houden dat er veel meer mensen overheen komen. Als er evenementen zijn in het Wantijpark, dan hebben we op sommige momenten daar ‘s nachts ook nog veel overlast van. Mensen die daar verder weg van wonen, die hebben dat niet. Dan is ook mijn zorg echt: het wordt heel goed nu, als je het Wantijpark in komt – ik zou zeggen, mensen die dat niet doen, ga er eens heen – grote borden wat er te zien is allemaal. Als je gaat kijken … Ja, ik heb de tekening niet meer, jullie ook niet, dat zou fijn zijn, dan konden we even precies aanwijzen: dit is het stuk in het Wantijpark wat ecologisch gezien ook invloed gaat krijgen en dit is het stuk van Plan Tij wat ecologisch invloed gaat krijgen. Dus die bever, maar ook veel meer. En de veiligheid, en die is ook heel erg essentieel, lijkt me zo. Dit zijn een paar punten.
48
De voorzitter: Bedankt voor uw bijdrage, mevrouw Bordewijk. De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u, voorzitter. Maar laat mijnheer Kuhlmann maar even eerst gaan, want die heeft een vraag aan mevrouw Bordewijk en dat sluit beter aan. Ik heb nog even een vraag aan mijnheer Groeneweg zo meteen, dus hij mag wel even voor mij. De voorzitter: Mooi voorstel. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank. Inderdaad, ik heb een vraag aan mevrouw Bordewijk. Ik hoorde u zeggen … Ik spreek even zo, dan ben ik beter te verstaan, maar ik bedoel natuurlijk voor u. U noemde de veiligheid en overlast – nou, dat zijn hele belangrijke punten – dat die zouden toenemen als die oeververbinding er zou komen. Kunt u dat een beetje toelichten? Wat voor overlast denkt u dan aan, of wat voor onveiligheid? De voorzitter: Mevrouw Bordewijk. Mevrouw Bordewijk: De brug die er nu is, die wordt ook gebruikt als springplek door jongeren. Dat snap ik best wel trouwens, want het is een hele leuke plek. Er is veel vuil, en ik snap ook dat ze daar lekker gaan zitten picknicken, barbecueën, maar dat vind ik wel onveilig naast een elektriciteitshuisje wat daar staat en het geeft heel veel rommel. En logisch, zou ik ook doen, ze leggen daar kleden neer en hun fietsen gooien ze neer.
Snap ik allemaal, want je kan daar lekker springen en je kan daar ontzettend lekker zwemmen, maar ondertussen is het hele natuurgebied plat en er ligt heel veel rommel. We hebben een ontzettend goede wijkagent die daar met de jongeren over praat, ik praat regelmatig zelf ook met de jongeren. Als ik vraag: joh, wil je alsjeblieft je fiets even opschuiven, want die ligt nu al in het gras. Dan doen ze dat heus wel. En ja, als de prullenbak vol is, is die wel vol. Dus dan kun je wel vragen … Dus het heeft ook consequenties daarvoor. We hebben hartstikke mooi riet, en als je gaat kijken in het Wantijpark, dat eerste stuk, dat is nu een schoon stuk. Er is ook een hele wilgentenenweg speciaal aangelegd en er is een nieuw beleid vanuit het beheer van het Wantijpark om het zo natuurlijk mogelijk te doen. Ja, dat ga je op deze manier wel doorkruisen en zul je dus in je onderzoek van 35.000 ook mee moeten nemen: hoe gaan we dat mogelijkerwijs oplossen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bordewijk. Heeft u aanvullende vragen, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, ik heb een aanvullende vraag aan de heer Deurwaarder. Want als ik het goed begrijp, u woont naast die brug. Kunt u iets zeggen over, want ik hoorde wat dingen waar ik van schrok, moet ik zeggen, dat er fietsen rondslingeren en kleden en barbecues op zo’n brug.
U zit daar natuurlijk vlakbij, kunt u daar iets over zeggen? De heer Deurwaarder: Ja, dat wil ik graag doen. Incidenteel is dat natuurlijk, vooral met extreem warm weer, dan komen jongeren, die willen van die brug af springen en zwemmen. Dan is er inderdaad wel eens wat overlast geweest, dat zal ik niet ontkennen. Maar in het algemeen is het vrij rustig, die fietsen gaan meestal als de jongeren weer naar huis gaan nemen ze de fiets ook weer mee, dus daar heb je geen last van. Zwerfvuil bij ons, van onze kant van de brug, dat zie je eigenlijk niet, of helemaal niet, dus dan
49
praten we wel aan de andere kant aan de dijk, in het gras, zeg maar. Daar kan best wel eens wat liggen, maar ik vind het reuze meevallen en ik betitel het toch als incidenteel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Deurwaarder. Mevrouw Schnabel. Pardon, sorry, mevrouw Schnabel, u moet toch even wachten. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja, nou was ik zo vriendelijk en dan word ik afgestraft. Maar dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraagje aan mijnheer Groeneweg. Als ik het goed begrijp – en als het niet zo is, dan gaat u dat vast zeggen – 2006, er waren plannen voor die wijk en daar was een brug beloofd. Die is er helaas, moeten we nu maar zeggen, niet gekomen. Daar is allerlei groen gaan groeien, daar kijkt meneer op uit en dat vindt hij mooi en dat snap ik. Maar kun je dan zeggen dat dat uitzicht nu een recht is en dat de rechter daar ook achter staat en dat dat dus niet mag wijken? Want ik neem aan, in de oorspronkelijke plannen zal daar ook ruimte voor die brug en in de omtrek wat minder groen gestaan hebben. Dus daar ben ik even benieuwd naar. De voorzitter: Mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: Dan slaat u de spijker op zijn kop. Dat groen is er altijd al geweest, dus daar is vast wat bij gegroeid en wat weggegaan, maar daar is niks veranderd, een hele groene wand was er toen we daar kwamen.
En inderdaad, in de oorspronkelijke plannen stonden van die schetsplaatjes die u net zag, van zo’n heel idyllisch klein bruggetje zonder ook maar enig remmingwerk, of wachtplaats, of wat dan ook. En ja, dan zie je dat en dan denk je: nou ja, wat kan je daarop tegen hebben? Een klein beetje groen weg, niks aan de hand. Totdat je dan dieper gaat kijken naar die wachtplaatsen en je denkt: nou, waarschijnlijk gaat gewoon tachtig meter groen, feitelijk gewoon alle groen achter me, gaat gewoon verdwijnen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: Mag ik nog één opmerking over de overlast maken? Ik zal mijnheer Kuhlmann de naam van de bewoner naast de bestaande brug geven, die mede – ik zeg wel mede, uiteraard, hè – om de overlastreden zijn huis te koop heeft gezet en verplaatst is. De voorzitter: Dat vinden wij natuurlijk jammer om dit te vernemen, maar dat kan nooit de bedoeling zijn. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb een vraag aan de voorstanders van de brug. Ik vroeg me eigenlijk af: wat vinden jullie van het gegeven dat de brug niet aan te passen is voor mindervaliden? De voorzitter: Een concreet heldere vraag aan de voorstanders. Mevrouw Schnabel: Dus ik weet niet wie … De heer Polak: Ik wil daar wel even op reageren. De voorzitter: Mijnheer Polak wil daarop reageren.
50
De heer Polak: Ik ben zelf valide, dus ik moet me dan verplaatsen in de mindervaliden. Ik denk dat dat inderdaad een wat minpuntje is. Ik weet niet wat de overwegingen zijn, waarschijnlijk kostentechnisch, om het niet geschikt te maken voor mindervaliden. Andere kant onderken ik ook wel dat, en dat sluit een beetje aan op de opmerking van mevrouw Oosting, als je geen brug hebt, moet je dus nu heel ver lopen. Mevrouw Oosting kan nog wel lopen, het gaat niet om mevrouw Oosting zelf, maar om het principe. Maar als je mindervalide bent en er ligt nu ook geen brug, er zijn voldoende mogelijkheden om aan de twee andere kanten van het Wantijpark in het park te komen. Dus ik zie het niet als een overkomelijk probleem, maar ik herken wel dat in zijn algemeenheid we als maatschappij open moeten staan voor mindervaliden. Dus het zou mooi zijn als het wel kon, maar ik vind het niet een bottleneck dat het niet kan. De voorzitter: Zijn er andere bewoners die willen reageren, voorstanders? Althans, dat was de vraag van mevrouw Schnabel. Nee, oké. Mijnheer Deurwaarder. De heer Deurwaarder: Ik heb nog even een vraagje. Die vraag werd gesteld naar aanleiding van de brug. Maar we hebben het eerder gehad natuurlijk eventueel, naar dat onderzoek, of dat het een veer zou kunnen worden of zo, hè? Nou zit daar natuurlijk wel verschil intussen een brug en een veer, denk ik.
Dan denk ik bij een veer met name, wie is daar verantwoordelijk voor het bedienen van dat veer? Dan krijg je een hele andere discussie natuurlijk, maar dan komt de mobiliteit natuurlijk ook ter sprake. Je zal maar met een rollator lopen, wie gaat daar dan over, wat gaat er gebeuren als er iets fout gaat met dat veer, wie draagt de verantwoordelijkheid? We hebben te maken met het BPR, het Binnenvaartpolitiereglement, qua vaargebied. Dus ja, dan moet er officieel natuurlijk een schipper zijn op zo’n veer. Wie gaat dat bedienen en wat dan met de aansprakelijkheid als er eens een keertje wat fout gaat? We kunnen natuurlijk wel kijken naar de technische kant, we kunnen daar wel geld voor uitgeven als gemeente: ga eens kijken naar de technische haalbaarheid. Maar zijn deze vragen niet misschien in het voortraject al belangrijk hiervoor? De voorzitter: Nou, mijnheer Deurwaarder, bedankt voor deze vraag. Ik kijk mevrouw Suijker even aan. Mevrouw Suijker: Heel herkenbaar wat u zegt, want dat zijn inderdaad zaken waar rekening mee moet gehouden worden als haalbaarheid van de voetveer. Dat zou dan in eerste fase van dat onderzoek, zo u wilt, zijn om eerst te kijken: is het op die punten haalbaar? De voorzitter: Oké, als ik het goed begrijp, mocht het zover komen, dan wordt dat meegenomen in het onderzoek, de vragen die u stelt. Ik kijk nog even naar mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Voorzitter, ik wilde nog wel even terugkomen op de vraag van de heer Groenewege over de inbreng van andere belanghebbenden dan de bewoners. Ik heb niet helemaal scherp of alle insprekers die hier aanwezig zijn ook bewoners zijn, maar mijn vraag is wel of er ook andere belanghebbenden zijn die een duit in het zakje zouden kunnen doen en die wij voor onze beeldvorming eigenlijk ook zouden moeten horen.
51
De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, ik begrijp uw vraag, maar kunt u dat wat nader toelichten? Want belanghebbenden is natuurlijk heel breed. Als we sec naar dit project kijken, wie zou u bijvoorbeeld als belanghebbende willen duiden? De heer Van der Meer: Nou, ik zou mezelf als voorbeeld kunnen geven, want ik wandel wel eens in het Wantijpark en ik woon niet in Plan Tij, dus in die zin zou ik ook belanghebbende zijn. Ik kan mij natuur- en milieuverenigingen voorstellen, ik kan de Fietsersbond als belanghebbende voorstellen, jachthaven. Dus er zijn allerlei andere belanghebbenden die hier iets mee te maken zouden kunnen hebben. De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Polak wil reageren. De heer Polak: Mijn opmerking hoef ik niet meer te maken, want de heer Van der Meer noemt onder andere de jachthaven. Als je praat over belanghebbenden is de jachthaven op een belanghebbende om ongestoord in ieder geval met een voetveer of met een brug toch naar binnen en naar buiten te kunnen komen. Dus behalve de bewoners is denk ik, er zijn twee of drie verenigingen die er zitten, geloof ik, die zijn dus wat mij betreft ook belanghebbenden. Maar ik heb ook gelezen in het voorstel wat naar de raad gestuurd is – wat dat betreft is het misschien goed dat mensen dat goed lezen – dat er met diverse partijen ook nog gesproken gaat worden, belanghebbenden.
Daar hoort onder andere ook de jachtvereniging bij, dus wat dat betreft denk ik dat ze wel aan bod zullen komen. De voorzitter: Dat heb ik inderdaad ook gelezen. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, nog één volgende vraag. In het raadsvoorstel wat we gehad hebben waar we nu over beeldvormen staat op pagina 2, helemaal onderaan: “De gemeente heeft geen verplichting om de oeververbinding te realiseren.” Daar krijg ik toch graag wat duiding op, misschien is het wel een politieke vraag en moet de wethouder het volgende week doen, maar ik ben er toch wel benieuwd naar. We krijgen toch het besluit voorgelegd vast te houden aan het uitgangspunt om de oeververbinding te realiseren. Is nou de enige overweging daarbij dat het ooit een uitgangspunt is en een soort, ik zeg maar, morele verplichting of betrouwbare overheidsrol richting de gedane belofte ooit aan de kopers, of spelen er ook nog andere argumenten en motieven mee om hieraan vast te houden in dit voorstel? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, bedankt voor deze mooie vraag. Nou ja, ik heb al gezegd dat de portefeuillehouder niet het woord gaat krijgen, dat gaat hij ook niet doen. De heer …: Ik wil daar wel … De voorzitter: Nee, ik ga het wel even voorleggen aan mevrouw Suijker. U mag hem heel technisch beantwoorden. Mevrouw Suijker: Mooie uitdaging dit.
Wij zijn inderdaad niet verplicht om die brug aan te leggen en verder is het een politieke keuze. De voorzitter: Kijk, helder. Ik zag mijnheer Polak nog.
52
De heer Polak: Ik heb al zo straks verwoord dat in de oorspronkelijke plannen altijd uitgangspunt geweest is dat er twee oeververbindingen zouden komen en één is er met veel vertraging gekomen. Maar wat bij mij ook opviel in de raadsstukken is dat er een vaststellingsovereenkomst opgesteld is tussen de gemeente en VolkerWessels, waarbij VolkerWessels niet meer aan de verplichting vast zit om een brug te realiseren. Dat is gepaard gegaan – en dat vind ik heel merkwaardig – met het feit dat een bedrag van, inclusief rente, bijna negenenhalve ton vrijvalt. Dat is om wat mij betreft onduidelijke redenen vrijgevallen ten gunste van algemene reserves, zonder dat er door de gemeente een besluit over genomen is, want het was bestemd voor Plan Tij. Vervolgens is dat vrijgevallen en dan wordt er in de stukken geschreven: dus er is geen dekking meer. Los van het feit dat die brug veel duurder is dan die zevenenhalve ton, inclusief rente negenenhalve ton, maar er was dus door de gemeente – en dat bevestigt dus ook dat er een tweede oeververbinding zou komen – een bedrag gereserveerd. Dat is om onduidelijke redenen vrijgevallen en vervolgens is er geen dekking. Ja, als je het vrij laat vallen, is er geen dekking meer. Dus ik vind dat heel merkwaardig dat, zonder dat er blijkbaar besluitvorming heeft plaatsgevonden op dit punt, dat bedrag is vrijgevallen.
De voorzitter: Bedankt voor deze bijdrage. Mijnheer Kuhlmann, u heeft een vraag. De heer Kuhlmann: Ja, dat klopt. In het voorstel heb ik gelezen dat er over twee opties wordt gesproken voor wat betreft de oeververbinding: een brug of een voetveer. Ik zie ook in de peiling, de enquête die is gehouden onder bewoners dat van de mensen die liever geen oeververbinding willen hebben, dat daar een grote meerderheid zegt: als het dan toch moet, dan liever een voetveer. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Maar ik heb aan de mensen, de meerderheid die dat wel graag wil van de bewoners, de vraag: als het dan een voetveer zou worden, wat voegt dat dan in hun ogen toe en wie is daar dan eigenlijk voor? Dan kijk ik even naar de heer Polak of de heer Ravelli. De voorzitter: Mijnheer Polak wil antwoorden. De heer Polak: Ik heb wel uiteraard een persoonlijke mening. Ik ben er altijd van uitgegaan dat een oeververbinding bij ons een brug zou zijn. Pas de laatste twee jaar is uit de correspondentie duidelijk geworden van de gemeente dat dat ook de optie zou zijn voetveer. We praten in ieder geval over een voetgangersbrug – een voetgangersverbinding, sorry – dus uiteindelijk denk ik dat het niet veel uitmaakt voor voetgangers, ervan uitgaande dat dat allemaal goed toegankelijk is, of het een brug is of een voetveer.
Maar als je mij persoonlijk vraagt, zou ik liever een degelijke brug hebben, temeer daar eventueel aspecten die straks aan de orde zijn geweest over bediening, risico et cetera wat er in het onderzoek moet blijken ook een rol speelt en bij een degelijke brug zou dat veel minder een rol spelen. De voorzitter: Mijnheer Deurwaarder wil ook reageren. De heer Deurwaarder: Ik wil daar graag één ding aan toevoegen. Je moet ook oppassen dat een voetveer geen attractie wordt natuurlijk wat uitnodigt om daarmee te gaan spelen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege.
53
De heer Groenewege: Ik heb eigenlijk dezelfde vraag, maar dan aan de gemeente. Want in het onderzoek van het Natuur-Wetenschappelijk Centrum uit 2021 las ik dat de voorkeur van de opdrachtgever – dus dat is dan het college, denk ik – uitgaat naar een brug en niet naar een voetveer. Waarom is dat zo? De voorzitter: Wilt u die vraag beantwoorden, mevrouw Suijker? Mevrouw Suijker: Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet meer zo goed weet waarom dat op die manier geformuleerd is. Maar we hebben beide uitgevraagd, zowel voetveer als brug en daar heeft de Omgevingsdienst Haaglanden op gereageerd. De voorzitter: Bedankt. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik kom nog even terug op wat de heer Polak net aangaf en dat is toch een puur technische vraag, dus misschien dat mevrouw Suijker die wel kan beantwoorden met betrekking tot het terugvloeien naar de algemene reserve, het verhaal wat net werd meegegeven. De voorzitter: Wilt u daar antwoord op geven, mevrouw Suijker? Mevrouw Suijker: Jazeker. In de realiseringsovereenkomst met de ontwikkelaar was opgenomen dat de gemeente een vergoeding voor brug Noord en rente verschuldigd was. Dat geldt niet alleen voor brug Noord, maar dat geldt ook voor andere aspecten van het openbaar gebied.
Het grondbedrijf had de verplichting van, even exact, 951.981 hiervoor opgenomen en die is komen te vervallen bij de Prognose Grondbedrijven in 2022 ten gunste van de algemene reserve Grondbedrijf. Daar werden we vorig jaar mee geconfronteerd dat dat bedrag accountingstechnisch moest terugvloeien naar de algemene reserve. De heer Polak: Mag ik daar weer even op reageren? De voorzitter: Bedankt. Mijnheer Polak wil hierop reageren. De heer Polak: Hiermee wordt dus bevestigd dat de gemeente altijd rekening gehouden heeft met het feit dat er uiteindelijk nog betaald moest worden voor die tweede oeververbinding. Dus dat heeft altijd in de oorspronkelijke plannen gestaan en voor mij als bewoner is het niet helemaal duidelijk waarom het nu vrijgevallen is, het is misschien een technisch verhaal voor de gemeente. Maar in ieder geval was er door de gemeente voor de oeververbinding een bedrag van zevenenhalve ton exclusief rente gereserveerd, blijkt uit de stukken die naar de raad gestuurd is. Dat is voor mij om onduidelijke redenen vrijgevallen. De voorzitter: Ja, graag even toelichting. Mevrouw Suijker: Dat geld had eigenlijk al zodra die vaststellingsovereenkomst getekend was, had dat eigenlijk al terug moeten vloeien naar de algemene reserve Grondbedrijf. Dat is nu dus alsnog gebeurd. De voorzitter: Bedankt. Ik zie een handje van mijnheer Rombout.
54
De heer Rombout: Toen wij een huis kochten in Plan Tij was het heel duidelijk in allerlei informatie dat wij betaalden voor een huis, de grond en twee bruggen. Er is één brug aangelegd en ik denk dat een deel van het geld wat VolkerWessels daarvoor heeft gevangen, ja, ik snap niet waar dat gebleven is. Of is dat die zevenenhalve ton met rente? De voorzitter: Mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker: Het geld wat de gemeente zou bijdragen, dat is geld vanuit de gemeente wat bijgedragen zou worden aan het openbaar gebied. Dat is niet geldt dat de gemeente heeft ontvangen van bewoners of van een of andere koopsom of iets in die trend, dus de gemeente heeft daar geen geld voor ontvangen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Ja, mijnheer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Ik heb nog een vraag voor de heer Groeneweg en de gemeente, denk ik. We hebben van de heer Groeneweg inderdaad nog aanvullend materiaal gekregen met de mail vanmiddag. Eigenlijk heb ik daar vanavond heel weinig over gehoord verder. Ik vraag me af: stel dat het verder gaat, hoe ziet dan de heer Groeneweg die uitspraak, en hoe ziet de gemeente dat? Ik bedoel, komen we dan weer niet in een traject terecht van weer mogelijk jarenlang juridische strijd, hoe zien jullie dat? De voorzitter: Dat is een vraag aan mijnheer Groeneweg als mevrouw Suijker. Mijnheer Groeneweg.
De heer Groeneweg: Ja, kijk, dat het laatste woord hier nog niet over is gezegd. Net als dat andere misschien voorstanders denken dat ze rechten hebben, heb ik die ook en ja, als er een vergunning wordt aangevraagd die niet in het bestemmingsplan past, dan vecht ik die aan, zo simpel is het. Kijk je weer naar het voetveer bijvoorbeeld, voor het voetveer zijn leuke tekeningetjes. Ik zal u vast enigszins uit de droom helpen, voor zover ik het kon bepalen – het was allemaal wat globaal – die liggen gewoon in de mandeligheid, dus die kunnen al niet eens, die tekeningen. Deels liggen ze volgens mij in de mandeligheid. Nou, die mandeligheid heb je honderd procent nodig die zeggen: dat mag. Nou, dan stem ik alleen al tegen – laat ik me maar impopulair maken hier – dan komt dat daar niet. Dus dat soort details, je ziet eigenlijk dat het zo’n … Ik vind zeg maar even het leereffect van de gemeente, en ik kan u enigszins meenemen in het traject zoals het toen ging, ik was toen raadslid en moest toen op eieren lopen. Had contact met de gemeentesecretaris, heb alles op tafel gelegd, al mijn kennis: dit kan volgens mij niet, toets het. Twee Omgevingsdiensten op dat moment zeiden: ja, dit kan allemaal. Ik zeg: nou, ik weet bijna zeker dat het niet kan. De heer Brok wilde ook zijn handen niet branden en vroeg de landsadvocaat om advies. Ja, nee, die kan allemaal vaststellen en doorgaan.
Toch was de rechter die gewoon bij het eerste de beste bezwaar zei: het kan niet en ga ook nog even naar die overige bezwaren kijken. Ik heb vanuit de huidige stukken gewoon nul komma nul kunnen vinden – het werd net al gezegd – over bezwaar twee tot zeven. We blijven maar in zo’n globale uitwerking en naar de echte problemen wordt niet gekeken. Dus ja, zal het doorprocederen worden? Ja, ik denk het wel. Maar wat ik zelf denk is dat als je gaat kijken om het te proberen te realiseren en je geeft die twee ton uit, dat ergens de gemeente – en misschien moet je dan die twee ton ervoor over hebben – er zelf wel achter gaat komen dat het niet kan. Laten we hopen dat ze dan
55
tot dat inzicht komen en niet dat er weer een vergunning wordt ingediend en dat die weer aangevochten wordt en weer door de rechter van tafel wordt gehaald. De voorzitter: Mevrouw Suijker, deze vraag is ook aan u gesteld, of althans de gemeente gesteld. Wilt u dat beantwoorden? Mevrouw Suijker: Hij is vrij lastig, want hij wordt nu eigenlijk vrij politiek, want het gaat erover: is de gemeente bereid om dit proces aan te gaan? Wij denken dat het kan, de haalbaarheid kan. Natuurlijk is er ook gekeken naar het proces in 2016 en wat daarvoor nodig is om nu wel te kunnen voldoen aan alles wat de rechter heeft meegegeven. Het zou haalbaar kunnen zijn, maar dat gaat wel de nodige kosten met zich meedragen. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer In ’t Veld: En dat zijn dan kosten nog bovenop die minimaal zes ton? De voorzitter: Mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker: De kosten die ik u zojuist liet zien zijn realisatiekosten. Dus ja, eventuele proceskosten en alles wat daar omheen komt kijken, dat gaat daar nog bovenop komen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Okkerse. De heer Okkerse: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag aan denk ik zowel de voor- als tegenstanders.
Is er goed nagedacht – ik hoorde het net iemand ook zeggen – dat er regelmatig evenementen zijn in het Wantijpark, dat mensen daar gebruik van gaan maken van die brug om in het Wantijpark te komen tijdens die evenementen en eventuele parkeerproblemen die dat zal opleveren daar in dat gebied? De voorzitter: Wie mag ik hierover het woord geven? Mijnheer Ravelli. De heer Ravelli: Ik denk dat dat opgelost wordt zoals het nu ook opgelost is en dat is dat als er een evenement plaatsvindt, en die zijn er vrij regelmatig, dat er dan mensen zijn die ervoor zorgen dat alleen bestemmingsverkeer daar komt en niet mensen die hun auto daar gaan parkeren. De heer Polak: Als er op dit moment een evenement is in het Wantijpark – en die zijn er gelukkig heel veel, want daar ben ik alleen maar voorstander van – dan wordt dus onze wijk al afgesloten bij de ingang en dan kan alleen bestemmingsverkeer binnenkomen. Dus dat zal in mijn beleving dan ook kunnen gebeuren met die brug of voetveer die er komt. Bij evenementen, hè? De heer Okkerse: Oké, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wilde u nog aanvulling, mijnheer Ravelli? Nee, dank u wel. Mijnheer Okkerse. De heer Okkerse: Dat is misschien het geval voor auto’s die dan daar niet gaan parkeren, maar waarschijnlijk wel met heel veel mensen die daar doorheen lopen om in
56
het Wantijpark te komen en weer terug te gaan, denk ik. Die parkeren natuurlijk op de Noordendijk. De heer Polak: Ik begrijp uw opmerking en ik kan natuurlijk ook niet helemaal vooruitzien, maar op dit moment, als er een evenement is in het Wantijpark gaan alle mensen via de Baden-Powelllaan, of andere invalshoeken. Dat gaat volgens mij heel goed. Ik heb nooit ergens gelezen dat daardoor problemen zijn ontstaan. Dus als die tweede oeververbinding er komt en onze wijk wordt afgesloten voor auto’s, behalve bestemmingsverkeer, dan kun je natuurlijk ook voetgangers tegenhouden, je sluit de brug of voetveer af. Dus ik zie daar zelf geen probleem in. Maar misschien een tegenstander wel, dus. De heer Groeneweg: De tegenstanders zijn het zelfs eens met de voorstanders, mijnheer Gündogdu. De voorzitter: Mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: Dus in dit geval ben ik het met de heer Polak eens dat nu … Dus eigenlijk wordt altijd maar één ingang gecreëerd. Ik verwacht dat ze dan gewoon de brug dicht zullen zetten en de toegang en op zich gaat dat nu prima. Ik voorzie daar bij de grote evenementen, zeker als het betaald is, dan moet er één ingang, anders betaal je niet. Maar misschien kunnen we dan nog wat verdienen met een zakje daar gaan staan. De voorzitter: Kijk, een mooi voorstel. Mijnheer Okkerse, had u nog een aanvullende vraag? Nee. Mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Als er geen andere inhoudelijke vragen zijn, want ik heb een opmerking over de orde, om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Nou, ik wilde dat ook doen, maar ik ben benieuwd naar uw ordevoorstel. De heer Van der Meer: Nou, ik vind het een manco dat bij een beeldvormende sessie de wethouder per definitie niet iets kan zeggen. Want er is bijvoorbeeld net een vraag gesteld over welke overwegingen hebben een rol gespeeld, ik denk dat het voor de beeldvorming van raads- en commissieleden heel goed is als de wethouder daar gewoon een antwoord op zou kunnen geven. Nu komt dat volgende week pas en ik vind dat een tekortkoming, dus ik zou in overweging willen geven om dat toch anders doen in de toekomst. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, ik kan me volledig aansluiten op datgene wat u aangeeft. Volgende week in het presidium gaan we dit natuurlijk ook evalueren, maar dit is ook zeg maar een stukje leermoment voor ons als commissie, commissievoorzitter, want zoveel rondetafelgesprekken doen we dan ook alweer niet. Maar in ieder geval, ik wil tot een afronding komen. Nu heeft de Partij voor de Dieren dit punt mede door ondersteuning van een aantal partijen geagendeerd, heeft er ook concreet twee vragen over gesteld.
Dit allemaal gehoord hebbende, zou mijn voorstel zijn om voor volgende week oordeelsvormende sessie met één of twee concrete politieke vragen het gesprek met elkaar te voeren. Als dat niet lukt om dat nu te formuleren, dan gaan we het open gesprek aan volgende week waarbij iedere partij zijn of haar standpunt mag toelichten.
57
Kunt u tot één of twee politieke vragen komen die we volgende week bespreken? Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Voor mij ligt er één vraag voor en dat is natuurlijk gewoon de wenselijkheid, of het nu wenselijk is om deze brugverbinding te realiseren. Daar komen meerdere afwegingen bij kijken, maar ik weet niet of we die allemaal in aparte vragen moeten voegen. Ik steun het idee om naar een oordeelsvormende commissie te gaan hierna. Ik zou nog wel graag de mogelijkheid krijgen als dat kan om technische vragen schriftelijk te stellen die dan daarvoor kunnen worden beantwoord. De voorzitter: Ik denk dat dat kan. De heer Groenewege: Wellicht, we hadden het net ook over andere belanghebbenden die vandaag niet aan het woord zijn gekomen, zoals de jachthavenvereniging en de Fietsersbond. Wellicht kan de griffie hen vragen om een schriftelijke reactie te geven op de plannen met hun visie en dat we die nog kunnen meenemen bij de oordeelsvormende vergadering. De voorzitter: Er wordt heel hard genoteerd. Het is geen toezegging, maar we gaan het proberen. In ieder geval, er is één concrete politieke vraag. Kunnen we nog een tweede politieke vraag dicteren, of houden we het hierbij? Mijnheer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Wat ons betreft had het niet geagendeerd hoeven te worden, maar als het inderdaad zo is dat er volgende week of een ander moment een oordeelsvormende commissievergadering hierover is, dan is denk ik een goede politieke vraag welk type oeververbinding het beste recht doet aan de wens van de meerderheid van de bewoners om zo’n verbinding tot stand te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Deze toevoeging … De heer Polak: Mag ik daar in deze ronde op antwoorden? De voorzitter: Mijnheer Polak, volgende week gaan politici in gesprek. U heeft al de nodige inbreng gehad, dank u wel. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, er is eerder ook al gesproken over, en dat staat ook in het stuk, ik denk dat er ook wel een uitspraak gewenst is vanuit de fracties met betrekking tot het nut en de noodzaak van de verbinding, ook in relatie tot onder andere de kosten. De voorzitter: De kosten, inderdaad. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb er vanavond ook al een paar keer naar gevraagd en ik denk dat het wel goed is als we volgende week ook met elkaar de vraag eens behandelen in hoeverre we nou vinden dat de gemeente, gezien dit in het verleden toch bij een aantal als verwachting is gewekt – want dat horen we toch wel vanavond – nou meespeelt bij nut en noodzaakafweging.
Dus niet alleen de ecologische, die snap ik heel goed, die vraag. Maar het is ook een dossier met een historie en hoe je dat nou weegt.
58
De voorzitter: Nou, zeker van belang om dat mee te nemen, dat wordt ook genoteerd. De heer Groeneweg: Mijnheer Gündogdu, mag ik één ding zeggen wat afwijkt? En ik denk zelfs dat de heer Polak en de heer Ravelli dat met mij eens zijn. De voorzitter: We zijn nu een politieke vraag aan het dichten, mijnheer Groeneweg. Mijnheer Polak heeft het woord ook niet gekregen, dus ik zou zeggen: we gaan nu tot een afronding komen. In ieder geval, wat ik wil doen: we nemen deze vragen mee voor volgende week, u krijgt nog wat gelegenheid om technische vragen te stellen en er zijn ook wat vragen gesteld, daarop komen ook antwoorden. Volgende week gaan we in gesprek met elkaar en vooral ook met de portefeuillehouder, dat wordt een mooie oordeelsvormende sessie. U bent natuurlijk als belanghebbende uitgenodigd om hier op de publieke tribune plaats te nemen en het oordeel van de commissie af te wachten. De heer Polak: Daar hebben we geen spreekrecht? De voorzitter: U heeft dan geen spreekrecht, nee. De heer Polak: Oké, dank u. De voorzitter: In ieder geval bedankt voor uw aanwezigheid en bedankt voor de kijkers thuis die hebben meegeluisterd en tot volgende week. Dank u wel. 2. Vaststellen kaders en proces doorontwikkeling dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch en beschikbaar stellen van krediet - Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Van der Net Raadsgriffier: dhr.
Vullings Verslag: NotuBiz De voorzitter: Dames en heren, welkom bij deze commissie. We gaan vaststellen de kaders en het proces met betrekking tot de doorontwikkeling dagrecreatie Nieuwe Dordtse Biesbosch. Iedereen die kijkt of aanwezig is, in ieder geval welkom. Er staat hier wethouder Van der Linden, maar die heeft zijn baard afgeschoren, zie ik, dus dat is niet helemaal correct. Wethouder De Jonge is hier aanwezig. En ja, ik ga even nu maar eens een keer van rechts naar links eventjes iedereen zijn naam laten noemen. De heer Stam: Marco Stam, Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Maroof: Abdul Maroof, DENK Dordrecht. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP.
59
Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Suijker: Lianne Suijker, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De voorzitter: Mijn naam is John van der Net en ik ben uw voorzitter en ik zie dat de heer Gündogdu ook aanwezig is, in ieder geval ook welkom. Wij gaan het op dit moment hebben oordeelsvormig over het laatste gedeelte eigenlijk van het plan met betrekking tot de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Daar zijn wat politieke vragen over geformuleerd, maar wethouder De Jonge heeft gevraagd om eerst eventjes kort tot u te spreken over dit onderwerp. Ga uw gang, wethouder. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het speciaal even aangevraagd, omdat we hier te maken hebben met een dossier wat al een heel lange geschiedenis heeft. Het gaat al terug meer dan tien jaar geleden en ook het raadsvoorstel ligt al enige tijd in uw raadsdomein. Het dagrecreatieterrein, onderdeel van onze Nieuwe Dordtse Biesbosch, initiatief en gezamenlijk programma uiteindelijk met de provincie Zuid-Holland, omdat we meer natuur en recreatie wilden.
Dit programma loopt op zijn einde en we zijn dan ook bezig met de eindverantwoording richting de provincie op te stellen. Dit dagrecreatieterrein is dus altijd al onderdeel geweest van dat programma, het is aangemerkt als een van de recreatieve knooppunten, naast De Merwelanden en de Sterren/Schenkel. Het is ook al enkele keren direct, soms indirect in uw raad geweest en als we kijken wat daar de laatste stand van zaken is, dan hebben we te maken dat de zwemplas uit de plannen is geschrapt, dat ziet u ook in het voorstel, en doordat het programmabudget in het verleden richting uitputting ging, heeft u toen ook ingestemd: dan gaan we het casco, zoals dat heette, dus beperkt ontwikkelen. Maar, ligt nog steeds de vraag voor, en dat is eigenlijk ook de belangrijkste vraag die vanavond beantwoord moet gaan worden is hoe uw raad nu aankijkt tegen het verder ontwikkelen van dit dagrecreatieterrein. Dit besluit is ook nodig om überhaupt verder te kunnen met enige ontwikkeling. Capaciteit en de middelen moeten we gaan organiseren, maar dat kan alleen als u daar toestemming voor geeft.
Dus we gaan het vanavond en ook in de raad niet hebben over hoe het gebied eruit gaat zien en welke activiteiten daar gaan komen, daarvoor kunt u ook lezen in het voorstel: we gaan een participatietraject doen, we komen met een voorlopig ontwerp naar uw raad en dat wordt uiteindelijk een definitief ontwerp. We vragen u dus wel om nu eigenlijk uw akkoord te gaan geven op het starten van een participatietraject en wat we daarin mee willen nemen richting het voorlopig ontwerp is dat er wel ruimte wordt gehouden voor een multifunctioneel gebouw. Niet de omvang, niet wat erin gaat komen, ook niet waar het is, maar wel dat we duidelijk
60
kunnen maken in dat participatietraject voor iedereen dat we daar wel ruimte voor beschikbaar willen hebben. Ook hiervoor geldt weer: de criteria voor dat gebouw en alle voorwaarden die daarbij gaan horen, die komen terug op het moment dat we het participatietraject hebben gehad en het voorlopig ontwerp aan u zullen presenteren. Dit even ter inleiding om ook duidelijk te hebben waar we het wel over moeten gaan hebben vanavond en waar nog niet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat lijkt me in ieder geval duidelijk, wethouder. De politieke vragen die in ieder geval geformuleerd zijn voor deze avond is: pas dit voorstel voldoende bij eerder meegegeven kaders en de visie van de gemeente voor dit gebied? Wat valt er om als we niks doen, dus het plan niet uitvoeren, door Gewoon Dordt. En we maken ons voor de realisatie van het gebouw, waar de horeca en de nog onbekende nevenfuncties moeten komen, afhankelijk van de vraag of zich een ondernemer meldt die dat wil realiseren. De SP vraagt: waarom niet zelf een bezoekerscentrum realiseren, of minimaal die mogelijkheid onderzoeken? Ik wilde als eerste dan toch degenen die de politieke vragen hebben opgesteld, om die het woord te geven. Dan begin ik nou niet eens bij één, maar in eerste instantie begin ik dan bij de SP, bij de heer Hartmeijer, om nog eventjes kort zijn mening te geven over dit plan. De heer Hartmeijer: Dank u wel.
Ik had eigenlijk een bijdrage voorbereid inhoudelijk, dus ik heb niet dan helemaal doorgekregen wat de kaders van deze vergadering waren. Blijft wel over een aantal vragen. De grond is aangekocht met gelden uit de provincie, begreep ik. De voorzitter: Ja, ik ben heel streng, maar … De heer Hartmeijer: Nou, mij is even niet duidelijk, ik heb wel de wethouder gehoord, maar wat we gaan doen vanavond. De voorzitter: De wethouder heeft het volgens mij ook net nog uitgelegd ook wat we willen gaan doen. We moeten aangeven wat we van het huidige plan vinden, dus een multifunctioneel gebouw met een zwemplas en dat eromheen. De heer Kleinpaste: Maar voorzitter, mag ik dan toch een punt van orde maken? De voorzitter: Natuurlijk. De heer Kleinpaste: Want ik ben enigszins verbaasd dat de wethouder daarmee eigenlijk bepaalt waar deze vergadering over gaat, want wij gaan over onze eigen vergaderdiscipline en over onze eigen onderwerpen. Dus als wij een andere manier van bespreken zouden willen hebben, dan is daar alle ruimte voor, want wij gaan daarover. De voorzitter: Als de meerderheid van de commissie het daarmee eens is, dan klopt dat.