CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-09-20 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 oktober 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 30 augustus, 6, 20 en 27 september en de Gemeenteraad 13 september 202253.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Dus als u het goedvindt, gaan wij ervoor zorgen dat de informatie van de planjurist uw kant op komt en dan kunnen we inderdaad kijken: is het nodig om het voorstel te amenderen en op welke wijze? Zodat u als raad voelt dat u instemt met iets wat eigenlijk al in het bestemmingsplan is geregeld, maar waar we heel graag als college gewoon uw toestemming voor willen hebben, in de nuchterheid van: de participatie gaat uiteindelijk uitwijzen hoeveel vierkante meter we uiteindelijk nodig zullen gaan hebben en zullen gaan reserveren voor een gebouw en een terras daaromheen. De voorzitter: Dat lijkt mij duidelijk en dan kijk ik … De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ik vind het nog steeds een beetje verwarrend, maar dat ligt misschien aan mij. Er wordt eerst gezegd door de wethouder en anderen: er komt wel

81

iets van een gebouw, maar ja, wat daarin komt, dat moeten we nog bezien. Twee zinnen later gaat het al over: hoe groot moet die horeca zijn? Dan hoor ik de wethouder: er komt een gebouw en dan kunnen we besluiten hoe groot het terras wordt. Maar ja, volgens mij is er nog helemaal niet besloten of daar überhaupt horeca komt. Maar ja, ik ben een beetje op zoek naar waar we het nou precies over hebben. De voorzitter: Misschien ook wel weer, dan wijs ik natuurlijk op het besluit dat er wordt gesteld om het te wijzigen, in plaats van horeca, naar 500 vierkante meter multifunctioneel gebouw – wat dat ook is – en 400 vierkante meter terras. Dat is het besluit wat op dit moment voorligt en niet meer en niet minder. En ja, veel helderder kan ik het ook niet maken op dit moment. Dan kom ik nog wel, als ik nu zo kijk, dan hoop ik dat het voor iedereen duidelijk genoeg is om hier echt wat van te gaan vinden. Nou ja, we kunnen het aanhouden, maar dan moeten we weer een keer bij elkaar gaan zitten, of we kunnen inderdaad het voorstel van de heer Kuhlmann, wat omarmd is door de wethouder, dan om te kijken of er misschien inderdaad door een amendement het besluit kan worden gewijzigd, waardoor alsnog dat erop kan worden besloten. Dat is uiteindelijk denk ik de conclusie en dan is de vraag wat uw commissie daarvan vindt. De heer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Voorzitter, eigenlijk vraagt u: is het een hamerstuk, of is het niet besluitrijp? Ik heb heel erg de neiging om het niet besluitrijp te vinden. De voorzitter: Maar dat recht heeft u natuurlijk en dat is de vraag of dat er nog meer partijen zijn die vindt dat dit niet besluitrijp is. Dan kijk ik naar de heer Stam, die daar ook wat over wil zeggen. De heer Stam: Ik volg het voorstel van de heer Kuhlmann, dat is het enige wat ik wil aangeven. De voorzitter: Nou, dat lijkt me duidelijk. Nou goed, de heer Kleinpaste, Gewoon Dordt, geeft aan: dit is niet besluitrijp. Een ander voorstel is om inderdaad dan, als de wethouder in ieder geval een planjurist heeft geraadpleegd, om te kijken of we door een amendement het besluit zo kunnen wijzigen dat het duidelijk genoeg is en ook houdbaar en dat we dan het naar de raad kunnen laten gaan. Ik concludeer dat dat laatste het geval is en dan sluiten wij …

82

VERSLAG VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 2 VAN GEMEENTE DORDRECHT D.D. 20 september 2022 Vergaderkamer 3

2. Kennisbijeenkomst Sturen op Jeugdhulp: aantal jeugdigen, aantal zorgaanbieders, inkoop door SOJ Voorzitter: mevr. Vol-van der Holst Raadsgriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz De voorzitter: Zich stil kan maken. Dan wilde ik de vergadering gaan openen. Het is een beeldvormende vergadering met een vraag vanaf de commissievergadering van 24 mei jongstleden waarin de behoefte werd uitgesproken om een aparte commissievergadering nog te organiseren met voornamelijk ook nog heel veel data over de jeugdzorg. Dat staat nu dus op de planning. Ik ga eerst eventjes iedereen welkom heten, de mensen thuis, de mensen in het publiek en de mensen hier aan tafel. Ik ga zo een rondje doen dat u zichzelf nog even voor kan stellen en dan ga ik beginnen aan mijn linkerzijde van de SP. De heer Portier: Zeker de linkerzijde, dus Ronald Portier, SP. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, PvdA. De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Van Oostrum: Susan van Oostrum, ambtelijke ondersteuning. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Kwaak: Peter Kwaak, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens: Jeanine Lammens, Dordtse VVD.

De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Boone: Dave Boone, Beter Voor Dordt.

83

Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Beter Voor Dordt. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: En Daniëlle Vol, voorzitter voor vanavond. Ik ga eventjes uitleggen hoe de gang van zaken is. Wij krijgen eerst een geweldige presentatie. Die wordt georganiseerd door die twee dames daar. Daarna is er wel gelegenheid voor wat vragen plenair, maar dan het liefst wel over data, dus over pure feitjes en daarna is er ruimte voor gesprek en dan wordt de vergadering opgedeeld in vier hoeken waarbij er dan deskundigen zijn waar u vragen aan kunt stellen en dan is de bedoeling dat we aan het einde van de vergadering weer bij elkaar komen en dat elke groep even een korte uitleg geeft van wat zij besproken hebben. Zijn daarop voor nu opmerkingen of vragen over? Nee. Dan stel ik voor dat de dames van start gaan. Mevrouw Van Oostrum: Ja. Nou ik zal beginnen. Zoals jullie weten ben ik een beleidsadviseur hier bij de gemeente Dordrecht op het gebied van jeugd, jeugdhulp en de deskundige naast mij, zitten daar achter, dus die gaan straks inderdaad in de tafels, aan de tafel plaatsnemen en kunnen jullie wat meer vragen stellen, dus ik zal de presentatie geven daar waar een enkele vraag is, kan die wel gesteld worden en waar ik antwoorden op kan geven, maar gaan we de diepte in dan is het fijner om dat dadelijk te doen als we uit elkaar gaan.

Naast mij zit Corina van Ipenburg en daar geef ik dadelijk het stokje aan over. Zij is van de Serviceorganisatie Jeugd. Doet heel veel, maar weet ook veel van data af. Oké. Ik zit hier zonder … de presentatie staat niet klaar bedenk ik me ineens. De voorzitter: We gaan er meteen werk van maken. Kijk. Als we Clark niet hadden hè. De heer Beemer: Dan hadden we iemand anders. De voorzitter: Ja nou ja. Even kijken. Vandaag gaan we het hebben over jeugdhulp in een bredere context. Wat is de opdracht van de gemeente, welke partijen hebben wij bij ons of naast ons om onze taak, aan onze taak te voldoen, dus even wat breder en wat speelt er in jeugdhulpland. Vervolgens gaan we wat vertellen over de sturingsinstrumenten die we hebben en vervolgens eindigen we met de jeugdhulpdata. Nou de jeugdhulp. De Jeugdwet. Nou gemeenten hebben een jeugdhulpplicht, dus het is geen recht, het is echt een plicht van ons als gemeente om jeugdhulp te verlenen aan kinderen. Zij hebben het recht om verzorgd, begeleid en opgevoed te worden. Nou in eerste instantie zijn dat de ouders verantwoordelijk daarvoor, de ouders, de verzorgers, de opvoeders, maar wij zijn als gemeente ook verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van jeugdhulp indien nodig.

Een belangrijke is dat er schaarste in jeugdhulplandschap is en dat hebben we vorige keer al aangegeven, zowel in menskracht, dan bedoel ik gewoon de professionals die bij jeugdhulpaanbieders werken, maar ook bij ons Sociaal Wijkteam en financieel, de kosten in jeugdhulp stijgen nog steeds, dus sturen is noodzakelijk. Wat willen we in Dordrecht. Nou daar staat de zin uit ons lokaal plan Jeugd, wat tot dit jaar nog actueel is. Wij willen dat alle kinderen bij ons in Dordrecht gezond, veilig, kansrijk en met plezier opgroeien en dat indien nodig kinderen dus passend hulp krijgen en passend betekent dichtbij, zo snel mogelijk, zo kort mogelijk. Nou ja, zoals ik al aangaf is het jeugdhulplandschap om het nu en in de toekomst financieel haalbaar te houden en de kwaliteit, ook heel belangrijk natuurlijk van de jeugdhulp, ook up-to-date te houden, blijkt

84

noodzakelijk. En dan kun je denken wat wij zoal doen is normaliseren, dat is echt meer een maatschappelijke ja trend wil ik zeggen, niet ieder probleem is een probleem, dus ja demedicaliseren en normaliseren, niet alles hoeft meteen naar de jeugdhulp, maar kan wellicht ook in het preventieve voorveld noemen wij dat dan, maar dat is met de nietgeïndiceerde algemene voorzieningen kunnen kinderen ook geholpen worden, dus een druk kind hoeft niet per se ADHD te hebben, maar kan ook bijvoorbeeld gewoon lekker gaan sporten bij een sportvereniging en misschien is daarmee het probleem van het kind, maar ook van het gezin opgelost. Nou van curatief naar preventief, dat betekent dat we meer preventief inzetten om te voorkomen dat er problemen ontstaan of dat problemen erger worden en we zetten ook in op de juiste zorg op de juiste plek. Er zijn ook kinderen die nu gebruikmaken van de Jeugdwet, maar waar eigenlijk bijvoorbeeld Wlz passender is, omdat er geen groeimogelijkheden meer zijn, dan op het moment dat er geen potentie meer is of wordt gezien, dan gaat zo’n kind vaak naar de Wlz, maar dat kan ook nog wel eens in de Jeugdwet blijven hangen, dus daar zetten we ook op in. Dan naar de sturingsinstrumenten.

Het is een hoop en dat hebben jullie misschien ook al gezien aan de presentatie die vooraf is gedeeld en ik heb het geprobeerd om zo overzichtelijk mogelijk weer te geven en op te knippen in vier sturingsinstrumenten. We doen nog veel meer daarnaast, maar dit is wel het meest belangrijke. We hebben de afbakening van jeugdhulp, we hebben we sturen of de toegang tot jeugdhulp, we sturen op de inkoop van jeugdhulp en de contracten die afgesloten zijn en we sturen ook op de samenwerking tussen allerlei partijen en dan hebben we het ook over de jeugdhulpaanbieders, maar ook over de toegang bijvoorbeeld en ook aanbieders in het preventieve voorveld, die proberen we natuurlijk zoveel mogelijk aan elkaar te knopen en wat belangrijk is daarbij is dat we ook natuurlijk, wanneer we het over jeugdhulp hebben, we ook naar dat preventieve veld blijven kijken, want we kunnen natuurlijk wel proberen om zo min mogelijk kinderen in de jeugdhulp te hebben die daar als het niet passend is of wat dan ook, maar dat betekent ook wel dat we in het voorveld voldoende menskracht nodig hebben en voldoende aanbod en we moeten ook kijken naar andere beleidsvelden, bijvoorbeeld achttien min, achttien plus is zo’n onderwerp waar de verlengde jeugdhulp nu nog vaak wordt ingezet, moeten we ook kijken, is daar bijvoorbeeld de Wmo niet geschikter, dus als we het over jeugdhulp hebben en over sturen op jeugdhulp

dan kijken we dus ook breder ook naar andere wetten en ook naar het preventieve deel. Dit is wat we lokaal doen. Zoals jullie weten is er ook landelijk natuurlijk is er een hervormingsagenda op komst en ook daarvan gaan we natuurlijk bezien wat dat voor effect zal hebben op ons lokale sturingsmogelijkheden. Dan nog even zo in beeld heel kort, zoals ik net al zei, de gemeentes zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van allerlei vormen van jeugdhulp. Dat doen wij door … wij zijn verantwoordelijk om beleid te maken. Nou daar zit die verordening bijvoorbeeld bij. We zijn ook verantwoordelijk om de kinderen deskundig toe te leiden naar jeugdhulp en we zijn verantwoordelijk voor kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod. Dat doen we niet alleen. De deskundige toeleiding, dat zit bij ons bij de jeugdprofessionals van Stichting Jeugdteams en zij zijn werkzaam in het Sociaal Wijkteam. Zij bieden naast die deskundige toeleiding naar jeugdhulp bieden zij zelf ook lichte vormen van ondersteuning en als we het hebben over het aanbod dan hebben wij daar de Serviceorganisatie Jeugd. Dat is nog een beetje een oude term. Inmiddels is het organisatorisch samen gegaan met de collega’s Veilig Thuis volgens mij en is het nu een cluster geworden, Gezond en Veilig Opgroeien en dat bevindt zich bij de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd.

Zij zijn verantwoordelijk voor

85

de inkoop, contractering, maar ook over de administratieve en financiële afhandeling van beschikkingen, uiteindelijk ook echt het afgeven van beschikkingen, dus waar de jeugdprofessionals advies geven over een beschikking, is de SOJ degene die echt die beschikking daadwerkelijk de deur uit doet en we kunnen terecht bij de Serviceorganisatie voor allerlei advies en ondersteuning. Dan het eerste instrument, de afbakening. Nou daar hebben we het al voor de zomer over gehad en ook recent nog toen we het hadden over de nadere regels. Begin dit jaar is dus de verordening vastgesteld, de nadere regels worden eind deze maand vastgesteld door het college en daarin bakenen we jeugdhulp in die verordening af ten opzichte van verschillende andere wetten. Net noemde ik al de Wlz, de Wet op langdurige zorg. Ook de Wmo en de Zorgverzekeringswet.

Uiteindelijk is het doel en later dacht ik ja, minder beroep op Jeugdwet, het is natuurlijk niet zo dat we niet willen dat er kinderen geen gebruikmaken van de Jeugdwet, maar natuurlijk wel indien hè, niet onnodig, dus het is beter als kinderen dus ook in het preventieve veld geholpen kunnen worden, dus eigenlijk moet hier staan minder onnodig beroep op de Jeugdwet en daar bedoelen we dus ook mee de juiste zorg op de juiste plek en ook goed om hierbij te vermelden is dat toen de verordening Jeugdhulp werd vastgesteld, dat toen ook het college heeft toegezegd om dit najaar en dat wordt, dat trekken we iets langer door, te gaan werken aan een integrale verordening Sociaal Domein en daar volgt binnenkort ook nog een raadsvoorstel over. Nou dan gaan we over naar de toegang. Dat is een hele belangrijke. Er zijn eigenlijk drie toegangspoorten. Eén gemeentelijke toegangspoort. Dat is het Sociaal Wijkteam en daar zijn dus de jeugdprofessionals van Stichting Jeugdteams werkzaam in. Dan heb je nog de medische verwijzers, die mogen ook verwijzen naar jeugdhulp. Dat zijn huisartsen, maar ook kinderartsen in het ziekenhuis, de jeugdarts van de jeugdgezondheidszorg.

En dan heb je nog de gecertificeerde instellingen, de GI’s en dat zijn de instellingen die de maatregelen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren, die opgelegd zijn door de rechter, dus daar doet een rechter uitspraak toe en zij voeren dat uit en mogen ook verwijzen naar jeugdhulp. Nou ja wat zie je, we hebben dus drie toegangspoorten en we zijn financieel verantwoordelijk voor alle jeugdhulp, terwijl we dus maar slechts invloed hebben op een deel van die toegang. Daar schuurt het wel eens. Betekent niet dat we met de medisch verwijzers en de gecertificeerde instellingen helemaal niks doen. Daar zijn we echt zeker wel over mee in gesprek. Dat doen we bijvoorbeeld en daar kom ik dadelijk op terug, bijvoorbeeld door de POH-ers Jeugd die we sinds ruim een jaar hebben hier in Dordrecht en ook met de gecertificeerde instellingen zijn we zeker in gesprek om te kijken van hoe kunnen we ook daar zorgen dat de toegang wat soepeler bijvoorbeeld verloopt of wat sneller verloopt, maar ook dat er bijvoorbeeld minder onnodig dus doorverwezen wordt naar de jeugdhulp. Zoom ik even kort in op het Sociaal Wijkteam. Sinds 1 januari hebben wij zelf de Sociale Wijkteam gecontracteerd.

Zij bieden dus, dat zei ik net ook al zelf, lichte vormen van ondersteuning, maar ze geven ook adviezen af voor beschikkingen en het idee is eigenlijk dat zij dus ook kijken, zij hebben ook van allerlei deskundigen natuurlijk in hun midden, maar ook bijvoorbeeld sociaal makelaars om te kijken van joh wat is er in dat preventieve voorveld mogelijk, dus ze zijn eigenlijk een soort van de schakel tussen enerzijds de jeugdhulp, de beschikkings… achter een beschikking, maar ook wat kunnen ze zelf bieden, maar ook wat kunnen ze bijvoorbeeld afschalen naar meer andere partners en we hebben bijvoorbeeld in ons voorveld ook Buurtgezinnen of Home-Start, dat zijn ook allemaal, dat is allemaal aanbod en interventies die gewoon veel lichter zijn, waar op basis van vrijwilligers gewerkt wordt, waarin gezinnen ook ondersteund worden

86

en vaak of soms ook gewoon voldoende is en waar dus geen noodzaak is tot jeugdhulp. En zij toetsen ook op het normenkader, het Sociaal Wijkteam, en dat is iets wat ik dadelijk wat langer bij stil sta. Nou wat is het doel van het Sociaal Wijkteam. Nogmaals het normaliseren, meer inzetten op preventie, minder onnodige beschikkingen of doorverwijzingen naar de zwaardere jeugdhulp en hierover worden jullie ook nog binnenkort geïnformeerd door middel van een raadsinformatiebrief. Dat gaat dan ook over de aanbesteding die momenteel loopt. Maar wat als een vraag niet enkelvoudig is, maar meervoudig is en wanneer het echt heel erg complex wordt. Dan spreken wij bij ons over multi problem gezinnen en daarvoor hebben we ook verschillende aanpakken. In ons midden is de Sociaal Pontonnier. Wij hebben een doorbraakaanpak en Nane, die heeft echt mandaat om in complexe gevallen een doorbraak te kunnen, nou ja, laat ik zeggen afdwingen, maar die kan daar voor een doorbraak zorgen en het gaat vooral om gezinnen die echt vastgelopen zijn in het systeem, dus waar regelgeving of bureaucratie of regie ontbreekt, dus in die gevallen dan kan zij soms net wat meer dan de jeugdprofessional. Zij werkt ook samen met zes doorbraakregisseurs, die werkzaam zijn bij het Sociaal Wijkteam. En ja zij hebben dus wat meer mogelijkheden om af te wijken en ook om te kijken naar maatwerk.

Dan is er nog de Uitvoeringsbrigade. Dat is alleen maar in Dordt West en dat is een brigade, nou ja brigade, dat is een samenwerking tussen het Sociaal Wijkteam, het Buurtwerk, woningcorporaties, ook Nane is daarbij betrokken en dan gaat het vooral over gezinnen die nou ja multiproblem zijn, maar nog heel erg achter de voordeur zitten, die we dus nog te weinig in zicht hebben, om die ja zichtbaar te maken, dus waar de woningcorporatie, ja die signaleert dan dingen, die ziet dingen, die komt dus achter de voordeur en dan wordt er met een aantal partners gekeken van wat kunnen we daar betekenen en het zijn eigenlijk gezinnen die nu nog een beetje tussen wal en schip dan vallen of niet zichtbaar genoeg zijn. Veilig Opgroeien is Teamwork heb ik hier genoemd en dan gaat het over gezinnen waar echt het, waar zorgen zijn over de veiligheid van een kind en daar wordt vroegtijdig samengewerkt tussen de GI’s, maar ook de Raad van de Kinderbescherming, Veilig Thuis, Sociaal Wijkteam, die zorgen ook samen ervoor om, er wordt nu aan gewerkt om een aanpak daarop te ontwikkelen. Als er vragen zijn, ja dadelijk hebben we dus die tafels en dan, dus laat het vooral even op je inzinken, inwerken. De POH-ers Jeugd, dat is dus waar we die connectie willen maken, die samenwerking willen stimuleren tussen de huisartsen en het Sociaal Wijkteam. Dat is echt het doel.

Er komen nog best wel veel, dat zul je straks ook in de date zien, best wel veel jeugdigen komen in de jeugdhulp terecht via een verwijzing van de huisarts. En daar willen we graag wat meer grip op hebben. Sinds een jaar zijn er bij vier Dordtse huisartspraktijken POH-ers in dienst en POH staat voor Praktijkondersteuner GGZ Jeugd. Heel veel huisartspraktijken hebben die al wel voor volwassenen, maar zijn dus nu aan het kijken en dat gaan we dan ook waarschijnlijk verder uitrollen bij meer praktijken. Echt specifiek voor de jeugd een GGZ praktijkondersteuner te installeren met uiteindelijk het doel dat er minder onnodige GGZverwijzingen gaan naar de regionale zorgmarkt en dan bedoel ik dus de regionale zorgmarkt is dus de, dat zijn de jeugdhulpaanbieders die werken met een beschikking. Dat noemen wij dan de, ja we zitten allemaal vol met allerlei jargon, de regionale zorgmarkt noemen we dat. En ik kan wel kort eventjes, want hier komt ook een raadsinformatiebrief binnenkort over, maar ik kan wel even kort ja, maar jullie worden overladen, krijgen heel veel nog toegestuurd, we zijn druk bezig. Nee er zijn in anderhalf jaar … of nee, van 1 september vorig jaar tot 1 juni dit jaar 190 kinderen gezien door die praktijkondersteuners en zij hebben 88 procent van die kinderen zelf gesproken en

87

behandeld of nou ja behandeld, gesproken en begeleid. Waar, dus 12 procent is dan wel nog doorverwezen naar echt jeugdhulp met een beschikking, dus ja we weten natuurlijk niet exact op die andere 88 procent anders ook volledig was doorgeschoven, maar ze vangen dus echt al ontzettend veel af en we gaan er ook vanuit dat die 12 procent die dus wel doorgezet wordt, veel gerichter en meteen passender geholpen worden of gericht gestuurd worden naar een juiste plek en niet dat zo’n kind dan nog is bij een plek komt en dan weer nou ja, van de ene hopt naar het andere. Maar daarbij moet ik dus wel vermelden dat die 88 procent heel hoog is, dus wij gaan er wel vanuit dat dat wat gaat zakken. Landelijk is veertig procent het gemiddelde, dus we zitten nu echt enorm hoog, dus nou ja, het zou heel mooi zijn als we dat vasthouden, maar de kans is wel groot dat dat wat minder wordt en wat hierbij van belang is, dat die POH-ers die begeleiden dus zelf die kinderen, maar kijken dus inderdaad ook is er een alternatief in dat voorliggende veld, in het preventieve veld, dus het is ook heel belangrijk dat die POH-ers voldoende op de hoogte zijn van het aanbod wat er in het preventieve veld is en ze moeten ook op de hoogte zijn van het normenkader, maar daar vertel ik jullie dadelijk wat meer over. Dan de inkoop en contractmanagement waar we ook op sturen.

Nou we kopen op twee verschillende niveaus in, jeugdhulp. Dat doen we regionaal, dan gaat het echt over jeugdhulp met een beschikking en dat wordt uitgevoerd door de Serviceorganisatie Jeugd en daarnaast zijn we sinds ik denk ongeveer een jaartje ook lokaal met aanbieders contracten aan of overeenkomst aan het afsluiten in het kader van jeugdhulp naar voren en daar gaat het over jeugdhulp zonder een beschikking, dus daar kan je veel gemakkelijker naartoe. Zoom ik even in eerst op de regionale inkoop. Met ingang van 1 januari 2022 zijn er dus nieuwe overeenkomsten gesloten met de jeugdhulpaanbieders en daar is een heel lang proces aan vooraf gegaan middels een SAS-procedure waarop allerlei samen jeugdhulpaanbieders gesprekken zijn gevoerd, zich hebben ingeschreven. Per 1 januari zijn we dus daarmee in zee gegaan. De basis vormen zes kernwaarden waarin we dus echt zeggen van nou die zes kernwaarden staan voor ons centraal, maar ook voor die aanbieders en dat is bijvoorbeeld jeugdigen groeien thuis op, ja daar waar zo veel mogelijk en ieder kind volgt onderwijs bijvoorbeeld en de jeugdhulp moet zorgen voor een toenemende zelfredzaamheid en een duurzaam herstel. Nou ja zo hebben we zes kernwaarden en iedere aanbieder die gecontracteerd is of ingekocht is, die heeft daarmee ook zich gecommitteerd aan die zes kernwaarden.

De regionale inkoop heeft ervoor gezorgd dat de kwaliteit verbeterd is, dus de kwaliteitseisen zijn aangescherpt en daarnaast hebben we er ook voor … heeft het er ook toe geleid dat we minder aanbieders hebben gecontracteerd. Er zijn ook faire tarieven afgesteld … De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Mag ik … ik weet dat de vragen straks worden gesteld. Over deze, u zegt minder aanbieders maken we nu gebruik van. Wat is minder? Hoeveel waren het er en met hoeveel hebben we er nu te maken? Mevrouw Van Ipenburg: In aantallen weet ik hem niet zo uit mijn hoofd, maar het was een afname van om en nabij de tien procent van het aantal aanbieders, dus het zijn er nog steeds wel aardig wat. Wat we wel zien en dat is gelijk een winstwaarschuwing, door een wijziging van, ja een wijziging woonplaatsbeginsel is dat, dat is een beetje techniek, vallen kinderen die voorheen onder een andere regio, een andere gemeente vallen, als

88

ze oorspronkelijk uit Dordt komen, nu uit Dordt, daardoor zien we een enorme toename van het hele specifieke contracten die we moeten sluiten voor die kinderen, want die wonen vaak niet eens meer in de regio, dus dat zijn aanbieders waar we ook geen contract mee hebben, dus de vaste partners is met ongeveer tien procent afgenomen, daarnaast zien we helaas wel dat door die wijziging we in ieder geval de komende jaren meer van dat soort hele kleine specifieke contractjes zullen moeten sluiten. Mevrouw Van Oostrum: Ja dat zie je dadelijk in de data ook, want dan hebben we het aantal aanbieders en dan zie je dus ook nog een behoorlijk plukje ja van de aanbieders inderdaad die eigenlijk naar ons toe zijn gekomen middels het woonplaatsbeginsel. Even kijken, waar was ik gebleven. Ja we hebben een landelijke benchmark gedaan, dus er zijn andere tarieven afgesproken, meer faire tarieven. Daarnaast zijn er ook eisen gesteld aan bijvoorbeeld de winstmaximalisatie en de SROI en dat staat voor Social Return On Investment, dus dan moet je ook wat terug doen voor de maatschappij en er is een normenkader ingevoerd en daarover, daar zal ik even verder op inzoomen.

Ja er zijn dus normen gesteld voor de uren, voor de duur en de intensiteit van zorg en die zijn opgenomen in overeenkomsten en er wordt vanuit gegaan dat voor 85 procent van de jeugdigen is die norm toereikend, dus voor een aantal jeugdigen zal nooit die norm hoeven te behalen en er zijn ook natuurlijk jongeren waarvoor het net, waarvoor het te weinig is en als dat zo is dan is het zo dat een aanbieder dus terug moet naar het Sociaal Wijkteam of naar de gecertificeerde instelling en moet vragen om verlenging of om ophoging van het normenuur en daarmee kunnen we dus ook als gemeente, dus die professionals in het Sociaal Wijkteam, die voeren dus een toets uit, zowel administratief, dus ze houden ook bij van welke aanbieders zijn dat dan vooral die om … het kan zijn dat bijvoorbeeld voor een zelfde product één aanbieder heel vaak om een normoverschrijding vraagt en een ander helemaal niet.

Nou daar is natuurlijk, dat is interessant om te onderzoeken, hoe kan dat, maar ja het kan ook zo zijn dat we helemaal geen verschillen tussen aanbieders zien en dat we wellicht iets met die norm moeten natuurlijk, maar daarvoor doet het Sociaal Wijkteam een administratieve toets, dus dat is puur en alleen administreren van die normoverschrijdingen en daarnaast willen we ook gaan werken aan een kwalitatieve toets en dan wordt er gekeken van ja maar is het echt noodzakelijk of inderdaad is er niet iets in het preventieve, algemene voorzieningen waar we onze jongeren misschien beter passend kunnen helpen, dus dan vindt er ook een kwalitatieve toets plaats en daar vindt dus nog een regionaal of lokaal en ook regionaal afstemming over plaats. En waarom regionaal, omdat de aanbieders hier regionaal gecontracteerd zijn, dus op het moment dat wij hele andere eisen of een hele andere kwalitatieve toets doen, ons Sociaal Wijkteam, als een andere buurgemeente, dan is het natuurlijk ook niet helemaal werkbaar voor die aanbieders, dus we proberen daarin wel echt samen op te trekken met onze ja de gemeenten in Zuid-Holland Zuid. De heer Kwaak: Ook heel even tussendoor. De voorzitter: De heer Kwaak, ja. De heer Kwaak: Dank u wel voorzitter. U heeft het over de aanbieder moet terug naar het Sociale Wijkteam.

Is dat a, niet een papieren rompslomp wat we gaan doen dan? Kan het niet … ik neem aan dat een aanbieder, die heeft iemand onder behandeling. Je hebt voor laten we zeggen acht uur gehad en hij heeft tien uur nodig. Kan dat niet simpeler of

89

niet makkelijker? Het lijkt mij als het weer terug naar het Sociale Wijkteam gaat, dan ligt het daar weer twee weken op de plank voordat het weer verdergaat. Mevrouw Van Oostrum: Ja dat is een aanname, dat zou niet de bedoeling moeten zijn. Ja het zorgt natuurlijk voor administratie, maar we hopen daardoor ook wel uiteindelijk dus betere hulp te kunnen bieden aan de jeugdigen, wat misschien is die twee uur wel helemaal niet passend en is iets anders veel beter of passender, dus ja. De heer Kwaak: Ik vraag het aan iemand van het Wijkteam straks. Mevrouw Van Oostrum: Ja. De heer Kwaak: Allemaal specialisten. Mevrouw Van Oostrum: Is goed. Ja en wat ik ook zei, die normoverschrijding, als die nodig is dan wordt dat gewoon gedaan en er is ook een verplichting om af te wijken op moment bijvoorbeeld als er dreigende uithuisplaatsing is. Die 85 procent ja. Nee maar als er een dreigende uithuisplaatsing is of een dreigend schooluitval of een rechterlijke uitspraak is, dan zal altijd van die norm afgeweken worden, dus er zeker wel ja gevallen waarin die norm sowieso overschreden wordt. Dan gaan we het hebben even over het contractmanagement. Nou we hebben dus contracten met de aanbieders daarin.

Daar voert de SOJ voert het contractmanagement daar voor ons uit, maar dat doen we dus sinds dit jaar ook samen met de SOJ, omdat we als gemeente ook gewoon veel meer willen weten van wat gebeurt er bij aanbieders en waar kan het mogelijk beter, dus we sluiten ook aan bij die gesprekken met aanbieders en daarnaast heeft de SOJ dus gesprekken individueel met aanbieders, maar ook collectief en wij noemen dat dan de ontwikkeltafels, daar komen allerlei aanbieders bij elkaar en worden gewoon bijvoorbeeld zo’n norm, bijvoorbeeld als wordt geconstateerd dat een norm in heel veel gevallen niet passend is, dan kan daar in zo’n tafel of tijdens zo’n tafel over gesproken worden, dus die vinden een aantal keer per jaar plaats, dus dat is die gestructureerde dialoog, dat wordt gedaan op ontwikkeltafels en uiteindelijk is het de bedoeling natuurlijk dat je die overeenkomst die je hebt gesloten, dat je die beter, optimaal uitnut en dat we ook kijken van nou ja wat hebben we regionaal ingekocht en wat kopen we lokaal in, want ook daarin zit natuurlijk ja dat communiceert met elkaar. Dan het lokale, nou ja lokale inkoop, jeugdhulp naar voren.

Dat is iets wat we sinds een jaartje ongeveer doen en waarin we eigenlijk willen dat bestaande jeugdhulp gewoon beschikkingsvrij kan worden aangeboden, maar ook waar nieuwe vormen worden … of nieuwe en meer groepsgericht aanbod wordt gecreëerd, dus veel jongeren krijgen individuele begeleiding of gericht individueel, terwijl je kunt natuurlijk, als het in een groep kan is dat vaak ook efficiënter en kunnen ze zich aan elkaar optrekken, dus daarom kijken we van joh kan er nou niet meer groepsgericht aanbod gecreëerd worden of is er aanbod wat we nu nog niet hebben en waar we dus iets voor moeten creëren en de voorbeelden zijn bijvoorbeeld de BSO+, dat is BSO voor kinderen met een medische achtergrond, FLITS en ook GGZ naar voren. Nou degene achter de tafel dadelijk, Vanessa, kan jullie daar wat meer over vertellen. Uiteindelijk is het zo, wij willen natuurlijk met jeugdhulp naar voren niet dat dat hetzelfde aanbod is maar dan zonder een beschikking, want dan ja dan scheelt het inderdaad die beschikking, dan scheelt het iets in administratie, maar dat zou niet moeten zijn, het zou meer moeten zijn, dus je wilt dat die partners meer samenwerken, dat er dus nieuw aanbod gecreëerd wordt en meer groepsaanbod. Nou en

90

dan als je kijkt van wat we ook al aangaven, het Sociaal Wijkteam, de POH-ers. Die moeten natuurlijk al afweten van wat wij inkopen op het gebied van jeugdhulp naar voren, want ook daar moeten zij natuurlijk naar doorverwijzen, zodat er minder verwijzingen naar de duurdere jeugdzorg worden afgegeven. En dan de laatste, het sturingsinstrument is die samenwerking, dus wij stimuleren de samenwerking, zoals ik net al aangaf, tussen de verwijzers dus de toegang, maar ook met jeugdhulpaanbieders en andere partners in het preventieve veld. Nou dat doen we bijvoorbeeld met die aanbesteding en waar we eerst alleen het Sociaal Wijkteam en Buurtwerk en het jongerenwerk apart subsidieerden, hebben we dat nu weggezet in één opdracht, waarin wij dus ook willen dat er meer met elkaar wordt samengewerkt en waar de Buurtwerk en jongerenwerk zich veel meer op straat bevinden dan het Sociaal Wijkteam, wil je gewoon dat zij dat verlengstukje zijn en dat ze dus eerder signaleren, eerder signaleren, maar ook bijvoorbeeld dat jongeren die zij bij het Sociaal Wijkteam aankloppen misschien gewoon geholpen kunnen worden door iemand, door een jongerenwerker en niet door een professioneel en met een beschikking. Nou de samenwerking tussen huisartsen en … De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti.

De heer Safranti: Ik wilde mijn mond blijven houden hoor, maar op den duur, ja … Mevrouw Van Oostrum: Het is heel, ja … De heer Safranti: Het wordt zo abstract op den duur. U geeft aan we hebben afspraken gemaakt met POH-ers en met jongerenwerk en dat soort dingen, maar gaat het niet om het maatwerk, dat dat gewoon professionele personen het beter oppakt dan het goedkopere, volgens mij, want dat heb ik een paar keer nu gehoord dat u dus juist niet naar die beschikking, niet naar die dure partij wil gaan, maar meer goedkoper wil oplossen. Ook prima, ook prima, daar moet u zeker naar kijken, maar ik zou zeggen joh zeker als het om kinderen gaat dat u dus wel die maatwerk probeert te leveren en een POH GGZ, zeker voor jeugd, ja, 88 procent dat is knap, alleen hoe ga je dat volhouden? Mevrouw Van Oostrum: Ja volgens mij heb ik of misschien heb ik het wel gezegd, het woord goedkoop niet in mijn mond genoemd. Inderdaad … De heer Safranti: Nee … Mevrouw Van Oostrum: Jeugdhulp is … ja.

Jeugdhulp is duur, maar het gaat uiteindelijk dat we kinderen passend helpen en dat is sneller, korter, dichtbij en uiteindelijk hopen we dan natuurlijk ook inderdaad dat het financieel iets doet, want zoals je straks gaat zien in de data neemt het aantal jeugdigen iets of wat toe, maar ook echt de kosten van jeugdhulp nemen toe, dus we willen wel degelijk dat daar natuurlijk ook iets gaat veranderen, maar ik wil vooral dat ze geholpen worden door die POH-er, omdat dat voor dat kind veel sneller is dan dat ze doorverwezen wordt naar een GGZ-instelling waar wachtlijsten zijn, dus die POH-er kan veel sneller dat kind begeleiden en ook passender ja en daarmee is het ook dus goedkoper.

91

De heer Safranti: Ja maar ook wel beperkter. POH is beperkt. Mevrouw Van Oostrum: Ja maar op het moment dat een POH-ers het dus niet alleen kan of niet zelf kan, zal die echt wel doorverwijzen, dus het is niet zo dat ja, uiteindelijk gaat het kind staat voorop en passend, snel, tijdig en ja, maar het zijn communicerende vaten, dus we zetten in op die POH-er. Dat betekent niet dat we inderdaad aan de jeugdhulpkant helemaal niks hoeven te doen, want ook daar moeten we, dus we moeten op alle vlakken en het is heel veel en heel abstract, snap ik, dus als jullie ook na vandaag nog vragen hebben, stel ze gerust, geen probleem, maar we moeten dus op al die knoppen wat doen. Nou ja dat is de vraag, misschien zeggen jullie wel van nou doe vooral helemaal niks op die ene knop, maar wij proberen natuurlijk wel aan alle … de ene knop draaien en je draait aan een andere knop en samen zorgt het ervoor dat we de kwaliteit in het jeugdhulplandschap waarborgen en uiteindelijk ook de financiën proberen onder controle te houden. Dus, ja. Even kijken hoor. Ik wilde nog heel even kort aanstippen Kansrijke Start. Dat is ook wel een mooi iets. Daar zetten we echt in op de eerste duizend dagen van het jonge kind. Dat is ontzettend preventief. Dat heb ik tot voor kort zelf mogen begeleiden hier intern.

Dan hebben we het zelfs echt al over preconceptiefase, want ook daarin kan al zoveel gedaan worden, dus daar werken we bijvoorbeeld samen met gynaecologen uit het Albert Schweitzer Ziekenhuis, met verloskundigen hier, met de kraamzorg, met de jeugdgezondheidszorg, ook het Sociaal Wijkteam, allemaal samenwerkingen die er uiteindelijk voor moeten zorgen dat kinderen hier kansrijk, veilig en gezond opgroeien en nou ja, hopelijk later niet hulp nodig hebben en daar zit ook onderwijsjeugdhulp zit daar ook, schuurt het ook aan, want Kansrijke Start is nul tot vier of eigenlijk nul tot twee, maar wij breiden dat dan verder uit en op een gegeven moment gaan kinderen natuurlijk naar de kinderopvang, naar school, dus daar werken we ook met elkaar samen. En dan hebben we nog een samenwerking op het veiligheidsvlak en daar noemde ik net ook al Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daar kijken we echt naar kinderen waar zorgen zijn over de veiligheid om daar beter, sneller met elkaar in de keten in samen te werken. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Een hele korte vraag nog, want ik denk dat we naar de cijfers moeten. De heer Van der Spoel: Ja hij is heel kort inderdaad. Die samenwerking Sociaal Wijkteam en veiligheidsketen.

Zijn dat die zogenaamde proeftuinen of is dat weer iets anders, van het Rijk is gezegd samenwerking tussen de Raad voor Kinderbescherming, Veilig Thuis en Sociale Wijkteams. Is dat het? Mevrouw Van Oostrum: Nee niet exact, maar … De heer Van der Spoel: Oh jammer. Anders had ik hem. Mevrouw Van Oostrum: Nee, maar hij mag dadelijk gesteld worden en degene die daar verantwoordelijk voor is, zal dat centraal gaan terugkoppelen aan het einde. De voorzitter: ‘…’ die vragen.

92

Mevrouw Van Oostrum: Nee en om nou ja, zal ik het stokje overdragen aan Corina, want ik zie inderdaad dat ik al echt ontzettend lang aan het woord ben. Jullie wilden heel graag data hebben. Dat gaan jullie nu krijgen. Wel een belangrijke is dat vertellen ook belangrijk is, dus die data is tellen, heel belangrijk, maar ook het vertellen daarbij is heel belangrijk. De voorzitter: Mag ik heel even kort, want er is nog één vraag van de heer De Boer, want die kijkt me heel sneu aan. De heer De Boer: Dank u voorzitter. Nee dit is een beeldvormende avond, dus ik denk ik ga even nog niks vragen zolang de presentatie wordt gegeven. We gaan nu naar de cijfers, maar ik werd toch even getriggerd op pagina vier. Daar stond daarstraks in om het jeugdhulplandschap en nu en in de toekomst financieel haalbaar te houden en de kwaliteit van de jeugdhulp te kunnen waarborgen, is beleid noodzakelijk. Ik ben even benieuwd hoe urgent is nu? Is het zo dat we nu echt om moeten omdat het gewoon te duur wordt of hebben we nu nog even een aantal maanden dit jaar om te kijken van welke kant we opgaan? Nou ik zie heel veel goeie ideeën staan en daarna gewoon kijken naar de toekomst. Hoe urgent is nu? Mevrouw Van Oostrum: Ja nou ja urgent, niet per se. We hebben het hier over maanden.

We krijgen natuurlijk vanuit het Rijk worden we ook wel gecompenseerd, dus volgens mij komen we dit jaar wel redelijk uit, maar het Rijk heeft natuurlijk ook bezuinigingen aangekondigd en dus ook die landelijke hervormingsagenda, dus ja dit is zeker urgent ja. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Ipenburg: Dan gaan we naar de data. Even één opmerking vooraf. Deze data zijn gegenereerd door onze data-analisten, die zijn heel erg goed in het genereren van data, maar voelen zich er wat minder prettig bij het brengen van de data bij een commissie zoals deze, dus ik loop met de data van mijn zeer gewaardeerde collega. Dat even als opmerking vooraf. Het is niet zo dat ik er niks van weet, maar hier en daar zal ik op een detailvraag mogelijk ook zeggen van kan je even later op terugkomen. Jeugdhulp in Dordt. Nou Susan gaf net al aan, even omdat die ook in de data een aantal keren terugkomt, even het onderscheid tussen jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering op een rijtje. Jeugdhulp is de daadwerkelijke hulp die geleverd wordt aan gezinnen en kinderen. Jeugdbeschermingsmaatregelen is als een rechter zegt ouders u mag het even niet helemaal zelf doen, wij gaan met u meekijken of in het ergste geval wij nemen het van u over en jeugdbescherming … jeugdreclassering, foei, een kind heeft iets fouts gedaan.

De rechter zegt, loop even een tijdje iemand met jullie mee om te kijken of dat niet weer een volgende keer gebeurt. Ik haal ze even uit elkaar, omdat het eigenlijk totaal verschillende instrumenten zijn. Het ene is echt het uitvoeren van maatregelen en het andere is echt de hulp. De voorzitter: Er is even een snelle vraag tussendoor. Mevrouw Van Ipenburg: Kom maar door. De voorzitter: Van de SP.

93

De heer Portier: Ja even over dat onderscheid tussen jeugdhulp en jeugdbescherming. Jeugdbescherming wordt door een rechter opgelegd. Nu is er een trend om zeg maar de rechter te ontlopen, doordat problemen in een gezin vaak gezegd wordt van nou u kunt maar beter deze of die maatregelen accepteren want anders komt er een gang naar de rechter. Weet u in hoeverre dat in onze regio speelt en hoe dat de cijfers hier beïnvloedt? Mevrouw Van Ipenburg: Dat is een hele lastige vraag, omdat je die nooit in de cijfers terug ziet, dus als ik hem puur cijfermatig benader, zeg ik dat kan je niet zien. Dat is het hele sec antwoord. Tegelijkertijd weten we wel dat er soms ook druk uitgevoerd wordt om te voorkomen dat er uiteindelijk echt een maatregel uitgevoerd wordt en de professionele overwegingen daarvan zitten echt bij de professionals in het veld, maar dat kan je nooit uit de data exact zien. Het zal nooit zo zijn dat er echt op die manier zo keiharde druk uitgevoerd wordt, maar dat het meespeelt ook in de hoofden van mensen en ook in de hoofden van gezinnen, los van het feit of het gezegd wordt, ja. Soms voelen gezinnen de druk zonder dat het ook gezegd hoeft te worden, dus daar zit een ingewikkeldheid in, maar wat je hier in de cijfers ziet is als er daadwerkelijk een maatregel uitgesproken is. Dan komen ze in de cijfers terug als maatregel.

Misschien niet helemaal bevredigend, maar dat is wel wat ik er op basis van de data zeg maar over kan vertellen. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u maar door hoor. Mevrouw Van Ipenburg: We gaan even kort naar een algemeen beeld, we gaan even kijken naar welke populatie hebben we nou in Dordt, hoe ziet die leeftijd er uit, van welke jeugdhulp maken ze gebruik, hoelang maken ze daar nou ongeveer gebruik van. Susan zei net al, we hebben drie typen verwijzers. Bij welke verwijzers komt nou de jeugd uit Dordt vandaan en maken ze vooral gebruik van ZIN of PGB. Daar gaan we. Zorg in Natura, dus gecontracteerde zorg of PGB, Persoonsgebonden Budget. Dank je wel. We kijken hier naar links de staafjes van het aantal jeugdigen per jaar en rechts naar de staafjes van de totale kosten per jaar. Wij hebben hier drie jaren naast elkaar gezet, drie afgeronde jaren, 2019, ’20 en ’21, zodat u een beetje zicht krijgt op hoe dit in de historie zich ontwikkelt. Dan zie je eigenlijk twee bijzondere dingen. Het eerste wat toch wel wat bijzonder … nee drie. Het eerste wat bijzonder is, is dat de beschermingsmaatregelen beide afnemen qua aantallen, dus dat is eigenlijk een heel mooi signaal, want je wilt niet dat ouders onder toezicht worden gesteld of dat er, dus je wilt juist dat er zo veel mogelijk in dat vrijwillig kader gebeurt. Dat zie je in de cijfers als het om Dordt gaat.

Het tweede wat je ziet, is dat in 2021 het aantal jeugdigen wat gebruik heeft gemaakt van jeugdhulp aardig is toegenomen en het derde opvallende is dat de gemiddelde kosten en de kosten per jaar harder oplopen dan het aantal jeugdigen. Dat is het algemene beeld. Mevrouw Lammens: Voorzitter, mag ik vragen of dit door corona komt? Mevrouw Van Ipenburg: Ook die is vrij lastig te duiden. Wat we hebben gezien is dat bepaalde typen jeugdhulp meer gebruikt werd in 2021 dan voorheen. Eén van die typen jeugdhulp was bijvoorbeeld de dagvoorzieningen, dagbehandeling en dagbesteding. Waar het wel aannemelijk lijkt dat dat heeft te maken met corona, doordat de uitstroom richting het onderwijs onvoldoende op gang kwam. Nou dat is wel een element wat we hebben gezien waardoor er vermoedelijk een linkje ligt met corona, wat niet … weetje je kunt geen causaal verband aantonen. Je denkt een bepaalde logica te zien, maar je kunt

94

hem niet zeg maar wetenschappelijk onderbouwen. Ik kan hem niet zo hard hier neerleggen. Dat is te hard, maar er lijkt een verband te zijn. Dat gaat wel over die aantal jeugdigen per jaar. De stijging van de kosten per jeugdige per jaar is misschien minder op die manier te framen. Er zit minder een direct verband met corona. Ook wel iets, omdat er mogelijk iets meer zorgintensiteit, de zorg is wat intensiever geweest, maar dat je die lijn zo vanaf 2019 zo ziet, kunnen we niet zo goed daaraan relateren. Nou dit … ja? De heer Van Dam Timmers: Ja voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja dank. Ik heb een vraag. We zien nu cijfers vanaf 2019. Ik was dan wel benieuwd, er zit natuurlijk ook een stukje voor waarin we dit al doen. Is er een reden waarom jullie dat niet laten zien? Mevrouw Van Ipenburg: Nee hoor, dat is overzichtelijkheid. De heer Van Dam Timmers: Oké. Mevrouw Van Ipenburg: Ik bedoel ik had ook staafjes vanaf het begin bij wijze van spreken kunnen laten zien, maar we hebben ervoor gekozen om drie jaar te laten zien zodat je ook een beetje nog kunt zien waar je naar kijkt. De voorzitter: Ik ga heel even tussendoor. We hebben niet zo heel erg lang meer, dus als we straks nog uit elkaar willen met die tafels, dan denk ik dat er wel een klein beetje versnelling moet komen … Mevrouw van Ipenburg: Oké.

De voorzitter: En dat het handiger is om de vragen te bewaren. Ja, dus dan als mevrouw verder wil gaan heel graag. Mevrouw Van Ipenburg: Ja dank u wel. Waar we hier naar kijken zijn aan de linkerkant omhoog zie je het percentage kosten en aan de onderkant het percentage van het aantal cliënten. Dit lijkt heel abstract, maar als je aan die onderkant de 10 procent van het aantal cliënten pakt, je gaat naar boven, zie je dat 10 procent van je aantal cliënten ongeveer 65 procent van je totale kosten betekent. Er is dus een hele kleine populatie die hele hoge kosten met zich meebrengt en er is een hele grote populatie die relatief lage kosten met zich meebrengt per cliënt, want die heel veel met z’n allen bij elkaar, nou ja, dus daar zit echt een, je ziet een omslagpunt bij ongeveer dertig procent van je aantal cliënten, dertig procent van je aantal cliënten in Dordt zit op ongeveer, wat zei ik, negentig procent van de totale kosten, dus daar zit … uit deze hier wordt heel mooi zichtbaar dat een relatief klein deel van je totaal aantal jeugdigen die jeugdhulp gebruikt hoge kosten met zich meebrengt. Kan je op twee manieren naar kijken. Ze zijn te duur. Kan je ook naar kijken van gelukkig, de meest kwetsbare kinderen helpen we blijkbaar. Even twee perspectieven bij dit diagrammetje.

Waar we hier naar kijken is het aantal actieve toewijzingen, dus we kijken even niet meer in de geschiedenis, maar kijken even in het hier en nu. Hoeveel jeugdigen zijn er nu met een toewijzing, dus met een beschikking jeugdhulp of een bescherming of een reclassering. Wat je dan ook hier weer

95

ziet, is dat het percentage jeugdbescherming en jeugdreclassering echt relatief laag is. Wat dit op jaarbasis gaat betekenen kunnen we nog niet helemaal zo destilleren hoor, maar dit is het aantal actieve jeugdigen wat momenteel een toewijzing heeft. We weten ook nog niet overigens of deze allemaal nu nog jeugdhulp ontvangen, alleen de toewijzing loopt nog. In de leeftijdscategorie, deze hebben we er ook even bijgedaan ook om te kijken naar waar zit nou die preventieve kant, waar zit nou die kant in samenwerking met het onderwijs, waarom zou je daarop versterken, waarom zou je die sturing daar zoeken. Nou hierom. We zien de toename van het aantal jeugdigen wat u op de eerste dia zag vooral bij jeugdigen in de basisschoolleeftijd en het voortgezet onderwijs, begin MBO en we zien ook juist bij die categorie de kosten enorm oplopen. Ook hierbij wel even aangeven dat de groep 18 tot en met 22 vermoedelijk iets zal groeien, omdat er een tijdje geleden, twee jaar geleden is gezegd dat pleegzorg en gezinshuiszorg standaard voor kinderen doorloopt tot 21 jaar, dus als deze cijfermatig iets groeit, betekent niet gelijk dat de gemeente het 18-min, 18-plusbeleid niet goed uitvoert. Even omdat het daar net ook over ging. We verwachten daar een groei, lichte groei van die populatie de komende tijd, ook omdat juist die kinderen lang in zorg zitten.

Hier zie je dat ongeveer 65 procent van de jeugdige in zorg vooral gebruik maken van veelvoorkomende jeugdhulp. Dat is een relatief eenvoudige begeleiding, behandeling bij de psycholoog in het dorp, om de hoek, in de wijk. En de enkelvoudige specialistische GGZ. Relatief veel enkelvoudige hulp. Dat zegt niet alles, want soms wordt die enkelvoudige hulp ook ingezet om een maatwerkpakketje te maken voor juist die meer complexere casuïstiek. Tegelijk zie je ook dat die complexe casuïstiek, die zie je voornamelijk terug bij hoogspecialistisch, bij wonen, dat zijn kinderen die niet thuis wonen en bij LTA, ook weer zo’n prachtige afkorting. Dat is de landelijk gecontracteerde zorg die zo specialistisch is dat gemeentes daar op VNG-niveau met elkaar samenwerken, dus de VNG, die verzorgt een aantal contracten waar gemeentes gebruik van kunnen maken. Die percentages zie je dus eigenlijk, verwacht je een weerspiegeling van die tien procent die net heel hoog in je kosten zat, die zitten vooral in die categorieën. Als je naar de aantallen kijkt, zie je wel een iets ander beeld dan als je naar de kosten kijkt. We zeiden net al, het aantal hoogspecialistisch is relatief weinig, maar als je naar de kosten per jaar kijkt, zie je ineens een andere verhouding. Hetzelfde geldt voor jeugdhulp met wonen.

Eigenlijk is dit een beetje een inkleuring van die mooie boog die u net zag, tien procent van de jeugdigen zitten op … dertig procent van de jeugdigen zit op negentig procent van je kosten. Dat zie je hier ook op die manier terugkomen. Ik ga ze niet allemaal met elkaar vergelijken, maar het is meer het beeld van wat geeft het. Heel ander plaatje. Het is eigenlijk min of meer toevallig bijna dezelfde dertig/zeventig verhouding. Daar zit geen causaal verband, laat ik die gelijk gezegd hebben, maar dertig procent van de jeugdigen hebben een toewijzing. Daar wordt op gefactureerd korter dan een jaar. Zeventig procent van de jeugdigen wordt op gefactureerd langer dan een jaar. Nou en die aantal jaren, dan neemt dus het aantal percentage jeugdigen waarover wordt gefactureerd neemt af zoals u ziet. Ook hier weer de vooraankondiging. Die laagste cijfers bij tien, elf, twaalf, veertien, zestien jaar, die zullen afnemen. Heeft ook te maken met de invoerdatum van de Jeugdwet en die kinderen die bijvoorbeeld in pleeggezinnen en gezinshuizen wonen en daar gewoon tot hun eenentwintigste blijven wonen, dus die categorie zal in de loop der jaren gaan toenemen. Hier zien we wel echter ook iets bijzonders en dat is de kostenontwikkeling.

Als jeugdigen korter dan een jaar in zorg zijn, dan nemen de kosten per jaar zijn relatief laag en voor ieder jaar dat een jeugdige langer dan een jaar in zorg is, nemen de kosten per jaar onevenredig toe. Misschien niet gek als

96

je weer naar die complexe zorg en die dertig/zeventig en die verhoudingen kijkt, maar daar zit dus, als je dus nadenkt over je sturing en over waar ga je je energie op inrichten, zijn dit wel goeie beelden om op het netvlies te hebben denk ik. Zorg in Natura, ZIN en PGB, het Persoonsgebonden Budget. Zorg in Natura, waarom is deze in het kader van sturing van belang. Bij Zorg in Natura heb je eigenlijk tweeledige sturing. Je stuurt via je toegang en je stuurt via je contracten en je contractmanagement. Bij PGB mis je dat tweede deel. Je verstrekt namelijk een Persoonsgebonden Budget aan ouders, die daar zelf zorg voor inkopen, dus je sturing op die achterkant van die zorg, die is bij PGB niet aanwezig. Kan heel legitiem zijn om daarvoor te kiezen. Het is wel goed om het je te realiseren. Het grootste gedeelte van de zorg die de jeugdigen in Dordt gebruiken, wordt gebruikt via Zorg in Natura, dus er wordt zorg afgenomen van een gecontracteerde aanbieder. Ja wie leveren al dan allemaal zorg in Dordt. Dat zijn er in totaal ik dacht, de vraag was net, ik geloof dat er momenteel 86 zijn. Dat is inclusief de aanbieders die dus via kleine contractjes kinderen bedienen die hier helemaal niet meer wonen. Ik doe dit even uit mijn hoofd hoor, dus pin me er niet op, want er kunnen er ook 85 of 87, maar om en nabij dat aantal staat mij bij. Mevrouw Van Oostrum: Ja hij staat er ook.

Mevrouw Van Ipenburg: Oh hij staat er. 86 gecontracteerde aanbieders, daar zat mijn verwarring. Ja. En dat is dus inderdaad van de psycholoog, de enkelvoudige psychologenpraktijk tot en met de grotere jeugdhulpaanbieders die complexe zorg leveren. Hier zie je dus dat aantal regionaal niet gecontracteerd, 47, en dat is dus het percentage waarvan we verwachten dat het gaat groeien nog vanwege die kinderen die niet meer in de regio wonen, maar sinds 1 januari wel onder de verantwoordelijkheid van de regio vallen. Zo zijn er ook kinderen administratief uit onze regio verhuisd, omdat ze verantwoordelijkheid onder een andere regio of onder een andere gemeente vallen. LTA is, dat is wat ik net zei, kinderen die gebruikmaken van die landelijke overeenkomsten die de VNG namens alle gemeenten in Nederland heeft gesloten. Je ziet hier de GGZ, specialistische GGZ met Yulius groot, Stichting Enver met de jeugd en opvoedhulp groot en daarnaast zie je een aantal middengroot, regionaal middengrote organisatie, die voor Dordt een stevig aandeel hebben, dus als je dan ook kijkt van hoe is dan dat contractmanagement samen, nou dan zit je, deels heb je regionaal alle gemeentes hebben hetzelfde belang, want Yulius is overal groot en Enver is ook overal groot, maar in dat linker rijtje staan ook praktijken die misschien voor de Hoekse Waard niet zo belangrijk zijn, maar voor Dordt wel.

Nou daar proberen we dat contractmanagement samen vorm te geven, ook meer sturing aan te geven. Dat rechterrijtje ziet u de grootste jeugdhulpaanbieders die jeugdhulp bieden aan jeugdigen in Dordt via een Persoonsgebonden Budget. Hier weten we dus alleen van dat ze hulp leveren, want ouders hebben dat zelf ingekocht bij die partij. De voorzitter: Dank u wel voor de versnelling. Dat heeft u heel goed gedaan. Ik wilde toch nog even de gelegenheid bieden aan mijn collega’s om vragen te stellen, dus als er nu nog dringende vragen zijn, even een paar minuutjes. Ik zie gelijk vingers. De heer Portier. De heer Portier: Ja één dingetje. Ik zag bij het laatste tabelletje zeg maar de aantallen jeugdigen met een PGB en aantal jeugdigen met Zorg in Natura. Nou is veel minder in de PGB, maar qua kosten is het bijna hetzelfde als ik het zo even snel zie.

97

Mevrouw Van Ipenburg: Dat heeft u goed gezien. De heer Portier: Hoe komt dat? Mevrouw Van Ipenburg: Daar is een foutje in geslopen. De heer Portier: Oké. Mevrouw Van Ipenburg: Ik zal nog wel even kijken of ik hem kan corrigeren en dat er een juiste versie naar u toegestuurd wordt. Dat heeft u heel goed gezien. De voorzitter: Wordt genoteerd hier. Iemand anders? De heer Boone van Beter voor Dordt. De heer Boone: Ja dank je wel voorzitter. Dank voor de prestatie. Met name de drie achterliggende jaren zijn natuurlijk besproken in deze presentatie. In de bijgevoegde extra informatie die online staat, staan ook een dashboard en het aardige van dashboards is natuurlijk dat je bijna real time kunt volgen hoe de kosten zich gaan ontwikkelen, daar zit ook een forecast bij, maar ik zei het woordje bijna. Je kan bijna real time volgen. Ja er gebeurt nogal wat in de wereld en 2022 is anders dan 2021. Toenemende armoede, zal de komende maanden nog verder toenemen, want het effect van de maatregelen die vanuit Den Haag gaan komen zal nog wel even duren denk ik. Er is een positieve correlatie tussen armoede en tussen sociale problematiek. U begrijpt denk ik waar ik op voorsorteer. Zijn er al signalen dat het explosief kan gaan stijgen, de jeugdhulp, en zijn er ook al gesprekken geweest en bent u daarop voorbereid als organisatie? Mevrouw Van Ipenburg: Dat zijn vier vragen in één.

Momenteel zien wij nog geen signalen en dat heeft ook deels te maken met de cijfers waar u naar kijkt zijn voornamelijk gebaseerd op facturatiedata. Er zit per definitie altijd een vertraging in van ongeveer twee maanden, tussen het moment dat de hulp geleverd is en het moment dat de factuur zeg maar bij ons in het juiste vakje valt. Vervolgens heb je daar ook nog een korte verwerkingstijd voor nodig, dus actueels is altijd met een vertraging van 2, 2,5 maand als alles maximaal volgens afspraak verloopt, dus daar heb ik ook een kleine voorzichtigheid in. De vraag is eigenlijk zijn de organisaties daarbuiten ook op voorbereid en zijn we daar met elkaar op voorbereid, want vanuit inkoop en contractmanagement kan je daar niet één op één heel erg veel aan doen, want je hebt je contracten afgesloten. Binnen die contracten kan dat volume gemaakt worden, de vraag is alleen, is het personeel er om te leveren wat er nodig is. De vraag is wil je dan met elkaar, dan heb je het weer over je sturing via je toegang, dat dat de jeugdhulpstroom in komt of wil je daar eigenlijk als gemeente ook iets anders op organiseren, dus die is niet zo eenvoudig te beantwoorden. De voorzitter: Oké, dan is dat een goede voor zo meteen in een persoonlijk gesprek misschien. Ik stel voor dat u de verdeling gaat maken voor de groepen dat voor de mensen thuis dus even de vergadering nu niet meer interessant is.

Dat wij over twintig minuten weer aan de tafel schuiven en even vier keer horen wat er dan besproken is met elkaar, heel kort, dus ik zou zeggen gaat uw gang met de verdeling. Oké dank u wel. Ik wilde eventjes van mevrouw Van Oostrum en van mevrouw Van Ipenburg weten of … oh

98

die staat verstopt achter een paal … even heel graag weten hoe jullie dat plenaire stukje willen doen. Willen jullie zelf iets vertellen of dat u dit even begeleidt? Mevrouw Van Oostrum: Ja ik denk dat het handig is als wij gewoon zelf even een terugkoppeling geven van de gesprekken die we hebben gevoerd en Corina en ik stonden inderdaad bij inkoop en contractmanagement en daar hebben we kort gesproken over het aantal aanbieders, dat dat nog steeds er 86 zijn en hoe je daar dan eventueel op het aantal kan sturen, maar ja die overeenkomsten zijn gesloten voor een x aantal jaar, dus dat … ook de vraag werd gesteld kunnen we dan niet van die PGB niet af, maar dat is gewoon iets waar mensen, dat is landelijk, dat zit in de Jeugdwet, dus daar kunnen we niet … het is ook niet per se iets slechts natuurlijk hè. En waar hebben we het nog meer over gehad. Ja wij hebben ook wel echt even gekeken naar dat staatje, die dertig/zeventig, waar zet je dan op in, ga je echt inzetten op die dertig procent die voor zeventig procent van de kosten zorgt of nee, dertig procent die voor negentig procent van de kosten zorgt of zeg je van nee we gaan echt wel uit van die andere zeventig procent. Daar hebben we een veel groter bereik op, dus meer tevreden inwoners, maar nou ja. Daar hebben we het over had. Mevrouw Van Ipenburg: En de nul tot vier.

Mevrouw Van Oostrum: Oh ja en we hebben het gehad over de nul- tot vierjarigen en over Kansrijke Start en de kinderopvang en of je daar al iets mee kunt doen. Ja. Zo ver dat stukje even. Mevrouw Veth: Zal ik even aanvullen. Bij ons ging het vooral over de toegang van het Sociaal Wijkteam en Nane zal straks ons misschien vertellen over Sociaal Pontonnier stukje. Bij ons ging het eigenlijk ook wel breder, dus wat dat betreft, ik heb van alles besproken met meerdere mensen, maar vooral ook over de integrale samenwerking tussen het lokale team en partners zoals de veiligheidspartners, maar ook bijvoorbeeld de POH kwam uiteindelijk nog ter sprake. Wat we ook besproken hebben is wel de toegankelijkheid van het lokale team, dus hoe kom je daar nu binnen eigenlijk als inwoner en hoe veilig voelt het om daar je vraag te stellen en wat wordt er dan men die vraag vervolgens gedaan. Ook wel omdat we dus meer verbinding maken met de veiligheidsketen van kan dat mogelijk bedreigend zijn voor een inwoner van ja, ga ik dan niet heel snel naar de achterkant in het veld en daarin ook echt wel uitgelegd dat we juist willen dat het lokaal team naast de inwoner kan blijven staan en inwoners ondersteunt, ook bij complexe zaken en bij veiligheidszaken, zodat ze regie behouden, meegenomen worden in besluitvormingen een juist ook dat we in een vroeg stadium gezamenlijk kunnen optrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/471/documents/19445