2022-09-20 Notulen Dordtse Dinsdag - concept.pdf
Tekst van het document
O, hier? Ja, oké, hier hoor ik, dus. Mevrouw Boom-Vos: Ik bedoel, wanneer moeten die politieke en technische vragen binnen zijn? Dan weet ik wanneer ik met mijn fractie om tafel moet. De voorzitter: Dat moet het ambtelijk apparaat … Mevrouw Vermeulen: Volgens mij doen we dat doorgaans hier, maar ook ik ben nieuw, dus het formuleren van de politieke vraag … De heer …: Nee, het beantwoorden. De voorzitter: Nee, nee, nee. Nee, nee, nee … Mevrouw Boom-Vos: Oké, ik mail het je. De voorzitter: Ja, het hangt van de ambtelijke organisatie of die in staat zijn om zo snel mogelijk even antwoord te geven op de vraag. Maar er zijn termijnen voor, trouwens, en die weet ik ook niet uit m’n hoofd. Maar … Mevrouw Boom-Vos: Maar op de politieke vraag gaat de ambtelijke organisatie toch geen antwoord geven?
20
De voorzitter: Ja, nou, oké. Ja, u heeft helemaal gelijk, de wethouder moet beantwoorden, maar die heeft een apparaat, maar goed. Oké. Wij zijn eens dat dit gewoon even naar de agendacommissie en die gaat in principe … Nee, in principe gaan ze dat agenderen. Daar zijn we mee akkoord? Oké, top. 6. Begroting 2023 De voorzitter: Agenda nummer zes, dat is de begroting 2023. Ik lees letterlijk voor: Auditcommissie wordt gevraagd te adviseren over de behandelwijze van de behandeling van de begroting 2023. De agendacommissie beslist hier dan over. Het advies om de begroting niet te agenderen op de optionele momenten, mijnheer Besseling en daarmee de lijn van de voorgaande jaren en evaluatie van het proces eerder te volgen. Dus direct in de begrotingsstraat van 8 november en er lijkt ook geen aanleiding om de begroting in de Auditcommissie te brengen op 1 november, behalve als de Auditcommissie daar anders besluit. Mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, het gaat om de eerste vertaling van het beleid van het nieuwe college naar de begroting en om die reden lijkt mij ook omdat duidelijk is aangegeven dat we breed overleg met de raad willen over de invulling van het hoofdlijnenakkoord en daar wel degelijk een commissievergadering aan te wijden en het lijkt mij eerlijk gezegd ook goed als er op zijn minst op 1 november of misschien wel eerder, gelegenheid is voor de Auditcommissie om iets te zeggen over de kwaliteit van de informatievoorziening. We hebben hier de afgelopen jaren regelmatig discussie gehad over welke informatie in de begroting de raad nu eigenlijk nodig heeft om een goed, transparant beeld te krijgen en een beeld van welke knoppen gedraaid kan worden en ik zie het als een taak van deze commissie om te beoordelen of dat in voldoende mate gelukt is of dat er nog aanvullende informatie zou moeten komen. De voorzitter: Zijn er nog meer mensen die de mening van mijnheer Van der Meer delen? Want dan kunnen we heel snel … De heer De Boer. De heer De Boer: Ik deel hem zeker, voorzitter, dank u wel. Ik had ook opgeschreven de tijdlijn is te krap. Dus inderdaad iets meer ruimte inderdaad en het feit dus … We hebben al twee voorstanders. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, een voorstander.
Als de begroting 7 oktober gepresenteerd wordt dan kunnen we het op 1 november in de Auditcommissie nog bespreken. Dan hebben we drie weken de tijd om hem door te spitten. Vanaf 7 oktober ‘…’ … De voorzitter: 7 oktober. De heer Wringer: Aanbieden digitale begroting aan raad. De voorzitter: Ja. En dan 1 november … De heer Wringer: 1 november ‘…’ …
21
De voorzitter: Behandeling in de Auditcommissie. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Volgens mij zit er ook nog een recessie tussen. De voorzitter: Ja, maar goed. Ja, sorry. Daar ga ik niks over zeggen, dat is aan u. U bent een politicus, dus u heeft geen reces. Geen vakantie. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ja, ik ondersteun het voorstel ook, alhoewel ik niet weet of dat het echt haalbaar is. De begroting wordt nu geschreven. Daarom baal ik al een beetje dat ik vind wethouder zelf even niet opgeroepen had, stond wel op mijn lijstje voor hetzelfde wat jij zei, van wil je erop letten, maar ik denk niet dat het ons tegen moet houden. Als het gewoon niet goed genoeg is qua, dan zij het maar zo, maar. De voorzitter: Nou, mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Ja, ik sta er helemaal achter om dat wij eerst een beeld opwerpen en ja, een reces of niet, weet je, als fractie kunnen we toch doorwerken. Dus ik zou voor die 1 november gaan om dan … De voorzitter: Dan heb ik zelf een vraag aan een rationeel iemand die daar zit, mijnheer Besseling. Wat vind jij daarvan, als ik vragen mag? Want wij gaan er uiteindelijk over hoor, ik bedoel … De heer Besseling: Ja, misschien twee dingen. Ik denk dat het heel logisch is dat een Auditcommissie zeker bij zo’n eerste begroting ook gewoon een vergadering heeft over die begroting.
Dat betekent overigens wel dat ik misschien toch nog een keer in uw midden ben. Er is namelijk een … De voorzitter: Ja, ja, ja … Kijk, hoor eens, jongen. De heer Besseling: De afspraak was, wel goed dat u dat ook weet, is gemaakt dat ik het bestuurlijke proces van de begroting 2023 nog wel in mijn huidige functie begeleid. Dat geeft iedereen wat comfort en zeker als er nog een Auditcommissie is zal ik daar waarschijnlijk met mijn collega Johan Rutten, die daar ook achter zit, nog wel bij uw Auditcommissie aanwezig zijn. Dus dat lijkt mij op zich helemaal niet gek om te doen. Ja, punt. De voorzitter: Ja, nou ja, ik kan niet anders, ja hoe zeg je, voorstellen dan het wordt op 1 november in de Auditcommissie gewoon ter bespreking aangeboden en zien we daar vandaan hoe we daarmee verder omgaan. Ik ben in ieder geval blij met je woorden. Mijnheer Wringer. Even een laatste. De heer Wringer: Nou ja, er staat natuurlijk nog een tweede optioneel. Als de Auditcommissie dit adviseert aan de agendacommissie beeld- en oordeelsvormend, raad naar thema te agenderen. Ook op 1 november. Hoe denken we daarover? De voorzitter: Nou, daar leggen we het gelijk aan de commissie voor. Dank u wel voor de vraag.
22
De heer Van der Meer: Voorzitter, volgens mij was dat de essentie van mijn voorstel om dat te adviseren. De voorzitter: Dus, 1 november, Auditcommissie, we stellen het voor aan de agendacommissie dat ze in ieder geval dat kunnen agenderen. Is dat zo, mijnheer Wringer? Toch? Of … De heer Wringer: Ja, dat lees ik hier. Twee punten. 1 november optioneel proces nog aan de Auditcommissie en optioneel in de Auditcommissie dit adviseert aan de agendacommissie. De voorzitter: Zegt u het maar. Nee, we wezen geen politieke vragen. De heer Van der Meer: Maar we hebben toch net afgesproken … De voorzitter: Ja, dat besloten. Ja. Ik werd een beetje in de war gebracht door collega Wringer. Maar goed, nee, het staat, u heeft helemaal gelijk. Nou, als dus, aldus … Ja, mijnheer Klerk, voordat ik even besloot … De heer Klerk: Nou, ik vraag me af even van dus als ik het goed begrijp zou het dan allebei op 1 november worden geagendeerd. Wat is dan de meerwaarde van het één? Hoe verhoudt het zich tot elkaar dan? Wordt het dan niet dubbelop, gaan we het dan niet meer keer over hetzelfde hebben of … De voorzitter: Mijnheer Roggekamp. Ik geef zo meteen antwoord. De heer Roggekamp: Nou, hoe ik die zie is van als wij als Auditcommissie alleen de kwaliteit beoordelen aan het begin, kan het daarna meegegeven worden als de politieke vragen gaan komen. Dan hoef je dan niet over de kwaliteit te gaan kijken.
Dus dat zie ik wel als een optie, maar je moet dan wel, zoals wij hier zitten, die pet op gaan zetten van ja, de technisch naar politiek en dat moeten we dan goed scheiden en dat is dan voor de voorzitter een mooie taak. De voorzitter: Dank je. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ja, maar dan helpt het misschien wel als de Auditcommissie voorafgaand vergadert aan de beeld- en de oordeelsvorming de commissies, dat is … Ja, maar goed, dat … De voorzitter: Maar goed, dat is tijd technisch, volgens mij kan dat geregeld worden, toch? O, nou ja. Dat doen ze altijd, zegt mijn … Dus wat dat betreft ben ik wel mee eens dat je zegt in eerste instantie moet je het gewoon echt apolitiek proberen te bespreken. Ik moet eerlijk zeggen dat de commissie dat heel goed doet, eerlijk is eerlijk en daarna moet je het gewoon aan de politieke larderen, denk ik. Dan heb je … Nee, nee, u mag ... Daar zijn we voor. De heer Klerk: Het vraagpunt is meer als we kijken, ik heb het over de datum 1 november. Kijk, ik doe bijvoorbeeld niet de woordvoering Financiën in onze fractie, dus in
23
hoeverre komt de informatie van de Auditcommissie dan nog op tijd bij de woordvoerders terecht? Of zijn jullie ook allemaal een woordvoerder Financiën? De voorzitter: Ja, dat is het. U bent een uitzondering, mijnheer Klerk, maar dat maakt niet uit. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nou ja, ik weet ook niet of ik de financiële woordvoering doe, maar het zou inderdaad qua planning ideaal zijn als de Auditcommissie één of twee weken eerder zich hierover zou kunnen buigen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, bedankt voor het advies. Inderdaad, ik zal het even in handen van de griffie leggen en dat er in ieder geval rekening gehouden wordt met het feit dat er tussen de periode is één woordvoerder is en de ander niet en dat de informatie doorgesijpeld wordt naar de andere kant. En dat je de tijd daarvoor kunt krijgen. Eens. De heer Van der Meer: Ja, het zou dus ook kunnen dat deze commissie besluit dat er over bepaalde zaken nog nadere informatie nodig is, gewoon om een goed beeld te kunnen geven en dan is die ook beschikbaar. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u kon het niet beter verwoorden. Dank u wel. Zijn er nog vragen? O, ik zie mijnheer Besseling. De heer Besseling: Ja, dank, voorzitter.
Ik wil nog één ding wel onder de aandacht brengen in de planning, dat hebben jullie denk ik gezien, maar op 11 oktober staat er sowieso een moment gepland, technische briefing over de systematiek van de begroting. Daar zijn een paar van mijn collega’s die u daar het nodige zullen vertellen over de begroting. Dat zou in theorie gevoelsmatig wat overlap kunnen hebben met de Auditcommissie. Mijn oproep is eigenlijk als u daar allemaal op 11 oktober bent en allemaal wegloopt met het is ons geheel duidelijk en er is geen Auditcommissie meer nodig, dat dat nog een besluit zou kunnen zijn, maar dat laat ik vooral ook natuurlijk aan griffier en voorzitter. De voorzitter: Je kan beter maar majoreren dat je aan het einde er iets van afhaalt, dan minoreren en iets toevoegt, want dat gaat niet gebeuren, denk ik. Wij zijn het erover eens, volgens mij. Iedereen. 7. Stand van zaken aanbesteding accountant De voorzitter: Dan ga ik echt agendapunt 7, stand van zaken aanbesteding accountant. We hebben de concerncontroller hier bij ons, denk ik en het gaat met name om de diensten zijn opnieuw aangeboden. De stand van zaken is uitgeschreven. Definitieve aanbestedingsdocumenten zijn bijgevoegd in de informatie en ik vraag de commissie of er vragen daarover zijn of aanvullingen zijn vanuit de heer Besseling. Als die er niet zijn, dan … Ja.
De heer Besseling: Ja, maar misschien is het aardig als mijn collega Jaap van Dijk die daar achter u zit, even een paar inleidende zinnen aan tafel wil brengen waar we nu staan. Dat kan hij nog beter dan ik.
24
De voorzitter: Mijnheer Van Dijk, ik ben blij dat u er bent. De heer Van Dijk: Ik ben gast … De voorzitter: Aan u het woord. Ja hoor. De heer Van Dijk: Ja, goedemiddag. Zoals in de notitie staat, de aanbesteding is gepubliceerd, dus wie geïnteresseerd is in die hele stapel documenten, die kan dat nog eens rustig nalezen en u ziet ook, er is een hele strakke planning. Op dit moment zijn we bezig met de beantwoording van de vragen uit de eerste vragenronde. Verder, nou ik hoef u daar niet voor te waarschuwen, maar wij proberen echt een radiostilte aan te houden gedurende het proces van de aanbesteding. Niet dat dat heel geheimzinnig is, maar het principe van de Europese aanbestedingen zijn juist dat allen die daarin geïnteresseerd is over dezelfde informatie beschikken. Dus het proces loopt. U heeft uit uw midden drie leden aangewezen, toevertrouwd om de beoordeling namens u te doen. Daar zijn inmiddels afspraken mee gemaakt over dat proces. Dus daar wou ik het maar even voor bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvullingen. Zijn er vragen aan mijnheer Van Dijk? Niet? Mooi, dank u wel. O, u kunt blijven zitten hoor. Gezellig. 8. Agenda Auditcommissie 1 november 2022 De voorzitter: Agendapunt 8, er is namelijk in de eerste komende vergadering in de Auditcommissie staat gepland op 1 november.
Dat hebben we net even besproken en mogelijk wordt een Auditcommissie in oktober, maar dat is … Hij komt naar voren. Dus dat hoor ik … Nou, oké. Nou ja, goed, in ieder geval in de volgende vergadering komt er aan de orde de P&C-planning raad 2023 en de actualisatie van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen. Wauw, daar worden we wel helemaal blij van, als ik dat hoor. En André … Of mijnheer Besseling heeft het woord. De heer Besseling: Ja, dank, voorzitter. Misschien goed over dat laatste iets te zeggen, zeker als de Auditcommissie een paar weken vervroegd wordt en u gaat het vooral over de begroting hebben, moeten we ook even kijken hoe je, als het weer waarschijnlijk anderhalf uur is, hoe je de verschillende onderwerpen inplant. Die nota risicomanagement en weerstandsvermogen, daar zijn wij ambtelijk inderdaad mee bezig. Vanmiddag nog wat ambtelijke afstemming gehad en het volgende wil ik u even in overweging geven. Wij hebben bij uw vorige Auditcommissie eigenlijk nog een keer de wat meer open vraag gesteld als u nou naar deze onderwerpen kijkt, wat wilt u nu ons ambtelijk aan de voorkant meegeven? Zodat we wat richting hebben om daar ambtelijk en ook met ons college over te spreken. Daar kwam toen niet heel veel op terug. Daar was eigenlijk het antwoord nou, kom maar met een ambtelijk voorstel en dan zien we het wel.
Als dat nog steeds ook van uw huidige commissie de richting is dan gaan we daar natuurlijk mee aan de slag, maar dan zal dat al lukken op de eerstvolgende Auditcommissievergadering. Als u als commissie, als nieuwe commissie, daar toch wat anders naar kijkt dan kunnen we hem zeker wel agenderen voor de eerstvolgende Auditcommissievergadering, maar dan zal die echter wat meer open zijn. Ik verwacht wel met de presentatie en wat stellingen wellicht, maar dat zet u nog wat meer in positie om
25
over die twee onderwerpen wat te duiden of richting te geven. Twee smaken die dus planningstechnisch er ook wat anders uitzien. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Aan het begin van deze vergadering stelde BDO natuurlijk ook nog voor om iets te presenteren. Als deze vergadering naar voren wordt gehaald, dan misschien een extra oordeelsvergadering inplannen ergens halverwege eind november misschien een optie. De voorzitter: Mijnheer Besseling. De heer Besseling: Dat klinkt als een planningstechnisch heel denk ik verstandige optie. De heer Wringer: Zal ik hem nog even herhalen, voorzitter? De voorzitter: Ja, graag. De heer Wringer: ‘…’ onderling overleg. De voorzitter: Ja, het is allemaal genoteerd. Nee, oké, sorry. De heer Wringer: Als de Auditcommissie van 1 november naar voren wordt gehaald en BDO wilde ook nog een presentatie houden, dan stel ik voor om een extra Auditvergadering in te plannen halverwege eind november. De voorzitter: Eind november. De heer Besseling: Ja en dat zal dan waarschijnlijk de laatste auditcommissievergadering van dit jaar zijn en dan hebben we er nog twee te gaan. Eentje ongeveer medio oktober, lijkt er nu op af te stevenen en één tussen medio en eind november, volgens mij is dat ook ambtelijk een prima planning.
De voorzitter: Ik hoor of tenminste, ik zie alleen maar ja knikken, dus wat dat betreft kan iedereen in het voorstel gewoon even vinden. Zijn er nog vragen? Want dan ga ik zo meteen even afsluiten. Tenslotte 9. Rondvraag De voorzitter: Rondvraag? Een rondvraag. Niet? 10.Sluiting De voorzitter: Voor het sluiten wil ik nog even zeggen. Ik heb iets geschreven, dus ik zal het ook letterlijk, waarom? Omdat ik vind dat ik het ook op die manier moet doen. Aan de ene kant, maar de andere kant had ik het eigenlijk zo doen. Dat vind ik eigenlijk veel prettiger, maar dan wil ik nog een gedeelte uit mijn hoofd, een ander gedeelte, want dan staat voor de volgende generaties vast. André, dat mag ik even zeggen, mijn eerste
26
ervaring met André was een hele aangename en niet om te slijmen, maar het is echt zo. Ik kwam tijdens een presentatie na het coalitieakkoord. Daar stond een mevrouw van de VVD, die stond allerlei verhalen te vertellen, excuses, VVD. En ik eigenlijk luisterde ik niet echt. Ja, het spijt me heel erg, maar ik luisterde niet echt en één keer kwam een presentatie en ik hoorde André praten over financiën en ik moet eerlijk zeggen, het kwam heel, bijna organisch bij me binnen. Ik dacht, wat, is dat een ambtenaar? Dat kan niet waar zijn. Voor mijn gevoel. Voor mijn gevoel en dan, André, vriendelijk, makkelijk benaderbaar, altijd bereid om geduldig de ingewikkelde gemeentelijke financiën uit te leggen aan niet-specialisten zoals wij, gemeenteraadsleden, die daar wel eindverantwoordelijk voor zijn. Opletten. Eén van de weinige topambtenaren die zelf woonachtig in Dordrecht en eigenlijk moet je zeggen Dubbeldam, want André is een echte Dubbeldammer. Als inwoner ondervindt hij dus ook aan den lijve de gevolgen van het gemeentelijk beleid. Zowel in negatieve zin: ozb-verhoging en wegopbrekingen, tot als positieve zin, omdat de stad steeds mooier wordt en ik dacht, ik ga niks aan toe te voegen. Dat is André voor mij en ik hoop dat de commissie dit ook op dezelfde wijze ook ervaren en als blijk van waardering, ik had twee dingen.
Eén kwam bij ons vandaan, maar die ben ik vergeten, maar er is nog een ander cadeau. Gelukkig hebben we natuurlijk altijd mensen die daar voor kunnen zorgen en dat is een … Nou ja, goed, dat zal ik maar even overhandigen met een kaartje van alle commissieleden en ja, ik hoop echt dat je, sowieso blijf je bij ons in Dordrecht en dat ben ik erg blij mee dat in ieder geval een echte Dordtenaar ook gewoon hier blijft. Dat die niet verloren gaat aan Rotterdam of zo, dat zou ik heel erg gevonden. Dus een schapenkop die moet een schapenkop blijven. Vind je niet? Nou … Mag wel een applausje voor André. De heer Safranti: Jacques, Jacques. Uit eigen kelder of niet? De heer Besseling: Ja, super. Ik ga geen speech houden hoor, helemaal niet, maar zowel deze Auditcommissie als de vorige Auditcommissie, die ik uiteindelijk ook vier jaar heb ambtelijk mogen adviseren, er zijn echt een hoop andere gemeentes waar ook een Auditcommissie echt wel anders acteert dan hier, waar het echt wel wat minder gezellig en vrolijk is of wat minder inhoudelijk ook. Ik vind nou ja, aan u allemaal die hier zit, sommigen heb ik maar heel kort leren kennen, anderen zitten er al wat langer.
Ja, ook andersom, mijn complimenten en waardering voor de samenwerking en de vragen en de open houding en het uiteindelijk wegblijven van het politieke debat, wat soms best een beetje zoeken ook in zo’n commissie als dit, maar ik vind dat u daar heel erg goed in slaagt en ik wens u allen succes en plezier de komende periode. Waarschijnlijk ziet u mij dus nog één keertje in oktober. De voorzitter: Dank je wel, André en ik sluit de vergadering. VERSLAG VAN HET VRAGENHALFUUR VAN DE DORDTSE DINSDAG VAN GEMEENTE DORDRECHT D.D. 20 september 2022 Vergaderkamer 1 Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz 1. Vragenhalfuur
27
De voorzitter: Beste mensen, het is 19:00 uur geweest. Ik wil graag starten met ons vragenhalfuurtje. Als iedereen ook stil wil zijn, alstublieft. Wilt u ook plaats gaan nemen? Dank u wel. Welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van de Dordtse gemeenteraad. Het is vandaag 20 september. Welkom allemaal. Ook mensen die thuis of op een andere manier meekijken. Onze gasten ook op de tribune, welkom. Voor vanavond hebben we drie onderwerpen. Over drie onderwerpen hebben we vragen voorliggen. Het eerste onderwerp betreft de hoge energieprijzen. En er zijn drie vragen die daarover gaan. We hebben een vraag over het gratis OV 65+. En een vraag over asielzoekers. Ik stel voor dat we de eerste drie vragen over de energieprijzen aan elkaar koppelen. Waarbij ik zo de fracties vraag om wellicht hun vraag nog kort toe te lichten. En dan gaan we dan na die drie vragen naar de wethouder voor een reactie. En dan hoop ik dat we nog een kwartiertje over hebben voor de andere twee vragen. De eerste vraag, zoals ik al aangaf, die heeft betrekking op de energieprijzen. Hier hebben drie fracties zich voor aangemeld met vragen. Als eerste de vraag vanuit Beter voor Dordt. En volgens mij is dat de heer Stam die ik daarover het woord mag geven. En nog een korte toelichting graag. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter.
In de pers is, inmiddels alweer twee weken geleden, een artikel verschenen dat de Drechtsteden zich opeens blauw betalen voor gas in gemeentelijke gebouwen. Op zich natuurlijk niet zo vreemd, als de marktprijs zich zo progressief ontwikkelt. En natuurlijk speelt dit probleem ook in Dordrecht, met een redelijk omvangrijke vastgoedportefeuille. Beter voor Dordt heeft dan ook de volgende vragen over de eventuele consequenties. Gelet op de enorme prijsstijgingen, waar ook onze gemeente mee wordt geconfronteerd, is Beter voor Dordt nieuwsgierig welke maatregelen het college denkt te nemen met betrekking tot ons vastgoed. Is het college voornemens om vastgoed geheel of gedeeltelijk te sluiten? In de pers is al gememoreerd aan de Sportboulevard. Worden er nog meer gedeeltelijke of hele sluitingen overwogen? Aan welk vastgoed moet dan worden gedacht? En welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stam. Dan is er ook een vraag vanuit de VSP. En hier staat de naam van mevrouw Stolk bij. Maar volgens mij is mevrouw Stolk niet aanwezig. Mevrouw Wepster: Nee, mevrouw Stolk is afwezig. De voorzitter: Misschien mevrouw Striebeck een toelichting op de vraag? Mevrouw Striebeck: Ja, ik ga hem stellen. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een vraag over de Sportboulevard.
Wij kregen signalen binnen dat de Sportboulevard mogelijk in de winter gesloten wordt, in verband met de hoge energieprijzen. Klopt dit? En zo ja, wat heeft dit voor consequenties voor de verenigingen? De voorzitter: Een duidelijke vraag. Dank u wel. En dan hebben we ook nog de heer Kolkiliç van DENK, die ook een vraag heeft op dit onderwerp.
28
De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Op 5 augustus lazen we het nieuwsbericht dat de rechter uitspraak heeft gedaan in een zaak die een student aanspande tegen de gemeente Nijmegen over de energietoeslag voor studenten. De rechter heeft bepaald dat de gemeente Nijmegen niet alle studenten zomaar mag uitsluiten van de eenmalige energietoeslag. Het ligt voor de hand dat de gevolgen van de uitspraak ook van toepassing zijn op andere steden, waaronder Dordrecht. In de gemeente Nissewaard is de eenmalige energietoeslag van 1300 euro nu ook beschikbaar voor uitwonende studenten tussen 21 en 27 jaar. Voorzitter, onze koning heeft vandaag gezegd dat het onverantwoord is om de rekening door te schuiven naar de jongeren van nu. En zelfs ook dat bepaalde regels eenvoudiger kunnen en moeten zijn. Is het college bereid te handelen naar de geest van deze uitspraak? En de studenten die aan de voorwaarden voldoen ook onderdeel te laten uitmaken van de eenmalige categoriale verstrekking van 1300 euro energietoeslag? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting vanuit de fracties. Even kijken, energie is de portefeuille van mevrouw De Jonge. En financiën valt bij de heer Heijkoop. Wie van u mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw De Jonge, gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel, voorzitter. En ook aan de stellers van de vragen.
Het onderwerp energieprijzen en de kosten die daarmee gemoeid gaan, houden ons allemaal bezig, denk ik. Nou, het artikel wat verschenen is, heeft ook te maken met een verantwoordelijkheid die wij hebben als gemeente. Die hebben we genomen om ons contract met Gazprom op te zeggen. Waardoor wij de tarieven die we hadden moesten loslaten en met nieuwe, hogere tarieven werden geconfronteerd. En kijk, sowieso vanuit ons maatschappelijk vastgoed hadden wij en hebben wij de opdracht en voelen we ook de urgentie om überhaupt naar ons eigen energieverbruik te kijken. Omdat we daar natuurlijk ook gewoon slagen willen maken. Voor de langere termijn ligt er een plan hoe we ons eigen vastgoed gaan verduurzamen in het programma Duurzame stad. Maar dit noodzaakt ons om nog sneller te gaan kijken van: wat kunnen we op korte termijn al doen? Maatregelen nemen, uiteraard. Maar de opdracht is ook uitgegaan naar de afdeling Vastgoed om een inventarisatie te maken van onze eigen gebouwen. Van het energiegebruik dat we daar hebben. En hoe we daar snel tot besparingen kunnen komen. Die opdracht ligt nu in de organisatie. We hebben hem breed uitgezet. Van: kijk naar alle mogelijkheden die er zijn. Temperaturen lager stellen, misschien ruimtes buiten gebruik stellen. Misschien zeggen van: joh, als er op vrijdagmiddag nog maar een aantal mensen zijn, zet ze op één afdeling.
Dan hoef je de rest al niet meer te verwarmen. Dus we hebben ze ook wel uitgedaagd om eigenlijk alles tegen het licht te houden om naar ons eigen energieverbruik te kijken. Dus dat even op de vraag van: hoever zijn we er al mee? We hebben gezegd: dat gaat binnen enkele weken echt de lijst opleveren van hoe gaan wij met al ons maatschappelijk vastgoed om? Daaronder vallen inderdaad ook de sportaccommodaties die wij in eigen beheer hebben. Er wordt hier heel specifiek naar de Sportboulevard gevraagd. Met de Sportboulevard zijn wij al langere tijd in gesprek. En die gesprekken leiden er nu ook toe dat we op bestuurlijk niveau binnenkort bij elkaar zitten om te spreken over de situatie bij de Sportboulevard. Maar er is niets over besloten. We zijn in goed overleg met elkaar, om te kijken wat kan er in de Sportboulevard aan besparingen, aan andere maatregelen genomen worden? Zodra wij daar ook meer inzicht in hebben, dan delen wij dat uiteraard met u als gemeenteraad.
29
De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik weet niet of er nog een toelichting vanuit Financiën …? De heer Heijkoop? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, eigenlijk vanuit mijn hoedanigheid als wethouder Sociale zaken, werk en inkomen. Want de Energietoeslag keren wij ook uit aan studenten, zeg ik richting de heer Kolkiliç. Wij hebben de hogescholen en de mbo’s er ook op gewezen. En ook gevraagd om dit onder de aandacht te brengen bij de studenten. We hebben daar gelijk al een ruimhartige lijn in gehanteerd. Ook omdat wij dat als stad kunnen waarmaken. Want er zijn ook collega’s van mij … Ik sprak er toevallig nog een vanmiddag. De wethouder uit Groningen die heeft enorm veel buikpijn. Want het gaat daar over enorm veel aanvragen. En de wetgever, de minister had aangegeven dat het in principe niet de bedoeling was. Dat deze uitkering ook voor studenten eigenlijk niet bedoeld was. Dus we verwachten dat vanaf volgend jaar daar wel een andere regeling voor komt, wellicht vanuit DUO. Maar wij voeren hem in ieder geval ruimhartig uit. We zijn nog wel met het kabinet in gesprek om eventueel nog wat aanvullende middelen te krijgen, om deze doelgroep ook te kunnen ondersteunen. Maar onverlet of dat gebeurt, zullen wij dit gewoon blijven doen. En wij hebben daar de hogescholen en het mbo ook over geïnformeerd. De voorzitter: Dank u wel, wethouder.
Mevrouw Striebeck: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Striebeck, een vervolg? Mevrouw Striebeck: Mag ik daar wat over vragen, of …? De voorzitter: U mag daar, kort, zeker een korte vervolgvraag op stellen. Mevrouw Striebeck: Ik las dan dat studenten daar een eigen aansluiting voor moeten hebben. Maar er zijn vele studenten die natuurlijk huren en die geen eigen aansluiting hebben. Hoe gaat het daarmee? De voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, het criterium is dat je een huishouden vormt. Dus als je dakloos bent, dan kun je geen beroep doen op de Energietoeslag. Dan kun je geen aanvraag doen. Ook als je in een inrichting verblijft -dus als je zorg ontvangt- kun je ook geen aanvraag doen. Maar wat u stelt, dat is geen voorwaarde. Dus je kan ook een aanvraag doen op het moment dat je geen aansluiting hebt op die manier. Sorry? Dus daar wordt in principe rekening mee gehouden. Mevrouw Striebeck: Oké, dank u. De voorzitter: Dank u wel. Is de vraag zo voldoende beantwoord? Kijk ik even richting Beter voor Dordt, DENK en de VSP. Ja? Kort, de heer Stam nog? De heer Stam: Ja, het antwoord van de wethouder was natuurlijk heel algemeen. Er heeft specifiek in de krant gestaan dat er toch wordt overwogen om een tijdelijke sluiting van
30
die Sportboulevard te overwegen. Maar ik heb nog niet in het antwoord gehoord of dat nu daadwerkelijk het geval is. En of dat ook bij andere gebouwen gaat gebeuren. De voorzitter: Mevrouw De Jonge misschien nog even? Mevrouw De Jonge: Ja, daar wil ik wel op antwoorden. Want ik dacht dat ik het in mijn antwoord ook al had meegenomen. We zijn in goed overleg met Sportboulevard, met Optisport, over waar ze nu mee te maken hebben. Welke maatregelen er mogelijk zijn en welke scenario’s er verkend moeten gaan worden. En nee, daar liggen nog geen besluiten. En ook voor andere gebouwen zijn we nog aan het verkennen van: hoe gaan we om met de situatie waar we nu mee te maken hebben? Dus in principe ligt er nog heel veel open. De voorzitter: Dank u wel voor een toelichting. Ik zie de heer Stolk en de heer Van Dam Timmers. Kort een vervolgvraag nog. De heer Stolk: Ja, ik wil even mevrouw De Jonge vragen van: hoe lang denkt u nog erover te kunnen doen? Want elke maand is er één. En die bedragen zijn natuurlijk wel hoog, die de Sportboulevard moet betalen, bijvoorbeeld. De voorzitter: Ik doe gelijk even de tweede vraag van de heer Van Dam Timmers. En dan kom ik nog een keer terug bij mevrouw De Jonge. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, mij was het antwoord van mevrouw De Jonge toch nog wel een beetje onduidelijk.
Als ik het goed begrijp, is er dus op de Sportboulevard echt een crisissituatie. Dus: ligt zo’n sluiting dan wel of niet op tafel? Dat blijft nu een beetje in het midden. Houd u alle opties open? Of zijn er al gedachtes over? Dat vroeg ik me af. De voorzitter: Reactie van mevrouw De Jonge nog. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Kijk, alle opties liggen open, omdat we eerst van alle optiescenario’s willen weten wat het voor impact heeft. En wat de financiële consequenties zijn. Wat mogelijkheden zijn om iets te kunnen doen. En wie dat dan kan doen. Want dat is natuurlijk ook nog een optie, hè! Gezamenlijk zit je in een exploitatie. Je zit gezamenlijk in een gebouw. En je zit gezamenlijk voor alle verenigingen die daar gebruik van maken. Dus ja, we proberen heel snel te handelen. Een vraag van de heer Stolk. Ik heb de druk opgevoerd. Ik heb gezegd: ik wil eigenlijk binnen twee weken gewoon een hele lijst van onze gemeentelijke gebouwen hebben. Ik hoop dat ze het halen, maar de urgentie is wel heel duidelijk waar we mee te maken hebben. Ik heb ook duidelijk aangegeven dat wat mij betreft, in het college hebben we daar ook één lijn in getrokken, dat we kijken of we echt ons eigen verbruik echt substantieel kunnen gaan verlagen. Waarbij echt percentages van vijftien tot 20 procent zijn genoemd. Ook een uitdaging, denk ik.
Maar die moeten we wel met z’n allen aangaan en die moeten we dus ook met de gebruikers samen gaan bespreken. Van wat kan er wel wat kan er niet? Het ene gebouw is niet zo complex. En het andere, een Sportboulevard, heeft nou eenmaal een grote complexiteit met heel veel installaties. Met een ijsbaan die aan een zwembad is gekoppeld. Ja, daar komt wel iets meer bij kijken dan eventjes met elkaar aan tafel zitten en zeggen: zo gaan we het doen.
31
De voorzitter: Dank u wel. De laatste reactie van de heer De Boer van Op Ons Eiland. De heer De Boer: Ja, dank u wel, voorzitter. Toch nog even een vraag aan de wethouder. Landelijk gaan er nu dingen gebeuren ook, hè? Er wordt gekeken naar plafonds en dergelijke; veel voor particulieren. Ik zou zeggen: probeer de boel open te houden. Belangrijk, want ik weet niet wat er op ons afkomt straks, ook in positieve zin. En het sluiten betekent gewoon ook heel veel extra kosten straks. Maar ik weet niet, is er al bekend … Het is heel vroeg, natuurlijk. Het is vandaag natuurlijk Prinsjesdag. Gisteren werd er wat bekend. Waarschijnlijk is er nog weinig bekend over wat ons eventueel toekomt straks. De voorzitter: Laatste reactie mevrouw De Jonge. En dan het volgende onderwerp. Mevrouw De Jonge: Inderdaad heel kort. Voor deze verenigingen hebben we nog geen duidelijkheid gekregen wat er nu uit Prinsjesdag is voortgekomen. Dat gaan we uiteraard zeer zorgvuldig volgen, ja. Ja. De voorzitter: Oké, dank u wel allemaal. We sluiten dit onderwerp af en we gaan naar het volgende. En dat is het gratis OV voor 65+. En daar heeft de heer Portier van de SP een vraag over. En misschien kunt u die kort toelichten. De heer Portier: Ja, dank u wel, voorzitter. Zaterdag sprak ik een van onze 65+-leden. En hij zegt: nou, ik heb een mooie uitnodiging gekregen om mijn gratis OV-kaart op te halen.
Nou ja, gratis: voor veertien euro. Hij haalt die kaart op en krijgt nul op rekest van: nee hoor, dat doen we niet meer. De regeling is afgelopen. En nu is in het coalitieakkoord gezegd van: we gaan naar een andere regeling, een ander soort invulling. We denken daar nog over na. Maar ja, normaal gesproken gooi je niet je oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. En nu blijkt dat de regeling opeens volledig is afgelopen. Dat mensen er geen gebruik meer van kunnen maken. Behalve als ze al een nog lopend abonnement hebben. Dus mijn vraag is inderdaad van: had deze communicatie niet beter kunnen verlopen? Had de regeling niet gehandhaafd kunnen blijven totdat er een nieuwe regeling was? En wanneer is er zicht op die nieuwe regeling? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Duidelijke vragen. Wethouder Mobiliteit, de heer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel. Ja, duidelijke vragen. Nou, het klopt niet dat de regeling afgelopen is. Want de regeling loopt tot het eind van het jaar. En gaat dan, als het goed is, naadloos over in een nieuwe regeling. Uit uw vragen bespeur ik dat iemand een brief gehad heeft. En die wordt het hele jaar door verstuurd. En vervolgens dacht van: ik ga vast, ook voor de drieënhalve maand die dit jaar nog duurt, een kaart aanvragen. En dan misschien in januari weer. Daar moeten we even naar kijken.
Want het is vanouds zo dat de regeling veel gebruikt wordt door mensen die natuurlijk door het jaar heen een brief krijgen. Maar dan eigenlijk vanaf september, oktober niet meer een kaart voor de resterende maanden gaan halen. Maar eigenlijk in januari, of vanaf december dus, voor het daaropvolgende jaar. Dus die brieven die moeten we niet meer versturen. En ik weet niet zo goed of dat wel gestopt is. Dat moet ik even nagaan. Punt is wel dat we bezig zijn met de nieuwe regeling. Want er is natuurlijk een afspraak in het
32
coalitieakkoord die snel effect moet krijgen. Dus binnen enkele weken zult u een voorstel daartoe op uw tafel krijgen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Linden. Nog een korte vervolgvraag, mijnheer Portier? De heer Portier: Ja, toch even een reactie op het woordje ‘naadloos’ overgaan. Want er ligt hier toch wel een naad van vier maanden. Waar mensen gezegd is van: u kan die pas krijgen. Maar op het moment dat je die op gaat halen, kan het niet. Dus de mensen die op dit moment ervoor in aanmerking komen, of voor verlenging in aanmerking komen, die kunnen die pas de komende maanden in ieder geval niet gebruiken of niet krijgen. De voorzitter: Een reactie nog van de heer Van der Linden? De heer Van der Linden: Ja, dank. Nou, de ervaring leert dus dat mensen die door het jaar heen zo’n brief krijgen, die bestellen vaak wel maar vaak ook niet een kaart. En bijna altijd vanaf het najaar bestellen ze niet meer voor het lopende jaar. Maar gaan ze dan voor het volgende jaar. En het volgende jaar hebben we dus -en het is echt de bedoeling naadloos- een regeling die de huidige regeling vervangt, maar volgend jaar gaat starten. Daar moeten we nog een besluit over nemen. Maar die brieven moeten we dan niet meer versturen. En kennelijk is dat nog wel gebeurd. Of heeft iemand een brief gebruikt die hij een aantal maanden geleden heeft gehad. Dat kan natuurlijk ook.
De voorzitter: De laatste vraag. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voor alle duidelijkheid. Op dit moment kunnen mensen dus geen kaart krijgen. De heer Van der Linden: Op dit moment worden geen nieuwe kaarten meer verstrekt. Dat klopt. En voor zover ik begrepen heb, is dat inderdaad sinds begin september het geval. Ja. De voorzitter: Oké, dat is duidelijk. Ronden we hiermee … O, de heer Stolk heeft daar nog een korte vervolgvraag op? Mijnheer Stolk? De heer Stolk: Ja, ik wil toch eventjes over die laatste vier maanden vragen. Want we zeggen nu natuurlijk wel de ouderen nu vier maanden dat ze gratis kunnen vervoeren. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? De heer Van der Linden: Nee, dat doen we niet. Iedereen die nu een kaart heeft, kan hem gebruiken tot 31 december, 12:00 uur ‘s nachts. Alleen de ervaring leert dat er weinig mensen zijn die zeggen: o, het is nu eind september, begin oktober, ik ga veertien euro betalen voor een kaart die ik nog maar twee of drie maanden kan gebruiken. Dus op basis van ervaring is dat bekend, dat ze dan niet meer veel worden aangevraagd. Ja? De voorzitter: Ja, volgens mij is dit antwoord zo wel helder. Toch?
33
De heer Stolk: Ja, het is helder. Ik zou toch aan willen dringen op dat toch die mensen die dan toch nog… De voorzitter: Maar we gaan nu geen politiek bedrijven. Dank u wel. Ik ga naar het laatste onderwerp van vanavond. En dat is een vraag over asielzoekers. En die komt vanuit de VVD. En de heer Van der Net kan daar misschien nog kort een toelichting op geven? O, aan de overkant. Gaat uw gang, mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Ik zit inderdaad recht tegenover u, voorzitter. Lang niet gezien. Ja, voorzitter, wij hebben berichten gekregen dat asielzoekers die op dit moment op de Marconiweg bivakkeren, dat er overlast wordt ervaren in Wielwijk. En met name in de buurt van de Zeehavenlaan. We hebben ook gehoord dat daar een opstootje is geweest bij het Cruyff-court. En vandaar toch even de vraag ook aan het college van: hoe is dat nou met die beveiliging daar geregeld? En hoe zit dat dan met die overlast? En wat is er bekend bij het college? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vraag. En nu hoort hij eigenlijk thuis bij portefeuillehouder de heer Kolff. En die is er niet. Dus ik ben benieuwd wie van het college … Ja, de heer Merx. Gaat uw gang, mijnheer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Ja, naar aanleiding van het voorbeeld bij het Johan Cruyff-court is onderzoek gedaan.
Maar daarbij is duidelijk geworden dat dit geen bewoners waren van de Marconiweg. Beveiliging die meegaat als er grotere groepen gaan wandelen, of ergens naartoe gaan, die heeft ook contact gegevens uitgewisseld met de bewoners van de Zeehavenlaan. Of in ieder geval met een aantal bewoners. Met het verzoek: als er nou iets aan de hand is -we kunnen niet elke keer met ieder individu mee- maar, bel dan eventjes. Dus dat is georganiseerd. En er is overigens ook zeven dagen per week 24 uur per dag beveiliging aanwezig op de Marconiweg. En ja, de beveiliging daar heeft op zich geen bevoegdheden om buiten de locatie natuurlijk op te treden. Nou, even kijken, dan de overlast. Wat moeten we daarmee doen? Moeten we die tot nul beperken? Nou, nul is wel heel erg veel. Dat is natuurlijk wel ons streven. Maar dat geldt niet alleen voor asielzoekers, dat geldt eigenlijk voor iedereen! Dit college wil daar geen onderscheid in maken. Of het nou asielzoekers zijn, Zeehavenlaanbewoners of waar mensen dan ook vandaan komen, welke achtergrond dan ook, je moet overlast zoveel mogelijk willen beperken. En daar zetten we ook op in. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Nog een vervolgvraag? De heer Van der Net. De heer Van der Net: Het antwoord bevreemdt me in zoverre dat ik gewoon van een aantal bronnen door heb gekregen dat het wel degelijk mensen waren van de Marconiweg.
En ja, in zoverre klopt dit antwoord niet met datgene wat ik gehoord heb. Dus dan vraag ik me af, de politie weet er gewoon vanaf. Want ik weet dat er echt een incident is geweest, ook met een honkbalknuppel. En dan vraag ik me nog af, inderdaad van: hoe loopt die communicatie? Dus ook richting de wethouder van: hoe zeker is het inderdaad dat dit geen asielzoekers zijn? En waar komen die mensen dan vandaan? De voorzitter: Wethouder Merx, misschien nog een reactie daarop?
34
De heer Merx: Ja, voorzitter, natuurlijk. Er is onderzoek gewoon gedaan. En de informatie die ons bereikt heeft, is dat er geen bewoners van de Marconiweg daarbij aanwezig zijn geweest. Bij dát incident wat onderzocht is. Misschien heeft u het over een ander incident. Dat weet ik niet. Maar bij dit incident wat onderzocht is -en ik vermoed dat we het over hetzelfde hebben- zijn gewoon geen bewoners van de Marconiweg betrokken. En ja, dat is de informatie die we hebben. En daar moeten we het mee doen. De voorzitter: Ja, wellicht is het een idee dat u elkaar daar even over opzoekt, over het incident. U weet elkaar goed te vinden. Om het duidelijk te krijgen. De heer Van der Net: Ja, ik begrijp dat dit tot hilariteit leidt. Maar die hilariteit is er bij de bewoners van de Zeehavenlaan zeker niet. En ja, nogmaals, ik heb een aantal contacten. En ik zal even verder gaan praten met die mensen, wat hun bevindingen zijn. En dan kom ik daar weer op terug, voorzitter. De voorzitter: Lijkt me heel goed, dank u wel. De heer Merx? De heer Merx: Ja, daarop. En als u dan toch contact heeft met die mensen, wijs ze dan nog even op dat telefoonnummer wat ze hebben gekregen. Dat ze dan ook echt contact opnemen met de beveiliging. Want er is ook ons gewoon alles aan gelegen om iedereen, overal, gewoon veilig, fijn te kunnen laten wonen. De voorzitter: Dat is mooi.
Dus de heer Van der Net krijgt ook nog een boodschap mee. Prima. Tot zover deze laatste vraag. En hiermee sluit ik dit vragenhalfuurtje. En wens u allen een goede avond. VERSLAG VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 1 GEMEENTE DORDRECHT D.D. 20 september 2022 Vergaderkamer 1 1. Beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet Oeververbinding Noord en afronding openbaar gebied Plan Tij – Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Gündogdu Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz De voorzitter: Een goedenavond, welkom hier aan de ronde tafel en welkom mensen thuis die via de livestream meekijken. Ik mag vanavond deze commissie voorzitten, ik ben Aydin Gündogdu. Wederom van harte welkom. We gaan het vanavond hebben over het ‘Voorbereidingskrediet Oeververbinding Noord en afronding openbaar gebied Plan Tij’. Dit is een nieuwe vorm van vergaderen, het is een rondetafelgesprek waarbij we dus iedereen die vanavond zijn zegje wil doen over dit onderwerp ook de vrijheid geven om zijn zegje te doen. Er zitten raadsleden aan tafel, commissieleden aan tafel, maar ook insprekers, belanghebbenden. Dus op het moment dat u het woord wil, dan kunt u mij aankijken of even een handje opsteken, ik geef u graag het woord. Zegt u alstublieft ook even uw naam en achternaam, zodat we ook voor de verslaglegging dat hebben opgenomen. Links van mij zit de griffier en daarnaast de ambtelijke ondersteuner.
Het is vanavond de bedoeling dat we over en weer het gesprek aangaan over dit plan, een
35
project dat al jaren loopt, maar op een gegeven moment nu tot het punt is gekomen dat er een oordeel geveld moet worden. Dat oordeel gaan we niet vanavond vellen, dat doen we volgende week als commissie en raad. Vanavond is met name elkaar informeren. Is dat duidelijk, zijn er vragen? Ik kijk even rond. Nou, het is duidelijk. Ik wil gebruikmaken van de gelegenheid om de ambtelijke ondersteuner de gelegenheid te geven om kort een inleidend verhaal te houden over dit project. Ik zie een handje van mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ja, ik dacht dat u begonnen was toen u de twee mensen links van u voorstelde, dat u helemaal rondging, want ik vind het altijd wel plezierig te weten wie er aan tafel zitten. Nou ken ik natuurlijk de raadsleden allemaal wel, maar ik ken niet alle gasten. De voorzitter: Ik begrijp u, mijnheer Van der Kruijff, maar we zitten met zoveel mensen aan tafel en ook in het publiek die straks wellicht aan het woord komen, vandaar dat ik zojuist heb opgeroepen om even uw naam en achternaam te noemen als u het gesprek aangaat. Maar het kan natuurlijk zo zijn dat de raadsleden zichzelf even voorstellen. Is dat een goed idee? Dan begin ik bij mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik ben Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld van de VSP. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht.
De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff van het CDA. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Maroof: Abdul Maroof, DENK Dordrecht. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. De voorzitter: Nog raadsleden die nog even hun naam willen noemen die aanwezig zijn in de zaal? De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks. De voorzitter: Dank u wel in ieder geval. De agendering van dit onderwerp is mede tot stand gekomen door initiatief van Partij voor de Dieren. Die geef ik straks als eerste het woord, maar ik wil de ondersteuner vragen om een inleiding te houden over dit onderwerp.
36
Mevrouw Suijker: Ik ga het heel kort houden vanavond, want we zitten hier natuurlijk met heel veel mensen die graag wat willen vertellen. Ik ga jullie meenemen in een stukje voorgeschiedenis, een stukje context, zodat we daar vanuit het gesprek kunnen voeren. Hier op de eerste slide ziet u waar de oeververbinding zou komen, dat is eigenlijk het grootste punt van vanavond: komt die oeververbinding er nou wel of niet? Die oeververbinding komt volgens bestemmingsplan op deze locatie, richting het Wantijpark. Waarom is die verbinding er nog niet? De ontwikkelaar VolkerWessels Vastgoed heeft sinds jaar en dag het gebied in ontwikkeling. Die heeft meerdere ontwerpen gemaakt om een poging te doen om deze oeververbinding te maken en is daar niet in geslaagd, heeft veel weerstand ervaren, onder andere met een rechtszaak in 2016 waarbij de omgevingsvergunning vernietigd is – ik kom zo meteen op waarom dat het geval is. Alle bewoners van Plan Tij zijn toen als belanghebbend aangemerkt, door de rechter overigens. De gemeente heeft in 2020 de ontwikkelaar ontslagen van de verplichting om de brug te realiseren en heeft toen gezegd: we gaan zelf even kijken wat de haalbaarheid is, is het nog technisch te doen op deze locatie en is er draagvlak? Even kijken, yes. Deze oeververbinding ligt op een vrij lastige plek.
We hebben een aantal globale randvoorwaarden ontwikkeld waar de oeververbinding aan moet voldoen. Zo moet het een voetgangersverbinding worden, het moet vaarverkeer doorgang kunnen verlenen, er zit natuurlijk een jachthaven vlakbij, dus daar moet ruimte voor blijven. Dat betekent dus ook dat er een onbeperkte doorvaarhoogte moet zijn voor deze jachtschepen die daarlangs moeten. Als het een brug zou moeten worden, dan moet die ook van afstand bedienbaar worden en dat betekent een hoop toeters en bellen en andere techniek die daarbij komt kijken. We moeten natuurlijk rekening houden met getijdenstand. Deze locatie is een getijdengebied, dus daar moet ook rekening gehouden mee worden, en rekening houden met de voorwaarden die de natuurwetgeving stelt. Toegankelijkheid voor mindervaliden is geen harde eis. Waarom niet? Omdat het echt heel lastig is om dit toegankelijk te maken voor mindervaliden aan beide zijden van het talud. Even kijken. Vorig jaar hebben wij een aantal brugverbindingen globaal laten ontwerpen om te kijken: wat zou hier eigenlijk allemaal mogelijk zijn? Daar zijn een zestal versies uitgekomen die we ook hebben door laten rekenen en dan zouden de realisatiekosten tussen de 1,9 en de 2,25 miljoen liggen als je hier een brug zou ontwikkelen. Dat is een grote bandbreedte en dat is gewoon simpelweg omdat er nog geen definitief ontwerp is.
Voetveer, realisatiekosten zijn minimaal zes ton. Waarom minimaal? Omdat het een locatie is waar dus vaartuigen langskomen, omdat er allerlei techniek bij komt kijken vanwege en het getijdenverschil en de vaartuigen die daarlangs komen, en omdat dit een unicum zou kunnen worden binnen Nederland, omdat het eigenlijk nog niet echt bestaat. Dus er is veel innovatie nodig en de inschatting is dat een eventueel voetveer dus minimaal zes ton zou kosten. Maar ook daarvan hebben we de definitieve raming is er natuurlijk nog niet, omdat er geen definitief ontwerp is. Deze locatie ligt zoals gezegd op een ecologisch heel gevoelige plek en daar moet ook heel goed rekening mee gehouden worden. We hebben dus ook aanvullend onderzoek laten doen naar onder andere de bever, maar ook andere ecologische soorten. U is als het goed is de rapporten ook toegezonden, dus daar kan u kennis van nemen en de ecoloog heeft ook een verklarend stukje in de memo gezet waarin uitgebreid wordt uitgelegd hoe het hier zit met de ecologie. Even globaal: in 2017 hebben we ecologisch onderzoek laten doen en daar zat een hol, dat is het blauwe stipje op de kaart, die heeft in 2016 ertoe geleid dat de omgevingsvergunning die VolkerWessels toentertijd had aangevraagd vernietigd is. We hebben in 2020 hernieuwd ecologisch onderzoek laten
37
doen. Dat hol zit er nog steeds en ook zijn er andere actieve legers gevonden, dus daar moet goed rekening mee gehouden worden. En rekening mee gehouden worden, dat betekent dus ook dat we in contact staan met bevoegd gezag, dat is de Omgevingsdienst Haaglanden en het bevoegd gezag heeft laten weten dat er op voorwaarde, dus als wij heel goed zorgen dat wij rekening houden met de bestaande ecologie, geen ontheffing nodig is om hier een oeververbinding te maken. Wel heeft het bevoegd gezag een duidelijke voorkeur uitgesproken voor de voetveer, omdat dat ecologisch minder invasief is dan een eventuele brug. Dan kom ik op … De heer Groeneweg: Mag ik een vraag stellen, voorzitter, of doen we dat op het einde? Want ik zit al op te schrijven. De voorzitter: Graag op het einde, alstublieft. Mevrouw Suijker: Dan kom ik op het onderwerp nut en noodzaak. Daar zijn natuurlijk ook vragen over gesteld. De oeververbinding heeft puur een recreatieve functie. De hoofdroute naar het Wantijpark loopt via de Baden-Powelllaan en voor iemand die in Plan Tij woont betekent dat 950 meter omlopen. De nut en de noodzaak worden vooral bepaald door de bewoners zelf, daarvan zijn er vanavond ook een heel aantal aanwezig, heb ik begrepen.
Uiteindelijk is het aan de raad of de gevoelde nut en noodzaak ook de maatschappelijke investering verantwoordt, waarvan wij veel in contact staan met de bewonersvereniging en die heeft aangegeven achter de uitkomst van de uitslag te staan. Met uitslag bedoel ik de uitslag van het participatietraject, dat hebben wij vorig jaar gehouden. Daar hebben 80 inwoners van Plan Tij aan meegedaan, dat is een deelname van 82 procent en daarvan heeft 58 procent gezegd: ja, wij willen deze oeververbinding. Van de mensen die voor de oeververbinding zijn, zegt 77 procent: wij willen een brug. Van de mensen die tegen de oeververbinding zijn, als hun de keuze wordt gegeven tussen een brug of een voetveer, dan geven ze in de enquête aan dat als er iets moet komen, dat dat dan een voetveer zou moeten zijn. Dus dat is even heel kort samenvattend een inleidend … Vraag, ja. Dan is er nu volgens mij … De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Suijker, in ieder geval. Ik zag de heer Groeneweg die een vraag wilde stellen. De heer Groeneweg: Ik had over de presentatie wat vragen. Ik zag bij het voetveer geen wachtplaatsen, bij de brug eigenlijk ook niet, dacht ik. Zijn die ergens in de plannen en ook in de berekeningen meegenomen? Of nou ja, ik ben dan vooral even benieuwd naar de plannen, naar de berekeningen zullen de raadsleden ongetwijfeld in geïnteresseerd zijn of die daarbij zitten.
U had het over geen vergunning. Is dat ook bij de brug, of alleen bij het voetveer? Daar was ik even benieuwd naar. En ik was benieuwd of u zelf misschien aan het bestuur van de vereniging gevraagd heeft of er een ALV-besluit genomen is over dat standpunt dat zij innamen. Dus dat zijn drie vragen. De voorzitter: Als ik goed heb gehoord, zijn dat een drietal vragen. Kunt u dat beantwoorden, mevrouw Suijker? Mevrouw Suijker: Kan u uw eerste vraag nog even herhalen?
38
De heer Groeneweg: Zowel als de wachtplaatsen, of die mee zijn genomen bij het voetveer … Maar volgens mij zag ik ze in de ontwerpen bij de brug ook niet, dus de vraag was even: is daarover nagedacht over die wachtplaatsen? Ik ben dan benieuwd als voormalig raadslid ook of in de kosten daar, want het kan zomaar weer wat meer gaan kosten. En ik weet niet, volgens mij was het voorheen RVO, nu volgens mij de provincie die de ontheffing moet geven voor de ecologische mogelijke problemen en die hadden gezegd: geen vergunning. Maar is dat bij het voetveer? Want u zei onder voorwaarden, en ik weet dat zij hadden gezegd: wij hebben de voorkeur voor het voetveer. Of zeggen ze ook: er is geen uitgebreide procedure nodig bij een brug? Dat is vraag twee. Mevrouw Suijker: Allereerst die wachtplaatsen. De ontwerpen die ik u zojuist liet zien, dat zijn puur schetsmatig ontwerpen en op basis van die schetsontwerpen is ook de raming gemaakt. Uiteraard horen daar ook eventuele wachtplaatsen bij als dat nodig blijkt te zijn, maar die … Even wachten, dan moet ik het even goed zeggen. Daar horen ook de wachtplaatsen bij. De heer Groeneweg: Maar die stonden niet in de tekeningen, in ieder geval, voor zover ik zag. Mevrouw Suijker: Nee, want het is schetsmatig. We zijn nog niet in die fase van het ontwerpproces. De voorzitter: Vraag twee. Mevrouw Suijker: Vraag twee.
De uitspraak van de Omgevingsdienst Haaglanden – die inderdaad de nieuwe RVO is, laat ik maar zo zeggen – dat geldt voor zowel de brug als de voetveer. Dan uw vraag over de bewonersvereniging. De bewonersvereniging is niet direct gevraagd naar het ALV-standpunt, maar dat kunnen ze vanavond zelf toelichten, neem ik aan. De voorzitter: Helder, dank u wel. Ik wil nu een van de initiatiefnemers voor dit agendapunt het woord geven. De heer Groenewege van Partij voor de Dieren. Wilt u uw politieke vraag voor vanavond toelichten en met name ook de vraag die u zou willen stellen richting de insprekers dan wel aanwezigen van deze ronde tafel. De heer Groenewege: Dank u wel. Waar we het over hebben is een raadsvoorstel en daarmee, als we daarmee instemmen als raad, zouden we besluiten om vast te houden aan het uitgangspunt om die oeververbinding te realiseren, dus een brug of een voetveer, en 235.000 euro onderzoekskosten uit te trekken om een ontwerp te maken en dan uiteindelijk ook nog acht ton tot 2,3 miljoen euro voor de realisatie van die oeververbinding. In het raadsvoorstel werd naar mijn smaak niet goed genoeg gemotiveerd wat nou eigenlijk nut en noodzaak is van die oeververbinding.
Want je kan je afvragen: moeten we zoveel geld investeren om de ongeveer honderd bewoners van Plan Tij te behoeden voor twaalf minuten omlopen om het Wantijpark te bereiken? Dan de volgende vraag is: er zit een beverburcht, een beverhol recht naast de planlocatie. Eigenlijk vond ik uit het oorspronkelijke raadsvoorstel niet superduidelijk worden wat nou de impact is van die brug op dat beverhol. Nou, er is aanvullende informatie al gekomen, schriftelijk vanuit de ambtelijke organisatie en die heeft veel verhelderd, maar ik heb nog wel wat vragen. Is dit het moment om die te stellen? Ik kijk even naar de voorzitter.
39
De voorzitter: U kunt uw vraag stellen. De heer Groenewege: Oké, dank u wel. Eén vraag was, de heer Groeneweg heeft een heel pakket aan zeer nuttige informatie gestuurd en een van de dingen die daarin stond was: je kan eigenlijk die wachtplaatsen voor een brug of voor een andere oeververbinding niet realiseren, omdat die zo’n beetje bovenop dat beverhol zou komen en dan zou je die oever tot een bepaalde diepte moeten uitgaven, tot twee meter diepte, vaarwaterdiepte zeg maar, zodat die boten daar nog kunnen staan. Maar dan zou dat beverhol verloren gaan. Wat is er met die input van de heer Groeneweg gedaan in het nieuwe ontwerp? De voorzitter: Mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker: Wederom, eigenlijk is er nog geen nieuw ontwerp. Wij hebben schetsontwerpen gemaakt waarin we gekeken hebben: zou het technisch mogelijk zijn? Daar heeft het IBD uitgebreid naar gekeken, die zijn ook op de hoogte van de ecologische moeilijkheden hier en het hol. Dus ik ga ervan uit dat dat zeker meegenomen is, maar daar kunnen we uiteraard wel op terug komen, op deze vraag. De voorzitter: Deze vraag wordt genoteerd. Nog een vraag. De heer Groenewege: Ja, nou, een andere vraag. Die heeft ook te maken met de informatie vanuit de heer Groeneweg.
Daarin stond dat een van de mitigerende maatregelen in het oorspronkelijke ontwerp voor de vernietigde vergunning was om tachtig meter van de begroeiing niet te rooien om de beverburchten heen, als een soort bufferzone. Maar nu blijkt er een beverhol op dertig meter van de planlocatie te liggen, dus die mitigerende maatregelen zou je niet meer kunnen nemen. Hoe kan je dan toch nog voorkomen dat als je een oeververbinding realiseert, dat je dat beverhol verstoort? Het lijkt mij dat dat dan niet meer kan. De voorzitter: Mevrouw Suijker, wilt u daar antwoord op geven? Mevrouw Suijker: Ik zit hier vanavond een klein beetje met de handicap dat mijn ecoloog niet aanwezig is, dus ik zou eigenlijk willen voorstellen dat ik ook deze vraag noteer en bij u terugkom. De voorzitter: Mooi, dat is ook genoteerd. Ik hoor mijnheer Groeneweg. De heer Groeneweg: Misschien even een toelichting met gewoon wat ik ervan weet. Die tachtig meter stond inderdaad in de vergunning. Kijk je naar de … Ik ben even de naam kwijt, zeg maar een soort standaard beverbeschermingsdocument, daar staat in dat er veertig meter rondom een dergelijk hol niks gedaan mag worden. Dat staat ook in het filmpje wat ik had opgestuurd, daar ziet u ook ergens die veertig meter en die tachtig.
Dus die veertig komt eigenlijk uit die beverstandaard voort, zeg maar eventjes, en die tachtig is toen inderdaad op basis van die vergunning was dat die tachtig meter. De voorzitter: Bedankt voor deze toelichting, maar deze vraag is sowieso genoteerd. Ik zie mijnheer Van der Kruijff.
40
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb een vraag langs een iets andere as. Want ik snap alle vraagtekens wel vanuit de inhoudelijke redenatie over nut en noodzaak of je dit nu moet willen, maar het is natuurlijk een dossier met een hele lange historie. Ooit is Plan Tij ontwikkeld met de toezegging dat deze verbinding er zou komen. Tenminste, zo heb ik het begrepen, maar daar wil ik mij vanavond dan – ik zie al nee schudden – maar ik hoor daar vanavond vanuit diverse geledingen graag geluid over in hoeverre het nou door de bewoners als toezegging is ervaren toen ze dat huis kochten dat deze oeververbinding er zou komen. Want dan vind ik dat we als raad ook een vraagstuk hebben vanuit een betrouwbare overheid om als je iets beloofd hebt, of je dat dan na moet komen. Dat is voor ons wel een vraagstuk hoe dat nou zit. De voorzitter: Er is een concrete vraag van mijnheer Van der Kruijff aan de bewoners. Nou, ik zie al mijnheer Ravelli, als ik het goed heb, u heeft daar vast een antwoord op. De heer Ravelli: Ja, Jeroen Ravelli en ik ben bewoner dus van Plan Tij. Ja, daar wil ik, want ik vind dat een hele goede opmerking die net gemaakt is.