2022-06-14 Gemeente Dordrecht Dordtse Dinsdag (1).pdf
Tekst van het document
Een boom van 60 jaar die gekapt wordt betekent in feit een achteruitgang van 120 jaar, want die boom moet weer 60 jaar groeien voordat die weer die omvang krijgt en dan begint die pas zijn optimale waarde te krijgen. Herplant met een jonger exemplaar levert hoe groot dan ook een groot verlies in omvang en leidt tot fysieke, sociale en visuele armoede, zeg ik maar gewoon. Zet in op meer bomen, blijf inzetten op bewustwording. Want ook tuineigenaren hebben een verantwoordelijkheid. Die ontlopen dat vaak, maar dat is niet terecht. En vooral: zorg voor voldoende geld voor aanplant en beheer. En John Steeg zal namens dezelfde groep een reactie op de voorliggende startnotitie brengen, waarin hij verder ingaat op dit punt. In onze samenwerking is inmiddels ook de gemeente aangeschoven en we zijn daar ontzettend blij mee. We horen dan ook dat veel van de door ons verafschuwde werkzaamheden worden uitgevoerd vanwege chronisch tekortschietende budgetten. En dat maakt het niet zachter, maar het maakt het wel verklaarbaarder. En dat toont ook eigenlijk het gevoel van onmacht bij een aantal mensen binnen de gemeente. Dat kan en mag gewoon niet en kunnen we toekomstige generaties ook niet aandoen. We rekenen ook op grote steun inderdaad voor goed bomenbeheer en een fraai bomenbestand. En u kunt op ons rekenen als wakers,
76
meedenkers en ondersteuners. Tenslotte, we hebben als manifestopstellers samen met de gemeentemensen een prachtige linde mogen planten in het Wantijpark om het momentum van samenwerking te markeren. Wij willen de raad vragen om in elke wijk een plek te zoeken waar een boom kan worden geplant die minimaal honderd jaar kan worden. Dan komt de vraag om de toezegging, mijnheer Merx. Niet in de parken, maar juist op straat, op een plein. En we hopen dat in de uitwerking van de startnotitie die ook kan worden meegenomen en dat de bomen een levend bewijs gaan vormen van nieuwe inzichten. Bomen spannen de kroon. En ik dank u namens het platform Duurzaam Dordrecht, IVN, Bomenridders en Stichting de Stad voor uw aandacht. En dan ga ik de voorzitter het manifest nog een keer aanbieden. Zijn er vragen? De voorzitter: Nou, dat was mijn volgende vraag inderdaad, of er vragen zijn vanuit de raad. De heer Van der Spoel: Ja, voorzitter. De voorzitter: Zou u uw bordjes even zo kunnen zetten dat ik ze kan lezen. Ik ben beter in voornamen dan in achternamen, ben ik achter. Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel. Bedankt voor uw presentatie en voor het aanbieden van het manifest. Gisterenavond hebben wij dit stuk besproken in de fractie en ik had daar een discussie met mijn eigen fractiegenoot over het kroonvolume.
Inderdaad, u gaf het net ook al aan: haal je een boom weg van pak hem beet honderd jaar oud en je plant daar een nieuw boompje voor, dan het verschil van wat dat kleine boompje voor ons doet is verhoudingsgewijs helemaal niets met die oude boom. Mijn collega zei toen van: luister, wat interesseert mij dat hele kroonvolume nou. We moeten gewoon overal die bomen neergooien waar het maar kan. En dat we minder bezig moeten zijn met: er moeten minimaal tien kleine boompjes voor een grote boom. En nu heb ik toevallig wel The Hidden Life of Trees gezien in de movies, wat mij erg anders heeft doen denken over bomen. Alleen ik kwam niet meer op de argumenten gisteravond en eigenlijk ben ik daarnaar op zoek, of ik die argumenten bij u kan halen waarom dat juist zo belangrijk is waarom we toch rekening houden met dat kroonvolume en niet zo zeer dat we overal maar gewoon kleine boompjes neerzetten. Mevrouw Van Veen: Nou, waar het om gaat bij dat kroonvolume is dat een boom die ontwikkelt zich een stel, die ontwikkelt zich de bladerdikte. Als je het hebt over biodiversiteitswaarde, als je meer bladeren en een groter bladersysteem hebt dan heb je gewoon meer insecten, dan heb je meer vogeltjes, dan heb je meer wat dan ook. Als jij een kale staak hebt met drie takjes eraan, wat moet een vogel daar zoeken. Laat ik het even zo plat vertellen.
Dan gaat het ook over beschaduwing, het gaat over fijnstof afvangen, het gaat over visueel een toonbeeld zijn. Dat is het idee dat je zegt van: we gaan zeg maar … Zelfs als je zou zeggen: we gaan de kroonomvang vervangen door jonge boompjes met dezelfde kroonomvang, dan heb je absoluut minder biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit, koeling. Een dun boompje, ga maar eens onder een dun boompje in de schaduw zitten, dat is vrij lastig. Nee, dat is ook voor u heel lastig. Nee, dus er zijn ook onderzoeken gedaan dat de effecten en de waarde van grote bomen, ik zag het bij LinkedIn ook weer voorbijkomen, ik kan het proberen op te zoeken en dan stuur ik het toe. Maar het is niet zo dat je, zelfs als je de kroonvolumes zou compenseren dan heb je nog niet die waarde terug. En anders doen we daar een keer een lesje over.
77
De voorzitter: Is uw vraag beantwoord? Ja, dat is mooi. Is er iemand anders met een vraag? O sorry, mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Bomen zijn natuurlijk hartstikke mooi. En des te meer bomen, des te mooier. Maar als we nog meer bomen gaan planten, dan betekent het nog meer onderhoud en beheer. Dus dan hebben we dus nog meer geld uiteindelijk nog nodig om dus die bomen goed in stand te houden, dat onderschrijft u neem ik aan ook. Mevrouw Van Veen: Zeker, dat is zo. Maar de vraag is of je dat kosten noemt of investeren in je leefomgeving. De heer Van der Net: Ja, maar nee, die discussie … Mevrouw Van Veen: Dat snap ik, dat kan je over nog veel meer dingen doen, dat snap ik. Maar u heeft gelijk, je kunt niet zeggen: we gooien er tien procent meer bomen bij en we gaan wel meer ophogen om dit huidige bestand goed te beheren. Maar als je meer bomen hebt, dan moet je meer beheren. De heer Van der Net: Ja, maar goed, dat zijn wel de overwegingen die wij natuurlijk uiteindelijk moeten maken. Want ja, het geld hangt niet aan de bomen. Mevrouw Van Veen: De bomen groeien niet tot aan de hemel, nee. De heer Van der Net: En ook dat niet, inderdaad. Mevrouw Van Veen: Maar u moet zich wel voorstellen dat we ook in het kader van de klimaatverandering, de hittestress en dat soort zaken.
Er zijn ook heel veel gemeentes die bijvoorbeeld koele routes aanleggen dat mensen naar de busstations kunnen komen of zich kunnen verplaatsen binnen hun omgeving. Een koele route, omdat er anders gewoon gezondheidsproblemen komen. De heer Van der Net: U hoeft mij niet te overtuigen op dat punt. Maar het is wel ... Mevrouw Van Veen: Er moet meer geld bij, kort samengevat. De heer Van der Net: Ja, dat is even samengevat. Meer onderhoud en meer bomen is nog meer geld. Mevrouw Van Veen: Ja, klopt. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, toch even een vraag van mij die in het verlengde hiervan ligt. Ik wandel in mijn vakantie graag in stukken natuur waar niet echt onderhoud gepleegd wordt, maar waar wel prachtige oude bomen staan. Is er nou een manier van onderhoud, planten, kiezen van bomen en dergelijke, waardoor de bomen beter hunzelf in stand kunnen houden zonder dat ze allemaal persoonlijk vertroeteld moeten worden? Zeg maar voor een natuurlijke vorm van beheer. Heeft u daar ideeën over, kunt u daar iets over zeggen?
78
Mevrouw Van Veen: Nou, een boom hoeft u in principe als die op een goede plek neergezet wordt niet vertroeteld te worden, laten we dat zeggen. Maar hij hoeft ook niet mishandeld te worden zeg maar, dat is wat wij vaak doen. Nee, ik denk dat als je een boom in de straat wil hebben, dan zal je toch iets moeten opkronen. Dat is gewoon zo, daar kom je niet onderuit. En dan moet je kijken hoe hoog je dat op-kroont. Maar in principe als je goede sortimentkeuze is natuurlijk heel erg bepalend. En ik denk daar zitten gewoon hele capabele mensen in de gemeente die dat gewoon heel goed uitpuzzelen. En ja, het mooiste is natuurlijk een boom is zijn volle wasdom in de natuurlijke situatie. Maar ja, uiteindelijk op een bepaalde manier beheerd is gewoon een boom in zijn volle wasdom ook in een straat gewoon heel mooi. Maar dan is het niet vertroetelen. Het is wel zorgen dat de standplaats goed is, dat je op een goede plek plant dat die de ruimte heeft. En ja, het beheer is opsnoeien voor wat nodig is. De heer Portier: Ja, dus als ik goed begrijp zegt u van: als je een boom in goede voorwaarden laat staan, een goede omgeving geeft, dan kost dat initieel misschien wel wat maar kun je uiteindelijk het doen met minder onderhoud. Ik snap ook wel dat je in de stad zeg maar wat onderhoud nodig hebt en dat je ook niet takken op mensen hun hoofd kan laten vallen.
Maar u zegt eigenlijk van: in het begin investeren in een goede plek voor de boom, dat kan op de duur kosten uitsparen. Mevrouw Van Veen: Nou, ik heb bijvoorbeeld gehoord dat lindenbomen, er zijn lindesoorten die heel erg die plak afgeven. Maar het schijnt als ze een goede standplaats hebben, dan doen ze dat niet. Dus het is ook een soort stress bij die bomen omdat ze niet op een goede plek staan. Dus ja, inderdaad goede standplaats, goede keuze. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer? Ja, mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de presentatie. Ja, ik heb me beziggehouden met een korte bomenstudie de afgelopen week. Ik heb vooral even gekeken naar de bomenziektes, want in hoeverre zijn die van invloed op ons bomenbestand in de stad? Want bij de top drie van de bomenziektes in Nederland, misschien wereldwijd, staat bijvoorbeeld de iepenziekte en de kastanje-bloedingsziekte. Dat zijn, als je dat leest wat dat betreft, nou, daar word je niet heel vrolijk van. Dus in hoeverre is dat van invloed op onze mooie stad Dordrecht? Dat zal overal hetzelfde zijn, denk ik. Maar dat heeft wel invloed natuurlijk ook op de herplanting, het onderhoud. Mevrouw Van Veen: Nou ja, er is in dat stuk een heel goed overzicht gemaakt. Maar ik denk inderdaad dat Rosalie daar het beste ook op kan antwoorden. Ja, wij schrokken er eigenlijk ook heel erg van.
En ook eigenlijk de constatering dat doordat bijvoorbeeld bepaalde budgetten te krap waren bijvoorbeeld heel intensief is gesnoeid. Omdat je anders, normaal ga je om de vier jaar langs en dan ga je minder langs en dan doe je maar wat extra, dan weet je zeker dat die tak niet … Ja, dat zijn dingen, die krijg je niet meer hersteld. Die boom die gaat niet nog een keer een andere tak maken. Dus ja, dingen hangen allemaal met elkaar samen. Maar Rosalie gaat in op de ziektes. Maar het is wel heel heftig, ja. De voorzitter: Dank u wel. De vraag is beantwoord neem ik aan. Zijn er nog meer mensen? Ja, mijnheer Van Ballegooijen.
79
De heer Van Ballegooijen: U noemde heel terecht dat bomen ook bijdragen aan biodiversiteit. Nu heb ik wel begrepen dat een andere soort begroeiing die dat ook heel veel doet struweel en strak is. En ik heb uit goede bron vernomen dat er in Dordrecht misschien wel meer behoefte is aan struweel en struiken dan bomen, als je kijkt naar de hoeveelheden op dit moment. In hoeverre, dan moet ik het goed zeggen, hoe ziet u die investering? Kunnen we beter investeren in bomen of beter in struweel en struiken? Mevrouw Van Veen: Nou, een boom en struweel en struiken is echt iets heel anders. Het is een appel en een peer, je kunt het eigenlijk niet vergelijken. Je kunt niet struweel in een straat zetten, dat gaat gewoon niet. Of je moet het als hagen gaan beheren, dat willen we ook niet. Dus struweel is heel belangrijk ook voor vogels, rustplekken, voedsel, noem maar op, beschutting. Maar in een straat stelt u zich voor een mooie houtwal of een mooie houtstruweel en dat in een straat … Of ik begrijp uw vraag niet goed? De heer Van Ballegooijen: Nee, ik snap dat het niet op elke plek mogelijk is. Maar dat geldt natuurlijk ook voor bomen. Wat ik bedoel te zeggen is, mijn collega mijnheer Van der Net zei al: het budget is uiteindelijk eindig.
Mijn vraag was meer ook vanuit biodiversiteit, een struweel is natuurlijk goed om de bomen te verbinden en ook een goede manier om verschillende stukken groen met elkaar te verbinden. Voor zowel zoogdieren als insecten als kleine zoogdieren. Dus mijn vraag was eigenlijk: hoe ziet u gelet op het beperkte budget uiteindelijk, waar zou de investering dan naartoe moeten gaan? Dus dan moeten we juist investeren in struweel en struiken, of zegt u: we moeten toch investeren in bomen. Mevrouw Van Veen: Zeker als je kijkt, ja, u zegt: je kan niet overal alles doen. Maar dat kan je met bomen ook niet. Dan heb je natuurlijk gelijk, want er zit heel veel infrastructuur natuurlijk al in die straat. Maar vanwege het beeld en het gebruik en de veiligheid, want je krijgt natuurlijk gewoon weer minder doorzicht, je krijgt misschien onveilige plekken. Ja, misschien op specifieke plekken kan het misschien. Maar ik denk dat het weinig in een stedelijk gebied, misschien wel in de Nieuwe Dordtse Biesbosch, dat soort plekken. Maar in de stad, in de straat, ik ben ook ontwerper, daar zie ik me dat moeilijk voor me, dus bomen. De voorzitter: Oké, dank u wel. In verband met de tijd lijkt het me verstandig dat mijnheer John Steeg hier het woord neemt. Ja, helemaal prima. De heer Steeg: Dank u, voorzitter.
Geachte commissieleden, allereerst gefeliciteerd met uw verkiezing als raadslid of collegelid of deelraadslid. We zijn blij kennis te maken en hopen op een positieve samenwerking in de komende vier jaar. Ik richt mij tot u over de startnotitie bomenprogramma, dus meer op het punt wat op uw agenda staat. Ik doe dat namens een aantal Dordtse organisaties, Anneke van Veen heeft ze al genoemd, ook Meer Bomen Nu hoort daarbij. Die heeft dus ook mijn inspraakreactie voorbereid. Ik wil u graag voorzien van onze ideeën over deze startnotitie en zijn bredere context. Allereerst stellen wij het prijs dat de startnotitie zichtbaar maakt dat de staart van het gemeentelijk bomenbestand achteruit kachelt en wel als gevolg van achterstallig en te beperkt onderhoud. Kijk alleen al naar het grote aantal zieke bomen, u had het er zojuist over. Dat is deels een natuurverschijnsel, maar zeker ook het gevolg van eerdere bezuinigingen. Wij erkennen dat de gemeente innovatief met haar bomen omgaat door experimentele bestrijdingsmethoden van boomziektes of ecologische bestrijding van
80
bladluis. Maar die creativiteit kan niet verbloemen dat we te maken hebben met een structureel te klein beheerbudget bij de gemeente. Dat erkent de startnotitie ook, maar dat moet dan ook reden zijn om het nu niet bij tijdelijke stoplappen te laten. Dit is het moment om door te pakken, niet om awards te winnen maar ook van Dordrecht een aantrekkelijke, klimaat-neutrale, leefbare en biodiverse stad te maken binnen en buiten de singels, binnen en buiten de bebouwde kom. Bomen spelen daarin een existentiële rol. Zij zijn het natuurlijk kapitaal van de stad, van groot belang voor de bewoners en bedrijven van nu en van de toekomst. U begrijp dan ook dat wij warm pleitbezorgers zijn van scenario A-plus. We hopen dat het nieuwe college en u de financiële ruimte voor dit scenario waarmaakt. Dat is geen vrijblijvende keuze. Met iets anders dan A-plus zijn het groenblauwe programma, de omgevingsvisie en een klimaat-neutraal Dordrecht in 2040 niet te realiseren. De startnotitie is in kern een beheerprogramma voor gemeentelijke bomen, alleen daarvan zijn de kosten in beeld gebracht in de aflopende scenario’s. Helaas zijn de baten niet benoemd, in ieder geval niet in getal.
Dat hoeft niet alleen over euro’s te gaan, het gaat ook over kwalitatieve baten zoals CO2-vastleggen, afvang fijnstof, minder hittestress, waterberging en water vasthouden, een gezondere woon- en leefomgeving en een aantrekkelijke stad met een goed vestigingsklimaat. Maar er moet meer. Een nieuwe start met een nieuw college is wat ons betreft de opmaat om het echt anders te doen. We noemen niet uitputtend een aantal urgente maatregelen. Nummer 1: behoud van de bomen die er nu zijn en die vaak toch sneuvelen. Dus het is tijd voor het door de vorige wethouder beleden, maar niet in beleid omgezette uitgangspunt: nee, niet kappen, tenzij, te verankeren en ook de herplantplicht strakker te maken inclusief handhaving. Dat vergt een aanscherping van de algemene plaatselijke verordening. Het is tijd voor een herijking van de beoordelingstabel bij kapaanvragen. Die tabel geeft nu maximaal ongeveer 1300 punten voor kap en maximaal ongeveer 375 punten voor behoud van een boom. Daar lopen groene organisaties ontmoedigend tegenaan, maar dat zijn uw eerdere politieke keuzes. Dat kan anders, daar denken we graag over mee. Het is tijd voor een andere benadering van de bomenlijst. Nu sneuvelen regelmatig iconische bomen buiten de singels, omdat ze toevallig niet op de bomenlijst 2020 staan, ook al hebben ze een stamdoorsnede van meer dan 20 centimeter.
Wij verzoeken u het college op te dragen in beginsel iedere boom met minimaal deze omvang te beschermen binnen en buiten de singels, binnen en buiten de bebouwde kom en ongeacht of de boom op openbare dan wel particuliere grond staat. Zodat niet te veel bomen het loodje leggen omwille van te veel blad, te veel honingdauw, te veel schaduw op de zonnepanelen, te veel in de weg bij een nieuw- of verbouwproject. Als we deze argumenten blijven accepteren, dan halen we de biodiversiteits-, leefbaarheids- en klimaatdoelen nooit. Urgente maatregel nummer 2: de noodzaak van meer bomen. In het groenblauwe programma staat inzet voor meer bomen in de wijken op gemeentegrond en bij particulieren. Niet in het minst om de toenemende hittestress te beperken en koele routes te creëren. Dat lijkt ten onrechte te ontbreken in het voorliggende bomenprogramma, voor zover het meer bomen op gemeentegrond betreft. Dus ontbreekt ook het bijbehorende budget. 3: groen als basisuitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Het is hoog tijd dat groen niet een sluitpost is, maar een integraal onderdeel vormt als voorwaarde vooraf nog voor de eerste planvorming. Ontwikkelaars plannen graag vanuit een schone lij, maar dan gum je wel al het bestaande groen weg, net als vroeger op de Lij.
Daarna worden nieuwbouwprojecten voorzien van boomsprietjes, geheel anders dan de animaties van ontwikkelaars de bewoners willen doen geloven. Neem bijvoorbeeld de spoorzone, waar tientallen nu aanwezige
81
megagrote bomen op de animaties volledig ontbreken. Nummer 4: participatie. Het is hoog tijd voor een stevige stimulans richting bewoners op ons eiland om ook zelf rekening te houden met het belang van bomen. Er zou een bomenconsulent en/of bomendokter voor particulieren bij kunnen helpen, net als het actief aanbieden van zaailingen aan inwoners met een eigen tuin en het aanbieden van voorlichtingsbijeenkomsten over bomen op onze scholen. Daar werken we heel graag aan mee. En last but not least: zorg voor voldoende budget voor goed boombeheer bij de eigen organisatie. Ga dus voor A-plus-plus. Wij zijn als vrijwilligersorganisaties ten volle bereid om met u mee te denken en nu in het vervolgtraject met onze specifieke liefde voor en kennis over bomen bij te staan. Zie het bomenmanifest, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer John Steeg. Ik zie staan dat mijnheer Jan Janssen, u wilde ook iets bijdragen? De heer Janssen: Bedankt allen. De voorzitter: Dat is duidelijk, namens Platform Duurzaamheid bedankt aan John Steeg en Anneke van Veen. Zijn er raadsleden die iets willen? Ja, even kijken. Ik heb niet de volgorde helemaal goed, ik begin gewoon even bij mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter, ook bedankt voor de bijdrage en de inspraak.
Ja, van harte kan ik sowieso onderschrijven het idee om bomen zeg maar in de kapverordening zodanig aan te passen dat bomen gewoon niet gekapt mogen worden, tenzij. Ik heb wel even een vraagje. U heeft inderdaad goed de startnotitie doorgenomen. In de startnotitie pleit u voor het A-plus programma. En daarin is sprake van tien procent monumentaal of veteranenbomen. En als ik dan in de startnotitie verder lees bij A, dan zijn er nog maar vijf procent monumentale- en veteranenbomen. En naarmate je verder naar beneden komt wordt het ergens twee procent. Dus dan vraag ik me af: is dan in die mindere scenario’s de bedoeling daadwerkelijk tachtig procent of vijftig procent van de bomen te laten verdwijnen? Hoe zit dat? Wat is uw inschatting over het aantal monumentale of veteranenbomen? Wat het laatste dan ook moge betekenen. En hoe staat u daar tegenover de startnotitie? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Steeg: Nou, in de startnotitie wordt inderdaad het beeld geschetst dat hoe dichter je bij D komt, hoe meer bomen en zeker monumentale bomen zullen moeten sneuvelen. Want dat kan de gemeente dan niet meer onderhouden. En dan wordt het dus extra zwaar gesnoeid, dan wordt er gekandelaberd desnoods. En daar wordt volgens mij, volgens ons, de stad niet beter van. Tien procent lijkt mij eerlijk gezegd, ja, het gaat natuurlijk niet alleen maar over monumentale bomen.
Het gaat wat de CO2-reductie betreft ook zeker over zo veel mogelijk bomen. Daar zijn we ook erg voor. Maar ik denk dat dit, ja, stel de vraag vooral ook duidelijk bij de ambtenaren, want die weten precies wat er in die notitie staat. Die is niet van ons, moet u even bedenken. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar, ik ga gewoon het rijtje af, dat lijkt mij het handigst. Ik ga nu naar mijnheer Kleinpaste.
82
De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Steeg, bedankt voor de inspraak. Ergens in uw betoog haalde u even de omgevingsvisie ook aan. En uw stelling was dat deze startnotitie in ieder geval niet bijdraagt om de ambities uit die omgevingsvisie te halen. Kunt u daar nog een kortere toelichting op geven? De heer Steeg: Nou, volgens mij is het wel haalbaar bij A-plus, maar steeds minder bij de vervolgscenario’s, dus A, B, C, D. dan wordt het echt moeizaam. Dus om nu te zeggen: C en D zijn evident onmogelijk. De heer Kleinpaste: Dus de conclusie van de gezamenlijke organisaties van uw inspraak is dat eigenlijk A-plus in die bomenvisie zicht geeft op het realiseren van de omgevingsvisie zoals die hier ligt? De heer Steeg: Klopt. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Van Ballegooijen, niets. Mijnheer Van der Net, die wel. De heer Van der Net: Ja, ik sloeg even aan en dat zal u niet verbazen op grond waarvan. Maar u stelde dat ook op particulier terrein er inderdaad een bescherming moet komen. Nou had ik zelf een hele mooie zilverlinde, maar ja, die werd ziek en die heb ik dus inderdaad gewoon omgezaagd. Maar als we uitgaan van wat u zou willen, moet daar dan ook nog een toetsing door de gemeente plaatsvinden voordat die dan uiteindelijk omgezaagd moet worden? De heer Steeg: Voor een deel is dat al zo.
Want een deel van de bomen staat op de bomenlijst, ook op particulier terrein. Dus dat komt al voor als het een bijzondere boom is. En wat ons betreft is iedere boom met meer dan twintig centimeter doorsnede een bijzondere boom. Dan hebt u inderdaad een vergunning nodig, wat ons betreft met dien verstande dat die vergunning natuurlijk als het inderdaad een stervende of dode boom is zonder meer toegekend wordt. Daar hoeft u zich niet zorgen over te maken, dat komt goed. De heer Van der Net: Nee, maar je passeert het eigendomsrecht natuurlijk op dat punt. En dat is natuurlijk wel een zwaarwegend belang uiteindelijk. De heer Steeg: Ja, onze insteek is dat alle bomen van iedereen zijn. De heer Van der Net: Ik ken daar een liedje op. Maar dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik wou nog even aansluiten bij de vraag van mijnheer Kleinpaste. Kunt u iets zeggen, mijnheer Steeg, of een voorbeeld geven waaruit blijkt dat inderdaad andere scenario’s dan A-plus het realiseren van de omgevingsvisie en een groenblauwe visie niet goed realiseerbaar maken. Ja, waarom is dat zo? De heer Steeg: Nou, volgens mij staat in de groenblauwe visie daadwerkelijk dat er meer bomen moeten komen en dat de stad moet vergroenen. En hoe wil je dat doen zonder
83
bomen? En dat punt is de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. En daarmee is dus ook dan de omgevingsvisie onhaalbaar geworden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger, heeft u nog een vraag? Nee, dan ga ik naar mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Als ik de startnotitie erbij pak, dan staat er ook in dat er overleg is geweest met een aantal organisaties, onder andere de uwe. En om punten op te halen voor het bomenprogramma. En deze input hebben ze waar mogelijk verwerkt in deze startnotitie. Op een schaal van een tot tien, met een een niet tevreden en tien heel erg tevreden daarover, hoe tevreden bent u? De heer Steeg: Nou, bij D een en bij A-plus tien. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dan ga ik naar mijnheer Cobben. De heer Cobben: Ja, dank u, voorzitter. Een vraag voor mijnheer Steeg over uw wens dat de gemeente meer geld gaat besteden aan bomenonderhoud. Dat zou er ook toe kunnen leiden dat er meer gekapt gaat worden. De afgelopen jaren hebben we naar mijn beleving gezien dat de gemeente zelf veel bomen heeft gekapt, mooie bomen ook. Daar zijn er heel veel van verdwenen, waar je je af kan vragen: ja, was dat nou allemaal nodig? Soms lijkt het wel alsof er een reden is gezocht om bomen te kappen. O, er zit een paddenstoel op of wat dan ook.
En dat geeft derhalve mij de indruk dat de gemeente misschien te veel geld had voor het bomenonderhoud. En ja, hoe minder geld er is, hoe minder gekapt kan worden zou je bijna zeggen. Dus waarom wil u nou zoveel geld hebben? De voorzitter: Mijnheer Cobben, oké, wat is uw vraag? De heer Cobben: Waarom mijnheer Steeg graag meer geld wil zien voor de bomen. De heer Steeg: Nou, omdat de notitie zelf al aangeeft dat er inderdaad in de afgelopen jaren meer gekapt is dan we zoude hebben gedaan in de stad als daar voldoende beheerbudget voor was geweest. Dus er zijn juist vanwege gebrek aan geld heel veel bomen gekapt of heel veel bomen sterker gesnoeid dan er anders zou zijn gedaan. De afgelopen twee jaar is er hebben wij begrepen incidenteel wel meer geld beschikbaar geweest. En dat is meteen te zien aan hoe het bomenbestand erbij staat. Dus het is inderdaad, het zijn een beetje communicerende vaten. Meer bomen betekent meer geld, minder bomen is minder geld. De voorzitter: Maar de politieke vraag kunnen we misschien ook beter bewaren voor een andere vergadering, denk ik. Nee, ik zeg het even tegen mijnheer Cobben. Mevrouw Rutten, heeft u nog een vraag? Nee, en mevrouw Van Vugt? Mevrouw Van Vugt: Een korte vraag, denk ik. Is het ook mogelijk om vast te stellen wanneer je nou een boom gewoon wel mag kappen? Want het lijkt wel heel lang kappen niet, tenzij. Maar waar zit dan tenzij?
84
De heer Steeg: Nou, dat zult u in de APV zelf moeten vastleggen. Nu is het vastgelegd welke belangen dat er relevant zijn voor het behoud van een boom. Er is niet expliciet gemaakt welke belangen een boom zou moeten sneuvelen. Dat is in de beoordelingstabel is dat eigenlijk buiten de APV om in gefietst. En op een zodanige manier dat kappen veel makkelijker punten krijgt dan behoudt nu. En dat is een keuze en die keuze is aan u. Mevrouw Van Vugt: Maar u kunt daar vast wel een voorzet voor een kader geven, denk ik. De heer Steeg: Nou, als jullie dat op prijs stellen dan wil ik dat best wel samen met de andere organisaties aan jullie aandragen, geen punt. Ik zei al: ik wil graag meedenken, dat doen we heel graag. De heer …: Voorzitter, een vervolgvraag hierop. De voorzitter: U wil even een soort van … De heer …: Ja, een vervolgvraag gelijk eventjes van: zijn er gemeentes die dit al in de APV hebben opgenomen en daar zijn voorbeelden van neem ik aan en die kunt u delen met ons? De heer Steeg: Ja, precies. Wij hebben ook contact met andere Bomenridder-achtige organisaties in Zuid-Holland en daar doen we veel inspiratie uit op. De voorzitter: Oké, mooi. Mevrouw Van Vugt, tevreden over het antwoord? Prima, mevrouw Koole-Bruurmijn, nee. Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, voorzitter, ook namens Beter voor Dordt dank voor de insprekers.
Nou ja, als we kijken naar de varianten die er nu liggen, dan betekent een andere manier van onderhoud ook een hele andere beleving van het groen in de toekomst. En de vraag die bij ons bleef hangen was: oké, wij moeten dan wel ook dat op een hele goede manier ook met onze inwoners communiceren, wanneer er een boom blijft liggen of wanneer we op een andere manier gaan snoeien. En ja, wij gaan er eigenlijk vanuit, maar dat hoor ik ook graag van u, op welke manier de organisaties daar ook een rol bij willen spelen. Want dat kunnen we denk ik niet alleen als gemeente. De heer Steeg: Zeker. Dat doen we in de praktijk ook al. We hebben regelmatig contact met mensen in de stad. En als wij iets signaleren rond bomen, het eerste wat wij doen is contact met de buurt opzoeken. Een briefje bij alle mensen in de bus duwen, en dan krijgen we ook bijna altijd reacties. Als wij naar een boom gaan kijken, is die nog wel gezond, dan binnen de kortste keren heb je drie mensen uit de buurt om je heen staan die zeggen: je gaat die boom toch niet kappen? Nou, wij kappen niks, maar we kijken wel of dat terecht zou zijn. De voorzitter: Oké, is voldoende? Helemaal prima. Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos: Ja, ik heb nog een aanvullende vraag op wat mijnheer Schalken vertelde over dus initiatieven uit de buurt waar u naartoe gaat. Maar er zijn ook straten
85
en havengebieden waar bomen in het verleden gekapt zijn en waar al gedacht is om de bomen weer terug te plaatsen, waarbij dan de bewoners faliekant tegen deze bomen zijn. Kunnen jullie daar ook iets mee? De heer Steeg: Je moet vooral het gesprek met de mensen aangaan. En je zal niet iedereen overtuigen dat het goed is dat er weer bomen terugkomen. Het belangrijkste argument is natuurlijk parkeerplaatsen, zeker in de binnenstad. Tegelijkertijd moet de leefbaarheid van de stad op een niveau worden gebracht, ook voor die mensen, en daar moet je ze proberen te overtuigen. We hebben geen machtsmiddelen, behalve onze mond. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw heldere betoog. Nou ja, wij kunnen namens Op Ons Eiland niet anders kiezen dan voor scenario A-plus. Aan de andere kant zitten we ook in de politiek, dus het gaat ook over geld. Nou ja, het verschil tussen A-plus en D is 32,5 miljoen, dat is heel veel geld. Ja, wij hebben het er ook al over gehad met de fractie, misschien moeten we kijken naar de best practice tussen A-plus en A. Want dat scheelt echt bijna de helft. Want we moeten toch straks kijken: waar halen we dat geld vandaan? Maar goed, aan de andere kant, er zijn ook dingen die een hoop opleveren.
Als je kijkt naar het A-plus visie, minder veiligheidsincidenten, minder externe schades, minder klachten, minder commotie/rechtszaken. Nou, ik ben wel benieuwd wat dat financieel dus de gemeente dan bespaart. Want dat kunnen we wel meenemen in de overweging straks om te kiezen voor een scenario A-plus, wat ons betreft nog steeds de beste, of misschien wel een A eventueel. De voorzitter: Ik hoor nog geen vraag. De heer De Boer: Het is geen vraag. De voorzitter: Ja, dit is de vragenronde. Dan was u iets te vroeg. We hebben het in ieder geval gehoord. De heer Steeg: We hebben het wel als insprekers gehad over dat er inderdaad ook kwalitatieve baten zijn. Maar de discussie over het geld moet u vooral met mijnheer Merx voeren. De voorzitter: Dan gaan we door naar mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u. Ja, ik had een prachtige kersenboom in de tuin staan, die is gesnoeid. En achteraf bleek dat die verkeerd gesnoeid was, dus die is doodgegaan. Dus uw suggestie voor een bomenconsulent of een bomendokter sprak mij wel aan en misschien kan u iets meer vertellen hoe dat eruit zou kunnen zien, op zo’n manier dat je dus voorkomt dat er mensen adviezen geven die achteraf niet goed blijken te zijn.
Maar heeft u daar ideeën over hoe dat eruit zou kunnen zien? De heer Steeg: Nou ja, het lijkt mij dat dat iemand moet zijn die mede met de steun van de gemeente, maar wel met de kennis van zaken die noodzakelijk is daarvoor, adviezen kan geven aan burgers die dat zelf vragen. Ik bedoel, je moet het aanbieden, maar
86
burgers moeten er ook gebruik van willen maken. Wat ons betreft kunnen wij daar ook als organisaties een rol in spelen, voor zover wij zelf die kennis hebben. De voorzitter: Oké, dan ga ik bij deze u bedanken voor uw bijdrage. Dank u wel. En dan ga ik vragen of mevrouw Rosalie Hoek-Kleinjan naar voren wil komen. O, er moet eerst nog even een foto gemaakt worden. Excuus. Een minuutje. Oké, er is een kleine wijziging in het programma. Mijnheer Mark Merx die gaat eerst het woord voeren, iets vertellen. En daarna gaat mevrouw Hoek-Kleinjan iets vertellen. Excuus. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Ja, anders zit ik hier voor spek en bonen. Nee hoor, want ik vind het hele interessante en goede verhalen. Dank ook voor de insprekers en dank ook voor alle vragen die gesteld zijn, want die geven goede input voor de verdere uitwerking. Want wat wij vanavond van u vragen is vooral input mee te geven. De verleiding is heel groot om te kijken naar die scenario’s en daar er eentje uit te kiezen. Maar die scenario’s zijn eigenlijk vooral bedoeld om een indruk te geven en u te prikkelen tot na te denken van: wat vinden wij nou belangrijk voor onze stad en met name voor de bomen? En ik heb hier twee mensen aan mijn rechterhand zitten, dit is Rosalie, dat is een beleidsadviseur. En Rudy, en Rudy is echt ook een bomenexperts, ook zelfs bomendokter als ik me niet vergis. Ja, zeker.
Dus deze man en deze vrouw hebben er echt verstand van. Ik geef ook graag dan het woord aan hen door. En ik hoop echt dat we vanavond heel veel input meenemen om dat plan verder vorm te geven. En inderdaad de financiële bomen rijken niet tot aan de hemel, dus we zullen ergens keuzes moeten maken. Mevrouw Hoek: Hartelijk dank. Ik ga er toch even bij staan, als u dat goed vindt. Ben ik zo goed te verstaan? Ik ben Rosalie Hoek, ik ben adviseur bij ruimtelijke kwaliteit op verschillende onderwerpen werkzaam, waaronder dus bomen. Maar ook dieren, wet natuurbescherming, dus eigenlijk alles een beetje in de groen en natuurhoek. Samen met Rudy ben ik dus begonnen aan het werken aan een bomenprogramma. En tijdens deze bijeenkomst willen we jullie meenemen in het proces tot nu toe en willen we vooral bij jullie ophalen, wat de wethouder net ook al zei, wat jullie uitgangspunten zijn. Wat vinden jullie nu belangrijk wat er terug moet komen in het bomenprogramma? Dus het is puur even toetsen van: zitten we op de juiste weg met elkaar? Nou, allereerst: waarom een bomenprogramma? Nou, het is al een aantal keer genoemd. In 2014 hebben we een bezuinigingsronde gehad, waardoor we echt structureel minder geld kregen om onze bomen te onderhouden. En dat heeft geleid tot snoeiachterstanden. En dat is eigenlijk net al een aantal keer voorbij gekomen.
Afgelopen jaren hebben we al aangekondigd: dat houdt ergens op. Op een gegeven moment lopen de achterstanden te ver op en moeten we daarop ingrijpen. In 2020 zijn we daarom gaan uitrekenen van: wat gaat het ons nou kosten? Wanneer moeten we hier op inspelen? En daarom hebben we een kadernota-claim ingediend en hebben we dus dit jaar extra geld voor het bomenonderhoud gekregen. Dus in 2022 incidenteel extra geld voor bomenonderhoud, maar daarna houdt het op. Dus dat betekent dat we nu moeten gaan kijken van: hoe gaan we dan verder om de komende jaren een structureel duurzaam bomenonderhoudsplan te hebben? Nou, daarnaast speelt dat er steeds meer aandacht is vanuit de samenleving, maar ook vanuit aandacht voor natuurwaarde. Bomen worden steeds belangrijker, nou, eigenlijk is het al verteld door de groene organisaties hiervoor: er is gewoon meer aandacht voor bomen en dat vraagt ook gewoon een andere blik op
87
ons bomenprogramma, op ons bomenonderhoud. De andere kant van de wet natuurbescherming en de aandacht voor natuurwaarde is dat we steeds meer te maken hebben gekregen met het doen van ecologische onderzoeken. Dus dat vraagt ook weer extra inzet, maar ook extra kosten die erbij komen om ons te houden aan de wet. Nou, daarnaast hebben we het er al even over gehad, we hebben te maken met boomziekten. Deels door de klimaatverandering hebben we te maken met meer boomziekten die we meer moeten gaan bestrijden of waar we onderzoek naar moeten doen van: hoe kunnen we dit tegengaan, hoe kunnen we dit beperken? Daar hebben we uw raad ook de afgelopen jaren via een raadsinformatiebrief al meermaals over geïnformeerd. Ook hierbij hebben we geen structureel geld om dit goed te organiseren. Dit hebben wij steeds via een kadernota-claim hebben we dat laten zien van: hier hebben we extra geld voor nodig, bijvoorbeeld de essentaksterfte. Daar hebben we een keer een investering op gedaan. Maar verder, echt de onderzoeken voor boomziekten daar houdt het eigenlijk bij op. Dat kunnen we eigenlijk niet verder zetten met het budget wat we nu hebben. Nou, ik val echt in herhaling, maar de doelen uit de omgevingsvisie zijn niet haalbaar zonder bomen. Dat hebben de groenorganisaties ook al aangegeven: we willen een aantrekkelijke stad zijn, een biodiverse stad en een klimaatbestendige stad.
Daar heb je bomen voor nodig. Nou, en wat ik dus zei: we willen dus eigenlijk een structureel duurzaam bomenonderhoud voor de komende tien jaar. Nou, het proces wat we nu hebben gelopen tot aan deze startnotitie. Uiteraard hebben we eerst gekeken naar: wat ligt er nu? Wat hebben we nu allemaal vastgelegd in beleid? Eerlijk gezegd niet heel veel rondom bomen. Dus het is goed dat we nu met elkaar gaan kijken van: wat willen we precies rondom het bomenonderhoud en hoe gaan we dat in beleidsregels vormgeven? En welke wet- en regelgeving is daarvan op toepassing? Nou, we hebben landelijk een bijeenkomst ook daartoe gehad, Rudy zit in heel veel vakgroepen, dus ook daar zijn de verbindingen gelegd met de gemeenten die daarin vooroplopen. Dus we hoeven niet zelf het wiel uit te vinden en we weten heus wel: waar kunnen we onze inspiratie vandaan halen? Nou, in november 2021 hebben we een gesprek gehad met een klankbordgroep vanuit de raad. En een aantal van jullie raadsleden hier aanwezig was daar ook bij. Toen hebben we een drietal scenario’s al laten zien van: nou, dit is ongeveer waar we aan denken als het gaat om bomenonderhoud.
En daar hebben we dus ook al even met elkaar gezeten van: goh, wat gaan we nou allemaal meenemen in dat bomenprogramma? Nou, de overleggen met groenorganisaties is ook al even ter sprake gekomen, dat hebben we nu in een structureel overleg met elkaar gegoten waarin we gaan kijken van: wat vinden we belangrijk en wat kunnen we meenemen en verwerken in het bomenprogramma? En daardoor hebben we de volgende aandachtspunten in beeld. Dus de boomziekte, de bescherming van bomen, het kappen hebben we het ook al even over gehad, standplaatsverbetering om er echt voor te zorgen dat bomen daadwerkelijk goed kunnen groeien. En de diverse waarde van bomen, om die ook echt te kunnen laten zien wat een boom oplevert. Wat ons betreft komen daar dan de volgende inhoudelijke uitgangspunten voor het bomenprogramma naar voren. Allereerst dus de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zorgen ervoor dat we het bomenbeleid moeten herzien. Maar ook de ontwikkelingen in de toekomst, de klimaatopgave. We moeten ook de beleidskaders verduidelijken en ook integraal maken. Nu doen we dat eigenlijk nog een beetje in hokjes. De begraafplaats bijvoorbeeld doet het op hun manier, de sportafdeling doet het op hun manier. We willen dat meer integraal maken en gewoon een gezamenlijk bomenprogramma organiseren.
Nou, het politiek akkoord van 2022-2026 laat toch wel doorschemeren dat we willen vergroenen en er staan ook een
88
aantal zaken in over bomen en dat ze ook een boom willen planten voor elke nieuwgeboren Dordtenaar. Dus dat is ook een mooi aanknopingspunt voor dit bomenprogramma. Nou, de bescherming van bomen tegen kap, gaan we voor een maatregel zoals ‘ja, mits’ of gaan we voor het ‘nee, tenzij’ principe? Dus ga je uit van alle bomen zijn beschermd of ga je uit van we houden ons aan een aantal regels en we beschermen op die manier de bomen. En de boomziektes, daar heb je ze weer, gaan we de onderzoeken zoals we ze nu doen met Living Tree Lab, die heb ik nog niet genoemd, gaan we die voortzetten. En dan het behoud van monumentale bomen. We hebben echt een aantal kenmerkende monumentale bomen in de stad, maar die vragen echt een andere manier van onderhoud van ons en vragen extra aandacht. Als we daar geld voor willen hebben, dan moeten we dat ook organiseren in het bomenprogramma. Dus willen we de monumentale bomen behouden, dan hebben we daar geld voor nodig. Nou, de standplaatsverbetering, ook weer dat punt wat er al eerder ter sprake is geweest.
Ga je voor kwaliteit of ga je voor kwantiteit? Ga je voor het aantal bomen of ga je voor bomen die ook echt groot en verder kunnen uitgroeien en die ook echt bijdragen aan biodiversiteit en klimaatbestendigheid? Ga je voor snoeien op veiligheid, dus alleen wanneer het echt nodig is en het risico’s geeft, of ga je snoeien op levensduurverlenging? Dat je er echt voor zorgt dat een boom verder kan uitgroeien. Nou, inzicht in verschillende waarden van bomen willen we ook graag meegeven in het bomenprogramma, wat al eerder is genoemd niet alleen de kosten laten zien maar ook wat voor waarde levert een boom op? En daarmee komen we tot een structureel budget voor het bomenonderhoud. En wij hebben dus in een aantal scenario’s getracht daar wat denkrichting in mee te geven en jullie te laten zien van: nou, in welke bandbreedtes moeten we dan denken, welke consequenties horen daarbij? Ik wil wel zeggen: daar zitten ook tussenvarianten in. Dus het is puur even om jullie mee te geven: dit zijn denkrichtingen. En dan wil ik graag even het woord geven aan mijn collega Rudy, die er inhoudelijk nog meer van weet. De heer Scheper: Goedenavond, ik hoop dat ik ook zo te verstaan ben. Ik ben dus Rudy, ik ben in ’98 als stagiair bij de gemeente Dordrecht begonnen in het boomonderhoud.
En ik ben dus bijna 25 jaar onderweg en dan zie ik de bomen van Dordrecht van dichtbij en langzaam iets verder weg, maar het geeft voor mij een bepaald beeld op wat ik ook zie de afgelopen jaren heb zien ontstaan. Ik begon in een clubje van 12 boomverzorgers onze bomen te beheren en te onderhouden. Inmiddels hebben wij drie mensen in dienst om dat te doen. Dat is misschien ook wel een beetje het beeld wat er dus de laatste 20 jaar gebeurd is op het gebied van bomenonderhoud in deze gemeente. Nou ja, het uitgangspunt scenario D is gewoon, dat is gebaseerd op het bedrag geld wat we nu hebben, die 850 duizend euro zeg maar. Dat is zonder die eenmalige extra investering die is gedaan. Mijn collega heeft mooi berekend 18 euro per boom, maar daar kunnen we het niet voor doen. We hebben gewoon meer nodig en de consequentie zou dan zijn als het hierbij blijft dat wij actief 20 duizend bomen gaan kappen omdat daar gewoon geen geld meer voor is. Dat betekent gewoon alle bomen die dus een gebrek hebben, die worden opgezocht en die gaan we afzagen. Nou ja, ik heb het al even in de presentatie ook bijgeschreven, denk aan de Wolwevershaven waar nu kastanjes staan, waar kastanje-bloedingsziekte in zit. Die vragen gewoon vaker inspectie, uit die inspectie komt een onderhoudsactiviteit. Die bomen zien we vaker dan dat nodig zou zijn bij gezonde bomen. Dus ja, het houdt op, geen geld voor.
Eeuwig zonde, volgens mij zat die net ook in het begin van de presentatie, de boom op het Maartenshof. Bomen zijn ziek, worden
89
ieder jaar bekeken. Er gaan ieder jaar drie boomverzorgers een dag heel de dag inhangen om alle aangetaste takken eruit te halen, zodat ze niet naar beneden komen. Dat zou een beetje slordig zijn. Dus in die zin, ja, helaas pindakaas. Geen geld, maar ook geen geld om een boom terug te zetten dus. Ja, wij zijn heel blij met de interactie met onze maatschappelijke partners. Maar ja, daar kunnen we dan ook wel weer mee stoppen, want dan is de enige boodschap die we kunnen vertellen: sorry, maar hij gaat weg. Dus liever niet voor mij. Bescherming van bomen, ja, ik hoorde mijn collega al zeggen in de discussie net ook. Ik denk: ja, scenario D heel leuk, maar die stopt met de bomenlijst, stopt met het beschermen van bomen. Want als er zoveel bomen te kappen zijn, dan zijn we niet erg geloofwaardig meer. Dan gaan we door naar scenario C, dat is eigenlijk het budget wat we dus dit jaar tot onze beschikking hebben. Daar hebben we dus die 32 euro per boom per jaar, dat is eigenlijk de basis die we nodig hebben om de bomen te kunnen onderhouden en op hetzelfde niveau te houden als dat het nu is. Met alle investeringen zorgen we dat de achterstanden niet verder oplopen dan dat ze waren opgelopen. Dus in potentie is dit de basis die we nodig hebben om überhaupt het minimum te kunnen doen.
Maar dan hebben we dus ook nog steeds geen ruimte voor bomen die een gebrek of aantasting, ziek zijn, nou ja, daar ter plaatse staat een schitterende kastanje, jullie kennen hem vast bij de Vergulden Lampet voor de deur. Ja, dat is ook dan weer zo’n boom van: ja, we kunnen hem dan gewoon afzagen. Die boom wordt gewoon te duur om dat te blijven beheren en onderhouden. In dit scenario zou er dan wel ruimte zijn om op zo’n locatie een boompje terug te zetten. Maar goed, een boompje, het is jullie afweging gelukkig. Maar wordt de locatie ook te lastig zeg maar, ondergrondse infra aanwezig, oude historische muren die daar zitten. We planten een boom dan voor dertig jaar en niet voor de gewenste tachtig jaar denk ik in het centrum, of misschien wel meer. Liggen er kabels en leidingen? Ja, helaas, maar dan hebben we geen geld om daar aanpassingen aan te doen. Ja, ik heb er eigenlijk weinig meer aan toe te voegen denk ik, want dat staat er gewoon heel duidelijk voor mijn gevoel. Ik denk dat we hier met zijn allen voorzichtig een beetje blijer van worden, tenminste ik wel. We hebben wat meer geld, we kunnen wat meer bomen duurzaam in stand houden, verduurzaming. We kunnen wat meer bomen planten die we ook willen planten voor zo’n 80 tot honderd jaar misschien.
Dat komt nu een beetje in beeld, dat is die twee procent volgens mij even uit mijn hoofd gezegd waar we jullie al meerdere malen aan gerefereerd hebben. We kunnen dan investeren in de boom, de boom langer in stand houden. Maar zo’n bomengroep als Arend Maartenshof bijvoorbeeld, daar kunnen we dan gewoon bij blijven houden met die zorg die er nu nodig is om dat veilig in stand te houden. Scenario A-plus is eigenlijk alleen maar de groep bomen die we daarvoor duurzamer in stand kunnen houden, die groeit dan zeg maar. We kunnen wat meer ook gaan samenwerken, we kunnen wat bewonersparticipatie gaan doen op het gebied van bomen. Daar ontstaat ruimte op. We kunnen bomen inderdaad, ja, heel mooi in stand houden, zonder dat we daar aankomen en inderdaad wat al gezegd werd rats-rats die twee takken eraf en gauw weer door, want anders wordt de stad onveilig. Het is allemaal, ja, het is: wat willen jullie? We kunnen voor 32 euro die bomen onderhouden en voor de rest kunnen we met elkaar praten volgens mij wat we met dat geld willen en hoe we het verder inzetten. Nee, tenzij, het wordt nu als gemeente ook interessant om zeg maar dat verhaal ook te gaan doen. Want ja, als wij met zijn allen ‘nee, tenzij’ willen, maar we gaan de bewoner zeggen van: jij mag niet kappen, maar wij gaan dan aan de achterkant wel zelf alles afzagen. Ik zou het niet durven verkopen, om heel eerlijk te zijn.
A-plus, het enige grote verschil is het aantal verduurzamingsmogelijkheden die we
90
hebben, het onderzoek wat we kunnen blijven doen ook naar ziekte-aantastingen en daarin snel en goed anticiperen, bomen zo lang mogelijk in stand houden, veel meer bomen en onderzoek doen naar waar we juist het stedelijke kunnen vergroenen en extra bomen kunnen planten. Of dat daar mogelijkheden toe zijn met het verleggen van ondergrondse infra, het aanpassen van straten, pleintjes, hofjes, dat soort dingen eigenlijk. Dus dat was eigenlijk een beetje kort mijn verhaaltje over wat de bandbreedtes zoal kunnen zijn. En daarna wilde Rosalie volgens mij nog iets zeggen, dus. Nou ja, het is jouw feestje zeg ik. Mevrouw Hoek: Nee, ik denk dat het handig is om voor jullie ook nog even een overzicht te hebben van alle scenario’s en van: hoe werkt dat nou precies door? Als je kijkt ook naar het aantal bomen wat we nu hebben in ons bomenbestand en het aantal monumentale bomen. Als je kijkt ook naar de verdeling in zeg maar op de tweede rij, dat je ziet dat er minder klachten, minder bezwaren zijn. Op dit moment hebben we echt wel veel klachten, meldingen en bezwaren en dat kost heel veel van onze tijd. En het geeft ook negatieve publiciteit. Want heel eerlijk, we staan best wel vaak in de krant als het gaat om het kappen van bomen. We proberen daar wel op een andere manier mee om te gaan, maar ja dat is gewoon het resultaat van het bomenonderhoud zoals we dat nu doen.
Als je gaat kijken naar het onderhoud, ja. Als je het laagste scenario pakt, dan doe je vooral onderhoud als je kijkt naar veiligheid van: we willen voorkomen dat er onveilige situaties ontstaan. Dan doe je alleen dat onderhoud. Maar goed, in een scenario B is het ook alsnog een basisonderhoud. Dus wil je echt gewoon goed je bomen onderhouden, dan zou je al richting scenario A moeten gaan. Nou, en daarna zie je ook nog een regel met wat precies de bijdragen zijn aan de doelstellingen vanuit de omgevingsvisie. Dat werd hier ook al eerder aangehaald naar aanleiding van de insprekers namens de groenorganisaties van: wat betekent dat nou ten opzichte van die doelstellingen? Nou, hier staan ze denk ik wel goed op een rijtje in welke mate het dan bijdraagt aan die doelstellingen. En dan nog het kapbeleid. Als we kiezen voor scenario B, dan zetten we eigenlijk onze huidige bomenlijst voort en werken we dus alleen maar met de bomen die daarop staan. Die zijn beschermd door middel van een kapvergunning en de andere bomen mogen dan wel gekapt worden onder voorwaarden. Nou, en daar heb je dan aan de ene kant kun je dus gaan kiezen voor: we kiezen voor bescherming van alle bomen, dus het ‘nee, tenzij’-principe. Of je kiest ervoor: we kappen ‘ja, mits’. En dan geef je daar nog regels aan.
Participatie en onderzoek, dat gaat dus vooral over de boomziekten waar we het eerder al over hebben gehad. Dat is eigenlijk alleen mogelijk in de bovenste twee scenario’s. In de andere scenario’s is daar eigenlijk geen budget en geen tijd meer voor beschikbaar. En onderin kunnen jullie nog even ter vergelijking zien wat het per boom per jaar kost om dat scenario uit te voeren. En dan kom ik eigenlijk op mijn laatste vraag: voldoen deze uitgangspunten aan jullie verwachtingen die jullie hadden bij het bomenprogramma? En dan wil ik graag terug het woord geven aan de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat er wel wat vragen zijn inderdaad. En dan denk ik dat daarna er ook wel ruimte is voor een eerste reactie van alle fracties. Ik stel wel voor dast we per fractie dan één persoon daar dan even een visie op geeft. Dat mag, een klein beetje politiek mag heb ik net besproken. Mevrouw Kruger die had als eerste een opmerking.
91
Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, gewoon een korte vraag. Want er staat dan die bedragen per jaar per boom. Is dat gemiddeld of is dat gewoon echt elke boom die geplaatst wordt? Want ik kan me zo voorstellen een klein sprietje dat dat minder onderhoud nodig heeft als een volgroeide boom. De heer Scheper: Dat klopt. Het is een soort van gemiddelde zeg maar. Maar omdat het bomenbestand ook langzaam ouder wordt, hopen we met zijn allen, tenminste ik wel, verschuiven de dure bomen ook langzaam dat dat er steeds meer worden. Dus het zal altijd rond dat bedrag blijven zitten. Dus als we met elkaar de ambitie hebben om de komende jaren tienduizend bomen bij te planten, dan zal het bedrag wat wij nu als eindbedrag hebben berekend zeg maar, ja, daar komen we dan ook wederom weer niet mee uit. Dus met een groeiend bomenbestand zal er ook groeiend een onderhoudsbudget mee moeten komen eigenlijk. Dat is eigenlijk de boodschap die achter het bedrag boom per jaar zit. De voorzitter: Oké, dus uw vraag is beantwoord. Dan ga ik even naar mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik heb twee vragen. Eentje gaat over die aantallen monumentale bomen. Want dat varieert nogal van vijfduizend tot 2,5 duizend et cetera in die verschillende scenario’s. Maar ik neem aan het aantal monumentale en veteranen, zag ik ook nog, bomen dat dat eigenlijk een gegeven is.
Maar dit is eigenlijk dan het aantal dat je als zodanig kunt beschermen, als ik het goed begrijp. De heer Scheper: Het aantal monumentale veteranenbomen, dat hebben wij zo benoemd. Dat is als het ware zeg maar de bomen waar wij een extra investering in kunnen doen om die bomen ook echt ouder te laten worden. Anders zal een veteraanboom meegenomen worden in het reguliere wat wij voor een boom doen. Dat zal ook betekenen dat die boom eerder aan het moment is gekomen dat we hem wel moeten gaan verwijderen, omdat het gewoon sneller veel grof dood hout gaat bevatten, hij gaat in conditie achteruit, hij begint gewoon veel eerder met afsterven eigenlijk. De heer Portier: Dat is duidelijk. Dan had ik nog een vraag en dat heeft ook een beetje betrekking op de maatschappelijke baten van de verschillende scenario’s. Kunt u een inschatting maken van het verschil in werkgelegenheid wat die scenario’s opleveren? Want ik neem aan dat als je in scenario A, dat je daar aardig wat meer mensen voor nodig hebt dan voor scenario D. Mevrouw Hoek: Ja, dat klopt. Dat is ook een goede vraag. Wij hebben bij de scenario’s hebben we dat ook in de doorrekening meegenomen. Wij zijn in 2020 al begonnen met deze doorrekening van de scenario’s op basis van asset management principes. En die kijken dus ook naar de risico’s voor de organisatie. Dus dat organisatorische aspect is daarin meegenomen.
Maar dat klopt, bij scenario A-plus en scenario A vraagt dat meer van onze organisatie dan op dit moment. De heer Portier: En kunt u dat nog vertalen in werkgelegenheid? De heer Scheper: Ja, qua werkgelegenheid, zoals ik al aangaf aan het begin van mijn korte stukje verhaal, toen ik begon toen waren we met tien tot twaalf personen zeg maar. En dat is denk ik het scenario A waar we dan weer heen terug zouden kunnen.
92
Alleen op dit moment zoals jullie bekend is, is er een groot probleem om personeel te vinden, denk ik dat we het in de mogelijkheden moeten zoeken om een overeenkomst te sluiten bijvoorbeeld met een Wellandcollege om zelf mensen op te gaan leiden. Eigenlijk ook weer terug naar waar de afdeling groen in mijn beginjaren was met het zelf opleiden van personeel. De heer Portier: Dus het geeft ook weer kansen aan jongeren in onze gemeente om een goede baan te vinden. Dank u wel. De voorzitter: Oké, duidelijk. En dan ga ik naar mijnheer Van der Meer en daarna naar mijnheer De Boer. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, ik begrijp dat u eerst informatieve vragen wil hebben en straks pas een reactie. Dan sla ik nu even over. De voorzitter: Prima. Nou, mijnheer De Boer, dan mag u eerder. De heer De Boer: Ja, dank u wel, voorzitter. Daarnet was het een opmerking, niet echt een vraag, maar nu kan ik hem ombuigen naar een vraag. Ik ben dus heel benieuwd wat het oplevert aan kosten. Want u zegt net, de ambtelijke ondersteuning, van: we zijn veel tijd kwijt met klachten, afhandelingen, misschien rechtszaken. Ja, dat kost heel veel geld. Ik ben heel benieuwd, en dat kan voor ons in ieder geval wel een doorslag geven straks bij de keuze van het scenario, wat dat kost. Is dat mogelijk? Mevrouw Hoek: Ja, ik denk dat wij daar wel een inschatting van kunnen geven.
Maar daarbij zou ik dan ook wel willen aangeven wat voor baten het dan ook wel oplevert, als je investeert in een boom. Dus daar hebben we ook al naar gekeken van: aan de hand van ‘…’ op dit moment werkt dat nog niet helemaal goed in Nederland. Dat zijn we echt nog aan het uitbreiden. Dus dan zou je dat hele aspect kunnen meegeven van: wat stop je erin aan investering, in een boom, om hem goed te onderhouden? En wat haal je daar in principe uit? Dus dat zouden we mee kunnen nemen. De voorzitter: Oké, mijnheer John van der Net. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik was al geïntrigeerd naar participatie en onderzoek. Ik denk van: het is leuk, ik neem aan dat er in de hele wereld maar ook in Nederland heel veel onderzoek wordt gedaan. En waarom zouden wij daar dan in participeren? Waarom halen wij niet op wat anderen onderzocht hebben en passen dat toe? De heer Scheper: Ik ben bang dat uw veronderstelling niet helemaal juist is. Ik denk als de gemeente Dordrecht met enkele andere grote gemeenten niet het initiatief neemt voor onderzoek naar bomen, dat er geen onderzoek naar plaatsvindt in Nederland. Het ministerie heeft de geldkraan helemaal dichtgedraaid voor het onderzoek naar bomen, dus dit is echt in samenwerking met de grote gemeenten dat we dit moeten doen.
En mijn persoonlijke ambitie is best om daar een trekker in te zijn, omdat ik vind gewoon als bomenman dat we hier in Nederland niet stil kunnen blijven staan, zeker niet gezien de historie die we in Nederland hebben op dit vlak.
93
De heer Van der Net: Een duidelijk antwoord waar dit vandaan komt, voorzitter. Dat was het. De voorzitter: Mooi. Dan gaan we naar mevrouw Van Vugt en daarna naar mijnheer Van Ballegooijen. Mevrouw Van Vugt: Ja, eigenlijk is mijnheer Van der Net me net een beetje voor met zijn vraag. Ik vroeg me ook inderdaad af: welk onderzoek wordt er nog precies gedaan, maar dat wordt me al een beetje duidelijker. Want wat kan het onderzoek nog verder opleveren dan wat we eigenlijk al weten? Klimaatveranderingen, dus we krijgen andere bomen, we krijgen steeds meer ziektes. Wat voor opbrengst verwacht u nog uit onderzoek? De heer Scheper: Als ik kijk naar het onderzoek waar Dordrecht bijvoorbeeld in geparticipeerd heeft naar essentaksterfte, dat heeft erin geresulteerd dat wij daar als Dordrecht heel terughoudend mee kunnen omgaan nu. En dat wij nu de ontwikkeling eigenlijk zien dat de ziekte wat minder heftig lijkt dan dat er in eerste instantie werd verwacht. Maar ik zie bijvoorbeeld dat de gemeente Almere vanaf moment 1 gestart is met alles wat ziek is te kappen. Eigenlijk het iepenziekteverhaal zeg maar, de enige manier om iepenziekte te bestrijden hebben hun geprobeerd het buiten de deur te houden. Dat is helaas mislukt voor hen. Maar ja, daarin zoeken we nu ook nog steeds naar een mogelijk middel om de boom te kunnen beschermen tegen de ziekte bijvoorbeeld.
We hebben na onderzoek bij iepziekte dat middel wel gevonden. Daardoor kunnen we onze iepen beter beschermen en hebben we een uitvalpercentage van ongeveer een procent. En dat is zonder beschermingsmiddel is het percentage 15 procent. Dus dat hopen we nog steeds te vinden in heel veel dingen. Mevrouw Van Vugt: Valt er ook nog een soort verdienmodel uit te halen als voorbeeld voor de rest van Nederland? De heer Scheper: Ik zou graag commercieel activiteiten ontplooien, maar dat is niet de insteek volgens mij. De voorzitter: Oké, dan gaan we naar mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ja, ik had eigenlijk een vraag over iets wat ik niet direct terugzag in de plannen. Er staan een heel aantal dingen in over herplanten, zeg maar wensen natuurlijk voor nieuwe bomen ook. En er werd ook genoemd dat soortenrijkheid belangrijk is. Maar ik heb ook begrepen uit goede bron dat inheemse soorten daarbij ook juist enorm kunnen bijdragen aan biodiversiteit. Dus ik vroeg me eigenlijk een aantal dingen af. 1: hebben we enig idee hoe het daar nu mee gesteld staat, inheemse soorten tegenover exoten? 2: zijn er plannen voor in de nieuwe herplant/aanplant? En 3 eigenlijk: klopt mijn vermoeden dat dat een redelijk budget-neutrale maar biodivers positief bevorderende maatregel is? De heer Scheper: Wat betreft de vragen over inheems materiaal ten opzichte van exoten zeg maar.