CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-06-14 Gemeente Dordrecht Dordtse Dinsdag (1).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 5 juli 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 10, 17, 24 mei en 14 juni 202255.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Per saldo is het effect van onze gemeente neutraal, dus heeft in regionaal verband geen resultaat ten gunste van onze reserve gebracht. De SOJ is nog steeds te laag geïndexeerd met een wout van zorgaanbieders, waarvan bij velen de declaratie te laat ingediend wordt. Wij vragen het AB of DB hier sterk op toe te sturen. De nee, tenzij-regeling juichen wij toe. Ook de controle op de PGB moet zeker doorgang vinden. Een ander pluspunt wat zeker benoemd mag worden is de 74 procent van de uitvoering die in de wettelijke termijn wordt behaald. Al met al zien wij door de pandemie en de extra onkosten een beleid dat grotendeels is uitgevoerd. En dan nu de politieke vraag die er voor ons ligt: kunnen wij instemmen met de concept zienswijze? Het is ons ook opgevallen dat de onderbouwing meldpunt en Veilig Thuis niet helemaal klopt. Als raad gaan we over de zienswijze en wij vragen ons af waarom de zienswijze door het ambtelijk apparaat is gedaan. Ook uiten wij onze zorgen over de SOJ. Realistisch begroten, stevig sturen en sterk monitoren, dat is toch ons doel? We zien een beweging uit het Rijk dat de complexe jeugdzorg, die zeker niet bij gemeentes thuishoort. Hoe verhoudt dat zich tot de ambitie, zoals gesteld in de begroting? De afgebouwde solidariteit in 2023 wordt nauwelijks benoemd in de begroting.

De vraag naar zorg, iedereen die zorg nodig heeft moet op ons kunnen rekenen zeggen wij altijd. Dat zal alleen maar toenemen. Cijfers laten ons zien dat doordat voor de decentralisatie een op de 27 kinderen gebruik maakte van jeugdzorg en jeugdhulp. Nu is dit een op de zeven, dit zegt ons genoeg. We missen ambitie, los van de percentages, om de zorg te verbeteren, te versnellen en … De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste.

58

De heer Kleinpaste: Ja, ik probeer heel veel te leren vandaag, daarom maar even een vraag aan de VVD. Want de sprong van een op de 27 naar een op de zeven zegt u genoeg. Het zegt mij iets minder, het zegt mij alleen dat de vraag enorm toeneemt. Maar als het u genoeg zegt, dan ben ik benieuwd waardoor die vraag toeneemt. De heer Kwaak: Ik zou het helaas niet kunnen zeggen waarom de vraag toeneemt. Dit zijn concrete cijfers en die zien wij gewoon. Voor de decentralisatie maakte een op de 27 mensen gebruik van jeugdzorg en nu is het een op zes of een op zeven. Dat moet ons toch wel aan het denken zetten? De heer Kleinpaste: Ja, maar u zei: dat zegt mij genoeg. Dus ik was benieuwd wat het u zei. De heer Kwaak: Daar geef ik geen antwoord op. Tot zover mijn bespreking, dank u. De voorzitter: Ik heb u nog niet een antwoord horen geven op de politieke vraag of uw fractie akkoord is met de zienswijze. De heer Kwaak: Wij zijn niet akkoord met de zienswijze. De voorzitter: Oké, dan zijn we bij mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Om maar gelijk te beginnen: we zijn akkoord met de zienswijze. En dat heeft er deels ook wel mee te maken omdat ik gisteravond te horen heb gekregen dat ik voortaan de woordvoerder ben namens de PvdA over dit onderwerp. En ik mij nog niet goed genoeg heb ingelezen, dus mijn excuus daarvoor.

Maar ik beloof u dat we daar in de toekomst wat beter mee omgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat is in ieder geval een eerlijk antwoord. Mijnheer, dan moet ik even kijken, Versluis. De heer Versluis: Versluis. Excuus, mijn bordje staat nog in zaal 1. Wij gaan niet akkoord met de zienswijze. Wij zien een grotere stijging en vooral het stuk realistisch begroten wat wij continu zagen terugkomen op de slides die door de griffie is beantwoord. En wij vinden ook dat die rechtspositie van Dordrecht, het zijn natuurlijk veel stukken die uit de voorgaande periode al uit de besluitvorming gekomen zijn, maar vooral het stukje rechtspositie Dordrecht in het AB zouden wij heel interessant vinden hoe dat toch kan dat toch de realistische begroting niet goedgekeurd werd, terwijl dat wel meerdere malen gevraagd is de zienswijze. En dat lijkt ons essentieel om wel een realistische begroting op te stellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Dulk. De heer Den Dulk: Ja, ik heb die stukken gelezen. En ik zie niks heel vreemds daarin. Ik heb wel vragen over bijvoorbeeld of die budgetten nog goed, aangezien de huidige stijging in de kostprijs van alles. Ik heb ook vragen over de vaccinaties, maar dat is meer buiten het budget. Maar het wordt al genoemd in het budget.

59

De voorzitter: Prima, dank u wel. Ja, mijnheer Burakçin. Maar ik denk dat mevrouw Van Vugt de woordvoering doet. De heer Burakçin: Ja, mevrouw Van Vugt is als het goed is de volgende woordvoerder. Ja voorzitter, eventjes stapsgewijs over het realistisch begroten. De redenatie van het college om op basis van de voorgaande jaren rekening te houden met een sterkere groei begrijpen wij. En de scenario van zes, vier en twee procent in 2022, 2023 en 2024 vinden wij in ieder geval het meeste reëel. Dus daar kunnen wij in ieder geval mee instemmen. Aan de andere kant, voorzitter, ja, we kunnen het nu wel niet eens zijn met de begroting, maar de SOJ kan korten wat die wil maar volgens mij gaan wij vanaf volgend jaar gewoon over ons eigen budget. Dus wat die voor meerwaarde heeft, ja, dat mag de wethouder zo meteen misschien nog eens aan ons eventjes aangeven. En dan over Veilig Thuis, daar hebben wij wel een kritische noot bij. Ja, Veilig Thuis geeft aan dat de taken die dus overgenomen zijn, even kijken. Het lokale veld heeft in ieder geval bepaalde taken overgenomen van Veilig Thuis. Dit gaat zo beter als ik het uit mijn hoofd doe. En dat gaat dus met het veilig opgroeien is teamwork, daarmee ondervang je dus bepaalde taken van Veilig Thuis. En het college vraagt dus daar een nadere onderbouwing op.

Dus onze vraag daarbij is: heeft het college of de gemeente voldoende ondervangen zeg maar met die opgroeien is teamwork? Dus die doorlooptijden, daar maken wij ons wel een beetje zorgen over. Dus er wordt daarmee zeg maar voldoende gedaan om dat in ieder geval te voorkomen dat dat in ieder geval in de knel loopt. Dat is de vraag zeg maar over Veilig Thuis. Ja, meldpunten zorg en overlast, daar wordt ook nog een onderbouwing op gevraagd. Ja, zorg met verward gedrag, dat is natuurlijk wel een ding waar we ons zorgen om maken. Die meldingen worden alleen maar meer. We zien daar natuurlijk ook de politiecijfers heel erg omhooggaan van personen met verward gedrag. Dus ook daarin willen wij toch het college vragen om daar attent op te zijn. En of dat het gevraagde van die onderbouwing zeg maar zo snel mogelijk komt, zodat dat in ieder geval niet in de knel komt dat we daar niet kunnen zorgen dat daar voldoende aandacht voor is. Dat was hem zover. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt: Als antwoord op de politieke vraag, we gaan als CDA Dordt akkoord met het raadsvoorstel. We willen wel graag meegeven dat er continu gemonitord wordt dat die genomen maatregelen ook echt bijdragen aan de voorgenomen kostenbesparing. En ja, dat ze ook concreet genoeg zijn. Het is best nog wel een beetje lastig lezen: wat gebeurt er nou echt? Dus dat is het.

De voorzitter: Ja, dank u wel. Vanuit de VSP, mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u, voorzitter. De VSP gaat niet akkoord. Het blijft een feit dat er toch veel te veel aanbieders zijn, waardoor de overheidskosten veel te hoog zijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik zou willen beginnen met het uitspreken van onze grote waardering voor de Dienst Gezondheid & Jeugd en ook voor de tomeloze inzet de afgelopen periode. De periode die ook echt werd gedomineerd door corona. Vanuit vele

60

kanalen hebben we ook echt positieve reacties ontvangen van bewoners uit de regio voor de inzet van ook specifiek de GGD. Want ondanks dat het voor iedereen een hele moeilijke periode is geweest willen we ook die positieve kant graag benoemen. Voorzitter, we beseffen ons dat er echt een verandering aankomt nu er vanaf 2023 geen onderlinge financiële solidariteit is. En dat juichen we echt ook toe. Toch maken we ons zorgen over de verwachte stijging van de kosten ook in de nabije toekomst. En zoals ook eerder in eerdere zienswijzen bepleit pleiten we er nu voor om vooral realistisch te begroten. En daarom kunnen we dan ook niet instemmen met de voorgestelde groeipercentages van vijf, 2,5 en nul procent, maar ondersteunen we het voorstel van het college van zes, vier en twee procent voor de periode 2022, 2023 en 2024. En wat we in deze zienswijze echt missen is dat we als raad niet akkoord gaan met de begroting 2023, onderdeel SOJ Zuid-Holland Zuid, mits onze voorgestelde groeipercentages ook worden overgenomen. Dus we vragen de wethouder om een toezegging dat dit alsnog wordt toegevoegd aan de zienswijze, zodat deze eis van de raad ook met de juiste zwaarte kan landen in het bestuur van de DG&J. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de erfenis overgenomen van mijn voorganger Ludy Nijhof.

Ik wil het een keer noemen vanavond, zij was de kennisbank zeg maar op dit gebied. Dus dat is best wel een hele uitdaging voor mijzelf. Ik heb wel mogen meekijken natuurlijk de afgelopen jaren. Ik ga een heel stuk mee met mijn buurman, mijnheer De Heer. Ik had een aantal dingen die wilde ik daar ook over noemen, maar ik moet eerlijk zeggen dat wij nog een beetje twijfelen over: gaan we nu wel of niet instemmen met de zienswijze? Nou, ik ben zelf ook aanwezig geweest een aantal weken geleden bij de Bankenstraat, daar waren een aantal aanbieders ook. Nou, dat was een hele leuke avond, een hele interessante avond. En dan hoor je ook zeker wat er, nou ja niet wat er misgaat, maar waar de behoefte ligt vooral. Ik heb het de vorige keer ook genoemd, maar ik wil het toch nog een keer meegeven: een hoofdpunt daarin is de preventie, daar doen we natuurlijk al aan, alleen die mag wat ons betreft toch nog wat krachtiger. En misschien kan je dat doen met het inzetten van echte professionals. En ik noem maar even misschien 50-plussers. Dat mag ik misschien niet doen, want dat is leeftijdsdiscriminatie. Maar ik denk dat mensen die echt kennis hebben van zaken, dat die heel goed aan de voorkant kunnen kijken van: welke kant sturen wij een casus op? De heer Portier: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Portier.

De heer Portier: Ja, ik vroeg me af of mijnheer De Boer reden heeft om te twijfelen aan de professionaliteit van de mensen die nu ingezet worden. De heer De Boer: Voorzitter, ik twijfel daar absoluut niet aan. Alleen ik zie ook, ik werk zelf ook in de zorg, dat er heel veel jonge professionals aan het werk zijn. En natuurlijk zijn die goedgeleerd, hebben een goede theorie, maar hebben nog niet altijd die levenservaring. Wat mij betreft neemt iemand een ervaren kracht neemt gewoon een aantal jongeren aan de hand mee voor een aantal jaren, om zo te zorgen dat die ook gewoon goed worden opgeleid. Nogmaals, niks ten nadele van goed opgeleide

61

professionals, absoluut niet. Wat ik ook hoorde was de doorstroming. De doorstroming die stokt. Ik bedoel, er zijn natuurlijk mensen die door moeten naar eventueel een opvang binnen een huisvesting. Daar hebben we het ook over gehad, die is er niet. Nou ja, dat is best een groot probleem. Maar goed, als er mensen blijven hangen en er komen elke keer weer nieuwe mensen bij, dan wordt die groep natuurlijk wel erg groot aan de voorkant. Ja, wij zijn ook voor een casushouder per gezin. Want wij weten ook dat er veel instellingen over de vloer komen, zeker bij gezinnen waar heel veel speelt. Wat ons betreft komt daar gewoon echt een casushouder die natuurlijk niet alles weet, maar wel goed alles uit kan zetten. Nog een kritisch dingetje, die eigen bijdrage. Dat heb ik ook genoemd de vorige keer, dat is vanuit de overheid is aangegeven: we gaan niet die 300 miljoen bezuinigen, maar we willen wel gaan kijken of er eventueel een eigen bijdrage mogelijk is. En misschien moeten we wel bepaalde onderdelen schrappen. Nou ja, ik weet niet of daar inmiddels in het tijdspad van een aantal weken of daar al iets meer over bekend is. Maar goed, ik ga er wel vanuit als dat bekend wordt, dat we dat ook snel te horen zullen krijgen. Ik wil het even hierbij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter.

We hadden twee punten, die zijn toevallig ook genoemd door mijnheer Burakçin van GroenLinks. De stijging van verward gedrag, dat was voor ons eigenlijk een zorgelijk punt, en het lokale veld. Voor het cijfermatig gedeelte sluit ik me aan bij mijn collega’s van Op Ons Eiland en van de ChristenUnie/SGP. En dat maakt dus dat wij nog twijfelen om wel of niet eens te gaan met de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de eerste ronde gehad. Even kort samenvattend, ik hoor een aantal fracties eigenlijk op voorhand al akkoord geven. Ik hoor een aantal fracties die niet akkoord zijn. En ik hoor nog een aantal fracties die de wethouder misschien straks nog kan overtuigen. Daar zit nog wat twijfel. Eerst misschien even richting de portefeuillehouder, er zijn een paar dingen specifiek genoemd. Dat begon met het missen van ambitie, de onderbouwing van Veilig Thuis is apart genoemd waar wat zorgen over zijn, het meldpunt zorg en overlast is daar voldoende duidelijkheid op? Er werd een opmerking gemaakt over, even kijken, monitoring, vanuit het CDA van: houden we ook goed bij dat dit ook allemaal gaat werken? Er is vanuit de ChristenUnie/SGP om een toezegging gevraagd om ook de brief zeg maar af te sluiten met het duidelijke standpunt dat als het punt over die verwachte stijging niet wordt aangepast, de raad niet akkoord gaat.

En er zijn nog opmerkingen gemaakt over preventie, over ervaring van professionals. En daar was eigenlijk, ja, de vraag over de eigen bijdrage is eigenlijk een technische vraag. Maar goed, misschien als de wethouder hem zo uit zijn mouw kan schudden, dan laat ik hem toe. Dus dan is het woord aan mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, dank ook voor de inbreng, voor sommigen van u een eerste keer op dit complexe dossier waar heel veel aandacht voor is geweest de afgelopen acht jaar, eigenlijk nog langer. Want de transities die zijn in 2010-2011 tot 2014 voorbereid en daar werken we nog steeds mee. Met een nieuwe wet, ook op een aantal andere sociaal domein gebieden trouwens. Een wet die ook zal worden aangepast binnenkort als het gaat om die eigen bijdrage. Er wordt nu nagedacht over een wetsaanpassing die het, nou ja, die in ieder geval de ongebreidelde groei, zoals

62

die door sommigen wordt beleefd, van wat je allemaal onder jeugdhulp kunt laten vallen en of je daar een grens aan moet stellen. Nou, de wet gaat dan zeggen: daar gaan we een beperking aan zetten om ook een aantal financiële doelstellingen te behalen. Hoe we dat gaan doen, dat weten we nog helemaal niet. Want daar hebben we nog te weinig informatie over. Maar dat gaat de komende tijd wel gebeuren. Een onderdeel van die discussie is ook geweest het standpunt van het kabinet, ik dacht dat het een standpunt was. Of er wordt in ieder geval over nagedacht over een eigen bijdrage voor sommige vormen van zorg. Daar kun je veel van vinden, dat heeft uw raad in de vorige termijn ook gevonden bij een klein onderdeel van de zorg die we een aantal jaren geleden wilden aanbieden. Wij zijn daar toen niet in meegegaan, op voorspraak van uw raad, en dat is later ook door de rechter op basis van de huidige wet op die manier van toepassing verklaard voor andere gemeenten. Natuurlijk een nieuwe wet kan nieuwe dingen voorschrijven of mogelijk maken, of een aangepaste wet kan dat doen. Dus dat moeten we afwachten en daar is natuurlijk de komende jaren het overleg met de VNG voor nodig om daar nog goede dingen in te doen. Die wetswijziging komt voort uit het gegeven dat we al heel lang alle gemeentes, op ik dacht zes of zeven na, geld tekortkomen als het gaat om jeugdzorg.

En heel veel discussies die we over jeugdzorg hebben gevoerd de afgelopen jaren gaan dus ook over geld. Dat is goed, maar het is wel jammer. Want natuurlijk moet er voldoende geld zijn, natuurlijk moet je een wet hebben die ook ruimte geeft aan gemeentes om voldoende zorg te kunnen leveren. En eigenlijk is er een W-fout, dat is niet door mij of door u geconstateerd, maar ook door een arbitragecommissie vorig jaar. Die zegt van: je kan een wet opstellen zoals die is opgesteld, met heel veel open eindes. Wat nodig is, dat moet worden geleverd door gemeentes. Maar wat in 2014 niet is gedaan is daar voldoende geld bij organiseren. En die onafhankelijke arbitragecommissie heeft gezegd: alle gemeentes in Nederland opgeteld komen per jaar 1,6 tot 1,9 miljard euro tekort. Dat is verder geen debat waard, dat is gewoon een feit. Ja, dus dan zie je dat als we het over jeugd hebben in gemeentelijk Nederland, dat het altijd gaat over geld. Wij doen het relatief gezien best goed, wij horen bij de laten we zeggen 15 procent relatief best presterende gemeentes als het gaat om redelijk binnen het budget blijven. We denken dat dat door een aantal factoren komt. Dat heeft ook te maken met toch vrij dicht bij je zorg organiseren, proberen preventief te werken. Nou, de tomeloze inzet van de professionals in de sociale wijkteams en bij de aanbieders, beleid helpt dan ook.

Je kan nooit een op een zeggen: het komt hierdoor of het komt daardoor. We hopen wel dat we de komende jaren wat meer rust kunnen organiseren. En dan helpt het als de wet ook wordt aangepast, maar dan helpt het ook als er voldoende middelen zijn. Nou, dit even als inleiding. Ik ga even kijken, de VVD gaf aan niet akkoord te gaan omdat het ook ingewikkeld is. Ik citeer even mijnheer Kwaak: de zienswijze door het college gedaan. Maar dat is natuurlijk niet zo. We doen een voorstel en u kunt daarop bijzetten, aanvullen of corrigeren wat u zelf wil. Het leek ons goed om vanuit de ambtelijke organisatie een voorzet te doen. En u gaat erover, het is uw zienswijze. Mocht u niet akkoord gaan en dat geldt voor een paar fracties, dan kan het betekenen dat de zienswijze niet wordt ingediend. Dan wordt onze mening dus niet meegenomen straks in de algemene vergadering, in het AB, waar we de begroting vaststellen. Dus ik zou u willen aanbevelen om sowieso een zienswijze vast te stellen want dat helpt natuurlijk wel om onze opinie mee te geven aan het AB. Mijnheer Kwaak zei ook van … De heer Burakçin: Voorzitter.

63

De voorzitter: Ja, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Toch nog even voor de duidelijkheid, misschien ook voor de collega’s die dit nog niet goed van op de hoogte zijn. Maar de zienswijze die wordt dus opgesteld bij de GR, bij de AB en het DB ingediend. Maar goed, daar bent u dus zelf bij. Als het goed is bent u daar akkoord mee gegaan en vervolgens wordt hier dus ook binnen het college wordt er vervolgens daar weer een zienswijze op gegeven en daar mogen wij iets van vinden. Of kunt u misschien even vertellen hoe dat precies gaat? Want het is allemaal wel een beetje ingewikkeld zo. De heer Van der Linden: Het AB van de dienst heeft een voorlopige begroting vastgesteld een paar maanden geleden. En het AB heeft de wettelijke verplichting om op 15 juli, dat is toevallig mijn verjaardag, maar dat is geen causaal, hooguit correlatie, een begroting vastgesteld te hebben en in te dienen bij de provincie. Want die moet daar toezicht op houden. Dat doet het AB gehoord de raden, want jullie zijn de baas van de gemeente. Jullie zijn ook de baas over wat wij doen. En natuurlijk heeft die begroting een aantal kanten waar je van zegt: dat is sowieso goed. Maar ook een aantal dingen die we ingewikkeld vinden of waarvan we zeggen: oei, gaat dit wel goed? Nou, vanuit het college doen we u het aanbod om dit als zienswijze in te dienen.

Het kan zijn dat u zegt: nou, daar zijn we het helemaal mee eens. Dat heb ik van een aantal gehoord. Het kan ook zijn dat u zegt: nou, ik wil er nog een dingetje bij. Daar heb ik ook een paar dingen over gehoord. En dat wordt dan de zienswijze vanuit Dordrecht in het AB. Wij hebben niet de meerderheid van stemmen in het AB. Dat is nu eenmaal zo, als je met tien gemeentes in een AB zit dan heb je een stemgewicht. Wij zijn natuurlijk wel de grootste gemeente. Meestal gebeurt er ook ongeveer wat wij willen. Op een punt is dat altijd lastig. Een aantal gemeentes, waaronder wij, zeggen: ga nou realistisch begroten. Stop met altijd maar zeggen: nou, volgend jaar lukt het hoor om binnen de kosten te opereren. Onzin, dat lukt niet. Tenzij je heel streng gaat zijn, waarna een rechter zegt: dit mag niet, de wet geeft meer ruimte. Of tenzij je draconische maatregelen verzint om wachtlijsten juist wel te organiseren. Dat moet je niet willen. Een deel van de gemeentes zegt: we gaan het toch proberen. En ik snap dat, want voor veel van de gemeentes is de nood thuis ook heel hoog. En dan is het heel vervelend als je zegt: ja, het AB besluit weer een realistische begroting vast te stellen en wij moeten thuis misschien wel het zwembad dichtdoen op de bieb de openingstijden verminderen.

Dus ik snap dan dat sommige gemeentes zeggen: wij willen niet realistisch begroten, wij willen streng begroten. En andere gemeentes, waaronder wij, zeggen meestal: ga nou realistisch begroten. Dat geeft spanning. Je komt altijd in het midden uit waar het niet werkt. Voor sommige gemeentes is het dan al te veel en andere gemeentes zeggen: het is te weinig. Daarom hebben wij besloten twee jaar geleden om die financiële solidariteit die we hebben eraf te halen. En zo meteen leggen de tien gemeentes dus allemaal een eigen bedrag in die begroting. Er komt dus wel een begroting, maar die is opgeteld uit tien deelbedragen. En ons deelbedrag wordt, en ik hoor dat daar veel applaus niet, maar veel waardering voor is, onze bijdrage wordt realistisch. Wij stijgen zes procent. Ik weet zeker dat sommige gemeentes gaan zeggen: wij gaan zitten op het voorstel, vijf procent, mooi in het midden. En er zullen misschien ook gemeentes zijn die zeggen: nou, dat vinden we veel te veel, nul procent. Dat kan ook. Wat je dan volgend jaar gaat zien is, zoals ik het mij voorstel en dat moeten we nog goed inregelen, niet meer dat er een zienswijzeproces komt waarbij we constateren: er is een tekort, stort geld bij. Waarna

64

alle raden chagrijnig worden, wat logisch is. Maar dat het gesprek per gemeente gaat plaatsvinden. En dat gemeente X een tekort loopt op zijn begroting of op zijn inleg. En dan wordt er gezegd: beste gemeente X, u moet een beetje geld bijstorten. Of in uw eigen verordening aangeven hoe u het anders wil, want wij voeren alleen maar uit wat u wil. Dus je kan de SOJ nooit de schuld geven, het is te wijten aan de lokale verordening die is vastgesteld. Nou, dan kan gemeente X of die verordening bijstellen of geld storten. En ik denk dat wij als we iets ruimer gaan zitten minder snel in dat gesprek belanden. Lang verhaal, maar zo werkt dat dan. Dan kom ik ook op een toezegging. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt: Ja, meer een vraag ook eigenlijk. Waarom is het dan nog wel nodig om gezamenlijk op te trekken? De heer Van der Linden: Ja, wij zitten nog steeds bij het agendapunt zienswijze natuurlijk. De voorzitter: Ja, dus misschien een beetje kort houden. De heer Van der Linden: Ja, dat is een goede. Twee redenen. A, je moet natuurlijk wel een beetje weten wat je volgend jaar aan geld hebt om de zorg in te kopen. En het is ook weer niet zo dat de ene gemeente bijna niks geeft en de andere gemeente superveel. Je wil gewoon een bepaalde bandbreedte hebben.

Dus we hebben, natuurlijk hebben we ook een gezamenlijk stuk wat we sowieso samen moeten opbrengen, om al die zorgpartijen die we hebben te voorzien van de financiële ruimte om de zorg te leveren. Twee, op inhoud werken we natuurlijk wel degelijk samen. Want jeugdzorg is niet per definitie anders in een volgende gemeente. Het is wel zo dat we steeds meer zelf de lokale verantwoordelijkheid ook proberen in te vullen, omdat een oude stadswijk in Dordt kan echt een ander profiel hebben dan een kleine gemeenschap in de polder. Daar kun je ook andere samenwerkingsrelaties mee hebben met je lokale zorgveld, als het gaat om de WMO of om de participatie of om de preventiekant. Dus we proberen dat wel lokaal te doen, wel in het besef dat we elkaar echt wel nodig hebben op die expertisegebieden. Zeker als het gaat om de complexere zorg. Dus vandaar. Even kijken hoor. Nou, dan heb ik al een paar dingen gehad. De monitoring, daar vroeg onder andere mevrouw Van Vugt naar. Ja, monitoring is heel belangrijk en wij weten ook goed een aantal dingen te monitoren. Wij kunnen vrij goed voorspellen hoeveel we aan het eind van het jaar tekortkomen of overhouden. Daar zijn we goed in. Uitrekenen of aangeven hoe goed een maatregel werkt, dat is in eigenlijk in heel het sociaal domein maar zeker in jeugdzorgland best lastig.

Je weet nooit wat er was gebeurd als je niks had gedaan, want die test heb je niet kunnen doen. En je weet ook niet altijd zeker of een methode of een interventie heel goed werkt of nog een beetje beter had gewerkt als je het nog iets meer had gedaan. We zien wel een aantal dingen die werken en dat leren we ook van elkaar. Bijvoorbeeld de inzet van praktijkondersteuning bij huisartsen. Nou, dat werkt. Dat werkt vaak heel goed om hele dure zorg af te buigen naar andere zorg. Dat is in een aantal gemeentes geprobeerd, daar zijn we ook mee bezig. Het helpt om bijvoorbeeld de ruimte binnen de sociale wijkteams wat te vergroten. Dat kost geld, maar je voorkomt er vaak mee dat de wachtlijsten te lang worden. Je voorkomt er soms ook mee dat de zorg aan het eind van die wachtlijst dan heel complex wordt en daarmee veel duurder wordt. Je moet wel investeren. Nou, dat hebben we ook gedaan. Dat heeft ook gewerkt, betere triage noemen we dat aan de voorkant. Zo zijn er een aantal dingen wel aan te geven.

65

En de monitoring daarvan vinden we heel belangrijk, omdat we daar ook wel steeds nieuwe stappen in willen zetten. Dus daar wordt u ook van tijd tot tijd over bijgepraat. Ik hoor de VSP en ik denk ook de VVD zeggen: ja, er zijn wel heel veel aanbieders. Er zijn inderdaad veel aanbieders, relatief gezien. En daar hebben we in de vorige raadsperiode het ook wel over gehad. We vonden het belangrijk dat er keuzevrijheid was. Soms gaat dat op basis van geloofsovertuiging, soms gaat het op basis van bepaalde aanpakken en methodieken. Soms gaat het op basis van hele andere overwegingen. Het klopt dat in sommige vormen van zorg de overheadkosten groot zijn, maar in andere helemaal niet. En dat heeft soms ook te maken met de vorm van zorg. Het voorbeeld is vaak genoemd, als je een instelling hebt waar een kind in een bed wordt verzorgd en ook allerlei therapie krijgt, dan zijn daar natuurlijk veel meer faciliteiten voor nodig en daarmee ook overheadkosten dan wanneer je een vorm van zorg levert die je achter een bureautje met een stoel en nog een stoel kan leveren. Dan heb je vaak veel minder overhead. Dus overhead is een heel goed, maar ook best een ingewikkeld begrip. In de nieuwe contracten die vanaf vorig jaar zijn gaan lopen hebben we wel afspraken gemaakt over: hoe worden zorgbestuurders nou beloond? Wat voor percentage kun je onderscheiden op winst? De heer De Boer: Voorzitter.

De voorzitter: Mijnheer De Boer. Ja, ik dacht: ik laat hem maar even uitpraten, maar het duurde te lang. De heer De Boer: Ik vroeg naar de vele aanbieders. Ik ga ervanuit dat die heel goed met elkaar samenwerken, elkaar weten te vinden en elkaar goed kunnen aanvullen. De heer Van der Linden: Waar nodig wel. En soms, heel vaak heb je een kind wat een vorm van zorg nodig heeft en dan is dat helemaal niet ingewikkeld. Soms heb je natuurlijk huishoudens, gezinnen, waar meerdere mensen zorg nodig hebben, waar ook hele complexe thematiek heerst op schuld en soms op overlast-gevend gedrag en op ontwikkeling en misschien op participatie. Daar heb je natuurlijk allerlei aanspraken op zorg of op ondersteuning vanuit verschillende wetten. Nou, dan is de ambitie die we hebben om een gezin, een plan, een regisseur te hebben. Die is soms heel lastig. En dan zie je ook waar we in Dordt echt trots op zijn, de sociaal pontonniers soms optreden. Want dan wordt het zo ingewikkeld en zijn er zoveel dingen nodig, dan zie je: ja, hier gaat heel veel geld in een gezin, in een adres, maar werkt dit nog wel? Nou, dan kan die sociaal pontonnier onder andere helpen om dat iets beter inzichtelijk te krijgen. Soms helpt het dan ook om sommige dingen even niet te doen. Dat gaat wel verder dan jeugdzorg hoor, maar dat kan ook helpen. Dat je even een aantal dingen niet doet.

Dat over het aantal aanbieders en de overhead. Dan nog eventjes over de concrete punten die worden benoemd in de concept zienswijze over Veilig Thuis en het meldpunt. Ja, u ziet staan bij het meldpunt dat we de onderbouwing missen op die extra FTE. Natuurlijk zien we ook, dat heeft mijnheer Burakçin goed opgemerkt, dat er wel steeds meer zorgen overlastmeldingen nodig zijn. Daar is niet alleen dit meldpunt van, er zijn natuurlijk meer zorgaanbieders en ook onder andere de politie wordt daar vaak bij betrokken. We willen een betere onderbouwing zien. We zien wel dat dit waarschijnlijk best een heel goede investering is, maar we willen het wel goed onderbouwd zien. Want het is wel weer geld wat je uitgeeft. Bij Veilig Thuis speelt dus een net iets andere vraag. Veilig Thuis is een regionale voorziening en veilig opgroeien is teamwerk, dat zijn de sociale

66

teams die het oppakken. Op zich is de gedachte: pak het lokaal op, dat is heel goed. Aan beide kanten, zowel regionaal als in de lokale teams, zit je wel met de druk op het veld. Veel aanmeldingen, vaak ook wel veel zorg op zo’n adres. Even kijken, we houden ons, ja daar zijn wettelijke termijnen voor. Soms vallen we daar net buiten, maar volgens mij gaat het nu weer aardig, zijn we nu weer aardig op orde. Wij stellen voor, nou ja, het is voor ons dus nu niet duidelijk of het financieel meerjarig effect wel of niet verwerkt is in de begroting die we voor hebben liggen. Het is natuurlijk een dik stuk, dat hebben we niet kunnen constateren. Nou, daar willen we meer duidelijkheid over. Tenslotte, mijnheer De Heer vraagt om een toezegging: wordt het percentage van zes procent verwerkt in de begroting? In letterlijke zin dus niet, omdat het heel goed kan zijn dat een paar gemeentes zeggen: wat wij inleggen dat is maar vijf procent groei. En ik weet zeker nog een paar gemeentes en wij gaan dan zeggen: wij leggen zes procent in. Daarmee heb je dus niet meer een probleem, dat zou het wel zijn geweest in de oude situatie. Want dan gaat die gemeente met vijf procent gaat te kort lopen en dat hadden wij kunnen bijpassen. Ja, dat willen we natuurlijk niet. Dat is nou eenmaal de afspraak, je wordt aangeslagen voor wat je levert. Dus op die manier.

De voorzitter: Ja, mijnheer Burakçin heeft volgens mij nog een interruptie op het vorige punt denk ik. De heer Burakçin: Ja, dat klopt, over dat Veilig Thuis. Want mijn vraag is niet echt, in ieder geval niet helder beantwoord. Ik vroeg zeg maar wat nu opgevangen wordt zeg maar door het lokale veld, wat dus door Veilig Thuis niet meer gedaan wordt. Heeft dat invloed op die doorlooptijden? De heer Van der Linden: Nou, dat is een goede maar wel een moeilijke vraag. Kijk, het kan dus in ieder geval niet zo zijn dat Veilig Thuis iets wel zou moeten doen maar denkt: we hebben het te druk. Hier is het voor veilig opgroeien is teamwork, dat kan niet gebeuren. Er kan niemand blijven zweven tussen Veilig Thuis en veilig opgroeien is teamwerk. Dat we veilig opgroeien is teamwerk hebben verzonnen met elkaar heeft wel te maken met het feit dat er heel veel meldingen zijn. En ook met het feit dat een aantal van die meldingen, en een aantal signalen die je dan soms krijgt, heel goed opgepakt kunnen worden in het lokale veld. Dat verschilt echt per zaak. Soms is het ook helemaal niet aan de orde, dan moet het echt bij Veilig Thuis blijven. Maar voor een deel van de zaken geldt dat ze kunnen worden afgewikkeld na indicatie door de VOIT-teams, door de veilig opgroeien is teamwerk mensen. De exacte druk die er nu is, daar heb ik nu geen gegevens over en die fluctueert ook wel.

De voorzitter: Ja, mijnheer Safranti heeft ook nog een vraag. De heer Safranti: Voorzitter, ter aanvulling op deze vraag. Want het was terecht ook van mijnheer Burakçin net. Maar hoe is die samenwerking tussen Veilig Thuis en het lokale veld? Want dat vergemakkelijkt misschien uw vraag ook. Kijk, wat ik zelf weet uit ervaring dat er dus heel snel afgeschoven wordt naar elkaar toe, naar elkaar toe wordt geschoven zo’n casus. Weet u daar iets over? Over die samenwerking? Het bieden van maatwerk bijvoorbeeld, maar ook juist bijvoorbeeld niet. Is daar iets meer over duidelijk? De heer Van der Linden: Nou, vanuit de begroting heb ik daar niet veel meer tekst op dan wat ik nu heb geleverd. Kijk, wij willen echt voorkomen dat mensen het idee krijgen:

67

we worden een beetje van het kastje naar de muur gestuurd. Want dat mag echt niet de bedoeling zijn. Je wil juist snel en adequaat hulp kunnen leveren en als het mogelijk is het ook weer lokaal laten gebeuren. Want dan kun je afschalen en dat maakt het vaak sneller. Misschien goed om daar de volgende keer nog eens te kijken van: hoe is het nou met de meldingen, hoe ontwikkelen die zich? En die samenwerking, daar is ook in de vorige raadsperiode wel een paar keer op doorgevraagd en ook op gemeld hoe het toen stond. We merken aan beide kanten dat het heel erg wenselijk is, maar ook soms wel klem komt als de werkdruk oploopt. En ja, we hebben wel een verantwoordelijkheid om daar de middelen voor te reserveren. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: De wethouder die noemde net inderdaad die zes procent. Ik begrijp inderdaad heel goed dat daar geen toezegging op kon worden gegeven dat die zes procent wordt gehandhaafd in het bestuur. Waar onze vraag vooral zit is dat het wat voorwaardelijker in de zienswijze wordt opgenomen, omdat er een aantal punten zijn van: we gaan daar niet mee akkoord op deze manier. Bij dit punt, wat voor ons best wel heel belangrijk is, toch sturen op dat realistisch begroten. Dat wordt nu nog wat vrijgelaten.

Dus de vraag die we vooral aan de wethouder hebben is: kan dat voornamelijk worden opgenomen in de zienswijze? De heer Van der Linden: We kunnen er best een ander zinnetje omheen zetten. Maar het zal dus zo zijn, ook al zijn wij de enige zegt zes procent en zegt de rest nul, voor ons geldt dan zes procent. Dat is onze inleg. En dan maakt het dus ook niet uit dat de andere gemeentes nul procent doen, bij wijze van spreken maar dat doen ze niet. Dan zullen zij dus eerder het gesprek nodig hebben waarschijnlijk met de SOJ die dan zegt: hé, jullie inleg is op of dreigt op te raken, er moet gepraat worden over het ophogen daarvan of over andere maatregelen. En dat zal je als je realistisch begroot zoals wij beogen te doen minder hebben. Dus we kunnen nog even kijken naar de omschrijving, maar strikt genomen is het dus niet meer nodig om een niveau van stijging vast te leggen. Omdat we die solidariteit kwijt zijn. Volgens mij ben ik door de vragen heen, voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer De Boer heeft nog een vraag. De heer De Boer: Voorzitter, sorry. Ik had nog geen antwoord gehad op de vraag over de doorstroming, want die vraag komt echt vanuit de zorgprofessionals als noodkreet. Bij die ene bijeenkomst op de Bankenstraat van: ja, cliënten blijven hangen. We willen ze doorzetten naar de volgende professional of ze moeten naar een huisvesting en die is er niet.

Ik begrijp dat u daar niet 1, 2, 3 een oplossing voor heeft, maar het is wel iets waar we wel met zijn allen serieus naar moeten kijken. De heer Van der Linden: Ja, er is niet een wachtlijst, er is ook niet een doorstroming. Het verschilt echt heel erg per een beetje de periode. In ieder geval als je je aanmeldt heb je snel contact en als er even wachttijd nodig is dan wordt er in ieder geval overbruggingszorg geleverd vanuit het sociale wijkteam. En als je dan doorgezet wordt naar een vorm van zorg vanuit een van de aanbieders, dan verschilt dat een beetje per soort van aanbieder. Er zijn ook per categorie wel normen voor. Dat heten de treeknormen, hoe lang moet iets duren. Nou, sommige vormen van zorg zijn natuurlijk unieker en daar kan soms een wachtlijst voor zijn. Voor andere geldt dat minder snel.

68

Het is eigenlijk al door of een knelpunt of een potentieel knelpunt, dat is zo. We vinden met zijn allen, ik denk dat u dat ook vindt, dat een te lange … Kijk, een wachtrij kan zinvol zijn. Je gaat niet zoveel zorg organiseren dat je allemaal duimen zit te draaien. Maar er zit natuurlijk wel een grens aan wat je van mensen mag vragen en ook van wat je financieel mogelijk wil maken. We zoeken naar een optimum en als het nodig is dan komen we dus bij u terug. En als we dat horen vanuit het veld ook en als we die normen overschrijden, dan gaan we bij u terugkomen. En zeggen: we komen echt tekort, we hebben meer ruimte nodig. En dus ook vaak meer financiële middelen. Dat is wel eens gebeurd de afgelopen jaren. In principe geeft de jeugdwet zelf heel veel ruimte om op maat zorg te organiseren. En natuurlijk probeer je ook wel te voorkomen dat die zorgvraag groeit, want daar zijn die preventiemaatregelen voor. Daar zijn ook al die lokale inzetten voor, die we ook al hebben besproken net eventjes. De POH, meer capaciteit bij sociale wijkteams. Maar in principe geeft de wet daar best veel ruimte voor. Voor nu voldoende? Ja, een vraag gaat natuurlijk over huisvesting. En dat is natuurlijk geen jeugdwet, maar die heeft wel vaak te maken met onder andere 18-/18+, of soms nog iets ouder. Als het gaat over huisvesting, nou ja, dat knelpunt kennen we allemaal.

U weet ook die nieuwe huurstudio’s van 2F op het Leerpark, die waren binnen twee weken allemaal, ze moeten nog gebouwd worden, er wordt aan gebouwd, maar dat was al ingetekend. Dus huisvesting is natuurlijk, dat is echt een knelpunt wat we vanuit de jeugdwet niet simpel kunnen oplossen. De voorzitter: Hartelijk dank voor de beantwoording. Ja, zoals u ziet dit is echt een onderwerp, voor je het weet zitten we helemaal in de inhoud. Dat is op zich goed, het is altijd lastig om dan de boel een beetje in de hand te houden. Maar dat lukt ook. Nog even een opmerking over die percentages van zes, vier procent en twee procent. Het antwoord op de vraag van mijnheer De Heer. Er staat een zinnetje in de zienswijze en mogelijk dat dat zinnetje wat verwarring geeft. Daar staat mogelijk dat we op basis van de cijfers in de eerste bestuursrapportage 2022 onze mening bijstellen. En dat geeft zeg maar een soort opening en een soort ruimte van: mogelijk dat we hierop terugkomen. Dus ik denk als we die laatste zin er niet uithalen, want dat kan in principe altijd. We kunnen altijd op punten van de bestuursrapportage zeggen van: joh, we scoren tien procent minder. Dan zal ik hem eruit halen. De heer Van der Linden: Zal ik hem eruit halen? Ik haal het zinnetje eruit, als u akkoord bent.

De voorzitter: Ja, en dan begrijp ik uit het antwoord dat wij gewoon die zes procent gaan en dat de Dienst Gezondheid & Jeugd dat gewoon in de begroting op moet gaan nemen. De heer Van der Linden: In de optelsom die de begroting is. En het zal dus altijd zijn, je hebt ook dingen die je met zijn allen doet. We houden niet als Dordrecht een voorziening in stand met bedden, dat doen we met zijn allen. Maar dat deel waar je zelf over gaat of waar je eigen zorgindicatiestellers verantwoordelijk voor zijn, daar leveren wij onze eigen begroting dan op. En die optelsom levert de begroting van de Dienst op, daar kunnen ze ook de zorg voor inkopen enzovoorts. En nou, dan zal je wellicht dat verschil gaan zien. Maar dan haal ik dat zinnetje over dat mogelijk dat we op basis van de cijfers in de eerste BURAP 2022 onze mening bijstellen, die haal ik eruit. Want dan is dat, ja. De voorzitter: Mijnheer Safranti had daar nog een vraag over.

69

De heer Safranti: Nou ja, geen vraag. Maar ik gaf net aan dat ik twijfelde, maar dat doe ik nou niet meer. De voorzitter: Dat is heel mooi, dan heeft u al een fractie overgehaald. Dan bedank ik in ieder geval de wethouder voor de beantwoording. Voordat we naar de tweede termijn gaan en mevrouw Simon-van Waardhuizen van Beter voor Dordt is inmiddels ook aangesloten. We hebben een eerste termijn gehad en even kort allemaal een voorlopig standpunt neergezet. Nou ja, misschien is het voor u het handigst om in de tweede termijn gewoon mee te liften, als er nog behoefte is aan een tweede termijn. En ik denk dat we de tweede termijn vooral even in moeten gaan op, nou, even naar de politieke vraag: kunnen we instemmen met deze zienswijze? Zeker nu we de opmerking van de wethouder gehoord hebben. Er zijn nog een aantal fracties die hebben in de eerste termijn aangegeven van: we zijn niet akkoord met de zienswijze. Nou, misschien dat het goed is om in de tweede termijn even daarop in te gaan wat dat betekent. Want er zijn twee opties volgens mij. Of we gaan als raad niet akkoord met de zienswijze en dan dienen we geen zienswijze in. Dan hebben we dus ook niks in te brengen. De tweede optie is dat een fractie zegt van: deze zienswijze wil ik gewoon op een aantal punten aangepast hebben. En misschien dat we daar in de tweede termijn dan even op kunnen focussen. Mijnheer De Boer.

De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, de wethouder heeft mij in ieder geval voldoende kunnen overtuigen. Volgens mij heeft u voldoende expertise, het is ook niet de eerste keer dat die aan tafel zit hier. Maar ik geloof ook in de expertise van zijn buurvrouw, de ambtelijke ondersteuners. Ik zie dit met vertrouwen tegemoet, dus wij zullen dit ook inderdaad door willen zetten naar de hamerraad. De voorzitter: Oké, dank u wel. Even kijken, ik zie mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: De VSP kan ook akkoord gaan. De voorzitter: U bent ook akkoord inmiddels. Prima. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt: Het CDA is akkoord. De voorzitter: CDA akkoord, ja. Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, in principe kunnen wij ook akkoord gaan. Maar we willen wel meegeven dat in ieder geval, ja, die onderbouwing wat dus van Veilig Thuis gevraagd wordt zo snel mogelijk deze kant opkomt. Zodat we kunnen monitoren of dat niet, ja, hoe heet dat, in de drang komt met die doorlooptijden. Dus daar willen we wel op wijzen. En dan heb ik nog een andere vraag die ik eigenlijk misschien al in de eerste termijn had moeten stellen. We hebben vorige periode hebben we heel vaak gevraagd om een verordening te maken binnen het sociaal domein. Dat is toegezegd dat dat zou komen en volgens mij juni of juli meen ik dat dat een eerste aanzet zou komen.

Dus de vraag is: wanneer kunnen we dat verwachten vanuit het college? En mijn tweede punt is: we merken dat dit een onderwerp is dat voor veel van onze collega’s nieuw is. Is het een idee bijvoorbeeld om een keer een themasessie te organiseren over Veilig Thuis of jeugdbeschermers, zodat we misschien wat meer inzicht krijgen in het werken van dit soort organisaties?

70

De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik kijk nog even naar de VVD en Forum. En dan kom ik bij mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik heb nog steeds de vraag eigenlijk niet beantwoord gekregen over de verhouding van de positie van Dordrecht in het AB. Dus er zit een bijlage in het beleidsstuk waarin zeg maar de positie van Dordrecht met 21 procent van de stemmen geborgd wordt. Met als voorzitterschap en portefeuillehouder duidelijk voordeel. Echter vertaalt zich dat nog niet naar het toch doorduwen van de realistische begroting. De tweede kanttekening die we hebben is: zijn de voorgestelde eigenlijk verhogingen die gedaan worden zijn al een stap in de goede richting. Wij denken dat die ontwikkelingen nog verder omhoog zullen gaan. En is dat dan echt realistisch wat u voorstelt? Dat zijn eigenlijk de twee dingen die wij nog graag aangevuld willen zien. De voorzitter: Oké. VVD nog? De heer Kwaak: Ja, dank u, voorzitter. Ik heb de wethouder aangehoord en ik kan wel aardig meegaan met hem. Ik wou zeggen dat we redelijk positief zijn, nu we de antwoorden gehoord hebben van de wethouder. Ik kan met mijnheer Burakçin kan ik meegaan over de verordening die we zouden krijgen. Dat zou voor het zomerreces komen, hadden we afgesproken. En ik wil graag dat er nog sterker gemonitord wordt, dat zou ik graag willen horen. Vooral in ‘…’ straks. De voorzitter: Oké. Mijnheer Kleinpaste.

O, ik dacht dat u net aangaf van: ik wil nog wat zeggen. Oké, mevrouw Simon-van Waardhuizen nog wat toevoegen? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Nou, voorzitter. Ik heb eigenlijk geen opmerkingen. En de zienswijze in concept die kunnen we vanuit Beter voor Dordt ondersteunen. Dus wat mij betreft geen tweede termijn. De voorzitter: Prima. Dan geef ik de wethouder nog de gelegenheid om op de tweede termijn … O natuurlijk, u had uw hand opgestoken. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, ik wilde eigenlijk gewoon een algemene opmerking maken. Ik had al gezegd dat we akkoord waren met de zienswijze zoals die er ligt. Maar eigenlijk is het heel vreemd vind ik dat we het hebben over het inkopen van zorg, wat gewoon een maatschappelijke nutsvoorziening zou moeten zijn. En ja, dat brengt ook een heel groot gedeelte natuurlijk van die overhead met zich mee en ook belangentegenstellingen. Want ja, een hele dure zorgaanbieder die heeft er natuurlijk ook belang bij dat eigenlijk de kinderen of de jeugd die ze onder hun hoede hebben zo lang mogelijk blijven, want dan verdienen ze er zo veel mogelijk aan. Maar ik denk dat we na moeten denken van hoe we zowel lokaal als zeg maar in regionaal niveau, op Zuid-Holland Zuid niveau, de marktwerking gewoon zo veel mogelijk terug kunnen brengen. En daarmee ook de overhead, dat wou ik in ieder geval nog even meegeven. De voorzitter: Dank u wel.

Ja, daar bent u heel consistent inderdaad in, in dit punt. Wethouder, nog reageren. De heer Van der Linden: Ja, ik reageer allereerst even op het laatste punt, want dat is een consistent punt van u. Het roept ook wel de vraag op: hoe wil je het nou organiseren

71

met elkaar? Kijk, ik denk dat het best ingewikkeld zou zijn als je als overheid zou zeggen: alles wat je aan zorg zou willen en kunnen aanbieden, dat moet je allemaal in overheidshand hebben. En dan kun je ook een debat voeren hoe het in de jaren ’70 ging of ’80 en dat je toen een hele omslag hebt gehad enzovoorts. Ik denk dat een deel van de innovatie die je nodig hebt zit in de markt. Een deel van de flexibiliteit die je nodig hebt zit ook in de markt. Ik ben het wel met u eens als je constateert dat een ondernemend zorgaanbieder, ja, die zal altijd een winst- en verliesrekening hebben. Een deel van het risico leg je ook daar neer. Dus dat er winsten worden gemaakt en dat er soms ook prikkels in het systeem zitten om iemand lang in zorg te houden, dat risico loop je. Afgelopen anderhalf jaar hebben we nieuwe inkooptrajecten georganiseerd met elkaar en er is goed op gelet dat we zo mogelijk sturen op fixatie van de termijnen. Natuurlijk als een zorgprofessional, het jeugdteam, zegt: het moet langer. Dan moet je dat mogelijk maken. Maar niet meer zomaar onbeperkt jarenlang. Daar is ook wat kritiek op vanuit zorgprofessionals die zeggen: ja, vroeger kon dat echt langer. En nu moeten we iedere keer weer aangeven of het verlengd moet worden. Ja, dat is een dilemma. We hebben echt wel serieuze interventies kunnen doen of we kunnen goed meekijken op inkomens van de zorgbestuurders.

En in zekere zin ook op winstpercentages. Nou, een paar procent winst is voor een aanbieder moet je kunnen maken, anders kan je ook niet investeren en je continuïteit waarborgen. Maar soms hoor je natuurlijk ook verhalen over perverse percentages van winsten van grote instellingen ver weg die ook veel moeilijke te traceren zijn of te duiden zijn van: waar komt dit vandaan? En daar proberen we wel steeds meer zicht op te krijgen. We proberen ook, en dat is meer een inhoudelijke overweging dan een financiële, maar we proberen wel om een aantal van die grote voorzieningen af te bouwen, zodat je veel meer in je eigen regio kleinschaliger bijvoorbeeld dan die bedden kan organiseren. De voorzitter: Even gezien de tijd. De heer Van der Linden: Gezien de tijd ronden we het hier af. Dit is wel een leuk debat. De voorzitter: Ja, we hebben nog vijf minuten. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Vijf minuten. Mijnheer Burakçin vraagt heel terecht naar: ja, er zou een verordening komen. Dat klopt, we hebben in februari hebben we de nieuwe verordening jeugd vastgesteld. Met de toezegging die al eerder ook was gedaan door mijnheer Heijkoop op WMO. En we gaan naar de verordening toe. Wat we voor de vakantie willen hebben is de startnotitie om naar die verordening te komen. Die startnotitie is vandaag goedgekeurd door het college, dus die komt uw kant op.

En daar zit ook een proces in. Wij denken, kijk, we hebben nu goede bij-gepluste verordeningen. Daar komen nog nadere regels op enzovoort, dat werkt even. Maar de startnotitie is bedoeld om het gesprek met uw raad te voeren over: hoe stellen wij ons dan die ene verordening beweging voor? Want je moet wel een werkbare verordening krijgen en niet allemaal verbijzonderingen weer per wet. En daar moet je ook even tijd voor nemen met de raad. Dus ik denk dat dat best een jaar kan duren, dat proces. Maar die startnotitie, die gaat u eerst op uw agenda krijgen en vaststellen of amenderen en aanvullen. Ja, een thema-avond bijvoorbeeld over Veilig Thuis, jeugdbescherming en veilig opgroeien is teamwerk lijkt mij heel zinvol. We stoppen er veel geld in en het gaat om kwetsbare inwoners vaak. Het lijkt me heel goed om dat gesprek te hebben. Maar ik denk dat er nog wel andere onderwerpen zijn, maar daar kunnen we met de griffie naar

72

kijken. En ja, u stelt nog de vraag: is dit nou realistisch, zes procent? Als je langjarig kijkt naar wat de SOJ heeft ge-forecast, om het met heel lelijk Engels te zeggen, dan kloppen vaak de voorspellingen van de SOJ behoorlijk goed. En het is dan het debat in het AB geweest wat heeft gezorgd voor: nou, we gaan toch een beetje zuiniger zitten. En dan klopt het, wij hebben geen meerderheid. In veel gevallen hebben we gewoon geconstateerd: oké, we worden het toch eens. Dat is meestal zo bij de besluitvorming in het AB. Je hoeft helemaal niet te stemmen, af te kijken naar de stemverhoudingen. De begroting hebben we vaak een minderheidsstandpunt. En ik heb ook al een paar keer aangegeven: oké, we gaan niet stemmen, het is duidelijk. De meerderheid wil zuiniger. Ik geef wel aan: over een halfjaar zitten we hier weer en dan hebben we het over het aanvragen van extra ruimte bij de raden. En u weet wat het oplevert, namelijk heel veel briefwisseling met zurigheid. Nou, dat gaan we nog wel eens zien wordt dan gezegd. En inderdaad, dat zien we ook altijd. Dordt krijgt dan gelijk. Dat is vervelend, maar nogmaals: ik snap wel dat lokaal het soms heel ingewikkeld kan zijn. Als je weinig ruimte hebt op al je andere thema’s en iedere keer weer op jeugd moet bijpassen, dan is dat lastig. Tot zover, voorzitter. Binnen de tijd en kort. De voorzitter: Dank u wel. Ja, we moeten nog afronden hè.

Ja, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ja, mag ik toch nog een ding meegeven als het gaat over de bijeenkomst die mijnheer Burakçin voorstelt? Want ik ben best gecharmeerd om zoiets te doen. Maar ik zou toch op voorhand willen zeggen: laten we ervoor waken dat we niet al te diep in de uitvoering en details gaan, maar wel het doen dan met gegevens waar je als raad en als commissie echt op kunt sturen. Dat we dat op hoofdlijnen gaan beschouwen. De voorzitter: Ja, dank u wel voor deze aanvulling. Dan hebben we de tweede termijn ook gehad. Dan is nu de politieke vraag: kunt u instemmen met de zienswijze? Ik begreep dat er inmiddels een aantal fracties niet meer twijfelt en kan instemmen, wel zegt van: laten we vooral blijven monitoren. Dus misschien dat de wethouder nog wel de toezegging kan doen, want we krijgen natuurlijk bij de eerste BERAP, de eerste keer dat de thermometer erin gaat, misschien is het goed dat dit college dan daar ook een duiding bij geeft, ook aan de hand van de opmerkingen die gemaakt zijn en de zorg die hier geuit is. En dan vraag ik nog even aan mijnheer Versluis hoe u hierin zit. De heer Versluis: Ja, dank voor de antwoorden en ook fijn dat de wethouder ook de belangen van Dordrecht blijft verdedigen in het AB en ook steeds gelijk krijgt, dat stelt ons ook gerust. Wij denken nog steeds dat die percentages wat aan de lage kant zijn.

We gaan wel mee in de zienswijze, een zienswijze is beter dan geen zienswijze. We zouden dan wel willen vragen om de voorgestelde verhoging in ieder geval mee te nemen en dan later in de monitoring weer terug te kijken of het ook realistisch geweest is. Dus dank daarvoor. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan concludeer ik eigenlijk dat het stuk gehamerd kan worden. Dat wordt volgens mij dan in de hamerraad van volgende week, dan zijn we ook nog mooi op tijd om de zienswijze in te dienen. Dan hebben we nog een punt en dat kan kort. We hebben het de vorige keer gehad over een regionale raadswerkgroep jeugd. Die werkgroep die gaat waarschijnlijk door, want er zijn een aantal leden die daar ook in de vorige periode inzaten die graag doorwillen en waarschijnlijk nog met een voorstel

73

komen. Er is, dan moet ik even kijken, er is een motie geweest in de gemeente Molenland. Daar is een motie aangenomen waarin de gemeenteraad uitspreekt contact te willen leggen met collega-fracties en andere gemeenteraden om de krachten te bundelen. Die motie heeft betrekking op het werkgebied van de serviceorganisatie jeugd. En de vraag is of er vanuit de verschillende partijen in onze gemeenteraad die zich met de SOJ bezighouden ook belangstelling is om daaraan mee te werken. Gezien de tijd lijkt het me het handigst als u mee wil draaien in wat dan eigenlijk de voortzetting van de regionale werkgroep is, om dat bij onze commissiegriffier te melden. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, ik vind het toch een wat lastige vraag, omdat ik me dan onmiddellijk afvraag hoe zo’n werkgroep zich verhoudt tot het feit dat met name dat aspect van die solidariteit eruit gehaald is en gemeenten steeds meer hun eigen gang gaan. Dus in welke mate is dan zo’n werkgroep nog heel erg relevant? Dat is voor mij onduidelijk eigenlijk. De voorzitter: Dat is een goede vraag. Kijk, hij was niet helemaal gekoppeld aan de solidariteit. De solidariteit zit op geld, terwijl we natuurlijk nog wel met elkaar in de gemeenschappelijke regeling zitten, dus ook een aantal gemeenschappelijke belangen hebben als het gaat om kwaliteit van inkoop van zorg.

En het tweede punt is dat er een mogelijkheid is, want er is een nieuwe wet in de maak op de gemeenschappelijke regeling, die ligt in de Eerste Kamer. Als die aangenomen wordt, dan is er ook de mogelijkheid om vanuit de raden een adviescommissie te hebben richting het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Dus dan zou deze werkgroep een iets formelere status kunnen krijgen. Maar goed, misschien moeten we daar dan toch nog een keer over doorpraten wat dan precies de consequenties zijn. De heer Kleinpaste: Dat denk ik wel, want dan beginnen er bij mij alle alarmbellen als het gaat om de democratielegitimering ervan. De voorzitter: Dan zitten we weer in een heel ander traject en dat wordt nog ingewikkelder inderdaad. Maar laten we afspreken dat degene die in ieder geval mee wil draaien aan een regionale werkgroep dat even meldt. En dat we op dit punt nog een keer wat uitgebreider terugkomen. Dan dank ik u allen en wens ik u nog een goede bijeenkomst toe vanavond.

4. Uitgangspunten en scenario's bomenonderhoud (consultatie) Voorzitter: mevr. Vol-van der Holst Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz

74

De voorzitter: Goedenavond allemaal. Ik zou heel graag willen beginnen. Ik zou even willen vragen of mensen stil willen zijn, dank je wel. Nou, het is een heel mooi onderwerp vanavond, we gaan het hebben over bomenonderhoud. Allerlei scenario’s. En we hebben gelukkig ook mensen thuis die kijken, dus die wens ik welkom sowieso. Mensen in de zaal achter mij en de raadsleden en commissieleden die zich hebben bijgevoegd. Het lijkt mij wel even zinvol om een klein rondje te doen. En ik begin bij mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, Jan-Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland. De heer Venderbos: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Schalken: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Koole-Bruurmijn: Astrid Koole-Bruurmijn, Beter voor Dordt. Mevrouw Van Vugt: Franciske van Vugt, CDA Dordt. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Cobben: Servaas Cobben, Forum voor Democratie. De heer Merx: Mark Merx, wethouder. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, PvdA Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer, ook GroenLinks. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt.

De heer Portier: Ronald Portier, Socialistische Partij en net zoals iedereen uit Dordt. De voorzitter: Nou, welkom allemaal. Het is een beeldvormende bijeenkomst. Het college wil het definitieve bomenprogramma eind 2022 vaststellen, ter vaststelling aan de raad voorleggen, excuus. De startnotitie bomenprogramma is een tussenstap en is opgesteld aan de hand van uitgangspunten van een klankbordgroep uit de raad in november 2021. Met input van de groenorganisaties, vertegenwoordigd voor een heel groot deel achter mij, waarvoor dank. Het college wil de inhoud van de startnotitie bomenprogramma graag toetsen bij de raad, zodat de input vanuit de raad kan worden meegenomen in het definitieve bomenprogramma. We gaan beginnen met een korte presentatie zo meteen van het bomenmanifest van Platform Duurzaam Dordrecht, IVN, de Bomenridders en Stichting De Stad, door mevrouw Anneke van Veen. Daarvoor heeft zij vijf minuten, ik ben niet heel streng. Is het handig als mevrouw met microfoon daar gaat staan? Ja, u

75

mag daar staan. Daarna komen de andere insprekers over de startnotitie, mijnheren John van Steeg namens de Bomenridders, maar die ga ik dan straks nog een keer melden. Zal ik dat zo meteen maar doen? Ja, is goed. Dan geef ik het woord aan u. Mevrouw Van Veen: Fijn, dank u wel. Ja, ik heb geen presentatie, ik ben de presentatie. En de presentatie is ook samengevat in ons manifest. Want er zijn twee insprekers namens de bomenliefhebbers en ik mag het manifest aanbieden. En ik lees maar even voor, want ik spreek namens een aantal organisaties, dus dat is beter. Ik ben blij de gelegenheid te hebben om ons bomenmanifest ook aan de nieuwe raad aan te kunnen bieden. In het verkiezingscafé heb ik het aangeboden aan Rick van der Linden, maar we doen het nog een keer omdat jullie gewoon helemaal gesteld zijn om voor de bomen te gaan zorgen. We vinden het fijn om dat nog een keer aan te bieden. Maar de aanloop was minder vrolijk, want uit boosheid en frustratie hebben verschillende organisaties elkaar opgezocht. En dat zijn de organisaties waarvoor ik mag spreken. En dat zijn Platform Duurzaam Dordrecht, de Bomenridders, IVN en Stichting de Stad. Het was boosheid en frustratie over het bomenbeheer in onze stad.

Het verlenen van kapvergunningen voor monumentale bomen, de kap van prachtige bomen in parken, de grove manier van opsnoeien, het kappen van vrijwel alle bomen in het Wielwijkpark terwijl er een zogenaamde groene wijk wordt gebouwd. En zo waren er nog meer dingen. In de periode waarin bomen steeds meer worden gewaardeerd, ook vanwege allerlei bijkomende effecten, vanwege allerlei effecten zoals het tegengaan van hittestress in de stad, gezondheidseffecten, CO2-reductie en wat al niet meer. En onbetwist, ik denk dat we daarover geen discussie meer over hebben, onbetwist leveren bomen een ontzettend belangrijke bijdrage aan ons welzijn voor nu en straks. Bewoners worden dan ook gestimuleerd door de gemeente om meer groen te planten. We leven in een tijd waarin we kortom moeten samenwerken aan groene buurten en een goede stad. En achteruitgang van het gemeentelijke bomenbestand is dan ook denk ik zal iedereen zeggen onacceptabel. We hebben als organisaties samen dit manifest opgesteld op initiatief van Jan Janssen van het Platform. Die heeft gezegd: ja, iedereen is apart bezig, we moeten gewoon bij elkaar komen. Jan aanwezig, jullie kennen hem vast allemaal. Dat was een onwijs goed idee, Jan. U krijgt het stuk ook digitaal of u heeft het al gekregen. De hoofdlijnen zijn: koester het bestaand bomenbezit, het is ons natuurlijk kapitaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/455/documents/18046