CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05-17 Notulen Dordtse Dinsdag (1).pdf

Gemeenteraad Dordrecht 5 juli 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 10, 17, 24 mei en 14 juni 202249.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Maar goed, we zijn allemaal al twee jaar bezig dus die gebiedsvisie voor de provincie zit er ook aan te komen dus dat moeten zij ook weten. Dus lang verhaal kort: wat gaan we daar echt als drie gemeentes aan doen, want dat is voor alle gemeentes volgens mij bepalend, dat hele verlanden en verzanden van kreken.

40

Mevrouw Bruggeling: Ja, dat staat nu niet zodanig in die visie dus ik kan, die vraag is volgens mij ook gewoon een beetje een politieke vraag, dus die laat ik ook aan jullie. Tegelijkertijd wat ik wel kan beantwoorden is dat ik inderdaad naar aanleiding van die brief van HISWA-RECRON en de Biesboschfederatie nog even contact met hen heb gehad afgelopen dagen: hoe moeten we dat nou duiden? Ook richting u als raadsleden. En wat ik daaruit begrijp is wat zij als boodschap willen meegeven is dat ze echt wel te spreken zijn dat dit een verbetering is ten opzichte van de eerste versie van de visie en dat zij met name aandachtspunten ook willen meegeven richting de uitvoering. En richting inderdaad ook een aantal andere ‘…’ die lopen in de Biesbosch en daar uw aandacht ook voor willen vragen. De heer Den Haan: Ja nou, dank voor je uitleg. Maar wat ik dan graag gezien had, maar ik weet niet of dat kan, is dat in die visie toch wel wat strakker en steviger wordt opgenomen dat dit onderwerp als het ware deel uitmaakt van de visie. Want dat is onlosmakelijk verbonden met, laat ik het maar zo zeggen, de vragen en ellende die het oproept. Mevrouw Bruggeling: Ja.

Maar ook hierover is het natuurlijk ook wel zo dat het beheer dus bij de provincie ligt en tegelijkertijd ook dat het Biesboschnetwerk niet alleen bestaat uit de gemeenten, watersporters, recreatieve ondernemers maar ook juist Staatsbosbeheer en provincies en natuurbeschermers. De heer Den Haan: Tot slot dan nog even want dan houd ik op want anders zou ik de vergadering ophouden. Maar ik heb bij die tweede bijeenkomst gezeten in het Golfpark en daar heb ik de vraag gesteld en vergeef me even dat ik dat zeg, want dat was de mijnheer met de stropdas van Staatsbosbeheer en die kwam er niet uit toen ik vroeg: wie is er nou verantwoordelijk voor … Ja, dat is de provincie. De praktijkman van Staatsbosbeheer, die gaf wel een degelijk goed antwoord. Maar daar gaat het al fout. En als u dan gaat vragen: ja, maar wat gaat de provin… of bent u nu een adviesorgaan, als ik dat vraag aan Staatsbosbeheer, bent u adviesorgaan voor de provincie? Dan zeggen ze nee, over het verlanden daar gaat de provincie over. Ik zei nee, dat vraag ik niet, ik vraag of u een adviesorgaan bent. Want als ik nou u het advies kan geven dat u die kreken niet wil laten verlanden, want dat is niet goed. Nou, daar krijg ik geen antwoord over. En dat zorgt ervoor dat bij 1500 motorbootliefhebbers vanuit Altena niet het vertrouwen is dat dat in de toekomst goedkomt. En dat is maar wat ik even plat aan u meegeef.

Mevrouw Bruggeling: Maar ik denk juist dat dan de noodzaak juist is om dit Biesboschnetwerk met elkaar samen vast te houden en daarin integrale oplossingen te ontwikkelen. Maar volgens mij was er niet een specifieke vraag bij, toch, nog? De heer Den Haan: Nou, dat ging over het opnemen in de visie. Om dat kracht bij te zetten in de richting van de provincie. Ik ga eigenlijk door op het verhaal van Janet hiervoor. Mevrouw Bruggeling: Ja. Oh, is dat zo? Ja, ik begrijp hier van de griffie dat inderdaad de visie ook nog gewoon in de aparte raadscyclus komt, dus dat u daarover dan nog met elkaar over van gedachten kunt wisselen. En wellicht dat dat ook een onderwerp kan zijn

41

waar u op 10 juni met elkaar over van gedachten kan wisselen. Als het goed is zie ik een ander handje. Is dat Sarien? Mevrouw Hoevenaar: Ja, goedemiddag. Dat klopt, ik ben Sarien. Ik wil Janet en Philip wil ik toch eigenlijk wel eventjes bijstaan, want wij gaan een gebiedsvisie vaststellen en als wij die gebiedsvisie vaststellen en wij geven niet onze zorgen over het verlanden en over het procesnatuur weer, dan is het gewoon over een aantal jaren is het gewoon gebeurd met het varen in de Biesbosch. In de raad van Drimmelen hebben wij een amendement ingediend om dit kracht bij te zetten. En ik roep eigenlijk de raad van Altena op: als jullie je zorgen maken over het verlanden en over procesnatuur, laat we ons eigen dan sterk maken en ervoor gaan dat we dat rondje in de Biesbosch kunnen varen. En ik vind dus echt met de sprekers hier voor mij dat procesnatuur en het verlanden echt een punt is voor de gebiedsvisie. We praten over de gebiedsvisie en niet eigenlijk, ik … Als ik kijk naar de gebiedsvisie zie ik alleen de schil. Daar wordt heel veel gesproken over de schil maar niet over het rondje in de Biesbosch. Daar wordt maar een heel klein item aan, ja, voor gebruikt en dat vind ik heel erg jammer. Dus ik roep toch wel op om dat procesnatuur nog eens heel goed onder de aandacht te brengen.

En vooral bij de provincie want een provincie die gaat pas akkoord met althans een gebiedsvisie en, ja, hoe dat het beheer onderhouden moet worden, dat gaat pas in overeenstemming met heel veel gebruikers. Dus als wij het nu niet kenbaar maken dan is het gewoon voorbij. Mevrouw Bruggeling: Nou ja, daar heb ik al twee reacties op, enerzijds is het dus inderdaad al kenbaar gemaakt. Er is een werkgroep op bezoek geweest met twee gedeputeerden waar dat al onder de aandacht is gebracht. Ten tweede heb ik van de provincie begrepen dat er bij het tot stand ook komen van zo’n, of het ontwikkelen van zo’n beheerplan dat er ook wel een participatieproces lopende is. Hoe dat er precies gaat uitzien dat weet ik nog niet, dus daar kan ik geen antwoord op geven. Maar die twee, dat is wat ik aan technische beantwoording kan meegeven voor u. Mevrouw Hoevenaar: Ja maar, waarom mag er dan niet iets in die visie ingenomen worden vanuit Altena en vanuit Drimmelen? En misschien wil Dordrecht dit ook wel. Dat is toch gewoon een aanscherping van de visie? Mevrouw Bruggeling: Ik heb hier verder geen antwoord op Sarien, sorry. Het is wat mij betreft een politieke keuze, dus dat is aan u. Verder nog vragen? Arjan. De heer Versluis: Ja, misschien niet direct een vraag maar ik hoor jou een paar keer zeggen: dat is een politieke keuze.

Nou goed, volgens mij zitten we allemaal als politici ook in deze Teams meeting. Ik heb begrepen dat Drimmelen heeft een amendement aangenomen, de gemeente Altena heeft in februari ook een amendement aangenomen met ik meen vier à vijf punten. Twee van die punten zie ik ook niet terugkomen in de visie en dat heeft toch wel met een groot deel te maken met het beleefbaar en bevaarbaar maken van de Biesbosch. En tot heden wordt natuurlijk toch iedere keer met een grote boog omheen gelopen. Kijk, visie allemaal prima, prachtige verhalen daarin, maar ik ben ook weer verontrust door de brief die ik gister in de mailbox krijg van RECRON, zes pagina’s lang. Ik heb zelf in ieder geval nog niet de hele herziene visie kunnen lezen maar ik zie wel zo’n brief al van zes kantjes komen. Ik denk: nou ja, dat is dus een van de partners die in dat overleg heeft gezeten. Maar blijkbaar zijn die dus nog lang niet tevreden met de visie. Dus voordat ik begin te lezen krijg ik een brief van zes

42

pagina’s. En dan kun je zeggen: ja, het heeft met name met de uitvoering te maken. Nou, ik oordeel de brief toch iets anders. Ik beoordeel dat als grote zorgen die deze mensen hebben als het gaat om het gebruik van de Biesbosch. Dus waarom inderdaad gewoon iedere keer zo’n omtrekkende beweging als het gaat om het onderhoud van de Biesbosch? Dat is toch een heel belangrijk item om iets met die Biesbosch te kunnen doen? Mevrouw Bruggeling: Ik heb ook niet een hele specifieke vraag anders gehoord dan wat uw voorgangers al aan mij hebben verteld. Of heb je wel een specifieke vraag … De heer Versluis: Nou, laat ik zo zeggen: als dat moeilijk is in deze ontmoeting en we hebben in de afzonderlijke raden toch nog een debat, laten we daar dan maar het debat voeren. Want we komen denk ik in dit overleg er niet uit. Mevrouw Bruggeling: Nou ja, ik hoop vooral dat u aanwezig kunt zijn op die 10 juni waarop u dat ook met elkaar kunt bespreken. Maar inderdaad, wat ik al zeg van de visie Balanceren in de Biesbosch: het Biesboschnetwerk is meer dan de drie gemeenten. Het is ook allerlei andere partners die ook andere belangen hebben in deze. En in dat soort gevallen is inderdaad in die visie af en toe voor gekozen om het thema te omschrijven maar nog niet een standpunt daarover in te nemen omdat dat er nog geen consensus over is. Ja.

De heer Versluis: Maar misschien afsluitend nog wel even: ik heb begrepen dat RECRON zit als lid, over de vertegenwoordiger van RECRON, zit in de stuurgroep. Dus heel dicht bij het vuur. Heeft eigenlijk bijna meegeschreven aan deze herziende visie. Mevrouw Bruggeling: Klopt. De heer Versluis: Hoe beoordeelt u dan dat er dan toch een zienswijze noem ik het dan maar, een brief van zes pagina’s op de mat ligt? Dat is volgens mij een technische vraag, hoe beoordeelt … Mevrouw Bruggeling: Nee, heel goede vraag. Nee, dat is precies waarom ik afgelopen dagen ook zowel met de Biesboschfederatie als met HISWA-RECRON heb gebeld omdat inderdaad dat ook bij mij wel een vraag was. Maar inderdaad: wat ik net had aangegeven, zij zien toch nog wel de noodzaak om een aantal aandachtspunten bij u onder de aandacht te brengen maar hebben wel degelijk vertrouwen in hoe het proces nu loopt en dat ze meer betrokken zijn. En ook volgens mij in die brief staan een aantal uitnodigingen in waar zij ook nog actieve rol zouden willen vullen in het Biesboschnetwerk. Dus zo heb ik hem begrepen dat ik dat moet beschouwen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Cobien, kan ik even wat vragen? Ik wil graag mede de medespreker die we net hebben gehoord uit Dordrecht wil ik benadrukken dat wij daarmee eens zijn.

Verder heb ik nog de volgende vraag: klopt het dat de beroepsvissers geen quotum hebben voor het wegvangen van vis uit de Nieuwe Merwede en de Biesbosch? Deze vissen zijn een voedingsbron voor de vogels, waaronder de zeearend. De vis die gevangen wordt, waaronder voorn en brasem, wordt verkocht als pootvis. Deze vis gaat in containers naar België en Frankrijk om daar uitgezet te worden in commerciële vijvers waar mensen tegen betaling kunnen vissen. Mijn vraag is: hoeveel

43

vis wordt er gevangen en houden de vissers zich aan de gesloten tijden zoals paaiseizoen? Want ik kan nergens wat terugvinden over beroepsvissers. Mevrouw Bruggeling: Nee. Ik moet u ook het antwoord op deze vraag schuldig blijven, ik weet het ook niet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Want we zijn bezig met de ‘…’, die willen we onder water zetten omdat dat een broedkamer moet worden voor de vissen. En aan de andere kant worden alle vissen door de beroepsvissers weggevangen. Dus dan denk ik: waar zijn we mee bezig? Mevrouw Bruggeling: Ja. Nee, ik heb hier geen antwoord op, dit is niet inderdaad onderdeel van de bespreking van de visie geweest. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dit is totaal niet bekend hoeveel vis er gevangen wordt? En er is geen quotum op de vissen? Dat is toch raar? Mevrouw Bruggeling: Ik weet het niet. Ik weet het gewoon … Mevrouw Lammens-Oostdijk: Oké, want er is wel weer een toestemming uit de provincie gegeven dat ze verder mogen vissen. De beroepsvissers. En ze hebben tegenwoordig, kijk, vroeger ging het met een netje, maar tegenwoordig doen ze dat gewoon met een dieptemeter en je kan alle scholen vis zien en alles wordt weggetrokken. Er blijft gewoon geen vis meer over in de rivieren en in de Biesbosch. Ik dacht dat dat niet de bedoeling was van een natuurgebied. Mevrouw Bruggeling: Ja, ik snap je zorgen maar ik weet het niet of er een quotum is, zo ja, welk quotum.

Ik kan misschien wel eventjes nagaan in het netwerk wie daar wel een goed antwoord op kan geven voor u. Is dat … Helpt dat? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, bedankt. Mevrouw Bruggeling: Oh, ik begrijp hier van de griffie dat dat via hen gaat. Zij sturen het antwoord op de vraag, hoor ik hier. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Oké. Mevrouw Bruggeling: Sarien? Oh, je microfoon staat nog uit. Mevrouw Hoevenaar: Ja, sorry. Ik heb nog een vraag over toezicht en handhaving. We hebben kunnen lezen dat het overeenkomst die ondertekend is met de gemeentes en Rijkswaterstaat, Evides en Staatsbosbeheer eind 2022 afloopt. En die overeenkomst, daar zijn zaken geregeld over toezicht en handhaving. Hoe wil men dan toezicht en handhaving verder op gaan pakken? En als vervolg heb ik ook kunnen lezen dat er een integrale visie over veiligheid, ja, die moet nog opgesteld worden. Maar in de visie, daar wordt ook gesproken over omliggende gemeenten en die hebben daar belangen, die hebben allerlei wensen en die hebben ook een voorkeur, van alles uitgesproken. Gaan die meebetalen aan toezicht en handhaving? Want we trekken alleen maar heel veel meer toeristen naar de Biesbosch toe waardoor de druk op veiligheid, ja, steeds groter

44

wordt en er dus mogelijk ook wel meer toezicht en handhaving zou moeten zijn. En ik vind het heel mooi dat omliggende gemeentes mee mogen praten in deze visie als netwerkgebruikers, maar voor de rest, ja, wat bieden hun ons als eigenlijk betalers aan de Biesbosch? Wat bieden hun aan Drimmelen en aan Dordrecht en aan Altena? Mevrouw Bruggeling: Dit is ook wat mij betreft ook wel een politieke vraag, maar wat wel een aandachtspunt is inderdaad is de afloop van die DVO. En zover ik weet wordt er wel gewerkt aan te kijken wat erna komt, of die DVO wordt verlengd omdat, wat ik tot nu toe hoor is dat de samenwerking goed loopt of dat er toch wensen zijn om daar iets op aan te passen. De heer De Boer: Cobien? Cobien, ik, even als een vraag op de opmerking van Sarien, want in het stuk staat inderdaad dat inwoners die vinden dat er te weinig toezicht en handhaving is, dat is ook eigenlijk onderzocht. En opruimacties, daar kunnen ze, die kunnen op steun rekenen. Nou ja, als ik hem zo lees dan lijkt het alsof de bewoners straks opruimacties gaan organiseren. Dat is een beetje een andersom verhaal, dus ik zeg, ja, ik vind het wel heel bijzonder dat er nu al eigenlijk vanuit wordt gegaan. Maar goed, inderdaad, ik weet niet in hoeverre dat mee wordt genomen dat inwoners dus vinden inderdaad dat er te weinig handhaving is.

Want ik heb wel gelezen, ik kom er ook regelmatig, het staat allemaal in het stuk natuurlijk. Dus niet alleen het afval maar ook de hennepkwekerijen en andere dingen die daar gedaan worden, dus. Mevrouw Bruggeling: Klopt, klopt. Het is echt wel een groot vraagstuk als het gaat om handhaving. Tegelijkertijd: het is zo’n groot gebied dat, wat je ook vaak hoort is dat je kunt daar een gerichte actie doen, maar de helft van de tijd is de vogel dan al gevlogen, laat ik het zo zeggen. Dus het is ook niet alleen op te lossen met handhaving, wat ik begrijp. Maar en en. Nee zeker. Dus ook op de preventie, op de bewustwording en op handhaving. Maar ja, ook daar heeft u ook zelf een keuze als het gaat om inzet van handhaving. Vanuit Dordrecht nog vragen? Volgens mij zijn we ook een beetje aan het einde van de tijd gekomen. Dus als in ieder geval in deze eerste informerende ronde de vragen zijn beantwoord, dan wil ik nogmaals zeggen dat ik u hoop te ontmoeten op 10 juni in het Biesbosch MuseumEiland en heel erg te bedanken voor de aanwezigheid hier vandaag. VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG VRAGENHALFUUR DORDRECHT D.D. 17 mei 2022 Vergaderkamer 1 Voorzitter: dhr. Stolk Raadsgriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz 2. Vragenhalfuur De voorzitter: Beste collega’s, het is zeven uur en we gaan starten met het vragenhalfuurtje.

Als iedereen stil wil zijn, dan hebben we ook voldoende tijd voor alle vragen. Welkom allemaal, welkom mensen die digitaal meekijken, luisteren, welkom gasten en welkom collega’s. Het vragenhalfuur, vandaag voor de tweede keer en het is goed om te constateren dat we er met elkaar aan werken om van onze Dordtse Dinsdag

45

nu, maar zeker ook in het bijzonder dit vragenhalfuurtje, te optimaliseren. Vorige week waren er veel vragen en is er uit efficiencyoverwegingen voor gekozen dan de vragen samen te vatten. Dat gaf bij een aantal mensen een teleurstelling en achteraf gezien ook zeker een terecht punt. We gaan het nu ook anders doen en ik wil ook voorstellen dat we er iedere keer met elkaar van leren en als jullie suggesties hebben, dan kunnen jullie die altijd geven richting de griffie ook. We hebben nu met elkaar besproken dat we de vragenstellers één minuut geven om hun vraag nader toe te lichten. De vraagindiener kan dat zelf doen. Uiteraard is dat natuurlijk als aanvulling op het feit dat de vragen al gepubliceerd zijn, die kunnen de mensen al terug lezen. Er zijn voor vandaag vier vragen en ik herhaal voor de zekerheid nog even dat we hier geen politiek debat voeren. Een eventuele aanvullende vraag kan natuurlijk altijd wel, maar mocht het politiek worden dan is het goed om in ieder geval de agendacommissie in te schakelen om te kijken of we het punt kunnen agenderen. Met vier vragen hebben we ongeveer zeven en een halve minuut per vraag, dus dat moet gewoon lukken. Ik wil eigenlijk naar de eerste vraag gaan en de eerste vraag die gaat over energietarieven en die komt van de fractie van Beter voor Dordt. Wie mag ik het woord geven? Volgens mij was dat de heer Boon, he? Gaat uw gang.

De heer Boon: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, veel staat al beschreven in het lijstje wat wij opgestuurd hebben gekregen, maar om even te herhalen. Afgelopen week kwam in het nieuws dat minister van Klimaat en Energie, Rob Jetten, aan het werk is met het loskoppelen van het warmtenettarief in ieder geval van de gasprijs. Nou, dat is een goede ontwikkeling, lijkt me, alleen gaat het hem niet lukken om voor het einde van het jaar met een voorstel te komen, in ieder geval ook naar de kamer te sturen. Dus het ziet er naar uit dat eind dit jaar HVC opnieuw zijn tarieven kan gaan vaststellen met als ruggensteun, als het ware, die hoge gasprijs, waar het naar uitziet, op basis van de geopolitieke verhoudingen, dat die gasprijs nog wel even hoog blijft. Onze vraag is eigenlijk, gezien het feit dat de afgelopen jaren de Dordtenaren die aangesloten zijn op het warmtenet al geconfronteerd zijn geweest met een enorme stijging van het variabele tarief en waarschijnlijk dat dit jaar weer zal gebeuren, is mijn vraag, of misschien een dubbele vraag, is dat onder jullie aandacht, bij het college, en in de tweede plaats, gaan jullie in gesprek met HVC om te kijken of dat toch, vooruitlopend op die loskoppeling, in ieder geval een billijk tarief gerealiseerd kan worden voor de Dordtenaren? De voorzitter: Dank u wel voor de vraag. Een vraag voor wethouder Van der Linden, denk ik.

De heer Van der Linden: Denk ik ook. Dat is ook de enige die er is. De voorzitter: Ik had nog niet links gekeken, sorry. De heer Van der Linden: Dank u wel. Blinde vlek, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ja, dank voor de vraag. We hebben hier kennis van genomen en het is natuurlijk al langer bekend dat die warmtewet aanpassing vereist. Daar zitten we ook allemaal te wachten, want alleen zo ga je echt verder komen met veel meer warmte op een andere manier beschikbaar maken voor mensen. Bij de recente tariefstijgingen zijn er ook al diverse artikel 40 vragen gesteld, daarvan heeft u de antwoorden wellicht ook gezien, daar heeft u misschien kennis van genomen. In die beantwoording is uitgebreid ingegaan op de

46

koppeling die er is tussen warmte en gasprijs en de wijze waarop HVC daarmee is omgegaan. We zien verschillende warmtebedrijven daar op heel gevarieerde manier mee omgaan. Het hangt er ook een beetje van af welk warmtebedrijf het is. HVC is een aan de gemeenten en daarmee ook aan de samenleving gelieerde partij en heeft zich ingespannen om tariefstijging zo beperkt mogelijk te houden en ik heb begrepen, en dat varieert natuurlijk wel per huishouden, dat de tarieven van HVC 27%, gemiddeld, onder het door de ACM vastgestelde maximumtarief zijn gebleven. Natuurlijk zijn we wel met HVC en natuurlijk ook met andere warmteleveranciers of energieleveranciers, in gesprek over de impact van de stijgende gasprijzen. Dit is natuurlijk een thema, een paar jaar geleden was een paar procent van de huishoudens had te maken met energie-armoede. TNO rapporten wijzen uit dat het nu het dubbele of misschien nog veel meer gaat worden, dus dit gaat heel veel mensen raken. Dus we willen ook goed snappen hoe die impact van de stijgende gasprijzen voor warmtenetgebruikers zoveel mogelijk te beperken is. Nu heb ik begrepen, en volgens mij is dat 14 juni, dat HVC dan een presentatie over het warmtenet voor de raad zal houden. Dat lijkt me een goed moment om daar ook nog eens wat dieper op in te gaan met elkaar. De voorzitter: Oké, dank u wel.

Is daarmee de vraag voldoende beantwoord? De heer Boom: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil toch de nuance aanbrengen. Inderdaad, HVC geeft zelf aan van, wij blijven echt wel binnen de lijntjes kleuren, ruimschoots van de mogelijkheden die ze als het ware hebben om op te schroeven, de tarieven. Ja, we willen toch meegeven als Beter voor Dordt fractie om heel hard ons best te doen om in ieder geval ervoor te zorgen dat die tarieven hopelijk omlaag kunnen en er in ieder geval een billijk tarief komt richting de Dordtenaren. De voorzitter: Dank u wel. Voordat het nog verder politiek wordt, houden we het hierbij. Zijn er nog vanuit de rest van de raad aanvullende vragen op dit punt? Zo niet, dan ga ik naar de volgende vraag en die is van het CDA en die gaat over het NOVA Tienercollege. Mevrouw Van Vugt, denk ik. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt, voorzitter. Ik heb inderdaad vragen over het NOVA Tienercollege. We zijn deze week opgeschrikt in de media door het bericht dat het wordt opgeheven en er zijn natuurlijk jarenlang heel positieve berichten geweest en eigenlijk mede naar aanleiding daarvan zijn er ook door mij schriftelijke vragen gesteld, maar voor nu lenen zich deze vragen.

Is er kennis van genomen, zijn er mogelijkheden, zo ja, welke om bijvoorbeeld nog in gesprek te gaan met betrokkenen, ouders, personeel en natuurlijk ook bestuur? Zijn er bevoegdheden van de gemeente en zo ja, ook welke? De laatste, niet onbelangrijk, is het mogelijk om de schriftelijke vragen die hierover gesteld zijn ook eerder af te handelen dan de gebruikelijke vier weken? Omdat het voor kinderen die zich hebben ingeschreven best wel urgent is. De voorzitter: Dank voor de toelichting op de vraag. De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank. We hebben inderdaad ook kennisgenomen van dit bericht, ik heb daar zelf ook wat mailverkeer over zien langskomen, dus dit heeft natuurlijk op verschillende mensen wel indruk gemaakt en heeft ook tot vragen geleid. De mogelijkheden om hierin iets te betekenen, ja, uiteindelijk is de keuze van zoiets is

47

aan het schoolbestuur, maar we zijn zeker bereid, en dat gebeurt natuurlijk ook al, om in gesprek te gaan met de school om te spreken over een goede oplossing voor de kinderen die naar school gaan op het Tienercollege. Bevoegdheden, de commissie voor het toezicht op het openbaar onderwijs en het college hebben een beperkte rol, maar daar gaan we uitgebreider op in bij de schriftelijke beantwoording en keiharde toezegging die ik kan doen, is dat we die inderdaad niet, daar gaan we niet vier weken op wachten, maar die vragen zullen binnen twee weken worden beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Een aanvullende vraag. Mevrouw Stolk: Ja, een aanvullende vraag. Misschien dat dat dan ook meegenomen kan worden, want wij sluiten ons voor een groot gedeelte aan bij de vragen van mevrouw Van Vugt. Het CTOO, u weet, vorig jaar hebben wij daar stevige debatten over gevoerd over het samenvoegen met SKOBA. Dat was in onze ogen ook niet helemaal de weg die bewandeld had moeten worden, maar misschien omdat dat ook gelukt is, het CTOO en de samenvoeging van SKOBA, misschien dat we in ieder geval iets kunnen betekenen voor deze stichting. De voorzitter: Misschien nog een aanvulling van de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Even misschien een check bij mevrouw Stolk.

Is dit een aanvullende vraag of meer iets om mee te geven in de beantwoording? Want dat wil ik graag wel even correct doorgegeven hebben aan de portefeuillehouder. Mevrouw Stolk: Nou, tweeledig. Een vraag, maar ook gelijk even meegeven wat er vorig jaar gebeurd is met SKOBA en het CTOO. De heer Van der Linden: Daar nemen we nu notie van, ja. De voorzitter: Dank u wel, bedankt voor de beantwoording. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor iemand, ja, mijnheer Kleinpaste, ga uw gang. De heer Kleinpaste: Ja, even volledigheidshalve de check, ik neem aan dat de snellere beantwoording van schriftelijke vragen ook de vragen van Gewoon Dordt betreft dan. De heer Van der Linden: Die heeft u over ditzelfde dossier gesteld? Ik weet vrijwel zeker dat dat ook binnen die twee weken zal gebeuren. De voorzitter: Dank voor de aanvullende vraag en ik zie mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Geachte voorzitter, kan de wethouder ook kijken of het mogelijk is dat een ander schoolbestuur deze school over kan nemen? De voorzitter: De wethouder.

48

De heer Van der Linden: Nou ja, dit lijkt me een goede vraag om mee te nemen in de beantwoording, ja. Ook dat hangt natuurlijk wel af, elk schoolbestuur heeft natuurlijk eigen keuzes, maar ik kan me ook voorstellen dat in het overleg tussen schoolbesturen dit een aspect is dat kan worden meegenomen. Daar komt de portefeuillehouder op terug. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ronden we hiermee deze vragen af. Dan gaan we naar de volgende en die gaat over evenementen in de stad en die is door Op Ons Eiland gesteld en volgens mijn toelichting van de heer Tutupoly? De heer Tutupoly: Ja, het evenementenseizoen gaat, na lange tijd, weer beginnen. Het belooft ook druk te worden, denk ik, gezien de coronamaatregelen die nu voorbij zijn. We voorzien eigenlijk ook wat problemen, want er is een tekort, eigenlijk, aan openbare toiletten in de binnenstad. Dus wij vroegen ons eigenlijk ook af in hoeverre het college zorg kan dragen voor tijdelijke voorzieningen en is het college ook bezig met plannen om definitief aan dit soort problemen te werken? Daarnaast zien we ook bij de horecagelegenheden natuurlijk, die hebben heel veel personeel zien vertrekken.

Daarvan vroegen we ons af, is het college nu ook in gesprek met de horeca omdat die evenementen natuurlijk ook voor de nodige druk zorgen? Daarnaast, als laatste, op het Scheffersplein, die is grotendeels gevuld nu met terrassen en ja, hoe ziet het college eigenlijk daar invulling ten aanzien van muzikanten of optredens? De voorzitter: Dank u wel. Normaal gesproken zou ik denken, de heer Burggraaf, maar dat wordt ook door de heer Van der Linden gedaan. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Zeker, ja. Het leven is vol verrassingen, dank u. Nou, drie duidelijke vragen. De toiletvoorzieningen. Ja, bij evenementen is het natuurlijk gebruikelijk om vergunningverlening te regelen met elkaar en het beschikbaar hebben van voldoende toiletvoorzieningen is daarbij wel een element wat wordt meegenomen, is ook een vereiste. Het evenementenseizoen heeft natuurlijk twee jaar min of meer onvolledig of helemaal niet kunnen draaien, dus het is ook weer eventjes opstarten en aanvoelen hoe dingen in de praktijk uitpakken, maar dit wordt expliciet meegenomen in de vergunningverlening bij evenementen. Personeelstekorten, daar hebben we denk ik allemaal kennis van kunnen nemen. Nou ja, mensen gaan iets anders doen als het zo lang mager is in de horeca. Maar we hebben wel het overleg met onder andere Koninklijke Horeca Nederland en daar is ook een cursusprogramma opgezet.

We kijken hoe dat loopt en we werken er ook mee samen. We kunnen geen mensen beschikbaar hebben, zomaar, dat is natuurlijk een andere zaak. Ja, en dan muziek en of andere optredens. Nou, bijvoorbeeld een DJ die voor maximaal 250 personen draait, dat valt onder een klein evenement en als dat op een terras plaatsvindt dan kan dat nu drie keer per jaar. Dit vraagt een melding klein evenement, maar ook een melding voor een incidentele festiviteit in verband met de overschrijding van de geluidsnormen bij zo’n, in dit geval, bij een horeca inrichting dus in ons vergunningenbeleid, evenementenbeleid hebben we hier de goede voorschriften wel bij klaarstaan. De voorzitter: Ik zie een aanvullende vraag van de heer Tutupoly?

49

De heer Tutupoly: Ja, dat klopt. Even twee aanvullende vragen omdat het nog niet helemaal beantwoord was. U gaf aan, ten aanzien van de toiletten, dat zit bij de vergunningen. Het gaat er eigenlijk met name om op Koningsdag bijvoorbeeld zagen we dat daar niks geregeld was, wat dus eigenlijk ook leidt tot overstroming van toiletten in de horeca en dat leidde weer tot sluiting. Dus eigenlijk, mijn concrete vraag is, is er wat geregeld dat, zeker ook met Dordt in Stoom wat er nou aankomt aan grote aantallen bezoekers zal leveren, of daar nu daadwerkelijk wat geregeld is, dat er misschien voorlopige voorzieningen geplaatst worden? En waar ik eigenlijk op doelde ten aanzien van het Scheffersplein niet zozeer hoe het geregeld is met de vergunningen, maar als je kijkt doordat er meer terrassen zitten is er minder ruimte voor en zie je dingen eigenlijk verplaatsen naar het Statenplein. Maar goed, daar heb je natuurlijk maar een beperkt aantal horecazaken waar er gebruik van kan maken, dus het was eigenlijk meer in dat kader de vraagstelling, of er over nagedacht is om daar wel invulling aan te kunnen geven. De voorzitter: Kort nog even de heer Van der Linden.

De heer Van der Linden: Bedoelt u om ook invulling te geven op het Scheffersplein? Of bedoelt u om de overlast op het Statenplein te voorkomen? De heer Tutupoly: Het gaat er eigenlijk om dat je nu geen ruimte hebt, volgens mij, op het Scheffersplein, waar het in het verleden wel het geval was, waardoor je dus het een en ander ziet verplaatsen en ook op kleinere locaties waar eigenlijk het dan heel erg druk gaat worden. De heer Van der Linden: Ja. Nou, in de vergunningverlening op het Scheffersplein is daar dus het aantal optredens drie keer per jaar, met 250 mensen ongeveer. Hoe het voor de andere afspraken geldt, weet ik niet. Ik kan me wel voorstellen dat, zeker met de zomer voor de boeg, dat de drukte zich goed gaat verspreiden, maar dat je dan vanuit meerdere horecagelegenheden de behoefte hebt aan levende muziek. Ik kan daar verder geen concreet antwoord op geven nu. Dus dat zou eventueel schriftelijk moeten kunnen gebeuren. Dat kan, maar dan zou ik wel de vraag zo concreet mogelijk stellen, want dit is een vrij brede vraag. De andere vraag ging over de toiletten. Ja, Dordt in Stoom is natuurlijk een groot evenement, dus daar in alle afspraken ook worden ook de toiletvoorzieningen goed meegenomen.

Wat er op Koningsdag gebeurd is, weet ik niet precies, maar het kan natuurlijk altijd zijn dat er op een bepaald moment een groepje toiletten of een toilet te druk bevolkt is geweest of verstopt raakt en dat het dan overstroomt. In ieder geval is er wel in de vergunningaanvraag voor Dordt in Stoom wel meegenomen dat er voldoende voorzieningen moeten zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel, wethouder Van der Linden. Deze vraag zo voldoende beantwoord, denk ik. Dan ga ik naar de laatste vraag en die komt vanuit GroenLinks, de heer Uysal, en die gaat over de opvang van asielzoekers. De heer Uysal: Ja, dank, voorzitter. Afgelopen week werd een nieuw dieptepunt bereikt in de asielopvang crisis. Tientallen asielzoekers in Ter Apel moesten buiten slapen omdat er voor hen weer geen plek was in het aanmeldcentrum. Hiermee is de asielopvang echt

50

door een ondergrens gezakt. Een paar dagen geleden zei onze premier ook dat hij zich diep schaamde voor de ontstane situatie en ik denk dat wij deze schaamte ook hier met ze alle delen. Het ziet er naar uit dat de komende tijd de druk op de opvangcentra niet zullen afnemen. Dat betekent dat de dreiging blijft bestaan voor de asielzoekers in Ter Apel, dat zij de komende dagen weer buiten moeten slapen. Daarom is het kabinet nu dringend op zoek naar een oplossing om deze asielzoekers toch enigszins een humane opvang te kunnen bieden. In Dordrecht wordt onder andere het gebouw Crownpoint aan de Spuiboulevard als opvanglocatie gebruikt. Daar hebben we 950 beschikbare opvangplekken waarvan slechts de helft, als het niet minder is, wordt bezet door Oekraïense oorlogsvluchtelingen. Vandaar de volgende vraag met betrekking tot dit acute probleem: is het college bereid om de voor de Oekraïense oorlogsvluchtelingen geregelde opvangplekken ook nu beschikbaar te stellen voor asielzoekers in Ter Apel? De voorzitter: Dank u wel voor uw vraag. Ik geef het woord aan de burgemeester. De heer Kolff: Dank en dank ook voor de vraag. Het antwoord kan kort zijn en ik kan er ook een avondvullend programma van maken ik zal proberen het kort te houden, maar ik heb er wel behoefte aan om iets van context te schetsen.

Wij hebben als veiligheidsregio’s en ook als voorzitter van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid de opdracht gekregen om 2000 plekken te creëren voor Oekraïense vluchtelingen. Iedere dag komen nog steeds Oekraïense vluchtelingen het land binnen en die moeten een plek krijgen om veilig te verblijven. Die opdracht is recent uitgebreid van 3000 der veiligheidsregio naar gemiddeld 3000 per veiligheidsregio. Dat betekent dat ondanks dat we nu nog steeds inderdaad, zoals u ook terecht zegt, bedden over hebben in de gecreëerde opvang, er een opdracht ligt vanuit het Rijk aan de veiligheidsregio’s om die aantallen te vergroten. Voor onze regio komt het er ongeveer op neer dat we 2500, in totaal, plekken moeten gaan realiseren voor Oekraïense vluchtelingen. Dat staat nog even los van de particuliere opvang. In totaal hebben we nu op dit moment 2800, pak ‘m beet 2800 plekken in onze veiligheidsregio geregeld waarvan er 735 in Crownpoint zijn gerealiseerd. Daar is nu inmiddels meer dan de helft van bezet en dat groeit eigenlijk iedere dag. Iedere dag komen er nieuwe mensen bij. Het is ook helemaal ingericht op de Oekraïners, inclusief tolken, kinderdagopvang, mensen die daar helpen.

Alles is eigenlijk ingericht op Oekraïense vluchtelingen, plus, we weten dus dat, met de instroom die er nu is, zo’n beetje 1500 tot 2000 Oekraïners in ons land per week, dat dat de komende tijd ook gewoon nodig gaat zijn, die ruimte. Daarnaast hebben we de vluchtelingenopvang zoals die landelijk wordt georganiseerd. Daar is het COA primair verantwoordelijk voor, Centrale Opvang Asielzoekers. De eerste plek waar mensen terechtkunnen dat is Ter Apel. Dat is eigenlijk niet meer dan een aanmeldcentrum en daar hebben we het in het veiligheidsberaad ook met de staatssecretaris uitgebreid over gehad dat we eigenlijk behoefte hebben in ons land niet aan één Ter Apel, zeg ik dan maar even, maar aan drie of vier Ter Apels verspreid over het land zodat mensen op verschillende plekken terecht kunnen. Dan hebben we het over allerlei vluchtelingen, ook oorlogsvluchtelingen, zeg ik daarbij. Die mensen moeten uiteindelijk naar asielzoekerscentra toe, ook geregeld door het COA en het COA hanteert daar momenteel nog steeds een norm van 250 à 300 mensen minimaal voor een asielzoekerscentrum. De doorstroom momenteel, in de hele asielketen, stagneert. Dat is primair verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid en we voelen allemaal de schaamte die u net ook omschrijft, als we kijken naar wat er nu in Ter Apel gebeurt. We hebben dan, dus even afgezien van de opdracht die we hebben als

51

veiligheidsregio’s om ruimte te creëren voor Oekraïners, ook een coördinerende rol gekregen om te kijken of we die asielzoekersstromen daar ook op een goede manier in kunnen verweven. Er zijn eigenlijk twee redenen waarom we nu in Crownpoint de plekken die we nu nog over hebben niet ter beschikking kunnen stellen aan, zeg maar, de vluchtelingen die in Ter Apel zitten. Eigenlijk de minst belangrijke van de twee is dat in de praktijk al is uitgewezen dat het vermengen van de stroom uit Oekraïne met overige vluchtelingen, vaak tot conflicten, gedoe en problemen heeft geleid. Nou lopen we niet weg voor problemen, maar dat willen we eigenlijk wel voorkomen, want op dit moment gaat het met een behoorlijk groot Oekraïnerscentrum hiernaast eigenlijk heel erg goed en dat willen we ook graag zo houden. De tweede reden is eigenlijk belangrijker, namelijk dat we die plekken die we in opdracht van de rijksoverheid hebben gecreëerd voor Oekraïners de komende weken waarschijnlijk gewoon nodig gaan hebben en dat we daarmee dus, laat ik het maar zeggen, misschien wel even tijdelijk een gat dichten, maar het andere gat ontstaat. Nog een aanvulling, voorzitter, en dan houd ik met de notendop op.

Wij voelen ons als veiligheidsregio wel degelijk, dat doen we ook samen met de overige drie veiligheidsregio’s in Zuid-Holland, schatplichtig om een bijdrage te leveren aan de reguliere asielketen, waar overigens mensen zitten dus oorlogsvluchtelingen, maar ook economische vluchtelingen uit veilige landen. Mensen die eigenlijk al een status hebben en gewoon een woning moeten hebben, maar die woningen zijn over het algemeen niet beschikbaar. Dus dat loopt allemaal spaak en wij voelen ons daar medeverantwoordelijk voor. Ik ben op dit moment met de commissaris van de Koning en met de drie collega-voorzitters van veiligheidsregio’s uit Zuid-Holland, burgemeester van Leiden, Rotterdam en Den Haag, bezig om tot een soort Zuid-Holland aanbod te komen om op middellange en lange termijn een structureel aanbod te doen om een bijdrage te leveren aan de asielketen. Op heel korte termijn hebben wij in onze regio geen capaciteit en ook geen personele capaciteit voorhanden om Ter Apel te ontlasten. Maar ik zie wel dat het in andere regio’s wel zo is. Dus dat is eigenlijk mijn antwoord in een notendop. Heel kort gezegd, nee, we gaan niet in Crownpoint nu hulp aanbieden richting Ter Apel. De voorzitter: Met een duidelijke motivatie. Mijnheer Uysal, voldoende antwoord op de vraag? De heer Uysal: Ja, een vervolgvraag. Dank voor het antwoord van de burgemeester.

Zoals ik net ook al zei, het kabinet is nu wel echt dringend op zoek om te kijken waar deze asielzoekers in Ter Apel toch enigszins opgevangen kunnen worden. Een van die maatregelen bestaat dus uit dat gemeenten worden gedwongen om deze asielzoekers dan gewoon ook op te nemen. Wil, ik denk dat de gemeente dat wel wil, maar is de gemeente ook wel bereid hetzij in de eigen regio, hetzij in de eigen gemeente, om het voortouw te nemen? Om het initiatief zelf in hand te nemen zonder dat we wachten op een landelijke maatregel dat we dan gedwongen worden om die asielzoekers op te nemen. Is het college bereid of de gemeente bereid om het voortouw te nemen met betrekking tot opvang van asielzoekers uit Ter Apel en ook te kijken naar alternatieven die mogelijk zijn? Wat ik begreep ook uit uw antwoord dat oorlogsvluchtelingen en asielzoekers niet gecombineerd gaan worden, dat is prima. Maar zijn er ook alternatieven mogelijk waardoor deze groep dan kan worden opgevangen?

52

De voorzitter: Volgens mij is uw tweede vraag helder en duidelijk en wil ik eigenlijk naar nog een korte toelichting van de heer Kolff gaan. De heer Kolff: Ja, nog even een korte toelichting. Ik had een deel van die tweede vraag eigenlijk al beantwoord, maar ik zal het proberen nog een keer kort te doen. Het is overigens niet zo dat het kabinet een gemeente kan dwingen. De gemeente gaat er uiteindelijk zelf over. Dat geldt overigens niet voor de Oekraïne-opvang, daar hebben we wel degelijk een opdracht die we als 25 veiligheidsregio’s allemaal ook aan het nakomen zijn. Voor de reguliere asielketen ligt dat anders. Dat neemt niet weg dat wij ons, al is het maar bij wijze van spreken richting de burgemeester van Ter Apel en van de veiligheidsregio Groningen, ook schatplichtig voelen om te kijken of we een bijdrage kunnen leveren. Maar dat doen we wel in regionaal verband. Zo hebben wij bijvoorbeeld in ‘s-Gravendeel, in de Hoeksche Waard, een asielzoekerscentrum staan waar we serieus naar kijken of we dat bijvoorbeeld voor een langere tijd zouden kunnen doen, of wat kunnen uitbreiden. Zo kijken we ook in Gorinchem en ook als stad Dordrecht kijken we eigenlijk permanent naar mogelijkheden.

Tegelijkertijd moet ik hier gewoon ook duidelijk aangeven dat het beslag wat er nu wordt gedaan, eigenlijk, wordt gelegd op de ambtelijke organisatie om de Oekraïne-opvang mogelijk te maken, is gigantisch. Het heeft een enorme impact in de organisatie, in de mensen die geregistreerd moeten worden. Het heeft ook impact in de samenleving, mensen moeten zorg, mensen hun kinderen moeten naar school. Het gaat allemaal, het piept en het kraakt, het gaat wel, maar we lopen op een gegeven moment ook aan tegen de grenzen van onze mogelijkheden. We kijken wel degelijk proactief en dat doen we in regionaal verband. Wat ik al zei, we proberen ook te komen tot een Zuid-Hollands aanbod waarbij we dus vier regio’s samen laten werken. De voorzitter: Dank u wel voor deze nadere toelichting. Volgens mij voldoende zo. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Een heel korte vraag, want op de korte termijn is dat niet mogelijk, middellange termijn wel. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Voor de zomer is dat middellange termijn of kunnen we in de herfst pas echt een gedegen aanbod verwachten? De heer Kolff: Ik vind het heel lastig om, want anders zou ik een termijn gaan noemen en dan zou ik het niet hebben over middellange en lange termijn. Kijk, ik vind in ieder geval, we tobben nu met die vluchtelingen, met dat vluchtelingenvraagstuk al jaren.

2015 is hier in Dordrecht ook in mijn vorige gemeente, waar ik toen burgemeester was, zijn Syriërs opgevangen. Eigenlijk hebben we toen al lessen geleerd, had het kabinet ook lessen kunnen leren die uiteindelijk niet zijn getrokken. Eigenlijk moeten we er naar toe dat we in ons land een structureel hoger aanbod hebben van mogelijkheden om vluchtelingen op te vangen. Dat hebben we momenteel niet en dat moet gecreëerd worden. Daarom heb ik ook samen met de commissaris en met drie anderen voorzitters gezegd, ik wil komen tot een Zuid-Holland aanbod, een structureel aanbod. Dat betekent dat je tenminste voor vijf jaar een x-aantal ruimte, mogelijkheden, opvangplekken ter

53

beschikking stelt en dat regel je dus niet met een druk op de knop. Voor de zomer, enerzijds, elke avond is het spannend in Ter Apel dus voor de zomer is eigenlijk al lang als het om de nood in Ter Apel gaat. Aan de andere kant, wij kunnen gewoon, als we tot een middellange en lange termijn aanbod komen, gewoon veel meer bieden ook als regio Zuid-Holland Zuid. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we het hierbij moeten laten en vraagt dit toch nog meer tijd van de raad, dan zou er via de agendacommissie altijd een agenderingsverzoek gedaan kunnen worden. We gaan zo naar onze volgende blokken toe. Ik wil jullie danken voor de aandacht en een goede avond wensen. Ik sluit dit overleg. 3. Vaststellen bestemmingsplan tweede herziening Stadswerven, locatie 50 kVgebouw – Raadsvoorstel Vergaderkamer 1 Voorzitter: mevr. Stolk Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz De voorzitter: Beste mensen, mag ik iedereen verzoeken om deel te nemen aan deze vergadering? Burgemeester Kolff wenst mij een prettige … O, u blijft hier? O, gezellig. Mijn naam is Margret Stolk. Ik mag vanavond uw voorzitter zijn bij een beeldvormend onderwerp. En dat onderwerp van vanavond is de hoorzitting over het bestemmingsplan tweede herziening Stadswerven, locatie 50 kV-gebouw. Wat ik al zei, de reden en doel van deze bespreking is beeldvormend.

Waarschijnlijk wordt het bestemmingsplan volgende week oordeelsvormend in de commissie besproken. Het is gebruikelijk dat daaraan voorafgaand indieners van zienswijzen op het bestemmingsplan en dat eventueel andere belanghebbenden de mogelijkheid krijgen hun zienswijze toe te lichten. In voorgaande raadsperiodes heette dat het Sprekersplein. Binnen de Dordtse Dinsdag is dit een hoorzitting genoemd. En daar zit het woord ‘horen’ in. Het is van belang om naar hun inbreng te luisteren. Voorzitter, we hebben één inspreker vanavond en dat is de heer Remco Brouwer, namens de bewoners van Schaerweide. En de inspreker krijgt zoals gebruikelijk als eerste het woord, maximaal vijf minuten. En daarna is er gelegenheid voor raads- en commissieleden om vragen aan de inspreker te stellen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Beumer. Brouwer, sorry. Heel goed, mijnheer Van der Kruijff. Nou, ik had mezelf al voorgesteld. Mijn naam is Margret Stolk. En dan gaan we van rechts naar links, of van links naar rechts? Jij mag het zeggen. Zullen we rechts beginnen? We gaan een keer tegen de klok in. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Beter voor Dordt. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD.

54

Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Struijk: Leen Struik, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu van Op Ons Eiland. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Vervoort: Bert Vervoort, ook van de VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, PvdA. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, GroenLinks. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord … Wie nog? O, u? Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer? De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De voorzitter: Dank. Dan geef ik nu het woord aan de inspreker, de heer Brouwer. De heer Brouwer: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Mijn naam is Remco Brouwer. Ik ben bewoner van Schaerweide en samen met Frans Ploegmakers, die ook is meegekomen, willen we graag hier inspreken. Maar eentje kan maar het woord hebben, dus ik heb vijf minuten gekregen om deze slide kort toe te lichten. Ik ben hier vorig jaar ook geweest.

En hebben we ook een goeie dialoog gehad met de gemeente, en ook met de projectontwikkelaar, over het bouwplan. Zijn er ook aanpassingen gedaan. De ontwikkelaar heeft in plaats van drie lagen nu voorgesteld om twee lagen erop te bouwen. Daar wil ik even kort op ingaan, wat wij nu van het huidige plan vinden en wat ons voorstel is. We hebben eigenlijk drie argumenten waarom we het niet eens zijn met het huidige bouwvolume van het pand. En we begrijpen dat het pand omgevormd moet worden tot appartementen. De Dordtse gemeente heeft ook hard woningen nodig. Dat staan we ook absoluut niet in de weg. Alleen we hebben wel moeite met het

55

gemeentelijk monument, zoals het nu dan verbouwd zou worden tot -in onze ogen, oneerbiedig gezegd- woontoren van twintig meter hoog. Dus u heeft gezien vorige week dat er in het bouwplan twee lagen bovenop gebouwd worden. Dat was ons niet verteld toen wij de woningen kochten. Dus ik ga kort even de drie punten af. En dan is er nog gelegenheid voor vragen. Dan zal de vijf minuten ook wel voorbij zijn, vermoed ik. Wij hebben eigenlijk als standpunt ingenomen als bewoners dat we niet willen dat het gemeentelijk monument, als Dordtenaar, omgebouwd wordt tot woontoren. Het is gewoon te groot, we respecteren het monument. En vooral: creëer geen precedent voor andere gemeentelijke monumenten in Dordrecht. Als je dit toestaat, verwachten we dat je ook discussies krijgt met andere ontwikkelaars die ook groot willen uitbouwen op gemeentelijke monumentale gebouwen. Punt 2 is het bouwplan; te groot voor onze leefomgeving. U bent zelf op locatie geweest, wellicht. Als u zich voorstelt hoe dit pand er dan uit komt te zien als er een uitbouw komt, plus een hoge opbouw. We zijn ook uitvoerig met de gemeente en de projectontwikkelaar in gesprek geweest. Je kijkt gewoon letterlijk van die balkons in onze tuinen. Dat was absoluut niet het idee toen wij het kochten, toen was het gewoon in de huidige staat. Dan heb je een beperkt inzicht, omdat je niet zo hoog bent.

Maar als je straks van de vierde en de vijfde verdieping in onze tuinen kijkt, dat voelt gewoon als pandschade. En dat voelt ook gewoon niet prettig, gezien de privacy. Er is wel voorgesteld om er bomen te planten, maar het heeft natuurlijk ook geen zin in de winter. En de boompjes die er staan, die zijn superklein. Dat is dan punt 2. En het laatste punt: het bouwplan is niet conform de belofte van de gemeente die gedaan is in 2018 toen Schaerweide ontwikkeld werd. Daar is een hele discussie over geweest, van wie dat dan gedaan zou hebben, die belofte. Maar toen is op de informatieavond ook gezegd van: ja, het is een gemeentelijk monument. En het wordt vergelijkbaar verbouwd als het kV 13-pand. En nu wordt ook gezegd van: ja, nieuwe inzichten. Dat kan, maar dit is wel -als bewoners- onze afdronk, dat er nu dus een ander bouwplan ligt. Dat niet in lijn is met wat destijds is afgegeven als kader. Er zou niet hoog opgebouwd worden. Het zou dus gewoon zoals kV 13 de vorm houden die het heeft. En dan eventueel wat ingezaagde ramen, zoals het nu ook in het plan ligt, die bestaande bouwlagen voorzien van lichtinval, zodat je er in kan wonen. Wij willen ook denken in compromissen. Je ziet hier het gebouw. Wat wij voorstellen, is om eventueel toe te staan dat er één laag bovenop komt.

En dan de huidige uitbouw, die nu in het projectplan voorligt -door de projectontwikkelaar geschetst- die u wellicht ook kent en ook vorige week heeft toegelicht gekregen. Die ook gewoon toe te staan is. Daar maken we ook geen bezwaar tegen. We maken alleen dus bezwaar tegen die twee etages die erop komen. Wij stellen voor om er één etage te doen. Wordt hij zeventien meter hoog, is het voor ons behapbaar. Dat is onze concessie. En hiermee tonen we ook aan dat wij als bewoners ook echt willen meedenken. Maar dat we ook opkomen voor onze privacy. Dat we gewoon geen hoogbouw rechtstreeks in onze achtertuin willen. In strijd met de toezegging. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, heer Brouwer, voor deze toelichting. En dan kijk ik even naar de commissie. Zijn er fracties die vragen hebben aan de heer Brouwer? De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste, Gewoon Dordt, gaat uw gang.

56

De heer Kleinpaste: Ja, ik heb begrepen dat er overleg is geweest tussen de projectontwikkelaar en omwonenden. Ik zou wel een iets uitgebreidere schets willen van wat er in die bijeenkomst, wat er in dat overleg is uitgewisseld. En hoe de sfeer en de beleving van dat overleg is geweest. De voorzitter: De heer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, dat kan. Het was ook een goed overleg. Het was ook in deze zaal. We hebben twee bijeenkomsten gehad, uit m’n hoofd. Vorig jaar rondom deze tijd ook, ik meen maart-april. Waar we op uitnodiging van de gemeente met de projectontwikkelaar om de tafel zijn gaan zitten. En heeft de architect in opdracht van de projectontwikkelaar eigenlijk, uit m’n hoofd, negen varianten geschetst, van wat je zou kunnen doen met dit pand. Gezien ook de uitdaging van: hoe kan je er voldoende licht in krijgen? En daar zijn we helemaal meegenomen in het verhaal. Dat waarderen we ook zeer. Vanuit de gemeente ook goed gefaciliteerd. Dus daar hebben we ook een prettig gevoel aan overgehouden. En als concessie is daar uitgekomen dat de uitbouw achter iets terug is gegaan en dan een laag er vanaf zou gaan. Dus in plaats van drie lagen, in plaats van 23 meter hoog, wordt hij nu dan twintig meter hoog in het bouwplan. Dat is dan zeg maar de concessie, dat is een beetje handjeklap.

Maar goed, als wij dus als bewoners toch naar dat plan kijken -in onze huidige leefomgeving- dan vinden we het toch gewoon te hoog. Maar het overleg was goed. En de architect heeft ook echt serieus die varianten uitgewerkt, ook onze eigen voorgestelde variant. Dat was eigenlijk: geen uitbouw. Maar gewoon, zoals kV 13, voorzien van woningen binnen het bestaande volume. Hadden we ook een voorbeeld vanuit Leiden voor meegenomen. Daar staan wij nog steeds achter. In Leiden hebben ze ook zo’n soortgelijk pand helemaal verbouwd. Zonder opbouw en uitbouw, maar wel met voldoende woningen erin. Dat heeft onze voorkeur uiteraard. Maar die werd niet als te ontwikkelen beschouwd. Wellicht omdat ze toch iets groots willen neerzetten. De voorzitter: Ik zag eerst mijnheer Struijk. Ik kom zo bij u. Mijnheer Struijk, u had ook een vraag. De heer Struijk: Jawel, voorzitter. Ja. Ik vind het in ieder geval heel fijn om te horen dat de heer Brouwer zegt dat hij het overleg van vorig jaar als goed ervaren heeft. Ik was er ook bij. En ik vond inderdaad ook dat dat in een hele goede sfeer ging. En dat er ook best redelijke concessies gedaan werden. Niet genoeg in de ogen van de bewoners, kan ik me ook voorstellen. Wat ik een beetje merkwaardig vind hier, en daar wil ik even verheldering op. Het eerste punt was: het is een gebouw, dat moet niet aangetast worden. Want precedentwerking.

Maar vervolgens staat hier: nou, als er nou geen twee etages komen, maar één, dan kunnen we er wel mee leven. Maar dat zie ik dan nog steeds als een aantasting. Maar waarom is dat dan geen probleem? De voorzitter: Mijnheer Brouwer. De heer Brouwer: Dat zien wij ook als een probleem, hè. Maar we zijn ook realistisch. Als je mij vraagt van: joh, wat zou je willen zien? Dan zou ik onze variant, die we vorig jaar ook hebben toegelicht, die zou ik graag ontwikkeld zien hebben. Dat je gewoon binnen het bestaande volume blijft, net als kV 13. Je gewoon de ramen erin zaagt, zoals ze nu ook gepland zijn. Geen opbouw en geen uitbouw. Dat heeft onze voorkeur, die is ook

57

uitgetekend. Dat zou moeten kunnen. Maar goed, ik ben geen ontwikkelaar. Alleen uiteindelijk, wat wij nu doen als laatste handreiking, is van: joh, red het vege lijf als buurt. Doe alsjeblieft niet zo hoog, haal er één etage vanaf. Maar als je onze eigen voorkeursvariant bekijkt, die we vorig jaar voorgesteld hebben, dan zult u daar inderdaad geen uitbouw zien en ook geen opbouw. Dat is correct. De voorzitter: Dan de heer Portier van de SP. De heer Portier: Ik heb even een vraagje over die inkijk in de tuinen. En vanaf de uitbouw en vanaf de balkons. Want als ik naar de ligging van het gebouw kijk naar de ligging van de woningen aan de Schaerweide, dan lijkt het erop -als ik het even zo zeg- u kijkt die kant op, de balkons zijn díe kant op gericht. In hoeverre is er nou echt sprake van inkijk? Ik kan me eerder voorstellen dat vanaf de zijkant van het gebouw, waar de ramen zitten, dat daar inkijk in de tuinen is. Maar daar maakt u geen bezwaar tegen. Hoe zit dat precies? De voorzitter: De heer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, we maken bezwaar tegen inkijk vanuit de zijkant en vanuit de achterkant. Dat heeft de architect ook met zijn 3D-tekeningen laten zien, hoe het eruitziet. Dan kun je een poppetje neerzetten op de balkons en dan hebben wij gewoon geconstateerd inderdaad dat je vanaf de balkons gewoon recht die tuinen in kijkt. Dat heeft de architect ook wel bevestigd.

Ja, je kijkt inderdaad de tuinen in. Hoe hoger het wordt, hoe beter inkijk je hebt. Want je kijkt er gewoon van boven vol in. En inkijk heb je altijd natuurlijk wel. Maar het gaat natuurlijk van: is het proportioneel? Dat is de kernvraag voor ons. En hiervan zeggen wij van: nee, dat vinden wij niet proportioneel. De voorzitter: Aanvullend? De heer Portier: Het enige wat ik me afvraag is van: iemand moet inderdaad echt wel zó gaan kijken, hoeveel zal dat gebeuren? De heer Brouwer: Ja, dat is een beetje vertekenend. Als je de tekening ziet die ook in de documenten staat die toegestuurd zijn bij dit agendapunt, vanuit de gemeente, dan zie je het bouwplan. En dan zie je eigenlijk dat het pand ongeveer 45 graden op ons huizenrijtje staat. Dus als je aan de achterkant woont, helemaal rechts, dan kijk je niet bij ons naar binnen. Dat is correct. Maar links en dan vijf lagen, met balkons, dan kijk je toch wel echt vol bij ons de tuin in. Daar kun je over discussiëren, maar de architect heeft het zelf met een 3D-tekening laten zien. Je kan een poppetje op zo’n balkon zetten. En er werd dan geopperd dat het met bomen verholpen zou kunnen worden, of verhuld. Natuurlijk in de zomer, over vijftien jaar als ze groot zijn. Maar in de winter blijft het toch kaal. Tenzij je coniferen neerzet. Maar dat is ook niet de bedoeling. De voorzitter: Dan… De heer Portier: Dan het laatste.

Ik begrijp het eigenlijk dat u zegt van dat die tekening een beetje misleidend is, zoals die in … Want dat is inderdaad waar ik naar kijk. Maar u zegt dat die eigenlijk een beetje misleidend is.

58

De heer Brouwer: Ja, die tekening die bij de oorspronkelijke bouwaanvraag zit, van de bestemmingsplanwijziging, die laat dus zien dat je het pand ziet vanaf een afstand en vanaf de rivier. En dan ziet het er heel proportioneel uit. Maar dat komt met name door het perspectief. Want hoe verder het pand weg is, hoe kleiner het wordt. Dat leren we allemaal met wiskunde. Dat is natuurlijk wel in de fotografie toegepast. Ja, het lijkt inderdaad heel beschaafd. Maar als je gewoon rechtstreeks bij ons in de tuin staat … Als u bij ons op locatie geweest bent, kunt u dat denk ik wel zien. Ik woon niet op die hoekwoning. Dus ik woon in het midden. Dan kijk je vol op balkons en zij dus vol bij ons in de tuin. De voorzitter: Nee, nee, we gaan… De heer Portier: Nee. Dank je wel. De voorzitter: Ik dacht al dat u weer een vraag ging stellen. Nee, nee, nee. Dan heb ik nog van de VVD mijnheer Noldus. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank ook. U duidde ook de dialoog met de ontwikkelaar als constructief. U omschreef het ook als een beetje handjeklap, over de hoogte, dat het uitkwam.

Ik ben benieuwd, is daar ook de variant besproken die u nu voorstelt, die van zeventien meter hoog? En wat voor reactie heeft u daarop gehad vanuit de ontwikkelaar? Ook qua haalbaarheid en van het hele concept? Kunt u daar misschien iets over zeggen? En een tweede vraag is, primair gericht op, kunt u een beetje duiden wat er nou in de door u voorgestelde variant het meest verbeterd wordt? Zit dat dan op de hoogte en het zicht erop? Of zit dat op de inkijk vanaf de balkons? Wat is de primaire reden dat zeventien meter voor jullie beter is dan de twintig meter? De voorzitter: Heer Brouwer. De heer Brouwer: Ja, dan hoor ik eigenlijk twee vragen. Dus ons eigen compromisvoorstel, dat is niet ons echte voorstel, wat wij eigenlijk zouden willen. Ons voorstel is dat het bouwvolume blijft zoals het is. Dus de contouren van het monument blijven dan zoals het is. Dus mooie hoogteverschillen, die kantelen die blijven dan duidelijk zichtbaar, die torentjes. Die worden niet verhuld door de hoogbouw, zoals die nu wel staat. Ik heb die tekeningen niet bij. Ik heb wel een tekeningetje dat ik nog even kan laten zien. Dat is wel de variant Leiden. Dit hebben wij vorig jaar laten zien als suggestie. Dit is een pand in Leiden dat ook verbouwd is. Met dezelfde, opengezaagde ramen als kV 13, waar dus eigenlijk niks bovenop gebouwd is.

Dit zou dus eigenlijk ons voorstel zijn: maak woningen in het bestaande bouwvolume! En nu wil de ontwikkelaar eigenlijk er een unit bovenop zetten. Dat heeft, in mijn optiek is dat het commerciële doeleinde. Dat mag ook, daar is de ontwikkelaar voor. Maar onze eigen basisvariant is dus deze variant. Het huidige volume van kV 13 met die mooie vormen, met die kantelen en die hoeken erop, gewoon behouden zoals het is. En daarbinnen blijven. De heer Noldus: Nee, voorstel helder. En ik ken deze platen ook van de presentatie van vorig jaar inderdaad. Maar ik doelde specifiek op hetgeen ik u nu vraag. De hoogte van zeventien meter, met dus een bouwlaag erop. Is dat ook een variant die toen besproken is? En kunt u iets zeggen over de reactie van toen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/455/documents/18043