2022-05-17 Notulen Dordtse Dinsdag (1).pdf
Tekst van het document
21
De heer Rotteveel: Nou ik heb meerder dingen genoemd. De voorzitter: De heer Rotteveel. Oké. Via de voorzitter alstublieft. De heer Rotteveel: Een goede infrastructuur is belangrijk, parkeerbeleid is belangrijk. U kunt via de tarieven een rol spelen. Ik neem aan dat de griffier de presentatie beschikbaar kan stellen, dus dan kunt u nog rustig nalezen welke mogelijkheden de gemeente heeft om het openbaar vervoer een grote rol te laten spelen in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel. Dank u, voorzitter. Ik heb vragen voor Qbuzz en voor Blue Amigo. Ik begin graag met Qbuzz. In uw presentatie vertelde u dat het belangrijk is dat de reizigers terugkomen. Nou dat vinden we denk ik allemaal. En u noemde ook iets, aantrekkelijkheid van het vervoer. In dat verband is me ter oren gekomen dat het helaas te vaak gebeurt dat reizigers hun aansluiting missen. Mensen die met de bus gaan van Qbuzz en graag de trein willen halen of een verbinding richting de waterbus. En als die niet helemaal op de juiste manier rijdt, als er wat is, dat ze dan een aansluiting missen. Nou dat is natuurlijk niet … Een reiziger die dat overkomt, die heeft natuurlijk niet een enthousiast verhaal naar anderen toe van, stap in de bus. Dus daar graag een reflectie op. En ik zal er meteen bij zeggen hoe ik dat te weten ben gekomen.
Het is namelijk zo, op 20 april was ik samen met een paar mensen van andere partijen te gast bij het reizigersoverleg regio Dordrecht. En de voorzitter daarvan, mijnheer Van den Hout, die zit hier ook op de tribune, die vertelde dat hij deze informatie heeft opgehaald door gesprekken met reizigers in enquêtes. En dat vond ik hele prettige informatie. En u noemt natuurlijk veel meer punten, maar ik haal deze er even uit, omdat u het over de aantrekkelijkheid van het vervoer. En dan is mijn tweede vraag hierover meer procesmatig. Ik vind het heel prettig om die … Om in contact te staan met reizigersoverleg Dordrecht. Ik kan me voorstellen dat het ook voor u hele nuttige informatie is. Dus ik weet niet of u ermee overval met die vraag, maar is mijn gedachte juist dat het handig is ook voor u om daar goed in overleg mee te zijn? De voorzitter: De heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja, dank u wel. Even één ding, ik denk dat u bedoelt de presentatie van de provincie, want wij hadden geen presentatie. De heer Kuhlmann: Nee, nou … Pardon. In wat u zei gewoon in … In wat u vertelde. U vertelde … Ik hoorde u zeggen, de aantrekkelijkheid van een vervoer. Dat … De voorzitter: Oké. De heer Steentjes: Exact, er zat geen link met de presentatie op het scherm. Nee, heel erg belangrijk. Aansluitingen zijn natuurlijk ook heel belangrijk.
En die soepele reis die een OV-reiziger zou moeten ervaren, ja, eens, staan we voor. Ik weet ook dat die niet altijd elke dag lukt. Gebeurt ook, komt ook voor. Is niet goed, maar dat proberen we elke dag weer beter te doen. Voor wat betreft het reizigerscontact. Wij hebben frequent overleg met het RODAG. En het RODAG is ook, zeg maar even, ook vanuit de provincie de reizigersvertegenwoordiging waar wij mee aan tafel zitten. Dus ik ga er ook van uit
22
dat die in de breedte ook Dordrecht vertegenwoordigen. Ik ken het nieuwe reizigersoverleg vanuit Dordrecht. Alleen heeft dat op dit moment bij ons geen status en zitten wij met het RODAG aan tafel. En daarin zeg maar onze reizigers vertegenwoordigd. Dus ik ken het, maar ik ziet er niet mee aan tafel. De voorzitter: Oké, u wilt nog reageren? De heer Kuhlmann: Ja, als … Ja, voorzitter, op dit onderdeel. Los van de formele status waar vast ook nog een hoop over te zeggen valt. Maar naar mijn idee, tenminste, dat is mijn indruk, en misschien straks na afloop van de vergadering, misschien slim om even met elkaar in contact te komen, zijn het mensen die in hun vrije tijd informatie inwinnen. En zou ik denken dat los van alle formele zaken dat het best … Tenminste, als ik in uw schoenen zou staan, zou ik mijn voordeel ermee doen en ze misschien eens uit te nodigen of iets … Maar goed, dat is dan even mijn suggestie op dat vlak. De voorzitter: Oké, dank u wel. Kunnen wij naar vraag twee voor … De heer Kuhlmann: Ja, graag, graag. De heer Steentjes: Ik wilde nog even bedanken voor de suggestie. De heer Kuhlmann: Oh, pardon. De voorzitter: Excuus. Interruptie van … Oké, ja. De heer Kuhlmann: Ja. Nee, ik wilde ook voor wat betreft de waterbus, Blue Amigo, mijnheer Huisman. Wij hebben een mooie verbinding gehad, waterbusverbinding vanuit Dordrecht, naar Kinderdijk. Die is er nu niet meer.
Zou u iets willen zeggen waarom dat niet meer zo is? Ik kan me voorstellen, dat is natuurlijk bij uitstek een toeristische lijn. Nou in coronatijd, als er weinig toeristen zijn, dan snap ik daar iets bij. Aan de andere kant, dat is de reden waarom ik die vraag stel, en ik tegelijkertijd ook benieuwd ben van, nou hoeveel kans zit erin dat we die lijn, die verbinding, terug kunnen krijgen? Is het natuurlijk een stad als Dordrecht, u bent hier, u ziet het, dit is de mooiste stad van Nederland, is het natuurlijk heel leuk om ook vanuit Dordrecht, wij zijn een aantrekkelijke plaats voor toeristen, voor mensen die hier een mooie dag komen beleven, om die dag nog net iets mooier te maken met dat leuke uitje naar Kinderdijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Huisman. De heer Huisman: Ja, voorzitter. Een vraag die logisch is. Ja, wij denken over alles wat ons opportunity’s biedt. En Kinderdijk had, en verwachten wij ook naar de toekomst, een enorme groeipotentie. Wij hebben ervoor gekozen om de connectie met Dordrecht … Wij exploiteren ook het Driehoeksveer, dat vaart vanaf Ridderkerk. Dus een directe lijn naar Kinderdijk is er inderdaad niet, een indirecte lijn is er wel, die wij beiden exploiteren. En wij hebben ervoor gekozen om de Rotterdamse kant, en ik heb misschien ook nog eens een Rotterdamse tongval, maar dat is puur toeval.
Ik was namelijk niet bij het maken van inschrijving. Maar om te kiezen om dus de ene connectie gebruik te maken van Driehoeksveer en de ander een directe lijn te maken, omdat dat in zijn volledigheid, want dat is ook een discussie die we hebben gehad ten aanzien van de Hooikade onder
23
andere ook, dat wij het hele pakket en alle stakeholders binnen ons bedieningsgebied zo goed mogelijk willen bedienen. En daar zitten afwegingen in. En nou ja, dit is een afweging, in ieder geval voor ons geen afweging geweest om hem toe te voegen aan ons pakket. Ik had niet het idee dat die er was op het moment dat het einde dienst was van de vorige vervoerder. Toen was die er volgens mij ook al uit. Dus in die zin continueren we iets wat al was. Maar verder geen bewuste keuze. Het is, even heel … We zouden het zeker ook willen doen, en er zijn nog veel meer dingen die we willen doen. Maar we kennen ook het model en binnen dat model zijn er in ieder geval als je start ook een aantal beperkingen? En daarna ga je onderzoeken van, hé waar zitten nou de echte kansen, waar willen op doorzetten, waar we op door investeren? En dat ondernemerschap zit er zeker. Tegelijkertijd zeg ik, of herhaal ik eigenlijk wat ik eerder heb gezegd, dat we nu in een normalisatiefase zitten waarin daarna die nieuwe plannen en die nieuwe kansen weer opnieuw opgepakt moeten worden en ook weer opnieuw bekeken moeten worden. Maar ik sluit niks uit. Als het potentie … Als de potentie er zit. We kennen de ontwikkelen van transferium in Alblasserdam, ook die gaan diezelfde vraag stellen, hoe kan dat? Wij kijken altijd naar het totale plaatje.
Hoe kan de reiziger per boot in ons geval zo goed mogelijk worden bediend in de regio. En dat betekent altijd zoveel mogelijk reizigers en soms ook een reiziger niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Wilde u nog reageren? Nee? De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Oh, toch nog. Ik had even het idee dat er niemand meer was. Maar wie was … Even kijken hoor. Mijnheer Gündogdu? De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan zowel de vervoerders als de provincie. Nu wordt vanuit ons als volksvertegenwoordiger verwacht dat we ook antwoord mogen geven of kunnen geven althans aan vragen van onze inwoners. En nou ja, deze middag hebben we velerlei vragen gehoord over de buslijnen, vervoersbewegingen, de concessie, de financiën. En van ons mag ook verwacht worden, en dat doen onze burgers ook, kritische burgers ook, dat we binnen een minuut kunnen vertellen wat nu de stand van zaken is van de concessie, maar ook de verbinding en zo nog meer. Als u nou in onze schoenen zou staan en ons een tip zou willen meegeven, dat we in ieder geval de komende zes maanden tot een jaar kunnen vertellen aan onze inwoners, wat zou dat dan zijn? Help ons alsjeblieft, want die vragen die krijgen wij constant en wij komen er niet uit. De voorzitter: Ik heb het idee dat de heer Huisman daarop wil antwoorden. Ik zie het. De heer Huisman: Ja, die wil ik heel graag … Dat is een mooie open deur.
Volgens mij hebben wij hier net heel duidelijk aangegeven dat er voor die lange termijn voor ons nog enorm veel onzekerheden zitten. Dus als u vraagt van, wat zou ik nu kunnen … Wat zou u mij voor tip kunnen geven hoe we die zes jaar wel stabiel nu al als plan kunnen presenteren. Ja, dan is de tip, vertel gewoon eerlijk dat die er nu op dit moment even niet is voor die lange termijn. De heer Katif: Voorzitter, ik wilde …
24
De voorzitter: Nee, de heer … De heer Katif: Ja, ik wilde toch even een vraag stellen. De voorzitter: De heer Van der Meer … De heer Katif: Want ik sta de hele tijd te wachten, dus ik wil De voorzitter: Maar heeft u … U heeft mij ter kennisgeving … Excuus, ik heb u niet gezien. Wie wil … U bent nu … Oké, dan ga ik even naar mijnheer Van der Meer en dan kom ik daarna bij u. De heer Van der Meer: Ja, één kleine vervolgvraag aan Blue Amigo. Dat betekent dus dat u op dit moment ook nog niks kunt zeggen, als ik het goed begrijp, over de winterdienstregeling richting Hooikade, Zwijndrecht. Ook daarvan is de verwachting gecreëerd dat we daar nu over zouden kunnen spreken met elkaar. Dus ook daar de vraag of dat dan op een later moment alsnog kan, want daar wordt in deze raad veel belang aan gehecht. Ik wilde graag mijn vraag aan de provincie over de lange termijn nog wat toespitsen. Want ja, er is eigenlijk helemaal aan het begin van uw presentatie al gezegd van, ja, er is weinig ruimte voor extra dingen en extra investeringen. Tegelijkertijd is zowel bij de provincie, u zei dat ook, en ook bij de gemeente grote behoefte om in de zogenaamde modelshift een verschuiving te maken van autoverkeer naar meer openbaar vervoer. Ik denk dat de provincie als verantwoordelijke voor het regionale vervoer dus een visie moet hebben op hoe dat in de lange termijn zich zou kunnen ontwikkelen.
En u heeft de bal een beetje teruggekaatst naar gemeente, van zorg maar dat die bussen flink snel door kunnen rijden, dan wordt het aantrekkelijk. Er is iets gezegd over de frequentie, dat als middel hè. Het ophogen van de frequentie als middel om meer reizigers te krijgen. Het is mij nog niet helemaal duidelijk in hoeverre daarin geïnvesteerd wordt. De voorzitter: Kunt u uw vraag nu gaan stellen? De heer Van der Meer: En de vraag is, wat voor andere elementen er in het provinciale denken zijn om die modelshift verder aan te jagen? De voorzitter: Dank u wel. De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Dat vind ik een lastige vraag. De heer Van der Meer: Daar was ik al bang voor. De heer Rotteveel: Op regionaal of op provinciaal niveau is de provincie van plan om tot 2040 ongeveer 250.000 woningen te bouwen. Die willen we nadrukkelijk in overgrote meerderheid bouwen langs bestaande openbaar vervoerlijnen en bij bestaande OVknooppunten, omdat daar een wisselwerking van uitgaat. Er is al openbaar vervoer beschikbaar. En als het openbaar vervoer dichtbij is, dan kan vervolgens er ook met een hele lage parkeernorm worden volstaan. En dan voor een gedeelte is het de keus voor het openbaar vervoer een vrije keus en voor een ander gedeelte is het een gedwongen keus. Dat zit in het provinciaal beleid. En verder hebben we een tweeledig beleid. Aan de
25
ene kant willen we heel snel openbaar vervoer om te kunnen concurreren met het autoverkeer. R-net is daar in de regio een belangrijke rol van, voorbeeld van. Dat kun je bereiken met voorrangsregelingen bij verkeerslichten, met aparte busbanen. We hebben een hele snelle buslijn door Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht die voor een groot gedeelte van een vrije busbaan gebruik maakt. En voor een ander gedeelte hebben we ook een bereikbaarheidsdoelstelling. En dat betekent, het stadsvervoer in Dordrecht en op kleinere schaal in Gorinchem, maar ook de bereikbaarheidsdienst van, ja, in de kleinere kernen van de Drechtsteden. In Zwijndrecht, in Papendrecht, maar ook in Molenlande. En die willen we vooral overeind houden, omdat we erkennen dat het openbaar vervoer ook heel duidelijk een sociale functie heeft. De voorzitter: Dank u wel. Dan, als ik u gepasseerd heb, mijn oprechte excuses, de heer Katif. De heer Katif: Nee hoor. Nee, nee, helemaal niet. De voorzitter: Ik geef u nu het woord. De heer Katif: Nee, nee, nee, maar ik had een hele simpele vraag namelijk, en alweer zo lang. En met name aan de drie ondernemers, want uiteindelijk Qbuzz en Blue Amigo zijn alle twee ondernemers. In hoeverre is een plan van aanpak überhaupt bekend bij jullie? Want je hebt over een jaar moet er iets gebeuren. Wat? Over een half jaar moet er iets gebeuren.
Ik neem aan als ondernemer dat je niet kan wachten totdat, ja oké, ik zie het wel. Dan moet toch iets van idee naar de toekomst toe. Ook als het gaat om mevrouw … Of dat nou reizigers wel min… Of minder of ik ga met bussen minder of whatever. Maar er is toch … Jullie hebben een idee neem ik aan. Die zou ik graag … De voorzitter: Oké, ik zie de heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja, ik wil daar graag op reageren. Kijk, we hebben niet alleen een plan B, maar ook een plan C en een plan D waar we naar aan het kijken zijn. Alleen dat zit hem echt wel in de scenario uitwerkingen. Dus dat zit hem echt wel in van, ja, maar wat als we met vijf procent minder moeten doen. Wat als we met tien procent minder moeten doen. Wat als het dan toch echt die twintig procent gaat worden die ook nog boven de markt hangt. Wat ga je dan doen in welke volgorde. Welke keuzes ga je dan maken? Zijn dat dan keuzes in het lijnennet overeind houden? Hoe ga je met je frequenties om? Hoe zit de verdeling stedelijk, buitengebied. Wat moet je met de splitsen doen, omdat daar toch die piekdruk zit en je die reizigersgroepen toch wilt kunnen accommoderen, omdat we ook gewoon een vervoersplicht hebben. En hoe past dat dan in zeg maar die vier vormen van scenario’s. Wat doe je met bus, wat doe je met trein? We hebben natuurlijk ook de Merwedelingelijn nog in onze concessie.
Die kent weer een hele andere dynamiek dan het busdeel. Je kunt … Een bus kun je nog even aan de kant zetten, een trein lukt dat veel minder en levert veel minder op. Dus naar al die facetten zijn we nu aan het kijken om wel uiteindelijk, ik hoop heel snel, ik hoop nog voor de zomer, maar de beloftes uit het Rijk zijn niet altijd even goed nagekomen, hebben we ook geleerd, dus ik verwacht eigenlijk na de zomer daarin keuze te kunnen maken. En ook als dan met enorme druk op een hele grote groep van onze collega’s in hele korte tijd een dienstregeling op de weg te kunnen zetten. Want ik weet het ook liever vandaag dan morgen en ik had het liever eergisteren geweten, maar ik weet het niet.
26
De voorzitter: Is hiermee uw vraag beantwoord? De heer Katif: Nou ja, ik zou graag ook het voorstel willen doen om neem ons mee. Want hoe sneller wij dingen weten, hoe beter voor de ondernemer, maar ook voor de politicus denk ik, maar vooral voor de Dordtenaar. De voorzitter: Duidelijk. Dat is toegezegd inderdaad. Ik denk dat ik nu de laatste vraag ga toezeggen voor de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, dat … De voorzitter: Oh nog één, excuus. En de heer Kuhlmann. Nog twee vragen en dan ga ik eindigen. De heer Kleinpaste: Dat haakt nog een beetje aan op wat de heer Katif ook vroeg. De voorzitter: En nog een derde. Excuus, één moment. Excuus dat ik u interrumpeer. Ik zie ook de heer Stolk nog, dus ik heb drie vragen nog. En daarna gaan … En de heer Boone, en dan … Oké. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, de vraag haakt een beetje aan bij wat de heer Katif ook al aanroerde. Ik ben vooral benieuwd, want we kunnen nuanceringen meegeven, want er is niet veel extra geld begreep ik al. Er zijn scenario’s die uitgaan van minder overheidsgeld. Maar ik neem aan dat er ook marketingplannen of andere plannen liggen om te kijken hoe je nieuwe groepen reizigers kunt aanboren.
En hoe kunnen wij u op dat vlak ook helpen of kunnen we daar inzicht in krijgen om te kijken hoe je nieuwe vervoersstromen die kansrijk zijn meer ruimte kunt geven dan nu het geval lijkt. Daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Bijvoorbeeld door sterkere stromen op Breda tot stand te brengen. Is maar een wild idee van, nou misschien heeft u er een onderbouwing bij. En datzelfde geldt bij Blue Amigo wellicht door weer een echt hele snelle, frequente forenslijn op Rotterdam te doen. Want de huidige duur van die vaart is toch steeds iets langer geworden. De voorzitter: Oké, aan wie stelt u de vraag? Of alle drie? De heer Kleinpaste: De beide vervoerders in dit geval, omdat het gaat om het creëren van je eigen inkomsten met de reizigersinkomsten. De voorzitter: Ik zie de heer Huisman al klaar zitten. De heer Huisman: Ja. Nou ja, goede ideeën die ons uiteindelijk meer reizigers opleveren, die zijn natuurlijk altijd welkom. Ik moet er ook nog even bij zeggen, want ik snap het momentum, en zeker omdat we hier ook zitten is dat ook het moment om die vraag stellen. Voor ons, mij persoonlijk vooral ook, zijn we de afgelopen vier maanden gewoon ook nog even vooral bezig geweest met het opstarten van een nieuw bedrijf wat in 1,5 jaar uit de grond is gestampt. En het plan lag er, dus dat was mooi, dat hoefden we niet te doen. Alleen ja, dat plan, dat weet ik, ik ga niet in herhaling.
Wij zijn doorlopend in gesprek onder andere ook, nou zeker met de gemeente Dordrecht ook op tal van initiatieven en ontwikkelingen binnen de stad met een aantal ambtenaren die betrokken
27
zijn bij die ontwikkelingen. Daar proberen we ook altijd te kijken van wat is de mogelijkheid die wij hebben, zowel grootschalig als kleinschalig vervoer zelfs beogen. Maar wij staan altijd open voor ideeën. Op dit moment … Wat interessant is, de afgelopen maanden luisteren wij heel veel naar de eerste reacties van onze reizigers vooral, want ook daar halen we heel veel leergeld op. En dat wordt allemaal verzameld, geanalyseerd en verwerkt in de nieuwe plannen die we maken, met de complexiteit die al eerder genoemd is. Maar … De voorzitter: Wil de heer Steentjes nog iets aanvullen? De heer Steentjes: Ja, ik wil daar graag nog een klein beetje op aanvullen. Ook voor ons geldt, alle suggesties zijn welkom, ook op dat vlak. Maar daar kijken we natuurlijk zelf ook naar. Ik heb net al de marketingcampagnes genoemd. Maar ik heb ook het nieuwe werken maar ook het andere vorm van werken. We zien dat mensen gewoon niet meer vijf dagen naar kantoor gaan. Ze gaan twee dagen, drie dagen, misschien vier dagen. Hoe ontwikkelt zich dat? Hoe voorkomen we nu met elkaar en kunnen we daarop sturen dat iedereen op de gelijke momenten op dinsdagochtend om 9:00 uur op het vergader… Op kantoor is, omdat daar nu eenmaal alle vergaderingen worden gehouden.
Kunnen we sturen naar tijdsblokken of dagen die wat meer in de luwte zitten, zodat we minder spitspiekvervoer hebben, maar een wat betere spreiding over de dag? Naar al dat soort facetten kijken we, ontwikkelen we op. We kijken ook, het is hier door de heer Rotteveel al verteld, we hebben begin van het jaar hier 230 Donkey deelfietsen in de Drechtsteden neergezet, omdat wij ook zagen dat er in de coronatijd meer mensen op een fiets stapten en misschien wel de kleinere afstanden met een fiets willen afleggen. Dus hoe kunnen we die reiziger ook nog van deur tot deur beter faciliteren? Dus naar al dat soort concepten zijn we aan het kijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Huisman: Ik wou nog één toevoeging graag doen als het mag. De voorzitter: Oh … De heer Huisman: Ik gaf namelijk geen antwoord op de suggestie van de snelle lijn. De aanvulling daarop is, nou goed, hij gaat in een uur en dat is inderdaad lastig concurreren. Sneller zou graag mogen. Maar aan de andere kant hebben we ook duurzaamheidsdoelstellingen. En hoe sneller je vaart hoe minder duurzaam het is. En zeker hebben we een doelstelling dat we ook nog eens elektrisch willen varen. En dan is het vermogen wat je nodig hebt om die snelheid te bereiken simpelweg technisch nog niet op de markt om zo snel te varen. Dus, maar … Ja. Nee, nou ja, goed. Ook daar wordt naar gekeken.
Maar dat zijn … Om even een beeld te geven van, wij snappen dat om te concurreren moeten we sneller zijn, willen we ook. En zodra het kan gaan we het waarschijnlijk ook gewoon doen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag voor de heer Steentjes van Qbuzz. Ik hoorde hem zeggen dat natuurlijk de financiële situatie voor wat betreft 2023 nog allerlei onzekerheden kent. En als ik goed geluisterd heb, dan begreep ik dat u
28
nu werkt aan een stuk of vier verschillende scenario’s en dat ook op het moment dat u natuurlijk … Wanneer u meer duidelijkheid heeft hoe die situatie eruitziet, dat u dan weet wat het gaat worden en dan ook eigenlijk heel snel moet gaan schakelen, want binnen de organisatie moet van alles gebeuren. Ik denk dat het goed zou zijn als wij als Dordtse raad ook zoveel mogelijk mee kunnen denken. Ik heb u zelf ook zoiets horen zeggen. Zou het dan niet goed zijn als u die, want u heeft die scenario’s die heeft u al en die bespreekt u ook met de provincie, als we op korte termijn een moment prikken waarop we als raad ook naar die scenario’s kunnen kijken, in de wetenschap dat er dan dus waarschijnlijk een stuk of drie uiteindelijk af zullen vallen. Maar dat klinkt voor mij als een manier op invloed te hebben. Want tegen de tijd dat u meer weet van de financiën en de keuze heeft gemaakt, als we dan meepraten, ja, dan valt er denk ik niet meer zo heel veel mee te denken, te beïnvloeden. We hebben geen … We kunnen niet beslissen, maar we kunnen misschien wel wat beïnvloeden. Hoe staat u daar tegenover? De voorzitter: De heer Steentjes. De heer Steentjes: Nou ik sta daar zeker welwillend tegenover. Want net wat u zegt, tijdigheid is geboden. We zitten dadelijk in een kort proces. Dus procesmatig moeten we even kijken, Mark, hoe we dit aan kunnen vliegen.
Ik weet ook niet of de beste vorm is nu alle scenario’s met detailmaatregelen met elkaar door te nemen of wat basisuitgangspunten. Dit voor dit, dat voor dat en dit liever niet. Dat we op die manier met elkaar toch wat keuzes kunnen maken. Ik wil daar ook wel ook bij zeggen dat we ook wel uitgebreid gewoon ook met de gemeente op ambtelijk niveau in overleg zijn. Maar wellicht dat we dit op deze manier vorm kunnen geven, Mark. De voorzitter: Ja, dank u wel, dat nemen we mee. Ik ga naar de heer Stolk van de VSP. De heer Stolk: Ja, voorzitter, dank u wel. Mij gaat het er eigenlijk om, als VSP zijn wij voor de ouderen in Dordrecht. Maar ik vraag mij af, hoever moeten we dus afschalen totdat we de bodem zien. Met andere woorden, we hebben openbaar vervoer, we willen openbaar vervoer. En juist voor de ouderen moet het blijven bestaan. En ik heb steeds de indruk dat de financiën regerend zijn. En ik zou graag willen zien dat de lijnen regerend zijn en zeker voor de mensen die dus weinig te besteden hebben, slecht mobiliteit hebben. En hoe kijken jullie daarnaar? Wanneer zeggen jullie nu van, wij gaan tot zover, anders kunnen wij geen service meer verlenen aan de inwoners van Dordrecht? De voorzitter: En aan wie stelt u de vraag? De heer Stolk: Ja, eigenlijk aan beiden, zowel Amigo als Qbuzz. De voorzitter: Aan wie mag ik het woord geven? De heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja, ik.
Ik wil daar wel even op reageren. Ja, u zegt terecht, dit zijn echt wel dilemma’s. En volgens mij hebben we dat met elkaar in november ook besproken, de dilemma’s die we moeten doen. Want dit soort keuzes bij minder raakt altijd iemand of een groep of iemand die vandaag gewend is om tweehonderd meter te lopen en morgen vierhonderd meter te lopen. En ik kan ook niet altijd beoordelen of de individuele reiziger dat kan. Uiteindelijk zijn we wel met elkaar, ja, gedwongen om dit soort keuzes te
29
maken. Dus daar gaan we ook echt niet lichtzinnig mee om. Aan de andere kant proberen we ook altijd wel een vangnet te houden en te creëren. En misschien ook minder gewenst als je een bus moet bellen of een stukje voortraject naar een eerste halte moet hebben, maar dat er in ieder geval altijd wel een alternatief is om bij die eerste halte te komen. Dus om maar even aan te geven, we gaan er zeker niet lichtzinnig mee om en het zijn wel echt dilemma’s. Maar om nou een streep te trekken van, ja, en nu kunnen we geen dienstverlening, ja, dan moeten we een streep trekken door het hele vervoer heen. En als wij het niet meer kunnen, dan kan mijn buurman het ook niet en mijn andere buurman kan dat ook niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stolk: Nou dat was precies ook de vraag, voorzitter. De voorzitter: Oké. De heer Stolk: En toch wil ik het wel weten. Hoever moet je gaan of hoever kan je gaan om het te versoberen? Dat is eigenlijk … En ik hoor het eigenlijk u niet zeggen, want zolang er nog geld is. Maar als het steeds minder wordt dan gaan we dat probleem krijgen. Maar ik zou graag willen weten wat dan ook de gemeente erin kan doen? Want ook de gemeente heeft financiën, we hebben een reservefonds. Hoever kunnen jullie gaan? De voorzitter: De heer Steentjes? De heer Steentjes: Ja, hoever kun je gaan? Dat is een lastige vraag.
Want op een gegeven moment is het natuurlijk niet zinvol meer om één lijn in een paar uur door een stad te laten rijden. Ja, weet je, dat … Volgens mij hoeven we dat hier niet uit te leggen, want dat gaat niet meer en dan is het ook geen openbaar vervoer meer. Kijk, op het moment dat er mogelijkheden zijn voor cofinanciering, zoals u dat zegt, ja, dat biedt alweer kansen. Aan de andere kant, als we met elkaar ook een lobby weten te voeren richting het Rijk. Dat we kunnen zeggen van, ja, beste ministerie van I en W, maar u heeft het toch echt niet bij het rechte eind dat deze sector, deze branche, ondanks dat het voor heel veel branches geldt hè, want wij zijn natuurlijk niet de enige en het is hier vandaag ook al veel vaker gezegd, dat ook veel meer branches het heel moeilijk hebben, maar dat het ministerie het toch echt niet bij het rechte eind heeft om te zeggen van, ja, in 2023 gaan we op eigen benen staan. Ja, als we dat met elkaar kunnen versterken dan hoop ik dat dit soort scenario’s niet aan de orde hoeven komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de laatste vraag van vanavond van de heer Boone van Beter Voor Dordt. De heer Boone: Ja. Dank u wel, voorzitter, laatste vraag. Ja, uit het hele vervoer van de beide vervoerders destilleer ik toch een onzeker beeld. En dan lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat we in de toekomst toch moeten gaan schrappen.
Dan is mijn vraag, of eigenlijk eerder opmerking, dan komt het moment dat je de dienstregeling erbij pakt en moet gaan kijken. Met name de vraag aan Qbuzz van, oké we gaan eerst in potlood gaan we schrappen en daarna komt het pijnlijke moment om dan toch met een rode pen te gaan schrappen. Dan is mijn vraag eigenlijk, welke criteria worden daarbij gebruikt en
30
met name, wat is de volgorde van die criteria? Oftewel, hoe prioriteer je die criteria om te kijken, welke lijn gaan we als eerste schrappen? De voorzitter: De heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja, dat zijn eigenlijk al … Dat zit al ontsloten in een aantal uitgangspunten die ik net al benoemde. Van in principe proberen we het lijnennet wat we nu hebben in tact te houden. We hebben vorig jaar daarop in moeten grijpen. En de dilemma’s waar we het net over gehad hebben, hebben we daarop moeten afwegen. Dus we trachten om het lijnennet in stand te houden. We hebben spitsen waarvan we weten gewoon hoeveel reizigers waar naartoe gaan. Die reizigers zullen we moeten accommoderen. We hebben een groot concessiegebied, een stedelijk gebied, een wat meer open gebied, en daar probeer je ook de pijn wat meer te verdelen. Je probeer niet alle pijn laat maar zeggen even in de Molenlande te drukken om het hier overeind te houden. Misschien niet uw keuze, maar dit zijn wel de keuzes die we samen met de provincie en de opdrachtgever met het programma van eisen in de hand moeten afwegen. Dus zo ga je een afwegingskader met elkaar af. Van ja, als het min vijf procent is, nou dan hoeven er een aantal dingen niet. Maar wordt het min tien, ja, dan moet het wel. Verdeling tussen bus en trein. Ja, de trein is toch eigenlijk echt wel onze backbone van onze concessie.
En daar gaat ongeveer een kwart van onze reizigers mee. Ja, moet je daarop ingrijpen hè. Een eerste en een laatste rit is altijd heel erg pijnlijk. Maar in bepaalde scenario’s zal ook die keuze naar voren komen. Dus zo ga je hem langzaam … Of ja, langzaam afpellen in potlood, zoals u dat zegt. En uiteindelijk komt daar een vervoersplan uit. Maar dit zijn wel de afwegingen en keuzes die we in het proces moeten maken. De voorzitter: Oké, dank u wel. Is daarmee uw vraag beantwoord. De heer Boone: Ja, misschien toch nog iets inhoudelijker. Ik begrijp de afwegingen wel. Maar als je gaat kijken zeg maar, is dan alleen maar het aantal reizigers van belang of zijn er ook andere criteria zoals winstgevendheid bijvoorbeeld op een bepaalde lijn? Of, wat ook mogelijk is, gaan we als eerste lijnen schrappen waar de cirkels over elkaar heen getrokken zijn in de kaart. De voorzitter: De heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja, dat zijn afwegingen die we eigenlijk vorig jaar in ons lijnennet al hebben gemaakt om niet jaar op jaar voor de reiziger ook een veranderend lijnennet te krijgen, want dan wordt het allemaal wel heel verwarrend en ingewikkeld. Wij hebben hier een toekomst, met de wetenschap van toen, een toekomstvast lijnennetwerk neergelegd, wanneer we dadelijk in frequentie kunnen opplussen. Nou laten we hopen met elkaar dat we ook kunnen opplussen in plaats van kunnen downsizen.
Maar wij houden ook nu week voor week, maand voor maand bij waar de reizigers terugkomen en hoe ze terugkomen en op welke tijdstippen ze terugkomen om daar maatwerk op te leveren. Dus het is voor ons ook nog gewoon week op week, maand voor maand leren hoe de reizigers in de nieuwe situatie terugkomen. Ik heb ook net over het nieuwe werken gehad. Ja, dat begint nu een klein beetje vorm te krijgen. Files komen nu weer terug. Ja, stappen mensen dan weer terug het OV in? We hebben gezien dat heel veel mensen een tweede auto gekocht hebben. We hebben gezien dat heel veel mensen een
31
elektrische e-bike aangeschaft hebben in de coronapandemie. Komen die reizigers weer terug? Mevrouw Stolk: Komen die reizigers weer terug? De voorzitter: Ik was eigenlijk aan het afsluiten. Zal ik nog alleen u even toestaan en dan ga ik echt afsluiten. Bij dezen. Mevrouw Stolk: Heb ik even geluk. Tot hoever, en dan kijk ik even naar de provincie, tot hoever mogen ze downsizen. De heer Rotteveel: De vervoerders in de provincie zijn gehouden om te werken volgens de eisen volgens het programma van eisen, maar die zijn niet absoluut. Want voor om het financieel rond te krijgen is nu die beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk absoluut noodzakelijk. En als die wegvalt dan krijgen we het plaatje financieel niet rond en dan zullen we binnen de provincie ook de discussie aan moeten gaan, waar kunnen … Welke eisen kunnen we loslaten, welke eisen kunnen we, ja, minder zwaar maken? En die discussie is nog niet gevoerd, omdat we toch nog steeds hoop hebben dat we het Rijk op andere gedachten kunnen brengen. Sluiting De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ga hierbij wel de vergadering langzaam beëindigen. De conclusie is denk ik dat er nog heel veel behoefte is aan overleg. En ik begrijp van mijnheer Den Boer dat er via de agendacommissie dit onderdeel weer op de agenda gezet gaat worden. Ik dank even al onze gasten, dank u wel, en uiteraard alle raads- en commissieleden voor uw bijdragen.
En dan gaan wij verder naar de eetzaal denk ik. Oké, dank u wel.
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG VASTSTELLEN VISIE DORDRECHT D.D. 17 mei 2022 Vergaderkamer 3 Voorzitter: mevr. Bruggeling - gemeente Altena Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz
2. Vaststellen visie Balanceren in de Biesbosch Mevrouw Bruggeling: Ik krijg een seintje hier van de griffie van Altena dat we grotendeels compleet zijn. Dus dan wil ik jullie bij deze welkom heten bij deze bijeenkomst. Kan iedereen mij goed verstaan? Als het niet zo is dan handje omhoog, alstublieft. Mijn voorstel zou zijn om het geluid uit te zetten in hoeverre dat gaat en de camera aan, in ieder geval voor het eerste deel, want ik vind het ook fijn om met u kennis te maken en u dus ook te kunnen zien. En zoals u ook met mij kennis kunt maken gedurende deze presentatie. Welkom raadsleden. U heeft mij gevraagd om het een en ander te vertellen over de visie Balanceren in de Biesbosch en ik ben heel blij dat ik die
32
gelegenheid krijg, dank daarvoor. Want in mijn ogen hebben we een mooi product opgeleverd waar niet alleen de drie gemeenten en Staatsbosbeheer aan hebben gewerkt maar juist ook allerlei belanghebbenden in de Biesbosch. Dus daarom ben ik extra trots dat ik dit kan presenteren. En extra speciaal is het dat wij deze presentatie tegelijk met alle drie de gemeenteraden van de Biesbosch samenzitten. En dat is ook ontstaan vanuit de wens om van elkaar te weten wat jullie vinden over de Biesbosch en daarom zal ik specifiek daar ook wat aandacht aan besteden, namelijk zo behandelen welke wensen en bedenkingen de verschillende gemeenteraden tijdens de wensen en bedenkingenprocedure vorig jaar hebben uitgesproken. Dus die kunt u ook van mij verwachten in deze presentatie. Allereerst zal ik mij even voorstellen. Goedendag, ik ben Cobien Bruggeling en ik ben uw Biesboschregisseur sinds februari vorig jaar. En ik ben hard aan de slag geweest om de visie Balanceren in de Biesbosch tot een nieuwe versie, gedragen versie, te krijgen. Naast mij zitten dus ook nog collega’s van de griffie die het een en ander in de gaten zullen houden. Ik wil u vragen om te kijken of u de vragen tot het eind kunt bewaren, want ik denk dat ik veel vragen hoop te beantwoorden in de presentatie. En als dat niet zo is dan ben ik heel benieuwd naar uw vragen achteraf.
Een ding nog vooraf voordat ik de presentatie start: er wordt vaak gesproken over de gebiedsvisie, ik zag het ook weer in mijn agenda staan voor dit ding. Ik doe dat bewust niet omdat ik heb gemerkt het afgelopen jaar dat dat soms tot verwarring leidt. Namelijk dat men het gevoel heeft dat daar dan een ruimtelijke implicatie aan zit, een ruimtelijke ordeningsding is, terwijl het eigenlijk wat er hier voor u ligt is een visie die gaat over de samenwerking, hoe wij samen gaan werken de komende jaren in de Biesbosch en hoe wij gezamenlijk willen optrekken in de Biesbosch. Dus vandaar zult u mij niet het woord gebiedsvisie horen zeggen maar visie Balanceren in de Biesbosch of visie. En dan wil ik graag de presentatie starten, daarvoor ga ik mijn scherm delen. Zo. De aanleiding voor deze visie Balanceren in de Biesbosch ligt hem in het opheffen van het Parkschap per ingang van vorig jaar. Toen u besloten had de gemeenschappelijke regeling op te heffen is gekeken hoe we onze samenwerking voor de komende jaren willen vormgeven. Dit in de wetenschap dat we in de Biesbosch toch wel een hoop gezamenlijke belangen houden. En het bureau Orbis heeft toen opdracht gekregen om, van drie gemeenten en Staatsbosbeheer, om een visie te maken waarbij we opschrijven wat we eigenlijk gezamenlijk willen doen in het gebied.
En aan de basis van die opdracht lag de wens om tot een breed gedragen visie te komen en dus niet alleen partijen te betrekken die onderdeel zijn van de bestuurlijke samenwerking, maar juist ook partners die een belang hebben bij de Biesbosch. Ook toen werd al het risico gezien en dat is uiteindelijk ook waar geworden, dat dit traject gelijkliep en loopt met de recreatieve zonering die ontwikkeld is door Staatsbosbeheer en dat dat tot verwarring zou leiden. En helaas is dat dus ook gebeurd, veel partners hebben vragen gesteld over de relatie tussen deze twee documenten waarom nu dus ook een specifieke zinsnede in de aangepaste versie van de visie Balanceren in de Biesbosch is opgenomen die die relatie duidt. Bij het totstandkomen van de oorspronkelijke versie van de visie Balanceren in de Biesbosch hebben verschillende interviewrondes plaatsgevonden, eerst met direct betrokkenen en daarna ook met andere betrokken overheden zoals provincie, Rijkswaterstaat en IVN. En hun belangen kon u al lezen in de oorspronkelijke versie in de groene stroken. Daarnaast is er een uitgebreide digitale enquête gehouden waar onder meer 250 personen hebben gereageerd. En er zijn werksessies georganiseerd waarvan u een verslag ook vindt in de bijlage van de visie. Ook is er een bureaustudie gevonden waarin verschillende uitgangspunten van het stuk uit het verleden in het Parkschap zijn meegenomen,
33
bijvoorbeeld uit de punten die toen door de gemeenteraden eerder zijn meegegeven waarin bijvoorbeeld staat dat de samenwerking moet plaatsvinden binnen heldere kaders en dat de natuurwaarde voorop staat, dat er lokale variatie mogelijk moet zijn in ambitie en in ruimtegebruik en dat u moet kijken naar een gepaste wijze waarop ondernemerschap onderdeel kan zijn van het gebied en ook dat de basis op orde moet zijn. Alles bij elkaar heeft dit geleid tot de eerste versie van de visie Balanceren in de Biesbosch die aan u is aangeboden vorig jaar voorjaar. En in deze presentatie zal ik dus een opsomming geven van de wensen en bedenkingen en aandachtspunten die u vervolgens heeft meegegeven. Twee van de drie gemeenteraden besloten tot het plaatsen van formele wensen en bedenkingen waarbij ook oproep is gedaan om nogmaals met belanghebbenden te praten over het stuk. Ten tijde van die besprekingen vorig jaar in 2021 was ik als Biesboschregisseur ook al bezig met verkennende gesprekken met belangenorganisaties om te kijken hoe we de samenwerking in de Biesbosch kunnen opbouwen. En zij gaven op dat moment ook al aan dat zij wat zij misten in die versie van de visie was hun eigen perspectief, het was heel erg geschreven vanuit het perspectief van de overheid en zij zagen nog onvoldoende terug dat juist de ambitie is in deze visie om het samen te doen.
Niet alleen samen met overheden maar juist ook samen met belangenorganisaties. En met die gedachtegang hebben we ervoor gekozen om eigenlijk een nieuwe interviewronde te starten zoals die al eerder hadden plaatsgevonden maar nu met belangenorganisaties zodat zij eigenlijk dezelfde soort groene strook in de visie zouden kunnen krijgen en ze daardoor ook terug te lezen was wat zij vonden van de samenwerking en wat zij ambieerden in de Biesbosch. Ik vond het daarbij ook wel van belang dat iedereen die op enige manier nog een keer zijn mening wilde uiten over het stuk dat kenbaar moest maken. Dus ik heb geprobeerd zo breed mogelijk te informeren bij de mensen die eerder betrokken waren geweest bij de totstandkoming van de visie maar ook mensen die ingesproken hadden tijdens de procedures te benaderen en aan te geven dat er, hoe zij dat konden doen, dat kenbaar maken van hun mening. En het idee was, het idee is daarbij dat er een aantal representatieve vertegenwoordigers uit het gebied een specifieke belangengroep zou vertegenwoordigen, heeft vertegenwoordigd, eigenlijk moet ik zeggen. En dat die de opmerkingen van hun belangengroep zou bundelen die vervolgens zou kunnen in de interviews onder de aandacht zou kunnen komen. Dus het was een soort van trapraket. In de aanpassing van de visie hebben we verschillende belangengroepen geïnterviewd, dat is deze opsomming.
En dus alle mensen die nog iets wilde kenbaar maken over het stuk zijn gevraagd in hoeverre voelt u zich vertegenwoordigt om aan een van deze belangengroepen deel te nemen? En dat was over het algemeen wel zo. En ik heb ook actief geprobeerd om vertegenwoordigers van deze belangengroepen die betrokken waren bij de Biesbosch op te zoeken. En je merkt dat dat toch soms nog best een werk is, want in de Biesbosch heb je te maken met twee provincies, drie gemeenten. En voor deze belangengroepen geldt gewoon vaak dat ze daarin ook met eigen afdelingen werken. En het mooie is dat ik heb gemerkt dat desondanks iedereen zo veel hart heeft voor de Biesbosch en zich daar graag voor wil inzetten, dat ze best bereid zijn om daar een inbreng op te leveren. Als u nu nog specifieke vragen heeft over welke partij met mij deze belangengroepen gesproken hebben lijkt het me goed om even te mailen want dan kan ik er rustig op reageren, want het is best een uitgebreid proces geweest. Oké, dus elk van deze belangengroepen heb ik dus geïnterviewd met de insteek om een toelichting te schrijven van de belangengroep, zoals u nu kunt lezen. En om ook op te halen welke tekstvoorstellen zij zouden zien in een aangepaste versie van de visie. En
34
vervolgens ook op te halen bij de partijen hoe zij zelf zouden willen samenwerken komende tijd. Concreet als voorbeeld bijvoorbeeld heb ik een interview gehad met de regiomanager van HISWA-RECRON en bestuursleden van Recreatief Drimmelen. Helaas was de vertegenwoordiger van Klein Schippersgilde uit Dordrecht verhinderd. Maar die heeft naderhand nog op het verslag kunnen reageren. Vooraf, ongeveer twee maanden van tevoren had ik een vragenlijst gestuurd zodat zij de antwoorden die zij tijdens die interviews konden geven eerst konden ophalen bij hun achterban. En achteraf heb ik dus een verslag geschreven waar ze ook nog op hebben kunnen reageren. En al die tekstvoorstellen die bij die interviews van die belangengroepen zijn ingediend, daar, die zijn vervolgens gebundeld. En elk van de vertegenwoordigers heb ik gevraagd of zij vervolgens op een programmasturingsniveau deel wilden nemen aan het Biesboschnetwerk. Sommigen wilden dat graag en anderen zagen zichzelf liever als agendalid, bijvoorbeeld omdat ze hun aandacht ook wilden richten op andere ontwikkelingen. Dan heb ik een stuurgroep geformeerd met vertegenwoordigers van belangengroepen samen met de bestuurders van de Biesbosch. Dus de drie wethouders en het provinciehoofd van Staatsbosbeheer om het te hebben over aanpassingen op de visie. We spraken elkaar voor het eerst december vorig jaar, helaas ook digitaal.
En daar hebben we deze tekstvoorstellen besproken en vervolgens zijn we tot een aangepaste versie van de visie gekomen die nu ook voor u ligt. Nou, zoals ik al zei, deze bijeenkomst is ook georganiseerd omdat u behoefte had om van elkaar te weten wat u vindt van de visie. Dus vandaar dat ik nu de wensen en bedenkingen die zijn geplaatst met u zal doorlopen. Daarbij kan ik wel zeggen, we hebben ze ingedeeld per thema zoals de visie ook thema’s benoemt maar eigenlijk heeft elk onderwerp in de Biesbosch wel verwevenheid met meerdere thema’s, dus het kan zijn dat u wellicht net een opmerking beter passend had gevonden bij een ander thema maar ik hoop dat u me dat vergeeft. Als eerste wensen en bedenkingen die zijn uitgesproken over het proces. Zowel Altena als Drimmelen benadrukten in hun wensen en bedenkingen dat belanghebbenden nog een keer een kans moesten krijgen om mee te praten over de visie Balanceren in de Biesbosch. Dit werd ook mede ingegeven doordat er een brandbrief was gezonden vanuit verschillende belangengroepen aan de gemeenteraden, die niet alleen over de visie maar ook over de recreatieve zonering ging. In deze brief pleiten een aantal belangenorganisaties voor een overlegorgaan waar samen keuzes gemaakt kunnen worden voor de Biesbosch.
Nou, fijn is dat afgelopen jaar we daar juist hard aan hebben gewerkt en wat ik nu kan zeggen dat we met de stuurgroep een dergelijk overlegorgaan bereikt hebben. Drimmelen wilde daarbij ook zelf graag de visie kunnen vaststellen. Nou, dat ligt op dit moment aan u voor, dus ook dat is gelukt. En specifiek gaf Drimmelen nog mee dat zij een brief hadden geschreven naar Altena en Dordrecht waarop ze ook nog wensen en bedenkingen gaven aan de andere raden, maar dat ging ook wel deels over de recreatieve zonering en over onderwerpen die het beheerplan van Natura 2000 aangaan. Op het thema handhaving en regulering merk je eigenlijk dat grotendeels de partijen het wel eens zijn. Iedereen zegt: dit verdient onze aandacht en hier moeten we goed op samenwerken, ook Dordrecht en Staatsbosbeheer hebben dat benadrukt gedurende het proces. Bij Drimmelen speelde daarnaast op dat moment ook wat onvrede vanwege afsluitingen die in 2020 op stel en sprong gedaan waren, waardoor zij benadrukten dat de besluitvorming en de communicatie rondom dit soort maatregelen beter moet. Bij de belangenbehartiging en omgevingsmanagement is het vooral gegaan over NLDelta, dat is het nationaal park nieuwe stijl wat op dat moment in wording was, maar daar waren de meningen ernstig over verdeeld binnen het netwerk. Op dit moment
35
heeft NLDelta pas op de plaats gemaakt in afwachting op landelijk beleid. En als Biesboschregisseur ben ik zelf ook bij een bijeenkomst geweest dit voorjaar georganiseerd door het ministerie van LNV om juist na te denken over welke vorm dit nieuwe beleid moet gaan krijgen. Dus op dit moment ligt dat stil. Op het thema recreatie en toerisme liggen de belangen ook wat meer uit elkaar. Waar Altena de nadruk legt op mogelijkheden bieden voor eigen bewoners om te kunnen genieten van de Biesbosch, zeker de mensen die vroeger hard gewerkt hebben in de Biesbosch, is voor Drimmelen het economische belang relevant. Voor beide geldt dat ze pleiten voor goede toegankelijkheid, goede voorzieningen en dat het onderhoud van belang is. Specifiek op dat moment speelde ook nog de discussie rondom duurzaam varen omdat die ambitie in de recreatieve zonering stond, die er inmiddels uit is. En daarvan hadden ze allebei aangegeven dat het wel van belang is dat stappen richting duurzaam varen wel technisch en financieel haalbaar moeten zijn voor de gebruikers. In Dordrecht sprak de raad naast goede faciliteiten voor varen, wandelen en fietsen juist de wens uit om verder te gaan dan de ambitie als het gaat om duurzaamheid en het als apart thema te benoemen. Ook gaven ze in Dordrecht het aandachtspunt mee om ook mensen met een beperking te laten genieten in de Biesbosch en daar aandacht voor te hebben.
Thema bezoekersmanagement merk ik is vooral tijdens de wensen- en bedenkingenprocedure een onderwerp geweest waar in Altena over is gesproken, ook al is dat ook in de besprekingen in Dordrecht wel aan de orde gekomen. Communicatie en marketing is voor alle partijen een belangrijk instrument. In Altena ligt daarbij wel de nadruk op de eigen identiteit en op het kwaliteitstoerisme. En in Drimmelen kijkt men meer naar de waarde ook van communicatie voor de vrijetijdseconomie. En wat ik heb gemerkt is dat het woord marketing soms best gevoelig ligt, tegelijkertijd heb ik ook gemerkt dat als je mensen spreekt die inmiddels wat kennis hebben opgedaan over gericht bezoekersmanagement, dat het eigenlijk uit dezelfde bouwstenen bestaat. Namelijk: als je aan goed bezoekersmanagement wil doen moet je, net als bij marketing, je doelgroep goed kennen zodat je daarop kunt sturen. Dus u kunt ook soms als u de visie leest over marketing kunt u het ook misschien vanuit die hoek wel beschouwen, dat als wij goed bezoekersmanagement willen doen, dan moeten wij weten welke doelgroep we hebben en daar kunnen we dan op sturen. En dat zal dan waarschijnlijk wel een andere boodschap zijn wellicht dan als je het vanuit marketingperspectief ziet. Maar in essentie is het op de basis van dezelfde principes. Over educatie is niet heel specifiek gesproken vorig jaar.
Wel is volgens mij bij de gemeente Altena het scholenprogramma als wens genoemd. Oké, nou, dit was een opsomming van de meningen van de raadsleden vorig jaar. Maar inmiddels zijn er natuurlijk verkiezingen geweest en zijn ook nieuwe raadsleden gestart en daarom heeft u als het goed is vanmiddag vanuit de griffie van Altena een uitnodiging gekregen voor een bijeenkomst op 10 juni. Oh, de griffie zegt dat misschien Dordrecht en Drimmelen dat nog niet heeft gehad, maar dan bij deze nodig ik u uit namens de griffie in Altena om daarbij aanwezig te zijn bij het Biesbosch MuseumEiland waarin u vooral ook met elkaar het gesprek kunt voeren en met elkaar van gedachten kan wisselen aan de hand van de thema’s die spelen in dit gebied. Dus ik hoop dat u daarbij aanwezig kan zijn, ik zal er zelf ook bij zijn, dus als er dan nog vragen zijn dan kan ik die ook beantwoorden. Met uw wensen en bedenkingen en hetgeen wat door dus de belangengroepen is ingebracht tijdens de interviews zijn tekstvoorstellen gemaakt en deze zijn in december vorig jaar besproken in de eerste stuurgroep, waar ik het al over had, met vertegenwoordigers van de belangengroepen en de bestuurders. En dat heeft geleid tot de volgende aanpassingen: er zijn beschrijvingen van de
36
belangengroepen toegevoegd, de visie is op een aantal punten geactualiseerd, bijvoorbeeld als het dus gaat om de ambitie duurzaam varen waarvan we vorig jaar met elkaar hebben gezegd, ook naar aanleiding onder andere van de bespreking in de gemeenteraden, we gaan met belanghebbenden in gesprek om te kijken wat en wanneer zou dit technisch en financieel haalbaar kunnen zijn? Dat is op dit moment gewoon gaande, dat gesprek. Het voorwoord hebben we bewust gelaten zoals het was, ook al is het misschien enigszins achterhaald omdat dit juist de aanleiding van de visie duidt. Dus ik hoop dat dat voor u niet al te verwarrend is geweest bij het bestuderen van de visie. Verder zijn er vijf tekstaanpassingen gedaan die overeen zijn gekomen in die stuurgroep. De eerste is dat de missie qua nuancering iets is aangepast omdat je merkt dat er verschillend gedacht wordt over of het druk is in de Biesbosch, zo ja, hoe druk het is in de Biesbosch. Dus vandaar dat er de zin steeds opgenomen dat daar de belanghebbenden verschillende nadruk leggen. Maar eigenlijk is er wel de consensus dat we er vooral samen mee aan de slag moeten om een balans te vinden tussen recreatie en natuur. Verder is er in de missie een duiding gedaan over het benutten van de schil, met name bewoners en agrariërs hadden moeite daarmee omdat zij zitten in die schil en zij wilden daar graag wat nuancering op.
Dus daarom is erop aangepast dat we daarin kijken naar meervoudig ruimtegebruik waarbij ook bestaande functies zoals landbouw en bewoning een goede plek hebben. Het merendeel van de verwijzingen van NLDelta zijn eruit, wat u nog wel leest zijn concrete acties die nog lopen op het gebied van educatie en acties als het gaat om zorgen dat er nog wel afstemming plaatsvindt over communicatie tussen NLDelta en het Biesboschnetwerk. Toegevoegd is dat we elke vijf jaar gaan evalueren en dat we elkaars rechten respecteren. En dat heeft meerdere redenen, enerzijds omdat daarmee we vertellen dat de omgevingsplannen altijd nog leidend blijven en dat u daarmee als raden altijd nog zelf kunt besluiten over die omgevingsplannen. Maar ook bijvoorbeeld dat het visrecht van de sportvisserij nog geldig blijft. En specifiek daarbij ook nog de zinsnede opgenomen dat op het verzoek van het netwerk dat als u instemt met deze visie Balanceren in de Biesbosch dat niet betekent dat u ook instemt met de recreatieve zonering. Oh, nog eentje terug, excuus. Want wat ik nog wilde vertellen is wat u nou niet aan wensen en bedenkingen terug ziet komen in de aangepaste visie, wat is daarmee gedaan? Nou, enerzijds hebben we dat soms gezien als een onderstreping van de visie, bijvoorbeeld als het gaat om een pleidooi om handhaving of de noodzaak om te balanceren.
Anderzijds is het ook wel soms dat over dat onderwerp nog geen consensus is in het netwerk. Dus dat we met name in de visie zeggen: we willen hier over met elkaar het gesprek voeren in het Biesboschnetwerk. Soms kan het ook zijn dat opmerkingen al zijn meegenomen in het opbouwen van het netwerk, zoals bijvoorbeeld het opzetten van een overlegorgaan en het betrekken van belanghebbenden. En ook zijn soms aandachtspunten meegegeven aan partners in het netwerk zoals het communiceren over afsluitingen aan Staatsbosbeheer en de toegankelijkheid en de zorgen rondom verlanding aan de provincie. Nou, waar staan we nu in het Biesboschnetwerk? We hebben afgelopen jaar het netwerk verdiept en uitgebreid en daar blijven we mee doorgaan. Eens per kwartaal verschijnt er nu een nieuwsbrief waarin de betrokkenen de ontwikkelingen kunnen volgen. En eens in de maand kunnen geïnteresseerden aansluiten bij een digitaal koffiemoment om met elkaar van gedachten te wisselen. Er zijn een aantal werkgroepen actief en dus een stuurgroep, zoals ik al heb gezegd. Wellicht bent u ook nog geïnteresseerd wie er uiteindelijk plaats hebben genomen in deze stuurgroep. Nou, dat zijn dus de drie wethouders en het provinciehoofd van Staatsbosbeheer, de voorzitter
37
van de Biesboschfederatie namens alle watersporters, een bestuurslid van Recreatief Drimmelen namens alle recreatieve ondernemers, de voorzitter van de Natuur- en Vogelwacht Biesbosch namens alle natuurbeschermers, een belangenbehartiger van de Sportvisserij Zuidwest Nederland namens alle sportvissers en een ambtenaar van de gemeente Geertruidenberg. Als laatste wilde ik nog melden dat we ook nog bezig zijn om te kijken of we een Biesboschbijeenkomst voor dit jaar nog kunnen organiseren. Afrondend, voordat ik heel benieuwd ga zijn naar uw vragen, wat zegt de visie nu wel en wat zegt de visie nu niet? De visie zegt dus niet wat je wel of niet mag in de Biesbosch. Daarvoor zijn wettelijke kaders zoals omgevingsplannen zoals ik net zei. De visie zegt ook niet dat partijen die nu niet genoemd staan in de visie niet mogen deelnemen in het Biesboschnetwerk. Sterker nog, het Biesboschnetwerk is voor iedereen die zich betrokken voelt bij de Biesbosch, dus graag, hoe meer hoe beter. En als laatste zoals eerder gezegd dat als u met deze visie instemt dat niet automatisch betekent dat u ook instemt met de recreatieve zonering. Maar wat zegt de visie dan wel? Nou, dat we samen willen werken aan het behouden en het versterken van het Biesbosch voor toekomstige generaties en dat we daarbij continu de balans zoeken tussen natuur en recreatie.
En dan zal ik mijn, stoppen met delen van mijn scherm zodat ik u weer kan zien. En dan ben ik heel benieuwd naar uw vragen. Oh ja, als u een vraagt heeft graag een handje opsteken. Oh, een handje in Dordrecht. ‘…’, kun jij dan het geluid aanzetten, lukt dat? De heer De Boer: Zonder microfoon? Ja? Met microfoon. Mevrouw Bruggeling: Kan ik hem ontdempen? Nee, dat kan ik niet. De heer De Boer: Oh, nou ja. Horen jullie mij? Nee. Ben ik hoorbaar of niet? Mevrouw …: Er loopt iemand naar het scherm. De heer De Boer: De microfoon staat uit. Camera ... Mevrouw Bruggeling: Heeft iemand anders in de tussentijd een vraag? De heer De Boer: Is nu … Ben ik nu hoorbaar of niet? Mevrouw Bruggeling: Oh, ja. De heer De Boer: Oh, ik hoor een beetje een echo. Die uit. ‘…’ De heer …: Ik vraag ‘…’ om te komen, maar misschien in de tussentijd vast een vraag. Mevrouw Bruggeling: Ja, want we horen jullie wel, er zit alleen een galm in. De heer …: Dat is alleen maar van de andere teams, dus als je die uitzet. Dan moeten ze die uitzetten. De heer Den Haan: Een kermis galm. De heer Vullings: Is het zo beter?
38
Mevrouw Bruggeling: Ja, veel beter. De heer De Boer: O, nu hoor ik Cobien niet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Als je die aanzet? De heer Vullings: O ja. De heer …: We hebben een galm ‘…’ De heer …: Die staat uit dus horen ons niet daar. De heer …: Ja, ik heb deze nu uitgezet. Mevrouw Bruggeling: Wellicht heeft iemand anders in de tussentijd nog een vraag voordat … De heer De Boer: Cobien, hoor je mij? Mevrouw Bruggeling: In Dordrecht de apparatuur werkend krijgen. Steek dan een handje op. De heer De Boer: Cobien, hoor je mij? Mevrouw Bruggeling: Ja, ik hoor je. De heer De Boer: Oh. Ik hoor geen echo nu. Uit Dordrecht hier. Mevrouw Bruggeling: Janet, dan laat ik eerst even Dordrecht aan het woord en dan geef ik je daarna de kans, oké? De heer De Boer: Oké. Mevrouw Bruggeling: Vertel. De heer De Boer: Dank voor de presentatie. Wel wat technische vragen maar een belangrijke vraag: er is een bereidheid om zeg maar gezamenlijk de verantwoordelijkheid te pakken omdat je met meerdere gemeentes daaraan meedoet, aan het hele plan. Is het zo dat je ook dan gezamenlijk verantwoordelijk bent als er dingen aan de hand zijn, of heeft elke gemeente zijn eigen stuk? Mevrouw Bruggeling: Bedoel je dan op het gebied van handhaving? De heer De Boer: Handhaving, stukje andere dingetjes die gebeuren.
Ja kijk, de normale dingen als onderhoud en dat soort dergelijke, dat hoort natuurlijk bij de gemeente, maar trek je in die zin gezamenlijk op of blijft gewoon elke gemeente gewoon verantwoordelijk voor zijn eigen toko? Mevrouw Bruggeling: Het is wel, het Biesboschnetwerk is juist opgebouwd vanuit eigen verantwoordelijkheid, ja. En dan heb je natuurlijk wel altijd te maken dat de eigenaar van
39
veel van de Biesbosch Staatbosbeheer is, dus daar ligt een verantwoordelijkheid maar inderdaad ook gewoon de gemeente waar het zich voordoet. De heer De Boer: Oké, dank je wel. Mevrouw Bruggeling: Janet. Mevrouw Crezée: Ja Cobien, dank je wel. Ik hoorde je net zeggen dat het verlanden bij de provincie ligt. Dus dat vraagstuk. Mevrouw Bruggeling: Dat we dat nu als aandachtspunt hebben meegegeven aan de provincie, ja klopt. Mevrouw Crezée: En hoe gaat dat dan verder? Mevrouw Bruggeling: Een van de dingen die wij komend jaar willen doen is met name die relatie met de provincie verder verstevigen, bestendigen, omdat zij gaan werken aan het bouwen van de nieuwe Natura 2000 beheerplannen en het prettig zou zijn als wij daar als Biesboschnetwerk een actief partner in kunnen zijn. Mevrouw Crezée: Oké, dank je wel. Mevrouw Bruggeling: Philip. Sorry dat ik met voornamen doe maar die zie ik soms wat eerder. De heer Den Haan: Dat geeft niet hoor, Cobien. Dank voor je presentatie want het is in ieder geval vanaf het eerste moment dat wij erbij betrokken zijn geraakt in ieder geval een stuk helderder. En nou ja, goed, als je afsluit met wat wel kan, dus samen werken voor de toekomst, voor de generaties na ons, dan is dat volgens mij waar niemand tegen kan zijn.
Maar goed, de spreekster hiervoor die … En ik hoorde dat het Janet was, die had al die vraag en dat is het grootste wat bij ons leeft. Dus die hele visie, je gaf al aan, die kun je, eigenlijk moet je die los zien van die recreatieve zonering. Maar volgens mij is dat voor heel veel mensen, heel veel betrokkenen, is dat heel moeilijk, lastig zelfs. En dat komt steeds terug want ook deze vraag van Janet, ja, die leeft al sinds het begin bij ons en daar gaat het juist fout. Het gaat over vertrouwen en dat vertrouwen, als ik in ieder geval namens Altena Lokaal spreek vanuit Altena, dat is er zeker niet in die relatie die Staatsbosbeheer ons vertelde met de provincie als het gaat om: wat wil je nou met die kreken? Als het goed is heb je ook de brief aan de Biesboschgemeente gehad van HISWA en RECRON. Daar hebben zij een aantal opmerkingen gemaakt en een van de grootste opmerkingen die gaan juist daarover. Omdat dat vertrouwen er niet is, dat dat verlanden bij de Biesbosch ook echt landt, dat dat echt moet gebeuren want anders krijg je het rondje, nou, de Steurgat en de Amer zijn genoemd en dan kun je niet meer naar binnen toe. Dus dat is voor ons echt wel een, ja, een strijdpunt om dat te doen. En ik hoor je zeggen: ja, we moeten de relatie opbouwen en ...