2020.12.16 Dordrecht Raad.pdf
Tekst van het document
De heer Van Verk: Ja voorzitter, de heer Van der Kruijff zegt dat het compromis het tempo erin houdt in de verandering naar, nou ja, naar een ander model. Laten we nog maar even in het midden houden welk. Ik denk dat dit compromis, en de heer Merx vroeg dat zojuist ook al aan de heer Portier, daar is geen unanimiteit over. En u zegt dan heel vrolijk van, ja maar die unanimiteit zou juist kunnen betekenen dat het compromis zo gedragen wordt. Ik ben bang dat dit een compromis is wat tegen wil en dank is afgesloten, om toch maar verder te kunnen gaan. De vorm van een politiek compromis wat, waar eigenlijk niemand blij van wordt. Ze lijken wat dat betreft wat meer op Brussel aan de Maas. Maar wat we maar dan allemaal aanvaarden in de hoop dat het dan maar weer goed gaat komen. Dus in die zin denk ik dat het wat dat betreft wel een wat onvoldragen compromis is, en een wat opgelegd compromis zou ik bijna willen zeggen. Ja, de heer Van der Kruijff heeft gelijk. Als we dat aanvaarden dan zal dat
21
tempo erin kunnen blijven, ware het niet dat er dan nog allerlei hobbels kunnen komen. En uw opvatting dat de wethouders Sociaal bij elkaar gaan zitten als GR Sociaal, dat dat de zaak zou verbeteren, dat ben ik wel geneigd met u te delen. Inhoudelijk zullen deze mensen meer gericht zijn op het uitvoeren van een ordentelijk sociaal beleid, dan op een financieel gestuurd sociaal beleid. Dus in die zin heb ik, daar zou ik dan nog wel vertrouwen in kunnen hebben. Wat ik dan wel jammer vind, en wat ik eigenlijk waar ik me tegen blijf verzetten, en het was niet de huidige GRD waar ik me negatief over uitsprak. Maar het is de Serviceorganisatie Jeugd waarin we voortdurend zien dat 10 wethouders proberen iets met elkaar te, voor elkaar te krijgen. Maar er niet in slagen om tot een goed besluit te komen. En dat de gemeenteraden daar ver aan de kant staan. Zij mogen op elk voorstel mogen ze een zienswijze indienen, en die wordt dan keurig netjes op een rijtje gezet. En er wordt verder niets mee gedaan. En dat vind ik oprecht jammer, want gemeenteraden doen dat niet voor niets. Er wordt onvoldoende tijd en aandacht aan besteed. En dat erkent dat bestuur nota bene zelf ook nog.
Nou, dat is de reden waarom ik de slechte, negatieve ervaringen die ik daarmee heb, die leiden ertoe dat ik zeg, bij een beleidsterrein sociaal onderdeel, een sociaal domein, past een organisatie die de gemeenteraadsleden een zo groot als mogelijke invloed geven. En dat past beter bij een servicemodel, dan zo’n klassieke GR. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als het mag. Nog één, of twee reacties daarop. In de eerste plaats, ik ben het eens dat we met zijn allen niet erg gelukkig zijn met hoe het in het Jeugd domein gaat, laat ik het zo maar kort samenvatten. Daar staat toch wel in schril contrast tegenover dat we met zijn allen wel heel gelukkig zijn met hoe het met de huidige Sociale Dienst gaat die we hebben. Dus ik vind het niet helemaal terecht om zeg maar het ongemak wat we bij Jeugd zien, ook in de uitvoering, nu te projecteren op de Sociale Dienst waar we met zijn allen zo trots op zijn hoe goed dat gaat, en hoe die functioneert. Laten we het eerder eens andersom doen. Laten we kijken wat we van de Sociale Dienst kunnen leren hoe we dat in de Jeugd kunnen verbeteren zou ik willen zeggen. Dat is de eerste reactie. En de tweede. Ik wil dat toch nog meepakken. En wij horen straks wel vanuit het college denk ik nog. Want de vraag komt nou steeds boven, is het nou unaniem en hoe zit dat? En ik ben ook eens aan het zoeken gegaan.
Wij hebben gewoon van de laatste collegeconferentie een impressieverslag gehad. En daar staat bij de conclusie en afsluiting dat echt, daar staat na een korte samenvatting van alle standpunten door Marja van Bijsterveldt, die leidde dat, wordt de conferentie na enige discussie, oftewel het is een compromis, eens over een gezamenlijk Principebesluit om voor te leggen aan de lokale raden. Dat lees ik dat als ze gezamenlijk het eens zou worden dat dit het besluit is dat we de raden moeten voorleggen. En dat noem ik dan unaniem. Dus gezien de vraag die altijd in de lucht hangt, waar leest u dat? Daar lees ik dat. De voorzitter: Mijnheer Van Verk, we moeten weer liplezen. Het woord, ja, ja, ja, uw geluid. We willen u graag horen. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Voorzitter, in reactie op de opmerking van de heer Van der Kruijff over de unanimiteit dat laat ik verder maar aan u over. U kunt daar duiding aan geven. En dan hoop ik dat vooral ook te horen in relatie tot het advies van de portefeuillehouder
22
Sociaal. U zegt dat wij trots moeten zijn op de Sociale Dienst voor het vele goede werk wat ze doen. Mijnheer Van der Kruijff, ik ben apetrots op de Sociale Dienst de laatste jaren. Want ze doen inderdaad heel goed werk. En natuurlijk, mijnheer Portier, er gaat weleens iets fout. Maar daar waar wij in de vorige periode herhaaldelijk bestraffende woorden richting de Sociale Dienst uiten, zeer negatief waren en kritisch, moet ik nu zeggen dat zij echt hun werk uitmuntend en uitstekend doen. Maar ik heb het niet over de uitvoerende dienst. Ik heb het over het bestuurlijk construct. En het bestuurlijk construct van de SOJ is een klassieke GR die niet goed functioneert, die geen invloed geeft aan de gemeenteraadsleden, en waarvan we nauwelijks of geen sturing kunnen geven. Dat hebben we nota bene zelf geconstateerd in een onderzoek. Als een dergelijke constructie nu ook bij de Sociale Dienst gecreëerd wordt, dan creëren we een tweede monster waarop we vervolgens nauwelijks of niet aanspreekbaar zijn als raadsleden. En dat wil ik niet. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Kruijff, ik weet niet zeker of u elkaar op dit moment gaat, helemaal gaat overtuigen. Maar u heeft in ieder geval. De heer Van der Kruijff: ‘…’ voorzitter. Want ik ben het helemaal eens dat, wat er allemaal over Jeugd gezegd wordt uiteraard.
Tegelijkertijd zijn er in den lande vele goede voorbeelden van gemeenschappelijke regelingen waar het goed mee gaat. Dus laten we nou niet het vertrouwen verliezen dat een gemeenschappelijke regeling niet zou kunnen functioneren. De heer Van Verk: Klopt mijnheer Van der Kruijff, er zijn ook in deze regio een aantal gemeenschappelijke regelingen die uitstekend functioneren. Kijk naar de Veiligheidsregio, kijk naar de Omgevingsdienst. Maar het kenmerk van die gemeenschappelijke regelingen is, dat zij uitsluitend uitvoerend zijn, en niet beleidsrijp, zoals wel een Sociale Dienst is. En wel een Jeugdzorg is. Die diensten die hebben direct invloed op de leefomstandigheden van onze burgers. En als het daar niet goed gaat, dan worden wij erop aangesproken, en moeten we vervolgens zeggen, wij kunnen er niks aan doen, want dat is een GR en de invloed daarop is voor ons nauwelijks aanwezig. Dat is mijn probleem. Ik geloof dat we de discussie hierbij moeten laten voorzitter. De voorzitter: Dank u zeer. Dank u zeer. En in de tussentijd incasseren we in ieder geval even het compliment van de heer Van Verk over de twee GR’en die hij zojuist heeft uitgedeeld. Dan gaan we door naar de fractie Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Gaat uw gang. Mevrouw Koene: Dank voorzitter. We hebben het hier al uitvoerig over gehad in de commissie.
Is niet allemaal makkelijk af te doen, maar het heeft niet zoveel zin om dingen te herhalen. Voor ons is het, zou het het liefste zijn dat de Sociale Dienst ook in de servicegemeente zit zeg maar voor. We hebben het gevoel dat dit op dit moment het hoogst haalbare is. Dus laten we eerst nu zorgen dat we op een aantal terreinen beginnen. En nou ja, misschien wel mooi om dat dan te effectueren binnen deze raadsperiode, en de volgende raadsperiode te gebruiken om de Sociale Dienst dan ook, dan hebben we de andere onderdelen. Dus dan hebben we niet alles tegelijk. Dat is meestal ook niet ons sterkste punt, om hele grote dingen in één keer te doen. Dus dan
23
doen we het gefaseerd. Ik bedoel. Maar als het uiteindelijk maar zodanig is dat er één Serviceorganisatie is, en dat de gemeenten kunnen inkopen naar wat ze willen. De voorzitter: Dank u zeer. Dan kom ik, even kijken, kom ik tot slot bij mevrouw Jager. Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Dank u wel. Ja ik heb alle voors en tegens natuurlijk gehoord. Ik was één van de andere roepende in de woestijn in 2014 al. Als ik naar mezelf kijk dan zeg ik van nou ik zou het beter vinden als het in de Serviceorganisatie kwam. Maar ik begrijp ook alle argumenten over van dat, ja, dat er dan vertraging optreedt en alles. En dus, ik wacht gewoon eventjes de reacties van de wethouders af, voor ik besluit wat ik met de motie en het amendement ga doen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. En dat zullen niet alleen wethouders zijn, want ik ga daar zelf ook het nodige over zeggen. En omdat ik dat ga doen, wil ik de heer Schalken vragen om het voorzitterschap van de vergadering even over te nemen. De heer Schalken -den Hartog: Ja, ik ben er. Gaat uw gang, portefeuillehouder. De heer Kolff: Dank u zeer, voorzitter. Ja, een zeer belangwekkend onderwerp. En ik wil eigenlijk als eerste beginnen, en dat is misschien niet gebruikelijk, met het uitdelen van complimenten aan u allen. Want de manier waarop u tot nu toe over dit onderwerp spreekt, is volgens mij heel zorgvuldig en gedegen.
Eigenlijk alle kanten van het vraagstuk worden benadrukt, en komen naar voren. En dat geeft wel aan dat wij de discussies die we in het bestuurlijke overleg hebben gevoerd met de collega’s, en in de regio onder voorzitterschap van Marja Van Bijsterveldt, dat die ook goed zijn geweest. Want ik herken ongelooflijk veel van de onderwerpen die u aanraakt, ook in de gesprekken terug die we toen hebben gevoerd. Even in een notendop. De huidige GRD daar is ruimtelijk economisch domein anderhalf jaar geleden al uitgelicht. Dat is teruggelegd bij de gemeente, en daar wordt door portefeuillehouders op afgestemd. En daar wordt primair verantwoording afgelegd aan de eigen raad. Dat is in een notendop tot nu toe wat er is veranderd. En wat nu voorligt, is dat de Sociale Dienst in een vernieuwde gemeenschappelijke regeling doorgaat, en de overige dochters van de huidige GRD in de centrumconstructie komen bij Dordrecht ondergebracht. En de overige gemeenten ons kunnen inkopen. En daar, bij dat laatste onderdeel, ontstaat eigenlijk een situatie waarin wij leverancier zijn, ik zeg het maar eventjes platgemaakt, leverancier zijn, en de andere gemeenten afnemer. Daar ontstaat dus ook een wat zakelijkere verhouding. Wij zullen met een goed product, met een goede dienst moeten komen, willen de omliggende gemeenten dat ook langdurig blijven afnemen.
En in de tussentijd, in de transitie die we voor ogen hebben, dat zal een aantal jaar gaan duren, zal het eigenlijk in eerste instantie gaan zoals het nu ook gaat, alleen dan met Dordrecht als eigenaar, en de andere gemeenten als afnemers. We moeten dus niet verwachten dat op 1 januari ’22 de wereld meteen heel anders zal zijn. De diensten, en de mensen, en de service meteen heel anders is. Want dat is een transitie die een aantal jaar gaat duren, en waarin we ’21 nemen, het jaar ’21 nemen om dat voor mekaar te krijgen. Ik heb in elk geval een aantal vragen gekregen vanuit het CDA over die constructie met die dochters, die dan in de servicegemeente terechtkomen. Voor een deel zal overigens
24
collega Heijkoop, en voor een deel zal collega Sleeking ook antwoorden voor hun rekening nemen. Dus als ik niet compleet ben, dan komt dat er nog achteraan. Over die dochters, daarvan is gezegd in de verdere uitwerking zou je eigenlijk de kritische analyse tot stand moeten laten komen, en ook de risico’s in kaart moeten brengen die dat met zich meebrengt. En daar zijn we het ook volledig mee eens. We zijn er nog niet, we nemen vandaag een Principebesluit. Ik heb ook de VVD horen vragen, wat betekent dat eigenlijk? Nou, dit is zo’n complex geheel waar we de afgelopen jaren met elkaar in terecht zijn gekomen, waar voordelen aan zitten, maar waar ook nadelen aan zitten. Wil je dat ontvlechten, dan moet je dat stapsgewijs doen. Daar zijn we met elkaar wel achter gekomen. En al diegenen die zeggen u heeft een compromis gesloten, die geef ik volledig gelijk. Er is een compromis tot stand gekomen, daar is bestuurlijke consensus over tussen 7 colleges. En ik ben ongelooflijk blij, en eigenlijk ook wel een beetje trots, dat dat is gelukt. Want we zijn met elkaar ook voor een deel verzeild geraakt in een heel complex geheel. We hebben geen situatie waarin we met een, van een blanco uitgangspositie kunnen werken zoals de heer Van der Kruijff ook opmerkte. We komen uit een situatie en die gaan we verlaten. Voorzitter, ik zie een interruptie.
De voorzitter: Ja, een interruptie van de heer Merx. De heer Merx: Ja, dank u wel voorzitter. Ja een, de burgemeester schetst eigenlijk precies het, nou ja, de gedachtenkronkel waar wij in verzeild zijn geraakt. Omdat het zo ingewikkeld is, omdat er nog ongelooflijk veel moet worden uitgewerkt, het een Principebesluit is. Maar een Principebesluit, ja, je gaat wel een richting in. En is er dan nog een weg terug? Dan, mocht dat allemaal dat uitgewerkt wordt, wij hebben gewoon een aantal voorwaarden zeg maar waaraan wij straks ook definitief besluit gaan toetsen. En dat zie ik nog niet helemaal afdoende terug hierin. Dus ik worstel er echt mee. Ik heb iedereen gehoord, en iedereen heeft bijna gelijk. De heer Kolff: Ik begrijp het ongeduld van de heer Merx. En dat voel ik zelf ook. Maar ik wil graag ook antwoord geven op zijn vraag. Daar was ik ook bijna aan toegekomen. Nou moet ik even nadenken waar ik, waar ik was. Ja. We hebben eigenlijk de belangrijkste drijfveer vanuit Dordrecht, om de beweging in te zetten die we hebben ingezet, was de wens vanuit de Dordtse raad om meer positie te krijgen in datgene wat zich aan taken afspeelt in de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Juist ook met een veranderend sociaal domein. Met de behoefte om onze Dordtse inwoners op onze Dordtse manier te kunnen bedienen.
En om ook meer zeggenschap te krijgen in datgene wat er in zo’n gemeenschappelijke regeling gebeurt. Dat is eigenlijk de belangrijkste drijfveer geweest. En de motie die in de Dordtse raad is aangenomen om de positie van Dordt daarin te versterken, dat is iets wat bij alle portefeuillehouders die hierbij betrokken zijn geweest vanuit ons college, op het netvlies staat. En we hebben dan natuurlijk ook eerder al een besluit genomen in de Dordtse raad. Daarin eigenlijk de opties die daar liggen om tot een goede, nieuwe samenwerkingsvorm te komen, die hebben we ook heel helder op het netvlies. En daarin heeft de Dordtse raad ook aangegeven, we trechteren de mogelijkheden. We gaan ofwel in een gemeenschappelijke regeling verder, ofwel in een centrumconstruct, ofwel in een gemengde variant daarvan. En dat is eigenlijk het kader waarbinnen ook wij als college
25
weer de volgende stap zijn ingegaan, en die bestuurlijke conferenties hebben ingezet. En ik ben er nogmaals trots op, en blij mee, dat we ook binnen dat kader tot een heel werkbaar compromis zijn gekomen met de omliggende gemeenten. Want een enkeling van u, velen van u overigens, hebben ook gezegd hoe belangrijk het is dat we dat in, dat we die volgende stap ook in samenspraak met die omliggende gemeente zetten. En niet alleen als Dordrecht. Tuurlijk, als je alleen, het alleen voor het zeggen hebt, en als je een blanco scherm voor je hebt, zou je het misschien net anders tekenen. Maar de manier, de uitkomst die er nu ligt is voor ons zeer werkbaar. En eventjes ten aanzien van de keuze voor de gemeenschappelijke regeling voor het sociaal domein, en voor de centrumconstructie voor de overige onderdelen, daar geldt dat de nadere uitwerking, de devil zal ik maar zeggen, is in de detail. Natuurlijk is het zo dat als wij een gemeenschappelijke regeling met elkaar aangaan, dat we heel scherp moeten zijn op onder welke condities, en welke voorwaarden dat gebeurt. En als het gaat over die centrumconstructie waarin wij leverancier worden en anderen afnemer, dan zijn de condities en de voorwaarden van cruciaal belang. En dat is iets waar we nu al mee aan het werk zijn, om dat een stap verder te brengen. En in de volgende fase komen we daar ook zeker bij u mee terug.
Maar het Principebesluit om nu te kiezen voor een GR waarin het eigendom weliswaar bij 7 gemeenten blijft, maar waarin de zeggenschap van Dordrecht wordt versterkt ten opzichte van de huidige situatie, enerzijds. En anderzijds, de dochters die in een centrumconstruct komen, waarbij Dordt de pakketten aanbiedt, en dus ook zelf bepaald welk pakket voor Dordrecht zelf van toepassing zijn. Dat geeft ons veel comfort dat we ook aan de wensen van uw raad, die eerder zijn geuit, tegemoetkomen. De voorzitter: Sorry, mijn microfoon was uit. Ik zie een interruptie van de heer Van Verk. Ga uw gang. De heer Van Verk: Ja voorzitter, ik hoor de burgemeester zeggen dat hij goed nota heeft genomen van de wens van de raad eertijds, dat er meer positie moet komen voor Dordrecht. U geeft nu ook aan in uw betoog dat dat iets is, dat het een drijfveer is zelfs, om die positie te versterken van Dordrecht. Maar hoe ziet u dat dan? En wat is dan nog de meerwaarde van een GR ten opzichte van die Serviceorganisatie? Als Dordrecht een versterkte, zo niet bepalende positie krijgt? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kolff: Dank, voor deze vraag. Daar wou ik ook nu op komen. Want die gemeenschappelijke regeling dat is een huls die vervolgens nog geladen moet worden. Ik vergelijk het maar even met als je een bedrijf opricht.
Je kunt een BV kiezen als rechtsvorm, maar vervolgens is de vraag, wat ga je allemaal in die BV doen? Je werkmaatschappij. Dat is waar het om gaat. En zo trek ik ook maar even deze vergelijking. Die GR die moeten we nog vormgeven. Er komt enerzijds een pakket aan taken die je zou kunnen bestempelen als wettelijke taken, waar iedereen aan moet voldoen. Die kun je eigenlijk vrij probleemloos, zoals dat nu ook gaat, onderbrengen in die GR. En vervolgens heb je nog een aantal taken waarvan je zegt die zouden we eigenlijk wel gemeenschappelijk willen doen, maar die horen niet tot de wettelijke taken. Ook die kun je onderbrengen in die GR, en daar vervolgens beleid op opstellen in die
26
GR. En dat vaststellen in je eigen gemeenteraad. En wat er dan nog resteert is een stuk maatwerk. Datgene waar je als gemeente onderscheid op wilt maken ten opzichte van andere gemeenten. En daar had de heer Van der Kruijff het over, een bepaald percentage. Ik stel voor dat onze wethouder Heijkoop daar straks maar wat nadere inkleuring aan geeft. Maar dat stukje maatwerk, daarvan kun je zeggen, het beleid daarvan wordt weliswaar opgesteld in de GR door kwalitatief goede mensen die daar ook zitten. Maar dat wordt vastgesteld expliciet in de gemeenteraad waar het om gaat. En dat wordt dus ook niet eens overgedragen aan het bestuur van die GR. En daarmee is ook meteen de hoeveelheid zeggenschap die je bij dat bestuur neerlegt in het kader van stemrecht, zoals we dat een aantal van u vanavond aan de orde hebben zien stellen, minder relevant. Omdat de uitvoerende taken veelal bij dat bestuur terechtkomen, maar de echte keuzes worden gemaakt in de gemeenteraad. En volgens mij komt dat heel erg tegemoet aan de wens, ook van de raad van Dordt, om de zeggenschap over het sociaal beleid voor de eigen inwoners voor het grootste deel te laten plaatsvinden ook in de eigen gemeenteraad. Waar ook gewoon de politieke representatie van de bevolking zit. En dan nog even de vraag van de heer Van Verk, over waarom dan een GR, en geen serviceconstruct voor dit onderwerp.
Ja dat is inderdaad zoals door velen van u geconstateerd, onder andere de heer Van der Kruijff, ook gewoon een compromis. We hebben met elkaar gesproken over hoe we dit zouden kunnen vormgeven. Zeven gemeenten zitten nu met elkaar in een construct. Als we daar niet met elkaar op een éénduidige manier uitkomen, dan zitten we in een jarenlange strijd. Dat doet de voortgang geen goed. Dat doet ook de onderlinge verhouding geen goed. Dat zorgt niet voor een betere cultuur. En wij hebben gemeend om juist binnen de kaders van de raad hiermee toch snel voortgang te kunnen boeken, en aan die kaders te kunnen voldoen. En dat gevoel, dat wil ik tot slot zeggen op dit punt, het gevoel wat nodig is rondom die gemeenschappelijke regeling, de heer Van Verk zegt ik geloof daar niet zo in. Ik heb inmiddels in drieënhalf jaar tijd wel geleerd dat gevoel in de Drechtsteden toch ook van grote waarde is, en een belangrijke factor wil je voortgang boeken. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar een interruptie van mevrouw Kruger. Gaat uw gang. De heer Van Verk: ‘…’ nog even reageren voorzitter. De voorzitter: U wil reageren op het antwoord wat u kreeg met uw interruptie. Mevrouw Kruger: Oké, ik ga nog even onder. De voorzitter: Goed. Ga uw gang. De heer Van Verk: Nou voorzitter, dank u voorzitter.
Waar ik nog mee worstel is, u zegt van het is een compromis om dat voortgang moet voortgaan, we moeten geen ruzie krijgen, noem maar op. Dat zijn allemaal doelredeneringen. Dat willen we niet. Maar wat is nou de antwoord op de waaromvraag, waarom er zo nadrukkelijk wordt gekozen. Waarom wil men zo graag die GR ten opzichte van de Serviceorganisatie, terwijl u eigenlijk een beeld schetst waarin dat nauwelijks. Ik heb het even, want ik zit alleen, voor mij. Waarin er nauwelijks sprake is van, eigenlijk van sturen. Wat is dan de
27
meerwaarde daarvan? Ik begrijp meer ‘…’ Berenschot toentertijd aangaf, het sociaal domein kunt u intact laten zoals het nu is. U kunt daar het fysieke aan toevoegen. U kunt doormodderen zoals u doet, dat hebben we niet gedaan. En u kunt daar gewoon helemaal mee stoppen. De heer Kolff: Ja dank voorzitter. Kijk, die meerwaarde zitten hem voor de omliggende gemeenten met name in het gevoel en in het mede eigenaarschap hebben van datgene wat we ook samen hebben opgebouwd. Namelijk die Regionale Sociale Dienst waar eenieder zo trots op is. Daar zit vooral die meerwaarde in. Voor Dordrecht zit er overigens ook een meerwaarde in. Want daar waar je in een constructie zoals we dat met de centrumgemeenten gaan krijgen op de wat langere termijn ook zou kunnen krijgen. Dat als het aanbod van Dordrecht minder interessant wordt, gemeenten om zich heen kunnen gaan shoppen, zeg ik dan maar even tussen aanhalingstekens, heb je dat natuurlijk bij gemeenschappelijk eigendom minder. Daar waar je met elkaar in die gemeenschappelijke regeling zit, heb je ook de commitment van die zeven gemeenten die daarin zitten, dat dat ook een langdurig bestendige relatie oplevert. En dat daar ook mee bepaalde risico’s voor Dordrecht worden gemitigeerd.
Dus dat vind ik wel een belangrijk argument waarom ook voor Dordrecht die gemeenschappelijke regeling, zij het onder de conditie dat het met de zeggenschap daarin goed zit, wordt vormgegeven. Dus ik denk dat we daar met elkaar gewoon goed aan doen. De heer Van Verk: Goed. Het laatste argument daar zou ik nog wel het gevoel voor kunnen zijn. En laat ik vaststellen dat gemeenschappelijke gevoel duurt totdat er iemand denkt ‘…’. En zegt van, net zoals de ‘…’ tot ziens. De heer Kolff: Ja dat geldt natuurlijk altijd. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Verk. De heer Kolff: Dat geldt natuurlijk altijd voorzitter, als mensen uiteindelijk uit willen stappen, dan kan dat. Maar dat geldt dan natuurlijk bij een gemeenschappelijke regeling wel dat daar bepaalde condities aankleven. En die condities zijn nu juist voor de huidige gemeenschappelijke regeling iets wat we willen voorkomen, omdat dat eigenlijk alleen maar schade oplevert als we niet op een manier waarop iedereen het met elkaar eens is, deze transformatie gaan doorleven. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nu naar de interruptie van mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter. Ja aansluitend op wat de heer Van Verk zei. Ja ik zit ook nog heel erg te worstelen met van de stip op de horizon. Zoals u hem eigenlijk schetst is dat alles dalijk in een Serviceorganisatie ondergebracht wordt.
Nee, u schudt van nee. U zegt nog steeds van, de gemeenschappelijke regeling voor de Sociale Dienst, dat moet het dan zijn, en de dochters in de sociale organisatie. Terwijl u zegt, ja dat is een construct van langdurige, van meerdere jaren. Dat was de Drechtraad in principe ook. En op een gegeven moment is die ook, ja ter ziele gegaan zeg maar. En de ontwikkelingen die volgen zich nu veel sneller op als jaren geleden. Dus ik kan me
28
zomaar voorstellen, wat de heer Van Verk ook net zegt, ja dan is het misschien over vijf jaar wordt ook deze gemeenschappelijke regeling, nu ga ik ook in de echo geloof ik, de gemeenschappelijke regeling is dan ook taboe. Of tabee met de gemeenschappelijke regeling. Dus waarom niet nu toch al meteen kijkend naar een Serviceorganisatie voor het groter geheel. In plaats van alle energie steken, met allerlei afspraken, en condities, en weet ik veel wat, in een nieuwe gemeenschappelijke regeling, en dan over een paar jaar gaan we dat ook weer omvormen. Tenminste, zo zie ik het. De heer Kolff: Ja, dank voorzitter. Dank. Mevrouw Kruger stelt de terechte vraag die een aantal van u eerder ook al hebben gesteld. Maar wij hebben ook als onderdeel van het kader van uw eigen raad meegekregen, dat het belangrijk is dat we hier niet ruziënd met elkaar over straat gaan. Dat er zeven gemeenten achter het voorstel kunnen staan wat aan de zeven gemeenteraden wordt voorgelegd. Zeven colleges erachter kunnen staan. En dat is wat hier ligt. Dordrecht heeft ingebracht er belang aan te hechten dat het geheel in een serviceconstruct terechtkwam. Nou, voor een groot deel konden de gemeenten daarin meegaan, maar voor wat betreft het sociaal domein niet. En dat betekent heel simpel dat dit een compromis is, en de omliggende gemeenten voor een groot deel daar niet op zaten te wachten.
Ja dat is ook gewoon een feit waar we het mee zullen doen. En dan zeg ik tot slot tegen mevrouw Kruger, die zegt van ja kan het in de toekomst ooit veranderen? Waarom niet meteen? Kijk, we hebben ook 10, 15 jaar in het huidige construct gewerkt, voor een deel ook naar genoegen. Daar zijn ook goede dingen uit voortgekomen. De tijdsgeest is veranderd. De opgaven zijn veranderd. We passen het construct aan. En ik sluit niet uit dat het over 10 of 15 jaar nog een keer gebeurt, 5 jaar lijkt me wel erg snel. Maar wat we nu doen is echt het toekomstbestendig maken van de regionale samenwerking naar de wensen van nu en de komende jaren. Mevrouw Kruger: Mag ik nog één aanvullende vraag stellen voorzitter? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Voorzitter, of mijnheer Kolff. U heeft er vertrouwen in dat we ook met elkaar in een jaar tijd tot een gemeenschappelijke regeling kunnen komen. Want ik bedoel, het blijkt dat niet alle gemeentes overeenstemming konden bereiken voor de Serviceorganisatie. Maar u bent er wel van overtuigd dat we met de zeven gemeentes een nieuwe gemeenschappelijke regeling kunnen opstellen. Ik ben ook benieuwd wat de wethouder daar overigens strakjes van vindt. Want ook die, ook dat, die gemeenschappelijke regeling, daar zal ook iedereen weer zijn eigen kleurtje aan willen geven.
En ja, ik ben zeer benieuwd of dat dan, ik heb daar zo mijn twijfels over, of we dat dus wel gaan bereiken. De heer Kolff: In dit Principebesluit wat nu bij u voorligt, dat ligt natuurlijk ook bij de overige zes raden voor. In dat Principebesluit staat ook een tijdpad geschetst. Door hier straks ja tegen te zeggen committeert eenieder zich ook aan dat tijdspad. En dat betekent ook dat de uitgangspunten die daarin staan, het tijdspad wat daarin staat, dat dat voor ons dan een gegeven is, omdat de politiek dat ook zo heeft besloten. En dat is dan niet iets wat alleen de raad van Dordrecht zegt, maar wat alle zeven raden zeggen.
29
En ik merk inmiddels dat in de regio, bij de gemeenten waar dit al aan de orde is geweest, er uiteindelijk ook draagvlak is voor die Principebesluit. In Zwijndrecht is dat inmiddels het geval. In Alblasserdam lijkt dat het geval. En ik ben daar ook ongelooflijk blij mee. Ik ben daar trots op dat we toch, ondanks dat er iets nu in zeven gemeenten voorligt wat best gevoelig is, en waar lang over is gesproken, dat daar toch langzaamaan brede instemming voor lijkt te komen. En dat betekent dus ook dat ik, nou ja goed. Mevrouw Kruger: Twee van de zeven, breed. De heer Kolff: Twee van de zeven die erover hebben gesproken, laat ik het zo zeggen. Dus dat kan slechter. En het lijkt ook gewoon de goede kant op te gaan. Dat geeft ook echt vertrouwen dat als we dat tijdspad zo vaststellen, dat we dat met elkaar ook kunnen gaan volgen. Mevrouw Kruger: Oké. De heer Kolff: Even kijken. Ik heb een heel groot deel al aangeraakt van wat ik wilde zeggen. Nog even op de amendementen voor wat betreft. De voorzitter: Even een momentje mijnheer Kolff. Ik zie een interruptie van de heer Van Verk. En daarna eentje van de heer Merx. Alleen, mijnheer Van Verk, is de interruptie nog steeds actueel? Mijnheer Van Verk? Volgens mij wel. Het is nog in dezelfde minuut als ik zo kijk. Het is een actuele vraag. De heer Van Verk: Mijn excuus voorzitter. Ik drukte mezelf weg. De voorzitter: Oké.
Maar u had een interruptie. De heer Van Verk: Ja. Ik had een vraag aan de heer Kolff. Ik hoor dat hij. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Verk: Dat hij zeg van nou, in twee gemeentes is het nu al besproken. En, nou daar is hij ongelooflijk trots op dat ze meegaan in dit Principebesluit. Zijn die gemeentes nu ook op de hoogte van de opvatting van Dordrecht dat zij daar nadrukkelijk versterkte, zo niet doorslaggevende rol willen hebben? En wat vinden ze er dan van? De voorzitter: Gaat uw gang voorzitter. De heer Kolff: Dat is nadrukkelijk aan de orde geweest voorzitter, in de gesprekken met de overige zes colleges. En ik heb ook bij alle colleges van de, in onze regio begrip ervaren voor het feit dat Dordrecht een sterkere positie wil als het gaat om het sociaal domein. En dat vind ik ook een belangrijk gegeven. Daar kan de wethouder straks nog wat nadere inkleuring aan geven, want die is nu bezig om met de wethoudercollega’s in de omgeving dat verder vorm te geven. Maar ik vind het erg belangrijk dat zeven colleges in de regio, en dat is ook echt een stap verder dan we denk ik ooit zijn geweest,
30
er veel begrip voor kunnen opbrengen dat Dordrecht een sterkere positie wil in die Sociale Dienst. Juist omdat, zeg ik daar meteen bij, zoveel cliënten bij die Sociale Dienst uit Dordrecht komen, Dordrecht daar ook financieel een grote bijdrage aan levert. En dat is wat mij betreft een hele gezonde stap, dat we gaan van minder gelijkheid, naar meer gelijkwaardigheid. Maar gelijkwaardigheid zegt nog niks over zeggenschap en financiële inbreng, en inbreng naar rato van bijvoorbeeld zoals u zelf suggereert, de hoeveelheid cliënten die zijn ondergebracht bij de Sociale Dienst. Dus dat is denk ik gezond, dat is ook in lijn bij hoe ook de opdracht van de gemeenteraad van Dordrecht ooit is geweest, waarmee dit hele traject is begonnen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga, als dat voldoende antwoord is op uw vraag mijnheer Van Verk? De heer Van Verk: In die zin dat ik constateer dat de burgemeester bij herhaling het woord versterkte positie gebruikt. En ik vraag me af of iedereen daarbij hetzelfde beeld heeft. Maar dat vraag ik dalijk nog weleens aan de wethouder Sociaal ook. De heer Kolff: Nou, nog even kort voorzitter, het zou denk ik te vroeg zijn om dat nu precies vast te pinnen op wat die versterkte positie dan exact inhoudt. Duidelijk is in ieder geval dat de reden en de drijfveer waarom we dit doen, is om te zorgen dat Dordrecht een versterkte positie krijgt.
Waarbij het niet gaat om zeven gemeenten, maar waarbij het gaat om bijna 300.000 inwoners. En de vraag waarom een inwoner uit Dordrecht minder zeggenschap, minder relevantie zou worden toegedicht, dan een inwoner uit Hardinxveld of Alblasserdam. En daar hebben we het expliciet over gehad in die bestuursconferentie. En daar is veel begrip voor, bij de colleges. En wat ik merk is dat die colleges ook bereid zijn om dan met hun gemeenteraad te delen en hen daarin mee te nemen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik naar de interruptie van de heer Merx. Gaat uw gang mijnheer Merx. De heer Merx: Ja voorzitter, dank u wel. Ik hoorde de wethouder, of de wethouder, de burgemeester daarstraks het woord trechter gebruiken. Nou is mijn ervaring met een trechter, alhoewel ik er zelf nooit ingezeten heb, maar als ik er wat ingiet, er komt nooit meer wat terug. Dus als wij met zijn allen deze trechter induiken, misschien is het een hele goede richting, maar misschien ook niet. Maar als blijkt niet zo geweldig ‘…’ te zijn, dan wordt het lastig om terug te komen. En wij willen het ook graag op de inhoud toetsen. En ik vind het echt heel erg ingewikkeld, want ik hoor allerlei hele goede suggesties, woordvoeringen, ideeën, gedachten voorbijkomen.
En ik vind het steeds ingewikkelder om op basis van anderhalf A4, en een verslag, hier hele grote, zwaarwegende besluiten te nemen die ons straks in die trechter brengen. En ik vind dat echt ongelooflijk ingewikkeld. Tegelijkertijd snappen wij ook dat we wel een stap moeten zetten. Alleen, we zijn er nog niet uit in welke richting. En wij toetsen dat straks op een aantal aspecten. En die zijn, formeel staan die in het verhaal. Het heeft ook te maken met financiën, kwaliteit, stemgewicht, nou ga zo maar door. En ik, ja ik krijg er nog op dit moment te weinig gevoel bij. En ik wil gerustgesteld worden dat als straks blijkt dat het, nou ja, toch niet zo’n hele geweldig trechter is waar we in zijn gaan zitten met zijn
31
allen, dat we nog wel kunnen kiezen voor een andere trechter. Want uiteindelijk gaat het gewoon om de kwaliteit van de dienstverlening aan onze burgers. En uiteraard ook aan die uit de Drechtsteden. De heer Kolff: Ja. Ja voorzitter. Datgene wat de heer Merx verwoord, dat begrijp ik heel goed. En die dienstverlening aan die inwoners die staat bij ons vanuit het college uiteraard ook echt voorop, samen met de wensen die vanuit de politiek zijn geformuleerd die voor ons als kader gelden. Even het alternatief schetsen, want met trechter bedoel ik eigenlijk dat wij stap voor stap dit traject in zijn gegaan, en ook blijven gaan. En die stap voor stap, daar willen we ook de raden in meenemen. We hebben in eerste instantie gezegd we trechteren het naar twee opties van een GRD en een centrumconstruct. En daarmee gaan we verder in gesprek. Daar hebben we de raad in meegenomen. Nu zijn we bij een wat concretere invulling, namelijk de Sociale Dienst in de GRD en de overige gemeenten in een centrumconstruct. Daarin nemen we de raad mee. Vervolgens wordt daar invulling aan gegeven. Ook die invulling daar nemen we de raad in mee, en vervolgens komt er dan nog een uiteindelijke GR-tekst die moet worden vastgesteld in zeven gemeenteraden. En het pakket, of de pakketten zeg ik dan, die vanuit het serviceconstruct aan de omliggende gemeenten wordt aangeboden. En uiteraard ook aan onszelf.
En die worden ook aan de raden voorgelegd. En dat betekent dat, kijk het alternatief was geweest dat we het helemaal hadden uitgewerkt tot op de laatste punt en komma, bij u waren gekomen en hadden gezegd, raad zegt u maar wat u ervan vindt. Ja of nee. En dan hadden we waarschijnlijk te horen gekregen, ja had ons even tussentijds meegenomen in de keuzes die u maakt. Dus ik zou het woord trechter of wat dan ook, hoe u het ook noemt, dan toch maar willen vermijden. Maar meer dat we u meenemen in de belangrijke momenten en de keuzemomenten die er zijn. En nou begrijp ik best dat u zegt, ik vind dat lastig om nu te zeggen is een GR beter dan een serviceconstruct. Maar het hangt helemaal af van de invulling daarvan. En daarom hechten wij er als college ook erg aan dat u nu meegeeft aan ons, ondanks dat dat misschien nog niet in een amendement of een motie vastligt, en misschien hoeft dat niet eens, maar dat u waarde hecht aan het stemgewicht als het gaat om zo’n GR. Als het gaat om de zeggenschap van de raad. Dat het niet moet gaan lijken op de dingen die niet goed gaan bij de Jeugdzorg, maar meer op de dingen die wel goed gaan bij andere GR’en. Dat u zegt, ik wil een kritische analyse, en een risicoanalyse, en een financiële doorvlochten verhaal als het gaat om het serviceconstruct richting de dochters. Daar hebben wij begrip voor, dat willen wij ook.
En dat willen we u ook goed kunnen voorleggen. Maar we willen u ook meenemen in de stappen daar naartoe. En dat is eigenlijk wat we nu doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik krijg het idee dat de heer Merx nog wil reageren op het antwoord? De heer Merx: Ja heel graag voorzitter. De voorzitter: Voordat ik naar de heer Wisker ga? Ja. Gaat uw gang.
32
De heer Merx: Dank u wel voorzitter. Ja het woord trechter heb ik u eigenlijk na gesproken. Dus als we dat niet meer mogen gebruiken moeten we het samen niet meer doen. De heer Kolff: Zo bedoelde ik het ook. Als dat verkeer valt dan noem ik het hier stapsgewijs. De heer Merx: Maar ik vond het wel een beeldspraak. En, nou ja goed, ik heb uitgelegd hoe ik een trechter zie, en wat de functie daarvan is. Ja en het meenemen. Wat ik graag had gezien, nu ook deze discussie horend, is dat we misschien ook in de commissie wel langer, dan kijk ik ook mezelf in de spiegel aan. Maar ook misschien toch wat meer inhoud hadden gekregen bij alle overwegingen die er zijn geweest om te komen tot dit Principebesluit. En dan, ja dan vind ik ‘…’ zeg maar, de stukken die we hebben gekregen, ja weet je, een beetje mager om het maar zo te zeggen. Omdat daar op een aantal punten, dan word ik in ieder voor mijn eigen gevoel niet helemaal meegenomen om zo’n belang wegend en belangwekkend besluit vanavond te nemen. En ik worstel daar oprecht mee. De heer Kolff: Ja, ik zie die worsteling, en ik hoop dat straks ook de wethouders daar nog wat invulling aan kunnen geven, want, vooral wethouder Heijkoop maar ook de anderen, zijn druk bezig om daar al invulling aan te geven. En die kunnen daar misschien ook u nog wat in meenemen, en in kleuren. De voorzitter: Ja, dank u wel.
Dat is denk ik voldoende reactie op de heer Merx. Ik heb een interruptie van de heer Wisker, en daarna ga ik volgens mij naar de heer Veldman. Want daarvoor is alleen een reactie van de heer Van Verk. Ga uw gang mijnheer Wisker. De heer Wisker: Ja voorzitter, voorzitter dank u wel. Ja ik heb voor de burgemeester de volgende worsteling, om dat woord dan ook maar te gebruiken. We hebben nu natuurlijk een Sociale Dienst opgetuigd die zeven gemeentes bediend. Dat geeft een bepaald gewicht. Wat nu als drie colleges, drie gemeentes, niet kunnen overtuigen, en zij dus in een nieuwe GR niet gaan plaatsnemen? Zitten we dan niet met een overgewicht aan de Sociale Dienst? Met alle financiële consequenties van dien. De heer Kolff: Dank u wel. Dat is bijna een juridische vraag, omdat je dan terechtkomt in de situatie dat formeel een aantal gemeenten uittreedt uit de huidige GRD. Dan is nog even de vraag, stel er zijn zes gemeenten die helemaal akkoord gaan met die Principebesluit, en ééntje niet. Treedt dan die ene uit, of treden die zes uit? Feit is dat je dan niet met elkaar doorgaat, en dat je met een ontvlechtingssituatie terechtkomt waar kosten mee gepaard gaan. Ervan uitgaande dat we wel met zijn zevenen doorgaan, dat zou natuurlijk het mooiste zijn, en vandaar ook dat we dit in harmonie met onze buren aan het doen zijn.
Waarin ik blij ben met het begrip wat bestaat voor de positie van Dordrecht, en ook het feit dat men daarin meegaat. Nogmaals, als we niet met elkaar doorgaan, hebben we wel gezegd als principe, ik denk dat het goed is. We hebben nu al zo lang gesproken over die hervorming van die regionale samenwerking, daar moeten we ook een keer een punt inzetten, en in doorgang. Want anders blijven we over, spreken over de governance en blijven we te veel weg van de inhoud en van de
33
toekomst van onze stad en regio. Dus de gemeenten, we hebben ook eigenlijk wel naar elkaar uitgesproken, de gemeenten die nu hiervoor zijn, die gaan ook met elkaar in ieder geval door. En de gemeenten die er nog niet voor zijn, ja die moeten op een gegeven moment zeg maar het ei gaan leggen. En alsnog instappen of op een andere manier zaken gaan regelen. We kunnen niet altijd wachten, zeg ik maar even voor de duidelijkheid, op de laatste. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende de heer Wisker? Denk ik. De heer Wisker: Ik doe het hiermee voorzitter. Ja dank u wel. De voorzitter: Ja, dan ga ik naar de heer Veldman. Mijnheer Veldman, gaat uw gang. De heer Veldman: Ja voorzitter, dank. Ik hoor de portefeuillehouder reageren op vragen die ik onder andere heb gesteld over financiële gevolgen, risico’s, en wat iets meer zij. Als ik het goed herhaal, en als het niet zo is hoor ik het graag, zegt de portefeuillehouder daar komt in de verdere uitwerking ook gedetailleerder informatie over. Dan zou ik dat graag als toezegging gewoon noteren, want dat is wel een belangrijke denk ik. De heer Kolff: Ja dank voorzitter. Ja zo meteen gaat sowieso wethouder Sleeking daar nog wat nader op in. En die toezegging kunt u uiteraard noteren. Maar die maakt ook eigenlijk al onderdeel uit van het Principebesluit, want daar staat het tijdspad in geschetst.
En daar staat ook in geschetst wat de vervolgstappen zijn. Daar hoort dit gewoon bij. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja voorzitter, op het gevaar af dat dat als een technische vraag wordt ervaren, maar zo is hij niet bedoeld. Ik hoor de voorzitter net zeggen van, ja als er een aantal niet mee willen, dan gaan we daar ons niet laten ophouden. Maar is het niet zo dat de GRD slechts bij consensus kan worden ontbonden? Dat alle eigenaren moeten instemmen met ‘…’. En als er één of twee zijn die zeggen we gaan dat niet doen, dat er dan toch wel degelijk een probleem is. De heer Kolff: Ja, dat heb ik net ook geschetst hè, voorzitter. Ik zei ook van, stel dat er zes gemeenten zeggen dit lijkt ons goed, en ééntje niet. Dan kom je in de situatie dat je de huidige GRD eigenlijk gaat ontbinden, en dat je je kunt afvragen gaan er nou zes uittreden of één? Het feit dat je misschien nog niet mee wilt in een nieuw Principebesluit betekent niet dat je de anderen niet gunt om dat wel te doen. Dus daar volgt, daar volgend dan uiteraard logischerwijs vervolggesprekken op.
Maar ergens moet je ook met elkaar tot het punt komen dat je zegt van, ja jongens gaan we nou altijd op elkaar blijven wachten, net zolang totdat iedereen het helemaal ermee eens is? Of gaan we door met degenen die wel willen, en kijken we of de anderen daar uiteindelijk toch op volgen? Dat is denk ik nog een, ja, daar ontkom je op enig moment niet aan. De heer Van Verk: Nou, dat noemen we een vorm van powerplay meen ik.
34
De heer Kolff: Nee, dan zou ik gezegd hebben Dordrecht wil het zo, en u volgt maar. Dat zeggen we met nadruk niet, want anders hadden we niet zo’n uitgebreide bestuurlijke conferentie met elkaar georganiseerd. De voorzitter: Prima, dank u wel. Waren er nog punten die u voor de rekening moest nemen? De heer Kolff: Nee, ik heb volgens mij echt alles gezegd wat ik wilde zeggen, ruimschoots. En de andere twee wethouders die komen daar straks nog nader op. De heer Schalken -den Hartog: Prima. Dan geef ik de voorzittersrol weer aan u terug. En er was in de chat al een vraag om een korte pauze. Maar ik stel voor dat we eerst even de twee collegeleden nog aan het woord laten voordat, dat we de eerste ronde helemaal kunnen afronden. De voorzitter: Ja, hartelijk dank. Goed idee. Dank u wel voor het voorzitterschap. Dan ga ik nu door naar wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel. Ik zal het proberen iets korter te houden dan uw bijdrage. En vooral ook ingaan op de zaken die u heeft opengelaten. Maar ook wel wat algemene inleidende beschietingen. We staan op een kruispunt in onze regionale samenwerking. En die loopt ook niet toevallig parallel aan het moment dat heel veel gemeenten worstelen met hun huishoudboekje. En die zorgen vragen ook wel om begrip. Begrip voor de wens om lokaal misschien keuzes te maken die niet breed gedeeld worden.
En als we kijken naar die regionale samenwerking, die is altijd heel goed verlopen. En zeker in de jaren voor 2018/2019, waarin er toch ook wel sprake was van financiële overvloed om het zo maar te zeggen. We hielden geld over op taken in het sociaal domein. En je merkt toch vaak wel dat het politiek spannender wordt op het moment dat er schaarste te delen valt. En, nou u heeft daar allemaal, u bent er allemaal getuige van geweest, van een niet fraai schouwspel in 2019. En dat ging echt over de wijze waarop je bezuinigt, en of je bezuinigt op zorg en werk waar het gaat over kwetsbare inwoners. En ik denk wel dat dat een duidelijk markeerpunt was in de samenwerking. En als regionaal portefeuillehouder heb ik altijd op een hele prettige en op een respectvolle wijze gedebatteerd met de Drechtraad. En heel inhoudelijk. Maar op dat moment heb ik wel ervaren dat het inhoudelijke debat werd overschaduwd door toch ook wel een lokale onderstroom, die ook wel sterk werd gedreven vanuit, nou vanuit financiën en vanuit andere aspecten dan het inhoudelijke debat wat in de Drechtraad toen plaatsvond. En dat was ook wel een ingewikkeld samenspel tussen enerzijds die lokale raden, en die lokale bestuurders. En anderzijds ook de regionale governance met daarin de Drechtraad in de hoofdrol.
En dat is wel belangrijk om die analyse te maken, want daaruit zijn we ook het traject gestart waar we nu inzitten. Want dan ben je als, als je op dat punt bent aanbeland, dan ben je als samenwerkende gemeenten echt aan groot onderhoud toe. En met name Dordrecht heeft daar ook wel echt the lead in genomen. En fors op ingezet. Maar wel echt met behoud van al het goede wat die samenwerking ons ook heeft gebracht. En ook al rechtdoend aan het gegeven dat de meeste omliggende gemeenten nadrukkelijk hebben aangegeven dat ze echt waarde hechten aan deze samenwerking. En daar zit ook emotie bij. En daar zit verbondenheid
35
bij. Wij zijn ervan met elkaar. En de heer Portier geeft terecht aan dat bij de Sociale Dienst dingen ook niet goed gaan. Maar we voelen het in de regio wel zo van dat het onze Sociale Dienst dan is die dingen niet goed doet. En dat is wel een belangrijk element ook, wat ook de vraag beantwoord waarom de regio en omliggende gemeenten zeggen van, ja wij willen daar ook van blijven. Wij willen graag eigenaar blijven. En wij willen dat eigenlijk ook niet afstaan, om het zo maar te zeggen, aan Dordrecht. Dat kun je ook positief opmerken. En dat wil ik ook zeker doen, want dat hebben ze ook zo uitgesproken. U heeft vaak gehad ook over maatwerk, en over de robuustheid van de samenwerking, en het pakket dat we aanbieden vanuit de Sociale Dienst. In de commissie heeft u daar ook uitgebreid met elkaar over gedebatteerd. Ik denk dat dat ook een heel goed debat was, en ook vanavond wordt er volgens mij op een hele waardevolle wijze over van gedachten gewisseld. Want wij zijn daar natuurlijk ook nog niet helemaal uit met elkaar. Het is een heel belangrijk punt. En als we dan bijvoorbeeld kijken naar de Participatiewet, dan komt circa 60% van de begroting komt uit Dordrecht. En dat gaat over de cliënten, en ook de middelen. En het belang van onze stad en voor onze inwoners is dan ook navenant. En dat is echt van een andere orde dan een omliggende gemeente met bijvoorbeeld 5% van die omzet.
Maar tegelijkertijd, al onze inwoners, en de burgemeester gaf dat ook al aan, zijn evenveel waard. Dus als je het daarmee eens bent, en daar ben je het snel mee eens, dat een Hardinxvelder, Alblasserdammer, een Dordtenaar, iedereen heeft recht op goede zorg en goede ondersteuning bij het vinden van een baan, en het stabiele uitvoering van de bijstandsuitkering. En als je het daarover eens bent, dan betekent dat ook al iets voor de stemverhoudingen. Zonder overigens jezelf té groot te willen maken, want je wilt altijd in verbondenheid blijven besluiten. En dat lukt ook heel vaak wel. En die éénduidigheid, ik heb er ook echt wel vertrouwen in dat we dat voor het overgrote deel kunnen blijven behouden. Maar dat de positie van Dordrecht wat steviger moet, daar zijn we het direct over eens. Als het gaat over maatwerk, daar wil ik ook nog wel even op ingaan. Want maatwerk organiseren is echt duurder. En als het de essentie van het beleid raakt wordt het heel veel duurder. Want dan moet je echt allemaal verschillende beleidsplannen maken, en dan gaat het over, nou ja, veel ambtelijke inzet. Bijvoorbeeld over de wijze waarop de Wmo wordt georganiseerd. Dat doen we nu heel éénduidig. Als gemeenten straks zeggen van ja wij willen dat echt op een andere manier, ja dan gaat de teller wel echt lopen. En ook wel de kracht van de samenwerking.
Overigens hebben meerdere gemeenten aangegeven dat zij daar eigenlijk helemaal niet zo heel veel behoefte aan hebben. De heer Van Verk refereerde daar ook aan. Het advies vanuit de wethouder Sociale Zaken en Zorg, ja dan zag je ook dat meerdere gemeenten zeiden van nou wij willen het beleid echt gewoon hetzelfde houden. Alleen wij willen misschien hier en daar op het hoe aan een knop kunnen draaien. Nou, dat is een beduidend minder spannende vorm van maatwerk. Maar dat is eigenlijk maatwerk in die zin van minder doen. En dat is goedkoper. Als je bijvoorbeeld, dat heb ik ook in de commissie aangegeven, er zijn sommige gemeenten die minder willen doen aan kinderarmoede. En als je bijvoorbeeld minder kinderen toegang geeft tot het SMS-Kinderfonds, nou ja dan is het gewoon een kwestie van ‘…’, en is dat goedkoper. Maar het is wel zeker dat het 100%, ja dat is echt 100% zeker dat het meer geld gaat kosten, en dat er meer geld naar bureaucratie gaat. Ik ga daar ook geen doekjes, ik ga dat ook niet mooier maken dan het is. Want op het moment dat er meer verscheidenheid komt, dan vraagt dat
36
gewoon meer ambtelijke inzet. En het vraagt ook lokaal bij de kleinere gemeenten meer ambtelijke inzet. Dat heeft u ook kunnen lezen in dat advies van de wethouders Sociale Zaken, om dat opdrachtgeverschap goed in te vullen. Want zij moeten dan ook dat gesprek kunnen voeren over die inhoudelijke beleidsdoelstellingen met de Sociale Dienst. Ja en dat zijn ambtenaren, en dat is daarmee ook wel voor een deel zijn dat kosten die niet direct te goede komen aan de client. Aan de andere kant, je krijgt daar dus wel meer de mogelijkheid om meer lokaal te sturen. De voorzitter: Bij interruptie. Mevrouw Van Eck. Mevrouw Van Eck: Dank u wel voorzitter. Ik heb even een vraag aan de portefeuillehouder. Omdat, om maar even in een worsteling te blijven, ik een beetje met twee dingen worstel met wat u nu zegt. Ten eerste, het maatwerk. Want waar wij wel tegenaan gelopen zijn de afgelopen periode, is dat als je bijvoorbeeld op speciale groepen iets wil inzetten, dat dat moeilijk ligt. Omdat het dan een beetje wordt afgedaan als richting de Drechtsteden. En dat je dus nog steeds niet kan zeggen van voor een bepaalde Dordtse groep willen wij een bepaalde inzet plegen. En dat hoor ik nou eigenlijk ook niet terug, dat het dan wel zou kunnen. Dus misschien heeft u daar nog wat nadere duiding op. En mijn andere vraag is, meer ambtelijke inzet als je om maatwerk vraagt.
Omdat er bijvoorbeeld accountgesprekken gesprekken gevoerd moeten worden. Maar die accountgesprekken worden al gevoerd. Dus dan kan je gewoon meer onderwerpen in het accountgesprek toevoegen lijkt mij. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dat zijn goede vragen. Kijk, maar waar het om gaat, het antwoord van we kunnen niet specifiek iets doen voor bepaalde doelgroepen. Dat zit hem deels ook op landelijk beleid. En gewoon de Participatiewet, waarin categorale toekenning van voorzieningen, ja goed, ik zal het niet te technisch maken. Maar daar kun je ook niet alles mee. En voor een deel inderdaad dat in onze huidige governance, dat de Drechtraad besluiten neemt over het beleid. Niettemin, niettemin, hebben we de afgelopen jaren al wel degelijk bepaalde groepen extra ondersteund in Dordrecht. Denk aan de alleenstaande ouders, die we met kinderopvang extra ondersteunen. En dat hebben we al binnen de bestaande samenwerking hebben we dat zo geplooid. We hebben er nu ook voor gekozen om als Dordrecht bijvoorbeeld de adviseurs geldzaken in te blijven zetten. Dat is in de regio wegbezuinigd. In Dordrecht hebben we gezegd van nee dat blijven we gewoon doen. Dus op onderdelen kunnen we dat al wel doen, maar ik zeg wel heel eerlijk, dat kon Dordrecht doen omdat wij wel de schaal hebben en de expertise om dat op een goede manier vorm te geven.
Omdat u aangeeft dat die ambtelijke inzet er nu ook al is. Ja, dat is voor een deel zo waar het gaat over de gesprekken en de afstemming lokaal/regionaal, maar dat gaat nog niet over de, niet zozeer over de inhoudelijk regionale beleid. Want de inhoudelijke beleidsexpertise zit nu echt allemaal geconcentreerd bij de Sociale Dienst Drechtsteden. En op het moment dat je lokaal ook beleid zou willen maken, ja dan moet je daar ook wel op gaan investeren. En als je bij, goed beleid wil laten maken door de Sociale Dienst moet je ook lokaal investeren om die opdracht ertoe te kunnen geven. Dus dat, ja ik hoop dat ik het niet te ingewikkeld maak, maar dat vraagt echt wel iets meer van de kleinere gemeenten want anders heeft de Sociale Dienst er heel erg veel last van dat zij niet op een goede manier
37
die afspraken kunnen maken met die kleine gemeenten. En daar waren de andere wethouders het ook wel over eens. Maar men vindt het wel weer een beetje ingewikkeld, want ja, dan ga je dus extra geld uitgeven aan ambtenaren. Maar vanuit Dordrecht hebben we daar wel echt stevig op ingezet, want anders gaat de Sociale Dienst daar ook last van krijgen. En daarmee ook de grootste afnemer van de Sociale Dienst, en dat zijn wij als Dordrecht. Mevrouw Van Eck: Oké. De voorzitter: Gaat u verder wethouder. De heer Heijkoop: Ik vervolg mijn betoog inderdaad. Even kijken. Ik heb wat aantekeningen gemaakt. Ja, over dat maatwerk. Dat vraagt dus hele goede afspraken wie die rekeningen oppakt. En die afspraken gaan wij ook zeker maken. En ik ben er niet 100% zeker van dat het allemaal gaat lukken. U gaf als portefeuillehouder, ja, nou ja, ja ik duid u maar even zo aan als portefeuillehouder, net aan dat misschien niet alle gemeenten er gelijk op intekenen. Ja het is zelfs in theorie mogelijk dat bijvoorbeeld vijf of zes gemeenten van, ja wij willen echt eendrachtig blijven samenwerken, en dat de zevende gemeente, en dat is een theoretisch geval hoor, een zevende gemeente zegt van, nee wij zien het echt niet zitten, en wij willen uittreden. Ja dat kan, dat zou kunnen.
Ik voorzie dat eigenlijk op dit moment nog niet, want mijn collega’s in de regio geven echt nadrukkelijk aan dat zij heel graag willen blijven samenwerken. En ook wel met, zeker met, binnen de Drechtsteden en met Dordrecht. Maar goed, we moeten uiteindelijk ‘the proof of the eating is in the pudding’. Nee, ‘the proof of the pudding is in the eating’. We gaan het allemaal meemaken. Op het moment dat we in alle scherpte die afspraken gaan maken, want dan gaat ook wel echt, gaan de consequenties blijken. De heer Veldman die gaf aan van, ja dat maatwerk dat is wellicht makkelijker op het moment dat er, dat al dat maatwerk bij elkaar toch een soort grote vraag is. En dat ben ik wel met de heer Veldman eens. Alleen, bij de eerdere verzoeken aan gemeenten van joh geef dan eens aan wat je anders zou willen, kwam er wel een enorme, nou laat ik zeggen pluriformiteit aan wensen op tafel. Plat gezegd, alle gemeenten wilden bijna wat anders. En dat gaat echt niet werken. Maar we willen dus wel gaan kijken naar kunnen we bepaalde pakketten maken, dat je dan toch een bepaalde omvang hebt, en dat je dan op die manier toch dat goed kan organiseren. Dan een heel belangrijk punt waar uw raad uitgebreid bij heeft stilgestaan. Dat gaat over de positie van de raad. En daarmee sluit ik ook af. En dat is een heel belangrijk aandachtspunt. En de ene klassieke GR is de andere ook niet.
Uw raad heeft gesproken over Jeugd. Kijk, en dan zie je dat er vooral spanning kan ontstaan op het politieke deel van het beleid. Maar op andere onderdelen kan het ook meevallen. Ik ben bijvoorbeeld ook als zijnde uw wethouder voorzitter van het bestuur van Drechtwerk, een GR waarin we echt heel goed samenwerken met alle gemeenten. Waarin alle besluiten unaniem genomen kunnen worden. Maar eerlijk is eerlijk, dat is niet heel spannend beleid. Wij vinden het vooral belangrijk dat het Drechtwerk een hele goede werkgever is voor de mensen die daar werken. En dat het financieel solide opereert. En zo’n GR dat leent zich dan weer beter dan een GR die we straks gaan optuigen met de SDD. Dus we moeten daar echt met elkaar hele goede afspraken over maken.
38
De voorzitter: Bij interruptie, de heer Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Ja dank u wel voorzitter. Ja eigenlijk zei de heer Heijkoop het al. Hij noemde het voorbeeld van Drechtwerk. En ik denk, ja dat is toch eigenlijk een beetje appels met peren vergelijken. Want ik kan me nog een discussie in de, en daar zijn we volgens mij nog steeds niet uit, in de Drechtraad herinneren, waar bestuurders rollend over straat gingen over het sociaal domein, en met name de bezuinigingen daarin. En hoe gaan we dat soort zaken dan in zo’n nieuwe constructie, of het nou een ‘…’, kijk dat is gewoon te voorkomen als je een servicegemeente hebt. Dan koop je gewoon in, en je neemt af, en als je meer wil hebben betaal je meer. Zo simpel is het. Dat wordt wat lastiger volgens mij bij een GR. En ik vraag me dus even af, waar haalt u de, zeg maar de overtuiging of vandaan dat, ja dat dat in de toekomst niet meer gaat gebeuren in deze vorm van een GR? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, volgens mij kan dat in de toekomst nog steeds gebeuren. Alleen je hebt natuurlijk dan geen Drechtraad meer. Je hebt met je eigen gemeenteraad te maken. En ik denk dat wij als college met u hele goede afspraken moeten maken op welke wijze u uw kaderstellende rol, en ook uw controlerende rol goed kan invullen. En u wens daar op dat punt is helder. En ook volkomen terecht.
En we komen daar ook gewoon bij u op terug om daar in de uitwerking ook nadrukkelijk varianten mee te kunnen nemen waarin u zich herkent. Maar ik denk dat je dat vooral lokaal met elkaar moet afspreken. Waar het gaat over het regionale beleid, ja daar zullen de verschillen blijven ontstaan, blijven bestaan. Aan de andere kant denk ik dat een deel van de problemen van een jaar geleden, anderhalf jaar geleden, ik noemde dat ook bij de start van mijn termijn, dat we die wel hadden kunnen ondervangen op het moment dat de governance toen op dat moment misschien wat meer ruimte had geboden om de differentiëren. In ieder geval op het hoe. En ik gaf het voorbeeld van het minimabeleid, het SMS-Kinderfonds. Dat is op dit moment gewoon nog heel erg ingewikkeld om goed in te regelen. En straks in die nieuwe GR is dat wel wat eenvoudiger, omdat dan ook de eigen raden, ja uiteindelijk de baas zijn. En dat kan daaraan bijdragen. En wat ook wel zou kunnen bijdragen is het feit dat je als wethouders in het Algemeen Bestuur inderdaad wel allemaal meer een common ground hebt vanuit de inhoud van je portefeuille. In het huidige Drechtsteden bestuur is dat natuurlijk niet, is dat gewoon niet het geval. De voorzitter: De heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u voorzitter. De voorzitter: Ja met geluid, gaat uw gang.
De heer Van Verk: Nu eerst de vraag, u heeft de heer Van der Kruijff van het CDA, u niet onbekend, heeft u een betoog horen houden voor een robuuste Sociale Dienst. Waarbij hij zei dat maatwerk moet ergens in de marge zitten rondom de 5%. Deelt u die opvatting? Is dat daadwerkelijk noodzakelijk?
39
De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dat deel ik volmondig. En in commissiebespreking heb ik ook aangegeven dat dat eerder dichter bij de 95% zou moeten liggen, dan bij de 90%. Kijk, bij een precies percentage wil ik wegblijven, maar om het echt solide en robuust te organiseren moet je daar niet al te veel ruimte in geven. Maar ik ben er ook van overtuigd dat dat niet eens zo nodig is. Want als je ziet welke maatwerkbehoeften er echt zijn, dan gaat het maar echt over enkele procenten als je ze gewoon hard afzet tegen de begroting. En het gaat er dan eigenlijk veel meer om, tenminste dat zie je bijvoorbeeld in een gemeente als Zwijndrecht, dat zij formeel als gemeenteraad een besluit mogen nemen. En dan hebben ze er nog niet eens zo heel erg veel behoefte aan om een heel ander beleid te gaan voeren dan bijvoorbeeld de naastgelegen gemeenten. Maar wel dat zij in de governance aan het stuur zitten, omdat zij dan ook daarmee ambiëren een nog betere verbinding te kunnen maken met lokale inzet. Maar ik ben het met u eens. De heer Van Verk: Maar dan betekent dat toch, voorzitter, dat het maatwerk een marginaal onderdeel is van de GR sociaal, zo noem ik hem maar even. En dat de positie van Dordrecht versterkt wordt naar, pak ‘m beet, 60% noem ik maar even. Dus een meerderheidspositie heeft. Dus dat de rol van de gemeenteraden, de invloed die zij uit kunnen oefenen, marginaal is.