2020.12.16 Dordrecht Raad.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAAD DORDRECHT D.D. 16 december 2020. Vergaderkamer 1 Voorzitter: dhr. Kolff Commissiegriffier: Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. De Boer (Beter voor Dordt) Dhr. Boersma (CU/SGP) Dhr. Bosuguy (D66) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Chapel (CDA) Mevr. Van Eck (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Graaf (Beter voor Dordt) Dhr. Gündogdu (Beter voor Dordt) Mevr. Van der Ham (CDA) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Helweg (PVV) Mevr. Jager (Fractie Jager) Dhr. Van der Klaauw (Beter voor Dordt) Mevr. Klein-Hendriks (CU/SGP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. De Looze (CU/SGP) Dhr. De Lijster (GroenLinks) Dhr. Merx (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Nijhof (Beter voor Dordt) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Polat (D66) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Soy (Beter voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Dhr. Veldman (CU/SGP) Dhr. Van Verk (PvdA)
1
Dhr. Wisker (VSP) Portefeuillehouder: wethouder P. Sleeking, wethouder P. Heijkoop, wethouder M. Burggraaf, wethouder Stam, wethouder Van der Linden.
De voorzitter: Geachte leden van de raad, college, mensen die met ons meekijken. Hartelijk welkom bij de hervatting van de raadsvergadering die op 15 december is begonnen. Inmiddels is het 16 december. De vergadering wordt heropend zoals gepland om 20.00 uur. Hartelijk welkom allemaal. Ik wil iedereen verzoeken om microfoons en beelden zoveel mogelijk uit te zetten. Behalve als u met elkaar in debat bent. Dat hebben we gisteren al afgesproken. Ik ga niet de hele lijst langslopen, want het is een heropening van de al geopende vergadering. Ik wil u alleen mededelen dat vanavond mevrouw Stevens van de Partij van de Arbeid er niet bij zal zijn. En dat geldt ook voor de heer Van Leeuwen van de PVV. En ik heb begrepen dat mevrouw Van der Ham van de CDA-fractie, en de heer Soy van Beter voor Dordt iets later bij ons zullen zijn. Dat zullen wij dan te zijner tijd zeker gaan merken. Ik kijk even of ik dan nog mensen mis. Volgens mij niet, en ik heb daarmee de presentie voldoende geadresseerd. 55. Instemmen met Principebesluit toekomstige samenwerking Drechtstedengemeenten De voorzitter: We zijn gebleven bij agendapunt 55, waarbij u wordt gevraagd om in te stemmen met het Principebesluit over de toekomstige samenwerking van de Drechtstedengemeenten.
Op 17 november heeft de commissie Bestuur en Middelen gesproken over het principebesluit, met betrekking tot de toekomstige samenwerking in de Drechtsteden. En afgesproken is om in de raad het gesprek nog te laten toespitsen op de volgende twee politieke vragen. 1. Kan de gemeenteraad een stevige positie krijgen in de aansturing, met name op het sociaal domein? Sociale Dienst. En 2. Is een gemeenschappelijke regeling hierin de meest gewenste samenwerkingsvorm? Of kan dat eveneens in de vorm van een servicegemeente, zoals dat bij de overige onderdelen van de huidige GR gepland is? Verder was het onderwerp voldoende besproken in de commissie. Dus ik verzoek u ook vooral bij uw woordvoering u te beperken tot de afgesproken politieke vragen. Afgesproken is om voor dit onderwerp 2 minuten spreektijd per fractie te hanteren. En ik geef graag als eerste het woord aan de fractie Beter voor Dordt. Wie mag ik het woord geven? De heer Van der Klaauw: Ja dank u wel voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Klaauw. Gaat uw gang. De heer Van der Klaauw: Dank u. Beter voor Dordt kan zich vinden inzake het Principebesluit hetgeen Beter voor Dordt voor stond. Meer eigen regie, en lokale sturing, toekomstige samenwerking Drechtstedengemeenten.
Wat betreft het nieuwe servicecentrum zouden wij graag aan de portefeuillehouder vernemen welke risico wij als gemeente lopen wanneer onverhoopt de aanvraag van diensten uitblijft van de deelnemende gemeentes. Kortom, welke financiële afspraken zijn gemaakt over
2
langdurig afnemen van de diensten? En hoe groot bedrag is er ingebouwd voor de afbouwbijdrage om de frictiekosten op te vangen? Op welke wijze kan de portefeuillehouder bevestigen dat wij als gemeente Dordrecht niet volledig risicodragend zijn? Voor wat betreft de amendementen en de moties wachten wij de reactie van het college af. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u voorzitter. Ik hoor de heer Van der Klaauw zeggen dat wij meer eigen regie krijgen. Dat geldt zeker voor de onderdelen die richting de servicegemeenten gaan, en daar zitten inderdaad wellicht wat risico’s aan, maar daar horen we nog wel van. Maar hoe kijkt u aan tegen de ontwikkeling van de Sociale Dienst, die naar een klassieke gemeenschappelijke regeling gaan zoals wij die onder meer kennen bij de Dienst Gezondheid & Jeugd, en de Serviceorganisatie. De heer Van der Klaauw: Ja dat zullen wij later in de uitwerking bepalen. De heer Van Verk: Nou ja dat, we nemen vandaag een Principebesluit mijnheer Van der Klaauw, dus wanneer wilt u dat dan nog bepalen? De heer Van der Klaauw: Dit bepalen we dan naar aanleiding van de reactie van het college. De heer Van Verk: Oké. Nou, dat vind ik spannend verhaal dan. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. En volgens mij heb ik daarmee de inbreng van Beter voor Dordt gehad.
En dan wil ik doorgaan naar de VVD-fractie. Het woord is aan de heer Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Ja, dank u wel voorzitter. Een belangrijk principebesluit. Alhoewel er altijd dan weer de vraag is, wat is nou precies een principebesluit. Want, ja, je hebt een besluit, en ergens tussenzin hangt dan kennelijk een principebesluit. Maar het is wel een heel belangrijk onderwerp. Het gaat om samenwerking. Het gaat om samenwerking in de Drechtsteden. En de samenwerking op onder andere een belangrijk domein, zoals het sociaal domein. Maar de wil, de noodzaak, het belang van samenwerken erg, nou ja, belangrijk is. Maar ook de cultuur. En daar hebben we ook in het verleden al over gehad. De vragen, ja, vinden we eigenlijk wel hele goede politieke vragen. En we vinden ze zo goed, dat we op basis van de stukken die we gehad hebben eigenlijk nog niet eens daar nou meteen een principe antwoord op kunnen geven. De voorwaarden zoals die gesteld staan in het besluit, ja daar kunnen wij prima mee leven. En dan gaat het juist om zoveel mogelijk lokaal draagvlak, en lokale invloed. Niemand wil gedomineerd worden door een andere gemeente. Er moet goede overeenstemming zijn. En nou ja, we zijn dus echt op zoek ook naar, ja, wat meer achtergrond.
Want de stukken bij dit besluit die slaan eigenlijk een heel deel over, naar ons gevoel, wat de argumenten zijn waarom uiteindelijk is gekozen voor, nou ja, een klassieke GR op het gebied van het sociaal domein. En wij tasten daar toch wel een beetje in het duister. En wij zouden graag van de portefeuillehouder willen horen dat hij ons zo snel mogelijk, want het proces heeft
3
namelijk snelheid nodig, ons voorziet van alle argumenten, voors en tegens, waarom wij moeten kiezen voor een klassieke GR. En niet voor een servicegemeente, of misschien wel andersom. Dat missen we eigenlijk in de stukken. En ja, we vinden het toch wel zo belangrijk dat we daar toch echt wel wat meer tekst op papier en uitleg bij willen hebben. En dan is ook de vraag, stel wij stemmen vanavond in met het Principebesluit. En we krijgen later stukken terug waarvan we denken nou, ik weet niet of dat nou, of we dat nou zo heel goed besloten hebben. Wat is dan nog de mogelijkheid om daarop te corrigeren? Of zegt u dan van nee jongens, jullie hebben een Principebesluit genomen, en dat is eigenlijk gewoon besluit. En je zit eraan vast. Dus dat zijn eigenlijk de voornaamste vragen die we hebben. We hebben een amendement, nog niet ingediend, en die ga ik ook niet indienen. Want ik, ja, ik vertrouw erop dat we ook gewoon echt meer informatie krijgen, en dat we daar een amendement niet voor nodig hebben. Voorzitter, daar laat ik het even bij. En als de heer Van Verk gaat vragen, ja wat wil je nou? Ja ik vind het gewoon nog steeds een goede vraag mijnheer Van Verk. Daar laat ik het even bij. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: Uw interruptie is eigenlijk reeds geplaatst hè, door de heer Merx. Maar ik weet niet of u daar ook achterstaat. Ga uw gang.
De heer Van Verk: Nou ik vind dat hij op hoofdlijnen best gelijk heeft als hij zegt, we zouden meer informatie moeten krijgen. Dus in die zin hoeft hij die vraag verder van mij niet te verwachten. Maar ik wilde wel even reageren. De voorzitter: Heel goed. Overigens complimenten met uw prachtige achtergrond. Past niet helemaal in de afspraak, maar het is wel prachtig. Even kijken, we gaan door naar de volgende fractie, dat is de CDA-fractie. En dan geef ik het woord aan de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, dank u wel. Voorzitter, als we vanuit een blanco startsituatie een samenwerking met de regiogemeenten op poten zouden moeten zetten, zou het zomaar kunnen dat het CDA zou neigen te kiezen voor een constructie waarin Dordrecht functioneert als serviceorganisatie, voor alle domeinen. Dus inclusief het sociaal domein. Echter, we vertrekken niet vanuit een blanco startsituatie, maar vanuit een bestaande Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden, waarin we samen met de regiogemeenten zitten. En om vanuit die situatie te migreren naar een andere samenwerkingsvorm is het natuurlijk om jarenlang getouwtrek te voorkomen wel heel gewenst om met de huidige deelnemers tot een gezamenlijk gedragen veranderingsbesluit te komen. En naar wij begrijpen is het zo dat de regiogemeenten niet zoveel brood zien in Dordrecht als servicegemeenten voor het sociaal domein.
Het CDA vindt verandering nodig, verbetering, dus dat tempo geboden is. En voor tempo is unanimiteit bij de huidige deelnemers in de GRD nodig. En om die reden kunnen wij instemmen met het voorliggende compromisvoorstel, want zo zien wij het, wat uit alle gesprekken tussen de colleges is gekomen. En het compromisvoorstel op het sociaal domein ‘…’ de Sociale Dienst onder te brengen in een klassieke GR. Maar daarmee is het
4
voor het CDA wel essentieel, en die opdracht geeft het CDA bij dezen aan het college mee, om daarbij twee dingen te bewerkstelligen. A. De voorzitter: Voordat u de twee voorwaarden noemt, waar we allemaal geïnteresseerd in zijn, een onderbreking, een interruptie van de heer Van Verk. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Ja ik hoor de heer Van der Kruijff zeggen van, we gaan van een huidige gemeenschappelijke regeling over naar een andere. We hebben geen blanco situatie. Dat deel ik met hem. En om een gezamenlijk gedragen verhaal te hebben zou het nodig zijn naar die klassieke gemeenschappelijke regeling te gaan, omdat de andere zes partners dat zouden hebben uitgesproken. Nou weet ik niet of de heer Van der Kruijff kennis heeft genomen van het advies van de portefeuillehouder Sociaal. Die geeft daar op zijn minst een genuanceerd beeld op. Dat is één. En twee, heeft u ook enig idee waarom die andere zes gemeentes zo graag in een klassieke regeling willen? De heer Van der Kruijff: Nou ja, laat ik het anders beantwoorden. Het idee is, en we hebben ook gewoon binnen onze regiofractie met CDA afgestemd. Dus ‘…’ vandaan, zo meteen meegeven. Maar de heren weten volgens mij aardig wat er in hun gemeenteraden speelt en leeft. Is mijn indruk. Dus dat ze niet per se een klassieke willen, want daar legt u het accent op, maar dat ze wel een gemeenschappelijke regeling willen.
Oftewel, dat die andere gemeenten graag mede-eigenaar willen zijn van het sociaal domein. En dat kun je positief uitleggen, ik leg dat ook positief uit. Namelijk, dat ze daar graag bij betrokken willen zijn. En bij Dordrecht als Serviceorganisatie. Dat ze toch het gevoel hebben dat ze te veel op afstand komen te staan van het beleid. De heer Van Verk: Helder, dat is een antwoord. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik zie nog een interruptie, van de kant van de heer Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Ja dank u wel voorzitter. Ja ook gewoon een vraag voor mijn eigen beeldvorming. Is het niet zo dat in een servicegemeente juist als gemeente volop aan het beleid staat, omdat zo’n Serviceorganisatie, zeg maar de basis biedt, gewoon datgene wat we wettelijk verplicht zijn. En alles wat je extra of erop wilt plussen, dat dat echt heel erg lokaal bepaald zou kunnen zijn. Dus dat is meer een vraag voor wat u daar voor beeld dan bij heeft, want ik denk juist als je dan kiest voor een, zo’n servicegemeente, dan sta je volop aan het beleid. De heer Van der Kruijff: Bedoelt u dan vanuit de optiek vanuit ons als gemeente Dordrecht, of voor de andere regiogemeenten? De heer Merx: Nee vanuit elke gemeente staat dan, denk ik, ja je bent toch verplicht datgene te doen wat de wetgever je heeft opgedragen. Dus dat moet sowieso door die Sociale Dienst gebeuren.
En als je die in een servicegemeente organiseert, dan kun je dat daar neerleggen. En alles wat je extra wil, meer wil, dat is dan echt heel erg lokaal bepaald. En dan heb je juist een maximale invloed, zou je denken, op datgene wat het beleid is. Maar dan wel heel erg lokaal bepaald.
5
De heer Van der Kruijff: Nou ja, ik vind het, laat ik het zo zeggen, ik heb weergegeven net ook in antwoord op de interruptie van de heer Van Verk, wat ik terugkrijg, wat mijn indruk is van de omliggende gemeenten. En dan vind ik het vervolgens heel ingewikkeld om nu zelf uit te gaan leggen waarom die andere gemeenten dat dan vinden. Ik heb alleen de conclusie getrokken dat ze er voorkeur voor hebben om mede-eigenaar te willen zijn. En daarmee het idee te hebben dat ze meer aan het roer gaan staan dan dat Dordrecht als gemeenteraad dat bepaalt, en zij alleen maar kunnen inkopen. Want daar gaat dat dan om. De heer Merx: Ja, ja, ja, oké. De heer Van der Kruijff: Dus de afweging van de andere gemeenten. Dus het is een beetje lastig als u het mij laat beantwoorden, maar dat is mijn conclusie daarmee gesproken hebbend. De heer Merx: Interessant, ja. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan zie ik nog een interruptie van mevrouw Kruger. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, ik vraag me af bij, vraag aan de heer Van der Kruijff. Van der. U zegt van, als wij als Serviceorganisatie de boel regelen, beleid hebben, kunnen andere gemeentes alleen maar inkopen. Maar als ik de heer Merx hoor, die kunnen dan toch ook hun eigen beleid hebben op diverse onderdelen? Ze zijn niet afhankelijk van alleen maar het inkopen.
Maar hoe ziet u dat? Ik ben ook zoekende hoor, hoe we dat allemaal op een bepaalde manier moeten gaan vormgeven. De heer Van der Kruijff: Ja, ook dat is weer een vraag waarin u mij vraagt eigenlijk waarom andere gemeenten tot bepaalde inzichten komen. Maar ik schat dat daarbij zeker, we weten natuurlijk allemaal dat de omliggende regiogemeenten niet een schaalgrootte hebben zoals wij. Dus je kunt wel zeggen ik wil eigen beleid kunnen ontwikkelen, maar we weten allemaal dat de kleinere gemeenten daar de capaciteiten niet voor hebben om daar de eigen ambtelijke apparaat te ontwikkelen. Dus ze kunnen niet anders dan inkopen. Mevrouw Kruger: Maar dat zou dus pleiten zoals u zegt. De heer Van der Kruijff: Dat wordt dan voor een heel groot gedeelte bepaald. Mevrouw Kruger: U valt even weg. De voorzitter: De heer Van der Kruijff, het laatste antwoord wat u gaf is lastig te verstaan. Misschien kunnen we even alle beelden en geluiden uitzetten, en even de heer Van der Kruijff, want dat zou misschien kunnen helpen in de kwaliteit van de beeldkwaliteit. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Gaat het zo weer goed? Even kijken, sinds waar u het gemist heeft. Maar wat ik aan het uit probeerde te verwoorden was het volgende. Dat we de
6
indruk hebben dat de omliggende gemeenten niet de schaal, dat vinden ze zelf, niet de schaalgrootte hebben om ambtelijke capaciteit te ontwikkelen om al het maatwerk zelf uit te voeren. Dus daarom willen ze het ook heel graag gemeenschappelijk doen. En als ze dat alleen maar kunnen inkopen bij de gemeente Dordrecht, dan voelen ze zich toch alleen maar, ja, overgeleverd aan wat de gemeente Dordrecht aanbiedt. En dan kunnen ze dat niet zelf mede bepalen. Dus daarom doen ze het graag samen. Dat is mijn indruk. De voorzitter: Dank u zeer. Mevrouw Kruger, ik denk dat het voldoende antwoord is op uw vraag. Mevrouw Kruger: Ja, zeker hoor. De voorzitter: Ja dank. Ga ik naar de heer Van Verk nogmaals. De heer Van Verk: Geen geluid. De voorzitter: Graag met geluid, want we zijn erg matig in liplezen. De heer Van Verk: Zeker bij mij, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ja daar zit ook nog wat tussen inderdaad. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Nee, ik dacht dat de heer Van der Kruijff nog verder zou gaan met de twee voorwaarden. En u leek te zeggen van nou u bent klaar. Dus ik wil graag weten. De voorzitter: Nee, nee, nee. De heer Van der Kruijff was volgens mij klaar met het beantwoorden van de interrupties. Maar hij was inderdaad toegekomen aan de voorwaarden. Dat klopt. De heer Van Verk: Maar vooraf wil ik dan toch nog wel een vraag stellen. De voorzitter: Ja, gaat uw gang.
De heer Van Verk: Ik hoor de heer Van der Kruijff voortdurend zeggen, ja wat de andere gemeenten willen. Nou ben ik altijd heel erg sterk regionaal gericht geweest, dat weet u. Maar wat wil de CDA Dordrecht nu? Want volgens mij zitten we vanavond in de gemeenteraad van Dordrecht, en moeten we als mede-eigenaar, als van deze gemeenschappelijke regeling, onze mind up maken. Dus even los van wat de anderen vinden. Wat vindt het CDA zelf? En neem daarin gelijk uw twee voorwaarden mee. De heer Van der Kruijff: Is goed, voorzitter. Nou ik begon met mijn woordvoering. De voorzitter: Misschien kan de heer Van der Kruijff dan gewoon zijn woordvoering voortzetten, en daar de beantwoording van de heer Van Verk in meenemen. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dat is goed. Nou het eerste gedeelte is nog beantwoording, want anders gaat het allemaal van mijn tijd af. En ga ik met de woordvoering verder. U
7
vroeg wat het CDA zelf wilde. Daar begon ik mee. Het zou zomaar kunnen dat we in een blanco startsituatie zouden willen gaan voor een Serviceorganisatie. Maar we willen ook tempo in de verbetering en in de verandering. En wij zien dat voor tempo maken unanimiteit nodig is, en voor unanimiteit moet je komen tot een oplossing waar ook de andere zes deelnemers zich in kunnen vinden. En dat is het compromisvoorstel volgens ons wat nu voorligt. En vandaar dat wij, en dat was mijn zin, kunnen akkoord gaan met dat compromisvoorstel. Want zo zien wij het. En dan ga ik nu naar de twee voorwaarden, en dat gaat inderdaad over de Sociale Dienst en het sociaal domein. En de eerste voorwaarde daarbij is dat het stemgewicht dat de gemeente Dordrecht in die GR krijgt significant zwaarder is dan nu. En in lijn is met het aantal klanten uit Dordrecht bij de Sociale Dienst. Dat zal de heer Van Verk fijn vinden, want dat heb ik ook in zijn amendement, of motie was het overigens, gelezen. De tweede voorwaarde, is dat het gedeelte maatwerk dat de gemeenschappelijke regeling, de nieuwe, gaat leveren beperkt blijft tot minder dan 5%. Dat kan je niet beargumenteren om 5, het kan misschien ook 4 of 6 zijn. Maar het signaal is het moet weinig zijn, omdat wij denken dat anders de robuustheid en de schaalvoordelen van de gemeenschappelijke voorziening te zeer verloren gaan.
Dat over het eerste punt over het Sociale Dienst. Het tweede punt, dat gaat over het onderbrengen van de overige dochters van de GRD bij de gemeente Dordrecht. Als Serviceorganisatie. Daarbij is het voor het CDA wel essentieel, en ook daar hebben we een opdracht voor het college. Om te bewerkstelligen, A, dat is de eerste, dat er vooraf een kritische analyse wordt gedaan op de kwaliteit en de kwantiteit van de over te nemen formatie. We worden tenslotte de nieuwe werkgever, en je moet goed weten wat je in huis haalt. En de tweede is ook naar andere risico’s te kijken. Dus niet alleen personeel, maar ook financieel, organisatorisch, IT, et cetera. Alles wat daarmee samenhangt. Om dat gedetailleerd in kaart te brengen. En dat dat meegenomen wordt in de condities waaronder de gemeente de overige dochters wil overnemen. Dordrecht heeft als beoogde servicegemeente echt een specifieke eigen afweging te maken, en daarom wil het CDA dat het college tijdig naar de raad komt om die risico’s te delen en te bespreken. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie nog een interruptie van de heer Portier. Gaat uw gang. De heer Portier: Ja voorzitter, ik werd even getriggerd door het idee dat eigenlijk alle mensen die nu voor de GRD werken weer zouden moeten solliciteren naar hun eigen functie, want zo vat ik het maar even op wat de heer Van der Kruijff zegt.
Ja ik denk dat dat gewoon en niet, waarschijnlijk niet mag, want als je een organisatie overneemt of fuseert dan moet je het personeel tegen bestaande arbeidsvoorwaarden overnemen. En ja, het raakt ook inderdaad aan de rechtszekerheid van de mensen. Kijk, wij zijn altijd heel kritisch geweest op de hoeveelheid overhead et cetera zeg maar die bij de GRD heerst, maar dat betekent niet dat je mensen zomaar op straat kan zetten. Wil de heer, ja, wilt u daar even op reageren? Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik ken, om te beginnen, dat het geluid van de heer Portier van de SP, dat hij vindt dat er veel te veel mensen bij de afdeling Communicatie werken. Dus volgens mij geeft hij daar regelmatig zelf het signaal af dat daar gereduceerd wordt,
8
en dat kun je niet anders doen dan mensen op straat zetten denk ik dan. Maar even los daarvan, voordat hij mij iets in de schoenen schuift, als wij zeggen kijk er kritisch naar, zeggen wij niet zet iedereen op straat. Dat is uw vertaling. Maar als we zeggen dat er een te grote formatie mocht zijn, of een kwalitatief zodanige formatie dat er behoorlijk in geïnvesteerd moet worden om dat misschien toch op het goede niveau toekomstgericht te krijgen, kost dat geld. Kost dat inzet. Kost dat energie. Nou, dat kun je verdisconteren in de condities die je met andere gemeenten afspreekt als je het overneemt. Dat kun je ook financieel vertalen. De heer Portier: Ja voorzitter, ik wil nog even reageren op, nou ja, ‘…’ over communicatie. We hebben inderdaad een legertje van 50 communicatiemedewerkers heb ik begrepen, of ruim 50 communicatiemedewerkers in de Drechtsteden. Dat is inderdaad rijkelijk veel. Maar het feit dat je zoiets aan wil passen, ja dat is toch echt iets anders dan een fusie van een organisatie. En ik zeg niet dat er nooit of te nimmer iemand zeg maar, ja, ontslag verleend moet worden. Want als je gaat reorganiseren, als je dingen gaat, op een andere manier op gaat zetten, dan kan dat gebeuren. Maar dat moet wel via de regels van fatsoenlijk werkgeverschap gebeuren. Laat ik dat zo zeggen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, die laatste zin sta ik volledig achter.
De voorzitter: Mooi. Helder. Dank u wel. Dan zag ik nog de heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja voorzitter, ik heb kennisgenomen van de twee voorwaarden die de heer Van der Kruijff formuleert. En dan zegt hij, het stemgewicht moet zwaarder zijn. Nou, dat verheugt mij, want dat, daar hebben wij inderdaad een motie gaan we daarvoor indienen. En u geeft aan dat maatwerk mag niet meer zijn dan 5%. En die laatste die begrijp ik niet zo goed, want als je dat nu doet dan verandert er eigenlijk maar marginaal iets. Maar krijgt Dordt toch het grootste gewicht. En dan zegt u van ja, en dan doen we dat wel gezamenlijk. Hoe wilt u dat nou met de Careyn, want u, kijk dat zendergewicht dat is wat mij betreft vooral bedoelt om te zorgen dat de klanten die nu in de Sociale Dienst afhankelijk zijn, die veelal in Dordrecht wonen, ook daadwerkelijk nooit het slachtoffer meer kunnen worden van bezuinigingsdriften van andere gemeenten. Dus dat probeer ik op die manier af te schermen. Maar dat maatwerk, daar vind ik nou juist, als het al een interessante gedachte is om een klassieke regeling te hebben, daar vind ik nu juist dat die raden tenminste nog een beetje aan zet zijn. En ik had gehoopt dat u de voorwaarden zou formuleren zoals uw collega in het presidium van de Drechtraad heeft gedaan.
Die zei namelijk, laten we nou niet het kind met het badwater weggooien, want juist de invloed die gemeenteraden hebben op deze gemeenschappelijke regeling, zijnde de Drechtraad, maakt juist dat we het gevoel hebben dat we nog enige invloed kunnen uitoefenen. Nou, heel veel tekst, ik hoop dat u er nog uit kan halen wat ik gevraagd heb. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ja dat is wel ingewikkeld inderdaad. Maar goed, laat ik een poging doen. Wat wij beogen met die 5%, en ik zei in mijn eigen woordvoering al, die 5 daar zitten we niet fundamentalistisch in, maar het is bedoeld als een signaal van laat het niet teveel zijn. Wij weten allemaal, en dat is niet alleen Dordts belang wat ik nu zeg overigens, volgens mij het belang van alle zeven deelnemende gemeenten om dit te
9
doen. Dat we een heel solide, robuuste Sociale Dienst hebben. Die heel goed bekend staat. En één van de fundamenten daaronder is dat we gewoon éénduidig strak beleid hebben. Dat het goed georganiseerd is, strak ‘…’, efficiënt, effectief. Dat bedoel ik er allemaal. En naarmate je daar meer maatwerk aan gaat toevoegen, en ik weet, er zijn verschillende vormen van maatwerk. Maar meer maatwerk betekent ook allemaal meer afwijkingen, en meer afwijkende processen. Zou het zomaar kunnen dat er heel veel van die efficiëntie en die effectiviteit in die Sociale Dienst verloren gaat. En als je het dan hebt over het kind met het badwater weggooien, dan denk ik, nou als we dat erin gaan brengen, gooien we volgens mij als kind met het badwater weg, dat we een hele solide, robuuste, efficiënte, effectieve Sociale Dienst hebben. Dus ja, creëer ruimte voor maatwerk, maar ga daar niet zover in, dat is het signaal wat we af willen geven, dat de robuustheid en de degelijkheid en de efficiëntie, nou al die woorden weer, van de Sociale Dienst daarmee geweld aangedaan worden. De heer Van Verk: Voorzitter, mag ik een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Ja, en dan gaan we door naar de heel Veldman. De heer Van Verk: De Sociale Dienst voert nu een aantal wettelijke taken uit op het gebied van inkomen en zorg. Daarnaast hebben we nog inburgering en nog een aantal van dat soort zaken.
Minimabeleid, armoedebeleid. Is die robuustheid nou, is die robuustheid en dat maat, dat 95% principe, bestaat dat nu uit de inkomen, zorg en al die andere zaken daar zouden de gemeentes vrij in kunnen worden. Hoe ziet u dat? Of zegt u van nee dat is dat hele grote pakket wat de Dienst op dit moment uitvoert. De heer Van der Kruijff: Nou ja, u begint nu heel diep erin te graven. Dan moet ik zeggen zo diep ben ik niet meer thuis in de materie. Dus ik, daar moet ik echt het antwoord u schuldig blijven over in welke domeinen het nou allemaal precies wel of niet zou kunnen. Laat ik het proberen samen te vatten. Dat het signaal wat we af willen geven, maar ik moest het allemaal binnen twee minuten doen, dus je probeert het dan heel compact te formuleren. De voorzitter: Door de interrupties heeft u behoorlijk wat podium hoor mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja dat is gebleken. Maar misschien dat het verderop wel straks scheelt. Maar het signaal wat we af wilden geven is zorg dat je gewoon robuust blijft en effectief en efficiënt, en dat dat maatwerk niet zodanig groot en ingrijpend wordt, dat dat verloren gaat. Dat is eigenlijk het onderliggende signaal. De heer Van Verk: Helder. De voorzitter: Helder. Dan gaan we naar de heer Veldman. Met een interruptie op de heer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Veldman: Ja voorzitter, dank. Wel in hetzelfde stramien.
Ook op die twee voorwaarden. En misschien kan het ook één antwoord krijgen. Dat hoeft niet van mij,
10
maar het zou kunnen. Dat is even ten aanzien van de voorwaarden dat het stemgewicht mede afhankelijk is van het aantal cliënten bij de Dienst. En hoewel dat logisch klinkt, in eerste instantie vraag ik me toch af of dat wijs is. En ik stel de vraag maar aan u, want het komt zo meteen wel van de heer Van Verk, maar u bracht het nu naar voren. Omdat je dan ook de, hoe zal ik het zeggen, de tendens zou kunnen krijgen dat gemeenten maar zoveel mogelijk mensen onderdeel hebben van de Sociale Dienst, of de cliënten, om maar hun stemgewicht op peil te houden. En dat lijkt mij een verkeerd effect van zo’n voorwaarde. Is de heer Van der Kruijff het met mij eens? En het tweede punt over dat maatwerk. Ik snap zeg maar de algemene oproep vanuit de gedachte maatwerk is duurder, maar hier vraag ik me af, en daar sluit ik me in ieder geval wel aan bij wat de heer Merx zei. Van is het niet te vroeg om al met percentages te gaan strooien. Kunnen we niet beter vragen om bijvoorbeeld een aantal scenario’s met daarbij kostenindicaties en risico’s, om vervolgens dan daarover met elkaar in debat te gaan en keuzes te maken. Want ik kan me namelijk ook voorstellen dat alle andere gemeenten, behalve Dordrecht, een bepaalde afwijking wensen. Dat is misschien wel meer dan 5%, maar dat is dan vervolgens zo’n groot volume dat het nog steeds misschien best rendabel zou kunnen zijn.
Dus dat, ik denk dat je open moet staan voor dat type variatie. Want als je dat niet wil, ja dan vraag ik me af waarom we het zouden doen zoals het nu wordt voorgesteld. Tot zover voorzitter. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, ‘…’ over me afgeroepen, met het noemen van minder dan 5% ontstaat er een hele discussie over de 5%. De voorzitter: Volgens mij zoekt de heer Veldman gewoon naar iets meer flexibiliteit. De heer Van der Kruijff: Nou ja, die flexibiliteit mag wat mij betreft. Ik vind overigens 5% van de omvang nog steeds heel veel, als je weet dat het grootste gedeelte allemaal in de wettelijke taken staat van de bijstandsvoorzieningen en dergelijke. Dus op het hele bedrag is 5% denk ik nog steeds heel veel. Wat heel weinig lijkt. Maar volgens mij moeten we het dan eens worden over het feit dat het gaat over dat, en dat gaat niet over de financiële zin, want daar hintte de heer Veldman met name op. Natuurlijk ook wel een belangrijk punt. Wij hebben het vooral over de kwaliteit van de Sociale Dienst. Dat het gewoon, wat wij zeggen, robuust, efficiënt, effectief kan blijven lopen. En dan weten we allemaal dat standaardprocessen en uniforme werkwijzen daar enorm bij helpen. En dat klinkt heel zakelijk, maar het geld wat je daarmee vrijspeelt dat kun je gewoon sociaal inzetten. Dus daarmee is het gewoon heel sociaal om dat zo te organiseren met elkaar.
De voorzitter: Hartelijk dank. Ik kijk even naar de heer Van der Kruijff. Die had volgens mij zijn inbreng verder afgerond. De heer Veldman: Voorzitter, de heer Van der Kruijff heeft niet. De heer Van der Kruijff: Ik heb nog één laatste zin, één laatste alinea voorzitter. De voorzitter: O wacht, voordat u die laatste alinea uitspreekt, toch nog een interruptie van de heer Veldman. Gaat uw gang.
11
De heer Veldman: Nou ja, omdat mijn andere deel van de vraag ging over het aantal cliënten bij de Dienst, en de samenhang met het stemgewicht. Waar ik mijn twijfels bij heb. De heer Van der Kruijff: Ja, nou ja, ik heb, ik moet eerlijk bekennen, ik heb ook wat aansluiting gezocht bij wat de heer Van Verk in zijn motie had staan. Ik had in mijn oorspronkelijke tekst staan dat het in relatie moest staan tot de financiële bijdrage die de gemeente Dordrecht levert. Maar navraag leerde mij dat dat feitelijk op hetzelfde neerkomt. Dus ik denk, nou laten we dan ook hetzelfde zeggen. Dat schept minder verwarring. De voorzitter: Gaat u verder met uw laatste alinea. De heer Van der Kruijff: De laatste. De laatste alinea voorzitter. Dat is het volgende. Mocht onverhoopt blijken, echt het woordje onverhoopt, dat voor dit compromisscenario wat nu voorligt geen unaniem draagvlak is bij de overige deelnemers van de GRD. En er dus geen tempo, want dat vinden wij het belangrijke argument, gemaakt kan worden op basis van het nu aangeboden Principebesluit. Dan valt eigenlijk ook het argument onder ons betoog weg, om te kiezen voor een klassieke GR op het sociaal domein.
Dus het verzoek aan het college, mocht de situatie zich voordoen, dat er geen unanimiteit ontstaat, bij ons als raad terug te komen, en met ons te bespreken of in dat geval toch niet beter is alsnog te kiezen voor de constructie van Dordrecht als Serviceorganisatie. Dat is mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik ga door met de volgende fractie, dat is D66. De heer Polat: Dank u voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Polat: Voorzitter, D66 heeft in de commissie aangegeven akkoord te gaan met het Principebesluit. Wij wachten dan ook de uitwerking af, waarbij de gewaardeerde expertise van de GRD, zoals de Sociale Dienst, of het Servicecentrum, wordt gewaarborgd en tot recht komt. In de tweede termijn geven wij op basis van de collegereactie een stemverklaring af over de ingediende moties en amendementen, kort. Bedankt. De voorzitter: Dank u zeer. Kort en krachtig. Zie ik goed dat de heer Merx nou nog een vraag heeft? Of was ik daar te laat mee? De heer Merx: Daar was u te laat mee, maar ik pak mijn kans wel als iemand anders het woord in de mond neemt die de heer Van der Kruijff zojuist in de mond nam. Want dat is gewoon een pure vraag, maar ik zie niet wat iemand anders heeft gezien. Dus misschien gaat iemand anders dat nog noemen, en dan pak ik mijn kans wel. En anders stel ik hem straks wel.
12
De voorzitter: Oké, prima. Geen probleem. Dan dank ik zowel u als de heer Polat voor de inbreng. Want dat was uw termijn toch de heer Polat? De heer Polat: We hebben natuurlijk in de commissie al het een en ander besproken. De voorzitter: Ja, zeker. De heer Polat: Dus wat dat betreft, dit is onze bijdrage. De voorzitter: Kort en krachtig. Dan ga ik door naar GroenLinks. Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, dank u wel. Ja het moet ons toch nog een keer van het hart, dat wij het solidariteitsprincipe tussen de Drechtsteden hebben losgelaten. Dat wij dat, ja, betreuren. Maar het is besloten. Zwijndrecht heeft daar nadrukkelijk om gevraagd, die het vaststellen van het beleid dus meer kunnen sturen op eigen uitgaven een verantwoordelijkheid vindt van de eigen gemeente. En ingegeven uiteraard door de steeds meer naar gemeenten gelegde verantwoordelijkheden vanuit het Rijk. Iedere gemeente, ook Dordrecht, heeft lokale ambities, wil groeien, en hierdoor wil ze eigen keuzes en afwegingen kunnen maken in beleid, en hierop, in het beleid. En daarbij, en bij de uitvoering. In de afgelopen periode hebben de colleges en de gemeenten, gemeenteraden overeenstemming bereikt om de GRD te stoppen. En om van daaruit naar de meest werkbare opties te kijken. Ons wordt voorgelegd de servicegemeente vanuit Dordrecht op te stellen.
En GroenLinks is van mening dat vooral belangrijk is dat alle gemeentes gebaat zijn bij duidelijkheid. En dat het opnieuw opzetten van naast elkaar bestaande gremia, daar mogelijk niet de beste keuze is. Wat nu zou moeten worden ondergebracht in de GR Sociaal, zou ook kunnen passen binnen de servicegemeente. GroenLinks ziet daarom geen noodzaak of wenselijkheid in deze nieuwe GR. Wij zijn zeker benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Wij zijn ons ervan bewust dat dit voorliggende besluit ook wordt voorgelegd aan alle andere betrokken gemeenten. En dat we inmiddels ook weten dat iedere gemeente hier eigen prioriteiten in aangeeft. Daarom is het goed om 2021 te gebruiken. Dordrecht, zoals wij dat nu zien, als servicegemeente zodanig in te richten voor bedrijfsvoering en taken uitvoeren, via af te sluiten dienstverlening en overeenkomsten. Waarbij we wel zeker de opmerkingen van vorige sprekers willen betrekken van wat zijn dan de risico’s als er diensten worden opgesteld, en niet afgenomen. Dus de scenario, ja wij zien ook wel dat er verschillende scenario’s met kostenindicaties en risico’s, dat dat belangrijk is. Dat we die voorkeur gelegd krijgen om daar duidelijke keuzes uit te kunnen maken.
Voorzitter, ik heb nog niemand gehoord over het voorstel om inspirerende kwartaalbijeenkomsten te organiseren, waarbij politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke partners en kennisinstellingen elkaar ontmoeten in natuurlijk, ontmoeten. Volgens ons is dat natuurlijk altijd welkom, maar het moet zeker niet georganiseerd worden om de gemeente, de Drechtsteden-dinsdagen te compenseren, waarbij we elkaar inderdaad ook altijd al troffen, en inspirerende bijeenkomsten hadden. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan ga ik door naar de ChristenUnie/SGP fractie. Mijnheer Veldman.
13
De heer Veldman: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de heer Van der Kruijff gelijk heeft als hij zegt dat wij niet van een blanco situatie uitgaan. Dat is denk ik een hele compacte samenvatting van alles wat achter ons ligt. En daarin zien wij dus ook dat er nu een compromis ligt, dat heeft de portefeuillehouder in de commissie, en ook eerder in terugkoppelingen ook duidelijk gezegd. En nou is een compromis op zich een iets prachtigs van politiek en bestuur. Alleen wat onze fractie betreft, en dat heb ik ook in de commissie al een keer gezegd, zou het toch wel fijn zijn als we wel meer kennis kunnen nemen, of in onze overweging kunnen meewegen, wat dan precies de consequenties van zo’n compromis zouden kunnen zijn voor Dordrecht. En in die zin, dat zei ik net ook al, voel ik wel mee met in ieder geval de vragen van de heer Merx. Of ik het amendement meevoel, dat zullen we nog zien. Maar wel de vraag van ja, wat zijn risico’s, wat zijn financiële gevolgen? Maar ook wat zijn gevolgen eventueel voor beleid en onze inwoners? Daar gaat de brief eigenlijk niet of nauwelijks op in. In die zin is de brief heel compact en een weergave van een bestuurlijk proces. En dat begrijp ik ook. En in het bestuurlijke proces zal hier hopelijk ook aandacht aan besteed zijn, maar is denk ik vooral ook aandacht besteed aan de bestuurbaarheid van het construct.
En dat we er met elkaar moeten uitkomen op de één of de andere manier. En dat zijn allemaal waardevolle componenten. Maar uiteindelijk als we beslissingen nemen, dan is ook, dan moeten we ook de kosten en de risico’s met elkaar onder ogen kunnen zien. En dan kan ik me voorstellen dat dat nu natuurlijk allemaal niet, nou ja, op stel en sprong beschikbaar is. Maar ik ben wel benieuwd op welke manier dat bijvoorbeeld in het vervolgproces dan een goede plek kan krijgen, om daar ook, nou ja, om dat te wegen. Maar misschien ook daar nog nadere detailkeuzes of, nou ja, op te sturen. Dus dat is eigenlijk onze hoofdvraag voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Heldere vraag. Ik zie daar een interruptie nog op volgens mij van mevrouw Kruger. Gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, ik wil even aan de heer Veldman vragen. Die zegt nu net de risico’s die we dan eventueel gaan lopen, dat we daar, ja dat we die dan ook moeten delen. Dat was nou juist zo mooi met het principe, of het solidariteitsprincipe, dat we dus inderdaad allerlei diensten hadden dat we de kosten deelden, maar ook de lasten en de risico’s met elkaar liepen. En dat hebben we nu net losgelaten. Dus hoe ziet u dat dan, dat we dan in een nieuwe situatie toch dat weer allemaal gelijkelijk verdelen? De heer Veldman: Ja voorzitter, dat is niet wat ik heb gezegd. Mevrouw Kruger: Dan heb ik het verkeerd begrepen.
De heer Veldman: Nee, ja of ik heb me verkeerd uitgedrukt. We kiezen nu, althans dat is het voorstel, om het ene punt te kiezen voor een centrumgemeente, en om het andere punt te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling. En die keuzes die impliceren ook bepaalde kosten en risico’s, om het op de ene manier te doen, of om het op de andere manier te doen. En daar zou ik graag wat meer inzicht in hebben. Dus ik snap uw vraag. Ik snap uw vraag dat we vanuit een situatie komen waarin alle gemeentes alle risico’s met elkaar deelden, maar ook dat leverde voor Dordrecht natuurlijk financiële effecten op, en financiële risico’s. Nu kiezen we voor een ander
14
construct, en dan pakt dat anders uit. Alleen al op het punt wat bijvoorbeeld in het interruptiedebatje daarnet tussen de heer Van der Kruijff en de heer Portier aan de orde kwam. Ja, je neemt personeel over, je neemt IT-systemen over, allemaal dat soort dingen. Dat heeft ook effect. Dus het gaat om dat type elementen. Mevrouw Kruger: Oké, ja dank u. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan nog een interruptie van de heer Merx. De heer Merx: Ja klopt, dank u wel voorzitter. Ja ik hoor de heer Veldman eigenlijk ook zeggen van, ja ik heb nog niet alle inzichten die ik misschien nodig heb. Tegelijkertijd zegt hij, als ik hem goed begrepen heb, dat er een bepaald besluit wordt, mogelijk wordt genomen. En dat dan aan de hand van nadere informatie misschien binnen dat besluit nog wat nadere, ja bijsturingsdingetjes zijn, wat bijgepunt kan worden, wat aangepast kan worden. Maar is het nu al zover dat u op basis van de informatie die u heeft, en ik heb, eigenlijk al deze conclusie kan trekken? Dat, nou ja, voor sociaal bijvoorbeeld, een, deze constructie het beste is? De heer Veldman: Nou voorzitter, ik zal eerlijk zeggen dat dat wel een lastige is. Kijk, wat ik constateer is dat er een bestuurlijk compromis ligt. En dat is op zichzelf ook heel veel waard. Alleen dat ik dus graag bij het maken van zo’n besluit, nou ja, die andere aspecten mee kan wegen.
En ook het college heeft zo meteen nog een termijn. Dus ik hoop dat daar ook op wordt ingegaan. En dan kunnen we daarna kijken of de tijd rijp is voor inderdaad dat Principebesluit. Maar misschien zijn er ook nog andere smaken die ik nog helemaal niet ken. Maar ik snap uw punt wel. En dat is voor een groot deel ook mijn punt. Maar aan de andere kant constateer ik ook dat we een lang traject achter de rug hebben, er nu een bestuurlijk compromis lijkt te zijn, dat is op zichzelf ook veel waard. En, nou ja, daar maar even bij voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik ga door naar de volgende fractie die het woord krijgt, dat is de PVV-fractie. Het woord gaat naar de heer Helweg. Gaat uw gang. De heer Helweg: Voorzitter, goedenavond. De PVV is altijd van mening geweest dat als gemeentes samenwerken dit effectief moet zijn. Het huidige Drechtsteden samenwerkingsverband is dat op fysiek terrein niet. Een samenwerking op sociaal termijn zien wij meer zitten. En vooral als dat geregeld wordt in een nieuw gemeenschappelijke regeling zoals nu wordt voorgesteld. Nou, wij kunnen in principe dit voorstel steunen. En om de snelheid erin te houden. Wij luisteren nog wel even naar de portefeuillehouder voor zijn reflectie hierin. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie een interruptie van de heer Van Verk.
De heer Van Verk: Ja voorzitter, ik ben in ieder geval blij dat de heer Helweg zegt dat hij ook nog wel even naar de portefeuillehouder wil luisteren. Lijkt me niet onbelangrijk. Maar u zegt van, de gemeenschappelijke regeling is niet effectief op het terrein van fysiek. Nou meen ik me te herinneren dat wij anderhalf jaar geleden ongeveer het fysieke deel, het fysieke economische gedeelte, al uit de Gemeenschappelijke Regeling
15
Drechtsteden hebben gehaald. Dus ja, dat die niet effectief is wil ik geloven, want als je er niets over te zeggen hebt, kan je ook niet effectief zijn. Deelt u die opvatting met mij? De heer Helweg: Nou, ik zit onvoldoende even op, in dit dossier. Dus ik moet heel even nog naar de portefeuillehouder zijn reflectie luisteren om mijn eindoordeel hierover te vellen met de fractie. De heer Van Verk: Nou, een andere, tweede vraag is voorzitter als ik mag. U zegt van nou wij zijn wel voor een nieuwe gemeenschappelijke regeling sociaal domein. Kunt u nu ook aangeven wat u zich daarbij voorstelt? En waarom u daar dan toch wel zomaar nu al zegt van nou daar zijn we gewoon voor? De heer Helweg: Nou, mijn woorden waren letterlijk dat wij wellicht voor zijn, en dat ik nog steeds naar de portefeuillehouder zijn reflectie ga luisteren. De heer Van Verk: Nou, dan wachten we dat af mijnheer Helweg. De heer Helweg: Dank je wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de SP-fractie. De heer Portier krijgt het woord. Gaat uw gang. De heer Portier: Ja voorzitter, als SP zijn wij blij met de huidige ontwikkelingen. Toen ik in de raad kwam, nou ja, waren wij een beetje een roepende in de woestijn als het ging om de Drechtraad, de GRD. Wat ons betreft was het te veel Brussel aan de Maas, en hechten we meer aan de, ja, plaatselijke, lokale democratie.
Dat was in een tijd dat een heleboel fracties ook eigenlijk wel streven naar één grote Drechtstad. Nou, daar horen we gelukkig niemand meer over. Dus het zal niet verbazen dat wij instemmen, juichend instemmen zal ik bijna zeggen, met het voorstel dat er nu voorligt. Zij het dat er wel een kleine kink in de kabel zit, een schoonheidsfout, een vlekje op het voorstel. Dat er toch nog een GRD in stand blijft voor het sociaal domein. Nu zouden wij daar normaalgesproken onmiddellijk een amendement op hebben ingediend, maar wij willen niet dat zeg maar door iets te veranderen aan het Principebesluit zeg maar de zaak vertraagd. Maar we willen wel met behulp van een motie aangeven dat wat ons betreft ook de functie van de Sociale Dienst, dat dat via de centrumgemeente constructie uitgevoerd moet worden. Een paar meer woorden over de Sociale Dienst. Om te beginnen even een kleine kanttekening bij alle juichverhalen over de geweldige Sociale Dienst. Ja, wij vinden dat er stappen ten goede zijn gezet de afgelopen jaren bij de Sociale Dienst, met daarbij een veel klantvriendelijker beleid, een beter ontvangst van mensen, et cetera. Maar er gaan toch ook nog steeds wel heel veel dingen mis. De mails die kwijtgeraakt zijn waar het programma De Monitor over ging. Zijn absoluut niet de enige mails die kwijtraken.
En één van onze leden heeft vanuit haar ervaringen besloten dat alle post die zij aan moet leveren aan de Sociale Dienst, dat ze die persoonlijk langsbrengt. En niet weggaat voordat zij een ontvangstbewijs heeft gekregen. En in een rechtszaak die zij gewonnen heeft tegen de Sociale Dienst, over een onterechte korting, is haar dat ook goed van pas gekomen. Dus er gaat toch ook nog weleens het één en
16
ander fout bij de Sociale Dienst, ondanks de verbeteringen die wij ook zien. Over die Sociale Dienst, en wel of geen centrumgemeente, en wel of geen maatwerk. Ja, ik zie bijvoorbeeld ook in de brief van de wethouder Sociale Zaken dat een heleboel gemeentes zeg maar toch willen dat de Sociale Dienst dit wel doet, dat niet doet. Dat ze maatwerk willen. Naar mijn idee zou dat makkelijker kunnen in een centrum, in een servicegemeente of centrumgemeente constructie, waarbij je diensten wel of niet af kan nemen. Het lijkt me veel makkelijker dan dat je eerst met allerlei een algemeen bestuur moet vergaderen wat bestaat uit portefeuillehouders die dan toch weer eens moeten worden van mag iets wel of niet verplicht afgenomen worden. De voorzitter: Even bij interruptie, de heer Merx. Gaat uw gang. De heer Merx: Dank u voorzitter. Ik pak nu dan mijn kans om de vraag die ik aan de heer Van der Kruijff wilde stellen, nu aan de heer Portier te stellen. Hij nam het woord niet precies in de mond, maar hij benadert hem ook zoals ik hem eigenlijk gelezen heb. Want de heer Van der Kruijff die zei, hij heeft een bepaalde unanimiteit gezien om tot zo’n klassieke, of in ieder geval GR te komen. Als ik het verslag van de portefeuillehouder lees, dan lees ik dat er in ieder geval niet in.
En bent u dat ergens tegengekomen? Of zegt u ook, nee ik zie ook geen unanimiteit voor de klassieke GR zoals die wel wordt voorgesteld. En als je hem wel ziet dan zou ik graag willen dat u mij daar even bij helpt waar dat dan staat. De heer Portier: Ik kan u even niet vertellen waar dat staat, maar het feit dat er hier gesproken wordt over een compromis, suggereert eigenlijk al dat het niet helemaal unaniem was. Want als je ergens unaniem mee, over eens bent dan hoef je geen compromis te sluiten. Ik hoop dat dat een antwoord op uw vraag is? De heer Merx: Het is een antwoord. U heeft hem ook niet gezien, die unanimiteit. De voorzitter: Nou even tussendoor, want je zou ook kunnen betogen natuurlijk dat juist omdat het een compromis is, er unanimiteit ontstaat. Maar goed, dat is weer een anderen. Mijnheer Portier, gaat u verder. De heer Portier: Ja, ik wil niet terechtkomen in een theologische discussie over wat unanimiteit behelst. Dus even, ik was gebleven bij het feit dat naar ons idee een centrumgemeente ook juist die mogelijkheid voor maatwerk biedt en aanpassingen waar de andere gemeentes kennelijk behoefte aan hebben. Nog even over dat hele verhaal over de stemverhoudingen. Ja mij zou het het meest logisch lijken als je dit inderdaad op basis van de financiën doet. Als het gaat om het aantal klanten.
Ja, je hebt natuurlijk mensen in de bijstand, maar je hebt ook Wmo-klanten. Dus het is een beetje appels en peren bij mekaar optellen om tot een stemverhouding te komen. Het is in ieder geval duidelijk dat Dordrecht een groter gewicht moet hebben dan nu. Maar op basis van de geleverde financiën lijkt mij het meest logisch. Al ben ik niet bang, zoals de heer Veldman, dat gemeentes een heleboel mensen op straat gaan zetten om maar aan meer stemmen te komen. En daar wou ik het even bij laten voorzitter.
17
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan hebben we daarmee de SP-inbreng gehad. Kom ik bij de VSP. De heer Wisker, gaat uw gang. De heer Wisker: Ja voorzitter, dank u wel. Voorzitter, bijzonder kort. Zoals u dat van de Verenigde Senioren Partij gewend bent. Wij zien geen nut meer in een gemeenschappelijke regeling in deze afgeslankte vorm. En wij zijn dan ook een voorstander van de optie waarbij Dordrecht als servicegemeente optreedt op alle gebieden. Tot zover. De voorzitter: Even voor de helderheid. Dat ligt dus niet helemaal zo voor hé, zoals u dat nu schetst. Een interruptie van de heer Van Verk. De heer Wisker: Wij gaan ook niet voor het besluit liggen, maar dat is denk ik een opmaat naar wat wij willen. De voorzitter: Aha, oké. De heer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Dank u voorzitter. Ik wilde geen interruptie plaatsen. Ik weet dat ik achter de heer Wisker mijn woordvoering kan gaan doen, en daar wilde ik nu mee gaan starten. Met uw welnemen. De voorzitter: Uiteraard. Gaat uw gang. De tijd loopt. De heer Van Verk: Voorzitter, het ideaal van de Partij van de Arbeid is en blijft om de regionale samenwerking uiteindelijk te transformeren tot één bestuurlijk orgaan. Daarom nemen wij ook kennis van het voorgenomen besluit, met enige teleurstelling. Het besluit om de regio te splitsen in een servicegemeente en een klassieke GR.
De PvdA ondersteunt het college in het streven naar een servicegemeente. De teleurstelling geldt dan ook het teruggaan naar een klassieke gemeenschappelijke regeling. De ervaring met een dergelijke gemeenschappelijke regeling is ronduit slecht. Kijk maar naar de ontwikkelingen in de Jeugdzorg. Deze GR is niet bij machte gebleken besluiten te nemen in een streven naar meer consensus waardoor een onbeheersbaar monster is ontstaan. De invloed van de gemeenteraden is minimaal, en de wethouders vechten als leeuwen voor, maar verliezen glorieus de strijd. Overigens is dat vechten zeer betrekkelijk, liever kiest men voor een harmonieus, bestuurlijk overleg met zoveel als mogelijk consensus. De geprofileerde, politieke wil van een gemeenteraad komt daarbij niet tot uitdrukking. Daarbij wil ik u ook verwijzen voorzitter, naar het rapport van Berenschot waarin juist deze klassieke regeling door de meeste gemeenteraadsleden als ontoereikend wordt beschreven. Meer dan 50% vindt dat zij daar niet op kan sturen. Voorzitter, wij voorzien eenzelfde probleem bij de ‘…’, terwijl een gekozen model wel veel meer een serviceorganisatie in zich lijkt te hebben. Men heeft een wettelijk basispakket met daaromheen extra diensten waarvan de gemeente gebruik kan maken. Daar zit de invloed van de lokale raad.
Waarom dan toch een gemeenschappelijke regeling? Volgens u, voorzitter, in de presidium, omdat men de gemeenschappelijke trots heeft op deze dienst. Voorzitter, bestuurders die regeren op basis van gevoel. Wij geloven daar niets van. Verschillende bestuurders hebben in het recente verleden weinig gevoel getoond. En is nu wel voor deze organisatie? Nee voorzitter, bij de bestuurders
18
en het politiek bestel gaat het om macht. Men wil invloed blijven houden op de ontwikkeling van de dienst die vooral niet te groot mag worden, want dan wordt hij immers duurder. Dit gezegd hebbende zijn wij in dit kader van mening dat een serviceorganisatie grotere waarborgen biedt aan onze inwoners. Met helaas de meeste ‘…’ klanten. En erbij gebaat zijn dat wanneer de gemeente Dordrecht daar zelf de verantwoordelijkheid voor wordt genomen, en daartoe dienen we een amendement in. Wij weten dat het bestuurlijk is voorgesteld dat amendementen ontraden moeten worden, en het bestuur wil daarin wat nu, nou laat maar. Als terugval willen wij naast het amendement een motie indienen waaruit blijkt dat de invloed, de positie van de gemeente Dordrecht, dusdanig zwaar is dat ze doorslaggevend kan zijn. En voor wat betreft de keuze tussen het aantal afnemers van de Sociale Dienst of de financiën, dat blijft mij om het even. Want beiden zullen ertoe leiden dat Dordrecht een invloedrijke stem heeft. Dus wat dat betreft vind ik dat geen discussie. Dat moet op een gegeven moment met een uitwerking ‘…’ komen. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Koene. Gaat uw gang. Ook al zo’n prachtige achtergrond. Mevrouw Koene: Ja, geen idee. Want ik probeerde de goede te doen voor een keer, maar die krijg ik niet te pakken. Dus dan maar dit.
Wat ik, waar ik nieuwsgierig naar was, want ik heb van de PvdA een aantal dingen van tevoren voorbij zien komen. En dat ging onder andere ging dat over stemgewicht. Volgens mij was dat een motie. Wij hadden het daarover in de fractie. En mijnheer Kleinpaste die zei nog heel grappig zo van, nou dit klinkt wel heel socialistisch, maar niet sociaal. Op het moment dat je het stemgewicht bepaald op basis van het aantal cliënten, en zeg maar, ik bedoel ik weet geen getallen uit mijn hoofd, maar zeg de Sociale Dienst en bijstand Dordrecht heeft er bijvoorbeeld 3000, en Sliedrecht 50. Even helemaal willekeurig hè. Dan is het toch een gemeenschappelijke regeling, tenminste, dan is het toch zodanig geregeld dat de andere zes gemeentes, ja gewoon helemaal nooit meer wat te vertellen hebben? Dus waarom zouden we dat op die manier moeten willen regelen? Het is een beetje, misschien kan de heer Van Verk mij dat uitleggen. De heer Van Verk: Nou ja voorzitter, dat moeten we, wij vinden dat we dat zo moeten regelen, omdat de meeste klanten van de Sociale Dienst, wat ik al zei in mijn betoog, helaas in Dordrecht woonachtig zijn. Ruim de helft, of meer dan de helft van de mensen woont in deze stad.
En het kan niet zo zijn dat op een gegeven moment andere gemeentes met heel weinig klanten zoals u zelf ook schetst, bezuinigingen opleggen aan een Sociale Dienst, waarvan de meeste mensen in deze stad wonen, en daar vervolgens slachtoffer van dreigen te worden. Dat moeten we niet willen. Wat dat betreft moet je ze denk ik de relatie leggen tussen het aantal mensen wat je moet bedienen, en het stemgewicht. Mevrouw Koene: Ja. Maar is dat niet op een andere manier te regelen dan met stemgewicht? Ja, ook even zoekend hé? Zo van ik snap wat de heer Van Verk bedoelt voorzitter, maar, en het is ook logisch dat bijvoorbeeld als jij 50 bijstandsklanten hebt, dat jij niet moet gaan bepalen wat Dordt moet doen, of bezuinigen, of wat dan ook. Maar zou er misschien een mogelijkheid zijn, en misschien kan de portefeuillehouder dat
19
zelf wel beantwoorden hoor straks, om te zoeken naar iets waardoor dat wat minder onder spanning komt te staan zeg maar? Dus dat is even waar ik naar op zoek ben. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, als ik daar op mag antwoorden. Ik begrijp de zoektocht van mevrouw Koene. En ik heb al gezegd, als er andere alternatieven zijn zoals bijvoorbeeld het aandeel in de financiën die de gemeente Dordrecht bijdraagt ten opzichte van de anderen, vind ik dat net zo goed een manier waarop je dat kan bepalen. Maar de essentie van mijn verhaal is, en overigens wordt dat gedeeld door de heer Van der Kruijff, dat Dordrecht als grootste deelnemer van de Sociale Dienst in de positie moet zijn dat zij dan ook haar klanten goed kan blijven bedienen, en nooit gedwongen kan worden tot afslanking of, nou ja verschraling van het aanbod als gevolg van bezuinigingen die door anderen worden opgelegd. Mevrouw Koene: Ja voorzitter, dus eigenlijk wil mijnheer Van Verk gewoon het liefste dat we ook de Sociale Dienst, dat we dat onderbrengen binnen de Serviceorganisatie. De heer Van Verk: Ja, dat klopt mevrouw Koene. Dat heb ik ook al heel nadrukkelijk gezegd. Mevrouw Koene: Ja, oké. De heer Van Verk: En daartoe dienen wij dit amendement in. De voorzitter: Goed. Hartelijk dank. Ik zie nog een interruptie van de heer Veldman. Gaat uw gang. De heer Veldman: Ja voorzitter, even op wat de heer Van Verk zegt.
Want is het niet juist het idee van dat maatwerk, wat erin zou moeten resulteren dat gemeentes bepaalde financiële vrijheid hebben. En daarmee dus als ze, nou, willen bezuinigen, om uw woorden maar even te gebruiken, dat ze dan dus voor een sober pakket kiezen. En dat daarmee het, nou ja het construct zeg maar, of de organisatie als zodanig, daarmee gevrijwaard zou moeten zijn van dat type bezuiniging. Dat is één. En twee, voorzitter, dat is meer een opmerking in algemene zin. Ik hoorde de heer Portier net, en daar ging mijn interruptie op 20.51 die niet is doorgegaan, ook even over, over klanten spreken. Het viel mij op dat zowel de PvdA als de SP, die veel commentaar hebben op de markt doorgaans, in dit geval spreken over klanten. Ik zou dat liever niet doen. De heer Van Verk: Voorzitter, als ik mag reageren. Ik hoor de Dienst zelf ook altijd over haar klanten spreken, dus ik vind dat dit in het jargon van de Dienst past in ieder geval. En als u een beter woord heeft, hou ik mij aanbevolen mijnheer Veldman. Maar dat vind ik eigenlijk een semantische discussie, en niet zo interessant. Uw eerste vraag is interessanter. Rondom het maatwerk. Ja, dat zou een idee kunnen zijn, als u zegt van we maken een smalle Sociale Dienst, die uitsluitend de wettelijke taken uitvoert op het gebied van inkomen. Je kan je afvragen of de Wmo een wettelijke taak is.
Dat is de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling. Maar, dat is een wet die een ander karakter heeft als de Participatiewet en de Bijstandswet. Dan zou je hem heel smal kunnen maken, maar dat is volgens mij nou juist niet de bedoeling. En dan kan je allerlei andere kerstballen, om
20
met de tijd te spreken, kan je nog in dat maatwerk hangen. Dan zouden de lokale raden optimaal aan zet komen. Maar dan zou je je kunnen afvragen of je in dat kader nou juist nog een gemeenschappelijke regeling nodig heeft, temeer omdat dat allerlei onnodige bestuurlijke drukte geeft. Een Serviceorganisatie zou dan wellicht veel meer op zijn plaats zijn, want de wettelijke regeling moet gewoon uitgevoerd worden. Punt. Daar heeft u weinig discussie over. De voorzitter: Dank u zeer. Ik zie ook nog een interruptie van de heer Van der Kruijff, die eigenlijk al eerder aan bod was, maar die ik kennelijk per ongeluk heb overgeslagen. Dat zouden we niet willen, dus dat zet ik graag recht. De heer Van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik hoorde de heer Van Verk een heel betoog houden met alle voordelen van een serviceorganisatie, waar ik overigens in een heel gedeelte wel in mee kan gaan. Want ook het CDA gaf aan, als je vanuit een blanco situatie komt zou ‘…’ ook onze voorkeur hebben, maar we komen niet vanuit een blanco situatie.
Ja, dus als je dat gaat doen, want dat was uw vraag, waarom zou je dat nou willen? Dan ontstaat er voordat je het weet een conflictsituatie binnen de huidige gemeenschappelijke regeling, en zijn we jarenlang aan het touwtrekken hoe we eruit kunnen stappen, en hoe we die moeten ontbinden en gaat er allemaal kostbare tijd en energie. En ook een hoop geld en aandacht voor onze klanten, zeg ik dan ook maar, van de Sociale Dienst verloren. En dan is nog maar de vraag of iemand dan ooit nog bij de gemeente Dordrecht iets wil onderbrengen na zo’n jarenlange strijd. Dus bent u het niet eens met de conclusie dat je inderdaad een compromis moet sluiten om daarmee tempo te ontwikkelen. Dat is het eerste aspect. En u vroeg zich af, wat wordt er nu beter gezien alle geharrewar en getrouw trek en machtspelletjes in de Drechtsteden bestuur wat u heeft waargenomen, en waar ik ook wel het één en ander van heb voorbij zien komen. Ik denk dat de grote stap vooruit is, dat in de GR zoals die wordt voorgesteld, alle portefeuillehouders Sociaal bij mekaar zitten. En dat is in de huidige Drechtsteden bestuur niet zo. En ik denk dat dat veel meer focus op sociaal beleid geeft, en veel meer indracht, eendracht, dan waar nu het Drechtsteden bestuur toch ook samengestelde, heel veel mensen die primair een financiële verantwoordelijkheden hebben binnen hun eigen college.