2. Samen op pad.pdf
Tekst van het document
● dwarshellingen minder steil 1:50 ● geen fietssluizen
● geen fietssluizen
* Uit ‘Ontwerpen van looproutes’ (Drs. M. Stiggelbout & Ing J.J.M. Haug) aangevuld met suggesties van plein rolstoel
terug naar inhoudsopgave
-15-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.1.2
Scootmobielroutes In Nederland zijn inmiddels een groot aantal uitgezette scootmobielroutes. Deze routes maken vaak gebruik van bestaande fietspaden. Bij het streekmuseum in Melderslo (L) kwamen wij 4 scootmobielroutes tegen die gebruik maken van het fietsknooppuntsysteem. Op het informatiebord wordt zelfs een verhuuradres voor scootmobielen aangegeven.
9.1.3
Avontuurlijke rolstoelpaden Er zijn rolstoelgebruikers die het avontuurlijke element zoeken. Zij zijn wellicht behendiger, vindingrijker, waardoor een niet geheel egaal bospad juist voor hen een uitdaging vormt ! Wij adviseren om avontuurlijke paden wel in informatiebronnen op te nemen, waarbij helder wordt aangegeven dat het gaat om een pad dat beperkt toegankelijk is en waar mogelijk enige hulp nodig is. Ontwerpcriteria voor een ‘avontuurlijke rolstoelroute’ zijn lastig te definiëren. De Avontuurlijk rolstoelpad berijdbaarheid is afhankelijk van de obstakels, het materiaal in ‘NP De Maasduinen’ van de paden, het jaargetijde, of er wel of niet gemaaid is enz. Het mag duidelijk zijn, dat er zowel aan normale als aan avontuurlijke rolstoelpaden behoefte is. ● Het belangrijkste criterium is dat het pad op een redelijke manier gebruikt kan worden. Dit kan men alleen proefondervindelijk vast stellen. De terrein beheerder dan wel andere vrijwilligers zouden de hele route in een handbewogen rolstoel moeten afleggen, waarbij de rolstoel deels door iemand wordt voortgeduwd. Zowel de rolstoelgebruiker als de duwer moeten beide oordelen of deze route in alle redelijkheid veilig genoeg is en berijdbaar is.
9.1.4
Lange afstand wandelroutes Met medewerking van de stichting Groen & Handicap heeft de KNBLO inmiddels twee rolstoeltoegankelijke wandelroutes gerealiseerd. In 2008 is de ‘Koninklijke Weg’ een wandelroute van Paleis Noordeinde (DenHaag) naar paleis Het Loo (Apeldoorn) gerealiseerd. In 2011 is voor de ‘Koninklijke Weg’ een buddysysteem georganiseerd voor mensen met een visuele beperking, tevens is er een uitgebreide beschrijving gemaakt voor mensen met een visuele beperking.
---------
In 2012 is het ‘Westerborkpad’ gerealiseerd. Een wandelpad 'in het spoor van de Jodenvervolging' met een lengte van 336 km van Amsterdam naar kamp Westerbork. Het bijzondere van de gids is, dat de alternatieve routes voor rolstoelgebruikers met een gestippelde lijn zijn aangegeven.
De alternatieve routes voor rolstoelgebruikers zijn apart bestickerd.
●
terug naar inhoudsopgave
Het is een stille wens van Groen & Handicap dat in de gidsen van alle lange afstandswandelpaden op de plattegronden alternatieve routes voor rolstoelgebruikers worden aangegeven. Ervaringsdeskundigen hebben al alternatieve trajecten voor delen van het Pieterpad en het Zuiderzeepad bedacht en beschreven. -16-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.1.5
Wandelroutes voor mensen met een visuele beperking Als je niet meer kan voelen dat je op het pad loopt, als je niet meer weet waar je bent en of je de wandelroute volgt wordt je heel onzeker. Veiligheid en zekerheid is een randvoorwaarde voor mensen met een visuele beperking om te kunnen genieten van wandelpaden in de natuur. Aan een pad dat een blinde zelfstandig moet kunnen lopen worden bijzonder hoge eisen gesteld om de veiligheid te waarborgen. Hierbij zijn gidslijnen van groot belang. Een gidslijn is een voelbare markering van het pad. Dit kan door een rand van begroeiing of een opstaande rand. Aan een pad dat men onder begeleiding loopt worden minder strenge eisen gesteld. Voor het ontwerp van een wandelpad is het belangrijk om eerst te bepalen of mensen dit pad met hulp of zelfstandig moeten kunnen lopen. Slechtzienden
Lengte ● Tot 5 km ● Keuze na 1 km om korte route te lopen 2 km Afwerking ● Pad ten opzichte van de omgeving goed zichtbaar (voldoende contrast) ● Pad ten opzichte van omgeving goed voelbaar (natuurlijke gidslijn)
Blinden (met begeleider)
Blinden (zelfstandig)
● Tot 5 km
● 0,5 - 1 km waarbij men op elk moment
● Keuze na 1 km om korte route te lopen 2 km
ook de weg in omgekeerde richting zelfstandig moet kunnen terugvinden.
● Pad ten opzichte van omgeving goed
● Pad ten opzichte van omgeving goed
voelbaar (natuurlijke gidslijn),
voelbaar en herkenbaar (natuurlijke
bijvoorbeeld een verhard pad dat aansluit
gidslijn)
op zachte berm van gras of zand.
● Opvallende (zichtbaar) bewegwijzering Opmerking ● Bewegwijzering vanaf het openbaarvervoer. ● Zitgelegenheid om de 200 m
● Bewegwijzering vanaf het openbaarvervoer. ● Zitgelegenheid om de 200 m ● Locatie voorzieningen langs pad
● Geleidelijn vanaf het openbaarvervoer. ● Zitgelegenheid om de 200 m ● Locatie voorzieningen langs pad markeren met informatiemarkering.
zichtbaar en voor voet en taststok voelbaar markeren. Noppentegels zijn hiervoor ongeschikt, omdat deze als waarschuwing gebruikt worden. Extra ● Een brochure waarin interessante en of mogelijkheden
leuke plekjes worden beschreven.
● Een maquette aan het begin
● Een maquette aan het begin
● Informatieborden in braille
● Informatieborden in braille
● Een brochure waarin interessante en of
● Een brochure waarin interessante en of
leuke plekjes worden beschreven.
leuke plekjes worden beschreven.
● Bewust beroep doen op reuk- en
● Bewust beroep doen op reuk- en
tastzintuig ● Automatische routegeleiding (GPS)
terug naar inhoudsopgave
-17-
tastzintuig ● Automatische routegeleiding (GPS)
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.1.6
Markering en bewegwijzering van wandelroutes
---------
Wanneer een bezoeker met een handicap onzeker is of een pad wel geschikt is, is de kans groot dat iemand het risico niet aandurft. Goede informatie over routes die ook voor hen toegankelijk zijn kan mensen over de brug helpen. Daarbij hoort vanzelfsprekend een goede markering van de betreffende routes. Bij de entree van parken, tuinen en natuurgebieden wordt soms informatie gegeven met behulp van een paneel. Zorg dat een bezoeker met een handicap informatie panelen kunnen bereiken en gebruiken. Dat wil zeggen dat een rolstoelgebruiker het paneel kan bereiken en met zijn rolstoel voor het paneel kan staan. Voor blinden en slechtzienden kan een tastbare plattegrond beschikbaar worden gesteld. Zorg dat de bewegwijzering aan de onderstaande richtlijn te voldoet (zie ook 12), Inrichtingseis Routepaaltjes
● Opvallend en éénduidig gemarkeerd. ● Plaats markeringspaaltjes consequent op vaste punten, liefst een aantal meters voor de bocht en na de afslag herhaald. ● Zorg dat pictogrammen en letters voldoende groot zijn. ● Een routeaanduiding blinden en slechtzienden moet vindbaar en voelbaar zijn. ● Vermijdt de kleurencombinatie rood/groen ! (i.v.m. kleurenblindheid)
Bewegwijzering
● Zorg dat de aanduiding van route geschikt is voor de beoogde doelgroep(en). ● Zorg dat de vormgeving van letters leesbaar is, pas schreefloze letters toe (Times Roman is ongeschikt). ● Zorg dat de lettergrootte minimaal 1/100 van de leesafstand is. ● Zorg dat teksten voldoende verlicht zijn. ● Zorg voor een goed contrast. Bijvoorbeeld zwarte letters op een witte of gele ondergrond.
Bereikbaarheid van de bewegwijzering
9.1.7
● Zorg dat de bewegwijzering bereikbaar is door rolstoelen. ● Zorg voor voldoende manoeuvreerruimte rond de bewegwijzering voor rolstoel. ● Belangrijke informatie voor blinden en slechtzienden moet bereikbaar zijn via een gidslijn.
Inventarisatie van alle toegankelijke wandelpaden in Nederland In 2012 is door Kenniscentrum Groen & Handicap het project ‘Wandelen, goed voor elkaar!’ gestart om toegankelijke wandelpaden in beeld te brengen. Wandelaars (ervaringsdeskundigen) mogen zelf paden beoordelen en indien een uitgezette wandeling toegankelijk is, de gegevens invoeren op de website www.wandelenmeteenbeperking.nl Op deze website is inmiddels een groot overzicht van toegankelijke wandelpaden te vinden.
terug naar inhoudsopgave
-18-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
9.2 Maatvoering en technische eisen voor voetpaden 9.2.1
---------
Materiaal3 Voor rolstoelgebruikers is het belangrijk dat het pad berijdbaar is en berijdbaar blijft. Voor mensen met een visuele beperking is het belangrijk dat het pad goed zichtbaar is en er geen gras of iets dergelijks op het pad groeit, zodat zij het verschil tussen het pad en de berm niet meer kunnen voelen. Voor stoklopers is het belangrijk dat het pad vrij is van gaten. ● Hoe is de weerstand van het pad ? ● Zakken de wielen niet weg ? ● Krijgt onkruid de kans om in of op de verharding te wortelen? ● Is het pad goed zichtbaar (kleur en contrast) ? Elk verhardingstype heeft invloed op de toegankelijkheid en daarmee op de bruikbaarheid voor mensen met beperkingen. Er kan onderscheid worden gemaakt in verschillende verhardingstypen, ● Gesloten verhardingen ● Element verhardingen ● Gebonden halfverhardingen ● Ongebonden halfverhardingen
Gesloten verharding Een gesloten verharding bestaat uit één geheel is zeer stevig en vlak en daarom zeer geschikt voor mensen die gebruik maken van een hulpmiddel bij het voortbewegen. Een gesloten verharding is geschikt voor mensen met een visuele beperking. Het materiaal voelt anders aan dan de omgeving. Ook kunnen kleurcontrasten gemaakt worden voor slechtzienden. Om kleur of structuur toe te voegen kan er een oppervlaktebewerking worden toegepast. 9.2.1.1 Asfalt Asfalt is een veelgebruikt verhardingsmateriaal in de wegenbouw. Het is in veel soorten te krijgen. Ieder soort heeft andere eigenschappen. Asfalt is er in verschillende kleuren. Asfalt kan esthetisch aantrekkelijker worden gemaakt door het af te strooien met split of schelpen. Dit materiaal wordt op een kleeflaag aangebracht of het wordt in het asfalt ingewalst. Inwalsen is beter dan afstrooien, omdat bij afstrooien een gedeelte van het materiaal los blijft liggen, wat extra weerstand voor rolstoelgebruikers geeft.
Voorbeeld van schelpenasfalt
9.2.1.2 Beton Een betonverharding kan op twee manieren aangebracht worden. Beton kan ter plaatse worden gestort. Zo ontstaat één plaat, die drempelvrij is. Ook kan de verharding gemaakt worden met voorgefabriceerde betonplaten. Dan kan er een hoogteverschil ontstaan tussen de platen. Er moet op gelet worden dat het hoogteverschil tussen de platen zo klein mogelijk is. Verder is het verschil tussen de verharding en de omgeving groot en is beton goed voelbaar voor mensen met een visuele beperking. Ook kan er een oppervlaktebewerking toegepast worden bij een betonverharding, waardoor de voelbaarheid vergroot wordt. Bij betonplaten moet er op gelet worden dat het hoogteverschil tussen de platen zo klein mogelijk is. 9.2.1.3 Stabilisatie ondergrond Er zijn ontwikkelingen om bestaande ondergronden te mengen met een stabilisator zonder dat er nieuw materiaal nodig is (www.congreen.com).
3
Dit hoofdstuk is in samenwerking met de Koninklijke Ginkel Groep tot stand gekomen en geschreven door stagiaire Marc de Jager, 3e-jaars student Tuin- en Landschapsinrichting aan Hogeschool van Hall Larenstein. .
terug naar inhoudsopgave
-19-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ Element verhardingen Een elementverharding bestaat uit verharde elementen. De stevigheid van dit type verharding is groot. Het comfort is afhankelijk van de vlakheid en de grootte van de elementen. Handgevormde elementen en gebroken elementen geven minder comfort dan strakke mechanisch gevormde elementenen, kleine elementen geven minder comfort dan grote elementen. Er bestaat kans op verzakkingen, die problemen kunnen geven voor de toegankelijkheid. Dit is vaak een gevolg van een slechte aanleg (slechte fundatie of een slechte afwerking). Een elementverharding heeft naden die nadelig kunnen zijn voor rolstoelgebruikers. 9.2.1.4 Straatstenen en tegels Straatstenen en tegels zijn er in veel soorten en maten. Gebakken, beton of natuursteen, klein of groot, ruw of glad, rood, geel, enz. en kunnen aangebracht worden in veel verschillende straatverbanden. Een elementverharding is zeer stevig, mits deze aangebracht wordt op een degelijke fundering. Uit onderzoek van de Fietsbond blijkt dat strengpersstenen, mits goed aangebracht, een beter comfort geven dan vormbakstenen. Gebonden halfverhardingen Een gebonden halfverharding vormt een stevige ondergrond, die in principe goed begaanbaar is voor rolstoelgebruikers. Een gebonden halfverharding geeft wel meer weerstand dan een asfaltverharding. Dit zal echter nauwelijks een belemmering zijn.
Met name een gesteente met 0-fractie of stabilisator zijn erg stevig. Het derde type (grind/split/etc. met bindend middel) bevat meer losliggend materiaal. Dat kan storend zijn, zeker als het een grof materiaal is. Bij gebonden halfverhardingen moet rekening gehouden worden met eventuele inloop van het materiaal in gebouwen. Het toepassen van een halfverharding wordt ook interessant, als er gedacht wordt aan mensen met een visuele beperking. Door halfverhardingen toe te passen met verschillende gradaties, wordt er een oriëntatiemogelijkheid geboden voor visueel beperkte mensen. Verder zijn halfverhardingen in verschillende kleuren te verkrijgen. Met gele en/of rode kleuren kunnen contrasten worden gemaakt. Dit is een pre voor slechtzienden. 9.2.1.5 Natuurgesteente met 0-fractie Dit halfverhardingstype is zeer stevig. Het materiaal reageert met zuurstof, waardoor een harde plaat ontstaat. Doordat er een 0-fractie in het materiaal aanwezig is, is de verharding niet waterdoorlatend. Dat betekent dat de verharding onder afschot aangebracht moet worden. De meeste halfverhardingen van dit type zijn geelachtig van kleur. Er zijn echter ook rode of grijze tinten mogelijk. Voorbeelden van deze type zijn: Gravi d'OR, Dololux, Gralux, KoMex en Nobre Cál. 9.2.1.6 Gesteente met stabilisator Een andere halfverhardingstype is een gesteente waaraan een stabilisator is toegevoegd.
De halfverharding is dan waterdoorlatend en de fundering moet daarom ook waterdoorlatend zijn. Toch is het raadzaam om dit type onder afschot te leggen. De stabilisator zorgt voor stevigheid van de toplaag, er ontstaat een harde plaat. De stabilisator is vaak neutraal van kleur. Deze halfverharding heeft daarom de kleur van het gebruikte gesteente. Voorbeelden van dit type zijn: Stabicol, Gralufalt, en Stabilizer. 9.2.1.7 Grind/split/etc. met bindend middel Een derde type halfverharding is een mengsel van een los materiaal met een bindend middel. Het losse materiaal kan bijvoorbeeld grind, split of schelpen zijn. Het bindende middel is meestal leem of klei. Bij dit type blijft een gedeelte van het materiaal los liggen. Ook dit type is waterdoorlatend. Voorbeelden van dit type zijn: kleischelpen en leemgrind/stol.
Kleischelpen
terug naar inhoudsopgave
-20-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ Ongebonden halfverhardingen Ongebonden halfverhardingen zijn losliggende materialen. Ongebonden halfverhardingen kunnen soms gestabiliseerd worden, waardoor zij enigszins berijdbaar zijn voor rolstoelgebruikers. 9.2.1.8 Ongebonden ongestabiliseerde halfverhardingen Ongebonden, ongestabiliseerde halfverhardingen zijn in het algemeen ongeschikt voor rolstoelgebruikers (denk aan schelpen, boomschors, grind, steenslag of split). 9.2.1.9 Gestabiliseerde ongebonden halfverharding Wanneer een ongebonden halfverharding gestabiliseerd wordt met stabilisatieplaten kan deze enigszins berijdbaar worden voor rolstoelgebruikers. Het is belangrijk, dat er bij het aanbrengen voor wordt gezorgd, dat er zo weinig mogelijk materiaal los blijft liggen. Stabilisatieplaten zijn er voor verschillende toepassingen. Zo zijn er platen voor lichtere en Voorbeeld van een stabilisatie voor zwaardere toepassingen, met of zonder antiworteldoek er onder. Vaak hebben deze platen een honingraatstructuur. Stabilisatieplaten dienen op een goede fundering te worden aangebracht. Deze platen kunnen bijvoorbeeld worden afgevuld met split, grind of schelpen. Platen zonder antiworteldoek worden vooral gebruikt om gras in te zaaien. Voor gras zijn er ook TTE-roosters en grasbetontegels. TTE-roosters liggen wat dieper, waardoor ze niet zichtbaar zijn en zorgen voor een vlak oppervlak.
Grasbetontegels geven veel stabiliteit, maar vormen een hobbelige ondergrond. Grastegels zijn daardoor niet geschikt als verharding voor rolstoelgebruikers en stoklopers. Aandachtspunt Bij kruisingen, bijvoorbeeld met een ruiterpad, is extra aandacht nodig voor het materiaalgebruik om het pad berijdbaar voor rolstoelgebruikers te houden. Paarden lopen het bestaande pad snel kapot. Wanneer de ruiterroute wordt onderbroken door bielzen, een klinkerpad of een betonplaat kan men voorkomen dat het pad onbruikbaar wordt. Bedenk dat de zwakste schakel maakt of een rolstoelgebruiker wel of geen gebruik kan maken van het pad. 9.2.2
Dichtgroeien van halfverhardingen De vereiste minimale breedte van een voetpad is 1.20 m (1,8 m wanneer mensen elkaar moeten passeren). In parken en natuurgebieden bevindt zich langs de rand van het pad een zone waar vegetatie groeit en dood materiaal zich verzamelt. De paden worden in de loop van de tijd smaller. In een park waar regelmatig onderhoud plaats vindt, is ca 15 cm aan beide zijden extra nodig (1,8 + 0,3 = 2,1 m). In een natuurgebied waar weinig onderhoud is moet gerekend worden op 25 cm aan beide zijden extra (1,8 + 0,5 = 2,3 m). Het smaller worden van paden kan voorkomen worden door materialen te kiezen waar geen planten in kunnen groeien. Het meest ideale materiaal is asfalt, dit is vlak en onkruid krijgt nauwelijks een kans. In parken zijn mooie voorbeelden van asfaltpaden met een dunne laag natuursteen split.
terug naar inhoudsopgave
-21-
Oorspronkelijke breedte...
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.2.3
Vrije hoogte boven de paden Een onderbelichte factor is dat er veel aandacht nodig is voor de vrije hoogte boven paden. In het voorjaar wordt er flink gesnoeid en in de loop van de zomer zien we overhangende takken. Het gebeurt zo vaak dat een bezoeker met een visuele beperking pardoes met het gezicht tegen overhangende takken loopt. Dat maakt dat mensen zich onveilig voelen en het levert soms ook verwondingen op. Omdat er ook rekening moet worden gehouden met lange mensen adviseren wij om een vrije hoogte van 2,5 m boven de wandelpaden aan te houden. Dat wil zeggen dat er op voorhand meer gesnoeid moet worden.
9.2.4
Overbruggen hoogteverschillen In parken en natuurgebieden zijn vrijwel altijd hoogteverschillen. Dit is vaak de charme van het terrein. In Engelse tuinen worden heel bewust hoogteverschillen aangebracht om bezoekers te verrassen. Hoogteverschillen leveren fraaie beelden op en verhogen de kwaliteit van een terrein, ook voor mensen met een fysieke beperking. Helaas hebben velen van hen moeite om zelfstandig hoogteverschillen te overbruggen. Het kost veel kracht en energie. In toegankelijke looproutes bevinden zich bij voorkeur zo weinig mogelijk hoogteverschillen. En wanneer er toch hoogteverschillen overbrugd moeten worden is het belangrijk dat de hellingen zo flauw mogelijk zijn. Een algemene richtlijn is dat hoogteverschillen van meer dan 20 mm overbrugd worden door een helling. Hellingen worden dikwijls aangegeven in hellingspercentages. Zo betekent een hellingspercentage van 4%, dat over een afstand van 100 meter, 4 meter wordt gestegen. Als het gaat over de toegankelijkheid van hellingen voor rolstoelgebruikers wordt de verhoudingsnotatie gebruikt. In dit geval is dat 1: 25. Algemeen worden de volgende eisen aan hellingshoeken gesteld (NEN 1814); De hellingshoek van een helling is bij voorkeur niet steiler dan 1:25.
Hoogteverschil 0,05 m hellingshoek minder steil 1: 6 Hoogteverschil 0,10 m hellingshoek minder steil 1:10 Hoogteverschil 0,25 m hellingshoek minder steil 1:12 Hoogteverschil 0,50 m hellingshoek minder steil 1:16 Hoogteverschil 1,00 m hellingshoek minder steil 1:20
---------
De hellingshoek die de NEN 1814 voorschrijft is voor veel mensen steil. U krijgt een beter inzicht wanneer u de onderstaande grafiek toepast.
terug naar inhoudsopgave
-22-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ Het maximum hoogteverschil dat overbrugd kan worden met één helling is 1 meter. Grotere hoogteverschillen moeten met meerdere geschakelde hellingen worden overbrugd. Tussen deze hellingen wordt een horizontaal bordes dat voldoende diep moet zijn (lengte > 2 m in de verplaatsrichting).
*
Aan hellingen in de gebouwde omgeving worden extra eisen gesteld aan de vormgeving zoals de aanwezigheid van bijvoorbeeld leuningen (zie ook 12.3.2).
9.3 Veewering en fietssluizen ---------
Van oorsprong worden hekwerken aangebracht om te voorkomen dat het vee wegloopt. Tegenwoordig worden steeds vaker hekwerken aangebracht om bepaalde gebruikers buiten kwetsbare natuur te houden. Denk aan bromfietsen en mountainbikes. Voor bezoekers met een rolstoel of scootmobiel vormen deze hekken een onneembare barrière. Zij kunnen het natuurgebied of het park niet meer bezoeken. Ook voor andere bezoekers met een beperking zijn hekken en sluizen ware obstakels. Beheerders van terreinen staan voor een dilemma. De ideale oplossing hebben wij nog niet gevonden. Wij zijn op zoek naar goede oplossingen. Komt u een goede of bijzondere voorzieningen tegen, neem een foto en stuur deze naar jobhaug@natuurzonderdrempels.nl Hieronder worden enkele voorbeelden beschreven. 9.3.1
Veeroosters Veeroosters zijn over het algemeen ongeschikt voor wandelaars die gebruik maken van een rollator of een rolstoel. Veeroosters zijn ook ongeschikt voor honden, dus ook voor hulphonden en blindengeleidehonden. De wielen van handbewogenrolstoelen en handbikes kunnen vastlopen in de roosters. Scootmobielen en elektrische rolstoelen met grote wielen hebben over het algemeen weinig problemen met het passeren van veeroosters, zij het dat het wel erg hobbelt. Veeroosters worden vaak samengesteld uit betonijzer. Deze roosters zijn bijzonder hobbelig. Door de afstand tussen de staven kleiner te maken wordt het rooster minder hobbelig. Rechts een voorbeeld van een vriendelijker rooster bij het Naardermeer.
Steeds vaker zien we veeroosters die zijn samengesteld uit stalen strippen met een vlakke bovenkant. Deze strippen zijn minder hobbelig. Ook zien we verschillende gleufbreedtes toegepast. Het rooster hiernaast afgebeeld bestaat uit stalen strippen dik 10 mm met een tussenruimte van 55 mm. Dit is een vriendelijk rooster voor elektrische rolstoelen, scootmobielen en handbikes .
terug naar inhoudsopgave
-23-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ Om veeroosters geschikt te maken voor rollators, handbewogen rolstoelen en scootmobielen met kleine wielen zijn allerlei constructies bedacht. Elk hulpmiddel heeft een andere breedte en er zijn driewielers en vierwielers. De veilige rijstrook moet een ruime breedte hebben om de veiligheid te garanderen. Tot op dit moment zijn wij er nog geen tegengekomen die wij veilig achten. Hieronder enkele voorbeelden. ●
Het idee is aardig. Maar het risico dat een rolstoel met kleine wielen verkeerd terecht komt is bijzonder groot. Voor rolstoelgebruikers is deze oplossing niet veilig.
●
Het is een leuk idee. Helaas heeft elke rolstoel een andere breedte (zie de foto) en hebben handbikes en scootmobielen vaak 3 wielen. De kans dat deze goten op de juiste plaats zijn aangebracht is nihil. Deze oplossing is niet bruikbaar en niet veilig.
Fout en gevaarlijk
●
Bij de ingangen van de Amsterdamse Waterleiding Duinen kwamen wij een oplossing tegen van een rooster over staven om de herten op het terrein te houden. Wij zijn benieuwd of dit ook een oplossing is om runderen tegen te houden.
●
Wij zien graag een keer een proef waarbij de staven dicht bij elkaar geplaatst worden om en om zwart worden gemaakt. Denk aan korte staven in de afbeelding geel aangegeven. Dieren zullen mogelijk denken dat de zwarte staven verdiept zijn en de staafafstanden veel groter inschatten. Dit zien we ook bij mensen die geen diepte zien. Donker vlakken in bestratingen worden ingeschat als gaten.
terug naar inhoudsopgave
-24-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.3.2 ---------
Fiets- en bromfietssluizen Om fietsers en bromfietsers te weren worden wandelpaden in parken en natuurterreinen wel voorzien van fiets- en bromfietssluizen. Deze sluizen zijn vaak ongeschikt voor rolstoel- of scootmobielgebruikers of door mensen met een kinderwagen. Een mogelijke oplossing is een standaard sluis met extra manoeuvreerruimte voor rolstoelgebruikers (zie illustratie hieronder). Zo’n sluis heeft dan vooral een symbolische waarde en schrikt fietsers af. Daar komt bij dat fietsers die toch op het wandelpad willen fietsen, zich ook niet laten weerhouden door een sluis. Ze tillen hun fiets er gewoon overheen.
Zorg dat er bij sluizen voldoende manoeuvreerruimte is voor rolstoelen en scootmobielen. De som van de vrije breedten (X+Y) van de doorgang moet ten minste 2350 mm zijn. X + Y ≥ 2350 mm, waarbij X groter dan 0,9 m en Y groter dan 0,9 m.
Een andere oplossing is het ‘kussend hek'. Gebruikers van scootmobielen kunnen dit hek achterwaarts inrijden om vervolgens, na het omklappen van het hek zelf, er voorwaarts weer uit te komen.
In Zweden hebben wij hekwerken gevonden die met enige aanpassing mogelijk geschikt kunnen zijn voor rolstoel- en scootmobielgebruikers. Een rolstoel of scootmobiel moet het hek na ontgrendeling altijd open kunnen duwen (met de voetplaat of de voorzijde van de scootmobiel). Zie het filmpje. Wij hopen dat een bedrijf samen met ervaringsdeskundigen dit idee wil onderzoeken. Het is van belang dat een rolstoel met de voetsteunen het hekwerk na ontgrendeling kan openduwen en de scootmobiel met de voorzijde.
terug naar inhoudsopgave
-25-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
9.4 Bijzondere en afwijkende voetpaden Vlonders, steigers en paden langs grote hoogteverschillen vragen extra aandacht met name op het gebied van veiligheid. 9.4.1 ---------
Vlonders In zeer geaccidenteerd terrein of in moerassig gebied kunnen toegankelijke paden worden gecreëerd door gebruik te maken van houten vlonders of metalen roosters. Zo’n vlonder bevindt zich op enige hoogte waardoor voor bepaalde doelgroepen een beveiliging nodig is.
Houten vlonder met afrijdbeveiliging.
In Frankrijk bij Merlimont Plage is dwars door de duinen een vlonderpad met een lengte van 1,4 km aangebracht.
Metalen vlonder met afrijdbeveiliging en leuning
In Duitsland in Tierpark Nordhorn ligt een vlonderpad dwars door een natuurlijke zone.
Afmetingen ● Vlonders moeten worden voorzien van een afrijdbeveiliging. Dat kan een opstand zijn van minimaal 60 mm hoogte. Voor de veiligheid adviseren wij om aan beide zijden ook leuningen aan te brengen. ● Een vlonder zonder leuning vinden veel mensen griezelig. Het idee dat je ervan af kan rijden of vallen geeft een gevoel van onveiligheid. Een vlonder zonder leuning moet extra breed worden uitgevoerd ! ● Voor blinden en slechtzienden is het belangrijk dat zijn kunnen voelen waar het pad is. Dat kan leuning zijn maar dat kan ook een opstaande rand zijn (gidslijn) die zij met hun taststok kunnen volgen, bijvoorbeeld een afrijdbeveiliging. ● Abrupte hoogteverschillen van meer dan 5 mm zijn ongewenst. ● De planken van een vlonder moeten dwars op de looprichting worden aangebracht, zodat een rolstoel met smalle wielen niet kan vastlopen. ● Voor de waterdoorlaatbaarheid en de duurzaamheid van de vlonders zijn sleuven/naden tot 12 mm toelaatbaar. ● Houten vlonders kunnen bijzonder glad worden. Dit kan men voorkomen door een antisliplaag met steenslag aan te brengen.
terug naar inhoudsopgave
-26-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.4.2
Steigers Steigers zijn eigenlijk verhoogde voetpaden en hebben veel gemeen met vlonders. De vereiste afmetingen en de voorzieningen die de veiligheid moeten waarborgen zijn hetzelfde als bij voetpaden (zie 9.2.2) en vlonders (zie 9.4.1). Steigers worden gebruikt, - als aanlegplaats voor boten, - als aanlegplaats voor kano’s, - om paden met elkaar te verbinden en - om bijzondere voorzieningen bereikbaar te maken (denk aan een vogelkijkhut).
---------
In het onderstaande figuur staan richtlijnen voor een steigertoegang. ● Er is een tweede leuning voor kleine mensen en kinderen (hoogte ca 0,6 en ca 0,9 meter). ● Als geleiding voor blinden en slechtzienden loopt de leuning extra door (ca 0,3 m).
Voorbeeld van een drijvende steiger
9.4.3 ---------
Bruggen Een voetpad over een brug moet natuurlijk gewoon aan de criteria voor voetpaden voldoen. Daarnaast moet worden voorkomen dat er ongelukken gebeuren (denk aan een leuning en denk aan een afrijbeveiliging. Op zich geen bijzondere eisen. Toch noemen we de brug hier als apart onderwerp omdat bruggen in natuurgebieden vaak bijzonder worden vormgegeven. We zien nogal eens ronde bruggen toegepast. Ronde brug met een veel te steile Door de ronde vorm zijn deze bruggen onbruikbaar voor helling ! rolstoelgebruikers. Het komt zelfs voor dat deze bruggen ook voor fietsers en voetgangers te steil zijn. ● Zorg dat hellingshoeken voldoen (zie 1). ● Pas geen ronde bruggen toe (i.v.m. steile hellingshoek). ● Zorg dat de aansluiting van het brughoofd bij verzakking geen drempel vormt. Pas bijvoorbeeld een betonnenplaat toe die kan scharnieren.
Verzakking opgevangen door stelconplaat
terug naar inhoudsopgave
-27-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.4.4
Strandtoegang / stuifzand Met een gewone rolstoel het strand opgaan en door het mulle zand rijden is bij voorbaat onbegonnen werk. Het is wel mogelijk om bijvoorbeeld met behulp van houten vlonders of kunststofmatten een pad te maken dat berijdbaar is voor rolstoelen (zie bijvoorbeeld www.mobi-mat.com).
Mobimat
Voorbeelden van een vlonder op het strand
Een andere mogelijkheid bestaat uit een speciale rolstoel met brede banden. Deze rolstoelen zijn tegenwoordig op verschillende locaties te leen. ● Het is vrijwel onmogelijk om deze stoel door één persoon over het zand omhoog te laten duwen (denk aan strandopgangen). ● Deze stoel is alleen geschikt voor mensen die een transfer kunnen maken van hun eigen rolstoel naar de strandrolstoel. Sommige mensen hebben een volledig aangepaste zitting en kunnen niet in een andere rolstoel plaatsnemen. Er is een ontwikkeling van rupsvoertuigen zoals de ScoutCrawler, waar iemand met een handbewogen rolstoel zelfs op kan rijden (bekijk het filmpje op Ameland).
9.4.5
Risicovolle paden Een risicovol pad, zoals een pad met een slechte ondergrond, hoogteverschillen of een pad met een abrupt hoogteverschil zoals een smalle dijk, dat in een toegankelijke route is opgenomen dient extra beveiligd te zijn. Vaak zal het niet mogelijk zijn om een pad te realiseren dat optimaal bruikbaar en veilig is. Dat zal ook niet altijd nodig zijn. Een slechtziende persoon heeft andere voorzieningen nodig dan een blinde persoon. Het is belangrijk dat er goede informatie is over toegankelijkheid, niet alleen dat het pad toegankelijk is, maar ook een uitleg welke voorzieningen wel en niet zijn getroffen. Een gebruiker kan dan zelf uitmaken of hij de route wel of niet wil gaan volgen. Voorbeeld van een risicovol pad
terug naar inhoudsopgave
-28-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
9.5 Meubilair 9.5.1 ---------
Zitelementen / banken Zitelementen en banken (rustpunten) zijn vaak een noodzaak voor mensen die problemen hebben met lopen of uithoudingsvermogen (zie ook 9.1). De meest optimale zithoogte is voor iedereen verschillend, maar een zithoogte van ca 0,46 m is voor vrijwel iedereen geschikt. Goede en stevige armsteunen zorgen dat mensen gemakkelijk kunnen opstaan. Een zitgelegenheid is ook prettig om een gesprek te kunnen voeren met een rolstoel- of scootmobielgebruiker op gelijke gezichtshoogte. Zorg dat er voor of naast de zitgelegenheid ruimte is voor een rolstoel of scootmobiel. Een goed geplaatste bank verleidt bezoekers om er gebruik van te maken ! Zo dus niet....
Hele fraaie oplossing....
dimensies zitbank met manoeuvreerruimte
Zorg dat zitelementen en banken aan de onderstaande richtlijn v oldoen, Inrichtingseis Zitelementen / banken
● zithoogte ca 0,45 m ● armleuning ● gelegen aan een verhard pad dat doorloopt naast het zitelement zodat de rolstoel naast de bank kan
staan. Picknick plaatsen
● aan één zijde ruimte voor een rolstoel om onder het tafelblad te rijden ● gelegen aan een verhard pad zodat de rolstoel de tafel kan bereiken.
Leunbeugels /
● eventueel verwerking in leuning of hekwerk
zituitsparingen /e.d.
terug naar inhoudsopgave
-29-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
---------
9.5.2
Bijzondere rustpunten Naast zitelementen en banken zien we allerlei andere vormen die ook als rustpunt worden gebruikt. Zoals zitbalken, boomstammen, zwerfkeien enz. Zorg dat zo’n bijzonder rustpunt zoveel mogelijk aan de richtlijn voor zitelementen & banken voldoet (zie 9.5.1). Op deze foto is te zien hoe handig gebruik wordt gemaakt van de houten railing om even uit te rusten.
9.5.3
Picknicktafels Wanneer een picknickbank goed geplaatst wordt is deze ook geschikt voor rolstoelgebruikers en voor iemand met een rollator. Belangrijk is dat het pad aansluit op de picknickbank of dat er een apart pad wordt aangelegd. Let op ! Mul zand, schors en grind zijn ongeschikt voor rolstoelgebruikers. Denk bij het plaatsen van de picknickbank ook aan de bezonning en de beschutting tegen wind.
Volledig onderrijdbare plek !
Volledig onderrijdbare plek !
Gedeeltelijk onderrijdbare plek....
Aansluiting picknicktafel op voetpad
Goedkoop alternatief Er ontbreekt nog een verharding.
Er zijn ook hele creatieve oplossingen mogelijk Bijvoorbeeld www.vondeltuinmeubelen.nl/zeskantige-picknicktafel.html
terug naar inhoudsopgave
-30-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.5.4
Vogelkijkhut en -schermen Voor een rolstoelgebruiker is het lastig om zich voorzichtig en ongezien door een natuurgebied te verplaatsen. Door het bewegen en het geluid van het rijden worden veel dieren gewaarschuwd en laten zij zich niet zien. Een vogelkijkhut of -scherm biedt dan uitkomst. Een rolstoelgebruiker kan rustig de dieren observeren. Aandachtspunten voor de bereikbaarheid, ● Zorg dat het pad naar de vogelkijkhut geschikt is voor rolstoelen. ● Zorg dat de hellingshoek van hellingen geschikt is voor rolstoelen. (Zie 9.2.4) ● Zorg dat er buiten voor de deur een horizontaal verhard vlak is zodat een rolstoelgebruiker zelf de deur kan openen. ● Zorg dat de vrije doorgang van de toegangsdeur minimaal 0,85 m is.
---------
Aandachtspunten voor de bruikbaarheid ● Creëer in de vogelkijkhut zoveel mogelijk ruimte bijvoorbeeld door de deur naar buiten te laten draaien in plaats van in de ruimte. Pas eventueel verplaatsbaar meubilair toe. ● Zorg dat er voor het kijkgat ruimte is voor een rolstoel en de rolstoelgebruiker dichtbij het kijkgat kan rijden. ● Wanneer er een tafelblad is, zorg dat de rolstoel daaronder kan rijden (hoogte minimaal 0,7 m). Een ‘tafel’ blad is handig voor het plaatsen van een verrekijker op een statief. ● Zorg dat de zitgelegenheid ook voor mensen met een rollator bereikbaar is. ● Zorg dat er zitgelegenheid is met rugsteun voor een stabiele zit.
Maatvoering vogelkijkhut
Vogelkijkschermen & Wildschermen ● Een geschikte kijkhoogte voor kleine mensen, rolstoelgebruikers en lange mensen is het belangrijkst. ● Wanneer een rolstoelgebruiker met de voetsteunen onder het kijkgat kan rijden kan hij veel meer zien. Deze onderrijdbaarheid is vrij gemakkelijk te realiseren (zie het voorbeeld hieronder).
Onderrijdbaar scherm
Onderrijdbaar scherm
terug naar inhoudsopgave
-31-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.5.5
---------
Visvoorziening Onder sportvissers zijn natuurlijk ook mensen met een lichamelijke beperking. Dit stelt eisen aan de visvoorziening. Bij een goede visplaats kan men dicht bij het water komen. Vaak denkt men aan een steiger, maar een pad met een goede beschoeiing is veel goedkoper en vraagt minder onderhoud. In parken wordt een visvoorziening vaak gecombineerd met een zitgelegenheid voor wandelaars. Het zijn mooie locaties met een fraai uitzicht. Het is belangrijk dat zowel de visplaats als de zitgelegenheid toegankelijk zijn (zie 9.2.4).
Geschikt voor iedereen !
Aandachtspunten voor de bereikbaarheid (bestrating), ● Zorg dat het pad naar de visstek geschikt is voor rolstoelen (zie 9.1). ● Zorg dat de hellingshoek van het pad geschikt is voor rolstoelen. ● Zorg dat er op korte afstand een parkeerplaats is (bij voorkeur een gehandicaptenparkeerplaats (zie 8.4). Aandachtspunten voor de kwaliteit van de visvoorziening Steiger, mooi wel kostbaar ● Bij voorkeur aan de zuidwestoever van het viswater. ● Zichtbaar voor passanten en/of in nabijheid van andere visplaatsen. ● Waterdiepte: minimaal 1,50 m. ● Van te voren moet worden onderzocht of het ook een goede visstek is. Inschakeling van een hengelsportvereniging is hierbij aan te raden. Aandachtspunten voor de bruikbaarheid ● Gemiddeld waterpeil ten hoogste 0,30 m onder maaiveld. ● Gesloten verharding of houten vloer. ● Afmeting oeverstrook: ten minste 2,50 m lang en minimaal 1,50 m breed (exclusief het wandelpad). De dimensies zijn verder afhankelijk van het gewenste aantal gebruikers en kunnen per situatie variëren. Aandachtspunten voor de veiligheid ● Aanbrengen van stootbalken (afrijdbeveiliging voor rolstoelen). ● Eventueel op stootbalken een hekwerk bevestigen (hoogte 0,45 m)als ondersteuning voor de hengel.
Een aparte visstek voor gehandicapten naast een gewone stek? Dat wil niemand !
Voorbeeld van een vissteiger
Bovenaanzicht voorbeeld vissteiger
terug naar inhoudsopgave
-32-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.5.6
---------
Speelvoorzieningen Een speelomgeving bestaat uit speelobjecten die al of niet bereikbaar zijn via paden. Bij het ontwerpen van speelvoorzieningen is tegenwoordig ook veel aandacht voor integrale toegankelijkheid. Er zijn immers ook kinderen met een fysieke beperking. De NUSO (Landelijke organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie) geeft een wenkenblad uit over ‘Integraal toegankelijke speelvoorzieningen’ (www.nuso.nl) De opzet van het wenkenblad is dat een speelvoorziening zo wordt ontworpen dat deze vanzelf geschikt is voor alle kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat er vaak dure voorzieningen worden aangeschaft zoals rolstoelschommels en rolstoeldraaimolens waar helemaal geen behoefte aan is, terwijl simpele voorzieningen als een zandbak of een berijdbaar pad over het hoofd worden gezien. Tegenwoordig worden er ook natuurlijke speelomgevingen ontworpen. De paden in een natuurlijke speelomgeving bestaan uit bosgrond, zand, leem, houtsnippers en gras. Deze onverharde paden zijn vaak niet geschikt voor kinderen die afhankelijk zijn van loophulpmiddelen (een rolstoel, een buggy, e.d) de wielen zakken weg en het voertuig is onbestuurbaar of het pad is bijzonder hobbelig. Nu is het absoluut niet de bedoeling dat in een natuurlijke speelomgeving alle paden geschikt moeten zijn voor iedereen, dan zou de speelomgeving veel van zijn waarde verliezen.
Maar het mag ook niet zijn dat kinderen of ouders die afhankelijk zijn van loophulpmiddelen bij voorbaat worden uitgesloten. Vaak is het mogelijk om één of meerdere rondgaande toegankelijke paden te realiseren, waarbij de rolstoelgebruiker een representatief beeld krijgt van de speelomgeving (zie ook 9.2). Probeer een rondgaand pad te realiseren, omdat het minder leuk is om over hetzelfde pad terug te moeten lopen.
terug naar inhoudsopgave
-33-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ 9.5.7
Aanlegplaats voor boten In Nederland zijn er enkele natuur-/recreatieterreinen (Nationale Parken) met een relatief groot waterareaal. Vergeleken met landrecreatie is er voor waterrecreatie minder aandacht voor oplossingen van technische problemen voor mensen met een beperking. De mogelijkheden voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers zijn hier weliswaar beperkt maar niet afwezig. Er is begeleide recreatie” (bijvoorbeeld op aangepaste rondvaartboten of doelgroepgerichte excursies). Ook de zelfstandige beleving van de natuur (bijvoorbeeld met fluisterboten) en de meer actieve waterrecreatie zoals kajakken en kanoën en zelfs duiken is mogelijk.
Steiger bij Ilperveld
Aanlegplaatsen en steigers moeten voldoen aan de eisen voor vlonders (zie 9.4.1). Daarnaast moeten er mogelijkheden zijn om op de boot zelf te kunnen komen. In sommige gevallen kan men onmogelijk aan de richtlijnen voldoen. In die gevallen adviseren wij om een deskundige op het gebied van BTB in te huren voor advies. In waterrijke gebieden wordt veel gebruik gemaakt van rondvaartboten voor groepsvervoer. De standaardontwerpen van deze boten voorzien meestal niet in een algehele toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers. Het meest ideaal is om gebruik te maken van zogenaamde platbodems die goed aansluiten op een toegankelijke steiger. Er kan hierbij worden overwogen om deze vaartuigen van verwijderbare banken te voorzien.
Voorbeeld van een zeilboot die toegankelijk is voor rolstoelgebruikers
Excursieboot (geschikt voor rolstoel) Ilperveld
Fluisterboot (geschikt voor rolstoel) Biesboschcentrum Dordrecht
Er zijn boten met liften die geschikt zijn voor zware elektrische rolstoelen (zie filmpje Rondvaartbedrijf 't Zwaantje rondvaartboot3).
terug naar inhoudsopgave
-34-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
Hoofdstuk 10
Gebouwen
De kwaliteit van een natuurgebied en een recreatiegebied neemt toe als bij de aanleg van een restaurant en/of bezoekerscentrum en de inrichting van een expositie rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid. Het vraagt in het algemeen geen ingrijpende investeringen wanneer vooraf rekening wordt gehouden met de wensen van mensen met een beperking.
10.1 Algemene eisen aan verkeersruimte in het gebouw Een gebouw bestaat uit ruimten die aan elkaar zijn verbonden door verkeersruimten (gangen, trappen, liften e.d.). Problemen op het gebied van toegankelijkheid in een gebouw doen zich vaak voor in de verkeersruimten, zoals smalle gangen, gangdeuren met drangers of een verdieping die alleen met een trap bereikbaar is. Dit hoofdstuk beginnen we met enkele toegankelijkheidsproblemen die mensen met een beperking vaak tegenkomen. Vervolgens werken we per gebruikersruimte uit hoe toegankelijkheid is te realiseren. Dit hoofdstuk sluit af met een overzicht waarin alle inrichtingseisen zijn samengevat. Voor specifieke eisen op het gebied van toegankelijkheid verwijzen wij naar de criteria voor het Internationaal Toegankelijkheids Symbool (zie 12.3.2). Deze eisen zijn ook op het internet te vinden www.toegankelijkheidssymbool.nl/ . Hieronder vindt u een omschrijving van obstakels die bezoekers tegenkomen zodat u inzicht krijgt in de problematiek. 10.1.1 Deuren Er moet voldoende ruimte zijn om een deur te kunnen openen. Een rolstoelgebruiker moet iets naast de deur kunnen staan om hem te openen (ca 500 mm). Vervolgens moet de deuropening voldoende breed zijn om te kunnen passeren.
---------
Toegangsdeuren en gangdeuren worden vaak uitgevoerd als dubbele deur. Nu is het onmogelijk voor een rolstoelgebruiker om twee deuren tegelijk te openen en open te houden. Bij dubbele deuren dient de vrije doorgang van één deur voldoende breed te zijn (minimaal 850 mm).
10.1.2 Drangers Het Bouwbesluit eist dat gangdeuren zelfsluitend zijn. Zo wordt voorkomen dat alle gangen tijdens een brand volstaan met rook. Wij willen absoluut niet tornen aan de veiligheid, want juist mensen met loophulpmiddelen hebben meer tijd nodig om te vluchten. Nu is het probleem dat iemand die in een rolstoel zit niet zelfstandig een deur kan openen met een dranger. Er moet dus gezocht worden naar een alternatief zoals een deurautomaat, een deur met een kleefmagneet, maar er zijn tegenwoordig ook drangers met een vrijloopfunctie zoals de Dorma TS 99 FL en TS 99 FLR . Deze drangers worden in combinatie met een brand- en rookmeldsysteem toegepast. Bij alarm of spanningsuitval sluit de deur automatisch. Bij het dagelijks openen en sluiten van de deur zorgt de vrijloopfunctie ervoor dat er geen enkele weerstand van de deursluiterveer merkbaar is. Worden er toch gewone drangers geplaatst, dan adviseren wij een dranger met een sluitvertraging. Een sluitvertraging zorgt dat de deur enkele seconden open blijft staan zodat een rolstoelgebruiker de tijd heeft om naar binnen te rijden.
terug naar inhoudsopgave
-35-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’ ---------
10.1.3 Hoogteverschillen Mensen met loophulpmiddelen hebben veel last van drempels. Niet elke rolstoelgebruiker heeft genoeg kracht om de rolstoel over een drempel heen te rijden. Een rollator moet zelfs bij een drempel van 20 mm worden opgetild ! Tegenwoordig zijn drempels niet meer nodig. Wanneer er toch sprake is van een hoogteverschil kan dit gemakkelijk met een flauwe helling worden overbrugd. De wetgever heeft zelfs vastgesteld dat de drempel bij de ingang van nieuwe gebouwen lager moet zijn dan 20 mm. Er zijn fabrikanten die buitendeuren leveren die helemaal geen drempel hebben en toch winddicht en waterdicht zijn zoals de NiviFlac van de firma DeVries Kozijnen. 10.1.4 Liften Een lift is een van de beste hulpmiddelen om hoogteverschillen van meer dan 0,5 m te overbruggen. In de praktijk blijkt dat veel liften net niet diep genoeg zijn. Voor grote rolstoelen en scootmobielen moet een lift minimaal 1600 mm diep zijn (wij raden zelfs 2000 mm aan). Inmiddels heeft de wetgever de liftmaten voor woongebouwen naar 2000 mm aangepast.
---------
10.1.5 Hellingen De problematiek die zich voor doet bij hellingen wordt door ontwerpers zwaar onderschat. Een ontwerper gebruikt zichzelf vaak als ijkpunt en heeft geen idee dat ouderen en mensen met een handbewogen rolstoel of een duwrolstoel zoveel moeite hebben met hellingen. De normen voor hellingen zijn eigenlijk alleen geschikt voor elektrische rolstoelen en scootmobielen. Wij adviseren om in gebouwen geen hellingen toe te passen die hoger zijn dan 250 mm, waarbij de hellingshoek wat ons betreft minimaal 1 : 25 is (zie de grafiek op blz 22). 10.1.6 Trappen Bij een calamiteit worden de trappen door iedereen gebruikt. Dat kan ook in het donker zijn wanneer de elektriciteit is uitgevallen of wanneer een ruimte vol rook staat. Dat maakt duidelijk dat de zichtbaarheid van traptreden en een goede handomvatbare leuning van groot belang is. In het donker is het prettig wanneer leuningen horizontaal beginnen en horizontaal eindigen. Laat leuningen ook over de bordessen doorlopen. 10.1.7 Gangen De breedte van een rollator, rolstoel of scootmobiel ligt meestal tussen 700 a 800 mm. Gangen zijn vrijwel altijd voldoende breed. Het probleem ontstaat bij de bochten, daar zijn gangen vaak te smal. Er is een vuistregel om te bepalen welke breedte minimaal nodig is om vast te stellen of een rolstoel of scootmobiel wel of niet de bocht kan nemen. Een gang moet minimaal 900 mm breed zijn.
Bij een bocht moet de som van de vrije breedte (X + Y) meer zijn dan 2350 mm.
terug naar inhoudsopgave
-36-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
10.2 Entree De entree van een gebouw is het meest toegankelijk indien er gebruik wordt gemaakt van automatische deuren zonder drempels, dan kunnen ook mensen met weinig arm kracht en mensen die bijvoorbeeld gebruik maken van een scootmobiel zonder problemen binnen komen. Als er toch sprake is van een drangers is het belangrijk dat er buiten een bel of een intercom is, zodat mensen kunnen aangeven dat zij hulp nodig hebben. Extra aandacht verdienen glazen deuren. Het gebeurt regelmatig dat slechtzienden niet bijtijds signaleren dat zo’n deur gesloten is (dit geldt ook voor bezoekers die geen handicap hebben).
10.3 Balie/winkel Balies kunnen verschillende functies hebben die andere eisen stellen aan de toegankelijkheid. Hieronder worden per functie aandachtspunten vermeld op het gebied van toegankelijkheid.
---------
---------
10.3.1 Informatiefunctie (mondeling) Zorg dat de bezoeker en de baliemedewerker elkaar goed kunnen zien. Dat geldt niet alleen voor een bezoeker in een rolstoel maar ook voor lange mensen. Voor slechthorenden is het belangrijk dat de akoestiek goed is, dat omgevingsgeluid goed geabsorbeerd wordt (zachte materialen). Zorg dat het gezicht van de baliemedewerker goed zichtbaar is (in verband met spraakafzien)
Glazen deuren met een goed zichtbare markering
Balie met lager deel
10.3.2 Expositiefunctie In veel bezoekerscentra wordt de balie ook gebruikt als expositieruimte en als uitstalruimte van producten die verkocht worden. Houdt bij de aanschaf van de balie rekening met de verschillende bezoekers. Een transparante balie met een glazen voorzijde is voor iedereen bruikbaar. Voortdurend zal de opstelling worden gewijzigd, dat betekent dat er elke dag weer extra aandacht nodig is voor kleine mensen en rolstoelgebruikers. Wij adviseren om regelmatig op een stoel voor de balie plaats te nemen zodat u zich eenvoudig in een rolstoelgebruiker kunt verplaatsen. 10.3.3 Handelingsfunctie Bij balies moeten vaak ook handelingen plaatsvinden zoals betalen of het invullen van een formulier. Voor het betalen is het belangrijk de balie niet te hoog is. Kleine mensen en rolstoelgebruikers moeten kunnen betalen en moeten ook het wisselgeld kunnen zien en pakken. Voor het schrijven is het belangrijk dat een rolstoelgebruiker bij het schrijfblad kan komen en met de voetsteunen onder het blad kan rijden. Daarvoor is nodig dat er onder het schrijfblad 700 / 750 mm vrije ruimte is.
terug naar inhoudsopgave
-37-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
10.4 Expositie Een expositie bestaat uit een uitstalling van objecten die samen een verhaal vertellen. Bij een bezoekerscentrum zal het waarschijnlijk over de natuur gaan, maar het kan ook over geografie of geschiedenis gaan. De expositie is gemaakt om een verhaal te vertellen. Dit verhaal is voor iedere bezoeker met of zonder handicap. Het toegankelijk maken van de expositie heeft niets te maken met het toegankelijk maken van enkele objecten. Het hele verhaal moet aan iedereen verteld worden. Voor rolstoelgebruikers betekent dit dat er tussen de objecten voldoende manoeuvreerruimte is, dat zij belangrijke objecten kunnen zien, teksten kunnen lezen en zelf de apparatuur voor bezoekers kunnen bedienen. Voor slechthorenden betekent dit dat zij het gesproken woord bij presentaties en rondleidingen met een aparte apparatuur kunnen volgen, zoals soloapparatuur of een ringleiding. Voor doven en slechthorenden betekent dit dat films en mediapresentaties worden ondertiteld. Voor blinden en slechtzienden betekent dit dat het verhaal verteld wordt en dat zij ook objecten mogen aanraken. Voor mensen met een verstandelijke beperking betekent dit dat het taalgebruik eenvoudig is en dat er vooral ook beeldmaterialen worden gebruikt.
Een plattegrond met reliëf geschikt voor blinden en slechtzienden.
Goede manoeuvreerruimte voor rolstoelgebruikers
10.5 Horeca De bezoekers maken gebruik van de horecagelegenheid om iets te nuttigen, te babbelen en uit te rusten. Het bezoek aan de horecagelegenheid is voor velen ook een sociaal gebeuren, een ontmoeting. Mensen willen bij elkaar aan tafel zitten. Soms is er in de horecagelegenheid sprake van bezienswaardigheden soms is er sprake van een mooi uitzicht. In feite geldt dat iedereen met of zonder handicap alles wil meebeleven. Houdt bij de inrichting van de gelegenheid rekening met deze wens. Bouw geen onnodige obstakels in zoals verhogingen of zitkuilen. Zorg dat alle tafels onderrijdbaar zijn voor rolstoelen. En zorg dat er voldoende manoeuvreerruimte is voor een rolstoel. Maak bijvoorbeeld een wat breder middenpad tussen de tafels. Biedt voor een scootmobielgebruiker die nog enkele meters te voet kan afleggen bij terrassen een plek voor stalling van de scootmobiel. Een oplaadpunt is zeer gewenst.
terug naar inhoudsopgave
-38-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
10.6 Toiletten
---------
Wanneer je als terreinbeheerder in staat bent om een toiletvoorziening aan te bieden, dan voldoe je aan een grote behoefte. In recreatiegebieden is een toilet een onmisbare voorziening voor de bezoeker. De plaats is wat minder belangrijk, maar meestal worden de toiletten gekoppeld aan bestaande voorzieningen in het gebied. Dit kunnen toilet-units in het veld zijn maar een combinatie met een bezoekerscentrum of horecagelegenheid is ook mogelijk. Een toiletvoorziening moet goed zijn en voor zoveel mogelijk mensen bruikbaar. Wij pleiten voor het toepassen van tenminste één multifunctioneel toilet. Zo’n toilet is geschikt voor het geven van hulp, voor het verschonen van kinderen en voor rolstoelgebruikers. Voor een rolstoelgebruiker zijn een paar punten belangrijk, - Er moet een rolstoel naast de closetpot kunnen staan (900 x 1200 mm)
- Er moet een rolstoel voor de closetpot kunnen staan (900 x 1200 mm)
- In de ruimte moet een voldoende manoeuvreerruimte zijn (draaicirkel van 1500 mm)
- Minimum maten van een rolstoeltoegankelijk toilet
- Zorg dat de deur uit de ruimte draait en breng een greep aan, aan de binnenkant (zie foto)
- Voor de overige eisen zie 12.3.2 ITS.
terug naar inhoudsopgave
-39-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
10.7 Garderobe In veel garderobes zijn de kledinghaken op 1600/1800 mm hoogte aangebracht, een geschikte hoogte voor volwassenen die staan maar ongeschikt voor kinderen, kleine mensen en rolstoelgebruikers. Er kan worden gekozen om de alle kledinghaken op een hoogte aan te brengen die voor iedereen geschikt is (ca 1400 mm), maar de kledinghaken kunnen ook op verschillende hoogtes worden aangebracht.
10.8 Meubilair Een rolstoelgebruiker kan in principe van een gewone tafel of picknicktafel gebruik maken, mits er onder de tafel voldoende vrije ruimte is voor de voetsteunen. Wij raden aan om bij de aanschaf van meubels extra aandacht te besteden aan de onderrijdbaarheid voor rolstoelen. De vrije hoogte onder de tafel dient 700 a 750 mm te zijn. Wat stoelen betreft is de standaardhoogte die voor vrijwel iedereen geschikt is ca 460 mm. Wanneer een stoel te laag wordt hebben veel ouderen erg veel moeite met opstaan.
10.9 Bewegwijzering Zorg dat bezoekers geïnformeerd worden over ruimtes en voorzieningen die voor hen beschikbaar zijn. Breng een duidelijke bewegwijzering aan (ook met pictogrammen) naar de garderobe, het toilet en andere ruimten.
10.10
Overzicht van inrichtingeisen Inrichtingseis Abrupte hoogteverschillen Hellingen
● maximaal 20 mm ● bij voorkeur flauwer dan 1:25 ● bij een hoogteverschil tussen 500 tot 10000 mm niet steiler dan 1:20 (5%) ● bij een hoogteverschil tussen 250 tot 500 mm niet steiler dan 1:16 (6,25%) ● bij een hoogteverschil tussen 250 mm niet steiler dan 1:12 (8,3%)
Entree
● berijdbare vloermat (geen kokosmatten)
Deuren
● vrije doorgang minimaal 850 mm
Drempels
● geen drempels
Deurdranger
● geen drangers
Garderobe
● haken op max. 1.20 m
Toiletten
● multifunctioneel toilet (1650 x 2200 mm)
Gangen
● aandacht bij bochten (X + Y = minimaal 2350 mm)
Balies Blad voor handelingen (schrijven) Zaal-/expositieruimte Expositie
● hoogte bij voorkeur 800/ 900 mm ● onderrijdbaar hoogte onderkant 700/750 mm ● manoeuvreerruimte minimaal 900 mm tussen inrichtingselementen ● -bordjes groot lettertype (minimaal corps 14) ● hoogte tekst tussen 1400 en 1600 mm ● knopbediening tussen 9 00 en 120 mm
terug naar inhoudsopgave
-40-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
Hoofdstuk 11
Aangepast tuinieren
11.1 Algemeen Bij het aangepast tuinieren wordt onderscheid gemaakt in aanpassingen aan de inrichting van de tuin en aanpassingen aan het gereedschap. Deze kunnen weer nader toegespitst worden voor bepaalde gebruikersgroepen. Naast de groep rolstoel-/scootmobielgebruikers en de groep blinden en slechtzienden waarvoor de aanpassing aan de tuin evident van bellang is, is er een groeiende groep van ouderen met lichte beperkingen, die geacht worden thuis te blijven wonen, maar steeds meer moeite hebben met het onderhoud van de tuin. In deze paragraaf richten we ons op aanpassingen voor tuiniers met een rolstoel/scootmobiel (incl tuiniers met een rollater of stok. Aangepaste tuinen treffen we tot nu toe vooral aan bij verzorgingstehuizen en zorginstellingen. Informatie over de bereikbaarheid en de inrichting van paden kunt u in hoofdstuk 8 & 9 van dit handboek terugvinden. Echt maatwerk ontstaat pas als inrichting, gereedschap, gebruikersgroep èn werkhouding in samenhang worden beschouwd. Het Werkboek Gemakstuinieren, uitgegeven door de Stichting Gehandicaptentuin Frederiksoord, bevat veel praktische informatie over het tuinieren zelf en suggesties voor gereedschappen (zie ook www.gehandicaptentuin.nl).
11.2 Borders en tafels Hieronder wordt kort ingegaan op de mogelijke aanpassingen aan de borders, werktafels, vijvers en gereedschap. Verhoogde borders zijn vaak een uitkomst. Ze brengen de plantenwereld letterlijk dichterbij, maar vereisen wel veel grondverzet. Voor mensen die de border staand onderhouden is een hoogte van 90 100 cm aan te raden. Voor tuiniers met een rolstoel, scootmobiel of rollator is een hoogte van 60 cm aan te raden. Probeer ruimte onder de border/tafel te realiseren zodat de tuinier iets onder de tafel kan rijden. Eventueel kan ook nog gedacht worden aan handgrepen, voor extra houvast, aan de rand van de border. Zorg dat de borders bereikbaar zijn via berijdbare paden. Zorg dat de borders niet breder zijn dan 200 cm. Wanneer de border slechts van één kant bereikbaar is dient deze niet breder te zijn dan 100 cm. Dit in combinatie met het gebruik van gereedschap met een lange steel. Een opstaand randje langs het pad moet voorkomen, dat de rolstoel/scootmobiel de border in schiet. Voor blinden en slechtzienden, die meer op de tast moeten werken, is een smalle border van 60 cm (eenzijdig bereikbaar) of 120 cm (tweezijdig bereikbaar) handig. Dit in combinatie met gereedschap met een korte steel. Ook voor blinden/slechtzienden is een verhoogde border of een border met een opstaand randje langs het pad aan te raden, nu vooral van belang als geleidelijn.
Er zijn diverse planttafels te koop. Handig, vooral als ze afgestemd zijn op de werkhoogte van de gebruikers (zie hiervoor) en zo mogelijk verplaatsbaar zijn (met wielen). Let wel dat verschillende groenten en andere planten verschillende eisen stellen aan de dikte van de laag grond op zo'n planttafel. Inmiddels is er ook een kanteltuin te koop: Een kleine planttafel waarvan het blad naar de gebruiker toe kan kantelen.
11.3 Vijvers Ook vijvers zijn makkelijker te onderhouden en beter te beleven als ze verhoogd worden. Bij een hoogte van ca. 60 cm. wordt de vijver voor veel meer gebruikers, rolstoelers, slechtzienden, kinderen, beter beleefbaar en beheerbaar.
11.4 Tuingereedschap Afhankelijk van de gebruiker, heeft hij/zij behoefte aan een lange of juist korte steel. Wel is steeds het gewicht van belang en de kracht die moet worden uitgeoefend. Gelukkig zijn er ook telescoopstelen te koop die voorzien kunnen worden van verschillende (lichte) gereedschappen. Ook veel ouderen die niet een specifieke beperking hebben zijn vaak geholpen met licht gereedschap, dat niet veel kracht vereist. Ook voor hen zijn bijvoorbeeld lichte kruiwagens een uitkomst. terug naar inhoudsopgave
-41-
Stichting Groen & Handicap, 2017
Handboek ‘Samen op pad’
11.5 Planten Ook het plantmateriaal kan worden aangepast: Leifruit bijvooorbeeld kan zo gekozen en gesnoeid worden, dat rolstoelers (en kinderen) ook makkelijk bij het fruit kunnen komen en kunnen helpen met snoeien. Diverse bodembedekkers en vaste planten maken het onderhoud een stuk minder intensief. En ook het onderhoud van het gazon hoeft geen probleem te zijn met een automatische grasmaaier/maairobot. Verschillen in bladvormen, aaibaarheid, geuren en kleuren kunnen het gemis van bepaalde zintuigen (zicht, gehoor) aardig compenseren. Het Werkboek Gemakstuinieren geeft hier voldoende voorbeelden van. Het werkboek bevat ook uitgebreide sortimentslijsten. Voor aanvullende informatie over planttafels: De link naar de NOG-brochure over Aangepast Tuinieren is: NOG-brochure over Aangepast Tuinieren www.aangepastgroen.nl www.makkkelijkemoestuin.nl Voor aangepast gereedschap: www.menhulp.nl www.welzijnswinkel.nl/tuingereedschap