CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 2025.06.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 527.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19

De voorzitter: Mevrouw Koene, vraag? Mevrouw Koene: Ja, voorzitter. Ik zou graag willen weten, maar dat is misschien een beetje voorbarig, of het mogelijk is dat op maximaal twee A4 het plan concreet wordt beschreven, zodat het ook in de stad uitgelegd kan worden? De voorzitter: Mooie vraag. Mijnheer Van de Rijt, twee A4’tjes? De heer Van de Rijt: Dat moet je misschien niet aan een jurist vragen. De voorzitter: Twee delen nodig, denk ik. Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Het antwoord daarop is, denk ik, ja. Er kan natuurlijk een communiceerbare tekst worden geschreven. Misschien is dan twee A4 al heel erg veel. Maar er kan gecommuniceerd worden over wat dit plan behelst. De voorzitter: Ik vind de suggestie heel goed, want het is natuurlijk een onderwerp wat ontzettend leeft in de stad. En niet iedereen heeft de tijd om te lezen wat wij voor vanavond moesten lezen. Goede suggestie, mevrouw Koene. Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. De presentatie laat vooral zien hoe het proces verloopt wanneer de raad instemt met het ontwerpbesluit. En ook op de sociale media zien we al dat de gemeente flink actief is met dat we positief gaan besluiten.

Maar wat zijn de gevolgen als de raad niet instemt met het ontwerpbesluit? En is daar ook een hele duidelijke sheet van wat dan de volgende stappen zijn? De voorzitter: Heeft u daar technisch antwoord op? De heer Van de Rijt: Als u geen bestemmingsplan vaststelt, dan gaat het oude bestemmingsplan weer herleven en kunnen we daar geen woningen bouwen. Dat heeft denk ik nog heel veel andere consequenties, die mijn buurman rechts misschien nog wat beter kan vertellen. Maar juridisch gezien gaat het oude bestemmingsplan dan weer in werking en is al het werk wat gedaan is om tot een woonbestemming te komen weg, juridisch gezien. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, ik wil nog even inzoomen op de financiën. Ik heb van de week ook een antwoord gelezen vanuit de Stadsas, waarin de financiële vraag worden behandeld als zijnde een Woo-verzoek. Maar ik ben toch vooral nieuwsgierig, want ik behoor niet tot bewoners, maar ben gewoon raadslid. Ik zou wel graag willen weten, als je nu specifiek kijkt naar die twee onderdelen, standplaatsen en woningen Weeskinderendijk. En je zou die opkopen en je gaat daar nieuwbouwen. Wat is de specifieke winst op dat onderdeel? En dat wil ik graag weten, om gerechtvaardigd te zien of dat voldoende is om de woningen te slopen en de standplaatsen te verwijderen.

De voorzitter: Is daar een antwoord op te geven, heren? Mijnheer Van de Worp gaat het proberen.

20

De heer Van de Worp: Ik denk dat u hier een financiële vraag stelt. En die kunnen wij in de openbaarheid zeker niet delen. Dat zou dan een geheime toelichting worden, net zoals dat de grondexploitatie in het geheim is toegelicht. De voorzitter: Helder. Mijnheer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Dank u wel, voorzitter. Als eerste, sowieso sluit de VSP zich aan bij de vraag die net de fractie Stam heeft gesteld. Daarnaast hebben we nog een vraag over inderdaad het woningbouwprogramma, van die 20 procent sociale huur. Met de provincie wordt momenteel overlegd, of in ieder geval is overlegd naar aanleiding van die groeipadbrief, waarin de provincie in principe uitgaat van die 30 procent sociale huur en twee derde betaalbaar. Ik ben benieuwd of daar al wat meer duidelijkheid bestaat over de uitkomst van het overleg? Want dat heeft ook nog wel wat consequenties. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. Mijnheer Van de Worp dan. De heer Van de Worp: Gesprekken met de provincie lopen. En is er gesproken ook over een groeipadbrief. Een reactie vanuit de gemeente, vanuit het college richting de provincie. En de brief ligt in het college voor vaststelling. En zodra die is vastgesteld, komt hij uw kant op. De voorzitter: Dank. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik heb geen technische vragen, voorzitter. De voorzitter: Dat is helder. Dank u. Dan houden we nog wel tijd voor een tweede ronde.

Nee, ik had beloofd u niet te vergeten, mijnheer Gündogdu. Maar u heeft geen vraag, denk ik. De heer Gündogdu: Voorzitter, fijn dat u mij niet bent vergeten. Ik heb wel degelijk een vraag, voorzitter. Kijk, het college legt ons een bestemmingsplan plus een grondexploitatie voor, om het vast te leggen. Bestemmingsplan wat onlosmakelijk verbonden is met de grondexploitatie. Dus de financiële kant van het bestemmingsplan. Op het moment dat ik of dat wij een aantal onderdelen in het bestemmingsplan willen amenderen, dat heeft hoe dan ook direct effect op de financiën. Ik wil niet in een situatie terechtkomen dat wij straks in de raad een antwoord krijgen vanuit het college van nee, dit kan niet. Maar dat ik niet een stukje nadere duiding krijg over de financiële consequenties. Is daartoe nog een gelegenheid, voorafgaand aan de raadsbehandeling, om daar nog nader wat informatie over te krijgen? De voorzitter: Er is in ieder geval al toegezegd dat in het geval juridisch dat het getoetst kan worden en dat daar hulp bij te verkrijgen is.

Nu de vraag of de financiële gevolgen van eventuele amendementen, of daar ook hulp, inzicht bij geleverd kan worden, tijdig? De heer Van de Worp: Als u uw vragen, wat dat betreft, kunt specificeren, zodat wij ook weten waar wij eventueel een antwoord op moeten geven in financiële zin, wat zou een wijziging betekenen financieel, dan zouden we dat kunnen proberen.

21

Ik weet niet of het zo snel kan. Maar als u op korte termijn nieuwe vragen zou kunnen aanleveren, dan kunnen we daar op zijn minst een poging toe doen. De voorzitter: Duidelijk antwoord. Ik ga aan een tweede rondje beginnen. Ik ga maar weer naar GroenLinks. Mijnheer Den Hartog, mag die nu? Mijnheer Bootsman staat het niet toe. Prima. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. In de stedenbouwkundige randvoorwaarden wordt gesproken over een nieuwe verbinding onder het spoor door voor langzaam verkeer. Is dit dezelfde tunnel als die we in het eerdere plan gezien hebben? En zo ja, is er rekening gehouden met het feit dat die tunnel die toen getekend was niet toegankelijk was voor mensen in een rolstoel? En een probleem, eer die tunnel klaar is, leven we in het jaar dat Nederland volgens het kabinet volledig toegankelijk moet zijn bij alles wat nieuw gebouwd wordt. Vandaar deze vraag. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt, de tunnel. De heer Van de Rijt: Het is dezelfde tunnel. Daar is niks aan veranderd. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe het met het ontwerp zit, of dat al ver genoeg uitgewerkt is, zodat dat ook rolstoeltoegankelijk is? Ronald, weet jij dat, of zullen we die vraag even parkeren? De heer Van de Worp: Die moet nog uitgewerkt worden, maar daar zijn spelregels voor. Daar valt ook voor de gemeente Dordrecht niet aan te ontkomen.

De voorzitter: Is dat voldoende antwoord, mijnheer Bootsman, of wilt u naderhand schriftelijk nog eventjes dit toegezegd hebben? Want de gemeente ontkomt er niet aan. Dat denk ik ook. Mijnheer Wringer, had u nog een brandende vraag? De heer Wringer: Ik heb heel veel politiek brandende vragen, maar geen technische vraag op dit moment. De voorzitter: Dank u wel. Daar krijgt u later de gelegenheid voor, op een ander moment. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Jazeker, voorzitter. Ik heb nog een vraag over artikel 9.6. Daar staat aangegeven dat voor de groenblauwe inrichting getoetst moet worden aan het handboek Natuurinclusief bouwen. Maar ik zie die niet voor de bebouwing. Moet bebouwing ook getoetst worden aan het Natuurinclusief bouwen handboek? De voorzitter: Dat is een hele mooie vraag. Kort en helder. Moet bebouwing ook natuurinclusief? De heer Van de Rijt: Dat hebben we nu juridisch niet geregeld, maar is wel iets wat binnen de gemeente standaard eigenlijk gebruikelijk is bij de toetsing door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. En er komen groenblauwe regels aan, waar we dat willen voorstellen om dat voor de hele stad te gaan doen. Maar die zijn er nog niet. Het gaat nu vooral even om de inrichting openbaar gebied.

22

Betekent dat als een ontwikkelaar wil bouwen, zal hij eerst moeten bepalen, hoe ziet mijn openbaar gebied eruit? Zal dan moeten aangeven hoe je voldoet aan het handboek NIBO. En dat zou hij ook in het gebouw mogen oplossen. Dat sluiten de regels niet uit. De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Want wat is er dan eerder, dit bestemmingsplan of de vaststelling van het nieuwe beleid voor de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit? De heer Van de Rijt: Dit bestemmingsplan. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Het is misschien een beetje een gedetailleerde vraag, maar ik was er toch nieuwsgierig naar. En dat gaat over een paragraafje verder, 9.7.1, die gebruiksregels voor detailhandel. Ik kan me daar niet zo goed een beeld bij voorstellen. Betekent dat dat er alleen heel beperkt bijvoorbeeld een winkeltje is toegestaan, of wat moet ik me daarbij voorstellen? De voorzitter: Hoe zit het met de regels omtrent de detailhandel? De heer Van de Rijt: Voor detailhandel hebben wij onderzoek laten doen, door een bureau wat, gegeven de aantal woningen, gekeken heeft, hoeveel detailhandel zou er in deze wijk passen, zonder concurrerend te zijn voor de binnenstad? Want dat is denk ik wel belangrijk. En dan komen we uit op de vierkante meters, ruim 1.000, als ik het goed heb.

Zijnde vierkante meters die maximaal in het plangebied gebouwd mogen worden. Dat blijkt uit onderzoek. En dat is ook provinciaal beleid, dat je eigenlijk niet meer detailhandel mag toestaan, om juist die detailhandel in de binnenstad te beschermen. De voorzitter: Vervolgvraag, mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. Ik had een klein vervolgvraagje. En dat gaat met name ook over die 200 meter afstand tussen de 2 opeenvolgende. Dat betekent dat er ook geen concentratie van detailhandel kan plaatsvinden? De voorzitter: Klopt dat? Niet een miniwinkelcentrum. De heer Van de Rijt: Detailhandel moet binnen een cirkel van 200 meter geconcentreerd worden. Dat is een provinciale verordeningsregel, om te voorkomen dat er een plukje hier staat en een plukje verderop, verder als 200 meter uit elkaar, om juist die concentratie te bereiken. De voorzitter: Een vervolgvraag is dat. De heer Klerk: Of ik hem goed begrepen heb. Die 200 meter die daartussen zit, gaat hem over het totaal van de detailhandeltjes en niet de afzonderlijke winkeltjes? De heer Van de Rijt: Ja, klopt. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam.

23

De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Een vraag ter aanvulling van een vraag van mijnheer In ’t Veld. Er werd verteld dat de gesprekken met de provincie nog lopen. Dat er nog een brief komt. Gisteren werd aan de commissiestukken toegevoegd de regionale planningslijst 2025 van de provincie. En zij geven daarin aan dat 63 procent betaalbaar moet zijn. Maasterras zit nu in die planning. Maar dat moet 63 procent betaalbaar zijn. En het plan gaat uit van 55 procent. Hoe spoort dat? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt dan wel mijnheer Van de Worp. 63 is geen 55. De heer Burggraaf: Voorzitter, zoals al gezegd werd, hebben wij intensieve gesprekken met de provincie, naar aanleiding ook van hun zienswijze over de totale woningbouwprogrammering. Daarbij kijkt de provincie breder dan alleen de stad Dordrecht, maar kijkt die ook naar de hele woonregio, met de andere Drechtsteden, gemeentes en nog een aantal anderen op de Zuid-Hollandse eilanden. En kijkt de provincie vooral daar naar een gebalanceerde samenstelling van de woningvoorraad en de nieuw geplande bouwprogrammering. En dat gaat ook verder dan alleen specifiek een gebiedsontwikkeling. De provincie toetst niet op in hoeverre een bepaalde gebiedsontwikkeling de woonvoorraadverdeling zit. Maar die kijkt gewoon naar de totale overall programmering van de stad. Daar hebben we nogmaals het gesprek met de provincie over gehad.

Ook over de huidige samenstelling van de woonvoorraad van de gemeente Dordrecht en welke plannen wij naar de toekomst toe hebben. Daar hebben we een brief van de provincie gehad. Hebben we een reactiebrief op. Ik verwacht dat wij die volgende week in het college zullen vaststellen. En dan zult u daarin ook kunnen lezen hoe wij invulling geven aan de groeipadbrief van de provincie. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam, duidelijk of wilt u nog een klein vraagje eraan vastkoppelen? De heer ’t Lam: Het antwoord is duidelijk. Ik begrijp dat er een brief komt die het college gaat sturen. Dat is nog geen bevestiging dat de provincie akkoord is als we over een week of twee het bestemmingsplan gaan vaststellen en mogelijk te maken krijgen met een vastgesteld bestemmingsplan en een zienswijze van de provincie die niet weerlegd is. De voorzitter: Is dat mogelijk dat dat gebeurt, mijnheer Burggraaf? De heer Burggraaf: Wij zijn in goed gesprek met de provincie. Ik ben optimistisch over dat voor de vaststelling van het bestemmingsplan we met de provincie daar ook gezamenlijk overeenstemming op hebben. De voorzitter: We hebben nog een maand.

De heer Burggraaf: En verder is het denk ik ook goed om te realiseren, nog als laatste, wat ik me net bedacht, als u even kijkt naar de programmering die erin zit, dan heb je de zuivere grens van sociale huur wat je programmeert, betaalbare koop, betaalbare huur in het particuliere segment. En dan heb je ook nog best wel een grote categorie die niet in die 53 procent zit het, geloof ik. Ik weet het percentage even niet exact uit mijn hoofd,

24

55 procent. Daarbovenop zitten best ook nog veel woningen in het programma die op de NHG-grens zitten. Dat zijn ook nog steeds koopwoningen die echt niet in het dure segment zitten. Die vallen dan formeel niet onder die betaalbare koopindeling. Maar goed, ik denk dat het goed is om dat nog even te realiseren, dat daar ook nog heel veel van in de totale programmeringsmix zit. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, nog een vraag over het woongebied. En de heer Klerk stelde net al een vraag over detailhandel. Er zijn natuurlijk veel meer functies die eigenlijk … Als je naar de plaat kijkt, is ruim driekwart als woongebied getypeerd. Dat geeft een mate van flexibiliteit. Maar is er voldoende flexibiliteit voor maatschappelijke initiatieven en bedrijvigheid binnen de kaders van die woonbestemming opgenomen? En hebben we ook als gemeente bepaalde instrumenten om daar dan toch, ondanks die flexibiliteit, sturing op te kunnen geven? Dat we daar niet alles helemaal openlaten, maar er zelf ook meesturen aan de maatschappelijke functies en hoe we die verdelen over het gebied. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Juridisch zit er in ieder geval veel ruimte voor voorzieningen. Er kan een mix plaatsvinden. Dat is ook de opzet van het plan geweest, om niet alleen een woonwijk te maken.

De gemeente heeft grotendeels ook nog regie, denk ik, hoe het straks met aanbestedingen gaat lopen. Dat is niet in een bestemmingsplan geregeld van, er moet een kinderdagverblijf komen of er moet een school met zoveel lokalen komen. Maar de gemeente heeft natuurlijk genoeg instrumenten om daar in aanbestedingen en alle vervolgacties die met samenwerking marktpartijen plaats gaat vinden nog in te sturen. Maar ik weet niet, Ronald, of jij hier nog op wil aanvullen? De voorzitter: Behoefte om aan te vullen? Genoeg zo? De heer Van de Rijt: Ja. De voorzitter: Ga ik naar mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, als je meer woningen in het gebied wil, dan stuit je snel op geluidshinder. Daar zijn allemaal normen voor. Maar ik kan me daar nog heel weinig bij voorstellen. Is het mogelijk om inzicht te geven in wat de normen voor maximale geluidshinder of de geluidshinder waarbij je allerlei voorzieningen aan de gevel moet treffen, hoe je die terugvindt in de stad? Zijn er panden of straten aan te wijzen waar een bepaald geluidsniveau geldt, dat we dadelijk ook kunnen aantreffen in dit plangebied. De voorzitter: Zijn er plekjes vergelijkbaar met het toekomstig Maasterras? De heer Damen: Precies. De heer Van de Rijt: Die zijn er zeker. Dat zou wel een flinke studie vragen om dat goed in beeld te brengen.

Je zou een aantal plekken in de stad moeten hebben waar je bijvoorbeeld langs een drukke weg bouwt.

25

De heer Damen: Indicatief. De heer Van de Rijt: Ik denk, Ronald, dat wij daar wel een eerste uitwerking voor kunnen maken, om daar wat meer gevoel bij te geven. De voorzitter: Ik denk dat dat wel heel waardevol kan zijn. De heer Van de Worp, een toevoeging. De heer Van de Worp: Er zijn vast vergelijkbare situaties in de stad. Maar of die informatie voorhanden is om te kijken naar, waar in de stad zou een vergelijkbare geluidsbelasting nu al te vinden zijn, dat zal indicatief zijn, want dat zal daadwerkelijk, bij wijze van spreken, gemeten moeten worden. Hoeveel verkeer komt erlangs? Hoeveel geluid komt daarvan af? Ik kan u niet beloven dat die informatie beschikbaar is. De voorzitter: Volgens mij is er wel ergens een geluidskaart van Dordrecht, waar je per wijk kan zien … De heer Van de Worp: Vast. Rondom de wegenstructuur zal een geluidsbelastingkaart zijn. De heer Van de Rijt: Ik weet niet of het per nodig is dat het voorbeelden uit Dordrecht zijn, want het zou een stuk makkelijker maken om bijvoorbeeld ook wat voorbeelden uit andere steden, waar bijvoorbeeld wel de grens opgezocht wordt, wat dat dan aan woonmilieu betekent. Daar zou je een paar voorbeelden van kunnen geven. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Als het dan maar in de buurt is. De voorzitter: U gaat niet naar Zuid-Amerika. De heer Damen: Ik wil het eigenlijk kunnen horen.

De heer Van de Rijt: U wilt zelf ter plekke gaan kijken? De heer Damen: En mijnheer Damen, u hoort het nog wel. Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. In het programma is opgenomen een bepaalde hoeveelheid betaalbare koop. Kunnen we dat in het bestemmingsplan regelen een manier waarop deze woningen ook in de betaalbare koopsector beschikbaar blijven? Het zou natuurlijk heel vervelend zijn wanneer de woningen verkocht worden als betaalbare koop en dat de eerste bewoner na vijf of tien jaar, of misschien wel eerder, er weer uitgaat en daar forse winst op maakt, ten koste van de gemeente, omdat we als gemeente natuurlijk behoorlijk investeren in het gebied. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Daar is de Doelgroepenverordening eerder door de raad voor vastgesteld. En die is speciaal voor Maasterras vastgesteld, om de percentages die in dit

26

bestemmingsplan staan ook te kunnen handhaven als zijnde sociale woningbouw. Dat die gedurende vijftien jaar, als ik het goed heb, ook in stand gehouden worden. En daar kan de gemeente op handhaven, als die bij wijze van spreken na vijf jaar uitgepond worden of in een andere categorie terechtkomen. Op die manier kan de gemeente daar, door die Doelgroepenverordening die u vastgesteld heeft, in combinatie met het Maasterras, op sturen. De voorzitter: Mijnheer Laban, u bent niet tevreden. De heer Laban: U zegt, de gemeente kan erop handhaven. Maar kunt u toelichten hoe de gemeente dan zou kunnen handhaven? Want als het op de markt komt, komt het op de markt. De voorzitter: Het gaat over koopwoningen. De heer Van de Rijt: Het gaat om de categorie die in het bestemmingsplan staat, de betaalbare koop. Dan zul je met de ontwikkelaar afspraken maken bij de bouw. En op basis van die Doelgroepenverordening, als dan blijkt dat die woningen doorverkocht worden voor een hoge prijs, zou je met die Doelgroepenverordening in de hand kunnen zeggen, dat is niet toegestaan gedurende die vijftien jaar. Maar ik begeef me nu wel wat op glad ijs. Misschien moeten we dit nog even bevestigd hebben of dat inderdaad voor koop hetzelfde geldt als voor huur. De voorzitter: U gaat dat ook nog even uitzoeken, en mijnheer Laban krijgt het antwoord.

Mevrouw Koene, heeft u nog zo'n verfrissende vraag? Mevrouw Koene: Voorzitter, ik zit nog even naar iets te zoeken. Ik heb zo meteen wel een derde vraag. De voorzitter: Geen tweede, maar een derde. De voorzitter: Na mevrouw Pichel of mijnheer Gündogdu, dan bent u alsnog. Mijnheer Van der Spoel niet. Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, er is net al even gesproken over dat je niet veel hoger kan bouwen door de parkeernorm. Nu is het wel de verwachting dat het ook in de omgeving van het Maasterras wel tot parkeeroverlast zou leiden. Oud-Krispijn, noem maar op. En wellicht gaat dan een ander parkeerregime gelden. Parkeervergunningen, betaald parkeren. Maar het is pas nodig na ’30, ’35, als dat Maasterras er staat. Maar waarom wordt er in de … Tenminste, ik heb het niet kunnen teruglezen in deze visie, bestemmingsplan, ‘…’ een voorschot genomen op een ander parkeerregime. Want als je dat nu niet doet, dan lijkt het erop dat je in 2030, ‘35 bewoners gaat overvallen, zonder momenten van inspraak. En dat ze gewoon geconfronteerd worden met een ander regime. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt.

27

De heer Van de Rijt: In het raadsvoorstel is ook een beslispunt opgenomen om in te stemmen met de Parkeervisie. Dat is in principe een bevoegdheid van het college, maar die hebben we ook nu bij de raad neergelegd. En in die Parkeervisie staat ook de noodzaak om tot parkeerregulering te komen. Dat is niet inderdaad, zoals u aangeeft, direct nodig, maar zo gauw de eerste woningen opgeleverd worden, zal dat parkeerregime volgens die Parkeervisie er moeten zijn. Eigenlijk vragen we ook u om daarmee in te stemmen. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Het doel van mijn vraag was waarom dat niet eerder wordt gedaan, dat je in goed overleg met de bewoners daar een besluit over kan nemen, in plaats van te wachten tot eerst de woningen zijn gebouwd. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. Mijnheer Burggraaf mag ook, voor deze keer. De heer Burggraaf: Het punt is dat er in de Parkeervisie staat dat het ten minste op het moment van opleving van eerste woningen moet zijn gebeurd. Maar er staat niet, het weerhoudt ons ervan om als het bestemmingsplan is vastgesteld al, als je goed vooruitkijkt, wat is het, regeren is vooruit kijken, om dan met de omgeving al op dat moment te gaan kijken, hoe kan je het parkeren het beste reguleren? En dat gesprek is feitelijk nu al gaande.

Want er zijn al aan die kant delen waar de eerste parkeerenquêtes gehouden worden van buurten die betaald parkeren willen hebben. Eigenlijk is dat gesprek nu ook al gaande. En ik kan hem ook even andersom bekijken. Heb je gewoon vier, vijf jaar de tijd om dat gesprek ook met de omgeving te voeren en met elkaar dat proces te doorlopen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer In ’t Veld. De heer In ‘t Veld: Dank u wel, voorzitter. Even voor mij om het overzicht in ieder geval proberen te krijgen of te houden. Is er momenteel nog sprake van lopende onderzoeken of berekeningen die nog gemaakt moeten worden, voordat de vaststelling van het plan door de raad gebeurt, maar die wellicht wel invloed hebben op het plan zelf? Zit er nog iets in de pijplijn mogelijk wat effect kan hebben op het plan? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Nee, alle onderzoeken zijn nu beschikbaar en zijn toegevoegd aan het raadsvoorstel. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik ben gewoon heel erg toe aan politieke vragen. De voorzitter: Dat komt nog wel een keer. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, dit bestemmingsplan is gestoeld natuurlijk op heel veel onderzoeken en een langdurig proces. En ik wil dat toch even goed kunnen begrijpen. Op het moment dat deze raad besluit om een aantal punten

28

technisch te amenderen, ik zeg maar even een parkeergarage in plaats van 900 parkeerplaatsen naar 1.200, dat betekent direct invloed op fijnstof, geluid, verkeersafwikkeling. Waarbij op basis van onderzoek eerder is uitgegaan van bepaalde variabelen, waardoor dit bestemmingsplan nu voorligt. Betekent dat op het moment dat deze raad een wijziging aanbrengt via een amendement, of het bestemmingsplan juridisch wel houdbaar is, omdat wettelijke kaders wellicht worden overschreden? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Ik denk, en daar zal die ondersteuning ook een rol bij spelen, als u wijzigingen aanbrengt die nog beperkt onderzoek vragen, strikt genomen is dan de uitvoerbaarheid niet aangetoond. Maar dat zouden we, als we het gevoel hebben op basis van de onderzoeken dat gaat wel lukken als we dat nog nader onderzoeken, en dat onderzoek voeren we na de vaststelling uit, dan hoeft dat juridisch geen probleem op te leveren. Dat geeft de raad wel wat ruimte, als wij inschatten op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn dat dat bijvoorbeeld niet tot een overschrijding van stikstof leidt, waardoor er echt een probleem is. Dat je denkt, formeel moeten we nog stikstofonderzoek doen, maar verwachten dat dat wel goed komt. Dan zitten we juridisch niet helemaal goed, maar dat is verstelbaar. De voorzitter: Dank u.

Mevrouw Koene, dan mag hij als laatste … Aanvulling, sorry, mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Als u amendeert en dat leidt tot zulke grote wijzigingen dat economische uitvoerbaarheid niet meer mogelijk is, en dat is uiteindelijk de conclusie, dan leidt dat wel tot een probleem. De voorzitter: Ik begreep, mevrouw Koene, dat u toch geen derde vraag heeft. Toch wel? Dan ga ik nu naar het tweede onderdeel van deze avond. En dan gaan we mijnheer Burggraaf even de gelegenheid geven. Is tien minuten genoeg, mijnheer Burggraaf? Twee zinnen bij u zijn dat. De heer Burggraaf: Ik zal proberen in korte zinnen te spreken. Er ligt een bestemmingsplan voor, die een lang project met uw raad heeft doorlopen. Dat is eigenlijk al sinds het begin van deze raadsperiode. Maar als we hem even terugspoelen in de tijd, dan heeft het een veel langere voorgeschiedenis nog. Die begon in 2018, 2017, toen uw raad de Woonvisie vaststelde, en daarin de opgave neerlegde van het aantal te realiseren, toe te voegen woningen aan de woonvoorraad van Dordrecht. Dat waren er in eerste instantie 10 duizend. Toen heeft u gezegd, het moeten er 11 duizend zijn, want we willen ook graag dat de sociale huurwoningen die gesloopt worden weer worden vervangen. Dat was de opgave. De tweede opgave die u meegaf, we willen binnen de stedelijke contouren ontwikkelen van de stad. Daar moeten de woningen terechtkomen.

Vervolgens in 2019 heeft Dordrecht, samen met een aantal andere steden langs de zogenoemde Oude Lijn de Verstedelijkingsalliantie gevormd. En heeft de rijksoverheid ook gezegd, we hebben in heel het land een enorm woningtekort. Er moeten veel woningen gebouwd worden. Daar is Dordrecht niet anders in. We hebben een hele belangrijke ov-infrastructuur langs het spoor. Ga die woningen vooral in de buurt van die ov-knooppunten bouwen, want dan kunnen we ook zorgen dat al die

29

nieuwe mensen niet nog meer gebruikmaken van de weg, maar meer met het openbaar vervoer, zodat we niet vastlopen in de bereikbaarheid. Daar was vervolgens de Spoorzone, de zone waarvan u heeft vastgelegd, daar willen wij dan die woningbouwontwikkeling doen. Daar is natuurlijk bij de verkoop van Eneco aandelen ook een flinke reservering in financiële middelen voor weggelegd. En u heeft toen de Ontwikkelvisie van Mecanoo vastgelegd, waarin een aantal ontwikkeluitgangspunten zijn meegegeven. Toen ook werd gezegd, dit is een perspectief, zoals we hem willen ontwikkelen. Moet wel verder uitgewerkt worden, want er zitten nogal wat hobbels om echt het optimale eindplaatje te bereiken. Daar moet je gaandeweg ook keuzes in maken. Dat is het traject, dat laatste, wat vooral in deze raadsperiode heeft plaatsgevonden. Te beginnen bij die Spoorzone ontwikkeling in het Maasterras en het ontwerpbesluit, voor het bestemmingsplan wat nu voorligt bij u, is de ontwikkeling van 2.000 woningen in fase 1 van de Maasterras ontwikkeling. Daar is een intensief traject aan voorafgegaan. Hebben we u natuurlijk ook in meegenomen om te verkennen, hoe kan je zo'n woongebied zo optimaal mogelijk krijgen en zoveel mogelijk ontwikkelruimte krijgen nabij de stad? Daar zaten vooral heel veel infrastructuurknooppunten in. En dat is hetgeen wat er nu voorligt.

De keuze om de Stadsbrug te laten lopen nog steeds vanaf Zwijndrecht naar Dordrecht en te laten aanlanden in het gebied. De stamlijn die het havengebied verbindt nog op het spooremplacement uit te laten komen. En het spooremplacement te laten liggen. Maar dat alles wel goed in te passen, zodat er een woningbouwontwikkeling kan komen. In de tussentijd heeft het Rijk ook tientallen miljoenen euro's subsidie voor deze ontwikkeling gegeven, omdat zij dit een van de belangrijke binnenstedelijke ontwikkellocaties vinden. Het was ook een gebied waar we lastige keuzes moesten maken tussen het algemeen belang en de individuele belangen. Natuurlijk het meeste ‘…’ komt dat naar voren daar waar de woonwagenbewoners zitten in het gebied en daar waar de woningen aan de Weeskinderendijk in het gebied zitten. U kunt ook lezen in het raadsvoorstel welke afwegingen we daarin gemaakt hebben om uiteindelijk tot een goede ontwikkeling hier te kunnen komen, waarbij voor de woonwagenbewoners we hebben aangegeven dat die ruimte nodig is om die 2.000 woningen te kunnen realiseren, met ook voldoende groen in de buurt. En dat we, zodra het bestemmingsplan is vastgesteld, met de bewoners daar gaan kijken naar een alternatieve locatie daarvoor. Pas als we die alternatieve locatie hebben gevonden en aangewezen, dan kan er natuurlijk pas sprake zijn van het verplaatsen van de woonwagenbewoners.

Dat zullen wij in goed overleg doen met de woonwagenbewoners. De tweede is de woningen aan de Weeskinderendijk. Daar heeft u ook in het raadsvoorstel kunnen lezen op basis waarvan we tot de conclusie zijn gekomen dat hier het algemeen belang toch zwaarder weegt dan de individuele belangen van de bewoners daar. U heeft kunnen lezen dat dat vooral is, omdat wij hebben geconcludeerd dat we op die plek met een goed woonmilieu te maken hebben en daarom graag zoveel mogelijk woningen willen realiseren in het gebied waar het ook het best te wonen is. Dat we uiteindelijk graag zoveel mogelijk woningen willen realiseren, omdat dat past bij de doelstelling die u ook heeft meegegeven in de binnenstedelijke verdichting en de woningbouwopgave. En omdat er in het gebied hoogtes zijn te overbruggen. Enerzijds omdat er een groot deel vervuilde grond zit, waar je juist met het optillen na een laagje niet vervolgens veel last hebt van die vervuilde grond. Tegelijkertijd daar goed de parkeeroplossing in kan oplossen en je dan, als je de bestaande woningen zou laten staan, een hele moeilijke aansluiting zou krijgen tussen

30

de nieuwe woonwijk en de woningen die er dan nog zouden staan. De verbindingen met Oud-Krispijn erg belangrijk zijn. En tot slot hebben we meegegeven dat er natuurlijk altijd ook financiële afwegingen nog achter weg komen. Het is niet vaak dat we in de raad een bestemmingsplan hebben liggen die zoveel woningen toevoegt aan de stad. De laatste grote is Amstelwijck geweest, in de vorige periode. Dat waren 800 woningen. Dit zijn er 2.000. En ik merk ook al in de omgeving dat er veel mensen zeggen, wanneer gaat die ontwikkeling eens starten, want ik ben hard op zoek naar een woning? Ik hoor het van starters die zeggen, het zou de perfecte locatie voor mij zijn, want ik zit dicht bij de binnenstad, ik zit dicht bij het openbaar vervoer. Het is een stedelijk woonmilieu, die je nog niet veel in deze stad vindt, maar wel erg bij mijn levensfase past. Veel Young Professionals die bijvoorbeeld in Rotterdam werken en zeggen, hier kan ik dan veel betaalbaarder een woning kopen en zit ik toch zo in Rotterdam. Maar ook natuurlijk de vele senioren die we tegenwoordig zien, die het ook fijn vinden om dichtbij voorzieningen te wonen en graag ook bij het openbaar vervoer en zo zelfstandig zoveel mogelijk nog mobiel te zijn.

En verder is het natuurlijk, als je naar het gebied kijkt, ook voor de stadsentree een hele belangrijke ontwikkeling, want het is evident dat dat deel van de stad niet de entree is die past bij de kwaliteit die we in de rest van de stad hebben. En zeker niet als de Spuiboulevard, waar we nu mee begonnen zijn en waar de ontwikkeling tot 2031 ongeveer, naar ‘32 zal lopen, en een hele nieuwe groene uitstraling van de stad zal geven, nog minder goed aansluit op het gebied, zoals die er nu ligt. Tot slot, alle particuliere belangen die daar nog zitten en die daarin geraakt worden, zeker voor de discussie die we nu hebben gehad met de bewoners aan de Weeskinderendijk, dat zijn erg pijnlijke trajecten. En dat is ook voor de bewoners daar natuurlijk een hele pijnlijke situatie. En dat realiseren we ons terdege. En voelen we ook een grote verantwoordelijkheid om richting de bewoners daarin uiteindelijk hen goed te begeleiden, als u besluit dit bestemmingsplan vast te stellen en als u besluit om inderdaad op die plek nieuwe woningen te realiseren, om de zittende bewoners goed te compenseren en met nadruk de privéomstandigheden, die voor eenieder weer anders kunnen zijn, dat we daar oog voor hebben en daar ook een goede compensatie op bieden. Maar dat is stap 2. Eerst wat voorligt, is dit bestemmingsplan en de keuzes die daarin voorliggen.

En met elkaar beslissingen in moeten gaan nemen richting de gemeenteraadsvergadering op 2 juli. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. U heeft zich, denk ik, keurig aan de tijd gehouden. En een verhelderende toelichting ook. Nu krijgen we natuurlijk het spannendste moment van de avond, want nu gaan we vragen stellen aan de wethouder. We gaan niet een politiek debat voeren. Dat komt nog, heb ik al gezegd. Maar het is denk ik bijna onvermijdelijk dat vragen een beetje een politiek tintje hebben. En dat is ook niet zo heel erg. Als u maar in uw achterhoofd houdt, voordat u de vraag stelt, dat het antwoord van belang voor u moet zijn bij uw beeldvorming. Want nogmaals, de politiek komt wel. Mijnheer Bootsman, u mag het goede voorbeeld gaan geven. De heer Bootsman: Ik ga mijn best doen, voorzitter. Ik ga een vraag stellen waarvan ik zou snappen dat het antwoord is dat die schriftelijk beantwoord gaat worden, maar ik ga hem toch nu even stellen. Zou de wethouder kunnen aangeven wat de consequenties onder andere financieel zouden zijn als het percentage sociale huurwoningen op het Maasterras verhoogd wordt naar bijvoorbeeld 25 of 30 procent? En is het mogelijk om

31

daarmee bijvoorbeeld ook schriftelijk, logischerwijs, een raming aan te leveren van de meerkosten die hiermee gemoeid zouden zijn. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, u heeft in ieder geval alvast een smoesje aan de hand gekregen. Hij mag schriftelijk. De heer Burggraaf: Zeker geen smoes, maar zorgvuldigheid is het belangrijkste. En u heeft al eerder in de commissie gevraagd, we hebben verschillende thema's langs gehad, waar we onder andere over de woningbouwprogrammering hebben gesproken. En toen heeft u als raad ook gezegd, we willen graag naast het woonprogramma, wat er ligt, ook weten wat de financiële consequenties zijn op het moment dat je daar verandering in brengt, bijvoorbeeld in het sociale woningbouwprogramma. Die gegevens hebben we. Daar hebben we rekening mee gehouden in de voorbereiding. Dat zullen we op schrift aan u meegeven, zodat u dat mee kan nemen in uw afweging. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. De wethouder geeft net aan dat de bewoners rekening houden met hun persoonlijke omstandigheden, goed gecompenseerd moeten worden. Is het college bereid om meer te doen dan de wettelijke minimale voorwaarden die gelden bij actieve onteigening? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik heb dat ook vaker toegelicht, dat er een landelijk wettelijk kader is rondom onteigeningsprocessen.

En daar is ook heel veel rechtspraak over in het land, die ervoor is om de wettelijke waarborgen te bieden voor mensen die in zo'n situatie terechtkomen. En dat zijn ruimhartige regelingen. En dat is ook een belangrijk bestuurlijk beginsel, dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Voor het college is dat het kader waarbinnen we zullen gaan werken, of tenminste nu al werken, maar ook daarna zullen werken aan de financiële compensatie. En tegelijkertijd is het zo dat er individuele situaties zijn, u heeft ze ongetwijfeld ook gesproken, die heel schrijnend zijn. En situaties zijn waar iemand in een individuele situatie terecht is gekomen van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of andere omstandigheden. En die individuele omstandigheden zullen wij zeker betrekken in de financiële tegemoetkoming of de begeleiding om tot oplossingen te komen. Dat kan ook zijn voor mensen die door hun situatie niet meer in staat zijn om bijvoorbeeld een hypotheek te kunnen krijgen. Daar zijn ook maatwerkoplossingen voor mogelijk. Dat is wat ons betreft de leidraad, nogmaals, het wettelijk kader wat er ligt. En vervolgens zoveel mogelijk maatwerk bieden voor de individuele gevallen. De voorzitter: Helder antwoord, denk ik. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik heb eigenlijk alleen nog maar technische vragen openstaan.

Als daar nog tijd over is later, dan hoop ik die nog te kunnen stellen.

32

De voorzitter: Dat zou kunnen. We hebben al gezegd, ze mogen ook nog schriftelijk. Maar we kijken zo meteen of er nog wat tijd over is. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik had drie vragen. En één is er gesteld door de heer Wringer. Waarvoor dank. De voorzitter: Dan mag u er één stellen en één in uw achterzak houden. De heer Klerk: Het gaat mij even over wat er aangestipt werd ten aanzien van de woonwagenbewoners. En dat las ik ook terug, dat er wordt gekeken naar een alternatieve locatie na vaststelling van het bestemmingsplan. Is daar wel zicht op dat dat kansrijk is? Want straks is er een bestemmingsplan aangenomen en lopen we daar vast. En dan hebben we weer een circus dat opnieuw begint. De voorzitter: Wethouder, duidelijke vraag, denk ik. De heer Burggraaf: Voorzitter, we hebben twee zaken gedaan tot nu toe. Eén is met de woonwagenbewoners een avond gehad om te vragen of we al wat richting konden krijgen in de aspecten die de woonwagenbewoners belangrijk vinden. Daar hebben ze aan ons laten weten dat ze dat gesprek pas willen voeren op het moment dat het bestemmingsplan is vastgesteld en u als raad een keuze heeft gemaakt over of u meegaat met hetgeen het college voorstelt.

En tegelijkertijd heeft het college niet stilgezeten, want voelen wij ook een verantwoordelijkheid, als je vastlegt in een bestemmingsplan dat je die plek nodig hebt voor deze ontwikkeling en tegelijkertijd de bewoners een goed alternatief wil kunnen bieden, dat er ook die locaties in de stad beschikbaar moeten zijn. En daar hebben we een eerste brede zoektocht en verkenning op gedaan. En dan zien wij voldoende potentiële locaties om daaraan te kunnen bijdragen. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam.

De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Ook een vraag over de woonwagenbewoners. De wethouder had het over goed overleg. Maar ik heb nog eens gekeken in de toelichting toen het plan ter inzage werd gelegd. En daarin staat dat de huidige situatie van het woonwagencentrum niet bestemd wordt. Het wordt behouden tot overeenstemming is bereikt met de bewoners. Als de bewoners niet weg willen, dan is er geen overeenstemming. Dat staat in de toelichting. En vanavond is me duidelijk geworden dat we die toelichting niet vaststellen. We zouden dat bij een amendement in de regels kunnen zetten. Of kan dat niet? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Ik weet niet goed wat precies de vraag is, maar ik kan hem wel proberen technisch te duiden. Hetgeen wij nu hebben voorgelegd aan u, en dat is dat in het bestemmingsplan je de bestemming dusdanig maakt dat een woonwagen niet meer past bij de bestemming. En tegelijkertijd heb je een overgangsregeling of -recht. Ze zitten er nog op de plek. Het is niet zo dat ze, op het moment dat het bestemmingsplan

33

vastgesteld is, per direct dan weg moeten. En daar is het andere wat u in de toelichting leest, waarvan we hebben gezegd, het college neemt de verantwoordelijkheid op zich om een geschikte alternatieve locatie aan te bieden waar de woonwagenbewoners naartoe kunnen gaan. En dat vraagt een zorgvuldig traject, met zorgvuldige participatie, meer tijd. Dat is niet gereed voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. Maar dat zal direct na het bestemmingsplan worden opgepakt, met de intentie om daar tegen het eind van het jaar tot een oplossingsrichting te kunnen komen. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam, niet helemaal voldoende? De heer ’t Lam: Ik vind het toch wat tegenstrijdig. Want toen het plan ter inzage werd gelegd, is verteld tegen de woonwagenbewoners in de toelichting dat ze niet weg hoeven als er geen overeenstemming is. En nu is er een ander verhaal, dat ze toch wel weg moeten, maar dat ze betrokken worden bij een nieuwe locatie. De heer Burggraaf: Ik heb het ook in eerdere commissies, denk ik, vorig jaar of anderhalf jaar, twee jaar geleden toegelicht, dat het met name is op het feit dat we de woonwagens natuurlijk pas verplaatsen op het moment dat we een alternatieve locatie kunnen aanbieden. En dat is de volgorde. En daarvoor zijn we het huiswerk aan het doen. En dat zorgvuldige proces vraagt meer tijd dan dat nu al voor 2 of 3 juli definitief ertoe besloten te hebben.

De heer ’t Lam: Dat staat in ieder geval niet in de oorspronkelijke toelichting. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Een vraag over de programmering, die ik ga proberen technisch te stellen. Want we zien dat in het voorliggende bestemmingsplan is afgeweken van een aantal vraagstukken rondom programmering, waaronder ook sociale huur, zoals werd opgemerkt. Ik ben heel benieuwd naar een stukje duiding waarom er juist hiervoor gekozen is, om dit aspect te verhogen. Er wordt hier gesproken over 20 procent in het bestemmingsplan en 22 procent in de grondexploitatie. We zien niet helemaal waar dat verschil vandaan komt. Dat is 1. Maar 2 is ook, omdat de sociale huurwoningen die extra geprogrammeerd worden ten koste gaan van betaalbare koop, terwijl het college in het raadsvoorstel aangeeft dat sociale huur overgeprogrammeerd is eigenlijk in de stad, in de breedte en juist die betaalbare koop achterblijft in de programmering. We zijn benieuwd naar hoe we dat met elkaar kunnen rijmen? De voorzitter: Wethouder, hoe is het te rijmen dat er meer sociale huur wordt geprogrammeerd ten koste van sociale koop, terwijl het eigenlijk omgekeerd zou moeten zijn, gezien de huidige situatie in de stad? Aldus mijnheer Noldus.

De heer Burggraaf: Kijk, we kunnen constateren, dat heeft u gezien, in het raadsvoorstel zit een tabel bij op de Woonvisie en in hoeverre we daar nu staan met harde planvoorraad die we hebben zitten in de planning en hoeveel we al gerealiseerd hebben. En dan zie je gewoon dat op alle segmenten er veel behoefte is aan woningbouw, zeker ook in het betaalbare segment. En hoe kom je dan op een woonprogrammering, zoals die

34

bij u voorligt? Dat doen we in samenspraak met een extern bureau, om te kijken, wat is de inschatting wat een goed gevarieerd woonmilieu kan zijn op die plek, wat ook uiteindelijk iets is waar markt voor is, zullen we maar even zeggen, in de mix? En dat bepaalt naast economische haalbaarheid, natuurlijk ook alle investeringen die je doet, moet er voldoende inkomsten tegenover staan, maakt hoe je uiteindelijk tot een programmeringsverhaal komt. We hebben de minimale sociale huur iets verhoogd ten opzichte van de oorspronkelijke programmering. Dat was 18,8. Dat is nu 20 geworden. Ook omdat wel duidelijk was dat er meer partijen in de raad zeiden, heb daar eens aandacht voor en kijk eens hoe je dat nog verder kan stretchen. En in de GREX, eigenlijk vanuit een conservatieve raming, is daar wat marge in genomen. En daarom leest u dat voor die berekening er uiteindelijk 22 procent zit. En de realiteit is ook dat inderdaad als je gaat schuiven binnen het betaalbare programma, dat als je bijvoorbeeld meer sociale huur gaat toevoegen dat dat dan ten koste gaat van het aantal betaalbare koopwoningen. En we in ieder geval in onze stad ook zien dat heel veel inwoners juist voor betaalbare koop of voor koopwoningen kiezen.

We hebben bijvoorbeeld ook veel mensen die in een koopwoning wonen, die in andere steden in een sociale huurwoning wonen, omdat wij nog een relatief goedkope woonvoorraad in onze stad hebben. Maar het is een feit inderdaad op het moment dat u gaat schuiven met de sociale huurprogrammering dat dat dan ten koste gaat van het aanbod van betaalbare koop. En zoals u in het staatje heeft kunnen lezen, hebben we op de betaalbare koop, ten opzichte van de Woonvisie die u heeft vastgesteld en de ambitie die u heeft in die categorie, nog veel te programmeren. De voorzitter: Voldoende, denk ik. De heer Noldus: Voorzitter, een hele korte technische verduidelijking. Want ik hoor de wethouder dan zeggen, in alle categorieën is te kort. Maar in de laatste zin wordt even gerefereerd volgens mij aan de tabel op pagina 7. En klopt het dan toch dat in die bovenste 2 regels sociale huur en markthuur met een negatieve waarde in de laatste kolom er feitelijk een overprogrammering is ten opzichte van de Woonvisie op sociale huur en markthuur en een onderprogrammering vooral op de koop, en met name de betaalbare koop? Lezen we dat dan goed? De voorzitter: Kunt u daar een kort antwoord op geven, wethouder? De heer Burggraaf: Dat klopt. U heeft in de Woonvisie aan het college meegegeven om 2 duizend woningen te gaan programmeren van die 11 duizend in de sociale huur.

Daarvan is inmiddels 572 gerealiseerd. Is een programma 1.513 vastgesteld. Is in Maasterras 418. Ten opzichte van hetgeen u in de Woonvisie heeft vastgelegd, hebben we 503 meer in het programma zitten dan u ons als opdracht heeft gegeven. Tegelijkertijd past daar ook de nuance bij dat u destijds duizend woningen heeft toegevoegd in de sociale huur. U zei, u moet netto duizend woningen programmeren binnen de 10 duizend. En dat de raad toen heeft gezegd, maar we willen er duizend extra, want we willen dat alle sloop gecompenseerd wordt. We willen per saldo een netto toename in de woonvoorraad binnen die 10 duizend van duizend sociale huurwoningen in de stad. En daar heb ik nu de cijfers niet van paraat. Maar als je dan kritisch gaat kijken, sluit ik niet uit dat je met nu, zou je zeggen, dan een overprogrammering van 2.500, dat er waarschijnlijk wel meer is gesloopt dan de duizend woningen die u destijds

35

heeft toegevoegd binnen de Woonvisie. En tot slot klopt het ook dat ten opzichte van het streven er 1.757 betaalbare koopwoningen minder in het programma zitten dan wel gerealiseerd zijn dan u in de Woonvisie als ambitie heeft gesteld. De voorzitter: Dank voor dit antwoord. Mijnheer Damen. De heer Damen: Een beetje in de lijn met eerdere vragen van mij. De wethouder zei, dit is eigenlijk een woongebied waar nu al vraag naar is en waar mensen belangstelling voor hebben. Ik hoor ook dat soort geluiden. En dan wordt met name het uitzicht op de rivier genoemd. Kan de wethouder zich voorstellen dat voor veel mensen een beetje geluidsoverlast makkelijk opweegt tegenover het uitzicht op de rivier. En dat daarom een wat forsere hoogbouw dan nu geprogrammeerd wordt een mogelijkheid zou kunnen zijn? De voorzitter: We hebben het weleens over stokpaardjes. Wethouder. De heer Burggraaf: Het college heeft nadrukkelijk gekozen voor de hoogbouw, zoals die nu in het programma ligt, omdat we ook hebben gekeken naar de Dordtse schaal in hoogbouw. En daarnaast het ook een gebied is waar je wel uitdagingen hebt met de geluidsbelasting. Ik ben het met u eens dat er heel veel andere aspecten zijn die het voldoende compenseren in het gebied, waardoor bij mensen de tolerantiegrens hoger ligt.

Maar ik deel niet de visie dat er nog heel veel meer rek in zit en dat je nog veel meer de hoogte in zou kunnen in het gebied. De voorzitter: Mijnheer Damen, u moet toch maar in Zwijndrecht gaan zoeken, denk ik. Mijnheer Safranti, had u een vraag nog? Veel mooier. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, mijn vraag gaat meer over het parkeergedeelte, wat nu op dit moment lucht, een adem is voor de stad, achtervang, Weeskinderendijk, parkeerplaats. Dat gaat straks natuurlijk verdwijnen. Is daar nu al over nagedacht en is daar eventueel een koppeling met het beleid wat we straks ook in de stad gaan doen met parkeergarages? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Goede vraag. Ik moest even aan mijn buurman vragen hoeveel het ook alweer was. Maar er zit specifiek een parkeerhub in het gebied van 850 parkeerplekken. En dat zijn de parkeerplekken die niet het parkeerprogramma is voor de nieuwe bewoners in het gebied, maar nadrukkelijk de stadsfunctie moet vervangen als parkeerplek wat nu op het maaiveld in Weeskinderendijk is, maar dan binnen een bebouwde omgeving is. En zoals u de Parkeervisie, die u heeft vastgesteld hier in de raad, volgt met een aantal parkeergarages zeer nabij de binnenstad, dan heb je het over de Achterom garage, de Drievriendenhof, de Spuihavengarage die opgetopt wordt.

En dan een tweede ring daarbuiten, bestaande uit de parkeerhub op de Weeskinderendijk met 850 plekken en de parkeervoorziening op het Energieplein. En om dat ook aantrekkelijk te maken, vereist dat een goede service erbovenop. Dat is wat je nu ziet ook, een busje dat dan frequent vanaf de plek rijdt naar de binnenstad om het aantrekkelijk te maken om daar te parkeren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Feijter.

36

De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk een iets andere vraag stellen. De wethouder heeft net natuurlijk een verhaal geschetst hoe we tot dit punt zijn gekomen. En straks als dit bestemmingsplan al dan niet geamendeerd wordt vastgesteld, dan gaan we natuurlijk ook een nieuwe fase in. En waarschijnlijk wel een decennium van bouwen wat we tegemoet gaan. Meer dan een decennium. En ik ben benieuwd of er al is nagedacht over hoe de uitvoering organisatorisch in elkaar zit? Gaat dat via de reguliere organisatie, via een aparte verzelfstandigde organisatie of een andere constructie? En hoe verhoudt die organisatie zich dan ook tot de raad? De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Goede en terechte vraag. We hebben natuurlijk wel eerder ook al marktconsultaties gehad. Die zijn ook met u gedeeld. Waarin we hebben gekeken, wat voor manier van werken zien we door het land en voor zo’n gebiedsontwikkeling werkt het beste? Daar hebben we ideeën bij. Maar de uitwerking daarvan gaat echt pas plaatsvinden nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Want er zijn gewoon voor verschillende manieren van inrichten voor- en nadelen. Dat is gewoon weer een nieuwe analyse. En dan een besluit over hoe dat vorm te geven.

Maar dat zouden we wel heel snel oppakken nadat het bestemmingsplan is vastgelegd, want de ambitie en de noodzaak om heel snel woning te gaan bouwen, is natuurlijk evident. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gündogdu, heeft u misschien een vraag voor de wethouder? De heer Gündogdu: Jazeker, voorzitter. Voorzitter, waar ik benieuwd naar ben, is dat in den lande in heel veel grotere steden men eigenlijk is afgestapt van het idee om heel veel de hoogte in te gaan. Met name doordat we vanuit het verleden weten dat het eigenaarschap van zo'n gebied met alleen maar hoogbouw afneemt op het moment dat je alleen maar de lucht ingaat. Nu proberen we dat hier te compenseren door juist binnenterreinen te creëren, vanwege ook de geluidsbelasting. Maar denkt het college of de wethouder om ook per direct een soort sociaal programma op te zetten, om juist het eigenaarschap van de bewoners daar te ontwikkelen dan wel te behouden, zou ik zeggen? Niet alleen een fysieke ingreep, door te bouwen en groene omgeving, maar ook gelijk een sociaal programma. De voorzitter: Wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, een zeer terecht aandachtspunt. Hoe zorg je dat je een woonbuurt creëert, waarbij 2.000 huishoudens komen en er wel meteen ook de goede sociale samenhang in de wijk is? Dat maakt dat we ook hebben gezegd, we willen niet onbeperkt die hoogte in.

We willen dat proberen te beperken tot de Dordtse schaal. Tweede is dat we ook veel voorzieningen in het gebied hebben gepland. Het is niet zo dat je alleen maar de voorzieningen in de binnenstad hebt, maar er moeten ook echt gewoon buurtvoorzieningen komen. Daar is in de plinten ook ruimte voor. Er is ook ruimte voor bijvoorbeeld een school in het programma. Daarnaast heb je de binnenhoven in de bouwstructuur zitten. En ga maar eens naar de hofjes die we, nu natuurlijk op een heel andere schaal, maar in onze historische stad hebben, waar Dordrecht echt wel om bekend staat. En ervaar daar wat dat voor samenhang eigenlijk tussen de bewoners onderling brengt. Dat is ook wel een filosofie die we hebben bij deze

37

ontwikkeling. En tot slot, wat heel belangrijk is, en ik heb verschillende ontwikkelaars gesproken die zeggen dat ook, als je in zo'n gebied gaat ontwikkelen, moet je ook al voor het bouwen beginnen met sociale activiteiten in het gebied en zorgen dat je al een programma gaat bieden waar de mensen die de toekomstige bewoners ook worden, kunnen ervaren van, dit wordt de sfeer van het nieuwe gebied, zodat je daar al de eerste sociale contacten ook kan opbouwen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, nou wel. Ik heb hem bewaard voor de wethouder. Stel dat we de tunnel tussen het Maasterras en de Hoge Bakstraat uit het plan amenderen, wat valt er dan om in het plan? De voorzitter: Wethouder, dat is een mooie technische vraag. De heer Burggraaf: De tunnelverbinding is noodzakelijk voor de langzaam verkeer verbinding in de wijk met de binnenstad. Dus het STOMP-principe. Er is een parkeernorm, die scherp is. En dat kan je alleen maar realiseren als vervolgens ook je verbindingen met alternatief vervoer, anders dan de auto, zo goed mogelijk is georganiseerd. En dat betekent goede verbindingen vanuit de buurt met de fiets, wandelend richting het station. En een goede doorsteek. En daar is een dergelijke verbinding cruciaal voor.

Mevrouw Koene: En aanvullend, is er ook al onderzocht wat mogelijke consequenties zijn, omdat het om een dijk gaat? De heer Burggraaf: Kijk, in hoofdlijnen is daar een onderzoek naar geweest. En tegelijkertijd hebben we aangegeven dat na dit bestemmingsplan er ook nog optimalisatieslagen mogelijk zijn. Het feit dat er een verbinding moet liggen om dat STOMP-principe goed te kunnen uitvoeren, dat is vooral cruciaal. De exacte uitwerking van zo’n verbinding, dat wordt natuurlijk nader onderzoek in de vervolgfase. En daar kan je ook nog optimalisatieslagen in maken. En daar zullen ook dit soort technische vervolgonderzoeken op plaatsvinden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Spoel niet. Mijnheer Stam? De heer Stam: Jazeker, voorzitter. Er zijn Europese richtlijnen voor de OER, de Omgevingseffectrapportage. De commissie MER geeft daar een oordeel over, milieurapportage. Heb ik die over het hoofd gezien? Komt die nog? En wat zouden de effecten van zo'n rapportage kunnen zijn? De voorzitter: Heeft mijnheer Stam iets over het hoofd gezien? De heer Burggraaf: Ik laat deze beantwoorden door de heer Van de Rijt. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: In de Nota zienswijzen is als nummer 46 ook de reactie van de commissie MER opgenomen. Het advies en hoe we daarmee omgegaan zijn.

38

De voorzitter: Mijnheer In ’t Veld? Niet. Mevrouw Pichel? Mevrouw Van Herwijnen, uw technische vraag. Mevrouw Van Herwijnen: Ik heb er twee, maar zal ik met eentje beginnen? De definitie wonen, daar had ik eigenlijk nog een vraag over. Want ik zie dat het nogal een lange definitie is, met onder andere het woord onzelfstandige woonruimte. En dat gaat bij mij wel iets triggeren. Ik vroeg me af, wat voor soort woningen zijn er mogelijk onder die term wonen? Want eigenlijk is in het hele plangebied wonen mogelijk, onder deze definitie. Wat voor soort type woning kunnen we daar dan onder scharen? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: De definitie geldt voor de hele stad. We hebben niet voor het Maasterras een aparte definitie opgenomen. En die is ook afgestemd met de Huisvestingsverordening. Wonen is in principe één, bedoeld voor één huishouden. En een appartement heeft natuurlijk meerdere woningen. En binnen een woning mogen eventueel vier onzelfstandige woningen. Tenminste planologisch, maar dan moet je nog wel een vergunning op grond van de Huisvestingsverordening hebben. Zo is de systematiek in Dordrecht in elkaar gedraaid. En dat hebben we in het Maasterras zo overgenomen. De voorzitter: Dat was zo kort, dat die andere vraag ook nog wel kan. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Die vraag gaat over geluid.

U had aangegeven dat het college van mening is dat er een hogere grenswaarde kan zijn voor geluid. Is dat niet onderdeel van het besluit, hogere grenswaarden? De heer Van de Rijt: Goede vraag. Omdat dit een bestemmingsplan voor brede reikwijdte is, onder de Crisis- en herstelwet, mogen we die hoge waarde niet … Hoeven die niet in een apart besluit, maar mogen die in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan staat de tabel met de hoge waarden die nodig zijn maximaal voor dit bestemmingsplan. De voorzitter: Iemand die nog een brandende vraag heeft voor de wethouder? Mijnheer Klerk, en daarna mijnheer Bootsman. De heer Klerk: Een brandende vraag. Ik hoorde de wethouder zeggen dat als mogelijke doelgroep voor de potentiële bewoners van het Maasterras Rotterdammers die daar geen betaalbare woning meer kunnen vinden en dan naar Dordrecht komen. Dat is mooi voor de groei van de stad. Maar we hebben ook een woningnood voor de lokale Dordtenaar. Is er iets mogelijk of is dat voorzien, waarbij we toch vooral ook eerst voor woningzoekenden uit Dordrecht bouwen? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, daar heeft u vast over nagedacht. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik heb absoluut niet de indruk willen wekken, bij deze zet ik die dan recht, dat we hier gaan ontwikkelen met name voor mensen van buiten de stad. Het zal en-en zijn.

Wat we nu zien bij de nieuwbouw die we ontwikkelen, is dat 70, soms zelfs 80 procent van de woningen die bij nieuwbouw worden verkocht aan Dordtenaren zijn. Mijn verwachting is ook voor deze ontwikkeling dat sowieso gewoon

39

het grootste deel zal worden ingevuld door onze eigen woningzoekenden in de stad. Als het gaat voor de sociale huurwoningen is het natuurlijk evident. Dan zit je met een wachtlijst met allerlei eisen, met regiobinding. En daarnaast zullen er zeker ook bewoners komen die nu nog in Rotterdam wonen of die misschien anders in Rotterdam hadden gekeken en dan in onze stad zullen kijken. En dat bedoelde ik meer te zeggen vanwege het hoogstedelijk woonmilieu wat je hier creëert. Ik verwacht dat daar een doelgroep is die daar ook zich toe aangetrokken zal voelen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Ik ga een andere vraag stellen als die ik eerst had. Want de vraag die ik eerst had, is al gesteld door mijnheer Klerk. Maar dan heb ik nu een hele korte vraag. Over de woonwagenbewoners zei de wethouder dat er een overgangsrecht geldt. En ik neem toch aan dat dat geldt zolang er nog geen nieuwe locatie gevonden is. Klopt dat?

De heer Burggraaf: Dat is wat ik uitlegde. Het is zo dat wij onderzoek doen naar alternatieve locaties. En dat we dan vervolgens, op basis van dat onderzoek, een alternatieve locatie zullen aanbieden aan de woonwagenbewoners. Maar daar is ook het gesprek voor nodig met de woonwagenbewoners, wat zijn jullie woonbehoeftes? Want dan kunnen we dat ook meenemen in die locatieverkenning. En wat ik technisch bedoelde te zeggen, op moment dat u het bestemmingsplan vaststelt, dan is daarmee in het bestemmingsplan geen ruimte om woonwagens toe te voegen, te bouwen, maar is het wel zo dat een functie niet per direct weg moet. Om een voorbeeld te noemen, bij de Stevensweg zit een bestemmingsplan waarbij van oudsher in het dorp bedrijven zaten en dat die bedrijven nu weg bestemd zijn naar wonen. Maar er zit nog steeds een bedrijf, omdat die in het overgangsrecht valt. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag dat mijnheer Stam ook nog een vraag had. De heer Stam: De vraag van GroenLinks brengt me op de volgende vraag eigenlijk van, geldt dat overgangsrecht ook voor de bewoners van de Weeskinderendijk, tot het moment dat ze een andere geschikte woning hebben gevonden? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Dat overgangsrecht geldt in principe. Het is niet zo dat zij nu ineens als het bestemmingsplan is vastgesteld illegaal wonen. Dat overgangsrecht voorziet erin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41181