2.9 2025.06.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 JUNI 2025 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek Energietransitie en energiehulp 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste mensen, het is 19.00 uur, en ik wilde graag starten. Welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 3 juni. Met vandaag twee onderwerpen waar vragen over zijn. En waarbij het eerste onderwerp, de Papendrechtsebrug, er meerdere vragenstellers zijn. Een viertal vraagstellers over de sluiting van de Papendrechtsebrug, of de Merwedebrug, zoals die heet. Er is onderling afgesproken dat mevrouw Koene van Gewoon Dordt een korte inleiding geeft en haar vragen stelt. En dan kunnen vervolgens de andere partijen hun aanvullende vragen stellen. Daarbij wil ik jullie vragen niet in herhaling te vallen. En dan als alle vragen zijn gesteld, gaan we naar het antwoord vanuit het college. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Overigens betekent niet, ik bedoel, ik doe gewoon mijn eigen verhaal. En ik hoop dat mijn collega's ook gewoon hun eigen sausje eroverheen geven hoor. Maar goed, ik leid het graag in.
Voorzitter, vorige week werd bekend dat de Merwedebrug vanaf juli 2026 negen maanden zelfs dichtgaat. En dit geeft een hoop problemen voor Dordtenaren die bijvoorbeeld in Sliedrecht of Hardinxveld of nog verder werken. En andersom zijn er veel bedrijven in Dordrecht met werknemers die afhankelijk zijn van deze verbinding om in Dordrecht te komen, of die zelf in het transport werken. En de oplossingen waarover in de media gesproken werd door de wethouder zijn niet voor iedere beroepsgroep haalbare kaart. Niet iedereen kan thuiswerken of op andere tijden werken. Veel mensen hebben hun auto of vrachtwagen nodig om hun werk te kunnen doen. Wat kan de wethouder betekenen voor deze mensen, in de richting van Rijkswaterstaat, zodat er alternatieve en creatieve oplossingen komen, waardoor niet alles stil komt te staan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Dan ga ik naar mijnheer Klerk van het CDA. U had aanvullende vragen?
1
De heer Klerk: Ja. Dank u wel. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag van mevrouw Koene is ook onze fractie uit het hart gegrepen. Daar sluiten wij ons bij aan. Waar ik verder nieuwsgierig naar ben of waar ik benieuwd naar ben, is de mening van het college over de afsluiting van die Merwedebrug. Had het naar de mening van het college ook op een andere manier gekund, waarbij onze onderwijzers, verpleegkundigen en ondernemers gewoon op een goede manier naar hun werk kunnen gaan en op die manier ook gerustgesteld kunnen worden? Met de afsluiting van de N3 nog in het achterhoofd, en dat is de volgende vraag, en het dichtslibben van de stad wat dat toen opleverde, de vraag, vindt het college dat Rijkswaterstaat voldoende doet om de verwachte hinder zoveel mogelijk te voorkomen of moet er mogelijk nog inzet bij? En de derde vraag en de laatste, op welke wijze is het college voornemens de inwoners van Dordrecht adequaat te informeren nu we de wethouder in diverse media, waaronder de NOS, hebben geciteerd horen worden, maar de informatievoorziening aan de inwoner van de stad en de gemeenteraad het sluitstuk lijkt te zijn. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. En dan zijn er nog vervolgvragen van de heer Ayverdi van DENK. De heer Ayverdi: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben enkele vragen. Dat klopt. Dan begin ik maar.
Hoe beoordeelt u de bereikbaarheid van Dordrecht voor het langzaam verkeer? Dat is onze eerste vraag. Vervolgens stellen wij als vraag, welke alternatieve plannen zijn overwogen met het oog op deze doelgroep, zoals een gefaseerde afsluiting, een tijdelijke fietsbrug of extra pontverbindingen? Verder vragen wij ons af, hoe zorgt u ervoor dat fietsers, brommers en voetgangers veilig en efficiënt van A naar B kunnen reizen? En is dat 24 uur per dag geregeld? Zijn er kosten verbonden aan het gebruik van alternatieven, zoals de waterbus of pontjes, et cetera? En zo ja, welke mogelijkheden ziet het college om deze lasten niet op de burger af te schuiven, met name bij lage inkomensgroepen? Hoe heeft het college onze inwoners tot nu toe geïnformeerd over deze ingrijpende afsluiting? En vindt u dat die communicatie voldoende, tijdig en duidelijk was? Tot slot, voorzitter, op welke manier kunnen inwoners betrokken worden bij besluitvorming? Was er ruimte voor participatie en hebben bewoners hun stem kunnen laten horen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ayverdi. En dan zijn er ook nog vragen van GroenLinks. En mevrouw Kruger gaat die stellen. Mevrouw Kruger: Gelukkig, hij is er nog. Voorzitter, dank u wel. Geweldig hoe we toch met verschillende partijen op dit punt samenwerken. Groot belang voor de stad, denk ik, wat er nu te gebeuren staat.
En naar aanleiding van allerlei mails die wij al kregen van, de Papendrechtsebrug gaat dicht, terwijl iedereen zegt, maar dat is pas volgend jaar, vinden we het toch al nodig dat er meerdere vragen worden gesteld. Klein kansje dat er iets overlappend is, maar ik ga het gewoon proberen. Is het college het met GroenLinks eens dat tijdige, duidelijke en toegankelijke communicatie over, tussen haakjes, verwachte verkeershinder,
2
wegwerkzaamheden en sluitingen essentieel zijn voor de leefbaarheid van de stad en het vertrouwen van inwoners? Hoe beoordeelt het college de huidige communicatie richting inwoners over gelijktijdige of overlappende infrastructurele projecten? Wat gaat het college concreet doen om deze communicatie te verbeteren? Hebben we gelijk een idee, bijvoorbeeld projecties op borden in openbare ruimtes, gebouwen, bij huisartsen, apotheken. In andere steden zijn daar hele goede voorbeelden van. In hoeverre werkt het college samen met buurgemeenten, de provincie en Rijkswaterstaat om een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen voor de bereikbaarheid tijdens deze grote infrastructurele projecten in de regio? En als laatste, voorzitter, is het college zich ervan bewust dat er inwoners zijn, zoals mantelzorgers, die ook in de nachtelijke uren afhankelijk zijn van een vlotte verbinding tussen Dordrecht en Papendrecht? Hoe waarborgt het college dat deze groep niet wordt vergeten in de planning en communicatie rondom de werkzaamheden van de brug? Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dat is mooi. Dank u wel. Duidelijke vragen allemaal, waar waarschijnlijk wel een kort en krachtig, duidelijk antwoord van de heer Van der Linden op kan komen. De heer Van der Linden: Kort en krachtig. Ik wil wel rechtdoen aan alle vragen.
En er zit heus natuurlijk wel nuance in de precieze inhoud van de vragen, maar de meeste vragen komen op een paar dingen neer. Ik schets dan toch even de context van dit project. Dit is een van de tientallen projecten die Rijkswaterstaat de afgelopen jaren al aan het doen is en de komende jaren nog steeds, om alle kunstwerken, bruggen, tunnels, soms ook stukken weg een grote onderhoudsbeurt te geven. En dat komt allemaal bij elkaar, omdat deze infra is aangelegd, laten we zeggen, in de jaren 60, soms iets eerder, soms wat later, en is waanzinnig veel gebruikt de afgelopen decennia en is gewoon toe aan heel groot onderhoud. Onderhoud is duur. Onderhoud kost veel tijd. En het is ook complex. Niet alleen vanwege de verkeersdruk die er op onze snelwegen en omliggende wegen ligt, maar ook omdat de capaciteit van de aannemerij beperkt is. Je kunt niet alles tegelijk. Het moet goed gepland worden en ook vaak jaren vooraf. Echt ingewikkeld. Dat hebben we ook gemerkt bij de N3. Hebben we gemerkt bij de Wantijbrug. Heeft de Hoeksche waard gemerkt. Over een aantal jaren komt er het summum aan, de Brienenoord. Dat wordt echt een klus die niet te vergelijken is qua intensiteit met wat we al hebben meegemaakt op de Wantijbrug. Kortom, dat gaat er allemaal aankomen. En dat moet ook. In deze brug gaat het om het beweegbare deel. Hij is uit 1967. Dat is een prima jaar, kan ik u melden.
Ik ben zelf ook uit 1967. Ook groot onderhoud nodig. Dank u wel. Worden deze rondjes eigenlijk genotuleerd, voorzitter, of niet? Maar alle gekheid op een stokje, dat levert een specifiek probleem op. Deze brug heeft een doorvaartroute van 12,90 meter. Dat is veel. Bijna al het scheepvaartverkeer kan erdoor, maar niet alles. Achterliggend is een aantal maritieme bedrijven. En die zijn afhankelijk van doorvaart. Je kan niet zeggen, weet je wat, we sluiten even heel die brug af en we leggen een ponton eromheen, want dat moet gebeuren, en na een maand of 2, 3 is het wel klaar. Af en toe moet die ponton even weg om de scheepvaart ook ruimte te geven. Daarom duurt dit project 9 maanden. Dat is ook in samenspraak met Rijkswaterstaat gebeurd. In samenspraak ook met een aantal maritieme ondernemers die zeggen, zonder doorvaart af en toe redden wij het niet als industrie. Dat is echt wel van belang. Dat even als context. Nog meer context. Dit zijn
3
natuurlijk maatregelen die je maar eens in de zoveel tijd neemt. Dit project kost 90 miljoen. Dat is veel geld. De maatregelen die Waterstaat in gedachten heeft nu om de overlast te beperken, daar is 34 miljoen voor gereserveerd. Dat is serieus geld. Maakt duidelijk dat ook Waterstaat als probleemeigenaar wel ziet, hoor eens, hier moeten we echt heel erg veel omheen zetten om het verkeer nog enigszins te laten doorrijden. Daarom, en daar ben ik blij mee, zijn ze ook een jaar voorafgaand aan het project al aan het communiceren geslagen. Wat u vorige week heeft gelezen in de krant wat op NOS is verschenen, op Een Vandaag is verschenen, enzovoorts, is eigenlijk de aftrap van, dit komt eraan, hou hier rekening mee. Natuurlijk zijn wij aan de voorkant als gemeentes hier wel bij betrokken, want het zijn voor een groot deel, niet allen natuurlijk, weggebruikers die in Papendrecht, Dordrecht wonen, of in de regio, die voor hun woonwerkverkeer, voor schoolverkeer, enzovoorts, afhankelijk zijn van deze verbinding. Een van de vragen van het CDA is, wat is de mening van het college over deze afsluiting? Wij zijn blij dat dit project kan worden opgepakt. Want natuurlijk, een brug die zo oud is, heeft echt groot onderhoud nodig. We zijn ook blij dat de middelen voldoende zijn om de effecten aan te kunnen.
Maar ik constateer met alle media die ik al gesproken heb, en met u allen ook, dat dit alleen maar kan met heel erg veel omliggende maatregelen. En dan nog ga je er allemaal iets van merken. Dat kan niet anders. Wat is er dan allemaal in ieder geval al gecommuniceerd en wat is er aan maatregelen denkbaar? Mevrouw Koene wees er al op, er zijn in de media een paar dingen goed gequoot. Niet iedereen die in zijn eentje in een auto zit, hoeft dat te doen. Natuurlijk, een aantal mensen wel. Probeer samen te reizen. Probeer misschien vaker thuis te werken. Probeer eerder of later van huis te gaan. Dat zijn standaard tips. Daarnaast, natuurlijk heel veel inzet is mogelijk op extra ov. Er komen extra ov-lijnen naar treinstations. MerwedeLingelijn ligt natuurlijk mooi langs de A15. Er komen pontjes tussen de oeververbindingen DordrechtPapendrecht. Waarschijnlijk ook bij de brug naar Sliedrecht, omdat daar natuurlijk een brug ligt waar nu veel gefietst wordt, die nodig is voor nood- en hulpdiensten. En er komen allerlei andere maatregelen ook om het verkeer goed te geleiden. Of dat voldoende is, kan ik nog niet helemaal overzien. Het pakket wordt nog ontwikkeld. Want een andere vraag is, zijn we hier aan de voorkant bij betrokken? Ons is meegedeeld, natuurlijk al een aantal jaren lang, deze projecten komen er allemaal aan. En dan is er een tijdslot voor de Papendrechtsebrug.
Een jaar van tevoren is op tijd communiceren. Is ook op tijd om te zeggen, hier denken we aan. Dat pakket wat er dan gaat komen, dat wordt natuurlijk nog uitontwikkeld. Even kijken. Zijn we voldoende betrokken? Ja, we zijn voldoende betrokken. Natuurlijk is de provincie betrokken. Natuurlijk zijn alle omliggende gemeentes betrokken. Er is ook al overleg geweest met het ziekenhuis. En er zijn natuurlijk nog een aantal andere partijen, daar wordt ook het overleg mee gevoerd. Wat kunnen we dan nog meer doen om te informeren? Dit is een eerste week geweest, waarin best veel aandacht is geweest voor dit project. De komende tijd wordt verder ontwikkeld het pakket, de aanpak en ook hoe we gaan communiceren met allerlei groepen inwoners en bedrijven. Want bedenk goed, natuurlijk zijn we allemaal gebaat bij een goede autoverbinding, maar je kan soms ook fietsen, je kan soms ook met het ov. Nood- en hulpdiensten kunnen niet met het ov. En die moeten er ook overheen en omheen kunnen. Iemand die een bedrijf heeft met een 40 tonsvrachtwagen kan ook niet met het ov. De weg ligt er echt nog wel goed bij, maar het wordt omrijden en meer tijd nemen. Dat zijn effecten die we allemaal gaan zien. Nog een aantal specifieke vragen. Hoe beoordeelt u de bereikbaarheid van Dordt voor het
4
langzame verkeer? Dat pakket is ook nog in ontwikkeling. In ieder geval komen er pontjes tussen de oevers. Er wordt ook gevraagd, is dat gratis of gaat dat geld kosten? Wordt nog ontwikkeld. U weet misschien nog, een paar jaar geleden werd het fietspad vervangen langs de Papendrechtsebrug. Toen is er ook een pontverbinding geweest. Die was gratis. Ik denk dat we in samenspraak met Waterstaat een goed pakket kunnen maken. Alternatieve plannen, zijn die overwogen? Natuurlijk is in het begin ook overwogen, Rijkswaterstaat zou ook de hele brug af kunnen sluiten en tegen het scheepvaartverkeer zeggen, de komende maanden moet je hier niet wezen. Maar dat is voor die maritieme industrie, die langs de rivier ligt, verder landinwaarts, echt wel een probleem. Dat kunnen en willen we maatschappelijk niet maken. Even kijken. Tot nu toe is dit wat er geïnformeerd is, maar natuurlijk gaan we onze inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden ook meenemen in de communicatie. Daar hebben we nog een jaar voor. We hebben in onze ervaringen met de Wantijbrug en N3 ook wel gemerkt dat te vroeg communiceren eigenlijk niet helpt, maar heel vaak communiceren wel. En natuurlijk heb je dan ook nog steeds mensen die op de dag zelf of een week van tevoren denken, wacht, het lijkt wel alsof er iets aan de hand is. En dat kun je niet voorkomen. Dat gaat altijd gebeuren.
Waar ik wel blij mee ben, is dat het tijdslot voor dit project … De wegoverlast begint eigenlijk bij de start van de grote vakantie, volgende zomer. Dan is het natuurlijk iets rustiger op de weg. Dan kunnen we ook een beetje wennen aan een nieuwe situatie. En de ervaring leert ook dat je na 2, 3 weken in een groot onderhoudsslot went aan anders reizen, eerder, later van huis, toch een andere modaliteit kiezen, enzovoorts. Is dat voldoende? Waterstaat voorspelt dat buiten de spits de overlast tot, laten we zeggen, 30 minuten beperkt kan blijven. Maar in de spits zal het op kunnen lopen tot een uur. Is altijd moeilijk. Voorspellen is lastig. Zeker als je ook je gaat gedragen aan de hand van opties die hier zijn. Maar dit is een heel erg serieus project. Ik kijk even door de vragen heen of ik nu alles bij langs ben geweest. Er worden nog een aantal specifieke dingen gevraagd rond mantelzorgers natuurlijk en ook andere groepen. Daar wordt nog specifieker naar gekeken. En daar gaan we natuurlijk ook nog specifieker over communiceren. Uiteindelijk is dit een Waterstaat project. Waterstaat heeft een verantwoordelijkheid voor het wegbeheer. En ook voor al deze kunstwerken, zoals dat heet. Pakken ze goed op. Maar zonder overlast en hele goede samenwerking met alle gemeentes waar onze inwoners en bedrijven zitten, gaat het niet. Dank u wel, tot zover. De voorzitter: Dank u wel.
Ik ga de vragenstellers nog even langs. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Kijk, ik begrijp echt wel dat het nog niet concreet uitgewerkt kan worden helemaal. Ik zou toch de wethouder willen vragen of hij ook nog iets kan betekenen voor die Baanhoekbrug, die dan helemaal wordt afgesloten, voor de hulpdiensten. En natuurlijk moeten de hulpdiensten ergens doorheen kunnen. Alleen die rijden niet 24 uur per dag, 7 dagen per week in de rondte. Dat gebeurt sporadisch. Of er een constructie te bedenken valt waardoor die brug wel vrij kan zijn? De voorzitter: Ik inventariseer nog even bij de andere vragenstellers. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik ben als Dordtse inwoner toch nog niet helemaal gerust. Toch nog even een vervolgvraagje. De wethouder refereert aan meer of intensievere inzet van het openbaar vervoer en een pontverbinding. Ik zit dan ook direct te denken aan de waterbus, bijvoorbeeld. Maar zijn die plannen al concreet? Want het
5
zijn ook zaken waarvan we normaal gesproken zeggen, daar hebben we als raad niet zoveel over te zeggen, over hoe het ov wordt ingezet in de stad. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger nog. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Dank aan de wethouder over alle onderliggende en onderbouwende stukken, dat we nu begrijpen wat er aan de hand is. En natuurlijk zullen er mensen balen en op het laatste moment nog zeggen, wat is er aan de hand? Dat klopt. Maar we hebben nu een behoorlijke tijd om voor te bereiden. En we hebben het ook gehad over eigenlijk alle infrastructurele projecten die op dit moment gaande zijn. Er is al een probleem in deze stad, op dit moment. Als wij elk weekend kijken, trouwens doordeweeks ook, de files op de Spuiboulevard, het is drama. Als dat allemaal opeenvolgend is, dan heb je in een stad gewoon een heel groot probleem. En mensen raken het zat, zeker als er niet genoeg alternatieven zijn. En misschien nog een alternatief voor het rivierverkeer. Die zouden ook kunnen omvaren via de Lek of de Waal. Dan is het niet alleen dat het bootverkeer voorrang heeft op de plek van de brug. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ayverdi nog een vervolgvraag, of was het voldoende duidelijk? De heer Ayverdi: Ik had een vraag inderdaad, maar daar was al een beetje op gereflecteerd, over de verbinding tussen Papendrecht en Dordrecht.
Ik was benieuwd wat de kosten waren inderdaad. Maar ook het stukje communicatie, ik heb dat niet gehoord, geloof ik. De communicatie van het college richting de burgers. Is het correct dat ik daarover niks heb gehoord? De voorzitter: Daar kan de wethouder misschien nog een zin aan wijden. Kunt u nog wat met de vragen? De heer Van der Linden: Jazeker. Dank. Dit zijn 4 hele concrete vragen. Baanhoekbrug, het klopt natuurlijk, er gaat niet permanent nood- en hulpverkeer overheen. Kijk, je weet nooit wanneer zich een noodgeval voordoet wat spoed vereist. Je weet wel dat over die brug heen fietsen voor sommige mensen echt wat langer duurt dan je wenselijk vindt. Zoals we er nu naar kijken, op basis van de informatie van Waterstaat, is het echt van belang om die brug beschikbaar te hebben permanent voor politie, brandweer ambulances, maar ook bijvoorbeeld voor kraamzorg en allerlei andere nood- en hulpverkeer. Daar wordt nog wel naar gekeken. Dat weet ik wel. Maar je wil natuurlijk geen risico lopen op het moment dat er tegenwind is en regen en mist en iemand fietst nog per ongeluk over die brug heen en er komt met een noodgang een ambulance aan. Dat wil je ook niet. In dit geval is natuurlijk wel veiligheid voor alles. Maar het punt is helder.
Heb ik natuurlijk ook al meer berichten over gehad van, kan dat niet anders? Die vraag gaan we vast nog vaker krijgen, kan dit of dat of dat niet anders? Uiteindelijk is Waterstaat hier richtinggevend, binnen de beperkingen van de capaciteiten van alle wegen en kunstwerken, en ook binnen wat je kan regelen voor dat budget. Best veel geld, maar er moet echt veel geregeld worden. Maar de vraag is helder. Die komt nog wel aan de orde. Ov. Het is inderdaad waar, dat zegt u ook al, wij gaan niet letterlijk over ov-concessies. Dit zijn natuurlijk ov-behoeftes die voortvloeien uit werkzaamheden. En dat zullen geen reguliere ov-verbindingen alleen zijn, maar ook
6
verbindingen die extra of langer doorrijden of specifiek naar bijvoorbeeld stationslocaties gaan. Waterbus is genoemd. Driehoeksveer is natuurlijk ook heel belangrijk. We kijken wel samen met Waterstaat of er een goed afgewogen pakket kan komen. En bij Een Vandaag de eerste vraag was, maakt u zich zorgen? Die vraag was aan mij. En ik weet dat ik heel graag lange zinnen maak, maar mijn korte antwoord was, jazeker. Dit is echt gewoon een enorm project. Ik ben blij dat het gebeurt, want anders dan loop je andere risico's. Maar dit project kan niet zonder overlast. Dat kan niet. Vraag van GroenLinks. Scheepsverkeer kan inderdaad wel omvaren, maar bijvoorbeeld bij de Moerdijkbruggen geldt ook een doorvaarthoogte van ik meen 12,90 meter. Die bruggen kunnen niet open. Voor een deel van het scheepvaartverkeer, en vooral natuurlijk de grote zeeschepen die elders worden onderhouden of in elkaar gesleuteld, heb je deze brugverbinding nodig, deze verbinding nodig. En communicatie heb ik wel een keer of 5 benoemd. Eigenlijk het moment van vorige week persconferentie met veel draaiende camera's en schrijfblokken waar dingen op werden geschreven, was de start van Waterstaat. Dat is goed gelukt. Naarmate we meer concreet kunnen worden over wat voor pakket er precies kan worden geleverd, kunnen we ook wat gerichter communiceren, bijvoorbeeld voor de inwoners en bedrijven in onze stad.
Regie ligt bij Waterstaat. Maar natuurlijk letten wij specifiek op, wat doet dit met onze inwoners? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het volgende onderwerp. En een heel ander onderwerp. En dat zijn de Small Modular Reactors, SMRs. En dat zegt misschien niet iedereen heel veel, maar dat kan mevrouw Boom misschien wel toelichten wanneer ze de vraag stelt. Gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. De provincie Zuid-Holland heeft rond 20 mei een brief gestuurd aan alle Zuid-Hollandse gemeentes, met het verzoek om mee te werken aan een onderzoek om kennis op te bouwen over Small Modular Reactors, SMRs. Dat kunnen hele kleine kerncentrales zijn. Kunnen ook wat grotere kerncentrales zijn. Ik weet niet of dat dat wel voldoende informatie geeft. Dat onderzoek levert inzicht op, op wat wel en niet mogelijk is en wat de fysieke veiligheid en andere randvoorwaarden zijn om een SMR te kunnen overwegen. Wetende dat de gemeente Dordrecht ook onderzoek doet naar mogelijkheden voor windmolens, omdat er niet altijd zon is en we een continue levering nodig hebben van hernieuwbare energie. Daarom vragen wij ons het volgende af. Wat zijn de afwegingen van het college om wel of niet mee te doen aan het onderzoek? Welke voordelen kan een SMR hebben voor de stad Dordrecht en haar inwoners? En deze nieuwe ontwikkeling is niet in het huidige meerjarenbeleid opgenomen.
Hoe kijkt het college daartegenaan? De voorzitter: Dank u wel. Voor een reactie naar mevrouw De Jonge, denk ik. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Dat klopt inderdaad. Het klopt inderdaad dat de provincie Zuid-Holland heeft in haar Provinciale Staten een motie aangenomen die het bestuur van de provincie Zuid-Holland opdraagt om in kaart te gaan brengen waar kerncentrales een plekje zouden kunnen krijgen. Het bestuur heeft daarop brieven verstuurd naar alle Zuid-Hollandse gemeenten, om te kijken inderdaad of er mogelijkheden zijn voor een onderzoek. Die hebben wij in Dordrecht ontvangen, maar die hebben we ook in onze Drechtsteden ontvangen. En zoals u weet, trekken we qua energiebeleid regionaal op waar dat kan en lokaal waar het anders moet. We hebben dit
7
ook op regionaal niveau met elkaar besproken van, wat willen we nu? Want als we naar ons beleid kijken, het zit er nu niet in. Dat heeft ook toen diverse redenen gehad. Allereerst al de tijdhorizon, en nog weinig over bekend. Maar we hebben natuurlijk ook altijd gezegd, we staan open voor innovaties, voor andere nieuwe technische ontwikkelingen om te kijken hoe je voor de nog langere termijn naar duurzame energie moet gaan kijken. Tegelijkertijd constateerden wij in dat bestuurlijk overleg in de regio dat we eigenlijk heel veel vragen hadden die niet beantwoord werden in die brief, en ook niet in de informatie die we kregen van de provincie naar aanleiding van het debat dat zij hadden gehad. Uit Dordrecht heb ik ook ingebracht, hoe moet ik dat zien in zo’n dichtbevolkt, stedelijk gebied? Welke vraag wordt er eigenlijk aan mij gesteld? Daar kwam geen antwoord op. Grote, kleine, weten we niet. We kregen allerlei vragen waardoor we zeiden, wat vraagt de provincie nu eigenlijk? En dat heeft ertoe geleid dat we zeiden, we moeten gewoon eerst een gesprek gaan hebben met de provincie. Dat lijkt ons veel verstandiger om met hen te spreken van, wat is precies de opdracht die jullie hebben, die je gaat uitvoeren? En wat wil je eigenlijk allemaal gaan ophalen uit het onderzoek? Want daar ben ik gewoon heel eerlijk in, het gaat ook ons ambtelijke capaciteit vragen.
Het was niet alleen maar de vraag, mogen wij in uw gebied iets gaan onderzoeken? We moesten ook gelijk ambtelijke capaciteit erbij leveren. En dan word ik in ieder geval altijd kritisch, want waar mijn uren dan niet naartoe kunnen, moet ik ook afwegen. Ik zeg even uit mijn hoofd, over twee weken hebben we weer een bestuurlijk overleg over de Regionale Energiestrategie, waar ook de provincie bij aansluit. Daar hebben we het op de agenda gezet, dat we met hen echt goed het gesprek willen gaan hebben, de informatie moeten krijgen om inderdaad ook als regio te kunnen reageren op deze brief. We zitten nog in het proces. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk, een helder antwoord. Voldoende? Hartstikke goed. Dan hebben we toch alle vragen binnen de tijd beantwoord gezien. En dan wens ik u een goede vergaderavond. 3. Bestemmingsplan Maasterras fase 1 – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD)
8
Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stam (Fractie Stam) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van de Worp, dhr. Van de Rijt De voorzitter: Goedenavond, volgens mij is het 19:30 uur geweest. Ik stel voor dat we gaan beginnen. Ik heet voor deze beeldvormende commissie over het bestemmingsplan Maasterras fase 1. Het is een technische sessie. Ik benadruk het maar even. Ik heet hartelijk welkom de raads- en commissieleden en wethouder Burggraaf, namens het college, de heer Van de Worp en de heer Van de Rijt, namens de ambtelijke ondersteuning, verder de gasten op de publieke tribune, ik zie mensen van de pers. En uiteraard ook welkom de mensen die thuis met ons meekijken en luisteren. Zoals gewoonlijk beginnen we even met een voorstelrondje voor de notulen, voor het verslag. En ik ga linksom. Wethouder Burggraaf, aan u de eer om zich als eerste voor te stellen. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. De heer Van de Worp: Ronald van de Worp, Maasterras. De heer Van de Rijt: Dirk van de Rijt, planjurist. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt.
Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt.
9
De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Stam: Marco Stam, Fractie Stam. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Struijk: En mijn naam is Leen Struijk. En ik ben uw voorzitter vanavond. En rechts van mij in de verte zit ook nog de heer Gündogdu, van Op Ons Eiland. Hij zwaait nu vriendelijk. Dan weet u ook wie dat is, mocht u hem nog niet kennen. Toelichting op deze vergadering. In de afgelopen maanden, hij staat aan, hebben we al een aantal voorbereidende sessies gehad, technische sessies, over de inhoud van het bestemmingsplan. Vorige week is eindelijk het raadsvoorstel, met het gewijzigde bestemmingsplan, aan de raad aangeboden. Eerder heeft de Agendacommissie al besloten op de Dordtse Dinsdagen van 3, 10 en 24 juni tijd te reserveren voor de behandeling hiervan. En mocht iemand zich afvragen waarom 17 juni er niet bij zit, dan is het VNG-congres. Dus hebben we geen Dordtse Dinsdag. Weet u dat ook weer. Volgende week komen de insprekers aan bod. De indieners van zienswijzen zijn hiervoor door de griffie uitgenodigd. Vanavond krijgt u als eerste een technische toelichting op het raadsvoorstel, en hoe deze zich verhoudt tot het ontwerpbestemmingsplan van eind 2023. Dan kunt u daarna de eerste technische vragen erover stellen.
Daarna zal wethouder Burggraaf, en ik ben me ervan bewust dat het een beetje ongebruikelijk is, maar goed, soms moet dat kunnen, een bestuurlijke duiding geven bij het raadsvoorstel. In de afgelopen maanden zat vooral de projectorganisatie hier aan tafel. Nu het raadsvoorstel er ligt, is het goed als er ook vanuit het college een toelichting wordt gegeven op de stukken, zoals die er liggen. Uiteraard is er daarna ook gelegenheid de wethouder hierover vragen te stellen. Mogelijk hebben die vragen dan een politiek tintje, maar dat moet dan wel echt alleen een tintje zijn. En het moeten vooral vragen zijn die een toegevoegde waarde hebben voor de beeldvorming, want het is tenslotte een beeldvormende sessie, over het raadsvoorstel. Het echte politieke debat bewaren we voor 24 juni. Dan moeten we tenslotte ook nog wat te doen hebben. En de besluitvorming uiteindelijk voor de raad van 2 juli. Vanavond eigenlijk twee sessies. En we gaan beginnen met de eerste echt technische sessie. Er komt een presentatie zo meteen. En deze presentatie wordt in zijn geheel gegeven. En aan het eind van de presentatie ga ik gelegenheid geven tot vragen stellen. Ik vermoed dat iedereen zo ongeveer wel vragen zal hebben. En om het een beetje in de hand te houden, ga ik dan als volgt werk. Eén vraag per fractie. Ieder fractielid wat aan tafel zit mag vragen stellen, maar één per fractie.
Dan moet je zelf maar even uitmaken wie. Als het rondje geweest is en er is nog tijd over doe ik gewoon een tweede rondje. Dan mag je je tweede vraag stellen. Maar zorg vooral dat je je belangrijkste vraag paraat hebt. En als er zoveel vragen zijn dat die niet allemaal vanavond aan de orde komen, dan kunt u ze nog schriftelijk indienen. En dat kan tot uiterlijk woensdag 11 juni om twaalf uur bij de griffie. Ik hoop dat het duidelijk is. En sommige dingen zal ik straks, na de presentatie, nog herhalen. Maar de presentatie wordt in zijn geheel eerst gegeven. En u heeft hem thuis alvast een beetje kunnen
10
bekijken natuurlijk. Ik denk dat de heer Van de Rijt het gaat doen. Ga ik u het woord geven. De heer Van de Rijt: Dank u wel, voorzitter. Zoals gezegd, Dirk van de Rijt. Ik ben planjurist bij de gemeente Dordrecht. Ook bezig geweest met het bestemmingsplan. Daar wil ik ook een korte toelichting op geven, want het zit best complex in elkaar. Ik wil even stap voor stap meenemen in de stukken, zoals die voorliggen. En dan gaat het om het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Maasterras fase 1. Ik hoop u door alle stukken te nemen en ook aan te geven hoe u eventueel wijzigingen zou kunnen aanbrengen met amendementen, als dat gewenst zou zijn. Ik wil eigenlijk beginne bij het begin. Het ontwerpraadsbesluit, zoals dat ook aan u hier voorgelegd is. En daar staat een beslispunt. En daar draait het eigenlijk in de kern om. En dat is het beslispunt, het ontwerpbestemmingsplan, wat in december ‘23 ter inzage is gelegd, omdat gewijzigd vast te stellen, zoals aangegeven in de Staat van wijzigingen, zoals opgenomen als deel D in de Nota zienswijzen. Dat is een hele ingewikkelde zin, maar dat is wel een gebruikelijke aanpak die we bij bestemmingsplannen volgen. Dat is niet alleen in Dordrecht zo, maar dat is ook in andere gemeenten zo. Dat dat gebruikelijk is, wil ik ook even laten zien aan de hand van de volgende dia.
Dit is het plan wat in november door de raad is vastgesteld, de veertiende herziening Dubbeldam, locatie Noordendijk De Hoop. En dat was het bestemmingsplan wat voorzag in woningbouw. En daar was ook het besluit eigenlijk vergelijkbaar aan Maasterras, in te stemmen met de wijziging in de regels en verbeelding conform de Staat van wijzigingen. Die Staat van wijzigingen staat eigenlijk centraal in het voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. De stukken, zoals u nu aangeleverd heeft gekregen en zoals die ook voor het publiek te raadplegen zijn, genummerd 1 tot en met 7, wil ik even met u doorlopen, om zo duidelijk te maken hoe dit bestemmingsplan in elkaar zit en hoe de besluitvorming gaat lopen. Ik begin bij het ontwerpbestemmingsplan. Zoals gezegd, op 12 december ‘23 vastgesteld door het college, met de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen. Al die stukken zijn eerder als RIB aan u beschikbaar gesteld. En zoals in het raadsvoorstel aangegeven, eigenlijk kunt u deze stukken beter bekijken op Regels op de kaart. Dat is het digitale platform waar bestemmingsplannen gepubliceerd worden. Want dat is wettelijk ook het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is digitaal en niet op papier als beste te raadplegen. Wel hebben we als bijlage 1 de regels en toelichting opgenomen, zoals die als ontwerp ter inzage zijn gelegd.
U kunt wel zien in hoofdlijnen wat het belangrijkste deel van het bestemmingsplan was. Maar alle bijlagen, dat waren er meer dan 30, die hebben we niet nog een keer opgenomen, omdat het al zoveel bijlagen waren. Op dit ontwerp zijn uiteindelijk 45 zienswijzen binnengekomen. En dan komen we ook bij het tweede stuk wat aan de raadsstukken is toegevoegd. En dat is de Nota zienswijzen. Die Nota zienswijzen, daar is het college per zienswijze, voor alle 45 zienswijzen, nagegaan of er aanleiding is om die zienswijze te beantwoorden, zodat er een gewijzigde vaststelling door de raad moet plaatsvinden. Er is steeds per zienswijze nagegaan, moet er in die Staat van wijzigingen een regel opgenomen worden die aanleiding geeft het bestemmingsplan aan te passen? Die Nota zienswijzen is in 4 delen opgebouwd, thematisch. Dat zijn onderwerpen die heel vaak voorkomen. Bijvoorbeeld de brugweg, moet er wel of geen autoverkeer op? Of de stamlijn. En vervolgens deel B per zienswijze. Daarnaast, omdat het allemaal wat lang geduurd heeft en er best veel wijzigingen zijn
11
geweest, is er ook nog een inspraakavond, een informatieavond geweest op 3 april ’25. Daar zijn ook een aantal reacties binnengekomen. Die zijn ook samengevat en van beantwoording voorzien. En die kunt u ook betrekken bij de besluitvorming. Dat alles is voor het college aanleiding geweest om een aantal wijzigingen aan de raad voor te stellen. Dat is opgenomen in de Staat van wijzigingen, die vervolgens weer bestaat uit een tabel met alle wijzigingen en een aantal bijlagen die dat verduidelijken. Ik loop daar zo nog even met u doorheen. Die Staat van wijzigingen is ook juridisch van belang, omdat dat ook bepaalt wat de beroepsmogelijkheden straks bij de Raad van State zijn. Het moet exact duidelijk zijn wat er gewijzigd is en hoe daar in beroep tegenin gekomen kan worden. Zo’n Staat van wijzigingen, ik ga ook weer even naar De Hoop, dat bestemmingsplan in Dubbeldam. Ook daar is zo'n Staat van wijzigingen op vergelijkbare manier opgesteld. Aangegeven is waar in de regels aanpassingen moeten plaatsvinden. En als dat op de verbeelding, op de plankaart is, is dat aangegeven met, hoe was het en hoe wordt het? Hoe is dat voor Maasterras geregeld? Want het Maasterras zit natuurlijk wat complexer in elkaar als dat bestemmingsplan voor De Hoop. Maar in principe is daar dezelfde methodiek gevolgd.
In die Staat van wijzigingen, die tweede bijlage, is een tabel opgenomen waar per artikel is aangegeven wat de wijzigingen zijn die de raad wil doorvoeren ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wat in december ‘23 ter inzage is gelegd. Dat ziet u in die tabel met die blauwe kop, daar is per artikel, bijvoorbeeld voor de stamlijn, aangegeven in artikel 6.1, is toegevoegd een aanduiding specifieke vorm van railverkeer, zeehavenspoorlijn. Dat is naar aanleiding van onder andere de havenbedrijven en ProRail gedaan. En vervolgens hebben we ook in de bijlage bij de Staat van wijzigingen, de bijlage 2.2, opgenomen de regels, zoals die in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen, met daarin geel gearceerd wat de wijzigingen zijn als de Staat van wijzigingen helemaal verwerkt wordt en door de raad wordt vastgesteld. Op die manier kunt u eigenlijk precies zien, wat zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan integraal alle wijzigingen op een rijtje? Dat geeft dan het overzicht naar de vaststelling toe. Dat hebben we zo ook voor de planverbeelding gedaan. De planverbeelding zit natuurlijk iets anders in elkaar. Daar kun je niet met een document werken. Daar hebben we dat, als dat niet meteen uit de tabel duidelijk werd, net zoals bij De Hoop met uitsneden uit de planverbeelding gedaan. In dit geval weer die zienswijze van ProRail, die graag het Emplacement wil behouden.
Het bovenste kaartje laat zien, daar was nog een deel bestemd als groen park. Kijkt u in het kaartje daaronder, dan ziet u een hele grijze vlek net tegen het spoor aan. En dat heeft weer de bestemming verkeer - railverkeer gekregen. En daarmee heeft het Emplacement weer zijn bestemming gekregen, zoals die had. Op die manier zijn alle wijzigingen in de kaart, in die tabel aangegeven en zo nodig terug te lezen in die kaartfragmenten. Nog even naar de plantoelichting. De plantoelichting is weer een ander verhaal, want die maakt eigenlijk formeel juridisch geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar is meer onderdeel van de motivering van het besluit tot vaststelling. En de motivering om tot vaststelling te komen, bestaat eigenlijk uit een aantal onderdelen. Dat is de toelichting uit het ontwerpbestemmingsplan, met alle bijlagen, meer dan 30, aangevuld met het raadsvoorstel, de Nota zienswijzen, de aanvullende onderzoeken en de Staat van wijzigingen ten aanzien van de toelichting. Op zich hadden we ook een toelichting kunnen maken met was-wordt. Maar dat was dan weer een extra stuk erbij geworden, zonder dat dat extra informatie geeft. Wat je dan eigenlijk doet, is alle stukken uit het
12
raadsvoorstel weer in de toelichting opnemen. Dat hadden we kunnen doen. Hebben we niet gedaan, omdat er al zoveel stukken bij zaten. Dan wil ik nog even naar de amendementen. Want hoe loopt dat, zo'n amendement? Pak ik weer even het voorbeeld van De Hoop. Daar was een amendement van de Partij voor de Dieren. In dat bestemmingsplan willen zij dat er wat strikter getoetst werd op beeldkwaliteit. Het amendement wat door de Partij voor de Dieren ingediend is, vraagt om een expliciete toetsing van bouwplannen aan het beeldkwaliteitsplan. Daar is dit amendement voor opgesteld. Dat is vervolgens aangenomen. En dan volgt, nadat het bestemmingsplan door de raad is vastgesteld, met het amendement een nieuw raadsbesluit. Waar dan ten opzichte van het vorige raadsbesluit een stukje aan toegevoegd wordt, namelijk dat amendement. En op die manier ontstaat ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan een nieuw vastgesteld bestemmingsplan, met de verwerkte Staat van wijzigingen en de amendementen die daarin verwerkt zijn. Tot slot nog even een korte toelichting op de andere stukken die bij het raadsvoorstel zitten. Opgenomen is de bijlage stedenbouwkundige randvoorwaarden. Die bijlage vervangt het Masterplan wat bij het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen.
Dat Masterplan voorzag nog in een brugweg die af zou buigen of autovrij zou zijn en zou stoppen bij het voormalige Emplacement, en over zou gaan in het park. Doordat die brugweg nu behouden blijft met autoverkeer, was het ook noodzaak om die stedenbouwkundige randvoorwaarden aan te passen. Daar is een nieuw document voor opgesteld, wat in plaats komt van dat Masterplan. En dat is ook in de regels in de Staat van wijzigingen op die manier verwerkt. Doordat die brugweg met name door dat gebied komt te lopen, waren een aantal extra onderzoeken nodig. De Omgevingseffectrapportage is op een aantal onderdelen onderzocht. Wat betekent die nieuwe verkeersontsluiting? Geluidsonderzoek is opnieuw gedaan, met name omdat er meer verkeer dicht tegen woningen aankomt. Verkeersonderzoek is gedaan. En er is onderzoek gedaan op verzoek van ProRail naar trillingen. Ook is nog aangepast de Parkeervisie. Die was nog gebaseerd op wat minder woningen. Nog eens even gekeken, hoe ziet dat eruit als we nu wat minder woningen gaan bouwen dan in het ontwerpbestemmingsplan van 2.200, met een doorkijk naar 3.000, naar maximaal 2.200? En wat andere verkeersmaatregelen, kan dat volgens onze Parkeernota nog uit met de parkeernorm die we bedacht hebben? Dat is in de Parkeervisie allemaal verantwoord, dat het bestemmingsplan op dat onderdeel ook uitvoerbaar is.
Tot slot zijn er nog een aantal financiële stukken, waaronder de GREX, opgenomen, die eerder aan u is toegelicht. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, mag ik nog even een verduidelijkende vraag stellen? De heer Van de Rijt: Ik kom bij mijn laatste dia. De voorzitter: Kunt u hem heel even ophouden? De heer Van de Rijt: Het kan. Mag hoor. Maakt niet uit. De voorzitter: Even heel kort dan. Uitzondering, vooruit. Mevrouw Van Herwijnen: Ik wilde even vragen wat de juridische status is van de stedenbouwkundige randvoorwaarden?
13
De heer Van de Rijt: Die stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan. En daarmee werken ze ook juridisch door in het bestemmingsplan, voor zover dat in het bestemmingsplan aangegeven is. De voorzitter: Vervolgvraag. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, precies, juist vanwege het laatste. Want ik zag namelijk in de regels een aantal verwijzingen naar de stedenbouwkundige randvoorwaarden. De heer Van de Rijt: Klopt. Mevrouw Van Herwijnen: Maar als er geen verwijzing staat naar een onderdeel van die randvoorwaarden, hoe juridisch moet ik ze dan zien? De heer Van de Rijt: Dan kunnen ze niet getoetst worden bij de aanvraag omgevingsvergunningen voor dat onderdeel. De voorzitter: Dank. Gaat u verder. De heer Van de Rijt: Kom ik even bij de laatste, afsluitende dia. In de rechterkolom nog even op een rij gezet. We zijn gestart met een ontwerpbestemmingsplan. Daar zijn zienswijzen op binnengekomen, is een raadsvoorstel opgesteld, zijn overwegingen van het college aan de raad meegegeven. Dat heeft geleid tot de Staat van wijzigingen. Daar kan de raad haar eigen wijzigingen in amendementen naast zetten. Dat als totaal wordt samengebracht, nadat de raad het besluit heeft genomen in een nieuw vastgesteld bestemmingsplan. Op dat moment ontstaat het nieuwe bestemmingsplan, wat dan bekendgemaakt wordt en waar beroep tegen mogelijk is.
Hopelijk is hier iets meer duidelijkheid mee verschaft. En dank u wel. De voorzitter: Daar gaan we achter komen. Dank u wel in ieder geval voor deze voor mij best wel redelijk heldere presentatie. Ik begin wel door te krijgen hoe het raadsvoorstel wat voorligt zich verhoudt tot het ontwerpbestemmingsplan uit 2023. Maar dat betekent niet dat er geen vragen zijn natuurlijk. Eerlijk gezegd ga ik ervan uit dat iedereen vragen heeft. Ik ga het mezelf makkelijk maken en ga gewoon linksom. Mijnheer Bootsman, Achtung, u mag namelijk als eerste, want ik denk dat u namens de GroenLinks-fractie de vraag wil stellen. U mag één hele goede vraag stellen. En dan ga ik daarna verder naar de heer Wringer. En dan kom ik vanzelf, mijnheer Gündogdu hou ik ook in de gaten, bij mevrouw Pichel uit. En dan kijken we of er nog een tweede rondje kan, en misschien wel een derde. Hangt van de lengte van uw vragen af. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Er is een aanzienlijk verschil natuurlijk tussen de oude variant van het ontwerp van wat we van Mecanoo hadden en de recent gepresenteerde nieuwe variant. En wij vroegen ons af of het juridisch toegestaan is om binnen hetzelfde ontwerpbestemmingsplan, wat er ligt, deze wijzigingen door te voeren, dan met een Staat van wijzigingen? Ook om ons gerust te stellen dat dit later geen gedoe geeft. Dank u wel.
De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt, u mag antwoord geven, denk ik.
14
De heer Van de Rijt: Klopt. Hele terechte vraag. Die hebben wij onszelf ook gesteld van, in hoeverre mag je nog wijzigingen aanbrengen in een plan wat al ter inzage heeft gelegen. We hebben er ook advies ingewonnen van onze advocaat bij Hekkelman Advocaten. Het criterium is dat er geen wezenlijk nieuw plan mag ontstaan door die wijzigingen. Daar hebben we een soort analyse op losgelaten. En er lijkt, als je kijkt naar alle wijzigingen, best veel veranderd. Maar als je iets hoger inzoomt en je kijkt vanuit het stedenbouwkundig plan, hoe was het en hoe wordt het, dan is er eigenlijk nog steeds eenzelfde stedenbouwkundige structuur te ontdekken. En ook heel belangrijk, je moet kijken naar de belangen die geraakt worden door de wijzigingen. De voorzitter: Dat was de reclame. De heer Van de Rijt: En dan blijkt eigenlijk dat veel van de wijzigingen komen voort uit de ingediende zienswijzen. Dus komen tegemoet aan de ingediende zienswijzen. En voor zover wij het zien, de wijzigingen die we voorstellen, raken niet echt belangen die anders in het ontwerpbestemmingsplan niet al eerder geraakt waren. De voorzitter: De heer Bootsman lijkt gerustgesteld. Mijnheer Wringer, heeft u een vraag? De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank voor de presentatie. Die was duidelijk en heel specifiek, heel juridisch, denk ik, afgetimmerd en hoe die geïnterpreteerd moet worden.
Is dat gedaan, omdat het college bang is voor procedurefouten en rechtszaken, tot aan de Hoge Raad? Dat vraag ik me af. De heer Van de Rijt: De directe aanleiding zijn eigenlijk vragen die bij de griffie binnengekomen waren, dat er vanuit de raad toch wat onduidelijkheid was van, hoe zit dat met die gewijzigde vaststelling en hoe gaat dat met amendementen? Dat was vooral de reden om hier wat dieper op in te gaan. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik had eigenlijk een vraag over het woongebied. En dan met name het woongebied gedeelte wat de aanduiding park heeft. En daar heb ik eigenlijk twee kleine vraagjes. De voorzitter: Twee kleintjes is één hele, zullen we maar voor deze … U vraagt het zo vriendelijk. Mevrouw Van Herwijnen: Ik zie dat de aanduiding park is opgenomen in de bouwaanduiding. Maar voor de rest zie ik niet bij de bouwmogelijkheden een bouwverbod voor het onderdeel park. Hoe wordt het niet bouwen in het park geregeld? Dat is de eerste. Moet ik de tweede gelijk eventjes ... En verder was ik benieuwd naar, en ik snap dat die vraag niet gelijk te beantwoorden is, maar wat het percentage park is ten opzichte van de woongebied bestemming? Eigenlijk dat eventjes kijkend naar het percentage groen wat in het bestemmingsplan is opgenomen. Dank u wel.
De heer Van de Rijt: Eerste vraag, hoe is geregeld dat er niet gebouwd kan worden in de ruimte die voor het park bedoeld is? Er is een aanduiding opgenomen voor het park, met
15
een minimale oppervlakte van dat park. En we hebben een regel opgenomen dat voor je mag bouwen je eerst in een stedenbouwkundig plan moet laten zien hoe je nu aan de eisen kan voldoen opgenomen in het bestemmingsplan. Dat betekent dat je wel moet laten zien dat dat park met die vierkante meters, ik geloof 17 duizend vierkante meter, dat die gerealiseerd moeten worden. Die regel is hard opgenomen. De voorzitter: Dat heeft u nog niet helemaal begrepen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik heb hem wel begrepen, maar waar kan ik die regel vinden? Want ik zag die niet in de regels van de woonbestemming. De heer Van de Rijt: Ik kan hem zo niet uit mijn hoofd … Ik kan hem even zo opzoeken. Zal ik dat doen? Dan kom ik daar zo op terug. De voorzitter: Komt later terug dan. Helemaal prima. Als u straks even rustig … Als de wethouder aan het woord is, dan zoekt u het even op. De heer Van de Rijt: Als ik even een momentje heb. En als het gaat om de percentages, in het bestemmingsplan zijn we uitgegaan van 40 procent groen. En dat percentage hebben we eigenlijk vastgehouden voor het hele plangebied. De exacte percentages hoe dat nu in elkaar zit, die weet ik inderdaad niet uit mijn hoofd. Die zijn er wel. Die zouden we ook beschikbaar kunnen stellen. Maar het is gelukt om die 40 procent eis in ieder geval in de proefverkaveling die nu gemaakt is ook vast te houden.
En die zit ook als eis in het bestemmingsplan nu opgenomen. Die hebben we behouden. Mevrouw Van Herwijnen: Maar wat ik eigenlijk namelijk een beetje zoekende ben, dat percentage is natuurlijk ook van toepassing op de parkaanduiding, want dat is natuurlijk ook groen. Ik ben eventjes benieuwd, wat hou je nog over voor je echt de bebouwde omgeving qua eis voor extra groen? Die verhouding ben ik een beetje zoekende naar. De voorzitter: Als u daar een kort antwoord op kan geven, want daarna ga ik verder. De heer Van de Rijt: Ik stel voor, er is een heel mooi tabelletje voor gemaakt, dat we dat beschikbaar stellen. En daar is precies uit af te leiden in welk deelgebied hoeveel groen beschikbaar is. De voorzitter: Prima. Als u dat straks opzoekt, dan geeft u dat door. Dan ga ik naar mijnheer Klerk, van het CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. De presentatie was duidelijk, dank u wel, hoe een en ander tot stand is gekomen. En mijn vraag zag hem vooral wat inhoudelijker, ik weet niet of dat ook mag, op het ontwerpbestemmingsplan zelf. De voorzitter: Als hij maar technisch is. De heer Klerk: Natuurlijk. U bent niet anders van mij gewend. Maar dat gaat hem over paragraaf 9.2.5. En daar gaat het over de woningmix. En ook in andere gevallen wordt over percentages gesproken. En dan vraag ik me af, is het gebruikelijk dat dat in een
16
bestemmingsplan nog niet dichtgetimmerd wordt? En waar zit dan die rek? Want er wordt nu vaak over minimale percentages gesproken. In hoeverre zit daar die rek? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt, is dat antwoord nu beschikbaar? De heer Van de Rijt: Zeker. Eigenlijk is het niet gebruikelijk om bestemmingsplanpercentages op te nemen van woningtypes, omdat dat eigenlijk juridisch niet relevant is. Dat kan alleen als de gemeente een Doelgroepenverordening heeft. Die Doelgroepenverordening is speciaal voor Maasterras opgesteld. En dat maakt het mogelijk om die percentages als een minimum op te nemen in het bestemmingsplan. En belangrijker nog, daarmee te borgen dat die woningen ook gedurende langere tijd in stand gehouden moeten worden. Als er sociaal gebouwd wordt, moet dat ook vijftien jaar sociaal blijven. Dat is eigenlijk de reden om deze percentages zo op te nemen. En we mogen alleen deze woningtypes regelen. We mogen niet verder gaan, omdat dan de ruimtelijke relevantie niet meer aanwezig is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Dank voor de uitleg. Ik had nogal wat vragen gesteld, hoe je dit raadsvoorstel moest lezen. Het is nu een stuk duidelijker geworden. Ik begrijp dat de eerste zin, ontwerp gewijzigd vaststellen, eigenlijk betekent dat we het bestemmingsplan vaststellen zoals onder 2.II en 2.III in de documenten is verwoord.
Mooi dat ik dat nu begrijp. Dan naar mijn vraag. Die toelichting is ter inzage gelegd. Die toelichting dient ter verheldering van het plan. Maar die gaan we niet vaststellen. Die heeft ook geen juridische werking, heb ik begrepen. Op een van mijn vragen die ik stelde, kreeg ik als antwoord dat er in de toelichting iets niet goed was verwerkt. Dat kan. En dat werd dan na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad op dat punt nog gewijzigd. Maar als die toelichting geen juridische werking heeft, waarom ga je dan na de vaststelling, wat ik op zich al heel vreemd vind, nog een toelichting wijzigen? Want dan hebben we die onderbouwing niet meer. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: De toelichting maakt juridisch geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel juridische betekenis, in de zin dat het mede de motivering bepaalt hoe de raad tot vaststelling van dit bestemmingsplan komt. Die toelichting is wel relevant. Die toelichting in het ontwerpbestemmingsplan is het eerste onderdeel van die motivering. Vervolgens hebben we daar dan het raadsvoorstel bij gestopt, alle onderzoeken en hebben in de Staat van wijzigingen aangegeven, op welke onderdelen wordt die toelichting aangepast? Dat totaal wordt na de vaststelling de nieuwe toelichting. Daar worden dan ook de amendementen in verwerkt. Daar komt op zich geen nieuwe tekst in.
Dat is dan het bestemmingsplan met de teksten, zoals die bij de vaststelling behoren. We verzamelen eigenlijk alles dan in het vastgestelde bestemmingsplan. En als u ontdekt van, daar zit nu een fout in, u kunt via een motie of amendement afdwingen dat dat dan hersteld wordt. Dan zullen we dat op die manier opnemen in de toelichting. De voorzitter: Daar hoort nog een vraagje bij, denk ik.
17
De heer ‘t Lam: Ja. Want ik heb niet ontdekt dat er een fout was, maar dat werd erkend in de beantwoording van mijn vragen. Ik stelde een vraag, en toen concludeerde u dat er iets niet goed in die toelichting stond. Dat kan allemaal. Dat is veel werk. Dat snap ik ook wel dat dat een keer kan gebeuren. Maar vervolgens was het antwoord, na de vaststelling van het raadsbesluit gaan wij alsnog die toelichting wijzigen. Dan ga je eigenlijk iets wat niet in de wijzigingen staat, wat toevallig ontdekt is, achteraf nog wijzigen. Zou dat niet op een andere manier verwerkt moeten worden? Dat iedereen weet welke wijziging er, los van wat er in die bijlage D staat, alsnog wordt toegevoegd. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: We gaan de toelichting juridisch niet wijzigen, maar we stellen hem eigenlijk samen op basis van de informatie die bij de raadsbehandeling is ingekomen. Het is eigenlijk een verzameling van alle informatie die er al ligt. Formeel vindt er geen wijziging van de toelichting plaats. Ik maak al 25 jaar bestemmingsplannen. En op die manier dat gebeurt vaak, ook heel de raadsbehandeling en alles wat daarin gebeurd is, hoe met de zienswijzen omgegaan is, hoe de raadsbehandeling … Wordt dan meegenomen in die toelichting. De voorzitter: Daar moet u het maar even mee doen, mijnheer ’t Lam. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel.
Dank voor de toelichting. En helder hoe het voorliggende stuk tot stand is gekomen. En vooral op de laatste plaats hoe nauwgezet ook het vaststellen daarvan volgt, ook in relatie tot eventuele toekomstige procedures, ook in relatie tot de vraag van de heer Bootsman. De vraag die ik heb, want hier staan de Staat van wijzigingen in amendementen naast elkaar. Er werd al iets aangegeven over die Staat van wijzigingen en hoe nauwgezet dat is, en hoe gevoelig dat is ook bij eventuele vervolgprocedures, dat dat volgens de letter van de wet allemaal precies klopt. Klopt het dat voor amendementen wijzigingen die de raad aanbrengt, dat evenzogoed zo geldt? En welke ondersteuning raadt u ons aan, of kunnen we daarin gebruiken om heel strikt goed geformuleerde, dekkende amendementen in te kunnen dienen bij de raadsbehandeling, om te voorkomen dat we dadelijk zelf zitten te gummen in een bestemmingsplan, wat ons later hoofdpijn geeft? De voorzitter: Dat gummen moeten we maar niet doen, denk ik. Maar mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Het klopt dat een amendement eigenlijk net zo belangrijk is als die wijziging die het college voorstelt en die u als raad vaststelt. Want als u iets wijzigt in het bestemmingsplan kan dat direct gevolgen hebben voor belanghebbenden in het gebied.
Ik noem maar wat, als u de bouwhoogte verandert, kan dat meteen effect hebben voor degene die eigenaar is of voor omliggenden. Dat moet ook goed gemotiveerd worden, op dezelfde manier als we dat met het raadsvoorstel gedaan hebben. Hoe komt u tot die wijziging, of hoe komt de raad tot de wijziging? Dat is belangrijk dat dat opgenomen wordt bij het amendement. En dat zie je ook in het voorbeeld van De Hoop. Daar zit ook een toelichting bij, waarom vinden we het zo belangrijk dat die regel toegevoegd wordt? De vraag van ondersteuning, kijk ik ook even naar mijn rechterbuurman. Wat mij betreft kunnen we daarin ondersteunen.
18
De heer Van de Worp: Dat kan zeker. Zoals gebruikelijk zal er ook een advisering plaatsvinden op amendementen, in de zin ook misschien van tekstvoorstellen die ook uitgevoerd zouden kunnen worden, of die mogelijk een juridisch risico wegnemen, mocht dat onverhoopt in een voorstel zitten. Daar zal op geadviseerd worden. De voorzitter: Voldoende? Dan ga ik naar mijnheer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter. In het hele plan speelt natuurlijk de discussie over de woningen op de Weeskinderendijk Oost. Daarbij wordt vaak geargumenteerd dat behoud van die woningen tot een lager aantal te realiseren woningen leidt. Dat zou je eventueel kunnen opvangen door hoger te bouwen. Maar hoger bouwen betekent meer geluidsbelaste woningen realiseren. Op de kaart staat een maximumhoogte van 40 meter. In de tekst van het raadsbesluit wordt over hoogteaccenten gepraat van 18 verdiepingen. Het lijkt mij niet helemaal passen. Maar zijn er gewoon regeltechnisch belemmeringen voor de gemeente wat betreft wetgeving of andere regels van hogere overheid om meer geluidsbelaste woningen te realiseren door hoger te bouwen? De voorzitter: Zijn die er, mijnheer Van de Rijt? De heer Van de Rijt: Wettelijk is er nog wat er nog wat … We hebben niet de grenzen van de wet opgezocht, als het gaat om geluidsbelasting.
Wat we wel gedaan hebben, is eigenlijk het beleid uit de Omgevingsvisie gevolgd, waarin we gezegd hebben, in Dordrecht willen wij niet die grenzen opzoeken. Dat hebben we eigenlijk als minimum gezegd. We kunnen best een wat hogere geluidsbelasting hebben, maar het is belangrijk dat er dan in ieder geval een geluidsluwe kant is. En hoe hoger je bouwt, hoe meer er uitsteekt, hoe lastiger het is om te voldoen aan die eisen. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mijnheer Safranti, een vraag? De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, mijn vraag, of een soortgelijke vraag is al door de VVD gesteld. En ik heb een duidelijk antwoord op gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank, voorzitter. In het bestemmingsplan is vastgesteld dat er een bepaald percentage sociale woningen wordt gebouwd in het gebied. Stel nu dat wij een amendement zouden willen maken waarin we het aandeel sociale woningbouw zouden willen verhogen, en dat te bekostigen door op een aantal torentjes wat extra verdiepingen te zetten, wat zou daarvoor nodig zijn? De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt, is dat überhaupt mogelijk? De heer Van de Rijt: In het bestemmingsplan is het aantal woningen wel bepaald op 2.000. Als er meer woningen komen, betekent dat meer verkeersaantrekkende werking.
Dan moet je nog lagere parkeernormen, dat wordt heel lastig, of het verkeersonderzoek en alle geluidsonderzoeken, stikstofonderzoeken kloppen niet meer. Er zit wel een soort maximum aan aantal woningen wat juridisch door de raad zomaar aangepast kan worden. Het kan allemaal, maar dat zou nieuwe onderzoeken vereisen. En dan zijn we nog wel even bezig.