2.9 2025.06.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar het bestemmingsplan geeft wel een onteigeningstitel. En dat is wel een verschil met de woonwagens waar de gemeente eigenaar is van de grond. Zo zit dat nu juridisch in elkaar. Op basis van het overgangsrecht mogen ze nog zitten, maar de gemeente mag op basis van dit bestemmingsplan wel de ultieme stap zetten. De voorzitter: Ik kijk rond of er iemand is die nog een brandende vraag heeft. Mijnheer ‘t Lam.
40
De heer ‘t Lam: Wat is brandend? In een recente brief van de provincie over de woningbouwprogrammering staat ook een stukje over stikstof. En dat zoek ik er nu even bij. Vergunningen voor bouwactiviteiten zijn op dit moment haast onmogelijk, omdat er geen geborgd maatregelenpakket is. Vandaag is het kabinet gevallen. Ik denk dat ook de problematiek van stikstof een klein jaar stilligt. Wat zijn de gevolgen voor de ontwikkeling van het Maasterras? Mij is steeds vertelt dat er 0,00 procent uitstoot van stikstof is. Maar dat kan ik nog steeds niet geloven, want er zijn volgens mij geen bouwprojecten waar geen stikstof vrijkomt. De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: De berekening is echt 0,00. Dat betekent niet dat er geen enkele uitstoot is, maar de berekende uitstoot is afgerond op 0. En er zijn heel veel projecten in Nederland die op grote afstand liggen van natuurgebieden die op 0 uitkomen. Maar naarmate je dichter bij de Biesbosch komt, zul je ook zien dat je eerder in de problemen komt. Maasterras ligt op voldoende afstand om hier 2.000 woningen te kunnen bouwen. Dat is onderzocht en is met een AERIUS-berekening, zoals dat heet, aangetoond. En dat betekent dat de ontwikkeling ook met een nieuw kabinet geen gevaar loopt, zolang we maar onder die 0,0 blijven.
De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam blijft ongelovig kijken, maar volgens mij gaat het om waar de stikstof neerkomt en hoe ver je dan van een natuurgebied zit. Ik denk dat we naar een afronding toe kunnen gaan. Dan moet u even heel goed opletten, want ik ga u een vraag stellen. Er waren vandaag natuurlijk ongelofelijk veel stukken die u allemaal geacht werd te hebben gelezen. In ieder geval zijn al die stukken wel van belang om tot een goed oordeel te komen. En de vraag die ik dan eigenlijk ga stellen, is nu eigenlijk duidelijk hoe het raadsvoorstel en de beslispunten zich verhouden tot het ontwerpbestemmingsplan van 2023? De heer Van de Rijt heeft volgens een hele goede poging gedaan om dat duidelijk te maken. Maar ik zou me voor kunnen stellen dat iemand zegt, hm. In ieder geval dat is wel de vraag. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: En dan willen we daar ook een antwoord op. Kijk, ik ga ervan uit dat ik als raadslid, ondanks dat ik natuurlijk me helemaal suf kan lezen, maar dat er een voorstel ligt waar ik mee in kan stemmen en dat daar de informatie in staat die ik daarvoor nodig heb. Als dat het geval is, dat het voorstel gewoon zodanig is dat daar alles in zit, dan weten we in principe voldoende. Want ik heb daarnet gevraagd om de publieksversie van dit verhaal.
Wat is er vanavond allemaal met de telefoons, jongens? Wellicht dat er nog eens even doorheen gegaan wordt van, staat daar ook de essentiële informatie in? En doe daar dan eventueel een bijlage bij met wat uit al die 86 duizend bijlagen het belangrijkste is. De voorzitter: Dat is een vraag. Maar het antwoord zal juridisch, denk ik, consequenties hebben. Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Misschien in het verlengde van de vraag van de heer ‘t Lam. We zouden natuurlijk die toelichting, die toch belangrijk blijft, kunnen opstellen. Waarin we laten zien, hoe komt die eruit te zien als u het voorstel van de raad overneemt? Dan
41
geeft dat misschien een wat beter beeld van hoe het bestemmingsplan in zijn geheel eruitziet. Dat zouden we kunnen doen. De voorzitter: Ik denk dat u dan sommige mensen blij maakt, of niet? Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, natuurlijk. Maar ik snap echt wel dat bepaalde dingen juridische consequenties hebben. Het gaat er mij alleen maar om dat, nogmaals, wij als raad geacht worden om een besluit te nemen op basis van een voorstel. En moet dat voorstel exact bevatten waarover we besluiten. De voorzitter: Als u zo een document kan maken waar eigenlijk mooi samengevat is wat nu in al die verschillende documenten staat, dan wordt het denk ik wel een stuk makkelijker voor deze mensen om te beslissen. Maar het moet natuurlijk wel juridisch haalbaar zijn. De heer Van de Rijt: Ik denk dat wij een poging gaan doen om deze vraag te beantwoorden. De voorzitter: Top. Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, het is natuurlijk een heel breed stuk. Ik sluit me ook aan bij de woorden van mevrouw Koene. Publieksvriendelijke versie zou mooi zijn. Maar bij de eerste vraag heb ik wat financiële vragen gesteld. En ik begrijp dat die geheim zijn. Maar misschien dat de ambtelijke organisatie mij even op weg kan helpen in die documenten, waar ik het kan lezen of nader kan duiden hoe ik het moet lezen.
Want die heb ik wel nodig om een goed besluit te kunnen nemen richting dit bestemmingsplan, zeker met betrekking tot aantallen. De voorzitter: Kan iemand daarop reageren? De heer Van de Worp: Ja, dat kan. Als u uw vragen, die financieel zijn, graag nog even schriftelijk aan ons zouden willen stellen, dan zullen wij de beantwoording daarvan voorbereiden. En misschien kan er in het verlengde van een volgende bespreking een vertrouwelijk onderdeel zijn om dat met elkaar te delen. De voorzitter: Zou kunnen volgende week. Als het aantal insprekers althans niet te groot wordt, dan zouden we ruimte hebben om tussen 22.00 en 23.00 uur nog een besloten sessie te doen. En dan kunnen de vragen van mijnheer Stam en van meerderen, denk ik, beantwoord worden. Noteren we in ieder geval dat dat het verlangen is. En als het de 10e niet kan, dan een ander moment. Maar het is een terechte vraag, denk ik, want het is niet niks. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank. Daar wilde ik toch wel even op reageren. Want volgende week hebben we natuurlijk insprekers. Ik weet niet hoeveel mensen er behoefte hebben aan inspreken. Maar ik vind wel dat we het inspreken niet moeten afraffelen om dit dan nog te kunnen doen. Dat wilde ik wel even gezegd hebben. De voorzitter: Dank u wel. Maar dat is een hele terechte opmerking. Alleen er staat nu geprogrammeerd van 19.30 tot 22.00 uur.
Er is gewoon nog een uur over, in principe. En
42
dan heb ik het nog niet eens over de middag gehad, die je in uitzonderingsgevallen ook nog zou kunnen gebruiken. We gaan een gaatje zoeken om in ieder geval die besloten sessie te kunnen houden. Hij staat tot 23.00 uur, sorry. Hij staat inderdaad tot 23.00 uur. Maar in mijn toelichting hier stond dat mogelijk het maar tot 22.00 uur hoeft te duren, als het aantal insprekers niet al te hoog wordt. Maar we gaan het niet afraffelen, dat zeker niet, mijnheer Bootsman. We zullen even een paar dagen moeten wachten tot het aantal insprekers exact bekend is. En dan hoort u vast en zeker meer van ons. Mijnheer Damen. De heer Damen: Aan het begin van de vergadering is erop gewezen dat sommige bijlagen niet in het pakket stukken zaten, maar ergens anders te vinden waren. Nou heb ik bijlage nummer 2 niet kunnen vinden. Maar ben ik erg nieuwsgierig naar waar dat dan … De voorzitter: Mijnheer Van de Rijt. De heer Van de Rijt: Alle bijlagen, behalve de vertrouwelijke bijlagen, zitten bij de stukken. Waar u misschien op doelt, is het ontwerpbestemmingsplan, zoals dat ter inzage heeft gelegen. Dat hebben we niet opnieuw met alle 35 bijlagen bij de stukken gevoegd. Die heeft u al eerder gehad als RIB. En die zijn te raadplegen via Regels op de kaart, omdat dat eigenlijk de juridische plek is om dit soort stukken te vinden.
‘ De voorzitter: Mijnheer ’t Lam, als laatste denk ik, want dan moeten we echt afronden. De heer ‘t Lam: Voorzitter, er is een vergelijking gemaakt tussen de stedelijke variant en de variant van de bewoners. In het raadsvoorstel wordt uitgelegd waarom het college vindt dat de stedelijke variant gekozen moet worden. In het raadsvoorstel staat ook wat we als gemeente uit de reserve bij moeten dragen voor die stedelijke variant en wat het risico is van die variant. Die bedragen worden concreet genoemd. Die bedragen voor de variant van de bewoners worden niet genoemd. Zouden die ook gewoon openbaar gemaakt kunnen worden? Want ik vraag niet om details van berekeningen, maar gewoon om de uitkomsten, zodat ik een indicatie heb wat het gevolg is als je de keuze van de bewoners zou willen volgen. De voorzitter: Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Die zijn niet bekend. Die zijn ook bij ons niet bekend. De voorzitter: En de reden is? De heer Van de Worp: Omdat er nog heel veel onduidelijkheden zijn ten aanzien van het alternatief wat voorligt en daar ook geen businesscase van is gemaakt, is te maken. We kunnen alleen aangeven wat het betekent om de Weeskinderendijk te behouden in de variant, zoals voorligt van het college. Het plan Weeskinderendijk, het alternatief, is voor ons niet door te rekenen. De voorzitter: Allerlaatste dan, mijnheer ’t Lam.
43
De heer ’t Lam: U kunt aangeven wat het gevolg is als de Weeskinderendijk behouden wordt in de variant, zoals die er nu ligt. En dat kan ook voor het woonwagencentrum, neem ik aan? De voorzitter: Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Dat hebben wij nog niet berekend. Maar als u die vraag stelt, zullen wij daar een poging toe doen. En dat gaat dan mee naar de besloten sessie. De voorzitter: Ik denk dat we het hierbij moeten laten, want er is zo meteen weer een vergadering. De heer ‘t Lam: Het gaat om een uitkomst. Ik vind het vreemd als je de vergelijking stedenbouwkundig openbaar maakt dat je de uitkomsten in bedragen niet openbaar maakt. Het gaat niet om de berekening. Het gaat gewoon om het bedrag wat eruit komt. En daar moeten we toch over kunnen praten in de raad als je een keus maakt, of je dat wel of niet wil handhaven? De voorzitter: Mijnheer Van de Worp. De heer Van de Worp: Daar kan ik alleen maar ja op zeggen. De voorzitter: Bent u tevreden gesteld. Ik ga u allen hartelijk danken voor uw inbreng, ook in het bijzonder de heren Van de Rijt en Van de Worp en wethouder Burggraaf. Ik ga u vriendelijk verzoeken of u ook al uw emballage en dergelijke mee wil nemen als u deze zaal verlaat. Ook het publiek bedankt voor de aanwezigheid, betrokkenheid. En ook alle andere mensen. En voor degenen die weggaan, ik wens u een fijne avond. 4.
Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf
44
Overige aanwezigen: mevr. Vroom, dhr. Roos De voorzitter: Beste mensen, wij zijn hier bijeen om vast te stellen de tweede wijziging omgevingsplan voor bodem. En dan gaat het om de Bouwhuyslocatie, de Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen. Deze zitting is beeldvormend. En we hebben te maken met insprekers. Het gaat over een hoorzitting. Ik heet u allemaal als raads- en commissieleden van harte welkom. En dat geldt uiteraard ook voor wethouder Burggraaf. Dat geldt ook mevrouw Bronsveld en de insprekers van vanavond, mevrouw Vroom en de heer Roos. En die zullen zo meteen zichzelf ook nog wel eventjes voorstellen waar ze van zijn. Maar dat voorstellen, daar gaan we mee beginnen. En dan begin ik eerst met u aan mijn linkerhand, wethouder. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. Mevrouw Vroom: Floor Vroom, Allgroen.
De heer Roos: Gijsbert Roos, Boskalis. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik ben uw commissievoorzitter. Ik zie ook nog zitten de heer Gündogdu en ik zie ook nog mijnheer, maar hij gaat vast niet meedoen, Groenewege van de Partij voor de Dieren. En verder nog enkele mensen die ik ook uiteraard hartelijk welkom heet. Tijdens de technische sessie van 8 april is de commissie al meegenomen in de systematiek van de omgevingsplanwijziging en de hoofdlijn en de vier inhoudelijke onderwerpen die in het raadsvoorstel naar voren komen. En dit raadsvoorstel ligt nu voor ter behandeling. Voordat de raad een besluit over een omgevingsplan neemt, worden indieners van zienswijzen altijd in de gelegenheid gesteld hierover in te spreken. Ze zijn hiervoor per brief uitgenodigd. En bij het voorliggende
45
omgevingsplan hebben mevrouw Vroom en de heer Roos aangegeven dat ze willen inspreken. Insprekers krijgen, dat is de regel bij ons, altijd vijf minuten de tijd om in te spreken. Houden we nauwkeurig bij. We kijken niet op één seconde, maar wel op twee. En na het inspreken krijgt u de gelegenheid om wat vragen te stellen. Het zijn twee heel verschillende insprekers. En daar bedoel ik niet mee uiterlijk, maar meer qua achtergrond en dergelijke. Uiterlijk natuurlijk ook. En ik ben een beetje ouderwets, ik zeg gewoon, de dames gaan voor. Ik ga mevrouw Vroom als eerste het woord geven. Dan mag u het knopje indrukken, vijf minuten lang praten en dan het knopje weer uitdoen. En dan gaan mensen vragen aan u stellen. Ik wens u veel succes. Mevrouw Vroom: Geachte commissieleden, mijn naam is Floor Vroom, bedrijfsleider en mede-eigenaar van Allgroen B.V. en De Biesbosch Gijsbers Groep. Vanavond vertegenwoordig ik de eigenaren van Allgroen en De Biesbosch Gijsbers Groep, mijn broers en vader. Mijn vader is reeds 6 jaar in gesprek met de gemeente om ons bedrijf Allgroen te verplaatsen naar de locatie Zuidbuitenpoldersekade 3 en 3A, waar onze onderneming De Biesbosch Gijsbers Groep al is gehuisvest sinds de oprichting.
Het voorstel wat nu voorligt, is om de bestemming van deze locaties aan te passen, maar voorziet nog niet in de beoogde bedrijfsvestiging die deze verplaatsing mogelijk maakt. Wij willen echter deze verplaatsing nog altijd doorzetten. Daarom wil ik uw aandacht voor onze bedrijfssituatie. Het bezwaar wat wij hebben ingediend, is namelijk niet bedoeld om het proces op te houden, maar om u te vragen met ons mee te gaan denken. Hoveniersbedrijf Allgroen B.V. is opgericht in 1982 door mijn vader Pieter Vroom, en bestaat dit jaar 43 jaar. In 2018 nam Pieter hoveniersbedrijf De Biesbosch Gijsbers Groep over, wat dit jaar 47 jaar bestaat. Allgroen houdt zich sinds de oprichting bezig met de aanleg en onderhoud van groene ruimtes. Ons klantenbestand bestaat voor ongeveer 40 procent uit particulieren en 60 procent uit gemeenten, woningbouwverenigingen, scholen en bedrijven. Zo werken wij al sinds 1982 ook voor Stadsbeheer Dordrecht. De Biesbosch Gijsbers Groep houdt zich ook bezig met de aanleg en onderhoud van groene ruimtes. Het klantenbestand van De Biesbosch Gijsbers Groep bestaat ongeveer uit 60 procent particulieren en voor 40 procent uit gemeenten, woningbouwverenigingen, scholen en bedrijven. Zo zorgt De Biesbosch Gijsbers Groep bijvoorbeeld al jaren voor de aankleding van de kerstmarkt en de inrichting van de wintertuin rond de Grote Kerk voor Dordrecht Marketing.
Allgroen biedt werkgelegenheid aan 40 medewerkers, De Biesbosch Gijsbers Groep werkgelegenheid aan 10 medewerkers, waaronder ook medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt, stagiairs, zzp'ers en uitzendkrachten. Tot deze hovenierswerkzaamheden behoren ook grondwerk, straatwerk, constructies, zoals beschoeiingen, schuttingen en het aanleggen van speelplaatsen, et cetera, maar altijd ten dienste van de aanleg dan wel beheer van groen. Om onafhankelijk te zijn, beschikken beide bedrijven voor deze werkzaamheden over de nodige machines en voertuigen als minigravers, knijperwagen, tractoren met aanbouwwerktuigen, die allemaal worden bemand door onze eigen medewerkers. Door de groei van Allgroen is de huidige locatie aan de Sikkelstraat 28 in Dordrecht, waar het bedrijf sinds 1989 is gevestigd, te klein geworden voor het huisvesten van alle medewerkers, machines en het wagenpark. Deze huidige locatie biedt geen uitbreidingsmogelijkheden. In 2018 heeft Pieter mede daarom het tuincentrum en hoveniersbedrijf De Biesbosch Gijsbers Groep overgenomen. Al vanaf de oprichting gevestigd aan de Zuidbuitenpoldersekade 3A in Dordrecht. Het bedrijf beschikt hier over een ruim terrein, met echter sterk verouderde opstallen en kassen. Een deel van de
46
opslag van de materialen van Allgroen en de stalling van machines en voertuigen is sinds de overname al verplaatst naar deze locatie. Om het ruimtegebrek van Allgroen aan de Sikkelstraat het hoofd te bieden, de twee bedrijven efficiënter te kunnen laten samenwerken en de huisvestingskosten te kunnen gaan delen, om voor beide bedrijven het rendabel te maken, zouden wij graag beide bedrijven in nieuwe panden willen huisvesten aan de Zuidbuitenpoldersekade. Met de mogelijke aankoop van de grenzende kavel aan de Zuidbuitenpoldersekade nummer 3 van de gemeente Dordrecht erbij, waarop nu nog een woonbestemming rust, zou na aanpassing van de bestemming voor ons een ruime kavel ontstaan voor de nieuwbouw, de uitoefening van beide bedrijven, de aanleg van de showtuin, ontvangstruimte voor potentiële klanten, kleinschalige horeca voor bezoekers van het aangrenzend recreatiegebied. Ook dit horecadeel zouden wij graag mede organiseren met de medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt. Ook de woningbouwplannen op het terrein van De Hoop, direct grenzend aan het terrein van de Sikkelstraat, zullen in de toekomst een beperking op gaan leveren voor onze bedrijfsactiviteiten daar. Na verhuizing zouden de opstallen dan mogelijk ingezet kunnen worden voor bedrijven die elders geplaatst dienen te worden, of het gehele perceel zou herontwikkeld kunnen worden.
Dit alles zou onderdeel kunnen zijn van verdere onderhandelingen met de gemeente. 3 jaar geleden heeft Pieter een voorlopig koopcontract getekend voor de aankoop van het perceel aan de Zuidbuitenpoldersekade nummer 3. Voorwaarde was dat de gemeente hierbij het bestemmingsplan zou aanpassen tot weer dezelfde bestemming als 3A, net als voor de opsplitsing. Sindsdien zijn door de familie Vroom al de nodige kosten gemaakt om onderzoeken te laten verrichten, cijfers voor stikstofberekeningen en getallen voor het aantal vervoersbewegingen te kunnen overleggen. Deze cijfers voldeden allemaal aan de norm. Ook ruimtelijk zou er geen bezwaar zijn tegen de nieuwbouwplannen. Ook hebben wij gesproken met leidingbeheer TenneT. En die kan zich ook vinden in de plannen. Graag willen wij in goed overleg met iedereen tot een oplossing komen, waarbij wij betrokkenen graag uitnodigen op onze beide locaties, om het een en ander te tonen en toe te lichten. Daarom wil ik u vragen om bij burgemeester en wethouders erop aan te dringen het traject voor het samenvoegen van onze bedrijven aan de Zuidbuitenpoldersekade adequaat ter hand te nemen en daarvoor op korte termijn een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. U bent bijna binnen uw tijd gebleven, zullen we maar zeggen. Maar het kon wel. Het is niet zo druk vanavond.
Als u even de microfoon uit wilt doen, want anders gaat het allemaal rondzingen. Dan ga ik vragen of er mensen vragen aan u willen stellen. En dat zal ongetwijfeld gebeuren. Als ik uw vraag antwoord te geven, mag u weer op het knopje drukken, praten. Als het antwoord klaar is, weer even uitdoen. Het is een beetje ingewikkeld, maar het went snel. Wie van de collega’s heeft … Ik zie mevrouw Van Herwijnen, mag de eerste vraag stellen. En daarna mijnheer Noldus. Mevrouw Van Herwijnen: Wat ik eigenlijk begrijp van u, er zijn twee hoveniersbedrijven. Eentje aan de Sikkelstraat en huidig bedrijf ook al aan de Zuidbuitenpoldersekade. En dat wordt nu weg bestemd, dat hoveniersbedrijf, wat ik nu begrijp? De voorzitter: U begrijpt het niet goed, zie ik aan het hoofd van mevrouw Vroom.
47
Mevrouw Van Herwijnen: Klopt het niet dat het een dagrecreatiebestemming gaat krijgen? De voorzitter: Licht u het maar eventjes toe, want anders ontstaat er ruis. Mevrouw Vroom: Wij hebben twee bedrijven. Eén hoveniersbedrijf is gevestigd aan de Sikkelstraat 28. En het andere bedrijf, De Biesbosch Gijsbers Groep, is gevestigd aan de Zuidbuitenpoldersekade nummer 3A. En er ligt nu een voorstel om de bestemming van perceel 3 te wijzigen naar recreatie. Maar dat perceel zouden wij er graag bijkopen om één perceel te kunnen maken van 3 en 3A, om daar nieuwbouw te kunnen neerzetten voor beide bedrijven. En dan zou het bedrijf aan de Sikkelstraat meeverhuizen naar de Zuidbuitenpoldersekade. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, duidelijk inmiddels? Mevrouw Van Herwijnen: Het is wel duidelijk. Het is bij mij alleen op de kaart niet duidelijk wat de percelen 3 en 3A zijn. Daar kom ik inderdaad zo op het huidige kaartje waar ik naar kijk niet echt helemaal uit. De voorzitter: Niet uit. Mevrouw Van Herwijnen: Maar ik snap de toelichting inderdaad wel. Dank u wel. De voorzitter: Helemaal goed. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Twee vragen als dat kan, voorzitter. Want ik was wel benieuwd, er werd wat geschetst over ook de ontwikkeling van De Nieuwe Hoven in relatie tot de locatie aan de Sikkelstraat, waarvan de Sikkelstraat net buiten het plangebied valt.
Ik ben wel benieuwd of er dan ook een relatie is tussen de beoogde verplaatsing en de ontwikkeling van De Nieuwe Hoven? En de tweede vraag is, voorzitter, er werd aangegeven dat op zich niet helemaal tegen dit bestemmingsplan, maar het liefst combineren met. Tenminste, zo heb ik hem geïnterpreteerd. Ben ik benieuwd wat er misgaat als we dit bestemmingsplan, zoals het nu voorligt, aannemen, zonder dat het perceel 3A wordt aangepast naar bedrijvigheid? Of dat dan ook nog een separate wijziging zou moeten of kunnen zijn? De voorzitter: Laten we met de eerste eventjes beginnen. De Nieuwe Hoven, wat heeft dat precies te maken met de huidige locatie aan de Sikkelstraat? Mevrouw Vroom: Het bedrijventerrein waar wij aan zitten, dat grenst direct aan het terrein waar De Nieuwe Hoven komt. Wij maken ons ernstig zorgen eigenlijk over de klachten die eventueel gaan ontstaan als in de achtertuin bij mensen machines wegrijden 's morgens vroeg en weer terugkomen. En bedrijvigheid is op het terrein, wat logisch is op een bedrijfsterrein. De voorzitter: En de tweede vraag, heeft u die begrepen? Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, om toe te lichten. Ik begreep uit het verhaal van mevrouw Vroom dat ze an sich niet tegen het huidige bestemmingsplan was, maar een poging
48
doen om iets eraan toe te voegen, om uitkomst te bieden aan de situatie. Mijn vraag is, wat zou er misgaan als het huidige bestemmingsplan, zoals het voorligt, wordt aangenomen voor de situatie waar jullie naar op zoek zijn? De voorzitter: Als niet gebeurt wat u zo graag wil. Mevrouw Vroom: Als de bestemming doorgaat dat het recreatie wordt, als ik het goed begrijp, dat alles nog langer gaat duren. En we zijn bang dat die bestemming er niet meer af te krijgen is en biedt ook problemen voor onze nieuwbouwplannen met het uitrijden, omdat we op dat perceel dan alleen recreatie zouden mogen bouwen. De voorzitter: Helder, mijnheer Noldus? Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik wil even vragen of ik het goed begrepen heb dat u zegt, drie jaar geleden is een voorlopige koopovereenkomst getekend. Ik neem aan dat u een afspraak heeft gemaakt met de gemeente ook, uw plannen heeft toegelicht, dat daar blijkbaar geen beletselen waren om dat op dat moment te doen. Wat is er in de tussentijd veranderd en wat zijn de redenen die u hebt gehoord waardoor de bestemming nu wijzigt? De voorzitter: Mevrouw Vroom. Mevrouw Vroom: Ik had het idee dat het om tijdsgebrek ging bij de gemeente. De gemeente zou een bedrag van TenneT krijgen voor het slopen van de woning, omdat er nu een woonbestemming op zit. En het staat onder de draden van TenneT.
En daar zit een bepaald tijdsbestek aan. En daarom moet er nu ineens een wetswijziging komen eigenlijk. De voorzitter: Duidelijk, mijnheer Laban? Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Voorzitter, ik lees in uw zienswijze dat het perceel van de Zuidbuitenpoldersekade 3A dezelfde regeling heeft gekregen als het naastgelegen perceel Zuidbuitenpoldersekade 3. Betekent dat dan ook dat als we het bestemmingsplan zo vaststellen, zoals het nu is, dat dat gevolgen heeft voor uw bedrijfsactiviteiten op nummer 3A? De voorzitter: Mevrouw Vroom. Mevrouw Vroom: Voor de nieuwbouw in principe wel, want zonder het perceel 3A hebben wij geen mogelijkheid voor een uitrit. De voorzitter: Het antwoord is duidelijk. Nog anderen die een vraag willen stellen? Nee? Niemand? Dan dank ik u vast voor uw bijdrage. En dan ga ik naar uw buurman, de heer Roos. Krijgt u ook vijf minuten. De heer Roos: Ik ga mijn best doen. Dank u wel, leden van de commissie. Bouwend en bereikbaar Dordrecht, dat vindt Boskalis wel mooi. Ik ben Gijsbert Roos. Ik werk bij Boskalis. Dit gaat over een heel ander onderwerp. Dit gaat over de lokale bodemregels. Ik wil u een beetje meenemen in wat er gebeurt in Nederland en waarom onder andere
49
gemeente Dordrecht, eigenlijk alle gemeentes, dat dat belangrijk is hoe men in de wedstrijd zit. Ik werk voor Boskalis. Die doet heel veel op land en in water. We bouwen dijken. We maken wegen. En de grootschaligheid van ons werk kunnen wij zien dat de regels die lokaal gelden, die passen nooit helemaal op elkaar. Wat gebeurt er dan? Het kan allemaal wel. Het kost alleen meer tijd en meer geld om alles goed op elkaar aan te sluiten. En met de Omgevingswet kun je zien dat dat eigenlijk nog sterker gemaakt wordt. Het adagium was eenvoudig beter. Dat zou het moeten worden. Zoals wij er nu naar kijken, lokaal beleid is nu vooral gericht op een schoon en veilig milieu. Daar is niemand op tegen. Maar wat je wel ziet, is dat je kijkt naar bijvoorbeeld Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, die is, vinden wij, koploper in nieuwe dingen. PFAS waren ze de eerste die er iets van vonden. Zo ook met dit omgevingsplan. We vonden het heel prettig dat er ook een informatieavond was. We hebben er ook een zienswijze op ingediend. Ik mag hier spreken. Vind ik ook fijn. Waarschijnlijk de eerste keer, maar waarschijnlijk ook de laatste keer, want ik begrijp dat ik per gemeente moet in gaan spreken op alle lokale bodemregels. Bij deze unicum, maar best ingewikkeld voor bedrijven die vooral bezig zijn met het uitvoerbaar houden van milieuregels, want we willen eigenlijk gewoon bouwen.
En wat je ziet met maatwerkregels, zoals die nu voorstaan in het beleid, zien wij eigenlijk alleen maar dat er meer enger gekeken wordt naar hergebruik van grond en bagger. Wij zien het ook wel zogenaamd dat de beleidsregels worden gemaakt door mensen met een VTH-bril, dat is vergunning, toezicht en handhaving. Daar zijn ze voor opgevoed en opgeleid. Dat snappen we heel goed. Maar wij zien wel dat het allemaal wat strenger wordt. En u kunt zich voorstellen dat als alle gemeentes dat allemaal doen dat de uitwisseling tussen gemeentes of nog breder best wel lastig is. Is dat heel vervelend? Nee, wat ik al zei, het kost alleen meer tijd en geld. Als je kijkt naar de gemeente Dordrecht, die is niet alleen beheerder van het grondgebied voor milieu, maar die is ook een bouwer. Deze commissie gaat over het bouwen en bereikbaar Dordrecht. Daar zit een hele belangrijke, tegenkracht vind ik wat zwaar, maar daar zit wel de balans tussen milieu en veilig versus we willen ook wel kunnen bouwen op een duurzame, circulaire manier, zoveel mogelijk grond hergebruiken. Wat wij zien, emissieloos bouwen qua contracten is nu helemaal het ding om het allemaal goed in te zetten. En wij voorzien dat schaarste aan grond de volgende wordt. Het hergebruik van minder schone grond, dat er gewoon steeds minder ruimte voor komt.
En uiteindelijk lijkt het erop, het NIMBY, zo ben ik opgevoed, in mijn milieukunde, Not In My Back Yard … Ik denk dat het niet eens bewust is, maar dat het meer te maken heeft met dat die bril waar ernaar gekeken wordt met beleid, dat er heel erg gekeken wordt naar risico mijden. We weten steeds meer, dat klopt. Zowel we weten en we meten. We krijgen steeds meer dingen uit Europa waar we iets mee moeten. Kaderrichtlijn Water met stofjes in het water, dat komt straks ook. Dat is nieuwe stikstof. Daar is een andere kant voor nodig. En wat ik hier probeer jullie te inspireren, is eigenlijk meer ook kijken wat er buiten gebeurt en dat u de hulp inschakelt van aannemers aan de voorkant. Want nu liggen de omgevingsregels voor. Best wel wat strenger dan de rest van Nederland. Daar is wat van te vinden. Maar ik zou het bijvoorbeeld heel fijn vinden als aan de voorkant al met uitvoerende partijen wordt nagedacht van, welke regels zijn minder prettig en kunnen we daar niet een handvat in vinden. Zodat zowel milieu, maar ook dat je nog kan bouwen, dat dat past. Dat is meer een oproep aan jullie. Verder, sluit zoveel mogelijk aan bij landelijke regels. Ik weet dat
50
het ministerie gaat niet snel genoeg. Er zijn best wel wat dingen wat sneller zou kunnen. Maar het is toch wel het meest prettige als er een bepaalde uniformiteit in zit. In den lande zijn nu ook bewegingen om toch het hergebruik van grond te koppelen in contract. Dat is meer de inkoopkant. Dat is meer jullie insteek. De Buyer Group Grondstromen, daar zitten allemaal gemeentes en overheden bij elkaar die opdracht geven. En zo heb je grip op grond. Die proberen ook projecten te koppelen. En dan kan je met die ervaring kijken, welke regels bijten me in het meer hergebruiken van grond. De voorzitter: Mijnheer Roos, kunt u komen tot een afronding? De heer Roos: Zeker. Als laatste zou ik willen zeggen, je ziet heel veel de voorzorgplicht nu opkomen, om geen risico's te hebben. En wat daar betreft zie je dat er steeds meer informatie gevraagd wordt bij vragen om toepassing van grond en bagger. Heel concreet, stel beoordelingstermijnen vast voor de behandelaar in dienst, want men kan heel veel tijd nemen om iets goed te kunnen beoordelen, waar uiteindelijk het heel lang duurt. Punt. De voorzitter: Dank u wel. Iemand die een vraag heeft aan de heer Roos? Mijnheer Safranti. De heer Safranti: De laatste zin, een behandelaar in dienst nemen om het proces te versnellen. Begreep ik hem goed? De heer Roos: Ik moet snel praten. Excuus.
Je ziet dat er bij een behandelaar van vergunningen, de kant van de Omgevingsdienst, die kan heel veel informatie vragen aan u. In de haakjes in het omgevingsplan zit heel veel extra informatie. Wat er niet in staat, is dat een behandelaar van het verzoek van bijvoorbeeld een Boskalis geen eindtermijn heeft waarbinnen hij moet beslissen. Die kan maar heel lang blijven vragen. Wij hebben nergens een haakje om te zeggen, er staat vier weken voor, graag binnen vier weken behandelen. Dat is er nu niet. De voorzitter: Duidelijk, mijnheer Safranti? Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Mijnheer Roos, de Omgevingsdienst heeft het juist weer ingewikkelder gemaakt. Want we hadden eerst wel zaken die wij gezamenlijk konden gaan regelen. En dat is natuurlijk allemaal weer lekker versnipperd bij alle gemeentes neergelegd. Wat u vraagt, komt door Den Haag. Ik weet niet helemaal wat u nu vraagt aan ons als gemeente. Want wij hebben ook te maken met dat wij bodemregels moeten gaan opstellen, als gemeente zijnde. En dan kunnen we natuurlijk wel kijken naar de regio van, hoe doen zij het en kunnen we daar een beetje bij aansluiten? Natuurlijk uiteindelijk moeten wij kijken naar een schone leefomgeving. En u gaf dit voorzorgsbeginsel ook al aan. Uw zienswijze is heel technisch van aard.
En ik kon er niet helemaal uithalen wat u eigenlijk van ons vroeg, behalve dan in het inleidende stukje van, ik zou het wat uniformer willen. De vraag, wat vraagt u als gemeente Dordrecht vanuit ons voor het vaststellen van deze omgevingsplanwijziging, die kan ik er nog niet helemaal uithalen. De voorzitter: Kunt u ze helpen?
51
De heer Roos: Zeker kan ik dat. Het is technisch. Dat klopt. Wij ageren op dingen die afwijken van normaal. Daar hebben we de zienswijze op ingediend. Dat is heel technisch. Maar wat ik eigenlijk voor zou willen stellen, er zijn heel veel uitvoerende aannemers in uw gebied bezig die tegen regels aanlopen. Je zou kunnen zeggen, voordat er een bijeenkomst is om het plan te presenteren, dat er aan de voorkant ook al is nagevraagd bij aannemers waar ze juist tegenaanlopen. En kom dan tot een soort middenweg. Dat is eigenlijk de oproep die ik zou willen doen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, u heeft een vervolgvraag. Mevrouw Van Herwijnen: Vraag ik me wel even af, een middenweg tussen wat? Stoffen die je moet toelaten, meer vervuilde grond moet toelaten? Welke middenweg bedoelt u? De voorzitter: Wat is de middenweg? De heer Roos: De middenweg tussen een schoon en veilig milieu, ten opzichte van het kunnen blijven bouwen. Oftewel, maximaal hergebruik voor grond en bagger, die zijn ogenschijnlijk tegenstellend, maar u heeft naast een zorg voor een veilige omgeving ook een bouwopgave. Dat is de andere kant. De voorzitter: Wie nog? Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Ik liet het even indalen wat er allemaal gezegd is, want het is vrij technisch.
Maar begrijp ik goed dat mijnheer zegt, we hebben een opgave voor een veilige bodem, een goed milieu, maar ook een opgave voor te bouwen, en dat dat elkaar bijt op dit moment? Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Mijnheer Roos. De heer Roos: Dat denk ik wel. Als er nog meer lokale regels komen, dan wordt het allemaal niet makkelijker. De voorzitter: Wie nog een vraag? Niemand? Mijnheer Damen, toch nog. De heer Damen: Ik ben een beetje nieuwsgierig naar, om wat voor kosten het gaat? Ik hoor eigenlijk drie vragen. Meer uniformiteit van de regels. Meer raadpleging van de leveranciers van grondstoffen, zodat je goed kunt kijken, is dit echt nodig dat we hier ook op gaan letten? En dat aanvragen binnen een bepaald tijdsbestek afgehandeld moeten worden. Ik vraag mij wel af wat de extra kosten zijn die jullie hebben? En dan weet ik niet of je dat per project kunt noemen, een percentage, of op de een of andere manier kunt aanduiden. De voorzitter: Kunt u een klein beetje mijnheer Damen helpen? De heer Roos: Een klein beetje. U moet zich voorstellen, het liefst willen wij zoveel mogelijk grond binnen een project houden. Dat is het goedkoopst. Als je ziet nu naar de regels, door het meer strenger kijken naar milieu, niet dat dat slecht is, zeker niet, maar we weten steeds meer, in de basis bijvoorbeeld in een
52
dijkproject is dat klei die daar zit, omdat die milieu hygiënisch niet helemaal oké is of niet schoon genoeg, dat die afgevoerd moet worden. Dat kost behoorlijk wat geld. Dat kost, wat zal het zijn, 10 euro per ton. We hebben het over miljoenen kuubs aan dijkversterking feitelijk. Niet alleen dat dat afgevoerd moet worden, maar er moet ook nieuw aangevoerd worden. Die is ongeveer 15 euro per ton. In plaats van het interne hergebruiken kost het u 25, 30 euro per ton extra. Als ik kijk naar een dijkenwerk, dat kan best heel veel geld zijn, miljoenen. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Als u het afvoert, want het is dan nog niet schoon. De voorzitter: Wat doet u met de rommel? De heer Roos: Je kan er gewoon meer bouwen. En dat is een beetje de misconceptie, denk ik. Dat gaat nu naar diepe plassen. Daar is ook heel veel over te zeggen. Dat wil men ook niet meer. Waarschijnlijk wordt het hele grote hopen grond overal, omdat het eigenlijk nergens meer naartoe kan. De voorzitter: Toch rommel? De heer Roos: Nee, het wordt geen rommel. De overheid is bezig om wel meer ruimte bijvoorbeeld in dijktrajecten te krijgen, dat het daar wel in kan. Ik heb het niet over te vies. Ik heb het over minder schoon. Als je alles schoon wil hebben, Nederland is niet schoon. De voorzitter: Nog iemand? Mijnheer ’t Lam, dat kon toch niet uitblijven.
De heer ’t Lam: Voorzitter, ik heb ook een vraag. Schoon en minder schoon. Wie bepaalt nu wat schoon en minder schoon is? Is dat de gemeente? Kunnen wij er wat aan doen, of is dat de rijksoverheid? De voorzitter: Wie bepaalt dat, mijnheer Roos? De heer Roos: In hoofde de rijksoverheid, met generieke normenkaders. Maar lokaal bevoegd gezag kan er wat van vinden, en die kan het naar schoner trekken. Dat kan. Daar heeft u de ruimte voor. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam? Is genoeg. Dan moeten wij naar een conclusie. Eerste vraag, is er voldoende informatie om tot een politiek standpunt te komen over het raadsvoorstel? En dat ging over dat raadsvoorstel van die drie gebieden. Is dat ja of nee? Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, naar aanleiding van het gestelde van de eerste inspreker en de zienswijze die is ingediend en ook de reactie daarop, hebben wij nog een aantal technische vragen die we technisch zullen gaan stellen in ieder geval. De voorzitter: Prima. Dat kan. Maar u vraagt niet om een extra beeldvormende sessie of iets dergelijks. Dan wordt het antwoord op die informatie ja, met dien verstande dat er
53
nog technische vragen gesteld worden. Als we voldoende informatie hebben, dan is de keuze altijd een oordeelsvormende vergadering of als hamerstuk dan wel stemstuk naar de raad? En ik doe maar even een voorstel, als hamerstuk naar de raad? Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dat zou voor ons wel afhangen van de antwoorden op de technische vragen. Ik kan me daar op zich redelijk wat bij voorstellen. Het is goed gebruik overigens om bestemmingsplannen, waar insprekers op zijn, ook nog wel politiek te bespreken. Maar ik kan me in dit geval uw voorstel wel voorstellen. Maar voor ons zal dat wel afhangen van de beantwoording van die vragen. De voorzitter: Ik snap u. Voor het geval er hier nog mensen zitten die mijnheer Noldus niet begrijpen dat hij mij begrijpt, ga ik dat toch even toelichten. Als we dit namelijk politiek willen bespreken in de raad, dan krijgen we een probleem. Dan gaan we strijden met ons eigen beleid. 1 juli is de deadline. Dit moet afgevinkt worden in de raad van 1 juli. Nou weet u allemaal dat we de afspraak hebben dat we alleen de Perspectiefnota doen. U weet ook allemaal dat we daar al van afwijken, doordat we het Maasterras gaan doen. Als dit in de raad als bespreekstuk zou komen, dan gaan we nog een keertje verder afwijken. En dat mag. Als de meerderheid van u zegt, dat wil ik toch, dan moet dat kunnen, want u bent de baas. Ik niet.
Maar dat was eventjes waarom mijnheer Noldus zei, ik begrijp u, want die had dit door. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik wil toch een algemene opmerking maken. En dat staat helemaal los van de insprekers. Kijk, tijdnood en dat soort opmerkingen hebben we nu zo vaak gehoord. En dat vind ik een beetje jammer, dat wij nu gedwongen worden om bepaalde beslissingen te nemen. Dan denk ik, kom dan wat eerder met deze commissies, of met deze stukken. De voorzitter: Ik snap u. En voor alle duidelijkheid, een oordeelsvormende commissievergadering zou nog net kunnen. Waar het mij even om ging in mijn toelichting, als je dit echt in de raad nog zou willen bespreken, wat vrij ongebruikelijk is hoor, zeg ik er gelijk bij, dan gaat u wel strijden met wat we zelf afgesproken hebben. Maar als iemand zegt of als meerderen zeggen, we willen dit graag oordeelsvormend bespreken, dat mag. Dan moet er wel een mooie vraag bij, een politieke vraag. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, vanuit Beter voor Dordt mag het op zich als hamerstuk naar de raad. Maar ik denk dat de heer Noldus van de VVD een beetje op hetzelfde spoor zit als waar ik op zit. En dat zou kunnen betekenen dat er een amendement komt, waar wellicht dan alleen over het amendement gesproken gaat worden, voordat er wordt gestemd. De voorzitter: Dat kan. En nogmaals, u bent de baas.
Als de meerderheid dat straks wil, dan gaat dat gebeuren. Maar dan strijden we wel met wat we afgesproken hebben, namelijk om in juli dit niet te doen. Dat wil ik alleen maar eventjes meegeven. Maar goed, ik denk dat het meest wijze is dat de heer Noldus de technische vragen stelt. En ik hoop dat ze heel goed beantwoord worden. En dat vervolgens het als hamerstuk naar de raad kan, waarbij natuurlijk u altijd het recht hebt om een amendement in te
54
dienen. Dat klopt. Helder zo? Spreken we dat af. De heer Noldus gaat technische vragen stellen. Die worden zo spoedig mogelijk beantwoord. In principe gaat het stuk als hamerstuk naar de raad, waarbij de mogelijkheid altijd open is om nog met een of meerdere amendementen te komen. Ik dank u allemaal voor uw inbreng. Uiteraard dank ik de insprekers voor hun inspreken. De wethouder voor zijn aanwezigheid. En ik vraag eenieder om een flesje, een glas, naambordje en dergelijke, kortom alle rommel die u bij zich heeft, mee te nemen. En ik wens u nog een genoeglijke avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
55