CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9 2023.10.31 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 december 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 7 en 8 november en de Dordtse Dinsdag van 24, 31 oktober, 14 en 28 november 2023 Vergaderzalen 1, 3, 535.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ik geef het woord aan mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, in dit geval ben ik niet mee eens met VVD. Met heel veel punten wel vaak. Juist nu met GroenLinks en PvdA.

21

Het pleidooi die mijn collega's net hebben gehouden, die onderstreep ik graag. Ik vind het wel een beetje jammer dat de VVD in dit geval dan juist op sociale aspecten wel de handhaving wil opzetten maar niet op de andere. Want frauderen, ja, dat hoeft niet alleen hierop te zijn maar dat gebeurt echt overal en met alle aspecten. En ik wil ook niet vooruit praten wat de wethouder gaat zeggen maar de sociale dienst die heeft zelfs een eigen afdeling handhaving en die sporen echt zover ik het weet op de juiste manier. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Dank u wel. Ja, ik denk dat alle partijen hier tegen fraude zullen zijn. Maar, nou ja, volgens mij is het vooral ook zoeken naar de juiste balans tussen fraude tegengaan en tegelijkertijd ook volop de zorg de ruimte geven. De voorzitter: Is dit de vraag die u stelde of is dit uw inbreng? Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Nou, ik ben dus heel … Nou, volgens … Zitten we toch weer … De voorzitter: Oké. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, ik wil dus heel graag van de wethouder horen hoe die nu denkt dat de balans in Dordrecht is? Of we in balans zijn of dat we allang aan de … Of dat het toch een tandje strenger zou moeten? De voorzitter: De reden waarom ik het zei is dat we bij het inbrengblokje van de VVD zaten en nu eigenlijk de inbrengen van de rest van de fracties nog aflopen.

Maar ik zal zo nog even stilstaan als u nog iets anders toe te voegen heeft. Dan beginnen we nu bij de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik denk dat een heleboel van de problemen in de jeugdzorg en in de zorg in het algemeen vooral zijn ontstaan door een gewetenloos kabinetsbeleid, dat overal marktwerking heeft ingevoerd en daarmee zowel de kosten enorm omhoog heeft gejaagd als de effectiviteit flink verminderd. Als we gaan kijken van, ja, wat kunnen wij dan zelf doen om fraude, ik zou het veel breder willen trekken, fraude, verspilling en dergelijke tegen te gaan? Ja, we hebben een deel van de jeugdzorg die we eigenlijk in eigen hand hebben in de gemeente, de algemene voorziening, de jeugddelen van de werk- en jeugdteams. Laten we eens beginnen die gewoon in eigen gemeentelijke diensten te nemen en niet meer aan te besteden. Laten we ook kijken van hoever we daarin kunnen gaan? Natuurlijk met de beperkingen van dat er ook landelijk beleid is om het regionaal door te voeren. Even wat uw vertrouwen in inspectierapporten betreft, even één ervaring. Mijn zus heeft in een penitentiaire jeugdinrichting gewerkt en na een week met heel veel geweld en problemen, ook veroorzaakt door te weinig medewerkers, kwam de inspectie langs en kregen ze een flink, hoe heet dat, verwijt en aantekening omdat ze niet de hele week netjes de temperatuur in de koelkast genoteerd hadden.

Dus wat dat betreft, ja, waar wordt er allemaal op gecontroleerd en wat maak je dan eigenlijk openbaar en hoe zinvol is dat? Daar wou ik het even bij laten.

22

De voorzitter: Dank, de heer Portier, een levendig voorbeeld. Ik kijk naar de Partij voor de Dieren had ik op mijn lijstje staan. De heer Venderbos-Lambinon: Ja, dank u wel, voorzitter. Een van de vragen werd al gesteld door de heer Gorter. Gaan we het hebben, hebben we het nou over de zorg in het algemeen of over alleen de jeugdzorg? Want de heer Van Ballegooijen heeft het over 200 miljoen in de totale zorg maar wat is nu het aandeel van de jeugdzorg daarin, is het 1 miljoen, 10 miljoen? En een andere vraag is, is er wel sprake van zoveel fraude als de VVD naar voren brengt? Wij hebben totaal geen inzage in het dossier en ik weet niet in hoeverre de VVD daar inzage in heeft? Dat is het. De voorzitter: Ik had mevrouw Nieuwland nog staan. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, geen vraag meer op het eerste punt maar nog wel op het tweede punt. Daar gaat het over die vrije besteedbaarheid van de bestaande regelingen. Daar ben ik vooral heel erg benieuwd naar op welke regelingen de VVD dan doelt? Want naar mijn idee is echt heel veel al vrij besteedbaar en hebben we het dus hier over de bijzondere bijstand. En die is nou expliciet ervoor bedoeld om aan te vragen als er iets bijzonders aan de hand is en dan is het ook echt voor een bepaald doel zoals een wasmachine die vervangen moet worden. En ik zou zeggen dat we die juist niet vrij besteedbaar moeten maken.

Dus ik ben zeer benieuwd over welke regeling het hier dan gaat? Wie weet kunnen we dan alsnog voor zijn maar in eerste instantie niet. De voorzitter: Mevrouw Koene, kan ik u het woord nog geven? Ja, u staat op mijn lijstje. Mevrouw Koene: Dat is helemaal niet waar. De voorzitter: Nee. Maar u had wel maar dan geef ik u niet het woord, dat mag ook. Mevrouw Koene: Nee. Nee, ik heb alleen maar geprobeerd aan te geven dat ik het vooral fijn vind als mensen het gewoon zelf mogen bepalen of ze op een later stadium wel nog iets willen zeggen. Dat was het eigenlijk. De voorzitter: Nou, en die gelegenheid wil ik u altijd stellen. Fijn dat u dat nog onder de aandacht brengt. Dan gaan we door naar de GroenLinks had ik nog staan en daarna de Partij van de Arbeid. Mevrouw Kruger: Voorzitter, even een verwarring van mij, is dat nu nog steeds een reactie op de punten van de VVD of gewoon een algemene woordvoering? De voorzitter: Dit is de algemene woordvoering. Ja. Mevrouw Kruger: O, algemene woordvoering. O. Ja, nee. De voorzitter: Ja, ja. Ja, het komt soms door de interrupties dat het wat uitweidt, ja. Mevrouw Kruger: Nee, dan wil ik even twee punten aangeven die ik van mijn collega heb meegekregen.

23

Dat gaat over in feite de armoede in onze stad, om de giftgrens te verhogen. Mensen willen elkaar toch vaak wel ondersteunen, de ene heeft wat meer geld en de ander minder. En nu mogen alleenstaanden 1200 euro per jaar ontvangen en gehuwden 1700 euro, zonder dat ze gekort worden dan op hun uitkering. Tilburg heeft deze grens onlangs opgerekt. Is het mogelijk dat het hier ook kan? Hoe staat de wethouder erin? En dan de dakloosheid. 21 november gaan we de brede visie opvang bespreken. En mijn collega maar ook ik, omdat je woont in het centrum, heb toch wel de indruk dat er meer daklozen zijn, meer mensen die bedelen. Ja, is er in de begroting rekening gehouden met mogelijk investering en uitbreiding van de daklozenopvang? Dat in het kort. Ik had er een heel leuk verhaal bij maar dit hou ik zo. De voorzitter: Dank, mevrouw Kruger. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij zouden het graag, als het daar inderdaad ook het moment voor is, het nog willen hebben over het Jongeren Perspectief Fonds. Want dat is in de raadsinformatiebrief, ja, daar is van gezegd, er is al Jongeren op de Rit dus in principe wordt er al voorzien in het schuldenvrij maken van jongeren. Nou zouden wij het graag nog over het Jongeren Perspectief Fonds willen hebben omdat juist het unieke aan het Jongeren Perspectief Fonds is dat je een maatschappelijke tegenprestatie levert.

Die tegenprestatie die is wezenlijk anders dan wat Jongeren op de Rit biedt namelijk dat je als je niet in staat bent vanwege een onstabiele situatie in je financiën ofwel een onstabiele leefsituatie, dat het heel lastig is als de schulden heel complex zijn, om dan in een minnelijk traject te stappen. En dan zou zo’n maatschappelijke tegenprestatie juist een enorme uitkomst zijn omdat je dan gelijk aan het werk gaat en op die manier eigenlijk in plaats van je schuld afbetaalt iets teruggeeft aan de maatschappij. Dus wij zien dat nog steeds als een fantastische aanvulling op wat er al is. De voorzitter: In gedachte wat mevrouw Koene net zei, er zijn misschien mensen die net hun vinger niet opstaken en toch de behoefte voelen om nu toch wel iets te zeggen. Ik zie dat de heer Katif en wilt u het woord voeren namens Beter Voor Dordt? Uw microfoon. Mevrouw Jager: Sociaal domein in zijn algemeenheid. Het sociaal domein is heel erg groot. Er vallen dermate veel onderwerpen onder dat het bijzonder moeilijk is om hier een mening te vormen over het geheel. Niet in het minst door de veelal cryptische omschrijvingen en summier gespecificeerde uitgaven en inkomsten die we zien in de begroting. Het totaal aan geldzaken is naar alle kanten zo hoog dat je alleen uitgesplitst en met een goed oog naar zou kunnen kijken.

En van het hele sociaal domein hebben we tot nog toe alleen de Wmo behandeld en dat heeft al schreeuwend veel moeite gekost. De nieuwe verordening sociaal domein, het geheel komt als het goed is later in november aan bod. Hoe kunnen wij dan nu voor die tijd eigenlijk een oordeel vellen over wat er financieel moet en kan gebeuren terwijl we nog geen plan en geen wens hebben gezien, bediscussieerd of vastgelegd. Mijns inziens tekenen we met deze begroting voor wat betreft het sociaal domein gewoon bij het kruisje. En ik heb het idee dat we geen idee hebben waar we mee akkoord gaan. Ik heb geen vragen, ik had alleen maar een constatering.

24

De voorzitter: Nee, maar de inbreng, dat is prima. Ja, dank voor uw inbreng, mevrouw Jager. Dan kijk ik zo even rond en dan gaan we volgens mij naar het college. Wie van het college kan ik als eerste het woord geven? Ja, we gaan toch starten, jongens, want anders lopen we echt uit de tijd. De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Zal ik … Ja, dank, voorzitter. Zal ik de vragen rond jeugd beantwoorden? Dank. Nou, concrete vraag, hoe gaat het … Want u heeft natuurlijk allemaal uw zienswijze maar er zijn een paar concrete vragen gesteld, hele concrete. Het ging over een heel groot bedrag voor het sociaal domein. De heer Venderbos vraagt zich af, waar hebben we het over als het gaat om jeugd? Nou, we hebben de zorggelden voor jeugd met zijn allen in de regio Zuid-Holland Zuid belegd en die worden uitgekeerd via natuurlijk de beschikkingen die daarvoor zijn aan de cliënten door de SOJ, onderdeel van de Dienst Gezondheid en Jeugd. SOJ doet dat op basis van toekenningen die grotendeels door onze inderdaad lokale wijkteams worden voorbereid. Het Dordtse aandeel daarin is ongeveer 40 miljoen en in totaal geven we in het zorglandschap voor jeugd in de regio ongeveer 140 miljoen uit. Hangt er even van af wat je meerekent want je hebt nu ook provinciegeld, je hebt het sociale wijkteam geld maar in de zorgmarkt zit voor ons ongeveer 40 miljoen.

Dan hebben wij inderdaad ook in het kader van de besteding van het geld een verordening vastgesteld. Dat is vorig jaar februari voor het laatst gebeurd, de verordening jeugd. Dus dat is gewoon staand beleid, zeg ik ook eventjes in de richting van mevrouw Jager. Dat staande beleid, dat verandert natuurlijk niet elke elk jaar weer als je een begroting vaststelt, dat is gewoon tot er een nieuwe verordening is. In ieder geval voor wat betreft … Nee, de verordening jeugd geldt gewoon. Die is vorig jaar vastgesteld en die geldt tot we inderdaad over een poos een nieuwe integrale verordening vaststellen. Ja? Maar goed, anders kun je natuurlijk ook geen beschikkingen maken, kun je geen middelen toekennen aan individuele cliënten. Dus die verordening is er. Daar zit ook veel aandacht aan niet alleen het toekennen van geld maar ook aan, hoe ga je ermee om? En ook het fraude provinciebeleid, dat is daar ook in belegd. Omdat we natuurlijk niet willen dat geld dat voor de zorg bestemd is in verkeerde handen terechtkomt of verkeerd besteed wordt. Nou, en dat vindt u in de verordening artikelen ik denk 17 en 18. Dat zijn de concrete vragen. Ja, nog een vraag, hoe is de balans? Nou, ik weet dat we elk jaar wel een paar keer merken, dit gaat niet goed. Dan grijp je in op een dossier.

Soms gaat het over een partij, een dienstverlener die bijvoorbeeld te royaal declareert of soms ook fout declareert. Soms gaat het ook om pgb's, dat zien we ook wel eens. In mijn beeld, en ik heb nu geen opgetelde cijfers, maar in mijn beeld is de inspanning die we verrichten in relatie tot wat het oplevert, is dat prima in balans. Waarbij we ook wel signalen krijgen uit het land, soms in andere regio's dat er substantieel meer, nou ja, onduidelijkheid of soms fraude is. Maar dat houden we goed in de gaten. Tot zover. De voorzitter: Laten we eerst het college een volledige beantwoording geven en dan doen we nog een rondje met wat we missen. De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, vier vragen. De vraag van de VVD die ze van tevoren kenbaar hadden gemaakt en nog drie vragen van GroenLinks en Partij van de Arbeid. Allereerst de vraag van de VVD over de vrije ruimte. Mevrouw Nieuwland gaf dat al terecht aan dat, we hebben een aantal regelingen en die hebben, elke regeling is zo

25

gericht dat die doet wat die moet doen want we proberen ook maatwerk toe te passen. En persoonlijk minimabudget en de energietoeslag, dat zijn echt hele vrije regelingen dus dat krijgen mensen gewoon gestort als ze er recht op hebben en daar kunnen ze mee doen wat ze willen. Kwijtschelding is eigenlijk een wettelijke regeling en nou, dan krijgen mensen, die kunnen dat krijgen als ze daar ook recht op hebben. Bijzondere bijstand inderdaad onvoorzien, moet aangetoond worden en het moet echt noodzakelijk zijn. Dus inderdaad de wasmachine die al genoemd werd. En dan hebben we het SMSkinderfonds en de Dordtpas en je zou eigenlijk het gratis OV er ook onder kunnen scharen en die zijn heel erg gericht om participatie te stimuleren. Dus we willen die minimaregelingen op die manier richten omdat als je alleen maar geld geeft, ja, dan werk je ook in de hand dat het geld gewoon wordt uitgegeven. Maar niet per se ook die andere doelstellingen van de gemeente ook dienen, dus die participatie. SMSkinderfonds is denk ik het meest in het oog springend maar ook de Dordtpas en het gratis OV. En dan hebben we ook nog de collectieve minimapolis, daar dragen we ook wel fors aan bij. Dat gaat over best wel stevige bedragen maar dat is weer gericht om zorgmijding te voorkomen.

We hebben vorige week mocht ik samen met VGZ weer een handtekening zetten voor de komende jaren want we zien dat er heel veel Dordtenaren daar gebruik van maken. En je kan ook je eigen risico daarin weg verzekeren dus die regeling doet ook echt goed wat die moet doen. Dus daarmee denken we dat dit een effectiever minimabeleid is dat gericht is op maatwerk. En ja, zouden we er niet voor zijn om gewoon maar geld over te maken. Bovendien, het gewoon overmaken van geld, dat is inkomensbeleid en dat is echt voorbehouden aan het Rijk. Het is niet de bedoeling dat de gemeente gewoon geld naar mensen overmaakt want dat is gewoon onze rol niet. En wat er ook nog wel bij zit, deze weken krijg ik ook weer geregeld berichtjes van mensen over de energietoeslag want dat betalen we nu in tranches uit. En dat doen we ook niet voor niets, dat is ook omdat we signalen kregen vanuit de uitvoering en ook vanuit partijen in de stad, denk aan Humanitas, SchuldHulpMaatje, dat mensen, dat het prettiger is eigenlijk als mensen dat toch in stukken krijgen in plaats van in één keer omdat niet iedereen financieel volledig zelfredzaam is. Als je elk dubbeltje moet omdraaien, dan kom je sneller in de schulden. En bovendien, als je in de geldstress zit, dan leidt het ook wel eens tot een onverwachte en soms ook wel eens tot een onverstandige uitgave.

Ook vanuit die uitvoeringspraktijk vinden we het ook verstandig om beleid te voeren zoals we dat nu doen. Voorzitter, de andere drie vragen, de giftgrens. We hebben inderdaad een grens. In het verleden kon dat niet, die hebben we nu, die is heel goed werkzaam hoor ik vanuit de dienst. Ik zal nog eens even checken of die 1200 en 1700 euro, of dat nog steeds de juiste grens is. Als zij vanuit de praktijk zeggen van, joh, verhoog hem naar 1500 en 2000. Prima, doe ik u een voorstel en doen we dat ook. Eigenlijk in de praktijk komen mensen nooit in de problemen met die giften. Ook voedselbankachtige toestanden, boodschappentassen, eigenlijk voeren wij al geruime tijd een heel ruimhartig beleid, ook voordat die discussie landelijk al gevoerd werd. Maar ik zeg u wel toe dat ik gewoon even in mijn gesprekken met de sociale dienst vraag van, joh, doet dit nog wat het moet doen of komen jullie tegen, misschien ook door de gestegen kosten voor levensonderhoud, dat die grens misschien iets omhoog zou moeten gaan? Dan de daklozenopvang.

26

We zijn wel bezig, we gaan u daar binnenkort over informeren, om de winteropvang in ieder geval wat meer solide en voortdurend te laten zijn. Dus dat mensen gewoon weten, in de winter is er een plek voor mij en niet +3, -2 en nou ja, al die … Dat gaan we nu echt op die manier regelen. Ik hoop u daar binnenkort over te kunnen informeren. Verder zetten we vooral in op tussenvoorzieningen. Begin volgend jaar hopen we een locatie van Enver te openen voor jongeren die dakloos raken of dreigen te raken. Later dit jaar een locatie in Stadspolders, daar moeten we nog ook rondom communiceren. Want we vinden het belangrijk dat mensen in die daklozenopvang zo kort mogelijk blijven en die volgende stap zetten. En de allermooiste stap is natuurlijk gewoon helemaal zelfstandig wonen, al dan niet met een beetje begeleiding. Maar ik zal u niet verrassen als ik u meld dat dat gewoon ongelooflijk ingewikkeld is. Maar ook daarover proberen we wel afspraken te maken met de regiogemeenten en ook met woningcorporaties. Daar heb ik afgelopen week ook weer met de corporatiebestuurders, de directeur van het Leger des Heils, De Hoop en ook enkele collega-wethouders over gesproken hoe we daar voortdurend weer nieuwe inzet op kunnen plegen. En ik heb ook met hen afgesproken dat we in december weer een nieuwe agenda huisvesting kwetsbare groepen opstellen. De afgelopen jaren hebben we dat ook gedaan.

In Dordrecht hebben we daar ook goed op geleverd, voor andere gemeenten is dat nog soms een aandachtspunt. De ene gemeente gaat wat harder dan de andere. Maar dat is de belangrijkste doelstelling in het kader van het voorkomen van dakloosheid. Dan tot slot, voorzitter, het Jongeren Perspectief Fonds. Ja, ik heb het op, na de toezegging bij de Kadernota bespreking even goed laten doorakkeren door de mensen die betrokken zijn bij Jongeren op de Rit, ook de sociale dienst. En uiteindelijk hun advies ook overgenomen van, joh, doe dit nu niet. De tegenprestatie die zit daar inderdaad niet in. Meer principieel ook heb ik wat moeite met die tegenprestatie. Tegelijkertijd, bij het Jongeren Perspectief Fonds is het ook een manier om de jongeren ook op een positieve manier, nou, ook hun eigen toekomst weer in handen te nemen. We hebben natuurlijk wel project Maatschappelijke Diensttijd, wat daar ook voor een deel in voorziet. En we proberen vanuit Jongeren op de Rit en ook het team vanuit de sociale dienst vooral jongeren te stimuleren om actief te worden, nou, in de schoolbanken of via werk en op die manier jongeren perspectief te bieden. Dus wij hebben er vooralsnog niet voor gekozen om dat Jongeren Perspectief Fonds daar dan nog naast te zetten. En dit element nemen we, hebben we dan ook gemeend niet over te nemen. Wij doen dat op een iets andere manier. De voorzitter: Dank daarvoor.

Ik stel voor dat ik even linksom kijk of mensen die … Ja, ik eindig als ik linksom ga eindig ik ook achterop links. Zijn er mensen die iets gemist hebben of kort willen reageren op wat het college gezegd heeft? Mevrouw Schnabel. Ik begin gewoon aan de linkerkant en dan gaan we zo, maken we het rondje. Ja. Mevrouw Schnabel: Nee, ja, ik dacht dat we ... Nee, ik wilde of ik wilde heel graag ingaan op wat de wethouder net aangaf. Wat het grote verschil is met Maatschappelijke Diensttijd is dat jongeren dat gewoon naast hun werkzaamheden doen.

27

En het feit dat je die maatschappelijke dienst of nou ja, die tegenprestatie eigenlijk doet wanneer de situatie zo complex is en er zoveel schulden aanwezig zijn, dat het gewoon heel moeilijk is voor jongeren om die schulden af te betalen, dan zou je dus kunnen zeggen, in sommige gevallen bieden we zo'n maatwerkoplossing waarbij dan deze aanpak wordt aangeboden. Want in vergelijkbare steden wordt dat ook gedaan, naast gewone schuldregelingen of schuldhulpregelingen voor jongeren wordt dan juist deze aanpak ook gehanteerd. En we zouden daar toch nog in een wat toegespitstere vorm graag nog een motie op indienen om hem ietsje kleiner te maken eigenlijk. Dus dat wilde ik … De voorzitter: Dank. De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ja, dank u wel, voorzitter. Even een korte vraag aan de wethouder Van der Linden over de vraag van de VVD over de volledige transparantie garanderen door de openbaarmaking van rapporten over frauduleuze activiteiten. Stel dat dit openbaar zou zijn, zou het de gemeente helpen? Want ik neem aan dat dit geval van fraude dan bekend is bij de gemeente. Stel dat het dan openbaar zou zijn, zou dat helpen? De voorzitter: Dan de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Twee punten. Het ene gaat over de tweede vraag die wij gesteld hebben over vrij beschikbaar maken van budgetten.

Jammer dat het daar niet zoveel over gegaan is. Ik wilde even aangeven, zowel op mevrouw Nieuwland als de wethouder, dat wij ook weten dat persoonlijk minimabudget, energietoeslag al vrij besteedbaar is. Bijzondere bijstand is ook niet logisch maar het ging mij voornamelijk wat de wethouder ook al aangaf om die budgetten die dan voor participatie bedoeld zijn. Uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, is natuurlijk nauw bepaald wat dan als participatie telt. En zijn er altijd, kunnen natuurlijk altijd vormen van participatie zijn die daarbuiten vallen. Dus de discussie was mij daarom te doen maar misschien dat we daar op een ander moment nog verder over kunnen discussiëren. Dan een wat concretere vraag richting wethouder Van der Linden, misschien ook wel richting wethouder Heijkoop. Zou het mogelijk zijn om een keer een technische sessie te beleggen wellicht over de inspectie en wat daar gevonden wordt aan, nou ja, zowel opzettelijke fraude alsook wellicht aan misvattingen en dergelijke. Dat we een goed beeld hebben want ik merk dat dat, nou ja, eigenlijk bij de zorg speelt breed alleen misschien is het goed om daar een goed beeld van te krijgen. De heer Safranti: Voorzitter, bij interruptie. De voorzitter: Er is een interruptie. De heer Safranti: Ja. Volgens mij hebben we daar een, ik ben niet van de regels maar hebben we daar regels voor.

En als je iets wil regelen, commissie, technisch, in welke vorm dan ook, en ik zie mevrouw Koene ja zeggen dus zij is ook van de regels, die weet het ook.

28

Dus ik denk dat dat de toegeëigende wijze van agenderen. Om aan een wethouder te vragen of dat kan, nou, als je het aan ons vraagt dan zeg ik, ja. Daar hoef ik niet een wethouder voor te hebben. De voorzitter: Volgens mij, het kan volgens mij op twee manieren. Het gaat er ook een beetje om hoe we met elkaar daarmee omgaan. Het is eerder wel gebeurd dat een dergelijke vraag is gesteld en op die manier ook beantwoord is door het college. Dus laten we in ieder geval het college in de gelegenheid stellen of ze daar überhaupt brood in zien. Dan Op Ons Eiland, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder. Als ik zie, fraude jeugdzorg, dan wil ik daar toch wat meer over. Als ik de wethouder net goed begrepen heb had die het over dat er totaal 140 miljoen in de pot zit voor de Drechtsteden waar Dordrecht 40 miljoen. Ja? Zuid-Holland Zuid. Oké. Wat ik eigenlijk zou willen weten, wat nou het, is het bekend wat het aandeel fraude dan is voor ons? Dat bedrag? De voorzitter: Dat is wel een technische vraag. Ik snap dat dat bij u oproept, ga ik aan het einde ook iets over zeggen. De heer Gorter: Nou, maar misschien weet, heeft de wethouder het gewoon paraat. Als het niet is dan niet. De voorzitter: Misschien schudt die het zo uit zijn mouw en anders zou u in de tweede technische ronde daar vragen over kunnen stellen.

De heer Gorter: Ik denk dat die het wel paraat heeft, bij indicatie. Dank u wel. De voorzitter: Nou, uw achting voor het college is heel hoog, dat is dan weer mooi. Even kijken, zijn er andere mensen? De heer Portier. De heer Portier: Is er ooit overwogen om de mensen die in de wijkteams en de jeugdteams zitten, om die gewoon in gemeentelijke dienst te nemen of via een gemeentelijke stichting? De voorzitter: Start ik bij de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank, voorzitter. Misschien de laatste vraag als eerste. We hebben in ‘14 hebben we natuurlijk besloten hoe we dat hele zorglandschap in ieder geval voor wat betreft jeugd te willen inrichten. Hebben we ook gezegd, we moeten samenwerken op in toen nog ook iets meer ook op beleid maar in ieder geval op inkoop. En we gaan de indicatiestelling hè, de voorkant zeg maar gaan we lokaal organiseren. We hebben toen gezegd, we willen expertise binnenhalen uit alle bestaande jeugd, het hele jeugdzorglandschap wat je toen had. Toen is bewust gezegd, we moeten dat een beetje lostrekken van de gemeentes want we willen één regionaal merk daarop hebben. Later hebben we de opdracht voor de Stichting Jeugdteams en ook voor de andere partijen die samen in de Dordtse wijkteams zeg maar zitten, hebben we iets veranderd.

29

En we zijn nu zelf van de contractering, alle lokale of alle gemeenten zijn zelf van de contractering van de wijkteams. Waar dus een aantal toeleverende organisaties in zaten, nu is dat één samenwerkingsverband geworden. Tot nu toe hebben we niet gevonden met elkaar dat het zinvol is om mensen die in een hele andere sector werken dan de gemeenteambtenaren zelf, in dienst te nemen. Dat kan natuurlijk altijd voorwerp zijn voor politiek debat maar wij zijn op zich heel content dat wij nu zelf rechtstreeks sturen op onze jeugdteams, de opdrachten formuleren, ook op de indicatoren letten. Ook als het nodig is kunnen zien, hé, hier is iets meer nodig of de opdracht mag iets worden aangescherpt. Dat gesprek loopt ook en ik zie nu geen aanleiding om te zeggen, o, dat moeten we echt anders doen. Maar dat, ik kijk ook naar de heer Heijkoop, als die het wel ziet wordt die onrustig. Dat weet ik altijd, dan gaat die aan zijn neus zitten. Dus dan heeft die misschien nog wat andere inzichten. Ja, flauw. Nee, maar in principe zijn wij heel content dat we in ieder geval zelf over de aansturing gaan. Maar ook enige afstand hebben tussen wat de gemeente doet en wat je in zorglandschap doet. Want dat is natuurlijk ook soms best een fijn idee voor mensen die hulp vragen, dat ze niet meteen bij de gemeente zitten maar ook bij zorg, bij een zorgpartij. Dit als antwoord. Tweede vraag.

Even kijken, er was ook de vraag, kunnen we een technische sessie organiseren? Natuurlijk, het staat u helemaal vrij om een technische sessie over willekeurig welk onderwerp te organiseren met elkaar. Ik denk dat het ook best goed is om een keer te doen. We geven veel geld uit aan zorg en dat doen we graag omdat we heel veel inwoners hebben die die zorg ook nodig hebben. En is natuurlijk heel goed om te kijken, hoe wordt dat besteedt, hoe regelen we het eigenlijk met elkaar? Hoe zorgen we voor goede toekenning maar ook voor inderdaad de controle daarop? Nou, daar hebben we gewoon goede afspraken over gemaakt in de verordening, daar houden we ons aan. Ik heb nu niet het exacte bedrag waar de heer Gorter naar vraagt. De voorzitter: Daar kunt u ook schriftelijk op terugkomen hoor. De heer Van der Linden: Maar dat is wel een goede schriftelijke, goede technische vraag. Wat hierbij natuurlijk altijd van belang is, is de verhouding tussen de kosten die je maakt, die je ook wil maken ten aanzien van fraudepreventie, en wat dat dan financieel oplevert. Dat hoeft niet helemaal een boekhoudkundige som te zijn want het is ook gewoon goed naar de maatschappij om te laten zien van, we besteden dit geld graag maar natuurlijk letten we ook op dat het goed besteed wordt, dat er niet mee gefraudeerd wordt. Ik kan u wel zeggen, als we er meer capaciteit op zetten, dan gaan we vast meer ophalen.

Die kans is best aanwezig. Dat zou best een vraag kunnen zijn op een gegeven moment. Daar horen natuurlijk wel kosten bij die je ook dan maakt met elkaar. Nou, laatste vraag was eventjes naar de openbaar... De voorzitter: Ja, ik stelt toch voor dat we doorgaan met de beantwoording, we hebben nog twee minuten. De heer Van der Linden: Kijk, daar gaan we. Maar ik heb ook nog tien seconden nodig voor de beantwoording van de laatste vraag. De voorzitter: Ja, je moet je teleurstelling nog even verwerken dat je geen concreet getal hebt gehad.

30

De heer Van der Linden: Ja, maar dat komt nog als technische … Ja. Laatste vraag eventjes over openbaarmaking. Kijk, voor onszelf hebben we dat niet nodig want wij weten op een gegeven moment wel, o, deze partij, daar moet je een beetje scherper op letten als een andere partij. Maar natuurlijk, het heeft wel een vorm van afschrikwekkende werking, zeg ik eventjes heel flauw, als je in de krant staat met je bedrijf van, hé, dat is niet zo fijn. Er is geen wettelijke verplichting om frauderapporten openbaar te maken. Er zit natuurlijk ook altijd een privacyaspect aan vast. Ik weet, volgens mij zijn er twee gemeentes nu die een vorm vinden, hebben gevonden om wel gegevens openbaar te maken of daar iets mee te doen. Dus dat is niet iets wat in gemeenteland enorm leeft omdat we het zelf voor onszelf, voor onze eigen dienstverlening contractering enzovoorts niet nodig hebben. Dat eventjes als reactie. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, heel kort. Natuurlijk altijd richting de heer Van Ballegooijen, van harte bereid vanuit het college om een debat te voeren over het armoedebeleid. Dat kan zeker. En die technische sessie, ik denk dat, dat wil ik alleen even meegeven, dat u even nadenkt over de scope van zo'n sessie.

Want we hebben het over de Jeugdwet, we hebben het over de Wmo, kinderopvang, toezicht vanuit de sociale dienst, dat gaat dan over bijstandsfraude, vermogensfraude. Dus dat je daar van tevoren van, waar wilt u dan op inzoomen? En we hebben ook nog, soms is het ook een dunne lijn tussen de kwaliteit van de dienstverlening waar we toezicht op houden en die onder de maat is, waar soms wel wat fraudeachtige elementen in zitten en echt hard fraudebeleid. Maar in ieder geval van mijn kant van harte bereid om daar in een technisch sessie eens bij stil te staan. Maar wel denk ik goed om even van tevoren te bedenken waar uw politieke wens dan ook ligt. Dat was hem, voorzitter. En als ik aan mijn neus zit betekent dat meestal dat ik een beetje aan het dromen ben, daar hoef je voor de rest niet al te serieuze conclusies. De voorzitter: Ja. En in het kader van dromen zijn bedrog, hebben we natuurlijk een enorme teleurstelling voor de VVD te pakken. Die wel heel erg aan zijn trekken is gekomen vanavond met een aantal politieke vragen, maar dat betekent dat we over het Energiehuis gewoon niet meer te spreken komen. Er loopt een artikel 40 procedure dus op zich kunnen we die beantwoording ook gewoon afwachten. Ik zie de heer Van Ballegooijen heel teleurgesteld kijken. Het spijt me. Mevrouw Kruger: Voorzitter, een kleine aanvulling.

De voorzitter: Nee, ik moet nu toch even streng zijn want we gaan het echt nu even afronden want anders lopen we echt uit de tijd, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: O, oké. Nee, het was even ter ondersteuning van de vragen dus in die zin. De voorzitter: Dat is altijd goed om te constateren. Op 7 november begint de begrotingsraad plaats waar deze drie raadsvoorstellen in samenhang worden besproken.

31

Beantwoording van de tweede ronde technische vragen op maandag 6 november om vier uur. U wordt verzocht conceptmoties en amendementen via de griffie met elkaar te delen. En tot zover nu en allemaal een hele fijne avond. En ook bedankt voor uw inschikkelijkheid want het was een hoop informatie en heel veel uitwisseling in een vrij kort tijdsframe dus het is weer goed gelukt. 2. Vaststellen Tweede Bestuursrapportage 2023 – raadsvoorstel 3. Vaststellen Meicirculaire 2023 en de begroting 2023 dienovereenkomstig te wijzigen - Raadsvoorstel Voorzitter: Dhr. Van der Net Raadsgriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Van der Spoel (PvdA) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop, wethouder P. Heijkoop De voorzitter: Beste mensen, gezien het zeer strakke schema zie ik dat het kwart over negen geworden is en wilde ik beginnen. We gaan het eerst hebben over het begrotingsprogramma lerend en ondernemend.

Daar zijn vragen gesteld door de VVD en de VSP. Mijn voorstel is om binnen deze drie kwartier eerst even deze vragen te behandelen en dan daarna te kijken hoeveel tijd we nog hebben voor eventuele andere vragen die er mogen leven binnen de commissie. De heer Gorter: Voorzitter? De voorzitter: Ja?

32

De heer Gorter: Ik zou graag over deze twee programma's een klein stukje woordvoering willen doen. U bepaalt zelf maar op welk moment dat kan. Misschien willen anderen ook nog. De voorzitter: Nee, mijn voorstel is, zeker omdat we krap in de tijd zitten. Mijnheer Katif. De heer Katif: Precies, voorzitter. We hebben geleerd net van de vorige commissie dat wij het op een andere manier moeten doen. En wat u voorstelt is correct, we gaan proberen te kijken wanneer en welk moment er woordvoering ingebracht kan worden. De voorzitter: Ja, nou, dat werd mij net ook in mijn oren gefluisterd natuurlijk en ik dacht van, nou, daar zit wat in. Ja, dan gaan wij eerst, want ik ga even de griffier, dan moeten we toch even een rondje maken weer voor de verslaggeving natuurlijk. Ja, het is niet anders. Dan begin ik maar aan mijn linkerzijde en dan gaan we zo een rondje maken. De griffier. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier. Mevrouw Van Benschop: Chris Van Benschop, wethouder. De heer De Heer: Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK. De heer Van der Spoel: Wouter Van der Spoel, Fractie Van der Spoel. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht.

De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Boom: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer In ’t Veld: Richard In t’ Veld, VSP. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren.

33

De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Van den Berg: Elco Van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, wethouder. De voorzitter: Mijn naam is John Van der Net. En zoals ik al gezegd heb gaan wij eerst even beginnen met de twee vragen die gesteld zijn. En ja, dan kijk ik als eerste naar de VVD die een politieke vraag hebben ingediend. En ik citeer even, willen we de ambitie neerzetten om ervoor te zorgen dat Dordrecht in 2024 nul thuiszitters heeft, zodat deze scholieren een volledige schoolloopbaan kunnen doorlopen? Mevrouw Boom, ik neem aan dat ik u het woord mag geven. Mevrouw Boom: Ja, dank u wel. Ik zou hem graag willen toelichten want volgens mij hebben we als raad en insprekers van kinderen die thuis zitten dit jaar iets belangrijks bereikt en dat is dat er meer aandacht is gekomen voor thuiszitten. En de wethouder heeft dat ook echt, nou, vind ik wel adequaat opgepakt want voor het eerst in jaren staat er in de begroting een tekst dat er in de onderwijsvisie het vertrekpunt gaat komen om thuiszitters te voorkomen en het terugbrengen van voortijdig schoolverlaters.

Dus dit is, deze vraag is geen klaagzang maar het is wel voor ons nog steeds belangrijk een ongewenste thuiszitter, dat werd hier net door mijn buurvrouw, er zijn soms ook mensen gewenst thuiszitten, die willen toch heel graag hun schoolloopbaan doorlopen. En als gemeente hebben wij een glansrijk toekomstperspectief, goede schoolbegeleiding. Dus onze vraag aan de raad is vooral, het is goed dat de wethouder dit oppakt, er staat al wat in de begroting maar kunnen wij ook aan de wethouder de ambitie vragen om naar nul ongewenste thuiszitters te gaan? De voorzitter: Ja, lijkt mij een duidelijke vraag. Het is in eerste instantie natuurlijk gericht richting de commissie om daarop te reflecteren volgens mij. Ik zie de heer De Heer reageren. De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. Hele mooie ambitie die mevrouw Boom-Vos ook met ons deelt. Tegelijkertijd vraag ik me wel af, is dat haalbaar? Want we hebben het over ongewenste thuiszitters. We hebben het ook even over gewenste thuiszitters, nou, die groep zal ook kunnen bestaan. En tegelijkertijd vraag ik me af of dat niet te veel maakbaarheidsdenken is? Want ik denk dat als we kijken naar de problematiek van sommige van deze casussen, dat daar nog zo hard gewerkt kan worden door alle ouders, familie, professionals daaromheen en dat het toch voor dat moment nog een ongewenste thuiszitter zou kunnen blijven.

En dat we er op dat moment nog niet komen om die persoon, dat kind weer toch in dat traject te krijgen richting het onderwijs. Dus ik ben benieuwd of mevrouw Boom-Vos dat ook zo ziet of dat het in haar beleving echt mogelijk is om dat altijd voor elkaar te krijgen?

34

De voorzitter: Hoe kijkt u daar tegenaan, mevrouw Boom? De heer Portier wil hier ook gelijk wat op zeggen of voor ... Want het is een vraag aan mevrouw Boom maar mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, of het wel of niet te ambitieus is. Kijk, ik denk dat het een heel mooi streven is. Maar een groot probleem waar je mee te maken hebt is dus de enorme bezuiniging die er is geweest op het passend onderwijs. Waardoor een heleboel kinderen die op een reguliere school echt niet terecht kunnen ook geen plekje vinden in het passend onderwijs. De vraag is, wat kunnen wij als gemeente daaraan doen? Want daar moet landelijk gewoon ander beleid op gevoerd worden. Dus de vraag is wel van, we kunnen die ambitie neerzetten maar wat kunnen we als gemeente daar dan aan doen? De voorzitter: De heer Gorter wilde hier wat op zeggen. De heer Gorter: Ja, ik zou dan de vraag willen stellen, zou dit dan een lokale indicator moeten worden? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Gorter, de microfoon, dank u. Mevrouw Boom: Ik probeer het in het geheel bij elkaar te krijgen. Is het haalbaar, dat weet ik niet. Ik denk zelf van niet. Maar ik vind wel dat je het haalbaar moet vinden. Sorry? Ja. De voorzitter: Via de microfoon, mijnheer Damen graag. Maar gaat u door, mevrouw Boom. Mevrouw Boom: En dus daarom vraag ik om een ambitie, geen doelstelling.

Dus dit moet je echt willen vanuit je gemeentelijk perspectief voor de Dordtse jongeren. Is dat vanuit de gemeente totaal bewerkbaar? Nee, daar zijn we ook al uitgekomen tijdens de commissies en in de besprekingen. Daar hebben wij als gemeente eigenlijk wettelijk niet zoveel aan te doen. Wat wel blijkt uit de inzet wat de wethouder tot nu toe heeft gedaan is dat wij als smeerolie gesprekken aan kunnen laten voeren en zorgen dat mensen erop gewezen worden op hun verantwoordelijkheden. En dat werkt, wat ik van wethouder Van Benschop tot nu toe hoor, heel goed. En dat zou ik graag willen blijven doorzetten want … De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? Mevrouw Boom: En … Mag ik heel even nog één ding zeggen? De voorzitter: Eén ding. Mevrouw Boom: En wil ik het als een indicator? Nee, want ik denk niet dat dit echt haalbaar is maar ik wil er wel het gesprek over blijven voeren.

35

De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Dank ook voor dit punt. Wat mij of waar ik eigenlijk een vraag over heb, als je dit zo neerzet lijkt het alsof we nu niet de ambitie hebben om ervoor te zorgen dat we nul thuiszitters hebben. Als ik zo de beraadslaging die we daarover het afgelopen jaar over hebben gehad en ook met docenten op scholen spreekt is de ambitie is niet om thuiszitters te hebben. Dus ik begrijp niet zo goed waarom dit een nieuwe ambitie is. Hebben we niet op dit moment ook de ambitie om nul thuiszitters te hebben? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom: Nou, volgens mij hebben we die nog nooit besproken en in de begroting staat alleen de doelstelling dat het vertrekpunt is om schoolzitters te voorkomen. Vind ik een mooie doelstelling. Wij zouden hem zelf ietsje ambitieus, ik snap dat de wethouder hem niet in een begroting neerzet maar ik zou hem wel graag op willen roepen of dat we dit tot een ambitie kunnen doen? De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, ik wil dat van harte ondersteunen. In eerste instantie dacht ik van, dit is een open deur, dit willen we allemaal allang. Maar ik vind het hartstikke goed om dat nog een keer te herbevestigen. Het is natuurlijk een heidens karwei maar we hebben een CDA-voorzitter dus dat moet wel goed komen.

De voorzitter: Ik geef het even … De heer …: Dat laatste niet. De voorzitter: Nee, nee, de heer Damen, een CDA-voorzitter, wat bedoelt u daarmee? De heer Damen: Nou, die kan lastige heidense karweien kan die goed aan. De voorzitter: Waarvan akte. Nee, ja, nee had ik … Mevrouw …: Dit wordt een heel ander gesprek. De voorzitter: Ik dacht dat ik in een soort parallel universum terecht was gekomen maar … Dat kan. De heer De Heer. De heer De Heer: Ja, voorzitter, als het mag toch nog een vraag aan mevrouw BoomVos. Ik vind het heel mooi en ik ondersteun natuurlijk ook die ambitie om naar nul te gaan. Tegelijkertijd zou je dat ook kunnen zeggen over, we willen naar nul armoede in de stad, dat is ook een hele mooie ambitie. Ik zie het alleen ook voor me dat het ook in het verkeerde keelgat kan schieten bij misschien ook wel ouders die met deze situatie te maken hebben met kinderen. Dat je als gemeente misschien in een persbericht of in een begroting of in ieder geval dat je het naar je toe krijgt dat we zeggen van, we gaan naar nul.

36

Wetende dat we dat voorlopig nog niet gaan bereiken want er zullen altijd casussen zijn waarbij dat niet lukt. Waarbij het echt wel lang gaat duren voordat we dat uiteindelijk misschien echt dichterbij zien komen. En dat we dan tot die tijd misschien ook een verkeerd signaal aan inwoners afgeven zo van, nou, we willen naar nul. Maar in de wetenschap dat die ouders en die kinderen toch waarschijnlijk voor langere tijd nog wel hiermee te maken zullen hebben. Is dat, hoe ziet mevrouw Boom-Vos dat risico wat erin zit, in de communicatie? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom: Ik vind eigenlijk wat u zegt, er zit een risico in maar alleen het accepteren al dat ouders moeten accepteren dat ze een paar jaar thuiszitters thuis hebben, dat vind ik eigenlijk, dat zouden we niet moeten willen. Vandaar deze discussie. Kan je het garanderen? Nee. Hetzelfde is dat je ook de ambitie hebt om nul verkeersongelukken te hebben, kunnen we ook niet garanderen. Maar ik vind wel, het blijkt dat wij hier best nog wel wat in kunnen doen. Als je ziet dat wat de gemeentelijke aandacht geeft aan een vooruitgang, dan denk ik dat wij die gemeentelijke aandacht moeten blijven houden. En daarom zou ik hem graag als ambitie uit willen spreken. En eigenlijk is dat gewoon een signaal vanuit de raad richting de wethouder, stel dit heel erg hoog op je to-do lijstje, maak hier een ambitie van.

Ik hoef hier niet in de begroting wat van te zeggen, ik snap dat dit zo in de begroting staat. Zou ik ook niet willen wijzigen. Ik zou wel een oproep willen doen vanuit de raad, kunt u dit hier als een grote ambitie maken? De voorzitter: Ik kijk even om mij heen of daar nog meer mensen op willen reageren. En zo niet, dan heb ik nog een tweede vraag hier staan. Wil … O, is het de bedoeling dat de wethouder hier ook nog op reageert? Ja, dat mag, mag. Ik, ja, van mij, ja, dat mag. De wethouder, alstublieft. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik ben helemaal van slag door de voorzitter. Nee hoor, ik vind eigenlijk wel heel erg goed dat we dit gesprek überhaupt hier voeren in relatie tot de begroting. We zijn er hard mee bezig in de bredere zin, ook als het gaat over de voortijdig schoolverlaters maar zeker ook met de thuiszitters. En ik denk dat wat mevrouw Boom net aangaf echt heel terecht is, dat we hebben gezien naar aanleiding van de gesprekken die we in de commissie hebben gevoerd, dat we daar partijen bij hebben uitgenodigd die er daadwerkelijk echt iets aan kunnen doen, namelijk het samenwerkingsverband en het onderwijs zelf. Maar ook zeker de ouders die hun verhaal kwamen vertellen en daarmee de urgentie duidelijk maakte, dat dat wel degelijk iets in beweging heeft gebracht. Dat zien we ook terug in de samenwerking rondom de visie op het voortgezet onderwijs.

We zijn nog bezig met die visie dus dat zijn we nog met het bureau Sardes aan het uitwerken. Maar er worden al wel vragen gesteld vanuit het onderwijs, kunnen we nou niet een soort vooruitgeschoven project al beginnen om die thuiszitters aan te gaan pakken? Nou, moet de gemeente daar dan de regie op pakken? Dat is waarschijnlijk niet heel logisch.

37

Maar je ziet dus wel dat het samenbrengen van die partijen die iets te maken hebben met die jongeren op dat voortgezet onderwijs in dit specifieke geval dan, iets doet met het verantwoordelijkheidsgevoel, het elkaar aanspreken op die verantwoordelijkheid en gezamenlijk dus die inzet plegen om een kind een passende plek te geven. Als het specifiek gaat over die ambitie naar nul, dat is wel ook de ambitie die het samenwerkingsverband heeft vastgelegd in relatie tot hun eigen kernopdracht voor 2026, om nul thuiszitters te hebben. Ik vind de toevoeging van mevrouw Koene wel heel belangrijk, dat het gaat om ongewenste thuiszitters. Dus hebben wij die ambitie? Ja, wat mij betreft zeker. Achten we het echt realistisch om het in 2024 te realiseren? Nee. Maar dat betekent niet dat we de ambitie niet kunnen onderschrijven dus die wil ik ook gewoon omarmen want dat zou de inzet moeten zijn. Als we namelijk niet de inzet hebben om tot nul te komen gaan we er zeker nooit komen. Dus die ambitie die delen we helemaal. De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Er schiet me ineens iets naar binnen als het gaat om ambitie. Ja, nee, ik ben mevrouw Pichel niet. Nee, ik hoor ambitie, ambitie maar ambitie moet je ook kunnen uitvoeren. En ik zie hier op mijn scherm dat op dit moment het lerarentekort nog steeds nijpend is.

En dan ga ik twee dingen bij elkaar in één pot gooien en dan denk ik ja, oké, we hebben die ambitie, fantastisch en ik ben, ik sta daar ook achter als de ambitie maar moet je dit niet realiseren? En de realisatie daarvan is nul, dat snap ik ook wel. Maar dan denk ik, er is ook op dit moment zijn er zoveel scholen die dat graag ook zouden willen, niet alleen hier maar ook in heel Zuid-Holland. Hoe gaan wij dat nou eens realiseren? Hoe kunnen wij, want uiteindelijk hebben we het over een begroting 2024 en straks accorderen we of alloceren of whatever, een bedrag en dat moet toch ergens terugkomen. Of dat nou maatschappelijk rendement of gewoon, maakt mij niet uit. Maar ik zou graag willen weten, hoe gaan we die ambitie binnen zo'n korte termijn realiseren? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank voor deze vraag. Het is een ambitie die wij niet gaan realiseren überhaupt, wat de ambitie ook is. Het is een opdracht aan het onderwijs die moet zorgen voor het passend onderwijs en het is de taak van het samenwerkingsverband om dan vervolgens te zorgen dat er een dekkend aanbod is en dat die kinderen ergens geplaatst kunnen worden.

Waar wij wel een rol voor onszelf zien is in die zorgkant hè, om in ieder geval in samenwerking met deze drie partijen de afspraken helder te maken, de verantwoordelijkheden duidelijk te beleggen en elkaar ook aan te kunnen spreken op die afspraken die we gemaakt hebben. Dus wij vragen in deze begroting ook geen bedragen om het aantal thuiszitters terug te dringen. En ik ben het er helemaal mee eens dat je graag wil dat de doelen die je stelt of de doelstellingen die je vastlegt, dat die haalbaar zijn. Maar ik zou niet voor minder willen gaan, het college zou niet voor minder willen gaan dan de ambitie uitspreken dat wij dit allemaal doen omdat we geen ongewenste thuiszitters willen. Daarmee zeg je, we willen naar nul. En nogmaals, is dat een realistische doelstelling?

38

Kunnen we dat met indicatoren in 2024 halen? Nee. Maar ik zou niet uit mijn mond kunnen krijgen, laten we als doelstelling nemen dat we 10 procent minder hebben. Of als ambitie, sorry, laten we als ambitie hebben dat we 10 procent minder hebben. Nee, want de ambitie is naar nul. Ieder kind verdient een plek, een passende plek en in ieder geval de mogelijkheid om het onderwijs te volgen. Zijn er personeelsproblemen? Ja, die zijn er ook. Daar zijn we ook mee aan de slag want dat geldt natuurlijk niet specifiek voor het geval van thuiszitters. Dat geldt voor alle kinderen dat er klassen wel eens naar huis gestuurd worden omdat er personeelstekorten zijn of omdat roosters, nou ja, niet meer zo dekkend zijn als dat ze voorheen waren. Dus daar hebben we ook zeker een opgave om samen met het onderwijs te kijken. Is ook weer niet alleen een opgave van de gemeente maar daar kunnen we wel ook in faciliteren. En ik hoop eigenlijk eerlijk gezegd dat alle scholen de ambitie hebben om alle kinderen het onderwijs te kunnen geven. Doet niets af aan onze ambitie. De voorzitter: Nou, die ambitie is er in ieder geval. De heer Den Hartog nog een reactie. De heer Den Hartog: Ja, dank u, voorzitter. Ik twijfelde nog heel erg omdat wat de heer Katif ook zei, het houdt natuurlijk wel verband met het lerarentekort. Sommige scholen vanwege dat lerarentekort die kiezen voor een vierdaagse schoolweek.

Als je kijkt naar de definitie van een thuiszitter, ja, dat is wanneer je gedurende drie maanden niet vijf dagen per week naar school gaat. Dus als we voor dat soort oplossingen gaan kiezen, dan kies je tegelijkertijd voor een hoger percentage thuiszitters. Dus ik vroeg me af hoe de wethouder daarnaar kijkt? De voorzitter: De wethouder. En dan wilde ik dan daarna wel naar het volgende punt. De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, laat ik vooropstellen, ik heb hier niet de oplossing voor het personeelsprobleem. Dat heb ik niet voor het onderwijs, dat heb ik eigenlijk voor geen enkele sector op dit moment. Werken we hard aan via de opgave arbeidsmarkt. Gebeurt ook via de arbeidsmarktregio, dat gebeurt via de regio Smart Delta. Maar de oplossing die heb ik niet voorhanden. Wat ik wel spannend vind als het gaat over dit soort grote kwesties, waar het gaat over, hebben we wel of geen plek voor kinderen op een school? En dan gaat het in dit geval specifiek over een passende plek. Om dan aan de hand van het op dit moment zijnde tekort aan personeel je ambitie bij te stellen. Zul je dat op andere manieren moeten bereiken. Ja. Moet je daar af en toe misschien wat in schipperen en andere maatregelen nemen. Ook ja. En daar gaan we ook zeker achter komen en daar zijn we mee bezig in dat traject richting die visie op het voortgezet onderwijs.

Maar wij vinden in ieder geval persoonlijk dat je daarmee niet afbreuk moet doen aan de ambitie die je hebt want je wil ook die creativiteit behouden om te zoeken naar de mogelijkheden hoe je het wel doet. Als je je ambities bij gaat stellen dan, nou ja, het zou andersom moeten zijn. De voorzitter: Dan wilde ik nog, gezien de tijd, overgaan naar de volgende vraag. En dan kijk ik naar de VSP, naar de heer In ’t Veld. En misschien kan die nog eventjes de vraag inleiden en aangeven waar hij het over wil hebben?

39

De heer In ’t Veld: Ja, dank je wel, voorzitter. Nou, het is met name ingegeven door de Agenda 2030 en dan misschien een wat andere insteek dan bij het vorige begrotingsprogramma. Daar zie je een heel aantal aspecten van werkgelegenheid, opleidingen, jongeren, hogeropgeleiden zeg maar dat we nastreven. En de VSP denkt of is van mening zeg maar dat het goed zou zijn zeg maar als er dus meer grotere bedrijven zouden komen. Want hier staat inderdaad zeg maar dat we veel eenmansbedrijven hebben. Dat is op zich ook niet onlogisch en die moeten we vooral houden. Maar ja, kijk zeg maar naar de gunstige effecten van grotere bedrijven, is er dan op dit moment zeg maar voldoende uitzicht dat dat ook gaat gebeuren of heeft dat zeg maar een extra impuls nodig? Dus meer zeg maar een open vraag van, om te bereiken zeg maar dat we dus grotere bedrijven hier naar Dordrecht kunnen halen. En die dus inderdaad dan ook wat arbeidsintensiever zijn en ook toekomstbestendig en allemaal wat groter. Dus om inderdaad zeg maar die effecten ook voor die Agenda 2030 te kunnen realiseren in ieder geval, dat ze daar een bijdrage aan kunnen leveren dus. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. U geeft aan, nou, we denken eigenlijk dat we meer behoefte hebben aan grotere bedrijven met meer werkgelegenheid. En ja, Of we dat goed aanpakken denk ik.

De heer Den Heijer wilde daarop reageren? De heer Den Heijer: Nee, ik had een inbreng dus ik weet niet of andere mensen misschien … De voorzitter: Hierop? De heer Den Heijer: Op dit punt, ja. De voorzitter: Ja. Nou ja, ik bedoel van, dat wordt nu gevraagd dus bast los wilde ik zeggen. De heer Den Heijer: Nou, mooi. Nou, ik was namelijk rammend enthousiast over het punt dat de VSP concludeert, dat werk gewoon geweldig is en dat de terugloop van het aantal jongeren problematisch is. Het doet ook pijn om te zien dat in deze hyperkrappe arbeidsmarkt in Dordt meer mensen dan gemiddeld langs de kant staan in Dordrecht en werkloos zijn. We zitten in Dordrecht op 4600 uitkeringen dus hoe duidt het college deze aantallen nog los van de 6000 Dordtenaren die met een al dan niet gedeeltelijke arbeidsbeperking langs de kant staan, in wie ook potentie en talenten schuilgaan? Wat ons betreft is dit namelijk in deze tijd echt een gemiste kans. Niet alleen voor deze mensen zelf maar ook voor de ondernemers die echt om handjes zitten te springen, maar ook om alle Dordtenaren die behoefte hebben aan al die cruciale beroepen die zo ontzettend belangrijk zijn in bijvoorbeeld het OV of in de zorg. Want er zijn ontzettend moeilijk mensen te krijgen. Het aantal werkzame personen bij Dordtse bedrijven neemt weliswaar toe, dat is nu 63.000.

Het aantal banen mag toch ook stevig omhoog, zeker als we zien hoe dat zich verhoudt tot de andere gemeentes in Nederland. En dat doen we ook met de ruimte voor banen en dat doet de wethouder ook voortvarend naar onze indruk. Maar dat moet wel blijvend aandacht houden want ook de arbeidsparticipatie moet omhoog. Want ja, het is niet echt ideologisch of zo maar iedereen is gewoon op dit moment nodig om de boel draaiende te houden.

40

En als wij kijken naar ons sociaaleconomische index, Atlas voor gemeenten, zijn we gezakt naar plek 42. Dat is ook echt een verslechtering ten opzichte van het afgelopen jaar dus dat is ook geen goede ontwikkeling. We vragen daarom het college wat ze hieraan gaat doen het komende jaar met als hoogste prioriteit dat het beste pad naar bestaanszekerheid, dat is een heel mooi woord, een nieuwe, goedbetaalde baan is en uitstroom naar werk dus cruciaal is de komende jaren. Want iedereen is nodig dus graag ook reflectie van de rest van de commissie op dit verhaal maar ook vanuit het college. Dank, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers als eerste zag ik zijn handje. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, toch heel even een verhelderende vraag ook aan de heer Den Heijer. Want u had best wel een pessimistisch verhaal, wat ik op zich, de weg naar werk lijkt me inderdaad de beste weg uit de uitkering. Maar als we naar de cijfers kijken over de sociale zekerheid in Dordrecht, dan eigenlijk maken we sinds 2020 wel een mooie trend door met steeds minder bijstandsuitkeringen van 3900 in 2020 naar nu 3670 werkloosuitkeringen, toen 1500 ongeveer en nu nog 900 in de Dordtse situatie. Dus ik begrijp, kan dat niet helemaal relateren aan uw verhaal of uw wat pessimistischer verhaal op het gebied van werk want eigenlijk op basis van deze cijfers gaat het best goed.

De voorzitter: De heer Den Heijer, bent u optimistisch of pessimistisch? De heer Den Heijer: Ja, dat is maar net aan wie de heer Van Dam Timmers die vraag stelt. Als hij die vraag stelt aan de ondernemers in onze stad, als hij die vraag stelt aan de ziekenhuizen, aan de jeugdteams, aan de busbedrijven die staan te springen, dan zijn die denk ik niet heel erg tevreden met deze cijfers. Ik ben het wel met de heer Van Dam Timmers eens dat we op het goede pad zitten. Maar ik vind ook dat het onze taak is om op dit moment te zeggen van, dat we niet zelfgenoegzaam moeten worden. Dat we ook niet elkaar moeten na gaan zitten papegaaien dat we met een granieten bestand te maken hebben, dat er alleen maar mensen in zitten die niets zouden kunnen. En daar kijkt onze fractie echt fundamenteel anders naar. Iedereen, in iedere persoon schuilt gewoon een vermogen, een talent, iets je in kunnen zetten voor de samenleving. En dat hoeft niet altijd betaald werk te zijn maar u zegt de beste weg uit de uitkering is de weg naar werk. Nee, de beste weg uit armoede zou de weg naar werk moeten zijn. En daar proberen we toch echt een warm pleidooi voor te houden omdat de aantallen zijn inderdaad relatief teruggelopen, ook door de hyperkrapte die er nog steeds is op de arbeidsmarkt en de komende decennia alleen maar krapper wordt.

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De heer Den Heijer: En daar moeten wij blijvend aandacht op hebben en ook met elkaar die scherpte op durven zoeken, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers.

41

De heer Van Dam Timmers: Ja, voorzitter, ik constateer dat de heer Den Heijer heel veel woorden nodig heeft maar dat we het eigenlijk feitelijk eens zijn en dat die vooral daar een politiek verhaal van probeert te maken. Het punt is denk ik dat we op zich een goede weg inslaan. Dat er arbeidskrapte is, dat is natuurlijk een feit. Maar dat neemt niet weg dat op zich de lijn die we inzetten goed is en dat de inzet van onze sociale dienst blijkbaar succesvol is. En ik denk dat het goed is om dat even ook hier in deze begrotingsbespreking vast te stellen. Maakt dat dat we ultiem tevreden zijn? Nee, natuurlijk niet want er staan altijd te veel mensen aan de kant. De voorzitter: We zitten hier om politiek te bedrijven natuurlijk dus wat dat betreft. De heer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter, uit de vraag die gesteld wordt blijkt een beetje het idee van, als we maar een heel groot bedrijf aantrekken, dan komt het wel weer goed. Stel dat Lips besluit toch weer de sloten te gaan fabriceren in Dordrecht, dan denk ik, ja, prima maar waar halen we dan de ingenieurs, et cetera, de lassers, de technici, et cetera allemaal vandaan om dat te gaan doen? Plus de bouwvakkers om die fabrieken neer te zetten en machines te onderhouden, et cetera, et cetera.

Ik denk dat het probleem, dat we op zich zat bedrijven hebben in Dordrecht maar dat er een probleem is met bij aansluiting van wat mensen kunnen en wat er door bedrijven gevraagd wordt. Gedeeltelijk is het natuurlijk ook een probleem dat er gewoon af en toe te weinig salaris geboden wordt om mensen enthousiast te krijgen. Maar ik denk dat we, als we gaan kijken naar wat kunnen wij als Dordrecht nou doen om die aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren? Ja, dan zijn er eigenlijk maar weinig concrete dingen wat ik denk wat we kunnen doen. Wat de sociale dienst naar mijn idee bijvoorbeeld wel zou kunnen doen is zeggen, niet meer richten op van, in drie maanden moet jij aan de slag, als je een cursus of wat dan ook gaat doen. Nee, als jij een hbo-opleiding kan gaan doen of als je een technische opleiding kan gaan volgen die jou in twee jaar een garantie op een baan geeft, ja, stimuleer dat vooral. Maar ik denk dat je meer in dit soort aansluiting op de arbeidsmarkt moet denken dan in een groot bedrijf binnen gaan halen met heel veel subsidie en dergelijke en hopen dat we daar dan zeg maar de problemen mee oplossen. Want ik denk dat dat niet op die manier gaat werken. De voorzitter: Duidelijk. De heer Den Hartog. De heer De Hartog: Ja, dank u, voorzitter. Nou, wat er hiervoor gezegd is, daar kunnen we ons wel voor een deel bij aansluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/590/documents/28773