2.8 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 7 juli 2021 - getekend.pdf
Tekst van het document
En ik denk dat als je gaat werken met briefjes in de deur gooien dan is het altijd maar de vraag bereik je ze allemaal? Dus dan wordt het wel vrij lastig, maar ik zou het wel als overweging nnee terug kunnen nemen naar de organisatie om eens te kijken van welke maatregelen wij meer kunnen treffen dan nu al gebeuren. Maar dat moet u niet interpreteren als een toezegging dat we het gaan doen, maar ik ga navragen wat we daarmee kunnen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam komt erop terug. Dan commissieleden, we zijn nu om 20.00 uur De heer Chapel: Voorzitter? De voorzitter: ... en ik probeer tot een afronding te komen van dit onderdeel. Mijnheer Chapel? De heer Chapel: Ik heb nog geen antwoord gehad op twee vragen. De eerste was de persleiding Gaat goed. De voorzitter: Er wordt nu even iemand buitengezet volgens mu j letterlijk.
De heer Chapel: Ja hij zag het natuurlijk niet meer zitten met al dat water. Maar ik heb nog ... De voorzitter: Mijnheer Chapel u had twee vragen inderdaad over de kansberekeningen eigenlijk en missen we nog een concrete aanpak. De heer Chapel: Ja. De kansberekening inderdaad en dan over de persleiding, van wordt die nou wel of niet, gaan we die nou wel of niet leggen? En gaan we dan inderdaad tien of vijftien euro per huishouden rekenen, want we zien nergens die bedragen terug, niet in de kadernota, nergens. De voorzitter: Mijnheer Stam, misschien heeft u het nog gemist. De heer Chapel had in zijn woordvoering de vraag over kansberekeningen, dat die nog nergens in genoemd zijn. Maar oak over het tweede persriool wat aangelegd zou moeten warden of kunnen warden, maar wat oak kosten met zich mee zou brengen. Zou u daar misschien nog enige helderheid in kunnen geven? De heer Stam: Ja voorzitter, ik denk dat als u het stuk goed bekijkt, dan ziet u dat wij daar onderzoek naar doen en dat we in een volgend rioleringsplan die uitkomsten in beeld brengen. Daar is nu globaal van aangegeven als we naar zo'n onderzoek kijken, dan moet u ongeveer rekening gaan houden met een verhoging van tien tot vijftien euro. Maar het komt in het volgende gemeentelijke rioleringsplan, nemen we die uitkonnsten van dat onderzoek op. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Voordat ik de commissie ga vragen: wat gaan we hiermee doen met het genneentelijk rioleringsplan, de heer Van der Meer nog even. De heer Van der Meer: Ja voorzitter ik had nog een vraag gesteld over het toezicht op illegale lozingen. De voorzitter: En de intensivering daarvan geloof ik. Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja ik weet niet zo goed wat ik daarmee aan moet vanuit het rioleringsplan. Dat is illegaal, wil natuurlijk zeggen dat het niet op de geeigende weg gebeurt, en dat zal je toch via controle moeten ondervinden. Dus dat zou dan toch via andere wegen moeten plaatsvinden. Wij constateren dat enkel en alleen als we het aantreffen in het water. Maar via andere kanalen moet die illegaliteit warden opgelost. De heer Van der Meer: Ja dat doet de omgevingsdienst, maar nnijn vraag was of u voorziet dat toezicht aangescherpt gaat warden. De voorzitter: De omgevingsdienst, misschien is dat dan de vraag die ... De heer Stam: Ja ik hoar de vraag, ik zit even te denken, maar dat moet ik echt met mijn collega's gaan afwegen, want oak hier zie je natuurlijk dat we heel veel vragen hebben voor bepaalde dienst van toezicht en handhaving, dus we moeten daar U
heeft daar zelf invloed op via het jaarplan wat u vaststelt voor de OZHZ, dus daar kunt u in opnemen hoe u die illegaliteit wilt bestrijden. Ik denk dat dat afdoende moet zijn dan.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Stam. Dan waren we toch echt tot de afronding mijnheer Chapel. Mijnheer Chapel. De heer Chapel: Voorzitter dank u. Nog een keer over die persleiding. Het is natuurlijk heel vreemd dat we in een stad leven met een persleiding die tachtig procent van het water kan vervoeren in de persleiding, dat we echt constateren: daar moet een tweede komen en dat die gewoon niet in de stukken zit. Dat is natuurlijk heel vreemd. Dus de vraag van de VVD is ook niet beantwoord, en dat is ook onze vraag trouwens van het CDA, wat gebeurt er op het moment dat deze persleiding het niet meer doet? Wat zijn daar de gevolgen van? De voorzitter: Dan mag de heer Stam antwoorden. De heer Stam: Ja voorzitter, dan ga ik toch hetzelfde antwoord geven als net: we zijn dat nu aan het onderzoeken. We hebben at aangegeven dat we werken aan zo'n tweede persleiding onderzoek, en alle risico's en alle kansen die daarin zit die worden zo snel mogelijk via het nieuwe rioleringsplan wat hierna volgt bij u in beeld gebracht. De voorzitter: Dank u wel. Dan de commissieleden de vraag: het raadsvoorstel zou als hamerstuk of als bespreekpunt naar de raad kunnen gaan en de vraag is eventjes of het als hamerstuk of als bespreekpunt gaat.
Als het gaat om als bespreekpunt op de agenda zetten, dan zijn er drie fracties nodig om dit rioleringsplan, gemeentelijk rioleringsplan als bespreekstuk te agenderen. En stel nu dat u al moties of amendementen in petto heeft dan wordt dat sowieso een bespreekstuk. Graag de reactie. En het tweede punt is de RIB die er overigens bij zit, of die ook ter kennisname naar de raad kan. Ik neem aan van wel. Een hele hoop handjes. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: 3a, ik denk dat we het nu voldoende hebben besproken en dat het niet heel veel toevoegt om het opnieuw te bespreken in de raad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier. De heer Portier: Ja voorzitter, laten we maar afwachten of er amendementen komen. Ik heb zelf geen amendement op het oog. De voorzitter: Oke, ik was even bang ... Dat was een grapje. De heer Giindogdu. De heer Gundogdu: Voorzitter, volgens ons mag het als hamerstuk naar de raad. De voorzitter: Mijnheer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Volgens ons mag het stuk ook als hamerstuk naar de raad en we zijn tevreden als Gewoon Dordt dat de samenwerking met de inwoners goed is vastgelegd.
De voorzitter: En de heer Struijk. Doe ik het weer. De heer Struijk: Moeilijke naam he. Ik sluit me bij de vorige spreker aan voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel alien. Dank u wel wethouder voor de antwoorden en dan gaat het als hamerstuk naar de raad en de RIB gaat ter kennisname naar de raad. Dank u wel. Een minuut schorsen? Nou dan ga ik even ... Ik wilde eigenlijk om 20:50 uur, in afwijking van wat de griffier op mijn agenda had gezet, gaan schorsen voor twintig minuten, maar dan moeten we wel om 20:50 uur klaar zijn met dit onderwerp over Vlijweide. Of we zeggen nu vijf minuten, maar dan nog steeds zou ik graag om 20:55 uur dan klaar willen zijn met Vlijweide. Oke. Mijnheer Gundogdu sorry geen vijf minuten, een minuut. Ik kijk nog even rond en ik zeg nog steeds: heren, we gaan verder. 10.Vaststellen bestemmingsplan Vlijweide Scholenlocatie Noordendijk — Raadsvoorstel De voorzitter: la, we gaan verder naar het volgende onderwerp, het volgende bespreekstuk, en dat is namelijk het vaststellen van het bestemmingsplan Vlijweide, de scholenlocatie Noordendijk. Portefeuillehouder de heer Sleeking is binnengekomen en is aanwezig. Het bestemmingsplan van Vlijweide Scholenlocatie Noordendijk legt vanuit de ruimtelijke ordening de juridische randvoorwaarden vast voor de bouw. De heer Kuhlmann, wandelgangen zijn op de gang.
De juridische randvoorwaarden vast voor de bouw van woningen en verdere inrichting van het gebied aan de Noordendijk en dit vormt het toetsingskader voor het college bij de uitwerking of realisering van het plan. De juridische randvoorwaarden konnen vast te liggen in de regels en in de verbeelding. De gemeenteraad is het aangewezen orgaan om het bestemmingsplan te beslissen. Het plan loopt vooruit op de omgevingswet, omdat het valt onder de crisisen herstelwet. Op 8 juni vond het sprekersplein over dit bestemmingsplan plaats, waarvan door twee inwoners gebruik is gemaakt. Het is vanavond aan de commissie om het bestemmingsplan inhoudelijk te behandelen. Er liggen verder geen politieke vragen onder, maar als een sprekersplein heeft plaatsgevonden, komt het ter afronding automatisch als bespreekpunt op de commissieagenda. En na afloop is natuurlijk de vraag of dit raadsvoorstel doorgaat als hamerstuk of als bespreekstuk. Wie van de commissieleden zou ik het woord mogen voeren. De heer Portier, de heer Noldus, de heer Van der Meer, de heer GOndogdu, de heer Struijk, de heer Oostenrijk. De heer Portier als eerst. De heer Portier: Ja voorzitter, ik zal het kort houden, want we hebben het er al een aantal keren over gehad. In ieder geval hebben we nu de tijd om het bestemmingsplan vast te stellen, omdat de aanbestedingen opnieuw gedaan moeten worden.
Dus we hebben dan in ieder geval een bestemmingsplan voordat de ruimte echt ingevuld gaat worden. Ja daar ben ik niet onverdeeld ongelukkig mee. Een paar kritiekpunten die wij hadden en hebben en die ook weer terugkomen in de inspraak is het openbaar houden van de oever wat wij graag zouden willen zien en het beschermen van de bomen die daar nu staan. Op die vlakken zullen wij dan ook een annendement indienen en ik hoop dat ook anderen zich daarbij aan kunnen sluiten. En daar laat ik het voor nu bij.
De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Noldus. De heer Noldus: Mag ik een vraag stellen aan de heer Portier het openbaar houden van de oever? De voorzitter: Ja dat mag u, ik wilde ook al een verduidelijking even vragen, maar u mag hem natuurlijk ook vragen. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, is dan uw insteek dat u juist meer of minder oever openbaar wil houden? Wat wordt uw aanpassing daarin? De heer Portier: De volledige oever. Zoals ook duidelijk is gebleken met de plannen van een van de ontwikkelaars dat dat gewoon mogelijk is. De voorzitter: Dank u wel. Een aankondiging van een amendement in elk geval. Ik ga gewoon de ring af. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, ik kan daarbij aansluiten. Het zou concreet ook door de vornn kunnen krijgen dat de zienswijze drie van reclamant twee wel gegrond verklaren, want die pleit voor de bestemming groen houden van de oever en het algemeen toegankelijk houden daarvan. Wij willen daar ook voor pleiten en het is in onze visie geen goede weg om de publieke toegankelijkheid van de relatief beperkte natuur in de stad onnodig te beperken door er particulier bezit van te maken. Dank u wel. De voorzitter: Oke, dat was ook uw woordvoering. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter dank u wel.
Het belangrijkste aan dit bestemmingsplan is wat ons betreft niet het plan zelf maar het feit dat het helaas niet is gelukt om deze al in een aanbestedingsprocedure succesvol af te ronden. Het uitstel van deze zeventig woningen geeft met de verhuisketen waar we het regelmatig over hebben, dat helaas tweehonderd tot tweehonderdvijftig Dordtenaren langer op een nieuwe woning moeten wachten. Dat vinden wij jammer. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: De heer Portier, een interruptie. De heer Portier: Ja, ik word even getriggerd door het idee van die verhuisbewegingen. Want de VVD wil altijd dure woningen bouwen en het ene moment zeggen ze altijd van dat is om nieuwe bewoners naar onze stad te trekken en het volgende moment is het om ruimte te maken voor andere Dordtenaren. Wat is het nu? Wilt u nieuwe bewoners aantrekken met een flinke hoeveelheid kapitaal? Of wilt u ruinnte maken voor de nnensen die er al zijn? De voorzitter: Mijnheer Noldus, u mag kiezen. De heer Noldus: Ja voorzitter, ik mag kiezen. Maar het antwoord is een klein beetje
van beide. En dat is ook precies de praktijk, want we zien dat driekwart van de woningen van nieuwbouw betrokken worden door bestaande Dordtenaren. En dat is ook precies die verhuisketen waar we dan op doelen, die wordt gemaakt door Dordtenaren die daarnaartoe verhuizen. Dat zijn natuurlijk niet alle nieuwbouwwoningen die daarin betrokken worden en dat is ook heel gezond, want we hebben als raad heel breed, niet alleen de VVD overigens, ook een ambitie om te groeien in aantal, maar ook in kwaliteit van de stad. Dus daar ligt wat ons betreft een goede balans die daar gezocht kan worden en die daar gevonden moet worden, sterker nog. Dus dat als kort antwoord, maar we kunnen daar nog heel lang over uitweiden, dat hebben we al wat vaker gedaan. Maar ik hoop dat de heer Portier tevreden is met het antwoord. De voorzitter: Had u nog verdere woordvoering? De heer Portier: Niet tevreden, maar ik laat het er voor nu bij. De heer Noldus: Dat is ook goed genoeg. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Portier. De heer Noldus: Nee, ik had nog wel wat woordvoering voorzitter, ik was pas bij de opening, de ouverture. Kijk los van die verhuisbewegingen betekent het ook dat het huidige gebied nog wat langer blijft zoals het is en het tamelijk troosteloos uitziende tiny houses die daar geland zijn, wat voor ons niet per se reclame is voor hoe tiny houses een verrijking kunnen zijn voor de stad.
De voorzitter: De heer Oostenrijk heeft daar een andere gedachten bij waarschijnlijk. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, klaarblijkelijk vindt de heer Noldus de aanwezige tiny houses met ook de daar geplante bomen verschrikkelijker dan de ruYne die daarvoor staat. Daar zegt hij niets over. De voorzitter: Of u wat over de ruYne kunt zeggen. De heer Noldus: Voor de ruIne is het net zo jammer dat die langere tijd moet staan voordat de woningen gebouwd worden, maar dat past denk ik ook in het eerdere wat we erover gezegd hebben. Kijk wat ik jammer vind, en dat hoor ik ook van anderen, is dat mensen ook in de stad het beeld krijgen dat tiny houses de kwaliteit van het gebied hebben zoals het daar te vinden is. Dat lijkt me geen verrijking en geen reclame voor het concept tiny houses. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, reclame wel of niet voor tiny houses, daar kan je over twisten. Ik denk dat een groot deel van deze raad het heel fijn heeft gevonden dat op dit verlaten stuk grond tiny houses zijn ontstaan, in de wetenschap dat het voor hen een zeer tijdelijke situatie zal zijn die nu alleen door omstandigheden wat verlengd gaat worden. Ik begrijp echt niet waarom de VVD deze tiny houses zo verwerpelijk vindt.
De voorzitter: Laten we de wethouder misschien vragen hoeveel langer ze blijven staan. Mijnheer Noldus, vervolgt u. De heer Noldus: Ja voorzitter. Nou goed, we hebben ook nog een viertal inhoudelijke vragen en voor een deel ook wel aan de SP. Wat ons betreft ma ken we wat meer mogelijkheid voor stijgers en afmeergebieden, juist in dit gebied, om juist ook de verbinding met bijvoorbeeld Plan Tij verder door te trekken en wij vinden juist eigenlijk dit een gemiste, dus rnisschien tegenovergestelde van waar GroenLinks en SP dan mee komen. Het tweede wat we zien is dat er een beperking wordt opgelegd voor slechts het parkeren van een auto op eigen terrein en wij zien eigenlijk niet in wat dit bijdraagt aan de ambitie en behoeften. We verwachten ook dat bij dit type woningen twee auto's op eigen terrein zeer gewenst en ook in de praktijk veel gebruikt zal zijn. En bovendien zien we niet hoe dit leidt tot minder parkeerdruk in de benodigde vakken, ook in de openbare ruimte. Wat dan weer meer Schijnbeweging. Wat dan weer meer ruimte overlaat voor groen- en andere voorzieningen. Dus de vraag aan het college is: is het niet veel praktischer om juist meer ruimte te laten voor twee auto's op eigen terrein waarmee je in de openbare ruimte meer ruimte overhoudt voor andere voorzieningen en groene De voorzitter: In de chatfunctie zegt de heer Oostenrijk dat hij het woord wil.
De heer Oostenrijk: 0, ja voorzitter, bedoeld de heer Noldus dan eigenlijk met zoveel woorden dat als de wethouder in dit geval voet bij stuk houdt dat de VVD dit bestemmingsplan niet gaat goedkeuren of gaat amenderen? De heer Noldus: Dat is een beetje vooruitlopen op. We hebben eerder de discussie gevoerd rondom Amstelwijck. Toen hebben we uiteindelijk ook wel sterk de discussie over gehad. Het hangt heel erg af van het antwoord dat gaat komen. Wij snappen niet wat de beperking van een auto op het eigen terrein, zeker bij dit type woningen, toevoegt voor het gebied in zijn totaliteit. Dus wij willen graag weten waarom dit is en we laten ons daarin graag overtuigen. Maar wij zijn daar op basis van de stukken in het bestemmingsplan niet van overtuigd. De voorzitter: Vervolgt uw woordvoering. De heer Noldus: Ja. Het laatste punt dat we daarbij nog hebben: we willen verder graag weten wat Over de aansluitpunten op het warmtenet. Nou dit, heb ik laatst ook besproken, heeft niet per se onze voorkeur en wij willen graag weten of er niet een mogelijkheid is om juist meer mogelijk te maken rondom allerlei all -electric en andere varianten en om niet de verplichting voor het aansluiten op het warmtenet hier op te leggen. We zien het toch verschillende gebieden toekomen en we zien ook dat er bij verschillende ontwikkelingen anders nnee om wordt gegaan.
Dus wij vragen ons af: is deze ontwikkeling nou wel nodig, om deze verplichte aansluiting hierbij op te nemen? De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk.
De heer Oostenrijk: Ik kan de overwegingen van de heer Noldus in die zin wet delen dat het aanleggen van een warmtenet een middel is en op zich geen doel. Maar betekent dat dat hij ook met zoveel woorden dan zegt van leg dan toch maar een gasleiding aan? Want dat is een ander verhaal. Dus ik kan in die zin zijn gevoel wet delen dat het niet per se een warmtenetaansluiting hoeft te zijn, maar dan betekent het dat er op een andere manier voorzieningen moeten worden getroffen, al dan niet dus door rekening van de bewoners zelf, met het gevolg dat ook in ieder geval een gasleidingaanleg niet aan de orde is. De voorzitter: Zou u daarop willen reageren mijnheer Noldus? De heer Noldus: Jazeker. Ik zou niet willen pleiten voor een gasaansluiting daar en volgens mu j is dat ook at wettelijk verboden, om nieuwbouw op gas aan te sluiten. Maar je hebt alsnog de keuze om op andere manieren je huis te verwarmen zonder warmtenet. En u zegt dat is op kosten van de bewoners zelf dan, maar de aansluiting op het warmtenet is dat natuurlijk ook. Daar is de maandprijs ook niet mals voor. Dus wellicht met meer keuze, of voor de ontwikkelaar, of voor de inwoners, zou dat tot betere concepten kunnen leiden. We zien de uitsluitingsplicht daar niet per se als een goed middel binnen het bestemmingsplan. Dan hebben we nog een laatste afrondende vraag voorzitter en die heeft met aanleiding van de ...
De voorzitter: Over het warmtenet, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Over het warmtenet wilde ik nog een vraag stellen, namelijk wat precies uw bezwaar daartegen is? Gaat dat over de keuzevrijheid van de bewoners, of gaat het over meer fundamentele kritiek op het warmtenet? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Nee dat gaat over beide, zou ik bijna willen zeggen. Kijk uiteindelijk gaat het om de keuzevrijheid voor bewoners, ook omdat je ziet dat het warmtenet wat ik net al zei in het antwoord naar de heer Oostenrijk, ook per maand best prijzig is en zeker voor nieuwbouw andere opties weleens veel interessanter kunnen zijn. Zeker omdat die woningen een bepaald niveau hebben qua energielabel en isolatie. Dus nou ja, je ziet dat daar ontwikkelaars in verschillende gebieden, en we zien het ook in andere gebieden waar nog geen warmtenet is, gewoon goeie, alternatieve, betaalbare oplossingen worden gerealiseerd die niet van een warmtenet gebruiknnaken. De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, de heer Noldus die geeft met zoveel woorden aan dat we klaarblijkelijk in onze stad ons bij nieuwbouwplannen onderscheid zouden kunnen gaan nnaken per gebied of we dan wel of niet verplicht het warmtenet aanleggen, want in feite werkt dat zo: heel Stadswerven is warmtenet.
Nou ja, we kennen nneerdere nieuwbouwwijken die volledig op het warmtenet worden aangesloten en dan andere wijken klaarblijkelijk niet. Hoe consequent is dat dan? En trouwens de keuzevrijheid, dat is natuurlijk een onmogelijke opgave, want je legt een warmtenet
aan met als doel de verplichting, je kan niet een warmtenet aanleggen en dan tot de ontdekking komen van nou tien procent is daar de afnemer van. Zo werkt het hier niet.
De voorzitter: Ik weet niet of dit een vraag is de heer Noldus. Ik zou denken fijn als er lets ligt voor die zeventig woningen die er komen, maar u mag reageren. De heer Noldus: Nee inderdaad, weinig vraag, en op zich deel ik daar de opvatting van de heer Oostenrijk wel: als er een gemeenschappelijke infrastructuur is, hoe meer je daarop aansluit, hoe lager daar die lasten daarvoor zijn. Maar je ziet dat dit toch een relatief nieuwe ontwikkeling is en je ziet in verschillende gebieden, en het is natuurlijk niet alleen nieuw, het is nieuwe en oude bewoning door elkaar. Dus je hebt niet een wijk die volledig op warmtenet is. Ja als dat zo is, dan is dat eentje die gaat komen. Maar op dit moment is at de realiteit, ook als je naar nieuwbouw kijkt, dat voor verschillende gebieden verschillende oplossingen gehanteerd worden. Als je daar de bestaande woningvoorraad bij betrekt, dan is daar helemaal een varieteit aan. Dus volgens mij is het niet zo zwart of wit als de heer Oostenrijk daarin stelt en dit gaat om een relatief klein project, zeventig woningen. Ja volgens mij valt daar niet de collectieve voorziening warmtenet mee te bekostigen. Ik had nog een. De voorzitter: U wilde nog afronden. De heer Noldus: Nee dit was dan mijn opmerking op een niet-vraag van de heer Oostenrijk.
Het laatste wat ik dan nog had was over een inspreker die een aantal weken geleden insprak met ook de vraag over natuurontwikkeling. Daar is ook een reactie op gekomen. Eigenlijk zijn we benieuwd, en vraag aan het college is wat hiermee bedoeld wordt. Heeft dat betrekking op het behoud en instandhouding van de bestaande natuuraspecten? Of wordt er hiermee een volledig nieuwe natuur aangelegd binnen het gebied? Het is ons niet geheel duidelijk wat in het bestemmingsplan met natuurontwikkeling wordt bedoeld. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Ja dank u wel. Dan ben ik het dus kwijt of de heer Van der Klaauw een woordvoering had voorbereid op dit punt. De heer Van der Klaauw: Nee voorzitter, er is al heel veel over gezegd en gesproken en we hebben geen aanvullende vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voorzitter. Wij willen graag aandacht vragen voor de door de heer Dierikx ingediende suggestie om de maximumsnelheid op de Noordendijk eventueel ter plaatse te verlagen naar 30 km/h om voor een akoestisch aanvaardbaar woonmilieu te zorgen. Natuurlijk moet je dan de inrichting van de weg zodanig maken dat die passend is voor 30 km/h, dat zal geld kosten, maar misschien kan dat uit de GREX gefinancierd worden.
Als je vervolgens de huizen die het dichtstbij de Noordendijk liggen zo hoog mogelijk behoud, twaalf meter is toegestaan, met een geluidwerende gevel, dan heb je een hele mooie buffer voor het gebied wat daarachter ligt, en dat moet dan echt heerlijk wonen worden. We zouden ook in overweging willen geven om een voor het publiek toegankelijk wandelpad langs het Vlij te behouden. Het wordt veel gebruikt en dat doen de mensen natuurlijk niet voor
niets. Wandelen is gezond en een nnooie omgeving stimuleert, dus wij willen daar echt voor pleiten. We waren ook blij om te lezen dat de bestaande bomen zoveel mogelijk moeten worden gespaard en we rekenen erop dat als er gekapt wordt dat er ook ruimhartiger compensatie plaatsvindt. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Struijk. En dan geef ik het woord aan mijnheer Oostenrijk en tot slot zal ook de heer GLindogdu nog het woord voeren. De heer Oostenrijk: Voorzitter, we hebben al een aantal keren gesproken over dit bestemmingsplan in wording. Daar hebben wij inhoudelijk niets aan toe te voegen. Wij gaan akkoord met het voorgestelde plan. Er is even gesproken over de nnislukte aanbestedingsprocedure. Ja dat is natuurlijk tragisch, maar daar kunnen wij in dit kader niets mee doen. Het gaat nu om het vaststellen van het bestemmingsplan en daar gaan we mee akkoord. De voorzitter: Helder mijnheer Oostenrijk. De heer Gundogdu. De heer Giindogdu: Voorzitter dank u wel. Vanuit BVD kan ik zeggen dat wij akkoord kunnen gaan met het bestemmingsplan. Ik heb wel even een tweetal aanvullingen, vragen aan het college. Een daarvan is: dit wordt een nieuw stukje Dordt met een zeventigtal nieuwe woningen, waarbij klimaatadaptief bouwen en omgeving de boventoon gaat voeren. Bij ons kwam het idee, nu dat ook het nieuwe aanbestedingsproces, althans dat moet nieuw worden aanbesteed, of in het kader van klimaatadaptief bouwen ook wellicht meegegeven kan worden aan de ontwikkelaar of circulair bouwen een mogelijkheid is. Niet dat dat een harde eis zou moeten zijn, maar of dat ook meegenomen kan worden in de tender.
Mijn tweede vraag is: deze woningen die worden vanaf pak hem beet € 450.000 in de markt gezet. Nu hebben wij enige tijd geleden met elkaar vastgesteld dat er een indexatie gaat plaatsvinden, dus kunnen we ervan uitgaan dat deze woningen in plaats van vierenhalf ton vanaf vijf ton gaan beginnen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Giindogdu. Dan gaan we naar de heer Sleeking. Aan u de gelegenheid om te reageren op de vragen die vanuit deze commissie zijn gesteld. Gaat uw gang. De heer Sleeking: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, er resteren denk ik niet heel veel vragen rondom dit traject. We moeten ons denk ik ook even concentreren op het bestemmingsplan en het plan grenzen die daarbij zijn aangegeven. De opmerkingen over mogelijke snelheidsbeperking op de Noordendijk, die zijn natuurlijk best wel interessant, alleen vallen die wel buiten de vaststelling van dit bestemmingsplan. Dan zou je een groter gebied daarbij moeten betrekken en kijken wat de consequenties daarvan zijn. De Noordendijk is wel een hele belangrijke toegangsroute naar de oostelijke stadsdelen en om van die belangrijke toegangsweg en uitvalsweg een 30 km traject te maken, ik denk niet dat onder andere de hulpverlening daar heel erg blij van zou worden. Vraagt natuurlijk ook om een totaal andere inrichting van de Noordendijk, dus misschien kan dat nog een keer in ander verband worden besproken.
Ja voorzitter er zijn verschillende vragen gesteld met name over de oever en het behoud van de natuur. Ik denk dat het correct is dat er ingezet wordt op het zoveel mogelijk behouden van de waardevolle bomen. Er kunnen natuurlijk altijd aan de bomenlijst zoals die onlangs door de raad is vastgesteld, bomen aan worden
toegevoegd, na vaststellingen dat het ook echt waardevolle bomen zijn, want niet elke boom heeft het eeuwige leven zeg maar. Geen enkele boom heeft het eeuwige leven volgens mij, maar bepaalde boomsoorten leggen wat sneller het loodje dan andere, dat zal duidelijk zijn. Er staan ook echt monumentale bomen die nog veel langer mee kunnen. Dus uitgangspunt moet ook zijn dat die bomen behouden blijven en dat er ook groen aan moet worden toegevoegd. En dat alles binnen de Wet natuurbescherming in ecologisch werkprotocol, zoals u heeft kunnen constateren. En dan met name de oever, waar sprake is van een soort van getijdenfunctie, zoetwatergetijdegebied, wat versterkt zal worden met name door wat meer flauwe oevers aan te brengen, waardoor de vegetatie ook meer kansen krijgt. Dus geen harde damwanden bijvoorbeeld aan die kant, met name om het natuurlijke karakter, de natuurlijke ontwikkeling te versterken. Ja er staat in de stukken dat minimaal veertig procent van de bestaande oever en toegankelijkheid ook gehandhaafd moet blijven. Ik denk dat wij goed nota hebben genomen van de wensen die er in de raad leven om te kijken of dat percentage niet nog wat groter zal kunnen zijn, juist omdat er kennelijk nu ook al gebruikgemaakt wordt van die route.
Het ligt natuurlijk ook vlakbij het park en is ook een verbindingsroute volgens mij tussen het gebied Stadswerven-Zuid en het Wantijpark, dus er valt wet iets voor te zeggen om te kijken of je die wandelroute daar ook zo aantrekkelijk kunt inrichten dat het ook voor bewoners daar toegankelijk gaat worden. Aan de andere kant: je probeert natuurlijk ook in zo'n tender aantrekkelijke voorwaarden te scheppen voor een potentiele ontwikkelaar, initiatiefnemer.
De voorzitter: Mijnheer Sleeking, voordat u naar de tender gaat, de heer Oostenrijk heeft een vraag op het punt van het pad. De heer Oostenrijk: Ja voorzitter, betekent dat ook met zoveel woorden dat op dat punt de inhoud van de bouwenvelop dan wordt aangepast? Want het wordt natuurlijk wat ongewis als wij nu zouden gaan besluiten om in te stemmen met dit bestemrningsplan in afwachting van dat er iets veranderd gaat worden. Welk bestemmingsplan leggen we dan vast? De voorzitter: De heer Sleeking. De heer Sleeking: Ja volgens mij voorzitter is het bestemmingsplan niet expliciet vastgelegd, ook niet in de verbeelding, waar die wandelroute zou komen te staan. Er wordt gesteld dat het minimaal veertig procent openbaar toegankelijk moet zijn. Als de raad daar zo aan hecht, ja dan bestaat er natuurlijk nog wet de mogelijkheid om op dat punt te annenderen. Je beperkt natuurlijk daarin wet de mogelijkheden, dat moet u ook wet onder ogen zien, voor een ontwikkelaar om op een hele bijzondere plek woningen aan te bieden die ook echt aan het water grenzen. Dat geeft natuurlijk altijd een ander karakter, meerwaarde. De voorzitter: Mijnheer Sleeking, de heer Portier zal denk ik iets willen vertellen over het amendement dat hij De heer Sleeking: Oke.
De heer Portier: Nou het was eigenlijk meer dat ik op dit moment een vraag heb en dat is: we gaan nu het bestemmingsplan vaststellen, ik neem aan dat de nieuwe
aanbesteding zal ik maar zeggen dat die moet passen bij het bestemmingsplan dat wij straks vastgesteld hebben, en dat we niet zeggen van bijvoorbeeld in het bestemmingsplan X -percentage van oever openbaar toegankelijk en dat het bouwbesluit of de aanbesteding weer lets anders zegt.
De voorzitter: Mijnheer Sleeking zou u iets kunnen zeggen over? De heer Sleeking: Nee dat is een terecht. Het bestemmingsplan geeft natuurlijk het kader aan dat door de raad is vastgesteld van waaruit de tender kan worden vastgesteld en ingevuld. En daar kan niet van worden afgeweken vanuit het bestemmingsplan. De voorzitter: Gaat u verder. U was bezig met wat te vertellen over de tender en verder heb ik nog wat vragen ook vanuit de VVD over het parkeren en warmtenet. De heer Sleeking: Ja de tender staat natuurlijk feitelijk gezien los van het vaststellen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan vormt alleen maar het kader om die vervolgstap te gaan nemen, dus ik ben het met u eens dat wel heel fijn is dat we nu toch eerst het bestemmingsplan kunnen vaststellen en vervolgens met de aanbestedingsprocedure door kunnen gaan. Het was natuurlijk altijd de bedoeling om dat min of meer parallel te laten lopen. Ja de parkeerfunctie, we hebben diezelfde discussie inderdaad ook al gevoerd random de vaststelling van het bestemmingsplan Amstelwijck, waarbij het de bedoeling is om toch de auto wat meer uit het zicht van de wijk te plaatsen, ook in het kader van beeldkwaliteit, uitstraling van zo'n gebied. Hoe meer blik je daar toelaat, hoe meer die beeldkwaliteit ook onder druk zal komen te staan.
Het is niet voor niks denk ik dat we ook op andere plekken in de stad proberen om het blik juist meer van de straat te krijgen en elders een plek te geven, dus ik zou toch willen voorstellen om daaraan vast te houden. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: De VVD misschien niet, maar De heer Noldus: Ja het is hier geen gebied met een parkeerregulering en ik vraag me dan ook echt oprecht af of mensen die daar een huis kopen, in die onnvang, een tweede auto wegdoen en misschien een derde auto ook wel, omdat ze niet op eigen terrein kunnen parkeren. Volgens mij met deze maatregel maakt je alleen maar dat de parkeerdruk en het blik op straat, zoals de wethouder dat noemt, in openbare ruimte eigenlijk alleen maar toeneemt, met volgens mij een verloedering of een verslechtering van de gebiedskwaliteit aldaar. Dus ik denk eigenlijk juist Wij denken dat met de regel die je vaststelt niet per se minder auto's het gebied inkomen, maar juist een verstening en een verslechtering van het straatbeeld optreedt. Eigenlijk het tegenovergestelde van wat de wethouder hier betoogd. Misschien kan hij daar nog op reflecteren. De voorzitter: De heer Sleeking. De heer Sleeking: Ja voorzitter, de een maakt daarin een andere afweging dan de ander denk ik. Het beleid is er natuurlijk in grote lijnen erop gericht om het autobezit wat verder terug te dringen.
Je zit hier toch vrij dicht ook tegen de binnenstad aan en
dit is natuurlijk een van de sturingsmogelijkheden die je ook hebt om gedeeld autobezit te stinnuleren of autogebruik te stimuleren en met name het gebruik van fiets of andere vervoersmiddelen. Juist omdat je ook redelijk dicht op de binnenstad zit met alle voorzieningen. Maar ik snap het punt van dat de VVD-fractie hier inbrengt, maar ik hoor uit andere fracties op dit punt niet heel veel bijval. Dus wij gaan ervan uit dat de kaders van het bestemmingsplan worden gedeeld. De voorzitter: De heer Portier heeft nog een reactie. De heer Portier: Ja, ik kan me wel iets voorstellen bij de vragen die de heer Noldus stelt. Kijk wat mu j betreft waren die woningen er gekomen voor mensen die niet over zoveel auto's beschikken, maar dat nog even terzijde. Maar zou het niet ook een optie of een variant zijn om mensen te verplichten om, als we de auto's uit het zicht willen hebben, om die inpandig te parkeren? Dus dat je inderdaad parkeergarage of een garage onderdeel maken van het pand, zodat het er in ieder geval fraaier uitziet dan een heleboel blik in de tuin. De voorzitter: Mijnheer Sleeking. De heer Sleeking: Ja het vervelende voorzitter is dat zich dat lastig laat afdwingen, dat zien we natuurlijk ook in andere wijken waar mensen een garage naast de woning hebben en de garage vervolgens gebruiken voor andere doeleinden en daarop niet te handhaven valt.
Als iemand zijn auto alsnog in het openbaar gebied plaatst, zeker in gebieden waar je geen parkeerregulering hebt, is daar geen handhaving op mogelijk. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Portier nog even. De heer Portier: Gezien het feit dat er hier gebouwd gaat worden voor mensen met gigantisch veel geld, is het dan niet een optie om ook gewoon parkeerregulering in te voeren? Want financieel kan het niet echt een probleem zijn voor de mensen. De voorzitter: Volgens mij mag je in een woonerf ook niet parkeren, maar ... De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik had ook een vraag, want is het college dan ook bereid Wordt dan ook gehandhaafd op die een auto op eigen zijn? Ik weet niet of dat ergens anders in Dordrecht gebeurt. Maar we leggen dat hier vast, is het dan ook iets waar de gemeente actief op gaat handhaven en gaat het dan ook overal plaatsvinden? En zo niet, gaat het dan ook ingezet worden op parkeerregulering in dit gebied om te voorkomen dat de auto's die toch wel meekomen dan op straat komen, waar dan schaarste ontstaat? De voorzitter: De heer Sleeking. De heer Sleeking: Nou ja voorzitter, de ervaring is wel daar waar mensen de gelegenheid hebben om de auto op eigen terrein te parkeren, dat dat ook vaak de voorkeur verdient. Dat is in veel gevallen ook veel praktischer, dus mijn inschatting is dat dat wel zal gaan gebeuren.
Zeker daar waar de overige parkeerruimte toch overal
schaars is. Je moet ook niet uitsluiten dat dit gebied op den duur ook in aanmerking zal komen voor parkeerregulering, zeker daar waar straks het hele gebied Stadswerven daar ook onder gaat vallen. En ja je ook in de rest van de stad zeker waterbedeffect ziet ontstaan, waarbij je min of meer gedwongen bent om die parkeerregulering verder uit te breiden. En dan heb je natuurlijk ook een handhavingsinstrument. En dan kiezen de nnensen er wel vaak voor. Ik zie het ook in de Stooplaan, waar mensen zelfs hun voortuin dan maar gaan bestraten om de auto op te kunnen stellen, los van de vraag of dat nou allemaal wel de bedoeling is.
De voorzitter: Met grind mag ook. De heer Noldus: Voorzitter, nog een vraag. De voorzitter: In het verlengde van de auto's? Want ik vind dat we het eigenlijk wel genoeg over de auto's hebben gehad. U had ook nog een vraag over steigers en afmeervoorzieningen. De heer Noldus: Ja, nee we hadden eigenlijk wel de vraag over handhaving. Heeft de wethouder in die zin beantwoord vanuit een openbare ruimteperspectief, maar mijn vraag is ook: als je dan twee auto's op de oprit hebt staan, wordt daar dan vanuit de gemeente op gehandhaafd? De voorzitter: Dat is misschien een vraag die een ander bestek is een keer ten aanzien van ... We hebben het nu over het bestemmingsplan en dan is handhaving van parkeren en twee ... De heer Sleeking: Volgens mij voorzitter heeft dat ook geen prioriteit. Als er op een oprit plek is om twee auto's te zetten, wat zou dan het argument zijn om daarop te gaan handhaven, dat zie ik eerlijk gezegd niet. Volgens mij hebben we dat met elkaar ook niet als een hoge prioriteit vastgesteld. Maar als de VVD-fractie dat graag wenst, dan kunt u dat inbrengen bij het jaarprogramma natuurlijk. De heer Noldus: Voorzitter, ik moet de heer Sleeking daar van harte gelijk in geven.
Dat is ook niet wat wij graag wensen, maar waarom schrijf je dan op dat er maar een auto mag staan als de wethouder zelf aangeeft: na ja, dat is natuurlijk geen probleem als er dan twee auto's staan. Laten we dan dat eruit schrappen en dat probleem vooral ook niet creeren. De voorzitter: Ik Misschien ... De heer Jansen. Laten we de heer Jansen even het woord geven, die heeft een prima inbreng denk ik. De heer Jansen: Ja, ik denk ik zet mijn blauwe helm even op om te bemiddelen tussen de strijdende partijen. Zou het wat zijn mijnheer Sleeking om als compromis aan de VVD dat maximaal een auto op eigen terrein los te laten en dan de straten volledig parkeren te verbieden? Zodat alle auto's op eigen terrein moeten. De voorzitter: Nou, mijnheer Sleeking. De heer Sleeking: Nou, ik denk ook niet dat we daar alle handen voor op elkaar kfijgen, want daarmee maak je het ook bezoekers en dergelijke onmogelijk om in je
eigen woonomgeving de auto kwijt te kunnen. Maar ja ik weet nog niet precies uit mijn hoofd hoe dat nu is geformuleerd. Staat het als een van de regels in het bestemmingsplan denk ik, die een auto op eigen terrein. Ja dan Als het een breed gedeelde wens is, dan zouden we daar nog even naar moeten kijken of dat nou echt een belemmering is om dat op dat punt anders te formuleren. Ik zit daar zelf ook niet zo geharnast in eerlijk gezegd. We moeten alleen zien te voorkomen, en dat zie je helaas toch wel regelmatig in onze stad, dat de voortuinen op heel veel plekken verharding krijgen, waarbij mensen in de verleiding komen om de auto dan maar in de voortuin te parkeren. In het kader van klimaatadaptatie de inrichting van een groene wijk is dat natuurlijk iets wat wij nou echt niet willen met elkaar. Dit nrioet een wijk worden met een groene uitstraling, een natuurlijke uitstraling, en daar zetten we ook het instrumentarium voor in. De voorzitter: De heer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Ja ik heb nog even een vraag aan de wethouder. Is het geen verplichting meer om bij nieuwbouwlocaties op eigen terrein te parkeren? Is dit losgelaten? De voorzitter: De heer Van der Klaauw. Een heeft de heer Struijk nog een reactie? De heer Struijk: Nou, de wethouder, aan het eind van zijn antwoord vertelde hij eigenlijk wat ik wilde inbrengen.
Ik vermoed dat het gewoon een verplichting is, de hoeveelheid groen, dat dat ermee te maken heeft. De voorzitter: Dan de heer Sleeking. De heer Sleeking: Ja dat is het kader wat we met elkaar hebben afgesproken, net zoals bij Amstelwijck, volgens mij is het hier ook veertig zestig uit mijn hoofd, de verdeling. Ja bij sommige ontwikkelingen in de binnenstad, mijnheer Van der Klaauw, wordt er altijd gekeken of parkeren op eigen terrein iiberhaupt mogelijk is. Dat is niet in alle gevallen zo, dus daar wordt ook wel regelmatig ontheffing van verleend, of verwezen naar de bestaande parkeergarages, want anders dat zou de woonfunctie bijvoorbeeld in de binnenstad ook niet verder uitgebreid kunnen worden. Niet voor niks natuurlijk dat we aan het orienteren zijn of er met de Visstraat parkeergarage iets kan gebeuren, met de Grote Markt iets kan gebeuren, om ruimte te bieden aan het bewonersparkeren en de rest op een andere manier te gaan regelen. Maar hier ligt het zo vast dat een auto minimaal op eigen terrein geparkeerd moet kunnen worden. Ja het warmtenet dan nog even, dat is inderdaad wel staand beleid. Dat is natuurlijk ook met Stadswerven zo: de nieuwbouwwijken worden niet meer op het gas aangesloten en een van de goede alternatieven die er zijn is aansluiting op het warmtenet. Dus ik zie niet in wat daar het bezwaar van is.
Dat is een goede voorziening volgens mij, die ook in de praktijk goed werkt. De voorzitter: Dan heeft u volgens mij de meeste vragen wel gehad, als ik op mijn eigen lijstje kijk. De heer Sleeking: Ja, er was nog wel een vraag, maar eigenlijk meer in de slipstream over de tiny houses. Ja daar kun je natuurlijk ook van denken wat je wilt. De kwaliteit is niet overal optimaal denk ik van de gerealiseerde tiny houses, maar volgens mij
wonen de mensen daar wet met plezier en kan het ook worden gehandhaafd zolang het gebied niet in ontwikkeling gaat. Juist vandaag hebben we ook nog even met de co6peratie gesproken, collega Stam en ik, of was het at gister, om te kijken of we niet op dit soort plekken die niet op hele korte termijn in ontwikkeling komen ook niet kunnen proberen om iets van een vorm van containerwoningen te plaatsen. Onlangs weer gesproken met een groep jongeren die hier studeren, die het toch heel lastig hebben om een tijdelijke woonruimte te vinden en wellicht bieden de locaties die niet meteen in ontwikkeling komen, in afwachting van wat er op het Leerpark gebeurd, wat er straks bij het Weizigtpark gebeurt, om te kijken of we locaties kunnen vinden die in de tijdelijke voorziening, en daar moet je ook afspraken over maken, over weer verplaatsing, of we daar niet lets meer ruimte voor zouden kunnen bieden, los van de tiny houses die er nu staan. Ook in heel beperkt aantal natuurlijk. Voorzitter ik kijk even of ik nu nog een vraag ben vergeten en anders dan gaat u me daar vast wet op wijzen.
De voorzitter: Er is nog wet een vraag, van de heer Noldus. De heer Noldus: Ik had nog een vraag gesteld op het gebied van gebiedsontwikkeling. Sorry natuurontwikkeling. De voorzitter: Natuurontwikkeling. Nou had de heer Sleeking at aangegeven dat er in grote lijnen wordt aangesloten bij de bestaande natuur, maar mogelijk kan de heer Sleeking nog verder toelichten wat met natuurontwikkeling wordt bedoeld. De heer Sleeking: Ja, ik denk dat dit gebied zich leent om de kwaliteit van de natuur juist te versterken. Met name in het een hele oevergebied door die oevers wat meer verflauwt aan te gaan leggen ontstaan daar veel meer mogelijkheden toe. En er zal ongetwijfeld ook in het huidige plangebied meer groen worden toegevoegd dan de aantallen bomen die er nu staan, voor zover ze behouden kunnen worden of niet behouden kunnen worden, wordt natuurlijk altijd gekeken om nog meer groen toe te voegen. En dit gebied, zo tegen het Wantijpark aan, is een zoetwatergetijdegebied, ligt het ook voor de hand om daar optimaal naar te kijken. Onze stadsecoloog is daar ook alert op. Ik denk dat we ook blij mogen zijn dat de stadsecoloog aangesteld hebben. En verder speelt natuurlijk de Wet natuurbescherming en de protocollen waar we ons aan nnoeten houden. De voorzitter: U had ons dit inderdaad al voorgehouden, dus dank u wel voor de reactie, dan is het dat.
Beste commissieleden, SP en GroenLinks stellen het erbij aan, hebben een amendement aangekondigd, dat betekent dat in elk geval dit bestemmingsplan een bespreekstuk wordt in de raad. Nou is het wet nog de vraag aan u commissie of het dan uitsluitend gaat om het amendement, of dat we het in brede zin willen bespreken. En als het in brede zin wordt besproken, dan willen we natuurlijk ook graag weten: waarover gaan we het dan hebben? Dus graag even de reactie van de commissieleden. De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter. Ja voorzitter, wat mij betreft bespreking !outer over de amendementsinhoud. De voorzitter: Mijnheer Noldus en daarna mijnheer Van der Klaauw.
De heer Noldus: Ja voorzitter, daar kan ik me bij aansluiten. We gaan even kijken wat wij als de VVD gaan doen met de opmerking en discussie die we zojuist hebben gehad over het parkeren, dus wellicht dat we daarover nog met een motie en/of amendement komen De voorzitter: Mijnheer Van der Klaauw. De heer Van der Klaauw: Wij sluiten ons aan bij het CDA. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, over de motie of amendementen wellicht. En vraag aan de heer Noldus of hij ook nog overweegt om over het warmtenet een amendement in te dienen. Daar zou ik wel met hem over willen spreken. De voorzitter: Nou dat kunt u beide prima met elkaar bespreken. Dan wordt het een bespreekstuk voor zover het betreft amendementen of moties, waarvan we nu al weten dat er een en misschien twee en nnisschien nog meer worden aangekondigd, zijn aangekondigd. En twee, dat voor het overige bestemmingsplan niet wordt besproken. Dus we bespreken het in de raad, maar beperken ons daarbij tot de ingediende amendementen en moties. Dank jullie wel voor medewerking. We gaan nu pauzeren. Ik zie net dat er insprekers zijn binnengekomen, maar ik had een beetje aangekondigd om even lets !anger te pauzeren. Even kijken op mijn agenda. Zullen we tot 21:05 uur pauzeren. Tot dan.
11.Afschriftbrief van stichting Leefwerf de Biesbosch over Fase 2 Leefwerf de Biesbosch aanpassing kades 12.Raadsinformatiebrief over Leefwerf, fase 2 in Stadswerven Raadsinformatiebrief De voorzitter: Commissieleden. Commissieleden, collega's. 0 de bel! De bel. Heb ik een bel? Hij is leuk. Ik doe hem nog een keer. Sorry. Waar iemand al niet blij mee kan zijn. We zijn bij agendapunt 11. Kan iedereen de stemnnen, dimmen, ja, op mute zetten? Zo'n knop. Maar we hebben inmiddels weer de bel gevonden in plaats van een muteknop. Afschriftbrief van stichting Leefwerf de Biesbosch over fase 2 Leefwerf de Biesbosch aanpassing kades en de raadsinformatiebrief over Leefwerf fase 2 in Stadswerven. Dat zijn twee punten waar we het nu over gaan hebben. Portefeuillehouder is de heer Sleeking. Is aanwezig. De directe aanleiding voor de bespreking zijn de brieven en voorstellen van stichting Leefwerf de Biesbosch, naar aanleiding van het, de mening van de stichting, nog niet volledig uitgevoerde amendement Zekerheid voor Leefwerf de Biesbosch en Rene Siegfrid, zoals door de raad aangenomen op 22 september vorig jaar. Juist, oke.
Dit onderwerp is nu geagendeerd, en we zien het inmiddels voor ons, op verzoek van de Partij van de Arbeid met de volgende politieke vragen: hoe vindt de commissie dat het aangenomen amendement is uitgevoerd? Zijn de voorstellen van stichting Leefwerf de Biesbosch voldoende responsief behandeld? GroenLinks. We starten met een drietal insprekers: de heer Gerritsen van ontwikkelingscombinatie OCW, de heer Hubens van stichting De Binnenvaart, goedenavond, en de heer Barone van stichting De Leefwerf, goedenavond. De insprekers hebben ieder vijf minuten, waarna de
commissie ook nog vragen kan stellen. Zullen we als eerst de heer Gerritsen? Hij loopt al naar voren. U heeft ... De heer Gerritsen en andere insprekers hebben vijf minuten. Ik wilde de insprekers na elkaar aan het woord laten. De vragen, noteert u die zich voor uzelf, nadat we hun alle drie aan het woord hebben gelaten kunt u de vragen stellen. Mijnheer Gerritsen, gaat uw gang.
De heer Gerritsen: Ja goedenavond. Ja, ik ben Rogier Gerritsen, ontwikkelaar bij AM, AM is partner in OCW, welke verder bestaat uit Dura Vermeer en JP van Eesteren. Ik wil graag van de gelegenheid gebruikmaken om toch even de contractuele positie van OCW te duiden in dit kader. De ontwikkelcombinatie heeft met de gemeente een contract, een raamovereenkomst, en in die raamovereenkomst zijn zeg maar de rechten en plichten van OCW en gemeenten vastgelegd ten aanzien van het ontwikkelgebied van de Stadswerven-Noord. Het grootste deel van StadswervenNoord valt onder het ontwikkelgebied en ontwikkelclaimgebied van OCW. En dat gebied kan je op dat kaartje zien, dat is het gebied binnen de rooie lijn. Er zijn een aantal uitzonderingen die in het contract zelf benoemd zijn, maar goed dat is voor nu even niet relevant. Ik denk dat het relevant is dat de lijn loopt door het water en de lijn loopt niet langs de kade. Dat betekent dat OCW invloed heeft op datgeen wat er binnen die rooie lijn gebeurt, omdat het binnen haar ontwikkelgebied valt. En ook logisch, want dat hebben we natuurlijk destijds ook met elkaar afgesproken, omdat wij als OCW geen ongewenste ontwikkelingen willen in het water die mogelijk van invloed zouden kunnen zijn op de woningbouwontwikkeling op de verschillende deelgebieden. Dus vandaar dat die rode lijn niet langs de kade loopt maar door het water.
Dat is de eerste toelichting. Punt twee is dat onderdeel van het contract is dat OCW samen de gemeente bouwenveloppen vastlegt per deelgebied. In zo'n bouwenvelop staan eigenlijk de spelregels van hoe we die ontwikkeling vornn gaan geven, die leggen we met elkaar vast. Voor die verschillende deelgebieden hebben we dat ook natuurlijk gedaan voor deelgebied F, de Biesboschhal, G. En wij hebben destijds medewerking verleent aan het aan-/afmeren van schepen in de zuidelijke insteekhaven voor stichting De Leefwerf. In het masterplan, wat ook een onderdeel is van het contract, was dat volledig een commerciele jachthaven voor OCW, en we hebben toch gemeend medewerking te verlenen aan vijf schepen in de zuidelijke insteekhaven voor stichting De Leefwerf en aanvullend een plaats ter hoogte van de Biesboschhal. Niet ter hoogte van F en ook niet ter hoogte van G en ook niet ter hoogte van A. Dat hebben we ook contractueel vastgelegd met elkaar in die bouwenvelop. En dus op het moment dat daar schepen komen te liggen, niet zijnde de zuidelijke insteekhaven en de plek ter hoogte van de Biesboschhal, ja, dan houden we ons niet meer aan de afspraken die we met elkaar gemaakt en betekent eigenlijk gewoon contractbreuk.
En dan kom ik tot het derde punt wat ik hierover wil zeggen, is dat we contractueel ook met elkaar hebben afgesproken dat wij een ontwikkeling, een woningbouwplan, of een bouwplan ontwikkelen wat zo optinnaal mogelijk is en wat dus ook een zo optimale grondwaarde voor de gemeente genereert. Op het moment dat daar schepen komen te liggen ter hoogte van mijn woningbouwontwikkeling heeft dat een negatieve invloed op de opbrengst en ook een negatieve invloed op de grondwaarde. Dat is het derde punt. Maar goed, lang verhaal kort: we hebben gewoon afspraken met elkaar en op het moment dat daar schepen komen te liggen, niet zijnde in de zuidelijke insteekhaven en ter hoogte van de Biesboschhal, dan is er sprake van contractbreuk. Dan houden we ons niet meer aan de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt. Dat is wat ik daarover wilde zeggen.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gerritsen. Vragen graag noteren commissieleden, zodat we die na mijnheer Hubens en de heer Barone kunnen gaan stellen. Mijnheer Hubens, u nnag naar de plek !open, neem ik aan, ja de griffier knikt, van insprekers. Dat is allemaal vanwege de anderhalve meter. De heer Hubens spreekt in namens stichting De Binnenvaart. U krijgt oak vijf minuten. Gaat uw gang. De heer Hubens: Ja, ik heb het op papier gezet, dus dan vergeet ik niks. Goedenavond. Allereerst wil ik de voltallige gemeenteraad namens de drieduizend leden tellende vereniging en stichting De Binnenvaart mijn grate dank uitspreken voor het indienen en aannemen van het amendement A7A Zekerheid voor Leefwerf De Biesbosch en Rene Siegfrid van 22 september jongstleden. Dit heeft ons weer moed en zekerheid gegeven am door te gaan met onze plannen. In 2004 heeft stichting De Binnenvaart de historische duwboot Rene Siegfrid gekocht in Duitsland. Aan board hebben wij het eerste en enige Binnenvaartmuseum gevestigd. Dit unieke binnenvaart in Dordrecht, in het Wantij, is al zeventien jaar afgemeerd naast de Biesboschhal, waar zij in 1963 oak is gebouwd. Vanwege ruimtegebrek is het Binnenvaartmuseum helaas slechts gedeeltelijk te bewonderen voor de jaarlijkse 10.000 bezoekers.
In het laadruim van de in 2018 aangekochte motor Marot, die ligplaats heeft in de zuidelijke insteekhaven van Leefwerf De Biesbosch wordt het Binnenvaartmuseum uitgebreid. Dit met subsidie van de provincie Zuid-Holland. Maar oak deze uitbreiding is niet voldoende: wij zouden oak graag circa 600 m2 willen verkrijgen in de Biesboschhal, waar wij een binnenvaartdocumentatie en educatiecentrum willen vestigen. Wij zijn daarvoor door acht diverse gegadigden van uiteenlopende plannen ingeleverd bij een gemeentelijke commissie. In zes van de acht plannen participeert stichting De Binnenvaart. Deze commissie zou voor de zomervakantie drie gegadigden selecteren. Dit is zoals gewoonlijk weer eens am duistere redenen uitgesteld naar de maand september. Met de Biesboschhal kan dit de verbinding warden tussen de twee locaties van het Binnenvaartmuseum. Fase een, de zuidelijke insteekhaven, met de Franse motor, en fase twee, de huidige ligplaats van de Rene Siegfrid, lasbak en Veerdienst 3. En avenge schepen in het Wantij. De verbinding is noodzakelijk voor de ongeveer honderdvijftig vrijwilligers die op een locatie op diverse schepen en eventueel in de Biesboschhal allerlei werkzaamheden verrichten. Voor de avenge schepen in het Wantij, fase twee, zouden er extra ligplaatsen kunnen warden gecreeerd met de vrijgekomen nacht-ligsteigers van de waterbus.
Op voorspraak van het kabinet van de burgemeester was daar in de Dordtse sleepboot wel een marine voorzien. Maar de eigenaar kon het besluit niet langer afwachten en heeft zijn sleepboot naar elders verkocht. Een verlies voor Dordrecht. Gelukkig hebben wij een andere sleepboot kunnen verleiden am Dordrecht als thuishaven te kiezen. Dit is de historische stoomsleepboot Hugo. Maar oak deze eigenaar veel vastigheid am zijn sleepboot te kunnen blijven afmeren in het Wantij. Met deze stoomboot is tevens de verbinding met Dordt in Stoom gelegd. Voor dit evenement en alle watergerelateerde festiviteiten kunnen tevens de aangekochte steigers van de waterbus ingezet warden. Daarnaast zouden wij nog een sleepschip en een van de opleidingsschepen van het scheepvaart- en transportcollege uit Rotterdam een ligplaats willen geven in het Wantij. Voor onze plannen in fase twee, van historische schepen en uitbreiding van het Binnenvaartmuseum is het mogelijk een aanzienlijke subsidie aan te vragen bij de provincie Zuid-Holland, erfgoed Waterdriehoek. Dit gaat gebeuren op 23 augustus aanstaande, tijdens de vergadering aan board van de Franse motor Marot in het laadruinn die door vrijwilligers is
gebouwd tot een multifunctionele ruimte. Over het tijdelijk verplaatsen van onze historische schepen in het Wantij, in verband met het aanleggen van een nieuwe kade, hebben wij overeenstemming bereikt met de gemeente. Ook over de definitieve ligplaats van de Rene Siegfrid en lasbak is overeenstemnning. Echter, voor de huidige ligplaats van de Veerdienst 3 in het haventje aan het Wantij, is het nog maar zeer de vraag of de Veerdienst 3 haar ligplaats kan behouden. Maar dat is in tegenspraak met het zojuist genoemde amendement A7A. Dit haventje zou naast de Veerdienst 3 ook een prachtige ligplaats kunnen worden door de sleepboot Hugo. Ons doel om samen met Leefwerf De Biesbosch, de Biesboschhal en bewoners van de Stadswerven een mooi leefbaar gebied maken voor eenieder. Het geplande wandelrondje langs de oevers van het Wantij met daarbij de mogelijkheid een bezoek aan de schepen te brengen past daar uitstekend in. De steigers waaraan de schepen gemeerd liggen kunnen onderdeel worden van de wandelroute. Er kan zelfs gevist worden vanaf steigers en schepen. De voorzitter: Wilt u afronden? De heer Hubens: Dichter op het water kan het niet worden. Ik rond af.
Dit zorgt niet alleen voor een toekomst voor varend en maritiem erfgoed in Dordrecht, het benutten en leefbaar maken van historische schepen draagt ook bij aan het behouden van de diversiteit van het industrieel erfgoed in en om de voormalige scheepswerf de Biesbosch, namelijk de wijk Stadswerven. Ik dank u voor je aandacht. De voorzitter: Dank u wel. De volgende in spreker, de heer Barone. U heeft een presentatie. Gaat uw gang. De heer Barone: Allereerst, commissie en voorzitter bedankt, en griffie natuurlijk. Ja, laten we naar de feiten kijken. De eigendomssituatie. Daar beginnen we mee, want ik hoor hele grote woorden van iemand die hier ook het beste voor heeft met de Stadswerven, wat wij natuurlijk ook hebben. Dan beginnen we met wat is van de gemeente en wat is niet van de gemeente. Dat is heel eenvoudig, het gele is van de gemeente en het witte niet. Dus er kan wel een lijn door het water lopen, nnaar dat is rijkswater en daar heeft de gemeente niks over te zeggen. Dan had er een afspraak moeten liggen met OCW en Rijkswaterstaat, dat allereerst. Ik ga verder. De situatie nu is dat er namelijk al ligplaatsen zijn. Er is geen sprake van een nieuwe ontwikkeling in dezen. U ziet aan de linkerzijde het plaatje van Havenbedrijf Rotterdam en aan de rechterzijde, of andersom, dat is een beetje lastig Ja sorry.
Links is het verhuurcontract wat Rijkswaterstaat met de gemeente Dordrecht heeft en in het roze gedeelte, dat loopt langs deelgebied F de landtong tot aan de Prins Hendrikbrug, dat is wat de gemeente op dit moment huurt van Rijkswaterstaat waar ligplaatsen zijn. Dat geeft ook het plaatje van Havenbedrijf Rotterdam aan, zelfs helernaal langs de landtong, dus nog wat verder. En de volgende, kijk. Die ligplaatsen voor vergunninghouders aan de kade langs de Biesboschhal die zijn zelfs heel duidelijk ook aangegeven aan de oever van het Wantij. Ze zijn er dus al. U ziet dat bord in het hoekje omcirkeld en een pijI van waar dat gaat. Dit is het bord. Verboden aan te leggen voor schepen, behalve voor vergunninghouders over een lengte van negentig meter, dat is tot aan de Rene Siegfried. Ja, laten we even naar het verleden kijken. Dan zien we dat de Stadswerven natuurlijk scheepswerf was. Daar horen schepen bij en dan ziet u ook dat de situatie niet anders was, want het gebied werd
gebruikt als ligplaats. Nou, nog eentje, nog eentje en nog eentje. Dit is wat recenter toen OCW al een claim had op het gebied. Ik snap best dat de heer Gerritsen dit niet wil. Dat willen wij ook niet. Kijk, dan zie je helemaal niks. Dat zijn gewoon flatgebouwen die daar afgemeerd zijn. Maar dit is gewoon in overeenstemming met de havenmeester van Dordrecht en Rijkswaterstaat op het gebied wat Dordrecht huurde en huurt nog steeds. En hier zie je helemaal niks. Maar we moeten het over de feiten hebben. Er komen geen riviercruiseschepen te liggen, zeker niet, er komen historische schepen te liggen. Schepen die door vrijwilligers in stand worden gehouden, door eigenaren en die kwaliteit leveren, die een meerwaarde creeren. De feiten zijn dat als we het hebben over zichtlijnen vanaf de begane grond van een woning die ergens in het gebied ontwikkeld gaat worden, clan hebben we sowieso te maken met een bouwhoogte van de begane vloer die vijf en een halve meter wettelijk boven NAP moet liggen. Dan gaan we naar de ooghoogte op die begane vloer, dat is zeven meter want iedereen, ja gemiddeld anderhalve meter zichtlijn. Dan gaan we bijvoorbeeld naar dit sleepschip, want het zou zijn dat er alleen voor een stukje van de landtong een sleepschip komt te liggen, voor de rest ligt het niet aan kades bij bouwvlekken.