2.8 2026.01.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik ga niet twisten over lampjes of wat dan ook, maar wel betere zichtbaarheid, zodat de voetganger zich beter bewust is en dat hij ook herkend wordt. Maar ook, want ik wil niet alles op het bord van de automobilist leggen, dat de automobilist goed ziet wie er oversteekt. Het is wel van twee kanten. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, een vraag aan mijnheer Oostenrijk, hoe ziet u dat voor zich? Een burger die oversteekt moet er van tevoren blijkbaar over nadenken dat hij iets wat reflecteert … De heer Damen: Een verlichting, een lamp op zijn hoofd. De heer Katif: Hoe ziet u dat voor zich? De heer Oostenrijk: Wij kunnen van alles vinden over hoe je dat moet inrichten. Dan kijk ik allereerst naar onze ambtelijke deskundigen. Er zijn diverse mogelijkheden om dat te realiseren. Ik ga daar niet op voorhand in treden, want we hebben allemaal ons gelijk over welke methode het beste is. Ik beperk me tot veiligheidsverbeteringen, zichtbaarheid. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann heeft ook nog een vraag voor u. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats, dank dat mijnheer Oostenrijk, misschien op een iets andere manier, aansluit bij de aandacht die de Dordtse VVD en GroenLinks eerder hebben gevraagd voor de zichtbaarheid van de oversteekplaatsen.
Iets anders wat me opvalt in het hele verhaal van het CDA tot nu toe is, ik hoor van alles over de weginrichting en dat is op zichzelf goed, maar helemaal niets over handhaving.
21
En als ik dat vergelijk met zelfs linkse partijen, zoals Partij voor de Dieren en GroenLinks, die zojuist nadrukkelijk ook daar aandacht voor hebben gevraagd, vraag ik me af, is het CDA zo naïef om te denken dat je daar alleen met weginrichting komt? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, je moet beginnen bij een veilige weginrichting. Daar begint het mee. Je moet ook beginnen dat het niet op voorhand zo is dat waar je 30 behoort te rijden, je 70 moet kunnen rijden. Maar op het moment dat een weggebruiker, van welke soort dan ook, qua snelheid uit de bocht vliegt, dan kunnen we van alles van handhaving vinden, maar dan komen we wel bij de politie terecht. Er wordt gesuggereerd, en dat doet de VVD vanavond ook in hun verkiezingsspot, dat handhaving een soort van oneindige doos aan mogelijkheden is, maar daar hangt geen euro aan. Ik wil me beperken. Natuurlijk dien je te handhaven, maar overvraag niet. Want dat suggereert een gevoel wat we niet kunnen waarmaken. De perspectieven zijn mooi, maar boter bij de vis. De voorzitter: Een aanvullende vraag. De heer Kuhlmann: Ik ben blij met het antwoord dat er toch ook wel aandacht van het CDA is voor handhaving.
Maar als we het dan over boter bij de vis hebben, fatbike overlast, duidelijk een punt waar iedereen in onze stad last van heeft, het heeft hele negatieve impact op de verkeersveiligheid, asociaal verkeersgedrag … De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Kuhlmann: Mijn vraag is, waarom sluit het CDA zich dan niet aan bij hele normale partijen, zoals de Dordtse VVD, VSP, ChristenUnie/SGP, PvdA, Beter voor Dordt, om die overlast aan te pakken? Als het CDA voor had gestemd, dan waren we op dit vlak een stuk verder geweest. Waarom doet u dat niet? De voorzitter: Dit vind ik niet helemaal chique. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Je hebt normale partijen en buitengewone partijen tenslotte. Prima. Ik hoor die grammofoonplaat al tig keer. Dat we in de hele stad omgeven worden van fatbike overlast, dat is niet het beeld. We beperken ons tot die plekken waar we er echt last van hebben. Natuurlijk waar dat kan doelgericht handhaven, maar dan ook in proportie en waar je mag verwachten van de partijen die handhaven dat ze hun taak verrichten. Ook in dit punt enige bescheidenheid gecombineerd met daaraan gepaard gaande daadkracht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. Ik denk dat dit een mooi moment is om eens te gaan kijken hoe de wethouder hierop reflecteert. Mijnheer Veldman, uw maidenspeech.
22
De heer Veldman: Dank, mevrouw de voorzitter. Ontzettend vereerd dat ik af mag trappen bij u over dit belangwekkende thema. Het voelt heel vertrouwd, moet ik zeggen, om weer in deze zaal te zitten. Ergens ben ik blij dat we nog niet in het nieuwe stadhuis of in het Dordthuis zitten. Dan voelt het nog wat meer op zijn plek. Ik moet zeggen, dit thema gaat al lang mee. Daar moeten we, denk ik, heel nuchter in zijn met elkaar. Ik hoor u allemaal zeggen, verkeersveiligheid is van groot belang, doe er wat aan. Die oproep neem ik zeer ter harte. U kunt er zeker van zijn dat het geldt voor het hele college en dat ons beleid daar ook op is gericht. Als er wegen worden aangelegd, ik loop hem toch even af, is de verkeersveiligheid echt onderdeel van het nadenken over wat is een verstandig ontwerp, naast andere eisen, zoals doorstroming, kunnen de hulpdiensten erlangs en wat al niet. Dat is uiteindelijk een pakket. Als je het hebt over handhaving, waar ik een heel aantal fracties over heb horen praten, dat onderdeel van het Integraal Veiligheidsplan dat u hier ook eens in de zoveel tijd met elkaar vaststelt. Daar is verkeersveiligheid een integraal onderdeel van. U bent in dat plan uiteindelijk aan zet om dat meer of minder prioriteit te geven ten opzichte van een heleboel andere relevante aandachtspunten voor handhaving en politie.
Als je dan kijkt naar, wat doet de politie? Op het moment dat die vragen werden beantwoord, hadden we de gegevens nog niet. Nu hebben we wel een aantal gegevens van hen ontvangen. Dan worden ongeveer per week vier verkeerscontroles in Dordrecht gehouden. Tweehonderd per jaar, even afgerond. Het beeld dat de politie niks doet, zou ik daarmee willen weerspreken. Ik zeg er wel bij, dat is verkeerscontrole grootscheeps, met allerlei auto's en manschappen, tot een agent die een halfuur wat dingen staat te doen. Ik snap uw handen, mijnheer Damen. Dit zijn de cijfers die ik nu heb. Ik wil toch maar zeggen, tweehonderd keer op jaarbasis in de gemeente Dordrecht. De politie kijkt daar echt naar. Als wij signalen hebben dat het op plekken echt nodig is of uit de hand loopt, dan geven we dat zeker door. Maar uiteindelijk is het wel de politie die daar keuzes in maakt. We weten ook, en dat is heel vervelend, dat de landelijke politie op dit moment geen prioriteit legt bij verkeersveiligheid. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Die laatste woorden van de wethouder begrijp ik. Wij hebben eerder over ditzelfde onderwerp met de politie gediscussieerd in deze commissie, waarbij de politie heel nadrukkelijk te kennen gaf, als er geen inrichting van de weg is die snelheidsbeperking afdwingt, gaan wij niet controleren.
Dat ze blijkbaar toch een aantal keren gecontroleerd hebben, godzijdank, maar het is minimaal. De helft van de automobilisten in deze stad rijdt simpelweg te hard op doorgaande wegen. De heer Veldman: Die gegevens heb ik niet of het de helft is of minder. Wat ik wel denk, is dat als mensen te hard rijden, dan wordt dat waargenomen en onthoud je. Dat is uiteraard verkeerd en onveilig. Dit zeg ik ook een beetje richting mijnheer Kuhlmann die een punt maakt van de handhaving, waar ik het in die zin wel mee eens ben, uiteindelijk gaat het ook over gedrag. We hebben een gesprek over handhaving, we hebben een gesprek over de inrichting van de weg, maar we hebben het ook over gedrag. Ik vind dat we daar met elkaar zo nu en dan best de vinger bij mogen leggen.
23
Op een 50 kilometerweg, als je wil, kun je in de meeste gevallen best wel 70 rijden, maar dat moeten we niet willen en niet doen. Dat is misschien even als eerste aftrap, voorzitter. Dan hebben een aantal partijen het over 30 kilometer gehad en wat er allemaal in verkiezingsprogramma’s staat. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even in reactie op de op zichzelf de terechte opmerking die de wethouder maakt van, het draait om gedrag. Ik denk dat de meeste weggebruikers van goede wil zijn en zich netjes gedragen in het verkeer. Sommige weggebruikers rijden onbedoeld iets te hard rijden, of in het voorbeeld waarbij het gaat om een zebrapad ’s nachts, zoals mijnheer Oostenrijk en anderen het schetsten, zie je even iets niet. Maar tegelijkertijd is er ook een groep, dat is een gelukkig een minderheid, waar we rekening mee moeten houden, die moedwillig lak heeft aan de regels. Daar past handhaving. Dat is dan de directe link vanuit gedrag. Het antwoord is, op dat verkeerde, moedwillige gedrag, handhaving. Het kan niet altijd en overal, maar dat moeten we zoveel mogelijk doen. De heer Veldman: Voorzitter, ik ga even verder. Zoals ik zojuist heb uitgelegd, doet de politie dat waar mogelijk. Voorzitter, dan misschien even nog over die 30 kilometerzones en weginrichting.
Een aantal jaren geleden is daar een motie over in de raad geweest, of er breed 30 kilometer zou moeten worden aangelegd. Die motie heeft het toen niet gehaald. Dan kom ik ook een beetje op het punt dat mijnheer Damen denk ik terecht aangaf … En een aantal zeiden, het kan nooit om geld draaien. Uiteindelijk is geld wel een randvoorwaarde. U hebt het budgetrecht in de begroting. De heer Bootsman: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Misschien heb ik het mis, maar volgens mij heeft de motie, en die heette 30 in z’n drie, het wel gehaald. De heer Veldman: Voorzitter, ik moet me zelf een klein beetje corrigeren, hoor ik. De motie heeft het gehaald, maar de manier waarop het zou moeten worden uitgevoerd niet. Dat is heel scherp van u op opgemerkt. Het was meer mijn bruggetje naar het punt dat mijnheer Damen denk ik terecht maakte, uiteindelijk gaat het ook over, hoeveel geld ben je met elkaar bereid daarvoor in te zetten? Ik hoorde een of twee zeggen, moet je niet weer iets doen met zo'n prioriteitstelling van twintig onveilige punten? Daar is toen geld voor vrijgemaakt. Het staat u allen vrij om op de momenten dat de raad u aan zet is op het gebied van geld, daar prioriteit aan te stellen. U heeft net een traject met elkaar achter de rug, ik was daar nog niet bij, juist om geld te vinden in de begroting.
Uiteindelijk maken we met elkaar die politieke keuze. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam.
24
De heer ‘t Lam: Sorry, ik ben wat verkouden. Even reagerend op de wethouder en de 30 kilometer en dat daar geld voor nodig is, volgens mij weten we dat met zijn allen. Dat is niet zo'n feit waarover we hoeven te discussiëren. Maar we moeten wel weten, als we 30 kilometerzones willen instellen, wat dat planmatig betekent, hoeveel tijd ermee gemoeid is en uiteindelijk hoeveel geld. Er moet eerst inzicht komen, voordat we geld uit kunnen trekken. Ik kan me voorstellen dat je daarmee bezig bent en dat je nog niet onmiddellijk in de perspectiefnota voor heel die periode kan opnemen hoeveel er nodig is, maar je zou wel kunnen zeggen, we zijn daarmee bezig en we nemen een x-bedrag op in de tijdslijn, zodat we daar invulling aan kunnen geven. Ik doe dat vanuit de gedachte dat er op basis van mijn onderzoek naar de verkiezingsprogramma's, 23 van de 39 raadsleden in de raad zitten die in hun programma hadden staan dat ze 30 kilometerzones wilden. Daar is DENK vanavond bijgekomen. Dat zijn er nu 24. Alleen de VSP is niet voor verkeersremmende maatregelen, las ik. Maar laat dat maar even. De voorzitter: Ook geen vraag. Gaat u … De heer Veldman: Voorzitter, de vragen bieden mij steeds een mooi brugje om naar het volgende thema te gaan. We werken die Mobiliteitsvisie 2040 uit op wijk- of gebiedsniveau.
Dat zou, wat mij betreft, wel echt de plek zijn om dit soort dingen, want je moet het altijd wel in een iets breder verband zien dan alleen drempels of alleen 30 kilometer, de integrale aanpak, op wijk- of gebiedsniveau te doen en daar dan ook inzichtelijk bij te maken, stel dat je dan die maatregelen zou willen treffen, over wat voor bedragen praat je dan? De uitwerking is van budget voorzien om het in kaart te brengen. Maar wat daar dan achter wegkomt aan concrete maatregelen, daarvan zal op dat moment besloten moeten worden of we met elkaar daar de budgetten voor over hebben. Voorzitter, dan was er nog een hele specifieke vraag over, kunnen we BOA’s inzetten? Helaas niet. De voorzitter: Eerst wil mijnheer ’t Lam blijkbaar nog een vraag stellen. De heer ‘t Lam: Aan welke termijn moet ik dan denken met betrekking tot datgene wat u net zei? Doe je dat jaren of is dat toch binnen afzienbare termijn? De heer Veldman: We zijn nu met een gebied bezig en dit is volgens mij het eerste gebied dat we doen. Ik stel voor dat we nog even daarop terugkomen in een mail. Dan kunt u dat krijgen. Het punt dat ik wil maken is, laten we dat doen als onderdeel daarvan en in totaliteit, want het gaat over mobiliteit als geheel. Er was een specifieke vraag, daar was ik net gebleven, over BOA’s en of die niet inzetbaar zijn. Nee, dat is helaas. Dat is echt een politieke kwestie voor Den Haag.
Wat dat betreft, alle politieke partijen die hier zitten en een Haagse vertegenwoordiging hebben, daar kunt u dat punt maken. De voorzitter: Mijnheer Damen.
25
De heer Damen: Andere gemeenten, ik meen Utrecht en Amsterdam, zijn al wel aan het kijken of er buiten de politie om snelheidscontroles kunnen worden uitgevoerd, waarbij sancties getroffen worden. Het zou een goede zaak zijn als het college kijkt naar wat daar wel en niet mogelijk blijkt. De heer Veldman: U kunt ervan op aan dat we die ontwikkelingen volgen in Amsterdam en Utrecht, uiteraard. Als zij dat mogen doen en het juridisch haalbaar is, dan gaan we dat zeker bekijken. Aan de andere kant, ook die BOA kun je dan een keer inzetten. Dat gesprek moeten we dan, denk ik, met elkaar voeren. Voorzitter, dan wil ik nog even specifiek ingaan op de Laan van Londen en de Brouwersdijk. Bij de Brouwersdijk, dat heeft u volgens mij ook kunnen lezen, daar gaan we nog in gesprek, of zijn we in gesprek, met de directeur van de school. Ik vind het wel belangrijk dat je het contact goed zoekt. We kijken daar of we bijvoorbeeld parkeerplek weg kunnen halen vlak voor een oversteekplek, zodat de zichtbaarheid verbetert. Een aantal hebben daarop gewezen, dat het echt een belangrijke factor. Verlichting en zo heeft de aandacht. U kunt ervan op aan dat we daarnaar kijken. Bijvoorbeeld bij dat vreselijke ongeval op de Krispijnseweg, is directe dag erna iemand gaan kijken, deed de verlichting het, klopt het? Daar krijgt u nog antwoorden over.
Dan Laan van Londen, net als mijnheer Oostenrijk ben ik daar ook dit weekend nog even langs gereden. Het is een hele rechte weg. Misschien moeten we er met elkaar lering uit trekken dat als je daar huizen naast bouwt, zo'n weg misschien onderdeel moet zijn van een gebiedsontwikkeling. Maar dat is hier nu niet gebeurd en we hebben het te doen met de situatie die we hebben. U heeft gelezen dat wij denken aan drempels, maar de verkeerskundige heeft de suggestie van mijnheer Oostenrijk denk ik gehoord. Ik denk dat we moeten kijken, wat is wijs? Mijnheer De Feijter, een exacte termijn kan ik helaas daar nog niet geven. Bij de Brouwersdijk overigens wel. Dat is het eerste kwartaal. Bij de Laan van Londen hangt dat samen met die bushaltes. We willen het liefst die weg maar een keer afsluiten, omdat, zoals mijnheer Kolkiliç zegt, het een belangrijke verbindingsweg is tussen twee wegen. Als het echt te lang gaat duren, dan gaan we op een gegeven moment wel handelen, maar liefst doen we dat in een keer. De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel. Ik hoor de wethouder heel duidelijk zeggen, daar zullen we even naar moeten kijken. Ik neem aan dat als u drempels moet aanleggen, het betekent dat er een offerte moet komen en dat u in gesprek bent met wie dan ook.
Kunt u enige globale tijdsplanning geven van wanneer zoiets zou gaan plaatsvinden? Dat lijkt me veel verstandiger. Dn kunnen we in ieder geval een uitspraak doen richting de mensen aan de Laan van Londen en omgeving. De heer Oostenrijk: Voorzitter, mag ik een vraag stellen aan de heer Katif?
26
De heer Veldman: Voorzitter, dat hangt weer samen met, zoals ik al, die bushalte. Daar gaan wij niet alleen over. De verwachting is dat het richting de zomer duidelijk is, maar een toezegging kan ik op dit moment helaas niet geven. Voorzitter, volgens mij ben ik dan in hoofdlijnen wel door de genoemde punten heen. De voorzitter: Dan ga ik even om mij heen kijken of er iemand nog … Mijnheer ’t Lam, ik zag uw hand zo? Heel snel. De heer ‘t Lam: Dan toch maar. Dank aan de wethouder voor de antwoorden. Ik heb ook alle begrip dat hij op zijn eerste avond nog niet volledig in de materie zit en dankzij goede steun van de ambtelijke dienst toch heel veel antwoorden al kan geven. Zou het een overweging zijn om nog wat dingen op papier te zetten over die we hier gevraagd hebben en waar we allemaal niet een helder antwoord op kregen, zodat we inzicht krijgen over wat er nu wel en niet mogelijk is, wanneer we bepaalde plannen krijgen? Ik wil de hoop uitspreken dat we er met elkaar op letten, bij de eerstvolgende perspectiefnota, ook al is nog niet alles tot in detail bekend, dat we toch een bedrag vrijmaken om op termijn iets te kunnen doen aan de door mij geuite wens van 30 kilometerzones in de stad. Ook dat, en dan herhaal ik het weer, hadden heel veel partijen dat in hun verkiezingsprogramma. Hier laat ik het even bij.
De heer Veldman: Voorzitter, volgens mij heb ik rechtgedaan aan de vragen. Dat heel veel partijen iets in een verkiezingsprogramma hebben opgeschreven, is prachtig, maar u weet ook hoe het werkt. Er worden hier geen verkiezingsprogramma’s uitgevoerd. Er worden hier coalitieakkoorden, begrotingen en overig beleid uitgevoerd. Daar hebben we het met elkaar mee te doen. De heer ‘t Lam: Mijn laatste korte reactie. Ik wilde voorkomen dat we met 23 raadsleden een motie zouden gaan indienen. Ik dacht, ik doe een oproep. Alle vrijheid aan de wethouder om aan te geven hoe hij ermee omgaat en de gelegenheid te geven om dat in tijd te zetten. Daarom vroeg ik, er zijn een aantal dingen hier op tafel gelegd, misschien dat hij er nog eens even aan terug kan denken, wat dingen op papier kan zetten en ons kan informeren hoe dat het nu in tijdsverloop zal worden opgezet. De voorzitter: Volgens mij is de wethouder toch relatief duidelijk geweest. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, mijnheer ‘t Lam gaf met zoveel woorden aan dat de wethouder nog niet goed is ingewerkt. Waar gaat het om? Er zijn vragen gesteld en er zijn antwoorden gegeven. Daar gaat het in eerste instantie om. Je kan het oneens zijn met de antwoorden, maar zijn de antwoorden wel duidelijk voor mijnheer ’t Lam? De voorzitter: Ik heb daarnet al geen gelegenheid gegeven om een vraag aan mijnheer Katif te stellen.
Deze is ook niet gesteld aan mijnheer ’t Lam. Heeft een van de commissieleden nog iets wat hij mist of waar hij een accent wil leggen of wat dan ook? Mijnheer Katif.
27
De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag gesteld, maar de vraag is beantwoord met, daar kunnen wij geen uitspraak over doen als het gaat om de drempels aan de Laan van Londen. Dat klinkt heel eenvoudig. Het mag en kan zo zijn dat je een datum en met name de duidelijkheid en zekerheid van inwoners aan de Laan van Londen … Ik kan het niet anders zeggen, het is geen dreiging trouwens, maar als daar geen datum aan gekoppeld wordt, in welke vorm dan ook, als het volgend jaar voor mijn part, dan ben zijn we geneigd om toch een motie straks in de raad in te dienen. De voorzitter: Ik ga mijnheer Veldman nog even het woord geven, want u maakt hem nu heel erg kort. De heer Veldman: Voorzitter, volgens mij ben ik duidelijk geweest. In beginsel komen er op de Laan van Londen drempels. Ik heb ook mijnheer Oostenrijk recht willen doen. Hij zei, denk nog even goed na of drempels wel een goed idee zijn. Dat doen we. Ik heb u gezegd, wij gaan er nu van uit dat richting de zomer de duidelijkheid er is. Meer duidelijkheid dan dat kan ik u op dit moment niet bieden. Ik kan u nog informeren, dat wil ik ook nog wel toezeggen, dat als het niet in de zomer wordt en we hebben meer duidelijkheid dan dit, dat u het van ons hoort. Maar dat is het wel even voor nu. De voorzitter: De zomer begint op 21 juni, mijnheer Katif.
Laten we dan met mijnheer Veldman afspreken dat als hij voor die tijd denkt het niet te gaan redden, hij ons bijtijds opnieuw op de hoogte brengt. Ik wil deze commissie graag gaan afronden, want volgens mij is alles gepasseerd wat moest passeren. Mijn vraag aan u is of de antwoorden van de vragen van de VSP en Beter voor Dordt ter kennisgeving naar de raad kunnen. Ik zie instemmend geknik. Dan vraag ik of verder iemand nog iets wil, want ik hoorde mijnheer Katif net over een motie. Ik denk dat de motie die u van plan zou zijn nog een beetje voorbarig is, gezien het antwoord dat er net gekomen is. Maar het staat u altijd vrij. De heer Katif: U heeft volkomen gelijk. Er wordt gefluisterd aan deze kant, maar ik zal het straks mijnheer Oostenrijk persoonlijk nog even zeggen. Ik zal de motie sowieso niet indienen. Ik wilde duidelijkheid hebben. Meer is het niet. Bij dezen. Ik ben ook raadslid. De voorzitter: Dan gaan ze voor kennisgeving naar de raad. Dan dank ik u allen hartelijk. Ik denk dat wij op deze manier, misschien mettertijd, wel weer een keer dit soort onderwerpen voorbij kunnen laten komen, want ik denk dat wij een goed gesprek verder gevoerd hebben met elkaar. Dank u wel daarvoor. Fijne avond. 5. Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht – Raadsvoorstel De agendapunten 5 en 6 worden gezamenlijk besproken. 6.
Vaststellen Verhuurverordening - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz
28
Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Mevr. Striebeck (VSP) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Das Dores, mevr. De Korte, dhr. Weber. Overige aanwezigen: mevr. Van den Hoek De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Het is 21.00 uur. We gaan beginnen. Het onderwerp dat op de agenda staat, is het raadsvoorstel leegstandsverordening gemeente Dordrecht en raadsvoorstel verhuurverordening gemeente Dordrecht. Daar heet ik jullie allemaal welkom bij. Een introductie, want er zijn twee mensen voor het eerst binnen deze setting. Naast onze commissiegriffier mevrouw Bronsveld en mijnheer Van der Kruijff namens het college, hebben we mevrouw De Korte, beleidsmedewerker Ruimte staat hier, geef er een naam aan, en we hebben mevrouw Das Dores. Welkom alle twee, voor het eerst hier. Mijnheer Weber is een oude bekende. Ook voor u welkom. Wie kent hem niet? Zal ik het rondje maar even doen? Mijnheer Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Kruger zie ik ook namens GroenLinks. Daartussenin zit mijnheer Kolkiliç. Ben voorzichtig met hem.
Mijnheer Groenewege namens de PvdD, mevrouw Van den Bergh, PvdA, mevrouw Lindner en mijnheer Katif namens Beter voor Dordt, mevrouw Dijkstra, Gewoon Dordt, mijnheer Oostenrijk, namens het CDA, mijnheer De Feijter, ChristenUnie/SGP, mijnheer Noldus, VVD, mevrouw Striebeck, VSP en mijnheer Hartmeijer, SP. Niemand op de buitenring? Prima. En voor wie mijn naam niet weet, ik ben Irene Koene. We bespreken vanavond de twee verordeningen, de leegstandsverordening en de verhuurverordening, zoals ik al zei. Het doel is om inzicht te krijgen in wat deze verordeningen betekenen en wat ze kunnen bijdragen aan het verminderen van het woningtekort. We hebben daar ook nog een inspreker bij en dat is mevrouw Van den Hoek. Zij zit in de achterhoede. Maar ik wil u graag uitnodigen om hier aan tafel plaats te nemen. Ik zou gezellig hier aan deze kant komen zitten. En ik denk dat u verder wel weet hoe het hoe het werkt. U krijgt vijf minuten. Het middelste knopje is de microfoon. Mevrouw Van den Hoek: Goedenavond. Mijn naam is Mirjam van den Hoek en ik woon in Dordrecht. Ik werk als zzp'er in het sociaal domein aan het bestrijden van dakloosheid.
29
Mijn bijdrage vanavond is tot stand gekomen dankzij feedback en inbreng van vakgenoten, belangenbehartigers, dakloze mensen en mensen die door woningnood tijdelijk in leegstaande gebouwen woonden. Ik spreek op persoonlijke titel, maar ik ben geïnspireerd door deze ervaringen. Vorige maand stelde de gemeenteraad de nadere regels Wonen Eerst vast met als doel jaarlijks 50 woningen beschikbaar te stellen aan dakloze mensen die volgens de ETHOS-definitie dakloos zijn. Daarbij zijn inbegrepen dakloze mensen die bivakkeren in een bootje, bungalow, busje of op de bank bij bekenden, ook al maken zij geen gebruik van de maatschappelijke opvang. En voilà deze avond komt er sprake hoe die 50 woningen beschikbaar komen. Het college stelt in het voorstel dat er begin 2025 550 woningen langer dan 6 maanden leegstonden en dat een realistische doelstelling is om dat in 2 jaar met 40 procent terug te dringen. Dat betekent dat er in 2 jaar 220 woningen vrijkomen. Het lijkt mij het onderzoeken waard hoe de huisvestingsopgave voor specifieke doelgroepen op deze manier kan worden ingevuld. Mijn belangrijkste punten vanavond zijn er dan ook 2. 1, de resultaten van de handhaving van de leegstandsverordening moeten merkbaar zijn voor de mensen die het hardst lijden onder de woningnood, namelijk dakloze mensen.
En 2, bij de uitvoering van de leegstandsverordening moeten niet alleen de gemeente en eigenaren van leegstaande woningen, maar ook woningzoekenden, burgerinitiatieven en ondernemers betrokken worden. Punt 1, om ervoor te zorgen dat dakloze mensen profijt hebben van de leegstandsverordening is het van belang dat Dordrecht expliciet de leegstandsverordening koppelt aan de huisvestingsverordening. Dit is waarom, een leegstandsverordening op zichzelf is een handhavingsinstrument en kan en mag juridisch nog niet de woonruimteverdeling reguleren. Dat doet de huisvestingsverordening. Maar Dordrecht kan meedoen aan een succesvol Chwexperiment, zoals in Utrecht en Amsterdam. Daarmee kunnen dakloze mensen specifiek aan eigenaren worden voorgedragen en kunnen ook niet-woningen, zoals kantoren, winkels worden ingezet, kan er al een meldplicht gelden bij 3 maanden leegstand in plaats van 6 en kan de voordracht van een gebruiker mogelijk worden voordat een woning eerst 12 maanden leegstaat. Met 3 procent leegstand doet Dordrecht niet onder voor de grote steden Utrecht en Amsterdam. Deelname aan dit experiment is voor Dordrecht even relevant. Of je nu wel of niet deelneemt aan dat experiment, het is essentieel dat de leegstandsverordening bijdraagt aan de ambitie van het Rijk om dakloosheid voor 2030 te beëindigen.
Concreet, leg vast dat vrijgekomen woningen beschikbaar komen voor Wonen Eerst en voor de uitstroomregeling voor mensen die een instelling verlaten, organiseer samenwerking tussen enerzijds handhavers van de leegstandsverordening en anderzijds het sociaal domein, rapporteer niet alleen over minder leegstand, maar ook over sociale effecten en besparing op zorg en opvang. Want het kan nog maar eens gezegd worden, opvang voor daklozen Dordtenaren kost, per persoon, de gemeenschap jaarlijks 60.000 tot 85.000 euro, goed voor de dekking van de voorgestelde fte's voor de handhaving. Punt 2, betrek alle belanghebbenden bij de uitvoering van de leegstandsverordening.
30
Niet alleen eigenaren, maar ook woningzoekende, burgerinitiatieven, wooncorporaties en ondernemers. Concreet, inwoners moeten leegstand kunnen melden, meldingen en de leegstandlijst zouden openbaar moeten zijn, woningzoekenden, burgerinitiatieven en ondernemers moeten voorstellen kunnen doen voor de invulling van leegstand, data over de oorzaken van leegstand moeten gezamenlijk worden geanalyseerd om oplossingen te vinden, bijvoorbeeld procedures voor verbouwingen en splitsingen moeten dan kritisch kunnen worden bekeken en mediation kan misschien erfgenamen helpen tot een goede invulling te komen van leegstaand bezit. Als Dordrecht met de leegstandsverordening echt iets wil bereiken, dan is het volgende nog van belang, geef invulling aan artikel 11, dat zijn de nadere regels ten aanzien van tijdelijke verhuur, en voorkom met die regels dat tijdelijke contracten bij het aflopen ervan leiden tot herhaalde dakloosheid. En artikel 8 spreekt van een plicht om de voordracht van de gebruiker te accepteren, maar er mist een dwangsom voor het niet accepteren van de voordracht. Ook missen er bepalingen over boetes bij herhaalde overtredingen. Als Dordrecht met de verordening echt impact wil maken, moeten de sociale effecten voor dakloze mensen centraal staan en de samenwerking moet breed worden opgezet. De handhaving moet verder effectief en consequent zijn.
Alleen dan kan leegstand daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van de woningnood. De voorzitter: Dat doen we niet. Op drie seconden af. Perfect. Helemaal goed. U heeft alles toch duidelijk kunnen zeggen. Wie van de commissieleden heeft een vraag aan mevrouw Van den Hoek? Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, met dank voor de heldere uiteenzetting. Mevrouw Van den Hoek, u richt zich bij de leegstand tot de veronderstelling dat als die leegstand gemeld is, er dan moet iets gebeuren en dat het voor de nieuwe bewoner gericht is op die specifieke doelgroep. Maar als ik me probeer een beeld te vormen, er staat een woning leeg en die is van iemand, wie bepaalt dan wie er dan in komt? Mevrouw Van den Hoek De verdeling ligt vast in de huisvestingsverordening, maar ik denk dat ondernemers, burgerinitiatieven en ambtenaren van het sociaal domein heel goed ideeën hebben over wie het hardst zo'n woning nodig heeft. Zij zouden mee kunnen denken over de voordracht die het college doet aan de eigenaar van de woning. De heer Oostenrijk: De eigenaar van de woning, die vervolgens al dan niet zijn woning weer op orde moet krijgen, want dat is een beetje afhankelijk van de kwaliteit van de woning, heeft geen enkele zeggenschap over wie er in zijn eigen woning komt? Dat is op zich merkwaardige. De voorzitter: U hoeft geen oordeel erbij te geven. Het is een vraag.
Mevrouw Van den Hoek: In de leegstandsverordening staat al dat iemand ook zelf een bewoner mag vinden. Maar als dat niet lukt of niet tijdig lukt, dan doet het college een voordracht. De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog? Mijnheer Van der Meer.
31
De heer Van der Meer: Hier even op aansluitend, een voordracht, moet de eigenaar die overnemen of kan hij ook nog zeggen, dat wil ik niet. Hoe zit dat? Mevrouw Van den Hoek: Volgens mij is het zo in de leegstandsverordening vastgelegd, maar dat is meer een vraag voor u voor de experts die technisch onderlegd zijn, dat het college een voordracht doet en dat de eigenaar vervolgens nog wel de ruimte heeft om binnen een afzienbare periode zelf met een alternatieve invulling te komen. De voorzitter: Dank u wel. Ik vraag de ambtelijke organisatie of zij dat meenemen zo meteen in een van de presentaties. Dank u wel. U mag weer plaatsnemen op de publieke tribune. Dan gaan wij over naar het volgende gedeelte en dat zijn de presentaties die gedaan worden. Het zijn drie presentaties. Ik heb heel streng gezegd dat ze echt maximaal vijf minuten per presentatie mogen duren. Het is makkelijker dat u de vragen die u heeft opschrijft en na ieder stuk presentatie krijgt u de gelegenheid om die vraag te stellen. Ik denk dat dit het handigste werkt. Wie mag als eerste? Leuk. Mevrouw De Korte, gaat u gang. Mevrouw De Korte: Hallo allemaal. Ten eerste, fijn dat jullie allemaal aanwezig zijn. Zoals eerder al is gezegd, gaan we vandaag 2 voorstellen bespreken, de leegstandsverordening en de verhuurverordening.
Het zijn losse voorstellen, maar we behandelen ze vandaag samen, omdat ze wel een overloop hebben, namelijk het bereiken van meer grip op de Dordtse huurmarkt. We hebben de presentatie opgedeeld in 3 delen. Ik begin nu met een algemene introductie om te laten zien wat het doel van de verordening is en de algemeniteit daarvan uit te leggen. Vervolgens behandelen we de verhuurverordening en als laatste de leegstandsverordening. Na elk onderdeel is er tijd om vragen te stellen. Mijn verzoek is om tot dan te wachten. Ik beloof dat we er snel doorheen zullen gaan. Het zal niet al te lang duren. Het doel van de verordening, wat ik net al zei, is om enerzijds meer grip te krijgen op de huurmarkt. Dordrecht heeft 8.200 particuliere huurwoningen en dat is 14 procent van de totale woningvoorraad. Dat gaat om een groot aandeel woningen. We zien dat er op dit moment best wel veel misstanden worden gesignaleerd omtrent verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten en er worden in bepaalde wijken ook veel misstanden geconstateerd op deze particuliere verhuurmarkt. Daarnaast is er een best wel groot woningtekort. Normale leegstand, korte leegstand, is in principe normaal om te hebben, maar langdurige leegstand is niet wenselijk. Daar is dan de leegstandsverordening met name op gericht.
Eerder zijn er al moties door de raad ingediend over deze onderwerpen, de motie voor het verminderen van de leegstand en de Dordtse basis woonkwaliteit. Deze verordeningen zijn een invulling van de moties. In de huidige wetgeving is het mogelijk om de huurmarkt te reguleren. Sinds 2023 is de Wet goed verhuurderschap ingevoerd. Daarmee kan een gemeente handhaven op discriminatie, intimidatie van verhuurders, maar ook op het vragen van een redelijke borg en een lijst aan onderwerpen. Ook de Wet betaalbare verhuur is in 2024 geïmplementeerd. De wetgeving is er, maar zonder de praktische instrumenten die de verordeningen bieden, gebeurt er niks mee en kan er niet op worden gehandhaafd. De verordeningen geven een invulling aan deze wetgeving. De verhuurverordening is in de kern een verbodsbepaling. Dit houdt in dat verhuurders een vergunning moeten aanvragen.
32
Bij de vergunningsaanvraag controleren we de woningen die ze bezitten op basis van een onderhoudsplan en de Wet goed verhuurderschap, of ze aan de verschillende eisen daarvan voldoen. Zo krijgen we inzichtelijk welke verhuurders voldoen aan deze regels. Zo niet, dan kunnen we daarnaar handhaven. De leegstandsverordening is geen verbod, maar biedt wel de mogelijkheid tot het opleggen van boetes. Het richt zich op langdurige leegstand. Dat is langer dan 6 maanden. Dat is ook het moment dat leegstand niet meer wenselijk is natuurlijk is. Het richt zich op het constructief samenwerken met verhuurders. Die vraag kwam net al naar voren. In de leegstandsverordening kunnen we een voordracht doen voor een gebruiker van een woning, maar een verhuurder kan deze weigeren. Het enige waar je boetes voor op kan leggen, is het niet melden van de leegstand. Wanneer een voordracht wordt afgewezen en de leegstand wordt niet opnieuw gemeld, dan kun je daar ook een boete voor opleggen. Het uiteindelijk doel is om constructief samen te werken met de verhuurders om deze leegstand op te lossen. Dit is even heel kort waar het over gaat en wat het doel is van de verordeningen. Zijn er nu al vragen? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Op een van die sheets stond net 555 langdurig leegstaande woningen.
Is dat het aantal van die 8.000 nog wat particuliere woningen? Mevrouw De Korte: Ja. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar even op doorgaand, betekent dit dat de verhuurdersverordening alleen gaat over particuliere huurwoningen? Mevrouw De Korte: Ja. De heer Van der Meer: En dan de volgende vraag. U zei dat de verordening nodig is om de Wet goed verhuurderschap te kunnen handhaven. Kunt u dat nog toelichten? Want ik zou het gevoel hebben dat de wet sowieso gehandhaafd kan worden. Waarom moet daar apart een verhuurverordening voor zijn? Mevrouw De Korte: Een terechte vraag. Op dit moment zouden er eventueel meldingen gemaakt kunnen worden door bewoners, maar in de praktijk zien we heel vaak dat bewoners dit of niet durven of zich niet bewust zijn van de mogelijkheid om meldingen te maken over misstanden of simpelweg niet weten dat ze het recht hebben op bepaalde zaken, zoals een eerlijke huurprijs of een schriftelijke overeenkomst. Door middel van een verhuurverordening gaan we vergunningen verlenen aan alle verhuurders in Dordrecht. Op die manier krijgen we inzichtelijk waar de misstanden spelen en kunnen we er actief op handhaven in plaats van dat de melding naar ons moet komen. De heer Van der Meer: Maar misstanden zullen … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer.
33
De heer Van der Meer: Sorry, voorzitter. Misstanden zullen gemeld worden door huurders of potentiële verhuurders. Die zou de gemeente ook kunnen informeren. Ik vraag dat even, omdat een verordening waarbij een vergunning verleend moet worden ambtelijke capaciteit en geld kost, terwijl ik in het antwoord hoor, het gaat erom om de huurders op hun rechten te wijzen. Kan dat niet ook op een andere manier, is mijn vraag? Waarom is daar een vergunning voor nodig? De heer Weber: Voorzitter, mag ik daar een antwoord op geven? De voorzitter: Zeker wel. De heer Weber: Die ververordening is een instrument dat aan de gemeente ter beschikking wordt gesteld vanuit de Wet goed verhuurderschap. De verhuurverordening is een instrument om de Wet goed verhuurderschap goed te kunnen handhaven en te kunnen invoeren. Op dit moment hebben we een meldpunt Ongewenst Verhuurdersgedrag. Daar melden zich een handjevol huurders, maar we zien dat het meldpunt vastloopt. Op het moment dat het namelijk echt tot conflictueuze situaties leidt, moeten zij gaan doorverwijzen naar andere partijen. Als gemeente hebben we niet op dat moment de mogelijkheid om daarop in te springen en ervoor te zorgen dat dingen gehandhaafd worden. Het is echt een gemeentelijk instrument dat voortkomt uit de Wet goed verhuurderschap. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Groenewege.
De heer Groenewege: Je gaf aan dat verhuurders een voordracht van de gemeente kunnen weigeren en dan een boete kunnen krijgen als ze leegstand niet opnieuw melden. Maar dat ging voor mij heel snel. Zou je dat misschien nog een keer kunnen toelichten? Mevrouw De Korte: Binnen de leegstandsverordening zijn een aantal mogelijkheden. Boetes kunnen niet op alle gronden worden gegeven. De mogelijkheden die de leegstandsverordening biedt en ook de Leegstandwet, we zijn beperkt in wat mogelijk is, is om enerzijds een boete te geven wanneer mensen leegstand niet melden na zes maanden en anderzijds wanneer een verhuurder in gesprek is geweest met de gemeente, er een voordracht is gedaan, de verhuurder weigert dit en de woning blijft leegstaan, dan is men verplicht om opnieuw die leegstand te melden, zodat het proces weer in gang komt. Wanneer ze niet opnieuw de leegstand melden, dan heb je weer zo'n moment dat eventueel een boete zou kunnen worden uitgedeeld. Ervaring in andere gemeenten laat zien dat het niet heel veel gebeurt. Vaak is het voor een eigenaar, ook of een verhuurder, niet positief dat de woning leegstaat. Het doel is wel echt om op een constructieve wijze met de verhuurder samen te werken. De voorzitter: Mijnheer Groenewege.
34
De heer Groenewege: Nog een vervolgvraag. In de inspraak werd gezegd dat er geen mogelijkheid is tot het opleggen van boetes bij herhaalde overtredingen. Bij de leegstandsverordening is dat wel zo, begrijp ik? Maar dan bij de verhuurverordening misschien niet? Mevrouw De Korte: Het zijn geen herhaalde boetes, denk ik, bij de leegstandsverordening. Het gaat er meer om dat wanneer leegstand niet opnieuw wordt gemeld, er dan een boete kan worden opgelegd. Maar dat is uiteindelijk niet het doel van het instrument voor de verhuurverordening. De voorzitter: Mijnheer Weber. De heer Weber: Bij de verhuurverordening wordt gewerkt met een boetesysteem. Een overtreding kan al direct leiden tot een boete. Het verhuren van woningen zonder vergunning in de aangewezen gebieden kan leiden tot een boete, het zonder vergunning verhuren van woningen aan arbeidsmigranten kan leiden tot een boeten. De voorzitter: De laatste keer. De heer Groenewege: De laatste vervolgvraag. Een boete. Maar de vraag is, bij herhaalde overtreding of bij blijvende verhuur, blijft het dan doorgaan met die boetes? De heer Weber: In de verordening staat een boetetabel en daarin staat voor welk vergrijp welke boete kan worden gehanteerd. Herhaaldelijke boetes kunnen uiteindelijk zelfs leiden tot het uit beheer nemen van de betreffende woning. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter.
In de verhuurverordening zit een verbodsbepaling. In de leegstandsverordening zit die niet. Biedt het wettelijk kader wel een mogelijkheid tot een verbodsbepaling, het verbod op specifiek langdurige leegstand? Dat is vraag een. Vraag twee gaat weer over die herhaaldelijke boete in het geval van leegstand, ook waar mevrouw Van den Hoek het geloof ik over had. Biedt het wettelijk kader er mogelijkheid toe om bijvoorbeeld op den duur te stellen, per dag dat verblijfsruimte nog leegstaat, leggen we een boete op of iets in die trant? Is daar een mogelijkheid toe? Mevrouw De Korte: Ik wil de vraag best beantwoorden, maar ik zou willen voorstellen om eerst inhoudelijk de verordeningen te behandelen en daarna verder te gaan met de vragen over de inhoud. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ik had nog even een vraag over het meldpunt voor huurders, het niet goed verhuurderschap en dat bij herhaling boetes kunnen worden opgemaakt. Ik heb begrepen dat vaak mensen, ook al is er geen vergunning of goed verhuurderschap, niet durven te melden. Want uiteindelijk, dat zei u ook, kan het bijvoorbeeld verboden worden om te verhuren en staan de mensen op straat.
35
Daar denken ze dan aan. Wordt eraan gedacht wat de mensen die daar wonen dan moeten doen? De heer Weber: Uiteraard is daar wel aan gedacht. Er zit een bepaald risico in. Huurders zijn al zeer terughoudend met melden. Ernstige conflicten worden vaak doorgeleid naar een huurcommissie. Een huurcommissie kan in een zitting een bindende uitspraak doen over hoe het probleem opgelost moet worden. Als het gaat om een te hoge huur, kan de huur verlaagd worden bijvoorbeeld. Maar als het bijvoorbeeld gaat om discriminatie of intimidatie, dan is dat een hele andere kwestie. We hebben er in zoverre over nagedacht dat we wel het risico inschatten. We hebben daar ook wel met andere gemeenten over gesproken. Gelukkig komt het maar mondjesmaat voor dat dit soort dingen echt aan de hand zijn. Maar dat komt mede vanwege het feit dat we niet zoveel inzicht hebben. We horen alleen maar de misstanden vanuit meldingen. We hebben zelf het gevoel dat er heel veel gebeurt waar wij geen weet van hebben. Om daar inzicht in te krijgen, moeten we echt met deze verordeningen aan de slag, want dan krijgen we dat inzicht en kunnen we adequate maatregelen treffen daartegen.
Maar we hebben niet bij voorbaat al een regeling van, stel dat iemand op straat wordt gezet door zo’n verhuurder, dan kun je die verhuurder wel aanpakken, maar die huurder heeft dan wel een probleem en dat zullen we uiteindelijk op moeten lossen. De voorzitter: Dank u wel. We gaan verder met de presentatie, want we dwalen nu te veel af en ik denk dat er een heleboel antwoorden op vragen nog gaan komen. Gaat u verder. De heer Weber: De verhuurverordening, daar hebben we het net al even over gehad. Die komt voort uit de Wet goed verhuurderschap die sinds 2023 van kracht is. Sinds 2024 hebben we dat meldpunt. Wat blijkt? Die dat meldpunt heeft weinig werking zonder aanvullende instrumenten voor handhaving en toezicht. De Wet goed verhuurderschap biedt ruimte voor dat gemeentelijke instrument, de verhuurverordening. Wij willen daarvan gebruikmaken door een vergunningsplicht in te stellen voor de verhuur van woonruimte in een aantal kwetsbare wijken en voor de verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten in heel Dordrecht. De vergunningplicht geldt voor particuliere en commerciële verhuurders in een deel, in een aantal kwetsbare wijken, en voor de verhuur aan arbeidsmigranten in heel Dordrecht. Wie vraagt die verhuurvergunning aan? Dat is de verhuurder. Dat is vaak de persoon of het bedrijf die op de huurovereenkomst staat. De vergunning is persoons- of bedrijfsgebonden.
De vergunning wordt aangevraagd voor alle woningen die de verhuurder heeft in een bepaalde wijk. Als iemand 100 woningen heeft, hij vraagt de vergunning aan en er is verder niks aan de hand, dan krijgt hij de vergunning voor 100 woningen. Op het moment dat hij in overtreding is bij 1 woning, loopt hij het risico dat hij zijn vergunning kwijtraakt voor 100 woningen. Dat is er wel een die die zeer hard kan aankomen. Hoe gaat het proces dan in zijn werk? De aanvraag gebeurt met een formulier. Dat kan eventueel digitaal. De legeskosten stellen we voor op 728 euro. Dat dat is een berekening op basis van wat er moet gebeuren om zo'n vergunning te verlenen. De legeskosten moeten alle kosten dekken voor de vergunningverlening.
36
Aanvullend op de minimale wettelijke eisen ten aanzien van de borg en dat soort dingen, wordt er ook gecontroleerd op de aantoonbare naleving van de Wet goed verhuurderschap en op de aanwezigheid van een onderhoudsplan. Ten aanzien van handhaving en sancties kan de gemeente een vergunning intrekken bij herhaaldelijke overtreding van de regels van de Wet goed verhuurderschap. Dit betekent dat een verhuurder het risico loopt dat hij bij wijze van spreken voor 100 woningen zijn vergunning kwijtraakt. In de bijlage van de van de verhuurverordening staat een tabel met boetes per overtreding, welke boete er kan worden toegekend. Bij herhaald overtreden, en dat is iets wat heel weinig voorkomt, ik kan me nog geen situatie voorstellen en ik weet niet of het al ergens is gebeurd, is het mogelijk om het beheer bij zo'n eigenaar weg te halen en dat de gemeente het beheer vervolgens tijdelijk overneemt of plaatst bij een andere beheerder. Een van de belangrijke eisen om de handhaving en sancties goed te kunnen doen is, de gemeente moet dan wel capaciteit beschikbaar stellen voor toezicht en handhaving, want die hebben we op dit moment onvoldoende.
Wat is het effect van deze verhuurverordening? We krijgen inzicht in de particuliere huurmarkt in Dordrecht, we zetten in op bescherming van huurders in de particuliere huursector en de bescherming van de positie van arbeidsmigranten, het voorkomen van malafide verre praktijken in de toekomst en vroegtijdige signalering van problemen om tijdig te kunnen ingrijpen. Dit is een van mijn favoriete afbeeldingen, de verwachte kosten en personele inzet van de vergunningverlening. De kosten van de implementatiefase tot september zijn gedekt door subsidie. Althans, gedekt door de gemeentelijke bijdrage die we vanuit het Rijk krijgen voor het toepassen of het uitvoeren van de Wet goed verhuurderschap. We zullen heel veel vergunningaanvragen krijgen, zeker in de eerste 2 jaar na de invoering van die verhuurverordening. Er zijn tussen de 1.000 en 1.500 verhuurders. Stel dat je het voor alle verhuurders gelijk openstelt, dan loop je het risico dat je 1.000 aanvragen krijgt. Dat kunnen we nu niet aan. We zijn van plan om dat gefaseerd te doen, met zo'n 350 tot 500 aanvragen per half jaar. Dat kunnen we dan logistiek een beetje beter spreiden en we hebben minder mensen nodig om dat te verwerken. Het spreekt een beetje voor zich, het belangrijkste is dat we voor 2 jaar 1,3 miljoen nodig hebben voor de handhaving en toezicht bij deze verhuurverordening.
Dan hebben we nog niet de structurele toezicht en handhaving meegerekend. Als al die vergunningen zijn aangevraagd en we gaan bijvoorbeeld in eerste instantie handhaven op het feit dat mensen verhuren zonder vergunning, dan kun je niet afhankelijk zijn van meldingen. Daar moet je actief en proactief op af om ervoor te zorgen dat er gehandhaafd wordt. Voor de legeskosten hebben we een berekening gemaakt van wat nodig is. De legeskosten zijn nu berekend op 728 euro. In principe zouden de legeskosten dekkend moeten zijn voor het stuk vergunningverlening. De leges dekken niet de structurele toezicht en handhaving. Een deel van die handhavingskosten komen waarschijnlijk weer terug uit boetes en uit andere bestuurlijke sancties, zoals dwangsommen. We hebben op dit moment het geld niet geregeld, 1,3 miljoen. Het exacte kostenplaatje voor duurzame uitvoering van deze verordening volgt bij de Perspectiefnota 2027. Wat we wel zien, is dat we vanuit andere afdelingen, bijvoorbeeld afdeling Veiligheid, die ook al heel veel op basis van meldingen aan handhaving doen van illegale toestanden … In deze berekening is puur berekend wat we nodig hebben voor deze verordening, maar het is mogelijk om bijvoorbeeld andere wet- en regelgeving te handhaven.
37
Als je dat integraal doet kunnen we mogelijk schaalvoordeel krijgen en kunnen we ervoor zorgen dat je daar per saldo wat kosten mee bespaart. We gaan nog niet over naar de leegstandsverordening. Wat mij betreft is er nu een blokje met vragen. De voorzitter: Die zijn er vast. De heer Groenewege: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik ben een beetje bijzonder. Ik vind het leuk om de verordening zelf te lezen. Het valt mij op dat het verschil tussen wonen en verblijven niet heel duidelijk is. Het wordt niet heel duidelijk uit de definities wat het verschil is. Ik vraag me af of u zou kunnen uitleggen wat het verschil is en waarom het op deze manier is opgenomen. De heer Weber: Verblijven is tijdelijk en voorbehouden aan arbeidsmigranten. Dat komt voort uit de uit de uit de wet. Als je aan arbeidsmigranten verhuurt, dan spreek je over verblijfsruimte. Als je woonruimte verhuurt, normaal gesproken niet aan arbeidsmigranten, dan spreek je over woonruimte. Dat komt deels voort uit de teksten van de wet. Duidelijker kan ik het niet maken. De heer Groenewege: Een tweede vraag, als het mag. De voorzitter: Vooruit. De heer Groenewege: Er wordt in artikel 2 gesproken over categorieën van woonruimte. Maar daar wordt verder niks over gezegd, in de hele verordening niet en u heeft er ook niks over gezegd. Daar ben ik toch wel benieuwd naar.
Welke categorieën en hoe wordt daar onderscheid tussen gemaakt? De heer Weber: Anders komen we daar zo meteen even op terug. Mag dat, voorzitter? De voorzitter: De categorie dat zoeken we op. Jazeker. Ik had gezien mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb twee vragen. Hoe wordt er omgegaan met de gemengde … De voorzitter: Er wordt echt door iemand geluisterd. Geloof me. De heer Kolkiliç: Ze gaan er allemaal vandoor. Kan ik? Hoe wordt er omgegaan met de gemengde situatie bij deels verhuur en dat deels mensen zelf wonen in de woning. De heer Weber: U bedoelt iemand die zijn bovenverdieping verhuurt? In principe hebben we daar andere vergunningen voor, woningvormingsvergunningen voor eigenaarbewoners. Maar in principe is dat een verhuurder en daarvoor geldt ook dat hij daarvoor een vergunning aan zou moeten vragen. Dat geldt voor particuliere en commerciële verhuurders.
38
De heer Kolkiliç: Er zijn ondernemers of inwoners van de stad die woningen hebben met een financiering. Bij een beleggingshypotheek mogen ze het vrij verhuren. Hoe gaan jullie handhaven bij hypotheekvormen waar zelfbewoningsplicht van toepassing is? De heer Weber: We kijken naar het begrip verhuurder. Ook in deze situaties is er sprake van een huur-verhuursituatie. Volgens de regeling zouden dat verhuurders zijn. Wat wij niet hoeven en kunnen weten, is wat voor financieringsconstructie daaronder zit. De voorzitter: Laatste vraag. De heer Kolkiliç: Ik weet dat dat er gemeentes zijn, zoals Rotterdam, die bij het verlenen van vergunningen navraag doen bij eigenaren van woningen of zij toestemming kunnen aantonen van hun hypotheekbanken. Misschien is het goed dat jullie dit ook overwegen om achteraf niet nog in problemen te komen met de banken. De heer Weber: We zouden dat mee kunnen nemen in ons werkproces. De voorzitter: Zie het als een tip. Dan zag ik mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. 2 vragen. De leges van 728 zijn, als ik het goed heb begrepen, niet afhankelijk van het aantal woningen wat daaronder. Voor 100 woningen is het even duur om een vergunning te krijgen als voor 1 woning. Heb ik dat goed begrepen? Is het denkbaar om dat anders in te vullen? Dat zou mijn vraag zijn.
De tweede vraag is, waarom wordt de vergunning die toch, als ik het verhaal goed begrijp, vooral bedoeld is om goed verhuurderschap af te dwingen, beperkt tot kwetsbare wijken? Je wilt toch ook in andere wijken goed verhuurderschap? Dat geldt niet alleen voor de arbeidsmigranten, maar ook voor andere situaties. De heer Weber: Kort antwoord op de eerste vraag, ja, dat klopt. De heer Van der Meer: Maar er zat nog een tweede bij, of dat ook anders kon. De heer Weber: Er zat nog een tweede vraag bij, of dat ook anders kon. We hebben nu de berekening van de legeskosten zoals u zegt. Of je nu honderd woningen hebt of een woning, je vraagt een vergunning aan. Bij de ene vergunning moet er alleen veel meer aangeleverd worden dan bij de andere vergunning. Als je maar een woning verhuurt, krijg je een keer een aanvraag van een adres. Als je honderd woningen verhuurt, moeten we van alle honderd woningen de gegevens hebben. Het is wel veel meer werk voor een verhuurder. De legeskosten moeten de vergunningverlening dekken, maar het werk voor de vergunning blijft ongeveer even evenveel. Vandaar. De voorzitter: Nog een technische vraag erachteraan. De heer Van der Meer: Een technische vraag, namelijk het levert meer werk op voor de aanvrager, maar ook voor de ambtelijke organisatie lijkt mij.
De heer Weber: Iets meer, maar voor puur het verlenen van de vergunning zal het niet zo heel veel uitmaken.
39
De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik las dat we voor de implementatie van de wet middelen vanuit het Rijk krijgen. Ik vroeg me af of we of structureel middelen van het Rijk krijgen voor de uitvoering van de wet. De heer Weber: Heel simpel, dat weet ik niet. Dat moeten we ook even opzoeken en dan kunnen we er later op terugkomen hoe dat zit. De voorzitter: Mijnheer Katif en dan mijnheer Hartmeijer. De heer Katif: Voorzitter, ik had een korte vraag als het gaat om de leegstandsverordening. Ik ben benieuwd waarom ervoor gekozen is om de vergunningsplicht voor woonruimtes wijkgericht toe te passen en die voor verblijfsruimte, in dit van arbeidsmigranten, gemeentebreed. Dan ben ik eerder benieuwd naar de criteria die daarop toegepast zijn. De heer Weber: Het gaat over de verhuurverordening. De heer Katif: Ik heb hier een leegstandsverordening. Wij dachten, de vragen zullen we aan het einde de presentaties … De voorzitter: Na de presentatie over de leegstandsverordening. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Nog even terug op de herhaaldelijke overtredingen. Dan werd er verteld, die panden, woningen, kunnen mogelijk beheerd worden door de gemeente. Mij is nog niet duidelijk wat er vervolgens gebeurt met die woningen, want beheer is nog niet eigendom.
Welke scenario's zijn dan mogelijk daarna? De heer Weber: Er zijn heel veel scenario's mogelijk. Op het moment dat bijvoorbeeld een pand uit beheer genomen wordt omdat er structureel veel te hoge huur gevraagd is ten opzichte van het aantal punten wat zo'n woning vertegenwoordigd, dan kan de gemeente het pand uit beheer nemen en de huur verlagen tot wat maximaal redelijk is. Dat is bijvoorbeeld een scenario. We gaan ervoor zorgen dat de woningen wel voldoen aan de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur en aan allerlei andere criteria. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, als het mag, een vervolgvraag op dit laatste antwoord. In het begin werd aangegeven, zonder deze verordening hebben we niet alle instrumenten om huurders goed te helpen. Is dit dan een voorbeeld wat we wel kunnen met de verordening, maar niet zonder verordening, bijvoorbeeld het terugwijzen van de huur ene het opleggen van die sancties?
40
De heer Weber: Een technisch verhaal wordt. In principe hebben huurders de mogelijkheid om de hoogte van hun huur aan te vechten via de huurcommissie. Ze moeten dan melding doen bij de huurcommissie. De huurcommissie gaat vervolgens de zaak behandelen en een uitspraak doen. De huurcommissie is een instantie die een bindende uitspraak kan doen over de hoogte van de huur. Wij kunnen dat als gemeente niet doen, tenzij er sprake is van het uit beheer nemen van het pand of van de woning. Op dat moment kunnen we er wel voor zorgen dat die huren conform de puntentelling worden gehanteerd. Maar dat is een uiterste middel. Wat ik net al zei, dat is voor zover ik weet nog niet voorgekomen. De voorzitter: Mijnheer Noldus, dat was ook gelijk de vraag die u had? De heer Noldus: Nee, voorzitter. De voorzitter: Niet? Gaat uw gang. De heer Noldus: Ik had nog twee andere vragen. Een vraag die ik nog heb, de huisvestingsverordening is een instrument om overlast door huurders aan te pakken. Dat gaat vooral over sociale huurwoningen. Is er in deze verordening ook iets wat gericht is om juist ook verhuurders en buurten in zekere zin te beschermen tegen overlast gevende huurders? Daar kon ik niks over vinden. Dat had ik eerlijk gezegd wel verwacht. De tweede vraag is, er zijn een aantal wijken genoemd waar deze op van toepassing is.
Daar zien we niet bijvoorbeeld 19e-eeuwse Schil en delen van Kromhout in. Die hadden we wellicht wel verwacht. Kunt u aangeven wat de argumentatie is om de keuze te maken zoals die is gemaakt? De heer Weber: Wij hebben vooral met onze afdeling Veiligheid en Leefbaarheid geïnventariseerd waar zich de meeste problemen voordoen ten aanzien van enerzijds de verhuur aan arbeidsmigranten en anderzijds de normale particuliere verhuur. In de wijken die je net noemt zit vooral veel problematiek rondom arbeidsmigranten, maar dat wordt al Dordrechtbreed aangepakt en daarmee zitten ze er wel in. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik probeer wat scherper onderscheid te maken tussen de leegstandsverordening en de verhuurverordening. In de vragen loopt het af en toe een beetje door elkaar heen. Leegstand, dat is mijn gevoel, probeer je terug te dringen. Heel simpel. Dan kijk je naar die 555, waarbij ik erg benieuwd ben waar die target van 40 procent vandaan komt. Zijn er referenties denkbaar om die 40 procent realistisch te kunnen halen? Het is een prachtig idee om een hoog percentage te noemen, maar daar hoort dan een bepaalde inspanning bij die ik niet direct vertaald zie in de inspanningen die daar dan voor nodig zijn. Dat is dan puur het terugdringen van leegstand.
Die verhuurverordening is, in mijn beeld, bedoeld voor een heel specifiek ander doel, al dan niet gericht op die kwetsbare wijken. Die snap ik wel. De voorzitter: Uw vraag is?
41
De heer Oostenrijk: In de kwetsbare wijken wordt verhuurd. In feite is daar geen sprake van leegstand, maar een andersoortige bewoning dan dat je zou willen hebben. Daar wil je maatregelen op treffen, zodat je het hele kwaliteitsniveau in algemene zin van zo'n wijk verbetert. Daar heb je ook de instrumenten voor nodig. En u heeft al aangegeven, een meldpunt. Het zou kunnen, want ik begrijp dat je kunt melden. U geeft al aan, er wordt mondjesmaat gemeld. Dat wordt een ontzettende zoektocht en een ambtelijke organisatie waar je u tegen zegt om daar de nodige successen te behalen. De voorzitter: En uw vraag is? De heer Oostenrijk: Hoe realistisch is dat voor hetgeen u denkt daarvoor nodig te hebben? Mevrouw De Korte: Is dit een vraag over de … De voorzitter: Mijnheer Groenewege merkt dat terecht op, dit is een politieke vraag. Dat gaan we niet doen. Heeft u een technische vraag over de verhuurverordening? Gaat u er even over nadenken. Dan geef ik in de tussentijd mevrouw Striebeck het woord. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over goed verhuurderschap. Ons bereiken berichten dat er nieuwe contracten opgedrongen worden aan mensen die een contract hebben tot een bepaald jaartal. Wat wordt daarmee gedaan als dat bekend wordt? De heer Weber: Ik ken de situatie niet precies. De verhuurverordening is er vooral voor bescherming van de huurders.