2.8 2025.01.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Voor het verslag vraag ik de raads- en commissieleden zichzelf voor te stellen en qua naam is dat misschien ook maar het beste en laat ik voor de verandering aan mijn rechterkant beginnen. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP.
18
Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie Van der Spoel. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Katif: De enige lokale, Beter Voor Dordt, Jacques Katif.
De voorzitter: En ik ben Pieter Groenewege, vandaag uw voorzitter. Laten we eens bespreken wat we vandaag gaan bespreken. Dat zijn twee raadsvoorstellen die vandaag beeldvormend op de agenda staan en ik moet er toch even doorheen waar het over gaat. Het eerste raadsvoorstel is het raadsvoorstel van het college over de besteding van de middelen voor 2025 en 2026. En dat doen we ook aan de hand van een vraag en die luidt als volgt: “Hoe borgt het college, bij de flexibele inzet van de gereserveerde middelen, dat de integraliteit van de uitvoering van de sportvisie 2030 gewaarborgd blijft, gezien het ontbreken van een integraal uitvoeringsplan, en hoe zorgt het ervoor dat alle doelen en tussendoelen SMART geformuleerd en meetbaar worden gemaakt?”. Dan bespreken we daarnaast ook het raadsvoorstel van de Rekenkamer over het onderzoek naar de haalbaarheid van de doelen uit de Sportvisie 2030. Dit onderwerp is eerder al, 10 december 2024, beeldvormend besproken en daarbij heeft de commissie besloten om het onderwerp vandaag terug te laten komen. En daarbij gaan we ook in op een vraag en die luidt als volgt: “Hoe verhoudt het door de Rekenkamer voorgestelde raadsbesluit zich tot de bestuurlijke reactie van het college op het onderzoeksrapport?”.
Op 10 december heeft de commissie ook besloten dat vandaag een besluit zal worden genomen over de wijze waarop de gemeenteraad invulling wenst te geven aan de aanbeveling van de Rekenkamer om te bepalen welke informatiebehoefte er is op het gebied van financiële informatie, voortgang van inzet van instrumenten en activiteiten en momenten en onderwerpen waarop formele beslissingen van de raad gewenst zijn. Heel verhaal, maar u heeft het al goed en scherp, want het staat ook op het RIS. Dan hebben wij een verzoek binnengekregen van mevrouw Mara Damen om namens de Rekenkamer een toelichting te geven die ingaat op die tweede door mij genoemde vraag en ik wil even de commissie rondkijken of u akkoord bent met die toelichting? Ik zie geknik. Mevrouw Damen aan u eerst het woord. Mevrouw Damen: Dank u, voorzitter. Ik ben eerst en vooral benieuwd, en dat was een vraag naar de raad toe, en dan misschien met name naar jou, Robin, want dat jij vorige keer aangaf, er zit een discrepantie in het voorstel en de bestuurlijke reactie. Dus ik wil
19
dat wel toelichten hoe dat van mijn kant zit, maar ik ben dan even benieuwd of dat inderdaad ook antwoord geeft op jullie vraag. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, de vraag aan mij gericht. Ik ben daar benieuwd naar, wat mij betreft ook misschien de ambtelijke organisatie, maar wat ons betreft zit daar een verschil in hoe wij die twee dingen lezen. Wij zijn daar benieuwd naar hoe we dat als raad het besluit van het voorgestelde besluit van de Rekenkamer moeten zien in relatie tot de bestuurlijke reactie en hoe we daar ons besluiten over kunnen nemen. Mevrouw Damen: Wat ik eigenlijk zelf zie, of wat wij zien als waar een discrepantie in zou kunnen zitten, is dat wij vragen eigenlijk om te komen met een plan van aanpak omtrent het vervoer voor mensen met een beperking en de raad hierin mee te nemen. En wat de reactie eigenlijk is vanuit het college in de bestuurlijke reactie is dat ze zeggen inderdaad, we willen graag een initiatief nemen om met elkaar te verkennen welke kansen er zijn en welke uitdagingen er bijvoorbeeld liggen rondom onder andere vervoer. Dus wij zien niet echt dat er een discrepantie is en daarmee blijven eigenlijk de aanbevelingen die we doen, staan ze als ze staan, tenzij jullie daar echt een heel groot verschil in zien, maar dit is eigenlijk onze toelichting hierop.
De voorzitter: Zijn daarop nog technische vragen aan de Rekenkamer of is dit duidelijk? Ik hoor zo gauw geen technische vragen, dan dank ik u voor die toelichting. Dan moet u die voor een later moment bewaren, maar mevrouw Stolk weet heel goed hoe dat werkt. Ik zie de heer Van den Berg van het CDA. De heer Van den Berg: Nee, ik verwacht niet per se een reactie van de Rekenkamer, maar misschien iets meer van de wethouder inzake dit. De voorzitter: In deze commissie is er bewust voor gekozen om niet de wethouder aan tafel te hebben, omdat we alleen maar technische vragen stellen. Maar we hebben wel ambtelijke ondersteuning, waar u ook technische vragen aan kunt stellen. Wilt u dat doen? De heer Van den Berg: Nee, ik ben benieuwd inderdaad dan naar de ambtelijke reactie over die discrepantie. De voorzitter: Dan leggen we bij deze het verzoek neer om daar eventueel nog op in te gaan op een technische manier, indien mogelijk. Maar laten we dan in ieder geval de vergadering vervolgen met de aangekondigde presentatie van mevrouw van de beide ... Mevrouw Bokel en mevrouw Van Vuuren, gaat uw gang. Mevrouw Van Vuuren: Goedenavond. Ik ben Kirsten van Vuuren, ik zal aftrappen vandaag.
Claudia en ik hebben samen met de wethouder en andere mensen een presentatie voorbereid, maar wanneer ik start zult u zien dat het ook wel een beetje een herhaling van zetten wordt met wat u net heeft gehoord van de heer Davio en van de Sportraad. Vandaar dat mijn voorstel is om vooral snel doorheen te gaan, het eerste
20
stukje, want dat moet inmiddels bekend terrein zijn en ons te richten op de Rekenkamer en het raadsvoorstel. We zijn er heel trots op. Hier ziet u een foto van het Team Sport wat de prijs in ontvangst heeft genomen in Den Bosch. Onze visie en missie, we willen echt dat sport gebruikt wordt om te versterken, te verenigen en te verbinden in Dordrecht en daar draait eigenlijk de hele visie om. Die 80 procent is ook al afdoende, denk ik, toegelicht vanavond. Wat misschien wel leuk is om te zien is dat toen we de Sportvisie opleverde begin ’23, stond het cijfer op 67 procent, we zijn nu 71. Maar u heeft inmiddels ook gehoord dat er een enorme opgave ligt om die laatste 9 tot 10 procent te halen, gezien de demografische ontwikkelingen en de samenstelling van onze bevolking. Daar hebben we een programma voor en daar zijn vragen over gesteld in het Rekenkamerrapport. Dus dat was heel snel even de inleiding. U heeft gevraagd of eigenlijk in de besluitvorming rondom het Rekenkamerrapport staan drie punten, namelijk een integraal uitvoeringsplan, eigenlijk input voor de routekaart. Wij zijn ambtelijk ook heel erg benieuwd wat u precies wil terugzien in die routekaart. We hebben daar zo wel een kleine voorsortering op, maar we horen eigenlijk vanavond ook graag van u hoe u dat voor u ziet in aanvulling op wat er natuurlijk al uitgebreid staat in het laatste hoofdstuk van de sportvisie.
Een strategisch communicatieplan, ik kan u verblijden, we zijn daarmee een eind op weg en we hopen dat eind van dit kwartaal te hebben gemaakt bij sport, want wij herkennen wel degelijk, zowel ambtelijk als bestuurlijk, dat communicatie een heel belangrijk middel is in sport en dat we daar meer mee moeten dan de toegankelijkheid van sport voor inwoners met een beperking. Die wil ik straks even behandelen nadat ik ben ingegaan op wat volgens ons de informatie is die in de routekaart moet en dat ziet er, heel veel tekst, daar ben ik eigenlijk helemaal niet van in een presentatie, maar wij denken dat op het moment dat wij een jaarplanning hebben waarin we alle activiteiten of nou ja, alle activiteiten is onmogelijk ... Om u een idee te geven, er zijn dertien combinatiefunctionarissen, zeg maar buurtsportcoaches bezig met sportbeleid in Dordrecht en die sturen ook nog allerlei andere dingen aan. Ik stuur zelf programmalijn 2 aan, breedtesport, ik denk niet dat ik lieg als we honderdvijftig verschillende dingen doen, ik heb mijn vraagtekens of u als raad op alle honderdvijftig onderdelen continue wil worden bijgepraat, toegelicht, maar ik hoor graag in welke context dat dan wel moet.
Daar hoort natuurlijk ook een financieel bestedingsplan bij, dat zouden we graag op hoofdlijnen plannen, want sport is dynamisch, niet alleen omdat je veel beweegt, maar ook gewoon omdat je mee moet bewegen met wat er in de stad gebeurt. We willen datagedreven gaan werken. Dat deden we al, heeft u gezien bij Guido Davio, maar we vinden dat we daar wel nog een slag in kunnen maken. Dus we gaan ook, we hebben een collega aangesteld die daar echt dedicated op gaat opereren. We hopen dat we dus daardoor ook nog veel beter al die cijfers die we wel degelijk hebben waarschijnlijk, maar die nog niet op de hele helemaal gewenste manier bij u terechtkomt, dat we die dus makkelijker aan u kunnen gaan presenteren. Daarnaast is ook een belangrijk onderdeel van ons werk is dat we het hele ecosysteem rondom om sport, u heeft net gezien, zowel intern grenst aan heel veel beleidsterreinen, maar ook buiten hebben we heel veel verschillende partners, heel veel verenigingen, maar we hebben ook sportondernemers. Maar u moet ook denken aan het ziekenhuis, thuiszorgorganisaties, fysiotherapeut, is een heel breed ecosysteem wat we moeten onderhouden sport. Daar willen we graag wel ... Daar doen we heel veel in, maar om u helemaal bij te praten over wat we daar allemaal in doen, dat wordt denken wij in ieder geval te diep in de materie. Dat vinden
21
we een zaak van de ambtenarij en college. Als u daar anders over nadenkt, horen wij dat graag. Het strategisch communicatieplan heb ik net toegelicht en ons voorstel is om eigenlijk jaarlijks u terug te koppelen in een soort samenvatting op hoofdlijnen op al deze onderwerpen. Zo zouden wij de routekaart waarom gevraagd is aan u willen presenteren, maar horen natuurlijk graag van u. U heeft er immers nog heel veel voor gereserveerd vandaag aan tijd, hoe u dat zelf ziet. Dan, uniek sporten of sporten voor mensen met een afstand tot sport, ik wil u graag deze uitdelen. Dit zijn de allerlaatste cijfers van de warme toeleiding in Dordrecht. U heeft net de heer Davio ook horen zeggen dat het heel belangrijk is dat je voor sommige mensen maatwerk moet leveren om mensen met een afstand tot sport aan het sporten te krijgen.
We hebben inmiddels een sportconsulent, vorige sessie met de Rekenkamer kwam hij ook al even aan de orde als zijnde de heer Ed, de heer Ed heeft inmiddels collega's in Dordrecht en eigenlijk ziet u hier, heel kort samengevat, wat sport, maatwerksport, dus op moment dat mensen worden aangemeld, bijvoorbeeld door de dokter of door het wijkteam of door dingen, als zij worden aangemeld bij de sportconsulent, dan gaan we echt één op één maatwerk op zoek naar een sport die wel bij iemand past en we hebben een slagingspercentage momenteel van 80 procent en dat meten we door een half jaar nadat mensen zijn bemiddeld naar een sport nog na te bellen of zij nog steeds sporten bij die vereniging of die aanbieder. Een van de aanbevelingen van de Rekenkamer is om zoveel mogelijk in Dordrecht te organiseren, dat doen we ook. We willen echt zoveel mogelijk mensen met een beperking of met een afstand tot sport, want zo noemen we dat, het is breder dan alleen mensen met een beperking, organiseren, alleen het is niet mogelijk om voor elke niche in de sport, echt sport dichtbij te krijgen. Voor sommige dingen moet je naar Rotterdam of moet je bijvoorbeeld naar Sliedrecht, doordat de Merwebolder daar zit, meer mensen zijn met ongeveer dezelfde beperking als iemand anders waardoor je wel een team kunt maken ofwel een sport kunt aanbieden.
Dus waar mogelijk zullen we ons inspannen om dat lokaal te organiseren. Een van de bijvangsten van die maatwerk bemiddeling die we doen is dat het aantal verenigingen en sportaanbieders wat sport organiseert voor mensen met een afstand tot sport de afgelopen jaren ook is gegroeid, want op het moment dat iemand komt met de vraag en we hebben geen aanbod, gaan onze sportconsulenten wel op zoek om te kijken of ze het aanbod in Dordrecht kunnen realiseren. Alleen voor sommige dingen zijn wij ambtelijk van mening dat je wel degelijk de regio nodig hebt om gewoon voldoende mensen met dezelfde interesse of dezelfde sport te vinden. Moeten we daar dan een systeem voor opzetten om transport te regelen? Ik denk dat mevrouw Stolk nu gaat lachen. Sommige mensen kennen mij nog, ik heb ongeveer anderhalf jaar geleden voor u gestaan met de Drechthopper en het hele verhaal, want ik ben van origine adviseur Sociaal Domein hier voor de Wmo. De Drechthopper is in principe het aangewezen systeem om mensen met een afstand tot sport naar hun vereniging te brengen. Ik weet ook dat dat niet altijd even vlekkeloos gaat, maar in principe is dat wel de voorziening die we hebben en het is ondoenlijk om daarnaast nog een ander systeem te organiseren, want we hebben het we hebben een voorziening als gemeente.
Dus dat is wel een beetje de vraag op de derde aanbeveling van de Rekenkamer, wij zijn van mening dat er gewoon een voorziening is.
22
Voor zover dus de vragen die u heeft gesteld over de Rekenkamer en dan komen we volgens mij bij het raadsvoorstel. Dan geef ik graag het woord aan mijn collega Claudia Bokel. Mevrouw Bokel: Dank je wel. De voorzitter: Voordat u verdergaat. Vragen, zullen we die aan het eind van de presentatie doen? Schrijf ze even op en dan komen we daarop terug. Mevrouw Bokel: Dat is goed. Voor mij het tweede gedeelte van deze avond, het raadsvoorstel. Wij hebben iets meer dan een jaar geleden denk ik, anderhalf jaar geleden, de Sportvisie vastgesteld en we hebben daarbij ook aangegeven dat wij ongeveer 1,7 miljoen nog aan u een voorstel willen doen hoe we die willen besteden. We hebben een aantal dingen gemerkt daarbij in de afgelopen anderhalf jaar dat we bij de besteding van de middelen ten eerste een flink stuk hadden bedacht voor de subsidie accommodaties. Dat is het eerste punt. Het tweede gedeelte is dat we vaststellen dat we bij topsportevenementen tegen dingen aanlopen, dat we de openbare ruimte eigenlijk helemaal niet goed hadden bedacht en ook dat we een andere subsidieregeling professionele kracht best wel succesvol hebben. Vandaar dat wij in het raadsvoorstel hebben aangegeven dat we de middelen graag wat flexibeler in zouden willen zetten.
Bij de accommodaties zien we dat de subsidieregeling accommodaties, u weet het, de een derde, een derde, een derde regeling, een derde de vereniging zelf, een derde de BOSAregeling, een derde de gemeentelijke subsidieregeling, dat die onderbenut is. We hadden daar aardig wat geld gereserveerd, we stellen voor om dat geld te laten staan wat we hebben gereserveerd voor dit jaar en volgend jaar, maar dat we daar niet per se op dit moment extra geld in willen zetten. Ten eerste omdat verenigingen moeite hebben om hun eigen bijdrage bij elkaar te krijgen, ten tweede omdat de BOSAsubsidieregeling nu alweer boven het bedrag uitkomt dan was gereserveerd op 9 januari. 6 januari opengesteld, 9 januari was het bedrag uitgeput en ten derde, als we echt grootschalig willen investeren, dan kost dat niet 1, niet 2, niet 4 miljoen, maar dan moeten we heel veel geld in de hand nemen om alle accommodaties echt flink grootschalig te renoveren. Als we kijken naar de topsportevenementen en daar hebben wij een motie Haal Internationaal Topsportevenement binnen, daar zijn we druk mee bezig geweest. Een onderdeel daarvan is ook dat wij hebben gekeken naar het succes van de Tour de France Femmes. Daar hebben wij een extern onderzoek laten doen waarvan wij zien dat er aardig wat successen zijn, dat de mensen daar positief over waren.
We zien ook dat er als er kansen zijn, dat we daar op redelijk korte termijn in moeten springen, omdat er anders andere steden zijn die graag evenementen zouden willen organiseren. Vandaar dat wij ook daar denken aan een flexibelere inzet van de middelen. En als we kijken naar de openbare ruimte, volgende motie 3x3 basketbal, dat is moeilijk als er geen middelen zijn voor de openbare ruimte. We hebben ook een regiodeal waar we een aanvraag hebben gedaan, die is gehonoreerd met een verdubbelaar, waar we graag middelen in willen zetten omdat we natuurlijk dan ook van het Rijk weer middelen erbij krijgen. En bijvoorbeeld een kerstijsbaan is ook bewegen in de openbare ruimte, zijn ook geen middelen voor gereserveerd op dit moment. En het laatste stukje, de professionele kracht de subsidieregeling. Wij zien dat die subsidieregeling succesvol is. We zien dat het de verenigingen echt helpt om de vrijwilligers te ondersteunen daarbij. We hebben de tweede tranche opengezet en we
23
willen daar graag kijken hoeveel aanvragen er zijn of we daar misschien ook nog extra geld in zouden moeten zetten om de verenigingen daarmee nog beter te helpen. Dus vandaar dat het raadsvoorstel aangeeft een flexibelere inzet van de middelen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dat roept meteen vragen op, dus dat is goed. Even kijken. Ik zag als eerste mevrouw Schnabel, aan u het woord. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb eigenlijk vragen over alle twee de onderdelen. Ik neem aan dat het te veel tijd in beslag neemt als ik nu gewoon al mijn vragen ga stellen? De voorzitter: Hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Schnabel: Vier. De voorzitter: Zullen we beginnen met twee? En dan doen we nog wat rondjes. Mevrouw Schnabel: Helemaal goed. Mijn eerste vraag was, er werd in de eerste presentatie aangegeven dat mensen met een beperking toegeleid worden naar een sportcoach.
Wat ik me afvroeg is, wat als de middelen voor mensen zelf ontoereikend genoeg zijn om bijvoorbeeld een abonnement te betalen en daaraan hangend, hoe wordt er gekeken naar het btw-tarief dat landelijk eventueel verhoogd gaat worden naar 21 procent? Mevrouw Van Vuuren: Wij hebben bij het aanstellen van de sportconsulent, dus degene die de warme toeleiding doet, een potje eigenlijk met doorbraak budget beschikbaar gesteld en eigenlijk is het nu zo dat onze sportconsulent afweegt, op het moment dat er echt geen middelen beschikbaar zijn voor iemand, maar het wel heel belangrijk is dat iemand gaat bewegen, dat wordt dan nu uit dat flexibel budget betaald. Dat financieren wij vanuit het sportakkoord, dat is gewoon een subsidieregeling vanuit het Rijk. Omdat het vrij succesvol is, hebben we eigenlijk ambtelijk gezegd dat we volgend jaar iets meer ruimte willen, maar u raakt wel aan een punt wat een hoofdbreken is in sport. De voorzitter: Een kleine vervolgvraag. Mevrouw Schnabel: Wordt daar al proactief op over nagedacht over hoe daarmee omgegaan wordt op het moment dat dat gaat gebeuren? Mevrouw Van Vuuren: Ja, we zijn zeker bezig om te kijken of we bepaalde regelingen bijvoorbeeld kunnen uitbreiden naar volwassenen. Alleen, u zult begrijpen dat in een tijd van ombuigingen daar wel wat hoofdbrekens bij komen.
De voorzitter: Is uw vraag over de btw al beantwoord? Dat heb ik even niet scherp. Die al beantwoord. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Toch even terug op het Rekenkamerrapport en mevrouw Van Vuuren die voelt hem al aankomen, denk ik, Niemand buitenspel in Dordrecht en ik denk dat ik de Rekenkamer daar toch een klein beetje in ga ondersteunen.
24
De voorzitter: Dat denk ik niet, want dan wordt het een politiek betoog. Wat is uw technische vraag? Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ga hem anders insteken. We hebben heel veel problemen op het gebied van leerlingenvervoer en problemen met de Drechthopper.
De aanbevelingen die in het Rekenkamerrapport staan, als je dat tegen elkaar afzet, hoe moeilijk het is, ik vind het heel jammer trouwens dat de ouderen daar niet in meegenomen zijn, want dat is ook een doelgroep die ik eigenlijk in dat Rekenkamerrapport mis, maar hoe, sorry hoor, maar anders kan ik het niet uitleggen, hoe gaan we dat dan faciliteren en hoe weerleg je het feit wat de Rekenkamer nu eigenlijk neerlegt of concludeert, laat ik dat dan zo zeggen. Hoe leg je die twee dingen tegen elkaar en hoe ga je dat beter maken? Is dat politiek of is dat technisch? De voorzitter: Dat is wel redelijk politiek, maar misschien kunt u ingaan op gewoon de technische redenen waarom u heeft gereageerd op het Rekenkamerrapport en de aanbevelingen daarin, zonder dat politiek te maken. Mevrouw Van Vuuren: Ik ga een poging doen. Op het moment dat er al een voorziening is in het sociaal domein, wat het vervoer regelt, is gewoon de aanname die wij ook doen, dat dat toereikend zou moeten zijn om ook deze mensen met een afstand tot sport te kunnen vervoeren indien nodig. We proberen sowieso bij sport, omdat we weten, ik weet niet of dit te inhoudelijk wordt, maar omdat we weten dat het voor veel mensen moeilijk is om überhaupt te gaan bewegen, proberen we het zo dichtbij mogelijk te organiseren. Maar waar noodzakelijk, proberen we gebruik te maken van de voorziening die er is.
Het voordeel van deze voorziening, dat is nog steeds technisch denk ik, of wanneer iemand gaat sporten, is dat in ieder geval wekelijks is, dus dat het in te plannen is. Dus in die zin is het voor vraagafhankelijk vervoer, word wel een beetje Wmo-verhaal nu, is het makkelijker om het in te plannen dan wanneer iemand ad-hoc op de koffie gaat of naar een ziekenhuisafspraak of zoiets moet. Dus in principe is het planbare vervoer makkelijker te organiseren. We hebben gekeken naar een alternatief, namelijk ANWB automaatje, daar zijn we ook mee bezig om dat op te zetten, alleen daar kunnen we geen structureel vervoer mee borgen. En op moment dat iemand lid wordt van een vereniging, heb je het over structureel vervoer, dus zul je moeten terugvallen op een voorziening die dat ook kan bieden. De voorzitter: Ik denk dat het in ieder geval een duidelijke argumentatie is, daar kunt u natuurlijk van alles van vinden. Heeft u nog een technische vraag? Hij moet van diep komen in ieder geval. Ja, dat mag. Mevrouw Bokel: Misschien ook nog over het regionale sporten.
We hebben daar binnen de regio Zuid-Holland Zuid, de Vereniging Sport en Gemeenten ingedeeld, de regio ZuidHolland Zuid, we willen graag kansen benutten die de regio biedt en we spreken hierover dat er mensen uit Dordrecht in andere gemeentes eventueel zouden moeten sporten, maar we zijn nog in die fase waar we gaan verkennen hoe we het willen doen. Dus dat zou ook kunnen betekenen dat mensen uit andere gemeentes bij ons komen sporten, dus ook daar die verkennende fase is nog niet afgelopen. We zitten volgende week weer
25
ambtelijk binnen het regio-overleg en dan nu al het vervoer regelen voor iets wat we nog niet hebben uitgekristalliseerd, dat is ook de vraag qua proces waar we beginnen. De voorzitter: Lijkt me duidelijk. Is het duidelijk? Mevrouw Stolk: Ja, maar dan vraag ik me wel af, en dan weet ik ook niet of die technisch is, hoe je dat dan gaat regelen en hoe ga je dat borgen? Want ik heb die mijnheer van het NOC gehoord dat het heel veel raakvlakken heeft met verschillende domeinen wat je al aangeeft, de Wmo, vervoer, maar dan vraag ik me af hoe je dat dan, ik heb weleens gezegd, leg nou eens programma's over elkaar heen en wat raakt dat dan daar? Maar dit is voor mij niet helder hoe je dat dan gaat borgen en hoe je dat dan gaat doen. Ik weet niet of dit technisch is, ik vind heel moeilijk dit. De voorzitter: Mevrouw Van Vuuren kan erop ingaan. Mevrouw Van Vuuren: Ik heb het nagevraagd, ik heb ook nagebeld, zowel Stroomlijn als de Sociale Dienst. In principe is voor al deze mensen het mogelijk, op moment dat je niet zelfstandig of met het openbaar vervoer naar je vereniging kan, om een Wmo indicatie te krijgen, dus ook een Drechthopper-pas. Dus in principe kun je het dus via het sociaal domein, dus via de eigenlijk de Wet maatschappelijke ondersteuning regelen. Of het al geborgd is, is een politieke vraag, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog wat belangstelling.
Maar als eerst de heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan mevrouw Bokkel. U hebt net even in uw presentatie iets ... Bokel, sorry, excusé. U had het over het organiseren van topevenementen, met name topsport, en dat u daar wat probleempjes eigenlijk tegenkomt als het gaat om het binnenhalen van dat soort evenementen, zou u daar iets meer over willen vertellen? Volgens mij is technische vraag hè? Oké. Mevrouw Bokel: Jazeker. Ten eerste hebben we daar weinig structureel budget voor, ten tweede is het ook daar het proces dat als wij een kans krijgen en we staan natuurlijk als Sportgemeente van het jaar mooi op de agenda en we hebben natuurlijk ook wel mooie evenementen al georganiseerd en als een bond of een vereniging of wijzelf graag een topsportevenement zouden willen organiseren en als wij daar dan eerst nog een heel proces in moeten gaan voordat wij het geld bij elkaar hebben, het geld ergens vandaan ook zouden moeten halen, maar eerst op besluitvorming moeten wachten voordat wij toe kunnen zeggen, duurt het vrij lang, waardoor andere gemeentes, dus er ook andere kapers op de kust zijn. Dat betekent niet dat wij een vrijbrief willen hebben om alleen maar topsportevenementen binnen te halen. De heer Katif: Voorzitter, sorry dat ik u even onderbreek. Excuus. U hebt het over besluitvorming, duurt lang.
Maar hebt u het over een politieke besluitvorming, financiële besluitvorming of hebt u het over besluitvorming vanuit de andere kant, dus de topsportevenement wat wij graag willen organiseren? Mevrouw Bokel: De besluitvorming vanuit onze kant. Dus de politieke besluitvorming. De voorzitter: Dank u wel. De heer Uysal.
26
De heer Uysal: Dank, voorzitter. Een van de vragen voor vandaag was hoe we de integraliteit van de sportvisie borgen met de inzet van de flexibele sportmiddelen. En uit presentatie is mij dat nog niet helemaal duidelijk geworden, want als voorbeeld kunnen we misschien de subsidiemiddelen voor de Dordtse sportvereniging eruit halen. Nu hebben we dus besloten om voor de komende jaren meer geld daarin te stoppen. Maar in hoeverre draagt dat dan bij aan de gestelde doelstellingen? En dat was ook een van de opmerkingen van de Rekenkamer dat er geen samenhang is tussen de activiteiten, de instrumenten en de gestelde doelen. Dus hoe borgen we dat uiteindelijk en in welke doelstellingen gaat nou bijdragen dat we dus meer subsidieaanvragen of meer subsidiemiddelen gaan toekennen aan Dordtse sportvereniging, aan welke doelstellingen draagt dat bij? Dat is een voorbeeld van eigenlijk de nog bredere vraag van de flexibele inzet van de sportmiddelen. Mevrouw Bokel: Ik kan hem proberen technisch te beantwoorden. We hebben nogmaals, zijn Sportgemeente van het jaar geworden. Een van onze concurrenten was de gemeente Vught. De gemeente Vught heeft structureel boven de 80 procent sportdeelname, maar heeft ook structureel een hele hoge verenigingsport.
Wij hebben ongeveer 25 procent van de inwoners die sporten bij een sportvereniging en wij denken dat als wij ook de verenigingsbasis versterken, dat mensen langer blijven sporten. Daar is ook onderzoek naar gedaan. Eigenlijk alles wat we doen, ligt onder het doel om die 80 procent te halen, dus de 80 procent inwoners van Dordrecht die minimaal één keer in de week sporten en bewegen. Dit is een voorbeeld waardoor wij denken op basis ook van ervaringen van andere gemeentes om aan dat doel bij te dragen. We weten ook, en dat hebben we natuurlijk net ook gehoord, dat er heel veel instrumenten zijn en heel veel interventies zijn en dat we daar met al die verschillende interventies en instrumenten onze tussendoelen willen halen om natuurlijk het uiteindelijke doel in 2030 en dat we die tussendoelen evalueren en dat we bij sommige doelen al verder zijn dan we hadden gedacht, dat we het doel van 2026 al hebben gehaald, dat we bij anderen nog niet zover zijn, daar moeten wij natuurlijk steeds ook bijstellen en daar moeten we natuurlijk ook goed op in kunnen spelen. De voorzitter: De heer Nol... Een korte vervolgvraag? Dat mag. De heer Uysal: Heel fijn antwoord, hier is bijna geen woord tussen te krijgen, zou ik bijna willen zeggen.
Maar dan vraag ik me ook wel af waarom het college dan niet de aanbeveling van de Rekenkamer, namelijk maakt dan gewoon een integraal uitvoeringsplan, stelt die op en legt per activiteit per instrument dan gewoon vast aan welk beleidsdoel dat gaat bijdragen. Waarom het college dat dan niet met beide armen omarmd? De voorzitter: Is dat niet een vraag die u beter aan het college kan stellen? T.z.t.. Ja? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, voor mij een vervolgvraag op het antwoord dat net al richting mevrouw Stolk is gegaan richting mevrouw Van Vuuren over de Drechthopper. In het advies over het voorgestelde besluit vanuit de Rekenkamer wordt gevraagd om een plan van aanpak over doelgroepen voor sport.
27
Mijn vraag zou zijn, gezien ook wel antwoord, zou het vragen aan u van plan van aanpak iets toevoegen wat nu niet al onderdeel is van de uitwerking met de regio en de oplossingen die nu voor onze inwoners beschikbaar zijn? Mevrouw Van Vuuren: Ambtelijk is onze mening dat wij met de voorziening in de Wmo voldoende en alle regionale inspanningen die we doen om dus een dicht netwerk te maken en de warme toeleiding voldoende doen om mensen met afstand tot sport aan het sporten te krijgen. Het is een van onze speerpunten en we zijn landelijk gezien een voorbeeld. De voorzitter: En als er nog politieke overtuigingen daarover leven dan moeten we die misschien verder bespreken in een oordeelsvormende sessie. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik had inderdaad een vraag aan mevrouw Bokkel. U had het over die BOSA bestedingen in 2025 of ... ik zeg uw naam verkeerd geloof ik? Dat BOSA in ’25 al weer uitgeput is, dat had ik volgens mij correct verstaan uit prestatie. Betekent dit dat er dan minder behoefte is aan renovatie budget en een uitbreiding hier in Dordrecht? Of wordt het nu bijna onmogelijk gemaakt om vanuit onze subsidiepot gebruik te maken omdat de landelijke BOSA uitgeput is? De voorzitter: Mevrouw Bokel. Mevrouw Bokel: Dank. Ik moet misschien preciezer zeggen, het totaalbedrag aan aanvragen ligt boven het bedrag wat uitgekeerd kan worden.
We weten natuurlijk niet ... We weten ongeveer welke verenigingen in Dordrecht een aanvraag hebben gedaan, die zijn er en we weten natuurlijk niet precies welke aanvragen gehonoreerd worden, dus er kunnen nog steeds aanvragen worden gedaan, omdat als er een groot aantal subsidieaanvragen misschien niet worden gehonoreerd, er nog steeds aanvragen wel gehonoreerd kunnen worden die nu nog worden ingediend. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Van den Berg: Inderdaad, wordt gesteld van over 2023 en ’24 is niet het gehele budget gebruikt en de verwachting is dat dat dus voor de hele periode tot ’26 ook niet gebruikt wordt. Kunnen jullie wel een indicatie geven met wat u zei over er zijn aanvragen ingediend, wat voor gedeelte van het budget mogelijk wel gebruikt gaat worden? Mevrouw Bokel: We hebben 1,5 miljoen toen gereserveerd voor ’23, ’24, daarvan is ongeveer 115.000 gehonoreerd en we gaan er niet van uit dat we het volledige bedrag van 1,5 miljoen zullen uitkeren tot en met 2026, maar dat is natuurlijk nog steeds de vraag wat er in 2026 gebeurt en of er dan weer een nieuwe tranche BOSA komt of dat er een andersoortige regeling vanuit het Rijk komt. Dus ook daar zijn vraagtekens hoe dat gaat zijn. Dat is dat is gewoon nog niet duidelijk, daar heeft de staatssecretaris nog geen uitspraak over gedaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tutupoly.
28
De heer Tutupoly: We hebben het iedere keer over de afstand tot een sporten voor mensen met een beperking. Daarbij hebben we het vaak over de afstand van deur tot sportaccommodatie. Maar ik vroeg mij ook eigenlijk af, wordt er ook naar gekeken naar een afstand tot sporten, bijvoorbeeld doordat faciliteiten ontbreken, deuren te smal zijn, kleedkamers op een hoger etage, op een hogere verdieping liggen. Wordt daar nu ook naar gekeken? Want vaak is het wel zo dat mensen misschien wel naar een sportaccommodatie kunnen gaan, maar dan tegen andere zaken aanlopen. Mevrouw Bokel: Daar zijn we aan het kijken dat bij de Sportboulevard bijvoorbeeld hebben we al met de groep Dordt Inclusief daarnaar gekeken en zo hebben we een plan van aanpak voor meerdere accommodaties om daar goed naar te kijken zodat het ook toegankelijk is, en niet alleen voor mensen met een rolstoel maar ook de verschillende mogelijkheden voor toegankelijkheid. De voorzitter: Vervolgvraag? De heer Tutupoly: Als er dan aanpassingen nodig zijn, hebben we dat dan eigenlijk over diezelfde subsidiepot, een derde, een derde, een derde? Want dat is dan een noodzakelijke aanpassing, misschien niet zozeer voor de vereniging, maar eigenlijk om meer mensen aan de sporten te krijgen. Mevrouw Bokel: Dat is natuurlijk afhankelijk of het gebouw van de gemeente is zoals de Sportboulevard of dat het gebouw van de verenigingen is.
En of er renovaties gepland staan of niet, dus dat gedeeltelijk zeker ook de een derde, een derde, een derde regeling, als het van de vereniging is. De voorzitter: Mevrouw Pi.... Nog één? Dan moet die heel kort zijn. De heer Tutupoly: U gaf net aan, het hangt ervan af van wie het gebouw is. Maar bepaalde sporten over het algemeen zit het vaak bij de commerciële clubs, om even te noemen bijvoorbeeld de fitnessverenigingen die we in de vorige presentatie zagen, die op een bepaalde levenscategorie zitten. Dat betekent dus eigenlijk dat als een vereniging daar de middelen niet voor heeft of dat zelf niet doet, dat daarmee de kous af is, moet ik dat dan zo zien? Mevrouw Bokel: Mag ik een korte vraag stellen of het ging om de verenigingen of de commerciële aanbieders? Ik heb uw vraag denk ik niet helemaal goed begrepen. De heer Tutupoly: U gaf net aan, het is even afhankelijk of het pand van de gemeente is of van de vereniging zelf. En dat kan dus ook een commerciële aanbieder zijn, want bijvoorbeeld fitness het over het algemeen bij een commerciële vereniging. Maar die lopen wel tegen hetzelfde probleem aan.
Houdt dat dan in als zij de middelen daar niet voor hebben, dat daarmee de kous af is, dat er dus geen aanpassingen plaatsvinden? Mevrouw Bokel: Wat we hebben gemerkt bij bijvoorbeeld de 4 v's, dus de sociaal veilige sport, dat wij daar goed samen, sorry, dit is een bruggetje, dat we daar goed samenwerken met de commerciële sportaanbieders. Onze drie sportregisseurs zijn in goed contact met de commerciële sportaanbieders en met de verenigingen en dat commerciële sportaanbieders ook graag mee willen doen bij
29
de sociaal veilige sport, omdat ze willen dat mensen graag ook sociaal veilig bij bijvoorbeeld in fitness sporten. Hetzelfde hopen we, geldt dan ook voor anderen bereiken, dus ze willen natuurlijk ook graag dat mensen met een afstand bij hen kunnen sporten en als daar aanpassingen voor nodig zijn, dat ze dat dan hopelijk ook doen. Dat wij misschien niet ieder gebouw wat van een commerciële sport aanbieder is, volkomen toegankelijk kunnen maken op kosten van de gemeente. Dat zou denk ik een politieke keuze zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ja, ik ben aan de beurt. Ik heb een vraag aan andere ondersteuning. Ik hou altijd heel erg van vlechten, want je brengt verschillende delen gelijkmatig bij elkaar om vervolgens een geheel te brengen. En dan denk ik nog even terug aan de vorige sessie waarin we van de Sportraad een presentatie hebben gehad en zij het ook hebben over de laag van de jongeren naar de toekomst toe, dat zij ook aangaven, dat is een belangrijke doelgroep en dat dan in combinatie met de plannen die jullie hebben, de middelen waarom wordt gevraagd en dan ook de aanbevelingen van de Rekencommissie met betrekking tot communicatie, kunnen jullie daar even bepaalde toelichting van geven hoe jullie deze drie elementen bij elkaar willen vlechten? De voorzitter: Mevrouw Van Vuuren doet een poging.
Mevrouw Van Vuuren: Inderdaad, dat is denk ik de juiste. We willen met communicatie wel ook toe naar profielen voor de doelgroep die je hebt. Het heeft voor ouderen op moment dat je iets doet voor valpreventie geen zin om uitgebreid op je socials reclame te gaan maken, maar een advertentie in DordtCentraal zou wel kunnen helpen. Wij merken in de praktijk dat het voor jongeren, en ik ben even misschien moet ik u vragen, bedoelt u de doelgroep vanaf 19 of 12-18? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Van de presentatie van de Sportraad hadden ze het inderdaad echt van de jongere doelgroep die naar de toekomst toe gewoon belangrijk blijft als het ware. Mevrouw Van Vuuren: We hebben verschillende communicatiemiddelen voor deze doelgroep. Het gaat nog niet vlekkeloos. Dat is een van de redenen waarom we nu ook goed investeren in communicatie en een van de plannen is om ook voor communicatie Binnensport weer iemand aan te stellen, dus dat die gewoon verantwoordelijk wordt. Wat we bij jongeren doen is veel mond-op-mond, werkt goed. Het is toch, mijn vriend doet sport, ik ga mee of mijn vriend sport ergens in de buitenruimte, ik loop mee. Stukje socials. Dus we pakken eigenlijk van alles een beetje om te zorgen dat we zo veel mogelijk jongeren bereiken.
Het blijkt in de praktijk wel gewoon heel lastig om die groep goed te laten bewegen, vooral omdat daar veel veranderingen zitten in interesse, in school, in ... Dus er zijn heel veel factoren waar je moet sturen om, wij noemen dat skihelling, ambtelijk, om die skihelling af te vlakken, dus om te zorgen dat er minder jongeren afhaken. Communicatie is een van de middelen, maar ik denk dat u in uw vlecht nog veel meer nodig heeft om uiteindelijk te komen tot een goed ... We hebben wel als een
30
van de weinige gemeenten een urban sportcoach. Dat is een groeiende sport die echt veel investeert in skaten, breakdance, noem ook wat tegen cultuur aan zit en je ziet wel dat daar veel interesse is. We doen al veel, maar het blijft een hele lastige doelgroep. Geeft dat antwoord op uw vraag? De voorzitter: Het was in ieder geval een uitgebreide reactie, laten we het daarbij houden. Mevrouw Schnabel heeft nog twee vragen als het goed is. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat over, net is er al een vraag gesteld door Beter Voor Dordt door de heer Katif over internationale topsportverenigingen of excuus, evenementen. En daarop werd aangegeven dat daar nog niet politiek over besloten is, maar dat die post wel al wordt meegegeven. De openbare ruimte als post, daar is dan ook nog niet over besloten, maar wordt ook meegegeven en daarover werd net gezegd in de presentatie dat daar niet goed over nagedacht was en ik ben benieuwd wat is daar dan niet goed over nagedacht? En in de slides stonden ook drie voorbeelden, als we besluiten over dit raadsvoorstel, besluiten we dan ook dat deze drie voorstellen dan doorgang vinden zonder dat we ze in de commissie hebben besproken of hoe moeten wij dat zien? De voorzitter: Mevrouw Bokel. Mevrouw Bokel: Ik ben de eerste vraag alweer kwijt, excuus.
De voorzitter: Openbare ruimte, wat is daar mis gegaan? Mevrouw Bokel: Wat is daar mis gegaan? De openbare ruimte dat daar gesport kan worden met sportaanbieders en met sportverenigingen, dat is natuurlijk wel iets waar we goed over na hebben gedacht, maar we hebben niet de fysieke aanpassingen daar goed in meegenomen. Dat is denk ik meer ambtelijk intern welk team voor wat verantwoordelijk is en ook daar, waar ligt de grens tussen sport en spelen en dus daar hebben wij niet bijvoorbeeld voor een 3x3 of voor een ijsbaan hebben wij een regiodeal, dat hebben wij niet gepland als zijnde in de sportvisie. En om daar die kansen te laten liggen en het binnen andere beleidsterreinen binnen de gemeente Dordrecht, waar we weten dat het ook financieel misschien wat lastiger is, hebben wij eigenlijk aangegeven, wij willen dat wel graag, omdat het toch ook sport en bewegen is, dat wij een stukje daarvan vanuit onze middelen willen benutten. Want of nou bijvoorbeeld een basketballer 3x3 op een openbaar veldje of dat hij in een zaaltje, voor ons is dat sporten en bewegen. De voorzitter: Kleine vervolgvraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dus dit zijn gewoon voorbeelden ter illustratie en dat wil dus niet zeggen dat deze voorbeelden dan ook dat we daar dan ook akkoord op geven? Mevrouw Bokel: Dat is denk ik ook aan de raad om te besluiten hoe men daarin meegaat.
Maar volgens mij hebben we een raadsinformatiebrief over de over het 3x3 om dat voorbeeld te nemen, over 3x3 basketbal meegegeven waar we hebben gezegd dat we nog met de besluitvorming terugkomen.
31
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik had net al inderdaad aan mevrouw, ik zou het goed zeggen, mevrouw Bokel, de vraag stelt over die BOSA-regeling. De BOSA-regeling is dan mogelijk uitgeput, dat houdt dus in dat er in Dordrecht wel een wens is om eventueel te renoveren en nieuw te bouwen, maar dat dat dus niet gerealiseerd kan worden omdat die BOSA-regeling uitgeput is en daardoor blijft er dus subsidiegeld uit dit budget op de plank liggen. Heb ik dit correct? Mevrouw Bokel: Er zijn twee dingen. Er is in het politiek akkoord zijn er middelen gereserveerd voor sport. Daar hebben wij een gedeelte hebben aangegeven dat in de subsidieregeling accommodaties, dat waren die 1,5 miljoen en we hebben 1,7 miljoen, waarvan we hebben gezegd dat wij daar voor de middelen ’25 en ’26 weer teruggaan naar de raad om daarover een voorstel te doen hoe wij denken dat die middelen besteed worden. Van die 1,5 miljoen is er tot nu toe 115.000 uitgegeven en daar hebben wij het voorstel gedaan om het restbedrag, dus 1,5 miljoen - 115.000 te laten lopen in diezelfde subsidieregeling dan voor ’25-’26.
Als er dit jaar gaan wij ervan uit dat wij die 1,5 miljoen niet halen, wij weten alleen niet wat er volgend jaar gebeurt, dus of er middelen op de plank blijven liggen, weten we niet of er misschien nog een rijksregeling komt waar veel meer geld in zit, waarvan dus eventueel verenigingen een subsidie aan kunnen vragen waardoor wij nog meer middelen in die subsidieregeling zouden moeten stoppen. Dat zou ook kunnen. Dus dat is gewoon nog niet helder. De voorzitter: Een vervolgvraag. De heer Van den Berg: Dan iets scherper stellen in ieder geval. Er zijn nu ambities in Dordrecht die dan door de beperking van BOSA niet gerealiseerd worden. En dus niet even niet kijken naar het budget wat wij hier ter beschikking hebben, want dat is blijkbaar voldoende, maar is dan BOSA de bottleneck of is er gewoon geen vraag in Dordrecht? Mevrouw Bokel: Ik denk dat er twee bottlenecks zijn. Het ene is de BOSA, het andere is ook natuurlijk dat de verenigingen een derde zelf bij elkaar moeten krijgen en dat is voor een aantal verenigingen ook een bottleneck, dus er zijn ... nou ja, dat. De voorzitter: Heel kort dan. De heer Van den Berg: In de Sportvisie wordt in ieder geval ook nog een overzicht gegeven over de ambities.
Kunnen die dan wel gerealiseerd worden uit het budget wat nu dan blijft liggen? De rest van die 1,5 miljoen of is dat niet afdoende? Mevrouw Bokel: Ik weet niet precies op welke ambitie u doelt, want we hebben veel ambitie in de Sportvisie? De heer Van den Berg: We hebben een overzicht gekregen en daar stond in, de strategische ambities met betrekking tot sportparken omvormen tot vitale sportpark. Mevrouw Bokel: Ook daar zijn natuurlijk ambities ook van de gebiedsontwikkelingen, dus dat moet ook samengaan.
32
De voorzitter: Dank u wel. De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil even terug reflecteren naar de vraag van mevrouw Pichel, wat betreft de communicatie richting jongeren. Is er hier in Dordrecht een realisatie waar wij onze communicatie richting de jongeren kunnen vormgeven op het gebied van wat voor soorten elementen de jongeren op social media gebruiken? Ik verwacht niet dat jongeren bijvoorbeeld DordtCentraal of zo lezen, is het dan een realisatie dat wij ook hier in Dordrecht gebruik kunnen maken van diverse social mediakanalen of elementen? Mevrouw Van Vuuren: Ja, onderdeel van de uitvoeringsplannen die onder het strategisch communicatieplan komen, is ook wel technisch, is onder andere dat we een communicatie profiel op doelgroepen maken. En daar bedoel ik eigenlijk mee dat ouderen dus DordtCentraal lezen, maar peuters bereik je ook niet met social media, maar hun mama wel. Dus er wordt wel degelijk gekeken hoe je welke doelgroep kunt bereiken en bij jongeren weten we natuurlijk dat we socials moeten gebruiken, maar merken we ook dus dat gewoon vrienden beïnvloeden ook wel erg belangrijk is. De voorzitter: Ja, dat mag. De heer Ayverdi: In onze vorige termijn hadden we net iets over de Verenigde Staten gezien of een Chief Officer, dus een prominente figuur binnen de sportdomein waar gebruik wordt gemaakt.
Is dat ook haalbaar hier in Dordrecht, dat we bijvoorbeeld in contact kunnen komen met prominente figuren die dan jongeren aanspreken? Mevrouw Van Vuuren: We hebben geen algemeen ambassadeur, maar we hebben bijvoorbeeld wel in Dordt West FC STRAAT met Touzani. Het feit dat Touzani het boegbeeld is van FC STRAAT, zorgt wel degelijk ervoor dat er veel meer jongeren komen. Alleen dan blijft altijd de afweging, dat zijn hele dure licenties, koop je dan één beroemd persoon voor één interventie of spreid je de kansen over meer dingen? Maar we werken dus wel degelijk ook met rolmodellen, alleen we hebben de Arnold Schwarzenegger van Dordrecht, die hebben we nog niet gevonden. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik vond het wel een leuke, voorzitter. Voorzitter, we weten heel veel niet, BOSA als ik het goed uitspreek, maar waar willen jullie dan die flexibele 1,5 miljoen aan uit gaan geven? Heb je daar enig idee over? Mevrouw Bokel: Die 1,5 miljoen, we hopen nog steeds dat er aanvragen worden gehonoreerd, dus dat daar dus ook flink nog middelen worden besteed. We weten van een aantal verenigingen dat ze dus op de knop hebben gedrukt op 6 januari om 0.01 om maar bij die eerste te horen, dus die 1,5 miljoen hopen we wel te bereiken.
Alleen die 1,7 miljoen die wij hadden geagendeerd ook voor capaciteitsvraagstukken, voor subsidieregeling sportaccommodaties en een stukje wijk sportparken, die willen we graag flexibeler inzetten met de voorbeelden die ik daarnet heb genoemd, de topsportevenementen, de openbare ruimte.
33
Mevrouw Stolk: Maar u zegt topsportevenementen, dus die flexibele gelden die worden dan voor topsport ...? Mevrouw Bokel: Ja, gedeeltelijk. Mevrouw Stolk: Onder andere uitgegeven? Mevrouw Bokel: Gedeeltelijk, ja. Mevrouw Stolk: Gedeeltelijk. En die andere? Mevrouw Bokel: Voor openbare ruimte, voor de subsidieregeling professionele kracht en daar natuurlijk ook voor daar waar we flexibel op in willen zetten. Wat wij voortschrijdend inzicht gaan we natuurlijk weer naar onze doelen kijken in de Sportvisie en de tussendoelen en die bijstellen en daar kijken naar waar de middelen ingezet zouden moeten worden. De voorzitter: Ook in het raadsvoorstel is overigens na te lezen hoe de middelen verdeeld worden na instemming met het raadsvoorstel. Goed, dan kijk ik rond of er nog meer technische vragen leven bij de commissie. Het lijkt er niet op. Dan wil ik in ieder geval u hartelijk danken voor de beantwoording en toelichting. Heel fijn. Even goed kijken hoor, want we moeten afspraken maken over het vervolg en dat moeten we even heel scherp doen, want er liggen twee raadsvoorstellen waarvoor we dat moeten doen. Laten we eens beginnen met het raadsvoorstel Instemmen Voorgesteld Besluit Rekenkamer Dordrecht inzake onderzoek, de lat ligt hoog naar de haalbaarheid doelen Sportvisie 2030.
De eerste vraag die ik aan de commissie stel is, heeft de commissie voldoende informatie verzameld over dat raadsvoorstel om er een oordeel over te kunnen vellen? Wie wil daar het woord over? Of u mag ook knikken, maar iets van iets terug zou fijn zijn. De heer Noldus. De heer Noldus: Op zich hebben wij daar aan onze kant voldoende informatie op, alleen de vraag die we vorige keer ook ter tafel brachten is wat mij betreft nog steeds aan de orde, dat er een verschil is in de lezing en de scherpte van het besluit en hoewel een hele politieke discussie misschien daar niet eens nodig voor is, denk ik toch dat we dat besluit moeten aan laten passen.
Ik weet niet of dat ambtelijk of vanuit de griffie nog kan, anders zal dat een ingreep vanuit de commissie c.q. raad zelf moeten zijn om wat ons betreft in ieder geval het besluit in lijn te brengen met de toezegging in de bestuurlijke reactie dat we uiteindelijk ook als raad weten wat dan de toezeggingen zijn, waar we ook het college weer aan kunnen houden. De voorzitter: Juist. Ik inventariseer even verder voordat we afconcluderen. Mevrouw Pichel.
34
Mevrouw Pichel: Ik kan me in die zin ook wel aansluiten bij de heer Noldus. Wij zijn ook klaar om te besluiten over dit voorstel met wellicht misschien amendementen, aanpassing. De voorzitter: Dan zag ik mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik begrijp hem niet helemaal hoor. U vraagt, hebben we voldoende informatie? Ja, die voldoende informatie hebben we. En kunnen we daar ook een oordeel over geven? Moeten we dat nu doen of krijgen we dan een oordeel ... De voorzitter: Nee, heeft u voldoende informatie om een oordeel te kunnen vormen? Mevrouw Stolk: Oh, ja. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, wat GroenLinks betreft blijft de vraag die nu is gesteld staan en gaan we daar graag met collega's in oordeelsvormende sessie daar verder over praten. Dus hoe de integraliteit wordt geborgd met de flexibele inzet van de sportmiddelen? Dat geldt, dan doe ik alvast een voorschotje dan, dat geldt voor de tweede. De voorzitter: Heeft u ook een mening over de eerste? Rekenkamer? De heer Noldus deed het voorstel om hem door te sturen naar de raad met een amendement. De heer Noldus: Voorzitter, u heeft wel gelijk.
Ik zei, wat ons betreft zal er niet eens oordeelsvormend over gesproken hoeven te worden, maar zou dat als amendement bijvoorbeeld in de raad kunnen zijn, of misschien nog wel liever, ik weet niet of dat nog kan, een ambtelijke wijziging vanuit de griffie, vanuit de Rekenkamer een wijziging daarop, als dat breder gedragen wordt in de commissie, en anders als een oordeelsvorming hier in deze commissie dat gewenst is, dan kan dat ook, maar je moet hem toch in de raad behandelen. Kan kort, denk ik. Mevrouw Stolk: Nou, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Ik denk dat we daar wel een oordeelsvormende vergadering aan willen wijden, want de discrepantie tussen het Rekenkamerrapport en de ambtelijke of, laat ik de ambtenaren even er buiten houden, de wethouder die daar verantwoordelijk voor is, daar zou ik wel een politieke vraag voor willen formuleren. De voorzitter: En die luidt? Mevrouw Stolk: Hoe de commissie denkt over de discrepantie die er zit tussen de ambitie van het college en het Rekenkamerrapport wat daartegenover ligt.
35
De voorzitter: Juist. Ambitie zou ik denk ik vervangen door bestuursreactie, want ik denk het conflict tussen de bestuursreactie en het raadsvoorstel. Is er een meerderheid voor een oordeelsvormende commissie met deze politieke vraag? Ik denk het wel, ik zie wel wat geknik. Ik zie ook wat handjes. Wil er iemand nog wat toevoegen qua politieke vraag? Is er nog een politieke vraag die we willen toevoegen aan deze oordeelsvormende vergadering? Mevrouw Bronsveld: De politieke vraag die net gesteld was zoals hoe de commissie denkt over de discrepantie die er zit tussen de ambitie van het college en het Rekenkamerrapport dat daartegenover staat. Ik wilde hem nog wat aanscherpen, maar zover was ik nog niet. De voorzitter: Ik denk dat u hem goed weergeeft. Mevrouw Stolk: Ik zou daar toch nog ook wel aan toe willen voegen hoe wij omgaan of denken om te gaan met de aanbeveling van de Rekenkamer, een plan van aanpak over de mensen met een beperking. De voorzitter: Heeft u die vraag scherp? Mevrouw Bronsveld: Even nog een keer herhalen, hoe om te gaan met de aanbevelingen van de Rekenkamer met betrekking tot mensen met een beperking, inwoners met een beperking en sportdeelname neem ik aan? Mevrouw Stolk: Ja. En dan daarover een plan van aanpak naar de raad te sturen. De voorzitter: Dat is een specifieke invulling.
Maar goed, dat kunt u natuurlijk bespreken als deze politieke vraag op de agenda staat, dan kunt u natuurlijk uiteraard beginnen over een plan van aanpak. Ik zag de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Misschien een iets compactere vraag daaromtrent. Kan de raad zich vinden in de gestelde uitwerkingen vanuit de aanbevelingen van de Rekenkamer? De voorzitter: Die is compact, maar die is ook zo algemeen dat je dan in feite over alles zou kunnen praten en we willen meestal de discussie beperken tot waar zitten het verschil eigenlijk, waar is de commissie het over oneens? En ik denk dat we met deze punten misschien wel, we hebben nu twee vragen dat we die te pakken hebben. Waar ik u ... De heer Uysal. De heer Uysal: Dan zou ik ook aanbeveling nummer 1 van de Rekenkamer als politieke vraag willen formuleren en dat is dan, vindt de commissie of er voldoende samenhang is tussen de activiteiten en de doelen uit de Sportvisie? En dat hangt eigenlijk dus ook samen met het punt wat ik net had ingebracht voor dat tweede punt. De voorzitter: Kunt u de politiek vraag ...? Mevrouw Bronsveld: Ik wilde hem graag raad hebben, want vindt de commissie dat er voldoende samenhang is tussen de ...
36
De heer Uysal: Activiteiten en de gestelde doelen uit de Sportvisie. De voorzitter: En dan ben ik bang dat ik toch een beetje vervelend ga doen, want de Rekenkamer heeft ook nog geadviseerd om als raad of commissie in gesprek te gaan over wat is nou onze informatiebehoefte? Misschien is zo'n oordeelsvormende sessie wel een goed moment om die te bespreken. Ik leg maar iets op tafel, het is aan u, maar ter herinnering dat dat punt er ook nog ligt. Wilt u daar wat mee nou? Mevrouw Stolk: Ik vind een goed voorstel. De voorzitter: Dan kunnen we die misschien nog toevoegen als politieke vraag, wat is de informatiebehoefte van de raad? Yes? Gaan we op die manier verder met dit raadsvoorstel. Maakt u geen zorgen, er ligt er nog één, het raadsvoorstel Vaststellen Bestedingsmiddelen ’25 en ’26 en voortgangsrapportage Sportvisie 2030. Ik kijk u eerst aan om te vragen of u voldoende informatie heeft over dit raadsvoorstel om tot een politiek oordeel te komen? Heeft u voldoende informatie? Ik zie niemand schreeuwen om meer. Mevrouw Stolk: Nou, voorzitter. De voorzitter: Nou? Mevrouw Stolk: Ik zit even na te denken, want dit is een beeldvormende vergadering en we hebben ervoor gekozen om de wethouder hier niet aan tafel te zetten, wat maakt dat de vragen die ik nog heb, niet heb kunnen stellen, omdat die richting de ambtenaren te politiek worden.
Hij mag van mij wel oordeelsvormen, maar dan ben ik bang dat we twee oordeelsvormende vergaderingen dadelijk hebben. Maar weet je, het is het is aan de commissie. De voorzitter: Wie weet kunnen we de vragen die u heeft als politieke vragen op de agenda zetten als we ze op die manier in kunnen steken. Weet ik niet of dat kan, maar ik geef het maar als suggestie mee. Maar is het zo dat de commissie een oordeelsvormde commissie wenst over dit raadsvoorstel? Dat is natuurlijk vraag 1. Mevrouw Schnabel.
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij zouden inderdaad graag een oordeelsvormende vergadering nog willen, omdat die twee extra posten die erbij opgenomen zijn, waar nog geen politieke besluitvorming over heeft plaatsgenomen. We vinden daarvan eigenlijk dat dat vooruitlopen op de zaken is, dus als vraag zouden we willen meegeven, hoe kijkt de commissie aan tegen de twee extra opgenomen posten in het raadsvoorstel? De voorzitter: Juist. Openbare ruimte en topsportevenement. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik ben het geheel met mevrouw Schnabel eens of bij die politieke vraag nog toegevoegd zou kunnen worden in het kader van de komende bezuinigingen.
37
De voorzitter: Dat kan denk ik? Even scherp krijgen wat nu de vraag is. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik had geen vraag, maar ik was het alleen eens met mevrouw Schnabel en haar politieke vraag en ik had graag gewild dat aan die politieke vraag dan werd gekoppeld dus dat het in het kader van de toekomstige bezuinigingen. De voorzitter: Juist. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: De reden dat wij inderdaad die vraag willen stellen is omdat we de twee posten willen meenemen in de integrale afweging die we maken bij de perspectief nota. Dus we zijn er niet tegen, maar we willen er gewoon over praten als alle zaken op tafel liggen. De voorzitter: Dat kan. Er zijn twee partijen die dat willen. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, als dan toch oordeelsvormend gaan bespreken, wat van ons niet per se zou hoeven, zou ik wel de vraag willen toevoegen, draagt het flexibeler maken van het budget bij aan het beter behalen van de doelstellingen uit de Sportvisie 2030? De voorzitter: Staat hij genoteerd? Ja. De heer Katif: Voorzitter, toevoegend. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ja, sorry. Daarbij ook gewoon onze ambities even proberen te onderstrepen.
Want ik wil niet politiek zijn, maar we hebben met elkaar iets te willen en op moment dat je gewoon die twee bedragen aan de orde gaat stellen, technisch gezien, dan went je eigenlijk je oog van alles wat je graag zou willen. Dus ik geef ook de commissie mee, denk er eens over na, want we hebben dat wel hard nodig, om als het gaat om topevenementen binnenhalen, als je... Dat zijn wel heel belangrijke dingen voor de stad Dordrecht, dus ik denk, denk eens daaraan. De voorzitter: Juist. Maar er staat ook in een oordeelsvormende commissie natuurlijk op de vergadering, dus daar mag ook politiek op gereflecteerd worden. Sterker nog, dat is de bedoeling. De heer Uysal. De heer Uysal: Ik weet niet hoe het dan formeel zit, maar die vraag die ik net had geformuleerd, zou ik dus ook bij deze willen bespreken. Dat gaat dus over die samenhang tussen de activiteiten en de doelstelling uit de sportvisie. De voorzitter: De integraliteit van de uitvoering van de sportvisie. Maar hoe zou die dan geformuleerd worden als politieke vraag? De heer Uysal: Eigenlijk dus hetzelfde als hoe die bij het vorige agendapunt is geformuleerd.
38
De voorzitter: Maar dat is een technische vraag, want dat is de vraag, hoe borgt het college, zo begint die. Dat is natuurlijk een technische vraag. De heer Uysal: Nee, ik had net een vraag over, vindt de commissie dat er voldoende samenhang is tussen de activiteiten en de doelstellingen? De voorzitter: Oh ja, die vraag. Check. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even in tegenstelling tot wat de heer Katif net aangaf, in het kader van de ombuigingen die eraan komen, willen wij, politieke vraag, willen wij als commissie geld uitgeven aan de openbare ruimte en eventueel aan topsport. De voorzitter: Maar die staat er al op. Die heeft mevrouw Schnabel aangedragen. Met een andere formulering, maar het komt wel daarop neer. Heeft iemand nog een andere? De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Zijn de voorwaarden van de subsidieregelingen accommodaties toereikend voor de ambities van onze verenigingen? De voorzitter: Dan is ook de vraag, hebben we die voorwaarden allemaal perfect op een rijtje? Ik weet niet of u ze kent, maar ... De heer Van den Berg: Nee, in ieder geval die een derde, een derde, een derde. BOSA, een derde eigen bijdrage, een derde de subsidie accommodatie.