2.8 2025.01.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 JANUARI 2025 Vergaderzaal 3 1.
Presidium
2.
Agendacommissie
3. Brief aan gemeenteraad van Sportraad Dordrecht inzake Invulling manier van overleg tussen gemeenteraad en Sportraad Dordrecht Voorzitter: De heer Groenewege Commissiegriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Broesder (Sportraad) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kraaijeveld (Sportraad) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Mevr. Scheepers (Sportraad) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Van der Spoel (Fractie Van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (GroenLinks) Dhr. Uysal (GroenLinks) Overige aanwezigen: dhr. Davio (NOC*NSF) dhr. Van der Woude (Sportraad) dhr. Weeda (Sportraad) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx. De voorzitter: Welkom iedereen, kijkers thuis, toeschouwers, wethouder Marc Merx op de publieke tribune, raad- en commissieleden, gasten, en ik zal ze even voorstellen, en als ik een fout maak met een naam of een plaats van een naam, dan moet u het maar zeggen. De heer Gert-Jan Kraaijeveld, voorzitter van de Sportraad, welkom.
1
De heer Pieter van der Woude, orthopedisch chirurg bij het Albert Schweitzer ziekenhuis en lid van de Sportraad, ook u welkom. De heer Guido Davio, directeur Breedtesport van NOC*NSF, van harte welkom. De heer Rob Weeda, secretaris van de Sportraad en mevrouw Deborah Gravenstijn, lid van de Sportraad. Heb ik ze dan al? Die is er niet? Kunt u misschien die naam in de microfoon zeggen? Mevrouw Broesder: Jolina Broesder, lid van de Sportraad. De voorzitter: Welkom. Ik noteer het even. En voor het verslag wil ik de ... Heb ik iedereen? Mevrouw Scheepers: En Claudia Scheepers, ook lid Sportraad. De voorzitter: Hoeveel mensen zitten er in die Sportraad? Goed vertegenwoordigd. De heer Weeda: Dat heeft u zelf besloten, maximaal negen. De voorzitter: Jolina Broesder en Claudia Scheepers, ook u natuurlijk van harte welkom. En dan heb ik de Sportraad voorgesteld. Dat is af, maar dan nog de raads- en commissieleden voor het verslag en die stellen zichzelf voor. En dan begin ik aan mijn linkerhand. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie Van der Spoel. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht.
De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid.
2
Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, raadsgriffier. De voorzitter: En ik ben Pieter Groenewege, vandaag uw voorzitter. Waar hebben we het over? Op verzoek van de Sportraad Dordrecht vindt vanavond een gesprek plaats over de meerwaarde van sport. Er worden twee presentaties gehouden en naar aanleiding daarvan kunnen raads- en commissieleden verdere vragen stellen en kan er een discussie plaatsvinden. En de Sportraad heeft een heel programma uitgedokterd waarin ik maar een zeer beperkte rol heb. En daarom geef ik graag het woord aan de heer Kraaijeveld. Maar mocht de tijd in het gedrang komen, dan zal ik wellicht nog iets zeggen. De heer Kraaijeveld: Dat is misschien voor mij wel heel handig dat u dat doet. Dank u wel daarvoor. Allereerst willen wij u ontzettend danken voor het feit dat wij op dit moment bij u aan tafel mogen zitten. Volgens mij zitten we op een mooi moment, een kruispunt waarover we met elkaar moeten hebben, over sport. Het mooiste wat ons betreft bestaat, maar ik weet zeker, ook een aantal van u kennende dat dat voor u ook zo geldt. Om deze avond goed te laten verlopen wil ik eerst even een punt van meegeven. U heeft allemaal een mobiele telefoon bij u en normaal gesproken moet u die dichthouden en moet u daar niet op reageren, maar vandaag willen we van u vragen om die wel te gebruiken.
En het eerste wat u mag doen, is u mag even naar menti.com, voor een aantal zal dat vast bekend zijn, en dan mag u alvast het cijfer wat daarbij staat, dus 25231435, mag u invullen. Want we gaan proberen op deze manier wel een ingekaderde discussie met elkaar te voeren en dat proberen we met menti.com met u te doen. Om dan ieder geval niet te veel tijd te verliezen, mag u ontwel, mag u hiermee aan de slag. Wij willen u als eerste feliciteren met namelijk twee dingen. Allereerst dat u Sportgemeente van Nederland geworden bent, dat is een grote felicitatie waard. Dat is niet iets wat u zomaar heeft verdiend, daar heeft u ontzettend veel tijd, energie en inspanning voor moeten leveren. En ten tweede mag ik u met een tweede ding feliciteren, namelijk de algehele sportparticipatie binnen de gemeente Dordrecht neemt toe. Daar ook van harte. Dus u mag u zelf een schouderklopje geven, want dat heeft u met elkaar fantastisch goed gedaan. En dat heeft niet alleen u gedaan, dat heeft u natuurlijk met uw beleid en uw sportvisie heeft u dat gedaan, samen met de wethouder en het college, maar natuurlijk ook met het uitvoeringsorgaan door het sport. En wij zijn ontzettend trots als Sportraad op het feit dat u dat als gemeente met elkaar, met de bewoners heeft kunnen bewerkstelligen.
Dat is echt een compliment waard, want we weten ook dat er ook andere voorbeelden zijn en dat ontstaat niet vanzelf. Dus laten we daar in ieder geval mee beginnen. Maar, er komt altijd een komma en een maar, wij staan ook wel aan de vooravond van 2026 en ik hoef u niet uit te leggen wat er dan in dat moment gebeurt. En dat was voor ons de reden om met u het gesprek te voeren. Dat gesprek dat willen we eigenlijk aan de hand van eerst eens wat inzichten van uzelf, proberen te gaan voeren. Als het goed is staat er nu op dit moment, en ik ga even kijken of dat in de techniek nu lukt, ik zie dat er zelfs al een aantal mensen bezig zijn geweest, dan ziet u dat u een vraag krijgt waarbij gevraagd wordt hoeveel stappen heeft u vandaag gemaakt? Wij zijn namelijk heel benieuwd hoe sportief u bezig bent geweest vandaag en dat mag ook bij benadering zijn en een aantal zullen dat misschien nog op een iWatch hebben of
3
op een ... Maar wat zou uw schatting zijn over hoe sportief u qua stappen vandaag bezig bent geweest? Mag u even invullen, ben heel benieuwd. En dan is de volgende vraag, heeft u enig idee wat ongeveer het gemiddelde zou moeten zijn om een gezond, gemiddeld, dus vandaag kan iets minder zijn, maar gemiddeld genomen hoeveel stappen u zou moeten nemen om een gezond patroon erop na te houden. Heeft een iemand enig idee? We zitten bijna op een veiling. Het waren er 10.000, maar na toch weer wat nader onderzoek is dat ietsje gezakt naar 7.500-8.000 stappen die u moet maken. Dus als ik dan vervolgens kijk, dan zijn er toch een heel aantal die vandaag al een behoorlijke prestatie geleverd hebt. Maar om die prestatie ook te gaan kunnen leveren met alle Dordtenaren zoals, want daar zitten we tenslotte vandaag voor bij elkaar, zouden we natuurlijk ook graag willen zien dat wij u ook een klein beetje meenemen in de piramide van Maslow. Ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand die niet kent, maar voor de zekerheid, dit is als het ware, zijn de basisbehoeften die wij als mensen hebben. Wie kent hem niet, is er iemand die hem niet kent? Kijk, dat is heel mooi, iedereen kent hem. Heeft u enig idee op welk niveau, want vanonder dat, de onderkant, als u die niet heeft, dan bent u nu dood. Heel even kort door de bocht.
En op die manier komt u uiteindelijk op een niveau terecht waarbij maximale welvaart en welbevinden vindt. Waar zit in uw idee sport? Heeft u een idee? Wat denkt u, als u daar even naar kijkt? Waar staat sport in de piramide? In zijn algemeenheid? Het is een basisbehoefte. Als iemand niet sport en of beweegt, betekent dat dat, als je dat niet doet, dan zou je ook niet in staat kunnen zijn om de dingen die daarboven in de piramide opgestapeld worden, om dat op een goede manier in te kunnen vullen. Dus we hebben het over een ontzettend belangrijk onderwerp vandaag. En dat geldt niet alleen voor sport, dat geldt ook voor cultuur, dat geldt ook voor wonen. U ziet daar, u kunt daar wel een aantal afgeleidingen van maken, en wat wij ook hopen en wat we u ook graag mee willen geven, en dan zeg ik niet dat dat volgens dit model moet zijn, er zijn ontzettend veel modellen, maar ik zou u graag willen uitdagen om vanuit de basisbehoefte van de mens, en niet zozeer alleen van de Dordtenaren, maar van de mens, ook te kijken naar het ravijnjaar 2026. Want op grond daarvan maakt het ook, en dan nog steeds de keuze die u moet gaan maken, ik ben blij dat ik niet in uw schoenen sta, dat die best ingewikkeld zouden kunnen zijn.
Maar dit zou wel een bijdrage kunnen leveren voor uzelf om na te kunnen denken, wat is nou een echte basisbehoefte? Waar kunnen we echt niet zonder? En wat zou iets kunnen zijn waarbij we misschien wel iets meer zouden kunnen doen? Daarmee zeg ik nu wat niet wat u moet doen, maar het geeft u misschien wel richting in uw beeld hoe u naar een aantal dingen zou moeten kijken. Dit was kort mijn inleiding. Normaal gesproken zou mijn collega Deborah Gravenstijn nu het woord over hebben genomen, maar helaas, haar dochter is ziek, dus zij moest thuisblijven. Dus u moet het met mij doen. Maar de belangrijkste mensen die wat gaan vertellen, dat is zoals net al voorgesteld, is Guido Davio, directeur Breedtesport, ik moet even nog wennen aan Breedtesport, van NOC*NSF en daarnaast Pieter van der Woude die u ook op een onderwerp gaat meenemen. En voordat we Guido vragen het woord te voeren, heb ik nog een volgende vraag aan u in mentimeter en dan gaan we daarna starten. Dus mag telefoon weer ... 25231435, staat hier. Deze weten we al hè? Soms is dat ook wel even makkelijk. Ga nog een volgende vraag stellen zo. Welke bijdrage sport en bewegen kunnen leveren aan de bewoners met sociaaleconomische achterstand? Dat is de laatste vraag en dan gaat Guido met u aan de slag. Want dat is nou vaak juist ook het probleem. Deze
4
mensen komen vaak niet aan sport en bewegen, maar wat zou het nou kunnen bijdragen aan die mensen om dat wel te kunnen doen? Dat zijn mooie antwoorden die ik zie komen. En op deze antwoorden daarover gaan we met u ook het gesprek zo voeren. U kunt gewoon nog rustig invullen maar ik zou wel graag aan Guido willen vragen om de volgende stap en dan geef ik jou ook even de afstandsbediening. De voorzitter: Kunt u even wachten tot wij een microfoon voor u hebben geregeld? Nee, dat gaat mis, dus een moment alstublieft. De heer Davio: Hoe lang denkt u ongeveer dat het duurt? De voorzitter: Meestal is onze medewerker enorm snel. Ondertussen kan ik alvast aankondigen dat de heer Eelco van den Berg van het CDA is aangeschoven bij deze vergadering. En dan wil ik de heer Kraaijeveld vragen om zijn microfoon uit te zetten. Dank u wel. De heer Davio: Top, dank u wel. Hele goedenavond. Mijn naam is dus Guido Davio, ik ben directeur Breedtesport, en Gert-Jan zei het net al ook, namens mij heel erg bedankt dat ik hier bij u langs mag komen. En als er nou een gemeente in Nederland is waar je niet mag ontbreken, dan is het natuurlijk de Sportgemeente van het jaar.
Dus heel tof dat ik samen met jullie eigenlijk eens door de breedtesportstrategie van NOC*NSF heen mag lopen en ik heb daarbij ook het verzoek gekregen, is allemaal leuk, landelijk, maar wat betekent dat nou voor ons? En waar zien we met elkaar kansen om meer mensen aan het sport en bewegen te krijgen? En als het goed is gaat u daar ook een aantal dingen in herkennen. Maar ik ga wel even een aanloopje nemen, want dat zit namelijk in een beetje een manier van denken en een modelletje. Dit kent u misschien wel, of niet, maar dit is de breedtesportagenda of eigenlijk de sportagenda van NOC*NSF met 2032. En wat daar bovenin in staat, is dat wij in de kracht van sport geloven, niet alleen om het te doen, niet alleen in topsport, niet alleen in breedtesport, maar ook in alles wat het met zich meebrengt. En dat gunnen we vooral ook iedereen, alleen iedereen is ook best wel veel, maar we zien dat we daarmee eigenlijk vooral ook verbinding in Nederland kunnen organiseren middels sport en daaronder hebben we een aantal doelen geformuleerd waar die we in 2032 zouden willen realiseren.
En toen ik mocht beginnen in juni 2023, toen ging ik kijken, ik ben dan van breedtesport, maar we zijn natuurlijk allemaal van topsport en breedtesport, maar waar lig ik nou wakker van 's nachts? Maar wat waar word ik ook heel blij en enthousiast weer, sta ik van op, is dat hoe gaan wij er nou voor zorgen dat we in 2032, 12 miljoen mensen drie keer per week aan het sporten en bewegen hebben? Wow, dat zijn er nu 9,7 miljoen, dus we hebben nog wel wat te fiksen met elkaar. Maar wat ik ingewikkeld vond toen ik hier naar keek is, wat is nou een doel en wat is nou een middel en hoe verhoudt zich dat nou eigenlijk tot elkaar? Nu ben ik van huis uit bedrijfskundige, deze kent u ook, volgens mij? Lijkt ook een beetje in opzet, aanpak en opbouw op de strategie die we vanuit NOC*NSF hebben gemaakt, dus ik vind het heel tof en deze komt straks ook nog wel even terug. Maar ik ben vanuit huis uit bedrijfskundige en toen ben ik eens na ga denken, stel nou dat dit een businesscase was en stel nou dat we zouden zeggen, wij willen met elkaar naar 12 miljoen mensen en we zitten nu op 9,7, wat moeten we dan met elkaar regelen? Dat minder mensen stoppen, dat meer mensen het gaan doen. Dat staat daar en dat klinkt best wel eenvoudig en dat we doorstroom faciliteren. Dat betekent zoiets als, het
5
past niet meer helemaal in mijn agenda of niet meer bij hoe fit ik ben, wat ik aankan of maar wat kan ik wel doen en waar kan ik dat dan doen en hoe zorgen we voor dat als ik niet meer wil voetballen, dat ik wel ga pedellen en hoe ga ik die overgang dan doen? Toch? Precies. Of ik ben begonnen bij dat veldje bij mij in de buurt en zou ik ook naar een vereniging kunnen? En hoe gaan we die verbindingen eigenlijk met elkaar maken? En hier staat sportplezier als een van de doelen, staat daar links onderin. Maar hier, nee, dat is niet een doel, dat is een voorwaarde. Volgende week is Blue Monday geloof ik, dan gaan we met zijn allen achter komen dat we in december rationeel bedacht hebben dat we gezonden gaan eten, dat we meer gaan bewegen, dat we ver over die 7.500 en nog wat stappen dagelijks gaan komen. Maar dat ga je volhouden als je het leuk vindt wat je doet, dat je plezier beleeft aan wat je doet, dat je dat samen met mensen doet waar je je thuis en geborgen voelt, waar je iemand tegen je zegt, wat tof dat je er bent en vandaag gaan we met elkaar aan de slag. Dus plezier is niet iets wat een bijeffect is, plezier is een voorwaarde om met elkaar het vol te houden, weer terug te komen en misschien wel een uitdaging te formuleren.
En hoe kunnen wij, vanuit breedtesport geredeneerd, plezier beïnvloeden? Dat we iets doen, sportaanbod hebben wat in jouw agenda past, wat betaalbaar is, wat toegankelijk is en dat we dat in een setting doen met vitale krachtige verenigingen in mijn geval, maar eigenlijk sportaanbieders. Want gaat natuurlijk niet alleen, we gaan 12 miljoen mensen niet alleen met 22.000 verenigingen halen, we hebben iedereen in Nederland nodig om zoveel mogelijk mensen te laten sporten. Maar dat kunnen we wel doen op plekken waar mensen bezig zijn met, we zijn nu, hoe zorgen we ook voor de geborgenheid in onze omgeving dat jij je thuis voelt, dat je welkom bent, dat we kijken hoe we het slimmer en beter kunnen doen? En daar heb je goede trainers en coaches of sportinstructeurs of begeleiders voor nodig, die pedagogisch-didactisch onderlegd zijn, die inderdaad zorgen voor dat je misschien wel ontwikkelt of dat je gewoon het heel leuk vindt wat je aan het doen bent. En best wel een item her en der in het land, ruimte voor sport. Hoe borgen we met de bouwopgave die we hebben met elkaar, dat er ook ruimte blijft om met elkaar te kunnen blijven sporten. In stedelijke gebieden is dat een ander vraagstuk dan in buitengebieden in Nederland. En tot slot, dat we inclusief en gezonde omgeving met elkaar creëren, daar zei ik net al over.
En dat kan je doen op je onderbuikgevoel, maar je kan het ook doen op basis van wat inzichten en data die je met elkaar verzamelt. En ik moet u ook op dat punt complimenteren, dat doet u best wel goed als gemeente. En een aantal van die gegevens gaat u hier terugzien vanuit de sportdeelname indexen, misschien kent u die al op een aantal punten, maar het is interessant om die eens te gaan linken aan het beleidsplan wat u na 2030 heeft gemaakt. Maar dat gaat niet vanzelf. Er staan namelijk allerlei factoren die dat systeem onder druk zetten. Dus ik noemde daarnet al een paar, de strijd om ruimte, hoe borgen we bij nieuwbouw omgevingen dat bewegen, dagelijks bewegen, maar ook sporten onderdeel blijft van hoe we de openbare ruimte inrichten? Dat er een park in de buurt is waar je kan wandelen, hardlopen, fietsen. Dat de sportvereniging toegankelijk blijft of de sportaanbieder, niet aan de andere kant van de stad, want dat we weten allemaal, de ene wijk wat specifieker dan de ander, dat het primair drempelverhogend is om te gaan sporten. De demografische ontwikkeling, de jeugd heeft de toekomst. Ik, vanuit mijn wereld, zetten we vol in op de jeugd, steeds veel focus op jeugd. Maar ik zal u straks een paar cijfers laten zien dat we dat niet moeten laten, maar dat het niet voldoende gaat zijn.
Regeldruk, je zal maar bestuurder zijn van een vereniging of ondernemer en wat komt er allemaal bij? Kunnen we in de
6
toekomst nog evenementen organiseren? De grootste drempel voor de organisatie van Vierdaagse is tegenwoordig niet openbare orde en veiligheid, maar stikstof. Dat doen we met elkaar. En dat vragen we in sommige contexten van vrijwilligers om dat erbij te doen. Dus stel dat wij met elkaar een sportvereniging waren en wij hadden met elkaar bedacht dat wij vanavond een flexibele instroom voor die competitie hebben, want dat is wel lekker op dinsdagavond, hebben we het weekend net gehad, er is nu niemand die het licht aandoet in de hal, die nu de palen in de grond zet, de korf eraan hangt en de competitie indelingen maakt, want wij zitten hier, we zijn aan het werk met elkaar. U niet, ik wel. En hoe kijken we naar de jeugd, afname van jeugd, de motorische vaardigheid van jeugd, daarmee ook de drempel om te gaan sporten? En hoe worden we, hoe dragen we eigenlijk zorg voor dat we wel gezond ouder worden, want de zorg is natuurlijk dat we het over algemeen, maar daar zal straks iets over gezegd worden, we zwaarder worden, minder motorisch vaardig, minder weerbaar voor ziekten, et cetera. Maar daar zal de volgende spreker voldoende over vertellen. Maar jeetje, we hebben zoveel te brengen met elkaar. En nu ben ik van sport, dus ik vind als je van 9,7 naar 12 gaat, dat is meer, dat is beter, dat is hoger, dat is sterker, dat is verder, dus goed.
Maar wij begrijpen natuurlijk ook dat er mensen zijn die zeggen, maar wat is dan eigenlijk het maatschappelijk rendement van sporten en bewegen? Wat brengt het ons dan eigenlijk? En dat is aan de rechterkant eigenlijk, vanuit de intrinsieke waarde van sport, levert je een bijdrage aan de brede welvaart van Nederland. Sociaal, je ontmoet andere mensen. Waar ontmoeten we elkaar nog? Op het sportveld, in de sporthal, in het veld, in het park. Mentaal, als je gesport hebt, sport draagt bij aan je mentale frisheid, ook daar zal de volgende spreker meer over kunnen zeggen. En natuurlijk fysiek, weerbaar zijn, belastbaar zijn, letterlijk en ik ook, dat is mijn persoonlijke ervaring, natuurlijk, als ik het drukker krijg, als ik meer avondvergaderingen heb, als ik meer stress op mijn werk heb, gaat bij mij als sport valt het eerste er vanaf. Want terwijl er is een gezegde, iedereen zou tien minuten in het bos moeten wandelen, behalve drukke mensen, die moeten twintig minuten. Dus bewegen en sporten heeft een ongelooflijke bijdrage en ook een economische waarde voor je stad, voor je dorp, voor ons land en voor de wereld en daarmee dus eigenlijk voor de brede welvaart.
En wij hebben gezegd, we gaan naar 12 miljoen, dat is een groei van 2,3 miljoen, maar we hebben ook een ambitie daarbij uitgesproken dat we met verenigingsport, dat is een groot deel van mijn achterban, ook mee willen groeien. Dus daarin zien we ook dat we het marktaandeel tenminste gelijk willen houden, zodat we ook 900.000 mensen meer via verenigingen willen laten sporten, kom ik straks nog wel even op terug. Dit hoeft u niet uit uw hoofd te leren. Maar dit betekent, hoe ziet dan in 2032 ongeveer de demografische opbouw van Nederland eruit? En waar zien we dan dat je die 12 miljoen zou kunnen gaan halen? In 2032 zijn we met meer mensen en bij gelijkblijvende trend in de sportdeelname, groeien we al met 500.000 mensen. Dat is de eerste die binnen is, lekker. Maar dat is hard werken om die trend gelijk te houden. De huidige sportdeelname ten minste gelijk houden is op sommige plekken in Nederland, niet bij u gelukkig, al best wel een opgave. En dan weten we dat er ongeveer 1,5 miljoen mensen zijn die zeggen, ik zou wel willen sporten, ik zou wel iets willen doen, maar ik weet niet zo goed wat. Of de drempel om de wijk uit te komen of de betaalbaarheid is net iets te hoog om die volgende stap te kunnen zetten.
Als we die bij elkaar brengen, jeetje, dan komen we heel dichtbij en dan hebben wij een hele slimme data-analist en die doet dan her en der een paar afrondingen en dan zitten we opeens op
7
die 12.007.000. Maar wat natuurlijk interessant is, is hoe ziet de bevolking er dan ongeveer uit? Waar zie je eigenlijk dat er grote getallen zitten dan? En dan worden we met zijn allen wat ouder en dan komt er wat minder jeugd bij. Dat maakt dus dat we keuzes gaan maken in welke focuspunten we eigenlijk hebben in welke leeftijdscategorie. Voor mij zijn ze heel herkenbaar, en voor u misschien ook wel, maar we kunnen ons niet permitteren om groepen niet mee te nemen, behalve één groep, die ziet u er niet tussen staan, dat is ook een best wel ingewikkelde groep, maar we moeten blijven werken aan de instroom aan de onderkant. Want we weten dat als jong geleerd is, inderdaad in de sport oud gedaan. Als je tot je achttiende blijft sporten, dan zorgen we er ook met elkaar voor dat als je in die tussenperiode stopt, omdat je wel of niet gaat studeren, wel of niet aan je eerste baan begint of wel of niet in de andere levensfase komt, dat de kans dat je later terugkomt groter is. Dus daar moeten we aan de gang blijven. Maar we zien ook hier de jongvolwassenen, maar vooral ook die 45-plussers, hoe gaan we die er weer bijhalen, want die groep wordt relatief groot. Dan snappen wij, dat deden we in het verleden niet zo goed, hier stopte vroeger het verhaal. Duidelijk toch? Sterk.
Maar Nederland is natuurlijk niet Nederland, want de vraag en de uitdagingen in Noordoost-Groningen zijn misschien wel net iets anders dan op andere plekken in het land. Ook dit hoeft u echt niet uit uw hoofd te leren, het gaat me meer over het algehele beeld. Links ziet u de ontwikkeling van het aantal sportmomenten, de procentuele groei of krimp op basis van de demografische ontwikkeling. Dan zie je dat Nederland een aantal sterke groeikernen heeft, Flevoland, rondom Amsterdam, de Randstad, dan een band daaromheen en volgens de landelijke gebieden in Nederland. En wat gebeurt daar? Daar worden mensen wat ouder, daar gaat er minder mensen wonen en daar gaat door, gaat het aantal sportmomenten dus naar beneden. Rechts hebben we onze ambitie van 12 miljoen doorgerekend in wat het aantal sportmomenten zou moeten zijn om 12 miljoen te halen. Daar hebben we wat te doen, want we waren best wel blij in Flevoland, dat we 17 procent haalden, maar dat moeten we verdubbelen. Jullie zitten ook allemaal te kijken, hoe zit het hier dan ongeveer? Precies, we hebben wat te doen. En wat toen ik dit maakte, leuk, ook interessant, hoe is het nou hier? En dit gaat u als het goed is wel herkennen. Dit bent u. U heeft met elkaar 79.000 wekelijkse sporters, hartstikke goed. Staat op één plaatje later niet goed, ik ben benieuwd wie het als eerste ziet. Dit hebben we onderzocht.
Dus u doet sportdeelname index en daarin onderzoeken wij hoeveel mensen er wekelijks sporten. U gaat nog een paar plaatjes zien. En er zijn er ongeveer 26.301 mensen die dat via een vereniging doen Ook hartstikke mooi. En in de wijk, u ziet het staan, ziet u het hoogste ledenpercentage, leden, dus via een vereniging en in Sterrenburg heeft het absoluut de meeste leden, maar daar wonen dan ook de meeste mensen, dus dat is niet eerlijk. En hier ziet u links dan vervolgens een verdeling van het aantal leden per wijk en hoeveel procent dat dan is. En hier zijn we iets specifieker ingegaan met hoeveel mensen sporten nou eigenlijk wekelijks? En dan is het interessant. Ik ken deze wijken niet zo goed, u wel, maar ik denk, maar daar word ik op gecorrigeerd, dat daar waar de lage sociale economische positie is, dat het percentage lager is en waar er een hogere sociaaleconomische positie is, dat het percentage hoger is. Klopt dat? Ongeveer. Mooi. Dat is heel goed. Wat je vooral ziet ... Iedereen is ook gaan kijken, waar woon ik en hoe doen we het met elkaar. Wacht even, er is een vraag.
8
Mevrouw Stolk: Je ziet bijvoorbeeld 86 procent Wielwijk, Dordtse Hout, Industriegebied West. Ik denk, als je die uit elkaar zou trekken, kom je op een heel ander percentage. De heer Davio: Als je op gezinsniveau gaat kijken kom je ook op een ... Nee, dat klopt. Alleen ergens, want dit is het onderzoek, hoe onderzoek je dit? Je moet je en groot genoeg maken, dus het de bevolkingspercentage dat je onderzoekt moet groot genoeg zijn om daar een extrapolatie van te kunnen maken. Dus daarom moet je een aantal dingen samenvoegen, bijvoorbeeld Staart is een indicatie, want daar is de n iets te klein. Snap je? Dus wij onderzoeken met een panel, hoe werkt dit nou precies? Dat is wetenschappelijk onderzoek. Dat bedenken we niet zelf, laten we een onafhankelijk bureau doen. Dan vervolgens kan je op wijkniveau uitspraken doen met wat de percentage is en dit is als toelichting, het aantal mensen dat wekelijks sport maar dat kan en dat zou ik hier laten zien, hoe sporten die mensen dan? Gebonden, zoals binnen verenigingen zijn, als één keer in de week hardlopen of naar de ondernemer of et cetera. Dus dat gaat over alle vormen van sport. En dan zie je dat we in Dordrecht dus nu richting die 70, 71 procent gaan waar het landelijk 64 procent is.
Dat je hier, hier zie de fout, die moet 79.000 zijn ten opzichte van 10,2 miljoen inmiddels ook landelijk, verdeling man-vrouw en daar rechts zie je wat de verdeling is van het aantal en dit moet nu praktisch en theoretisch opgeleid zijn, daar ben ik me van bewust en hoe dat verdeeld is over de verschillende levensjaren. En de volgende stap is dan dat je kan zeggen, maar hoe zit dat, wat zijn dan de meest beoefende sporten en hoe verdeelt zich dat dan weer over die levensjaren? Dus dan zie je generiek individueel fitness doet ongeveer in april 23 procent dat, et cetera. Vijf- tot achttienjarig, hebben we vervolgens gekeken, kunnen we kijken, wat zijn de top tien sporten binnen alle leeftijdscategorieën? Ook dit, het is vooral een beeld en een gevoel dat je krijgt van, wat doen we nou eigenlijk precies met elkaar? En als je dan de volgende, kan je nog man, vrouw ook zien, maar dan gaan we terug naar jullie ambities, die jullie met elkaar hebben vastgesteld. En ik ga er een expres even uitlichten en dat is de sportparticipatie verhogen. En dat is ambitieus, 80 procent, dat is nog 9 procent te gaan met elkaar en ik ga de grap toch maken, die lat ligt hoog, maar door de lat lager te leggen gaat niemand hoger springen.
Dus u heeft een ambitie met elkaar uitgezet, maar die doet u niet omdat het alleen maar vanuit sporten gaat, daar zit ook, net als wat ik in het model in het begin presenteerde, dat heeft ook een sociaal, fysiek en mentale functie voor wie je wil zijn als stad en dan zie je dat eigenlijk het modelletje rechts en de doelen links behoorlijk goed bij elkaar gaan komen. En nu ga ik u meenemen in een aantal cijfers zoals ik dat in het begin ook heb gedaan. Dit is ongeveer de huidige situatie en de verdeling over het aantal leeftijdscategorieën. Dus links zie je het aantal inwoners, 122.114 mensen ongeveer en rechts een doorkijk naar wat is de omvang van Dordrecht in 2032. En ik kies hier even voor 2032, omdat dat de getallen zijn waar wij in onze sportagenda mee rekenen. Daarmee ga ik dus twee jaar verder, ben ik me ook van bewust dan uw beleidsplan gaat, maar voor het idee klopt het wel. En dan zien we het aantal lidmaatschappen, percentage lidmaatschap, het aantal wekelijkse sporters waar we het net over hadden, waar ik die uitsplitsing van heb laten zien en het percentage daarvan. Is dit te volgen? Want we doen er nu een stapje bij, hoe ziet het er nou in 2032 uit als we naar de demografische ontwikkeling gaan? Dus we houden het huidige percentage sporters per leeftijdscategorie hetzelfde en we kijken naar wat de opbouw van dit aantal mensen in 2032 is. Dan gaan we zien, aan de
9
rechterkant dat op basis van de demografische ontwikkeling, is de constatering, er zijn straks minder vijf- tot twaalfjarigen. Dat gaat dat effect hebben dat er in absolute zin straks minder wekelijkse sporters zijn in Dordrecht. Dat betekent, en qua percentage zit je goed, want dan zit je op 91 procent, maar om je doelen te halen kan je je helemaal niet permitteren om die jongens en meiden niet mee te laten doen. Je moet aan de slag blijven om de instroom in die leeftijdscategorie zo hoog en zo goed mogelijk te maken. Maar dit is op basis van het huidige percentage, dus 71 procent. Maar de volgende stap is natuurlijk, hoe ziet dat er dan uit als we naar 80 procent zouden gaan? Want dat is de ambitie die u met elkaar heeft uitgesproken en daar hoef je eigenlijk alleen maar hierop te concentreren. Dan zie je het aantal wekelijkse sporters aan de rechterkant en wat ik dan vervolgens heb gedaan is, wat is dan eigenlijk de gewenste extra groei die je met elkaar moet realiseren? Je hoeft niet extra te groeien, want je doet het hartstikke goed. Je moet daar vooral in die jongere leeftijdscategorieën ervoor zorgen dat ze blijven, hard werken dat ze blijven komen, maar je hoeft niet heel veel extra te groeien.
Maar daar zie je vervolgens vanaf 19 tot 30 jaar en hier 65 tot 80 jaar, daar heb je met elkaar een uitdaging om er in het totaal, dus zowel van dat je demografische groei als de extra groei, dat we nog 15.295 mensen te regelen hebben die met elkaar die wekelijks gaan sporten met elkaar. Maar het goede nieuws is, u kent die mensen al, die wonen hier namelijk al of ze komen eraan, want dit is nog maar, in uw geval, vijf jaar. En wat betekent dit dan? Dat je in het totaal dus naar 90.389 mensen wil gaan die wekelijks sporten en als we dan dit, heb ik met niemand afgesproken, dus niemand is hierop aanspreekbaar, behalve ik, als we dan de verhouding verenigingsport en wekelijks sporten gelijk houden, hebben we ook een ambitie om van 26.000 naar 30.000 leden bij sportverenigingen toe te groeien. Dit is geen beleid van de gemeente, dit is de ambitie van Guido Davio en NOC*NSF, maar je bent natuurlijk van harte uitgenodigd om deze te omarmen. En dan kan je met elkaar gaan kijken van, maar dat doen we dus vooral om te bevorderen van gezondheid en welzijn in de stad, zoals dat ook in uw beleidsplan staat geformuleerd, ik moet ook de tijd in de gaten houden denk ik, maar we weten al heel veel, want we weten waarom de mensen die nu sporten, maar we weten ook al waarom mensen op dit moment niet sporten, maar wat ze wel graag zouden willen doen. Die informatie heeft u al.
En we weten waar mensen wonen die op dit moment nog niet sporten. En dan kan je heel voorzichtig de volgende stap gaan maken en dat is eigenlijk, je hebt vanuit verenigingsport en vanuit ondernemers en vanuit zelfsporten, iedereen nodig om je doelen te halen, want er ligt nogal forse ambitie. En op basis van de cijfers kan je dus heel goed kijken in welke leeftijdscategorie zit nou welke potentiële groei die je zowel vanuit demografie als additioneel zou moeten realiseren? Maar dit zijn getallen, maar het gaat natuurlijk over de mensen en daar ligt volgens mij een ontzettend grote kans om met elkaar te gaan onderzoeken, wat maakt nou dat deze mensen niet in beweging komen of nog mooier, hoe kunnen we die mensen verleiden om juist wel in beweging te komen? Wat vraagt dat van ons? En welke kennis en expertise is er eigenlijk al in de stad aanwezig, omdat we die mensen allemaal zien? Ik denk dat u straks gaat vertellen wat u dagelijks aan uw bureau voorbij ziet komen en waar mensen drempels ervaren. En in sommige gevallen is dat, ik zou het wel willen, maar ik weet niet met wie en ik ken daar niemand, ik vind het gewoon spannend of eng. Of ik zou het wel willen, maar ik heb geen geld om het lidmaatschap te kunnen betalen. Of ik heb eigenlijk geen fiets of geen auto om naar de vereniging te kunnen gaan of een buskaartje te kunnen betalen.
Of het past niet in mijn drukke agenda, in het weekend moet ik
10
boodschappen doen, ik heb wel wat anders aan mijn hoofd, dus ik ga het op een andere manier doen. En dat zijn allemaal legitieme redenen. En de uitdaging zit er volgens mij in om die interactie met elkaar te zoeken, in de kracht van de gemeenschap in te zetten om hier oplossingen voor te vinden en volgens mij kan dat. Toen ik bij NOC*NSF kwam werken en daar werd gezegd, Guido, jij bent van breedtesport, kwamen uit een historie waar topsport en breedtesport naast elkaar, soms zelfs tegenover elkaar gezet worden. Ik heb met de directeur Topsport van NOC*NSF afgesproken, dat daar waar ik ben en ik het belang van topsport moet vertegenwoordigen, ik het belang van topsport vertegenwoordig en vice versa. Dat zijn geen tegenstellingen, dat zijn krachten die elkaar versterken. Topsport, topsportevenementen en topsporters genereren energie met elkaar. En die energie geeft richting en ontsluit kansen en mogelijkheden. En dan niet alleen vanuit de publieke sector, maar nog meer ook vanuit de private sector. Ik ben hiervoor zes jaar algemeen directeur van de Nederlandse volleybalbond geweest. We hebben in 2022 het WK dames volleybal mogen organiseren.
Wel heel leuk, en dat konden wij alleen doen omdat we middels onze topsportevenementen en onze teams zowel energie vanuit de publieke sector, als energie vanuit de private sector aan elkaar wisten te verbinden en daarmee richting en energie konden bundelen voor de ontwikkeling van volleybal in ons geval. En volgens mij heeft u een prachtige trackrecord op het gebied van topsport, bent onderdeel van een heel mooi CTO en nodig ik u uit, net als wat in het beleidsplan staat, om vooral ook die kansen te benutten om mensen in uw stad in beweging te krijgen en eigenlijk energie te ontsluiten om deze ambitie waar te maken. Dat is natuurlijk aan u, maar ik praat altijd vanuit de brede verantwoordelijkheid die we als sport hebben, dus ook in dit geval vanuit topsport en breedtesport. En dan kan je eigenlijk het modelletje waar we mee begonnen ... De voorzitter: Ik zie een vraag, als ik het goed zie van mevrouw Stolk. De heer Davio: Gaat uw gang, ik ben er toch. Mevrouw Stolk: Dat is de vraag die dan bij mij opkomt, en hoe gaan we dat dan faciliteren? Want het is mooi als we iedereen in beweging krijgen, daar ben ik een groot voorstander van, juist, ik zou willen dat iedereen iedere dag zou bewegen. Maar je moet als gemeente, moet je dat ook gaan faciliteren en als je iets faciliteert, moet daar geld voor beschikbaar komen, bijvoorbeeld verenigingen die nu een ledenstop hebben.
Weet je, dat vind ik gemiste kansen. De voorzitter: Nu wordt het een politiek betoog en dan moet ik ingrijpen. Wat is uw technische vraag? Mevrouw Stolk: Hebben jullie daar ook over nagedacht hoe je dat dan kan faciliteren? Ja, u vraagt, wij draaien. De voorzitter: Dank u wel. Overigens, met het oog op de tijd is het denk ik goed om dit deel van de presentatie binnen vijf minuten af te ronden en het stokje over te dragen aan de heer Van der Woude. De heer Davio: Ga ik zeker doen. In deze programmalijnen zitten alle ingrediënten om dat te faciliteren. De vraag is alleen, waar zet je welk instrument in met welk beoogd resultaat? Dus er hoeven geen nieuwe dingen verzonnen te worden inhoudelijk, de vraag
11
is alleen, waar verbind je nou je doelen aan de interventies die je met elkaar bedacht hebt? En dan betekent het in sommige gevallen, hier moet een kunstgrasveld aangelegd worden, want wij verwachten op basis van de groei die wij voorzien en moeten hebben, maar in andere gevallen, en ik ben geen politiek adviseur, noch een beleidsmedewerker van de gemeente, in andere gevallen moet je dat misschien juist niet doen, omdat de behoefte die er is op die plek in die stad, mensen op een hele andere manier sport consumeren. En dan is het veel belangrijker om met de collega over ruimtelijke ordening na te praten over hoe we groen in de omgeving met elkaar inrichten. Dus sport raakt aan zoveel facetten in de stad, dat raakt alle beleidsterrein en kan daarmee een onderdeel zijn van hoe je ervoor zorgt dat mensen graag in Dordrecht willen wonen. En dan wordt het inderdaad een politieke afweging die u met elkaar samen met het college moet maken over waar je welke prioriteit met elkaar legt. Maar wat u volgens mij tegen elkaar heeft gezegd is, wij willen met elkaar in 2030 ervoor zorgen dat we 80 procent van de Dordtenaren aan het bewegen hebben.
En dan wordt het volgens mij heel, en daar hebben wij over nagedacht, welke aanpak je dan met elkaar zou kunnen gaan maken, en dan kom ik ook tot een afronding, voorzitter, om te kijken wat betekent dat dan eigenlijk als je het heel concreet maakt, want we weten heel goed welke mensen waar wonen en nu niet sporten, wat betekent dat voor het type aanbod dat we in die wijk moeten gaan organiseren? En wat houdt dat dan ook inderdaad in voor de ruimte voor sport en accommodaties die je daar wel of juist niet moet hebben. Want ik ken ook een stad in het land, en ik vind het niet netjes om te noemen, die wel dat veld hebben aangelegd en vervolgens is dat het duurste trainingsveld van Nederland geworden, want ze hadden geen rekening gehouden met de demografische ontwikkeling met als gevolg dat ze de leden helemaal niet hebben. Dus het vraagt vooral om slim met elkaar nadenken en investeren op basis van de gegevens die je met elkaar hebt zonder in ... En voorkomen volgens mij dat je er een politiek van maakt. Mijn ambitie ooit, is naïef, en dan rond ik echt af, is dat het inrichten van sport en bewegen in Nederland een boven politieke kwestie wordt. Dus dat of je meer moet gaan investeren in sport of niet, ja, we discussiëren hier ook niet over als het water omhoog gaat, hoe hoog de dijk moet worden, toch? Er zijn volgens mij ingenieurs waarvan wij zeggen, als u het zegt dan is het zo.
En we mogen met elkaar zoeken naar hoe we sport en bewegen in Nederland op het niveau brengen dat we ervoor zorgen dat we voor een gezond fit en vitaal Nederland staan, omdat de kosten die we op ons af zien komen vanuit zorg vele malen hoger zijn dan we in de toekomst met elkaar kunnen betalen. We zullen met elkaar langer moeten gaan werken en wij denken dat sport en bewegen daarin een onderdeel van de oplossing kan zijn. Ik denk dat ik hiermee ook een brug naar de volgende spreker heb gemaakt, dus daarmee rond ik af, voorzitter, dank u wel. De heer Kraaijeveld: Het is een mager applaus, maar voor mij krijg je een heel groot applaus. Dank je wel, Guido. Nog even heel kort, want ik snap dat de vraag die nu net gesteld wordt dat dat een hele belangrijke vraag is die jullie met elkaar of u met elkaar, ik zal zeggen u met elkaar te bespreken hebben en wij doen daar als Sportraad ook graag in mee, omdat wij namelijk denken dat er best wel een aantal ingrediënten zijn daar waar we met elkaar het gesprek over kunnen voeren. We hebben niet de oplossing,
12
maar ik denk wel dat er een aantal openingen gemaakt kunnen worden om in de bredere context van sport, zoals Guido net ook zei, het gesprek te kunnen voeren zonder dat sport een onderdeel is waarbij we moeten meer op investeren, maar er zijn nog heel veel andere mogelijkheden om na te denken over de financiering van sport. Dat zullen we niet nu doen, maar dan komen we graag bij u aan tafel als dat nodig is. Het bruggetje is gemaakt. Pieter, the floor is yours, als het gaat met name over waarom is het nou zo belangrijk dat we met sport ook aan de slag gaan. De heer Van der Woude: Goedenavond, dank voor het woord. Mijn naam is Pieter van der Woude, ik ben een van de orthopedisch chirurgen in het Albert Schweitzer ziekenhuis en daar werk ik als voornamelijk als kniespecialist en behandel daarin eigenlijk de letsels van en de slijtage van de knie en ook een beetje van de heup. Daarnaast ben ik ook sinds vorig jaar lid van deze Dordtse Sportraad. Ik wil graag stilstaan bij na het meer verhaal over beleid en breedtesportstrategie, wilde ik wat meer stilstaan op mijn gebied gezondheid en bewegen, en die hebben heel veel met elkaar te maken en daar wil ik jullie graag in meenemen vanavond. Bewegen, dat zien we eigenlijk overal en het is een zaak die noodzakelijk is.
Denk maar aan uw eigen dagelijkse leven, heeft u die beweging nodig om je te verplaatsen, om eten naar uw mond te brengen om zo simpel maar te beginnen tot naar uw werk komen en daarnaast kun je het ook doen in een competitief teamverband of alleen, dan is het leuk. Maar wat we wel weten, dat heeft u wellicht nog opgestoken uit het document wat wij u voor deze vergadering toestuurde, het verbetert de ervaren gezondheid. Al dat is tegenwoordig ook een term, de ervaren gezondheid en het welbevinden dat een uurtje sporten in de week dat dat gelden gemaakt kan worden voor 250 euro per een maand extra. Bewegen is dus overal, maar we doen het eigenlijk toch niet voldoende. We hebben de cijfers net gekregen van de gemeente Dordrecht voor wekelijks bezig zijn met sporten, dat is toch net iets anders dan de beweegrichtlijn die in 2017 is vastgesteld, waarbij dat dan gaat over 150 minuten per week sporten voor een volwassene en dagelijks een uur voor een kind. In de tussentijd zijn daar nog wat zaken bijgekomen als spier- en botstelsel versterkende trainingen. U mag daar zelf een idee bij hebben wat u daarmee moet doen, dat gaat eigenlijk met gewichten in de weer en in 2022 kwam Dordrecht langs die lat gelegd, eigenlijk maar tot 45 procent mensen dat die aan de beweegrichtlijn voldeden.
Dat is inmiddels ietsjes hoger, is wel de verwachting, als je kijkt naar het in werking stellen van het ambitieuze plan tot 2030. Maar we zijn er nog niet en dat staat eigenlijk onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische status van deze stad. Volgens de Atlas van de Nederlandse gemeente stond Dordrecht in 2023 op plek 42, dan maak je niet deel uit van top wat betreft sociaaleconomische status. En dat is een hele belangrijke factor, want we weten dat mensen met een lager inkomen, wat een hele belangrijke factor is in het bepalen van de sociaaleconomische status gemiddeld acht jaar korter leven en nog schrikbarende is dat ze in fors minder goede gezondheid leven tot 21 onder goede gezondheid. Mijn dagelijkse praktijk, ik stond er al even bij stil, ik behandel ziekte van het gewricht en die hebben dan met name te maken door de gevolgen van bewegen en de gevolgen van niet bewegen. Gevolg van bewegen is, denk aan meniscus letsel, kruisband letsel, dat soort zaken, daar doen we allemaal operaties voor. Maar eigenlijk een veel groter gedeelte van mijn werk heeft te maken met de degeneratie van gewrichten. Dat heeft te maken met de leeftijd, denk aan de slijtage, herhaaldelijke kleine letsels die leiden tot beschadiging van zo'n gewricht en gewricht ziekten zoals reuma die hebben ook hun schade, maar vooral ook deze, dat is de grote factor die in de toekomst ook een hele
13
belangrijke rol speelt in de hoeveelheid ziekte die we zien, maar ook de complicaties die we zien van de behandelingen die we kunnen doen. Dus hier moeten we wat mee. En dan kom ik bij mijn volgende dia en die toont aan of althans, laat zien dat een publicatie van het RIVM aantoonde dat het grootste gedeelte van de ziektelast eigenlijk terug te relateren is aan gedrag en aan persoonsgebonden factoren en daar komt bewegen, komt daar wel belangrijk uit de hoek. 1,8 procent van alle ziektelast in Nederland, is bijna 2 procent van alle ziekte, is direct te relateren aan het gebrek aan beweging. 1,8 procent van de 14 procent die totaal aan gedrag te relateren is, maar de veel grotere rol voor bewegen zit in de persoonsgebonden factoren. Kijk maar naar hoge bloeddruk, kijk maar naar hoge bloedsuikerspiegel, de diabetes bijvoorbeeld, de cholesterol, overgewicht en de lage botdichtheid, daar heeft beweging, is daar een bijzonder belangrijke factor van belang in. En daarnaast zien we natuurlijk ook dat arbeid en beweging, hebben ook veel met elkaar van belang, dus niet goed bewegen leidt tot arbeidsgerelateerde aandoeningen. Daarbij is dus bestempeld dat bijna 6.000 mensen jaarlijks in Nederland overlijden door tekort aan beweging en dat er direct ongeveer drie miljard aan kosten direct te linken zijn aan beweging.
Maar het wordt erger, althans dat komt zo dan, denk maar eens na in uw eigen omgeving, wat ziet u om u heen, bij uw ouders, vrienden, familiegebeuren en dan kun je wellicht concluderen dat de beweging toch echt wel een link naar gezondheid is. Het is niet helemaal scherp denk ik te lezen, het is een publicatie van het Trimbos-instituut en die toont in ieder geval aan, dat zijn zaken die, ik kan me niet voorstellen dat u dat niet weet, want dat zijn eigenlijk dingen die wel echt wel logisch zijn, als je zelf eens een keer een gewicht trekt, dan merk je dat dat wel doet aan je op je spierkracht of op je vetvrije massa, het verbetert je botdichtheid, waardoor je minder fracturen kan hebben. En dit zijn allemaal factoren die bepalen hoe vitaal ben je en een van de belangrijkste meetpunten daaraan is, hoe is je loopsnelheid? Hoe snel loopt een persoon is in hoge mate een aanwijzing voor hoe vitaal is iemand. Maar als je dan kijkt wat voor aandoeningen heel hard zijn aangetoond die heel veel relatie hebben met het bewegen, dus meer beweging leidt tot minder aandoeningen, dan heb je het over depressies. Kijk naar de grote hoeveelheid psychische nood in Nederland, daar kan beweging echt een hele belangrijke rol in spelen.
Hart- en vaatziekten, toch wel een bekend fenomeen denk ik, diabetes, logisch, maar ook ziekten als borstkanker en darmkanker, dus dikke darmkanker en daarnaast het vroegtijdig overlijden om wat voor reden dan ook, dat is dus gewoon een hele sterke relatie met beweging. En als je dan kijkt, er is een poging gedaan door een grote rapport in 2021, ook van het RIVM, maar ook van Ecorys, wat voor reductie mag je dan verwachten door beweging wat betreft op wat voor invloed heeft dat nou op dit soort aandoeningen? Dat gaat dan echt om gigantische bedragen, je hebt dan over 5 miljoen patiënten, is trouwens een andere versie, maar goed, het is uit ware 2021, voor een totaal jaarlijks bedrag geschat van bijna 22 miljard euro, dat dat is een kwart van de hele zorgbegroting en dat gaat dus om de aandoeningen die ik net noemde, depressie, diabetes, darmkanker, coronaire hartziekte, dus hart- en vaatziektes, beroertes, en dat zijn echt geen kleine percentages van reductie, dat gaat soms tot 40 procent reductie. Dus dat zijn serieuze effecten op de meest voorkomende aandoeningen. Wat levert dat dan op? Dit is een meer een beetje epidemiologische deel van dit verhaal, dat vind ik persoonlijk lastig, ik ben geen epidemioloog, maar ik weet niet of hier heel veel epidemiologen in de zaal zitten, dus dan kom ik er misschien mee weg.
Maar in ieder geval, het belangrijkste zaak daarin is de kwaliteit van leven en het
14
verlies van de gezonde levensverwachting. Daar draait het eigenlijk heel veel om in dat deel van de epidemiologie, hoe maak je nou te gelden wat je wint? Kijk, een levensverwachting is natuurlijk wat eenvoudiger, want je bent dood of niet dood, maar hoe bepaal je nou kwaliteit en wat levert dat nou op? En zorgkosten, goed, die kun je die kun je jaarlijks opvragen, daar kun je ook vrij makkelijk aan rekenen, maar met name de kwaliteit van leven is een belangrijke factor. Dit is een eenvoudige diagram, sport en beweging levert aan de ene kant meer blessures op. Dat is logisch, want als je stil zit, krijg je geen verdraaide knie. Maar als je dus stilzit, krijg je wel weer andere ellende en daar heb je ook kosten aan en daar verlies je kwaliteit van leven mee en levensverwachting. Ik heb een voorbeeld meegenomen, dit is in datzelfde Ecorys rapport uit 2021, wordt dan voor de groep van 25 tot 54-jarige wordt dan bestempeld wat het effect is, als je contant probeert te maken wat het effect waarde is van wel op regelmatige wijze bewegen, dus je houden aan de beweegrichtlijnen van het RIVM, wat dat dan doet op je zorgkosten, die kun je ongeveer wel terugrekenen, daar wordt per jaar wordt bedacht, dat dat ongeveer 6.000 euro in de levensloop, bespaar je daarmee automatisch. Dat zijn leuke bedragen, maar daar hoef je het nog niet perse voor te doen.
Maar veel meer zit er te winnen aan het verbeteren van je kwaliteit van leven. En dat gaat allemaal via de zogeheten QALY, dus dat is de quality-adjusted life year. Daar wordt een bepaalde waarde aan een jaar toegekend in geld en dat is ongeveer 80.000 euro en dat wordt verminderd dan met het geld wat jaarlijks aan pensioen moet worden, ongeveer 35.000 euro per jaar, wordt er dan afgetrokken aan pensioengelden en 15.000 euro aan zorgkosten, dat is dan dus ongeveer de zorgkosten die aan het einde van het jaar, van het levensjaar worden gemaakt per persoon. En daar reken je dan mee en dan kom je uiteindelijk tot een verbetering van 16.500 euro als je regelmatig sport in deze leeftijdscategorie van 25 tot 54-jarige. En zelfde beeld zie je eigenlijk in de jongere en ook in de oudere categorie. Dus al met al zien we dus dat leven met een beweeglijk patroon, dus als je veel beweegt tijdens je leven, dat dat uiteindelijk veel geld kan opleveren. Heel veel cijfers, dat is natuurlijk een stuk minder tekenend als je dat terugbrengt naar een meer persoonlijk iets, dan zie je hier een Londense of een Engelse bus, ik weet niet of die in Londen rijdt, maar in ieder geval, hier is een van deze man, is onderdeel van een eeneiige tweeling en die heeft zijn hele leven heeft hij met zijn broer heeft hij op de bus gereden, hij was de conducteur en zijn broer was de chauffeur.
U ziet het, hij is alleen, want zijn broer is dood, want die is overleden aan hart- en vaatziekte. En dat komt heel duidelijk voor uit wetenschappelijk onderzoek, dat mensen die ongeveer in dezelfde werkomgeving leven en de één zit en de ander beweegt, degene die zit heeft twee tot drie keer grotere kans om te sterven aan hart- en vaatziekte. En dat kun je hier in deze diagrammetje zien, dat is geen toeval, we hebben net van Guido eigenlijk lokale verhaal gehoord vanuit Nederland, dat is eigenlijk onze Schwarzenegger hier in deze zaal. Je ziet dat ook dat beweging krijgt ook binnen de commerciële orthopedie een vleugel, dus Zimmer Biomet is een van onze leveranciers van protheses, die hebben deze beste mijheer, die ongetwijfeld niet onbekend is, hier, aangesteld als Chief Movement Officer, wat eigenlijk een hele mooie term is om een beweegstrategie samen te stellen en die is eigenlijk aangesteld om op socials en binnen de industrie andere partijen aan te sporen om meer geld te steken in onderzoek, maar ook in beweging zelf en mensen die de beweging nodig hebben, namelijk eigenlijk iedereen, aansporen om dat te gaan doen. Dus eigenlijk heeft elke plek in Nederland heeft een Chief Movement
15
Officer nodig om dat daadwerkelijk ook te realiseren. Maar dat is geen eenvoudig veld, dat zagen we al even in de presentatie van Guido, ik ga hier niet al te veel bij stilstaan, want dan denk ik dat dit eigenlijk al aan de orde is geweest, maar daar zitten hele belangrijke factoren aan die aan de jeugdkant en de volwassenkant die vergelijkbaar zijn, maar die zitten ook meer in het persoonlijke en het individuele gebeuren, als wel in de omgeving waar we met zijn allen zorg voor dragen. Als we dan kijken, dit is denk ik al wel even gezien door een aantal, want ik hoor het aantal van 8.000 stappen al wel rondzingen, moet iedereen gaan topsporten? Nee, dat is dat is ook niet de bedoeling. We gaan al winst boeken als je mensen gewoon in beweging krijgt en daarom is het al heel erg goed dat in Dordrecht al mensen wekelijks aan het bewegen zijn, want we weten dat er vanaf 2.500 stappen per dag, is er al een gunstig effect op de sterfkansen, op het voorkomen van hart- en vaatziekten en die voordelen die nemen dus toe tot ongeveer 8.000 stappen. Nu is dat misschien ietsje ... Ergens ligt dat ergens tussen bij rond de 7.126 geloof ik formeel, maar daar zitten wat man-vrouwverschillen tussen, dus daarom 8.000 stappen.
Daarboven richting die 10.000, eigenlijk weet niemand zo goed waarom die 10.000 stappen, waar die ergens vandaan zijn gekomen, maar die 10.000 stappen, die zitten allemaal in dat plateau, dus daar zit het niet meer en daarboven wordt het een beetje onduidelijk. De ene studie zegt, dat heeft een negatief effect op je overleving en de andere studies zeggen weer dat je een positief effect hebt. Dus 8.000, dat is in geval een goed aantal om te onthouden. En dan even ook, dan ben ik bijna aan het einde van dit verhaal, jong geleerd is oud gedaan, dat is al eerder aan de orde gekomen en daar zit een redelijke interessante ‘...’, voor mij een hele verrassende. Sporten in de zwangerschap, daar is heel vaak de veiligheidsvraag opgeworpen, is dat wel veilig voor moeder, is dat wel veilig voor de vrucht? Blijkt dat dat zeker het geval is. Het leidt niet tot meer vroeggeboortes of miskramen. En daarbij is het ook nog eens een keertje dat als je als moeder tijdens de zwangerschap sport, dat dat dan een zeer positief effect heeft op de motorische skills van je pasgeborene en die voorsprong die verlies je niet meer. Dus je moet vroeg beginnen en dan heb je daar je hele leven nog, voordat het überhaupt weet dat je zelf kunt bewegen, heb je daar voordeel van.
En hetzelfde wordt in die experimenteel onderzoek gezien dat muizen op hele jonge leeftijd in een actieve kooi met een tredmolen worden gezet en dan een aantal maanden rust, dan zie je toch een vergelijking, als je vergelijkt met volwassen muizen die in een normale kooi hebben gezeten zonder tredmolen, zie je dat ze een veel actievere leven leiden dan de muis uit de standaard kooi en dat betekent dat vroeg leren, dat zijn vaardigheden die je nooit meer verliest en dat sluit denk ik wel goed aan bij de 45-plussers die we weer terug moeten krijgen in het sportgebeuren. Dat is echt niet nieuw, dit weten we al vanaf zeker de vijfde eeuw voor Christus. Socrates heeft het al gezegd, die heeft al een duidelijke uitspraak gedaan over dat eten niet alleen je beter gaat maken, maar dat je ook moet trainen, moet bewegen. De Grieken, die waren daar wel van overtuigd met een aantal onderdelen van hun leefstijl. Laten wij dat ook doen, want we hebben er veel mee te winnen, we kunnen vooral verliezen op moment dat we de mensen niet aan het bewegen krijgen houden. Dank u wel. De heer Kraaijeveld: Laat ik het dan ook formeel zo even afsluiten. Niet staande. Ik hoop dat wij hier met deze twee verhalen u een beetje hebben kunnen inspireren en mee kunnen hebben kunnen geven dat sport meer is dan alleen maar het is leuk. Maar er zitten zoveel meer dingen achter.
We zouden hier misschien wel een hele week een
16
congres over kunnen houden om met u het gesprek hierover te kunnen voeren. Ik hoop dat wij met het verhaal van Guido en met het verhaal van Pieter u inzicht hebben kunnen geven hoe wij naar sport en bewegen kijken, wat de effecten daarvan zijn. En ik hoop ook dat u ook nog eventjes de piramide van Maslow meeneemt naar huis om daar dan nog eens even goed weer over na te denken. Wij hebben vandaag niet de oplossing geboden, maar wat wij wel graag zouden willen daar waar u daar behoefte aan heeft om met elkaar het gesprek hierover te voeren. Wij geloven ontzettend erg in het met elkaar in samenwerking, maar ook niet alleen kijkend naar sport, maar dan hebben we het ook over allerlei andere domeinen die ook een bijdrage kunnen leveren aan sport, als dat sport een bijdrage levert naar dat desbetreffende domein. Ik wens u daarmee ontzettend veel wijsheid toe en hopelijk zijn er een aantal mensen die ons kunnen vinden. Spreek ons anders zo even aan. Maar in ieder geval, wens ik u heel veel succes, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de presentatie. We hebben een uur stilgezeten, maar we hebben ons nog nooit zo vitaal gevoeld, denk ik, met zijn allen. Dan moeten we het nog even netjes afronden als commissie en dan kijk ik rond om te bezien of de commissie voldoende informatie heeft verzameld om dit onderwerp af te kunnen ronden.
Is er iemand die daarover het woord wenst of kan ik concluderen dat die informatie is verzameld? Ja, dan concluderen we dat. Dan dank ik u voor uw aanwezigheid, wil ik u vragen om uw glazen, flesjes, et cetera op te ruimen en dan sluit ik de vergadering. Om 21.00 uur gaan we verder. Om 21.00 uur gaan we verder met het rekenkameronderzoek, et cetera. 4. Instemmen voorgesteld besluit Rekenkamer Dordrecht inzake onderzoek hoognaar haalbaarheid doelen Sportvisie 2030 - Raadsvoorstel 5. Vaststellen Besteding middelen '25 en '26 en voortgangsrapportage Sportvisie 2030 - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Groenewege Commissiegriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Bokel (Gemeente Dordrecht) Mevr. Damen (Rekenkamer Dordrecht) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Sijbrandi (Rekenkamer Dordrecht) Dhr. Van der Spoel (Fractie Van der Spoel)
17
Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (GroenLinks) Dhr. Uysal (GroenLinks) Mevr. Van Vuuren (Gemeente Dordrecht) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx. De voorzitter: Toch leuk, zo’n gong. Welkom allemaal, kijkers thuis, toeschouwers. Is de wethouder nog present? Jazeker, wethouder Marc Merx, raads- en commissieleden en wat gasten en laat ik die eens even voorstellen. We hebben op de hoek mevrouw Kirsten van Vuuren en daarnaast mevrouw Claudia Bokel en zij zijn beide strategisch beleidsadviseur sport voor de gemeente Dordrecht, waarbij mevrouw Bokel op accommodaties en topsport zit. En ik heb ook gehoord dat zij olympisch kampioene is, dus nou dat is wel toepasselijk en mevrouw Van Vuuren zit op de breedtesport. En ook namens de Rekenkamer hebben we een hele goede vertegenwoordiging, mevrouw Sylvia Khadje en Mara Damen aan tafel en we hebben nog wat vertegenwoordigers van de Rekenkamer op de publieke tribune. Allemaal van harte welkom. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw Stolk: Ik wil even een correctie doorgeven. Het is niet Sylvia ... De voorzitter: Mevrouw Sijbrandi is het. Mevrouw Stolk: Ja. De voorzitter: Wat goed dat u mij corrigeert. Dank u wel. Van harte welkom.