2.8 2024.06.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
22
De heer Safranti: Ja. Ik wil sowieso mevrouw Schnabel even bedanken, want inderdaad ik had natuurlijk wel wat kaders hoor, maar omdat mevrouw Kruger ook natuurlijk medeindiener is en medebedenker is heb ik ook gezegd: misschien weet zij natuurlijk een aantal kaders. Dus die kaders die u net heeft genoemd die zijn natuurlijk al bij ons bekend en die kunnen we natuurlijk ook meegeven richting het college. De tweede motie, moment. Ik moet hem er weer even bij pakken. Dat gaat over het monument over de gastarbeiders. Vandaag staan we hier samen om een belangrijk onderwerp aan te kaarten dat nauw verweven is met de geschiedenis en identiteit van onze stad. Zoals velen van jullie wellicht weten, is het dit jaar meer dan zestig jaar geleden dat de eerste gastarbeiders zich in Nederland hebben gevestigd. Met de sluiting van de laatste wervingsovereenkomst in 1970 markeerde dit een keerpunt in onze nationale geschiedenis, waarbij vele mensen van over de hele wereld hun weg vandaan naar Nederland op zoek naar nieuwe kansen en een beter leven. Deze gastarbeiders hebben een onaantastbare bijdrage geleverd aan onze … Even wachten hoor, ik zit volgens mij verkeerd te kijken. Sorry. Deze gastarbeiders hebben een onschatbare bijdrage geleverd aan onze samenleving.
Ze hebben geholpen bij de wederopbouw na de oorlog, ze hebben onze lokale economie gestimuleerd en ze hebben bruggen gebouwd tussen verschillende culturen en gemeenschappen. Hun harde werk en toewijding hebben Dordrecht gevormd tot wat het vandaag de dag is: een bruisende en diverse stad waar we trots op zijn. Echter, ondanks een cruciale rol in onze geschiedenis ontbreekt het tot op heden aan een tastbaar eerbetoon aan deze gemeenschap in onze stad. Daarom staan we hier vandaag om een motie voor te leggen die oproept tot de realisatie van een monument ter ere van de gastarbeiders in Dordrecht. Dit monument zou niet alleen een symbool zijn van erkenning en respect voor hun bijdrage aan onze stad en samenleving, maar ook dienen als een blijvende herinnering aan hun erfgoed en als een bron van inspiratie voor toekomstige generaties. Het zou de culturele diversiteit en inclusie in onze stad belichamen en een belangrijke stap zijn naar bevorderen van historische bewustzijn en begrip tussen verschillende gemeenschappen. Daarom roepen wij het college op om een onderzoek uit te voeren naar mogelijkheden en haalbaarheid van dit monument en om samen te werken met organisaties en bewoners uit onze stad om dit project te realiseren. Laten we samen om recht te doen aan erfenis van de gastarbeiders van Dordrecht en hun belangrijke rol in onze geschiedenis te eren.
Laten we ervoor zorgen dat hun verhalen en bijdrages nooit vergeten worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Bedankt voor deze toelichting. Heeft iemand vragen over deze motie? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Ik vind het een heel goed idee om iets te doen met die geschiedenis van die gastarbeiders, dat sowieso. Ik vraag me alleen af of dat met een monument moet of dat dat moet met een goede zaal waarin je die historie schetst en weet hoe dat allemaal heeft plaatsgevonden, vorm gekregen en wat voor betekenis dat voor de samenleving heeft het gehad. Ik bedoel, zet je een beeld neer, dan moet er een hele grote tekst bij om het ook weer uit te leggen, dus ik weet niet of dat handig is. Dus ik zou een bredere formulering in die motie kiezen en eigenlijk vragen aan het college hoe je dan op een volwaardige manier aandacht kunt geven aan dat stuk van de
23
geschiedenis. Wat betreft het toevoegen van beelden aan de stad heb ik eigenlijk nog maar een wens en dat is de Blauwbilgorgel. De voorzitter: De heer Safranti, hoe denkt u daarover? De heer Safranti: Volgens mij heb ik geen vraag daarover gehad. De voorzitter: Hij vraagt of het denkbaar is dat er in plaats van een monument op een andere manier aandacht wordt gegeven aan deze gastarbeidsgeschiedenis. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik zou er een combi van willen maken. We kunnen beginnen met een monument en dan ook wat de heer Kleinpaste voorstelt, dat kunnen we daar ook natuurlijk bij toevoegen. De voorzitter: Dan mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, dank u wel. Ik wil toch wel aan de heer Safranti zeggen dat ik het een heel goed idee vindt en dat ik kan niet anders dan het ermee eens zijn. Kunst in de openbare ruimte, en of dat nu een monument is of een andere kunstuiting, wat blijkt als er een bordje bij moet. Volgens mij is dat juist als er een kleine verwijzing is, is het aan de toeschouwer om daar iets moois van te maken. Dat is kunst volgens mij. Ik ben alleen maar blij met deze motie en die zal ik zeker ook, zal GroenLinks zeker omarmen.
Heel mooi om dadelijk dat een onderdeel te kunnen laten zijn, zit ik nu te bedenken, van het station wat vernieuwd wordt, want daar komen alle reizigers bij elkaar en dus ook … De voorzitter: Maar dit raakt weer andere voorstellen. Wie wil er? Mevrouw Jager. O, had er iemand nog een vraag of opmerking richting de heer Safranti over de moties? Nee. Dan gaan we naar mevrouw Jager van Beter Voor Dordt. Mevrouw Jager: Oké, dank u wel. Ik wil allereerst even mevrouw Van Walderveen bedanken die dus de hele dag bezig geweest is met het beantwoorden van de laatste vragen die ik gister verstuurd had. Die vragen die had ik in mijn lijstje staan, maar aangezien de vragen en de antwoorden al bij de stukken zitten, kan iedereen daar gewoon zelf kennis van nemen. Het is alleen jammer dat … Ik had dus de stukken waar het over gaat zelf ook al gelezen en gezien en een echt antwoord op wat ik wilde vragen dat zit er toch niet bij. Ik heb mijn collega's een aantal dingen horen zeggen, ik denk van: ja, daar ging het nou om, daar was ik nou over bezig. De bolletjes, bijvoorbeeld, waar we een aantal dingen niet uithalen.
Bij mij komt het uiteindelijk allemaal samen in de vraag: hoe kan de raad toestemmen in het beleid voor zes jaar, aan een stuk, als er geen goede doorrekening is en ook niet duidelijk is welke sociaal-demografische ontwikkelingen we in alle realiteit mogen verwachten en we dus ook niet duidelijk kunnen anticiperen op het gewenste cultuuraanbod? Die gewenste onderbouwing die zit et dus niet bij en ik had gehoopt dat de antwoorden nog zouden helpen om beter een standpunt in te kunnen nemen, maar dat is toch niet helemaal het geval. Ik ben blij met alle antwoorden, maar ik heb zoiets: erg makkelijk om te zeggen van dat gaat geld kosten als we extra administratie moeten voeren. Mijn idee was: als je daar op een blanco moment begint, dus niet over de afgelopen periode maar voor de komende periode, dat je dan beter inzicht krijgt in het geheel en je hebt het ook gehad over communicerende vaten. Ik
24
bedoel je hebt het Hof van je hebt het museum en je hebt Huis van Gijn en nog een paar dingen en aan de andere kant het Energiehuis en Kunstmin. Als het aan de ene kant faliekant misgaat, krijgt de ander daar last van. Dat is zo. Als je in een financiële organisatie zit, is dat zo. Vandaar dat ik dus ook het voorstel had gedaan van willen jullie eens onderzoeken of je met budget kunt gaan werken, dat iedereen zijn eigen budget heeft en dat je dus … Daar kun je niet overheen als je meer nodig hebt of als het verkeerd gaat, dan gaat het bij jou verkeerd, maar niet bij de andere delen van de organisatie waar je deel van uitmaakt. De heer Kleinpaste: Voorzitter. Mevrouw Jager: Dat antwoord dat heb ik niet echt gekregen. De voorzitter: De heer Kleinpaste heeft even een vraag aan u. De heer Kleinpaste: De vraag brand mij dan op de lippen of Beter Voor Dordt er ook voor te porren is om überhaupt het Energiehuis en Kunstmin uit elkaar te trekken en hetzelfde te doen met het Hof van Nederland en het Dordrecht Museum. Mevrouw Jager: Absoluut. Ik bedoel, je kunt ze helemaal verzelfstandigen. Als mensen hier dat niet willen dan zeg ik: dat hoeft voor mij niet, als ze dan maar hun eigen budget hebben waar ze niet omheen kunnen. Maar van mij mogen dat soort dingen gewoon zelfstandig werken.
Maar ja, ik weet niet of daar in de raad een meerderheid voor is natuurlijk en daar ga ik dus geen halszaak van maken … De voorzitter: Wilt u daar ook een motie … Mevrouw Jager: Ik ben tevreden met eigen budget. Wil ik daar een motie aan wagen? De voorzitter: Ik zit te zoeken naar wat u ons als raad ook mee wilt geven verder. Mevrouw Jager: Wij overwegen amendement, dan wel motie, dan wel allebei. Maar we hebben vandaag die antwoorden gekregen, we hebben ze verder nog niet onder elkaar kunnen bespreken, dus dat overwegen we nog steeds. Het is dichterbij dan ooit, maar we hebben ze nog niet geschreven. Ik had gehoopt dat de antwoorden nog zouden helpen voor de besluitvorming. Dat is, zeker met wat ik daarnet gehoord heb van alle collega’s, is dat toch nog niet het geval. Daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. En die motie en amendement gaan dan over het uit elkaar halen van die culturele instellingen, het budgetteren? Mevrouw Jager: Het budgetteren, ja. De voorzitter: Welke fractie mag? Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Er is al heel veel gezegd door alle anderen. Allereerst, we zijn blij met de toezegging dat er gesprekken gevoerd zullen worden met de kleine en middelgrote instellingen, zodat we de meerkosten in beeld kunnen gaan brengen.
We kijken uit ook naar een terugkoppeling van deze gesprekken aan het eind van het jaar.
25
Dat was volgens mij ook de toezegging die we hebben gekregen. Daarbij willen we wel opmerken, landelijk zal er aankomende jaren enorm op cultuur bezuinigd gaan worden. Daar maken we ons veel zorgen over, zeker gezien de verhoging van de btw van 9 naar 21 procent voor alle culturele uitingen. Wij vinden het onacceptabel dat er dan nog meer tegenvallers in de sector zullen vallen, dus we vinden dat we alles op alles moeten zetten om te zoeken naar meer middelen, zodat die tegenslag niet als een nog groter gewicht op de culturele sector komt te liggen. Daarom zouden wij graag voor willen stellen om een soort hardheidsclausule toe te voegen waarin we aangeven dat op het moment dat de btw ingevoerd gaat worden naar 21 procent, dat we dan opnieuw over de Cultuurnota in gesprek gaan en dat we dan kijken hoe we die problemen op dat moment op kunnen lossen, want op dit moment kunnen we nog niet overzien wat daarvan de effecten zullen zijn. Als tweede punt, we wilden een motie indienen en dat willen we nog steeds om gebruik te laten maken van het Energiehuis en van Kunstmin wanneer die ruimtes leeg staan, dus na dat voorbeeld wat ik afgelopen commissie aangaf in Gent dat op het moment dat de ruimtes leegstaan je kan zeggen: oké, op het laatste moment tekenen wij ons in en dan kun je dus toch die ruimtes gebruiken.
Als derde punt vinden we het belangrijk om nog aan te geven, we hebben het steeds over die Basisinfrastructuur en ook over hoe oneerlijk het misschien is dat bepaalde instellingen wel tot de Basisinfra horen en andere instellingen niet. Wij denken nogmaals dat het een heel goed idee is om dat taartmodel of die cultuurtaart in dat ecosysteem te voegen, omdat we dan een duidelijker verhaal hebben van dit is de reden dat in de Basisinfra dit wel is opgenomen en dat niet. Het feit dat er makers zijn geweest die hebben aangegeven: dat willen wij liever niet, dat hebben wij ook gehoord. Tegelijkertijd is het geen subsidietaart, maar een culturele taart. Dus in die zin geeft het een heel duidelijk beeld en een goed uitgangspunt om het gesprek te kunnen voeren met elkaar over wat overlapt nou en wat kan weg? Dus dat over de cultuurtaart. Als laatste punt, we willen benadrukken dat in het uitvoeringsprogramma echt die SMART geformuleerde subdoelen moeten komen zodat we echt kunnen evalueren over de stand van zaken. Want we lezen doelstellingen, die doelstellingen zien er in principe goed uit, maar we lezen via de bolletjes, zoals dat nu een paar keer is teruggekomen, niet genoeg terug hoe we dat door de tijd heen gaan uitwerken.
Onze prioriteit is: wij willen vooral die groepen stimuleren die nu nog vrij beperkt deelnemen en onderzoeken op wat voor manier wij die mensen kunnen bereiken en wat die mensen ook willen aan cultureel aanbod. Dan komen we uit bij de motie over de promotieborden. Op dit moment denken we: dat is wellicht niet de oplossing van het probleem, want we willen natuurlijk allemaal dat de mensen in de wijk weten wat er in de binnenstad is, dat ze ook weten wat er in de wijken te doen is. Er is al wel natuurlijk wat te doen, maar we denken dat het er meer in zit om erachter te komen wat de mensen in de wijk zelf willen, in plaats van duidelijk te maken via borden wat er allemaal te doen is in de binnenstad en in de wijk zelf, dus dat is nog wel de overweging waard. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik denk dat ik toch even aan mevrouw Schnabel dan iets wil verduidelijken over dat in de binnenstad wat er op die borden moet zou komen te staan. Het is wel degelijk van belang dat mensen weten wat er gebeurt in hun wijk en in de
26
binnenstad. Het blijkt gewoon dat … De binnenstad is trouwens het centrum, is ook een wijk.
Het gaat er juist om dat er zo vaak verteld wordt: ja, maar wij wisten helemaal niet dat dat er was, niet in een winkelcentrum, niet in een bepaalde buurtcentrum of wat dan ook. Met die borden of met die digitale borden dan kan je duidelijk maken. Iedereen komt daar langs en dan zien mensen dat wel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dat is zeker waar. Op dit moment zijn er natuurlijk nu papieren borden, maar we hebben het daar net al over gehad, we gaan het er nog gewoon even in de fractie over hebben. Het gaat best veel geld kosten en of dit dan nu op dit moment het juiste middel is? Maar goed, het is het overwegen waard, dus bedankt voor de motie. Als laatste, we hebben natuurlijk ook de motie voorbij zien komen over de gastarbeider. Daar gaan we ook nog eventjes over nadenken, want we vinden het een sympathiek idee. We denken wel dat het mooi zou zijn om het zodanig te vergroten dat alle mensen die hier gekomen zijn om wat voor reden dan ook binnen dat idee van dat beeld vallen. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dan heb ik het idee dat mevrouw Schnabel mijn motie niet goed heeft kunnen lezen, want het gaat om de brede aanpak ook. Mevrouw Schnabel: Oké. Excuus.
Dan ben ik nog bij de eerste … De heer Safranti: Nee, het gaat van Joegoslaven tot Maltezers tot Marokkanen, Turken die toen Spanjaarden, Italianen, Grieken, Belgen … Dus het is heel breed aangepakt. Mevrouw Schnabel: Oké. Bedankt voor deze toelichting. De heer Safranti: Dat staat ook in het eerste kopje al. Mevrouw Schnabel: Heel fijn. Dank u wel. Dat was het eventjes voor nu. De voorzitter: Bedankt. Die vier punten die u noemde vanuit de Partij van de Arbeid, zijn dat alle vier moties die u overweegt? Dus de hardheidsclausule. Mevrouw Schnabel: Nee, dat is meer de vraag op een toezegging. De voorzitter: Meer een toezegging vraagt u daar. Mevrouw Schnabel: In eerste instantie. Mocht later blijken dat die toe… Dan kunnen we daar natuurlijk een motie over indienen. De voorzitter: En die lege ruimtes is dat een …
27
Mevrouw Schnabel: Dat is een motie. De voorzitter: Een motie. Cultuurtaart? Mevrouw Schnabel: Cultuurtaart is eigenlijk ook een toezegging. De voorzitter: Vraagt u een toezegging. Het SMART maken van de subdoelen? Mevrouw Schnabel: Ja, we wachten nog even op de toezegging en anders denken we daar nog even over na. De voorzitter: Dan tel ik nog drie fracties die nog het woord mogen doen. De heer Groenewege was net iets eerder. Tenminste, wat ik zag. De heer Groenewege: Dank u wel voorzitter. Allereerste excuus dat ik wat verlaat ben helaas. Door onze planning is dat soms onvermijdelijk. De voorzitter: Excuses aanvaard en volgens mij door de hele commissie hier. Gaat u verder. De heer Groenewege: Dank u wel. Eigenlijk hebben wij na de beantwoording van het college niet heel veel toe te voegen aan onze eerste termijn als Partij voor de Dieren. We betreuren het proces van totstandkoming van deze Cultuurnota, want in feite er is natuurlijk een startnotitie vastgesteld door de raad, daarna zegt het college: heeft het Patriciërshuis zich gemeld met: wij bestaan ook nog, misschien kunnen wij ook nog meegenomen worden. Toen heeft het college gezegd: nee, we zijn nou eenmaal dit proces ingeslagen en die weg blijven we bewandelen. Dat vinden we toch wel heel erg jammer als Partij voor de Dieren.
Niet omdat we per se getrouwd zijn met het Patriciërshuis, maar als je op die manier omgaat met initiatieven in de stad, cultuurinitiatieven, dan is dat toch wel heel erg zonde eigenlijk, want van die initiatieven moet je het hebben als je een levendig cultuursector wilt krijgen. Het college heeft onze vragen beantwoord over de verhuur van ruimtes in het Energiehuis tegen lage tarieven. Kennelijk gebeurt het al, dus dat is een prima antwoord en daar houden wij het bij. Dan nog even over de moties. De motie van GroenLinks over die mupi's, mupi’s dat is een soort vakterm voor die digitale reclamezuilen … De voorzitter: Er is even een interruptie. De heer Klerk. De heer Klerk: Ja, dank u wel voorzitter. Ik was even benieuwd, de heer Groenewege hield net aan dat het jammer is dat er een weg is ingeslagen en daar is niet meer van af te wijken. In mijn woordvoering betoogde ik een optie om de evaluatie eerder te laten plaatsvinden, bijvoorbeeld over twee jaar of hoeveel ook eerder. Hoe staat de Partij voor de Dieren daartegenover? De heer Groenewege: Uw bijdrage heb ik helaas moeten missen, maar daar staat de Partij voor de Dieren positief tegenover. De voorzitter: U mag verder met uw eigen woordvoering.
28
De heer Groenewege: Dank u wel. Ik was bij de mupi’s gebleven, de digitale reclameborden. Ik heb even gezocht wat GroenLinks in andere gemeenten daarvan vind, want dat leek me wel interessant en bijvoorbeeld in Zeeland wil GroenLinks Zeeland een rem op de levensgrote led-reclameschermen, in Utrecht heeft GroenLinks samen met de Partij voor de Dieren vragen aan het college gesteld tegen deze digitale reclameborden, GroenLinks Breda wil zo snel mogelijk van digitale billboards af, kopt BN DeStem en ik wil GroenLinks Breda ook wel even citeren, GroenLinks Breda zegt: “In een tijd waarin de Rijksoverheid de aandacht van weggebruikers probeert terug te lijden van hun telefoonschermpjes naar het verkeer met campagnes en verboden, kiest Breda” en GroenLinks Dordrecht, dat heb ik toegevoegd aan de quote “er juist voor om hen extra af te leiden met opdringerige schermen langs de wegkant.” De voorzitter: Mijnheer Groeneweg, is natuurlijk niet netjes om iets toe te voegen aan een quote, dat kan niet. Dus die halen we eraf. Mevrouw Kruger wil even een interruptie. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Want wat de heer Groenewege kan, kan ik natuurlijk ook, iets opzoeken op internet. De heer Groenewege noemde net: het kost wel drie huishoudens.
Als ik dan een beetje ga googelen: wat is een huishouden, wat bedoelt de heer Groenewege dan? Een eenpersoons, twee- of driepersoons huishouden? Daarentegen zegt zelfs het CBS dat het energieverbruik van de huishoudens heel erg gedaald is de afgelopen jaren en dat heeft ook te maken met hoe we onze energie opwekken. Dus ik vraag me af, wat bedoelt de heer? De heer Groenewege kan alles heel erg vergroten, net als net met de enorme billboards langs de weg, dat is geenszins wat we bedoelen met deze motie, om grote billboards die dit autoverkeer afleiden en daardoor ongelukken veroorzaken. Nee, we hebben het over wel degelijk redelijk formaat zijnde digitale borden die bij wijze van spreken bij een bushalte zouden kunnen staan of in een winkelcentrum wat we al genoemd hebben. De voorzitter: En nu naar de vraag. Mevrouw Kruger: Dus ik vind het prachtig dat u dat allemaal zo uitvergroot om duidelijk te maken dat u tegen bent, maar ik kan het dus weer verkleinen door ook wat sites op te zoeken waarin staat dat dat dus allemaal wel best wel meevalt. De heer Groenewege: Voorzitter, ik hoor daarin geen vraag. De Partij voor de Dieren verbaast zich er gewoon over dat een groene duurzame partij als GroenLinks in een tijd van klimaatcrisis deze maatregel voorstelt die juist meer energieverbruik tot gevolg heeft. Mevrouw Kruger: Voorzitter.
De heer Groenewege: Daarnaast als ik mijn verhaal even mag afmaken … De voorzitter: We gaan even de heer Groenewege nu verder, want ik denk dat standpunten duidelijk zijn.
29
De heer Groenewege: Als ik in de motie kijk, dan zie ik ook dat deze borden moeten komen op opvallende plaatsen bij toegangswegen naar de wijken. Dat is dus sowieso of je leidt het verkeer af, of je borden vallen niet op en dan kan je ze net zo goed niet plaatsen. Dus nee, de Partij voor de Dieren is hier fel op tegen en we vinden het onbegrijpelijk dat GroenLinks Dordrecht met dit voorstel komt. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik wil toch ook nog even zeggen dat ik het onbegrijpelijk vindt van de Partij voor de Dieren dat die juist dan voor de kartonnen borden zou zijn, of misschien willen ze dat ook helemaal niet, dus dat we totaal geen reclame maken of laten zien wat er in onze mooie stad gebeurt dat we dat maar laten afhangen van toevallige voorbijgangers die dan iets aantreffen. Nee, het gaat er gewoon om dat dit juist een energiebesparende maatregel is om iets kenbaar te maken. Dat kunt u ook in allerlei sites opzoeken. Het is meestal met led-verlichting wat gewoon heel erg energiebesparend is. U kunt het dan vinden: typisch GroenLinks dat ze dat doen. Wij kunnen dat ook op deze manier wel indienen, ja. De heer Groenewege: Ik hoor weer geen vraag. Mevrouw Kruger: Nee, dat klopt. De voorzitter: Mevrouw Kruger, als u straks nog een hartstochtelijk betoog moet doen er even een vraag aan toevoegen, want anders kan het niet meer. De heer Groenewege, u gaat verder.
De heer Groenewege: Ik heb iets losgemaakt geloof ik bij GroenLinks. Dat is fijn. Er lagen twee conceptmoties van DENK, daar staan we positief tegenover als Partij voor de Dieren, in ieder geval tegenover het idee, maar of we er daadwerkelijk voor zijn hangt wel een beetje af van de uitwerking. Zeker als het gaat om die straatmuzikanten verwachten wij toch wel een duidelijke opdracht aan het college en anders dan moeten wij toch twijfelen over onze steun. Daar houd ik het even bij, voorzitter. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik probeer toch even de lijn over de hoofdzaak wat helder te krijgen. Ik ben er nog niet uit wat de Partij voor de Dieren nou feitelijk nu van die hele Cultuurnota en van de meest ‘…’ aspecten daarin vindt. Ze betreuren de manier waarop die tot stand is gekomen, maar vervolgens heb ik bij alles de indruk dat u wel gaat tekenen bij het kruisje. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dan heeft denk ik de heer Kleinpaste onze eerste termijn niet gevolgd. Dat wij het proces betreuren hoe deze nota tot stand is gekomen, betekent ook dat wij het resultaat betreuren en dat we nog niet weten of we dat resultaat kunnen steunen.
30
De heer Kleinpaste: Oké, dat stelt mij in zekere zin gerust. Ik bedoel, ik ontleende het ook een beetje aan de manier waarop u de antwoorden van de wethouder in deze tweede termijn bracht. Er is een aantal suggesties gedaan om misschien nog wat verbeteringen aan te brengen in deze Cultuurnota, dus wellicht vinden we elkaar daar in de raad dan nog op dat punt. Maar vindt u überhaupt dat deze Cultuurnota volgende week in de raad al zou moeten worden besproken? De heer Groenewege: Ik ben bang dat ik die discussie heb gemist, dus ik denk dat het niet goed is als ik me daar nu achteraf nog in ga mengen. In algemene zin vinden wij van deze Cultuurnota dat er te veel budget gaat naar de grote vaste instellingen, zoals ik in eerste termijn ook al heb aangegeven, en dat er maar een fractie van het budget, 0,7 procent, vrij beschikbaar is voor nieuwe initiatieven. Dat vinden we echt zonde. De voorzitter: Die discussie hebben we nog niet gevoerd, maar we zullen we straks verder op ingaan hoe en of het naar de raad gaat. Gaan we naar de heer Droog van ChristenUnie/SGP. De heer Droog: Voorzitter, dank u wel. Een van de laatste die de rijen sluit. De ChristenUnie/SGP heeft niet veel toe te voegen aan de woordvoering van de eerste termijn. De wethouder heeft tijdens de vorige vergaderingen adequate volledige toelichting gegeven.
Veel aandacht gaat uit naar de Basisinfrastructuur en vooral hoe ga je om met vernieuwing. Gekozen is voor handhaving van bestaande infrastructuur, omdat er vanuit de jaarlijkse evaluatie geen aanleiding naar voren kwam om voor een snelle tussentijdse toetsing. Het heroverwegen van die Basisinfrastructuur is een zorgvuldig proces, kost tijd, zit veel energie in. Evenwel steunen wij het idee van een aantal andere fracties, ik denk aan CDA en ik meen ook VVD, voor een tussentijdse evaluatie over circa twee tot tweeënhalf jaar. Dat lijkt ons een goed idee vanaf eind 2026. Ingaand op de moties die ingediend zijn, we hebben het er in de fractie nog over, maar wat ons betreft steun voor het initiatief met betrekking tot het brengen van cultuur in de wijk ten aanzien van digitale informatieborden, sympathiek, gebruik maken van bestaande borden om ook lokale initiatieven bij de mensen onder de aandacht te brengen, zodat iedereen ook weet wat er op cultureel vlak gebeurt in de wijk en in de stad. Zelf ook wel gecharmeerd van het toe laten nemen van wat levendigheid in de stad als het gaat om straatmuzikanten. Podium voor opkomende talenten vind ik een mooi motief, het laten groeien van lokale kunstenaars en muzikanten en het eenvoudiger maken van het beleid van straatmuzikanten en het overzichtelijk te maken daarvan.
Ik heb het er nog over in de fractie, maar persoonlijk gezien warm steun. Dat. De voorzitter: Wat leuk dat u ook onderscheid maakt tussen wat de fractie nog kan vinden en uw eigen gevoel erbij. Heel fijn. We gaan naar de laatste spreker. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti heeft nog een interruptie. Dat kan. De heer Safranti: Eigenlijk meer een vraag. Heeft de heer Droog ook een warm hart voor de motie monument gastarbeiders?
31
De heer Droog: Zeker. Ik weet alleen niet of dat via een monument handen en voeten krijgen moet, maar die blijvende herinnering aan het erfgoed en die stimulans voor de toekomst en het begrip voor die verschillende gemeenschappen die wij hebben in de stad zonder meer. Of dat ook via een monument tot uiting komen moet of op andere manier, dat is nog even de vraag. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Gorter van Op ons Eiland. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. We gaan niet onze woordvoering herhalen van de eerste termijn. Veel vragen zijn beantwoord, daar kunnen wij mee leven met de gedane toezeggingen door de wethouder. Wij hadden wel de vraagtekens omtrent de Basisinfrastructuur zoals die verwoord is in de eerste termijn. De wethouder heeft als reactie aangeven dat er geen signalen zijn geweest vanuit de partners over deze Basisinfrastructuur. Als ik het goed heb begrepen is het verzoek van het Patriciërshuis nimmer op het bureau van de wethouder terechtgekomen dan alleen in de eerste, dat was met een beeldvormende commissie. De voorzitter: In dit geval wil de wethouder dat even rechtzetten. Daar krijgt ze even de kans voor. De heer Van der Linden: Ik ga zo als het tijd is nog reageren op alle gemaakte opmerkingen. Maar dat is niet correct.
Ik heb gezegd: wel degelijk vorig jaar gesprek gevoerd, we hebben eerst de startnotitie gehad, die is vastgesteld met de constatering dat er heel veel dingen goed gingen, we hebben ook geëvalueerd, daarna is het gesprek gevoerd over los van de incidentele subsidies die we her en der door de jaren heen met veel plezier en overtuiging hebben gegeven aan het Patriciërshuis, daarna is de vraag gekomen kunnen we in de Basisinfra? Daarna. Min of meer zoals de heer Groenewege het verwoord heeft. Het is dus niet zo dat ik hem pas drie maanden geleden, twee maanden geleden bij de inspraak heb gezien. We hebben juist daarvoor een aantal keren hier indringend over gesproken. De heer Gorter: Dan heb ik die verkeerd verwoord. We steunen zeker het idee van de tussentijdse evaluatie. Wat we van de wethouder nog wel zouden willen is een reflectie ten gevolge van een mogelijke verhoging van de btw van 9 naar 21 procent, werd net ook door de Partij van de Arbeid al aangekaart voor de cultuursector. Wij zijn ook van mening dat de communicatie van activiteiten en evenementen naar inwoners van Dordrecht echt toe is aan een upgrade. We hebben de motie digitale publicatieborden mede ondertekend. Deze borden zijn ook te gebruiken voor het centrum en voor wijkpromotie het hele jaar door. De motie van DENK gastarbeiders, net even kort gesloten, gaan we mede ondertekenen.
De motie met betrekking tot straatmuzikanten, die wil ik nog even meenemen naar de fractie. Voor de rest houd ik het bij de eerste woordvoering. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan hebben we iedereen gehad voor de tweede woordvoering. Dan is het aan de commissie om nu te besluiten of we de wethouder hierop laten reflecteren. Dan niet op alles wat is ingebracht, maar wel even op de aangekondigde moties. Mevrouw Kruger.
32
Mevrouw Kruger: Jan voorzitter. We hebben nog tien minuten om dit te bespreken. Eventjes punt van orde. Dat kunnen we heel snel … De voorzitter: Dan moeten we daarna beslissen hoe we verder gaan. U kan dat heel snel. De heer Van der Linden: Ongelofelijk snel. Ik wil recht doen aan alle inbreng. Best veel, best gedetailleerd en soms gaat het weer reflectie oproepen misschien van uw kant, maar ik probeer het gewoon even af te handelen. De voorzitter: We spreken even af dat we niet gaan reageren. Dat zien we daarna wel. De heer Van der Linden: Oké. Ik ga een beetje lukraak, want er zijn ook een paar vragen gesteld tussendoor en ik probeer het dan ook af te vinken voor mezelf. De motie over informatieborden. Ik moet het even heel exact uitzoeken, maar die motie is overbodig want er worden op termijn, ik denk in de loop van dit jaar, al tien informatieborden geplaatst en dat … Acht zelfs, acht informatieborden worden geplaatst. Acht digitale borden. En het is als ik wel heb het gevolg van een raadsbesluit in 2022. Dat kunnen we in de aanloop naar de raad even zeker stellen en dan weet ik dat sommige mensen zich hier fel tegen zullen verklaren en anderen zeggen: nou gelukkig maar, enzovoort, maar dat is het volgende. Prima. Dan een opmerking van mevrouw Jager, die breder is dan alleen het punt wat ik nu ga maken.
U geeft aan in de aanloop: hoe kun je nou zes jaar vooruitkijken en dan zeker stellen dat je het redt? Dat is natuurlijk de essentie van wat u altijd doet. U stelt de jaarlijks begroting vast waarin jaarlijks plussen en minnen verwerkt worden. In de startnotitie hebben we gezegd: we gaan kijken tot 2023. U ziet dat tot en met volgend jaar er grosso modo voldoende budget is om te doen wat we doen. Daarna wordt het krapper, kunnen we nog steeds de ambities overeind houden. Maar u weet ook dat we volgend jaar een Perspectiefnota gaan vaststellen waarin keuzes worden gemaakt. Keuzes die het hele domein gaan bestrijken van wat er gemeentelijk aan de hand is. We weten niet hoe dat uitpakt, maar we weten wel dat we die keuzes moeten gaan maken. Apart budgetteren vind ik wat anders dan de initiële vraag. Eigenlijk deed u het een beetje voorkomen alsof we allemaal mensen uurtjes moeten laten invullen, halfuurtje door marketing voor het Hof, halfuurtje marketing voor museum, drie kwartier. Dat is ondoenlijk. Veel administratie, extra mensen, gaan we niet doen denk ik. Lijkt me niet verstandig. We hebben juist bewust tien jaar geleden, twaalf jaar geleden gekozen om de drie Dordtse musea die van ons zijn, de gemeentelijke musea, bij elkaar te zitten en alles wat te maken heeft met marketing, ICT, enzovoort, al die taken, bij elkaar te zitten. Dat heeft efficiëntie voordelen.
De achterliggende vraag die u nu op tafel legt is: maar kunnen we dan wel op een gegeven moment, niet nu, zeggen, dat museum rendeert onvoldoende of dat museum rendeert zo goed daar moeten we meer in stoppen. Dat kunnen we heus doen en dat gaan we misschien ook wel doen in de loop van de komende tijd. Daar hebben we geen aparte budgettering voor nodig, denk ik. Kunnen we het langer over hebben, ga ik nu niet doen, maar dat is even mijn afdronk van deze opmerking.
Toeristenbeleid, hebben we het vorige keer over gehad, daar is dus inmiddels de overtuiging bij zowel mijzelf als de portefeuillehouder evenementen, daar moeten we nodig aan gaan werken, want dat gaat ons heel veel baat brengen ook voor toeristen die
33
niet naar een museum willen, maar de meeste toeristen willen dat natuurlijk heel graag. Daar gaan we aan werken. De vragen over het Energiehuis. Ik snap ze. Zeker. Dat is al een heel pluspunt kan ik u melden. Maar ik wil toch constateren dat die voor het grootste deel te maken hebben met de vastgoedportefeuille van mijn collega Tanja de Jonge. In de loop van het vierde kwartaal komt daar weer een update over, maar die keuzes worden dan gemaakt. De vraag die onder andere vanuit de VVD, of dat is eigenlijk geen echte vraag, de opmerking over: maar hoe is het met de verhuur en wordt er wel goed gekeken naar welke … Mag ik even de zin afmaken? Worden er initiatieven geweigerd, enzovoort, die noteer ik even als technische vraag. Vindt u dat goed? Want die heeft niet te maken met rechtstreeks de Cultuurnota, maar meer over hoe gaan we om met de verhuurbaarheid van Kunstmin en Energiehuis. Dus eigenlijk stelt u de vraag, en misschien kunt u hem schriftelijk nog een keer stellen, is het nou zo dat we … Hoe streng is Kunstmin nou bij het toekennen of juist afwijzen van vragen over zaalverhuur? Als u dat dan niet bevalt is er aanleiding om te zeggen: je moet die criteria verruimen.
De voorzitter: Kan het ook een toezegging zijn dat er wordt toegezegd dat er inzicht in gegeven wordt? De heer Van der Linden: Ja, maar dan geef ik graag mevrouw Lammens nog de gelegenheid om die vraag schriftelijk scherper te stellen, zodat we hem ook concreet kunnen beantwoorden. Dus dat wordt dan het dansje. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Een kleintje. Mevrouw Kruger: Heel kleintje. Ten eerste, fijn dat u zo goed gaat samenwerken met uw collega mevrouw De Jonge. De heer Van der Linden: Dat doen we al twee jaar. Mevrouw Kruger: Ja, zeker. Maar specifiek op het Energiehuis en de vraag is ook om echt ook nog even naar onze technische vragen te kijken, waar we dus vragen duidelijk om de opdracht om: wat moet er eigenlijk in het Energiehuis gebeuren? Dan versus de wat er allemaal uitkomt. De heer Van der Linden: Staat genoteerd. Goed. Dat is dat. Dan hebben we nog een paar vragen over de btw, die hebben een aantal mensen gesteld. De verwachting is dat als er een btw-stijging komt, dat dat effect gaat hebben. Ik heb ook inmiddels instellingen gesproken, dus ik reken niet op heel veel gekke dingen. Mevrouw Schnabel vraagt om een toezegging of we dan die effecten gaan compenseren eigenlijk. Dat vraagt u min of meer. De voorzitter: Ze vroeg om een nieuwe bespreking als het zover is. De heer Van der Linden: O, een nieuwe bespreking. Daar gaat u zelf over.
U gaat zelf ook over de hardheidsclausule of u dat dan wel of niet wilt compenseren of wat ook. Van mijn kant uit lijkt het mij prima om te bespreken op het moment dat die btw-verhoging wordt doorgevoerd landelijk om in beeld te brengen wat de consequenties zijn. Het lijkt me dan
34
niet handig om hem meteen een week nadat het is ingevoerd te bespreken, want ik denk dat er ook wel even wat reactietijd is. Maar daar kunt u zelf ook een verzoek doen. De voorzitter: Dus dat moeten we zelf in de gaten houden. De heer Van der Linden: Maar van mijn kant een prima idee, maar dan moeten we even kijken naar timing. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Ik wil daar toch nog even een korte vraag over stellen. Die btwverhoging heeft toch geen effect op het, zullen we maar zeggen, beschikbare geld voor de cultuursector, maar meer op diegenen die een kaartje kopen? Dat was eigenlijk de bedoeling van mijn vraag. Wat is de verwachting dat dat voor onze inwoners en voor de mensen die naar onze stad gaan? Dat was de insteek van mijn vraag. De heer Van der Linden: Heldere vraag. Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: prima, koop ik een biertje minder, geen probleem. Wel een beetje een probleem natuurlijk voor de uitbater, weer een biertje minder. Anderen zullen misschien zeggen: ik kom helemaal niet meer. Kunnen we nu niet voorspellen De voorzitter: Het kan gevolgen hebben voor de cultuur. De heer Van der Linden: Het kan gevolgen hebben. Het is ook de verwachting. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u vraagt nog iets over die toezegging. Het komt erop neer dat we het zelf even moeten aankaarten en dat hij het dan wil bespreken.
Dat is de toezegging. De heer Van der Linden: Ik wil hem ook toezeggen dat we het dan gaan bespreken, alleen dan hangt het ervan af wat een handig moment is. Half jaar na invoering zodat je effecten kan zien, of een week na invoering zodat je boos kan worden. Daar gaat u zelf ook een beetje over. De voorzitter: Maar uw vraag is? Mevrouw Schnabel: Excuus. Ik ben blij op zich dat de wethouder er positief tegenover staat om dit te gaan bespreken. Ik vind wel dat het heel snel gaat, omdat we nu de tijd moeten gaan halen. De heer Van der Linden: Maar dit is wat ik te zeggen heb hierover. Mevrouw Schnabel: Goed, oké. De heer Van der Linden: Ja, meer kan ik er nu niet over zeggen. Ik heb de krant gelezen, er staat btw-verhoging. Mij lijkt het een waanzinnig slecht plan, maar ja, daar ga ik niet over, want dat is een nieuw kabinet. Als u zegt: daar willen we graag over praten, dan gaan we dat doen t.z.t.
35
De voorzitter: Ik stel voor dat we het straks even bespreken, want ik denk dat het best goed komt. De heer Van der Linden: Ja, denk ik ook. Er zijn een paar wisselingen geweest van verschillende fracties over: hoe gaan we om met dat uitvoeringsprogramma, uitvoeringsbolletjes. We hebben de toezegging jaarlijks praten we over de voortgang, dus als het is dat bolletje is af, hartstikke goed, of dat bolletje is wel af, maar daar moet wel nog wat gebeuren, passen we het aan. Als u ziet van dat bolletje gebeurt te weinig op, kunnen we het over hebben. Dus daar komt jaarlijks een update over en die kunnen we dan via een RIB kunt u zelf beslissen of u die wilt agenderen met een politieke vraag. De cultuurtaart, vind ik een beetje ingewikkeld. Ik wil best het woord cultuurtaart nog zestien keer gebruiken en dan krijg ik iedere keer terug: houd daar nou eens over op, verschrikkelijk, we snappen er niks van. Maar als u hem liever wel gebruikt in de discussies, dat kan. We kunnen hem ook ernaast leggen als we het gaan hebben over hoe we met de Basisinfra om willen gaan, is alles vertegenwoordigd, kunnen we best gebruiken in onze gesprekken. Alleen in het veld heb ik niet gemerkt dat hij enthousiasme opriep. De voorzitter: Mis ik er nog een, de kapitaallasten van Dordts Museum. Mevrouw Schnabel: Ik wil daar wel heel kort … De voorzitter: Ja, maar ik zit wel echt een beetje te springen nu.
Uw opmerking mag. Mevrouw Schnabel: Ja, heel kort. Het is niet de bedoeling volgens on dat het woord cultuurtaart steeds genoemd wordt. Het is alleen dat het heel veel tijd in deze commissie heeft gekost om erachter te komen waarom dat nou wel of niet bepaalde instellingen tot de Basisinfrastructuur horen. Daarom denken we dat het in de Cultuurnota van belang zou zijn om dat te tonen. Dat is het hele eieren eten. De heer Van der Linden: Prima. Kijk, in de argumentatie rond die Basisinfra, daar kom ik nu even op. Ik bespeur eigenlijk twee lijnen. Aan de ene kant zegt u: jammer dat er niks veranderd is. Dat was een mooie gelegenheid geweest, een nieuwe nota. We hebben hem geëvalueerd. We hebben de keus gemaakt op basis van alle overwegingen die u ziet in het stuk en ook aan wat er net is gezegd. We hebben de keus gemaakt om hem nu zo te houden en te kiezen voor een evaluatie in 2028. Ik heb erbij gezegd in de eerste en de tweede … In ieder geval in mijn eerste termijn. We hadden ook een andere keus kunnen maken. Het was niet natuurlijk sus, natuurlijk niet zo. Het was een afweging. Ik hoor veel reflectie, ik hoor ook een aantal mensen zeggen: het moet echt wat eerder. Als u dat wilt, dan lijkt me dat een prima politieke vraag voor bijvoorbeeld in de raad. Moet het eerder, dan zou ik wel zeggen: neem dan mee dat we volgend jaar een Perspectiefnotadiscussie hebben.
Het lijkt me niet zo zinvol om nu met kunst- en vliegwerk externe partijen, enzovoort een Basisinfra te wijzigen, volgend jaar Perspectiefnotadiscussie te voeren die ofwel neutraal uitpakt voor cultuur en al het andere, ofwel niet en dan te moeten constateren: dan moeten we weer verder kijken. Dus dan zou ik zeggen, een beetje conform wat de heer Klerk suggereert, doe het eerder dan 2028, maar zorg wel voor het meenemen van wat we in de Perspectiefnotadiscussie meevoeren. Dat lijkt mij een prima politiek gesprek en dan ga ik er nu verder niet op in.
36
Even de andere moties en dan ben ik klaar, voorzitter. Motie gastarbeiders kunnen we prima in behandeling nemen. Lijkt me een heel logische vraag om eens mee te nemen, dus ik denk dat de raad hier ook prima reflectie op kan geven. Straatmuzikant vind ik een ingewikkelde, want ik heb even gekeken wat we nu vragen als een straatmuzikant een ontheffing vraagt. We vragen eigenlijk heel logische dingen. Niet te dicht bij een begraafplaats en een ziekenhuis, let op je tijden, enzovoort. Al die voorwaarden staan op de site, dus ik ben het wel eens met wat de heer Groenewege zegt, het is me niet helemaal duidelijk wat u dan van ons vraagt. Kunnen we bij de motie behandeling doen. Even kijken, volgens mij heb ik dan … Kapitaallasten Patriciërshuis. Dordts Museum. Als u dat als motie of als amendement indient, dan betekent dat een bezuiniging bij het Dordts Museum. Punt. Kan. Alles kan, want u gaat erover. Dat betekent dus gewoon een bezuiniging in Dordts Museum. De voorzitter: Er is volgens mij op alles gereageerd. Ik tel maximaal op dit moment twaalf mogelijke moties en maximaal twee amendementen. Dat kunnen er ook minder zijn en er wordt aan de meeste ook nog gewerkt. Dan is nu de vraag, hebben we voldoende informatie om het raadsvoorstel, de nota te agenderen voor de raad? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter.
Ik denk als we nu … We hebben al zoveel moties en nog amendementen die er al liggen en mogelijk komen er nog meer waarbij we ook twijfelen of dingen haalbaar zijn en nog uitgezocht moeten worden. Denk ik dat het verstandig is om niet de komende raad dit te bespreken, want als het een hamerstuk is denk ik totaal uitgesloten. Een bespreekstuk, dat gaat echt lang duren voordat we daar goed uit zijn en willen we dat ook recht doen, alles wat er al uitgezocht is en neergezet ten aanzien van de Cultuurnota. Dus ik zou willen voorstellen om het over het zomerreces heen te tillen en dan te zien hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Het voorstel is om het over het zomerreces heen te tillen. Wie wil daarop reageren? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wij steunen GroenLinks. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Wij steunen het ook. De voorzitter: U steunt het niet? De heer Kleinpaste: Ik voel er wel aarzeling bij, in ieder geval, maar … De voorzitter: Waar zit de aarzeling? De heer Kleinpaste: Ik voel mee met het argument dat als we dit volgende week op de agenda hebben staan met alles wat er dan te bespreken is, dan wordt dat een behoorlijk groot deel van de raad gaat dan op aan deze bespreking. De vraag is of dat inderdaad past binnen de agenda, daar ga ik niet over.
Als dat niet past dan is het verstandig, want ik ben ook heel erg gevoelig voor het argument dat je de discussie wel recht wilt doen, dan kun je het beter doen op een moment dat je er echt voldoende tijd voor kunt
37
uittrekken. Maar ik aarzelde dus van moet het dan echt over het reces heen of kunnen we de ruimte vinden om het zorgvuldig te bespreken. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Er liggen nu inderdaad een aantal moties en aangekondigde moties en amendementen, die kunnen we prima … Ik bedoel, een aantal heb ik al duiding op gegeven, die kunnen we denk ik vrij snel doorheen. De Basisinfra motie, het ingewikkeldste onderwerp, kunnen we denk ik ook vrij snel doorheen, want de standpunten zijn op zich wel helder. Natuurlijk gaan we daarover wisselen. Ik zou het wel fijn vinden, ook voor het veld, dat we duidelijkheid krijgen over wat we gaan doen, want natuurlijk ga je het najaar ook de gesprekken voeren over de meerjarige subsidies, enzovoort. Ik denk wel dat dat de volgende stap is, de raadsbehandeling. Dan is het ook alweer jammer als je helemaal in september gaat. Maar goed, ik snap ook uw agendadruk, dus daar laat ik het bij. Dank u. De voorzitter: Ik zie niet dat mensen daar nu echt anders over gaan denken, dus we ... Dan kunnen we concluderen dat dit na het zomerreces in de raad komt. Dan wil ik wel vragen aan iedereen die moties, amendementen, enzovoort wil schrijven om dat zorgvuldig voor te bereiden, dat er niet op dat moment nog allerlei discussies ontstaan over wat er nou precies wel en niet bedoeld is. Dan wens ik ieder… Nee sorry, ik moet nog even.
Heb ik dan alleen over de moties en amendementen. Het is nog heel ver weg, maar we moeten toch nu al beslissen ook nog over het raadsvoorstel zelf. De heer Klerk. De heer Klerk: Ja, voorzitter. Ik denk dat we na … Ik kan de commissievergaderingen niet meer tellen dat er over het voorstel zelf wel voldoende van gedachten is gewisseld, dus ik zou het graag beperken tot moties en amendementen. De voorzitter: Twee of vijf minuten? De heer Klerk: Vijf. De heer Safranti: Ik zou voor twee gaan, want inderdaad wat de heer Klerk zegt, we hebben zoveel commissies al gehad. Die discussies zijn al bekend, dus … De voorzitter: We gaan ook heel veel dan daar niet over dan. Twee minuten? We gaan het eens proberen, heel stoer, misschien wel twaalf moties. Twee minuten, kunnen we. Iedereen hartelijk bedankt en alles mag naar de keuken. 5. Raadsinformatiebrief over Jaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 Voorzitter: De heer Van der Net Commissiegriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Den Heijer (VVD)
38
Mevr. Nieuwland-Van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Bomius, Dhr. Van Broekhoven, Mevr. Van Buul, Mevr. Gommers, Dhr. Goossensen De voorzitter: Dames en heren. Het is al wat uitgelopen, dus ik wilde eigenlijk zo snel mogelijk gaan starten met deze commissie waarin we het gaan hebben over een raadsinformatiebrief met betrekking tot de Monitor Agenda 2030 waar een aantal mensen iets gaan vertellen. Eventjes ook voor de administratie wilde ik eventjes de mensen al langslopen om eventjes op te nemen wie hier allemaal aanwezig zijn. Dan begin ik links. De heer Den Hartog: Dank u wel. Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Van Aarden: Tristan van Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Bomius: Serge Bomius, gemeente Dordrecht. Mevrouw Van Buul: Monique van Buul, ambtelijke ondersteuning, tijdelijk directeur bij deze gemeente. De heer Goossensen: Hans Goossensen, directeur. De heer Van Broekhoven: Hans van Broekhoven, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Gommers: Inez Gommers, ambtelijk ondersteuner. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid.
De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En dan komt nog iemand binnen. De heer Safranti: Safranti van DENK Dordrecht. De heer Wringer: Jan-Willen Wringer, Beter Voor Dordt.
39
De voorzitter: Mijn naam is John van der Net. Ik mag u door dit proces heen leiden. Eventjes waar het over gaat. We hebben vers van de pers de Monitor Agenda 2030 en in die monitor wordt verantwoording afgelegd over de resultaten en inspanningen op de Spoorzone, Dordwijkzone, ruimte voor banen, Dordts leerprogramma, glansrijke toekomst Dordtse jongeren, duurzame stad en binnenstad en deze monitor wordt jaarlijks aangeboden met de Kadernota, in dit geval de Perspectiefnota. Een hele klus, want data die hiervoor nodig is komt pas laat beschikbaar. Alles zodat de raad zich op tijd kan voorbereiden op de Perspectiefnota en een beeld kan vormen over de behaalde resultaten. We krijgen vandaag een korte presentatie van een aantal mensen. Dan zit ik even te kijken wie er gaat starten met de eerste presentatie. Jullie gaan het met zijn tweeën doen? Dan is altijd de vraag: tussendoor vragen? Ik weet niet hoe lang het is, maar ik heb ook wel even richting de commissie, het is altijd handig dat eerst de presentatie en dan de vragen komen. Dat versnelt het proces altijd eventjes. De heer Van Broekhoven en mevrouw Gommers dacht ik, u heeft het woord. De heer Van Broekhoven: Dank u, voorzitter. De bedoeling is om daarna de aanwezige directeuren de gelegenheid te geven om even hun programma's kort toe te lichten met een korte pitch en dan een discussie te voeren over die programma's.
Sommigen van jullie zullen dit verhaal al een keer eerder gehoord hebben vorig jaar, toen we ook hierover spraken. De presentatie is ook toegevoegd aan de stukken, dus ik hoop dat iedereen in de gelegenheid is geweest om daar al even naar te kijken. Wat ik hier even ga presenteren is de agenda Dordrecht 2030: hoe was het ook alweer, hoe is die agenda ook weer ontstaan, wat waren de doelen, welke programma's, wat zijn de aandachtspunten, welke vormen van monitoring onderscheiden we en wat zijn de tussentijdse resultaten en de planning? Even het ontstaan. De agenda is ontstaan eigenlijk naar aanleiding van de verkoop van de Eneco aandelen, in 2019 was dat. Dat heeft natuurlijk een aardig aantal miljoenen euro’s opgeleverd.
Dat kunnen we op de bank zetten, maar we hebben toen besloten in onderling overleg uiteraard met uw raad om dat te investeren in zeven investeringsprogramma's in de stad met als uiteindelijk doel om de sociaal-economische positie van Dordrecht als stad in de breedte op een hoger plan te brengen en tegelijkertijd ook een goede basis te vormen voor gezonde financiën. Destijds heeft de controller, dit dateert uit 2020, een plaatje gemaakt: jongens, als we niks doen dan kachelen we achteruit met de tekorten en als we investeren in de stad en daarmee ook de bijdrage uit gemeentefonds op een hoger plan weten te krijgen, et cetera dan weten we dat tekort te dempen. Inmiddels zijn we natuurlijk weer een stukje verder en hebben we te maken met allerlei ombuigingen. Maar goed, dat komt in de vierjaars evaluatie aan de orde en daar zal mevrouw Gommers zo meteen nog even over wat zeggen. Wat waren ook alweer de doelen en de uitgangspunten? Vier belangrijke doelen in de investeringsagenda is om meer inwoners aan te trekken, meer banen te creëren en de economie een boost te geven en ook de voorzieningen die wij hebben te behouden. Wij zitten als Dordrecht redelijk ruim in het voorzieningenniveau, maar dat moet natuurlijk wel bekostigd worden, dat moet wel een financiële basis hebben. Een van de doelen van die agenda is ook om dat fundament wat steviger te maken.
We hebben toen destijds met de assistentie van de
40
Argumentenfabriek een machinerie ontwikkeld waarvan alle raderen eigenlijk tegelijkertijd moeten draaien om de beoogde maatschappelijke effecten te bewerkstelligen. Dit zijn eigenlijk de knoppen waar we nu aan het draaien zijn. Dit plaatje kent u ongetwijfeld, dit zijn de investeringsprogramma's. Het zijn er zeven, dus ik ga ze niet allemaal opnoemen. Die dragen allemaal bij aan de werking van die machinerie en alleen als alle raderen tegelijkertijd draaien, dus eigenlijk die integraliteit is heel erg belangrijk, dan is de verwachting: behalen we de maatschappelijke resultaten in de stad op een optimale manier. Maar dat betekent ook dat als een radertje achterblijft, of het wat stroef is, of dat ergens zand in zit dat dat ook wel gevolgen zou kunnen hebben voor de hele machinerie. Een aantal aandachtspunten bij de agenda, het doel van de agenda is versterking van de sociaal-economische positie van de stad op de middellange termijn en dat vraagt wel koers houden. Kijk, stedelijke ontwikkeling dat doe je niet overnight. Dat heeft gewoon een aantal jaren nodig om tot wasdom en resultaat te komen. Een ander belangrijk aspect is dat het een investeringsprogramma is om de financiële, hoe heet dat, huishouding van de gemeente structureel op orde te houden.
Dat betekent dat de hoofdsom wordt ingezet en dat die Investeringsreserves niet bedoeld zijn voor dekking van exploitatietekorten of zo op de lopende rekening. Dan het raamwerk voor de monitoring. Dat is gebaseerd op afspraken ook met de raad uit 2021. Er is een document vastgesteld destijds, raamwerk monitoring, waarin vastgesteld is op welke set van indicatoren we gaan meten om beeld te krijgen van de outcome. Dat raamwerk omvat een aantal elementen, namelijk een jaarlijkse monitoring, dat zijn we nu aan doen, daar kijken we naar de input, hoe zit het met investeringsritme, hoe zit het met de voortgang op de diverse programma's en dat leest u in de formats, de OCD, waarvan overigens de heer Jan Schalk, de auteur van het rapport, ook aanwezig is voor eventuele vragen, die ziet dus op de maatschappelijke effecten die we weten te realiseren.
Dan eens in de vier jaar gaan we dieper kijken, want dan gaan we ook kijken: zijn nou de beoogde maatschappelijke effecten die in die maatschappelijke businesscase die ten grondslag lagen aan die investeringslijnen, zijn die nou behaald en is het misschien reden om bij te sturen in de machinerie, maar misschien ook op andere wijze, manieren. De planning daarvan is kwartaal één 2025, dat is wat naar voren gehaald. Daar gaat Inez Gommers zo meteen nog even op in. Ook een belangrijk aspect van het raamwerk monitoring is dat de kwalitatieve betrokkenheid van de raad op een hoger plan diende te komen. Dat betekent dat we u niet alleen maar willen vermoeien met paperassen en papierwinkel, maar dat ook middels werkbezoek, et cetera, u een echt wat duidelijker beeld krijgt van al die programma's. Tot zover. Ik geef de vloer aan Inez. Mevrouw Gommers: Dank je wel, Hans. Dat doe ik verkeerd. Die kant. Nee, ook al niet. Wat zien we nu tussentijds? We zijn nu twee jaar aan de slag. We zien op input dat eigenlijk alles best voortvarend gaat. Er zijn al vele uitvoeringskredieten heeft u aanvragen voor, langs zien komen. Bestuurlijke mijlpalen worden gehaald. Ieder programma heeft daarin wel zijn eigen ritme. Zie je ook in de outcome. Realisatie komt op gang. Soms net zoals de maatschappelijke businesscase binnenstad, heeft een lange voorbereiding gehad.
Die zijn dus pas in 2023 echt vastgesteld, dus dat … Eigenlijk lopen alle programma's nu gewoon wel goed. Dat heeft u ook in de bijlage kunnen zien. De outcome, de eerste beperkte effecten zien we nu al, dat heeft u ook in de monitor van
41
het OCD gezien. Je ziet bijvoorbeeld dat de bouwproductie gestegen is, er is meer banengroei, er is stijging leerlingen die een bepaald referentieniveau halen, dus dat lijken gewoon de eerste positieve voorzichtige signalen te zijn. Wat ook eigenlijk best wel goed van de grond is gekomen is die hele katalysatorwerking, ene programma meer dan het ander. Dat zal ik dadelijk even laten zien, dus de hele cofinanciering, publiek, privaat, dat kan echt als een hefboom werken en met name bij het programma van stadsas is dat heel goed van de grond gekomen. Dat is dus hier te zien. 291 miljoen is eigenlijk wat we gereserveerd hebben. Daar komt een hele grote bubs cofinanciering bij van 219 miljoen, dus eigenlijk bij elkaar hebben we nu een pot geld staan van 520 miljoen. Je ziet wel dat stadsas Dordt die veroorzaakt wel echt de meeste cofinanciering en de andere programma's zijn wat mondjesmaat, maar waar mogelijkheden zijn, zullen we die zeker benutten. Dan nog even de laatste, de planning. Wat u nu heeft is de jaarlijkse monitor, daar kijken we terug. Wat Hans net al aangaf, we gaan ook de vierjaarlijkse zijn we al begonnen met voorbereiden. Dat willen we echt in Q1 aan u gaan presenteren en dat zal echt een bijstuurmoment worden. Vorig jaar is eigenlijk al geconstateerd dat er aan indexatie is eigenlijk helemaal niks meegenomen afgelopen jaren.
Volgend jaar moeten we echt gaan kijken: hoe moeten we daar nou het beste mee omgaan en ook gewoon kijken naar hoe zijn we op koers, wat bereiken we nou qua outcome en moeten we hier keuzes in maken of niet, met name ook naar beheerskosten zal ook echt gekeken moeten worden. Dus dat gaan we in Q1 eigenlijk aan u presenteren. Ik weet niet of daar verder hier nu al vragen over zijn? De voorzitter: Ik zie een handje. De heer Wringer.
De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank voor de presentatie zover. Even over die cofinanciering, als we natuurlijk de stadsas eruit nemen, valt de cofinanciering gewoon vies tegen. Ik kan me haast niet voorstellen dat er vanuit provincie, Rijk, Europa, bedrijfsleven niet meer op te halen valt. Verwacht u dat dat de komende jaren nog stijgt op de andere zes programma’s of blijft het hierbij? Mevrouw Gommers: Ik heb daar zelf niet zo heel erg inzicht in. Ik weet niet of de directeuren nog de kansen op dat terrein zien? De heer Goossensen: Wat we natuurlijk fantastisch zouden vinden, ik kom zo nog wel even terug op die 213 miljoen voor de stadsas, dat er meer geld komt van het Rijk voor groenvoorzieningen. Dat is wat alle steden die fors bouwen stedelijk vragen. Want iedereen weet dat als je wilt verdichten, dan moet je gewoon kwaliteit verhogen om de mensen die in die gebieden al wonen een prettige omgeving … Dus dat kunt u ook lezen in alle pamfletten die naar de formateurs zijn gestuurd en nieuwe Kamerleden. Ik heb wel het gevoel … Kijk, het is even de vraag wat we van dit kabinet bijvoorbeeld kunnen verwachten, maar dat daar op een gegeven moment wel weer nieuwe gelden uit gehaald worden. De voorzitter: Er is hoop hoor ik in ieder geval. Ik wil even zeggen dat mevrouw Van Vugt heb ik nog niet in de administratie opgenomen.
Die is ook aangesloten en die wilde gelijk een vraag stellen.
42
Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter, dat ik zo hartelijk welkom wordt geheten. Ik wil graag een vraag stellen en ook complimenten maken voor het feit dat er zoveel cofinanciering wordt binnengehaald, want dat is best wel bijzonder, heb ik begrepen. Ik was wel benieuwd: die hele monitor, hoe kijkt Den Haag daar nou tegenaan? Want ik neem aan dat die monitor vooral ook wordt gebruikt om richting Den Haag te kunnen aantonen wat je doet en waarvoor je geld wilt hebben, klopt dat? Welke feedback komt er uit Den Haag? De voorzitter: De heer Goossensen, neem ik aan. De heer Goossensen: Ja, voorzitter. Die motie is echt voor u bedoeld zijn. Het zijn onze centen, het is onze spaarpot, dus we hebben er niet naar andere overheden aan te verantwoorden. Het is ook wat Hans en Inez zeiden: we zijn natuurlijk een paar jaar nu op weg, we komen via input naar activiteiten en je hoopt natuurlijk effecten te zien. Dan heb je natuurlijk altijd de vraag: komt het nou een-op-een door die programma's die je draait? Nee, natuurlijk niet, want er is impact van allerlei ontwikkelingen. In die statistiekjes zitten best leuke ontwikkelingen waarvan je hoopt dat ze zich doortrekken.
We hebben de overtuiging dat als we met deze programma's verder gaan poetsen, gaan uitvoeren, dat je helder ziet dat die bijdrage aan effecten dat die effecten mede ontstaan door een langdurige inzet op die programma's. Dat is eigenlijk de verbinding tussen de programma's en de monitor. We hebben allerlei andere systemen om die 213 miljoen die wij nog definitief moeten binnenslepen naar het Rijk te gaan verantwoorden. De voorzitter: Ik zit even te kijken. Mevrouw Gommers u heeft uw verhaal gedaan, neem ik aan? Dus dan staat op het programma dat dan de directeur in ieder geval ook een kort verhaal geeft met betrekking tot waar zij over gaan. Ik heb hier de heer Goossensen als eerste dan die ik dan het woord geef. De heer Goossensen: Ja, dank u wel. We hebben hier de vorige keer begin oktober onze update gegeven. Dat was nog met de voorganger van Monique, de legendarische Henk Kranendonk, wie kent hem nog en met Gemma Smit, vervangen door Serge. Overigens heel leuk, twee Schapenkoppen naast me, dat is wel mooi. Prachtig. We gaan na de zomer dus echt evalueren, dus we komen met een korte update van hoe het loopt, of de vaart erin zit. U heeft natuurlijk fors wat bijlagen gekregen, voor elk programma een hele uitgeschreven tekst en die gaan we niet oplepelen, dus ik kom even met de hoofdlijn.