2.8 2024.06.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Als ik dan kijk naar de stadsas, die cofinanciering waar zit dat dan in? We hebben gelden voor het Maasterras liggen, zo'n 60 miljoen en we hebben cofinanciering liggen op de stationsontwikkeling, station Dordrecht en Leerpark. De stadsas gaat ook over het Maasterras, stationsomgeving Dordrecht en Leerpark. We gaan echt nu naar uitvoeringsbesluiten, heel spannend. Wij zijn voor het Maasterras, daar is uw raad goed over geïnformeerd, nu echt naar de echte gesprekken met de Rijkspartijen over die infra die ons daar in de weg zit en wat we daarmee moeten. Ons huiswerk daarop ligt helemaal klaar en we zijn ervan overtuigd dat we eind dit jaar een goed bestemmingsplan hebben na een goed onderhandelingsgesprek met die partijen en hopelijk ook in november een MIRT-besluit, dat is dan een Rijksbesluit op infrastructuur, waarmee we die ontwikkelingen die we hier hebben lostrekken. Dan hebben we na dat moment ook echt zicht op het financieringsplaatje van het Maasterras wat natuurlijk heel spannend is. Voor het station, daar hoort u misschien minder van, hebben we de zogeheten MIRT-verkenning lopen. Dat is een heel traject om te kijken wat voor
43
investeringen op het spoor, op de perrons, in het gebouw rondom het station verantwoord zijn. Dat doen we in het kader van de verkenning Oude Lijn om hoogfrequent personenvervoer te ontwikkelen, elke acht minuten een trein in Dordt. Ook dat wordt heel spannend, want eind volgend jaar moeten we daar echt de klap geslagen hebben met een zogeheten voorkeursbeleid en op dat moment ligt er ook echt een financieel deel wat we gaan doen op station Dordt en op station Leerpark en hoe dat dan financieel op de hoofdlijn moet. Dus kortom, die uitvoeringskant zie je nu aan de Spoorzone en we hopen natuurlijk: een, die 213 miljoen definitief binnen te hengelen en waar het kan, bijvoorbeeld ook met een bijdrage van de provincie om maar wat te noemen, daar nog wat dingen omhoog te duwen. Dat eventjes op de hoofdlijn voor dit onderdeel. De voorzitter: Dat is mooi. De hoofdlijnen. Ik zag gelijk al iemand die toch wat wilde vragen, dus de heer Den Hartog. Ja, de heer Goossensen is klaar, zegt hij. De heer Den Hartog: Dank u. Nee, ik dacht dat er nog wat kwam. U zegt: wij hopen die 213 natuurlijk binnen te halen. Daar zit een bepaalde onzekerheid in natuurlijk, kunt u daar iets over zeggen van welk gedeelte is bijvoorbeeld toch wel vrij zeker en wat hangt ervan af? Kunt u een reële inschatting maken? De heer Goossensen: Wij hebben concrete toezegging gekregen.
Het is niet dat we iets voorlopigs hebben. Die concrete toezegging die is op een plan, als het gaat om het Maasterras, dat wij denk ik anderhalf jaar geleden hebben ingediend en dat gekoppeld is aan de planvorming die we nu hebben ingericht. Die moet nog wel even afgemaakt worden richting bestemmingsplan, dus dat is de onzekerheid met Maasterras. Gelukkig zijn we met twee ministeries in gesprek, dus als er in de plannen eventueel iets aangepast zou moeten worden, praat je natuurlijk ook meteen over dat we allemaal willen dat dat lukt, dus ik heb niet het gevoel dat dat bij wijze van spreken in theorie ons uit handen gedrukt zou worden. Tweede deel is dat wij voor de stationsknoopontwikkeling voorlopige afspraken hebben gemaakt met het Rijk. Voor die hele MIRT-verkenning Oude Lijn met vier stations, dus Leiden, Schiedam, Laan van Nieuw Oost-Indië en Leiden. Sorry. Daar wordt een plan opgetrokken plus of extra spoor wat nodig is. Daar is 1,5 miljard voor en we hebben die 1,5 miljard al in taartpuntjes verdeeld met ook de Rijksbijdrage. De planvorming daarop, dus wat gebeurt er nu bij ons station, dus wat gebeurt er op Leerpark, dat moet nog wel ingevuld worden. Dat gaat natuurlijk wel medebepalen hoe die bedragen uitpakken. Dat was even de toelichting op uw vraag. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter.
Ik heb eigenlijk, misschien een beetje flauw, min of meer dezelfde vraag als de heer Den Hartog, maar dan over de Dordwijkzone. Omdat natuurlijk boven het kopje staat niet … De voorzitter: Dat is niet voor de heer Goossensen, want dan krijgen we … Daar komt zo meteen nog iemand die gaat daar wat over zeggen. De heer Hartmeijer: O, ik ben te vroeg.
44
De voorzitter: Dat is namelijk mevrouw Van Buul. Die begon al gelijk van wat gebeurt er? Die is nu aan de beurt en dan waarschijnlijk kunt u de vraag dan aan mevrouw Van Buul stellen. Als de heer Goossensen inderdaad zoals hij gezegd heeft de hoofdlijnen aangegeven heeft, dan geef ik het woord aan mevrouw … O, nee. Mevrouw Van Vugt, toch nog aan de heer Goossensen? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, dank u wel. Aan de heer Goossensen, want ik wilde nog iets vragen over de knoop, hoe noemde je dat, de knoop Leerpark-Gezondheidspark, want dat hoort hier wel bij? Ja, dan zit ik goed. Daar zitten natuurlijk nog verenigingen en daar zitten nog volgens mij het Schippersinternaat. Weten die al wat beter waar ze aan toe zijn? Want die kunnen eigenlijk weinig toekomstplannen maken. Dat lijkt me nog wel belangrijk. De heer Goossensen: We hebben eigenlijk op die knoop Leerpark-Gezondheidspark drie fasen. Eerste fase is nu, daar werken we nu aan, namelijk het Leerpark. Dan moeten we nog een klein ding afmaken. Dan hebben we die hele gebiedsontwikkeling na vijftien jaar helemaal rond met Heijmans. Twee is dat we het station in ontwikkeling krijgen. Daar zijn nog drie opties voor qua plek, dus dat is de tweede. De derde inderdaad, de andere kant van het spoor met tennisverenigingen, padel, het schippersinternaat. Daarvan hebben we gezegd: daar gaan wij niet nu actief ontwikkelen.
Er zit natuurlijk wel in het perspectief dat ooit gepraat moet worden over de ontwikkeling in dit gebied, dus als deze partijen zelf behoefte hebben om te zeggen: we willen eens komen praten, en we zijn in goed contact bijvoorbeeld met het schippersinternaat: we moeten toch investeringen doen of ontwikkelingen in hoeveel studenten of … Natuurlijk gaan we dan graag in gesprek, maar het is niet zo dat wij heel actief uit zijn op snel invullen van afspraak voor dat gebied. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vraag me een beetje af of het handig is, maar ik ga hem gewoon stellen omdat hij over het Leerpark gaat en dan hoop ik zo met glansrijke toekomst misschien dan nog een vraag te stellen, maar goed, over het Leerpark. Ik lees in de bijlage dat het aantal mbo-studenten afneemt en in het integraal huisvestingsplan toentertijd staat ook dat het komt omdat ouders veelal het Leerpark onveilig ervaren voor hun kinderen. Ik vroeg me af enige duiding van u of daar iets over gezegd kan worden en hoe daar dan op gereflecteerd wordt. De heer Goossensen: Voorzitter, als minst deskundige … Serge weet dat waarschijnlijk beter, zal ik mee beginnen. De voorzitter: Dan gaan we weer, dus … Dat is een vraag die dan dus niet bij de heer Goossensen thuishoort. De heer Goossensen: Maar ik kan daar wel kort iets over zeggen. De voorzitter: Oké.
45
De heer Goossensen: Er si demografisch gezien iets aan de hand met het aantal mbostudenten, dat daalt. Dat is overal. De bestuurders van ons Da Vinci College zijn niet ontevreden met de getallen die u ziet, even uit mijn hoofd, ik geloof dat we nu op … Ik heb even de getallen niet, maar die stonden inderdaad in de OCD-monitor. Wat is nou belangrijk, want u heeft het even over de veiligheid in het gebied. Daar lees ik ook wel eens wat over in de krant, maar als je de bestuurders vraagt: wat is nou de opgave om dat aantal op peil te houden? Natuurlijk de aantrekkingskracht in de brede regio. En twee, ze zijn erg bezig met uitval. Toch sinds corona is ook in het mbo echt uitval een thema, dus studenten die gewoon de weg kwijtraken en stoppen. En twee, het behoud van toppertjes en zorgen dat ze door kunnen schakelen. Mbo 3, 4, vooral richting kopopleidingen zoals die Ad opleidingen, die vooral vasthouden. En ze hebben wel echt last van wat wordt genoemd groenpluk. Er is natuurlijk zo'n krappe arbeidsmarkt dat werkgevers klaarstaan om nog niet afgestudeerde mbo'ers te zeggen: wil jij je rijbewijs gratis? Begin dan bij ons te werken, diplomaatje is helemaal niet nodig tegenwoordig. Dat zijn echt wel dingen die, als het gaat om hoe zorgen ze dat die studenten ook met hun diploma’s komen, erg spelen. Daar kan Serge waarschijnlijk straks nog als hij aan de beurt is iets aan toevoegen.
De voorzitter: Toch nog even, of even wachten? Toch nog even mevrouw Schnabel, een aanvulling. Mevrouw Schnabel: Een hele kleine aanvulling, want dit was eigenlijk meer inderdaad wat ik aan de heer Bomius wilde vragen, maar ik heb het echt over fysieke veiligheid, omdat dat zo aangegeven wordt dat dat als probleem wordt ervaren. De voorzitter: Dan zitten we naar elkaar te kijken, geloof ik. De fysieke veiligheid, de heer Bomius dan toch? De heer Bomius: Nee, sorry. Ik gaf al aan, maar dat, voorzitter, dat moet ik met versterking doen. Dat neem ik zo mee in het verhaal. De voorzitter: Oké. Als dit het dan is, dan stel ik voor dat we eerst naar mevrouw Van Buul gaan die dan eventjes haar verhaal kan leveren aan de commissie. Alstublieft, u heeft het woord. Mevrouw Van Buul: Dank u wel, voorzitter. Ik neem u even mee over het programma Dordwijkzone, u bekend. Het gaat natuurlijk over vier gebieden. Ik had me voorgenomen om u even mee te nemen wat nu de stand van zaken is en met iets meer kleuring dan dat u in de stukken heeft gezien. Ik hoop dat dat voldoet aan wat u verwachtte. De vier gebieden: Jeugddorp, Stadspolders, Reeweg, Krommedijk, sportpark op het Krommedijk, de parkendriehoek en dan Stevensweg/Schenkeldijk. De Dordwijkzone voldoet heel erg aan meerdere doelen in uw Omgevingsvisie die Dordrecht heeft vastgesteld.
Het gaat over gezondheid, het gaat over leefbaarheid, het gaat over biodiversiteit, het gaat over klimaatadaptatie, dus een belangrijk programma mijn inziens. Het grosso modo verloopt het programma inhoudelijk en financieel volgens planning. Er zijn altijd dingen die wat sneller gaan en dingen die wat minder vlot gaan dan verwacht, maar grosso modo, dat heeft Inez ook aangegeven, loopt dit programma goed. Als ik even de stand van zaken rondom de gebieden doorneem. Reewegpark, dat weet u, dat Is inmiddels gereed om
46
overgedragen te worden, moet alleen nog iets gebeuren aan de aansluiting richting Vogelbuurt. De planvorming waar we nu eigenlijk het meest mee bezig zijn en die dus voor u ook het meest zichtbaar wordt de rest van het jaar uit, die betreft de herinrichting van de Schenkeldijk, verwerving rondom de Stevensweg, de parkendriehoek en het oranje-witte Jeugddorpgebied. Als ik eerst even de Schenkeldijk neem en de Stevensweg, u heeft de startnotitie in 2022 vastgesteld en u kunt in Q3 van dit jaar een voorstel voor de herinrichting van het sportpark en een kredietvoorstel verwachten. De Stevensweg, daar bent u in de voortgangsrapportage in februari ook over op de hoogte gebracht dat daar keukentafelgesprekken hebben plaatsgevonden en daar vinden nu gesprekken plaats met, laat ik maar zeggen, grondeigenaren, omdat daar ook natuurlijk wordt gekeken of daar wat woningbouw mogelijk is en in ieder geval ook grond nodig is om de verbindingen in dat gebied meer door te trekken. Een Omgevingsplan wordt voorzien in Q4 2024. De parkendriehoek wordt ook nu opgepakt. Het gaat om het optimaliseren van de routes aldaar en mogelijk wat functies toe te voegen. Volgens mij is een deel van deze commissie, of misschien andere raadsleden, zijn op bezoek geweest bij Oranje Wit nog onlangs. Klopt dat? Ja. Dat heeft bijvoorbeeld sommige dan, anders zijn het u collega’s geweest.
Dat is nou typisch iets wat door ontwikkelingen eigenlijk in de stad wordt vervroegd. Oranje Wit heeft een voorstel gedaan richting de gemeente om kunstgrasveld versneld aan te leggen en de sportvelden eigenlijk te gaan herinrichten. Dat betekent ook dat de route naar Jeugddorp eerder kan worden aangelegd, dus ik denk dat we daar allemaal blij mee mogen zijn. Ze zijn nu dus hard bezig met de startnotitie, die komt in Q3 en het krediet voor aanvraag die volgt aan het eind van het jaar. Dit programma bestaat niet alleen maar uit gebieden, maar ook uit projecten. U heeft al heel veel gezien, communicatieplan, lobbyplan, een kwaliteitsbeeld openbare ruimte is allemaal opgeleverd. De ecologische maatregelen worden ook afgerond in 2024. Voor zover u daar niet echt een beeld bij had, dat ging over extra bomen, het anders inzaaien van de bermen, maar ook faunapassages, vleermuisroute en dergelijke. Die maatregelen worden in 2024 afgerond. Dan stond er ook nog op de planning een afwegingskader om te bepalen als er initiatieven van buiten komen, vinden we die dan passen in de Dordwijkzone ja of nee en een programma van eisen voor de dingen die we er zelf in willen op het gebied van wonen, zorg, economie en dergelijke. Die zijn allemaal eind 2024 gereed. Nou lijkt het misschien zoals ik het nu vertel alsof dit programma in 2024 is afgerond. Dat is natuurlijk niet het geval.
Het is natuurlijk een programma wat gewoon tot 2030 loopt. Wat Inez ook aangaf, het gaat voor een deel over gebiedsontwikkelingen, die hebben een lange doorlooptijd. In dit programma is ook heel erg van belang een aantal infrastructurele ingrepen rondom de N3, maar ook om het hele gebied beter toegankelijk en beter doorkruisbaar te maken. Dat kost allemaal tijd. Tot zover. De voorzitter: Oké. Ik zag dat de heer Den Heijer een vraag wil stellen. De heer Den Heijer: Ja, dank voorzitter. Leuk elkaar zo eens te zien. Persoonlijk feit. Er gaat behoorlijk wat geld in dit programma, 55 miljoen. Ik zie staan dat de Europese Unie en het Rijk zijn onze partners. In hoeverre zijn zij ook gebleken partners te zijn waar het gaat om gewoon cofinanciering, want dat blijft achter. Gaan we daar stappen de komende tijd op verwachten? De tweede vraag was: de Krommedijk, zien we dat er twee keer nu een ontwerpfase aan is gekondigd, gaat het dan ook daadwerkelijk nu gebeuren
47
en kunnen we dan deze periode ook nog een gewijzigd omgevingsplan of bestemmingsplan verwachten? Ik merk ook wel, we zijn weliswaar maar twee jaar verder, maar het wordt elk jaar ook moeilijker om onze doelen te realiseren. Vooral op dit programma maken wij ons ook soms wel wat zorgen, omdat we ook andere ontwikkelingen zien, bijvoorbeeld op de nieuwe Dordtse Biesbosch zien we behoorlijk in het buitengebied investeringen in flora en fauna, weet ik het allemaal. De vraag is even in hoeverre dat zich nog opweegt om dat nu ook binnenstedelijk te doen. Dus de vraag is: klopt deze technische constatering of is het een politieke invulling en moet ik die voor een later moment bewaren? De voorzitter: Twee vragen met betrekking tot de cofinanciering en over de Krommedijk hoorde ik. Mevrouw Van Buul: Ja, want die laatste vond ik inderdaad meer politiek, maar daar redt u mij ook mee. Dan nog zijn het best ingewikkelde vragen, want die cofinanciering, dat was natuurlijk ook wat mijn collega Hans net zei, inderdaad het Rijk op een moment dat je wil verdichten dan weten we, en zeker na de corona, weten we dat je dan ook groen moet toevoegen om te zorgen dat je een leefbare stad behoud. Ik vind het best lastig als je natuurlijk nu leest het hoofdlijnenakkoord en of daar veel geld van gaat komen, het is koffiedik kijken, maar dat u daar zorg om heeft, die kan ik niet wegpraten.
Die heb ik in mijn functie, maar ook als bewoner van dit eiland ook wel inderdaad. Wat betreft Europa, we houden natuurlijk heel erg goed in de gaten wanneer de, wat wij noemen, luiken voor subsidies opengaan, worden dan opengesteld. De eerlijkheid gebiedt ook dat wij een Europese subsidie die we hadden aangevraagd niet hebben gekregen, omdat we eigenlijk onvoldoende innovatief waren en andere aanvragers innovatiever waren met, moet u niet doorvragen, maar had te maken met energieopwekking en dergelijke. Die hadden gewoon een innovatievere aanvraag dan wij. Soms krijg je hem, soms verlies je hem. Deze hebben we verloren, dus maakt het druk om andere inkomstenbronnen te vinden als cofinanciering alleen maar groter. Dat dat zien we zelf ook. Wat betreft de Krommendijk heb ik meegekregen dat het proces rondom de vergunning van de vernieuwbouwrenovatie loopt. Dat andere plannen zijn ons nu niet echt goed bekend. Ik weet wel dat er binnenkort een gesprek met de voorzitter van de Krommedijk plaatsvindt zowel bestuurlijk, ambtelijk en de start van de ontwerpfase wordt nu voorzien in 2025. Dat is wat ik erover kan zeggen. De voorzitter: Dan kijk ik altijd even in het rond of dit voldoende was voor de commissie. Dan krijgen we de heer Bomius nog die hier nog wat mag vertellen over het sociale gebeuren, neem ik aan. U heeft het woord. De heer Bomius: Sociaal-economisch.
Als we zo naar de tandwielen van het plaatje krijgen, is dat volgens mij ook wel een beetje waar we op inzetten. Laat ik met het Dordts leerprogramma beginnen, want dat is de jongste doelgroep, hebben we een mooie lijn te pakken. Gaat dat nou lukken, de doelstelling tegengaan, onderwijsachterstanden, verhogen van het eindniveau aan het einde van de basisschool? Wat kunnen we daar zeggen na twee schooljaren? Want dat is wel een beetje het beeld wat geschetst is in ieder geval. U heeft het ook kunnen lezen, op de ontwikkelgebieden taal, rekenen en lezen als het gaat om deze scholen dan scoorde zij 60 tot 70 procent beter dan vergelijkbare scholen in Nederland. Daar wordt voorzichtig met tevredenheid op gereageerd door de scholen, maar kom ik zo nog even op terug. Als we kijken naar de
48
eindscore, dan zien we in Dordrecht dat dat achterblijft bij het landelijk niveau, maar dat is het Dordtse cijfer. Als je inzoomt op het Dordts leerprogramma scholen, dan is dat een cijfer wat altijd een verhaal oplevert en wat dat betreft ook wat moeilijker vergelijkbaar is. Met andere woorden: nee, de eindniveaus zijn voor die twee schooljaren of twee groepen nog niet van dien aard, maar het programma loopt ook nog maar op deze resultaten voor twee jaar. Wij hebben ook al aangegeven: het heeft wat meer adem nodig, namelijk een iets langere. Voorzichtig zijn dus. De schoolbestuurders geven ook aan: taal, daar zien we best wel een mooie lift in, wij maken ons wat zorgen om het rekenniveau van onze leerlingen. Vervolgens koppelen zij eraan: laten we echt ambitieus zijn en laten we ook echt zeggen in 2030 hebben we een ambitieus streven. Dat is namelijk dat 100 procent van de leerlingen … Nee, 100 procent van de scholen het gemiddeld streefniveau haalt, dus waar dat nu op 60 procent zit, willen zij dat naar 100 procent brengen in 2030. Hoe dan en is dat reëel? Dat willen ze door het verder inzetten van de succesfactoren: een integraal programma met leertijd verlenging, verder uitbouwen, het is nu gemiddeld drie uur, naar vier uur, misschien wel vijf uur. Ze hebben overigens wel grote twijfels of ze dat voor de jongste leeftijd moeten doen, voor de kleuters.
Daar zien zij toch, en dat is vergelijkbaar met het Rotterdamse beeld, dat dat wel te veel gevraagd is. Dus die uren blijven achter beredeneerd. Inzetten van goede professionals. Wat zij hebben gedaan het afgelopen jaar, en dat blijven zij doen, is echt inzetten op die deskundigheidsbevordering. Dat was ingewikkeld in de coronatijd, toen moest er halsoverkop digitale lessen gegeven worden, geleerd worden op die manier. Nu zeggen ze: nee, we gaan echt weer inzetten op die professional, de basis op orde, taal en rekenen. Hoe geef je nou een goede les? Waar moet je op letten? Dat met een schuin oog kijkend of misschien wel heel scherp kijkend naar wetenschappelijke onderbouwing. Onder andere Sardes en Vinci zijn daarbij betrokken, gerenommeerde onderwijsadviesbureaus. Ze zetten in op samenwerking onderling van de teams, maar ook onderling van de scholen. Wij zien dat ook terug dat er meer uitgewisseld wordt: wat werk nou bij jou en hoe kan ik van jou leren? Een belangrijke is ook die investering in het jonge kind. Ik zeg net: ze gaan geen onderwijstijd verlenging voor de kleuters vormgeven voor vijf uur, maar er zijn wel andere manieren om dat beter te doen, bijvoorbeeld de koppeling met de voorschool, de twee-, driejarigen, maar ook meer in te zetten op ouderbetrokkenheid. Hoort niet tot en met 2023, maar we gaan inzetten op niet zes maar twaalf oudergroepen.
We gaan de commissie of de raad vast nog een keer binnen nu en driekwart jaar uitnodigen voor een schoolbezoek. Dan vertellen we daar vast meer over. Dat is eigenlijk het menu van de succesfactoren. Even nog over die cofinanciering, dat is dan misschien ook wel even goed om dat toe te lichten. In ieder geval dit jaar wordt, wil ik heel even vanaf zijn, er nog vijf ton overgemaakt vanuit schoolbesturen die een stukje zelf nog daarin hebben kunnen investeren, dus dat is eigenlijk een soort terugbetaling, dus dat wordt in het staatje gezet. Maar wat niet in het staatje staat, dat zijn de nationale programma’s waar Dordrecht aan mee mag doen omdat wij het Dordts leerprogramma hebben. Dat is bijvoorbeeld het programma school en omgeving, dat zijn middelen die de scholen ontvangen en die de scholen bijvoorbeeld voor een wijkprogramma inzetten, een wijkprogramma waarin Dordtse of Drechtstedenorganisaties in worden gezet voor cultuur of sport, andere vormen van talentontwikkeling. Maar ook het programma kansrijke wijk wat zich inzet voor de leeftijdsgroep nul tot zes, wat heel erg gaat over samenwerking, Jong JGZ, Dordrecht Sociaal, kinderopvang, onderwijs bibliotheek, maar
49
heeft een ander doeleinde, draagt wel bij aan de doelstelling, maar is om die reden niet meegenomen in de cofinanciering. Als tenslotte schoolmaaltijden, een incidentele regeling. Daar is ook wel het een en ander over gecommuniceerd afgelopen week, maar dat is ook naar Dordrecht gegaan ,ook naar veel scholen die Dordts leerprogramma draaien. Het mooie daarvan is dat de boterhammen die ingekocht zijn ook lokaal zijn ingekocht, dus er verdwijnt iets van die middelen ook weer in de ondernemende balansen, dus dat is misschien ook nog wel interessant om te vertellen, maar volgens mij geen cofinanciering. De voorzitter: De eerste Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw uitleg, ben daar erg blij om als ik dit zo allemaal hoor. Wij hebben straks te maken natuurlijk met flinke bezuinigingen die dus aankomen. Heeft het nationaal programma straks daar ook mee te lijden en heeft dat gevolg eventueel voor wat u allemaal nu aan het vertellen bent? De voorzitter: Ik hoor allerlei vragen over wat een nieuw kabinet misschien kan gaan doen, maar dan zeg ik altijd maar dat dat misschien wel handig om eerst even af te wachten of die beleidsvoornemen zou komen. Maar ja, ik geef hem even door aan de heer Bomius. De heer Bomius: Ik wilde u al om hulp vragen, voorzitter.
Maar ik kan er een heel klein stukje over zeggen dat we in ieder geval weten dat het programma school en omgeving van 10 procent naar 5 procent van de deelnemende scholen gaat. Dat betekent voor Dordrecht ongeveer een halvering van deelnemende scholen, dus ook een halvering van middelen ongeveer. Ik denk niet dat het zo hard loopt, maar dat is waar nu op gekoerst wordt. Of de uitwerking zo wordt … De voorzitter: Als die plannen inderdaad door gaan vinden in de kamer, dan … Eerst de heer Den Hartog en dan de heer Den Heijer. De heer Den Hartog: Ja, dank u voorzitter. Dank natuurlijk voor de spreker. Ik werd net even getriggerd door een opmerking die u maakte over ouderinzet. Prachtig, ik kan daar helemaal achter staan. Echter, ik werk zelf ook in het onderwijs en ik weet uit ervaring dat dat heel erg lastig is. Het is vaak leuren van wie kan de klassenouder worden. Als we er dan eentje hebben dan denken alle andere ouders: gelukkig, ik kan achterover. Eigenlijk alle dingen die geregeld moeten worden. Dus het zou fantastisch zijn, dat wil ik voorop zetten, als dat kan. Maar hoe denkt u dat te doen? De heer Bomius: Dat is inderdaad een hele ingewikkelde en iedere ouder waar je iets voor kunt betekenen is er een, dus dat is het uitgangspunt.
We willen toch iets, zoals we in Dordrecht buurtvaders en buurtmoeders hebben, zou het ook mooi zijn als er schoolambassadeurs of iets dergelijks gaan ontstaan. Moet ik ook bijvoorbeeld denken aan het programma met de schoolmaaltijden wat een behoorlijke groep vrijwilligers naar de school trekt. Ouders, ook niet ouders, opa's en oma's of buurtbewoners, maar daar zie je al wel meer verbondenheid binnen de school ontstaan. Maar goed, het is wel vaak,
50
en dat weten we denk ik ook, degene die je nou echt wil bereiken dat is nou juist de uitdaging en dat blijft, vrees ik. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: De vorige keer hebben we hier ook bij stilgestaan en toen waren er ook al best goede resultaten. Dat is nu ook zo, dus dat is volgens mij hartstikke mooi. Tegelijkertijd kwam ook het aspect naar voren dat er niet per se gestuurd werd op verlengde schooldagen wat, nou laat ik zeggen, voor mijn partij een belangrijke voorwaarde was om dit ook een belangrijk programma te vinden, maar dat er ook gestuurd werd op kwalitatieve inzet van docenten en dat dat soms ten koste ging van de verlengde schooldagen. Dus mijn vraag is: is daar de afgelopen jaren iets in veranderd? De tweede vraag is, mocht dat niet zo zijn of gedeeltelijk zo zijn, houden we dan ook in de gaten wat de schoolresultaten van de andere scholen zijn? Want als leraren meer kunnen verdienen op deze scholen en dan weggeplukt worden van de andere scholen, dan zijn we het probleem wellicht aan het verschuiven. De heer Bomius: Even kijken of ik de vragen in de goede volgorde ga beantwoorden. De eerste twee jaar is het programma voor het grootste gedeelte betaald door de scholen zelf vanuit nationaal programma onderwijs en hebben zij daar inderdaad een aantal andere keuzes in gemaakt, bijvoorbeeld … Sorry? O.
Bijvoorbeeld meer onder schooltijd, kleinere groepen, dat soort dingen, maar dat was echt met onderwijsgeld. Daar kunnen wij niet zo heel veel van zeggen. Het lopende jaar, of wat we nu eigenlijk aan het afronden zijn, zijn we best wel scherp naar de scholen en de schoolbesturen geweest. Dat heeft zelfs geleid tot enkele verhitte discussies, maar goed, als subsidieverstrekker mag je ook wat verwachten en is er niet meer ingezet op professionalisering van de medewerkers. Dat is echt uit de eigen bekostiging van de scholen gegaan en niet uit Dordts leerprogramma, want dat is echt voor die inzet extra uren en daar is het ook voor 95 procent aanbesteed. De tweede vraag gaat over het wegplukken van de professionals, dat risico loop je eigenlijk altijd. Op dit moment valt het mee. Er is in de grote steden natuurlijk een enorme campagne om leerkrachten weg te trekken vanuit bijvoorbeeld Dordrecht en je ziet eigenlijk dat dat minder gebeurt op de scholen die DLP hebben, want dat zijn toch specifiek … Die professionals maken toch een bepaalde keuze: ik wil echt op deze school werken. Je ziet het wel op andere scholen waar het gebeurt inderdaad, scholen in Sterrenburg die moeite hebben ineens omdat er vijf leerkrachten vertrekken en die gaan dan met een rappe vaart richting Rotterdam. Dat heb ik dus nog niet gehoord op de DLP scholen, maar wat niet is dat kan nog komen.
Dat is wel heel moeilijk om daar iets mee te doen. Lijkt me voor de schoolbesturen ook ingewikkeld. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Voorzitter, ik werd daarnet getriggerd doordat u de eindniveaus en de streefniveaus eigenlijk met elkaar aan het verweven was. Ik maak me in die zin … Ik ondersteun het van harte dat die streefniveaus omhoog gaan, want dan heb je de basisvaardigheden een stuk beter, maar dat wil niet automatisch zeggen dat de eindniveaus daarmee ook hoger worden, want dat is een ander soort toets, dat gaat meer om inzicht en het ander gaat meer om vaardigheid. Dus ik hoop niet dat dat een-op-een, want dan stel je denk ik een irreëel doel. Graag een reactie erop even.
51
De heer Bomius: Precies wat u zegt, het is een andere. De Cito-eind die is opgenomen in het rapport is voor alle scholen in Dordt. De streefdoelen die ik noemde zijn specifiek voor het Dordts leerprogramma in kaart gebracht wat dat betreft, dus dat is wel een verschil, maar het is ook wel heel kort om na twee schooljaren ook een conclusie op basis van de eindscores te trekken. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar dan hebben we het nog over iets anders. Ik bedoelde de streefniveaus waren bij de referentieniveaus vastgesteld. Daar gaat het ook in de Monitor over, maar u heeft over de streefniveaus van het Dordtse leerprogramma scholen. Dat is weer wat anders. De heer Bomius: Ja, oké. De 1S, die zijn ongeveer vergelijkbaar, dat is een hoger niveau dan 1F, maar iets onder de 2F. De voorzitter: We gaan de techniek in hoor ik. Dat begrijp ik ook hoor, want dat … Ook bij mevrouw Van Vugt begrijp ik dat waarom ze die richting opgaat. Ik ken haar achtergrond. Ik zit even om me heen te kijken of er nog vragen zijn. Mochten daar geen vragen zijn, dan is de volgende vraag aan de commissie uiteindelijk: was dit voldoende? Dan zie ik opeens toch een vingertje van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel.
Want volgens mij was mijn vraag nog niet beantwoord en daarop aansluitend had ik ook nog namelijk een andere vraag, omdat ik ook bij menselijk kapitaal in de bijlage zag … We hebben vraag naar banen zoals transport en logistiek. We zien juist dat op het mbo dat de opleidingen zijn waarin leerlingenaantal terugloopt, terwijl we wel ook bezig zijn met begeleiden van school naar passend werk. Ik ben benieuwd of daar al enige duiding op is. De heer Bomius: Ja, met goedkeuring van de voorzitter wil ik dan graag het volgende programma toe gaan lichten en dan neem ik gelijk het … De voorzitter: En ik maar denken dat u klaar was, maar u heeft toch een programma natuurlijk. Neem me niet kwalijk. De heer Bomius, gaat uw gang. De heer Bomius: Ja, het is wat. Dit programma heb ik nog niet zo lang, maar ik weet er wel wat van. Glansrijke toekomst over de leeftijd 12 tot 27 waarin we van abstract naar concreet gaan. Waar gaat het ook alweer over? Jongeren op weg naar de stabiele sociaal-economische positie. Het ontwikkelpotentieel benutten of, plat gezegd, minder kwetsbare jongeren of jongeren minder kwetsbaar. Daar ook nog eens kijken: hoe kunnen we die toppers echt gaan ondersteunen? Maar goed, zover zijn we in het programma nog niet.
Wat zijn we dan nu aan het doen? In ieder geval een impactmeting houden bij jongeren om vanuit hun nou eens te horen: wat vinden jullie nou van de hulp die aan jullie geboden is? Die impactmeting is met onze partners, maar ook met de Universiteit van Tilburg opgesteld. Die uitwerking daarvan, wat dat oplevert, dat wordt dan in een gesprek met de jongeren eigenlijk getoetst. Glansrijk gesprek noemen we het, we moeten het wel een beetje verbinden aan het programma natuurlijk. Dat gesprek wordt ook via ons kwaliteitskader wat we samen hebben opgesteld eigenlijk door de professionals gevoerd met de jongeren.
52
Daarin kunnen zij dus aangeven: wat kan jou verder helpen? Ondanks dat het lastig is aan jongeren te vragen: wat heb je nou nodig? Maar de professionals zijn daar beter in dan ik wat dat betreft, zeker op deze leeftijd. Even kijken. Dat merk ik ook wel aan mijn eigen kinderen dat … Ja, je probeert eens wat. Om welke samenwerking gaat het dan? Dat is het Da Vinci College, Yuverta College, Stedelijk Dalton, Insula College samenwerkingsverband passend onderwijs door de sociale dienst Gezondheid en Jeugd en de sociale dienst. Echt de grote partners die eigenlijk elkaar steeds beter vinden in de samenwerking en wij mogen daar dan ook in meedoen eigenlijk als gemeente Dordrecht. Dat is nou eigenlijk ook, maak heel even het bruggetje naar het Leerpark, waarin doordat men elkaar beter leert kennen, beter leert waarderen en ook elkaar aardig vinden, maar ook wat kritischer naar elkaar kan zijn, ontstaan er ook wel situaties waarbij je zegt: we moeten hier nu echt een stap op gaan maken, en om maar even het eerlijke verhaal te vertellen op het Leerpark, daar gebeuren incidenten die onwenselijk zijn.
We weten dat daar een grote groep leerlingen naartoe gaat, een leerlingengroep, veel leerlingen, die vrolijk opstaan en vrolijk naar bed gaan en een hele leuke dag hebben waar heel veel dingen langs gaan, maar die ook wel worden geconfronteerd met een aantal zaken daar die ze nog nooit gezien hebben of waar ze nog nooit van gehoord hebben en eigenlijk moet je dat wel willen. Eigenlijk misschien niet. Wat hebben deze partners nou gezegd op bestuurlijk niveau maar ook op operationeel niveau, wij gaan aan een plan werken om die sociale, fysieke veiligheid daar te gaan verbeteren. De gemeente doet daarin mee. Er zijn wat specialisten ook bij betrokken. Dat ben ik niet als het gaat om deze twee punten fysiek en sociale veiligheid, dus dat doen mijn collega’s graag, maar daar komt een plan. Als dat plan er goed uitziet en ook goed werkt, goed functioneert dan kunnen andere gebieden daarin meeprofiteren. Overigens wordt er ook gekeken naar vergelijkbare gebieden in Nederland waar dat al goed op orde is. Mag van mij, ja. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wordt dat plan ook naar de raad toegezonden en onder welk programma of wat is de naam van dat project? De heer Bomius: Ik durf het niet te zeggen.
Dat weet ik niet of dat zo is, maar ik denk dat het … Ik weet niet wat de naam … De voorzitter: Misschien handig om die vraag eventjes bij de griffie neer te leggen en dat daar dan antwoord op komt. Het gaat over de fysieke en sociale veiligheid op het Leerpark. De heer Bomius: Oké. Wat wil ik dan nog verder vertellen? Wat ik er nog uitpik, want anders ben ik wel heel lang aan het woord, is de verbinding met de arbeidsmarkt. Onderwijs naar arbeidsmarkt. Er is redelijk recent een onderzoek geweest vanuit volgens mij was dat Erasmus, waarbij ze zeggen: die loopbaanoriëntatie en begeleiding die op de vmbo-scholen wordt vormgegeven, dat ziet er best aardig uit, maar het gaat met name over interesse en talent en we missen eigenlijk de factor kansrijke sectoren. Scholen ga daar eens mee aan de slag. Dat hebben we onder de aandacht gebracht bij de scholen in Dordrecht en die hebben dat ook wel omarmd dat advies en daar gaan we stappen op maken. Interessant ook om daar Drechtstedenondernemers aan te verbinden. Sommige staan ook echt te popelen
53
om daar iets moois van te maken. Er zijn ook al wel goede voorbeelden van in de regio, maar op het Dordtse blijft dat op de vmbo's een beetje, laat ik zeggen, klassikaal gericht, terwijl je juist eigenlijk zo'n beweging van je loopbaanoriëntatie veel meer praktisch vorm wilt geven en dat moet ook gewoon kunnen binnen onze regio. Dus daar zien we eigenlijk mooie verbindingen en willen we echt wel stappen op maken. Dan hoor ik vanzelf wel of er nog verdere vragen zijn, want ik denk dat het nu even genoeg … De voorzitter: Ik zag al een handje. Mevrouw Van Vugt, op dit onderwerp nog een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. De verbinding met de arbeidsmarkt. Ik weet dat er de laatste tijd veel bedrijven zijn die eigenlijk hun eigen opleiding starten als alternatief voor mbo-opleidingen. Is daar ook goed contact over, want het is bij sommige als aanvulling op wat het Da Vinci biedt, bij andere is het in plaats van en andere hebben zoiets … Ook in Papendrecht zijn pas weer twee nieuwe mbo's opleidingen gestart die er ook in Dordt zijn. Dus hoe loopt dat allemaal? Daar ben ik wel benieuwd naar. De heer Bomius: Het is een beetje een gewetensvraag, want enerzijds hoop je dat jongeren duurzaam aan de bak komen en ook met een goede startkwalificatie en eigenlijk een basis bekwaamheid hebben richting die sociaal-economische stabiliteit.
Daar is natuurlijk niks mis mee als dit bereikt wordt door dit soort initiatieven. Leren in de context kan heel goed werken voor bepaalde jongeren. Als het gaat om het groenpluk verhaal waar Hans het net over had, dan moet je daar wel altijd kritisch op zijn. Is dit wel een duurzame inzet op? Daarom kijken wij vooral de verbinding met werkgevers, kijken we vooral naar: zijn deze werkgevers bijvoorbeeld verbonden met Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen die toch wel goed in beeld hebben van zijn ze bereid om ook dat maatschappelijke verhaal goed in de smiezen te hebben? Ik weet niet of dat helemaal een volledig antwoord is op uw vraag, maar ik weet ook niet of het dan helemaal een technische vraag is. De voorzitter: Ik dacht net al: we zijn er. Maar dan kijk ik even, hebben we alle programma's wel gehad? Want ik zit natuurlijk te tellen en ik denk: ja, inderdaad ik zie hier nog eentje. Want we hebben het over de duurzame stad en binnenstad ook nog, volgens mij. Wie gaat daar wat over vertellen? De heer Goossensen: Ja, voorzitter. Ik moet ook nog iets zeggen over ruimte voor banen als u het goed vindt. De voorzitter: Ruimte voor banen. Het zijn wel heel veel programma's natuurlijk, dus gaat uw gang. De heer Goossensen: Ik houd het echt kort, want ik snap ook dat informatie overvloedig is.
Ruimte voor banen, is goed om hier even te noemen, is een lange lijn voor de stad. Zoals wij 11.000 extra woningen willen bouwen, willen we ook in die groeiende stad voldoende werk organiseren. Dus in de Monitor staat: we hebben nu een werkeloosheid van 3,7 procent. Dat is fantastisch, dat is natuurlijk goed gegaan, maar voor de lange termijn moeten we echt met die werklocaties bezig blijven. We hebben gezegd Distripark, dat is Kil 4, is het laatste nieuwe terrein, dus je moet goed omgaan met de functionaliteit van je werklocaties. Dat is eigenlijk de kern van het verhaal. Voor elk type werklocatie hebben we een iets verschillende aanpak, dus Distripark zijn we natuurlijk
54
grond aan het uitgeven, dus nu voor fase twee onteigend uitgiftecriteria zijn bijna klaar, kunt u het bijna over hebben. Dan gaan we vrij snel die tweede fase uitgifte doen. Eerste fase is natuurlijk goed gelopen. We hebben wel geleerd van de eerste fase dat je goed moet nadenken over niet alleen hoeveel banen, maar wat voor soort banen en zijn dat banen met impact, dus met ontwikkelkansen, zijn dat banen in de verduurzamingsperspectief en zijn dat banen ook met een behoorlijk karakter van, noem het maar even, vastigheid? Als u nu kijkt naar die naar die uitgiftecriteria voor de tweede fase hebben we daar echt behoorlijk in bijgestuurd, dus u zult zien dat die banen met impactformule nu ook echt zichtbaar worden in de in de aanpak voor Distripark. Voor de revitalisering, Kil 1-2, die we al vrij lang als ambitie hadden, die zat er al afspraak met het Rijk van 2011, zijn we nu echt hard bezig. Vanavond was meen ik, of vanmiddag, in de agendacommissie het voorstel om de formule waarin we ook rond Drechtstreden inzetten, in het ontwikkelwerk inschakelen, uit te werken. Dus we zijn dadelijk echt geëquipeerd met uw besluitvorming om die revitalisering op die gemengde terreinen Kil 1-2 echt krachtig aan te pakken.
In de zeehaven, en een aantal collega's van u was daar twee weken terug denk ik toen we daar … Daar gaan we wel … Dat kwam niet zo aan de orde tijdens dat toertje, maar we vinden dat het wel wat harder kan met het ontwikkelen in het … Er staan toch wel een aantal plekken die we toch in 2012 ook al op de kaart hadden staan, daar willen we nu toch echt ontwikkelingen zien. Wat spannend is dat zijn ontwikkeling van de stedelijke banen. Kijk, we willen ook echt een robuustere economie en ook echt stedelijke economie. Kijkt u maar eens even hier op de Spuiboulevard, daar ziet u toch een aantal grote dienstverleners, weer richting het Rotterdamse met name, weggetrokken. Er is een paar banken kwijt, we doen heel veel transformatie, de helft van onze kantoor vierkante meters is getransformeerd naar woningbouw, wat op zich natuurlijk heel goed is vanwege de woningnood, maar moet niet, en dat is wat iedere stad langs die Oude Lijn raakt, doorslaan, want die stedelijke banen zijn hartstikke belangrijk voor onze economie. Dus bijvoorbeeld in het Maasterras hebben we ook echt een ambitie ook op werk op het Maasterras. Dat zijn wel dingen die we ook echt in het kader van ruimte voor baan heel spannend vinden.
Het laatste is: we hebben natuurlijk aan de Merwedekant niet zozeer grote programma’s lopen, maar wel voor individuele bedrijven of bedrijventerreinen goedlopende acties, denk even aan de verplaatsing van Dolderman. Als u daar eens gaat kijken dat is echt … We hebben zelfs een wethouder uit Rotterdam, nogmaals Rotterdam, op bezoek gehad om eens af te kijken van hoe het ons toch gelukt is om Dolderman op een hele mooie plek te krijgen. Peute is verplaatst naar Amsterdam, die zit ook fantastisch aan het water, duurzaam vervoer. En we zijn druk met de derde Merwedehaven bezig om de derde Merwedehaven van de provincie te kopen. Daar gaan we ook een mooie maritieme invulling aan geven. De voorzitter: Ik zag dat de heer Gorter een vraag had. De heer Gorter: Dat heeft u goed gezien, voorzitter. Ik neem aan dat het kopje ondernemerschap bij u zit. We hebben een ambitie in dit plan, op plek 5 in 2030. Kan het kloppen dat ik geen cijfers zie van een enquête onder ondernemers in 2023? Dat alleen de cijfers van 2022 er nog instaan. De heer Goossensen: Dat kan zijn en ik weet niet precies met welke frequentie die enquête werd uitgevoerd.
55
De heer Gorter: Mijn andere vraag zou zijn wat daar de reden van is, waarom die cijfers niet meegenomen zijn. De heer Goossensen: Als ze er waren geweest, hadden ze zeker in dat stuk gestaan. Ik zou even moeten nagaan met welke frequentie wij dat … Dat doen we natuurlijk niet in ons eentje, dat is een soort landelijke wanneer die publicatie van die actuele cijfers is. Als die er is, zullen we daar denk ik via een RIB of zo aandacht aan geven. De heer Gorter: Mag ik nog een vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Momentje, want ik hoor hier achter de heer Schalk roepen en die zegt om de twee jaar? De heer Schalk: Nou, in principe … De voorzitter: Even in de microfoon, alstublieft. De heer Schalk. De heer Schalk: In principe om de twee à drie jaar, maar de enquête werd gestimuleerd door de VNG en die is daarmee gestopt. Daarmee is ook voor andere gemeenten het minder aantrekkelijk geworden om die enquête uit te voeren, maar in principe zou dit jaar wel die enquête weer worden uitgevoerd, in ieder geval door Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. Het antwoord, de heer Gorter. De heer Gorter: Ik heb het gehoord. Ik zie ook cijfers van ruim 2100 start-ups. Vind ik fantastisch, dat zijn er heel veel. Hebben wij daar op het eiland wel voldoende ruimte voor? Want dat soort start-ups vragen vraag kleinschalige bedrijfsruimte.
Is die er wel voor zo’n grote groep start-ups? De heer Goossensen: Ik wil een kleine nuance maken bij het woord start-up, want bij start-up denk je al aan een leuk creatief bedrijfje met een ateliertje. Terwijl dit gaat ook gewoon om zzp'ers die starten, dus dat is een hele diverse doelgroep. Wij kijken wel met partijen in de stad die aan bedrijfshuisvesting doen, of wij inderdaad een voldoende divers aanbod hebben. Bijvoorbeeld kijken voor de revitalisering in Kil 1-2 na dit soort vragen. Wat wij niet willen, is allerlei garageboxachtige formules. We zien dat op verschillende terreinen in het Rotterdams, maar ook hier, dat we gewoon slecht ervaring hebben met wat je dan aan ondernemers binnenhaalt. De voorzitter: De heer Wringer en dan daarna de heer Den Heijer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Dank zover. Een vraagje over de nieuwe banen, onder andere op Distripark, die we creëren in Dordrecht. Wordt er gemonitord of deze banen worden opgevuld door Dordtenaren of mensen uit de Drechtsteden, of zijn het werknemers die elders uit Nederland komen en dan terugrijden en daar hun geld uitgeven? Want we willen natuurlijk wel de economie hier verder stimuleren. Wordt dat gemonitord? De heer Goossensen: Ik even niet scherp, maar ik denk dat dat …
56
De voorzitter: Staat dat in de stukken is de vraag. Of er onderzoek is gedaan of dat in Districentra of dat daar Dordtenaren aan het werk zijn of dat dat mensen van buiten zijn? Ja De heer Schalk: Wel per saldo is de pendel afgenomen, dus omdat er meer banen in Dordrecht zijn gekomen, zijn er ook meer Dordtenaren in Dordrecht blijven werken, dus de uitgaande pendel is minder toegenomen als anders het geval zou zijn en er is meer inkomende pendel gekomen, dus er zijn ook inderdaad banen naar mensen … Maar dan praat je eigenlijk meer over Rotterdam de provincie in het algemeen of om regiogemeenten die hier zijn komen werken. De voorzitter: Uw antwoord. Dan de heer Den Heijer nog. De heer Den Heijer: Dit is een van de programma's waarin revolverendheid duidelijk zichtbaar moet kunnen worden, net als het andere programma wat vooral ziet op woningbouw. Dus ik was vooral benieuwd, hoe maken we die vertaalslag als we bijvoorbeeld ARL-uitbreiding hebben of inderdaad OZB-inkomsten omhoog gaan, vertalen we dat meteen door in onze exploitatie van de begroting of hebben we daar ramingen voor? Kun je daar iets over vertellen? De heer Goossensen: We hebben wel eens in kaart gebracht, ik heb even de getallen niet paraat, van wat nou Distripark betekent.
We hebben natuurlijk met die grond redelijk goed geboerd om het maar zo te zeggen, was nog best spannend toen in juli 2017 besluit is genomen om Distripark Kil 4 te starten. Maar de impact even op wat je inderdaad aan OZB binnenhaalt, is best fors. Ik heb even het getal niet, maar dat om aardige getallen jaarlijkse, structureel. Het tweede is, want ik noemde even het woord revolverendheid, dat raakt eigenlijk meteen mijn laatste punt van hoe doen we nou dat werk aan die bedrijfslocaties? Dat is dat we op veel plekken waar dat echt nodig is grond dus opkopen, als gemeente of als Drechtsteden, klaarmaken, vaak dingen samenvoegen, weer een … En dat we uitgeven aan partijen waarvan wij denken dat ze maatschappelijk gezien toegevoegde waarde geven. Er zit natuurlijk altijd een risicootje in, die hebben we ook betrokken nu in hoe we met die middelen kunnen spelen, die 12,5 miljoen die we hadden voor revitalisering en 8 miljoen die daar vanuit de Enecopot bij zit, maar we gaan er natuurlijk vanuit dat we dat zoveel mogelijk revolverend, even uw punt, kunnen doen. Wij zijn best goed gestemd ook over het instrumentarium, niet iedere gemeente heeft ook zo'n ontwikkeld bedrijf dat dit soort dingen kan doen. Dan heb je namelijk als enige alternatief dat je met subsidies kan gaan werken.
Ik ben eigenlijk ook hartstikke positief gestemd en verlost van de macro-effecten op dat die bedrijven ook via belasting bijdragen, dat wij dat via die strategieën met revolverende formule met wel wat risico's dat we dat in deze lijn heel handig doen. De voorzitter: Dan is de volgende vraag … Die fout ga ik niet meer maken. Is er nog een programma waar nog … We hebben nog tien minuten, zie ik. De heer Goossensen: Ik ga het nu heel kort houden, want we hebben nog twee. Ik zou nog even iets over duurzame stad willen zeggen. Duurzame stad. Ga ik even terug naar de radertjes van Hans van Boekhoven. Duurzaamheid was niet een variabele waar we vanuit de goede agenda echt hard op hebben ingezet. Het was een
57
meekoppelprogramma en dat ging over duurzame opwek, dus denk ook even wat ook bedrijven kunnen doen om te verduurzamen met zonnepanelen, et cetera. Het ging om ons eigen vastgoed. Er zijn gewoon regels voor over het verduurzamen van je vastgoed en eigenlijk hebben wij de Enecopot als, noem het maar eventjes, als investeringspot gebruikt revolverend. Op die twee fronten loopt uiteraard de uitvoering hard. Als het gaat om de zon- en windlocaties is het natuurlijk hartstikke goed dat we binnenkort ook goed in de Omgevingsvisie vastgelegde Structuurvisie voor wind en zon opwekken hebben. Daar zitten namelijk, maar dat ligt natuurlijk aan u, maar daar zitten waarschijnlijk een paar hele mooie plekken in waar wij met deze stimulering van opwek weer een zwengel aan kunnen geven. Denk ook even als het gaat om zonlocaties om de Grote Rug, om het Spaarbekken. Het zou natuurlijk fantastisch zijn dat we dat voor een kwart of zelfs ietsje meer kunnen vastleggen. Dat zijn nog wel processen die niet zo heel makkelijk zijn, want er zitten een hoop mits en maren toch wel aan dit soort projecten, maar met de middelen die we hier voor die stimulering hebben vastgelegd, wordt er wel hard aan gewerkt en zitten ook dit soort grote projecten, niet alleen zon op het dak wat natuurlijk ook al bij die grote bedrijven heel hard gaat, zitten we in de pijplijn.
Voor het verduurzamen van onze eigen vastgoed werken we in tranches, dus we hebben een eerste tranche gehad, nu weer een nieuwe trance met Biesboschcentrum, Essenhof een paar gebouwen, Stadsarchief, het wijkcentrum De Staart, dus dat loopt. Dat is wel om te voldoen aan gewoon de wettelijke vereisten. Dus als u zegt: we hebben een verduurzamingsambitie vanuit klimaat 2040, dan is die nog niet even inbegrepen in wat we hier aan het uitvoeren zijn. Dat zijn eigenlijk de punten die ik zou willen maken. Meteen maar door naar de binnenstad, voorzitter? De voorzitter: Ja, ik zou gelijk doorgaan. Is het laatste punt, laatste programma neem ik aan, of niet? De heer Goossensen: Zeker. Ik houd er echt mee op, voorzitter. Dat beloof ik u. Als je nog een aanvulling hebt, Monique, doe vooral. Maar binnenstad ging om voorziening en levendigheid. We willen de kwaliteit en ook de reuring en ook de economische kracht op peil houden. Daarvoor moet je echt bezig blijven. Er is natuurlijk fantastisch in de crisisperiode geïnvesteerd in openbare ruimte, maar het is niet voldoende om goed op niveau te blijven. Het kernwinkelgebied willen we wat kleiner hebben, woonfuncties daaromheen de mogelijkheden verruimd, kwaliteit van de openbare ruimte en auto's waar dat kan in garages, iets meer ruimte voor levendigheid en groen. Dat is natuurlijk de hoofdlijn van waar je mee bezig bent.
Als ik nou kijk wat hebben we de laatste negen maanden sinds begin oktober gedaan? We zijn heel veel met beleidskaders bezig geweest, wat heel nodig is. Dus het horecabeleid en de markten, maar vergeet ook niet ons mobiliteitsplan wat nog in bespreking is in de raad en waar we hopelijk einde van de zomer … De voorzitter: Dit verstond ik even niet goed. Wat zei u? De heer Goossensen: Mobiliteitsplan? De voorzitter: Mobiliteitsplan. Ja, dat ligt aan mijn gehoor. Ik ben een beetje doof. De heer Goossensen: Het is ontzettend belangrijk voor de binnenstadontwikkeling.
58
De voorzitter: Een vraag daarover, de heer Safranti? De heer Safranti: Ja, ik had in dit geval … Nee, geen straatmuzikant die hebben we net gehad. Ik was benieuwd naar Voorstraat, want ik zie het alleen maar verder verloederen en heel veel leegstaan de laatste tijd. Ik vind dat u een prima pleidooi houdt over de binnenstad, ben ik in grote lijnen mee eens hoor. Alleen nogmaals, de Voorstraat is toch een pijnpunt denk ik waar … De voorzitter: De heer Safranti heeft zorgen over de Voorstraat, mijnheer Goossensen. De heer Safranti: Inderdaad. Het leegloop met name. De heer Goossensen: Ik snap uw punt helemaal. Als ik daar loop denk ik ook wel eens van … We zijn natuurlijk inmiddels, dat werkt heel goed, heel goed in gesprek. Niet alleen binnenstadsondernemers, maar ook met vastgoed partijen. Dan wordt natuurlijk ook echt wel gekeken van wat kun je in zo'n gebied uitgaande van slijpen aan een diamant, dus het Structuurplan, wat voor stappen kan je zetten? Ik kan er niet heel concreet even bij u op terugkomen van en wat hebben we nou in de pijplijn zitten? Maar het zou heel mooi zijn dat je die kant van de Voorstraat ook even een zetje kunt geven. Misschien even in aanvulling, voorzitter, vergroenen. We hebben natuurlijk een eerste stap, noem ik het maar even, zo'n vergoedingsplan met 5,5 ton aan investeringen.
Als eerste stap om dit op verschillende plekken verder te gaan invullen, je ziet het, veel steden doen en het geeft gewoon een waanzinnige kwaliteit die extra groen. Ik ben net nog even langs de Aardappelmarkt gereden, gaat niet het gesprek over, maar hoe mooi zou het toch zijn, het was een fantastische avond, je ziet er heel mooi dat groen langs op de kades langs het water, als je dat stuk echt kwalitatief goed inricht? Om maar eens even een plek te noemen. De voorzitter: Vandaag is de Aardappelmarkt ook behandeld. Heeft u daar nog een vraag over of zit u dan misschien in de verkeerde commissie, de heer Safranti? De heer Safranti: Ik heb daar zeker een vraag over. Ik vind het prima hoor, dat vergroenen, want ik word nu wel een beetje gek in elke commissie het over vergroenen te hebben. Ik heb het over de levendigheid van onze stad als ik naar … Ja, GroenLinks, prima, maar ik wil wel dat onze stad ook gaat leven. Met name als ik bijvoorbeeld Leiden kijk, Delft kijk, beetje soortgelijke gemeenten die wij dus in Dordrecht hebben, die hebben gewoon een bruisende levende binnenstad met minder leegloop en juist meer levendigheid. Prima dat we over groen hebben, maar ik zou meer u willen horen over de levendigheid in de binnenstad. De voorzitter: Dat is toch weer dat riekt politiek en we hebben al een nieuwe horecabeleid, aldus … De heer Den Heijer nog.
De heer Den Heijer: De heer Safranti proberen een beetje te helpen om het handen en voeten te geven. Wat echt randvoorwaardelijk is voor wat de heer Goossensen naar voren brengt, is natuurlijk de creatie van die parkeergarages. De vraag is eigenlijk heel concreet, wanneer verwachten we nou daar de volgende stappen op? Omdat juist die creatie van die parkeergarages aan de rand ook de ruimte verschaft om, wat u misschien
59
ziet als hobby's, maar om ook aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad te kunnen werken. De voorzitter: Het is bijna tijd, dus ik geef u nog even de mogelijkheid om hierop te antwoorden. De heer Goossensen De heer Goossensen: Dat was ook mijn laatste puntje, voorzitter, dus … Maar parkeren is natuurlijk superbelangrijk om stappen te zetten. We hebben nu voor alle parkeervoorzieningen die wij op het oog hebben, en dat hebben we ook al vertrouwelijk met de commissie gedeeld, een helder beeld van de zogeheten netto contante waarde, dus wat kost die dan met een exploitatie van 50 jaar? We hebben concreet ideeën over welke voorzieningen kun je nu in een soort treintje ontwikkelen zodat je ook voor de binnenstad en voor bezoekers over de komende tien jaar voldoende plek hebt? Je kunt niet overal gaan zitten timmeren, om het maar zo te zeggen. Dat hebben we al redelijk op scherp. Dus als die Mobiliteitsnota, het Mobiliteitsplan, wordt aangenomen, kunnen we vrij snel, en dan kijken we naar parkeren in Grote Markt, we kijken naar Maasparkgebied, vrij snel doorschakelen naar concretere plannen. Dat wordt natuurlijk altijd weer ingewikkeld. Als je zegt: het gaat niet aan parkeervoorzieningen, maar je wilt woningbouw bijvoorbeeld bij de Grote Markt. Dan is even de vraag hoe we snel die stappen kunnen zetten.
We denken wel na de zomer of ergens in het najaar in ieder geval naar de raadscommissie mee te komen, dus dat kan vrij snel. Het gaat natuurlijk wel om heel veel voorzieningen, heel veel werk, dus we zullen de volgordelijkheid, wat pakken we nu wanneer in welk gebied aan, zullen we goed moeten bepalen. De voorzitter: Dan is het 11 uur en dan denk ik dat, als ik denk ik de commissie kan inschatten, dat dit stuk ter kennisname kan naar de raad. Dan dank ik in ieder geval het ambtelijk apparaat voor de toelichting. En wens ik iedereen nog prettige avond en wel thuis. Neem u spullen mee alstublieft, ook het glaswerk.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 juli 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
60