CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2024.04.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 534.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Mevrouw Kruger: Nog eentje over, is nu alles vrijwillig? Ik bedoel, buiten de openingstijden van het museum, maar ook de openingstijden van het museum? Alles draait op vrijwilligers en het wordt aangestuurd door het stichtingsbestuur? De heer Gooshouwer: Ja. De voorzitter: De heer Gorter.

41

De heer Gooshouwer: Het is overigens zo... Sorry. Doe je de bril op om mij te zien, voorzitter? Een aantal vrijwilligers die zouden recht hebben op een vrijwilligersvergoeding en die zien daarvan af. En een aantal vrijwilligers zijn ook donateur. Het is ongelooflijk. In de coronatijd is elk culturele instelling vrijwilligers kwijtgeraakt. Wij hebben er alleen maar bij gekregen omdat er was heel veel te doen. Er was heel veel te klussen. We hebben heel veel onder uit dat pand gepleegd. De Maaskamer is helemaal gerenoveerd. Heeft u misschien ook gelezen in de krant. De voorzitter: We gaan even naar de volgende vraag. De heer Gorter. De heer Gorter: Ik doe ook de bril op hoor. Dat tekort van 50.000, welk percentage is dat van de totale begroting? De heer Gooshouwer: Is ongeveer een half procent. Van onze begroting? De heer Gorter: Van jullie eigen begroting. De heer Gooshouwer: Sorry. Even denken, dat is ik geloof iets van twintig procent. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. U haalde ook Huis van Gijn aan eerder. Wat is dan de situatie daar bij hen? En is er dan een ongelijk speelveld tussen jullie en Huis van Gijn? De heer Gooshouwer: Een ongelijk speelveld, volgens mij zie ik daar de zakelijk directeur van het Dordrechts Museum zitten, die dat veel beter kan uitleggen dan ik.

Wat ik ervan begrepen heb, maar ik heb me pas een jaar geleden verdiept in hoe dat allemaal reilt en zeilt hier binnen deze gemeente, valt het Dordrechts Museum, Van Gijn en Hof van Nederland en dat archief helemaal niet onder de cultuurbegroting. Dat is rechtstreeks onderdeel van de gemeente. De voorzitter: We gaan daar dan nu even niet verder op in. De heer Gooshouwer: Maar wij vinden Van Gijn een heel leuk museum. Laat dat duidelijk zijn. Dat is voor ons een inspiratiebron. Ze hebben ons ook geholpen toen. De voorzitter: Mijnheer Gooshouwer, even stoppen over het Huis van Gijn. We gaan even door, want er is nog een brandende vraag van de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Excuses als het al is beantwoord, maar samen met mijn buurvrouw hadden wij nog de vraag waar precies die 50.000 vandaan komt als een gat is, dat er stijgende kosten of zijn er andere omstandigheden geweest waardoor dat nieuwe gat eigenlijk is ontstaan? De heer Gooshouwer: Nee, dat is al een jarenlang bestaande situatie. En dat zijn met name de huisvestingskosten, want voor de rest hebben wij nauwelijks kosten. Wij zijn heel zuinig met PR marketing en dat soort zaken, hoewel je daar eigenlijk veel meer geld aan zou moeten besteden.

42

De voorzitter: Structureel huisvesting. Nog een vraag? De heer De Heer: Dan kort de aanvullende vraag. Hoe is het in het verleden gelukt om dat gat te dichten? De heer Gooshouwer: Het is nooit gelukt om het gat te dichten. Alleen we hebben dat uit externe bronnen gedaan. Alleen dat is nu een keer eindig. We hoopten dat we ooit een keer een kostendekkende exploitatie zouden kunnen bewerkstelligen. En dat is niet gelukt. Zo reëel moeten we zijn met zijn allen. En nogmaals, we waren eigenlijk al van plan om dit gesprek vier jaar geleden te hebben, maar dat vonden we toen achteraf iets te vroeg. De voorzitter: Ik wil u bedanken voor uw komst en voor de uiteenzetting over het Patriciërshuis. En iedereen heeft hier gehoord en dat krijgt zijn plekje wel in de verdere overleggen. Ik wens u wel thuis en veel beterschap voor uw dochter. Dan gaan we door naar het volgende onderdeel van deze vergadering. En dan zal mevrouw Van Walderveen ons een presentatie geven over de Cultuurnota. Mevrouw Van Walderveen: Ik heb een presentatie voorbereid over de hoofdlijnen van de nota. Een aantal stappen licht ik wat nader toe die misschien nog wat vragen oproepen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de inspraakreactie. Daar ga ik zo nog wat verder op in. Als eerste even in het kort. Mevrouw Kruger: Voorzitter, even een korte vraag.

Sorry dat ik meteen al in de rede val, maar is het de bedoeling dat we eerst de presentatie helemaal afwachten of kunnen we tussendoor vragen stellen? De voorzitter: Verduidelijkende vragen mogen tussendoor, maar de vragen waarvan u weet dat ze wat langer duren even ophouden. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dit is misschien beter een ordevoorstel. Hebben we dan wel tijd om naar alle insprekers te luisteren? De voorzitter: Vandaar dat ik zeg, alleen vragen waar een kort antwoord op mogelijk is, dat kan even, maar voor de rest echt niet. Want we hebben nog heel veel mensen die hier ook nog graag iets willen zeggen. Mevrouw Van Walderveen: En mijn presentatie zou in principe tien minuutjes duren, denk ik. Even kijken, het proces in het kort. We hebben een startnotitie vastgesteld, of heeft u vastgesteld. Die hebben we voorgelegd in mei vorig jaar. We hebben onderzoek en analyse uitgevoerd. Het Cultureel Platform heeft een advies geven. We hebben allerlei participatiebijeenkomsten gehad, waar een aantal van u ook aanwezig was. We hebben nog bij de huidige organisaties, die in de basisinfrastructuur zitten, dat zijn de grote of de culturele partijen, gevraagd om een schetsplan. We hebben nog een consultatiesessie gehad met de raad in augustus vorig jaar, waarin we nog een aantal keuzes hadden voorgelegd.

We hebben nog de betrokkenen in het proces een keertje tussentijds ook teruggekoppeld wat de stand van zaken was. Nog een extra feedbackronde hebben we gehad en de afronding. En ik weet dat sommigen wel zich afvroegen ook van, waarom duurt het zolang? Dit zat hem vooral in de feedbackronde en

43

de afronding. Daar zijn echt een paar belangrijke keuzes nog zorgvuldig overwogen van, welke kant gaan we op? En die licht ik zo meteen nog even toe. Nog even de startnotitie uitgangspunten op een rij. Wat u als kader had meegegeven. Voortbouwen op de huidige nota. De kracht van cultuur voor en door iedere Dordtenaar, met een aantal accenten. Cultuur voor en door iedereen. Vergroten aantrekkelijkheid en levendigheid van de stad. Toekomstbestendige cultuursector. En de horizon is 2030. En het huidige financiële kader is als uitgangspunt genomen. Dat betekent inclusief een Kadernota, middelen die vorig jaar nog zijn toegevoegd. Maar dat is het kader. En dat betekent dat niet alles kan, maar dat we geprobeerd hebben om een nota te maken die realistisch lijkt, met een aantal kansen die we nog zien, maar wel met een aantal keuzes. Dan de hoofdpunten. Waarde voor cultuur. Deze heb ik al eens een keer eerder laten zien, ook in een andere presentatie. Dit zijn de drie waarden die we zien voor cultuur voor Dordrecht. Artistieke waarde, maatschappelijke waarde en economische waarde. En in de nota hebben we nu wat meer accent gelegd of leggen we de komende jaren, is het voorstel, op de maatschappelijke en de economische waarde. Dan is cultuur als ecosysteem nieuw in deze nota. Tenminste, dat we dat zien als het bindende idee.

Cultuur is verbonden met andere beleidsterreinen, sport, sociaal domein, bedrijfsleven en onderwijs. Maar ook onderling kruisbestuivingen, crossovers en verbindingen leggen binnen de cultuursector is heel belangrijk en wordt dat nog belangrijker. Niet alleen binnen Dordrecht, maar ook met de omliggende gemeenten, met steden als Rotterdam, maar ook landelijk. Dordrecht staat niet op zichzelf. En de culturele sector staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter geheel en kan vooral tot bloei komen als we op die verbindingen en de samenwerking crossovers investeren. Dat is het idee erachter. En daarvoor zijn wel organisatie en financiën nodig, want dat gaat niet geheel vanzelf. Maar dit is waar de nota eigenlijk om draait. Dan hebben we de pijlers en ambities. Ik ga ze niet allemaal voorlezen, want dat heeft u gezien. Maar ik dacht, ik attendeer er nog even op. Die staan wel op pagina 10. En ik ga zo meteen op een paar bijzondere punten hieruit nog even wat verder door. Want deze ambities hebben we vertaald in acties. In een soort programma van hoe we dat dan willen bereiken. En met we bedoel ik gewoon de gemeente, college. Even kijken. Cultuur voor en door iedereen. Dat is de eerste pijler. Het praat altijd het zo gek. Maar even kijken. Cultuur voor en door iedereen. Dat was een van de belangrijke uitgangspunten, ook uit de startnotitie.

Dat draait om spreiding van aanbod van activiteiten. Niet alleen in de binnenstad, maar ook in de wijken. Nog nadrukkelijker is deze pijler belangrijk. Dit is er echt eentje, die was al onderdeel van de vorige nota, maar geven we nog iets meer nadruk. Het vergroten van het bereik van doelgroepen. En dat betekent vooral meer mensen, maar ook gewoon meer verschillende groepen. Ook groepen die nu wat minder in aanraking komen met cultuur. Dat moet nog beter bereikt worden. En dat draait dan meteen maar om diversiteit en inclusie. Ook de verbinding met het sociaal domein en gezondheid. En het tweejaarlijks onderzoek met het culturele doelgroepenmodel is een manier om dat te monitoren, in hoeverre we daar als gemeente in slagen, en de culturele partijen. Dan het vergroten van de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de stad. Cultuur draagt bij hieraan. En vooral door het versterken van het DNA van de stad. En dat doen we door culturele evenementen onderdeel te maken van gebiedsontwikkelingen. Kijken, hoe kun je cultuur nog meer een rol laten spelen in gebieden als Wantij-West en de StadsAs. En kunst in de openbare ruimte. En als laatste nog de toekomstbestendige cultuursector. Die basisinfrastructuur is een belangrijk onderdeel. Er wordt gekozen in deze nota voor het

44

behoud van de huidige samenstelling. En dat is een ingewikkelde keuze geweest. Dat is een van die punten waar echt een zorgvuldige extra afweging nog op is gemaakt. Kunnen we nog iets doen? Moeten we de komende tijd nog iets doen om toch andere organisaties ook toe te voegen, zoals het Dordts Patriciërshuis? Er is uiteindelijk toch voor gekozen om de huidige samenstelling zo te houden en pas in 2029-‘32 of in de aanloop daarna een zorgvuldig proces te ontwerpen, om te kijken welke organisaties nog toegevoegd kunnen worden. Dat is natuurlijk vervelend voor al die organisaties die er dan nu niet inzitten en geen kans voorlopig nog maken op structurele subsidie. Maar dat lijkt nodig, omdat we denken dat vanuit dat idee van de toekomstbestendige cultuursector het niet mogelijk is om alles in stand te houden. En een sterke basis uiteindelijk de mogelijkheid biedt voor verdere groei en bloei. De huidige basisinfrastructuur is op zich al heel divers en compleet. Dat geeft ook niet direct een aanleiding om het nog verder te verbreden. We hebben een mooie basis op zich hier. De herziening ervan, dat zou je eerlijk... Je kan niet zomaar een partij toevoegen. Dat moet je eigenlijk, als je dat doet... Waarom kies je voor de ene partij? Dat moet je zorgvuldig afwegen. En dat vergt goede voorbereiding. En door de komende jaren daar gewoon...

Dan is de sector erop voorbereid van, we gaan kiezen. We gaan nog eens een keer iedereen tegen het licht houden, maar ook kijken, hoe kunnen we misschien nog nieuwe partijen toelaten? Zorgen we dat we dat heel zorgvuldig doen, want dit kost tijd en energie van de gemeente en van het veld zelf. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste van Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: Mag ik daar een korte toelichtende vraag op stellen in die zin van, ik snap wat u schetst en de zorgvuldigheid ervan. Is er in die voorbereiding al wel nagedacht over bijvoorbeeld een set van criteria waarmee je dat kunt gaan beoordelen? Mevrouw Van Walderveen: Ja, we hebben een voorzet voor de criteria in de bijlage gezet. Even kijken, bijlage 3 geloof ik. Er is al een soort lijstje gemaakt van, dit zijn de criteria. Maar uiteindelijk zou je het in een echte subsidieregeling moeten gieten en nog verder moeten uitwerken om zeker te weten van, dit is het dan. Maar we hebben er alvast een voorschot voor gedaan. En ook staat er in de nota dat als er uitbreiding komt dat dat vooral gericht zou moeten zijn op nieuwe doelgroepen aantrekken en nog één. Het versterken van de sector van het cultureel ecosysteem. Dat zijn wel de twee dingen die we nu voorstellen als, dat zouden de belangrijkste overwegingen moeten zijn om nieuwe partijen toe te voegen. Even kijken.

En de samenstelling van die basisinfrastructuur, die heeft u wel gevonden waarschijnlijk. En dat zijn nu wel een splitsing in kerninstellingen en specifieke organisaties. Dat zat niet in de vorige nota, maar daarmee hebben we geprobeerd om wat duidelijker de rollen van de verschillende organisaties in die basisinfrastructuur aan te geven. En als we meerjarenafspraken gaan maken, dan willen we ook dat gebruiken als een basis zo van, dan verwachten we ook van die partijen het volgende. Want dat bleek eigenlijk de afgelopen jaren, we hadden al zo'n lijstje in de vorige nota, eigenlijk bij de meeste partij niet heel duidelijk van, wat betekent dat eigenlijk als je in de basisinfrastructuur staat? Dat was ook nieuw.

45

De voorzitter: Dit was het, denk ik, ongeveer? Mevrouw Van Walderveen: Ja. Ik dacht de codes misschien ook nog roept dat vragen op. Die kan ik misschien nog even toelichten. Ben ik al door mijn tien minuten? Nog in een paar zinnen. De voorzitter: Eén lange zin. Mevrouw Van Walderveen: Dit zijn de codes die eigenlijk ook ontwikkeld zijn door de sector zelf, jaren geleden al. Fair practice code, governance code en de code diversiteit en inclusie. Ze hangen een beetje samen. Ze vullen elkaar weer aan. Bijvoorbeeld de fair practice code gaat over goede arbeidsvoorwaarden voor mensen die in de cultuursector werken. De governance code gaat om professioneel en goed bestuur. En de code diversiteit en inclusie om, waar zetten we allemaal op in, in het bereik? Het zijn een soort handvatten voor de cultuursector om mee te werken. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Ik wil niet te veel vragen nu, want ik wil straks ook de cultuurmensen. Mijnheer Katif, kort zei u. De heer Katif: Heel kort. Met name over financiën. Ik hoor natuurlijk allerlei plannen. Fantastisch. Hartstikke mooi. Maar in hoeverre is er rekening gehouden met het feit dat we natuurlijk in 2026 een hele andere begroting hebben? En is kunst en cultuur daarvan uitgesloten? Mevrouw Van Walderveen: Nee, dat zijn keuzes die worden nog gemaakt natuurlijk. Dit is echt een nota gebaseerd op het huidige financiële kader.

En we hebben wel nagedacht van, kunnen we er al op anticiperen t.z.t? Het kan natuurlijk wel, de nota, hopelijk de basis zijn om een gesprek aan te gaan van, waar moet wat anders? De voorzitter: Volgens mij wist mijnheer Katif dat ook wel een beetje. Het stond erbij. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ik had eigenlijk twee vragen, maar ik begrijp dat het heel kort moet zijn. Ik stel er nu één, omdat het daar specifiek over gaat. En dan gaat het over die culturele codes. Want ik las dat dat in 2025 verplicht wordt gemaakt. Het is best lastig voor alle culturele organisaties om daaraan te kunnen voldoen. Wij stellen dat als gemeente verplicht. En er wordt ook zelfs in de tekst gezegd dat we dan de consequentie nemen dat sommige culturele activiteiten of wel instellingen dan weg zullen vallen. En dat is bijna ondenkbaar als je dat in andere domeinen zou neerzetten. Op basis daarvan vraag ik me af, zit daar een rek in? Hoe wordt dat binnen de gemeente bezien? En is er ook oog voor kleinere culturele organisaties? Mevrouw Van Walderveen: Dat is wel natuurlijk afgewogen. Die fair practice code is voor sommige organisaties goed uitvoerbaar, binnen de huidige middelen. Er zullen wel keus gemaakt moeten worden. Dat hebben we wel uit de analyse gehaald van hoe organisaties daar nu al instaan.

En het zal echt wel her en der leiden tot dat je minder kunt doen of inderdaad voor sommige organisatie lastig wordt. Maar de codes zijn ook al

46

zo ruim, je werkt ernaartoe. Het is ook weer niet zo dat je direct iets moet schrappen. Het gaat erom, hoe ga je ermee om? En de eerlijke beloning van kunstenaars en culturele ondernemers, het is een afweging van, wat vind je belangrijker? Maar uiteindelijk heeft het college hier een keuze in gemaakt. Kan beter straks de wethouder nog om extra toelichting vragen. Ik begeef me op glad ijs, merk ik. De voorzitter: Ik zie graag dat we het stukje vragen stellen over de Cultuurnota, dat kan altijd nog. Maar het vragen stellen aan de mensen uit de culturele sector kan alleen vanavond. Daar gaan we nu naartoe. We gaan naar de mensen uit de culturele sector. Ik wil aan ieder van u vragen om in één lange zin of in twee korte zinnen te zeggen wat u doet. En vervolgens wat u een sterk punt vindt aan de Cultuurnota, waar u blij van wordt, maar ook waar u aandacht voor wil vragen. Graag die drie dingen even. En dan kunnen we daarna daar ook weer vragen over stellen. Wie van de cultuurmensen mag ik het eerst het woord geven? Niemand staat op. Dan gaan we naar de heer Van Raalte, de Cultuurmaker. U mag als eerste. De heer Van Raalte: Ik ben Cultuurmaker. Ik doe heel veel verschillende dingen. Onder andere nu ook een placemaking project, in opdracht voor de gemeente voor de Spuiboulevard. Voor de derde keer organiseer ik mede de Cultuurnacht. Ik werk veel bij de Kunstkerk.

Ik organiseer de Makers Borrels, is trouwens aanstaande vrijdag. Als jullie nog makers willen spreken, kom tussen zes en zeven naar het Jazzpodium toe. En verder maak ik me druk voor het nachtleven met de Nachtraad. Ik ben voorzitter van het Programmabeleid Bepalend Orgaan bij RTV Dordrecht. En was ik onder andere de schrijver van het stuk Urban Reflectie op de vorige Cultuurnota. De voorzitter: Fantastisch. En waar wordt u blij van? De heer Van Raalte: Dat was natuurlijk een kritisch stuk van, we moeten als stad, naar mijn optiek en naar die van jonge makers, veel verder vooruitdenken en meer naar de toekomst kijken. En als ik kijk wat de afgelopen vier jaar is gebeurd, dan zijn er heel veel dingen waar ik best wel blij van wordt. Heel veel jonge makers die kansen krijgen. En ik heb echt het gevoel dat er een nieuwe dynamiek in de stad heerst. Het begint te leven. Het begint te borrelen. Het wordt bruisend. En eigenlijk wat ik nu een beetje mis in de nota, wat overigens een gedegen stuk is, is dat die visie door wordt gezet. Het moet aansluiten op het DNA en identiteit van de stad. En dan staan een zinnen als, een stad met een verleden, maar ook met een toekomst. Dat soort dingen kan ik ook over een pen zeggen of zo. Er zit weinig visie en vooruitgang in, maar het sijpelt er wel in door. Want er staat ergens, er moet wel geëxperimenteerd worden.

En grote events verschuiven we de focus van het verleden naar de toekomst. En dat zijn allemaal dingen waar ik heel blij van word. Maar ik denk, deze stad is niet geworden door alleen maar te blijven focussen op het verleden, maar juist de stad verder te bouwen. En ik zou eigenlijk willen dat de nota daar nog sterker in staat van, we willen vooruit. We willen het experiment. We willen vooruitkijken. Want wat nu een beetje onduidelijk is, is waar keuzes op gemaakt worden. De voorzitter: U blijft een beetje hangen in de bewoordingen die niet helemaal gelukkig gekozen zijn. U zou meer toekomstgerichtheid, experimenten erin willen. Vindt u het goed dat ik naar de volgende ga?

47

De heer Van Raalte: Ja. De voorzitter: We kunnen straks nog wel vragen stellen. Ik wil naar mevrouw Ersilia, de stadsdichter. Mevrouw Ersilia: Ik ga niet zo goed met haast. Ik ga even rustig nadenken over mijn woorden. Waar ik heel blij van word, is dat de tijd er eindelijk is. Dat de gemeente inderdaad richting de toekomst wil kijken en iets anders wil uitproberen. Dat er ook een bepaalde soort urgentie in de nota zit. Maar waar ik me zorgen over maak vanuit de nota zijn de kleine ondernemers, zijn individuele makers. De stad is gaan bruisen voor een heleboel jonge makers, maar zeker niet voor een heleboel makers uit verschillende wijken of wat dan ook. Ik denk nog steeds niet voor iedereen. Ik ben daar heel sceptisch over. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Reijnhoudt van het Onderwijsmuseum. Mevrouw Reijnhoudt: Dank u wel. Ik word blij van de nota, omdat ik zie dat er heel veel adviezen zijn overgenomen die we vanuit het Cultureel Platform in hebben gebracht. En ik zit hier ook als representant van het Cultureel Platform. Niet per definitie van de museale sector. Actieve participatie in de wijken vind ik mooi dat daar inderdaad meer op ingezet wordt. Meer programmering in de wijken.

Het structureel uitvoeren van onderzoek naar, wie willen we eigenlijk in huis halen en hoe gaan we dat doen? Dat is de basis eigenlijk voor elke organisatie die vooruit wil kijken en die dat op een gedegen manier wil doen. Daar ben ik ook blij mee. En in ieder geval, wij staan in de basisinfrastructuur, maar wel in het rechter rijtje. Maar ik ben wel blij dat er toegewerkt gaat worden naar een langjarige subsidie. Maar daar heb ik uiteraard ook mijn grote zorgen over, wat de eerste inspreker ook al zei, het is lastig om je voor te stellen hoe de culturele sector van Dordrecht moet vernieuwen met het budget wat er nu is. En ook denk ik dat het minder transparant is dan het nu voorgesteld wordt, het hele proces. En uiteraard heb ik voor besproken met een aantal mensen. En wij hadden het regelmatig over het gelijke speelveld. En dat werd hier net ook al aan tafel gezegd. Het lijkt alsof er een gelijk speelveld is voor alle culturele instellingen in Dordrecht, maar dat is echt niet zo. Er zijn grote cruciale verschillen. Er zijn instellingen die absoluut niet om kunnen vallen. Niets ten nadele overigens van die instellingen, want die hebben ook heel veel uitstraling naar Dordrecht. Maar er zijn ook heel veel kleinere partijen die gewoon toch elke dag moeten worstelen om hun hoofd boven water te houden. Wij zijn er onder andere eentje van.

Daar zit wel mijn grote zorg, de aansluiting van de financiën met de plannen. En dan inderdaad in het verlengde van wat er net werd gezegd over de codes. Inderdaad, die codes bestaan eruit, als je een geregistreerd museum bent, wat wij onder andere zijn, dan moet je je ook al jaren aan die codes houden. Dat is niks nieuws. En de term is altijd, pas toe en leg uit. Je moet gewoon uitleggen wat je kunt doen om je aan die codes te houden. Ik denk voor de gemiddelde instelling is twee van de drie codes, de diversiteit en inclusie en Governance, dat kan je nog bij wijze van spreken wel doen met gesloten beurzen. Daar kan je heel veel in bereiken. Maar vooral die code fair practice. Zelfs in de basisinfrastructuur zijn er nu instellingen die niet aan fair practice kunnen doen. En dan gaat het niet alleen over de salarissen van makers, maar dan gaat het ook

48

over de salarissen van mensen die gewoon in de culturele sector werken, bij een museum als het mijne bijvoorbeeld. Dat is mijn grote zorg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor het delen. Gaan we naar mevrouw... De heer Klerk: Voorzitter. De voorzitter: Kan de vraag nog bewaard worden of moet hij nu gesteld worden? De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. De voorzitter: Helemaal prima. De heer Klerk: Ik werd even getriggerd door de opmerking over het gelijke speelveld. Dat er geen gelijk... Kunt u daar iets concreter over zijn? Mevrouw Reijnhoudt: Ik vind dat lastig om te doen, omdat ik natuurlijk voor een deel ook hier namens de culturele sector zit, maar ook namens de Dordtse musea en namens het Dordts Cultuurteam. Dat zijn de acht grote culturele instellingen. En daar horen wij, jippie, wel bij. Maar het blijft een feit natuurlijk dat het meeste geld wat in cultuur gestoken wordt naar het Dordrechts Museum gaat. Dat dat meer is dan alles wat er in de rest van de culturele sector besteed wordt. En dat is verder helemaal niet erg. Want wat ik zei, die hebben ook een prachtig mooie landelijke uitstraling. Ik steun ze zeer. En stiekem doet het daarnaast wel pijn. En het andere verhaal is inderdaad een Laurens Gooshouwer van het Dordts Patriciërshuis, die zich helemaal de stenen uit de grond werkt om dingen voor elkaar te krijgen.

En gelukkig zijn wij als museum dat stadium al een beetje... Wij hebben mensen in dienst. Ik kan mensen betalen. Maar in die zin is er geen gelijk speelveld. Er zijn partijen die automatisch in de culturele infrastructuur zitten. Er zijn partijen zoals wij, die zitten erin, maar die worden geschaard onder van, u mag ondersteunend zijn aan wat er in de stad gebeurt. En er zijn een aantal partijen die eigenlijk heel graag toe willen treden tot die culturele infrastructuur. Laat helder zijn, dat kan ook betekenen dat er verschuivingen in de instellingen in het linker- en in het rechterrijtje van infrastructuur plaats moet vinden. In die zin moet je er eerst nog maar eens zien te komen, of in het rijtje überhaupt of in het rechterrijtje of in het linkerrijtje. De voorzitter: Tot zover. Dit had ook naderhand gekund. En we gaan nog naar twee insprekers. En daarna kunnen we de vragen stellen. We gaan naar mevrouw Kooi van het Dordts Philharmonisch Orkest. Aan u het woord. Mevrouw Kooi: Dank u wel. Ik ben Sjarlot Kooi, voorzitter van het bestuur van het Dordts Philharmonisch Orkest. We bestaan volgend jaar 100 jaar. En na het lezen van de Cultuurnota kwam ik erachter dat wij geen culturele instelling zijn. Daar moest ik even aan wennen. Want we hebben 150 leden, 5orkesten en een eigen muziekcentrum in de wijk en niet in het centrum.

Ik dacht, dat lijkt me toch eigenlijk allemaal wel passend bij wat er in een nota staat. Maar het is waar, wij hebben geen betaalde krachten. En we hebben het net al over het linker- en het rechterrijtje gehad. Wij staan niet in een rijtje, want alle amateurs, het is u vast opgevallen bij het lezen, het amateurveld bloeit. En daar ben ik ook heel blij om. En er zijn ook zeker de afgelopen jaren goede dingen

49

gedaan om het amateurveld te laten bloeien. Maar er staat niet zoveel in over de voeding die het amateurveld krijgt om te blijven bloeien, behalve zeker de wens om het zo te houden als het is. Ik was net wel verrast door de reacties en de vragen bij de inspreker. Want ook bij ons is alles alleen met vrijwilligers, alle dag, nacht. En ik ben voorzitter van het bestuur van een muziekvereniging. En ik had gedacht dat ik allemaal innovatieve dingen zou gaan doen met burn-out preventie en muziek en ik weet allemaal niet wat. Maar ik ben eigenlijk gewoon voornamelijk bezig met geld bij elkaar sprokkelen om het voor elkaar te krijgen bij zo'n vereniging. En dat is op zich niet erg, maar het is wel om even aan te geven hoe het veld niet gelijk ligt, zoals er net al is gevraagd. Ik ben heel blij met de aandacht van de gemeente voor het amateurveld. Ik vind dat de amateurs het platform, en de gemeente met het spreekuur, om toch de incidentele subsidies wat toegankelijker te maken. Die zijn wel heel strak. Maximaal 5.000 euro per jaar voor een event, voor iets wat je organiseert. Dat is als je de Mattheuspassion wil zingen te weinig. En als je een oudejaarsconcert hebt in Kunstmin heb je drie weken buikpijn, omdat je bang bent dat je niet je kaarten verkoopt en het niet haalt. Om maar een indruk te geven. Ik ben het met de theorie en de visie van de Cultuurnota best in grote lijnen eens.

Ik ben er bang voor dat het geen ecosysteem is, omdat er heel weinig transparantie is over de indeling en de criteria die er zijn. En als je iets met elkaar wil bereiken, is het mooi als het een ecosysteem is. Maar een ecosysteem betekent dat je wederzijdse afhankelijkheden hebt. En die zijn er eigenlijk best weinig, volgens mij. Ik vecht voor mijn dingetje en een ander vecht voor zijn dingetje en een derde vecht voor haar dingetje. En dat is wat we missen. En ik vind het jammer als het alleen over geld gaat, want geld helpt zeker, maar het gaat ook over andere dingen. Ik zie dat Rik binnenkomt. Het gaat er ook om dat Rik af en toe bij ons bij een concert zit. Dat waardeer ik. En zo zijn er andere organisaties waarvan ik nooit wat hoor. En dat zouden we echt, denk ik, als gemeente beter moet doen. En ik denk ook dat de gemeente daar instrumenten voor heeft. Dan maar het linkerrijtje en het rechterrijtje. Maar laten we proberen wat hard te maken. Dat je in plaats van te concurreren met amateurverenigingen misschien dingen samen kan doen, kan helpen. En dat hoeft soms niet eens zoveel te kosten. Maar ik denk dat we daar wel met zijn allen beter van bloeien. De voorzitter: U geeft ook opnieuw aan de transparantie, het gelijke speelveld. En in plaats van concurreren zou u graag die samenwerking bevorderd zien. U bewaart even die vraag. Ik heb al meer mensen laten bewaren.

We gaan naar de laatste. De heer Esseboom van het Jazzpodium. De heer Esseboom: Ik sluit me eigenlijk wel aan bij de vorige sprekers. Wat ik goed vind in ieder geval is dat er een goed proces gelopen is. Daar ben ik wel blij mee. Transparant, goed open gesprek gevoerd met elkaar. En de overleggen waar ik bij zat, wat daar gezegd is, dat zie ik ook echt wel terug in de visie, waar ik me goed in kan vinden. Alleen als ik de begroting bij deze visie leg, dan denk ik van, die komen uit twee verschillende universums. Want eigenlijk is deze begroting al niet voldoende om wat er vandaag is in stand te houden. Het Patriciërshuis is een voorbeeld daarvan. Het feit dat het hele rechterrijtje straks niet aan fair practice kan voldoen, dat kan ik voorspellen. Dat gaat niet lukken. Sterker nog, dan gaan organisaties omvallen, als daar echt aangehouden wordt op een gegeven moment. Er is geen level playing field. En niks ten

50

nadele van instituties, maar gewoon hoe het georganiseerd is. Een Dordrechts Museum krijgt een ambtenaren cao. Werk je daar, dan verdien je meer wanneer je bij Bibelot werkt, want die hebben een culturele cao. En daar verdien je dan weer meer dan wanneer je bij Petra werkt, want Petra kan niet voldoen aan een cao. En ik ben met mijn muziekpodium blij dat ik eindelijk dit jaar voor het eerst een paar mensen, een paar sleutelfiguren een beetje kan gaan betalen. In die zin is het heel erg ingewikkeld en is het volkomen legitiem dat jullie als raad ook stellen, er is een bepaalde hiërarchie. Wij vinden bepaalde instellingen belangrijker dan andere instellingen. Maar doe daar dan alsjeblieft ook uitspraken over en wees er transparant in. En niemand wil graag voor de bijl natuurlijk. We willen allemaal pleiten voor onze eigen zaak. Daar zit ik hier niet voor. Ik wil vooral een goed systeem, waar ook duidelijke keuzes in gemaakt kunnen worden. Want in 2026 staat nu een bezuiniging van een kleine 60.000 ingerekend. Stel je eens voor, voor de grap, dat dat een half miljoen is. Waar gaan jullie dat dan vinden, het halve miljoen? Dan stort in feite je hele basisinfrastructuur in elkaar. Deze begroting is niet weerbaar. De infrastructuur is niet toekomstbestendig. Daarvoor hebben we veel meer Tjarco’s nodig, want die moeten de status quo uitdagen en vernieuwen.

Ook daar zie ik weinig geld voor. Voor de amateurkunst, ik heb even word count gedaan, 37 keer valt het woord amateurkunst in de tekst. En dan staat daar nog geen 60.000 euro tegenover, te verdelen over 40 organisaties. En dan denk ik van, daar zou ik mij persoonlijk een beetje ongemakkelijk bij voelen als ik in jullie positie zou zitten. Zeker als je ziet wat voor een rol die amateurkunst wordt toegedicht. En als je in de wijk de participatie wil versterken, kan dat niet zonder die amateurkunst. Daar moet echt veel meer speelruimte komen. Er is helemaal geen ruimte om beleid te voeren. Er is geen enkele ruimte om iets te gaan bezuinigen straks. Want dan gaan er echt klappen vallen. En dat kan een keuze zijn. Ik zeg ook niet dat het allemaal uit de ruif van de gemeente moet komen. Maar ik zeg wel dat we met elkaar moeten gaan zoeken naar meer geld of de ambities een stuk bijstellen van deze nota. De voorzitter: Bedankt voor alle bijdragen, tot dusver. Dan net had de heer Gorter een vraag. Is dat nog zo? Ja. De heer Gorter: Voorzitter, die vraag is er nog steeds. Die heb ik eigenlijk aan mevrouw Reijnhoudt was het, van het Onderwijsmuseum. Aan u heb ik een vraag. U gaf aan dat veel initiatieven vanuit het Cultureel Platform zijn overgenomen. Onder andere de ambitie om meer cultuur naar de wijken te brengen.

Maar hoe denkt u dat dit uit te voeren is? De meeste cultuurorganisatie liggen namelijk in het centrum. Ik denk ook dat het belangrijk is om die wijken, omdat daar de kansen liggen, om meer inwoners te betrekken bij de cultuuractiviteiten. Ik ben erg benieuwd hoe u dan denkt om dat te kunnen realiseren. De voorzitter: Mevrouw Reijnhoudt. Mevrouw Reijnhoudt: Het is uit te voeren. Maar wat ik er niet bij heb gezegd, dat kost een enorme hoeveelheid capaciteit. Want dat betekent dat je als organisatie daadwerkelijk op zoek moet, naar de wijken gaan en daar de verbindingen moet leggen met partijen die je misschien nog niet kent. En ik weet toen het Onderwijsmuseum nog in Rotterdam zat, toen deden wij altijd ook projecten als museum in de wijk. Dat kost een enorme hoeveelheid investering. En daar heb je inderdaad een stevig budget voor nodig

51

en eigenlijk ook een langjarig perspectief. Ik stel me het in ieder geval voor dat je niet als een soort hit and run projectje de wijk in gaat en je doet even wat en daarna zeg je, succes, we hebben de media weer gehaald. We hebben leuk ergens een achterstandswijk in Dordrecht een beetje een paar mensen verheven. Het vraagt om langjarige investeringen. Het vraagt om veel capaciteit. En als ik op persoonlijke titel namens het Onderwijsmuseum praat, dan vraag ik me af of wij het inderdaad wel kunnen realiseren. Maar het is wel onze ambitie. De voorzitter: We gaan naar mevrouw Kruger. U had net ook een vraag. Mevrouw Kruger: Ik heb heel veel vragen, maar ik denk dat die eerder gewoon voor... Want ik ben heel dankbaar voor al die insprekers. Waar bij mij toch wel heel duidelijk wordt van, er wordt gesproken over verbinden, wat we willen in de gemeente. Maar de verbindingen zie ik niet. Die zien jullie kennelijk ook niet zo goed. Iedereen is toch voor zich om zijn eigen broek op te houden. Dat komt dadelijk denk ik wel. Dat is niet zozeer nu voor de insprekers. De voorzitter: U mag iemand vragen hoe ze die verbinding voor zich zien of zo. Of ze daar een idee over hebben. Mevrouw Kruger: Dat vind ik een hele mooie. Ik zit gewoon heel erg te denken hoor aan alles. Ik ben ook wat betreft niet zo heel snel. Mevrouw Reijnhoudt: Mag ik daar iets op antwoorden? Mevrouw Kruger: Ja, graag.

Mevrouw Reijnhoudt: Mijn ervaring van het Onderwijsmuseum is namelijk dat wij heel veel de verbinding zoeken. En in ieder geval staan wij altijd open voor samenwerkingen. Zo hebben we ooit Stichting Voorlezen bij ons in huis gehaald, omdat die nergens anders terecht konden. Die doen het best aardig tegenwoordig. Ik denk dat heel veel verbindingen die er al zijn zich misschien ook een beetje onder de radar afspelen van de grotere organisaties en misschien ook wel van de gemeente. Voor ons is het natuurlijk om als een kleine organisatie in Dordrecht bij ons komt en zegt, ik heb dit nodig of dat nodig. Ik denk aan Verhalenhuis, waar we een paar jaar geleden een project mee hebben gedaan. Ik denk dat ze er wel degelijk zijn. Maar het kan meer en het kan steviger. En wij hebben op een gegeven moment ook besproken van, soms snij je je misschien ook zelf in de vingers door dat gewoon maar als kleine organisaties onderling te doen en te regelen. Kom maar bij ons en dan hoef je je niks voor die zaal te betalen. En ik regel wel even dat er wat mensen komen die dan zorgen dat het museum openblijft. Misschien moeten we daar ook harder in worden. Maar in ieder geval, mij bevalt het prima om op deze schaal samen te werken met heel veel partijen. En ik ontleen daar veel energie uit.

De voorzitter: U had een aanvullende vraag nog? Mevrouw Kruger: Ja, ik zit toch even nog over die BIZ met 2029. Toen ik dat las had ik zoiets van, jongens, dat is veel te laat. Want welke organisatie bestaat er dan nog die dan eventueel kan instromen? Misschien hebben jullie daar ook wel over nagedacht.

52

Want volgens mij komt het voornamelijk door het Rijk. Daar is nu van 2025 tot 2029. De inschrijving was tot 1 januari 2024. Vandaar dat we pas in 2029 met een nieuwe reeks gaan beginnen. Maar zou er ook iets kunnen zijn om instroom, doorstroom en mogelijk ook uitstroom van organisaties die misschien daar niet meer aan voldoen en dan via de zijdeur uit het rijtje vallen of zo. De voorzitter: Er mag ook iemand anders op antwoorden. De heer Esseboom. De heer Esseboom: Zonder daarop in te gaan natuurlijk over wie dat dan moet gaan, want het ontbreekt gewoon aan criteria om goed te wegen. En dat komt ook door de driehoek. Het heeft maatschappelijke, artistieke, economische betekenis. Soms lijkt de marketingwaarde een grotere rol te spelen dan de cultureel inhoudelijke waarde, is mijn persoonlijke perceptie. Maar hoe weeg je dat tegen elkaar? Ik vind het wel belangrijk dat je gewoon iedere organisatie op zijn eigen merites beoordeelt. En in die zin heb ik wel wat moeite met de status aparte van een museumcluster, waar in feite een Van Gijn en het Hof ook soort van untouchable zijn, omdat een Dordrechts Museum, in mijn optiek terecht, een untouchable organisatie is. Dat moeten we gewoon hebben als stad.

Maar ik vind wel dat je in principe, of ze in een linkerrijtje of in een rechterrijtje of in het onzichtbare derde rijtje staan of ergens onder de streep omdat ze uit een ander potje komen, dat zou eigenlijk allemaal niet uit moeten maken. Je zou eigenlijk gewoon moeten zeggen, we bekijken iedere organisatie, wat voegt het toe? Wat vinden we belangrijk? En wat hebben we ervoor over? En dan moet je keuzes maken. Maar jullie moeten echt keuzes gaan maken straks. Reken daarop. En wie daarbij omvalt, dat zullen we dan zien. Als ik het ben, dan val ik om. Maar dan is het wel een keuze die ergens op gebaseerd is. En dat mis ik nu eigenlijk. Er staat nu een begroting bij die niet faciliteert wat de ambitie... Het faciliteert zelfs in mijn optiek de status quo niet. De voorzitter: Dit duidelijk. Dan gaan we naar de heer Safranti. Die zit al een tijd te wachten. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, toen ik de stukken, maar ook de presentatie zag in de stukken, dacht ik, dit is wel een goed plan voor de komende periode. Echter, als ik dit zo hoor, ik heb eigenlijk niemand iets positiefs horen zeggen. Mevrouw Kooi: Dan hebt u niet goed geluisterd. De heer Safranti: Ik heb het natuurlijk over mijn verhaal. En wat ik nu hoor wat er echt in de praktijk ook heeft afgespeeld of afspeelt. Ik hoor zelfs ook mensen zeggen, we weten niet wie er dan straks nog bestaat.

Daar maak ik me wel zorgen om. Mijn vraag was, ook zeker naar aanleiding van uw verhaal, want daar schrok het meeste van, zeker rondom de afspiegeling van de stad... Daar merken we heel weinig van. En als ik ook merk dat mensen zeer afhankelijk zijn van subsidies en van vrijwilligers, dan denk ik dat er een hele grote rol is voor ons als raad. En dat wilde ik even meegeven. Maar de afspiegeling van de stad, dat zie ik in dit geval ook weinig terug in de Cultuurnota. De voorzitter: Wilt u daar ook van een van de culturele mensen een reactie op? Mevrouw Ersilia.

53

De heer Safranti: Ja, inderdaad. Mevrouw Ersilia: Dat klopt. Maar als je om je heen kijkt in deze ruimte, zien we ook heel weinig van de afspiegeling van de stad. Ik heb heel veel moeite met dit soort gesprekken, want het voelt een beetje als om de hete brij heen draaien eigenlijk. Als we nu om ons heen kijken, zien we ook geen afspiegeling van de stad. Eerlijk is eerlijk. Mijn vraag is gewoon, hoe gaan we in 2030 ervoor zorgen, wanneer er een nieuwe nota moet komen, dat ook deze zaal er anders uitziet, qua leeftijd, qua mensen, qua alles? Daar moet het bij beginnen, de mensen die beslissingen maken, dat moet ook anders zijn, naar mijn mening. En naar buiten is het ook niet echt... Het lijkt mij geen verrassing. Het klinkt nu bijna voor iedereen als een verrassing dat het er zo aan toegaat, maar het is geen verrassing. Het zou geen verrassing zijn als je wat vaker langs zou gaan bij ons of zou komen kijken of mensen zou spreken en als er niet vanuit kamers beslissingen worden genomen. Snap je wat ik bedoel? Misschien is dat een beetje kort door de bocht. Ik ben heel slecht met allemaal nette woorden en zo gebruiken. Maar dat is mijn reactie. De voorzitter: Dat hoeft helemaal niet. Dit is heel mooi. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Mag ik dezelfde vraag ook aan de...

De voorzitter: Van welke instelling? De heer Safranti: Cultuurmakelaar, klopt dat? De voorzitter: Cultuurmakelaar. De heer Safranti: Cultuurmakelaar. De heer Van Raalte: Maker. De heer Safranti: Maker. De voorzitter: De heer Van Raalte. De heer Van Raalte: Wat ik net ook in mijn verhaal probeerde te doen, dat het gebrek aan die visie en wat is belangrijk, dat dat nu in dat stuk heel erg gebaseerd is op die identiteit en het DNA van de stad. Als je daar gaat kijken wat daar de bron van is, dat is een stuk dat in 2012 door Dordrecht Marketing is opgesteld. Het merkboek. Dat vinden wij nu de identiteit waarnaar we alles spiegelen. En u zegt terecht, ik hoor misschien weinig positiefs. Maar ik denk dat er met name die angst zit van wat als inderdaad er gewoon een half miljoen minder geld is. Dan moeten er keuzes gemaakt worden. En wat onduidelijk in dit stuk is, omdat niet duidelijk wordt gemaakt van, wat wordt echt belangrijk gevonden en hoe komen we tot een goede afspiegeling en verhouding van wat we belangrijk vinden, dat dat heel onduidelijk is wie dan die voorkeur krijgt. En

54

omdat dat gelijke speelveld er niet is, maken veel kleine organisaties zich zorgen, dan word ik als eerste weggesneden. En er wordt weleens gezegd, moet de gemeente dan bepalen wat er gemaakt wordt? Dat is niet waar. De kunst zal altijd denk ik voor zijn autonomie strijden. Maar op dit moment worden er ook keuzes door de gemeente gemaakt door de adviescommissies die subsidies bekijken. En de gemeente kiest met hun geld, wat ze wel of niet laten bloeien. En dat is niet per se in het stuk gevormd, want er zit geen visie waar we als stad naartoe willen. En dan grijpen we terug alleen maar op het verleden en een merkboek gemaakt door een citymarketingpartij. Daar zou veel sterker een visie in kunnen terugkomen. De voorzitter: Mevrouw Kruger, u wil hierop aansluiten. Mevrouw Kruger: Ik hoorde even weer die citymarketing. Voldoet de citymarketing voor de cultuursector of zou er eigenlijk een ander soort marketing op moeten zitten? De heer Van Raalte: In de Cultuurnota 2011 stond, er moet een Uitagenda komen. Hij is er, maar in deze cultuurnota staat, we hebben weer een nieuw platform gelanceerd. De voorzitter: Het is niet precies met elkaar in overeenstemming, zegt u eigenlijk, wat we willen en hoe het uitwerkt? Mevrouw Kruger: Dank u wel voor het antwoord, want het is iets waar ik zelf natuurlijk ook altijd al jaren over aan het nadenken ben.

En we blijven maar bij die marketing, zoals het nu loopt te zitten, citymarketing. Ik krijg het amper mijn strot uit. De heer Van Raalte: Daarom nog één ding te doen, bijvoorbeeld dat nieuwe plan. De lokale omroep zit daar niet in. Dan denk ik, als je een cultuurplatform bent, waar ook de lokale omroep bij zit en er zitten nog meer omroepen, draag het dan allemaal uit. De voorzitter: Mevrouw Ersilia, u wilde nog wat toevoegen. Mevrouw Ersilia: Ik wil wat toevoegen. Het voelt altijd heel dubbel voor mij om hier te zitten, want ik ben stadsdichter, ook een soort rol die kant... Maar ik denk altijd, lekker boeien. Ik zeg gewoon wat ik zeg. En ik zit ook in het plan van een nieuw platform, wat er bijvoorbeeld is opgezet. Maar mijn vraag is, ik wil eigenlijk een vraag terug stellen. En dat is, er wordt heel vaak iets geroepen of er komt een noodkreet vanuit de cultuursector, zoals nu. En wat mij heel erg vaak opvalt, is dat de gemeente of Dordt altijd net iets te laat is. En mijn vraag is, hoe komt het dan dat we telkens te laat zijn, waardoor het niet in overeenstemming komt met elkaar. Wat zorgt ervoor dat er al heel lang iets wordt geroepen en pas in 2024 daar iets over wordt vastgesteld voor 2030 bijvoorbeeld? Hoe komt dat? En daar hoef ik nu geen antwoord op, maar dat is iets om over na te denken. De voorzitter: Dank u. We gaan naar de volgende vragensteller. De heer Katif.

De heer Katif: Het heeft zo lang geduurd dat ik die vraag bijna vergeten was. Wat ik eigenlijk best niet raar, maar wat ik gewild zou hebben, is dat het Dordtse Museum er ook zou zitten. En waarom zeg ik dat?

55

Omdat eigenlijk iedereen hier wijst naar de, ik zeg niet de grote broer, het gewoonterecht, whatever. Dan zou ik graag hen ook hier aan tafel willen hebben. En ik zou ook graag van jullie willen horen het feit dat ze niet aan tafel zitten, hoe... Ik zou zeggen, wat doet het met jullie? Maar de vraag is iets anders. De ene zal niet omvallen, kan ik u wel zeggen. En de andere waarschijnlijk wel. En in die twee woorden, wat ik nu even gebruik, zit namelijk een vraag. En ik zie dat mijnheer van de Jazzsociety of zo... Ja toch? De heer Esseboom: Het Muziekpodium DJS heten wij. De heer Katif: Muziekpodium. De heer Esseboom: Dordtse Jazzsociëteit. Als niet museum kan ik hem misschien beter beantwoorden dan wanneer een ander museum hem beantwoordt. De relatie is uitermate collegiaal. En het museum heeft ook in het hele proces aan tafel gezeten. En er is helemaal geen sprake van haat of nijd of iets van die zin. En ook niet dat wij vinden dat daar minder geld naartoe moet of dat het niet zou mogen bestaan. Het is meer, het heeft een soort untouchable status in mijn optiek van, dat is wat het is en dat kost wat het kost. En als daar in de ambtenaren cao de lonen met X-procent omhoog gaan, dan gaat de begroting van het museum met X-procent mee. En als bij ons de lonen omhoog moeten, moeten we dat feitelijk zelf uitzoeken. En daar kan het museum ook niks aan doen.

Het museum zit gewoon in die gelukkige positie. En zou misschien het zelf ook veel prettiger vinden om zelfstandiger te opereren. Ik heb geen idee hoe dat allemaal zit. Ga ik me ook helemaal niet mee bemoeien. Maar het is gewoon niet te vergelijken. Het zijn niet te vergelijken grootheden. Maar de relatie is verder uitstekend. De voorzitter: Blij om te horen dat de relatie goed is. De heer Van Raalte: Mag ik daar nog een ding aan... De voorzitter: En de beslissing ligt vooral bij de raad, zegt. U mag er nog op aanvullen. We moeten natuurlijk wel inmiddels de tijd ietsje in de gaten gaan houden. Maar uw aanvulling kan. De heer Van Raalte: De vraag van, waarom zit het Dordts Museum hier niet, dat is eigenlijk een vraag die volgens mij jullie jezelf moet afvragen. Ik heb economie gestudeerd. En sinds de jaren 80 is er in de culturele sector een golf van de privatisering van gemeentelijke musea. Sinds de jaren 80 zijn bijna alle gemeentelijke musea in Nederland geprivatiseerd. Er zijn er volgens mij op dit moment nog twee niet. Terwijl er zijn talloze universiteiten die de roadmaps hebben gedaan. Zijn het allemaal over eens dat het eigenlijk beter is.

Een economische vraag die gesteld kan worden van, waarom kan het museum eens aantonen waarom het in tegenstelling tot al die musea die het wel hebben gedaan, waarom het goed is dat dat hier nog niet is gebeurd? Dat is een hele gevaarlijke vraag, maar economisch gezien zou hij misschien gesteld moeten worden. De voorzitter: Een gevaarlijke vraag. We gaan naar de volgende vraagsteller. Mevrouw Schnabel.

56

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb eigenlijk meer een praktische vraag. Want het is in de presentatie net over verduurzaming ook gegaan. En die vraag werkt twee kanten op. Ik ben eigenlijk benieuwd naar de gemeente toe, hoe gaat dat met die verduurzaming? Komt dat geld dat in de verduurzaming gestoken wordt vanuit het cultuurbudget? En aan het platform en ook de gebouwen, merken jullie iets van huurverhoging of dat je ook naast de kosten die al beperkt zijn ook daar veel op moeten investeren? De voorzitter: Eerst mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: Als het gaat om het verduurzamen van het vastgoed, dat zit in de vastgoedbegroting. Dat komt niet uit de cultuurbegroting. De voorzitter: En dan mevrouw, ben ik het even kwijt, Reijnhoudt. Mevrouw Reijnhoudt: Op het gebied van verduurzaming zitten wij in een hele riante positie. Want het Onderwijsmuseum heeft energielabel A. Dat is zeer te prijzen. Dat is met de restauratie van het pand in 2014 aan de voorkant al geregeld. Maar uiteraard hebben wij wel te maken met een jaarlijkse huur verhoging. En die is altijd meer dan de indexatie van de gemeentelijke subsidie. Dat gaat steeds verder uit elkaar lopen. De voorzitter: Wil mevrouw van het Philharmonisch daar ook iets op zeggen? Mevrouw Kooi: Wij hebben een eigen pand.

En er is bij de provincie ook subsidiemogelijkheden om verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te ondersteunen. En daar heeft de gemeente ons op geattendeerd. Dat is heel goed. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Gorter. Die had nog een vraag. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me wel even aan, ik heb twee vragen, bij de heer Katif. Want als ik kijk naar de Dordtse basisinfrastructuur, er zit geen enkele kerninstelling hier aan tafel. Van de specifieke organisaties zitten er maar twee. Krijgen wij niet een verkeerd beeld van wat er nu aan tafel zit en wat inhoud geeft aan de nota? Ik weet niet zo goed aan wie ik die vraag moet stellen. De voorzitter: Ik pak die vraag op. De heer Gorter: Ik heb nog een vraag. Kan ik hem gelijk stellen? De voorzitter: Ja hoor. De heer Gorter: De Dordtpas wordt ook nadrukkelijk in de nota genoemd. In hoeverre voldoet de Dordtpas? Dekt deze Dordtpas voldoende het bestaande aanbod wat er aan cultuur in de stad is? De voorzitter: En aan wie wilt u die vraag stellen? De heer Gorter: Misschien denk ik, ik weet niet, dat het Onderwijsmuseum gebruik maakt van de Dordtpas. En DJS weet ik niet of ze de Dordt... Misschien dat een van die twee, misschien wel allebei antwoord kan geven op die vraag.

57

Mevrouw Reijnhoudt: Wij hebben de Dordtpas inderdaad, sinds het begin. En ik heb het even nog opgezocht, want ik zag het inderdaad in de vragen terugkomen. In 2023, 8 procent van de bezoekers kwam bij ons met een Dordtpas. Dat heeft ons een kleine 7.500 euro opgeleverd, maar ook een kleine 7.500 euro gekost. Want je krijgt maar de helft terug van wat je op de Dordtpas uitgeeft. Maar ik ben wel voor de Dordtpas, omdat ik denk bij ons zie je wel een duidelijke verschuiving. De mensen die met een Dordtpas komen, is een ander type museumbezoeker dan de mensen die met de Museumkaart komen. Ik juich het zeer toe. En wij proberen ook altijd aan te sluiten bij alle acties die er mogelijk zijn. De heer Esseboom: Ik had een korte aanvulling. Wij zijn eigenlijk sinds kort aangesloten. Het staat nog niet op de website. Komt er binnenkort wel op. En volgen eigenlijk de lijn die Bibelot bijvoorbeeld ook volgt. Dat wil zeggen dat wij bepaalde concertreeksen gratis toegankelijk maken. Sowieso hebben we op de zondag drie van de vier concerten al gratis, maar dan ook voor een vrijdag, zaterdag bepaalde concerten gratis toegankelijk met de Dordtpas. De voorzitter: En dan had u nog die eerdere vraag. En dat is omdat we zijn als raad pas al op werkbezoek geweest bij het Energiehuis. We hebben hier het Onderwijsmuseum, of tenminste juist niet, het Dordts Museum ook weleens aan tafel gehad.

En het is in samenspraak gegaan met het platform wie er uitgenodigd zouden worden. Het is wel een afspiegeling van mensen die hier in Dordt te vinden zijn. Mevrouw Kruger, u heeft nog een vraag. Mevrouw Kruger: Ik heb nog een vraag. In de zin van, er wordt gesproken in de Cultuurnota ook over samenwerken met Rotterdam. En pas ook heb ik iets gezien over samenwerken met Gouda en Leiden. Merken jullie daar ook iets van in je eigen branche, dat daar samengewerkt wordt met die gemeentes? Mevrouw Reijnhoudt: Ik niet. Ik heb geen voorbeeld van samenwerkingen die vanuit de gemeente gestimuleerd worden. We hebben zelf wel natuurlijk in de museale sector heel veel landelijke en internationale contacten, maar niet iets wat vanuit de gemeente gestimuleerd wordt. De voorzitter: En verder zie ik niemand. Want ik kan me voorstellen met... De heer Esseboom: Voor ons geldt hetzelfde. Wij werken wel samen met andere podia, met name programmeurs werken we wel vaak samen van, dit is ook leuk voor jullie om te boeken bijvoorbeeld. Maar niet per se vanuit die samenwerking. Want dat richt zich volgens mij ook meer op het theater, wat ik ervan gelezen heb. Mevrouw Van Walderveen: De samenwerking met Gouda, Leiden en Dordrecht is er inderdaad er eentje van de theaters. En de andere samenwerking ook met Rotterdam. Die contacten zijn er.

Maar dat is juist iets wat we de komende periode meer willen versterken. De afgelopen periode is ook cultuurregio vanuit het Rijk bedacht. Dat Rotterdam en Dordrecht dat samen gaan doen of samen een cultuurregio vormen. En dat had tot nu toe niet zo heel veel opgeleverd voor Dordrecht. Maar daar willen we wel kijken van, wat kan daar nog meer in verbinding met Rotterdam juist.

58

De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik heb nog even een vraag aan het Philharmonisch Orkest. Zijn er ook kinderen die met de Dordtpas bij jullie les krijgen of gebruikmaken daarvan? Mevrouw Kooi: Tot dit jaar is het zo dat kinderen die bij ons les krijgen, krijgen bij ToBe les. En daar krijgen ze korting met de Dordtpas. En dat is omdat er een subsidie was die dat samenwerkingsverband stimuleerde, maar die stopt. Nu zijn we ons aan het oriënteren waar we nieuwe muzikanten, kinderen naar les zullen laten gaan. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Waarvoor stopt de samenwerking met ToBe? Mevrouw Kooi: Dat zei ik niet. De subsidie die wij kregen als wij kinderen naar ToBe stuurden, jongeren naar ToBe stuurden voor les die is gestopt. Die is dit jaar voor het laatst, omdat die breder ingezet zou moeten worden. En dat geeft natuurlijk dan mogelijkheid om te kijken van, gaan we dan bij ToBe verder of gaan we anders ons oriënteren op de educatie? Mevrouw Lammens-Oostdijk: En heeft u daar al plannen over? Mevrouw Kooi: We zijn wel in gesprek met de muziekschool in Dubbeldam op dit moment om te kijken, omdat die ook veel met het Leerorkest doet. Het Leerorkest komt eigenlijk hier niet in vorm dat het meer onder de onwijspoot valt, maar dat is muziekles op school waar kinderen leren muziek te maken.

En we kijken of we een beetje een vervolg kunnen geven in ons jeugdorkest aan de kinderen die het zo leuk vinden in het Leerorkest. Zodoende zijn we daarbij uitgekomen. Vorig jaar hebben we een springplankorkest georganiseerd voor kinderen die voor het eerst met muziek in aanraking wilden komen. Een aantal zijn ook vanuit het Leerorkest daarin gekomen. En we zijn nu aan het kijken of we dat bijvoorbeeld ook voor volwassenen zouden kunnen doen. Er zijn in het land best wel initiatieven om ook met positieve gezondheid of burn-out en muziek... Eigenlijk alle amateurverenigingen hebben een tekort aan leden, hebben een teruglopend ledenaantal. Misschien is het wel een mooi kruispunt om dat soort initiatieven te nemen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Zijn er ook subsidies op voor mogelijk? Mevrouw Kooi: Daar zijn ook weer subsidies... De voorzitter: Het gaat nog via de voorzitter. Mooi dat het zo gezocht wordt. We gaan naar de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben ook nog eens actief bij een muziekvereniging die honderd jaar oud is. Maar ik kan me niet voorstellen, weet ik niet, dat wij al kijken naar 2030. Ik zou eigenlijk van de verschillende partijen willen horen in hoeverre voor hun de datum 2030 reëel is voor financiën, cultuur, muzikaal, planning van dingen te doen. Want het is best wel een behoorlijke tijd.

De voorzitter: We gaan ze op het rijtje af. De heer van Raalte. De heer Van Raalte: Ik begrijp de vraag niet helemaal.

59

De voorzitter: Kunt u al zover kijken tot 2030 of is het eigenlijk gewoon onbegonnen werk? De heer Van Raalte: Ik doe natuurlijk heel veel verschillende dingen bij heel veel verschillende partijen. Ik sla deze vraag even over, want ik kan hier niet heel goed antwoord op geven, denk ik. De voorzitter: De volgende. De heer Esseboom. De heer Esseboom: Wij zijn vorig jaar gestart met een uitvoeringsprogramma om wat te professionaliseren. En dat heeft eigenlijk de scoop ’24-’25. En veel verder dan dat durf ik nog niet te kijken. Niet dat ik er bang voor ben, maar laten we eerst maar eens zien hoe zaken zich ontwikkelen. Maar we gaan wel voor de honderd, welteverstaan, ook. Mevrouw Kooi: Voor mij is dat ook hetzelfde. 2025 is een jubileumjaar en we bestaan honderd jaar. En verder kijk ik eigenlijk nog niet. En dat is ook mijn reactie geweest naar jou van, denk je dat 2030... Ik lees het wel, maar ik voel het perspectief van 2030 niet als ik het lees. Dat is denk ik een antwoord dan. De voorzitter: Mevrouw Reijnhoudt. Mevrouw Reijnhoudt: Dat vind ik een mooie. Ik voel het perspectief van 2030 ook nog niet. En wij hebben een planning tot ongeveer 2026. Uiteraard wel ambities tot heel ver verder nog, maar het wordt spannend. Je merkt nu al dat je noodgedwongen bepaalde dingen niet kunt doen.

Je kunt wel ver willen denken, je moet het ook zeker proberen te realiseren, maar of het lukt, dat is een vraag. De voorzitter: En mevrouw Ersilia, perspectief 2030? Mevrouw Ersilia: Ik sluit me daar helemaal bij aan. De voorzitter: Dan gaan we naar de vragensteller, de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Wat ik begrijp, is dat er ook wel kansen zijn voor financiering vanuit aangrenzende domeinen, om dat ook te benutten. Dat wordt steeds vaker ook wel benoemd. Maar hoe komen we ertoe dat we die kansen dan ook echt optimaal benutten? Is dat bijvoorbeeld een initiatief vanuit de gemeente om daar ook echt op te sturen of is dat iets wat vanuit de organisaties zou moeten komen? Voor de eerste vraag misschien richting ambtelijke ondersteuning, welke rol heeft de gemeente daarin, om daar actief op in te zetten? En aan de organisatie zou de vraag zijn, hoe ervaren jullie die kansen en weten jullie dan ook de weg daarin te vinden? De voorzitter: Dan beginnen we bij de organisaties, omdat we een beetje aan de tijd zitten. En dan zien we wel of het nog kan. Wie wil als eerste reageren? Mevrouw Reijnhoudt: Wij zijn natuurlijk het Onderwijsmuseum. Wij werken naast cultuur ook al veel met onderwijs samen. En dat gaat eigenlijk in goede harmonie. Er komen geen hele grote schokkende bedragen uit, maar bijvoorbeeld net wel een mooi bedrag

60

om de randprogrammering bij onze huidige tentoonstelling een half jaar ongeveer uit te kunnen rollen. In die zin, wat dat betreft, zitten we goed. Zijn we tevreden. De voorzitter: U vroeg eigenlijk meer naar, voor wie ziet u die rol weggelegd, toch? De heer De Heer: Ook deels. En tegelijkertijd had ik inderdaad al begrepen dat het Onderwijsmuseum wel die mogelijkheid weet te benutten. Misschien vanuit die gedachte benieuwd of er nog een geluid is vanuit de andere aanwezigen. De voorzitter: De heer Esseboom. De heer Esseboom: Wat ik een beetje lastig vind, is dat we een beetje het cliché zitten te bevestigen dat de sector altijd zijn hand zit op te houden bij de gemeente. En er zijn meer mogelijkheden. Wij zijn als kleinere organisaties ook helemaal niet zo goed in het werven van sponsoren bijvoorbeeld. Dat zouden we best eens samen kunnen oppakken, wat mij betreft. En liefst ook als een pilot vanuit de gemeente, misschien ook wel als een soort shared service. Er loopt momenteel ook een discussie in de Rotterdamse gemeenteraad over, er is te weinig geld voor alles wat we willen en waar halen we dat dan vandaan? Eén van de gedachten is bijvoorbeeld om te kijken, kun je samen beter zakelijke sponsoren werven en kun je daar kennis over delen? Kunnen we misschien ook kosten besparen als sector? We lopen allemaal ertegenaan dat we weinig verstand hebben van marketing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32050