2.8 2024.04.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
20
Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. U zegt eigenlijk meer, als er minder overbelasting is, dan dat kleine negatieve zijeffect wordt ook minder? Mevrouw Mol: Ja. Mevrouw Boom-Vos: En aan de dames van de Hulplijn Dordt. U triggerde mij dat u zei, met corona was er echt zoveel hulp. Dan denk ik, dat klopt. Ik heb er toen ook over nagedacht. Kwam ook, volgens mij, omdat het een heleboel informatie en campagne was. En dat zie ik nu eigenlijk niet meer. Hoe is die campagne opgezet en waarom is dat gestopt of zou dat weer opgestart moeten worden? En misschien te praktisch denkend, maar hoe zijn jullie ervaringen met sociale stages van jeugdigen? Zou dat ook een hulpmiddel zijn? Mevrouw Van Dorp: Om even te reageren op het aandacht besteden aan. In principe na corona Licht voor Dordt zijn wij verder gegaan als Hulplijn. En dat proberen we nog steeds te uiten. Maar daar zijn we nog steeds mee bezig. En dat kan zeker nog meer om onder de aandacht te komen, denk ik, om dat duidelijk te maken wat wij zijn en wat wij doen. Daar blijven we ook zeker alert op. Want daar is altijd winst te behalen natuurlijk. Als je zichtbaar bent, heb je ook meer kans dat je mensen weer triggert.
Alhoewel we natuurlijk ook zien dat in coronatijd waren heel veel mensen die vanwege omstandigheden niet naar hun werk konden, in een andere situatie zaten, de leerlingen die niet naar school konden, studenten die thuis zaten. Toen had je natuurlijk een enorme vijver waar ineens van alles uit kwam. Dat is natuurlijk niet meer zoals het was. Dat weten we ook. Maar het blijft altijd goed om er aandacht aan te besteden. En wat betreft de tweede vraag, wij werken zelf niet met stagiaires. Wij hebben daar verder geen... Mevrouw Boom-Vos: Ik bedoel niet zozeer een stagiaire. Je hebt vaak, dat noemen ze dan een sociale stage. Dat middelbare scholen, mbo's zorgen dat hun leerlingen gemotiveerd worden om één of twee uur per week een sociale bijdrage te doen. Dat ze daar punten mee kunnen verdienen of ze motiveren daarin. Dat klinkt heel erg leuk. Ik weet niet of dat dat in de praktijk vaak een voordeel voor jullie is. Mevrouw Van Dorp: Wij werken natuurlijk wel samen met verschillende vrijwilligersorganisaties. Want de Hulplijn zelf heeft geen vrijwilligers. Wij zijn het verzamelpunt waar alles binnenkomt. Wij zetten het door naar HipHelpt, waar mijn collega Jennifer van is. Maar we zetten ook bijvoorbeeld door naar Netwerk Dordtse Helden. En die zijn daar wel mee bezig, met de middelbare scholen, om daar mensen te werven en te kijken wat zij kunnen betekenen in dit soort trajecten.
Daar wordt zeker wel wat mee gedaan. De voorzitter: Mevrouw Spruit wilde ook nog even antwoord geven op deze vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Spruit: Ons keurmerk is natuurlijk werken met studenten. Maar met de middelbare school stages merken dat ze dan bijvoorbeeld tachtig uur stage moeten lopen. Dan kost het veel werk om ze in te werken. Ze zijn nog heel jong. Je kan ze niet onbegeleid naar iemand toe sturen. Dat levert eigenlijk weinig op. En dan komt het neer op activiteiten organiseren of ondersteunen. Dat is gewoon nog een hele lastige groep
21
met Maatschappelijke Diensttijd en Dordtse Helden, die hebben daar al een andere structuur voor. Dan werkt dat wel weer een beetje. Maar dat is nog ingewikkelder dan dat het lijkt. De voorzitter: Uw vragen zo voldoende beantwoord, mevrouw Boom? Ja. Dan heb ik een vraag van mevrouw Jager van Beter voor Dordt. En daarna kom ik bij mevrouw Van Vugt van het CDA. Mevrouw Jager: Ik had een aantal vragen schriftelijk gesteld. Heb ik antwoorden op gekregen. Maar heb ik nog geen tijd voor gehad om dat te verwerken. En dat laat ik even naar aanleiding van wat ik hier hoor op me inwerken. Maar ik heb wel een vraag. En ik hoor van, alles wat we doen, kan nog beter. Tenminste, we kunnen niet alles doen wat we willen. En dan heb ik een hele vervelende vraag. Want ik kom veel mantelzorgers tegen die helemaal niet van het bestaan van mantelzorgondersteuning weten. En dan denk ik, doen we genoeg om die te bereiken? En zo ja, wat doen we? En anders, wat zouden we moeten doen om die mensen te bereiken? De voorzitter: Heeft u de vraag aan een specifiek persoon of gaan we kijken wie er graag zou willen beantwoorden? Is er iemand die hier graag een antwoord op zou willen geven? Gaat uw gang. Mevrouw Kruithof: Ik denk dat we het allemaal weten. Heel veel mensen voelen zich geen mantelzorger. Zijn ook niet bekend met het woord of met de term. Misschien is dat ook niet nodig.
Want als één op vijf in Dordrecht zorgt, dat zijn heel veel mensen, als we naar het inwonersaantal kijken. Maar wat wel belangrijk is, is denk ik dat er zijn vele vindplaatsen van mantelzorgers. Op verschillende plekken kom je ze tegen. In een verpleeghuis of bij ZorgMies of bij de vrijwilligers of bij ons of in een ziekenhuis of bij een huisarts. Je kan ze niet allemaal in beeld brengen, want ze komen niet allemaal tegelijkertijd op een plek. Ik denk dat het veel belangrijker is dat als je denkt, ik heb een vraag, dat je weet waar je heen kan. We hebben natuurlijk het sociaal team, maar ook op andere plekken dat ze gezien worden. Dat ook een huisarts oog heeft voor een naaste en niet alleen voor een zorgvrager. Volgens mij is dat een taak aan ons allemaal, door het ook te benoemen. Want heel veel mensen weten het niet. En zolang het goed met je gaat, is het ook niet zo erg dat je het niet weet, want je doet het uit liefde. Maar als je hulp nodig hebt, vooral preventief die vragen, dat advies, dat kleine stukje ondersteuning moet je snel krijgen. Want we willen die tien procent overbelaste mantelzorgers, die wij hier allemaal ook zien, natuurlijk het liefst vroegtijdig helpen. Maar hoe brengen we ze in beeld? Met campagnes. Met elkaar, door elkaar op te zoeken en kennis te delen. De voorzitter: U heeft nog een vervolgvraag, mevrouw Jager.
Mevrouw Jager: Met campagnes, ik denk van, ik hoor de huisarts noemen, wordt daarop ingespeeld? Doen we daar iets mee, dat die mensen geïnformeerd worden? Doen we weleens een informatiemiddagje of -uurtje voor huisartspraktijken, praktijkondersteuners en zo? Want ik kom mantelzorgers tegen die zeggen, ik had me drie jaar geleden al kunnen melden voor ondersteuning. Waarom wist ik dit niet? Ik denk dat we daar toch iets mee moeten. En dat is wel vervelend, want we hebben er natuurlijk genoeg waar we
22
iets mee moeten. Maar ook de mensen die we niet in beeld hebben, die het nodig hebben, die zouden we toch moeten kunnen bereiken. Mevrouw Kruithof: U heeft helemaal gelijk. En wij zijn al jaren bezig om huisartsen daarover te spreken, maar ook artsen. En soms zijn artsen ook de moeilijke doelgroep. De POH-ers, de verpleegkundigen, de fysiotherapeuten, de ergotherapeuten, dat zijn allemaal mensen die wij, maar ook onze collega's en bijvoorbeeld een Parkhuis met al het personeel, om gewoon heel goed te kijken naar, welke familieleden staan eromheen? Weet u dat u extra zorgt? Weet u dat dat een mantelzorger is? Weet je dat je bij ons, bij mij, waar je dan ook terecht kan? Dat zullen we met zijn allen... Dat is één van de dingen die veel beter kunnen. Je moet met zijn allen zien dat we meer zorgen. En dat kan niet bij één iemand liggen. Dat zullen we met elkaar moeten doen. En onze ervaring, jarenlang, is wel dat huisartsen zijn voor ons ook heel moeilijk te bereiken. Maar ze hebben bijvoorbeeld wel DrechtDokters. Daar hebben wij weer contact mee. Daar informeren we elkaar op. Bij een intervisie van POH-ers sluit ik regelmatig aan. En dan ga ik vanuit de mantelzorgbril input geven op die casus, waardoor zij anders denken en denken, dat is handig. Dan kunnen we die of die of die inschakelen. Mevrouw Rietstap: Mag ik wat zeggen? Mevrouw Stolk: Voorzitter.
De voorzitter: Ik geef even nog mevrouw Rietstap het woord en daarna... Want u heeft een vraag? Mevrouw Stolk: Ja, even over waar ze tegenaan lopen, organisaties. Volgens mij is dat ook een stukje wat met de AVG te maken heeft. Want je mag natuurlijk niet alles delen. Klopt dat? Nee? Mevrouw Kruithof: Nee, ik denk het niet. Want je gaat geen informatie delen, maar je kan wel... Als wij allemaal zouden zeggen, ik weet van heel veel mensen die hier zitten, die doen dat. Als je een patiënt of zorgvrager of cliënt, neem iemand mee. Heb je iemand in je buurt, een familielid, een buur, een vriendin, een collega, maakt niet uit, neem iemand mee. Dan heb je al een mantelzorger aan tafel zitten. Dan kan jij best als behandelaar, hulpverlener, sociaal team, collega zeggen, u heeft een vraag. Voor u is het ook moeilijk. Weet u, dat kan je best zeggen. Dat heeft niks met AVG te maken. Weet je dat er ook iets voor jou is als je een vraag hebt? Of jij mag ook bij mij komen. Dat is nog fijner, want dan pik je het op. De voorzitter: Ik ga heel even nog structureren, want u wilde nog een antwoord geven op de vraag van mevrouw Jager, een aanvulling. En daarna heb ik nog een aantal commissieleden die nog vragen hebben. Ik wil het nog even gestructureerd houden. Mevrouw Rietstap, u mag nog even reageren op de vraag.
Mevrouw Rietstap: Ik wil niet per se Chantal in het zonnetje zetten, want ik schrijf nogal kritische columns in Mantel MEE. Chantal en ik zijn het niet altijd met elkaar eens, laat ik het zo zeggen. Maar één ding moet ik wel jullie toch geruststellen, dat als ik het vergelijk met het zorgaanbod hier in de regio, dan moet ik echt zeggen dat voor mij vanuit het
23
Ouderplatform en alles wat wij met het meldpunt in kaart brengen de tak mantelzorg ondersteuning met kop en schouders en vlag en wimpel erbovenuit steekt qua vindbaarheid. Misschien dat ter geruststelling. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar mevrouw Van Vugt van het CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik besef ook meer dan eens hoe belangrijk het is dat er zoveel aan mantelzorg wordt gedaan, maar dat er ook weer organisaties omheen staan die daarin willen ondersteunen. Want het is wel een stukje samenhang in de maatschappij. En dat stukje wordt steeds groter. Wordt een stuk. We zitten hier natuurlijk, omdat we ook weer op de hoogte zijn gesteld als raad over de stand van zaken ten aanzien van het mantelzorgbeleid. En ik ben eigenlijk heel benieuwd hoe de organisaties kijken naar de behaalde doelen. Is dat wat u betreft genoeg? Zijn die ook echt gehaald? En ik ben ook wel benieuwd, die vraag sluit er naadloos op aan, er zijn weer drie pijlers uitgezet voor de komende tijd, kunt u zich daarin vinden of zijn die verkeerd gekozen? Zijn ze goed gekozen of verkeerd gekozen? Ik sta daar verder nu nog helemaal neutraal in, maar ik ben heel benieuwd. De voorzitter: Is dit naar de heer Kuperus of was dit gewoon... Mevrouw Van Vugt-Roose: Mag aan de organisatie. Mevrouw Spruit, ben ik ook wel benieuwd naar hoe ze daarnaar kijkt. De voorzitter: Gaat uw gang.
De punten worden hier heel even benoemd door mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ik heb hier de integrale visie sociaal domein voor me. Misschien goed voor de gasten om te weten over welke drie pijlers het gaat. Pijler één is mantelzorgers preventief ondersteunen. Twee is mantelzorgers krijgen meer regie. Raakte ook aan wat er ingebracht werd vanuit de Wmo Adviesraad. En de derde is de domeinoverstijgende samenwerking, waar ook eerder al over gesproken is. Dan weten de insprekers in ieder geval voor welk punt het gaat. Mevrouw Van Vugt-Roose: Alleen voor de tweede vraag. De eerste ging over de behaalde doelen. Mevrouw Spruit: Ik ga toch eventjes over de nieuwe doelen... Ga ik me op richten. Dat preventieve ondersteunen, je hebt niet overal invloed op. We zitten hier voor een Dordts voorstel, terwijl de overheid de financieringsstromen zo heeft georganiseerd dat het probleem eigenlijk blijft bestaan en je dweilt en mop eromheen. Dat moet je je ook realiseren. En dat preventieve ondersteunen blijft, en dat ben ik met Chantal eens, heel moeilijk. Omdat het bewustzijn van, wanneer zorg ik... Wij krijgen soms een student die consequent te laat is. En dan op een gegeven moment ga je het gesprek aan en dan blijkt, maar ik haal het echt niet eerder, want ik ga al om zes uur uit bed, want anders dan kan mijn moeder niet ontbijten. Want die help ik eerst op gang.
En dan ben ik het met jullie eens van het Ouderplatform, dat je die differentiatie in die verschillende groepen die mantelzorg verlenen en welke mantelzorg. Of dat je dat eigenlijk vanaf geboorte doet zonder dat je het je bewust bent of dat je het gaat doen als je 50 bent en
24
je ouders gaan dementeren, is een ander verhaal. En daar heb je verschillende dingen voor nodig. Daar is geen eenheidsworst voor. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Spruit. De heer Kuperus: Mag ik? Die volgende twee pijlers, laten we zeggen, die onderschrijf ik helemaal. Alleen tegelijkertijd zijn het ook best wel wat abstracte, lastig te realiseren doelen, pijlers van inzet, meer inzet. We gaan proberen... In die bewoordingen staat het er een beetje. Zeker met die domeinoverstijgende samenwerkingen, dat is toch vaak heel lastig werken. Ik was ook nog wel benieuwd wat de gemeente zelf denkt hoeveel mogelijkheden daar liggen om echt iets naar beneden te halen, wat betreft die schotten. De voorzitter: Wil de wethouder daarop reageren? Wil wel, maar hij doet het niet. Mevrouw Van Benschop: Hij doet het weer. Het gaat goed. Hij doet het. Als het gaat over die domeinoverstijgende samenwerking, dan denk ik dat er net al iets benoemd is. Dat is bijvoorbeeld zo'n Integraal Zorgakkoord, waar we aan tafel zitten met de VVT, met ziekenhuiszorg, met VGZ, waar we echt proberen om een plan te maken om daar te zoeken naar mogelijkheden hoe we met elkaar hetzelfde probleem, noem ik het maar even, of in ieder geval de toenemende zorgvraag het hoofd kunnen bieden. Ik geef direct toe hier aan tafel dat dat niet makkelijk is. Iedereen zit binnen andere wetten. Iedereen zit binnen andere domeinen.
Je zult daar echt wel een beetje een doorbraak moeten realiseren. De bedoeling van het Integraal Zorgakkoord is die doorbraak. Dat gaat nog steeds niet vanzelf. Maar we zitten daar zeer zeker stevig aan tafel, omdat we zien dat op het moment dat de VVT en de ziekenhuiszorg bepaalde besluiten nemen rondom het wel of niet ondersteunen van mensen die een zorgvraag hebben, als zij daar keuzes maken om het niet te doen, dan zitten die mensen thuis en dan vragen die mensen zorg. En dat gaat een enorme druk op mantelzorgers leveren, maar sowieso op het sociaal domein. We voelen daar de verantwoordelijkheid en een opdracht. Maar dat is ook iets waar we steeds onze partners weer aan moeten helpen herinneren, dat we dit samen moeten doen. En dat gaat niet vanzelf. Maar dat is wel een van onze speerpunten. En als het gaat over die differentiatie in het aanbod, ik ben het geheel eens met iedereen die hier zegt dat we meer differentiatie nodig hebben, maar in het aanbod op ondersteuning proberen we dat al wel te doen. Bijvoorbeeld door nu de nieuwe Zorgoppas. Daar zijn we een pilot mee gestart, eind vorig jaar. En die hebben we nu doorgezet voor de komende periode. Waarbij ouders van zorgintensieve kinderen de mogelijkheid hebben om een zorgprofessional, noem ik het maar, of een student, iemand in ieder geval met een zorgachtergrond in te kunnen huren om op te passen.
Zoals ik dat voor mijn kinderen gewoon aan mijn neefje en nichtje vraag, is dat voor mensen met zorgintensieve kinderen veel moeilijker. We zijn wel degelijk op zoek naar, hoe kunnen we differentiëren in het aanbod wat we hebben? Dat betekent niet dat we voor iedereen het aanbod hebben of dat we ook iedereen bereiken. Dat is natuurlijk ook echt iets waar we aandacht voor moeten hebben in het uitvoeringsprogramma. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan ga ik naar de heer Tutupoly van Op Ons Eiland.
25
De heer Tutupoly: Is eigenlijk een vraag in het verlengde van eerdere vragen die gesteld zijn. We begonnen er eigenlijk al mee dat er heel veel organisaties hier zijn, wat op zich een goede zaak is. Tegelijkertijd hoor je ook dat mantelzorgers die hulp nodig hebben vaak niet weten waar ze terecht zouden moeten kunnen. En daarom vroeg me eigenlijk af, is er één aanspreekpunt die de hulpvraag uit kan zetten of die een mantelzorger op weg kan helpen, dan wel is daar ook over gesproken om dat in gang te zetten? De voorzitter: Ik kijk even rond. Mevrouw Spruit wil daar antwoord op geven? Mevrouw Spruit: Ik wil wel een poging wagen. Maar één loket is ook zo'n utopie. Het werkt niet echt. Wij kennen elkaar allemaal heel goed. Weten ook allemaal precies wat we doen. Als iemand bij Helpende Handen bij wijze van spreken belt, maar wij zitten toevallig niet in het werkgebied, dan verwijzen we naar elkaar door of we attenderen ons op MEE Mantelzorg van, nog één belletje verder en dan heb je de goede te pakken. Ik denk dat we op zich elkaar al heel goed weten te vinden in Dordt. En dat één loket daar niet de oplossing voor is. Want dan moet je één iemand achter een telefoon gaan zetten. En dan moet je van alles weten, terwijl dat soms heel specifiek is. Je kent het verhaal en je wijst naar elkaar door. En we hebben zelfs een samenwerking met de Hulplijn.
Als het bij Helpende Handen niet past of het is juist in de weekenden, dan kunnen we het zo AVG-proef doorgeven. Daar zit al wel hele goede samenwerking in. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop wil daar ook nog even op reageren. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat het goed is te benoemen dat dit ook eigenlijk juist is waar we naartoe werken. Dat als iemand zich meldt, met wat voor zorgvraag dan ook, dat je het eigenlijk een soort no wrong door principe... En dat partners elkaar weten te vinden om wel het juiste aanbod onder de aandacht te kunnen brengen. Maar eigenlijk de hele gedachte van één loket wilden we juist niet. We hebben ook een aanbesteding gedaan voor een integrale opdracht, bijvoorbeeld voor het Sociaal Wijkteam, voor het buurtwerk, voor het jongerenwerk, juist omdat we niet willen dat mensen voor verschillende zorgvragen, de ene keer is het mantelzorg, de andere keer is het jeugdzorg, iedere keer bij een apart loket terecht moeten. We willen dat professionals elkaar weten te vinden. De ondersteuning elkaar weet te vinden. En dat mensen altijd geholpen worden. Er is niet gesproken over het vormen van één loket voor mantelzorg. De voorzitter: Vervolgvraag, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dat begrijp ik, als een mantelzorger bij een van de organisaties aanklopt. Maar het is juist vaak zo dat mantelzorgers niet weten dat er iets bestaat waar ze kunnen aankloppen.
En dan kan ik me juist wel voorstellen dat je zegt, ze hebben in ieder geval een loket die hen op weg helpt dat er bepaalde mogelijkheden zijn, zodat ze bij organisaties terecht kunnen. De voorzitter: Mevrouw Spruit wil erop reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Spruit: Als je mantelzorg googelt, Dordrecht, dan komt meteen MEE Mantelzorg bovendrijven. En dan volgen daarna een aantal andere organisaties die hier aan tafel zitten. Ik denk dat het niet heel ingewikkeld is.
26
De voorzitter: Mevrouw Van Dorp, u heeft er nog wat aan toe te voegen. Mevrouw Van Dorp: Vanuit de Hulplijn zijn wij natuurlijk wel het telefonisch punt waar mensen naartoe bellen. Wij krijgen ook wel bijvoorbeeld vragen. Wij weten vanuit de Hulplijn gelukkig heel veel initiatieven en contacten. Dat proberen wij ook wel te benadrukken en de mensen de goede kant op te sturen. Het is ook weleens als iemand belt en wij vermoeden dat er iets is dat we dan specifiek doorvragen van, kunnen wij iets betekenen op dat gebied? Het gebeurt zeker wel. En inderdaad, wat er ook verder gezegd wordt, die lijnen zijn zo kort allemaal die we hier met elkaar hebben, dat dat zeker in het voordeel werkt, denk ik, voor de mantelzorgers. Maar dan blijft het punt dat je ze nooit allemaal in beeld hebt en dat ze je helaas niet allemaal kunnen vinden. Maar inderdaad dat zullen we met elkaar op moeten pakken om met elkaar te vertellen wat er allemaal is. Maar dat is denk ik voor iedereen van belang. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Tot zover, de heer Tutupoly? Ik wilde eigenlijk naar mevrouw Schnabel. Kan ik zo bij u komen, mevrouw Stolk? Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Soepel. Ze is toch soepel. Nou hoor ik die mevrouw zeggen, dan moet je even googelen en dan komt het gelijk bovendrijven. Nou is Dordrecht enorm aan het vergrijzen. Dat weten we allemaal.
En niet iedereen is, hoe zeg je dat, digitaal vaardig. Google vaardig, zal ik maar zeggen. Hoe gaan we die mensen dan bereiken? En ik zeg niet dat er iets moet komen waarvan je zegt, er moet iemand heel de dag achter een telefoon gaan zitten. Maar kunnen we niet iets bedenken, en dat hoeft niet nu, maar hoe die mensen ons wel kunnen bereiken? Daar gaat het eigenlijk om. De voorzitter: Mevrouw Spruit. Mevrouw Spruit: Er zijn ook altijd nog van alle organisaties flyers. Ik weet bij huisartsenpraktijken staan de flyers van MEE, staan de flyers van de wijkgerichte initiatieven die er nodig zijn. Hulplijn Dordt staat volgens mij bij iedere huisartsenpraktijk. Daar vind je wel die telefoonnummers en eventueel dan een website, als je dan een handig familielid of iets hebt. Ik moet zeggen, bij Helpende Handen hebben we ook veel mensen die soms echt nog helemaal niet digitaal vaardig zijn, maar die ons wel weten te vinden via-via of via een flyer. De voorzitter: Ik heb vernomen dat mevrouw Kruithof ook nog even wat wil toevoegen. En u mag zo ook nog wat toevoegen. Mevrouw Kruithof: Ik wil ook graag wat toevoegen, want je kan inderdaad googelen. En misschien voor u een aanvulling. Vanuit MEE Mantelzorg hebben wij ook een bereikbaarheidsfunctie voor de stad. Dat we gewoon vijf dagen per week heel de dag bereikbaar zijn per telefoon, per email, via de website, via socials.
Dat we de mantelzorgers die ons dan inderdaad vinden kunnen bereiken. Maar wij vinden het ook belangrijk om het om te draaien. We moeten zelf ook zichtbaar zijn. We zitten bijvoorbeeld bij spreekuren in bibliotheken. We zitten bij elkaar bij de spreekuren van het sociaal team. We zitten in leefbaarheidsoverleggen. We doen nu weer zo een
27
advertentiecampagne in die kleine wijkkrantjes, die mensen wel lezen. Want het staat ook weleens in de Dordt Centraal, maar dat is natuurlijk ook weinig. Je moet het ook omdraaien. En weet je, wij hebben nieuwsbrieven bijvoorbeeld digitaal, maar we hebben ook nog een heel gedeelte wat gewoon een papieren brief graag wil. En dat doen we ook. Want het is precies wat jij zegt, we moeten er voor alle burgers zijn. En jongeren zitten meer op Insta en onze professionals op LinkedIn. Je moet op zoveel mogelijk kanalen met elkaar en al die korte lijnen. Doen we denk ik met heel veel organisaties wel ons best om op alle manieren mantelzorgers te bereiken. De voorzitter: De heer Kuperus heeft nog een aanvulling. De heer Kuperus: Ik heb in mijn inleiding ook al gezegd, wij zouden het wel fijn vinden als er in veel wijken of eigenlijk in elke wijk een informatiepunt zou zijn waar je toch heel gemakkelijk informatie kunt krijgen als je een vraag hebt. Ik bedoel niet een plek waar de problemen opgelost worden, maar wel waar je in ieder geval kunt vinden welke weg je zou moeten of kunnen bewandelen. Net zoals er zijn al natuurlijk initiatieven in Dordrecht, zoals De Buitenwacht of de wijkwinkel, papierwinkel die toch echt wel wat opleveren in dat opzicht. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, mag ik daar een vraag op door stellen? Sorry.
De voorzitter: Ik wilde echt even naar mevrouw Schnabel, want die zit al een hele tijd te wachten. Is het heel kort? Mevrouw Boom-Vos: Het komt bij mij een beetje moedeloos, negatief over. Vindt u dan niet het Sociaal Wijkteam, wat ik hier net heb gehoord, dan een bereikbaarheid in de wijken? De heer Kuperus: Dan komen we op een ander onderwerp, wat ook misschien lastig is. Mevrouw Boom-Vos: Laten we dat dan maar niet doen, want ik ging al voor. De heer Kuperus: Maar onze ervaring is dat het Sociaal Wijkteam niet in alle opzichten al zodanig laagdrempelig is dat iedereen daar zijn weg gemakkelijk naartoe vindt. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, ik ga u nu echt het woord geven. PvdA. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. De eerste vraag is eigenlijk meer een interesse vraag. Stel dat in een utopie er ontzettend veel mensen zich zouden gaan realiseren dat ze eigenlijk mantelzorger zijn en ook precies weten waar ze dan moet zijn. Is er dan genoeg aanbod en zijn er dan genoeg middelen om al die mensen te kunnen helpen? En de tweede vraag is denk ik meer gericht aan de ambtelijke ondersteuning. In de eerste pijler staat dat we, als het over preventie gaat, ook willen inzetten op werkgeversverenigingen. En daarvan was ik benieuwd, doen wij als gemeente ook aan mantelzorgverlofuren? En daarnaast, hoe zorgen we ervoor dat
28
kleine ondernemers de middelen hebben om ook die verlofuren voor hun werknemers in te zetten? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven om de vragen te beantwoorden? Wethouder. Mevrouw Van Benschop: Die eerste vraag wil ik wel beantwoorden. Ik denk dat ik daar ook het gesprek met de raad over moet voeren dan. Als iedereen die mantelzorg levert, via de definitie zoals we die benoemd hebben, zich zou realiseren dat die mantelzorger is en zich zou melden voor ondersteuning, dan zijn de middelen die we nu hebben niet toereikend. Dat is het korte antwoord. En de tweede vraag laat ik Linda beantwoorden. Mevrouw Huizer: En dat was een drietrapsraket. Ik ga proberen of ik ze onthouden heb. We hebben inderdaad contacten met de werkgeversvereniging, maar het is wel goed om aan te even dat jaren geleden er al is ingestoken op de oorkonde voor mantelzorgvriendelijk werkgever. Dat heeft MEE Mantelzorg destijds al in het proces ondersteund en begeleid. Waarmee wij mogen zeggen als gemeente Dordrecht dat wij deze oorkonde ook gehaald hebben. Wij zijn als gemeente Dordrecht mantelzorgvriendelijke werkgever. Ik ben zelf mantelzorger. En ik ervaar dat ook zo. Ik krijg absoluut de ruimte vanuit mijn parttime baan om daarnaast ook nog voor mijn zorgintensieve broer te zorgen. Ik kan uit eigen ervaring spreken dat ik zeker onze gemeente mantelzorgvriendelijk vind.
Als ik dan kijk, jouw tweede vraag. Met de werkgeversvereniging hebben we nu een mooi contact opgebouwd om te kijken wat we in ieder geval kunnen doen in de trainingen voor geaccrediteerd samenspel met de mantelzorger. Dat is eigenlijk bedoeld om zorgprofessionals zowel te leren hoe je in balans met mantelzorgers samenwerkt, maar ook om te kijken, omdat er veel zorgprofessionals zijn die zelf mantelzorger zijn, om hen te helpen in hun werk- en privébalans. En de werkgeversvereniging denkt daarover mee, maar ook ondernemers. We zijn met elkaar aan het kijken eigenlijk hoe we het stuk beleid dat we een aantal jaren geleden ingezet zijn... Dan kijk ik ook even Chantal aan. Ik denk dat werkgevers inmiddels bereidwilliger zijn en meer beseffen dat als zij geen aandacht hebben voor de werk- en privébalans van mantelzorgers, dat ze ook gewoon hun eigen banen niet kunnen opvullen. De urgentie om als werkgever mee te werken is groter nu. En ik denk dat Chantal dat wel erkent. Dat biedt ook wel weer kans om die samenwerking nog verder uit te bouwen. En dat is een van de reden dat we die ook in de pijler opnemen. De voorzitter: Vervolgvraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Korte vervolgvraag. Stel je hebt een schoenenwinkel en je hebt één personeelslid, dan is er veel lastiger voor te zorgen. Hoe gaat het dan in zo'n geval? Dat is misschien heel praktisch.
Mevrouw Huizer: Ik denk in eerste instantie altijd in overleg. Hoe kun je er met elkaar zo goed mogelijk uitkomen? Er bestaat wettelijk zorgverlof. Dat is niet voor een mantelzorger anders dan voor een persoon die tijdelijk voor iemand uit de omgeving zorgt. Nog niet eens zozeer mantelzorger. Daar is gewoon wettelijk zorgverlof voor mogelijk. Maar ik denk wel als je het samenspel met elkaar goed weet vorm te geven, dan kan de medewerker aan het werk blijven en de werkgever is zijn werknemer niet kwijt. Volgens mij zit het heel erg op samenspel.
29
De voorzitter: Dank u wel. U heeft een toevoeging, mevrouw Spruit? Mevrouw Spruit: Een hele korte toevoeging. Wij zijn zelf een sociale onderneming. Wij hebben zeven medewerkers in dienst, waar ik heel trots op ben. Maar ik zou een probleem hebben als er drie tegelijk mantelzorgverlof of op welke manier ook... Ook voor de bekostiging. Want daar zit gewoon geen enkele rek of mogelijkheid in. Dat is ook wel de kwetsbaarheid van de mooie dingen die we hier hebben. Wij zijn subsidie afhankelijk, met daarbij heel veel creatieve fondsen werven en andere initiatieven, om te laten bestaan wat we hebben aan ondersteuning. En als je dat nog meer onder druk zet, doordat je dan ook nog als werkgever zou moeten zeggen, je krijgt verlof. En natuurlijk is er in het gesprek veel mogelijk, maar dat is niet eindeloos. De voorzitter: Tot zover voldoende, mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Heel kort nog. Worden deze situaties ook meegenomen in de gesprekken? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Ik denk dat we hier ook wel een beetje treden in een verantwoordelijkheid van een werkgever. En dat vind ik lastig in dit gesprek. Wij proberen werkgevers te ondersteunen in, hoe ga je om met dit soort situaties? Maar uiteindelijk is het niet aan de gemeente noch aan deze partners om werkgevers te vertellen hoe ze dit moeten doen.
We kunnen ze alleen helpen in wat de mogelijkheden zijn. Geldt ook voor de mantelzorger zelf natuurlijk. We gaan mensen ook niet dwingen om zorg te accepteren. Dit is echt een vraagstuk tussen werkgever en werknemer, waarbij wij proberen of waarbij de partners proberen om vanuit de ervaring en expertise werkgevers handvaten te geven, hoe ga je hiermee om? Maar als de vraag is, gaan wij voor werkgevers vervangende arbeidsuren of zo regelen, nee. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Nieuwland van ChristenUnie/SGP. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, zou ik kort hierop mogen reageren? Aansluitende vraag op wat hier gevraagd wordt? Heel kort. Want wat de wethouder nu zegt, is heel duidelijk, dat het gaat voornamelijk over het informeren. Mijn enige vraag daarbij is, worden daarbij ook de werkgevers geïnformeerd, als zij zelf met die vraag komen te zitten hoe dat ondersteund wordt? Mevrouw Kruithof: Mag ik dat beantwoorden? De voorzitter: Gaat uw gang. Natuurlijk. Mevrouw Kruithof: Er is een landelijke organisatie die heet Mantelzorg en Werk. En die is heel erg voor bedrijven om allerlei regelingen, informatie en advies te geven. Ook over deze situaties. En misschien is het denk ik goed om te weten dat ongeveer vijftig procent van de werkende mantelzorgers niet vertelt dat hij mantelzorger is en vijftig wel.
En de meeste vragen van mantelzorgers die zij nodig hebben, dat zijn niet de verlofregelingen.
30
Dat denk je misschien wel, maar het hoogste percentage is iets van zestig tot zeventig procent dat zij maatwerk nodig hebben. Praten met je teamleider, wat voor oplossingen kan? Kan ik later beginnen? Kan ik vrij? Kan ik thuiswerken? Weet ik veel. Allerlei out of the box ideeën. Dan komen pas de verlofregelingen. En een collega die jou steunt en vraagt, hoe gaat het met je, wordt ook enorm gewaardeerd. De voorzitter: Dan ga ik nu wel naar mevrouw Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag nog een vraag stellen aan ZorgMies, omdat jullie natuurlijk een hele belangrijke ondersteunende rol spelen voor overbelaste mantelzorgers. U gaf aan dat u dit jaar al op de vijftig aanvragen zit. Veel hoger dan vorig jaar. Er is bij jullie een aanbesteding. En ik ben heel erg benieuwd, wat gebeurt er nu als er nog meer aanvragen komen? Is het dan op een gegeven moment, het geld is op, helaas, we kunnen jullie niet helpen? Of waar moeten we dan aan denken? Mevrouw Kooiman: We zijn natuurlijk beperkt in het budget wat we hebben gekregen van de gemeente Dordrecht. Ik hoop, mochten we het budget overschrijden, dat er nogmaals naar gekeken kan worden. Vanuit dat punt, eigenlijk de voorgaande jaren zijn we uitgegaan dat iedere mantelzorger recht heeft op 48 uur ondersteuning.
En dit jaar zetten we hem in op 30, zodat we meer mensen kunnen helpen. Het is alleen zo dat een mantelzorger, voordat de alarmbellen gaan rinkelen en er zorg wordt gevraagd en ingezet, zijn er ook op lange termijn mogelijkheden die we met elkaar gaan bekijken. Als wij ergens binnenkomen dan gaan kijken van, hoe kunnen we hen op dat moment helpen, maar ook op de lange termijn. En hoe sneller wij iemand geholpen hebben en daar buiten de gemeentesubsidie om iets voor kunnen betekenen, kunnen we weer iemand anders helpen. We zijn ons daar heel erg bewust van en daar ook inderdaad mee bezig om te kijken hoe we dat kunnen inzetten. De voorzitter: Mevrouw Rietstap heeft nog een aanvulling. Mevrouw Rietstap: Ik wil niet per se juridisch gaan doen, maar we hebben de Wet maatschappelijke ondersteuning en we hebben een Jeugdwet. En daarin zijn gewoon wettelijke voorzieningen opgenomen, namelijk respijtzorg. Ik snap dat we het erover hebben en tegelijkertijd ook niet. Want formeel hoeft de gemeente zich niet met een aparte voorziening op te gaan winden over respijtzorg. Wat er heel de tijd eigenlijk misgaat in het sociaal domein, ik ben er pas vanaf, pak hem beet, eerste kwartaal na de decentralisatie over aan het babbelen hier in de raad, is dat de indicaties niet juist worden verstrekt.
Ik wil toch nog even extra benadrukken, dat is over respijtzorg en over belasting van mantelzorgers gaat, dat we daar gewoon de normale route voor moeten volgen. En dat dat niet gebeurt, dat is dan heel vervelend, maar zo zij het. Het zou toch moeten. De voorzitter: Mevrouw Kooiman, u wil graag reageren?
Mevrouw Kooiman: Ik denk dat het in veel gevallen wel gebeurt. Alleen wat het is, de tijd... Zeker. Maar daar hebben we natuurlijk vandaag ook al over gesproken, dat de
31
aanloop ernaartoe. Voordat er formeel iets geregeld is, in die korte tijd kan een mantelzorger omvallen. En juist voor die periode is het belangrijk dat we die mantelvoorziening hebben vanuit de gemeente. En op de lange termijn, er is gewoon een te lange wachtperiode om al die formaliteiten te regelen. Mevrouw Rietstap: Maar daar begint het al mee, want dat mag namelijk wettelijk gezien helemaal niet. Dat moet gewoon eindelijk een keer stoppen. Ik weet niet hoeveel keer ik dat hier in de raad moet komen vertellen of in commissies en rondetafelgesprekken, maar het moet gewoon een klaar zijn, toch? De voorzitter: Wat ik hier merk, is dat er een punt wordt genoemd. Dat er enerzijds wordt aangegeven dat er natuurlijk een bepaald proces in is in het traject, maar dat loopt nog niet naar behoren, geeft mevrouw Rietstap aan. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Moment hoor. Want is er iets waarvan mevrouw Kooiman zou kunnen zeggen, we zijn daarmee bezig of er kan op een ander moment naar gekeken worden? Want ik snap wel dat er behoefte aan is. En we kunnen nu, op dit moment, niet de discussie gaan voeren. Gaat uw gang. Mevrouw Huizer: Ik denk dat het wel even van groot belang is om het verschil tussen de algemene voorziening en de maatwerkvoorziening toe te lichten.
De respijtzorgvoorziening, zoals wij die hebben opgetuigd in Dordrecht, is vanuit de algemene voorziening en niet vanuit een Wmo maatwerkindicatie. Er is ook een Wmo maatwerkindicatie respijtzorg, maar die wordt op dit moment alleen maar ingericht op het verblijf tijdelijk. En dat gaat niet over vervangende mantelzorg aan huis. Dat is een groot verschil. Mevrouw Rietstap: Ik vind het fantastisch dat de gemeente Dordrecht dat doet, maar eigenlijk ben je iets aan het repareren wat normaal gesproken goed zou moeten lopen. En jullie weten dat ik er zo over denk. En ik heb dat al heel vaak... En ik vind gewoon dat de raad dat zich bewust moet zijn. De voorzitter: Mevrouw Stolk wilde ook wat vragen. Mevrouw Stolk: Want ik word hier natuurlijk best wel door getriggerd. De voorzitter: Dat zal best. Mevrouw Stolk: Het is niet om die discussie nu te voeren, maar ik denk wel dat we hem even in ons achterhoofd moeten houden. En ik kom er nog wel even bij u op terug. De voorzitter: Mevrouw Spruiten zag ik rechts bewegen. Wilde u reageren? Nee. Mevrouw Wernsen, gaat uw gang. Mevrouw Wernsen: Misschien vervuil ik hiermee de discussie, maar ik blijf hangen op, jullie willen preventief de mantelzorgers ondersteunen, zowel privé als bij ons initiatief. Als er iets gevraagd wordt, dan is het antwoord nee, dat bieden we niet. Dan wordt het
32
over de schutting gegooid en dan ben je automatisch de Sjaak, om het maar even netjes te zeggen. Preventief ondersteunen, betekent ook dat betaalde zorg gewoon beschikbaar moet zijn. Als de nood hoog is, dan moet je niet alles over de schutting mikken. De voorzitter: De wethouder wil wat zeggen? Mevrouw Van Benschop: Ik ga daar toch even op reageren. Ik denk dat het toch goed is. Ik ben het er namelijk helemaal mee eens, we zijn het er denk ik allemaal helemaal mee eens dat als de zorgbehoefte echt hoog is, als de nood hoog is, dat je gewoon de zorg moet krijgen die je nodig hebt. Dat is ook waarom we een herijking Wmo, als we het dan even op de Wmo richten, dat is mijn portefeuille, daar kan ik iets over zeggen, hebben gedaan, om te kijken naar de toegang tot de Wmo. Hebben we de juiste mensen in zorg zitten? Hebben we nu echt de mensen die het meest kwetsbaar zijn of de zorg het hardst nodig hebben goed in beeld? Krijgen die wat ze nodig hebben? Want er zijn lange wachttijden. Dat klopt. Het komt ook gewoon, omdat de vraag heel hoog is en het aantal beschikbare zorgverleners heel laag, in verhouding. We zullen iets moeten gaan doen aan die toegang. En niet alleen aan de toegang. Ook prioriteren op noodzaak. Wie heeft de zorg het allerhardst nodig? En dat zijn hele moeilijke, rottige keuzes.
Betekent namelijk altijd dat je tegen mensen nee moet zeggen en dat je dat actief moet doen. Nu verdwijnen mensen onderaan op een wachtlijst. En dan is het nog een soort van, wij kunnen er niks aan doen. We hebben te weinig mensen. Ik ben het er helemaal mee eens. Ik hoop eigenlijk dat de raad het daar ook mee eens is, dat we daar allemaal veel sterker op moeten gaan sturen en dat we daar keuzes in moeten durven maken. En dat dat in sommige gevallen betekent dat je tegen mensen zegt nee, sorry, we hebben het op dit moment niet. Of nee, sorry, voor u duurt het langer, want we hebben echt meer noodzakelijke situaties. Het is een rottig gesprek, maar ik vrees dat we wel op dat punt aangekomen zijn. En dat we alleen op die manier de zorg beschikbaar en bereikbaar kunnen houden voor die mensen die het het hardst nodig hebben. De voorzitter: Mevrouw Rietstap. Mevrouw Rietstap: Wij zijn het ook met de wethouder eens, vanuit het Ouderplatform gezien. Het enige vervelende is, dat heb ik echt heel vaak gezegd en ik zie een paar gezichten van mensen die dat weten, omdat ik het al een paar heb gezegd, is dat in de praktijk zien wij juist andersom gedrag. We zien juist dat relatief eenvoudige problemen, ook rondom mantelzorgondersteuning, dat die doorgang vinden.
En juist de wat ingewikkeldere zaken en de wat moeilijkere zaken, dat die als bagger dan bij mij komen, waardoor ik weer dan brieven kan gaan schrijven en zo. En dat is iets wat waar bij ons de pijn gewoon zit. En ook in de gemeente Dordrecht. Ik wil niet dat we minder blij worden vanavond, want ik vind dat de gemeente Dordrecht echt wel een mooie zet heeft gedaan. En ik vind het werk van Linda echt top. Ik wil niet dat we nu moeten gaan denken van, weet je, dat wij daartegen zijn? Wij zijn daar niet tegen, maar we vinden het wel jammer dat de gemeente eigenlijk problemen op aan het lossen is waar ze niet voor aan zet zijn en die ook weer geld kosten.
33
De voorzitter: En ik denk, in reactie ook op mevrouw Rietstap, en dat is meteen, want ik wil zo langzaamaan naar een afronding van deze vergadering, is dat wat hieraan ten grondslag ligt, is een raadsinformatiebrief die de commissie heeft ontvangen van het college. En in de loop van het kwartaal komt er ook nog een uitvoeringsprogramma. Dat komt allemaal nog naar de commissie toe. En dit gesprek is ook bedoeld om gewoon informatie op te halen. We gaan er heel erg vanuit dat alle goede dingen, maar ook alle zorgen die genoemd zijn, dat die hier gehoord zijn. De wethouder en ambtelijke ondersteuning zijn erbij, die hebben het gehoord. En het uitvoeringsprogramma komt eraan. Dan kijk ik even de commissie aan. Mevrouw Van Benschop wil nog wat zeggen. Mevrouw Van Benschop: Ik zit even te luisteren naar uw voorstel over hoe nu verder? Ik denk dat als daar behoefte aan is vanuit de commissie, die is er in ieder geval wel vanuit het college, om nog een consultatiesessie te doen. U heeft nu heel veel informatie gekregen. Het lijkt me goed als we proactief, niet aan de hand van het uitvoeringsprogramma, want dat stelt het college vast, maar om met de raad in gesprek te gaan, welke accenten wilt u meegeven? Wat vindt u belangrijk? Welke prioriteiten ziet u? Zodat we dat juist mee kunnen nemen in die uitwerking.
Dan gaan wij gewoon via de griffie een agenderingsverzoek doen voor een consultatie. Dat is mijn voorstel in ieder geval. De voorzitter: Ik kijk de commissie aan. Is iedereen daarmee akkoord? De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Spreken we daar dan nadrukkelijk bij af dat de consultatie in aanwezigheid van een wethouder is? Ik geloof deze wethouder daar wel in, want ik maak weleens consultaties mee op verzoek van het college, waarbij de wethouder ontbreekt. Dat consulteert niet lekker. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Benschop: U heeft van mij een keiharde toezegging dat ik daarbij aanwezig ben. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw van Vugt, CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Is het nodig dat er dan nog een agenderingsverzoek komt of kunnen we daartoe gewoon besluiten dat we die commissievergadering willen hebben? Mevrouw Van Benschop: Ik doe het agenderingsverzoek vanuit het college. Die komt gewoon bij u op de lijn via de griffie. De voorzitter: Ik kijk ook. Is dat voldoende? Want ik snap wat mevrouw Van Vugt bedoelt, dat wij nu als commissie kunnen bepalen dat dit wordt doorgeschoven en dat dat
34
eigenlijk al de griffie het door kan zetten naar een agendering. Dat bedoelt mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik bedoel dat wij kunnen besluiten om een consulterende vergadering te houden. Mevrouw Van Benschop: Ik zou toch graag willen vragen of wij dat mogen doen, want dan kunnen wij ook voorbereiden welke informatie we op willen halen. En dan kunnen we daar ook wat extra vragen bij formuleren. De voorzitter: Ik zie dat iedereen het ermee eens is. Gaan we dat doen, wethouder. De grondslag van deze vergadering is natuurlijk de raadsinformatiebrief. Kan die volgens de commissie dan ook ter kennisname naar de raad? Is dat akkoord? Dan gaan we dat sowieso doen. En dan komt er inderdaad nog een agenderingsverzoek vanuit het college voor een consultatie. Dan dank ik alle aanwezigen en alle gasten ook voor hun bijdrage. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik dank u allemaal. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik ga nog even naar mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, allereerst wil ik even dank uitspreken aan alle instanties die hier aan tafel hebben gezeten. Maar ik wil ook even dank zeggen aan de voorzitter, die dit gevoelige onderwerp toch heel deze vergadering goed geleid heeft. Complimenten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolk. Daar doen we niet aan. Ik wil iedereen hartelijk danken.
Wilt u niet vergeten uw flesjes en bekertjes of kopjes allemaal mee te nemen voor de volgende vergadering. Dan is het weer opgeruimd. Dank u wel. 3. Vaststellen Cultuurnota Dordrecht 2030 – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Klerk (CDA)
35
Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van Pelt (FvD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden Overige aanwezigen: mevr. Ersilia, mevr. Reijnhoudt, mevr. Kooi, dhr. Esseboom, dhr. Van Raalte, mevr. Van Walderveen, dhr. Gooshouwer De voorzitter: Volgens mij zijn we redelijk compleet om te kunnen beginnen. Ik wil iedereen van harte welkom heten, alle gasten, ook op de tribune zitten mensen en misschien zijn er thuis mensen die het nu of later online volgen. Ambtelijke ondersteuning heb ik nog niet genoemd. Die zijn er natuurlijk ook. En ik wil u alvast vertellen dat de wethouder Van der Linden is nu even in een andere zaal, omdat het over mobiliteit gaat. En straks komt hij ook weer hier in elk geval kennisnemen van wat er hier passeert. Voor het verslag vraag ik u allemaal om u even voor te stellen. En dan begin ik hier rechts van me. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Ersilia: Swendeline Ersilia, stadsdichter. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht.
De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP.
36
De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Reijnhoudt: Petra Reijnhoudt, Nationaal Onderwijsmuseum. Mevrouw Kooi: Sjarlot Kooi, Dordts Philharmonisch Orkest. De heer Esseboom: Roel Esseboom, Muziekpodium DJS, also known als The Jazzsoos. De heer Van Raalte: Tjarco van Raalte, Cultuurmaker. Mevrouw Van Walderveen: Jeannette van Walderveen, ambtelijke ondersteuning. De heer Gooshouwer: Laurens Gooshouwer, initiatiefnemer Dordts Patriciërshuis. De voorzitter: En ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. En ik vroeg me nog even af, op de tweede rand zitten er ook nog mensen die nog meedoen. Dan gaan we nog even verder met het voorstelrondje. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De voorzitter: En dan hebben we nu wel iedereen gehad die deelneemt aan deze vergadering. Een toelichting krijgt u eerst. En dan moet de bril weer even af. Het college heeft de gemeenteraad de Cultuurnota toegestuurd. En het is een voorstel om hem eventueel ook vast te stellen. Vanavond vindt er een beeldvormde vergadering plaats, waarin namens het college een toelichting wordt gegeven.
En dat zal straks mevrouw Van Walderveen doen. En waarin ook een aantal vertegenwoordigers vanuit de culturele sector hun visie daarop geven. Maar we beginnen met de inspreker vanuit het Dordtse Patriciërshuis. Die hebben aangegeven graag te willen inspreken. En ik geef dan zo ook het woord aan de heer Gooshouwer. En ook bij hem mag ik er al even iets bij zeggen. Hij vertrekt na het inspreken vrij snel, omdat zijn dochter alleen thuis is met een gebroken, wat was het, kuit. Maar dan is het niet fijn dat ze alleen thuis zit. U krijgt vijf minuten de tijd om in te spreken. En dan kunnen er nog een paar vragen gesteld worden. En dan vervolgens gaan we verder. Aan u het woord. De heer Gooshouwer: Dank u wel. Dames en heren, ruim 25 jaar heb ik in het historische havengebied gewoond. En het laatste huis waarin we woonden, is gelegen aan de Wolwevershaven. Bij mooi weer zaten we op een bankje voor het huis. En steeds vaker
37
werden wij benaderd door langslopende toeristen met de vraag of ze even binnen mochten kijken om de unieke ronde Maaskamer te bekijken. De eerste keer hadden we daar niet zoveel trek in, maar in een later stadium stemden wij toch steeds vaker toe. In de loop der jaren hebben we het huis zoveel mogelijk ingericht met meubels en schilderijen, passend bij het huis. Na een jaar of tien vele toeristen in ons huis te hebben ontvangen, besloten we te gaan verhuizen naar een andere woning, de collectie te schenken aan de stichting en het pand open te stellen. Familie, vrienden en buren dachten dat we stapelgek waren geworden, maar met veel hulp van stichtingsbestuursleden en een flink aantal vrijwilligers kwam de loop er meteen aardig in. En al na drie jaar mochten we, na een zwaar toelatingsexamen, lid worden van de Museumvereniging en mochten we ook de Museumkaart accepteren. Dit leidde tot een forse groei van het aantal bezoekers. Het nadeel is echter dat de vergoeding van de Museumvereniging slechts een fractie bedraagt van de toegangsprijs. Op dit moment bedraagt deze vergoeding circa 6,50 euro, terwijl de bezoeker circa 2 uur onder de pannen is als men alles zou willen bekijken. In onze laatste bestuursvergadering hebben wij besproken of wij de tarieven zouden moeten verhogen, maar 4 van de 5 waren hierop tegen, omdat we anders duurder zouden worden dan Huis van Gijn.
Zie hier de vicieuze cirkel waarin wij ons bevinden. Om hopelijk toch tot een kostendekkende exploitatie komen, stelden wij het pand al snel buiten openingstijden van het museum beschikbaar van fotoshoots, vergaderingen en dat soort dingen. Het Onderwijsmuseum zal ongetwijfeld kunnen beamen dat dat keihard werkenis om daar iets aan over te houden. Als we dit met betaalde krachten zouden moeten doen, dan zou er van de hiermee gerealiseerde omzet weinig tot niets overblijven. Daarnaast ontvangt de stichting al jaren substantiële bedragen aan donaties van zowel particulieren als bedrijven. Ook zijn er vanaf de start tientallen eenmalige projectsubsidies ontvangen van vele cultuurfondsen en een aantal keren van de gemeente. Met deze bijdragen hebben wij het Patriciërshuis landelijk op de kaart kunnen zitten, maar helaas zijn de inkomsten nog steeds niet voldoende om de kosten te dekken. Daarom hebben wij op 14 maart vorig jaar de noodklok geluid bij wethouder Van der Linden en mevrouw Van Walderveen. En toen wij een aanvraag voor een structurele subsidie, op basis van de regeling culturele voorzieningen wilden starten, bleek dat deze alleen was opengesteld voor een aantal met namen genoemde instellingen.
In een gesprek dat ik in mei, samen met onze voorzitter met mevrouw Van Walderveen heb gevoerd, deelde zij ons mede dat er nog niet was nagedacht over een eventuele aanpassing van dit systeem.
Nadat wij in november maar weer eens aan de bel hebben getrokken, hebben wij in een gesprek met haar en de wethouder wederom aangegeven dat de situatie nu wel erg nijpend begon te worden en dat wij op dit moment niet meer programmeren voor het jaar 2025. Ons werd toen gevraagd om onze argumenten nog eens op papier te zetten. En in een notitie van 22 december, heeft u bij de stukken kunnen lezen of aangetroffen, hebben wij naar onze mening alles uit de kast gehaald om te onderbouwen waarom ons museum thuis hoort in de basisinfrastructuur. In welke stad vind je immers twee huismusea die op loopafstand van elkaar gelegen en die elkaar prima aanvullen? Uit deze notitie blijkt ook dat ons museum voldoet aan vele politieke beleidsuitgangspunten. Maar gedwongen door het huidige systeem van subsidieverstrekking hebben wij onszelf vergelijken met diverse andere musea in de stad, waaruit blijkt dat wij op het gebied van
38
kwaliteit van onze website, klantwaardering en dergelijke zeker niet voor hen onderdoen en soms zelfs een betere waardering hebben. Kijk onder andere onze Google reviewers, Tripadvisor et cetera. Helaas hebben wij in de Cultuurnota moeten lezen dat het college, zonder enige argumentatie, heeft besloten dat de basisinfrastructuur ongewijzigd blijft. Circa een week later hebben wij een brief van de wethouder ontvangen, die ons op zijn zachtst gezegd niet verder helpt en waarin geen oog is voor de sense of urgency waarin ons museum zich al ruim een jaar bevindt. Daarom heeft onze voorzitter in een mail, die ook tot de stukken behoort, gepleit voor een alternatief systeem voor het verstrekken van structurele subsidie. Hopelijk vinden deze argumenten weerklank, want ik ben dit museum begonnen met het doel om dit voor de komende eeuwen in stand te kunnen houden en niet om dit na vijftien jaar keihard buffelen weer te moeten sluiten. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil u danken voor uw bijdrage, waarin u aangeeft wat het museum te bieden heeft, hoe de waarderingen zijn. U mist het gevoel van urgentie bij het college, geeft u aan. En u pleit voor een ander systeem wat betreft het verkrijgen van subsidie. Wie van de commissie wil daar iets over vragen of iets over zeggen? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Waar ik eigenlijk een beetje van schrik, maar ik zal even mijn vraag gewoon stellen, want anders ga ik hem te politiek maken denk ik. Dat komt dadelijk wel. U zegt eigenlijk dat u geen subsidie krijgt door het systeem wat de gemeente heeft opgesteld. De heer Gooshouwer: Dat klopt inderdaad. En dat staat ook in de stukken, met name de mail die onze voorzitter heeft gestuurd. Daar staat heel helder uitgelegd hoe het huidige systeem werkt. En daarin wordt ook gepleit voor een alternatief. Mevrouw Stolk: En mag ik nog een vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Ja, dat mag. Mevrouw Stolk: Begrijp ik, even uit uw verhaal... Gewoon ook voor de band wil ik dat even horen. Klopt het dat u eigenlijk aan alle vereisten voldoet en misschien nog wel beter scoort dan andere musea? De heer Gooshouwer: Wij vinden uiteraard dat we aan alle eisen voldoen. Dat staat ook in de brief van onze voorzitter. Daar wordt ook verwezen naar een aantal culturele codes De code cultural governance. Ik heb in mijn bijdrage verteld dat wij al ruim tien jaar de Museumkaart accepteren. En daarvoor moet je voldoen aan de code cultural governance. En dat is één van de drie codes waar dan degene die in aanmerking zouden komen voor subsidie aan zouden moeten voldoen. Daarom heb ik ook aangegeven hoe onze laatste bestuursvergadering is gelopen.
Daar zie je dat die code ook werkt, want er was één bestuurslid voor een tariefsverhoging. En dat was ik, de penningmeester. En de andere vier wilden niet linksaf, maar rechtsaf. En zo werkt het. Dan beslist de meerderheid.
39
Mevrouw Stolk: Mag ik u vragen, voorzitter, om hoeveel subsidie het gaat waar u om vraagt? De heer Gooshouwer: We hebben een begroting voor de komende jaren gemaakt. En dan blijkt dat in de worstcasescenario wij op jaarbasis ongeveer 50.000 euro tekortkomen, ondanks alle inspanningen die we doen om buiten openingstijden bijvoorbeeld fotoshoots te doen, vergaderingen en dat soort zaken. En dat is ongeveer een half procent van het beschikbare bedrag in de Cultuurnota of de cultuurbegroting, beter gezegd. De voorzitter: We gaan naar de heer De Heer, die heeft een vraag. En daarna gaan we naar mijnheer Safranti. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook aan de inspreker. Wat ik begrijp, is dat het verzoek ook deels is geweest om deel te worden van de basisinfrastructuur, waarbij er dan ook meer mogelijkheden voor structurele subsidie zouden kunnen komen. Wat ik begrijp, is dat er in de afgelopen jaren vast hard is gewerkt om elke keer dat gat te dichten en dat deels is bijgesprongen, ook vanuit de gemeente met incidentele subsidies, vanuit allerlei hoeken en gaten. En deels, wat ik begrijp, ook vanuit de gemeente.
Is er reden om aan te nemen dat dat, ondanks dat het geen structurele subsidie zou zijn, maar dat soort incidentele gelden ook misschien een deel van de oplossing kunnen zijn voor de toekomst? De heer Gooshouwer: Ik wilde dat het waar was, want alle projectsubsidies die wij tot op heden hebben mogen ontvangen, en ik heb aangegeven dat waren er enige tientallen van de fondsen die u allemaal wel kent, het Cultuurfonds, VSBfonds, noem ze maar op. En ook de gemeente een aantal keren. Dat is, de naam zegt het al, voor projecten waar ook kosten mee gemoeid zijn. Aan de linkerkant komt dat geld bij ons binnen en aan de rechterkant moeten we dat gelijk weer uitgeven aan andere zaken. Er is geen enkel fonds in dit land waar je exploitatietekorten kunt claimen. De gemeente zou echt de enige partij zijn waar wij terecht kunnen. En we hebben al die jaren heel hard gewerkt om te voorkomen dat wij een subsidie zouden moeten vragen, want ik ben het museum niet begonnen om ooit een keer subsidie te komen vragen. Maar ik ken iemand die dit ook doet. We kennen allemaal een aantal mensen die een museum zijn gestart die in de Quote 500 staat, maar die hoef ik niet te bellen, want dat zijn een heel ander type mensen. Wij zijn gewoon uit passie dit begonnen. En we hebben ook geen business- of een beleidsplan gemaakt. We zijn gewoon begonnen. En we zijn best een eind gekomen, durf ik te zeggen.
Maar het houdt een keer op. En dat moment is nu helaas bereikt. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is eigenlijk beantwoord, want het ging over de fondsenwerving. En mijnheer heeft daar heel uitgebreid antwoord op gegeven. De voorzitter: Zo kan het soms ook, dat het al opgelost is voordat het gevraagd is. Heeft iemand nog een vraag aan de heer Gooshouwer? De heer Katif.
40
De heer Katif: Misschien wel een nabrandertje. We zijn net begonnen. Ik vraag me af, welk onderdeel van de subsidieregeling die de gemeente heeft opgesteld u daar niet aan voldoet, primair? Dat vraag ik me even af. De heer Gooshouwer: Als ik het goed vertel, maar dat kan mevrouw Van Walderveen denk ik beter uitleggen, we zijn niet eens zo ver gekomen om te kijken of we ergens aan voldoen, want er is een subsidieregeling culturele voorzieningen en daar staan een aantal met namen genoemde instellingen in. En als je daar niet bij staat, dan kun je geen subsidie aanvragen. Daar zijn we al op vastgelopen, zal ik maar zeggen. De voorzitter: Dat is denk ik een heel helder antwoord. Nog meer vragen? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel voor het inspreken. U vertelde dat u ook commerciële activiteiten doet door verhuur van vergaderzalen. Is dat nog uit te breiden of andere commerciële activiteiten? De heer Gooshouwer: Terechte vraag. Want als je ook in de Cultuurnota kijkt, cultureel ondernemerschap wordt natuurlijk gestimuleerd. En terecht. Ik weet niet of u het zich kunt herinneren, maar in 2017 hebben wij een enorme verbouwing verricht. Hebben we de kelder bij het pand betrokken. Dat heeft ook uitgebreid in diverse kranten gestaan. Daar hebben we ook een compliment van het monument van de provincie gekregen, waar we erg trots op zijn.
Dat betekende dat het pand twee jaar letterlijk in de steigers stond. In die twee jaar konden we natuurlijk niet vergaderzalen aanbieden, want dat is een gehamer en lawaai van jewelste. Want eigenlijk hadden wij al tijdens de vorige Cultuurnota willen aankloppen bij de gemeente, maar dat vonden wij niet fair, want we wilden eerst proberen om zelf onze eigen broek op te kunnen houden. En elk jaar stijgt de omzet nog steeds, niet alleen qua bezoekers, maar ook qua verhuur. Maar een gat van het bedrag wat ik net noemde dat dicht je niet zomaar even met een paar vergaderingen of fotoshoots en dat soort dingen. Misschien dat u eens kan raden hoeveel bruidsfotoshoots wij vorig jaar gedaan hebben, om een idee te krijgen. Bruidsfotoshoots. Dat zijn onze ideale klanten. Die hebben geen tijd voor een kop koffie of zo. Dat is klikkerdeklak en weg zijn ze weer naar het volgende onderdeel van de bruiloft. U bent de eerste die het overschat. Het zijn er 102. Maar dat vonden wij heel erg veel. Dat doen we allemaal met vrijwilligers, buiten openingstijden van het museum. En bijvoorbeeld met vergaderingen, dan loop je te zeulen met allerlei tafels en koffie en dat soort zaken. Ik durf te zeggen dat we er echt alles aan hebben gedaan, want liever had ik hier niet gezeten. Laat dat duidelijk zijn. De voorzitter: Mevrouw Kruger, nog een aanvullende vraag.