2.8 2024.04.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 16 APRIL 2024 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder T. de Jonge, wethouder M. Merx De voorzitter: Beste mensen, goedenavond allemaal. Het vragenhalfuurtje van dinsdagavond 16 april 2024. Welkom hier in kamer 1. En welkom ook als u op een andere manier meeluistert. We hebben vandaag vier vragen. En ik ga gelijk naar de eerste vraag. En die komt van de Partij voor de Dieren. En die gaat over het lozen van stoffen door Chemours. Mevrouw Van Herwijnen licht hem kort toe. Gaat uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag berichtten het AD dat Chemours toestemming wil om nog drie andere PFAS-stoffen te lozen in de BenedenMerwede en op het gemeentelijk riool. Hierdoor zou onze reeds zwaar vervuilde omgeving nog zwaarder vervuild worden met Forever Chemicals, waarvan wij de consequenties niet kunnen voorzien. En de Partij voor de Dieren heeft hierover de volgende vragen.
Klopt wat het AD hierover schrijft? En hoe staat het college tegenover dit verzoek van Chemours? Is het college bereid om bij het bevoegd gezag te lobbyen tegen dit verzoek? En als laatste, als het bevoegd gezag hiervoor een positief besluit afgeeft, overweegt het college dan hiertegen in bezwaar te gaan. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting, mevrouwen Van Herwijnen. Niks aan de hand. Ik ga voor het antwoord naar mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. En het college begrijpt volledig uw vragen en de zorgen volgens mij die we er ook achter mogen lezen die er zijn. En het strookt natuurlijk ook helemaal niet met waar we het altijd met elkaar over hebben van, wij willen niet dat onze inwoners geconfronteerd worden met de verontreiniging met schadelijke stoffen. En daar zijn we gezamenlijk in aan het optrekken van nul uit de pijp en in dit geval ook geen stoffen meer verder in dat milieu, in het water of in de bodem. Dat is ook eigenlijk de reactie op uw vraag. Wij willen dat niet.
1
En daar zijn we ook over in gesprek met het bevoegd gezag. Al lang en al langere tijd. En dat heeft er wel toe geleid dat we nu vaker aan de voorkant al meegenomen worden, zodra er bij hen zo'n aanvraag binnenkomt. We zijn op de hoogte gesteld en we hebben daar ook een advies bij mogen afgeven hoe wij als vier gemeenten kijken naar de aanvraag. En voordat zij verder gaan in het traject. Ik had mevrouw Van Herwijnen vanmiddag even laten weten, op dit moment is er een wethoudersbrief onderweg naar u over de brief van GS, met ook een duiding van het college daarbij. Daar zal ik een paar dingen ook uit kort even aangrijpen. Wij hebben gezegd, er schijnen al gewoon best bewezen technieken te zijn om deze stoffen helemaal niet te hoeven lozen. Waarom zou je überhaupt een vergunning willen afgeven? We hebben ook gezegd, de aanvraag bekijkende, volgens mij hebben ze niet alle informatie gegeven die er zou moeten zijn. De aanvraag kan wat dat betreft ook gewoon niet in behandeling worden genomen. En we hebben ook nog zoiets als een Kaderrichtlijn Water. Dit is weer het zoveelste moment waarop er dingen toegevoegd worden, terwijl we juist keihard aan het werken zijn op allerlei niveaus in Nederland, in Europa om het water in Nederland zo schoon mogelijk te krijgen. Wat ons betreft gewoon voldoende argumenten.
En gelukkig hebben we daar de experts ook om ons heen om in ons advies te schrijven, doe dit gewoon helemaal niet. Het is helemaal niet nodig. Ze kunnen het allemaal op andere manieren opvangen en verwerken. Ons advies zal zeker zijn het niet te doen. En uw laatste vraag. We zullen even moeten volgen wat het bevoegd gezag, wat de provincie en DMCR gaan doen met de vergunning. En dan zullen we daarna gaan handelen, als dat niet helemaal naar onze wens is. De voorzitter: Dank u wel. Ik kan me voorstellen dat dat een duidelijk antwoord was. Voldoende ook, mevrouw Van Herwijnen? Prima. Gaan we naar de tweede vraag. En die komt van de VVD. En die gaat over de verkeersoverlast naar aanleiding van de werkzaamheden. Mijnheer Kuhlmann gaat de vraag kort toelichten. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Momenteel worden er in en om onze binnenstad heel veel wegwerkzaamheden gelijktijdig uitgevoerd. Bijvoorbeeld op de Dubbeldamseweg Noord, Vest, Kromhout, Steegoversloot en de Johan de Wittstraat en nog heel wat andere straten. En er zijn stuk voor stuk goede redenen voor die werkzaamheden. Maar door de samenloop ontstaat er op drukke momenten een verkeersinfarct, zoals bijvoorbeeld afgelopen weekend. En enige overlast is onontkoombaar, maar we willen graag dat het college zich tot het uiterste inspant om het verkeer zo soepel mogelijk te laten rijden. Daarom twee vragen.
Ik begin met een makkelijke vraag. Is de wethouder het met ons eens dat we bij wegwerkzaamheden altijd praktisch moeten kijken hoe we onze binnenstad bereikbaar houden, wat ook broodnodig is voor onze middenstand. Ik zal alvast verklappen, het goede antwoord is, ja natuurlijk. Dan de tweede vraag. Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat de binnenstad, ondanks de vele wegwerkzaamheden, bereikbaar blijft? Bijvoorbeeld door het mogelijk te maken dat autoverkeer in de Johan de Wittstraat kan keren ter hoogte van restaurant Post of door de inzet van verkeersregelaars. De voorzitter: U had geen antwoord zelf al op de tweede vraag, begrijp ik. Ik ga denk ik toch maar naar wethouder Van der Linden. De heer Kuhlmann: Ik heb veel vertrouwen in de wethouder en in een goed antwoord.
2
De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel. Als wij die vragen krijgen, dan komt er ook ambtelijke advisering bij. En bij vraag één heb ik als ambtelijk advies meegekregen om te zeggen dat ik het ermee eens ben. En een retorische vraag hoef je niet te beantwoorden, want natuurlijk zijn we het daarmee eens met zijn allen. En wat je ziet, is dat wij natuurlijk een stad hebben met heel veel bouwambities. Daar geven we invulling aan. Dat vergt heel veel bouwverkeer, maar ook wat omleidingen. We hebben natuurlijk rioolprojecten, die ook goed moeten worden afgestemd en dan hun uitvoering krijgen. We hebben soms derde projecten van netwerkbeheerders die recht hebben, gelukkig maar, om als het nodig is ook met spoedjes ertussendoor te komen. En al met al proberen we dat goed te plannen. Dat doen we altijd zo dat we in ieder geval zorgen dat de hoofdwegen niet tegelijkertijd helemaal worden afgesloten. Op dit moment is het Oranjepark stad in afgesloten en Johan de Witt stad uit. Er zijn altijd routes in en uit beschikbaar. En andere routes, andere plekken waar werkzaamheden zijn, wordt aangegeven hoe je kan omrijden. En dan zien we natuurlijk ook dat dat niet zonder problemen gaat, want anders dan zou je die weg ook helemaal niet nodig hebben. We houden wel bij hoe het met de intensiteiten gaat. En natuurlijk zien we een ochtend- en een avondspits.
En die zijn vaak veel groter of iets langer dan je normaal hebt. En soms heb je overdag ook extra drukte. Als je hebt over bijvoorbeeld afgelopen weekend, dan zie je intensiteiten die vergelijkbaar zijn met een ochtendspits. Dan duurt het wat langer en je kan het wel goed afwikkelen. Een paar vervolgvragen die u stelt. Kun je bijvoorbeeld denken aan keren bij restaurant Post, als je het over de Johan de Witt hebt. Dat lijkt ons geen goed idee, omdat je kan dat keren, maar er zijn natuurlijk veel auto's die zijn net wat langer, wat groter of ze hebben een aanhanger. Dat levert veel meer kruisend verkeer op. En dan zou je eigenlijk zorgen voor een langere file. Dat is juist wat je niet wil. Verkeersregelaars inzetten, doen we ook her en der. En eigenlijk vooral op plekken waar de fysieke maatregel die je treft niet voldoende is. Maar je zet bijna nooit een verkeersregelaar in zonder een fysieke maatregel. En bij Johan de Witt is het bijvoorbeeld zo dat het verkeer best doorrijdt. Een extra verkeersregelaar aandacht erbij gaat daar geen bijdrage leveren. Er zijn andere straten waar het wel zo kan zijn, omdat daar bijvoorbeeld weinig fysieke ingrepen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld Transvaalstraat is dat het geval. Kortom, we hebben er aandacht voor. We zorgen ook, als het even kan, voor een goede planning.
Sommige projecten doe je echt anderhalf, twee jaar over voordat ze worden uitgevoerd. Soms duren projecten iets langer. Vergen ze iets meer inzet. Maar ik ben het met u eens, deze stad is toe aan heel veel bouwen en beheren. En dat gaat nooit zonder overlast. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende denk ik ook, Mijnheer Kuhlmann? Ja? Ik zie een vervolgvraag van de heer Portier. De heer Portier: Mijn vraag aan de wethouder is, zou het ook niet helpen als we, zeker in dit soort situaties, mensen oproepen om niet met de auto naar de stad te gaan? Want er zijn een heleboel mensen die ook, niet iedereen, voor andere vormen van vervoer kunnen kiezen. De voorzitter: Wethouder Van der Linden.
3
De heer Van der Linden: Ik zit me even voor te stellen hoe mijn ambtelijke advisering over dit antwoord zou luiden. Maar ik weet natuurlijk dat we het daar vanuit het college ook mee eens zijn. Want we zijn een stad waar heel veel mensen samenkomen, waar heel veel gewoond, gewerkt, geleefd wordt. We hebben andere mobiliteitsinzet nodig. Maar we weten ook, en dat kan ons verbazen of niet, dat veel mensen een voorspelbare file, bijvoorbeeld zaterdagmiddag om kwart over twee voor een garage aan het Achterom, minder vervelend vinden dan een onverwachte file. Ik ben het met u eens. Maar uiteindelijk maken mensen die keus om wel of niet auto te rijden, wel of niet met de fiets te gaan of wat dan ook uiteindelijk zelf. De voorzitter: Dank u wel voor de vervolgvraag. Ik denk dat we naar het volgende onderwerp kunnen gaan. De derde vraag komt van Beter voor Dordt. En die gaat over de veiligheid in onze stad. En mijnheer Katif gaat hem kort toelichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. We hebben vier vragen. Maar ik graag voor die vragen even een klein toelichting willen geven. Afgelopen dinsdag 9 april om 19 uur 30 vond er een incident plaats op het Stationsplein, waarbij twee groepen betrokken waren. De politie krijgt melding van een ruzie tussen de groepen, waarbij minstens één groep wapens gebruikte. Gelukkig raakte niemand gewond.
Maar uit onderzoek bleek dat er wel geschoten was, gezien de gevonden hulzen op straat. Naar aanleiding hiervan, bij de Beter voor Dordt oftewel Beter voor Dordt en de vele inwoners van Dordrecht leeft het gevoel dat onze stad steeds onveiliger wordt door het toenemende aantal schietpartijen. Voorzitter, is het college het met ons eens dat het van groot belang is om de veiligheid van de Dordtenaar te blijven bewaken? Graag een toelichting. Welk specifieke maatregelen is het college van plan te nemen om het gevoel van onveiligheid in Dordrecht te adresseren/verminderen? Een derde vraag is, welke initiatieven of programma's worden ingezet in Dordrecht door de driehoek om dergelijke geweldsincidenten te bestrijden? Een laatste vraag, voorzitter, en jammer dat de burgemeester er niet is, maar bij deze van harte gefeliciteerd met uw fantastische zoon en uiteraard uw vrouw en twee kinderen. Wat doet de portefeuillehouder om na dit soort vreselijke gebeurtenissen omstanders, omwonenden en andere geschrokken Dordtenaren gerust te stellen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Inderdaad, normaal zou deze vraag voor de burgemeester zijn, maar die is vanwege heugelijke privéomstandigheden er niet bij. De heer Merx zal de vraag beantwoorden. Gaat uw gang. De heer Merx: Voorzitter, dank u wel. In de eerste plaats is elk geweld in deze stad of elders natuurlijk onaanvaardbaar.
Zeker de manier waarop dit weer heeft plaatsgevonden, daar wordt niemand vrolijk van. En dan kan ik me voorstellen dat mensen daar misschien weleens wat angstig van worden. En daar gaan ook twee van uw vragen over. Wat erg helpt, is om dan de feiten op een rijtje te hebben. Want gevoel is soms een hele slechte raadgever. U heeft het over een toenemend aantal schietincidenten. De feiten spreken dat tegen. 2022 zijn het er zes geweest. 2023 drie. 2024 zijn er nu twee. We hopen dat het daarbij blijft en dat het niet meer wordt. Maar de feiten spreken dit gelukkig tegen. Maar elk schietincident of elk geweldsincident is er in ieder geval één te veel. En zeker de manier ook weer waarop dit heeft plaatsgevonden. Als het gaat om de vragen het gevoel van onveiligheid verminderen of
4
adresseren, dan roep ik ook allemaal op om er in ieder geval niet aan bij te dragen dat het gevoel verder negatief wordt beïnvloed. Maar ons vooral ook bij de feiten te houden. In dit kader heeft de politie ongelooflijk adequaat opgetreden. Alle complimenten, en die moet ik ook namens de burgemeester, want ik zit hier nu even op dit moment namens de burgemeester, doorgeven. Die hebben echt zo adequaat gehandeld. De personen zijn aangehouden. Overigens waarvan er maar eentje in Dordrecht woonachtig is. De rest komt van buiten Dordrecht. Het is misschien ook meer toeval dat het hier gebeurd is dan dat het mensen uit Dordrecht zijn die hier elkaar opzoeken. Maar dat zal politieonderzoek verder moeten uitwijzen wat de aanleiding is geweest, wat de toedracht is geweest en waarom het hier heeft plaatsgevonden. Lof voor de handhavers, want het geweld heeft niet alleen bij het stationsgebied plaatsgevonden, maar ook verplaatst door de stad. En toen dat hier uitkwam, hebben de handhavers in ieder geval gezorgd dat, toen zij een wapen zagen, de mensen hier binnen bleven en niet naar buiten gingen. En de politie kwam ook binnen, echt een fractie van een seconde ter plaatse en de jongens zijn aangehouden en meegenomen. Dat over dit incident, wat ook echt, hoop ik en verwachten we allemaal, een incident is en zal blijven.
Als je vraagt over, wat doen we er eigenlijk allemaal aan? We hebben niet zo heel veel invloed op jongeren van weet ik veel waar uit Nederland die hier misschien elkaar ontmoeten, afspreken of op wat voor manier dan ook elkaar hier treffen, bij toeval of niet toeval. Daar hebben we niet zo heel veel invloed op. We proberen wel in ieder geval onze eigen jongeren zoveel mogelijk in de gaten te houden en te helpen een goede toekomst op te bouwen. Preventie met gezag is een programma wat draait, waarvan u alles weet. We hebben natuurlijk een integraal veiligheidsprogramma. We hebben inmiddels ook een jeugdboa en er komt een tweede bij, mag ik melden. Jongerenwerk heeft hier natuurlijk echt ook veel aandacht voor. Wijkteams die bezig zijn. We hebben natuurlijk ook wat maatregelen, zoals preventief fouilleren, die we hier in de stad toepassen. En dan blijkt ook maar weer toch dat dat niet een overbodig iets is. En we hebben tegenwoordig ook nog de mogelijkheid, althans de burgemeester, woningen zelfs bij wapenvondst te sluiten. Alleen dan moeten er wel bijzondere omstandigheden zijn, want je kunt niet zomaar een woning sluiten als er een wapen is aangetroffen. Dan moet er wel iets meer aan de hand zijn. Maar het kan wel.
En we hebben een interventieteam dat bij overlast, en vaak zijn de groepen die overlast veroorzaken ook jongeren die andere dingetjes in petto hebben, dat goed in de gaten houden en waar nodig optreden en ook op huisbezoek gaan. En dit is nog maar een deel uit wat we allemaal doen. We doen er heel veel aan om onze jongeren te behoeden voor een slechte toekomst. En als je dan toch eenmaal, dan kom ik aan bij vraag vier, geconfronteerd wordt met deze vormen van geweld en je zit daarmee, normaal gesproken is onze burgemeester zo ongeveer de eerste die bij dit soort incidenten aanwezig is om als burgervader op te treden en zijn inwoners en burgers een hart onder riem te steken. Mochten mensen daar niet voldoende aan hebben, dan is er altijd Slachtofferhulp. Dat regelt de politie.
En dat is een zeer professionele organisatie met professionele mensen die mensen die met dit soort geweld worden geconfronteerd, ook als omstander, hoeft niet per se alleen maar slachtoffer te zijn, maar ook een omstander zijn die hier slechte nachten van heeft, dan kunnen ze altijd contact opnemen met de politie en dan worden ze in contact gebracht met Slachtofferhulp. Het laatste wat ik erover wil zeggen is eigenlijk, hoe kun je
5
dit nog meer voorkomen? Vuurwapengeweld is natuurlijk de meest extreme vorm van geweld die je zo ongeveer kan voorstellen. Er zijn gewoon wapens in omloop in Nederland. Dat hoeven ook niet onder stoelen of banken te steken. De oproep die ik alleen maar kan doen eigenlijk is, als je echt van iemand houdt, of je een goede vriend hebt of je vader of weet ik veel wat, en je weet dat die personen een vuurwapen heeft, snitchen wordt niet op prijs gesteld in deze wereld. Het verraden van elkaar. Maar het is misschien wel het beste wat je voor die persoon kan doen. Meld hem bij de politie of probeer hem te overtuigen dat hij zijn wapen weggooit, inlevert of wat dan ook. Zo niet, meld hem bij de politie. Want iemand met een vuurwapen is gewoon een potentieel gevaar. In de eerste plaats voor anderen, maar je kan ook zelf uiteindelijk voor een hele lange tijd de bak indraaien. En de vraag is of dat het allemaal waard is. Weten mensen van wie een vuurwapen heeft, meld het alsjeblieft. Probeer eerst de persoon zelf te overtuigen het in te leveren, enzovoort. Als het niet lukt, probeer verdere ellende te voorkomen. Maar dat is een oproep die hopelijk ergens aankomt waar het aan moet komen. Dit zijn, voorzitter, de antwoorden op de vragen. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende, mijnheer Katif? De heer Katif: Voorzitter, dank voor de antwoorden.
Waar ik een beetje mee blijf zitten, is het gevoel van mensen in de stad. En ik heb het niet over alleen maar de mensen die erbij waren of de omwonenden, maar ik heb het over de totale stad. En wat ik hoor, en ik geef maar een voorbeeld van mijn eigen schoonouders, die zitten weliswaar op een appartement en die zeggen, wat is er gebeurd? Die gaan niet de deur uit. Ze gaan alleen maar boodschappen doen. Dat is het. Zal ik maar zeggen. En dat gevoel, dat zij, o jee, wat gebeurt hier in Dordrecht? En dat gevoel, daar had ik graag wat meer antwoord op kunnen geven, behalve de cijfers en de feiten Uiteraard feiten ben ik helemaal met u eens, maar het gevoel is een heel ander verhaal. En het is niet iets alleen maar van een wijk of van een plek, maar het is ook in Dordrecht, de stad. De voorzitter: Volgens mij is het duidelijk. Ik weet niet of er nog kort een reactie vanuit de wethouder... De heer Merx: Dan val ik toch deels in herhaling, omdat gevoel van mensen is niet zo heel makkelijk te beïnvloeden. In negatieve zin wel. Als wij met elkaar gaan roepen dat deze stad het Sodom en Gomorra is en het vuurwapengeweld hier enorm aan het toenemen is, dan zijn wij het gevoel op een negatieve manier aan het beïnvloeden. En dat is waar we enorm voor moeten oppassen. We moeten onze ogen niet sluiten.
Ik heb getallen net genoemd, ik kan ze nog een keer herhalen, maar het is niet zo dat het hier enorm toeneemt. Gelukkig niet. Het is ook geen garantie voor de toekomst. Maar de feiten op dit moment, tot de dag van vandaag, wijzen daar niet op in ieder geval. Laten we met elkaar ook ervoor zorgen dat we dat gevoel niet gaan bevestigen. Zeggen, ja, nee, het is inderdaad heel verschrikkelijk. Het neemt alleen maar toe. Het is verschrikkelijk. Elk incident is verschrikkelijk. Maar het neemt niet toe. En dat is waar we met elkaar ook wel voor moeten staan en met elkaar vervolgens moeten zorgen dat we de mensen daar ook een gehoor aan geven en wel naar het gevoel luisteren. We hoeven niet het gevoel te ontkennen, want gevoel kun je niet ontkennen. Dat is iets wat in mensen zit. Maar je kunt wel proberen het op een positieve manier met elkaar te
6
beïnvloeden. Dat kan ik niet alleen. Dan kan de burgemeester niet alleen. Dat zullen we met elkaar moeten doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de laatste vraag. En die komt van de Verenigde Senioren Partij. En die gaat over het pontje tussen Dordrecht en Werkendam. Mijnheer Stolk gaat hem toelichten. De heer Stolk: Dank u wel, voorzitter. 9 april is er een aanvaring geweest met de veerpont tussen Dordrecht en Werkendam. Na vier dagen is bekend geworden dat de veerpont enkele weken uit de vaart is genomen voor reparatie. De VSP heeft de volgende vragen. Is het college het met ons eens dat het onwenselijk is dat de pont meerdere weken uit de vaart is? Wat is het college voornemens te doen om de veerverbinding zo snel mogelijk weer te herstellen? Welke alternatieven kan het college en de gedupeerde in de tussentijd bieden? En hoe staat het in dit verband eigenlijk met de nieuwe pont die in 2019 nog groots werd aangekondigd en er niet is? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga weer naar mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Zeker. Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, vorige week een ongeval. En het heeft tot aanzienlijke schade geleid bij het veer. Dat kost enkele weken om te herstellen. Dan is het natuurlijk logisch dat je het overleg hebt met zowel de gemeente Altena, mede belanghebbende gemeente bij ons, en ook met de exploitanten.
En op dit moment, want dat zou het alternatief natuurlijk zijn, het enige wat realistisch is, is een ander pont. Dat hebben we al eens eerder gedaan. De pont die nu in gebruik is, die al vrij oud is en ook wel af en toe even groot onderhoud nodig heeft, die wordt dan... Dan wordt er een andere pont ingezet. Die pont is nu niet beschikbaar, want er liggen niet tientallen ponten in het land te wachten op mogelijk tijdelijke inzet. We hebben wel aangedrongen op zoeken naar een alternatief. Desnoods alleen voor fietsers. Desnoods kleinere pont. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Eerst even de beantwoording afwachten. De heer Van der Linden: Maar die is er nog niet. Maar daar hebben we het overleg over met Blue Amigo, omdat die natuurlijk ook snappen dat zowel aan de kant van Altena als bij ons er wel belang wordt gehecht aan zo snel als mogelijke hervatting van de dienstverlening. Laatste vraag. De nieuwe boot. Dat klopt, die hebben we in 2019 groots aangekondigd. Waren we ook heel trots op. Volledig duurzaam, elektrisch, enzovoorts. En u bent erover geïnformeerd, dat is alweer twee jaar geleden, dat de overeenkomst die die pont zou moeten laten varen is ontbonden, omdat die boot niet geleverd kon worden volgens de voorwaarden die we daarvoor hadden gesteld. Dat heeft ook geleid tot het in groot onderhoud nemen van de bestaande pont.
Die is weer helemaal up-todate, enzovoorts. Maar we zijn wel aan het nadenken over hoe we dan t.z.t wel met een nieuwe verduurzamingsslag aan de slag kunnen. Maar daar bent u eerder over geïnformeerd. Ik heb in de tussentijd niet kunnen nazoeken op welk moment, maar het was in ‘22.
7
De voorzitter: Dank u wel. U had nog een vervolgvraag, mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik hoor dat er geen ponten beschikbaar zijn. Wie heeft dat onderzocht of wie heeft dat gezegd? Want ik krijg door dat er een bedrijf is die heeft nog zes ponten liggen. En die kunnen direct ingezet worden. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ik weet ook van een pont en die is te koop, maar dat gaan we niet zomaar doen. En je kan hem ook huren, maar dan moet je hem een aantal maanden huren, moet hij eerst nog gekeurd worden, enzovoorts. Het zou best kunnen dat u nog een leverancier weet die Blue Amigo niet kent. Dan hoor ik het heel graag. En dan ga ik ze bellen en hard uitlachen, bij wijze van spreken. Maar dit is een zeer overzichtelijke markt, waarin iedereen wel ongeveer weet wat er te huur of te leen of te gebruiken is. Maar ik hoor het graag buiten de vergadering om van u. En dan kunnen we kijken of dat wel iets is wat we nog niet kennen. De heer Stolk: Dan nog een korte vervolgvraag over die nieuwe boot. De voorzitter: Kort. De heer Stolk: Hij is nu opgesoupeerd en hij komt niet meer in de beelden voor. Maar we zouden toch weer een nieuwe pont moeten hebben, want deze pont, die nu gerenoveerd is, zal ook niet een lang leven beschoren zijn. En we zouden juist ook elektrisch gaan varen. De heer Van der Linden: Dat was ook de bedoeling.
Deze pont is oud. Hij is wel, omdat we zien dat juist... Het is geen heel klein pontje. Het is ook geen hele grote zeegaande pont. Het is in die zin een beetje een bijzondere verbinding. Die techniek is gewoon niet zo ver dat het kostenrendabel kan worden gedaan. We hebben onszelf al de tijd gegeven om daar even goed over na te denken. En de pont die we hebben, hij moet natuurlijk weer hersteld worden, maar die is wel technisch weer helemaal goed onderhouden en ook in staat om nog jaren mee te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende over de pont. Ik zie dat de heer Portier nog een korte vervolgvraag heeft. Gaat uw gang. De heer Portier: Er zijn natuurlijk een heel aantal wateren in onze provincie waarin ponten best wel cruciale verbindingen in stand houden. Heb je niet ergens een reservecapaciteit achter de hand nodig? En zou dat niet gegarandeerd moeten worden? De voorzitter: Volgens mij was daar al wat antwoord op gegeven, maar misschien nog kort. De heer Van der Linden: Die is er in principe ook. En meestal zet je die in als je weet, die pont gaat volgend jaar eerste kwartaal zijn groot onderhoud periode in en het gaat even een paar weken duren. En daarna is die pont aan de beurt. Er is wel een soort roulatie, heb ik begrepen. Want je ziet vaak dezelfde ponten dan weer terugkomen als tijdelijke
8
vervanger. Maar op dit moment is er geen enkele beschikbaar. Maar zodra dat zo is, laat ik het u weten. De voorzitter: Wellicht nog informatie van de heer Stolk die doorkomt. We gaan het zien. Dit waren de vragen voor vandaag. Goede vergaderavond. 2. Raadsinformatiebrief over Terugblik mantelzorgbeleid 2023Raadsinformatiebrief (rondetafelgesprek) Voorzitter: Mevrouw Pichel Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop Overige aanwezigen: mevr. Huizer, mevr. Kooiman, mevr. Mol, mevr. Kruithof, mevr. Rietstap, mevr. Wernsen, dhr. Kuperus, mevr. Spruit, mevr. Van Dongen, mevr. Van Dorp, mevr. Rijnbout
De voorzitter: Een hele goedenavond en welkom bij dit rondetafelgesprek. Heeft iedereen een plekje? We hebben inderdaad een aantal gasten aan tafel en een aantal gasten daar. We kunnen straks in het gesprek ook even kijken of het gewoon zo daar kan of dat u misschien even van plek wil wisselen om aan tafel te zitten. Maar laten we even kijken hoe het loopt. In ieder geval welkom aan iedereen. Alle raads- en commissieleden, wethouder Van Benschop zit naast me namens het college. Welkom ambtelijke ondersteuning. Welkom aan alle gasten. Welkom aan de mensen die meeluisteren. En voor het verslag wil ik vragen aan iedereen om even u voor te stellen. Dan begin ik links van mij. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. Mevrouw Huizer: Linda Huizer, ambtelijke ondersteuning.
9
Mevrouw Kooiman: Jeannette Kooiman, ZorgMies Nederland. Mevrouw Mol: Jolanda Mol, Dordt Sociaal, label Sociaal Wijkteam. Mevrouw Kruithof: Chantal Kruithof, MEE Mantelzorg. Mevrouw Rietstap: Anke-Elze Rietstap, Ouderplatform Zuid-Holland Zuid. Mevrouw Wernsen: Het was nog op de noodstop. Ik stond beneden te wachten, terwijl er niks gebeurde. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Van Vugt-Roose: CDA. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. Mevrouw Jager: Ineke Jager Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht. De heer Kuperus: Arie Kuperus, Adviesraad Wmo & Jeugd. Mevrouw Spruit: Femke Spruit, Stichting Helpende Handen Nederland. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Ruby Pichel en ik ben uw voorzitter. Volgens mij hebben we dan in ieder geval iedereen gehad die deelneemt aan de... Sorry, gaat uw gang, gasten daar op een rij.
Mevrouw Van Dongen: Jennifer van Dongen, HipHelpt Dordrecht. Mevrouw Van Dorp: Ellen van Dorp, Hulplijn Dordt.
10
Mevrouw Rijnbout: Ik ben Barbara Rijnbout van Parkstaete. Dat heet tegenwoordig Salios. De voorzitter: Dank u wel. De reden van deze vergadering is dat de gemeenteraad heeft van het college een raadsinformatiebrief ontvangen over het mantelzorgbeleid 2023. Verder heeft het college bij de behandeling van de visie sociaal domein 2030 aangekondigd in het tweede kwartaal van 2024 te komen met het uitvoeringsprogramma Elkaar helpen, waarvan mantelzorg onderdeel uitmaakt. Een aanloop hiernaartoe is deze beeldvormende vergadering of het rondetafelgesprek ingepland, zodat de raads- en commissieleden kennis kunnen nemen van de ervaringen en de inzichten van de betrokken deskundigen en gelegenheid hebben voor het stellen van verdiepende vragen. Ik wil graag het woord geven aan de gasten. En zoals jullie kunnen zien, hebben wij veel insprekers. Waarbij ik u wil vragen om kort in te gaan op de volgende punten. Wat is uw rol c.q. op welke wijze heeft u of de organisatie te maken met mantelzorg? Tweede is, welke ervaring en inzichten zou u graag willen delen met de gemeenteraad? En het derde is, welke aandachtspunten en suggesties zou u willen meegeven, met het oog op het nog te ontwikkelen uitvoeringsprogramma van de mantelzorg? Ik wil u ook vragen om vooral aan te vullen bij elkaar en niet te herhalen, want we hebben natuurlijk tien mensen die gaan inspreken.
U heeft ieder drie minuten de tijd. We merken altijd in dit soort gesprekken dat het fijn is voor de commissie om ook vragen te stellen. En het gesprek komt dan vanzelf op gang. Als we de drie minuten gewoon beperkt en kort willen houden, dan kunnen we daarna gewoon goed met elkaar in gesprek. En dan kunnen er zoveel mogelijk vragen worden gesteld en beantwoord. Dan ga ik even rondkijken. Want hadden jullie besloten wie er zou willen beginnen? De wethouder wil heel graag wat inleiden. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Wij zeiden net tegen elkaar dat we eigenlijk heel trots zijn als we zien welke partners hier allemaal aan tafel zitten, binnen het sociaal domein, onze sociale partners, waar we de stad eigenlijk sterker en socialer mee willen maken. Dat is ook de titel van de integrale visie sociaal domein. En ik wil wel even aan de voorkant ook meegeven dat wij hebben het gehad bij de integrale visie sociaal domein over het uitvoeringsprogramma Elkaar helpen. We zijn er nu mee bezig om te kijken hoe we dat vorm kunnen geven. Ik wil daarbij wel opmerken dat we de raad willen consulteren. De raad stelt vervolgens geen uitvoeringsprogramma vast. Dat doet het college. Probeer hier vooral ook informatie op te doen, die u vervolgens in een consultatie aan ons mee kunt geven. Maar ik wil niet de suggestie wekken dat er dadelijk een raadsbesluit voorligt.
Dat even ter inleiding. En verder ga ik ook gewoon luisteren. De voorzitter: Heel goed. Dank u wel, wethouder. Dan kom ik terug op mijn vraag van daarnet. Is er een volgorde van sprekers of hebben jullie bedacht wie er gaat beginnen? Nee. Dan ga ik kijken. Wie zou ik het eerste het woord mogen geven? Mevrouw, gaat uw gang? Ik hou de tijd voor u bij. Mevrouw Spruit: Knopje. Ik ben Femke van Helpende Handen. Wij zijn actief in Dordrecht Oost met informele zorg, waarbij we heel veel mantelzorgers tegenkomen en inmiddels dertien jaar daar bezig zijn. Echt wel wat ervaring hebben. En we zien dat de mantelzorgcapaciteit neemt af, laat ik het zo zeggen. Heel veel mensen zonder netwerk,
11
geen netwerk, waar wel in beleidsstuk een beroep wordt gedaan op mantelzorg, maar het er niet is. Dat er echt wel schrijnende situaties zijn, waarin hele wankelen netwerken het overend moeten houden. Welke aandachtspunten zou ik mee willen geven? Dat. We doen met zijn allen steeds op dezelfde groep mensen een beroep om dat informele stuk aan te vullen. Iedereen wordt geacht te werken en mantelzorgers te zijn. Dat is een conflicterende vraag, vaak aan dezelfde persoon gesteld. Daar zijn geen oplossingen voor. Met heel veel organisaties hier kunnen wij daar een bijdrage aan leveren. Maar ook zie je dat die vijver afneemt. Vrijwilligers toename instroom is niet, zoals het jaren geweest is. Bij Helpende Handen werken we met participatiedeelnemers, met BOLstudenten die in het kader van hun opleiding die volgen. Doordat de arbeidsmarkt zo goed is, nemen die af. Je ziet op allerlei punten dat de partijen die nog hulp bieden, dat daar gewoon druk op staat. Ik denk dat ik mijn drie minuten keurig... De voorzitter: Hartstikke netjes. Mevrouw Spruit: De rest komt met de vragen wel aan de orde. De voorzitter: Heel goed. Dan kijk ik meteen naast u. De heer Kuperus, zou u het volgende stukje willen doen? De heer Kuperus: Ik wil zeker doorgaan. Dan kan ik misschien nog een minuutje er extra bij nemen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, heel even. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Moeten wij eerst alle sprekers laten spreken en onze vragen ophouden of mogen we na elke spreker? Want dat heb ik misschien gemist. De voorzitter: In principe, en ik kijk ook even rond, eigenlijk ik had net met de besproken dat het misschien handig is dat iedereen even heel kort inderdaad vertelt waar ze voor zijn en dat u dan de vragen even opschrijft. En dan hebben we straks echt nog wel een uur om veel vragen te stellen. Als iets ter verheldering is, dan kan het natuurlijk altijd. De heer Kuperus. De heer Kuperus: Ik ben Arie Kuperus van de Adviesraad Wmo & Jeugd. En wij geven gevraagd en ongevraagd advies aan het college en proberen dat vanuit het inwonersperspectief te doen. En daarvoor spreken we regelmatig met inwoners of vertegenwoordigers van inwonersgroepen. Welke ervaringen zouden wij mee willen geven? In de eerste plaats willen we ook graag zeggen dat er al heel veel mooie, goede, liefdevolle dingen gebeuren op het gebied van mantelzorg binnen gezinnen, families, gemeenschappen en ook wel bij onze buren. De waardering daarvoor. En die waardering heb ik ook voor de medewerkers van MEE Mantelzorg en de beleidsondersteuner bij de gemeente, waar ik ook een geweldige inzet en bevlogenheid zie. Maar de realiteit is inderdaad dat mantelzorgers de handen vol hebben en aan de zorg voor hun naasten, in relatie tot hun eigen betaalde werk, gezin, vrije tijd.
En grenzen worden gemakkelijk overschreden. Mantelzorgers kiezen niet voor mantelzorg, maar het overkomt hen. En daardoor voelen ze zich ook juist erg vaak verantwoordelijk voor de zorg om die naasten.
12
We hebben drie dingen een beetje eruit gehaald, erkennen, serieus nemen en ontzorgen, als belangrijke factoren voor het ondersteunen van mantelzorgers. Erkennen, als eerste, dat is gezien worden. Ik denk dat mantelzorgers niet altijd de verwachting hebben dat hun probleem opgelost gaat worden of hoeft te worden, maar aandacht geeft al verlichting. Hulp vragen is ook wel een heel lastig ding voor mantelzorgers. Misschien wel het moeilijkste. En zeker als het nog verder gaat en er sprake is van overbelasting of soms zelfs ontsporing als het helemaal niet goed gaat. En voor dat laatste is er ook specifieke aandacht nodig. Wij pleiten dan ook voortdurend, en ook in dit geval, voor vroegtijdige informatie en laagdrempelige informatieplekken waar mantelzorgers snel en vroegtijdig hun informatie kunnen krijgen. Want we horen toch nog wel regelmatig dat mantelzorgers niet helemaal goed weten waar ze terecht kunnen met hun vragen. Tweede punt is serieus nemen. Ik citeer: “Ik heb het gevoel dat ik steeds de strijd moet aangaan.” Iemand, een inwoner, die dat benoemt in zijn contacten met hulpverleners. Serieus genomen worden, meer een gelijkwaardige rol in contact met professional en informele zorg. Dat is samenwerken. En dat is denk ik voor de toekomst ontzettend belangrijk. En dan het derde punt, ontzorgen. Er zijn altijd nog weer obstakels, regels verschillende wetten, administratie.
Dat zou verminderd moeten worden. En we horen ook van mantelzorgers met een pgb, vooral bij de Wlz, die het lastig hebben met administratie en vinden van personeel. Misschien is inzet van mantelzorgmakelaars daar een gepaste oplossing. Gelukkig zijn er ook nu al veel positieve manieren van ontzorging en ondersteuning. En we zijn ook positief over de vervangende mantelzorg, het gratis parkeren bij het ziekenhuis en ook over de nieuwe zorgoppas voor zorgintensieve kinderen. De logeerzorg, signaleren van dat die niet zo heel veel gebruikt wordt. En we vragen ons af of dat aanbod voldoende aansluit bij de vraag. Ik beperk het een beetje. Maar ik noem nog één ding als voorzetje over het uitvoeringsprogramma Elkaar helpen. Omdat wij ook binnen de Adviesraad gezegd hebben van, elkaar helpen moet je niet als beleidsmatig uitgangspunt nemen. Dat is geen doel. Het gebeurt. En zeker bij mantelzorg kiezen mensen daar ook niet voor. In die zin dat ik denk dat het ook belangrijk is dat we in het uitvoeringsprogramma elkaar helpen. Dat ook mantelzorg daar duidelijk onderscheiden wordt van mensen die wel de keuze hebben om te helpen. Daar voor nu even. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik links van mij. U bent ook gast. Uw naam is mevrouw Kooiman? Heb ik dat goed? Mevrouw Kooiman: Ja. De voorzitter: Zou u als volgende willen? Mevrouw Kooiman: Uiteraard. De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw Kooiman: Goedenavond, mijn naam Jeannette Kooiman van ZorgMies Nederland. De afgelopen, moet ik even naar Linda kijken, vijf, zes jaar denk ik al helpen wij bij ondersteuning voor de mantelzorgers, in de ruimste zin van het woord. Mede namens de gemeente Dordrecht mogen wij dit doen. Mantelzorgers kunnen een beroep doen op onder andere ZorgMies, door wat meer lucht te krijgen, wat meer vrije tijd, om
13
eventjes wat afstand te nemen vanuit de thuissituatie. Wij zorgen voor vervangende mantelzorg. Dat varieert. Voor dit jaar hebben we 30 tot 48 uur voor de mantelzorger. We komen dan minimaal 2 uur bij de mensen thuis, zodat zij eventjes op hun gemakje een boodschapje kunnen doen. Sommigen hebben de behoefte om eens een nacht door te slapen. En dat doen wij met onze ZorgMies. Die bezoeken wij allemaal thuis. Er gaat niemand van ons aan het werk waar wij niet thuis zijn geweest. En dat doen we ook bij iedere zorgvraag. We hebben dat de voorgaande jaren gedaan vanuit een pilot. En dit jaar vanuit een aanbesteding. En we zien een enorme groei en behoefte bij de mantelzorgers. Vorig jaar, om even een idee te geven, hadden we zo'n 90 mantelzorgers die we hebben ondersteund. En nu, tot en met maart, zitten we al op de 50. De groei is enorm. De behoefte is groot. Mantelzorgers, dat is net ook al gezegd, zien zichzelf niet altijd als mantelzorger of zien het als vanzelfsprekend. Maar het is belangrijk dat zij het vol kunnen houden en niet omvallen, want dan zijn we nog verder weg met zijn allen. Want wat gebeurt er als de mantelzorger omvalt? Het bewustzijn daarvan en de mogelijkheden die de gemeente Dordrecht biedt, die zijn enorm noodzakelijk. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel voor het inspreken. Dan heb ik mevrouw Mol van het sociaal wijkteam. Gaat uw gang.
Mevrouw Mol: Zeg maar gewoon Jolanda hoor. De voorzitter: Jolanda, doen we vanaf nu.
Mevrouw Mol: Vanuit Dordrecht Sociaal werken wij heel veel samen met de mantelzorgers. Tijdens inloopspreekuren verwijzen we vaak door. Maar ook tijdens het hulpverleningstraject zien we wel van, dit is eigenlijk een overbelaste mantelzorger. En dat zien we dan vaak terug in de financiële uitbuiting. Pas geleden nog iemand van, ik krijg het toch wel van mijn ouders als ze dood zijn. Kan ik het net zo goed nu pakken. Dat zien we wel steeds vaker eigenlijk naar voren komen. Overbelaste mantelzorger eigenlijk. Mag wel hoor. Dus dat. Ik hoorde wat, maar... De voorzitter: Dank u wel voor uw stuk. Dan hebben we mevrouw Kruithof. Stelt u zich voor. Mevrouw Kruithof: Ik ben Chantal Kruithof. Ik werk bij MEE Mantelzorg. Wij hebben al jarenlang een hele fijne subsidierelatie met de gemeente Dordrecht, omdat wij informatie, advies en ondersteuning aan mantelzorgers geven. Alle mantelzorgers van alle leeftijden, alle doelgroepen. Daarnaast zijn we er ook voor burgers. Een soort stukje voorlichting, campagnes, mantelzorgvriendelijke maatschappij. En voor onze collega's, alle professionals. Omdat wij vinden dat mantelzorg iets van ons allemaal is, want we krijgen er allemaal mee te maken. Jolanda vertelde al, de overbelaste mantelzorgers. Die zijn er zeker, maar de groep mantelzorgers is veel groter. Tachtig procent zal misschien niet eens hulp vragen.
Er zijn ook mantelzorgers met wie het gewoon goed gaat. Die informatie kunnen vinden. Die elkaar inderdaad echt helpen vanuit liefde. En dat is heel mooi. Daarvoor is het wel belangrijk, wat Arie ook al aangaf, dat we zichtbaar zijn, wij allemaal, alle organisaties, voor vragen, voor advies, voor hulpdingen. Die moet de
14
familie overal kunnen halen waar die in contact komt met hulpverlening. Dat gaat over zichtbaarheid en toegankelijkheid. Wat wij ook merken, is dat een vorm van waardering heel belangrijk is voor mantelzorgers, want iedereen zorgt vanuit liefde voor een ander. We vinden het zelf ook allemaal fijn om een compliment te krijgen of om een stukje waardering te krijgen. Krijg je niet altijd van je zorgvrager. Maar inderdaad de mooie regelingen van de gemeente die er dan zijn of bijeenkomsten of een compliment van een hulpverlener kunnen gewoon heel erg belangrijk zijn daarin. En omdat we het samen doen, wil ik als laatste punt nog even benoemen dat wij ook heel veel aan deskundigheidsbevordering doen, om echt met onze collega's via intervisies, workshops trainingen... Omdat we het allemaal moeten doen. Als wij bepaalde kennis of ervaring hebben, dan delen we die graag. En zo hebben we ook veel contacten met anderen, die ons weer input geven, zodat we het met elkaar in de stad gewoon zo goed mogelijk kunnen doen voor al deze mensen die voor elkaar zorgen. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan ga ik naar Ouderplatform, mevrouw Rietstap en mevrouw Wernsen. Jullie zijn samen. Gaan jullie beiden inspreken of één van jullie? Mevrouw Rietstap: Lieke Wernsen gaat inspreken. En misschien dat ik straks nog kan reageren in zijn algemeen op alle blijde boodschappen. De voorzitter: Heel goed.
Mevrouw Wernsen, gaat uw gang.
Mevrouw Wernsen: Kun je me horen, want ik zit vrij ver ervan af. Sorry. Ik vertegenwoordig hier het Ouderplatform. En dat wil zeggen dat dat met name kinderen zijn met een psychische kwetsbaarheid of een stoornis die wel of niet in de DSM-V staat. Ik heb geen idee meer. Schoolgang is dan al vaak een probleem. Dat betekent dat ouders geen ruimte hebben om uit te rusten. Ze zijn continu beschikbaar om te zorgen. Maar ook het regelen van zorg geeft een enorme aanslag op de mantelzorgers die wij vertegenwoordigen. Mantelzorgondersteuning, weet ik uit eigen ervaring, is met name gericht op oudere mensen. Mijn man krijgt altijd mailtje dat dingen worden georganiseerd binnen werktijd, alsof er dan tijd is om bijvoorbeeld te gaan macrameeën. Dat geldt ook voor de ouders die eventueel nog werk hebben. Heel veel ouders kiezen ervoor om één of twee ouders niet meer te laten werken. De financiële component is gigantisch. Mantelzorgondersteuning was ook een financiële compensatie. Hoe klein ook. Dat is nu afgeschaft. Mantelzorg is geen keuze. En wat ik lees uit de stukken en wat ik hoor, is dat er van alles wordt gezegd over de mantelzorg versterken. Het kan ook zijn dat je het echt niet wil en echt niet kunt. Stel dat ik zou moeten mantelzorgen voor mijn kind, dan heb ik niet het probleem, dan hebben jullie het probleem.
Ik wil graag dat de instelling rondom mantelzorg moet gaan over vrijwilligheid en niet over beschikbaarheid, wat iemand anders bepaalt. Tot zover mijn woorden. Maar ik weet niet of ik nog wat gemist heb. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wernsen. Dan ga ik naar die kant van de kamer bij mevrouw Van Dongen. Zou u het woord willen nemen? Mevrouw Van Dongen: Ik geef het woord van mijn buurvrouw, want die kan het beter verwoorden.
15
Mevrouw Van Dorp: Ik ben Ellen van Dorp van Hulplijn Dordt. Hulplijn Dordt is een initiatief wat sinds drie jaar bestaat, waar informele hulpvragen binnenkomen van allerlei inwoners van Dordrecht. Wat wij zien bij Hulplijn Dordt, is dat er ook regelmatig mantelzorgers bij ons aankloppen die het niet voor elkaar krijgen om het regelen. En dan proberen wij door middel van vrijwilligers een stukje daarin bij te dragen, om het even wat makkelijker te maken. Met daaraan gelijk op wat mevrouw Spruit al zei van, vrijwilligers zijn ook niet meer helaas in grote getalen aanwezig. In het begin, toen wij in coronatijd startten, kon het niet op wat vrijwilligers betrof. Maar we zien daar nu toch wel een verandering in, waardoor het gewoon moeilijker wordt om die vrijwilligers te werven en te houden en ook in te zetten waar het nodig is. En dat het nodig is, dat merken wij heel goed. En daar kan mijn collega nog een kleine toelichting op geven. Mevrouw van Dongen: De Hulplijn is onze voordeur, daar krijgen we onze hulpvragen via binnen. Wij merken vooral dat de mantelzorgers overbelast zijn in dingen. We kunnen het niet meer bedenken, hoe komen we naar het ziekenhuis of hoe halen we dat paspoort hier op, op het Stadskantoor, kunnen jullie ons helpen? Gelukkig hebben wij veel mensen die willen helpen met vervoersvragen, bijstaan, dat soort simpele dingen.
Voor ons simpel, maar voor een mantelzorger op dat moment niet te bedenken. Daarnaast hebben we op het moment een hele mooie casus lopen. En dat is van een dame die mantelzorg verleent. Die wordt één middag in de maand ontzorgd. Dan komt er iemand anders voor haar man zorgen. En een van ons vrijwilligers gaat een middag met haar op stap naar een tuincentrum of waar ze zin in heeft, om weer even energie op te doen. Dat is waarvoor wij er zijn en waarvoor we hard werken. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we naar mevrouw Rijnbout. Gaat uw gang. Mevrouw Rijnbout: Ik ben werkzaam op een revalidatieafdeling, Parkstaete. En ben betrokken geweest bij de pilot van logeerzorg. Was een unieke ervaring om daarbij betrokken te zijn. Voor de rest, op mijn gewone werk ben ik betrokken met revaliderende cliënten, ouderen van 65-plus of ouder. Waarbij wij ook al merken dat de overbelaste mantelzorgers zich al wel parten speelt. Om daarin ook een stukje begeleiding te geven naar de mantelzorgers van, er zijn nog hulplijnen die jullie kunnen benaderen. Ben ik dan met Stichting MEE? Ja, daar ben ik natuurlijk dan het meest mee betrokken geweest, om die daar een beetje in te ondersteunen. En dat is eigenlijk een beetje wat ik doe. De logeerzorg aannemen.
Informatie inwinnen van, hoe gaat het met de mantelzorger en wat kunnen wij dan bieden in die periode van logeren? En de logés die we hebben gehad, waren positief ervaren. De voorzitter: Hartelijk dank. Fijn dat jullie het allemaal zo beknopt hebben gedaan. Maar natuurlijk. Vooruit. Mevrouw Spruit: Want wat er ook weleens is, wij hadden laatst een casus in Sterrenburg. En dan heeft iemand echt geen mantelzorgers. Alleen een hele verre neef die dan een beetje een zaakwaarnemer is. Die op twee uur rijden vanuit Dordt woont. En die mevrouw kon niet meer zien. Van de één op de andere dag kon ze geen boodschappen meer doen. Had geen eten. Werd toen ook verward. Het hele circus begon. Dan zie je dat
16
er ook echt steeds meer situaties zijn waarin geen mantelzorgers zijn. Dat wil ik wel benadrukken. We hebben het nu over de mantelzorger, maar soms zijn ze er niet eens. De voorzitter: Dank u wel voor die toevoeging. Ik kijk even naar de commissie, want er is gelegenheid tot het stellen van vragen. Ik zie inderdaad al twee vingers. Mevrouw Van Vugt, CDA. En daarna kom ik bij mevrouw Stolk van VSP. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Kuperus. In punt twee, het serieus nemen, dat er meer gelijkwaardige rol wordt gezocht door de mantelzorgers in het contact met de professionals. Eerst even een voorvraag. Houdt u ook de definitie aan van mantelzorgers, dat ze acht uur per week aan het mantelzorgen zijn? Is dat ook uw definitie? En dan vervolgens de vraag, op welk moment wringt die samenwerking? En is daar ook een mogelijke oplossing voor, in uw ogen, of moeten wij die nog gaan bedenken? De voorzitter: De heer Kuperus. De heer Kuperus: Er zijn allerlei definities van mantelzorg, maar binnen de gemeente, heb ik begrepen, moet je meer dan acht uur meer dan drie maanden en dat... Het maakt mij niet zoveel uit welke definitie je hanteert. Wat ik wilde aangeven, laten we zeggen, er gaat veel goed. Laat ik dat ook toch blijven zeggen. Maar het kan nog breder beter.
En dan is die gelijkwaardigheid in de relatie tussen mantelzorgers en professioneel hulpverleners daar wel een aandachtspunt in. Er wordt aan gewerkt. Maar ik denk dat dat gewoon nog bij veel meer hulpverleners misschien toch iets meer tussen de oren moet komen. Mantelzorgers kunnen natuurlijk ook weleens eigenwijs zijn. Hebben hun eigen specifieke ervaringskennis over de cliënt. En dat kan weleens anders klinken dan de professional er misschien tegenaan kijkt. En dat vraagt om een wel heel gevoelige manier van omgaan, ook van de professional, met zo’n situatie. Is dat een beetje antwoord op de vraag? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: De situaties moeten we dan nu nog zelf bedenken, maar dat lukt me wel. Bedankt. De voorzitter: Dan ga ik naar mevrouw Stolk van VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, allereerst dank aan alle organisaties en mensen die hier aan tafel zitten vanavond. Laat ik vooropstellen dat alles wat je doet voor een mantelzorger kan nooit genoeg zijn. Het zijn de wortels van onze samenleving. Ik weet niet wie ik dat vanavond heb horen zeggen, maar volgens mij dat is gewoon een feit. Er zit een hele zware last op mantelzorger zijn. Of dat voor je kind is, voor je partner, voor je vader, je moeder, het doet iets ook geestelijk met je. Het legt een grote druk op iemand. En eigenlijk heb ik een vraag voor jullie allemaal.
Wat missen jullie eigenlijk? Als je het voor het zeggen zou hebben en je zou ons een advies moeten geven, waar zouden wij dan op in moeten zetten als gemeenteraad of als gemeente of als Dordrecht? Wat zou dan als eerste bij jullie opkomen van, maar dat hebben die mantelzorgers echt nodig?
17
De voorzitter: Wat missen jullie? Mevrouw Wernsen. Mevrouw Rietstap: Mag ik wat zeggen? De voorzitter: Uiteraard. Mevrouw Rietstap: Eerst, dank je wel voor de vraag. En tegelijkertijd ga ik daar ook iets op aanscherpen, omdat je gaf net aan dat het niet zoveel uitmaakt wat voor mantelzorgers het zijn. Maar het maakt wel heel veel uit. Want als je kinderen met een met een levenslange beperking hebt, is het namelijk levenslang. Ik zou willen zeggen, het eerste wat er echt nu met spoed moet gebeuren, is dat de visie op mantelzorg echt gedifferentieerd wordt. Dat is alvast een puzzel van de oplossing, wat mij betreft. Mevrouw Wernsen: Mag ik nog één ding aanvullen? Sorry. De voorzitter: Moment. Hij staat niet aan. Zet hem maar gewoon neer en dan richt u hem op haar. En dan horen we haar wel. Mevrouw Wernsen: Minder versnippering van de regels. Want als ik hoor wat mensen meemaken op het moment dat een kind 17, 18 is, dan is de overgang naar de volwassenzorg en scholing en God weet wat er allemaal nodig is. Ik zal het even netjes uitdrukken. Maar het is een rampenplan. Echt waar, het is een rampenplan. De voorzitter: Mevrouw Stolk, is het voldoende antwoord op uw vraag of zou u nog van iemand anders misschien een toevoeging... Mevrouw Stolk: Wat mevrouw aangeeft, dat klopt wat zij zegt. Je hebt mantelzorgers en mantelzorgers. En natuurlijk zit daar een differentiatie in.
Maar laten we wel wezen, mantelzorgers die je voor het hele leven bent of tijdelijk, daar zit inderdaad een verschil in. Maar te allen tijde is het gewoon zwaar. Zeker als je het langdurig moet doen. En ik ben toch benieuwd hoe andere organisaties daar tegenaan kijken. En ook aan jullie de vraag, wat mevrouw aangeeft is een visie op de mantelzorger. We weten allemaal dat de zorg alleen maar verder uitgeknepen gaat worden met de komende bezuinigingen. Waar zouden wij als gemeente goed aan doen om keuzes te maken? De voorzitter: Wie zou daar antwoord op willen geven? Ik zie twee vingers. Gaat uw gang. En dan kom ik daarna bij u. Mevrouw Kooiman: Ik denk dat het goed is dat er nog meer samenwerkingen komen. Nog meer bewustwording van de mantelzorg. En het is misschien een beetje zwart-wit gezegd, maar het budget voor mantelzorgondersteuning dat is... Als ik zie hoe hard het nu gaat met de vijftig mantelzorgers die we op dit moment ondersteunen, niet alleen wij, maar vanuit de aanbesteding van de gemeente Dordrecht, wordt de behoefte alleen maar groter. Ik denk dat er budget nodig is. Dat sowieso. En in samenwerkingen. En misschien niet alleen met ons, de organisaties zoals we hier zijn, maar ook met de zorgkantoren. Dat hoeft niet alleen bij de gemeente te liggen, maar het kan ook breder getrokken worden. De voorzitter: Dank u wel.
18
Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik wilde mevrouw Van Dongen het woord geven. Of wilde u hier nog wat op vragen? Mevrouw Stolk: Ja, ik wil hier even wat op vragen. Want volgens mij stipt u ook wel een belangrijk dingetje aan. Want volgens mij zijn er zorg... Nee, hoe moet ik dat zeggen? Wat is tegenwoordig de zorgverzekeraars? Daar kan je ook, laat maar zeggen, mantelzorguren inkopen of krijgen. Maar volgens mijn, de VGZ hier in de regio is daarmee gestopt. Heeft dat voor de mantelzorgers die in onze regio zitten of in onze stad, laat ik het even beperken tot onze stad, consequenties voor die mantelzorgers? De voorzitter: Ik krijg hier te horen dat ik toelichting kan krijgen vanuit de ambtelijke ondersteuning? Ik geef u het woord. Mevrouw Huizer: Het is goed om te vertellen dat het uit de individuele cliëntverzekerde gaat op basis van een aanvullende zorgverzekering. Het geldt alleen voor mensen die aanvullend verzekerd zijn. En alle zorgverzekeraars hebben daar hun eigen regeling voor. En het is niet zo dat VGZ hiermee gestopt is. Zij hebben wel de inzet van de mantelzorgmakelaar beperkt. Die vergoeden zij ook uit dat pakket. En daarom zitten wij ook op dit moment samen met VGZ. We zijn aan het onderhandelen om te kijken of we een co-constructie, een financiering voor elkaar kunnen krijgen om het voor de mantelzorgers eenvoudiger te maken.
Zodat zij niet bij twee verschillende loketten hoeven aan te kloppen. Maar ik denk dat het heel terecht is wat je net zegt, is dat niet alleen de gemeente verantwoordelijk is voor het inkopen van respijtzorg, omdat uiteindelijk de baten wel ook in de ziekenhuizen en in de medische sector liggen. En we zien vanuit het Integraal Zorgakkoord, waar wethouder Van Benschop ook nauw bij betrokken is, dat we daar echt nog wel winst hebben te behalen om onze positie als gemeente goed neer te zetten. Maar dat de VVT-sector en de ziekenhuizen zich wel degelijk bewust zijn dat als wij met elkaar niet de mantelzorger op de juiste manier ondersteunen, dat de zorg voor hen duurder wordt. Daar zijn we zeker stevig over in gesprek. Mevrouw Stolk: Voorzitter, daar ben ik heel blij om, dat dat gesprek al gevoerd wordt. Laat ik dat vooropstellen. Want dat is een heel zorgelijk ding. Ik zou zeggen, zet daar stevig op in als gemeente. Dank voor het antwoord. De voorzitter: Dan wilde ik even naar mevrouw Van Dongen, want die wilde ook nog reactie geven op de voorgaande vraag van mevrouw Stolk. Mevrouw Van Dongen: U vroeg ons, wat heb je nodig? En ik denk dat als wij als vrijwilligersorganisatie merken, de Wmo gaat heel langzaam. De Drechthopper is nooit op tijd.
Wij krijgen vragen van mensen, alsjeblieft, rij ons naar het ziekenhuis of wil je mijn vader naar het ziekenhuis rijden, want de Drechthopper is nooit op tijd. Wmo wordt aangevraagd. Dat duurt echt lang. Wij zetten vrijwilligers in om te helpen met de huishouding. Om te helpen de eerste weken, als ze uit het ziekenhuis komen, te zorgen dat het toch blijft draaien, want anders komt de Wmo niet, want die komt in een vervuild huis. Wij proberen als vrijwilligersorganisaties dit soort dingen op te vangen, maar het
19
duurt te lang. Wij kunnen niet voor vier maanden een vrijwilliger een huis laten schoonmaken. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u wilde reageren? Mevrouw Stolk: Helder. Dank voor dit antwoord. Dat nemen we wel mee hoor. Dank. De voorzitter: Mevrouw Kruithof, wilde u nog wat toevoegen? Zag ik uw vinger net? Mevrouw Kruithof: Ik dacht ook aan, toen ik Jeannette en Linda hoorde, domein overstijgend samenwerken. Mantelzorgers hebben last van meerdere wetten. Of last? Er zijn meerdere wetten. Dat is gewoon lastig met de financiering. Als dat anders kan, zou heel fijn zijn. En toen jij vroeg, wat missen we, was bij mij, als je heel utopisch mag denken, we krijgen... Ik zit al lang bij MEE Mantelzorg. Nederland is al erg veranderd, doordat het meer op televisie, in films... We worden vanzelf mantelzorg vriendelijker. Ik vind Dordrecht ook echt een koploper op landelijk gebied. Maar ik denk dat het nog beter kan. Want ook in de supermarkt kan iemand er aandacht voor hebben. Of andere buren. Want het is precies wat u ook zegt, we zien weinig netwerk. We zien mensen die werken. Hoe moet je dat combineren? Gelukkig komen daar landelijk ook andere regelingen voor. Ook nu voor studenten die zorgen, voor jongeren.
Want wij hebben met het soms over ouderen of ouders, maar er zijn ook gewoon heel veel jongeren, adolescenten die echt in de knel komen, omdat ze niet kunnen studeren, uit huis of werken. Er komen meer regelingen, maar wat mij betreft mag het nog meer. En er zijn in Dordt ook heel veel kleine initiatieven, van Wijk voor Wijk of een soepmiddag. Zulk soort dingen kunnen ook allemaal ondersteunend zijn om die mantelzorger even te verlichten. Dat zijn ook mooie kansen, denk ik, waar er geen vrijwilligers, mantelzorgers of helpende buren zijn om te kijken, wat kan dan wel in de wijken dichtbij, klein, op maat? Volgens mij liggen daar nog hele mooie kansen. En dat past ook perfect bij Elkaar helpen. De voorzitter: Dank u wel. Hoe goed het ook gaat, het kan altijd beter. Mevrouw Boom van de VVD heeft een vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. En fijn dat u allemaal hier bent om het programma voor de mantelzorg beter te maken. Ik hoorde jullie input en ik werd vooral getriggerd door twee mensen, twee inspraken. Van mevrouw Mol van het Sociaal Wijkteam en van de Hulplijn. Ik zou toch graag twee vragen... Mevrouw Mol, u gaf heel beknopt en efficiënt weer van, we maken ons zorgen over overbelaste mantelzorgers. Maar we maken ook ons zorgen over financiële uitbuiting. Ik dacht dat u een link legde, maar dat weet ik niet zeker.
Is dat iets wat wij zeker op moeten pakken? Mevrouw Mol: Die financiële uitbuiting komt dan voort uit die overbelasting, maar op sommige mantelzorg is ook weinig zicht van, wat doen ze voor... Ze doen het voor hun partners, voor hun ouders. Er is ook geen zicht op. En nou is dat echt een heel klein percentage, die financiële uitbuiting. Maar er moet wel meer komen op de overbelaste mantelzorgers, om zowel de mantelzorger, maar ook de zorgvrager te ondersteunen.