CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 529.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Je zou de facto kunnen zeggen dat het programma Agenda 2030 de financiën eronder afgelopen jaar 10 procent kleiner is geworden door de inflatie. We hebben dat niet geïndexeerd. Op het moment dat je de politieke keuze maakt om dat wel te indexeren, dan betekent dat nogal iets voor je meerjarenbegroting. Los van alle andere financiële uitdagingen die je hebt maar dat is wel het eerlijke verhaal. Op het moment dat je deze agenda en het bedrag dat eraan gekoppeld is, nou, als je heel het taartdiagram bij elkaar optelt loopt het richting de 290 miljoen. Die 290 miljoen is, en dat suggereerde u al, is over vijf jaar echt beduidend minder waard dan nu dus je moet voortdurend de confrontatie aangaan tussen de doelstellingen, wat kan je doen voor de middelen die beschikbaar zijn? En vanuit de directie zal ook aangegeven worden bijvoorbeeld als het gaat over de StadsAs, wat je daar wil doen. Nou, daar moeten forse onrendabels worden gepakt en op het moment dat je minder middelen beschikbaar hebt of de middelen die je hebt die zijn, nou, even plat gezegd minder waard, ja, dan zal het ook iets doen met je uitvoeringsprogramma. Dus dat is denk ik wel het eerlijke verhaal. En alles wat hierna komt wat ik erover zou zeggen, dat wordt dan heel erg politiek dus dat zou ik eigenlijk niet, dat is eigenlijk niet voor nu. De voorzitter: De heer Gorter had een vraag nog.

De heer Gorter: Ja, als ondernemer word ik natuurlijk ontiegelijk blij als ik kijk hoeveel startups er bijgekomen zijn. 2130, dat vind ik echt veel. Het is natuurlijk ook een belangrijk punt in de agenda, een van de hoofddoelstellingen, het aantal banen. Waar ik me wel een beetje zorgen om maak is, hebben wij voldoende kleinschalige bedrijfsruimte voor deze startups? 2130 vind ik veel, die moeten we natuurlijk ook kunnen huisvesten.

20

De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, als het gaat over startups en baangroei, zoals de heer Goossensen al aangaf, je hebt banen en banen en je hebt ondernemers en ondernemers. Zoals wel eens gezegd is, ook waar het gaat over startups, je hebt de vogelvrije en de vrije vogels. We moeten ons ook realiseren dat deze getallen op zichzelf niet per se goed nieuws zijn. Wat ik daarmee bedoel is dat startups, dat kan ook staan voor mensen die in een, nou ja, kwetsbare zzp-constructie actief zijn. Dat zijn ook namelijk nieuwe ondernemers en die hebben bijvoorbeeld helemaal geen bedrijfsruimte nodig. Het kan ook zijn naar de startups waar we natuurlijk graag, die we graag etaleren, dat gaat dan over snelle bootjes die vanuit de Duurzaamheidsfabriek worden geïnnoveerd op allerlei mooie manieren die ook nadrukkelijk in de etalage worden gezet. Dus die getallen zelf hebben nog niet de waarde die je er misschien aan zou willen ontlenen en dat geldt ook voor banengroei. Wat Hans Goossensen net al aangaf, we richten ons uitdrukkelijk op kwalitatief goede banen, duurzame uitstroom met ontwikkelmogelijkheden voor medewerkers, en niet zozeer op banen die met alle respect voor een soort draaideurwerkeloosheid kunnen zorgen en met name waar vooral veel arbeidsmigranten voor nodig zijn. Dus dat is wel een relativering op deze cijfers.

Dus het absolute gegeven dat je wil groeien in banen, dat klopt ergens wel maar we willen ook vooral kwalitatief groeien in banen. Daar heeft collega Van Benschop volgens mij ook al eens met u over gesproken in het kader van het arbeidsmarktbeleid. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Mag ik daar nog een vraag. Er staat ook, alle sectoren, inclusief zelfstandig, dat begrijp ik. Maar zou de wethouder dan antwoord kunnen geven hoe de verhouding dan is op die aantal startups? De heer Heijkoop: Nou, voorzitter, dit is eigenlijk misschien ook wel een mooi bruggetje naar de indicatoren. We hebben nu een indicatorenset en die heeft u kunnen lezen in die OCD-rapportage. Dat gaat, en op heel veel van die indicatoren is, nou ja, daar kun je waarde ontlenen maar daar is soms ook wel wat op af te dingen. Bijvoorbeeld de Atlas voor Nederlandse Gemeenten, dat is iets waar we altijd graag naar kijken, zeker in de jaren dat we erg goed scoorden. Maar ja, toen ging er wat anders, ging er al iets anders in de techniek geloof ik, ik zie Henk Kranendonk al een beetje glimlachen, ja, en toen zakten we opeens iets. Dus je moet dat altijd ergens met een korreltje zout nemen. Zo'n monitor is vooral waardevol om trends te zien. Dus zie je ergens dat je de goede kant op beweegt of zeg je van, nou, wij moeten daar echt nog een pootje bijzetten.

Het zou zomaar ook kunnen dat je met elkaar zegt van, nou, we lopen nu een poosje met het programma en we willen een aantal indicatoren toevoegen. Of wat u suggereert, wat finetunen van, hé, halen we nu de informatie die we eruit willen halen, halen we die er ook uit? Ik heb daar met mijn financiënpet ook wel eens met de voorzitter van de auditcommissie over gesproken en ook wel eens met de auditcommissie als geheel, het is heel belangrijk dat je als raad de indicatoren vaststelt waar je op wilt sturen. En niet zoveel vraagt als mogelijk is want dan ben je ook een enorme bureaucratie aan het optuigen. Vooral nadenken, wat wil je weten? In deze monitor, dan gaat het over woonaantrekkelijkheid, het gaat over sociaal-economische index, ondernemerschap,

21

vacatures maar ook energielabels en de kwaliteit van de woningvoorraad en ook de gemiddelde CITO-scores bijvoorbeeld, Dordtse leerprogramma. Als we straks het gesprek aangaan met de auditcommissie, en dat is ook antwoord op de vraag van de heer Katif, dan moet je even kijken naar welke aanvullende indicatoren wil je nog? En dan gaat het misschien ook over indicatoren op het gebied van overlast of multiproblematiek of misschien het gebruik van een aantal regelingen die je wil meten, de waardering van evenementen. Het is uiteindelijk ook aan uw raad waar je de vinger bij wil leggen en wat je graag goed wil volgen. Alleen het verzoek, en dat is ook vanuit de uitvoering, echt het verzoek vanuit het college is ook wel, probeer wel zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande data en bestaande gegevensbronnen. Want op het moment dat je nieuwe informatie moet gaan optuigen, dan is dat gewoon erg bewerkelijk. Er kan soms een goede reden zijn om het wel te doen maar in zijn algemeenheid wel de vraag om daar terughoudend mee te zijn. En voorzitter, even tot kort nog over, want ik wil even richting de directeur hier aanwezig de waardering uitspreken voor hun toch wel bevlogen pitches. En dat is ook echt belangrijk want dit programma dat beloopt meerdere collegeperiodes. Wij wethouders zijn vaak een rimpeling in hun ambtelijk bestaan, zij zitten vaak langer dan wij.

En daarmee is het belangrijk dat het commitment ook hoog ambtelijk aanwezig is en volgens mij is dat goed toegelicht waarom die programma's ook echt hun programma’s zijn. Het Dordtse leerprogramma, nou, dat is misschien nog iets meer dan andere programma's iets waar ik me persoonlijk ook mee verbonden voel. En één kleine correctie op de uitstekende pitch van Gemma Smid, het gaat niet over zwakkere scholen. Het gaat over hele goede scholen maar wel waar meer kinderen met risico's op achterstanden op zitten. Het is bijna een beetje persoonlijk, mijn dochter zit ook op zo’n school en je ziet wel wat het doet, wat een hele goede school is, op het moment dat je inderdaad extra les krijgt. De heer Den Heijer stelde er ook een vraag over. En daarbij technisch gezien, de kleintjes moet je wat minder extra lesgeven dan de wat oudere kinderen. Onze dochter kan altijd vrijdag vroeg naar bed want die ligt er helemaal af door die onderwijstijdverlenging. Tegelijkertijd zie je wel dat het effect sorteert, ook in de volle breedte. Dat wil ik ook nog even toevoegen, ja, er zijn ook scholen die er net buiten vallen maar we hebben eigenlijk twee grote scholenkoepels in Dordrecht, H3o en Nestas. Binnen die scholen, binnen die koepels zijn er dus een aantal scholen die meedoen in het programma en daar zie je dus die kennisdeling ook wel ontstaan.

Dus daarmee, datzelfde bestuur heeft een gezamenlijk belang dus daarmee is dat wel op een mooie manier geborgd. Dat wilde ik nog even aanvullen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, u mag nog een vraag stellen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag over een mogelijk toe te voegen indicator en ik denk dat alle getalletjes er gewoon al zijn. Dat ging mij over de sociale woningen. We zien natuurlijk op bladzijde 25 van de monitor zien we keurig wat er opgeleverd is aan woningen maar ik zou ook gewoon graag kunnen zien, wat is er nou verdwenen aan woningen? De voorzitter: Ja, nou ja, daar hebben we het wel vaker over gehad volgens mij. Maar ja, de wethouder wonen kan daar ongetwijfeld een antwoord op geven.

22

De heer Heijkoop: Ja. Ja, voorzitter, daar kan ik antwoord op geven, dit is een puur technische sessie natuurlijk. We hebben in eerdere documentatie die we met uw raad gedeeld hebben aangegeven dat we beduidend meer gesloopt hebben de afgelopen tien, vijftien jaar dan gebouwd. Is ook een bewuste keuze geweest. De kwaliteit van de sociale woningvoorraad was op onderdelen niet goed en we wilden ook een herstructurering op gang brengen in de wat meer kwetsbare wijken. Onderaan de streep kunnen we stellen dat we iets meer dan duizend woningen nu, nou, inmiddels iets minder dan duizend woningen want we zijn nu aan het inlopen achterlopen en daarmee is het programma dat we willen bouwen ook beduidend groter dan dat we slopen. We hebben zelfs met de corporatie besproken dat wij heel terughoudend zijn met het afgeven van sloopvergunningen als er niet een wenkend perspectief is op het toevoegen van fors meer woningen. Daar mag u ook ons aan houden. Tegelijkertijd blijft het, ja, blijven ook in dit opzicht de omstandigheden uitdagend. Maar er staan weer een paar mooie plannen op stapel dus ja, we zullen daar ons op blijven inzetten. En ja, u heeft absoluut wel een punt als u suggereert dat er meer woningen zijn verdwenen dan gebouwd. En we kunnen dat ook zeker volgen de komende tijd, en die gegevens hebben we ook.

Dus als dat een indicator is die u graag toegevoegd wil zien, dan zullen we daarin voorzien. De voorzitter: En dan kijk ik om … O, toch nog een hand. De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, voorzitter, laatste vraag. Ja, op de sheet zien we staan dat bij de output en outcome van nog weinig te zien maar dat komt nog wel. De naam zelf zegt het ook al, Agenda 2030. Kijk, met de ontwikkeling van je stad ben je nooit klaar en ook in 2030 zullen we niet klaar zijn. Maar waar staan we dan in 2030 en wat kunnen we dan ook in 2030 concreet verwachten? Wanneer gaan we de eerste effecten zien van Agenda 2030? De voorzitter: Ja, ik kijk weer links naast me. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, wie dat precies weet, die zou hier niet zitten want die heeft dan nog hele andere talenten want dat weten we natuurlijk niet exact. Ik weet wel dat we in 2030, dat er nog heel veel gebouwd wordt dus dat er nog heel veel bouwkranen staan. Het is niet zo dat bijvoorbeeld de StadsAs dan al klaar is, dat de Dordwijkzone helemaal klaar is. Deze Agenda 2030 is wel, hebben we wel gezegd van, we willen een concrete stip op de horizon zetten maar wel eentje die we nog, nou ja, kunnen zien om het zo maar te zeggen. Maar we hadden het net al over het Nationaal Programma Leefbaarheid Veiligheid, dat loopt tot 2043.

Nou, ik sluit niet uit dat de Agenda 2030 over enkele jaren opgevolgd wordt door een Agenda 2040 waarin je als het ware de Agenda 2030 een soort midterm laat zijn en weer een doorstap zet naar de verdere toekomst. Want de stad is absoluut nog niet klaar in 2030. De voorzitter: Dan, ja, wat dat betreft hebben we dat met dit soort programma's helaas. Beste commissie, ik heb hier een raadsinformatiebrief en dan is de volgende vraag na al deze presentaties en pitches of wij deze voor kennisgeving door kunnen sturen naar de raad? Ik zie op dit moment niemand die denkt van, nou, daar moeten wij nog meer iets mee doen. Dan wil ik in ieder geval zeker de ambtelijke ondersteuning en de pitches die

23

hier gedaan zijn, die mensen even bedanken. En dan wens ik u nog een prettige avond. Mooi. 2. Vaststellen Groeiagenda 2030 - uitvoeringsprogramma 2024 - lokale vaststelling opgavebladen - Raadsvoorstel 3. Vaststellen Groeiagenda Smart Delta Drechtsteden - Visiedocument – Raadsvoorstel 4. Raadsinformatiebrief over Groeiagenda 2030 – Jaarverantwoording 2022 – Raadsinformatiebrief

Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Portier (SP) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder C. Van Benschop Ambtelijke ondersteuning: de heer H. Goossensen, de heer H. Van Broekhoven, mevrouw E. Goutziers-Leidekker, mevrouw O. Arandjelović De voorzitter: Ik ga gewoon beginnen want ja, de tijd is de tijd. Wij gaan het hebben over twee raadsvoorstellen en één raadsinformatiebrief. Het gaat dan met betrekking tot de voorstellen over het vaststellen van de Groeiagenda Smart Delta Drechtsteden en het vaststellen Groeiagenda 2030, uitvoeringsprogramma 2024, de lokale vaststelling van de opgavenbladen. Zoals wij altijd gewend zijn gaan wij eerst eventjes het rondje langs de velden om te kijken wie er allemaal aanwezig zijn. Om de mensen daar de kans te geven begin ik maar rechts eventjes dan. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier.

24

Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. Mevrouw Goutziers-Leidekker: Eveline Goutziers, ambtelijke ondersteuning. De heer Van Broekhoven: Hans Van Broekhoven, ambtelijke ondersteuning. De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen, u bent aan de beurt om u voor te stellen. De heer Van Ballegooijen: Excuus, voorzitter. Mijnheer Van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Den Heijer: Rolin Den Heijer van de Dordtse VVD. En gelijk een mededeling, ik vertrek ook eerder dus dan de heer Van Ballegooijen, daarom zitten we hier dubbel. De voorzitter: Ik begrijp hem. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Goossensen: Hans Goossensen, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Arandjelović: Olga Arandjelović, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van Benschop: Chris Van Benschop, wethouder. De voorzitter: Ik ben John Van der Net en ik mag u door deze sessie heen loodsen. We hebben hier een uur voor.

Waar gaan we het over hebben? We hebben het visiedocument en de opgavebladen van de Groeiagenda Smart Delta Drechtsteden. Die kwamen te laat voor de vaststelling in onze raad voor 1 oktober, maar we hebben nu plek kunnen maken op onze agenda omdat er een commissievergadering is ingekort, lees ik. Vandaag gaan we ons een beeld vormen bij deze raadsvoorstellen aan de hand van een technische toelichting en de mogelijkheid tot het stellen van vragen. En dan kijken we wat we met deze raadsvoorstellen gaan doen. We zijn in februari al geraadpleegd op het contourendocument dat voorafging aan dit visiedocument. Aan de wethouder en ambtenaren is gevraagd in de presentatie terug te komen op hoe onze

25

input van toen is verwerkt. Ook naast die voorstellen heb ik ook al aangegeven dat er een raadsinformatiebrief in dit dossier zit en dat gaat over de Groeiagenda 2030 met de jaarverantwoording 2022. Die zou bij de jaarstukken van de gemeente betrokken worden maar ja, met de jaarstukken is het een en ander niet helemaal goed gegaan zoals we weten. Daarom wilde ik in ieder geval de commissie vragen aan het eind ook een oordeel te vellen over deze raadsinformatiebrief. Ik lees voor niet uit eigen werk hè, mevrouw Koene. Ja, ik lees het voor. Ik merk op dat de heer Kolkiliç van DENK ook is aangesloten. En dan staat hier dat de heer Hans Goossensen een presentatie gaat doen maar ik neem aan dat dat uitbesteed. Ja, ja, nogmaals, ik lees … Een korte introductie als het lukt met de techniek. Ik zie dat de heer Beemer weer de oplossing heeft aangedragen. Nou, bedankt in ieder geval. We zijn altijd weer onder de indruk, Clark. Moet je even gaan zitten. O. Dat kan ook, je kan zitten of die andere microfoon maar dan moet je hem wel aanzetten. De heer Van Broekhoven: Ja, nee, zo is het goed. Waar we het vorige anderhalf uur natuurlijk hebben gesproken over de lokale investeringsagenda ligt nu zeg maar de regionale Groeiagenda voor. Er zijn, nou, zoals de voorzitter al heeft aangegeven, drie stukken waar we het vandaag over gaan hebben.

Dat is één, het raadsvoorstel over het visiedocument wat is vastgesteld voor de middellange termijn voor de toekomstige ontwikkeling van de Drechtsteden. Het raadsvoorstel, het uitvoeringsprogramma, wat gaan we doen in jaarschijf 2024? En nog een raadsinformatiebrief die nog is blijven hangen, die is aangeleverd ergens in mei uit mijn hoofd en dat gaat over de jaarverantwoording over de jaarschijf 2022. Nou, even om te beginnen met het eerste document, het raadsvoorstel visiedocument. Dat kent al enige historie want we zijn daar in oktober 2022 eigenlijk mee begonnen, bestuurlijke werkgroepen hebben hun mening daarover gevormd. 31 januari is er een regionale bijeenkomst geweest waar raadsleden ook hun input hebben kunnen geven. Wij hebben voor Dordrecht op 14 februari nog een extra consultatiemeeting georganiseerd met raadsleden om ook aan de hand van de contourennota te spreken over, nou, kunt u zich daarin vinden en wat wilt u nog meegeven? Toen is op 7 maart zijn de colleges bij elkaar gekomen om daarover van gedachten te wisselen. Daarna is een periode van verdere uitwerking gekomen en uiteindelijk heeft dat erin geresulteerd dat 5 september het college daar een tik op heeft gegeven en nu zitten we 3 oktober in deze beeldvormende sessie, technische briefing met de raad.

De bedoeling is dat in oktober, in de samenwerkingsovereenkomst staat dat voor 1 oktober eigenlijk alle raden zeg maar die documenten moeten hebben vastgesteld. Of, en nou, dat is de escape, of de eerste datum daarna dus dat is dan nu aan de hand. Ter geruststelling, er zijn een aantal gemeenten die al zeg maar die stukken hebben behandeld en vastgesteld maar er zijn ook gemeenten die dat pas in november kunnen doen. Maar goed, noblesse oblige, wij zijn natuurlijk wel de grootste stad in het samenwerkingsverband en het zou wel netjes zijn om dat toch ergens in oktober daar een tik op te kunnen geven. Daarna, dat is zeg maar dan de overheidsagenda die we met zijn allen vaststellen en daarna komt er nog een fase waarin zeg maar die agenda verrijkt wordt met de input van de Triple Helix partners, dus onderwijs en bedrijfsleven. En dan uiteindelijk moet dat cumuleren of uitmonden in een gezamenlijke Smart Delta Agenda die zeg maar door al die partijen wordt gedragen. Nou, de contourennota aan de hand waarvan we 14 februari het gesprek hebben gevoerd, daar zaten een aantal koerswijzigingen in ten opzichte van de vorige bestuursperiode. Meer kwalitatieve benadering van de opgave, dus niet alleen maar

26

30.000 banen of 25.000 woningen, nee, maar wat draagt nou die agenda bij aan het begrip brede welvaart? Dus hoe zorgen we ervoor dat het goed leven, werken, recreëren, wonen is in die regio? En dat gaat niet alleen maar over materiële zaken maar ook over beleving en leefbaarheid. Nou, ook meer aandacht … De voorzitter: Een vraag van de heer Den Heijer zie ik. De heer Den Heijer: Ja, zonder per se een soort borreldiscussie uit te lokken, maar wat verstaan wij dan onder brede welvaart? De heer Van Broekhoven: Brede welvaart. Ja, brede welvaart is een begrip dat nog aangescherpt moet worden, er zijn verschillende wetenschappelijke discussies over. De Rabobank heeft een indicator ontwikkeld met elf indicatoren bijvoorbeeld om dat te meten dus dat gaat over materiële bruto product zeg maar, inkomen, gaat over gezondheid, over welbevinden, over sociale contacten. Nou, er zijn weer andere modellen die kennen acht indicatoren bijvoorbeeld om brede welvaart te meten. Voor de Regio Deal heeft Berenschot bijvoorbeeld een foto gemaakt van de regio Zuid-Holland Zuid met ook een aantal indicatoren. Volgens mij is dat ook al een keer langs geweest hier in de raad. Dus, o, sorry, misschien dat Hans daar ook nog een toelichting. De heer Goossensen: Ik zou er meteen iets op willen aanvullen. Het was natuurlijk een hele interessante, goede en lastige vraag.

Ik las een prachtige column over brede welvaart, het ging over het debat in de Kamer aan de hand van de begroting waarbij de columnist ook duidde dat eigenlijk iedere fractie zijn eigen inbreng heeft, een eigen invulling van het woordje brede welvaart benoemt. Je kunt natuurlijk helemaal de sociale kant noemen, de verduurzamingskant en je kunt zeg maar het ondernemingsperspectief zetten. Voor ons was die eigenlijk vrij simpel en daarom dacht ik, ik vul je meteen even aan, Hans. Wij zaten met kwantitatieve doelen op het gebied van de woningbouw en we hebben het net ook even gehad over bedrijvigheid, over de aanpassing van ons mobiliteitssysteem. Dat was de start van de Groeiagenda 2017. Eigenlijk zeggen we, die groei, die moet echt ten bate zijn van de leefbaarheid en de kansen en het klimaat hier in dit gebied. Ga ik u één voorbeeldje geven. We hebben ingezet op extra banen, het DistriPark hebben we nu alweer fase 1 gehad. Dat had natuurlijk als doelstelling om mensen met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt kansen te geven ook in die logistieke bedrijvigheid. Maar wat zien we daar? Dat je, en kijk maar eens even bijvoorbeeld bij DHL, dat je ontzettend veel buitenlandse werknemers ziet. Want ja, onze mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt waren niet beschikbaar of niet aantrekkelijk genoeg. Je moet daar toch in drie shifts werken, drie keer acht uur.

Uit brede welvaartsperspectief kun je dus best wel afvragen van, wat zijn we beter geworden met elkaar van deze bedrijvigheid? Het ging net al even over banen met impact. Een ander voorbeeldje, als je ruimteschaarste hebt en er zijn heel veel partijen die langs de A16 plek zoeken omdat het handig op een corridor tussen Rotterdam en Antwerpen zit, van zeg maar opslag in kleine garageboxen tot en met hele grote logistieke. De vraag is natuurlijk met die schaarse ruimte die we hebben, wat vanuit ons brede welvaartsperspectief ook bijvoorbeeld in die zeehaven nou het beste is. Het beste is toch dat wij, het ging net al even over die maritieme maakindustrie werden vragen gesteld, dat wij dingen waar wij goed in zijn of waar wij kansen zien, dat we daar zeg maar voldoende ruimte voor maken. Dat is een beetje, het gaat hier over ruimtelijke

27

economische ontwikkeling want wij zien de stap van getallen naar echt een brede welvaartsgedachte. We blijven maar even weg van de fijnslijperij op alle definities. De heer Den Heijer: Voorzitter, toch nog een korte poging omdat ik het juist heel, nou ja, we maken volgens mij de discussie onnodig complex door dit soort termen dan ook te gebruiken. Maar dat is gewoon onze opvatting dus daar hoeft u ook verder niks mee. Maar wat ik me afvraag, we hadden eerder bij de Human Capital Agenda, hadden we daar ook een discussie over. Dat je namelijk bijvoorbeeld duurzame banen zou je gewoon kwantitatief kunnen meten. Dus dat is in die zin hoeft dat geen tegenstelling natuurlijk van elkaar te zijn. Als we het hebben over indicatoren over de brede welvaart vroeg ik me ook af, ja, in hoeverre is dat ook niet gewoon een persoonlijke ervaring? Hoe belangrijk bijvoorbeeld vrije tijd voor je is of vrienden om je heen, dat is voor de een belangrijker dan voor de ander. Dus hoe behouden we daar dan ook wel de kwantitatieve doelen voor ogen? De voorzitter: Nou, ik denk dat voor sommige mensen is een baan het belangrijkste. Dat kan ook. Nee, ja. Nou ja, maar even van, ik zeg al, we gaan, we hebben het nou over brede welvaart en eventjes of we daar allemaal hetzelfde onder begrijpen. En ik denk dat dat de conclusie is dat dat niet zo is, dat is maar net vanaf welke kant je ertegenaan kijkt.

Heel, één dingetje dan, wethouder. Mevrouw Van Benschop: Eén dingetje. Nou, ik wil alleen nog even meegeven dat gewoon in het raadsvoorstel inderdaad benoemd staat de brede welvaart, maar daar staat wel degelijk ook een omschrijving bij van welke punten dan bijdrage aan de brede welvaart. Dus ik denk dat dit in ieder geval een goed beeld geeft van wat wij als college en in de regio hebben gezegd, dit betekent brede welvaart of in ieder geval, hier zou je aan moeten denken. De voorzitter: Ja. Dus dan de definitie van het college die daaraan gegeven wordt. Ik kijk naar de heer Van Broekhoven weer, we gaan gewoon door. De heer Van Broekhoven: Dank, voorzitter. En volgens mij staan in het visiedocument ook acht aspecten van brede welvaart die daar relevant zijn. Dus brede of meer kwalitatieve benadering maar ook in de aanpak meer integrale afweging. We hebben het daarnet natuurlijk gehad over die machinerie, alle radars moeten dezelfde kant op gaan, alle energie moet zeg maar synergie opleveren met elkaar om zeg maar die maatschappelijke effecten daadwerkelijk te realiseren. Als we altijd maar in kokertjes blijven denken, ja, dan is de kans op die synergie, op dat samenspel natuurlijk een stuk minder.

Dus het gaat erom van, wat voor maatregelen moeten we nou nemen om dat hele gebied op een hoger plan te brengen? En ook meer uitdragen van de meerwaarde van de kracht van de regio, ook in de strategische positionering richting andere overheden, et cetera. Nou, wij hebben gemerkt dat over de accentverschuivingen in die contourennota eigenlijk weinig discussie was, daar was iedereen het wel zo grosso modo over eens. Dat heeft geresulteerd in een visiedocument, ook met input van alle andere raden uit de regio. Waarin drie thema's zijn gedefinieerd, innovatieve concurrerende topregio in Nederland en Europa. We hadden het net over de maritieme topregio. Passende woning en banen, gezonde groene leefomgeving. Dat zijn echt de speerpunten waar we het verschil mee maken, dat allemaal cumulerend in een hoger niveau van

28

brede welvaart. Maar wel met een hele belangrijke fundamentele basisvoorwaarde, randvoorwaarde, namelijk wij willen bereikbaar zijn en alles moet duurzaam. Dat is een hele belangrijke meetlat. Nou, de inhoudelijke thema's. Eventjes, dat was even wat betreft het visiedocument, dan hebben we het nu over het uitvoeringsdocument dus wat gaan we in 2024 doen? Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op het visiedocument wat geactualiseerd is, dus het nieuwe visiedocument. Daarom is het ook belangrijk dat het visiedocument en het uitvoeringsdocument zeg maar gezamenlijk worden behandeld en besproken. In tegenstelling tot de jaarverantwoording 2022 waar ik net nog, zo meteen nog even op kom, zijn er in plaats van vier thema's nu vijf thema’s benoemd. Dus er is wat accentverschuiving in bouwen, voorheen was het alleen bouwen en nu is bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en volkshuisvesting daaraan toegevoegd omdat dat toch hele belangrijke aspecten zijn. Het budget voor het uitvoeringsprogramma is 5 miljoen en dat wordt bekostigd door alle zeven Drechtstedengemeenten en ook voor een deel voor mensen of partijen die meeliften. Bijvoorbeeld Gorinchem, die heeft ook profijt zeg maar van de samenwerking en die wordt ook gevraagd om een deel van die 5 miljoen te bekostigen. En misschien ook andere partners die nog mee willen doen.

De bedoeling is om te streven naar een open platform waarin ook andere partners dan alleen maar die zeven gemeenten uit de Drechtsteden mee participeren. Dan tot slot even de jaarverantwoording, dat is die raadsinformatiebrief die nog boven de markt hing. Die gaat uit van vier programma's nog en er is in 2022 4,2 miljoen besteed, 320.000, 321.000 was over en dat is toegevoegd aan het budget 2023. Nou, we zitten hier aan tafel met zeg maar de coördinerend directeur Hans Goossensen voor Dordrecht. Dus wat doen wij nou in Dordrecht wat bijdraagt aan de regionale agenda? En we hebben ook Olga Arandjelović, de regiomanager uitgenodigd om vanuit dat perspectief zeg maar te reflecteren en vragen te beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Broekhoven: Dus hier wilde ik het even bij laten als introductie. De voorzitter: Ik zie dat er ook al een vraag is. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik heb met veel belangstelling de beide of in elk geval het visiedocument en uitvoeringsprogramma zitten lezen. Ik vroeg me daar af, in de Groeiagenda worden bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen genoemd als bedreiging voor welzijn in de regio, maar in het hele uitvoeringsprogramma wordt er met geen woord over gerept.

En ja, misschien is dit niet het juiste moment of zo maar komt dat op een gegeven moment nog wel aan bod? Want het lijkt me echt iets om als regio op te pakken dus vandaar dat ik die vraag even toch echt had. De voorzitter: Ik kijk eventjes wie daar een antwoord op kan geven. De heer Goossensen. De heer Goossensen: Het onderwerp gevaarlijke stoffen vergt echt een gezamenlijk optreden van gemeenten. Die uitspraak van vorige week, dat heeft natuurlijk wel aangetoond dat je samen moet optrekken. Het is niet zo dat in deze agenda alles is opgenomen waar gemeenten samenwerken, het zijn er geloof ik drie of vier gemeenten die bij Chemours optrekken. We hebben ook een samenwerking met Zwijndrecht en de

29

Spoorzone dus dit zijn dingen die je echt met zijn zevenen doet. Ik denk dat daar het verschil zit. En ik weet even niet of er nou echt dingen zouden zijn, ik weet niet of het wel eens in bespreking is geweest, Olga, waarvan je kan zeggen, ja, dat kunnen we met zijn zevenen beetpakken. De voorzitter: Het antwoord, ja, o ja, gaat uw gang. Ja, zeker. Mevrouw Arandjelović: Ja. Nou goed, de veiligheid en de gevaarlijke stoffen is natuurlijk zeker een onderwerp wat hier relevant is maar ik denk dat Hans Goossensen het goed heeft beantwoord. Dat deze Groeiagenda gericht is op wat voor de langere termijn in een sociaaleconomische sprong van belang is. En dat onderwerpen, want er zijn meerdere onderwerpen die ook regionaal of met meerdere gemeenten worden opgepakt, maar die dan even niet in dit kader van deze Groeiagenda zitten. Neemt niet weg dat we voor een volgend uitvoeringsprogramma daar natuurlijk wel naar kunnen kijken hoe je daar in een meer open stelsel, zoals Hans Van Broekhoven aangaf, naartoe kan werken. De voorzitter: De heer Portier als eerste, daarna de heer Katif. De heer Portier: Ja voorzitter, als we naar alle verschillende documenten kijken over de Groeiagenda, dan valt op dat daar heel veel overlap is met wat we eigenlijk net besproken hebben voor wat we als gemeenten na 2030 willen doen en daardoor ook heel veel is.

Zeg maar, het gaat over wonen, het gaat over huisvesting, het gaat over ruimtelijke ordening wat we op gemeentelijk niveau regelen. Nou, prima op gemeentelijk niveau kunnen regelen. Kijk, ik snap best dat je voor sommige dingen inderdaad met elkaar moet samenwerken. Als het over regionale fietspaden gaat, ja, dan moet je daar regionaal afspraken voor maken. Maar ik twijfel een beetje of ik zie niet goed in wat nou de meerwaarde is van het hele Smart Delta gebeuren, waarom daar een hele koepel overheen leggen, ook een hele communicatiestrategie om het merk Smart Delta weg te zetten? Wat is eigenlijk de meerwaarde van deze hele regionale aanpak van dit soort zaken die we prima op gemeentelijk niveau kunnen regelen? De voorzitter: Mijnheer Portier, ja, we zitten in de beeldvorming hè dus ja, en ik proef hier toch weinig technisch in maar een mening die u graag kwijt wil. De heer Portier: Het is toch een vraag, misschien word ik overtuigd, dat ik ineens inzie van, aha, dit is het wat ik al die tijd gemist heb. De voorzitter: Ik betwijfel het ten zeerste dus ik wilde daar in ieder geval toch even in deze sessie buitenom gaan. Even kijken, de heer Katif. De heer Katif: Ja, voorzitter, ik heb twee minivraagjes. Eén, ik hoorde over de trein gevaarlijke stoffen.

Een vraag van deze kant, heeft het vervoer gevaarlijke stoffen door zeg maar door de Drechtsteden, want zo zie ik het, geen gevaar voor onze agenda of de agenda van de regio? Dat is één. En twee, ik zag namelijk dat Triple Helix ook een agenda heeft. Dat zijn de zogenaamde drie o’tjes. Vond ik wel een mooie naam trouwens maar wanneer is die er? Loopt die niet parallel met onze eigen agenda? Want als wij nou eerst die agenda vaststellen en daarna komt de agenda van de ondernemers waar het eigenlijk werkelijk ook om gaat in dit geheel, dan denk ik dat wij achter, nou, ik zeg niet

30

achter het net vissen maar dan, nou, ik wil de uitdrukking niet gebruiken maar dat is de tweede vraag. De voorzitter: Wie gaat die beantwoorden? De heer Goossensen. De heer Goossensen: Met de energietransitie is er een forse kans dat op de corridor tussen Rotterdam en Antwerpen er meer gevaarlijke stoffen komen. Er is bij ons nog ruimte, gewoon qua capaciteit, aantal treintjes, dat dat toeneemt ten opzichte wat er nu feitelijk gebeurt. Dat is geen rem op, dat gaat geen rem zetten op de plannen die er nu liggen voor de Spoorzone-ontwikkeling. Het gaat wel bijdragen aan het appel van niet alleen gemeente Dordrecht en Zwijndrecht maar ook van de provincie. Die heeft dat ook zelfs in een politiek akkoord staan, veilige oplossing. Dat er gewoon op een paar plekken in het land robuuste oplossing moet komen op dat zogeheten basisnet wat men nou aan het ontwikkelen is. Men denkt aan een soort ruit. Nou, en dat zal dus betekenen dat onze lobby of onze argumentatie ook om na 2040 gewoon die oplossing te willen hebben, het liefst in de vorm van een tunnel of als er iets anders bedacht is vinden we het ook goed, dat dat gewoon extra kracht wordt bijgezet, is mijn verwachting. De voorzitter: Nog de tweede vraag. Ja? Mevrouw Arandjelović: Zal ik die tweede vraag doen? De voorzitter: Triple Helix.

Mevrouw Arandjelović: Deze Groeiagenda is de Groeiagenda van de zeven overheden, zo staat het ook vermeld. Smart Delta staat voor, ja, Tripje Helix, moeilijk woord, in ieder geval de samenwerking van overheid, bedrijfsleven en onderwijspartners. Bedrijfsleven hebben ook verschillende manieren hun eigen prioriteitenlijst of agenda, doen dat wat minder ambtelijk dan wij, maar hebben ook zo hun prioriteiten. Dat is uitgedrukt in het programma van onze Economic Development Board bijvoorbeeld maar ook de federatie van werkgevers heeft zo prioriteitenlijst en ook onderwijspartners hebben die. We hebben dat alleen nog nooit eerder bij elkaar gelegd en naast elkaar gelegd. Dus wat we nu gedaan hebben is eigenlijk eerst onze eigen, nou ja, overheidsagenda geactualiseerd. Die hadden we natuurlijk al maar met alle verkiezings, of niet verkiezings, alle collegeprogramma's van de zeven gemeenten dat geactualiseerd. Dat is wat hier voorligt dus dan hebben we in ieder geval een collectieve overheidsagenda. En wat we komende periode willen doen, ja, goed, daar kan ik moeilijk een deadline aanknopen, ik hoop binnen een half jaar dat voor elkaar te hebben met de andere partners maar dat moeten we echt gezamenlijk doen, is die agenda's naast elkaar leggen. Nou, gelukkig hebben we al een blik daarin geworpen en de doelen zijn echt wel, die komen echt wel overeen.

Dat gaat allemaal over leefomgeving, over brede welvaart, over de arbeidsmarkt, energietransitie, innovatie dus die thema's komen echt wel overeen. Om dan echt die gezamenlijke agenda ook uit te gaan dragen want ja, je wil wel als gebied dat eigenlijk alle partners, overheid, onderwijs en het bedrijfsleven zeg maar met dezelfde agenda ook de boer opgaan en met elkaar samenwerken om tot uitvoering te komen. De voorzitter: Er wordt aan gewerkt, mijnheer Katif. Toch? Dat is fijn. De heer De Heer.

31

De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik zie natuurlijk heel erg de waarde van de samenwerking in de regio op verschillende niveaus. Naast het feit dat ik denk dat Smart Delta ook een mooi vehicle is richting het Rijk om soms hele mooie sommen geld ook weer binnen te krijgen. Dat is misschien indirect toch een antwoord op de vraag van de heer Portier. Dat hebben we ook al zien gebeuren een aantal keer, dat is fantastisch. Tegelijkertijd vraag ik me dan heel erg af, in hoeverre is het ook voor het uitvoeringsprogramma belangrijk dat die waarden van Smart Delta en Triple Helix, wat voor de gemiddelde Dordtenaar misschien zal klinken als een nieuwe coating voor je motorkap, dat dat belangrijk is, dat we het belangrijk vinden uitvoering ook dat het landt bij de gemiddelde Dordtenaar. Waarbij Smart Delta de laatste keer ook in het Kunstmin, dat daar een hoogleraar was die ook aangaf wat de waarde van zo'n programma ook kan zijn voor de regio, de trots op het maritieme karakter en dat je daar toch ook in je marketing goed over na zal moeten denken hoe je dat doet? Die stuurde dus ook wel heel erg op de waarde richting de inwoner. In het uitvoeringsprogramma lees ik dan wel over public affairs, strategie, communicatie en fans maar heel weinig op de burger.

Dus dat is wel mijn vraag, is dat de bedoeling en als dat de bedoeling is, hoe gaan we dat doen? De voorzitter: Ja, volgens mij is het de vraag van, hoe brengen wij dit ook bij de gemiddelde burger denk ik ook. En dan is daar rekening mee gehouden ook dan? Ja, dan … Ja? Mevrouw Arandjelović: Nou, ik kan er niet helemaal antwoord op geven want het is ook een politieke vraag, hoever het de burger moet bereiken en op welke manier en in welke mate? Het is in ieder geval op dit moment niet het vertrekpunt geweest, dus echt het merk meer voor professionele partners. Ik trek nog wel eens de vergelijking bijvoorbeeld met Brainport Eindhoven, dat is natuurlijk een merk wat verder is in volwassenheid. Ja, dat is ook een merk van, nou, Triple Helix maar aan de andere kant, je kan niet uit de regio Eindhoven komen zonder te weten dat je ook in de Brainport woont. Nou ja, goed, is dat ook een beoogd doel? Ja, dat kan ik niet zeggen maar daar zou je wel over na kunnen denken. De voorzitter: Ja, het is meer een bestuurlijk feestje natuurlijk maar het moet uiteindelijk denk ik wel zijn invloed hebben natuurlijk op iedereen die hier woont denk ik. De heer Portier. De heer Portier: Ik begrijp dat u er ook zelf aan twijfelt. De voorzitter: Ha. Nou, ik twijfel zelden aan zaken, mijnheer Portier, zoals u weet dus. Even kijken, de heer Van Ballegooijen.

De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ja, er is denk ik in dit stuk terecht aandacht op economisch vlak voor de maritieme maakindustrie vooral. Daar hebben we ook in deze regio echt een wereldpositie denk ik. Wat ik me wel afvroeg, zo'n industrie hoeft natuurlijk niet ten alle tijden gigantisch te blijven en ik vroeg me af, hoe zorgen we ervoor dat we ook flexibel genoeg blijven om niet ons helemaal blind te staren, niet ons vast te leggen op die ene industrie? Maar dat we flexibel genoeg blijven om ook eventueel naar andere industrieën te switchen, mocht dat nodig zijn.

32

De voorzitter: Ja, de vraag is dus dan, focussen we niet te veel op één tak van sport? Toch, mijnheer Van Ballegooijen? De heer Van Ballegooijen: Nou ja, ik denk dat op de korte termijn is dat misschien een hele logische maar vooral, hoe zorgen we ervoor dat we op de lange termijn, als de situatie zou veranderen, ons niet helemaal vastgelegd hebben in één industrie en nog flexibel genoeg zijn om wel een kanteling te maken? De voorzitter: Ik word altijd op de vingers getikt bij dit soort sessies door de griffie maar ik ben wat dat betreft altijd … Ja, de heer Goossensen dan toch? Ja. De heer Goossensen: Nou, ik denk dat het een heel terechte vraag is. Het is altijd balanceren van, waarin word je herkend en erkend als van, ja, daar is die regio goed in. Wij hebben ooit de naam gehad Shipping Valley, nu zijn we maritieme maakindustrie, dat doet het ook heel erg goed. Want het gaat om strategische autonomie, we moeten zelf ook schepen kunnen maken, ook voor de marine, et cetera. Dus daar wil je dan jezelf ook een heldere positie in geven. Er komt nu een advies aan de minister van EZK, ga weer sectorbeleid doen na twintig jaar. U kent misschien nog op de RSV enquête, et cetera, toen was het eventjes uit, nu is het weer terug.

Daarin kan ik u zeggen, als je kijkt tussen, nou, laten we zeggen Krimpen en Gorinchem is 60 procent van de productie van alles in die maritieme maak, gaat het niet alleen om die rompen, het gaat vooral ook wat erin zit. De baas van IHC die zei altijd zo mooi van, we gaan van staal naar digitaal. Dus alle toepassingen daar eigenlijk, in die toepassingen zeg maar zit je verdienmodel van deze regio. Kun je ook zien bij mkb’ers, et cetera. Dus vandaar maritieme maak, zeker. Maar u zegt terecht, ja, maar ja, kijk wij redeneren zo, en dat bestaat ook al een tijdje, er zit in deze regio een soort technisch DNA. Gelukkig zijn er nog heel veel mensen en ook heel veel kinderen die geïnteresseerd zijn in techniek. Wat je nu ziet bij de opleidingen bij het mbo, dat waar je vroeger sturingstechniek, elektronica, et cetera, worden die dingen geïntegreerd, dan heb je het opeens over mechatronica. Dus ja, dat wat klassiek was vermengt zich nu zeg maar met nieuwe vormen die maken dat je op een veel breder vlak, ook met veel andere materialen dus niet alleen met staal maar allerlei, composiet, et cetera, zie je die bedrijvigheid zich ontwikkelen. Dus je ziet eigenlijk zeg maar op die schouders van wat het maritieme werk ooit was, dat zich nieuwe takken van sport ontwikkelen.

En dat is, dat blijft gewoon gelinkt aan waar je goed in bent en waar we ook zeg maar de jongeren voor moeten blijven interesseren en ook mensen, Delftse ingenieurs en zo hiervoor moeten blijven trekken. Als we dat goed doen, dan is het helemaal niet erg dat wij ons nu ook even verbinden aan maritieme maak. Als we ons alleen maar fixen op datgene wat nog precies binnen dat kaartje past, nou, dan zijn we over vijftien jaar echt slecht af. De voorzitter: Is het volgens mij duidelijk. Dan kijk ik nog eventjes of er vanuit de commissie. De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, dank, voorzitter. Een collega van me die vroeg net een verhelderende vraag over, wat betekent brede welvaart? We hebben nu een uitvoeringsprogramma en eigenlijk heb ik dezelfde vraag over het programma wonen en volkshuisvesting. Over nut en noodzaak komen een heleboel dingen heel duidelijk naar voren maar eigenlijk wat je daar leest, je verwacht in zo'n uitvoeringsprogramma wel specifieke punten wat we dan

33

verwachten onder wonen en huisvesting. Het enige wat erin voorkomt dat is, dat zijn passende woningen. Dus bij mij roept dat dan de vraag op, wat voor woningen, wat voor soort woningen zijn dat, wat voor soort type woningen zijn dat? Kan iemand misschien daar een verhelderend antwoord op geven? De voorzitter: Wat zijn passende woningen? En dan vanuit het stuk geredeneerd dan. Er wordt driftig gezocht waar het staat volgens mij maar. Bij het programma wonen volkshuisvesting. De heer Uysal: Klopt, op bladzijde nummer 8, voorzitter. De voorzitter: Bladzijde 8. Er wordt druk gezocht, mijnheer Uysal. De heer Uysal: We hebben nog twintig minuten, voorzitter, dus geen haast. De voorzitter: Ja, dat begrijp ik maar het is nooit verplicht om het te vullen natuurlijk. Mevrouw Van Benschop: Zal ik antwoord geven? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, waar dit stuk natuurlijk aan relateert is ook aan al eerder gemaakte afspraken. Het is niet zo dat alles wat hierin staat nu nieuw is en alles opnieuw verzonden is. Dus er is een regionale woonvisie vastgesteld en dat is een leidend document in de regio. Dat is het feitelijke antwoord. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Ja, ik hoor natuurlijk net het verhaal, voorzitter, over de techniek hè, over deze regio. En dat onderschrijf ik, dus heel veel jongens en meisjes die geïnteresseerd zijn in techniek.

Maar als wij die stap, en dan moet ik even mijn bril opzetten, naar die innovatieve en concurrerende topregio willen maken, is het dan ook niet van belang zeg maar hbo-techniek naar binnen halen? De voorzitter: hbo-techniek. De heer Goossensen: En dan bedoel u neem ik aan ook onderwijs op dat vlak? De heer Gorter: Onderwijs, ik heb het dus niet over universitair, laat dat lekker in Delft. Maar vroeger had je hts, daar heb ik nog opgezeten hier in Dordrecht. Maar dat niveau, is dat niet heel belangrijk om naar die innovatieve en concurrerende topregio te gaan? De heer Goossensen: Ja, onderwijs is ontzettend belangrijk. Dat betekent dus mensen vanuit ook het Delftse, want hier lopen ontzettend veel Delftse ingenieurs in de regio, aan je binden. Dat betekent ook dat we ruimte moeten hebben, ook om deze mensen een woning te bieden. Want die bedrijven kunnen die ingenieurs steeds minder vangen met, je krijgt een leaseauto en dan kom je al vanuit Utrecht of Amsterdam hier over de A15 naar Papendrecht of … Dus dat is één.

34

Twee, ja, absoluut, we moeten het menselijk kapitaal wat hier is moet je zoveel mogelijk inzetten en zover mogelijk door laten stromen in het onderwijs. Essentieel hiervoor was, in aanvulling op het mbo 3, 4 onderwijs, kortlopend hbo. Dat zijn de social degrees, dat zijn tweejarige hbo-opleidingen die je nu gewoon in Dordrecht op het Leerpark kan volgen in een aantal technische disciplines en ICT. En die net die kop zetten, zowel voor de kids die mbo 3, 4 hebben gedaan, en dan is de stap naar hbo is heel groot hè, dan moet je vier jaar doorleren, als werkenden die ook een opleiding twee jaar naast je werk, is best stevig, daarnaast kunnen pakken en toch een volwaardig publiek gecertificeerd hbo-diploma kunnen doen. Het tweede was verbindingen met hbo-instellingen en stages, et cetera, in het kader van vierjarige hbo-opleidingen naar je toe halen. Want ja, de bedrijven zeggen, stagiaires, trainees binnenhalen is de eerste stap natuurlijk in zorgen dat men geïnteresseerd raakt in wat wij doen en gewoon blijven hangen. Ook daar, dus naast die kortlopende hbo-opleidingen die we nu gestart hebben een zestal, en dat gaan we uitbreiden, het fenomeen Career Boost, dus zeg maar even wat je vroeger gewoon stages noemde, nu in een uitgebreide variant.

Dus biedt die laatstejaarsstudenten, laat ze onderzoeken doen, laat ze zeg maar met elkaar spannende dingen hier uitzoeken en biedt ze daarmee ook de mogelijkheid om te snuffelen aan wat we te bieden hebben. Dat is in feite zeg maar een belangrijke stap die we nu gezet hebben. Het gaat nu september allemaal vanuit een nieuw gebouw, het Kopgebouw in het Leerpark beginnen. En dat is zoals u zegt een heel wezenlijke ontwikkeling voor stad en regio. Ja. De heer Gorter: Maar ik zie het niet in het plan staan. De heer Goossensen: U ziet bij het onderdeel economie dat wij het punt human capital hebben. We hebben altijd vanuit Dordrecht deze ambitie neergezet, met volle steun overigens van het regionaal bedrijfsleven, dat bijvoorbeeld aan het Career Boost programma bijdraagt. Dus we hebben echt het gevoel dat we hier met die hbo-ambitie, dat we hier een regionaal punt te pakken hebben en de samenwerking met onderwijs, bedrijfsleven, ook met Gorinchem bijvoorbeeld, zijn daarop ingericht. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Nog even een vraag over onderwijs en dan even niet hbo maar meer mbo. Als ik gewoon naar de mbo-opleiding hier in Dordrecht kijk, dan worden er 123 aangeboden en ik zie dan nog niet echt een verschuiving naar die maakindustrie.

Hoe verloopt dat momenteel? De heer Goossensen: We hebben twee mbo-instellingen, ik beperk me eventjes tot Da Vinci, de grootste. Da Vinci heeft de afgelopen jaren goed nagedacht, ook in het kader van de bezuiniging van, wat zijn nou opleidingen te doen. En die heeft ook wel gemerkt dat er een hele brede waaier van opleidingen is. Zij hebben begrijp ik, maar daar heb ik nog niet alle informatie over, is nog niet beschikbaar, een aantal keuzes gemaakt, minder opleidingen en ook hier en daar wat meer afgestemd op daar waar we goed in zijn en beter in willen worden. Dat betekent ook dat een aantal opleidingen met weinig studenten wellicht gestopt wordt en dat je bijvoorbeeld als je meubelmaker wil worden, ik noem maar even een willekeurig voorbeeldje, dat je misschien naar Rotterdam moet. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen.

35

De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wel een vraag die eigenlijk betrekking heeft op economie en op bouwen. We hebben natuurlijk aan de ene kant de bouwopgave, aan de andere kant willen we ook vooral zeker die maritieme maakindustrie en alles wat daar eigenlijk mee te maken heeft en van afhangt, willen we graag behouden. Ik vroeg me af, het kan natuurlijk voorkomen dat je zou willen bouwen op een kavel waar nu een bedrijf of je bedrijf wil verplaatsen. Helpt deze samenwerking ook om proberen die bedrijven binnen de regio te verplaatsen, zodat je niet alleen de bedrijvigheid maar ook de kennis en de kunde vooral behoudt? En zo ja, op welke manier moet ... Kunt u kort schetsen hoe dat ongeveer in zijn werk gaat? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Goossensen: Ja, dat is precies ook het onderwerp wat net al even voorbijkwam, het onderwerp ruimtelijke ordening. Kijk, wij moeten met name langs die oevers moeten we voor de lange termijn programmeren. Een voorbeeldje waar het helemaal niet lukte in Schiedam. Daar zit een prachtig bedrijf, Huisman. Daar hebben ze woningbouw omheen gezet, Huisman groeit een beetje en zit klem.

Ja, en dan denkt iedereen, maar hoe is dat nou ons overkomen? Nou, wij hebben ook een programmering voor onze oefengebieden waarbij we telkens kijken hoe zeg maar het een en het ander, dus zowel ontwikkeling van een aantal bedrijven, als woningbouw, als leven zich goed tot elkaar verhouden. En dat is echt puzzelen en dat kun je niet per gemeente doen, dat moet je echt met elkaar doen. Vandaar dat het ook belangrijk is dat die RO, die ruimtelijke ordening, de provincie vraagt er ook om, het Rijk vraagt erom hè, het komt misschien in de nota ruimte dus dan moeten vooral zelf doen wat wij nodig hebben, dat we dat verstandig doen. De voorzitter: Ik kijk even naar de tijd en ik kreeg net toch het advies om toch ook even naar links te kijken en of dat de wethouder nog een korte reactie of aanvulling vanuit het college wil geven voor we dit gaan beëindigen. Nou, dank u wel. Dan gaan we nu … Ja, pas op hè, pas op. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat was een grapje. Iedereen wist toch wel dat het een grapje is denk ik. Nou, ik denk dat het algemene verhaal of het grotere verhaal al helemaal is neergezet dus daar zal ik niet te veel op ingaan. Er zijn nog een paar puntjes die zijn ambtelijk wel beantwoord maar zijn misschien ook nog een beetje politiek. Als het gaat over het technisch hoger onderwijs, er ligt sowieso überhaupt een focus op technisch onderwijs, of dat nou mbo is, hbo.

En dat heeft er gewoon mee te maken dat dat een vraag is die vanuit de markt, dus vanuit het bedrijfsleven gesteld wordt. En wat het uitgangspunt in het hbo of in het hoger onderwijs altijd geweest is, is dat we hier aan zouden bieden wat echt aansluit op dat wat er gevraagd wordt. Dus als je vraagt, zit daar een focus op? Ja. Staat die specifiek benoemd in het stuk? Nee. Maar wat er wel benoemd staat is human capital bij de pijler werk en economie. En daar is, ja, sorry, menselijk kapitaal, zo noemen we het in Dordt maar in de regio heet het nog human capital. Nee, nou ja, ik zeg ook niet dat dat niet alles kan zijn maar ik wil nu alleen maar de duiding geven dat daar het onderwijs een onderdeel van is en juist die verbinding met het bedrijfsleven wat we hier hebben. Ja, ik denk dat, er is nog een vraag gesteld overkoepelend, wat is het belang van de regio? Iedereen kan alles vinden van de regio,

36

je kunt van alles vinden over eigen identiteit, wel of niet samenwerken. Maar het is natuurlijk wel gewoon een feit dat als je de krachten bundelt en je wil dezelfde kant op, in ieder geval op deze onderdelen waar je de afspraken op maakt, dat je met elkaar gewoon een stevigere positie hebt. Of dat nou is naar andere regio's, of dat nou is in het kader van bedrijven binnenhalen die je graag wil, of dat nou is zoals vanuit de ChristenUnie/SGP al benoemd werd richting het Rijk. Ja, als je met elkaar een cluster vormt op bepaalde onderwerpen, heb je gewoon meer, nou ja, een stevigere basis om op te staan. Dus dat is in ieder geval vanuit het perspectief van het college toch wel een belangrijke toegevoegde waarde van de regio. De voorzitter: Nou, daar wil de heer Portier nog wat aan toevoegen. Het is beeldvormend hè, mijnheer Portier? De heer Portier: Ja, dat weet ik maar ik wil de indruk wegnemen dat ik tegen iedere vorm van regionale samenwerking zou zijn. Ik zie alleen gebieden waarop ik denk van, ja, dat kunnen we prima als gemeente het regelen. Maar economisch gezien snap ik best dat je samenwerkt dus dat misverstand wil ik wel even rechtgezet hebben, dat ik tegen iedere vorm van regionale samenwerking zou zijn. De voorzitter: Waarvan akte in ieder geval. De heer Gorter. De heer Gorter: Ik wilde nog even op het verhaal van de wethouder terugkomen.

Ik denk als je die topregio wil zijn, misschien ben ik dan een zeur, maar dan denk ik dat je techniek op hbo-niveau echt nodig hebt. Daarom zou ik het graag in het document willen zien. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, daar ben ik het helemaal mee eens. De voorzitter: Nou, ik hoor hier dat dat wordt bevestigd door de wethouder dus dat ze het eens zijn. Ik kijk eventjes om me heen. Ik heb namelijk twee raadsvoorstellen en één raadsinformatiebrief. Mijn vraag is of dat de raadsvoorstellen kunnen worden gehamerd en de raadsinformatiebrief ter kennisname kan worden verstuurd naar de raad? En als dat zo is dan … De heer Portier, toch nog een opmerking. De heer Portier: Voorzitter, wat mij betreft kunnen ze worden gehamerd maar ik zal met een stemverklaring komen en verklaren waarom we tegen stemmen. De voorzitter: Dat is uw goed recht natuurlijk. Ik dank in ieder geval zeker ook de ambtelijke ondersteuning voor de verhalen die verteld zijn en de verduidelijking en ik wens iedereen nog een prettige avond.

5. Memo Totstandkoming beleidsrijke huisvestingsverordening 2024 Voorzitter: De heer Portier Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz

37

Aanwezig: Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Van Pelt (FvD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder P.J. Heijkoop Ambtelijke ondersteuning: de heer G. Weber, de heer J. Van Herwijnen De voorzitter: Beste mensen, als iedereen plaats kan nemen, dan kunnen we zo van start gaan want het is tien uur. Ik ga ervan uit dat iedereen die aan de bijeenkomst deel wil nemen er is. Welkom aan iedereen. Raads- en commissieleden, gasten, mensen thuis en een speciaal welkom voor de heer Weber, beleidsadviseur wonen, en de heer Van Herwijnen van de OZHZ. We gaan het nu hebben over de techniek. Het is een technische sessie, we krijgen alle ins en outs te horen over wat je kan doen met een huisvestingsverordening. In een volgende vergadering gaan we kijken van wat fracties dan willen met de huisvestingsverordening. Ja, dan komt er uiteindelijk een voorstel van het college om die ook daadwerkelijk vast te stellen. Ik maak eerst even een rondje van wie er allemaal aanwezig zijn. Dan begin ik aan mijn linkerhand en dan gaan we … De heer Heijkoop: Peter Heijkoop namens het college. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP.

De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Weber: Günter Weber, ambtelijke ondersteuning. De heer Van Herwijnen: Jurgen Van Herwijnen, evengoed ambtelijke ondersteuning. De heer Van Pelt: Dirk Van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, Dordtse DENK. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen.

38

De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske Van Vugt, CDA Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Ronald Portier en ik mag vandaag uw voorzitter zijn. Daarmee wil ik gelijk doorgaan en de heer Günter Weber het woord geven om een presentatie te houden. De heer Weber: Oké. We hebben vandaag een technische sessie over de huisvestingsverordening. Toen jullie in juli, nee eind juni de huidige huisvestingsverordening vaststelde was dat een beleidsarme huisvestingsverordening. De wens was op dat moment dat we in de loop van de tijd gaan toewerken naar een beleidsrijke huisvestingsverordening. Ik heb met drie raadsleden het een en ander voorbereid. Daar is zeg maar de wens geuit om eerst een technische sessie te doen alvorens wij de raad gaan consulteren over wat ze nou precies willen. Het programma ziet er ongeveer zo uit, ik ga dingen uitleggen over de huisvestingsverordening, wat daarin is geregeld. Ik zal ook een aantal feiten en cijfers noemen want die huisvestingsverordening is geen losstaand ding op zich maar we doen er binnen de gemeente ook wel wat mee.

Ik heb een aantal aanzetten gemaakt van, oké, aan welke knoppen zouden we kunnen draaien? Wat kunnen we nou beïnvloeden beleidsmatig om bij te sturen? Als laatste sheet heb ik een soort hele grove planning tot het eind van het jaar voor de nieuwe huisvestingsverordening. Nou, de huidige huisvestingsverordening dat is die geldend vanaf 1 juli 2023 tot nu en die is gebaseerd op de Huisvestingswet. Op het moment dat er in gemeenten schaarste is van woningen en je moet iets doen met die woonruimteverdeling, dan kun je ook, dat kun je doen middels een huisvestingsverordening. Er zijn nog gemeenten die geen huisvestingsverordening hebben maar voor Dordrecht lijkt me dat geen optie. Nou, wat staat er in die huisvestingsverordening? Ik heb hier een hele opsomming van alle hoofdstukken. Hoofdstuk 1, dat zijn algemene bepalingen, dat zijn definities. Wat is een vergunninghouder, wat is een sociale huurwoning, wat is een, wat verstaan we onder een zelfstandige woning, wat verstaan we onder een onzelfstandige woning? Dat zijn allemaal definities, een hele rij. Hoofdstuk 2 gaat over de verdeling van woonruimte en daarin is vooral opgenomen de voorrangsregeling. Aan welke doelgroepen vinden wij als gemeente Dordrecht dat die voorrang moeten krijgen in de woningmarkt? Een van die groepen is bijvoorbeeld mensen die een instelling verlaten.

Wij vinden dat als die klaar zijn om zelfstandig te kunnen wonen, dat die dan ook met voorrang een woning moeten kunnen krijgen. Zo zijn er nog een heleboel groepen waar we zo meteen nog wel op terugkomen. Er staat ook iets in over contingent afspraken. Er zijn, overigens die voorrangsregeling, die is regionaal bepaald, regionaal vastgesteld en ook afgestemd dus dat is het enige hoofdstuk wat volledig regionaal zeg maar ook afgestemd moet worden omdat de woonruimteverdeling in de Drechtsteden is ook regionaal afgestemd. Wat staat er nog meer in dat hoofdstuk? Ja, wanneer heb je nou een huisvesting en wie kunnen er toegang krijgen tot de woningmarkt? Wanneer heb je nou een huisvestingsvergunning nodig? We hebben ook een klein stukje, twee artikelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27611