2.8 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 3 OKTOBER 2023 Vergaderzaal 5 1. Raadsinformatiebrief over Jaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 – Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop Ambtelijke ondersteuning: Mevr. G. Smid-Marsman, de heer H. Goossensen, de heer H. Van Broekhoven, de heer H. Kranendonk, mevrouw I. Gommers.
De voorzitter: Dames en heren, ik mis nog wel wat mensen maar tijd is tijd, helaas. Ik heb het 19 uur 31 en dat betekent … Ja, jij bent er, zeker, zeker, nee, welkom. Dus ik wilde toch gaan beginnen. Ja, dat krijg je dan, al die mensen die als laatste binnenkomen. Welkom, welkom. Daar komt nog iemand binnen. Die mag ook nog plaatsnemen als er plek is. En een wethouder ook nog. Ook nog. Ja, je mag hier komen zitten, zie ik. Welkom in ieder geval bij deze commissie die gaat over de Jaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 en daar is een raadsinformatiebrief over verstuurd. Ik wil in ieder geval iedereen hier natuurlijk welkom heten en natuurlijk ook de ambtelijke ondersteuning. De heer Kranendonk is er niet, ik zie hier de heer Hans Van Broekhoven. En dat vermoeden had ik al, dat hem dat was inderdaad. Dan hebben wij nog mevrouw Inez Gommers Frederiks natuurlijk. Ja, dat kon ook niet missen. Even kijken, mevrouw Gemma Smid, die zit daar. Dan hebben wij ook nog de heer Goossensen die toch nog uit het mooie Leiden hierheen gekomen is, ondanks dat ze daar Leidens Ontzet hebben. Wat een plichtsbesef.
1
Ik wilde … Nou voor in ieder geval dan ook dit voor de notulen, de heer Kranendonk komt ook nog. Eventjes heel snel een ronde wie er allemaal hier aanwezig zijn. En dan wil ik links beginnen bij de wethouder. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, wethouder. Mevrouw Smid-Marsman: Gemma Smid, portefeuilledirecteur. De heer Goossensen: Hans Goossensen, portefeuilledirecteur. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Heijer: Rolin Den Heijer van de Dordtse VVD. De heer Van Broekhoven: Hans Van Broekhoven, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Gommers: Inez Gommers, ambtelijke ondersteuning. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer De Heer: Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske Van Vught, CDA Dordrecht. De heer Droog: Andre Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is John Van der Net en ik mag deze sessie voor u begeleiden.
Even de toelichting in het kort, waarom zitten wij hier bij elkaar? We hebben de Jaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 gekregen in juli. De monitor is een rapportage bedoeld als overzicht over de Agenda 2030. De monitor is eigenlijk bedoeld om samen met de eerste bestuursrapportage en Kadernota te worden behandeld maar dat heeft de organisatie niet gehaald.
2
Daarom behandelen we hem hier beeldvormend voordat in ieder geval de begroting in de raad komt. Er staat, vrijdag mogen we de digitale publicatie verwachten. Dan kijk ik natuurlijk naar de wethouder en die bevestigt dat. Nou, er zijn schriftelijke vragen gesteld en beantwoord en we gaan eerst beginnen met een introductie op de Agenda 2030 en dat is aan de heer Van Broekhoven en die mag dan starten met datgene wat hij wil vertellen. De heer Van Broekhoven: Ja, dank u. Hij doet het hoor. We hebben beeld? We hebben beeld, we hebben beeld. Goed, nou, welkom iedereen. Mijn naam is dus Hans van Broekhoven. Ik wil u even heel kort meenemen in de achtergronden van de investeringsagenda. De investeringsagenda is in 2021 zeg maar vastgesteld, toen zijn ook die investeringskredieten beschikbaar gesteld. Dus ik wil u even meenemen in het ontstaan, wat waren ook alweer de doelen, welke investeringsprogramma's hebben we onderhanden, wat zijn de aandachtspunten daarbij en welke vormen van monitoring kennen we en wat zijn de tussentijdse resultaten op hoofdlijn? Daarna, en wat is de planning voor de toekomst. Daarna is er natuurlijk, worden de separate investeringslijnen even kort toegelicht door zeg maar de verantwoordelijke directeuren. En ja, kan er ook nog vragen gesteld worden. Het ontstaan.
Die investeringsagenda is eigenlijk ontstaan als gevolg van de verkoop van de Enecoaandelen, dat leverde natuurlijk een hele plens met geld op maar aan de andere kant levert dat ook op een tekort van de dividendinkomsten. Om het geld toch goed te besteden is er toen besloten om een deel apart te zetten om die dividendinkomsten nog te blijven genereren, en een deel direct te investeren in de stad langs zeven investeringslijnen. Het was ook een unieke kans destijds om de kwaliteit van de stad op een hoger plan te brengen en de sociaaleconomische positie te verstevigen van de stad. En tegelijkertijd kunnen we het zien als een soort groeistrategie om zeg maar het aantal inwoners van de stad ook op een hoger plan te brengen. Het idee is om te groeien naar 140.000 inwoners en dat betekent niet dat we willen groeien om te groeien. Nee, we willen groeien om de stedelijke voorzieningen betaalbaar te houden en zeg maar de begroting van baten en lasten in evenwicht te houden. Destijds, en dit zijn wel gebaseerd op oude getallen van destijds hoor, destijds heeft financiën een plaatje gemaakt, als we niet zouden investeren, zouden we zeg maar tekorten oplopen tot langs de rode lijn. En nu we wel gaan investeren is de hoop dat dat wat meer in balans komt en dat zeg maar de begroting ook wat gebalanceerder uitpakt.
De doelen en de uitgangspunten van die investeringsagenda, die zijn destijds besproken uitgebreid in de auditcommissie met mensen van de Argumentenfabriek. Dat is ook een wetenschappelijk onderbouwde systematiek die daarachter zit. De bedoeling is eigenlijk om die stedelijke economie een boost te geven langs een aantal raderen die eigenlijk allemaal tegelijkertijd moeten gaan draaien, willen de effecten in de stad zichtbaar worden. Dus het gaat om zeven investeringslijnen. Separaat leveren ze natuurlijk een bepaalde output maar samen leveren we juist die één en één is drie in die maatschappelijke effecten. Destijds zijn ook keuzes gemaakt waar we dan op gaan inzetten. Moet ik even kijken, menselijk kapitaal, ondernemerschap, kennisinfrastructuur, fysieke infrastructuur en leefklimaat. Dat waren destijds zeg maar de raderen waar we aan gingen draaien. Nou, dat heeft geresulteerd in een aantal investeringsprogramma's en daar staan nu ook getallen achter. Inmiddels zijn er al wat verschuivingen in gekomen.
3
De Dordwijkzone, daar was 55 miljoen voor beoogd, daar is 4 miljoen tijdens de formatieonderhandelingen verschoven. Voor het programma Ruimte voor banen is dat, is er 12,5 miljoen uit het Randstad Urgent programma, hoe heet dat, voor de zeehaven is toegevoegd. Dat is op een gegeven moment afgelopen en het restant daarvan, 12,5 miljoen, is toegevoegd aan dat programma. Nou, en al die programma's dragen bij aan het in werking zetten van die raderen en het in werking zetten van die machinerie. Wel een aantal aandachtspunten hebben we heel kort bij die agenda. Het doel, het achterliggende doel van die agenda is om de sociaaleconomische positie van de stad op een hoger plan te brengen. Dat vraagt wel koers houden want de effecten daarvan, de outcome effecten zoals dat heet, de maatschappelijke effecten in de stad, die zullen zich pas op de middellange termijn manifesteren. We zijn nu eigenlijk pas één, anderhalf jaar verder en het is een investeringsprogramma om ook de financiële huishouding op orde te houden. Dat betekent dat de hoofdsom in de investering wordt ingezet maar dat betekent ook dat het geld niet kan worden ingezet voor exploitatie of consumptieve uitgaven, et cetera. Het gaat echt om investeringen in de stad. Nou, dan even heel kort het raamwerk voor de monitoring, dat is met de raad besproken en afgetikt in november 2021.
Waarin we hebben gezegd, oké, we gaan jaarlijks monitoren en we gaan monitoren op input, dus we stoppen er geld in. Hoe zit het met het investeringsritme, daar moet een bepaalde output, bepaalde resultaten voor geleverd worden, hoe zit het daarmee? En die machinerie samen, die moet leiden tot effecten in de stad, in bewonersgroei, verhoging van het welvaartsniveau, et cetera. Daarvoor hebben wij het OCD gevraagd om elk jaar zeg maar een meting te doen. Vorig jaar hadden ze de nulmeting en dit jaar hebben we de éénmeting dus we zijn één jaar verder eigenlijk pas. En eens in de vier jaar hebben we gezegd, dan gaan we wat dieper kijken van, joh, wat zijn nou echt de effecten? Dat proces willen we graag parallel laten lopen met de Kadernota omdat dan ook zeg maar de financiën wat beter in beeld zijn. Nou, dat is ook een bijstuurmoment en daar kom ik zo meteen nog eventjes op. De planning voor die vierjaarlijkse evaluatie, wat diepgaander, en daar zijn we ook van plan om een extern bureau diepgaander te laten kijken naar wat voor effecten zijn er nou bereikt in de stad? Dat willen we doen eind 2025, in aanloop naar de verkiezingen in 2026.
En wat ook van belang is, en dat hebben we destijds ook afgesproken in dat raamwerk, is dat de raad krijgt informatie over die lijn niet alleen via papier maar ook juist kwalitatieve betrokkenheid van de raad wordt gestimuleerd, werkbezoeken, zodat echt een breder beeld ontstaat van die investeringslijnen. Die investeringslijnen, wel een belangrijk detail, die kennen hun eigen verantwoordingsregime en dynamiek richting de raad. Dus elke investeringslijn kent een eigen rapportageritme. De formats die we nu voor hebben zijn eigenlijk alleen maar een indicatie op hoofdlijnen en meer de detaillering zit in die separate investerings. Nou, dan de vormen van de monitor. Dus we hebben de jaarlijkse formats, daar zitten we nu in. In de begroting kennen we ook nog het dashboard. Op een aantal overeengekomen indicatoren wordt ook gemeten in de begroting. En wat zien we nu even tussentijds? Nou, als we kijken naar de input dan zien we dat de besluitvorming over de uitvoeringskredieten, beschikbaar stellen van geld, et cetera, loopt grotendeels wel op schema maar elk programma kent wel zijn eigen ritme. De realisatie komt op gang maar daarbij wel aangetekend dat sommige investeringslijnen eigenlijk pas vrij laat begonnen zijn. Want de maatschappelijke businesscase voor de binnenstad bijvoorbeeld die is pas in maart 2023 vastgesteld.
4
Dus dat is ook wel eventjes iets om in de gaten te houden. En ik denk dat we zeg maar die investeringsagenda ook kunnen zien als een heel belangrijk motorblok onder zeg maar het politiek akkoord. Nou, als we het hebben over de outcome, dus dat zijn de maatschappelijke effecten die die machinerie zeg maar teweeg moet brengen, dan zien we eigenlijk nog weinig. Als je kijkt naar die monitor zijn er nog weinig verschuivingen te zien, die OCD-monitor. Maar goed, dat is ook eigenlijk wel verwacht want we zijn eigenlijk pas heel kort bezig en dit soort dingen heeft echt wat meer tijd nodig om tot resultaten te leiden. Wat ook van belang is, is zeg maar de katalysatorwerking want dat geld wat wij uit eigen portemonnee investeren in de stad kunnen we ook gebruiken als cofinanciering voor het aantrekken van middelen van andere overheden weer. Maar, dus als je geld wil hebben van andere overheden moet je wel zelf ook wat meebrengen want de financiering is meestal rond 50 procent maximaal. Nou, dan de planning. Ik heb het al … Ho, sorry. De heer Katif: Nou ja, dan gaat die naar de volgende sheet en dan kan ik mijn vraag niet meer stellen. De voorzitter: Nou ja, er schijnt op dit moment helemaal niks meer. De heer Van Broekhoven: Hij gaat uit. De voorzitter: Dus, ah, daar is die weer. Ja, ja, ja. De heer Katif: Als u even teruggaat naar de vorige sheet, alsjeblieft.
De heer Van Broekhoven: Ja. De heer Katif: Het gaat mij met name om de output en outcome. U had het over een aantal indicatoren. Welke indicatoren zijn dat? We hebben, als ik me goed herinner en de wethouder weet het ook, we hebben ook met elkaar afgesproken dat een aantal indicatoren komen er, ongeveer tientallen. En of die ook straks, als we zover zijn, dat die ook meegenomen kunnen worden. Maar in eerste instantie ben ik benieuwd welke indicatoren langs … De heer Van Broekhoven: De indicatorenset die gebruikt wordt voor het meten van de outcome, die staan in het monitorkader wat in november 2021 is afgesproken met de raad. Ik heb, ik zal eens even kijken of ik dat bij me heb. Ja, raamwerk monitoring heet dat. En ik moet even kijken, op ondernemerschap, ja, we gaan even het detail in, op ondernemerschap zijn er bijvoorbeeld zaken als arbeidsmarktspanning. Dus dat is de verhouding tussen openstaande en kortdurende vacatures. De voorzitter: Maar dat was de vraag niet neem ik aan. Wat is de vraag wel? De heer Katif: Langs welke indicatoren betekent niet dat je gewoon zeg maar in detail maar ik wilde alleen weten, ja, wat voor indicatoren zijn dat? Niet specifiek maar gewoon in het algemeen. Omdat wij een aantal indicatoren … De heer Van Broekhoven: Nou, dat zijn een aantal …
5
De heer Katif: … langs de BVV kant hè, onze begroting, en je hebt ook indicatoren die we met elkaar nog gaan afspreken met de wethouder. Nou, en mijn vraag zou zijn, goh, welke zijn dat? En in tweede instantie, kunnen wij straks als het zover is dat je die ook verwerkt in het geheel? Dat is het. De voorzitter: Ik hoor net dat de wethouder daar uitgebreid toelichting op kan geven zo. Dus misschien is dat dan wat handiger dan om daaropin te gaan. Mevrouw Smid-Marsman: Het meest simpele antwoord is, het is de OCD-rapportage die bij de stukken zit. Dat is de monitor die u afgesproken hebt en die dus elke keer opnieuw zal worden gepresenteerd. De heer Katif: Ik zal de vraag nog eens een keer herhalen als de wethouder aan het woord is. De voorzitter: Dat spreken we bij deze af. Even kijken, gaat u door, mijnheer Van Broekhoven. De heer Van Broekhoven: Nou, ik … De voorzitter: U was bijna klaar hè? De heer Van Broekhoven: … nader het einde hoor. De voorzitter: Ja, dat vermoeden had ik al. De heer Van Broekhoven: Even kijken. Ik stel voor dat ik dit plaatje even laat staan en nu zeg maar de portefeuilledirecteur de gelegenheid geef om heel kort hun investeringsprogramma toe te lichten. De voorzitter: Ja, conform wat we hebben afgesproken. We gaan, dit is het algemene verhaal even vanaf de monitor.
We hebben inderdaad nu afgesproken dat de programmadirecteuren heel kort even een pitch zullen houden met betrekking tot hun onderwerp. Ja, en dan gaan we, ik heb hier de duurzaamheid als eerste. De heer Goossensen, die mag daarmee beginnen met deze pitch. De duurzaamheid. Ja, die heb ik als eerste op mijn lijstje staan. De heer Goossensen: In de doelen die net voorbijkwamen in dat mooie radarmodel zag u niet een duurzaamheidsklimaatdoelstelling. Tenslotte waren de doelen, zijn de doelen van Agenda 2030 gericht op de sociaaleconomische positie. We hebben wel gezegd, het thema duurzaamheid nemen we wel op omdat er zijn dingen die we moeten mee koppelen met de doelen die we stellen. Dus een beetje in de gedachte van die radar. En daar zitten dus twee elementen in de duurzame stad, zoals wij dat noemen. Eén is het gemeentelijk vastgoed. Nou, daar kunt u lezen in de bijlage dat we daar met de eerste zes complexen bezig zijn, waaronder de Sportboulevard en een paar andere en daarna weer begin volgend jaar een tweede setje pakken. Dat is verplichte kost hè want dat is gewoon wettelijk voorschreven dat we die verduurzaming moeten oppakken. Het kost ook geen geld, dat is in feite revolterend.
6
Dus we hebben handig gebruikgemaakt van de spaarpot om dingen goed te regelen die we sowieso moesten doen en dat proberen we goed te doen. Het tweede was, het thema is het zonneoffensief. Dan gaat het om opwekdoelstelling. Daarvan hebben we bekeken van, wat zouden we nu langjarig kunnen toevoegen aan datgene wat er is opgezet zonder dan meteen op dingen in te springen waar het Rijk ook wel flink voor aan de lat staat. En dat was met name het thema bedrijvigheid en echt grootschalige opwek. Denkt u even aan zonnewijzers, we hebben er een stuk of drie, Crayestein, de zuidkant van de WDO en dan hebben we nog de Vlaakweg, dus Amstelwijck wordt dat genoemd. Twee daarvan zijn via de ECD, de Energiecoöperatie Dordrecht, ontwikkeld. Net als een aantal grote projecten die in Dordt met Zon op dak zijn gerealiseerd. Inhoudelijk hoef je daar niet voor te betalen want daar zijn keurige subsidies van het Rijk, SDE, SDE+, SDE++ en die zorgen voor een keurige financiering van zo'n project. Alleen het kost wel veel moeite. Dus wij hebben gezegd, die ECD die moet een aanjaagfunctie vervullen, zowel zeg maar voor die grote opwek. Dat zou natuurlijk heel mooi zijn dat we in ons Spaarbekken ook nog eens een keer een kwart van die zonnepanelen op het water zien te krijgen, om maar een toekomstig mogelijk project te noemen. Dus we kijken nog naar verdere mogelijkheden. Maar kijk ook naar de daken.
Nou, dat speelde op dat moment ook absoluut want denk even aan DistriPark. Nou, ik kan u vertellen dat mede middels de inzet van die ECD-formule nu alle bedrijven in de fase 1 DistriPark zon op het dak krijgen. Je ziet het nog niet overal maar het zit overal in de pijplijn dus of het ligt er of het komt er. Dat is in feite zeg maar precies wat wij beoogden met dit zonoffensief. Het gaat niet alleen om de grootste bedrijven, het gaat ook bijvoorbeeld nu om vijftig mkb’ers die we verder helpen. Die hoeven dan niet bij die ECD-pot te zijn maar die kunnen we op een andere manier helpen. Dat is even in het kort zeg maar de lijnen duurzame stad. De voorzitter: Nou, dat heet een pitch denk ik. En dan is altijd, ik kijk om me heen en ik denk, iedereen die denkt van, nou, hartstikke mooi, we gaan door naar het volgende programma. En ja, dan kijk ik gewoon op mijn lijstje en dan zie ik hier glansrijke toekomst staan, en daar staat weer een naam achter en dat is ook de heer Hans Goossensen. En die zit nu te zoeken welke pitch dat ook alweer is. Glansrijke toekomst. Goossensen. Die namen krijg je dus ja. Goossensen, ik ga even oefenen. Gaat uw gang. De heer Goossensen: De Agenda 2030 gaat nadrukkelijk ook om investeren in mensen. En het gaat ook in mensen die een kwetsbare positie hebben, kwetsbaar op de arbeidsmarkt en de jongerencategorie 16 tot 24.
Wij werken daar samen in op, sociaal, economie, die hebben we beetgepakt, niet omdat er geen projecten liepen voor deze doelgroep. Vanuit het onderwijs is het mbo, vanuit sociale dienst, als ze eenmaal bij de sociale dienst werden beloond, het jongerenwerk, de gemeentelijke gezondheids- en jeugdcircuit. Maar wat eraan ontbrak aan die projectenmolen was helder overzicht, voor welke doelgroepen werken we nu? Hoe zeg maar organiseren we nou een ketenmobiliteit? Dus als nou een kwetsbare jongere zit op het mbo, op een gegeven moment haakt die persoon af en dan is die even uit beeld. En dan duurt het geloof ik, hoelang duurt het voordat je bij de sociale dienst mag aankloppen? Ik geloof een paar maanden. Nou, en dan gaan we eens een dossiertje openen, gaan we helemaal overnieuw beginnen. Hoe jammer is dat? Dus wij hebben ook nog in de tijd met Peter als wethouder onderwijs nog wel eens een mbo-bestuurder uit Rotterdam hier over de vloer gehad die zei, doen
7
wij heel anders, doen we echt heel anders. Wij zorgen voor een warme overdracht van die studenten, ook als ze bij ons afhaken zodat zeg maar die partij die zich met deze jongere gaat bemoeien niet bij nul begint. Er zijn ook werkgevers die, en gelukkig in deze tijd zijn dat er steeds meer, die zeggen, nou, ik ga gewoon het gewoon proberen met deze jongen of met deze meid. En wie zou mij dan kunnen helpen? Wie kan me even aanreiken zeg maar hoe dat zou kunnen, wat voor begeleiding moet ik leveren? Nou, dat soort vraagstukken, dus hoe zorg je nou dat die kids niet tussen wal en schip belanden, hebben we eigenlijk willen pakken. Wat vroeg dat? Niet zozeer een extra dosis financiering voor nog een paar projecties erbij maar wel echt samen nadenken over heldere monitoring en een, ja, wat we dan noemen, een ketenaanpak. Nou, daar hebben we veel energie ingestopt. De Universiteit van Tilburg is erbij getrokken. We hebben elkaar echt ook in de ogen gekeken als ketenpartners en het eind van dit jaar denken we zover te zijn dat we op basis van zo'n nieuw type samenwerking eens kunnen kijken, en daar staat natuurlijk ook wat uitvoeringsgeld, ook met Europese cofinanciering erop dus we hebben echt middelen voor de komende jaren, om dat op die nieuwe manier in te gaan zetten. Dat is eigenlijk in de kern de stand voor dit onderwerp.
De voorzitter: Toch een vraag, Ja, ja, ja, mevrouw Van Vught. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit toch een beetje aan op de vraag van de heer Katif zojuist. Ik heb die monitor met de nodige belangstelling gelezen en ik ben ook heel blij met die ketenaanpak. Maar op welke indicatoren gaan we hier dan dit terugzien? Nu nog niet, dat begrijp ik, want we gaan het inzetten. Maar werkloosheid of schoolverlaters, dat soort dingen? Want die worden natuurlijk nu niet specifiek genoemd. De voorzitter: Wie gaat daar een antwoord op geven? Ik zie mensen heel druk op hun iPad klikken en dat komt goed denk ik. Welke indicatoren is de vraag inderdaad, is dat al duidelijk of ... Ja. Graag de microfoon aan want anders dan hoort niemand … De heer Goossensen: Nee, ik denk dat u precies de twee indicatoren noemt. Je hebt natuurlijk een overzichtje van de werkloosheidspercentages en we hebben natuurlijk als je ook kijkt naar de mbo-uitstroom, hoe zit dat precies? Ja, dat zijn wel de indicatoren waar je wat verandering wil zien. Het kan best zijn dat wij, weet ik niet helemaal precies, dat wij in die samenwerking, daar zit ook een heel monitoringsverhaal op, dat we ook nog een paar variabele misschien niet aan die Agenda 2030 hangen maar wel zeg maar aan dit onderdeel hangen om vooral ook de samenwerking met elkaar te toetsen.
Want daar ben je in ketensamenwerking natuurlijk altijd nieuwsgierig naar van, ga je elkaar dan ook echt zeg maar leveren? De voorzitter: Duidelijk? Mooi. Dan gaan we gelijk, ja, ik bedoel van, ik lees natuurlijk alleen maar op vanaf mijn briefje. Maar we hebben ook nog het programma Ruimte voor banen en daar staat ook weer de naam van Hans Goossensen achter. De heer Goossensen: Ja, toen we bezig waren met de Groeiagenda, en daarin is de katalysator woningbouw, daar komen mijn collega's nog wel even op terug, hebben we gezegd, ja, als we nou naar een stad gaan van 140.000 inwoners, dan moet je ook groeien in werkgelegenheid. Want je wil geen stad zijn die economisch leeft op de pendel naar bijvoorbeeld Rotterdam. In de huidige tijd was natuurlijk wel de vraag van,
8
ja, we zitten met een ontzettend tekort aan mensen. Moet je nu nog verder gaan met het zoeken naar banen? En het antwoord is ja want we zullen ruimte voor banen in die ontwikkeling naar 120.000, 140.000 inwoners en een regio met ruim 300.000 inwoners, die zul je nu moeten voortzetten. Als wij geen ruimte hebben om vroeg of laat die banen in te passen, dan gaat het erg mis. Ook al zitten we nu in een conjunctuur waarvan je zegt, nou, ook de zittende ondernemers zeggen, wacht maar even met die nieuwe banen, we hebben er voldoende. Dus we gaan wel door in ruimte maken binnenstedelijk, niet met uitlegplekken maar binnenstedelijk met banen. En dan zie je dat elk deel van de stad heeft weer zijn eigen opgave, eigen kansen. We zijn met DistriPark bezig. Daar hebben we dus geleerd dat je echt, dat zit nu ook in het stuk wat afgelopen november is geaccordeerd, we kijken niet alleen naar banen maar ook naar banen met impact. Wat is nou een baan met impact? Dat is eigenlijk drie dingen. Eén, dat is laten we zeggen, dat zijn werkgevers die een x-aantal vaste banen leveren. Dus werkgevers die alleen maar op flexbanen zitten, dat zijn voor ons geen werkgevers die wij naar ons toe willen trekken of die we zouden willen accommoderen. Twee, het zijn werkgevers die medewerkers ontwikkelkansen geven. Dat raakt toch wel de basis ook voor die Agenda 2030.
Want als je nou ziet wat er bij ons specifiek uitspringt in stad en regio economisch, dan zie je gek genoeg dat mensen baanonzekerheid hebben, ze zijn bang hun baan te verliezen. Dat kleeft echt aan de stad en regio. En het zijn, en als je kijkt naar hoeveel mensen investeren in zichzelf, dus die doet een cursus, een opleiding, scoren we ook echt lager dan andere steden en regio's. Dus ontwikkelkansen hoort bij ons bij een baan met impact. Het laatste is dat we graag bedrijvigheid zien die in het verduurzamingsprofiel van stad en regio passen. Dus we hebben zeg maar in deze periode een banendoelstelling, we hebben de afgelopen periode al bijna 4000 gerealiseerd, in de regio 10.000 naar banen met impact. Echt die kwaliteitskant meepakken. Voor elk deelgebied in de stad hebben we nu een oplossing of een aanpak op maat in de ontwikkeling. U heeft al voorbij zien komen eind vorig jaar de aanpak die we voor Kil I, II hebben en de ruimte voor economie kaderstuk. We zijn bezig met de aanpak voor de Merwedehavens. Is ook weer toch wat anders, dan gaat het over schuiven met bedrijvigheid a la Peute, zoals we binnenkort het bedrijf Peute gaan uitplaatsen en daar weer ruimte voor nieuwe ontwikkelingen organiseren. Maar we kijken ook naar de Spoorzone. Kijk maar even naar die banenambitie op het Maasterras.
Dat laatste is ook echt belangrijk want we moeten stap voor stap ook werken aan een robuustere economie. Robuuster wil gewoon zeggen dat je meerdere takken van sport doet, dus ook financiële dienstverlening of zakelijke dienstverlening gekoppeld aan iets waar je goed bent. Dat past echt bij ons als centrumstad. Als er architectenbureaus zijn die ergens in de regio werken en zeggen, nou, ga ik nou voor Dordrecht of ga ik naar Rotterdam Blaak? Je moet naar Dordrecht komen. Binnenstad gaan we ook meepakken. Dat zijn allemaal instrumenten die we op maat kunnen inzetten en ook het tempo kunnen aanpassen hoe partners ook zich bewegen. Pak nou even die casus van Dolderman, hebben we vrij lang naar gekeken in de stad, een jaartje of vijftien a twintig, de ambitie. Ja, op een gegeven moment had Dolderman een probleem want die kon niet meer met drie bakken in de rivier die schepen neerleggen want Rijkswaterstaat zei, nee, dat vinden we niet goed meer, alleen maar twee. Nou, dat was een van de triggers voor Dolderman om te zeggen, ja, misschien toch maar eens dan … Ja, en dan hadden we een plekje 2e Merwedehaven en zo ging het balletje rollen. Lang onderhandelproces, op een gegeven moment waren we eruit. Ja, en
9
dan moet je vrij snel door kunnen schakelen ook met een deal op financiering. Daar hebben we toen ROM Drechtsteden op ingeschakeld en we willen op een aantal van die deelgebieden, ook de ROM Drechtsteden als partij in dit soort dossiers aan zet brengen. Hoe we dat precies gaan doen, daar krijgt u nog dit jaar een nadere uitwerking voor. Hoe willen we dat ontwikkelen en organiseren? De voorwaarde is dat je vrij snel mee kunt schakelen en dat je ook in een aantal gevallen risicodragend kunt ontwikkelen. Maar dan moet je wel heel goed die businesscases goed kunnen beoordelen en daar zeg maar scherp een afwegingen in maken van, is het je waard, wil je de risico's pakken? Dat is grofweg even de stand ruimte voor banen. De heer Katif: Voorzitter? O, sorry. De voorzitter: Een vraag, de heer Katif. De heer Katif: Ja, meestal dan vraag ik voorzitter. Sorry, maar mijnheer ‘…’ die was eerder dan ik dus ik … De voorzitter: Geeft niet. Ja, maar ja, ik zie dat die het goed vindt dus wat dat betreft, de heer Katif. De heer Katif: Nou, dank je wel. Ja, ik hoor de heer, ja, ik was de naam vergeten. Sorry. Excuses. Ik kon het niet uitspreken, daarom zeg ik dan maar dat ik het vergeet. U had het over een aantal risico's. Ik zou graag willen weten welke risico's zijn dat? En wat ik eigenlijk in het hele verhaal hoor en zie is namelijk alleen maar succes, succes, succes.
Wanneer is, stel je voor dat er een stagnatie zou plaatsvinden, houden we er rekening mee als het gaat om de Groeiagenda 2030 en in welke mate houden we daar rekening mee? Dat zijn scenario's waar we mee rekening moeten houden. Dus ik hoor het woord risico dus dan ga ik eropin en zou graag een antwoord … Dat is een technisch vraag trouwens hoor, het is geen politieke vraag. De voorzitter: Is er rekening gehouden met risico's en stagnaties? Dat is volgens mij de vraag. De heer Goossensen: Ja, als het gaat om het instrumentarium voor even voor ruimte voor economie, dan zit er daar dus niet enorm grote ontwikkeling in waar je twintig jaar aan werkt en door een economische crisis moet, waarbij je geld gaat verliezen, op papier, op grexen. Je kijkt vrij toegesneden naar plots, zal ik maar zeggen. Zo doen we dat op Kil I, II, zo doen we dat in het centrum. Dus je moet zorgen dat op het moment dat je ergens instapt, dus grond verwerft, we zijn bijvoorbeeld nu 3 e Merwedehaven zijn we in gesprek met PROAV, de provinciale afvalorganisatie over verkopen van die grond. Dan moet je natuurlijk verdomd goed weten wat je daarmee wil en wat die partij of partijen nodig denken te hebben en wat dan zeg maar de businesscase is om dat in een redelijk korte termijn op te leveren.
Ja, dat is nu natuurlijk precies de discipline waar we de ROM Drechtsteden voor aan het werk hebben en eventuele risico's pak je mee in zo'n businesscase. De voorzitter: Ja? De heer Gündogdu had ook een vraag.
10
De heer Gündogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Mijnheer Goossensen, we hebben in de regio met elkaar afgesproken dat deze regio kenmerkend als de Maritieme Delta nog meer te versterken omdat we al behoorlijk wat bedrijvigheid hebben. Als ik u zo beluister, die lijn wat is ingezet de afgelopen jaren om de maritieme sector nog meer de ruimte te geven als de motor van de regionale economie, beter op de kaart te zetten, is dat ook de koers voor de komende jaren? Als ik u zo beluister zegt u ook, we gaan op zoek naar kansen, ontwikkelingen in den lande, misschien mondiaal die we ook hier mogelijk gaan ontwikkelen of huisvesten of ruimte maken. Ik ben nog even aan het zoeken welke lijn wij voor de komende jaren in ieder geval kunnen verwachten. De heer Goossensen: Nee, dat is een heel goed punt. We hebben tien jaar geleden, hadden we voldoende plekken aan het water. We waren ook nog op allerlei plekken in de regio, Waterbusplein in Alblasserdam. Eigenlijk elke gemeente had wel een plek waar hij aan het herstructureren was met publiek geld. Maar al die plekken zijn nu min of meer bezet dus we hebben niet zoveel meer. We hebben dan misschien in Kil III weer een 4 hectare. Dat betekent gewoon dat je, als je verder wil groeien in dat maritieme maakprofiel, en dat willen we.
Dat is zelfs binnenkort van landsbelang, er komt een advies op sectorbeleid op dat maritieme maakindustrie te zetten. Ook vanuit de strategische autonomie, dat we zelf schepen nog kunnen maken. Dus dan is het natuurlijk logisch dat je goed kijkt naar de meest basale vraag van, hebben we nou ruimte? En dan zeggen we, ja, maar daar gaan we dus op een slimme manier ruimte voor creëren. Want er zit, als u daar goed naar kijkt, best wel bedrijven aan het water die niet watergebonden is. Op heel veel plekken zitten bedrijven een beetje met de rug naar het water. Dat kun je natuurlijk niet planologisch oplossen, die bedrijven zitten daar. Maar je kunt wel, en dat hebben we bijvoorbeeld bij het bedrijf Peute laten zien, op het moment dat een bedrijf wil groeien of een bedrijf niet meer goed gaat, dat je dan kijkt, hé, wat kunnen we nu met deze plek en hoe kunnen we met schuifbewegingen interessante ontwikkelingen vanuit dat maritieme profiel beter maken? Waarbij we andere ontwikkelingen bijvoorbeeld, nou, pak een Dolderman, daar hebben we nu woningbouw gezet, ook verstedelijking daarmee meteen een kans krijgt. Dus met het schuiven van functies kunnen wij dat maritieme profiel gaan versterken, ondanks het feit dat er dus niet zeg maar zomaar plekken openliggen aan het water die we kunnen benutten. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, dank u wel, voorzitter.
Daar sluit mijn vraag nog wel bij aan want er wordt dus wel op ingespeeld op het moment dat zich iets voordoet wat een kans kan zijn om dit beleid door te voeren, maar dat kan soms ook wel heel lang duren. Wordt er dan ook actief beleid gevoerd als bepaalde werkgevers niet voldoen aan een van die drie voorwaarden? Dat je gewoon nog wat anders wil. De heer Goossensen: Nou, die sturen we niet weg. Nee, het is zo dat bij het acquireren van bedrijven kun je daarnaar kijken. Je kunt dat niet heel hard afspreken. Wij vragen natuurlijk wel, hebben we ook bij DistriPark gedaan van, hoeveel werknemers heeft u nu? Maar ja, daar hoeven ze niet voor te tekenen. En als ze na een half jaar toch willen saneren of wat dan ook, dus je moet er echt goed naar kijken. Maar ik wil hier niet de illusie creëren dat we daar zeg maar heel hard op kunnen sturen met ons instrumentarium. Wat wel ontzettend goed werkt is dat bedrijven onderling naar elkaar
11
kijken. Dus de stichting die zich, maatschappelijk ondernemen die zich hiermee bezighoudt en ook dit soort principes heeft geformuleerd, ja, het werkt ontzettend goed als men naar elkaar zegt van, maar dit is eigenlijk wel de norm. En dan gaat het dus niet of je het allerbeste jongetje of meisje van de klas bent, het gaat om of je past in de huidige tijd? Nou hebben we natuurlijk ontzettend geluk dat de arbeidsmarktverhouding maakt dat steeds meer werkgevers zich bewust zijn van het feit dat je die drie punten die ik noem, dat je die eigenlijk moet inbakken in je bedrijfsvoering. Toen ik studeerde was Shell een van de meest gewilde werkgevers. Nou, mijn neefje die studeert nu en ik hem toch eens gevraagd van, hoe zit dat? Ze willen er absoluut niet meer werken, technische studenten. Dus ik noem maar even een van die principes. Ja, nou, dat is, dat is, dat laat ik, dat kan hoor. Dus ontwikkelkansen wordt gewoon gevraagd. Dus het zijn ook wel dingen die zich laten afdwingen. En niemand staat raar te kijken als wij in gesprekken met bedrijven dit soort punten naar voren brengen. De voorzitter: Ja, ik hoorde iets van de wethouder maar ga ik niet herhalen maar daar ben ik het wel mee eens. Even kijken, ik heb hier nog de Spoorzone, tegenwoordig StadsAs. En daar ook de heer Goossensen maar ook de heer Kranendonk staat daarbij. Die is natuurlijk nu gearriveerd.
En ja, misschien kan hij ons meenemen in zijn pitch met betrekking tot de StadsAs? Aanzetten de micro, ja. De heer Kranendronk: Ja, ik zit me eigenlijk te vragen wat we hier nog moeten vertellen op dit moment over de StadsAs omdat er hiernaast een vergadering plaatsvindt over het Maasterras. Daar zijn we vanmiddag om vier uur al mee begonnen, met een rondleiding door het gebied. Daarna een inspirerend verhaal van Zwolle en nu zijn we daar de plannen aan het presenteren. De voorkeursvariant zeg maar even voor het Maasterras en op te halen wat uw raad daarvan vindt. Dus ik weet niet of het nou handig is om dat in deze setting ook nog eventjes te doen, in alle eerlijkheid. De voorzitter: Ja, ik heb natuurlijk, ja, we hebben natuurlijk afgesproken om hier alle programma's even door te lopen, vandaar dat dat natuurlijk ook genoemd wordt. Maar ik begrijp inderdaad wat er nu gezegd wordt van, in hoeverre dat dan nu nog in deze vergadering relevant is dus. Eén puntje dan nog. De heer Goossensen: Over de mobiliteitskant. Waar we natuurlijk ontzettend blij mee zijn is dat we afgelopen november een besluit hebben gekregen van het ministerie van IenW op de start van de verkenning op de infraontwikkeling Den Haag, Dordrecht Leerpark. De MIRT-Verkenning, daar hangt een bedrag van 1,4 miljard aan.
Want we hebben gezegd, Dordrecht maar ook de andere gemeenten langs die lijn, geen rails, geen woningen. Als wij niet ons Ov-systeem kunnen verbeteren, en dan moet u denken aan acht keer per uur een intercity, acht keer per uur een sprinter, dat is echt een enorm verschil met wat er nu is, kunnen wij niet al die woningen, in totaal 170.000 woningen met dus 6000 Dordt, 3000 Zwijndrecht en de rest erboven, kunnen wij niet neerzetten. Het is nu heel spannend want we zijn nu met de uitwerkingen aan zogeheten voorkeursbesluit bezig. Als we dat hebben eind volgend jaar dan weten we echt, wanneer komt nou dat nieuwe station Leerpark. Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk in verbinding met de gebiedsontwikkelingen die daarin, men wil weten, wordt het 2030 of 2035? Ik denk 2030 zou moeten kunnen. En voor ons hoofdstation Dordt zijn een paar dingen heel belangrijk, bijvoorbeeld de doorschakeling naar de MerwedeLingelijn die we
12
graag willen zien, maar ook de veiligheid op ons station. Want er zullen goederentreinen voorlopig blijven rijden. Natuurlijk willen we na 2040 een echte goede oplossing maar die is nog niet voorzien. Als dat zo is, dan kunnen we ook denken aan een station Amstelwijck. Voorlopig niet, er is gewoon geen ruimte op het tracé. Dan zou er een vierbaanspoorverbinding door die stad moeten, er is geen mogelijkheid. Dus hoofdstation Dordt, de verbinding ook met Maasterras en andere gebieden. En dan, nou, dat zal zeg maar tussen 2030 en 2035 zijn en 2030 hopelijk Leerpark. Dat is eigenlijk een ongelooflijk goede basis om en met je fietspadenstructuur, daar zijn we ook laatst voor bij de raadscommissie geweest, planmatig je fietsinfra uit te werken. Dat is in feite een ‘…’ vanuit STOMP om ook de gebiedsontwikkelingen goed in te zetten. De voorzitter: Eén vraag. De heer Klarendonk, nog een aanvulling of niet? De heer Klarendonk: Nee, nee, nee. Ik probeer goed te luisteren, ik heb een beetje last van mijn gehoor. De voorzitter: Oké. De microfoon uit, Henk. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, dank je wel. En sorry dat ik zoveel vragen heb maar ik heb alles ook wel lekker doorgenomen. Op de planning staat ook de realisatie van woningen bij Knoop Leerpark.
Wordt er ook nog gerekend met allerlei voorzieningen die er moeten komen die een wijk aantrekkelijk maken om te wonen? De voorzitter: Aantrekkelijk rond dat Leerpark en de woningen die daar moeten komen. Is daar nog een antwoord op te geven? De heer Goossensen: Nou, er is een ontwikkelkrediet aangevraagd. Ik geloof dat het in juni in bespreking is geweest, om daar eens goed naar te kijken. Dus we hebben natuurlijk 333 woningen voor een periode van 20 jaar snel neer kunnen zetten op het Leerpark. Dat was heel mooi. We zijn bezig op het Gezondheidspark maar de vraag die u stelt gaan we echt meenemen in het gebiedsontwikkelplan dat we nu in voorbereiding hebben. De voorzitter: Dan heb ik hier staan de binnenstad en weer dezelfde namen. Dus ik kijk wie daar iets over wil gaan zeggen over dat programma binnenstad? De heer Kranendonk. De heer Kranendonk: Ja. Wat net al door de heer Van Broekhoven gezegd werd, het laatste wat vastgesteld is in de investeringsagenda, vrij laat, de maatschappelijke businesscase dus er zijn nog niet zo heel erg veel resultaten van te melden. Anders dan dat we altijd gerealiseerd hebben dat als we de binnenstad waar heel veel te doen is goed willen neerzetten, dan moeten we dat in gezamenlijkheid doen met allerlei partijen in de stad.
Nou, verheugend is dat er inmiddels een Binnenstadsbedrijf is waar in ieder geval een aantal van die partijen zijn georganiseerd. En dat geeft wel tempo. Ik zal even kijken want ik heb een heel lijstje gemaakt wat u binnenkort hier in dit theater krijgt. Dat is een groenplan voor de binnenstad in het vierde kwartaal, een horecanota, daar zitten ook de regels in voor de terrassen. Ik kan mijn eigen handschrift even niet lezen. Een nieuw evenementenbeleid, marktvisie, een nieuwe marktverordening, en dat allemaal in kwartaal vier. Dat wil niet zeggen dat er momenteel niks in uitvoering is want we kijken
13
natuurlijk wel waar laaghangend fruit is en waar we ook cofinanciering kunnen meenemen. Dus inmiddels hebben we geld gekregen voor een impulsaanpak voor het Statenplein. En een van de belangrijke dingen in de binnenstad was ook, los van het vergroenen zeg maar even de mobiliteit. Dus er komt een integraal mobiliteitsplan aan, Q4, Hans, of Q4, ook nog in ’23. Daar koppelen we ook uiteraard het parkeren aan en ook de onderzoeken die wij aan het doen zijn naar de verschillende mogelijkheden tot ondergronds parkeren in de binnenstad. Ik zou maar even geen plekken noemen want dat lijkt me op dit moment niet, dat lijkt me een beetje opportuun. Maar de Grote Markt is er uiteraard een van. De voorzitter: Ik kan wel beamen dat het niet verstandig is om dat nu te noemen inderdaad, om wat onrust te voorkomen. Over het programma binnenstad. Dan heb ik nog staan de Dordwijkzone en ook de heer Kranendonk zijn naam staat erbij. Wat valt er op dit moment te melden over de Dordwijkzone? De heer Safranti: Voorzitter? Voorzitter? De heer Kranendonk: Nee. De voorzitter: O, sorry. De heer Safranti had een vraag. De heer Safranti: Ja, inderdaad. De heer Kranendonk: Over de binnenstad nog? De heer Safranti: Ja, in de binnenstad. Want u refereerde naar het Grote Markt. Ja, ik heb het dan niet over de parkeerplaats maar de plannen rondom de Grote Markt.
Is daar of zijn daar ontwikkelingen in inmiddels, meer bekend? De heer Kranendonk: Nee, er zijn mensen in de stad die hebben een plan ontwikkeld voor de Grote Markt, zeg maar even vooral voor de bebouwing daaromheen. Alleen er zit een eigenaar en die eigenaar die is degene die het initiatief moet nemen en die gaat dat denk ik niet doen. Dat weten we nog niet zeker maar de verwachting is dat dat niet gaat gebeuren. De voorzitter: Maar goed, in ieder geval niets vanuit de gemeente dus op dit moment. Dat is eventjes het standpunt. De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dan waren we toch bij de Dordwijkzone gebleven. De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: O, de heer Safranti, toch nog? Ja. De heer Safranti: Even toch een vervolgvraag. Wat voor consequenties heeft dat dan voor ons of voor het plan van …
14
De heer Kranendonk: Nou, wij zijn in eerste instantie helemaal niet uitgegaan van woningbouwontwikkeling in dat gebied zeg maar even. Maar als een van die eigenaren die een vrij groot deel heeft zeg maar even, ja, ik wil hem ook ompolen, dan hadden er ook kansen gelegen en dan kan je ook een parkeerplaats wat langer onder de gebouwen doortrekken zeg maar even. Dus er zaten wel voordelen aan, ook voor de gemeente. Alleen ja, het is allemaal zo prematuur en ja, totdat er een besluit genomen is over de bouw van een parkeergarage of niet, tot die tijd is er nog een mogelijkheid om met elkaar in zee te gaan. Maar ik heb niet echt de overtuiging dat de eigenaar hard gaat lopen, laat ik het maar zo zeggen. De voorzitter: Tot zover, mijnheer Safranti. En dan ga ik ook toch nog weer een keer ... De heer Kranendonk: Nog een keer de Dordwijkzone. De voorzitter: Ja, ja, ja, ik ga net zolang door tot er wat over gezegd is. De heer Kranendonk: Ja, als je gaat verdichten in een stad, en dat doen we natuurlijk met die 11.000 woningen, dan wordt het steeds belangrijker om de kwaliteit van je openbare ruimte goed te hebben. We willen natuurlijk ook dat mensen in een gezonde omgeving wonen, in een groene omgeving wonen, en de Dordwijkzone is daar een belangrijk project in. Niet het enige maar wel een belangrijk.
Daar willen we ook de klimaatadaptatie vormgeven dus zeg maar vooral te maken met hevige regenval en droogte. Ze willen daar ook een wateropvang doen. Nou, de aanpak van de Dordwijkzone is eigenlijk, we hebben drie assen, toch maar eventjes de infra van een gebied. Dus dat is de klimaatas, dat is de recreatieve as en zeg maar even de ecologische as. Daar hebben we allemaal voorlopige ontwerpen voor liggen en voor de ecologische as heeft u ook al een krediet beschikbaar gesteld om daar snel wat maatregelen in te nemen dus daar zijn we ook al mee begonnen. Daarnaast hebben we binnen de Dordwijkzone, het is een vrij uitgestrekt gebied, hebben we een aantal gebieden benoemd die we stapsgewijs aan gaan pakken. En we moeten wel want we zitten met dit project echt met een probleem met bemensing. We kunnen bijna geen mensen krijgen, zeker niet voor dit project, helaas. Dus we hadden gekozen voor de aanpak Stevensweg, Schenkeldijk, daar zijn we nu mee bezig maar dat laat onverlet dat we ook daar zaken oppikken zodra een kans zich voordoet, bijvoorbeeld de financiering. Nou, een van die voorbeelden is het Reewegpark, wat we daar bij de sportparken aangelegd hebben. Daar was geld voor van derden dus dat hebben we aangevraagd. Nou, dat is op een haar na klaar.
Het is inmiddels geopend maar er moeten nog zeventig bomen bijkomen en die worden, zodra het een beetje gaat afkoelen zeg maar even en de groei eruit is, dan worden die geplaatst. Ze hebben ook al een beweegroute gemaakt rondom de Schenkeldijk want ook daar was bij andere overheden geld voor. We zijn dus nu bezig met de Stevensweg, Schenkeldijk, daar hebben we een voorlopig concept, voorlopig ontwerp voor. Die gaan we volgende week in de participatie brengen dus dan gaan we daarover praten met allerlei belanghebbenden. We besteden heel veel tijd aan communicatie en participatie want de Dordwijkzone moet niet alleen voor de Dordtenaren zijn maar moet vooral door de Dordtenaren gemaakt worden. Die moeten daar activiteiten gaan doen. Nou, dat is ongeveer de stand van zaken nu.
15
De voorzitter: Duidelijk. Dan heb ik nog één programma staan en dat is het Dordtse leerprogramma. En dan kijk ik naar mevrouw Smid-Marsman. Mevrouw Smid-Marsman: Ja, dank u wel. Dus het Dordtse leerprogramma. Nou, we zijn volop mee aan de slag maar dit is het programma waar je echt een lange termijn adem voor moet hebben want in feite rendeert het het meeste met kinderen die bij de start al in dit programma mee gaan doen. Wat we in de praktijk zien zit ook in de rapportage, is dat scholen nog wel aan het zoeken zijn naar hoe ze het programma vorm moeten geven. Wij hebben als gemeente nadrukkelijk gezegd, we gaan voor onderwijstijdverlenging met de focus op taal en rekenen. Dat hoeft niet in klassiek taalen rekenles hè, dat kan ook met bewegen, met cultuur. Nou, daar zie je wel dingen ontstaan. Maar je zag bij de scholen ook een beetje de neiging om talentontwikkeling eigenlijk ook heel prominent in beeld te zetten en dat is vaak heel breder. Dat doet wel wat met het zelfvertrouwen van leerlingen maar als je basis op taal en rekenen onvoldoende is, dan wordt dat toch wat kwetsbaar. Vandaar dat we daar ook streng op blijven toezien. We zijn bezig met de monitor, die is nu voor de eerste keer bijna klaar. Wat we daar in praktijk zien is, dit zegt dus ook echt wat over wat die scholen presteren en wat de leerlingen in die scholen presteren.
En dit zijn in feite de zwakkere scholen van Dordrecht. Dus we hebben wat extra tijd nodig gehad om met die scholen te kijken, hoe kunnen we dat op een goede manier vormgeven, wat kan naar buiten, wat is intern? En ook, hoe kunnen we naast een rapportage ook een reportage maken van de mensen die in de vorige periode sociaal domein hebben. Dan gaat het dus juist om het veel meer kwalitatief en dus narratief evalueren, dus ook echt concrete voorbeelden met een filmpje of een interview over, wat gebeurt er nou op die school en wat bedoelen we dan? Wat we in de regiegroep met elkaar steeds scherp ook houden is van, hoe kunnen we de doorlopende lijn maken? Het gaat niet alleen over basisschool maar het gaat ook al wat je in VVE kan doen en hoe vroeg je daarmee kan beginnen. Maar ook, hoe gaat dan dus de overdracht van VVE naar het basisonderwijs, maar ook de overdracht van het basisonderwijs naar het primair onderwijs? We zetten ook heel erg in op ouderbetrokkenheid omdat we allemaal weten dat zowel taal als rekenen helpt enorm als je thuis gestimuleerd wordt. Wat denk ik nog interessant is, is dat we natuurlijk nu meedoen aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en daar wordt cofinanciering gevraagd.
Die cofinanciering mag in de breedte dus je hoeft niet, als we iets in het sociaal domein doen, sociaal domein geld, dit onderwijsgeld wat we op de scholen in Dordt West inzetten kunnen we dus ook gebruiken als cofinanciering voor andere projecten, niet-onderwijsprojecten in Dordt West. En wat u in de rapportage nog hebt kunnen lezen is dat men bij het ministerie dermate enthousiast was dat voor het programma scholen en omgeving wij vorig jaar een van de pilotgemeentes waren om daar vorm aan te geven. Dus dat even als hele korte pitch, binnen de tijd. De voorzitter: De heer De Heer had een vraag want die stak zijn vinger op. De heer De Heer: Yes. Dank u wel, voorzitter. Dank voor de pitch. Twee vragen. De eerste, ik hoor over de onderwijstijdverlenging. We horen natuurlijk ook op andere programma's dat er soms mensen te kort zijn en dat het een risico is op stagnatie van zo’n programma en de doelen. Hoe is dat met betrekking tot dit programma? Want het is heel mooi en ambitieus en tegelijkertijd, ja, dit gaat echt natuurlijk echt alleen maar over mensen die je daar bijna voor nodig hebt. Dus dat is vraag één, hoe verhoudt zich dat?
16
En de tweede is eigenlijk een hele technische. Dat ik bij de geplande uitgaven van dit format die werd meegestuurd zag ik dat bij de inzet monitor en coördinatie, de kosten voor die monitor opeens keer tien gaan in 2025. Dus ik was even benieuwd hoe ik dat kan begrijpen? Dank u wel. Mevrouw Smid-Marsman: Nou, die laatste, dan kijk ik straks even want volgens mij staat daar gewoon, is er een tikfoutje gebeurd. De voorzitter: Dat vermoeden had ik al maar de bemensing. De heer Heijkoop: Vier ton verdiend, Robert. Mevrouw Smid-Marsman: Ja. Nee, ik denk dat er een nulletje aan het eind, want wat ik zie is een kleine stijging in verband met de indexatie dus daar moet geheid een nulletje af. Dus dat is mooi. Wat we inderdaad zien is dat scholen moeite hebben met het werven van personeel. Wat wel gebeurt is dat doordat er vakkrachten ingezet kunnen worden op bijvoorbeeld bewegen en dat soort zaken, dat de reguliere docenten wat meer tijd hebben voor taal en rekenen. En wat ook helpt is dat er dus een langdurig programma is waardoor scholen, in tegenstelling tot de meeste rijksregelingen die een jaar zijn of twee jaar, gewoon iemand in feite vast in dienst kunnen nemen omdat ze er in principe van uit mogen gaan dat ze de komende zeven jaar nog financiering krijgen. Dus dat maakt het makkelijker.
Als je gewoon dus zeg maar op de lange termijn, want we zitten nu op drie uur en het idee was dat we op termijn dus naar vijf uur onderwijstijdverlenging zouden gaan, dat wordt nog wel een uitdaging met elkaar. Dus dat is nog wel een hele spannende. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik had eigenlijk twee vragen. We zien dat er toch een behoorlijke buts geld hier naartoe gaat en volgens mij ook met een goed doel. Maar hoe behouden we nou ook focus dat het ook echt daadwerkelijk verlengde school, dat er gewoon meer tijd aan onderwijs wordt besteed? En dat daarbij de focus ligt op taal en rekenen en ja, dat dat primair blijft en dat we niet de komende jaren afdwalen naar andere doelen? Mevrouw Smid-Marsman: Ja. Er ligt een subsidieverordening onder de aanvragen die de scholen kunnen doen, waar dus bijvoorbeeld heel scherp deze dingen in zitten. En wij hebben op dit moment zijn we bijvoorbeeld ook met een van de scholen volop in gesprek omdat die inderdaad een iets andere insteek hadden gekozen. En wij hebben gezegd, ook gezien het debat wat we gevoerd hebben met elkaar hier in de raad na de aanleiding, dat wij niet reguliere onderwijsdingen gaan betalen en dat ze dat uit andere zaken moeten financieren.
De heer Den Heijer: Want ik heb daar met verschillende mensen elke keer een discussie over maar ik mag toch aannemen dat we gewoon de kinderen die op die scholen zitten, dus ook langer daar op school zitten ter vergelijking met andere scholen in Dordrecht. Dat klopt toch? Mevrouw Smid-Marsman: Ja. Dus wat we zien is dat de scholen dus bezig zijn met dat op te bouwen hè, dus het is nog niet overal evenveel. Maar als er geen
17
onderwijstijdverlenging is dan, nou ja, dan moet de school het zelf betalen. En dat is ook dubbel, wat ons betreft dubbel. Het heeft twee doelen, dus het helpt het kind gewoon onderwijstechnisch maar we zitten voor een deel van deze scholen ook bij gezinnen waar het überhaupt niet zo erg is als kinderen een uurtje langer op school zijn en minder op straat of thuis. De heer Den Heijer: Nee, dat was namelijk de hele basis waarom mijn partij dit ook een goed idee vond. Maar de vraag is even, in hoeverre … Ja, ik zie mensen lachen maar het was best een overtuigend argument. Ja, vond ik zelf wel, ja. Nee, maar ik vroeg me af in hoeverre, want ik hoor nu differentiatie, dus de ene school bouwt het op, de andere school die zit er al, wat verwachten wij dan uiteindelijk? Wat is dan de 100 procent, hoeveel uur is dat dan extra in de week voor een school? Mevrouw Smid-Marsman: Volgens mij hebben we afgesproken dat ze op termijn, en dan ga ik ervan uit dat dat over twee jaar is hè, als we de eerste ronde hebben, dat ze op vijf uur, dus elke dag een uur langer. En dat kan dus ook zijn dat een school ervoor kiest om te zeggen, we doen iets met dus maar twee of drie dagen met een nog, hè, dus aan het begin en aan het eind is dat, maar wel echt gewoon ... De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Ik kreeg een seintje dat u ook nog een vraag had.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, klopt, ik had nog een vraag, voorzitter. Maar een deel van de vraag is al vervallen inmiddels. Ik vroeg me alleen nog af, de doelstelling en de haalbaarheid van het programma, die liggen best wel hoog en je hebt het over kinderen uit bepaalde wijken waar gewoon sowieso het opleidingsniveau niet zo hoog is. Ligt dat doel niet te hoog? En opleidingsniveau van ouders telt altijd mee in alle onderwijsrapportages dus. Mevrouw Smid-Marsman: Nou, dat zal zeg maar, eigenlijk kun je dat pas zien over twee of drie jaar. Dus waar meer mijn zorg zit is dat waar in de raad ook al eerder discussie over geweest is, dat je het verschil gaat zien tussen de scholen die er net niet in zitten. Die in het onderwijs en dus dat je straks, dat de scholen die er net niet in zitten, dat die eigenlijk de zwakke broeders worden. Wat we daarop proberen is vanuit onderwijsachterstanden te kijken of we wat kunnen doen. En vooral ook heel erg met de schoolbesturen praten over, als er zinvolle interventies zijn geweest, programma's, hoe kunnen we die dan ook op de, ja, het klinkt een beetje raar, maar de scholen die het net niet gehaald hebben, dat doen.
Want we blijven wel van mening dat als je ervoor gekozen had om het te verdunnen, dus om in plaats het van met elf, en ondertussen zijn het er twaalf want één school is verzelfstandigd, met twintig scholen te doen, dan had je je ambitie waarschijnlijk nooit waargemaakt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, daar ben ik blij mee want het is natuurlijk niet de bedoeling dat we eigenlijk weer een kansenongelijkheid gaan creëren. Dank je wel. De voorzitter: Nee, dat kan ik beamen denk ik. De heer Uysal.
18
De heer Uysal: Ja, dank, voorzitter. Nou ja, het zal u ook niet ontgaan zijn dat we deelnemen aan het Nationaal Programma Dordt West. We hebben vanmiddag ook een mail gekregen van onze burgemeester dat het programma is opgesteld. Ik kan me zomaar voorstellen dat er veel overlap zit tussen die programma's en raakvlakken. Hoe verhouden die twee programma's zich tot elkaar, ook qua budget? Mevrouw Smid-Marsman: Nou ja, dus niet alle scholen uit het Dordtse leerprogramma liggen in Dordt West. Wat we met elkaar hebben afgesproken dat als er rijksfinanciering komt voor activiteiten die één op één nu in het Dordtse leerprogramma zitten, dat we bij u terugkomen om te praten over wat we dan met die vrijvallende middelen zien. Wat we nu zien is dat wat er aan regelingen is zich niet richt op onderwijstijdverlenging en taal en rekenen. Er zit een deel school en omgeving is voor het voortgezet onderwijs, en er zit, er zijn wat middelen rond VVE, dus voor het jongen kind, en rond ouderbetrokkenheid. Maar in een van de discussies die er wel eens op plopt is, moeten we indexeren voor de programma's? Bij dit programma zou wel eens een meevaller kunnen zijn dat je op termijn ziet dat je in Dordt West dus nog wat extra financiering via het Rijk kan krijgen.
Waardoor je het niveau wat je nu hebt zou kunnen handhaven of kan zeggen van, we kunnen, wat natuurlijk heel mooi zou zijn maar daar gaat u over, het programma twee jaar langer laten lopen of drie jaar langer laten lopen. Of net zo lang als het programma Dordt West wordt hiernaast gesuggereerd. De voorzitter: Ja, dat zou kunnen maar dat gaan we nog zien. Mevrouw Smid-Marsman: Maar dat is aan de raad. De voorzitter: Ik kijk even rond naar de commissie. We hebben natuurlijk … O, de heer Uysal toch ook nog een vervolgvraag. De heer Uysal: Ja, ik wacht … De voorzitter: Ook nog, mevrouw Van Vugt ook nog. Mag. De heer Uysal: Ik heb geen vragen over specifieke programma's maar meer vragen over het algemeen. Dus gewoon Agenda 2030 in zijn algemeenheid. Die vragen werden net ook gesteld, wel specifiek gericht op programma’s van, wat gebeurt er nou met stagnaties en allerlei ontwikkelingen? Die vraag wil ik nogmaals stellen van, er gebeurt een heleboel, als het goed is, is Agenda 2030 in 2019 vastgesteld ook door de raad. Nou ja, de wereld die staat op zijn kop en elk jaar gebeurt er wel wat. Dus ik vraag me heel erg af hoe die ontwikkelingen dan zich verhouden tot Agenda 2030? We hoorden het net ook, de krapte op de arbeidsmarkt maar je hebt ook heel veel andere ontwikkelingen, oorlog op ons continent, woningmarkt, inflatie, recessie, noem het allemaal maar op.
Al die middelen die we ook gereserveerd hebben, die zijn ook minder waard geworden het afgelopen jaar. Dus wat doen we nou met al die ontwikkelingen? We kunnen onze oren en ogen volgens mij niet dichtdoen voor alles wat er om ons heen gebeurt. De voorzitter: Maar ik begrijp deze, maar dit neigt toch ook wel richting politiek weer natuurlijk. Maar goed, ja, ik weet niet. Ja, kijk, ja, als morgen de hemel naar beneden komt, dan hebben we allemaal een blauwe hoed zeggen ze wel eens. Nee, nee, nou ja, ik
19
… Nee? Nou, ik heb in ieder geval weer wat mensen wat nieuws geleerd dat ... Maar nou, ja, wat gebeurt er inderdaad met de ontwikkelingen, toch? De heer Uysal: Nou ja, voorzitter, we hebben het hier over instrumentarium van de raad en wat wij als raad kunnen doen. Ik wil gewoon weten van, nou ja, kunnen wij eventueel als raad bijsturen als dat nodig is? De voorzitter: Dan kijk ik toch in eerste instantie naar de wethouder om dit te beantwoorden. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik kijk u even aan, wilt u ook dat ik de andere punten meeneem, ook over de indicatoren en dergelijke? De voorzitter: Ik heb daar in ieder geval die … En ik zie dat de heer Gorter ook nog een vraag heeft. Maar misschien in eerste instantie even dan de reactie op de heer Uysal. De heer Heijkoop: Nou ja, wat de heer Uysal terecht aangeeft, we hebben die Agenda 2030 vastgesteld en daarmee de doelstellingen die daaronder liggen en dat willen we natuurlijk de komende jaren uitvoeren. Dat is ook, dat overstijgt ook collegeperiodes, dat is iets van de lange adem. Tegelijkertijd is het wel zo dat de wereld waarin we leven verandert, moet ik zeggen. Je ziet inderdaad de arbeidsmarkt, dat zijn inderdaad wat hickups maar dat kan ook zomaar weer, er kan ook wel weer meer ontspanning komen op die arbeidsmarkt. Maar je ziet het ook wel op het gebied van de financiën.