CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 529.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

39

eigenlijk maar die gaat over de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, kort gezegd de Wbmgp. Daarvan doen wij alleen artikel 10 en die zegt dat je huurders of bewoners mag screenen op waar het artikel 10 dan op slaat, op, ik zeg het even gewoon zoals het is, op crimineel verleden en overlast verleden. Dat geldt alleen voor een beperkt gebied in Dordrecht, en daar komen we zo meteen ook nog wel even op, waar dat dan precies geldt. Dan hebben we best een groot hoofdstuk over wijzigingen van de woonruimtevoorraad. Dan gaat het bijvoorbeeld om onttrekking van woonruimte, bijvoorbeeld als je de bestemming wijzigt of door het samenvoegen van woonruimten of door woonruimte om te zetten, zelfstandige woonruimte om te zetten naar onzelfstandige woonruimte. Nou, daar heb je allemaal vergunningen voor nodig en dat geldt ook voor woningvorming. Dus op het moment dat je woningen gaat maken bijvoorbeeld in het kernwinkelgebied, nou, daar staan in de huisvestingsverordening allerlei afspraken over. Hoe groot moeten die woningen dan zijn en ja, moeten die dan een eigen voordeur hebben of niet? Vinden we het eigenlijk wel gewenst dat er heel veel woningen, kleine woningen boven winkels komen in dat kernwinkelgebied? En splitsing in appartementsrechten, dat komt ook, het komt niet heel vaak voor de laatste, althans, ik kijk jou nu even aan.

Het laatste jaar zijn er maar weinig aanvragen geweest om panden te splitsen in appartementsrechten. Dat komt ook omdat er hele strenge regels voor zijn natuurlijk waar je aan moet voldoen. Een apart hoofdstuk is hoofdstuk 3a, dat is de opkoopbescherming. Daarmee zeggen we eigenlijk van, nou, alle goedkope woonruimte in Dordrecht, met goedkoop bedoelen we dan, ja, schrik niet, de NHG-grens tot 405.000 euro. Ja. Daarvan willen we dat die naar mensen gaan die er ook zelf gaan wonen. Dus wat we niet willen is dat die panden allemaal worden opgekocht en vervolgens voor hele hoge prijzen worden verhuurd in deze markt. Dat willen we niet dus daar hebben we ook een hele vergunning- en handhavingsstelsel voor opgetuigd. Hoofdstuk 4 gaat over woonwagenstandplaatsen maar dat is zeer beperkt. Het gaat niet zozeer over aantallen of over wie ervoor in aanmerking komt, eigenlijk gaat die alleen maar over wie er als eerste aan de beurt komt van de wachtlijst. Als er woonwagenplaatsen zouden worden toegevoegd, oké, hoe werkt dat dan? Hoofdstuk 5 gaat over allerlei andere bepalingen die te maken hebben met handhaving, met boetes. Uiteraard staat er ook een hardheidsclausule in, dat als iemand vindt dat die onevenredig wordt benadeeld door deze regelgeving, dat die dan een beroep kan doen op die hardheidsclausule.

En hoofdstuk 6, ja, dat is een standaard hoofdstuk wat gaat over, het zijn de overgangs- en slotbepalingen. Daar wordt vastgesteld in de raad van dat soort bepalingen. Als er vragen zijn tussendoor, ik sta ervoor open. Ik snap dat het een heleboel informatie is. De voorzitter: Ik denk dat dit nog wel redelijk duidelijk is. De heer Katif. De heer Weber: Even de voorzitter. De voorzitter: En altijd naar de voorzitter. De heer Katif: Voorzitter, sorry, ik moest twee dingen doen, dat kan ik niet blijkbaar dus ik moet maar één ding tegelijk. Nee, ik zat met name de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijk problematiek want ik trok een beetje een gezicht van, hè, als iemand in een bepaald gebied, specifiek zelfs ook, daar kan gevraagd worden naar het verleden van …

40

De heer Weber: Ja. De heer Katif: Dat vond ik wel, ik vind het best, ja, eigenlijk best wel beangstigend, stel je toch voor dat je twintig jaar geleden iets gedaan hebt en twintig jaar later komt er iemand die zegt, ja, luister eens, dat gaan we niet doen. De heer Weber: Nee, we kijken, volgens mij wordt er nooit verder teruggekeken dan vier jaar. Dus als je vier jaar geleden iets gedaan hebt dan wel. En dat beperkt gebied ... De voorzitter: Eén dingetje, wat we vinden van al deze zaken, want dit is, dat kunnen we inderdaad in de volgende sessie hè want dan kunnen alle fracties zeggen van wat ze ‘…’. Ik kan me voorstellen dat u dan zegt van, weg met deze bepaling. De heer Katif: Nou, nee hoor. De voorzitter: Maar dat kan dan straks. De heer Katif: Voorzitter, ik wilde alleen even uitleg voor hebben. Goh, hoe kom je tot zoiets? En dat is best technisch want ik kan het ook politiek maken maar ik doe het niet. Ik verbaas me, dus het is mijn verbazing in eerste instantie. In tweede instantie, goh, hoe kom je tot zoiets dat je zegt, vier jaar? Ik bedoel … De heer Weber: Ja, nee, maar ik kan het wel … De heer Katif: … het is geen uitspraak trouwens in de zin van politiek want dat is nog niet. De heer Weber: Ik kan het wel uitleggen. Dit gaat om zeer kwetsbare gebieden waar veel sprake is van ondermijnende activiteiten, criminaliteit.

En ja, als we daar, als daar mensen, als daar nog meer mensen bijkomen met zo’n achtergrond, ja, dan gaat zo'n wijk nog verder achteruit. Dus op deze manier proberen we de leefbaarheid in die wijken te verbeteren door er minder mensen met een achtergrond. Ik laat zo meteen ook de cijfers zien wat dat daadwerkelijk betekent, misschien dat u dan iets minder schrikt. De voorzitter: Beginnen. De heer Laban: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag over die 3a opkoopbescherming. Ik begrijp, dat geldt natuurlijk voor woningen op dit moment. Maar wanneer is dat ingegaan of geldt het voor elke woning die nu al bestaat? De heer Weber: Ja. Die is ingegaan op 11 maart 2022 uit mijn hoofd. 14 maart. O, 14 maart 2022. Maar goed, ja, ja. Die geldt in principe voor heel Dordrecht. Voor alle panden in Dordrecht waar men, die men dus zou willen opkopen binnen die prijscategorie, daarvan willen wij niet dat die worden verbouwd tot verhuureenheden en voor een hoge prijs worden verhuurd. Ja. De voorzitter: Er was nog een vraag van de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ja, dank, voorzitter. Ook mijn vraag gaat over de opkoopbescherming. Veel steden die geven natuurlijk aan dat het voordelen heeft. Kunt u data of cijfers

41

benoemen met betrekking tot de handhaving? In hoeverre heeft dat sinds een klein anderhalf jaar voordelen voor de stad? De heer Weber: Ja, daar kom ik zo op terug, ik heb gewoon een tabelletje met cijfers. De heer Kolkiliç: Ik stel voor dat u inderdaad verder gaat met de presentatie en dat, ik neem aan dat een hoop vragen dan ook beantwoord zullen worden. De heer Weber: Ja. Nou, ik heb een aantal sheets met feiten en cijfers. Over de voorrangsregeling bijvoorbeeld, hoofdstuk 2. Nou, daar zijn wat cijfers over en die staan ook allemaal in de beschikbaarheidsmonitor van 2022. Nou, je ziet hier per categorie hoeveel mensen met voorrang zijn geplaatst in een woning. Totaal aantal verhuringen in Dordrecht in 2022 was 914. Daarvan is gepubliceerd 635, dat is 69 procent. De norm is 80 procent maar die norm is nog zeg maar uit een periode die is vastgesteld in de periode dat er bijvoorbeeld nog niet heel veel statushouders met taakstellingen moesten worden gehuisvest vanuit de rijksoverheid. Dus die norm, ja, die is een beetje gepasseerd maar ik laat hem toch zien omdat we eigenlijk al jaren die norm niet halen. De voorzitter: U heeft een vraag van mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: In elk geval over, dank u wel, voorzitter, een vraag over hoofdstuk 2 van die verordening. Een paar zelfs.

Die splitsingsvergunningen, die kunnen, ja, dat heeft ook met dit hoofdstuk te maken, kunnen die ook worden aangevraagd als iemand zijn huis beschikbaar wil stellen om gewoon geregeld iemand tijdelijk te huisvesten die even in een soort overgangssituatie zit? De heer Weber: Dit gaat eigenlijk over hoofdstuk 3. Mevrouw Van Vugt-Roose: Oké, dan stel ik hem straks bij hoofdstuk 3. Dan heb ik nog een andere. Er stond in een van die artikelen dat als een woningzoekende binnen drie jaar dezelfde aanvraag indient, dan wordt die afgewezen omdat het dezelfde aanvraag is. Maar ik vroeg me af, dan is het toch juist heel hard nodig dat die een woning nodig heeft? De heer Weber: Kunt u aangeven bij welk artikel dat staat want dan ... Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, 2.1 lid 5e. De heer Weber: Lid 5e, 2.1. lid 5e, dat gaat dan over binding met … Nee, het gaat niet over binding met Dordrecht. Ja, ik zou die even moeten opzoeken want ik ken niet alle artikelen uit mijn hoofd. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee, dat snap ik maar ik kan hem ook gewoon opsturen, vind ik ook prima. De heer Weber: Ja, ik denk dat dat soort vragen kunnen we heel makkelijk schriftelijk ook beantwoorden denk ik.

42

Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, dat kan met mijn volgende ook maar misschien mag ik hem nog stellen of niet? De heer Weber: Ja, tuurlijk. Mevrouw Van Vugt-Roose: Er wordt ook gesproken over een lijst van instellingen waar mensen uit kunnen komen en dat ze dan voorrang kunnen krijgen. Is dat een vaste lijst of wordt dat van tijd tot tijd nog bijgewerkt? Hoe kom je op de lijst? De heer Weber: Dat is in principe een vaste lijst en u zegt het al, die van tijd tot tijd kan worden bijgewerkt. Als zich instellingen melden die samen willen werken en die zeg maar, die verder solide zijn en verder prima instellingen zijn, dan kan het zijn dat ze op de lijst komen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Oké, bedankt. De voorzitter: Gaat u verder. O, wacht. De heer Noldus: Voorzitter? Ja, voorzitter, als ik een vraag mag stellen over deze sheet. Het verschil tussen het aantal verhuringen van 914 en het gepubliceerde aanbod van 635, waar zit dat verschil in? Want u noemt net ook de statushouders maar ik denk dat dat de, vooral de laatste regel, de verblijfsvergunningen zijn. Dus deze kleine 300 woningen, waar zijn die naartoe gegaan? De heer Weber: Dat is de volgende sheet ook want kijk, deze 176, die zijn met voorrang zeg maar gewoon ofwel zelf aangevraagd, voorrang, en zelf gereageerd op een woning met voorrang.

Maar de volgende sheet gaat over categorieën die via directe bemiddeling zijn gehuisvest en daar zit het verschil. Dus er zijn ook nog eens 154 huishoudens of mensen, nou ja, huishoudens vanwege allerlei redenen ook direct bemiddeld zonder dat daar, zonder dat ze via de woonruimteverdeling met voorrang hoefden te reageren. Nou, dan gaat het bijvoorbeeld om, pak even een groep, ja, vanwege leefbaarheid. Mensen die last hebben van de omgeving waar ze wonen en die ergens anders zouden willen wonen. Als er echt daadwerkelijk sprake is van overlast en het beter voor mensen is dat ze uit die overlastsituatie gehaald worden en ergens anders geplaatst worden, dan wordt dat via de directe bemiddeling gedaan. Het kan ook zijn dat bijvoorbeeld ouderen van een woning met trappen naar een benedenwoning geplaatst worden. Dat kan ook als het echt noodzakelijk is op dat moment ook via directe bemiddeling gebeuren. Zo zijn al die categorieën, ja, ik ga ze niet allemaal langs maar in ieder geval zijn er 154 woningen via directe bemiddeling. Dus die zijn wel onttrokken aan het woonruimteverdeelsysteem natuurlijk want normaal gesproken worden ze gepubliceerd. De heer Noldus: Dank, voorzitter. Dan de vervolgvraag want in de vorige sheet ging het over 914 en dit gepubliceerde aanbod is 635. Niet om daar heel erg gedetailleerd in te zitten maar wel om het systeem te begrijpen.

Dat is meer dan die 154 die u net noemt, is dat dan inclusief die 176 die hieronder staat want dat lijkt toch weer die voorstellers die daar weer …

43

De heer Weber: Die 330, dat is zeg maar van dit sheet en deze 154. Ja, dat is het. Dan komen we bij de Wet bijzondere maatregelen dus hoofdstuk of artikel 2.5 en 2.6 uit hoofdstuk 2. Dit zijn de buurten waar het om gaat en je ziet dat die wet is in 2018 ingegaan, er zijn gebieden toen aangewezen, en in 2022 is die verlengd. Waarbij je ziet dat er in totaal gedurende de looptijd van deze wet in die buurten 512 aanvragen zijn geweest voor een huisvestingsvergunning. Er zijn er 443 gewoon toegekend, oftewel er was geen sprake van een crimineel verleden of een overlast verleden. Er zijn 34 toegekend positief maar wel met voorwaarden. Bij wijze van spreken, als je je één keer misdraagt, dan vlieg je eruit. Ja, zo streng gaat het dan hoor, ik bedoel. Er zijn er 16 geweigerd, die hadden dus inderdaad een verleden wat we in die buurten niet erbij willen hebben. En er zijn er 19 vervallen en dat betekent dat de betreffende persoon of het betreffende huishouden zelf heeft afgezien om van het aanbod van die woning gebruik te maken. De voorzitter: Er is een vraag van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter.

Ja, ik vraag me dan even af, als je dan, ik kan me niet meer herinneren want we hebben het daar destijds wel over gehad, als je dus niet op een van deze plekken mag wonen, mag je dan wel overal waar het niet deze plekken zijn wonen? Oftewel, waar laat je iemand die dus niet aan de eisen voldoet? De heer Weber: Ja, ze mogen overal wonen in Dordrecht behalve daar. Ja. Althans, zo staat het in de huisvestingsverordening. Ja, ik bedoel, ik ga er verder niet over. Oké, dan wat feiten en cijfers over de wijziging van de ruimtevoorraad. De voorzitter: Sorry, de heer Laban heeft nog een vraag. De heer Weber: O. De heer Laban: Over de vorige sheet nog even. Die is natuurlijk vastgesteld september 2018, er zijn vier straten of buurten benoemd als, nou ja, waar dan bijzonder toezicht is om het zo maar even te zeggen. Zit daar nog een verandering in de afgelopen jaren, zijn er nu buurten waarvan je zegt van, nou, die hadden we eigenlijk ook wel op willen nemen of die moeten nog worden opgenomen? De heer Weber: Ik heb met mijn collega die hierover gaat heb ik gelukkig nog van de week gesproken. Wat er is veranderd is dat bijvoorbeeld de Aardappelmarkt, daar wordt eigenlijk steeds minder, het is eigenlijk nu zover, in die buurten is wel de leefbaarheid bijgehouden hè, dus de leefbaarheid gemonitord. En er is wel een positief effect op die buurten qua leefbaarheid.

En bij de Aardappelmarkt is het zelfs zo positief dat deze maatregel daar wellicht, nou, hij loopt nog tot en met 2026, dat die maatregel daar in 2026 gewoon af kan. Dat wordt nu eigenlijk al geconcludeerd omdat gewoon de leefbaarheid gewoon veel beter is geworden. Ja. Is dat een antwoord op uw vraag? De heer Laban: Nou ja, het tweede deel van de vraag was eigenlijk, zijn er buurten die mogelijk zouden moeten worden toegevoegd?

44

De heer Weber: Voor zover ik heb kunnen achterhalen niet, nee. Dan gaan we verder met hoofdstuk 3, wijzigingen in de woonruimtevoorraad. Daar geef ik het woord graag even aan Jurgen. De heer Van Herwijnen: Dank je wel. Ja, hoofdstuk 3, dat is het hoofdstuk ook waar ik vanuit de OZHZ het meeste mee te maken heb met vergunningverlening en met de handhaving daarvan. Dit gaat over de vergunningverlening dus er zijn 33 onttrekkingsvergunningen verleend maar je moet onttrekkingsvergunning zien als een soort verzamelbegrip voor de drie die er onder staan. Bestemmingswijziging, dat, ik moet het heel even uit mijn hoofd doen, maar als ik me niet vergis was dat woonruimte waar horeca van gemaakt is, dan moet er een onttrekkingsvergunning verleend worden. Samenvoeging van woonruimte heeft niet plaatsgevonden, omzetting naar onzelfstandig wel. Dat is eigenlijk ook het leeuwendeel van de aanvragen en dat gaat dan om kamerverhuur, dus zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte. Daar moet aan best wel een stevig eisenpakket voldaan worden, waaronder in ieder geval de beleidsregel. In de beleidsregel is weer opgenomen hoeveel procent van een straat, daar is een verdeelsleutel voor, omgezet mag worden naar onzelfstandige woonruimte, kamerbewoning. Daar wil ik wel gelijk ook bij opmerken dat ook het bestemmingsplan een beperkende factor is daarin.

Hier niet aan de orde maar het bestemmingsplan, dat is in 2011 is er een parapluplan aangenomen en daarin is opgenomen dat per woning maximaal vier personen kamergewijs gehuisvest mogen worden. Dus als het er meer zijn dan die vier, dan moet er ook afgeweken worden van het bestemmingsplan. Dus dan hebben mensen die daar een aanvraag voor indienen twee vergunningen nodig en soms nog meer. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt heeft een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Over die vergunningen, enzovoort. Er wordt heel uitgebreid beschreven hoe er in bepaalde wijken van Dordt echt voorwaarden aan zitten, het aantal meters, 40 binnenstad, 70 vierkante meter daaromheen zeg maar. Maar er zijn dus geen voorwaarden gesteld aan alle overige wijken dus daar kunnen mensen eigenlijk hun gang gaan met huisjes te creëren en die te verhuren, of zie ik dat verkeerd? De heer Van Herwijnen: Ja, dat is wel iets kort door de bocht omdat niet alleen de regeling uit de huisvestingsverordening daarover gaat maar ook de Wabo, de Wet algemene bepaling omgevingsrecht. Die gaat ook over, mag je een brandwerende scheiding verleggen, mag je een extra brandwerende scheiding toevoegen? Dus als mensen een woningvormingsvergunning nodig hebben, er is een heel mooi voorbeeld in de Spuiweg hier vlakbij, nummer 70 als ik me niet vergis.

Daar was een Wabovergunning nodig om af te wijken van het bestemmingsplan om de brandwerende scheidingen te verleggen, een woningvormingsvergunning om van één woning twee woningen te maken dus mensen moeten nog aan best wel veel eisen voldoen. Nou valt dat wel inderdaad binnen het gebied, alles wat buiten de aangewezen gebieden valt, daar is geen woningvormingsvergunning voor nodig. Maar om een woning te mogen gebruiken voor meerdere huishoudens moet een woning wel brandwerend van elkaar gescheiden zijn. Dus als iemand buiten het gebied een woning in twee woningen wil

45

opdelen, dan moeten beide woningen ook onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren en onderling brandwerend zijn en dat is dan weer een eis uit het bouwbesluit. De voorzitter: Een vraag van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, ik ben even zoekende hoe ik dat het beste, want er zijn hier en daar wat geluiden in de stad dat de randjes op dit moment heel erg worden opgezocht. Dus dat er huizen gesplitst worden zeg maar, of hoe ik dat technisch ook moet zeggen, wat dan, waar een aanbouwtje eraan gecreëerd wordt om dan aan de vierkante meters te komen. En dan uiteindelijk zodra het allemaal akkoord is toch alsnog bewoond wordt door mensen die zeg maar niet het bed delen met elkaar. Hoe wordt daar nou op gehandhaafd? Want in eerste instantie hè, er wordt een vergunning aangevraagd en tot zover zou het dan in principe goed gaan. Maar daarna, wat gebeurt er dan daarna om te controleren dat er niet toch meerdere mensen in één unit zitten, tenminste die eigenlijk voor één iemand bedoeld is. De heer Van Herwijnen: Dat wordt, nou, dat is dan het bekende piepsysteem. Dus op het moment dat er klachten komen wordt er gecontroleerd en gehandhaafd en dat gebeurt veelvuldig. Ja, dat heeft wel te maken met de afspraak die gemaakt is met in dit geval OHZ om een vergunning te verlenen en geen naschouw te doen wat in het verleden veel meer gebruikelijk was dan dat het nu is.

Dat heeft voordelen maar dat heeft natuurlijk ook nadelen want dat brengt extra kosten met zich mee. Het is wel zo dat als er een woning gevormd wordt, ik denk eerst dat we onderscheid moeten maken tussen woningvorming en splitsing. Ik weet niet of dat voor iedereen duidelijk is maar woningvorming is dat er van één woning meerdere, twee of meer woningen gemaakt worden, maar die blijven dan wel bij dezelfde eigenaar, en splitsing is pas op het moment dat ze kadastraal bij de notaris gesplitst worden en onderling eventueel verkocht kunnen worden. Nou ja, dat in ieder geval voor wat betreft woningvorming en splitsing. Op het moment dat er kleine woonruimten ontstaan, en in principe is dat in het kernwinkelgebied 40 vierkante meter en daarbuiten 70 en nog verder daarbuiten geldt dat dan niet, daar mogen maximaal twee personen onzelfstandig gehuisvest worden. Als dat er meer zijn dan moeten we daar wel uiteindelijk natuurlijk achter komen doordat er geklaagd wordt, dan is dat een overtreding. Dat is dezelfde overtreding die begaan wordt op het moment dat iemand een reguliere woning die verder niet is opgedeeld in meerdere woningen laat bewonen door meer dan twee kamerbewoners zeg maar dan dus twee onzelfstandige gehuisveste personen. De voorzitter: De heer Venderbos had een vraag. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel.

Hier is eigenlijk mijn vraag, wat er dus gebeurt met bestaande appartementen bijvoorbeeld die tweekamerappartementen die bedoeld zijn voor een éénpersoons- of tweepersoonshuishouden, verhuurd wordt aan twee, drie, vier studenten bijvoorbeeld. Kan erop gehandhaafd worden of moet dat gemeld worden? De heer Van Herwijnen: Ja, we moeten het eerst weten dat het gebeurt natuurlijk maar dan kan daarop gehandhaafd worden want dat mogen er maximaal twee zijn. Dus het is

46

ofwel één huishouden en dat huishouden kan gek genoeg dan ook uit tien man bestaan, zolang het maar een duurzaam gemeenschappelijk huishouden is, maar daar voldoe je niet zo heel snel aan hoor. Of aan de andere kant twee onzelfstandige gehuisveste kamerbewoners. De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, die had ik daarnet al nog erachteraan willen stellen want u zei over dat er nu geen naschouw meer plaatsvindt door de OZHZ en dat heeft voordelen en nadelen. Maar wat zijn de voordelen van om geen naschouw te doen als je weet dat er dus op dit moment best wel op heel veel plekken misbruik wordt gemaakt van de situatie? Ja, dat is misschien ook, ik weet niet of dat technisch genoeg is maar … De heer Van Herwijnen: Het scheelt geld, budget. De voorzitter: Ja, ik begrijp dat u misschien meer controle wilt, dat kan dan in de volgende sessie aan de orde komen. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. De leegstand boven de winkelpanden in de binnenstad. Een pand moet dan eerst vijf jaar leegstaan las ik voordat het eventueel mag worden, voordat het een andere bestemming mag krijgen. Wordt zoiets ook opnieuw bekeken op het moment dat je echt toch met zijn allen weet dat er een groot woningtekort is? De voorzitter: Het lijkt me ook iets wat wij aan de orde kunnen stellen. Maar geeft u antwoord.

De heer Van Herwijnen: Ik denk dat dat eerder voor jou is. De heer Weber: Nou, het directe antwoord moet ik even schuldig blijven. Het is een norm zeg maar die ooit is vastgesteld, waar we gewoon mee werken. Ik denk dat als we in de volgende sessie er goed naar gaan kijken, dat die norm ter discussie kan worden gesteld in bepaalde situaties. Maar zoals ik het nu zie is dat gewoon een norm die is vastgesteld voor mijn tijd en werken we daar ook mee en wordt er ook op gehandhaafd. Ja, dus ik zou het inderdaad, ik zou het inderdaad bij de volgende sessie gewoon eens ter discussie stellen. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, een korte technische vraag over dit lijstje. Zijn het de aanvragen of de verstrekte vergunningen en kunt u dan iets zeggen over het percentage indicatief voor wat dan verstrekt wordt? Is dat dan heel veel of juist heel weinig wat toegekend wordt? De heer Van Herwijnen: Percentages kan ik niet zoveel over zeggen, althans die heb ik niet paraat, die cijfers, maar dit zijn de toegekende vergunningen. Ja. De voorzitter: Was u klaar, mijnheer? Gaat u in ieder geval verder met de presentatie.

47

De heer Van Herwijnen: Ja, ik heb nog wel één, maar dat is heel kort dan, de opkoopbescherming, daar is één vergunning verleend want het is niet zo dat onder de opkoopbescherming er absoluut niet verhuurd mag worden maar er mag bijvoorbeeld verhuurd worden aan eerste- en tweedegraads familieleden, dus kind, kleinkind, ouders, grootouders. En daar is een vergunning voor verleend maar daar zullen er ongetwijfeld nog meer komen, maar de regeling is natuurlijk pas net in werking. De voorzitter: Kunt u de microfoon aanzetten? De heer Weber: Aan welke knoppen kunnen we draaien? De voorzitter: Het is dus een vraag van de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ja, voorzitter, over de opkoopbescherming nogmaals. Ik had net een vraag gesteld en daar zou u op terugkomen. De heer Weber: En kunt u die vraag … De heer Kolkiliç: Over, ja, sinds anderhalf jaar is er natuurlijk sprake van opkoopbescherming in Dordrecht. In het begin van uw prestatie heeft u het over de handhaving gehad. Wat zijn de voordelen, wat is er tot nu toe geconstateerd? Heeft u cijfers? De heer Weber: Ja, doe jij maar. De heer Van Herwijnen: Ja, toevallig is daar, zijn daar ook vragen over gekomen van een raadslid dus ik heb enigszins wat cijfers in mijn hoofd zitten. Er zijn 125 brieven verstuurd aan mensen die in een jaar tijd in strijd met de opkoopbescherming niet in hun woning woonden.

En dat zijn, dat is een administratief onderzoek geweest omdat het te veel capaciteit vergt om overal aan te bellen en te kijken achter de voordeur, wat is daar aan de hand? Daarom is met opzet ook laagdrempelig ingestoken en is dat een waarschuwingsbrief geweest. En van die 125 heb ik nu nog geen beeld van maar er zijn er veel van die uiteindelijk niet in strijd met de opkoopbescherming handelen. En dat kunnen bijvoorbeeld mensen zijn die een woning gekocht hebben maar er nog niet wonen, die aan het opknappen zijn en daar veel meer tijd voor nodig hebben dan gedacht. Die staan nog ingeschreven in de basisregistratie op hun huidige adres waar ze wonen, wat ook een verplichting is. Alleen dan hebben ze wel een woning in eigendom elders waar niemand ingeschreven staat in de basisregistratie. Dat heeft een rood vlaggetje opgeleverd omdat als er niemand ingeschreven staat, uit ervaring weten we dan dat daar een kans is dat er aan met name arbeidsmigranten verhuurd wordt omdat die zich niet altijd inschrijven, of eigenlijk heel vaak niet. De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag, mijnheer Kolkiliç? De heer Kolkiliç: Ja, een korte vervolgvraag, voorzitter. Wat zijn de sancties dan die we als gemeente opleggen buiten de boete van 21.000 euro ongeveer?

48

De heer Van Herwijnen: Nee, er is inderdaad een mogelijkheid opgenomen voor een bestuurlijke boete. In eerste instantie wordt er de landelijke handhavingsstrategie gevolgd die Dordrecht volgt, het college. Dat wil zeggen waarschuwing, voornemen, opleggen last zonder dwangsom en als uiteindelijk dan nog de overtreding niet beëindigd is, dan verbeuren mensen een dwangsom. De voorzitter: Dat lijkt me wel effectief genoeg. Gaat u verder. De heer Weber: Nou, ik heb nog een paar sheets hoor, dan is het klaar. Aan welke knoppen zouden we kunnen draaien? En vooral de belangrijkste vraag is eigenlijk niet zozeer dat we aan die knoppen kunnen draaien maar wat is het effect daar dan van? We hebben nu gewoon een aantal zaken geregeld in die huisvestingsverordening en die zijn tot stand gekomen na, nou ja, best wel veel overleggen en veel vooral ook regionale overleggen, veel afstemmingen en veel dingen die zijn vastgelegd. Nou, dit zijn bijvoorbeeld de groepen zoals ze nu in de huisvestingsverordening staan die voorrang krijgen. Nou ja, je kunt ze allemaal nalopen. Ik denk ook dat de sheets wel, wat mij betreft mogen de sheets ook nagestuurd worden of iets dergelijks.

En, nou ja, je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen, oké, vinden we het nog verantwoord, is dit de volledige lijst van groepen, missen we groepen, moeten er groepen bij? Zouden er ook groepen af kunnen? Nou ja, dat laat ik, dat laten we verder, dat komt dan ook in de volgende sessie zeg maar naar voren. Maar er valt wel hier en daar nog wat te draaien en bij te schaven. De voorzitter: De heer Noldus heeft een vraag. De heer Noldus: Ja, voorzitter, een vraag met het risico dat u daar misschien net op wilde beginnen. Maar u had het natuurlijk over de voorrang aan personen die een instelling verlaten. Het is natuurlijk zo dat we hier in Dordrecht in de regio veel voorzieningen hebben, veel instellingen hebben die ook een regiofunctie hebben. We hebben een voorrangsregeling die voor de regio gelijk is. Als de mensen voor de voorrangsregeling in aanmerking komen op basis van het verlaten van de instelling, krijgen ze dan die voorrang in Dordrecht, in de regio of zit er dan toch een sturing in dat ze een voorrang krijgen in de gemeente waar ze oorspronkelijk vandaan komen? De heer Weber: Ja. Nou, zoals het nu is, en dat is gewoon de praktijk, Dordrecht heeft natuurlijk al die instellingen, daar stromen mensen in. En er is wat moeite, laat ik het netjes zeggen, wat moeite met het uitstromen weer terug naar de regiogemeenten.

Dus er komen wel mensen vanuit de regiogemeenten naar Dordrecht in de opvang, maar er zijn geen afspraken gemaakt, en dat zijn we trouwens wel van plan ook voor de volgende huisvestingsverordening, om daar regionaal ook echt afspraken over te maken, over een verdeling ook van die uitstroom. Want daar, dat is nu zeg maar nog niet goed geregeld. De voorzitter: De wethouder wil een aanvulling. De heer Heijkoop: Ja, om toch even het beeld een beetje bij te stellen. Uitstroom uit een instelling, dan denk je toch ook snel aan het Leger des Heils hè waar mensen volgende stappen kunnen zetten. We hebben wel degelijk afspraken gemaakt waar het gaat over contingent woningen, een X aantal, en die verdelen we over de regio. Dus het is,

49

iedereen draagt zijn, heeft een bijdrage. We hebben ook twee jaar geleden afgesproken dat we een financiële incentive eraan toevoegen omdat sommige gemeenten niet leveren. O, sorry, in ieder geval een prikkel of, nou, in ieder geval richting mevrouw Koene, ze krijgen er financieel last van als ze niet leveren. Dat is wel omdat wat de heer Weber terecht aangeeft, het gaat bepaald niet vanzelf. En, nou, je kan dan nog steeds je snor drukken maar het kost je geloof ik wel zo'n 50.000 euro per persoon waarbij je dan je snor drukt als regiogemeente. Maar we maken er wel afspraken over. Dan doen we contingent woningen en alle corporaties in de regio doen daaraan mee, we stellen een aantal woningen beschikbaar. Voor bijvoorbeeld Ambacht zijn het er dan vier, voor Dordrecht zijn het er dan elf, voor Hardinxveld zijn het er twee, op die manier en dan kunnen die daar gelijk naartoe geplaatst worden op het moment dat ze eraan toe zijn om de stap vooruit te zetten. De voorzitter: Dank voor de aanvulling. Gaat u verder met de sheets en het verhaal. De heer Weber: Ja. De heer Noldus: Dan had ik nog één vervolgvraag, ik dacht dat er nog een aanvulling misschien kwam.

Maar dan toch even over want die contingent, als we dan kijken op de eerdere sheets met de feiten en cijfers, dan zie je dat de uitstroom uit de instelling valt onder de voorrangsregeling, dat zijn er dan in 2022 dertig gevallen van geweest, zo zie ik. En op de slide daarna zien we dus dat contingent, en ik denk dat is waar de wethouder het over heeft, dat valt dan zeg maar onder directe bemiddeling denk ik. Klopt het dat die dan in deze lijsten wel uit elkaar getrokken zijn en dat er echt dertig andere voorrangsvarianten zijn. De heer Weber: Nou, je zegt, je legt precies de vinger op de zere plek. Er zijn twee regelingen voor mensen die een instelling verlaten. Ze kunnen via de voorrangsregeling zeg maar die instelling verlaten of als dat niet lukt kunnen ze ook nog richting de contingent regeling. Dus er zijn op dit moment twee regelingen en dat is, ja, dat strookt niet helemaal met elkaar. Dus daar moeten we ook even goed naar kijken want op het moment dat we de mensen die een instelling verlaten volledig via de contingent regeling laten lopen, dan kan die er hier uit, uit de voorrangsregeling bijvoorbeeld. Maar ja, goed, dat is ook iets waar we even nog goed naar moeten kijken. Ik denk ook dat we die cijfers even heel goed moeten analyseren van, hoe kan dat nou, dat we en een contingenten regeling hebben en mensen met voorrang worden geplaatst via de voorrangsregeling.

De heer Heijkoop: Even nog een kleine aanvulling. Het is niet zo dat we dat makkelijk laten lopen. We hebben in het regionale overleg met de wethouders ook besproken dat er een soort escalatie plaatsvindt. En als een gemeente echt niet levert, dan wordt het eerst op managementniveau, directieniveau, en ik heb recent, vorige week, een brief gestuurd naar het college van een bepaalde gemeente en naar het bestuursorgaan burgemeester om hen erop te wijzen dat zij, dat wij met hen in gesprek willen over een gezin uit die gemeente die zij gewoon moeten huisvesten. Dus dan, we hebben er echt voor gekozen, en dat is niet uit luxe, ik vind het bijna een beetje, ik zou willen dat het niet nodig is, maar dat we het echt op die manier wel opspelen. Omdat je ziet, het gaat nog niet eens zozeer over dat ene huishouden dat niet gehuisvest wordt maar het doet ook iets met andere gemeenten. Op het moment dat er een gemeente mee wegkomt, even plat gezegd, dan gaan andere gemeenten ook zeggen van, ja, hallo, maar als

50

gemeente A dat op deze manier kan duiken, dan zijn wij ook wat minder bereidwillig. Dus dat is wel, maar je zou willen dat het meer vanzelf gaat maar de realiteit is dat dat helaas niet zo is. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Er komen nu diverse vragen. Ik geef even het woord aan de heer Katif. De heer Katif: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zie dat er inderdaad een voorrangsregeling en ik vraag me dan tegelijk af, er zijn zoveel voorrangen, welke van die voorrangen heeft weer een voorrang boven de ander? Want dat is ook weer zoiets, je hebt elf of twaalf, nee elf voorrangs… Stel je voor dat je ze allemaal krijgt, zit er nog naast een soort classificatie waarbij je zegt, nou, weet je wat ik doe, nou, die leraar. De heer Weber: Nee, dat is iedere keer een afweging. Het is, de woningen zijn schaars en op het moment dat je net een hele geschikte woning hebt voor een groot gezin, ja, dan gaan die op dat moment voor op dat eenpersoonshuishouden dat ook een woning nodig heeft. Dus dat is, er is geen zeg maar standaard classificatie van, nou, die groep zit het meest in de knel dus die geven we altijd voorrang. Dat is absoluut niet het geval. De heer Katif: Maar hopelijk, ja, maar ik vind het wel, ik vind het wel enigszins, nou ja, ik wil het woord niet gebruiken maar ik vind het een beetje wonderlijk. In die zin, u zegt, nou, op dat moment, ja, ik probeer het heel voorzicht.

De voorzitter: Is dit een vraag of is het een ‘…’? De heer Katif: Ja, het is een vraag, het is een vraag. Wat zijn de voorwaarden waaronder je eigenlijk zoiets kunt doen? Want je kan niet zeggen, ja, ik zit daar op dat moment, ik heb een woning en ik heb die en, nou ja, ik denk dat het geschikt is voor dat gezin of wat dan ook. Dat moet toch ergens een basis zijn waarop je je oordeel velt? De heer Weber: Ja. Uiteraard worden ... Ja, nou, we hebben ook, die staat ook in de huisvestingsverordening, we hebben het PUF, het Platform Uitvoering Voorrangsregeling en die toetsen alle aanvragen voor voorrang. Die toetsen dat, die toetsen dat gewoon op een objectieve manier. Als mensen voorrang vragen, dan doen ze dat altijd op grond van een van deze zaken die aan de hand zijn. Zijn ze dakloos als gevolg van een calamiteit, ja, dan moeten ze ook best wel acuut geholpen worden want anders blijven ze dakloos. Maar het komt ook wel regelmatig voor dat bijvoorbeeld mensen die een opvanginstelling verlaten, die dan een woning met voorrang aangeboden krijgen, dat ze die weigeren. Dat komt ook wel eens voor. En dan, ja, nou, dan kan die woning ook weer naar een andere categorie. Dus maar het is niet zo dat we zeg maar een classificatie hebben van, nou, die krijgen de meeste voorrang en die wat minder. De heer Heijkoop: Nou, één toevoeging. Mijn overbuurvrouw gaf dat al aan.

Er zijn twee hele harde criteria, sloop. Bij sloop krijg je dus altijd een nieuwe, dan is er eigenlijk geen afweging, dan krijg je gewoon een nieuwe woning. En vergunninghouders, daar zijn we ook gewoon wettelijk aan gehouden dat we die onderdak moeten bieden. Dus daar

51

speelt ook mee. En voor de rest wat Günter aangeeft, je wil wel passend toewijzen. Dus een gezin wil je het liefst in een gezinswoning plaatsen, je wil bijvoorbeeld niet een alleenstaande in een gezinswoning, dus je probeert het op een goede manier te doen. Het is ook zo dat als je een voorrangsverklaring krijgt en je wijst een woning af, dan is dat, dan houdt het ook op. Dus dan vervalt je voorrang en dan … En dan soms, ik krijg ook wel eens dossiers op mijn bureau van mensen die er dan enorm veel spijt van hebben en helemaal in de ellende zijn geraakt. Nou, dan kan het soms door omstandigheden zijn dat iemand onder zware stress een verkeerde keuze heeft gemaakt maar in principe zijn we daar toch wel redelijk strak in, dat we daar niet al te veel ruimte in geven. De voorzitter: Dan krijgt u nog een vraag van mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Het willen plaatsen van mantelzorgwoningen of zelfs premantelzorgwoningen, dat was gister voor het journaal ook, wordt inmiddels ook al gedaan, hoort dat ook thuis in deze huisvestingsverordening dat dat geregeld wordt? De heer Weber: Ik denk dat de regeling, die zou in de huisvestingsverordening kunnen staan maar kijk, op het moment dat wij vinden als Dordrecht dat dat mogelijk moet zijn, dan zijn er ook andere mogelijkheden om het te doen en om het vast te leggen.

Dat hoeft niet per se in de huisvestingsverordening. Waar het hier om draait is, mensen die mantelzorg verlenen of mensen die mantelzorg nodig hebben, en die bijvoorbeeld iedere dag meer dan twee uur reistijd hebben om die mantelzorg te verlenen of te ontvangen, dat die voorrang krijgen op een woning in de buurt van. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, misschien een klein misverstand want ik bedoel niet dat ze voorrang moeten krijgen. Ik heb het eigenlijk nu even niet over de voorrangsregeling maar gewoon of het huisvesten zelf van mantelzorgwoningen … Dat is gewoon het bestemmingsplan. Dank je wel. De heer Weber: Oké. Dank je wel, Gemma. Nou, er zijn natuurlijk ook allerlei vragen geweest in de sessie van juni van, en er zijn ook een aantal dingen toegezegd of althans toegezegd, dat zouden we gaan onderzoeken. Dan heb ik het bijvoorbeeld over cruciale beroepsgroepen zoals leraren en zorgpersoneel. De wens is om leraren en zorgpersoneel met voorrang ook naar Dordrecht te halen. Nou, dat kun je op verschillende manieren doen. Dat hoeft niet per se in de huisvestingsverordening, dat kun je ook doen op een andere manier.

Je zou ook kunnen kijken naar, oké, voor wat voor soort woningen, wat voor soort woningen zijn nou heel geschikt voor die doelgroep? En hebben wij in ons nieuwbouwprogramma wellicht ruimte om een deel van die woningen ook aan die doelgroep of aan die beroepsgroepen toe te wijzen? Ik heb de vraag ook al gesteld aan de corporaties maar die zien in de bestaande bouw wordt het allemaal heel ingewikkeld omdat je dan mensen die in principe zelfstandig aan een woning zouden kunnen komen met voorrang zou, dat zou dan nog meer druk leveren op de sociale huurvoorraad. Maar daar zouden we het over moeten hebben, ook in de volgende sessie van, hoe gaan we dat dan regelen? Jongeren en starters die ook best in de problemen zitten nu in de huidige woningmarkt, zouden we daar niet iets extra's voor moeten regelen in de vorm van een jongerenparagraaf of een startersparagraaf? Speciaal contingent voor bepaalde doelgroepen. We hebben het net al over die contingent regeling gehad. Nou,

52

bijvoorbeeld de mensen die instellingen verlaten, als we die volledig in een contingent regeling huisvesten, ja, dan is die speciaal voor die doelgroep. En zo zijn er nog wel meer dingen waar we ook in de praktijk tegenaan lopen, waar we goed naar moeten kijken. En waar we goed, ja, ook vooral jullie moeten bevragen, wat willen jullie eigenlijk geregeld zien in die huisvestingsverordening? Welke zaken wil je daar opgelost hebben of welke oplossingen wil je aandragen? De voorzitter: Even een vraag, heeft u nog meer sheets want we hebben nog acht minuten. De heer Weber: Ja, ik heb nog één sheet en dat is deze. Ja, ook daar staan allemaal normen en zaken in waar je over kan zeggen van, ja, die 70 vierkante meter. Ik geloof dat er iemand was in een van de vorige sessies die zei van, ja, kan dat niet wat kleiner, dan kunnen we meer woningen maken? En ja, voor eenpersoonshuishoudens, die hebben helemaal geen 70 vierkante meter nodig. Dus nou ja, dat zijn dingen waar je iets over zou kunnen zeggen. Waar we ook in de praktijk tegenaan lopen is bijvoorbeeld het wonen boven winkels, die eis van die 40 vierkante meter. Ja, er zijn nu projecten in de aanvraag, die zitten in het winkelgebied maar dat zijn gewoon nieuwbouwprojecten eigenlijk op een groot warenhuis. En ja, dat is kernwinkelgebied dus die woningen hoeven maar 40 vierkante meter te zijn. Dat mogen jullie zelf bepalen.

Een van de vragen was ook, kunnen we niet de hospitaregeling uitbreiden? Zou het mogelijk kunnen zijn dat we in Dordrecht in plaats van als je er zelf woont, twee kamers, zouden we niet meer kamers mogelijk kunnen maken en onder welke voorwaarden dan? Dat zijn ook dingen waar je extra woonruimte mee kan creëren. Ja, die grens van goedkope koop, die 405.000 euro, dat is ook zeg maar zo’n norm waarvan je zegt, nou, moeten we daaraan sleutelen of moeten we dat handhaven of moeten we het nog omhooggooien? Het gebruik van de hardheidsclausule. Ja, dat kunnen we strenger maken of minder streng. Aan die knop kan je ook nog draaien, dat er toch meer, dat we iets soepeler kijken of misschien iets beter naar de situatie kijken waardoor er toch meer mogelijk wordt. Ook een van de dingen waar we aan zouden kunnen draaien is die verkamering. Daar zijn nu, is nu een beleidsregel voor dat er niet meer dan twee procent van de panden per straat als kamerverhuur mag zijn en daar kun je ook een ander percentage voor kiezen, als je dat wil. Dat zijn, nou, dat heeft allemaal invloed op, ook op een heleboel andere dingen, op leefbaarheid en op … Maar goed, het is een norm en als je denkt van, nou, als we dat verhogen dan hebben we meer woonruimte voor jongeren en starters. Kunnen jongeren en starters misschien meer of beter gehuisvest worden. De voorzitter: Een vraag van de heer Laban.

De heer Laban: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk twee vragen. Wat ik mis in de knoppen die we kunnen draaien, maar goed, daar kunnen we ook met voorstellen komen uiteraard, is, nou, waar ik eigenlijk van de week van las in de krant en waar ik van schrok, dat in Amsterdam bijvoorbeeld 10.000 woningen leegstaan. De eerste vraag is, hoe is dat in Dordrecht? En de tweede vraag is, is daar nu iets voor in de huisvestingsverordening geregeld of is het een optie om dat in de huisvestingsverordening op te nemen?

53

De heer Weber: Ik heb geen overzicht van de leegstaande panden in Dordrecht. Ik denk ook dat het een, want ik heb het ook gelezen in de krant, en het is vooral echt een grootstedelijk probleem waar volgens mij in Dordrecht iets minder sprake van is. De waarde in Dordrecht blijft ook behoorlijk achter bij die van Amsterdam. In Amsterdam loont het om gewoon een pand te kopen en het leeg te laten staan en het over een jaar of twee jaar te verkopen, in Dordrecht geldt dat gewoon veel minder. Dus ik weet niet precies wat de situatie in Dordrecht is maar ik had er wel mijn vraagtekens bij. Maar volgens mij kunnen we dat gewoon uitzoeken. De voorzitter: Er is ook iets mogelijk als een leegstandsverordening, zeg ik maar even erbij als iemand die dat wel eens heeft voorgesteld. Ik ga eerst even naar de heer Noldus en dan naar mevrouw Koene.

De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Een vraag over de Wbmgp. Dat is natuurlijk, het ging over verschillende gebieden waar we dat toepassen en tegelijkertijd in de vorige slide ging het ook over, passen we alleen artikel 10 toe. Kunnen wij, en dat hoeft misschien niet nu gezien de tijd, maar iets ontvangen wat met die andere artikelen eventueel ook ingezet kan worden en hoe die kunnen bijdragen aan een betere woonomgeving? Of zegt u, nou, het toepassen van artikel 10 is het enige wat toegepast kan worden? De heer Weber: Nou ja, je kunt natuurlijk, zoals ze dat noemen, de hele Rotterdamwet toepassen maar ik heb niet het idee dat we dat tot nu toe willen in Dordrecht. Zeg maar met die artikel 10 is natuurlijk een artikel met alleen die screening erin. De andere artikelen daar staan nog veel verdere maatregelen in. Die tekst van die wet is gewoon openbaar dus die kun je raadplegen en dan kun je zelf aangeven van, ja, willen we daar wat mee in Dordrecht of niet? Tot nu toe is het alleen artikel 10. De voorzitter: Nou, mijnheer Noldus, u kunt op internet vinden of er nog iets van uw gading in de wet zit. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter. Even nog een vraag over die verkamering. Er stond mij bij dat er ook, dus ik weet niet of het gebiedsafhankelijk is want hier staat twee procent van de panden per straat.

Maar ik stam ook nog uit het jaar nul dat we het over vijf procent hadden, maar ik weet niet of dat dus straatafhankelijk is of buurtafhankelijk? En ik heb nog de vraag van, hebben jullie nou een idee van gemeentes die het misschien beter doen of waar dingen zitten waarvan je denkt, dat zou interessant voor Dordt zijn? De heer Van Herwijnen: Ja, de eerste vraag ging inderdaad over die twee procent en het klopt dat in het verleden was het zelfs, was er geen percentage dus kon je een vergunning aanvragen en voldeed je aan de voorwaarden, dan kreeg je die vergunning. Dat heeft niet heel goed gewerkt want daardoor zitten we nu met een soort van surplus aan kamerpanden in sommige straten die daar heel aantrekkelijk voor waren. Vervolgens is het vijf procent geworden voor bepaalde delen, vervolgens is het twee procent geworden voor bepaalde delen en vijf procent voor de rest en uiteindelijk is het twee procent voor de hele stad. Dus nu is het twee procent en dat is overigens niet helemaal per straat want het is per 150 woningen in een straat. Dus er wordt per 150

54

woningen wordt gekeken als het echt feitelijk 150 woningen zijn, dan betekent dat drie kamerverhuurpanden. Maar is het bijvoorbeeld, zijn het 149 woningen, dan worden er al twee want het wordt naar beneden afgerond en daar is, nou ja, daar zijn we heel streng in. De voorzitter: Dus als er 50 woningen zijn dan kan het überhaupt niet? De heer Van Herwijnen: Ja, als het minder dan 50, 49 woningen, dus nee, klopt. De voorzitter: Zijn hiermee alle dringende vragen beantwoord? Want we gaan een beetje naar het einde toe. De heer Katif: The best practices. O, sorry. De voorzitter: Ja, goede. Geen enkele gemeente bent u beter dan Dordrecht, mevrouw Koene. Maar kunt u die vraag ook nog ... De heer Van Herwijnen: Ja. Ja, het kan ook geregeld worden in het bestemmingsplan bijvoorbeeld, er zijn gemeenten die dat doen. We hebben opgenomen maximaal van vier plus de huisvestingsverordening, maar er kan ook in alle bestemmingsplannen opgenomen worden dat het überhaupt niet kan of dat het wel kan en dat er geen vergunning nodig is dus daar zijn wel veel mogelijkheden in. Ik weet van één gemeente die in eerste instantie onder het dekkingsgebied van OZHZ viel en toen gekozen hebben voor Utrecht, Leerdam. Die hebben besloten om die hele regeling te schrappen uit de huisvestingsverordening en ik geloof niet dat ze dat goed bevallen is.

Want vervolgens mochten alle woningen omgezet worden naar kamerverhuur, zonder dat daar enige restricties in waren. De voorzitter: Goed. Ik denk dat we een beetje naar afronding moeten. Begrijp ik van de wethouder dat u nog wat wilt zeggen? De heer Heijkoop: Ja, een korte technische toelichting bij deze punten. Sowieso bij de vraag van de heer Noldus, dat ging over artikel 10, die passen we hier toe. Er is een evaluatie geweest, er zijn nog een negen andere gemeenten, waaronder Rotterdam de bekendste is, die ook artikel 8 en 9 toepassen. Dat gaat over je inkomen en sociaaleconomische kenmerken. Dat zijn best wel heftige. Rotterdam moest ook flink in de achteruit dus die heeft dat moeten beperken. En ik moest er ook aan denken, ik kreeg een paar maanden terug ook een hele bemoeizuchtige brief vanuit de provincie dat ze eigenlijk al vonden dat wij een beetje in de achteruit moesten met artikel 10. Nou, we hebben eigenlijk een brief teruggestuurd met de strekking van, bemoei je met je eigen zaken. Maar dat laat wel zien dat je het heel goed moet onderbouwen. Dus je kan niet inderdaad zomaar dat soort artikelen inzetten maar het kan wel op onderdelen dus dat is zeker iets waar je naar moet kijken.

En voorzitter, met uw toestemming nog even kort, die 70 vierkante meter, dat is een eis maar er zijn nog twee eisen die erbij horen en dat gaat over een berging en dat je het buitenlangs moet kunnen bereiken. Dus er zit nog meer, iets meer achter. En als we hierover doorpraten, voorzitter, dan is het wel goed, want het kwam nu al even aan de orde, een aantal van deze regelingen die zijn in het verleden tot stand gekomen naar aanleiding van de problematiek die tijd. En ik denk dat het wel goed is om dat ons te realiseren. Bijvoorbeeld, nou, de kamerverhuur, we weten

55

nog de taskforces van vroeger, dat was, nou, dat is allemaal goed toegelicht. Dus dat is wel, voordat je aan knoppen gaat draaien, maar dat is ook aan mij als wethouder, als college en vanuit de ambtelijke organisatie om u goed te equiperen met informatie dat u in staat bent om de afweging te maken en de voors en tegens goed te kunnen wegen. De voorzitter: Goed. Wethouder, ik denk dat u ook in de raad aanwezig bent bij ons volgende sessie waar we alle wensen van de fracties gaan inventariseren. Ja, ik dank de heer Weber en Van Herwijnen voor de uitgebreide toelichting en beantwoording van de vragen en uiteraard raadsleden en commissieleden voor het stellen van de vragen. Ik denk dat we een goede basis hebben om de nodige afwegingen te kunnen maken. Zijn er nog nabranders? Ik zie mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nou, voorzitter, ik vroeg me af of er al een moment gepland is voor de vervolgsessie? De voorzitter: Die is 24 oktober. Ja, bedankt ieders aanwezigheid en dan sluit ik bij deze, deze sessie. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 november 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27611