CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 2023.02.14 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,528.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20

De heer Kuhlmann: Voorzitter, mag ik en ordevoorstel doen? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik kan me voorstellen dat, gelet op het feit wat er allemaal al gedeeld is over deze motie, amendementen, dat we het ook gewoon alleen bij stemmingen kunnen houden over deze punten. Tenminste, ik kijk even rond, maar dat is misschien ... Zijn we wel sneller klaar. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter De voorzitter: Sorry, want ik wil hem even helder hebben van de heer Kuhlmann. Sorry, u zei gewoon bij de raad ... De heer Kuhlmann: Dat er geen spreektijd nodig is, maar dat deze amendementen, moties afgehandeld kunnen worden door gewoon er alleen over te stemmen. De voorzitter: Puur stemmen. De heer Kuhlmann: Eventueel met een stemverklaring. Maar dat we het op die manier doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, in aanvulling daarop, volgens mij kunnen we het in de raad zo bespreken dat de bespreking zich beperkt tot de behandeling van de moties en de amendementen, want mensen moeten er wel op kunnen reageren. De voorzitter: Helder, dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nogmaals, ik heb de wethouder heel veel toezeggingen horen doen. Wat mij betreft hoeven die moties en amendementen niet. Wij zullen ze dan ook niet steunen en wat ons betreft kan dat gewoon als hamerstuk naar de raad.

De heer Groenewege: Voorzitter, ik vind het een vreemde praktijk dat als een partij een motie niet steunt, dat ze hem dan ook geen spreektijd gunnen. Heel bijzonder. Ik wil graag mijn motie gewoon kunnen toelichten in de raad. Ik steun eigenlijk het voorstel wat de heer Schalken deed, om alleen te spreken over de motie. Er zijn trouwens geen amendementen, want ik dien dat amendement niet in. Voor de scherpte, één van de moties die over de jagers ging over de Startnotitie en de andere ging over de beantwoording van onze schriftelijke vragen over de levende kerststal. Dat is ook wel goed om even nog te zeggen, want dat zijn twee verschillende punten. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Aangezien er twee moties op tafel liggen, ben ik het eens met de heer Schalken. Daar moeten we kort over kunnen spreken en dan tot stemming overgaan. We kunnen ons beperken tot het bespreken van de moties en niet over het stuk.

21

De voorzitter: Dank u wel. Dan vat ik samen dat het een bespreekstuk wordt, beperkt tot het bespreken van de moties en dan de stemming. Kijk ik iedereen even aan. Twee minuten. We houden het op twee minuten bespreektijd. Dan dank ik u allen voor uw aanwezigheid. 3.

Beschikbaar stellen van een budget voor aanbieden schoolmaaltijden – Raadsvoorstel Voorzitter: Dhr. Van der Spoel Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: De heer Van Ballegooijen (VVD) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder P.J. Heijkoop Ambtelijke ondersteuning: dhr. Bomius, dhr. Meinster De voorzitter: Zo, de PvdA is binnen, we kunnen beginnen. Mijnheer Schalken, ik wil graag van start. Ik wil u vragen om even stil te zijn. Dank u wel. We zijn hier vanavond bijeen voor het raadsvoorstel beschikbaar stellen van budget voor aanbieden schoolmaaltijden. Dat is een beeldvormende sessie. Voordat we op de inhoud overgaan, wil ik jullie even vragen om even kort voor te stellen. Ik begin hier aan mijn linkerzijde. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, Partij voor de Vrijheid. De heer Portier: Ronald Portier, SP.

De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt.

22

Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Bomius: Serge Bomius, ambtenaar gemeente Dordrecht. De heer Meinster: Marten Meinster, ambtenaar gemeente Dordrecht. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop namens het college. De voorzitter: Dank jullie wel. Hartelijk welkom aan de heer Marten Meinster, die straks het een en ander gaat vertellen over het voorstel. En we zitten hier, omdat de VVD heeft gevraagd om deze beeldvormende sessie, zodat er, even kijken, kan worden ingegaan op beoogde uitwerking, concrete doelstellingen en verwachte resultaten en langetermijnvisie. Wil de VVD daarvoor nog even iets toelichten, voordat ik het woord geef aan de ambtenaar? De heer Van Ballegooijen: Volgens mij is het duidelijk. Als dat niet is, dan stellen we straks vragen. De voorzitter: Of de wethouder. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Enkele inleidende woorden voordat ik ook naar vergaderkamer 1 vertrek voor de bespreking van de Knarrenhofjes.

Dat is een oordeelsvormende sessie. U gaat hier met elkaar beeldvormen, onder de deskundige leiding van Marten Meinster en Serge Bomius, die de technische briefing zullen verzorgen. De directe aanleiding van het voorstel is de motie vanuit uw raad waarin u vroeg, kom met iets om schoolmaaltijden te verzorgen. We hebben daar vanuit het college graag in willen voorzien. Er loopt ook al een aantal projecten sinds de herfst. Drie scholen worden ondersteund vanuit Nobel’s Brood en sinds januari ook vanuit Het project Happy Happie. Ik heb dat niet bedacht, maar het is ook een mooi project, ook op drie scholen, waarmee we willen onderzoeken van wat werkt er, wat werkt er niet? Echt vanuit de kracht van de samenleving. Scholen, maatschappelijk ondernemers en vrijwilligers hebben de handen ineengeslagen. We vonden het wel belangrijk om die continuïteit te

23

bieden en te stutten, ook in aanloop naar middelen die vanuit het Rijk zijn toegezegd. Een fors bedrag, waar helaas nog steeds geen plan voor gemaakt is. Wij zitten in Dordrecht niet stil en we willen graag de komende tijd nog even door om die ervaringen op te doen en daarmee ook de juiste vorm te vinden om in de toekomst schoolmaaltijden op bepaalde scholen of misschien wat minder, wat meer te kunnen blijven verzorgen. Er komt een hele wereld achter weg. Dat kan ik met alle vertrouwen aan Serge en Marten overlaten. De voorzitter: Dan is de vloer voor u. De heer Meinster: Dank u wel. Ik, of wij gaan jullie wat meer vertellen, dank, over de schoolmaaltijden, het voorstel wat is gedaan. We hebben een presentatie voorbereid met elf slides. Ons voorstel is om in blokken eventuele vragen te beantwoorden. Blokken van drie was onze suggestie. Ik vraag steeds na het blok of dat er vragen zijn. Mochten er hele dringende vragen zijn, dan horen wij het ook graag. De wethouder heeft het al even toegelicht wat de aanleiding was, maar we hebben het hier nog wat uitgebreider opgenomen. Wij zijn in het voorjaar vorig jaar al begonnen met gesprekken over schoolmaaltijden. Die gesprekken zijn gevoerd met het onderwijs, maar ook met ondernemers in de stad, omdat wij signalen kregen dat daar toch dingen niet goed liepen. Dat kinderen met lege magen naar school kwamen.

Niet alle kinderen gelukkig, maar op een aantal scholen bleek dat wel gewoon een aandachtspunt te zijn. Vervolgens was er landelijk ophef over een leerling in Rotterdam, die vanwege honger flauw is gevallen in de klas. Je merkte dat daar landelijk ontzettend veel aandacht voor was en ook in de Dordtse raad is daar veel aandacht voor geweest. Dat heeft ook een rol gespeeld bij de motie die bij de behandeling van de begroting is aangenomen. Een motie van uw raad, om die situatie te onderzoeken en daar met een voorstel te komen om daar iets aan te doen. Wij waren daar eigenlijk al bijna een half jaar mee bezig, met die gesprekken in Dordrecht. Wij informeren u vanavond over die gesprekken en wat ons voorstel is. Tegelijkertijd lichten we ook een aantal punten toe over de landelijke aanpak, want we zijn in Dordrecht natuurlijk bezig met de gesprekken, met de scholen, met het voorstel wat uw raad heeft ontvangen. Maar het Rijk heeft ook, naar aanleiding van de landelijke ophef die in dezelfde periode met hun begroting bezig was in de Tweede Kamer, ervoor gekozen om geld vrij te maken. Dat is wat de wethouder net ook al aanstipte. Vijf miljoen euro voor schoolontbijt specifiek een honderd miljoen euro voor schoolmaaltijden. Ook die twee lichten wij vanavond even voor u toe. Landelijke aanpak, om daar even mee te beginnen, voordat we inzoomen op de Dordtse situatie.

Die vijf miljoen is vrijgemaakt door het Rijk. Die is verstrekt via het Jeugdeducatiefonds. Het Jeugdeducatiefonds heeft een aantal indicatoren op basis waarvan scholen in aanmerking komen voor hulp. Dat gaat onder andere over de gemiddelde inkomens en opleidingsniveau in de wijk. Ze hebben een bepaald puntensysteem, waarmee ze bepaalde scholen als kwetsbaar bestempelen. Daar hebben wij niet zozeer invloed op, maar die vijf miljoen is via het Jeugdeducatiefonds bij scholen terechtgekomen. Ook in Dordrecht zijn er scholen die zijn aangesloten bij het Jeugdeducatiefonds. Dat was voor het Rijk gewoon de snelste weg om dat geld te verspreiden, zonder daar al te veel nieuwe toetsen voor in het leven te roepen. Vervolgens bleek al vrij snel dat die vijf miljoen wel erg weinig was. Is daar honderd miljoen aan toegevoegd voor schoolmaaltijden. Alleen weten we nu nog steeds niet zo goed hoe dat een plek gaat

24

krijgen. We weten wel dat dat ook via het Jeugdeducatiefonds naar gemeenten toe gaat komen, althans naar gemeenten, in de gemeenten gaat landen. Niet zozeer naar ons als gemeente, maar het zal voornamelijk bij scholen zelf terecht gaan komen. Er is ook al een toezegging gedaan in september vorig jaar. Het Jeugdeducatiefonds is samen met het Rode Kruis bezig om daarvoor een plan te maken. De contouren van dat plan zijn inmiddels bekend. Dat is ook wat wij in de presentatie hebben opgenomen. Die vijf uitgangspunten staan centraal. Schoolmaaltijden komen beschikbaar voor scholen in zowel primair als voortgezet onderwijs. De focus ligt op scholen waar de nood hoog is, op grond van de indicatoren van het Jeugdeducatiefonds. De uitvoering van de maatregelen moet organiseerbaar zijn. De scholen moeten ontzorgd worden bij het uitvoeren van die extra taak, wat het feitelijk voor ze is. Het mag niet stigmatiserend werken. Dat was ook wel een belangrijk punt vanuit de behandeling in de Dordtse raad, in de motie die is aangenomen, dat het niet stigmatiserend mag zijn voor de leerlingen die er gebruik van maken. Dan zijn er drie varianten waar scholen zelf voor kunnen kiezen. Dat is echt de keuze van de school zelf, zoals het er nu naar uitziet. Dat is nog steeds niet definitief hoe dat eruit komt te zien. Financiële steun om lokale initiatieven te versterken is een mogelijkheid.

Als er al dingen zijn in de gemeente, dan kunnen ze daar het geld voor gebruiken om daarmee door te gaan. Vrijwilligers kunnen voedselhulp verstrekken via scholen. Als daar geld voor nodig is, dan kunnen ze met dat geld de boodschappen doen of de vrijwilligers een vergoeding geven. Individuele hulp. Dat kan een cateraar zijn of wat die school ook zelf kan bedenken om dit probleem op te lossen. Dat is nog steeds de laatste stand van zaken. Vorige week werd wel duidelijk uit een nieuwe Kamerbrief dat het Rijk ook bezig is met een langetermijnvisie op voedselhulp. Want er wordt wel geconstateerd, dit is op meerdere fronten een probleem. Die langetermijnvisie is toegezegd, maar dat is het enige wat we daar nu van weten, dat die in ontwikkeling is. Zijn er voor zover vragen? Nee, dan ... De voorzitter: Ik zie twee handen. Gaat uw gang, de heer De Heer. De heer De heer: Voorzitter. Dank u wel. Even een verduidelijkende vraag over de financiële steun om lokale initiatieven te versterken. Is bijvoorbeeld de samenwerking met Nobel’s Brood met het experiment in Dordrecht daar een voorbeeld van? Of moet ik dan ergens anders aan denken? De heer Meinster: Dat eerste. Dat is een voorbeeld. De voorzitter: GroenLinks, gaat uw gang. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Toch even een vraag over die vijf miljoen van het Rijk, verstrekt via het Jeugdeducatiefonds.

Begrijp ik goed dat eigenlijk al de scholen die het nodig hadden zich hebben aangemeld en al ontbijt voor gezorgd werd? Of was dat toen nog niet zo? De heer Meinster: Scholen die zich hebben gemeld bij het Jeugdeducatiefonds konden door die vijf miljoen de schoolontbijten verstrekken of de schoolmaaltijden. De heer Burakçin: Dat was voor de komst eigenlijk van Bomius van de gemeente? Dat was gewoon een eigen initiatief wat al aan de gang was, begrijp ik, of ...

25

De heer Meinster: Ja, klopt. Alhoewel het liep wel gelijk op eigenlijk, die twee ontwikkelingen. De initiatieven die het Jeugdeducatiefonds financiert, zijn ook weer de initiatieven die gewoon in Dordrecht zijn ontwikkeld. Daar zullen we straks wat meer over vertellen, ook wat er dan precies in Dordrecht is gebeurd. De voorzitter: Dan gaan we nu naar de heer De Boer. Dan zie ik daarna nog drie handen. Gaat uw gang, de heer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik kom nog heel even terug op Nobel. Er zijn proeven geweest met drie partijen. Dat is inmiddels verlopen nu, in december 2022. Ik moet zeggen, wat me wel heel erg aanspreekt, is de samenwerking tussen De Buitenwacht onder andere, dat daar de maaltijden klaar worden gemaakt. Nobel en Lilly’s Lunchbox. Bij Nobel kan je een ontbijtje bestellen voor twintig euro en bij Lilly’s Lunchbox voor ongeveer een tientje. Ik neem aan dat die prijzen niet worden doorgevoerd richting gemeente. Dat zullen wel gereduceerde tarieven zijn. Want uiteindelijk jullie steunen wel deze zaken. Want mijn vraag is gelijk ook dan, waarom is voor deze zaken gekozen? Want er zijn natuurlijk meer partijen die wellicht veel goedkoper kunnen leveren. De heer Meinster: Voorzitter, mag ik deze vraag even parkeren, omdat we daar zo meteen op terugkomen? De voorzitter: Uiteraard. Dan gaan we nu naar mevrouw Schnabel.

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb een korte vraag over ... Er werd net aangegeven dat het Jeugdeducatiefonds er voor die school is die echt in nood zitten, maar er is natuurlijk ook veel verborgen armoede, ook op scholen die misschien niet direct onder die noodsteun vallen. Is daarmee rekening gehouden? De heer Meinster: Door het Rijk in die zin niet. Doordat het Rijk ervoor heeft gekozen om de verstrekking echt via het Jeugdeducatiefonds te laten verlopen, zit daar wel de toets op lidmaatschap en kijkt het Jeugdeducatiefonds vooral naar de kwetsbaarheid van de school. De kans is wel aanwezig dat dat voor die honderd miljoen niet het geval is. Dat daar wat andere kaders voor ontwikkeld worden, om ervoor te zorgen dat, zoals u zegt, het niet heel zwart-wit is. Als er een school is die net iets onder de toelatingsgrens van het Jeugdeducatiefonds zit, maar wel de problematiek ervaart, dat daarvoor dan gelijk nul euro beschikbaar is, bijvoorbeeld. Die mogelijkheid is er, maar daar hebben wij vanuit de gemeente geen invloed op, vooralsnog. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Bedankt voor de beantwoording. Is er dan ook vanuit ons, vanuit de gemeente, een visie op hoe we daarin tegemoet kunnen komen? De heer Meinster: Ja, maar daar kom ik straks graag op terug. Mevrouw Schnabel: Bedankt.

26

De voorzitter: Dit is pas de derde sheet. We gaan eerst naar de heer Safranti. Wil ik de VVD alvast vragen om even uit te maken wie van jullie de vraag gaat stellen. Gaan we daarna naar de VSP en dan komen we uit bij de Partij voor de Dieren. De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, ik had eigenlijk geen vraag, maar meer een opmerking. Die hou ik even voor straks. De voorzitter: Top. Dat zie ik graag. De VVD is er ook bijna uit. Gaat uw gang. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Eentje is, blijkbaar moet ik met de eerste beginnen. De eerste is eigenlijk, de vorige sheet gaf aan dat de honderd miljoen voor schoollunches was. Later begreep ik schoolmaaltijden. Begrijp ik goed dat dat vrijer ingevuld kan worden dan schoollunches, dat we dat niet nu committeren op ontbijten en dat het straks om lunches blijkt te gaan? De heer Meinster: Klopt. Het gaat inderdaad om maaltijden in het plan, of in de brief die het Rijk heeft verstuur over die honderd miljoen, gaat het over maaltijden. De heer Van Ballegooijen: Want de vraag die dan ook nog opkwam, was hier wordt er genoemd dat het geld eigenlijk straks direct van het Rijk naar de scholen vloeit. Begrijp ik dan goed dat dit initiatief is om dit te financieren totdat het Rijk het overneemt? De heer Meinster: Ja, klopt.

De heer Van Ballegooijen: Dan is de laatste vraag eigenlijk, die gerelateerde zijn beiden wellicht, wat nou als die invulling significant anders is vanuit het Rijk dan wat wij nu doen? Wordt daar rekening mee gehouden? De heer Meinster: Vooralsnog niet. Maar omdat het Rijk ... De kaders die het Rijk schetst, ik heb ze ook hier weer even tevoorschijn getoverd, die laten wel heel veel vrijheid bij de scholen. De gesprekken die wij voeren, zijn ook met name met de scholen en met partijen die hier een rol in spelen in Dordrecht, de ondernemers die hier iets in kunnen betekenen. Door die vrijheid die het Rijk in ieder geval heeft toegezegd, verwacht ik niet dat daar straks opeens iets heel anders moet gebeuren met dat geld wat dan vrijkomt. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, als ik het goed begrijp, is het grootste risico dat het nog enigszins getweakt moet worden op moment dat de financiering van de gemeente naar het Rijk gaat. De heer Meinster: Zelfs dat risico is denk ik ontzettend klein. Simpel gezegd wachten wij gewoon op het geld wat vanuit het Rijk komt.

Omdat het onduidelijk is wanneer dat precies komt, maar de contouren van de hulp wel al zijn meegegeven, verwachten wij dat met de aanpak die we tot nu toe hebben ontwikkeld en de projecten die er zijn geweest en waar we zo meteen wat meer over zullen vertellen, dat die allemaal gewoon passen binnen de kaders en de eisen die er eventueel vanuit het Rijk gaan komen.

27

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de Verenigde Senioren Partij. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. De vraag is ook of er maatwerk geleverd zou kunnen worden? Want de kwetsbare scholen staan dan bekend als kwetsbare scholen waar veel kwetsbare kinderen op zitten, maar er zijn ook andere scholen waar die kinderen ook op zitten, die vallen dan tussen wal en schip. Hoe moeten we dat doen? De heer Meinster: Ook op die vraag komen wij zo terug. De voorzitter: Dan gaan we richting Partij voor de Dieren. Dan kunnen we daarna verder met de volgende sheets. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk een soortgelijke vraag, omdat je verborgen armoede inderdaad beter kan aanpakken als alle scholen eraan mee kunnen doen. Ik was inderdaad benieuwd of dat onderzocht is ook. De heer Meinster: Ja, het is onderzocht, maar ook daar komen we zo meteen ... De voorzitter: Houd ons niet langer in spanning en neem ons mee naar de volgende sheets. De heer Meinster: Goed, de Dordtse aanpak dan. We hebben een aantal sheets over wat we in Dordrecht hebben onderzocht en welke initiatieven tot stand zijn gekomen in de afgelopen maanden, half jaar. Het doel was vooral, na de ophef vooral in september, op hele korte termijn iets realiseren waar de kinderen iets aan hebben. Niet wachten op het Rijk, maar gewoon zelf aan de slag.

Dat was vooral ook de insteek van ondernemers. U noemde er al een aantal. Ondernemers die al in gesprek waren met ons, vanaf het voorjaar vorig jaar, maar ook ondernemers die zichzelf opnieuw meldden in september. Die zeggen van, dit kan niet, hier willen we iets aan doen. Er zijn een aantal initiatieven uit ontstaan. We hebben een aantal initiatieven samengebracht en gekoppeld aan scholen. Dat zijn de initiatieven die hier staan. Nobel’s, zoals ook al werd genoemd, De Buitenwacht, Lilly’s Lunchbox, een inloopontbijt, het Jeugdeducatiefonds, wat natuurlijk ook nog steeds een optie was voor scholen om zichzelf te melden. Wij hebben Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, MBO Dordrecht, gevraagd om daarin een rol te spelen, om de coördinatie binnen Dordrecht te doen en ook partijen vooral samen te werken en hun netwerk daarvoor te gebruiken. Daaruit zijn de initiatieven ontstaan, opgestart, met het risico dat de dekking op een gegeven moment ophield, omdat we niet zeker wisten wanneer het Rijk over de brug zou komen met die middelen. Dat is ook de aanleiding geweest voor het raadsvoorstel wat er nu ligt. Die honderdduizend euro als overbrugging om deze initiatieven in stand te houden, totdat het geld van het Rijk beschikbaar komt, omdat dat wel voor dit jaar sowieso is toegezegd. Wij verwachten dat gewoon binnen afzienbare tijd.

Voor de kosten, om op uw vraag terug te komen, wij hebben geen commerciële tarieven afgesproken met die partijen. De partijen met wie we nu hebben gesproken en die zichzelf hebben ingezet, hebben vooral, of eigenlijk allemaal tegen kostprijs gewerkt. Dan gaat het om een euro of twee euro voor een maaltijd per dag, dat soort bedragen. Soms ligt het iets lager nog, zeker als door scholen zelf bijvoorbeeld ontbijt wordt ingekocht. Bedragen van tien of twintig euro per

28

leerling per dag zijn we gelukkig niet tegengekomen. Dat zou natuurlijk ook, al zouden we daarmee beginnen, niet houdbaar zijn. Dat is niet structureel te maken op die manier. Vervolgens, onderdeel van de motie was natuurlijk ook de vraag, onderzoek wat er al is op scholen en hoe de situatie in Dordrecht is. Op scholen bleek al best wel wat te gebeuren op dit onderwerp. Zo is er schoolfruit, wat dan weer vanuit de Europese Unie wordt gesubsidieerd. Helaas niet voor een heel schooljaar, maar voor ongeveer een half schooljaar. Er zijn gezonde scholen, of dat een beleidsaanpak, sterrenaanpak. We hebben het thema ontbijten onderzocht. Daar komen we zo op terug. Wat net ook al voorbijkwam in de vragen, is de voorlopige conclusie op basis van die eerste inventarisatie is dat het in de meest kwetsbare wijken en scholen natuurlijk het hardst nodig is, maar dat het eigenlijk in heel Dordrecht wel een aandachtspunt is, ook op de scholen waar je het misschien niet direct zou verwachten. De reden voor het niet ontbijten hebben wij niet expliciet onderzocht. Dat is omdat de gesprekken vooral met scholen en leraren, docenten zijn gevoerd, met ondernemers en de echte reden achter het niet ontbijt, het is ook maar de vraag of dat je daar echt achter gaat komen. Als het armoede is of dat iemand dat aangeeft.

Wat wij wel hebben onderzocht en wat ons betreft denk ik ook wel wat veelzeggend is, is gewoon het antwoord van kinderen zelf. De Dienst Gezondheid & Jeugd heeft op ons verzoek onderzoek gedaan naar gezondheid en daar ook stilgestaan bij eetgedrag, ontbijten maar ook fruit en groente eten. Daar kwamen een aantal inzichten uit. Dit is op scholen zelf onderzocht via een spelmethode waar de kinderen zelf antwoord geven. Daar blijkt dat gezond eten op sommige scholen nog echt wel een aandachtspunt is. Gelukkig eten de meeste kinderen groenten en fruit, maar niet alle kinderen. Hetzelfde geldt voor ontbijt. 71 procent van de kinderen ontbijt elke dag. 22 procent een paar dagen per week, wat eigenlijk al wel bijzonder is, omdat dat gewoon niet elke dag is. 7 procent geeft aan dat ze niet ontbijten. Daarbij hebben we ook gekeken naar het onderscheid per school.

Dat hebben we hier gewoon voor de volledigheid ook in opgenomen, zodat die verschillen per school duidelijk zijn en waardoor ook duidelijk wordt dat het op iedere school in meer of mindere mate wel een onderwerp is, zelfs op de scholen waar je het niet zou verwachten er soms niet of niet altijd wordt ontbeten. Ik heb nog een slide. Dan zou ik weer een ronde vragen willen doen. Dit is namelijk even de samenvatting van het onderzoek van Dienst Gezondheid & Jeugd, met hun standpunten en visie daar ook in. Ze hebben de scholen zelf ook gesproken. Niet iedere school zit te wachten op een aanpak voor schoolmaaltijden. De behoefte bij de scholen uit de Dordtse Leerprogramma, in die zin de meer kwetsbare scholen zou je kunnen zeggen, is er zeker wel meer dan bij de niet Dordtse Leerprogramma scholen. Daar wordt ook meer verwacht van de ouders. Daar wordt ook meer naar de ouders gekeken en hun verantwoordelijkheid in dit onderwerp. Tot slot, de visie van de Dienst Gezondheid & Jeugd. Wat hun betreft ... Dit is echt hun visie en niet zozeer vanuit de gemeente. Maar als het aan hen ligt, dan krijgen alle leerlingen een schoolmaaltijd op basis van richtlijnen van het Voedingscentrum. Want, zeggen zij, als schoolmaaltijden niet gezond zijn, dan draagt het ook niet bij aan betere prestaties.

Zij leggen echt de nadruk op zowel het bieden van maaltijden, maar dan wel onder de voorwaarde dat dat gezonde maaltijden zijn. Dat is iets waar kinderen iets aan hebben tijdens hun schooldag.

29

De voorzitter: Dan gaan we naar ronde twee. Ik zag de heer Portier al. Dan mag daarna de heer De Boer. Dan daarna gaan we naar Partij voor de Dieren. De heer Portier: Voorzitter, ik werd een beetje getriggerd door dat niet onderzocht is waarom kinderen geen schoolmaaltijd krijgen. Want naar mijn idee, als een kind geen ontbijt krijgt, sorry, dan is er echt meer aan de hand dan armoede. Ik ben zelf opgegroeid in niet al te luxueuze omstandigheden, om het maar zachtjes uit te drukken. Er was echt geen sprake van dat wij 's ochtends geen ontbijt zouden krijgen. Ik vraag me af van, bied je met het aanbieden van schoolmaaltijden ... Doe je daar niet aan symptoombestrijding, terwijl de echte oorzaak van de problemen ergens anders liggen? Liggen de ouders misschien nog in bed als de kinderen naar school gaan of zijn ze misschien juist wel aan het werk, zijn er misschien opvoedingsproblemen waardoor het kind niet wil eten wat er aangeboden wordt, et cetera, et cetera. Waarom wordt niet naar de achterliggende problemen gekeken en wordt vooral gekeken naar wat ik eigenlijk symptoombestrijding vind? De heer Meinster: Ik begrijp uw vraag. Is het een technische vraag? De voorzitter: Eigenlijk hoort deze vraag bij de wethouder te leggen, heb ik het idee. De heer Bomius: We kunnen er wel iets technisch over zeggen. Dit zijn proeven. We zijn op basis van de motie aan de slag gegaan.

Dit kan een vervolgvraag zijn voor een nieuwe periode. Dat zou volgens mij een redelijk technisch antwoord nog op uw vraag kunnen zijn, want ik denk wel dat het terechte punten zijn. De voorzitter: Dan zie ik nu een zwijgende heer Portier. Dan kan de heer De Boer zijn vraag stellen. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Een aantal dingen zijn al genoemd. Een ding staat in de presentatie over de verantwoordelijkheid van de ouders. Mijnheer Portier noemde al een paar dingen. Er zijn natuurlijk ook ouders. Laten we zo zeggen, volgens mij kan je het niet alleen maar scharen onder armoedebeleid, maar er zijn ook bijvoorbeeld ouders die vasten voor twaalf uur, bijvoorbeeld. Die nemen daar hun kinderen in mee, als voorbeeld. Het is niet altijd zo dat de ouders geen geld hebben. Ik ben even benieuwd, de verantwoordelijkheid van de ouders, dat zeggen we allemaal, dat vinden we allemaal, maar wordt dat ook met ouders besproken? Krijgen ze daar bijvoorbeeld informatie over of hoe worden ouders daarin betrokken? De heer Bomius: Kijk, de ouders worden betrokken. Dat komt later ook nog even terug. Dat is ook een van de kansen, denk ik, die dit programma of de aanpak zou kunnen bieden. De betrokkenheid van ouders is wel een verschil op de ene school of de andere school. Dat heeft ook met visie van school te maken.

Uiteindelijk is de verantwoordelijkheid ook van die school zelf hoe ze de ouders betrekken, hoe ze die betrokken krijgen. Maar hier ligt wel een kans. De voorzitter: Dan gaan we nu naar de Partij voor de Dieren en daarna naar de VVD. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Ik zit even te bedenken, ik ben zelf ook leerkracht geweest en we hebben altijd een continurooster gehad. Die momenten

30

dat je samen eet zijn eigenlijk ook wel heel erg waardevol altijd. Ik denk dat er ook heel veel scholen ... Dat er maar heel weinig scholen zijn waar mensen nog tussen de middag naar huis gaan. Mijn vraag is eigenlijk, ook in het kader van gezondheid, is het niet ook te onderzoeken of er warme maaltijden gegeven kunnen worden overdag, omdat dat eigenlijk ... Omdat ze heel vaak ... Broodmaaltijd, ik ben daar zelf niet zo'n voorstander van. De heer Bomius: Ik begrijp de vraag. Volgens mij moeten we een start maken en een ... Dan geef ik misschien al mijn mening, maar als je een start maakt, gaat er iets lopen en dan opschaling, dat soort zaken, dat is volgens mij voor latere zorg, eerlijk gezegd. De voorzitter: Dan kijk ik nu naar het CDA. Gaat uw gang. Mevrouw Doeze Jager: Dank u wel, voorzitter. In het beginstaatje stond van, het is voor lagere scholen en middelbare scholen. Is het ook duidelijk bekend of dat de middelbare scholen zich aangemeld hebben? Is het ook bekend, want ik zag alleen basisscholen waar geïnventariseerd is hoeveel kinderen, welk percentage niet eet voor middelbare scholen? De heer Bomius: Tweede vraag is nee, dat is niet onderzocht. Eerste vraag, ze zeiden, ze hebben zich niet aangemeld.

Ik heb wel geïnformeerd, is er een behoefte? Er is wel een behoefte, maar focus maar op het primair onderwijs, want wij kunnen het voorlopig met onze kantines nog wel organiseren met kinderen die het niet hebben. Of dat een hele waarheid is, dat is even de vraag. Maar op dat moment was dat de verkenning. Betekent niet dat dat misschien later weer opnieuw verkend kan worden. De voorzitter: Dan gaan we nu naar de PvdA en dan de ChristenUnie/SGP. Dan wil ik daarna door naar de derde ronde. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af, omdat daar staat bij standpunten en visie dat alle leerlingen op een DLP-school, ik neem aan dat DLP tussen haakjes staat, dat dat ook gewoon nog andere scholen kunnen zijn. Wat voor termijn zit daar ongeveer aan, dat dit voor alle scholen ingevoerd zou kunnen worden? De heer Meinster: Goed om te benadrukken dat dit het standpunt van de Dienst Gezondheid & Jeugd is en hun advies. Ik weet niet of dat zijzelf een idee hebben van de planning, maar dit is hun ideaalbeeld. Wij hebben geen planning of niet onderzocht wat dit zou betekenen, omdat dit gaat nog wel wat stappen verder dan het voorstel wat er nu ligt. De voorzitter: De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik had een vraag over die honderd miljoen, die werd genoemd.

Dat is natuurlijk een fantastisch bedrag, een grote zak geld, maar die is ook vrij snel opgegeten. Ik maak me dan een beetje zorgen over de duurzaamheid hiervan, want als je dit structureel wil opstarten, dit is nou juist zo'n interventie of een aanpak die je niet zomaar wil af schalen of wil moeten stoppen. Maar dit wordt ongelooflijk duur als die steun vanuit het Rijk niet komt en blijft komen. Is er iets te

31

zeggen, meer de technische vraag daarbij, hoe serieus en lange termijn het Rijk hierover praat en denkt, op dit moment? Is daar iets over te zeggen? De heer Meinster: Vrij weinig. Voor wie het niet heeft gezien, afgelopen zondag en de zondag er ... Nee, twee weken daarvoor op zondag was het televisieprogramma Pointer. Heeft hier twee avonden aandacht aan besteed. Is echt een kijktip. Daar kwamen juist deze vragen terug en daar is ook contact geweest met het ministerie, omdat juist heel onduidelijk blijft, wat is de langetermijnvisie vanuit het Rijk? Er zou in januari een Kamerbrief volgen met meer informatie over deze honderd miljoen. Hopelijk ook met meer informatie over die langetermijnvisie. Maar die is er nog steeds niet. Voor ons is dat op dit moment ook gewoon onbekend. De voorzitter: Ik zag nog een prangende vraag van de heer Van Ballegooijen, maar ik wil u dringend verzoeken om het goed concreet te houden, omdat we nog 23 minuutjes hebben voor het derde deel. De heer Van Ballegooijen: Ik heb een hele concrete vraag, voorzitter. Uit mijn hoofd, 6 procent kinderen die aangeven niet of weinig te ontbijten en de ... 7? Ongeveer 49 procent waarbij dat niet elke dag is. Hebben we een indicatie met deze middelen welk deel daarvan geholpen gaat worden? De heer Meinster: 22 procent ontbijt niet iedere dag en die 7 procent inderdaad ontbijt niet.

Het idee van het voorstel is dat in ieder geval alle kinderen die nu in de gele of rode categorie vallen, het weekend hebben we dan minder invloed op, maar in ieder geval als het om doordeweekse dagen gaat, via de school dat alle kinderen die dit nu aangeven in aanmerking komen voor de hulp. De verwachting is ook dat dat door de inzet die er al is geweest, de initiatieven die al zijn opgestart, dat dat ook mogelijk is met de medewerking van de scholen. Vooruitlopend op de honderd miljoen vanuit het Rijk, is natuurlijk niet voor Dordt die honderd miljoen, maar als we ervan uitgaan dat daar ongeveer 1 procent van naar ons komt, dan durf ik wel de ambitie uit te spreken dat we dat we die balk kunnen vullen. Dan blijft het alsnog de vraag, zoals mijnheer Portier ook aangaf, of dat we alle kinderen ... Dan is in ieder geval het armoedestuk opgelost, laat ik het zo zeggen. Maar of dat ouders dan ook nog alle andere obstakels die eventueel een rol spelen ... Of dat die opgelost zijn, dat kunnen we niet beloven. Maar het financiële stuk zou in ieder geval geen obstakel meer mogen zijn. De voorzitter: Dan geef ik de heer Safranti toch nog een keer de beurt, omdat hij in de eerste ronde wat ... De heer Safranti: Even in aanvulling, zeker rondom deze kwestie.

Kijk, ze geven wel aan 22 procent dat ze ontbijten, maar wat versta je onder ontbijt? Ik heb ook weleens gehoord dat ze koek meekrijgen of een banaan. Weet je, dat noemen ze dan ontbijt. Dat komt ook niet echt natuurlijk redelijk overeen met wat wij onder een fatsoenlijk ontbijt verstaan. De voorzitter: Uw vraag is? De heer Safranti: Nee, dat was meer een aanvulling.

32

De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik door naar het derde deel van de presentatie. De heer Bomius: Dank u wel, voorzitter. Er zijn proeven uitgevoerd de afgelopen maanden, dat wil ik hier ook wel bij zeggen, waarin de haalbaarheid, de betaalbaarheid, het succes gemeten zijn. Dat betekent ook dat we op die proeven genoeg kunnen aanmerken. Maar dat was ook juist de bedoeling. Wat is er geleerd? Het ontbijtmoment is belangrijk. Er is begonnen met lunches, maar men constateert dat het ontbijtmoment belangrijk is. Niet laten wachten tot de lunch. Wat is er in merkbaarheid opgebracht? Dat er wordt gezien in de klas, van een van de schoolleider gehoord, dat leerlingen actiever zijn, alerter. We hebben geen resultaatmeting op opbrengsten van de leerprestaties gedaan. Dat gaat me wat ver. Maar dit is wel een merkbaarheid. Er is behoefte aan variatie van het aanbod. Eenzijdig aanbod nodigt niet uit. Dat is ook iets wat belangrijk is om mee te nemen in een vervolg. Lage kosten belangrijk. Makkelijke uitvoerbaarheid, inpasbaarheid zijn ... Voorschools geeft goede ervaringen. Een soort ontbijtclub, acht uur de deuren open en of het wordt gesmeerd of smeren maar. Werkdruk voor teams niet verhogen. Dat betekent dat er een beroep wordt gedaan op vrijwilligers. Collega zei het al, maatschappelijk betrokken ondernemen is bij dit verhaal gehaald.

We hebben een goed netwerk, hebben zicht op vrijwilligers, maar natuurlijk ook ouders die 's morgens vroeg zich hebben gemeld om te smeren, om mee te doen en ook een klein beetje mee-eten. Hebben we ook terug gehoord. Aantrekkelijk en toegankelijk moet het zijn voor de doelgroep. Wat we hebben gemerkt, ik heb het ook opgeschreven, het moet niet stigmatiserend zijn. De twee laatste scholen die zijn begonnen, hebben een beetje geluisterd naar de andere scholen en die hebben gezegd van, wat we doen, we maken een actief verhaal, goed gezond en gezellig ontbijten. Staat klaar voor je. Kom gewoon gezellig. Niks over, heb je honger of armoede of kan je het niet betalen of dat. Daar is met geen woord over gerept. Dat geeft een hele positieve draai aan het verhaal. Niet alle kinderen komen. Van die kinderen zitten ... 180 kinderen. 45, 50 kinderen kwamen of komen iedere dag. Daar werd ook van gezegd, wij herkennen ook wel een beetje dat dit wel kinderen zijn in de gezinnen waar het nodig is. Als je oplet wat voor kleding ze dragen, is het seizoensgebonden kleding, is de jas dik genoeg, zijn de schoenzolen nog scherp of afgetrapt? Dat zijn een paar van die zachte indicatoren die kunnen vertellen, hier is meer aan de hand. Maar dit is geen wetenschap wat ik natuurlijk verkondig.

Tenslotte, wat hier ook al werd gezegd, samen ontbijten vertegenwoordigt een sociale waarde, werd hier ook aan aangekoppeld. Dat heb ik ook al door u horen zeggen. Kom ik dadelijk op terug. Dit is heel goed lettertype voor mij. Hoe zien de scholen het vervolg? Dat is natuurlijk geëvalueerd. Ik ben afgelopen donderdag geweest bij die evaluatie, waar scholen bijzaten, waar ook een ondernemer bijzat en ook Jan-Dirk en Mariska van Maatschappelijk Betrokken Ondernemen bij waren. Die hebben eigenlijk een hele rij opgesomd van, wat is nou de droom? Of dit nou morgen geregeld is, daar gaat het eigenlijk niet zozeer om. Maar zij hebben gewoon gezegd van, het moet een concept zijn wat makkelijk voor iedereen ... U kunt het rijtje aflezen. Wat wil ik hier nog van zeggen? Wat we nog niet hebben gedaan, is dat er zowel met een ontbijt als een lunch een klap wordt gemaakt. Dat die gezonde variant, het hoeft niet supergezond, maar wel gezond, in ieder geval niet ongezond, belangrijk is. Ruimte voor lokale partners. Er is gesproken over Albert Heijn, over Nobel’s, maar net zo goed een buurtsuper op de Noordendijk. Ik ben even de naam kwijt. Die is betrokken bij een van de scholen daar in de buurt. Is

33

natuurlijk prachtig dat lokale partners, lokale initiatieven worden gekoppeld. Er staan er meer klaar. Dat maakt het niet alleen lokaal, maar ook in die zin een eerlijk verhaal. Beetje competitief misschien. Is misschien wel een gezonde competitie en ook betaalbaar. Even kijken, vrijwilligers, mooi. Die kan je eventueel begeleiden en trainen. Goed, is niet de hoofdmoot. Maar dit komt uit die evaluatie. Inzet op gedragsverandering. De inzet is wel dat dit langdurig voort kan gaan. Hoe verder is dat dan? Als je hem platslaat ... We hebben nu eigenlijk ingezet op korte, directe hulp. Daar is van geleerd. Ook dingen die we niet meer moeten doen. Het heeft kinderarmoede voor een deel kunnen bestrijden en ook de gezondheid voor een deel kunnen bevorderen. We zien dat het Rijk ook wel problemen ziet voor een langere termijn, maar goed, nog niet een oplossing biedt voor iets structureels. Dat hopen we wel. Dat is duidelijk. Drie bullets waarin dan die focus zit, waarin aandachtspunten rondom geld zit en ook die bewustwording van ouders en de omgeving meegenomen moet worden, zoals u ook al heeft gezegd. We weten natuurlijk dat we in Dordt-West en een nationaal programma hebben, wat misschien ook nog wel kansen geeft. Maar er zijn meer kansen dan alleen die honderd miljoen die door het Rijk wordt beloofd. Dan eindig ik met een soort metafoor.

U herkent hem wel als boterham van, waar staat die boterham eigenlijk voor? Dat is dat sociale aspect van met elkaar ontbijten. Er zijn gezinnen waar het misschien wel thuis te organiseren is, maar waar om welke reden dan ook dat sociale aspect, dat samen ontbijten of eventueel lunchen niet geregeld kan worden. Er zijn andere zaken te regelen in dat gezin. Dat kun je met een schoolmaaltijd wel op school faciliteren. Betrokkenheid van ouders, van ondernemers, van vrijwilligers, dat is echt een meerwaarde. Als je nagaat dat vrijwilligers op deze manier zich kunnen verbinden aan een initiatief op school en misschien daardoor wel blijven hangen op school en ook nog eens een leesboek pakken om voor te lezen. Bijna. Armoede met een sterretje. Het is niet alleen de bestrijding, want je moet nog meer doen. Dat sterretje staat voor financiën, of voor educatie. Educatie op financiën bijvoorbeeld. Dat is ook een kans die scholen zien. Je kan het scholen niet kwalijk nemen dat ze ook naar een educatief doel zoeken. Datzelfde geldt voor gezondheid. Niet alleen maar de gezonde maaltijd faciliteren, maar ook het aanbod van educatie daarin faciliteren. Dat hebben we hier even in een boterham met vier vlakken willen verwoorden. Dit is het verhaal wat wij in ieder geval wilden vertellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag al wat prangende vragen.

Dan beginnen we bij de VSP en daarna Op Ons Eiland. Gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Waar ik aan dacht, is misschien dat bijvoorbeeld dit onderdeel een onderdeel van een les zou kunnen zijn, waarin kinderen zelf hun brood klaar kunnen maken en dat dat gelijk een les is over gezond eten. Dat het op de scholen zelf klaargemaakt wordt, dat ontbijt en niet door een commerciële partij. De heer Bomius: Maar dat kan hoor, want de commerciële partijen leveren aan. Bijvoorbeeld de Albert Heijn levert. Dat is zeker een van de bedoelingen van de school. De ene school staat er al verder in en toegankelijker in dan de andere. Dat speelt hier wel bij. De ene school laat smeren en de volgende school laten kinderen veel meer participeren.

34

Mevrouw Striebeck: Even nog een vraag voorzitter. De voorzitter: Een snelle. Mevrouw Striebeck: Lilly’s Lunchbox, brengt die dan de ontbijten kant-en-klaar naar de scholen of als brood en beleg en fruit? De heer Bomius: De proef met Lilly’s Lunchbox is in principe gesloten, omdat het niet helemaal aansloot bij de wens van de scholen en ook de gedachte. Dat kan ook. Ik weet niet wat het perspectief voor Lilly’s Lunchbox is, maar tegen haar is gezegd, je kan meedoen, maar passend binnen het format, wat dan Happy Happie heet. Ook ik heb het niet verzonnen. De voorzitter: Mijnheer De Boer van Op Ons Eiland, gaat uw gang. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Twee korte vragen. Eén is, ik zou, of wij zouden graag willen zien dat alle lokale ondernemers hierin betrokken worden, want zeker als het duurzaam wordt voor de toekomst, dan pikt iedereen een graantje mee. Twee is, ik probeer het een beetje ... We zitten hier vooral vanuit een controlerende rol. Ik snap dat dat nu al niet kan, maar ik zou best straks graag willen zien, we hebben een percentage, we hebben een aantal ontbijten en een aantal lunches nodig, wat zijn dan ongeveer de kostprijzen? Dat we een beetje weten van, wat gaat dat ons kosten uiteindelijk straks? De heer Bomius: Het is iets goedkoper zelfs dan 2 euro.

Het lijkt voor ontbijt en lunch ongeveer op 1,80 uit te komen, maar dat lijkt, want er zijn best wel scholen die zijn gaan hamsteren. Dan is het toch een beetje lastig uit te rekenen. Maar het lijkt op 1,80. Dat is best wel oké voor ontbijt en lunch. Als het gaat om die lokale verhalen, als het één partij zou zijn, zitten scholen met een aanbestedingsplicht, met eventuele perverse gevolgen. Wij hebben ook wel geconstateerd, die lokale verbinding is eigenlijk heel erg wenselijk. Albert Heijn is natuurlijk een groot concept in Nederland, maar wordt wel door een maatschappelijk betrokken ondernemer hier in Dordrecht gerund, heb ik begrepen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we ... De heer De Boer: Nog even heel kort. De voorzitter: Er staan eigenlijk nog heel veel mensen. Ik wil u eigenlijk onderbreken. De heer De Boer: Heel kort. De voorzitter: Nee, want het is 21 uur 20, 21 zelfs. Ik wil naar de PvdA. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af, de wethouder had op KRONCRV aangegeven het Zweedse model ook te willen volgen, waarin gemeenten centraal een functie innemen. In Zweden heb je deze centrale keukens, waar dan lunches verzorgd worden. Wordt daar ook al over nagedacht of is dat ...

35

De heer Bomius: Op zich, klopt. Wij zouden het als gemeente prima kunnen organiseren. Dat is wel een gesprek waard, in ieder geval. Scholen, in ieder geval de Dordtse scholen, Nestas Scholengroep heeft ook gezegd, prima als we de tussenpartij van het Jeugdeducatiefonds eruit halen en het liefst naar de gemeente, kan ook naar de scholen. Twee, grote keukens zijn er in Dordrecht. Als dat nodig is, dan zijn er ook partijen die daarin kunnen meedenken. Zover zijn we nog niet dat we al de keukens langs zijn gegaan. Maar goed, het is echt nog een heel klein conceptje, omdat het echt nog heel weinig toegezegd is. De voorzitter: Dan gaan we naar GroenLinks, gaat uw gang. De heer Burakçin: Dank u wel. Ik weet niet of dit eigenlijk specifiek bedoeld is, mijn vraag, aan de wethouder, maar goed, die is die nu niet. Ik ga hem toch stellen. Mijn vraag gaat over, er staat een bullet hier, hoe verder? Dat kan voorlopig via het Nationaal Programma Leefbaarheid. De eerste vraag is ... Dit gaat over Dordt-West. Er zijn heel veel scholen die niet in Dordt-West zitten. Kan dat dan bijvoorbeeld toch gefinancierd worden via dat programma? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag is, hoe verder hiermee? Want dit vraagt ... Er is een heel groot gedeelte armoedevraagstuk, maar ik hoor hier ook allerlei vragen over onderwijs. We hebben een onderwijsvisie, we hebben een armoedebeleid.

Vraagt dit ook bijvoorbeeld om een nieuwe visie die we moeten opstellen, hoe we bijvoorbeeld in het vervolg hiermee om willen gaan? Is dat nu zo van, moeten we zelf ... De voorzitter: Ik ga u heel even onderbreken. Voor die laatste vraag, we hebben het hier echt over de raadsvoorstel, waar honderdduizend euro voor wordt gevraagd. Is deze vraag ook eigenlijk parkeren en dat we alleen eventjes de eerste vraag beantwoorden die u heeft gesteld. Dan gaan we daarna snel door naar de laatste drie vragen, want we hebben echt nog maar zeven minuutjes, waar we ook nog even tot een conclusie moeten komen. De heer Burakçin: Misschien even richting geven op mijn vraag. De vraag is meer, is dat inpasbaar binnen bijvoorbeeld de onderwijsvisie, en armoedebeleid of moeten we daar een apart beleid voor maken? Misschien kunnen ze daar antwoord op geven. Weet jij veel. De voorzitter: Die laatste schrappen we gewoon eventjes. Die eerste kan beantwoord worden. De heer Bomius: Misschien dat die laatste vraag wel schriftelijk beantwoord kan worden op den duur, maar dat is nu te ingewikkeld. Bedankt, voorzitter. De eerste vraag eigenlijk ook. Is misschien ook niet helemaal technisch. Ik zou het eigenlijk niet weten op welke manier, hoe concreet dat al is. Kijk ik even naar mijn collega.

De heer Meinster: Ik denk dat de kans klein is dat we dat voor Dordrecht breed via Dordt-West kunnen gaan faciliteren en betalen. Maar ik kan me wel voorstellen dat daar bijvoorbeeld bepaalde aanpakken worden geprobeerd die met die middelen worden betaald, dat is volgens mij met meerdere onderwerpen in de aanpak Dordt-West het

36

geval, die je vervolgens uitrolt in heel de gemeente. Maar dat is toch wel echt langere termijn. De voorzitter: Dan de heer Portier. Dan mag de heer De Heer en dan mag de VVD hem afronden. De heer Portier: Voorzitter, dank u wel. Even een vraag over die slide twee terug, die heel goed leesbare. Daar wordt zowel gesproken over ontbijt als lunch. Ik was even benieuwd of dat de collega die daar aanwezig was ook misschien daar iets over heeft gehoord. Is er een bepaalde voorkeur uitgesproken vanuit de scholen zelf, omdat het ook heel erg gaat over uitvoerbaarheid. Leerkrachten lopen al op hun tandvlees. Er wordt gesproken over vrijwilligers, die zijn ook moeilijker dan ooit om te vinden en om te binden. Is er iets over gezegd vanuit de scholen, over ... De heer Bomius: Dit komt uit de scholen. De scholen zeggen, doe nou ontbijt. Wij gooien om acht uur de deur open en dan kunnen de kinderen gelijk hun eigen lunch maken. De voorzitter: Helder. De heer Bomius: Vullen de trommeltjes. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Over dezelfde slide. Er staat in de onderste bullet het woord gedragsverandering.

De eerste vraag die dan opkomt, welke gedragsverandering wordt dan beoogd? Is dat dagelijks ontbijten voor kinderen, dagelijks gezond ontbijten, dagelijks gezond thuis ontbijten? Wat is de doelstelling daarin? De heer Bomius: De gedragsverandering zit hem op ontbijten. Het is normaal om te ontbijten. Het is normaal om te lunchen. Bij voorkeur wordt er geleerd wat dan een gezond ontbijt is, gezond voedzaam ontbijt en een gezonde lunch of een gezond voedzame lunch. Dat is de gedragsverandering. De heer Van Ballegooijen: Als ik nog een vraag mag stellen over de slide hiervoor. De voorzitter: Liever niet. De heer Van Ballegooijen: Graag wel, als dat zou mogen, voorzitter. De voorzitter: Allerlaatste. Daarna kunnen we hem afronden. De heer Van Ballegooijen: Daar wordt namelijk gesproken over samen ontbijten vertegenwoordigd ook een sociale waarde. Dat geldt natuurlijk net zo goed thuis in het gezin. Ik vroeg me af of er uit de ... Want dit gaat over de proeven. Of uit de proeven ook gebleken is dat er kinderen zijn en of dat een significant deel is, die normaal of eerder thuis wel ontbeet, maar nu van deze initiatieven gebruik maakt? Waar we eigenlijk misschien wel een negatieve, of een negatieve, maar waar wij dat uit de gezinssituatie naar de schoolsituatie trekken?

37

De heer Bomius: Dat is niet significant bewezen. Dat heb ik wel gehoord, dat de kinderen thuis alleen hebben gegeten en nu op school in een groep eten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu de commissie vragen of wij genoeg informatie hebben opgehaald om tot een politiek standpunt te komen waarin wordt gevraagd of wij akkoord kunnen gaan met die honderdduizend euro die hier voor wordt besteed. Zo ja, wat willen wij? Willen wij nog een oordeelsvormende sessie of zeggen wij van, dit kan door als hamerstuk? Ik zie heel veel mensen die zeggen een hamerstuk en ik zie een vinger van de heer Portier, die gaat een hele goede opmerking maken nu, althans daar ga ik vanuit. De heer Portier: Ik vind dat er wel aandacht moet komen, ook voor de achterliggende oorzaken. Maar voor de rest kan dit gewoon als hamerstuk door. Prima voorstel. De voorzitter: De heer De Heer, als laatste. De heer De Heer: Hamerstuk, eens. Wel met de vraag of het college ons goed op de hoogte wil houden, ook over de duurzame inzet ook vanuit het Rijk hiervoor. De voorzitter: Dit college kennende, roepen ze dan altijd uiteraard heel hard ja. Of dat al ... Daar mag niks over zeggen. Dan wil ik het hierbij laten. Dan wil ik de ambtelijke ondersteuning ontzettend bedanken. Ik zie dat GroenLinks echt heel graag nog een afsluiter wil doen. De heer Burakçin: Ook hamerstuk uiteraard.

Alleen ik zou wel graag die vragen die ik gesteld heb nog beantwoord willen krijgen van de wethouder. De voorzitter: Dat is goed. Dan wil ik jullie een hele fijne avond toewensen mensen. Geniet ervan. 4.

Raadsinformatiebrief over Actuele stand van zaken ontwikkelingen doelgroepenvervoer Dordrecht – Raadsinformatiebrief Voorzitter: Mevr. Van Vugt-Roose Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Portier (SP)

38

Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder C.C. van Benschop, wethouder P.J. Heijkoop Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Vuuren, mevr. Demir De voorzitter: Goedenavond allemaal. Volgens mij kunnen we beginnen met deze commissievergadering over Wmo-vervoer en leerlingenvervoer. Ook de wethouders zijn van harte welkom en alle raads- en commissieleden. Ik wil voor het verslag vragen of iedereen zich even kort wil voorstellen. Misschien kunnen we hier beginnen. De heer Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder Wmo. Mevrouw Van Vuren: Kirsten van Vuuren, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer De Heer: Robert de Heer van de ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, Partij voor de Vrijheid Dordrecht.

De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons Eiland. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, wethouder. Mevrouw Demir: Saniye Demir, ambtelijke ondersteuning.

39

Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De voorzitter: Ik ben Franciske Van Vugt, vanavond uw voorzitter van deze commissie. Ik wil ook iedereen op de tribune hier welkom heten. Daar zitten ook bekenden die er in eerdere vergaderingen ook waren, zoals van Stroomlijn zijn er mensen aanwezig. Ook de eerdere insprekers van Wmo heb ik al zien zitten. We heten u welkom. Waarom zitten we hier? Er is op 17 januari een rondetafelgesprek geweest. Dat ging over het beleid en over hoe het op dit moment allemaal gaat met het leerling jeugdhulp en Wmovervoer. Dat soms dingen nog niet optimaal gaan en dat we zoeken naar mogelijkheden om daar misschien iets in te veranderen. Er zijn daartoe een aantal stellingen opgesteld. Dat is beslist niet het beleid, zoals dat nu wordt geformuleerd door het college, maar het zijn gewoon stellingen om over na te denken, zodat er een afweging gemaakt kan worden. Dan gaat het over vraagstukken als tekort aan chauffeurs, slechte communicatie, kwaliteitsborging, bereikbaarheid van en in de stad. Dan vanuit het perspectief van gebruikers, vervoerders, Stroomlijn en de Adviesraad Wmo. We hebben ook diverse stukken kunnen vinden. Er zijn ook al wat reacties op de stellingen gegeven, ook vanuit Wmo Adviesraad en ook vanuit Taxi STAM, hebben ze kunnen lezen. Ze zijn ook kort toegelicht door de ambtenaren. De stellingen zijn voorbereid.

Die gaan we vanavond met elkaar bespreken. Die krijgen elke keer enkele zinnen toelichting van de ambtelijke ondersteuning. Vervolgens stemmen we gewoon, bij je in hoofdlijn voor of in hoofdlijn tegen? Dan geef ik een paar mensen de beurt om daarop te reageren, waarom je dan voor of tegen zou zijn en welke kanttekeningen je daarbij wilt maken, u daarbij wilt maken. Volgens mij kunnen we de presentatie doorlopen, of moet ik ze gewoon voorlezen, dat kan ook? Hij wordt opgestart. Maar dan gaan we alvast naar de eerste stelling toe. Die is als volgt. Er wordt eigenlijk eerst een vraag gesteld. Ik doe hem in stellende zin. Als een rit mogelijk is met de Wijkhopper dan kunt u geen gebruik maken van de Drechthopper. Het is hier belangrijk om het verschil te weten tussen Wijkhopper en Drechthopper. Dit zijn vragen die het Wmo-vervoer betreffen. Ik denk dat hij naar een volgende moet. Als u hem eerst ... Mevrouw Van Vuuren ligt hem even kort toe. Mevrouw Van Vuuren: Er zijn momenteel twee mogelijkheden in met name het vraagafhankelijk vervoer. Je kunt rijden met de Wijkhopper, dat zijn de kleine elektrische autootjes waar maximaal vier personen kunnen worden vervoerd en je hebt de Drechthopper, de welbekende grotere bussen. De Wijkhopper heeft eigenlijk een onderbenutting in Dordrecht. Kleine afstanden, tot een kilometer of zeven kunnen met Wijkhoppers gereden worden.

U heeft in de vorige beeldvormende commissie chauffeurs ontmoet en ook gezien dat er ontwikkelplekken horen bij de Wijkhopper. Er zit potentieel op de Wijkhopper om meer ritten in Dordrecht rijden. De voorzitter: Het is denk ik duidelijk genoeg, want hier is het vorige keer ook echt wel even over gegaan. Wie het ermee eens is dat de Wijkhopper meer gebruikt moet worden, in de gevallen dat dat kan, die steekt het groene bordje omhoog. Wie het daarmee oneens is, steekt het rode bordje ook nog met de nummer twee. Toch heel fijn dat we nog discussie hebben. Mevrouw Jager, ik geef u als eerste het woord. Mevrouw Jager: Dat vind ik fijn. Altijd leuk om het woord te krijgen. Wat is mijn probleem met het feit dat als je met de Wijkhopper kunt, dat je dan van de Drechthopper geen gebruik kunt maken? Als een rit mogelijk is met de Wijkhopper, wil dat nog niet zeggen dat je hem kunt gebruiken. Dat hangt helemaal van je lichamelijke omstandigheden af.

40

Er zijn mensen die passen niet in zo'n autootje, er zijn mensen die kunnen er niet instappen, er zijn mensen die kunnen de benen niet trekken, terwijl ze dat wel moeten. Ik vind het een te eenzijdige klap die je er op geeft. Zo simpel. Daar waar mogelijk zou het inderdaad moeten kunnen, maar waar het voor de mensen niet mogelijk is, moet je het niet af willen dwingen. De voorzitter: U bent het er niet mee eens op het moment dat het door fysieke beperkingen niet kan en daar waar mogelijk bent wel mee eens? Mevrouw Jager: Precies, ja. Maar daar waar mogelijk fysiek voor de klanten. De voorzitter: U wilt aan die stelling toevoegen, daar moet de fysieke beperkte bij in aanmerking genomen worden? Mevrouw Jager: Ja. De voorzitter: Wil iemand nog iets toevoegen aan het feit dat hij voor is? Nee. Dan gaan we naar de tweede stelling. Mevrouw Van Vuuren: Dagbesteding gaat naar dichtstbijzijnde geschikte locatie. Het is momenteel zo dat ... De voorzitter: Eerst krijgen we even kort uitleg over wat is dichtstbijzijnd, wat is dagbestedingsvervoer. Mevrouw Van Vuuren: Dagbestedingsvervoer is het routegebonden vervoer. Mensen die op worden gehaald, dagelijks of een paar keer in de week, om naar een locatie te worden gebracht waar zij hun dag doorbrengen. Deze locatie is nu niet altijd de dichtstbijzijnde locatie.

Het zijn locaties in de hele Drechtsteden, die passen bij de behoefte van deze mensen. Op het moment dat je zou kiezen voor dichtstbijzijnde locatie, kun je besparen in het aantal kilometers wat mensen moeten af leggen en daardoor wellicht meer ritten beschikbaar krijgen. De voorzitter: Goed. Wie het hiermee eens is, groen. Wie het er niet mee eens is, rood. Dan ga ik eerst de beurt geven, er is wat veranderd, aan de heer De Heer. U bent het ermee eens. De heer De Heer: Ik heb op basis van de informatie die ik nu krijg inderdaad dat ik vooral ben uitgegaan van het woord geschikt. Dat is denk ik nogal multi-interpretabel. Daar zou ik ook wel meer over willen leren. Maar als er inderdaad krapte is en er moeten keuzes worden gemaakt en een locatie is echt geschikt en we zijn het met elkaar daarover eens dat dat ook geschikt is en ook daarmee misschien, dan kleur ik het misschien in, gewenst, dan denk ik dat het inderdaad een afweging waard is. De voorzitter: Is er iemand van de tegenstanders die hier op wil reageren? Mevrouw Striebeck.

41

Mevrouw Striebeck: Dank u, voorzitter. Daar wil ik zeker op reageren. Want er zijn mensen die misschien al jaren naar een bepaalde dagopvang gaan. Die zouden hierdoor dan naar de dichtstbijzijnde locatie moeten. Op zich lijkt me dat niet geslaagd. De voorzitter: U zegt, als er al sprake is van gewenning, dan ontheem je zo iemand eigenlijk. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Portier, u wilde ook hier nog op reageren op mijnheer De Heer. De heer Portier: De vraag is natuurlijk, wie bepaalt überhaupt wat er geschikt is? Vaak zijn mensen toch ... Hebben speciale behoeften, speciale opvang die ze nodig hebben. Er zijn mensen die ze kennen op de locatie waar ze zitten. Ik vind het een hele gevaarlijke stelling. Als straks iemand op een of ander kantoortje uit gaat maken van, dit is wel geschikter voor jou, dan zie ik de bui al hangen. De heer De Heer: Voorzitter, zou ik daarop mogen reageren? De voorzitter: Mijnheer De Heer mag even reageren. Ik denk, laat ik sowieso eens een andere kleur in de lucht houden dan de rest, dat creëert een gesprek. Maar tegelijkertijd denk ik wel dat er ook een kern van waarheid in zit in de kleur die ik omhoog hield, omdat ... Er wordt hier ook genoemd van, laten we mensen niet zomaar uit de plek halen waar ze al jaren naartoe gaat. Daar ben ik het natuurlijk ook mee eens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22528