2.8 20221122 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Ambtelijke ondersteuning: mevr. Sijbrandi, mevr. Bakker, dhr. Romein, mevr. Hoeve, mevr. Damen
20
Portefeuillehouders: wethouder De Jonge
De voorzitter: Een goedenavond allemaal. We zullen beginnen. Volgens mij is het al lets te laat, dus we gaan daar een beetje vaart in maken. Iedereen welkom, alle raads- en comnnissieleden, ook de mensen die hier nog een paar achter ons zitten. Er zijn te weinig stoelen. 0, wat erg. Ja, dan wil ik jou vragen om hier weg te gaan. Nee? Nou, dan ruilen we straks wel even. Om een beetje tijd te sparen ga ik gewoon het rijtje even af. Iedereen weet waarom we hier zitten, nnag ik aannemen? Iedereen heeft zich ingelezen door het rapport wat is uitgebracht door de rekenkamercommissie wat vandaag ook op de socials te zien was. We zitten in deel twee van drie onderzoeken. De eerste gaat over beschikbaarheid van de woningen. Wij hebben vanavond over de duurzaamheid van de woningen, en er komt nog een derde deel, de betaalbaarheid van woningen. Ik wil verder graag het woord geven nu eerst aan de rekenkamercommissie om ons mee te nemen in wat er is onderzocht en wat de uitkomsten zijn. Mevrouw Sijbrandi: Ja goedenavond. Dank u wel voor de inleiding. Je hebt al verteld over het drieluik. Ik ben Femke Sijbrandi. Ik ben lid-rapporteur voor dit onderzoek. Ik ben in het dagelijks !even ook werkzaam bij een woningcorporatie, dus het thenna wonen houdt mij altijd bezig, maar u als raad ook, hebben wij gemerkt bij het opleveren van het onderzoek over de beschikbaarheid van woningen.
En dat is innniddels bijna een jaar geleden opgeleverd. Vandaag ligt voor het onderzoek naar de kwaliteit van woningen en daarom hebben we ingezoomd op de duurzaamheid. ook dat is een thema dat velen van ons bezighoudt op dit moment, filet in de laatste plaats vanwege gestegen energieprijzen, nnaar het heeft natuurlijk ook effect op gewoon prettig wonen. Wij zijn een rekenkamercommissie. Wij doen onderzoek naar effectiviteit voor gevoerd beleid. Wij doen onderzoek naar efficiency van het gevoerde beleid, en wij doen onderzoek naar rechtmatigheid van het gevoerde beleid. En liefst doen we dat allemaal in een onderzoek waarbij we het dus vandaag hebben over de duurzaamheid van woningen. Het is zo dat wij met een onderzoeksbureau samenwerken, in dit geval met RIGO. RIGO is heel goed thuis op het onderwerp wonen. En het is zo dat wij een voorstel hebben op basis van conclusies en aanbevelingen, en met het overnemen van conclusies en aanbevelingen in de gemeenteraad geeft u feitelijk een opdracht aan het college van B&W om een aantal plannen van aanpak op te stellen zoals in het voorstel zijn beschreven. Ik denk dat het goed is dat we naar de onderzoekers gaan om een toelichting te krijgen op de hoofdlijnen van het onderzoek. Mevrouw Bakker: Ja, dank u wel.
Ja, mijn naann is Wilma Bakker en naast mij zit Roos Hoeve, en wij hebben inderdaad dit onderzoek uitgevoerd, dus we gaan nu de bevindingen presenteren. Even kijken, hoor. Ik ga jullie kort even meenemen, lets over de inleiding. Dat zal kort zijn. lets over de onderzoek verantwoording, vervolgens door naar de bevindingen en conclusies en de aanbevelingen, en na afloop is er natuurlijk ruimte voor een reactie en vragen. De voorzitter: Ik onderbreek u even. U wilt echt na afloop pas de vragen of verduidelijkende vragen tussendoor?
21
Mevrouw Bakker: Ja, ter verduidelijking kan tussendoor. Dat lijkt mu j wel praktisch. Nou, wat net al even aangekondigd werd, het is eigenlijk een onderzoek in drie delen. Dit is het tweede deel met een focus op de kwaliteit. En wij hebben daar eigenlijk weer een focus op aangebracht dat het gaat over de verduurzaming van woningen. Verduurzaming is een breed thema, kun je op allerlei aspecten toepassen. In dit onderzoek gaat het echt over de verduurzaming van woningen, en verduurzaming is ook een breed thenna waar je ook kunt denken aan levensloopbestendigheid van wonen of dat soort zaken, maar het gaat echt om de energetische en klimaatadaptieve. Eigenlijk die twee onderwerpen is de hoofdmoot van het onderzoek. Ook even belangrijk om vooraf mee te geven, we hebben ons vooral gericht op de beleidsvorming en de uitvoering van beleid en minder op de resultaten van het beleid in het onderzoek. En we hebben ons gericht op de coalitieperiode 2018-2022, maar ook gekeken natuurlijk naar lessen voor de toekomst, want daar gaat het natuurlijk om. Even kijken, hoor. Ja, heel kort even lets over het onderzoek, hoe we het hebben opgezet. Wij hebben een heleboel deelvragen meegenonnen in het onderzoek, en die zijn eigenlijk in vier categorieen te scharen. Het gaat over het bestaand beleid en gennaakte afspraken.
Daar richten we ons vooral op: welke doelen zijn er gesteld, welke annbitie had de gemeente, welke doelen vloeien daaruit voort en hoe is het vervolgens vertaald, en welke afspraken zijn daaruit voortgekomen? We hebben gekeken naar de uitvoering en de voortgang van het beleid, dus wat is er aan nniddelen en instrunnenten ingezet, maar ook: wordt er gemonitord en wordt er bijgestuurd? De rol van de raad. Nou, dat gaat dus vooral over de kaderstellende rol en natuurlijk ook de controlerende rol van de raad, en hoe wordt de raad geinfornneerd? En een stukje richting de toekonnst: wat zijn nu eigenlijk de grote uitdagingen en welke aanbevelingen zien we ook met de nieuwe raad eigenlijk? Even zien. Nou, dat hebben we gebaseerd, dit hele onderzoek, op een soort drietal methode. We zijn begonnen met een documentstudie waarin we echt alle regionale stukken, nationale stukken maar ook vooral gemeentelijke stukken hebben bekeken, en gekeken hebben: welke doelstellingen komen hierin voor, hoe zijn die omschreven, hoe zijn die uitgewerkt? Interviews.
We hebben iets van zeven of acht groepsgesprekken gehad met zowel ambtenaren vanuit de gemeente, regio Drechtsteden, de corporaties, de progrannmamanagers van de corporaties, wethouders, dus eigenlijk een breed scala aan betrokkenen om toch in beeld te krijgen: wat is er in de afgelopen vier jaar zoal gebeurd, wat is er bereikt? Nou, dat soort vragen. En we hebben eigenlijk onder een kleine steekproef van bewoners, 36 bewoners, hebben we gesproken over eigenlijk de verduurzaming van de particuliere voorraad met name en welke regelingen, kennissen zij kenden hebben wij eigenlijk gevraagd en ook of ze een beetje de weg wisten van waar kun je informatie halen, wat heeft u al gedaan aan uw woning? Nou, dat soort vragen hebben we dus in gesprekken hier in het stadskantoor hebben we die gesprek gevoerd, dus dat was ook leuk om te doen voor ons in die zin. Ja, dat wat betreft het onderzoek. Ja, als ik naar de bevindingen ga en de conclusies, die hebben we ook op die verschillende onderwerpen eigenlijk geformuleerd, en in eerste instantie even de conclusies hier op beleid en de afspraken.
Nou, wat eigenlijk opvalt als wij de hele docunnentstudie bezien en ook alle gesprekken bezien is dat er regionaal veel gebeurd, zo zou je het kunnen zeggen, en dat de gemeentelijke doelstellingen die er zijn die sluiten in principe goed aan bij de nationale en de regionale doelstellingen op het gebied van verduurzaming voor woningen. Dus dat is mooi. Ze spreken elkaar niet tegen. Daar
22
kijken we naar. Dat is belangrijk natuurlijk. Aan de andere kant zien we wel dat er niet echt een vertaling heeft plaatsgevonden, dus er wordt veel gerefereerd aan de regionale doelen. Die worden rechtstreeks een op een gekopieerd naar het Dordtse, maar er wordt niet een lokale vertaling gegeven met SMART-doelstellingen op de korte of de middellange termijn die je ook zou kunnen nneten, en waar je misschien ook wat meer concretisering zou verwachten. Nou, dat hebben we eigenlijk niet of nauwelijks gevonden. En wat daarbij opvalt is dat aan de ene kant heb je natuurlijk het facetbeleid, de opgavelijn zoals dat in het Dordtse genoemd wordt van een duurzame stad, en aan de andere kant heb je het sectorbeleid, waar ook de clusterlijn staat waar ook het woonbeleid onder valt. En dat is beperkt met elkaar verbonden. Dus we zien eigenlijk de duurzaannheidsdoelstellingen niet terugkomen in het woonbeleid. Sonns wordt eraan gerefereerd, maar zelfs dat nneestal niet, dus dat blijkt nog niet zo goed met elkaar in verbinding te staan. Ja, dat zijn eigenlijk de hoofdconclusies op dat beleid en de afspraken. Ga ik even door naar als we kijken naar de uitvoering en de voortgang.
Ja, dan merk je dat als je een beleidscyclus neennt en op het moment dat je eigenlijk die doelstellingen al niet zo heel sterk hebt staan en ook niet meetbaar hebt staan en concreet dat je dan ook, als je gaat nneten of gaat monitoren of gaat bijsturen, dan loopt dat natuurlijk spaak. Dus dat zagen we terug, dat het eigenlijk gewoon niet mogelijk is, en daarmee ook bijsturing lastig wordt. Via dat onderzoek met bewoners kwamen we er eigenlijk wel achter dat eigenaar/bewoners niet altijd de weg weten te vinden. Veel bewoners weten eigenlijk niet wat de mogelijkheden zijn. Er zijn twee subsidieregelingen vanuit de gemeente op dit onderwerp, die weten ze eigenlijk niet te vinden of die kennen ze niet, en weten ook niet zo goed waar ze aan moeten kloppen als ze daar informatie over zouden willen vinden. Dus dat is een belangrijke bevinding. De corporaties die hebben we gesproken en die gaven aan: wij als corporaties, er wordt naar ons gekeken natuurlijk vanuit het rijk maar ook vanuit de gemeente onn die sociale huurvoorraad te verduurzamen. En er wordt een behoorlijke trekkersrol van verwacht, maar zelf gaven ze aan: het zou prettig zijn als de gemeente zelf een stevigere rol neennt op dat vlak van verduurzanning van de particuliere voorraad.
En ze misten daar ook wel een beetje een trekkersrol eigenlijk, of op zijn minst het samen optrekken, maar het liefst ook nog wel dat de gemeente steviger zou neerzetten bijvoorbeeld in die Transitievisie Warmte wat het plan wordt. De concreetheid waardoor eigenaar/bewoners ook echt in beweging gaan konnen, die ontbrak, was een beetje het algemene geluid. Verder valt op dat in de prestatieafspraken tot nu toe eigenlijk dat thenna verduurzaming van woningen erg onderbelicht blijft en zeker meer aandacht verdient. De heer Van Leeuwen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Leeuwen, u nnag. De heer Van Leeuwen: Ik nnis eigenlijk een categorie bovenaan de mensen die een koophuis hebben. Nou, prima. Het tweede is, mensen die in een sociale huurwoning zitten, maar de niet sociale huurwoning, de vrije sector huurwoningen. Hoe past dit binnen uw onderzoek? Mevrouw Bakker: Ja, die vallen eigenlijk in dit onderzoek onder de eigenaar/bewoner. Kijk, ook een particuliere huurwoning heeft natuurlijk een eigenaar wat sonns wel een
23
belegger kan zijn natuurlijk, maar dat is toch de persoon die gaat over het verduurzamen van de woning. Dus we hebben niet naar de particuliere huurder gekeken, ook niet naar een sociale huurder, want die kan zijn eigen woning eigenlijk ook niet verduurzamen. Dus het is toch de eigenaar die de weg moet vinden naar de regelingen. Ja. Even kijken, hoor. Als we naar de rol van de raad kijken op dit thema dan zien we eigenlijk het volgende, eigenlijk dat de bijrollen van de raad, de kaderstellende rot in de controlerende rot, beiden wel versterking behoeven. Dus toch die kaderstellende rot in de beleidsmatige kaders al, de revisies en de nota's, maar ook de financiele kaders in de begroting. Nou, die ruinnte wordt beperkt genomen door de raad. En die controlerende rot verdient ook versterking, en dat zit ook at deels in de infornnatievoorziening, welke informatie krijgt de raad, welke infornnatie vraagt de raad? Dat kwam in het onderzoek ook wet duidelijk naar voren dat ook daarin een duidelijkere vraag gesteld nnag worden. En doordat de SMART-doelstellingen in het beleid ontbreken, in de vornning van beleid al, is gewoon het bijsturen of het monitoren ook gewoon heel lastig omdat je eigenlijk niet weet waar je naar moet vragen, waar je naar moet kijken, wanneer zit je op het juiste spoor, wanneer loop je achter? Dat is eigenlijk nu gewoon niet zo goed neergezet.
Nou, en dat helpt dan ook niet in die rot. Ja, en dan ga ik door op de aanbevelingen. De aanbevelingen rotten enerzijds natuurlijk voort uit de conclusies. We hebben ook gekeken naar het nieuwe politiek akkoord waarin toch ook aangekondigd wordt: we gaan eigenlijk toch een stapje versnellen, we willen het liefst een klinnaatneutrale stad in 2040. En dat vraagt natuurlijk ook wet wat op het moment dat je dat zou willen. En daar hebben we onze aanbevelingen eigenlijk op toegesneden. Misschien lijken het algemene aanbevelingen, het zijn er drie op hoofdlijnen, maar ze vragen allemaal wet echt wat. Dus het versterken van de beleidscyclus, er zit een heel verhaal natuurlijk achter wat begint bij beleidsvorming en het formuleren van doelen die lokaal vertaald zijn en daar de kaders in meenemen, dus ook de nationale kaders, de regionale kaders, maar daar wet een lokale vertaling aangeven en ook een concretisering in tijd waardoor je ook iets kan gaan meten. Dus niet alleen maar doelstellingen in 2035, '40, '50, maar ook: wat gaan we in de komende jaren eigenlijk, want wat willen we bereiken? Dat is gewoon een hele belangrijke start van zo'n beleidscyclus wit je vervolgens kunnen monitoren, kunnen bijsturen naar een uitvoeringsprogrannma.
Dus om de hele cyclus af te wikkelen gaat het eigenlijk at mis bij dat eerste punt van hoe zet je die doelstellingen goed neer? Het tweede punt, het versterken van de rot van de raad. Ja, ook dat is toch wet misschien hoog over, maar betekent eigenlijk ook gewoon dat de raad moet gaan sturen met de kaders die er zijn, maar ook moet gaan vragen om infornnatie om te kunnen gaan controleren en te kunnen gaan bijsturen. Dus dat hangt heel sterk met elkaar samen eigenlijk, dus dat verdient toch een wat sterkere positie. Het laatste zit nnisschien meer bij het college ook en ook bij de gemeente annbtelijk gezien van hoe verbind je nu ... Dat is altijd een grote uitdaging: hoe verbind je sectorbeleid en facetbeleid? la, dat dat meer aandacht vraagt dat bijvoorbeeld bij de prestatieafspraken nu de mensen van wonen aan tafel zitten maar niet de mensen vanuit de opgavelijn duurzame stad. Daarvan moet je je afvragen wat wenselijk is en hoe je dat toch allemaal goed dan laat landen in de prestatieafspraken, in de Woonvisie, welke docunnenten er ook gaan verschijnen de komende jaren op dat woonbeleid, dat duurzaamheid daar niet een soort bijrolletje speelt maar echt een belangrijke rot gaat innemen. Ik denk dat dit het ... Ja.
24
De voorzitter: Dank u wel voor de presentatie. Zijn er op dit moment vragen over het uitgevoerde onderzoek? De heer Stam. De heer Stam: Ja dank u wel, voorzitter. Allereerst dank voor het onderzoek en de korte toelichting. Waar ik even naar zoek, een aantal dingen. Hoe kijk je dan ook naar ander beleid? Want als je kijkt naar verduurzamen dan zie je bijvoorbeeld ook een aantal projecten die nu opgestart zijn door de genneente voor nieuwbouw, daar is eigenlijk geen eis meer maar is het gewoon eigenlijk nornnaal dat die verduurzaming wordt toegepast. Dus ik zoek dan even een beetje in deze presentatie hoe zit het dan met oudnieuw, hoe zit het dan met woonbeleid versus projectontwikkeling? Want als je naar die prestatieafspraken kijkt die gaan toch voornannelijk over het bouwen, waar volgens muj dan ook logischerwijs die verduurzaming als vast gegeven in zit. Zoekt u dan echt naar oplossingen waarin dat nog eens expliciet wordt benoemd, of hoe moet ik dat zien? En inderdaad die aanbevelingen, u heeft wel iets nader toegelicht maar ook gelijk al gezegd: ze zijn wat algemeen. Dan zoek ik nog echt wel even: hoe kan je die nu zo SMART mogelijk maken dat je daar wel goed kan sturen? De voorzitter: Ik breek even in. Voor zover u vanuit uw onderzoek kan beantwoorden is het aan u, en verder is het politiek. Mevrouw Bakker: Ja, dank u wel.
Zal ik het even terughalen? Ja, het lijkt me een goede. Kijk, wat wij in ons onderzoek hebben gedaan is we hebben niet zozeer een hard onderscheid gemaakt tussen de bestaande voorraad en de nieuwbouw, maar we hebben vooral gekeken naar de bestaande voorraad en het beleid daarop. Wat we zien is dat bij nieuwbouw de eisen en ook wat er nationaal verwacht wordt gewoon heel duidelijk zijn. En daar is voor een gemeente nu minder op te sturen of op in te vullen, maar die bestaande voorraad daar ligt eigenlijk de grote uitdaging. Want de meeste huizen staan er al in Nederland en er konnt wel wat bij, maar de grote uitdaging zit echt op de bestaande voorraad. En daar zul je echt op in moeten zetten wil je daar de doelen bereiken die je wilt bereiken in de komende jaren. Dus daar hebben wij het meest naar gekeken. Ik denk dat ik daarmee uw vraag grotendeels beantwoord. De heer Stam: Nou, voorzitter zonder het politiek te willen maken, dat komt dan wel verder op een ander moment, maar voor nu is het even voldoende. De voorzitter: Mooi, die is beantwoord. Dan gaan we door naar de heer Tutupoly van Op Ons Eiland. De heer Tutupolv: Ja, ik vroeg me af of er ook gekeken is naar de samenwerking tussen afdelingen. Ik bedoel als je even kijkt we hebben het hier over beleid.
Als we het hebben over woningen in de Stadschilden, om maar iets te noennen, die willen verduurzamen wat tegengehouden wordt bijvoorbeeld door de welstandscommissie, als je het even over zonnepanelen hebt. Is er ook naar gekeken hoe die samenwerkingen uiteindelijk !open of verbeterd kan worden? Want als je wilt verduurzamen nnoet niet een andere afdeling natuurlijk je tegenwerken op dat vlak.
25
Mevrouw Bakker: Ja, we hebben wel naar samenwerkingsverbanden gekeken. We hebben vooral gekeken naar wat de energieregio Drechtsteden ook betekent en hoe daar wordt samengewerkt. We hebben natuurlijk gekeken hoe de gemeente met de corporaties samenwerkt, maar we hebben niet gekeken hoe interne afdelingen met elkaar samenwerken, behalve dat we inderdaad wel de opgavelijn, dus de clusterlijn, met elkaar bekeken hebben hoe werken die sannen, maar niet de andere afdelingen. Nee. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Wie heeft de volgende vraag? Dan verbreed ik de vraag even, want we hebben namelijk ook een voorstel vanuit de rekenkamercommissie met acht punten waarvan we iets kunnen vinden of waar we misschien ook nog vragen over hebben, dus die kunnen ook gesteld worden. Nou, iedereen duikt er even in. Het is een voorstel wat de rekenkamercommissie ons heeft voorgelegd wat eigenlijk al invulling geeft aan de aanbevelingen, zou je bijna kunnen zeggen. De heer Noldus: U bedoelt dan het voorliggende besluit, denk ik, en de punten daaruit? De voorzitter: Ja. De heer Noldus: Nee, precies. Ja voorzitter, daar was ik net even de puzzel aan het leggen ook, omdat de verwijzing in het besluit is vooral gericht op de opsomming met de uitdagingen die genummerd zijn in de reactie van het college.
Die zijn niet zo een op eon genummerd in het rapport wat voorligt van de rekenkamercommissie, dus ik ben benieuwd of de samenvoeging en de conclusies van het college welke reflectie de rekenkamer daar dan bij heeft? Want het lijken wel wat punten bij elkaar gevoegd die toch in het rapport van de rekenkamer wat meer expliciet losgetrokken zijn. Ik weet niet of mijn vraag daarbij helder is? Mevrouw Damen: Kun je iets specifieker zijn wat je vraag is, want kennelijk zie jij op een aantal punten echt dat er zaken zijn samengevoegd die je wellicht niet herkent in de acht punten, klopt dat? De heer Noldus: Ja, het onderdeel van de zoektocht was ook wel: waar kan ik nu die uitdagingen vinden? Er zijn heel wat genummerd in het besluit, in de reactie van het college zie ik die terug. In het rapport was het even puzzelen, uiteindelijk vind je ze daar terug, maar ik zie ze toch in de collegereactie gebundeld beantwoord zijn dat het besluit niet op alle uitdagingen een besluit vraagt. Ik ben even benieuwd naar de samenhang daarin. Mevrouw Damen: Oke, maar even als eerste reactie, de bestuurlijke reactie, staat in het rapport. Die heb je wel gezien? En daar wordt op gerefereerd, op die aanbevelingen. De heer Noldus: Ja, want dat is ook de plek waar ze ook voor het eerst genummerd zijn, dus dat dat is een beetje Mevrouw Damen: 0, dat was verwarrend? Ja.
26
De voorzitter: Ik breek even in, want in die acht punten wordt een paar keer iets gezegd over uitdaging 1 en uitdaging 4, en die vind je niet concreet terug in dat hele rapport? Dus dan gaat daar om te beginnen de vraag even over gaat. Mevrouw Damen: Ja oke, maar die staan dus in de bestuurlijke reactie. Daar wordt inderdaad Nou ja, goed. Je ziet ook in het rapport aan de voorkant, maar wellicht is dat de verwarring. De voorzitter: Bestuurlijke reactie helemaal bovenaan of helemaal onderaan? Ik heb het gelezen. Mevrouw Damen: De bestuurlijke reactie staat voor de conclusies en aanbevelingen, want daar staan de uitdagingen in. Is daaruit te komen of nnoeten we daar een hele kleine toelichting geven? De heer Noldus: Nou, daar is denk ik uit te komen, maar in de bestuurlijke reactie worden op een aantal aspecten gezamenlijk gereageerd, en bijvoorbeeld uitdaging 1 en 2. En in de besluitvorming wordt er dan alleen op uitdaging 1 worden twee besluiten voorgelegd, en op uitdaging 2 en 3 worden eigenlijk geen besluiten gevraagd, dus dat was onderdeel van nnijn puzzel en zoektocht, want het raakte nannelijk deze besluiten echt alles wat we hieruit willen halen. Want op uitdaging 3, de derde aanbeveling, daarin zie ik dus ook niets terug.
De voorzitter: Oke, dus waarom zijn 2 en 3 weggelaten in het voorstelbesluit van de rekenkamercomnnissie? Mevrouw Damen: In zijn algenneenheid reageren wij voornamelijk op de bestuurlijke reactie van het college, dus ook op deze punten waarop ingegaan is. Dat hebben we dus inderdaad hier ook opgepakt, en dat waren ook eigenlijk de belangrijkste om even aanvulling op te vragen. Dus op die manier hebben we dat zo opgesteld, maar het staat jullie niks in de weg om daar aanvulling op te doen als jullie het idee hebben van daar nnissen we iets in. Wij hebben de essentie, de belangrijkste punten daarin opgepakt, ook die hier nu in deze aanbeveling staan. De voorzitter: Wie mist iets in de aanbevelingen die worden gedaan? En laten we even beperken tot die acht punten uit het voorstel. U wilt nog lets toelichten of niet? Nee. Mevrouw Sijbrandi: Nou, als er een stilte valt wil ik die best wel vullen, hoor. De voorzitter: Ja, dat is goed. Doe maar hoor. Mevrouw Sijbrandi: Nee, ik zat even mee te kijken met Mara, en wat we hebben gedaan is eigenlijk de uitdagingen waarvan wij zelf gedachten hadden de raad zou daar nog wel wat ondersteuning kunnen gebruiken bij hashtag hoe dan, dan hebben we daar inderdaad een beslissing op voorgelegd.
En als het uitdagingen zijn waarvan we denken ja, er staat eigenlijk al wat je zal moeten doen, daaronder valt uitdaging 3, dan hebben we daar niet meer specifiek nog aanvullend een beslissing op gevraagd.
27
De voorzitter: Ja, het staat natuurlijk ook zo'n algemene zin al alles te omarmen wat er staat in het rapport, dus daar is het dan ook al in vervat. Ik zie een vraag van de heer Romein. De heer Romein: Ja, voorzitter meer een opnnerking. Uitdaging 3 is ook een oproep aan de raad en niet aan het college, dus het zou gek zijn als we dat gaan vaststellen. De voorzitter: Bedankt voor deze aanvulling. la, helder. Dan lijkt het duidelijk. Zijn er nog algemene vragen die leven op dit onderwerp, bijvoorbeeld over onze rol als raad of zo? Ik noem maar wat. Herkent u zich in het beeld wat geschetst is? De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nog goed, het enige wat ik eigenlijk als aanvulling erbij zou willen noemen is eigenlijk. We hebben het hier over die verbintenis, maar die verbintenis is ook tussen interne afdelingen onderling zodat het beter op mekaar afgestennd is. De voorzitter: Dat zou u ook in het voorstel opgenomen willen zien, bedoelt u het ook echt zo? Dan wil ik daar graag reacties op van anderen, dus onn de sannenwerking tussen de verschillende afdelingen op het gebied van verduurzaming te versterken. De heer Stam. De heer Stam: Ja, u wilt daar een reactie op.
Ik denk dat het wel een goede is, maar dan is tegelijkertijd de vraag: hoe integraal wil je alles maken? Want kom je daar tot een begroting en een jaarrekening? Waar ik zelf nog wel even naar zoek dat is, Dordrecht kent ongeveer 55.000 woningen, 30 procent sociaal. Dus daar ligt met name een opgave voor de woningbouwcorporaties. Een deel is al verduurzaamd door eigenaren zelf. Hoe ga je nu die eigenaren overtuigen om die verduurzaming ter hand te pakken, en wat voor prijskaartje gaat eraan hangen? En ik weet dat er best politieke vragen zijn, maar dat zijn best wel vragen die wel dan boven zo'n stuk hangen: hoeveel nnoet je daar nu voor uittrekken? En als je het dan koppelt aan dit voorstel, dus je gaat met al die acht punten akkoord en je zegt tegen het college ga dit maar doen, dan is mijn vraag: wat roep je dan financieel over jezelf af? De voorzitter: Het zijn weer politieke vragen. U kunt misschien gedeeltelijk antwoord geven. We laten straks de wethouder ook nog even reageren. Misschien wordt het ook nog helder. Mevrouw Sijbrandi: Nou, ik zou denk ik de tweede deel van de vragen aan de wethouder willen laten. Het eerste deel van de vraag, voor zover wij daar onderzoek naar hebben gedaan. Er zijn natuurlijk al subsidies beschikbaar en er zijn maatregelen beschikbaar die zijn ingerekend in de begroting.
Aileen wat wij hebben geconstateerd is dat heel veel mensen of ze niet kennen of de weg niet kennen of de weg niet bewandelen. En waar dat dan precies aan ligt? Ja, daar zouden wij nader in kunnen duiken, maar het is wel iets wat we hebben gemerkt. Dus kortonn, het gaat niet alleen maar stapelen. Ik denk met de subsidies die er nu zijn is daar nog wel een verbetering te vinden in het feit dat mensen ervan weten dat ze het kennen, en dat ze het daadwerkelijk gaan doen. Maar de tweede vraag: wat gaat het kosten en waar gaan we dat vandaan halen?
28
De voorzitter: Ja, die tweede vraag kan oak eigenlijk nog niet want die staat natuurlijk in punt 4 verwoord. We vragen am een plan van aanpak aan het college en dan kunnen we alsnog natuurlijk c166r wat van vinden. En natuurlijk mag er een vraag gesteld, nnevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Als ik kijk naar bij uitdaging 3 staat er volgens mu, nnaar misschien lees ik het verkeerd, dat: we werken nu aan een startnotitie. Dus volgens muj moet daar dan het hele tijdspad in komen, en dan kunnen wij zien wat er versneld wordt, hoe het versneld wordt en wat het mogelijk voor problemen nog oplevert, waar we het geld vandaan halen. Ik neem aan dat dat in een startnotitie komt te staan, nnaar
De voorzitter: Dus met andere woorden: deze punten, deze vragen bewaren we nog voor een volgend stadium? Ja. Ik zie daar nog twee vragen. In elk geval eerst mevrouw Vol -van der Hoist. Mevrouw Vol -van der Hoist: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben nog niet zo heel lang raadslid en dan wordt mu j nu gevraagd dat ik een belangrijkere rol in moet nennen, en meer nnoet gaan vragen, nnaar ik vraag me dan af hoe doe je dat dan? De voorzitter: Heeft u daar een antwoord op? Hoe doen we dat, als raad? Ietsje meer aandacht vragen? Mevrouw Sijbrandi: Nou, wat wij in het onderzoek hebben gemerkt is dat er wel wordt gezegd dat de raad reactief is en daarnaast vooral vaak bezig is met actualiteiten die op dat moment oppoppen, ik noennde net al even energiearmoede. Ja, dat is iets waar een half jaar geleden relatief weinig over werd gesproken. Nou, de ene partij iets meer dan de andere partij, dus hoe doe je dat? Ja, het heeft twee kanten. Aan de ene kant natuurlijk, aan de voorkant echt goed nadenken van wat is dan belangrijk als we het hebben over verduurzamen van woningen, dus dat is echt een kwestie van de materie in duiken en kijken of je daar kaders op zou kunnen voorstellen. En de andere zit aan de achterkant, meer het controleren en ergens vragen over stellen, want een raad hoeft niet alles te weten.
Nou, dat is altijd het mooie van een raad, je kan heel veel vragen aan de wethouder en die gaat het dan allennaal uitpuzzelen. Maar je kunt natuurlijk vragen stellen: hoe zit dat dan, hoe konnt het dan, en ik heb gelezen dat en dat of ik hoor landelijk dat in dat, hoe zit dat dan in Dordrecht? Dus ja, daar kun je instrumenten als schriftelijke en mondelinge vragen en moties voor benutten. Mevrouw Vol -van der Hoist: Sorry, dat begrijp ik allemaal, maar ik zie niet hoe ik dat dan zou moeten agenderen of zo begrijp ik, of dat je ... Want het wordt gewoon geagendeerd en dan ga je er vragen over stellen en dan gaan er dingen gebeuren. Dus ik vraag me af hoe zie je dat dan voor je dat we dat dan versterken? De voorzitter: Hoe zou je er nog meer aandacht aan moeten geven dan alleen op de nnomenten dat het geagendeerd wordt?
29
Mevrouw Sijbrandi: Ja, het zelf agenderen, he? Daar heeft de raad ook mogelijkheid toe om lets zelf te agenderen, en het werkt heel vaak om dat via de commissie te doen of je mag ook overal vragen over stellen, volgens mu. Dus dat kan natuurlijk ook. Maar ik denk dat een voorportaal als een connmissie daar een goede rol in kan spelen. De voorzitter: Voor nu even beantwoord, maar nog niet helemaal tevreden, zie ik. De heer Noldus, volgende vraag. De heer Noldus: Je voorzitter, dank u wel. Een van de stukken die we lezen ergens in de bijlage in de passage die bijna een bijzin was, maar het ging over de prestatieafspraken dat in 2016 is afgesproken in de PALT-afspraken dat de corporatiewoningen in 2025 bijvoorbeeld allemaal label A, B of C hebben. Met de kennis van nu denk ik dat we dat niet gaan halen. In de aanbevelingen, in de conclusies, en dat komt ook in de presentatie terug, gaat het over de prestatieafspraken. In de aanbevelingen lijkt het lets minder gekoppeld te zijn aan de prestatieafspraken als het gaat over die beleidscyclus op dat soort dingen. In de afbeeldingen zit het overigens er wel in. In de reactie van het college zie ik daar niet heel veel van terug.
Dus ik ben wel benieuwd of een vraag aan de rekenkamer ofwel richten aan de wethouder op wat voor manier we dat dan ook gaan terugzien daarin? Want ik vind het wel belangrijk dat dat soort afspraken, en ik vind prestatieafspraken daar wel een hele tastbare in, hoe je daarin als raad ook grip op krijgt? Nu zien we vaak de afspraken die we voor twee jaar vooruit maken, maar de toetsing daarop die, denk 1k dat dat ook hieruit blijkt, lijkt niet echt gedaan te worden. Dus ik zou het wel een vinden die belangrijk is, en ik vraag me af of die voldoende in de aanbevelingen verankerd is? De voorzitter: Of u vindt het nog belangrijker of die voldoende in het raadsvoorstel verankerd is, want daar gaat het uiteindelijk om? De heer Noldus: Ja, voor in de reactie van het college, en daarmee in het voorliggende besluit ligt inderdaad. Klopt. De voorzitter: Oke. Is er ook nog een reactie vanuit de rekenkannerconnnnissie op dit punt? Mevrouw Sijbrandi: Nou, ik ben ondertussen even aan het checken of we daar lets over hebben geschreven, maar goed. Ik denk dat het in ieder geval een belangrijk punt is. Prestatieafspraken zijn heel belangrijk, zijn heel tastbaar. Er gaat een enorm proces van overleggen, onderhandelen, schrijven, herschreven aan vooraf, en vervolgens gelden ze voor twee jaar.
En wat ons heeft teleurgesteld als onderzoekers is dat wij niet hebben kunnen vinden voortgangsrapporten of besprekingen van de voortgang op de prestatieafspraken, want prestatieafspraken maakt de genneente samen met de corporaties en huurdersvereniging, de huurdersraad. Dus ja, dat zijn hele belangrijke afspra ken bijvoorbeeld over hoeveel gaan we bouwen of hoeveel nnogen we slopen, wat voor soort woning gaan we toevoegen, hoe gaan we de verduurzamingsopgave tackelen, wat doen we met wonen en zorg? Dus ik denk dat dat de spijker op zijn kop is. Ik weet even niet meer of we daar nu ... Want we hebben wel het gehad over een plan van aanpak van maak die doelen concreter. We hebben het ook benoennd dat het goed is om
30
in de prestatieafspraken met de corporaties het thema verduurzaming een belangrijker plek te geven. Maar wat je aangeeft om daar ook nog een aanbeveling op te zetten om die voortgang te monitoren en ook met elkaar te bespreken, als ik zo snel even kijk denk ik dat we die er niet expliciet in hebben gezet. De voorzitter: Nee, die staat er inderdaad niet expliciet in, maar dan blijft wel de vraag over zijn er nog meer mensen die vinden dat dat, net als wat nnijnheer Noldus zegt, dat dit er wel in zou moeten staan in het raadsvoorstel, want dan betekent het dat er ook een oordeelsvormende vergadering volgt. De heer Noldus: Voorzitter nog even. Het is dan aanbeveling 3 of uitdaging 3 zit het wel in het model. In de visuele weergave zit daar een blokje waar de prestatieafspraken in terugkonnen, niet zozeer in de aanbeveling zelf of in de tekst erbij. En ik zie het ook niet terug in de reactie van het college, dus vandaar even mijn vraag daarin. De voorzitter: Wie wil er reageren op het wel of niet opnennen van prestatieafspraken in het raadsvoorstel? De heer Stam. De heer Stam: Ja, ik sluit me wel aan bij de woorden van de heer Noldus. Ik zou het wel goed vinden om ook die prestatieafspraken nader te duiden in het raadsvoorstel en uitwerkplan. Nog ook een vraag aan de rekenkamercommissie.
Die voortgangsrapportages, die heeft u niet gevonden of ze zijn er niet? De voorzitter: Ik breek even in, want u verbindt het toch weer met het plan van aanpak, maar dat volgt sowieso nog met die startnotitie. De heer Stam: Ik zeg alleen dat ik aansluit bij de woorden van de heer Noldus, en wat mu j betreft ook in het raadsvoorstel mag worden opgenonnen. En ik had een aanvullende vraag aan de rekenkamercommissie. De voorzitter: Die aanvullende vraag is prima. Mevrouw Sijbrandi: Nou, het is best wel ingewikkeld te beantwoorden, lets wat je niet kunt vinden of het er wel of niet was. Ja, het blijft een beetje onbekend. Maar goed, ik top het ook even door naar de onderzoekers, want die hebben de zoektocht gedaan, dus die kunnen dat misschien beter beantwoorden. Mevrouw Bakker: Ja, de voortgangsrapportages zijn er niet, kan ik denk ik wel zeggen. Er wordt op bestuurlijk niveau wel een voortgangsgesprek gevoerd, maar daar wordt niet per se een rapportage voor opgesteld en die wordt in ieder geval niet gedeeld. Dus als het er is dan is dat onderling gedeeld, maar sowieso niet met de raad, maar ook niet elders heb ik begrepen. Maar dit is wat ik in het onderzoek heb vernonnen, ja. De heer Droog: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Droog.
31
De heer Droog: Wij steunen zeer zeker de inbreng van de heer Noldus. Belangrijk dat we meegenomen warden in het rapport wat dat betreft. En de opvolging van het monitoren van prestatieafspraken. De voorzitter: De opvolging van het monitoren van de prestatieafspraken. U wilt het graag zien opgenomen? De heer Stam oak, de heer Noldus oak. Dat zijn er al drie. Misschien mijnheer Romein oak? De heer Van Leeuwen: Voorzitter, en PVV ook. De voorzitter: PVV oak. Meer dan genoeg am daar ook in elk geval dan oordeelsvormend over verder te gaan. Mevrouw Koene heeft een vraag. Mevrouw Koene: Nou voorzitter, ik heb inderdaad een vraag, want ik hoar alleen maar mensen die van alles en nog wat willen wijzigen en dat is prima, maar dat moet allennaal geamendeerd warden want er ligt een voorstel. Dus ik weet niet of er een fatale beslistermijn of wat dan ook aan zit, want anders dan denk ik dat het wellicht verstandig is am dan eerst nog een keer naar het voorstel te kijken, dus dat we het terugsturen naar de rekenkamer. We kunnen dan wellicht ook nog een beeldvormende doen of oordeelsvormend, dat maakt mu j niet uit, waarin concreet wordt aangegeven in ieder geval wat iedereen dan wil veranderen. Want nu zitten we met een stuk waar anders, weet ik veel, misschien wel 10 annendementen op gaan konnen. Dat is ook een beetje gek.
Dus ik vraag me even af hoe dit nu het beste kan, wat anders zitten we in een oordeelsvornnende vergadering weer hetzelfde te doen. De voorzitter: En dan is het weer opnieuw, ja. Een voorstel van nnevrouw Koene am het eigenlijk even mee terug te geven am te vragen of de rekenkamercommissie zelf het voorstel - eigenlijk daar komt het op neer - kan aanvullen. We hebben tot nu toe de opvolging van de prestatieafspraken en het nnonitoren daarvan, en er is natuurlijk ook genoemd het samenwerken tussen de verschillende afdelingen als het gaat am verduurzanning. Kan dit voorstel op instennming rekenen? En kan dat eigenlijk, kunnen we het terugsturen? De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Noldus. De heer Noldus: Ja, nog een vraag misschien. Ik stelde net ook over die prestatieafspraken was wellicht een opvatting maar wel in een vraag verpakt. Dat kreeg al wat steun, dat neigt naar wat oordeelsvorming. Ik ben wel benieuwd of iemand van het college misschien daarop kan reageren, misschien dat we het op een verkeerde manier lezen of dat het ergens anders in gevat kan warden en anders kunnen we dat denk ik alsnog oordeelsvormend en dan een besluit toevoegen daarin wellicht. Maar ik ben benieuwd of er een reactie daarop kan konnen.
32
De voorzitter: Ja, we zitten nog in de beeldvormend, maar we gaan toch het woord aan de wethouder geven. Wie weet neemt dat alle vragen weg, en anders komen we er even op terug. Wethouder De Jonge: Nou, dank u, voorzitter. De verwachtingen zijn hoog. Allereerst ook dank aan de rekenkanner en RIGO voor het onderzoek wat is gedaan en de rapportage die wij daarover ontvingen. U heeft ook de bestuurlijke reactie kunnen lezen dat dit voor het nieuwe college echt een steun is geweest voor de lijn die wij ingezet hebben in het politiek akkoord. Ook wij hebben gezien we willen versnellen, intensiveren maar dat moet inderdaad ook concreet worden, er nnoet in de woningen echt aan de slag gegaan worden. Maar tegelijkertijd begrijp ik ook wel de conclusies die getrokken zijn. In 2019 is er een Klinnaatakkoord na langdurig overleg op landelijk niveau vastgesteld. Daarin werd verwacht dat wij als gemeente een Regionale Energiestrategie gingen opstellen. Er werd weer verwacht dat we een Transitievisie gingen opstellen, vrij hoog over documenten waarin deze regio ook heeft besloten naar RES sowieso, maar ook een Transitievisie om dat gezamenlijk te doen, de krachten te bundelen op deze materie en het ook gewoon efficient te doen. Dus ik begrijp ook wel dat er gezegd wordt: ja, er is nog heel veel landelijk en regionaal aan doelstellingen.
Maar die handschoen oppakkende in deze collegeperiode hebben wij daar inderdaad klinnaatneutraal 2040 tegenover gezet. Hier gaat echt de concretiseringslag in plaatsvinden. Er werd al even gerefereerd aan onze startnotitie die begin volgend jaar uw kant op komt. En dat is gelijk eigenlijk het derde punt. Klinnaatneutraal is niet alleen maar energie, is niet alleen maar duurzaamheid, dat is de totale opgave die wij hebben waardoor woningen, mobiliteit, econonnie en noenn het maar op allemaal een bijdrage gaan krijgen en daarmee dus ook aan elkaar verbonden gaan worden. We denken ook wat belangrijk is, in de startnotitie zullen wij ook met u willen bespreken hoe gaan we monitoren, hoe gaan we nu wat we willen bereiken in de drie periodes opknippen, 2026 als tussendoel, 2030 en 2040 zodat u daar ook zeker op kunnen gaan monitoren? En daarover horen wij graag uw input van waar u zegt aanvullend op wat het college zou willen gaan monitoren en dus bijhouden zien wij ook nog aanvullende indicatoren. Dus zo gaan we graag het gesprek met u over aan. En vanuit die hoedanigheid vind ik altijd dat wij als bestuurders, als college verantwoordelijk zijn onn u te voeden met informatie en uw vragen daarover te ontvangen en te beantwoorden, en hopelijk kunt u daarnnee ook het versterken van de rol vormgeven.
Dus laten we dat ook in die gezamenlijkheid die we ook in het politiekakkoord hebben met elkaar hebben afgesproken we doen het samen met de raad en de stad, laten we die ook gezamenlijk oppakken waarbij u verantwoordelijkheden heeft en het college. En ten aanzien van de woningcorporaties, want die zijn specifiek een paar keer vanavond over tafel gekonnen. Daar kan ik inderdaad over meegeven PALT-afspraken die maken we jaarlijks. Dat is heel breed. Dat is niet alleen maar duurzaamheid, dat is maar een van de afspraken, dus als u daar iets mee wilt zou ik ook even kijken moeten we het derde onderzoek van deze lijn nog afwachten of kunnen we het sannen bespreken met mijn collega over wonen omdat er veel nneer afspra ken in staan, als u zegt: daar willen we ook op monitoren. Maar wellicht is het wel goed onn u alvast nnee te geven, afgelopen vrijdag heb ik ook voor het eerst met de twee directeuren, bestuurders van de woningcorporaties in Dordrecht aan tafel gezeten. We gaan gezamenlijk op pad met het plan van aanpak energiehulp, want dat is
33
wel een kleine nuancering die ik wel wil aanbrengen, huurders kunnen ook zeker wat in hun woningen doen, daar helpen we ze nu ook bij. En nadat we de korte termijn met de woningcorporaties samendoen konnt ook het hele EFG-label opgave en daar achteraan de D -labels, en dat gaan we ook in gezamenlijkheid oppakken. En ook daar komen afspraken en ook daarover zullen wij via de rapportage van het klimaatneutraal u over informeren en ook onze verantwoording over afleggen. Dus daar zit wel heel veel aan te komen, dat aansluit denk ik op alle aanbevelingen, uitdagingen die zijn meegegeven. En ik hoop vanuit het college dat wij u daar gewoon goed bij kunnen betrekken en sannen het kunnen gaan realiseren dat we gewoon nog nneer woningen kunnen gaan verduurzannen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor wat hier gezegd wordt heel duidelijk terug dat zowel in een plan van aanpak als in een startnotitie gezocht wordt naar die samenwerking tussen al die afdelingen als het gaat over verduurzaming, en ook dat er wordt vastgelegd dat de voortgang van de prestatieafspraken wordt gemonitord. Is het dan genoeg voor dit moment, of willen we dan toch nog per se dat het in het raadsvoorstel terugkomt? Ik kijk ook even naar de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, op zich snap ik de opmerking ook dat het natuurlijk breder gaat dan dit rapport wat zich richt op kwaliteit en verduurzaming. Tegelijkertijd denk ik dat wel een van de belangrijke conclusies is, ook als je de bevinding ziet die ik filet direct in de aanbeveling zie. Dus ik voel er toch wel voor om daar nog een besluit op te nemen als we daarin een duidelijkere beleidscyclus op de prestatieafspraken te voeren als raad. Helder, echt als raad als instrument voor de raad. De voorzitter: De heer Noldus blijft er achterstaan dat het toch geamendeerd worden in dit raadsvoorstel. Wie wil daar kort op reageren? De heer Stam. Ja, toch? Zie je wel. De heer Stam: Als u dat vraagt dan doe ik dat. De voorzitter: Ja hoor. De heer Stam: Nee. Ik sluit me nog steeds bij de woorden van de heer Noldus aan. De voorzitter: Er waren zojuist meer mensen die zich aansloten.
Hoe denken die er nu over? De heer Tutupoly. Sluit zich daarbij aan. De heer Van Leeuwen: Hetzelfde geldt voor de PVV. De heer Van Dam Tinnmers: Hetzelfde geldt voor het CDA. De voorzitter: Oke, ik zie het. Nog dezelfde mensen. Dan betekent dit dat we hier nog een keer op terugkomen. We geven het nu terug mee aan de ... Dan gaan we daarop annenderen. Dat is denk het ... Dus ik denk dat het initiatief bij de heer Noldus ligt onn daar een amendement op te schrijven dan. De heer Noldus: In de conclusie staat dat het naar de raad gaat en direct bespreken in de raad, niet in een oordeelsvornnende sessie?
34
De voorzitter: Dat kan ook. De heer Noldus: Ja, dat maakt mu j niet uit. Ik denk ... Sorry? De voorzitter: Oordeelsvornnend hoeft niet als we het allemaal hierover eens zijn dat dit gewoon kan, ook al vinden we het niet nodig, maar dat we dan nog wel kunnen instemmen met een raadsvoorstel. De heer Noldus: Op zich op dit punt ... We zijn stiekem een klein beetje oordeelsvormend geweest op het laatste punt denk ik, dus op zich kan ik me erin vinden als het direct naar de raad gaat, maar als we nog een oordeelsvormende sessie hierover doen Ja, dat ben ik op zich wel met mevrouw Koene eens. Laten we het in de commissie doen. Ik weet niet of er nog fatale data op zitten, maar De voorzitter: Zit er een fatale datum op, wethouder? Nee, er is geen fatale datum dus dan kan het ook gewoon hier nog een keer terugkomen. Dat is wel zo. In 2040, ja. We besluiten dus dat het hier nog een keer terugkonnt om het over het amendennent te hebben. En misschien dat ook dat tweede punt dan nneteen meegenomen kan worden dat het in een amendement zit over de verduurzaming en de sannenwerking tussen alle partners die ernnee te maken hebben, afdelingen ook van de gemeente. Zijn er nog aanvullende vragen? Nee? Dan wil ik iedereen heel hartelijk bedankt. De wethouder, alle raadsleden die hier ook weer een hele avond zitten.
De mensen van de rekenkamercommissie hartelijk dank, en de mensen van het onderzoeksbureau hartelijk dank voor deze avond. Dan is het hierbij besloten.
3. Akkoord te gaan met de doelen van het Crisis- en herstelfonds - Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Boersnna Connmissiegriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Heijkoop (CDA) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Mevr. Simon -van Waardhuizen (Beter Voor Dordt) Dhr. Starr' (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timnners (CDA) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol -van der Hoist (Partij voor de Dieren)
35
Ambtelijke ondersteuning: dhr. Von Grunnbkow, mevr. Molenaar, nnevr. Storm, nnevr. Van der Mijle, dhr. Bouman, dhr. Kraaijeveld Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop
De voorzitter: Goedenavond. Wij gaan beginnen. Excuus voor de kijkers thuis dat we tien minuten later beginnen, maar dat heeft ook te maken met dat we best een strakke planning hebben en dat we van de ene naar de andere zaal nnoeten, en dat de luchtvochtigheid hier inmiddels ook wel toegenomen is in de loop van de avond, dus iedereen moet ook weer een beetje afkoelen en wat verversing tot zich nemen. Ik stel voor dat we eerst even heel kort en heel snel even een rondje doen wie aanwezig is, met name de gasten van ... Even kijken, hoor, want we hebben de adviesraad Wmo & Jeugd en INZET078!. Van harte welkom. Er zou ook iemand van de Sportraad aanschuiven, maar die zien we nog niet, dus dan maar hopen dat hij Mevrouw Wepster: Ik krijg nu een appje dat hij waarschijnlijk om tien uur gaat komen, dat is jammer. De voorzitter: Die komen waarschijnlijk om tien uur. Nou, dan kunnen ze in de tweede ronde denk ik nog aanhaken, toch? Dan bewaren we de Sportraad tot het eind. Laten we eerst even snel een rondje doen. Ja, en ik ben Jan Willem Boersma, ik ben vanavond uw voorzitter. En nogmaals welkom aan iedereen die hier aanwezig is die op de tribune achter ons zit, aan mensen die meekijken of meeluisteren.
Wij hebben vanavond een beeldvormende sessie en in dit geval is dat een rondetafelgesprek met een aantal organisaties die in onze stad zeer actief zijn als het gaat om het sociale domein en het helpen van elkaar en de zorg en aandacht voor elkaar. Het gaat vanavond over een raadsvoorstel om akkoord te gaan met doelen van het crisis- en herstelfonds. Ik zal daar kort een toelichting op geven voor de duidelijkheid, want in de begroting van 2023 is een crisis- en herstelfonds gevormd en een bestemmingsreserve. Dit fonds is bestemd voor hulp bij het opvangen van de gevolgen van de kostenstijgingen van de energiecrisis. En met de inzet van het crisisfonds worden niet alleen de effecten van de crises - het gaat om meerdere crisis, niet alleen de energiecrisis - maar er moet ook een basis liggen voor een duurzaam herstel. En voor verstrekking van die gelden moet er een subsidieregeling worden vastgesteld. Nou, het vaststellen van de subsidieregeling is een collegebesluit, maar wij kunnen als raad wel het college een aantal handvatten of een aantal kaders meegeven hoe die subsidieregeling eruit zou kunnen zien. Voor de corona gerelateerde inzet van de gelden is een bestaande regeling, maar die wordt verleng, dus dat is ook een collegebesluit. Daar komt een raadsinformatiebrief over in december. Even voor onze rol.
We hebben vanavond een gesprek met een aantal organisaties in onze stad en dat is met name bedoeld om te kijken wat is er nu nodig, wat ligt er aan plannen, voldoet dat aan de behoeften die er is in de stad? En daar kunnen wij met elkaar over doorpraten, vragen over stellen en aan de hand van de informatie die we met elkaar krijgen vanavond ook bepalen: is dit voldoende om hiernnee verder te gaan? Aan het eind van de avond zal ik u dan ook vragen: wat wilt u met dit raadsvoorstel? Daar kom ik nog op terug. Want uiteindelijk is de bevoegdheid
36
van de raad er moet een aantal doelen geaccordeerd worden. We zullen akkoord moeten gaan met een aantal bestedingen die op korte termijn al genonnen worden die in het raadsvoorstel zijn uitgewerkt. De middelen uit de reserve nnoeten toegevoegd worden aan een aantal begrotingsprogramma's. Nou, dat is ook een onderdeel van het raadsvoorstel, en we kunnen het college wat handvatten en kaders meegeven voor de subsidieregeling. En ik weet niet of er vanuit de annbtelijke organisatie of de wethouder hier nog een technisch iets op toe te voegen is? De heer Von Grunnbkow: Ja. Ik heb de vraag gekregen om een korte toelichting te geven van maxinnaal vier minuten. De eerste minuut zal besteed worden aan wat de voorzitter net heeft toegelicht, dus die hebben we alvast De voorzitter: Nou daarom. Dat scheelt een of twee minuten denk ik. De heer Von Grumbkow: Nou, ik denk anderhalf ongeveer. Ik denk dat er twee dingen wel relevant zijn om even te melden als het gaat over waar we nu mee bezig zijn. Enerzijds de uitwerking van de beleidsregels, want die zijn we nu aan het nnaken en anderzijds wat speelt in de landelijke context. In de uitwerking van de beleidsregels lopen we tegen een aantal keuzen aan of zullen een aantal keuzes gemaakt nnoeten worden, en een gaat over de mate waarin je compenseert.
Dus ik denk aan een percentage, dat zie je natuurlijk ook al in landelijke regelingen 25 procent, 50 procent, 100 procent. Je kunt er verschillende varianten op bedenken. De manier waarop je compenseert, dus compenseer je bijvoorbeeld op basis van de vergelijking met een voorgaand jaar. Dus u heeft, als het gaat om de connpensatie van de energiekosten, u heeft een bepaald verbruik gehad met bepaalde kosten in 2021 en u zult ook een bepaald verbruik hebben met bepaalde kosten 2023. Nou, die zullen aanmerkelijk hoger zijn, dus je kunt het door middel van een vergelijking doen, maar je kunt er ook voor kiezen om te werken met iets dat op een prijsplafond lijkt voor particulieren. Dat is natuurlijk dan een ander soort compensatie. En een onderwerp dat nu in de uitwerking natuurlijk speelt is de verbinding met andere doelen. De gemeente heeft natuurlijk nog allerlei andere doelen behalve de sociaalnnaatschappelijke doelen van het fonds, en in hoeverre is het wenselijk of mogelijk om die doelen ook te verbinden aan het crisis- en herstelfonds? Dus denk aan doelen over het bevorderen van maatschappelijke participatie of duurzaamheid. Dus dat zijn dingen die in de uitwerking van belang zijn. In de landelijke context speelt dat het fonds bedoeld is om verenigingen, clubs, nnaatschappelijke initiatieven te ondersteunen.
Nu richt ik me even op het nieuwe deel, want het oude deel, het corona crisis- en herstelfonds, wordt met dezelfde voorwaarden voortgezet, maar het nieuwe deel gaat natuurlijk over enerzijds de energiecrisis connpensatie, maar kan ook gaan over andere gestegen kosten. Nu is landelijk natuurlijk al het nodige geregeld, maar ook nog wel een hoop onduidelijk. Wat in leder geval zeker is is dat ook verenigingen gebruik kunnen maken of vallen onder het prijsplafond voor particulieren, dat u van thuis allemaal zult kennen. Dus tot een bepaald normverbruik is er sprake van een prijsplafond, en voor verenigingen werkt dat hetzelfde. Daar heb je als kleine club met relatief klein verbruik heb je daar natuurlijk veel aan. Dat helpt niet als je veel verbruikt, want dat helpt alleen maar voor het eerste stukje dan. Voor de grotere gebruikers heb je de Tegemoetkoming Energiekostenregeling die eigenlijk voor
37
het MKB bedoeld is, maar waar sportverenigingen ook gebruik van kunnen maken. Die is nog in beweging. Daar zat eerst een drempel in van 5000 kuub voor gas bijvoorbeeld, die is er nu weer af. Wij keken heel goed naar wat er landelijk gebeurt, want wat we plaatselijk doen dat moet aanvullend zijn waar nodig. En afhankelijk van hoe die landelijke regelingen er precies uitzien kun je bepalen wat er nodig is. Daar kun je natuurlijk ook op vooruitlopen en dan vervolgens verrekenen, want die onzekerheid kan ook nog wel even duren en je wil natuurlijk niet dat in de tussentijd clubs onnvallen waarvan je zegt die wil je overeind houden. Naast deze dingen, dus het prijsplafond dat wel zeker is, en de Tegemoetkoming Energiekosten die nog niet helennaal duidelijk is is er een regeling aangekondigd in de najaarsnota die gisteren is verschenen om zwennbaden te steunen. En is er ook sprake van een noodfonds voor energie-intensieve verenigingen waarbij nog niet helennaal duidelijk is hoe zich dat verhoudt tot die Tegemoetkoming Energiekostenregeling. En wat we nu nog niet weten, want dit zijn dus dingen die we als zeker weten of waarvan we weten dat ze eraan komen is volgende week is de begrotingsbehandeling van het Ministerie van VWS, en daar is goed mogelijk dat daar nog iets voor sport uitrolt anders dan wat al in de najaarsnota staat.
Er is ook sprake van dat er nog aan het genneentefonds middelen worden toegevoegd waar gemeenten naar bevinden kunnen handelen als het gaat over steunen van sectoren in het kader van de energiecrisis. Dus dat zijn dingen die er nog aan zitten te komen. Dus dit is waar we het mee moeten doen bij het opstellen van de regeling waarbij eigenlijk een principieel punt is dat we wel altijd zeggen, en daar zult u het vast mee eens zijn als hoeder van de gemeentefinancien ook, dat als er een landelijke regeling is dat daar, waar een vereniging bijvoorbeeld gebruik van kan nnaken, dat die altijd voorliggend is aan wat we plaatselijk doen. Tot zover mijn toelichting.
De voorzitter: Ja dank u wel. Welkom ook aan de heren Bouman en Kraaijeveld van de Sportraad. Fijn dat u aangesloten bent. Ja dat geeft niet, we waren ook iets verlaat dus wat dat betreft bent u nog keurig op tijd voordat we het rondetafelgesprek starten. Er is net een toelichting gegeven op wat voor technische elementen van de regelingen die er zijn. Mochten daar nog vragen over zijn dan kunnen we denk ik in de loop van deze avond daar ook nog wel over doorvragen, want ik denk dat het op zich goed is om eerst gewoon eens even in gesprek te gaan met de organisaties van waar lopen jullie tegenaan, wat is er nodig, en hoe verhoudt zich dat tot de regeling die er nu is en de regelingen die daar ook onder hangen, waar de annbtenaar ook net kort wat uitleg over gaf. Ik stel voor dat we eerst de Adviesraad Wmo & Jeugd en nnevrouw Ellen Molenaar en mevrouw Jannie Storm. Ik weet niet of jullie alle twee het woord willen doen of een van de tweeen? Oke, prima. Ja, dat u eerst het woord krijgt, dan INZET078!, en vervolgens de Sportraad. Mevrouw Storm: Ja, als Adviesraad kijken we natuurlijk vooral naar het belang van de Dordtse burgers, zowel de oude Dordtse burgers als de jeugd, want we zijn Advies Wmo & Jeugd.
Ik heb het plan gelezen en ik vind het sowieso heel fijn dat er locaties over de stad verspreid komen waar burgers terecht kunnen voor warmte, voor een kop koffie of een kop thee. Maar als ik kijk naar de spreiding maak ik me tegelijkertijd een beetje zorgen over die spreiding. Ik weet dat de notitie ruimte biedt om het uit te breiden, en ik zou u ook willen vragen om daar goed naar te kijken. Want ik zou het vanuit onze
38
ervaring zou ik het een goed punt vinden als er ook wordt aangesloten bij initiatieven in wijken en buurten die nog niet aangesloten zijn, maar waarvan ik weet dat er wet veel burgers konnen waardoor je ook een groter bereik krijgen van je regeling. Ik denk bijvoorbeeld aan De Buitenwacht, ik denk aan De Crabbehoeve, ik denk aan Helpende Handen, ik denk aan allerlei organisaties die al actief zijn in het maatschappelijk middenveld die burgers bereiken en waar burgers terecht moeten kunnen. Wij zouden het als Adviesraad goed vinden als u dat momentum als burgers zijnde zou koppelen aan het goede gesprek met die burger om te kijken of de burger gebruik maakt van alle regelingen die er zijn. Want ook al weet ik dat er alles wordt gedaan door de gemeente en door de sociale dienst Drechtsteden om burgers te betrekken weten wij ook dat de gesprekken die we voeren dat niet iedereen bereikt wordt. Landelijk gezien is ongeveer 20, 22 procent van de burgers in Nederland is laaggeletterd of analfabeet of beheerst de taal niet goed. Dat zijn ook mensen die niet langs de digitale snelweg hun weg zullen vinden. Die mensen bereiken we heel nnoeizaam. Dat krijgen we ook terug als we in buurthuizen zijn. En nog twee punten.
Wij zouden het ook goed vinden als er goed wordt nagedacht over de duurzaannheidsaspecten van deze crisis, want u en ik zoals we hier zitten weten dat dit niet een eenmalige is. Het duurt nog een aantal jaren voordat we uit deze crisis zijn, is de verwachting. En wat inmiddels ook bekend is is dat mensen die in slechte woningen wonen, dus slecht geIsoleerde woningen, weinig maatregelen nog kunnen nemen, dat is ook landelijk bekend inmiddels, om de energiekosten besparen omdat het vooral aan de kwaliteit van de woning ligt. En ik hoorde gelukkig in de sessie hiervoor, want toen was ik ook aanwezig, dat u daarover met de corporatie in gesprek bent. En ik denk dat dat een wezenlijke is omdat we anders volgend jaar voor hetzelfde probleem gesteld worden en uiteindelijk wil je dat het probleem afneemt, dat ook de kwaliteit van de woningen verbetert. En als laatste, en dat vind ik ook een voor de korte en lange termijn. Er zijn meerdere crises, u zei het net al voorzitter. We hebben het vooral ook over de energiecrisissen, maar de keerzijde is ook een hele hoge inflatie. En mensen zakken door het ijs heen, en mensen aan de onderkant van de ladder hebben te weinig middelen over om in het dagelijks levensonderhoud te kunnen voorzien. Ook dat is inmiddels bekend.
Het wordt gecorrigeerd vanaf januari, effectief nnerkt men dat pas eind januari, want ook dan ontvangt men uitkering of salaris, maar die correctie maakt het verschil kleiner. Het neemt niet weg, want we hebben te maken met een inflatie van tussen de 14 en de 16 procent, en de correctie bed raagt 10 procent. Dus het tekort wordt minder maar het gaat niet weg. Ik wil ook daar aandacht voor vragen. Ik heb er een tijd geleden goed gesprek over gehad, ook met de wethouder, want wij nnaken ons zorgen, ook vanuit de rot die we hebben vanuit Jeugd. Als een gezin lang onder druk staat, er is altijd een te kort. Men nnoet dagelijks nadenken hoe zet ik vanavond mijn kinderen een nnaaltijd voor, leidt dat tot spanning in het gezin. Spanning in het gezin kunnen tot andere problemen leiden, en dat willen we met elkaar voorkomen, dus ik wil ook aan dat aspect van de crisis graag uw aandacht voor vragen. Wil jij nog iets toevoegen? Mevrouw Molenaar: Nou, ik wil even aanvullen, want het ligt mu j ook een beetje in nnijn hart. Ik vind het fantastisch dat die plekken er konnen De voorzitter: Kunt u even uw microfoon aanzetten?
39
Mevrouw Molenaar: 0, ja. In Dordrecht is 22 procent op dit moment wordt laaggeletterd of LVB-achtig. Dat er hulp is om te helpen bij het aanvragen van de 25 regelingen, en daarmee herstel je ook een stuk vertrouwen, want deze mensen voelen zich uitgesloten, kunnen er niet bij en zijn wantrouwend. Op het moment dat je inderdaad dat je zegt in die grote plekken, die acht plekken, dat daar permanent mensen zijn die kunnen helpen bij het aanvragen van al die regelingen, en dat in een netwerk binnen de wijken, zou ook een stuk vertrouwen terugkomen. Dat is heel belangrijk, want de nneeste mensen weten niet hoe ze al die dingen moeten aanvragen. We horen steeds dat het te moeilijk is. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik zie dat de heer De Vries een vraag heeft. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. We zijn uiteraard blij met het voorstel, maar ik wil even inhaken op, als ik u nnag tutoyeren, Jannie. Wij vinden het eigenlijk als fractie heel erg vreemd dat De Buitenwacht daar niet in mee is genomen. Is er Oberhaupt wel contact geweest met De Buitenwacht voor een Warme Ontmoeting? Als er iemand is in Dordrecht die contact heeft met buurtbewoners en die sociaal heel erg betrokken is dan is dat Riet Duykers wel. En ik vind dat een gemiste kans als daar geen gebruik van wordt gennaakt. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat de wethouder misschien straks op die vraag kan reageren.