2.8 2022-02-15 Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving.pdf
Tekst van het document
18
hebben met het Sociaal Wijkteam en hoe kunnen we die inderdaad gewoon scherp met elkaar verbinden? Maar daar zal dadelijk in thema 3 ook wel een stukje terugkoppeling op komen. Dus dit was ons stukje op thema 1, de IKR en de vraagverheldering, de integrale IKR. En als er vragen zijn dan horen wij ze graag. Dank je wel. De voorzitter: Zijn er vragen? Mevrouw Nijhof: Voorzitter? Ik heb een vraag. De voorzitter: Ik dacht echt dat het van die kant kwam. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, sorry. U had het in het beginstuk over die integrale vraagroute, zeg maar. Waar ik heel benieuwd naar ben is volgens mij is het niet zo dat iedereen via die route binnenkomt, want er zullen ook wel degelijk overdrachten zijn vanuit bijvoorbeeld Veilig Thuis of vanuit de Jeugdbescherming. Is daar een verschil in werkwijze als iemand op die manier binnenkomt? Wordt er ook aan warm overdragen gedaan tussen instanties? Mevrouw Ballijns: Ik ga Jip vragen als professional, en niet ik als manager, die dag dagelijks in de uitvoering zit om deze vraag te beantwoorden. Mevrouw Gijsberts: Bedoel je qua wijken een verschil of bedoel je qua route op bijvoorbeeld vraagverhelderingsroute en of een casus binnenkomt vanuit Veilig Thuis of een casus binnenkomt: ik heb een vraag, ik ben een burger en ik wil hulp? Mevrouw Nijhof: Nou, ik bedoel eigenlijk … Ik ga gewoon een recent voorbeeld hier neerleggen.
Op het moment dat iemand een afsluiting van een ondertoezichtstelling heeft over zijn kindje, waarbij de rechter zegt: ik wil wel dat de Jeugdbescherming de casus overdraagt naar het wijkteam, want er zijn nog wel wat problemen die opgelost moeten worden. Hoe gaat dat dan? Is het dan zo dat er een afsluitbrief van de Jeugdbescherming komt die dan uiteindelijk leidt tot dat jullie zelf contact opnemen met de inwoner, of is het zo dat die inwoner zich uiteindelijk toch nog zelf moet melden, los van de eventuele afsluitbrief die er is, of wordt er warm overgedragen? Mevrouw Gijsberts: Als het goed is, er komt straks ook een ander thema aan bod, maar als het goed is we werken met Veilig Opgroeien waarin de keten ook zit, de veiligheidsketen zeg maar. Daar komt straks nog meer toelichting op. Even vooruitlopend op, maar in principe is de bedoeling dat die casus afgeschaald worden en dat er een warme overdracht in plaatsvindt. Dus dat de jeugdbeschermer die overdracht doet richting het wijkteam. Mevrouw Nijhof: En is daar dan de inwoner bij of niet? Mevrouw Gijsberts: Ik moet zeggen veiligheid is niet mijn stukje, dus ik ben daar niet altijd bij, dus ik durf dat niet zeker te zeggen. Mevrouw Nijhof: Dan stel ik het misschien in de volgende ronde of niet, kan dat?
19
Mevrouw Ballijns: Ja, bij thema 3 komt het stukje veiligheid met name ter sprake, en daar kan denk ik inhoudelijk prima over doorgevraagd worden, ja. De voorzitter: Als er dan geen … O, de heer Kwaak heeft nog een vraag. De heer Kwaak: Sorry. Dank u voor het inspreken. De pilot Stadspolders, heb ik begrepen dat het overal gaat straks. Maar is er al iets bekend over de tevredenheid van cliënten, want daar heb ik helemaal niks over gehoord. Is dat niet gemonitord, zien wij daar geen cijfers van of komen daar nog cijfers van? Mevrouw Ballijns: Eens. De stukken die in de bijlage zitten refereert inderdaad naar de startfase van de vraagverheldering, en vanuit die vraagverheldering die is ook gemonitord door het OCD. Daarop is de integrale klantroute verder uitgezocht en is ook de klanttevredenheid ook meegenomen, ja. En er is ook een rapport van, dus ik … Even kijken. Ja, die kan eventueel gewoon overhandigd worden. Mevrouw Verkade: En voor de helderheid, de integrale klantroute is nu overal. Dus u heeft een stuk van de pilot van Stadspolders-Dubbeldam, denk ik, en dat was toen eigenlijk nog de hele beginfase. En daar is gemonitord, geleerd en toen is het langzaam uitgebreid naar heel Dordrecht, waardoor er dus overal een beetje een gelijke route is voor elke inwoner die naar het wijkteam komt.
Dat was niet zo, en dat is nu wel zo, met uitzonderingen natuurlijk die wel eens plaatsvindt. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja dank, voorzitter. Daar heb ik ook nog een korte vraag over. Ik vraag me eventjes af, hé, dus eigenlijk doe je bij zo’n integrale klantroute een soort triage aan de voorkant. Wat voor soort medewerkers doen die triage vroeg ik mij af? Mevrouw Gijsberts: Nou, dat zit dus verweven in de vraagverheldering. Er wordt gekeken naar wat is de vraag van een cliënt. Een cliënt komt binnen bij de inloop, belt, of een huisarts meldt aan in overleg met de klant, net wie aanmeldt. En dan wordt kort gekeken wat is de vraag wie past daar het beste bij, is daar een jeugdprofessional voor nodig? Soms komt een aanmelding via school, dus dan zit de Ouder-Kindcoach erbij die op school ook werkt, die het kind vaak ook al kent. En meestal maken wij een combinatie daarvan, dus of een Ouder-Kindcoach en een jeugdprofessional als het over een jeugdige vraag gaat bijvoorbeeld. Maar als het over een ouder die financiële problemen heeft maar ook kinderen heeft dan kan het weer een sociaal domein collega zijn, en een jeugdprofessional nu dus ook Wmo als die vraag er ligt. Dus we kijken echt naar: welke combi kunnen we maken om de klant zo goed mogelijk te helpen.
De heer Van Dam Timmers: Ja, dank voor die beantwoording, maar wie is we dan? Mevrouw Gijsberts: O, sorry. Nou, er zitten bij ons mensen bij de inloop die dan die aanmeldingen binnen krijgen, dus die dan dat beoordelen, dus dat zijn de professionals
20
van het Sociaal Wijkteam. En degene die bij de inloop zitten zijn of sociaal domein collega of Jeugd. Het is altijd een combinatie die daar zit. Mevrouw Ballijns: En in aanvulling daarop inderdaad. We hebben binnen het team dus een x aantal personen dat de vraagverheldering doet, dus dat is een aparte taak binnen hun dag dagelijkse werk. Dus niet het hele team doet vraagverheldering. Jip heeft bijvoorbeeld een x aantal uur per week waarin de vraagverheldering ingepland kan worden. En zo hebben we dus van een sociaal werk, algemeen sociaal werk en de jeugdprofessional een x aantal mensen binnen elk wijkteam die dat doen. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Ik had een vraagje over de bemanning van het wijkteam. Misschien heb ik het gemist in de presentatie, hoor, maar ik mis een beetje de GGZ-specialisme in het wijkteam. Dus de vraag is wie vangt dat op? Ik werk zelf in Rotterdam en daar zie je dat wijken bemand worden door GGZ-agogen. Wie voert dat hier uit binnen het wijkteam? Hoe gebeurt dat? Mevrouw Gijsberts: Als het goed is komen vanuit origine allemaal moederorganisaties waarin de verschillende facetten belegd zijn. Dus collega’s van Jeugd- en Gezinshulp zitten in het wijkteam, collega’s vanuit de GGZ, collega’s vanuit het consultatiebureau, collega’s vanuit de licht verstandelijk beperkte.
Vanuit alle facetten zitten als het goed is medewerkers, en dat kan wel per wijk verschillen. Dus ik ben zelf van origine ook GGZagoog, mijn collega is dat ook. Alleen ik heb daar minder werkervaring in als mijn collega. Die komt echt uit de GGZ. Dus zo probeer je per team alle achtergronden wel te hebben. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter dank u wel. Nog een aanvullende vraag op wat net ook al aan de orde kwam. En hartstikke mooi inderdaad alle ervaringen en alles te horen over de samenwerking van de professionals, maar ik mis nog wel een beetje alles met betrekking tot de klant waar we het voor doen de afgelopen tijd. In hoeverre is nu in die afgelopen periode ook echt contact geweest met de mensen die de hulpvraag hebben en hoe zij nu al die veranderingen hebben ervaren. Hoe is dat de afgelopen tijd ook meegenomen in het hele proces van de verandering? Mevrouw Ballijns: Het is misschien even goed om te vertellen. De vraagverheldering hebben we in 2018,2019 hebben we de eerste pilot gedaan waaruit de integrale klantroute is gekomen, omdat we zagen dat er een stagnatie zat op de instroom doorstroom en uitstroom.
Dus de wachtlijsten liepen op, en toen zeiden we: ja, we kunnen er standaard fte’s bij doen, maar is nu alleen maar fte’s de oplossing? Dus zodoende zijn we gaan kijken hoe kunnen we onze eigen voordeur anders inrichten om in ieder geval te kijken of dat ook effect heeft? De integrale klantroute is opgezet met vertegenwoordiging van de cliëntenraad. Dus we hebben bij elke stap van die integrale klantroute en de leerelementen vanuit de vraagverhelderingsfase hebben we het telkens tegen het klantenperspectief aangehouden, en hebben we ook gezegd: oké als we deze
21
route nu doen zouden jullie dan als cliëntvertegenwoordiger hier blij van worden? Zouden jullie dan ons willen adviseren daarin? En daarin hebben we telkens de verbeteringen meegenomen. En zo is het ook in de laatste evaluatie weer meegenomen: hoe ervaren klanten het, en wat hebben we daar dan eventueel in te doen? De voorzitter: Dan is het nu denk ik tijd om de eerste themasessie af te ronden. Ik stel voor dat we nu overgaan tot een korte pauze. Het is nu 13 over, dus we gaan om 21 uur 23 door met themasessie 2. Schorsing Einde schorsing Thema 2 Vindplaatsgericht werken en samenwerking met het voorveld De voorzitter: Oké, we gaan door naar thematafel 2, vindplaatsgericht werken en samenwerking met het voorveld. En hierbij sluiten Anne Scheening, manager van het Sociaal Wijkteam, Peter Snoeren manager Buurtwerk, Daniel Stuit professional bij het Sociaal Wijkteam en Lindy Van Hooijdonk ambtelijke ondersteuning aan. O, iemand anders neemt waar? Wat is uw naam? Mevrouw Pors: Dit dingetje? We zijn met meer. Ik ben Ariadne Pors, teamleider van Buurtwerk en Sociaal Recept projectleider, en achter mij zit nog een dame een Sociaal Makelaar. Mevrouw Scheening: Je doet vindplaatsgericht werk of je doet het niet.
De voorzitter: Maar op het moment dat uw collega ook met deze tafel mee kan praten dan kan zij het beste hier zitten, want anders heeft ze geen microfoon en kan ze dus ook geen vragen beantwoorden. Nou, welkom. De vloer is aan u. Mevrouw Scheening: Goedenavond. Mijn naam is inderdaad Anne Scheening van het Sociaal Wijkteam Dordrecht, en wat zijn wij blij dat wij vandaag op een vindplaats mogen zijn, het Stadskantoor. Want uiteindelijk zijn wij allemaal met elkaar vindplaatsen. En vindplaatsgericht werken en Buurtwerken en samenwerking is het onderwerp wat ik mag doen, maar wij kunnen het nooit alleen, dus we doen dat zeker met alle professionals, maar ook alle samenwerkingspartners. En ja, we kunnen nog heel veel beter doen. En wij hebben van Dorrit geleerd dat wij ook een keer mogen leren om ook dingen beter te zien dan wij het zelf zien, maar dat is doordat wij gewend zijn dat als het misgaat gauw de vinger naar het wijkteam gaat, dus dat is ook goed. Maar daardoor vergeten we wel eens om vooral heel trots te zijn, en daar wil ik mee aftrappen. En dat is ook niet voorbereid, maar daar wil ik wel zeggen coronatijd en sociaal professionals en jeugdprofessionals en het Sociaal Wijkteam die hebben echt keihard gewerkt heel de coronatijd door.
En je bent cruciaal beroep, maar op het moment dat je wilt testen ben je het niet, dus moet je gewoon heel lang wachten, maar ondertussen wel je gesprekken doen. Ik wil echt een groot compliment geven niet alleen aan het Sociaal Wijkteam, maar alle mensen die ook in het voorveld en eromheen in de
22
hele coronatijd altijd gewerkt hebben. We kijken zo naar de medische kant en dat is volkomen terecht, maar ik wil ook al die mensen die voor de inwoners en voor de inwoners zelf die ook daardoor veel elkaar geholpen hebben echt een pluim geven, dus ik denk dat dat ook even gezegd mag. Ik maak even van dit moment gebruik. En dan gaan we gewoon verder met vindplaatsgericht werken. O, ik heb een laptop. Ja, ik zal het even zo doen. Het is hetzelfde riedeltje wat mijn collega hiervoor deed met dezelfde richting, dus ik denk dat ik die kan overslaan. En wat zijn de ontwikkelingen? Nou, in de opmars in 2021, 2023 zitten we op het kader van vindplaatsgericht werken dat we niet alleen kijken naar deuren open en deuren dicht van een wijkteam, maar waar deuren dichtgaan gaan ook weer deuren open, dus dat betekent dat wij met vier plekken van de Sociaal Wijkteams als vindplaats gebruiken. Wij kunnen zelf zichtbaar zijn op onze eigen vindplaats, maar er kunnen ook andere professionals van andere samenwerkingspartners zichtbaar zijn op de vindplaats van het wijkteam, en wij als professionals van het wijkteam kunnen zichtbaar zijn op die vindplaatsen. Daar hebben wij met elkaar met de gemeente Dordrecht ook wel naar gekeken hoe gaan wij ons veel meer op dat vindplaatsgericht werken richten.
En daar zijn een paar pilots uitgekomen wat we daar doen, en dat zijn onze vindplaatsen, de scholen en de voorscholen, Jong JGZ, dus het Jeugdgezondheidszorg, kinderopvang - gaf ik al een beetje aan samenwerking met huisartsen, dat is ook een mooi thema. Dat stond in het stuk waar wij zouden samenwerken, maar daar hebben we ook gekeken wat doet al een samenwerkingspartner van ons. En daarom hebben we ook Sociaal op recept meegenomen om ook te zeggen we kunnen op het moment iets optuigen, maar je kan er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een samenwerkingspartner om de handen ineen te slaan om met elkaar dat te doen, en niet zelf weer iets te beginnen. Dus dat is ook het stuk om zo met mekaar dichter op voor die inwoner het makkelijker te maken dan dat we weer een loketje opendoen, want je wil het samen doen. Dus dat is waar we steeds verder in gaan ontwikkelen. En bij dat vindplaatsgericht werken hoort het hele stuk, wat ook mijn collega net aangaf, centrale wachtlijsten op Sociale Wijkteams nul tot honderd om te zorgen dat als het in de ene wijk wat rustiger is je in de andere wijk kan inspringen. Dus dat is denk ik een heel belangrijk punt om te doen. Nou, de inlooplocaties, gaf ik net al aan, dat zijn er vier.
Daar hebben we vanuit het wijkteam zelf is dat op Stadspolders-Dubbeldam in Sterrenburg, de Callistolaan is zo eind vorig jaar - volgens mij, Yvette - geopend, en Centrumlocatie Bankastraat, en dan hebben we Crabbehof als locatie wat open is waar de inwoners van Krispijn en Wielwijk komen. En binnen Krispijn is het verzoek gekomen om daar wat meer aan te sluiten bij waarschijnlijk of het Buurtwerk of op een andere plek waar we iets makkelijker toegankelijker zijn om elkaar te vinden. Dus ook die signalen horen we, maar we zijn ook wel afhankelijk van onze locaties waar we zitten, en ik kan je vertellen in coronatijd in verpleeghuizen en bejaardentehuizen zijn niet heel handige locaties. Dat geeft niet, we vinden voor alles een oplossing. Wat we verder gedaan hebben is dat de samenwerking met jongerenwerk ContourdeTwern, IPTA, en jongerenwerk werkt natuurlijk ook veel met Jongeren Op de Rit, een expertise binnen het wijkteam samen. Er zijn heel veel van dat soort dingen die we met elkaar ontwikkelen om die samenwerking te vinden. Ik kan zelf naar de volgende. De rol van het wijkteam is niet alleen dat we zorgen dat die inwoner … We kunnen een hele discussie maken met elkaar zijn wij nu hoogdrempelig of zijn we nu laagdrempelig, maar wat het belangrijkste is dat
23
we als wijkteam zien dat we begonnen in 2015 – werd straks ook al een beetje aangegeven in het vorige gesprek – zijn we heel erg generalistisch met elkaar. We waren overal van. Dus iedere vraag kon binnenkomen en elke professional moest overal van zijn, waardoor je dus ook kreeg dat je niet zo goed weet: met wie zit ik nu aan tafel, en wat kunnen we ervan verwachten? Dus die ontwikkeling die we met elkaar gemaakt hebben in de samenwerking is ook de ontwikkeling die we gemaakt hebben met de professionals, en dat is veel meer op expertise en het gebruik maken van ons als nul tot honderd. En dat is altijd het lastige van zo’n avond en dingen eruit halen, je licht er een klein stukje uit, maar er hoort heel veel meer bij, dus daar doe je soms anderen mee te kort, en dat is absoluut niet onze bedoeling. Het gaat uiteindelijk voor de inwoner om de samenwerking te voelen dat het logisch is, dat het zo normaal mogelijk gaat en dat de drempel zo gemaakt wordt dat het gemakkelijk toegankelijk is en dat we zorgen, blijven zoeken met elkaar dat we de inwoner blijven vinden op welke plek dan ook.
De rol van het Sociaal Wijkteam is meedenken, mee uitvoeren, de doorontwikkeling wat ik al zei op de Jeugdgezondheidszorg, omdat dat uiteindelijk een groep is waar 95 procent bijna komt aan kinderen, dus dat is al heel belangrijk dat je juist daar de samenwerking vindt als je over preventie en zo dicht mogelijk bij wilt zitten. Integraal arrangeren, de huisvestingsvraagstukken. Nou, dat kan ik u ook aangeven dat als je een sociaal werker op dit moment vraagt: heb je het nog naar je zin op het werk? Dan hoor je wel heel veel mensen zeggen: huisvesting, het is bijna niet meer leuk. Omdat ieder mens heeft een huisvesting en daar stagneert veel hulpverlening bij. En dat maakt het wel eens moedeloos wat ook leert dat ze ook proberen de inwoner wel zover te krijgen wel al die dingen waar je wel aan kan gaan werken te gaan doen. Het Sociaal Wijkteam handelt daarnaast ook outreachend, en dat is ook een belangrijke vindplaats. Als je naar outreachend werken kijkt is dat wij … Vroegsignalering werd al een beetje aangegeven straks ook door de wethouder, dat we al eerder aanbellen doordat er uitmeldingen van achterstandsbetalingen mekaar al beter weten te vinden. Daarnaast het meldpunt Zorg & Overlast die meldingen doet om eens aan te bellen bij mensen waar meldingen voor zijn.
En we zien momenteel een hele grote groep van 50 tot 70 jaar waar we veel vervuilingen, eenzaamheid, Zzp-problemen, alle steeds meer meer gang komen. Hoe de corona daar nog invloed voor heeft, ik denk dat alles te vroeg is om daar een eerlijk antwoord op te geven. Dat zijn een beetje om u mee te nemen wat we dan doen. En het allerbelangrijkste wat ik vanavond dan ook een beetje in de shine wil zetten is onze professional vanuit Jongeren Op de Rit. Ik denk dat het goed is dat hij ook een stukje samenwerking vertelt wat hij heeft vanuit de expertise JOR, maar ook vanuit het samenwerken met de kerngroep. Dat is dan weer eigenlijk waar heel veel problemen zitten, en dan de mooie schakeling die je maakt met het Buurtwerk, het voorveld. En dat zijn de twee werelden wat gewoon belangrijk is dat je met elkaar ziet die je doet, het Buurtwerk wat nul tot honderd schakelt, maar ook het Sociaal Recept doet. En vanuit dat stukje lijkt het me mooi om jou eerst het woord te geven over Welzijn op recept, Peter. Ik hou mij nooit helemaal aan lijnen, dus ook niet aan een presentatie. Belangrijkste vind ik dat ook andere mensen aan het woord komen dan alleen ik. Peter. De heer Snoeren: Ja, dank je wel. Wil je het dan ook doorzetten, de presentatie, want dat is meteen mijn spiekbriefje.
Ik ben Peter Snoeren, manager bij ContourdeTwern en verantwoordelijk voor de Buurtwerkopdracht en de opdracht INZET078!, en goed om
24
daarbij te vermelden is dat we beide opdrachten uitvoeren in een samenwerkingsverband met MEE-Vivenz, dus dat dient er altijd even bij gezegd te worden. Het Sociaal Recept is een project, een extra financiering die we gehaald hebben in 2021. Wat goed is om te weten aan de voorkant is dat de rol Sociaal Makelaar ooit gestart is in een pilot binnen Krispijn binnen het Sociaal Wijkteam, en 2019 toegevoegd is aan de Buurtwerkopdracht om daar verder door te ontwikkelen naar de positieve resultaten die daar behaald waren. Sociaal Recept is eigenlijk een doorontwikkeling op die rol van Sociaal Makelaar. Deze financiering loopt twee jaar en wordt gefinancierd vanuit de opgave Zorgzame Stad. En we hebben daar een mooi verhaal bijgeschreven waarbij we onszelf ook nog een mooie taak hebben toebedeeld in het stukje financiering. Dus ik neem u even kort mee in wat het project is en hoe dat proces verder loopt, en dan zal dadelijk daar Patricia ook maar even gaan vertellen over hoe we dan samenwerken met het wijkteam. En dat is denk ik een stuk interessanter, maar ik vond het wel mooi om dit even te benutten, dit moment. Het gaat over het verbinden van het medisch aan het sociaal domein.
Dus er zijn heel veel mensen met psychisch-sociaal problematiek die bij de huisarts komen, dus mensen die neerslachtig zijn, mensen met gevoelens van eenzaamheid, lichamelijk onverklaarbare klachten waarbij we denken dat ze gebaat zijn bij een welzijnsoplossing. Daar heb je een landelijk project Welzijn op recept voor. Sociaal Recept is daarvan afgeleid, maar we hebben daar natuurlijk onze eigen Dordtse variant op gecreëerd zoals we allemaal goed zijn in onze projecten allemaal een eigen draai geven. En waarom hebben we dat gedaan? Omdat we de huisarts willen ontlasten. Binnen het Welzijn op recept vindt de intake rondom Welzijn plaats bij de huisarts, dus dat gesprek doet de huisarts. Maar dat is ook een club die het al aardig druk heeft in de spreekkamers, dus we hebben gezegd: goh, als jullie nu mensen tegengekomen met dat type klachten verwijs ze dan door naar ons, naar de Sociaal Makelaar. Nou, via een mooi systeem wat al draait bij de huisartsen worden mensen doorverwezen naar ons, naar de Sociaal Makelaars, daar wordt in een mooie volzin of één woord geduid wat de problematiek is, en dan gaan we op huisbezoek.
Daar staat nog mooi stap 2 en 3 en er was een hele mooie papieren werkelijkheid, maar in werkelijkheid gaan we gewoon na dat mailtje, waar de patiënt van op de hoogte is op het moment dat hij doorgestuurd wordt door de huisarts, nemen wij contact op met die bewoner – voor ons is het altijd een bewoner - en vragen we: wat kunnen we voor u betekenen, kunnen we even langskomen? We denken namelijk dat op het moment dat je een goed gesprek achter de voordeur bij iemand aan de keukentafel voert dat je dan ook daadwerkelijk meer te weten komt, dat je een duidelijker problematiek … Nou, duidelijker. Je kan het in ieder geval goed signaleren omdat je in de leefomgeving van iemand terechtkomt. Nou, op basis van dat gesprek kunnen we heel goed inschatten we, is dan de Sociaal Makelaar - wat voor iemand hebben we tegenover ons, en wat is een passende interventie? Is het een Welzijn op recepttraject, dus kan iemand binnen Buurtwerk doorstromen, kan iemand in een koffieochtend bij De Buitenwacht, kan iemand op wat voor informele ontmoetingsplek ergens aansluiten, kunnen we een maatje voor hem regelen, is informele zorg nodig, kunnen we zijn netwerk betrekken in het oplossen van zijn vraag? Alle kanten kan het op. Is het een complexe vraag dan gaat het naar het Sociaal Wijkteam.
We hebben hele korte lijntjes met het wijkteam, daar gaat deze bijeenkomst over, dus we gaan daar nog even iets over zeggen. Of is het een combinatietraject? En dat combinatietraject is win-win, want dat betekent dat
25
iemand voor zijn complexe vraag bij het wijkteam daar geholpen wordt met de expertise die bij het wijkteam zit, en dat hij voor zijn contactvraag, want het gaat over eenzaamheid, geholpen wordt binnen het Buurtwerk. Ja, we koppelen altijd even terug naar die huisarts: wat hebben we precies gedaan? Nou, ik heb in het donkerblauwblokje de eerste reacties van de huisartsen gezet die in Dordrecht-West actief zijn, die zijn heel lovend en die zijn heel positief. We schrijven alle huisartsen aan. We proberen via de zorggroep al de huisartsen ook goed te betrekken bij dit project. Nou, het komt goed op gang. Vanaf oktober is C-boards – zo heet het doorverwijssysteem waar we mee werken – operationeel, en zie je echt dat veel casussen toestromen. Nou, ik vertelde toen straks, en dan zal ik het afronden, mijn verhaal, nog dat we een financieringsvraag in de maag gesplitst hadden. Er zit namelijk altijd een kosten-batenvraagstuk rondom het sociaal domein, dat hoef ik jullie niet uit te leggen, denk ik. En wij denken dat doordat je investeert op welzijn dat je een hoop zorg aan de achterkant kan voorkomen. Dus we hebben gezegd ook de inzet van een Sociaal Makelaar kost geld, het kost 1038 euro zo’n traject, dat hebben we allemaal mooi doorgerekend.
Er zijn allerlei maatschappelijke businesscases op een hoop gegooid tussen sociaal werk Nederland, en die zeggen: sociaal werk rendeert op een factor 1,6. Dus daaruit blijkt ook al dat sociaal werk of welzijn oplevert. Nou, wat we doen met een actie-onderzoek is dat we, op het moment dat een casus afgerond is, zo moeten we er 100 doen, dat we gaan kijken welke kosten hebben we nu bespaard op de korte termijn, middellange termijn of de lange termijn? En dat is soms heel ingewikkeld. We krijgen bijvoorbeeld senioren met een vraag die we kunnen stutten en steunen met een informeel zorgtraject. Dat is heel mooi, maar als die dame of heer zijn heup breekt drie maanden later dan kom je toch hoger uit in de kosten. Mensen worden nu eenmaal ouder, en dat kost geld. Maar we kunnen wel zeggen dat over de periode van drie maanden of een half jaar, en toetsen we bij huisartsen met huisartsen en met Sociaal Wijkteamprofessionals, dat we bepaalde zorg hebben voorkomen door middel van die informele oplossing. We hebben een tijdje geleden 13 casussen bij de kop gepakt en door dat model heen gehaald, en toen kwamen die 13 casussen op een besparing van 45.000 euro.
Dat zijn mooie aantallen, maar op 13 zegt dat nog helemaal niks, en op de schaal van Dordrecht al helemaal niet, dus we gaan aan de gang met 100 casussen om die in beeld te brengen, en dat is allemaal aanleiding op de samenwerkingsagenda met VGZ het gesprek te voeren over hoe en op welke manier kan de zorgverzekeraar bijdragen aan de preventie. Een heel mooi gesprek, een heel ingewikkeld gesprek, maar wel een hele mooie vindplek die huisartsen om te signaleren en mensen op de goede plek terecht te laten komen. Dat zal ik nu mijn mond houden, en dan kan Patricia nog iets vertellen. Mevrouw Van Mourik: Nou, ik ben Patricia Van Mourik. Ik ben Sociaal Makelaar voor Dordrecht-West, dat is Krispijn, Wielwijk en Crabbehof. En ik ben inderdaad begonnen als pilot in het Sociaal Wijkteam Krispijn waarna anderhalf jaar de pilot afliep en de aanbesteding inderdaad naar Buurtwerk ging, en ik daar als Sociaal Makelaar dat voort mocht zetten met nog twee collega’s. Nou, inmiddels ben ik vier jaar verder, en heb ik er nog drie collega’s bij, dus zijn wij met zijn zessen, bedienen wij Dordtrecht in zijn geheel, en dan in koppeltjes van twee per werkgebied. Sociaal Recept zijn wij gaan doen in augustus. Ja, we zijn iets later gestart waarbij het begin moeizaam was omdat de huisartsen natuurlijk bomvol zitten met spreekuren, met coronapatiënten, met regels in
26
de praktijk, en we niet direct kennis konden maken. Inmiddels hebben we een aantal praktijken bezocht, en zien we inderdaad echt wel gewoon enorm resultaat van het aantal doorverwijzingen wat we krijgen. En om voorbeelden daarin te noemen in de samenwerking naar het wijkteam toe heb ik er even snel twee bedacht net, is dat ik een doorverwijzing kreeg vanuit een huisarts in het centrum voor een patiënt die dan in mijn werkgebied woont. Zijn zoon was zeer afhoudend voor hulpverlening, moeder had al hulpverlening, alleen daarin was de huiselijke sfeer ontwricht. De communicatie tussen puberzoon en moeder liep absoluut niet goed, waarin zoon zelfs de regie had over de medicatie van moeder, en dat niet wenselijk was bij de huisarts, die aangaf: joh, kunnen jullie hier iets in betekenen, en dan laagdrempelig omdat zoon enorm afwijzend is op hulpverlening.
Ik heb deze casus met een jeugdprofessional in de wijk besproken: hoe kunnen we dit nu het beste aanvliegen om inderdaad heel laagdrempelig in contact te komen met die jongen, en die communicatie iets te verbeteren, waardoor hij misschien op een gegeven moment wel open komt te staan voor iets hulp, ook op zijn vlak? En heb ik met de jeugdprofessional besproken om eerst schoolmaatschappelijk werk - dus de OK-coach waar Anne het net over had - in te schakelen en zo in gesprek te gaan met de jongen op school, zodat het ook niet gelijk in de huiselijke sfeer is, maar gewoon tijdens schooltijd op school, laagdrempelig: kom even met me mee, hoe gaat het nu thuis, en hoe is het afgelopen week geweest? En dat is sinds kort gestart, en moeder was erg tevreden. Zoon heb ik nog niet gesproken, maar ik ga daar zeker op terugkomen. Dus dat is een heel klein voorbeeldje van hoe zo’n doorverwijzing kan zijn waarin ik merk dit kan ik niet in het voorliggende veld oplossen, dit is echt wel iets waar professionals iets in moeten betekenen, maar waarbij je wel die verbindende factor kan zijn, de vertaalslag soms kan maken naar de professionals. Daarnaast heb ik een voorbeeld van een accountantskantoor dat een meneer had die ontslagen was na 31 jaar.
Moest gaan solliciteren, waarbij het solliciteren digitaal niet lukte, waar ik dus de oplossing kon gaan bieden in het voorliggende veld: oké, zijn er projecten in Dordrecht of de omgeving waarin je zo iemand kan helpen door middel van een vrijwillige inzet of een vrijwilliger die hem helpt bij het solliciteren van zijn maandelijkse verplichtingen die hij sowieso moet voldoen? Inmiddels kwam ik daar wat langer over de vloer en merkte ik toch dat er meer was dan alleen dat solliciteren stukje, en ging ik twijfelen aan zijn vermogen om überhaupt aan het werk te komen. Heb ik mijn collega sociaal domeinprofessional van het wijkteam Krispijn gevraagd om met mij mee te gaan om te kijken of zij hetzelfde zag als wat ik zag. En zijn we in gesprek gegaan met een POH van de huisarts om eventueel deze meneer te laten testen en te kijken of er toch niet iets van een beperking speelt, waar ik het idee van kreeg. En zo zitten we er samen in, dus zo help ik hem op praktisch gebied in het voorliggende veld, en helpt mijn collega dat stukje met eventueel testen om te kijken of hij inderdaad misschien een beperking heeft of iets. Dus zo zoeken we de samenwerking op in bepaalde casussen.
Soms moet je een motiverend gesprek eerst voeren om ze naar het wijkteam toe te krijgen, omdat mensen denken dat als ze naar het wijkteam moeten, soms, dat ze dat zelf niet meer kunnen, en dat is natuurlijk niet het geval. Maar ja, bij sommige mensen die hebben zo’n beeld en dan probeer je ze te motiveren om toch met jou samen mee te gaan naar het wijkteam. Dus dat is een beetje de praktijkvoorbeelden vanuit Sociaal Makelaar genoemd.
27
Mevrouw Scheening: Dank je wel, Patricia. Ik denk dat het mooi is om even het laatste stukje ook mee te nemen, want natuurlijk hebben we ook dingen waar knelt het dan nog. We hebben het over de samenwerking waar we nog steeds in moeten doorontwikkelen. Maar waar we vooral ook beknelling zien is dat professionals van het Sociaal Wijkteam werken vanuit goed bereikbaar locaties. Nou, dat is nog een onderzoeksvraag: wat zijn die locaties en hoe gaan we dat doen? Ik bespaar even de details daarin, maar jullie snappen dat zijn onderzoeksvragen. Hoe de logische spreiding eruit gaat zien werken we verder uit in deze periode. Wat is een logische spreiding van waar we gaan zitten en hoe we gaan zitten, maar ook waar sluiten we aan en waarom. Dit hangt samen ook allemaal met de Dordtse opgave versterken voorliggend preventief veld.
Dan nog de externe communicatie, wat ik daarstraks al mee begon, het beeld van 2015 hoe we begonnen zijn, en nu inmiddels in 2022 van een wijkteam waar je binnenvalt met al je vragen, naar een wijkteam die heel veel samenwerkt met het voorveld, op welke gebieden dan ook en hier een klein voorbeeld van gegeven is, naar ons Sociale Wijkteam met meer expertise, met meer kijken hoe we integraal met elkaar op expertise kijken: wat doe je per wijk, wat doe je per gebied, wat doe je per stad? Om ook te zorgen dat je die inwoner op welke plaats hij ook is kan vinden, maar ook dat we hem kunnen helpen met die vragen waar het nodig is. Want de vraag achter de vraag blijft natuurlijk altijd het ding wat we willen weten, maar het normaliseren om mensen te helpen met hetgeen waar ze mee zitten kan ook weer een mooi begin zijn om mensen sneller verder te laten gaan. Dus onze denkwijze zien we daar ook met elkaar in veranderen: wat doe je wel en wat doe je niet? Dus je beweegt mee. En misschien zitten we over zeven jaar dat we het weer anders zien, maar op dit moment bekijken we het zo. De rol van het Sociaal Wijkteam binnen de opgave versterken voorliggend preventief veld is meedenken, vooral het proactief agenderen van blinde vlekken, want die hebben we allemaal.
En wat ik mooi zou vinden is dat we die blinde vlekken met elkaar blijven delen om juist te zorgen dat het zicht met elkaar helder blijft ook al hangt er soms een mist, maar laten we geen beeldvorming doen, maar laten we mekaar de juiste vragen blijven stellen. Zo ook een tekort aan het aanbod in het voorveld, het versterken van de samenwerking met het voorveld, maar laten we vooral de samenwerking met eenieder waar we met elkaar mee te maken hebben versterken door het contact met elkaar te houden, want uiteindelijk helpen we de inwoner alleen als wij het goed met elkaar doen. Net gaven we al een beetje een voorbeeld van professionals werven en doen. Wat we wel zien, dat wil ik ook wel meegeven, we zijn zelf al met elkaar aan het ontwikkelen hoe kunnen we nu zorgen in onze organisaties dat je ook bindt en boeit voor je professionals, maar ook hoe we weer in contact komen om de stageplekken te bieden, want ook dat heeft door corona natuurlijk stilgelegen, en studenten weer ruimte te geven om dat te doen. Onderwijs is veranderd, wat ook betekent dat professionals op andere momenten instromen, dus we proberen op die manier wel ook weer onze arbeidsmarkt te doen. Dat wou ik nog even als aanvulling meegeven, dat we ook proberen aan die kant in mee te kijken hoe we de arbeidsmarkt en het werk weer aantrekkelijker kunnen maken.
Ook dan ben je weer een vindplek, maar dan weer andersom voor studenten, leerlingen en anders. En zo heb je de cirkel weer rond. En het leek me een mooi stuk om daarmee te eindigen, met misschien nog een mooie quote voor jou Daniel, want daar ben jij altijd heel goed in.
28
De heer Stuit: Ja, daar is geen woord aan gelogen, dank je wel. Wat ik wilde zeggen is allereerst gewoon fijn dat we de kans krijgen om hier een verhaal te houden, en om mensen een beetje mee te nemen en ook toch te enthousiasmeren voor het mooie wat we al hebben in Dordrecht. Kijk, ik hoor vaak het wijkteam heeft een hoge drempel, maar ik zie toch echt meer mijn ervaring als professional, als een soort knikkerbaan, dus eigenlijk meer een soort van niet afgerond, dat klinkt heel negatief, maar dat je wel heel makkelijk naar binnen kan rollen, en dat er als een soort knikkerbaan ook heel duidelijk van nul tot honderd wordt gekeken in welk kokertje kom je terecht, en waar kun je gewoon de beste hulp en wie kan jou het beste helpen? En er zijn gewoon heel veel expertises binnen dat wijkteam. Ik hoor vaak ook nog je hebt een jeugd domein en een sociaal domein, en een Ouder-Kindcoach, en een Jongeren Op de Rit, een hele wirwar van categorieën. Maar we zijn gewoon het wijkteam, en we hebben allemaal de opdracht om de burger te voorzien in goede hulp. En ik denk dat we daar heel goed mee bezig zijn. Ik denk dat we heel veel ruimte krijgen ook om dat uit te voeren. Er is een uitspraak it takes a village to raise a child. Ik zou echt niet weten van wie die uitspraak is, maar ik vind het heerlijk om af en toe dat soort dingen ergens gewoon op tafel neer te leggen.
Het is voor iemand die een snelle Googlewerking heeft, zoek hem snel op van wie de uitspraak is. Maar dat is ook een beetje in de samenwerking met de ketenpartners. Wij kunnen niet de cliënt of klant of bewoner, hoe je hem of haar wil noemen, niet alleen als wijkteam. We hebben echt jong JGZ voor nodig, Buurtwerk hebben we daarvoor nodig, de gemeente hebben we daarvoor nodig, en enthousiaste wethouders inderdaad die over een links discours volgens mij hoorde ik de heer Heijkoop iets zeggen. Dat is helemaal niks mis mee, als we maar gewoon het goede doen met z’n allen inderdaad. Nee, maar daar hebben we allemaal elkaar voor nodig, en ook alle mensen die hier nu vanavond aanwezig zijn en ook online meeluisteren om daar gewoon fris naar te kijken, en met z’n allen die stad verder te helpen. Dus ik zit alweer op mijn praatstoel merk ik, maar in ieder geval dat is mijn inbreng voor nu. En mochten mensen vragen hebben, kom maar op. Mevrouw Scheening: Dat is mooi, denk ik, om mee te eindigen. Zijn er vragen voor ons, of neem ik nu het werk van jou af? De voorzitter: De heer Kwaak? De heer Kwaak: Dank u wel voor het inspreken allemaal. Ik vond het heel boeiend allemaal. Jullie doen heel goed werk, maar ik heb ook iets. Ja, een beetje een advocaat van de duivel vraagje voor jullie allemaal.
Wordt er ook wel eens nee gezegd? Want te veel aanbod aan hulp kan leiden tot minder zelfstandigheid bij de bewoners. En zelfredzaamheid, dat heb ik helemaal nog niet gehoord bij jullie. Mevrouw Scheening: Ik denk, mijnheer Kwaak… Ik wou zomaar je voornaam zeggen, maar dat hoort natuurlijk helemaal niet. Ik denk dat dat een hele goede vraag is. Wij moeten leren waar zijn wij wel en waar zijn wij niet van? En dat is ook wat ik daarnet even liet zien: veel meer uitstralen wat kunnen we wel, wat kunnen we niet? Daar zijn we zeker mee bezig door inderdaad heel goed te kijken bij wie hoort iets thuis. Het gevaar is met dingen delen met elkaar dat je ook heel veel dingen vergeet. En dat is wel bij die integrale klantroute, bij die inloop, zit er ook, en dat vroeg u daarstraks ook, wat
29
voor mensen zitten er bij de inloop? Daar zitten inderdaad mensen die heel goed triage doen, maar ook heel goed kijken is dit iets wat mensen zelf sneller kunnen oppakken weer als we ze bijvoorbeeld voor die zelfstandigheid … En voor ons is het bijna zo logisch om mensen zo snel mogelijk in eigen kracht te zetten dat we het bijna vergeten te zeggen omdat we heel snel in problemen denken met elkaar, maar het is zeker dat juist gekeken wordt ook waar zijn mensen sterk in, of hoe kunnen we zorgen dat ze zo snel mogelijk zo sterk mogelijk worden om weer verder te kunnen? Dus dat is zeker waar men op kijkt, waar ligt de kracht. Nog andere vragen? Mevrouw Pors: Nou, want ik vind het een heel boeiende vraag, en morgenochtend zit ik weer met mijn collega en nog vijf Sociaal Makelaars, en daar heb ik pas het onelegante woord de competentie van de onmacht laten vallen, want een hulpverlener wil altijd dat het nog beter gaat met de persoon die je voor je hebt. En daar doe je het voor, maar dat is niet altijd zo. En zeker bij de Sociaal Makelaars hebben we te maken met redelijk wat oudere mensen die aangemeld worden vanuit de huisartsen.
We zien er echt wel een rode draad inkomen, en daar kun je niet voorkomen dat ze binnen nu en 10 jaar doodgaan, echt heel plat gezegd, dat kunnen we niet voorkomen, maar wat je wel probeert het leven te veraangenamen en op tijd de juiste dingen in gang te brengen. Maar je kunt niet alles bieden wat altijd gewenst is. Dus die competentie van de onmacht dat is een hele lastige, maar die is er wel. En zeker ook, en we hebben ook ruimte om een soort motivatietraject met mensen aan te gaan, dus ze zeg maar warm te krijgen om wat te gaan doen met hun shit. En dat heeft ook een einde. Op een gegeven moment zeg je ook nu hebben we heel veel gedaan, en nu is het eventjes aan de persoon zelf om z’n eigen proces te doen en kom terug, maar hou wel die deur open. En dat is wat we heel sterk bij elkaar doen. En wat nog net op het puntje van mijn tong zat, maar ik heb nu toch die microfoon … Want ik heb nota bene hier in deze commissie maar dan een voorganger van jullie of daarvoor nog, dat weet ik niet, voor hetzelfde Sociaal Wijkteam staan praten, want toen werkte ik daar ook, dus ik vind ook dat ik een klein beetje recht van spreken heb om te vertellen hoe het werkt. En wat ik heel leuk vind in Dordt en echt mooi, en dat is voor jullie ook het goud, dat is klein genoeg om elkaar te kennen, en we werken ook op basis van opgebouwd vertrouwen.
Dat voorbeeld wat net genoemd werd, en wij hadden het net tijdens de limonade druk over. Op het moment dat de bewoner jou vertrouwt, en denkt hè, je hebt mij begrepen, en die zegt, joh, maar ik kan niet alles doen, maar we hebben die nodig, dan kun je daarmee verder. Dan ben je het bruggetje naar elkaar, en daar zijn we vind ik in Dordt ook heel goed in. Ook de ketenaanpak schulden, hebben jullie ook wel eens veel van gehoord. Dat werkt ongeveer hetzelfde als wat net verteld werd met de Wmo, maar waar je ook de kennis van degene die er echt verstand van heeft erbij haalt. En dat vind ik echt een grote kracht in Dordt dat we elkaar heel makkelijk erbij slepen. Mevrouw Scheening: Zijn er nog meer vragen? Want zo kan vindplaatsgericht werken een heel breed onderwerp worden. De voorzitter: De heer Burakçin nog.
30
De heer Burakçin: Ja, misschien toch nog een vraag. Nu is er aardig wat expertise binnen het wijkteam, maar wordt er nog expertise gemist die je heel graag zou willen hebben in het wijkteam? Mevrouw Scheening: Ook dat is een hele goede onderzoeksvraag. Dat zijn de dingen waar we ook naar aan het kijken zijn: waar lopen we tegenaan, en waar ben je van? Dat is wat een beetje aansluit bij: waar ben je wel, en waar ben je niet van. U noemde net het stukje GGZ. Daar zijn we binnen nul tot honderd heb je GGZ op alle gebied. We hebben ook net gezien dat we ook een sociaal werker erg missen met GGZ-dingen, dus die expertise hebben we toevallig afgelopen vrijdag aangenomen, dus wij zijn daar heel trots op, want GGZ is wel een heel groot stuk binnen nul tot honderd waar we veel problematieken van binnen zien komen, dus daar gaan we veel op aansluiten. En ja, welke expertise nog meer naar veiligheid is denk ik ongekend dat we echt wel willen proberen om zoveel mogelijk mensen daar goed geschoold in te hebben. Iedereen moet er veel van weten, maar ook dat is een expertise. Sowieso al de manier van vragen en dat soort dingen, en gespreksvoeringen is voor iedereen belangrijk, maar qua expertises is ook een zoektocht in onze hulpvragen die je tegenkomt. We hebben ook groepswerk doen we.
Daar hebben we expertise op ingericht dat mensen trainingen volgen om ook juist veel meer mensen te kunnen koppelen rond zo’n trainingen voor het onderwijs. Dus dat zijn expertises die we elke keer ook een beetje aanscherpen op de vragen die er zijn. Dus zijn er weer plekken kijken we ook wat we weer nodig hebben in het wijkteam. En wat we zelf niet hebben, want dat moeten we ook echt even niet vergeten, we hoeven het niet allemaal zelf te hebben. Je bent een wijkteam, maar je kan samenwerken, dus dat betekent dat je in die integrale klantroute al bij de vraagverheldering misschien bij de eerste gesprekken al ziet dat je een andere samenwerkingspartner nodig hebt om die expertise te doen, dan vlieg je eigenlijk die andere samenwerkingspartner al in. Het gaat niet alleen om de mensen die in het wijkteam zitten, het zit ook in de expertise die je eromheen hebt, als je mekaar maar goed weet te vinden. Ik denk dat dat het belangrijkste is. Mevrouw Nijhof: Voorzitter? De voorzitter: Ja, je wilt hier op het laatste stukje ingaan, denk ik? Mevrouw Nijhof: Nou, ik wil nog een vraag stellen hierover. Kan dat? De voorzitter: Oké, en dat is dan de laatste vraag, want we hebben daarna nog een onderwerp. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ik weet het. Nou, wat ik mij afvraag, we hebben in deze raad, zeg maar, eigenlijk spreken we al jaren over regievoering, over het probleem van een inwoner.
Soms hebben inwoners meerdere problemen. En we hebben hier volgens mij vorige week zelfs nog over gesproken. En wat ik nu hoor is een heel groot aantal mensen die zich met een gezin of met een persoon bemoeien, zeg ik maar even. En ik hoor eigenlijk nog steeds - in ieder geval zo leg ik dat zelf uit - niets over de regievoering. We hebben ooit in 2014 heel duidelijk met mekaar afgesproken dat we eigenlijk de opdracht met mekaar hadden om zo min mogelijk gezichten in een gezin te
31
hebben. En nu hoor ik zeven jaar later eigenlijk nog een beetje hetzelfde verhaal als zeven jaar geleden. En nou ja goed, ik vraag me af wat er van de regievoering gekomen is? Mevrouw Scheening: Gelukkig staat de tijd niet altijd even stil, maar een hele terechte vraag, hoor. Wat ik al zei het gevaar is van zo te presenteren dat je sommige dingen overslaat. Procesregie en casusregie zijn twee hele belangrijke stukken waar we al een groot deel uitwerkingen in hebben bij de jeugdprofessionals, maar ook sowieso steeds meer komt dat als er meerdere partijen … Want het is nu eenmaal zo dat we nog zien dat er veel partijen bij betrokken zijn en dan proberen we wel al heel goed gelijk af te spreken wie neemt de casusregie, en wanneer is het casusregie en wanneer is het procesregie? Nou, daar worden van tevoren, op het moment dat er meerdere partijen betrokken zijn, afgesproken wie de casusregie doet. Daar was het wijkteam in het begin, als je het over allround nul tot honderd hebt eigenlijk alleen bij jeugd veel bezig, maar nu is die opdracht ook bij nul tot honderd in zijn geheel, dus is ook daar de casusregie en procesregie een heel belangrijk onderwerp: wat doe je daar, en hoe breng je de partijen erbij, maar hoe zorg je ook dat de partijen weer af kunnen stromen? Want je wilt niet dat er zoveel mensen in blijven. Dus wat niet nodig is wordt niet gedaan.
En hier ging het echt om een stukje samenwerking, maar wat vooral bij iedere casus weer bekeken wordt: wie zit erin en waarom, en wie heeft de verantwoording om te zorgen dat er continu gemonitord gekeken wordt waar staan we, en waar moeten we naartoe? Zeer zeker is dat meegenomen, maar dat heeft nog een veel grotere uitwerking nodig. Dus ik denk dat we wel iets verder zijn dan zeven jaar geleden. Thema 3 Veilig opgroeien en Aanpak Huiselijk Geweld De voorzitter: Goed, dank jullie wel. Wij gaan wisselen naar thema 3, dus er vindt hier even een stoelendans plaats, denk ik. Goed. Tot slot thema 3, Veilig opgroeien en de Aanpak Huiselijk Geweld, en dan zitten er nu aan de tafel Sandy Bommeleyn, manager van het Sociaal Wijkteam, Stephan Hooghart professional bij het Sociaal Wijkteam, Natascha Van Veen, ook professional bij het wijkteam, Pieter Van Mourik, manager Veilig Thuis en Angela Veth van de ambtelijke ondersteuning. Gaat uw gang. Mevrouw Bommeleyn: Als het goed is ben ik zo verstaanbaar. Allereerst hartelijk dank voor ieders tijd en aandacht. Nog het laatste thema, maar graag nemen we jullie mee in de informatie die we met jullie willen delen als het gaat om Veilig opgroeien is teamwerk en Aanpak Huiselijk Geweld.
Daar is ontzettend veel over te vertellen, dus wij beperken ons wel tot enkele onderdelen daarvan en richten ons binnen onze presentatie ook met name op het Veilig opgroeien is teamwerk. Ik zal proberen onze presentaties wat vlot aan u te vertellen, zodat we met name nog voldoende tijd overhouden om met elkaar het gesprek te voeren, want dat is wat wij in ieder geval ook graag willen. Ik ben niet zo groot, dus ik moet even zorgen dat ik de presentatie vooruitzet. O, dat kan ik ook gebruiken. Oké, ja bedankt. De technologie is inmiddels onder controle, dat onderdeel hebben we gehad, en dan kunnen we overgaan tot de inhoud. Ik wil allereerst graag aan u toelichten wat het afgelopen jaar met name op Veilig opgroeien is teamwerk is gedaan. Ik zal er straks ook wat meer over toelichten, maar allereerst is er in elk Sociaal Wijkteam geïnvesteerd in de ketensamenwerking als het gaat om veiligheid, dus dat
32
vinden we allereerst belangrijk om te benadrukken. Vorig jaar heeft er aan het einde ook een lokale analyse plaatsgevonden waarin eigenlijk zowel aandachtspunten als krachten per team zijn inzichtelijk gemaakt. Ik heb enkele opgenomen in de presentatie. Waar wij het fijn vinden om met u te kunnen delen is dat in ieder geval zowel de werkwijze bekend is, maar ook de ervaring mee is binnen de Sociale Wijkteams, dus dat is in implementatie zeker gelukt, dat ook de visie achter Veilig opgroeien is teamwerk omarmd wordt. Dus daar is zeker een kracht die we graag willen delen. Aan de andere kant zijn er natuurlijk aandachtspunten die er ook uitgekomen zijn, en dat is onder andere dat we hebben een regionaal actieteam, en dat regionaal actieteam heeft ons zeker goed geholpen bij het implementeren van Veilig opgroeien is teamwerk waar we zien dat eigenlijk de aansluiting lokaal vooral heel belangrijk is. Dus dat betekent dat we in 2022 de lokale actieteams gaan inrichten, en daar zijn jullie als gemeente ook nauw bij betrokken. En wij zien eigenlijk dat de verbreding naar nul tot honderd belangrijk is voor onze integrale samenwerking, het goed aan kunnen sluiten bij de gezinnen, zien wij die ontwikkeling graag plaatsvinden.
Wat ook plaatsgevonden heeft is dat er eigenlijk besloten is te zeggen er zijn heel veel projecten als het gaat om veiligheid, en dat is aan de ene kant een groot goed, want we vinden het met z’n allen een heel belangrijk thema om goede deskundigheid aan te kunnen bieden aan de inwoners. Tegelijkertijd vinden we het ook belangrijk dat er veel samenhang tussen is, en merken we dat er nu de projecten nog te veel op zichzelf staan, en is er besloten tot een integraler programma waar eigenlijk het Veilig opgroeien is teamwerk de paraplu gaat vormen, en waarbij de grote projecten onder komen te hangen om eigenlijk die integratie veel meer te kunnen gaan plaats laten vinden. Dat is wat wij belangrijk vinden. En het is net al even genoemd, dat is onder andere de ambitie tot nul uithuisplaatsingen. En daarbij hoort ook Geweld hoort nergens thuis. En mogelijk kan Pieter daar straks nog het een en ander ook over toelichten, en het verder versterken van de lokale infrastructuur. Ook juist de investering op de deskundigheid die daarin ook heel erg belangrijk is. Dus dat … O, ik wou net de muis gebruiken.
Ga ik door naar wat is nu specifiek de rol van het Sociale Wijkteam? Nou, als het gaat om Veilig opgroeien is teamwerk werken wij vanuit de lokale teams en nu dus nog de jeugdprofessionals voorop met onze nadrukkelijke wens om die nul tot honderd verder uit te breiden, maar werken echt lokaal samen met gecertificeerde instellingen, met Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming om echt samen met het gezin dicht naar het gezin toe te komen met elkaar, met ook als doel om eigenlijk eerder en sneller en passender met elkaar in samenhang die ondersteuning te kunnen bieden, en ervoor te zorgen, het staat er al: een blijvende veilige ontwikkeling voor kinderen met elkaar tot stand te kunnen brengen. Dus dat is waar wij met elkaar proberen de gezinnen in te ondersteunen. Daarnaast pakken wij natuurlijk ook de afschalingen vanuit Veilig Thuis op, investeren wij in deskundigheidsbevordering, omdat signalering ook heel belangrijk is, maar natuurlijk ook de gespreksvoeringen die wij samen met de gezinnen heel erg belangrijk vinden om ook het thema veiligheid goed te kunnen bespreken. En uiteraard gebruiken wij de Meldcode, dat is uiteraard wat ook van ons verwacht mag worden. Nou ja, de samenwerkingsafspraken blijvend investeren op de samenwerking met Veilig Thuis. Ik vind het ook heel mooi dat we zo gezamenlijk aan tafel zitten.
Ik zal de presentatie kort houden, dus ik zal doorgaan. Belangrijke uitgangspunten vinden wij nadrukkelijk en uiteraard, maar ik wil het toch graag noemen: de samenwerking met het gezin. Het
33
kwam eerder al even aan bod in een vraag van Loudy die in ieder geval ook bewaard is. O excuus, ik moet helaas de achternaam gebruiken. Excuus. Maar waar wij in ieder geval even op terug zouden komen. Nou, ik wil dit heel nadrukkelijk stellen. Wij willen met inwoners, met gezinnen praten. Dat vinden wij belangrijk, en samen met hen op zoek gaan naar passende oplossingen. Natuurlijk is het belangrijk dat wij daarbij nabij blijven, maar dat er ook derden nodig kunnen zijn vanuit de keten, zeg maar, om te kijken hoe kunnen we die ondersteuning dan ook zo passend mogelijk maken, maar nabij en samen met het gezin waarbij veiligheid als ondergrens is ook vanuit het hanteren uiteraard van de Meldcode in transparantie en in overleg met het gezin. Ga ik door naar de volgende sheet. Hoe gaat de samenwerking met partners? Nou ja, we kunnen in ieder geval zeggen dat we achter de ontwikkeling staan van Veilig opgroeien is teamwerk, en dat de relatie warm is en de lijnen kort zijn. Daar investeren we op, en vinden we ook heel belangrijk.
Dat er daarnaast natuurlijk wel nu eigenlijk gewoon met elkaar operationeel zoeken, leren hoe kunnen we nu binnen die toch wel complexiteit van aan de ene kant de regionale en de landelijke partijen en opdracht en kaders die dat met zich meebrengt: hoe kunnen we het dan toch zo effectief organiseren uiteindelijk ten behoeve van de gezinnen? We zien ook in het vrijwillig kader dat het ons steeds beter lukt om vaker samen echt rond het gezin te staan. Dus dat is iets wat we natuurlijk heel erg prettig vinden om te kunnen delen, maar waarbij we ook wel zeggen: het is ook nog steeds heel erg belangrijk dat we gezamenlijk investeren op die inhoudelijke visie binnen al die partijen samen rondom dat gezin, maar ook in het spreken van diezelfde taal, helderheid en wederzijdse verwachtingen van wie doet nu wat? En wanneer ben je ook richting het gezin nodig, en niet? En dat natuurlijk ook vooral heel transparant bespreken met het gezin, dus daar zitten ook nog zeker punten in waar we verder met elkaar in dienen stappen te zetten. Ja, graag. De heer Van Mourik: Pieter Van Mourik van Veilig Thuis. Ik denk dat het even een mooi moment is om even iets in te breken in die zin, het gaat over samenwerking. Dat Veilig opgroeien is teamwerk dat is iets wat je natuurlijk niet alleen doet. Wij als Veilig Thuis die met name als hoofdtaak hebben rondom zicht te krijgen op veiligheid.
Daar hebben we de keten wijkteam wat dat betreft maar ook andere partijen als de raad en de Jeugdbescherming. Met elkaar staan we daarmee echt wel voor een uitdaging. Hoe doen we het anders dan dat we het eerder deden? We proberen veel meer naar de voorkant te bewegen, en daarin zien we dat een heel belangrijke rol is weggelegd voor het wijkteam die feitelijk gezien naast het gezin, naast de Jeugdhulp, maar ook naast die ouder proberen te gaan blijven staan, en waarbij het de bedoeling is dat dan de expertise vanuit een Jeugdbescherming of vanuit een Veilig Thuis wordt toegevoegd om daarmee juist met elkaar op te trekken en het verschil te maken. En zijn we er dan al? Nee. We zijn al even bezig, maar we merken steeds dat er toch hobbels en obstakels zijn, hetzij soms in kamers waar je het met elkaar als het ware moet uitknokken hoe ziet u het. Maar juist die sfeer die we wel met elkaar hebben is juist heel positief, omdat we met elkaar deze beweging ook omarmen. Ik denk ook dat het uiteindelijk voor de gemeente, maar met name ook voor de cliënten zelf iets is wat het verschil gaat maken. En ik heb voor mezelf dan ook opgeschreven we hebben traject gedaan voor het meten van het effect van VOIT. Zover zijn we nog niet, maar dat willen we wel echt gaan meten uiteindelijk. We hebben een regionaal proces voorgelopen. Er zat ook een
34
ervaringsdeskundige bij vanuit het Jeugdteam, dat is mevrouw Leijs, en die gaf ook heel treffend terug dat ze zei: ik merk nu al in de contacten die ik heb met - voor ons dan cliënten, of zoals wij ze vaak noemen vanuit Veilig Thuis, direct betrokkenen - al een positieve wijziging daarin. Dat men het gevoel heeft dat men meer serieus genomen wordt als ze te maken krijgen met Veilig opgroeien is teamwerk, dan wel dat ze ook het idee hebben dat ze veel beter worden meegenomen. Dat laat wel zien dat we daar denk ik iets goeds aan het doen zijn, maar vooral ook dat we daar nog mee op weg zijn. Nou, tot slot denk ik er ligt heel veel te doen het komend jaar. Ik denk dat het een positieve beweging is dat we regionaal met mekaar een programmamanager hebben of gaan zoeken, dan wel gaan aanstellen op dit vlak, zodat we een regionale verbinding met mekaar houden. Ik was Veilig Thuis, zeg maar, ik ben echt wel een regionale organisatie die ook lokaal z’n uiting wil hebben, en dan hebben we ook een aansturend persoon daarbij nodig om juist die samenwerking te verbeteren. Dat wilde ik nog eventjes zo toevoegen op het stuk van samenwerking. Mevrouw Bommeleyn: Dan pak ik het graag op om met jullie te delen waar zijn we trots op.
Er zijn al enkele punten net ook voorbij gekomen, en dat gaat met name over juist dat we die samenwerking met gezinnen en de veiligheidsketen in het kader van veiligheid, dat we echt het idee hebben dat we daar stappen in vooruit hebben gezet, dat we investeren in onze deskundigheid. Dat zal blijvend aandacht vragen, maar dat stellen we centraal en dat vinden we heel belangrijk, dus daar zijn we ook trots op dat we dat doen. Nou ja, nog veel belangrijker is we stellen het gezin centraal en doen samen wat nodig is. We hebben absoluut professionals die met die passie dit werk doen voor onze gezinnen. Dat betekent niet dat het altijd goed gaat zoals we met z’n allen graag zouden willen, maar dat betekent in ieder geval dat de intentie er elke dag weer is om op die manier het werk vorm te geven, en dat is denk ik absoluut iets waar we met elkaar trots op mogen zijn. Ja, nog een extra toevoeging is toch ook dat we het belangrijk vinden dat er op deze manier en deze werkwijze goed geïnvesteerd is tussen het verschil wanneer is iets vrijwillig en wanneer is er sprake van dwang, ook vanuit de rechten natuurlijk die het gezin zelf heeft. Dus dat vind ik ook nog wel een belangrijke om even toe te voegen. Dan ga ik als laatste nog even doorlopen waar zien we ook nog knelpunten, want die zijn er uiteraard.
Wat ik al genoemd heb, het nog ontbreken van te weinig samenhang en integraliteit op al die verschillende projecten die er zijn. Daar dienen echt stappen in te worden gezet. Ook dus vanuit wat wordt er regionaal georganiseerd, en hoe zorgen we dat er lokaal uiteindelijk goed daar in de praktijk bij de gezinnen goed wordt uitgevoerd? Dus het sterke samenspel wat daartussen heel erg belangrijk is. Nou, die nul tot honderdaanpak heb ik natuurlijk al eerder benoemd. Nou ja, ook die gezamenlijke taal aanpak en visie, die verwachtingen dat we daar heel alert op zijn om dat goed met elkaar op te pakken en uit te spreken. Dus ook gezamenlijk zoveel mogelijk proberen dat op elkaar af te stemmen in keuzes die daarin worden gemaakt. Als voorbeeld bijvoorbeeld de top drie methodiek waar we als partijen grotendeels gezamenlijk van gezegd hebben of sluit al aan bij een bestaande werkwijze of iets waar wij absoluut van zien dat het heel passend is. Dus ik zal het daar voor nu heel even bij laten. Nou ja, wij zien ook wel dat het knelt in wacht- en doorlooptijden. Dat zou natuurlijk heel erg prettig zijn als dat als knelpunt uiteindelijk er niet meer hoeft te zijn. Hetzelfde geldt dat wij ook wel zelf ervaren dat onze capaciteit knelt in relatie tot
35
de opdrachten daarin dus ook keuzes maken. We willen elke inwoner zo snel mogelijk maar ook zo goed mogelijk helpen, en om dat te kunnen doen is er toch wat wachttijd nodig. En dat zouden we idealiter natuurlijk anders zien. En daarnaast ook als even apart om nog wel even onder de aandacht te brengen vinden wij het ook belangrijk dat er meer aandacht komt voor ouderenmishandeling. Dus dat zijn voor ons zo even de belangrijkste zaken die we met u wilden delen. Ik zal mijn presentatie kort houden. Hopelijk is dat naar ieders mening ook gelukt, en dan wil ik graag iedereen de gelegenheid geven om ons vragen te stellen. De voorzitter: De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja dank u, voorzitter. Ik ben blij om te horen dat de samenwerking zo goed gaat, temeer omdat Veilig Thuis voor 2022 een begrotingswijziging heeft ingediend waaruit wij in ieder geval konden afleiden dat de samenwerking niet of onvoldoende gestalte kreeg, waarbij de oorzaken waren, geschreven door jullie zelf, en ik extraheer het maar: handelingsverlegenheid, handelingsonbekwaamheid en gebrek aan tijd of gebrek aan prioriteit. Dat vind ik niet klinken als een prettige samenwerking. Hoe zit het nu? Wat is er nu aan de hand? Kunt u dat wat beter duiden, Veilig Thuis en ook de Sociale Wijkteams? De heer Van Mourik: Dank u wel voor de vraag.