CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 7 juli 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 september 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 13 en 14 juli, de Commissie Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 29 juni, 7 juli en 31 augustus, en de Commissie Grote Projecten van 30 juni 2021.25.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dus ja, maar ja, ik weet niet of de heer Wringer daar antwoord op heeft maar laten we maar … De voorzitter: Wat is uw vraag?

19

Mevrouw Koene: Nou, nee, laten we daar wel even dan met elkaar erg in houden, of dat dan ook zo is. Want, mijnheer Wringer, u heeft dus het idee dat het een reservering is nog. De heer Wringer: Ja, wij hebben het over dit geval, inderdaad zijn er een aantal concrete projecten heb ik gelezen die eraan komen, maar daar heb ik nog geen projectvoorstel voor gezien. Dus ik ga er nog steeds vanuit dat dit de reserveringen zijn. Ja, voldoende? Even kijken hoor. De voorzitter: Dan mijnheer Van der Kruijff, die heeft ook een interruptie. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ja dat gaat over diezelfde businesscase, over onderwijs voor de jongeren. U zegt, dat is vaag. Volgens mij is het qua businesscases een van de meest uitgewerkte businesscases van het hele rijtje. Als je naar binnenstad kijkt met twee A4’tjes, als je het over vaag hebt, die is pas vaag. Maar daar hoor ik u niet over. Ik snap wel dat het reserveringen zijn en dat je ermee kunt instemmen, maar ik vraag me echt af wat u er zo vaag aan vindt? En zeker, mevrouw Koene heeft wel gelijk, iedereen in de startblokken staat, even los van wat nu een reservering op krediet is, maar je kunt toch wel verwachten dat hier […] in de uitvoering wordt gegaan. Dus wat vindt u er nou zo vaag aan? De heer Wringer: Laat ik het anders verwoorden, we weten niet of het het rendement oplevert wat we zouden willen graag, eigenlijk.

Of het echt een goede investering is, en dat het echt rendeert zeg maar over de komende tien jaar. Dus. En daarnaast komen natuurlijk ook, ja, zoals al eerder gezegd, veel tegoeden van het Rijk uit dus voor ook al extra projecten. De heer Van der Kruijff: Maar goed, wat u nu zegt is heel iets anders dan dat u het vaag vindt, dat betekent dat u graag wat werkt. De heer Wringer: Ja, nou ja, dat is … Dat was mijn interpretatie dan van vaagheid zeg maar. Inderdaad. De heer Van der Kruijff: Maar u gaat er volgende week in de raad wel mee instemmen met de reservering? De heer Wringer: Omdat het nog een reservering is, ja. En omdat het, we wachten nog de concrete projecten af zeg maar. En dat zijn natuurlijk de belangrijke beslissingen. Wat ga je vanuit die reserveringen doen. De heer Van der Kruijff: Ja, ja. Nou, u houdt het spannend. Maar volgende week gaan we groen licht krijgen, dat hou ik dan maar vast. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Polat heeft nog een interruptie en daarna nog de heer Van Leeuwen. De heer Polat: Ja, voorzitter. De voorzitter: U heeft heel wat losgemaakt, mijnheer Wringer.

20

De heer Wringer: […] ik weer als eerste ben. De heer Polat: Ja, mijnheer Wringer die heeft het over dat het onbekend is of dat er rendement is. Maar in het scenario één, daar wordt berekend dat de gemeente 780.000 euro op jaarbasis, en scenario twee met ongeveer een miljoen inkomsten genereert, dat is op basis van het totaal 2,8 procent rendement en 3,7 procent rendement. Dus ik vraag me af, wanneer … Hoe de heer Wringer erop komt dat er gewoon geen rendement is van dit project? De heer Wringer: Je kan natuurlijk altijd maatschappelijke investeringen ombuigen naar een financieel rendement. Maar we hebben het over een hele lange tijd, dat gaat een tienjarig project minimaal, en misschien nog wel langer. Wij zien bijvoorbeeld veel meer in sport. Want als jongeren, en zeker de jeugd, met elkaar sporten, dan steken ze veel meer van elkaar op en dat is, ja … De heer Polat: Dat is natuurlijk andere businesscase dan wat natuurlijk ten grondslag ligt hier. De heer Wringer: Nou, ik heb het nu over de businesscase van 4 tot 12 jaar zeg maar, dat is die … Dat is … De heer Polat: Dus u gaat … Als ik terug mag, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Polat, graag via de voorzitter. Precies, dank u. De heer Polat: Sorry, voorzitter. En, kijk, maar want de heer Van der Kruijff die zei, jij gaat nu akkoord met deze businesscase.

Dus ik vraag me af, gaat u akkoord met deze businesscase of niet? De heer Wringer: Wij gaan waarschijnlijk wel akkoord met deze businesscase, ja, dus. De heer Polat: En toch […] niet goed, voorzitter. De voorzitter: Dat was op het nippertje. Oké. Mijnheer Van Leeuwen, u heeft ook nog een vraag of interruptie. De heer Van Leeuwen: Ja, ik heb nog een interruptie voor de heer Wringer. Nou, op zich, wij hebben die businesscase gelezen, we zijn op zich enthousiast. Alleen een vraag aan de heer Wringer, in de businesscase staat dat leerlingen met achterstanden moeten worden geholpen. Nou, prima. Het is van ontiegelijk belang dat kinderen goed onderwijs krijgen. Maar mijn vraag aan u is van, wat zou u ervan vinden als niet alleen scholen die leerlingen hebben met achterstanden geholpen worden, maar dat we dat ook gaan uitbreiden naar scholen die met leerlingen met wat minder achterstanden? Even ter toelichting. Leerlingen met achterstanden helpen is prima, die gaan dan zeg maar naar een soort middenniveau toe, maar het zou ook heel goed zijn als kinderen die op een middenniveau zitten naar een meer beter niveau toe zouden gaan. Dus hoe kijkt u daar tegenaan?

21

De heer Wringer: Alle manieren om een kind naar een hoger niveau te brengen, van laag naar midden, van midden naar hoog en van hoog naar extreem hoog, dat is altijd goed voor het kind natuurlijk, voor de ontwikkeling van het kind. De heer Van leeuwen: Ja, dat ben ik op zich hartstikke met u eens, alleen de businesscase, als ik het goed gelezen tenminste, die heeft het over elf basisscholen in Dordrecht. Dus die beperkte het tot een X aantal scholen. Dus, ja, hoe kijkt u er tegenaan, moeten we dat niet uitbreiden? De heer Wringer: Ja, ik heb de technische vragen van volgens mij Gewoon Dordt, de antwoorden gelezen, dat was een heel technisch antwoord. Daar heb ik op dit moment geen direct antwoord op, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Oké, maar u staat wel achter het idee zeg maar om het eventueel uit te breiden naar andere scholen met kinderen die wat minder achterstand hebben, zodat die ook de kans krijgen om het niveau van die kinderen, om het zo even te zeggen, ik zeg het niet helemaal goed, wat meer omhoog te tillen. Daar bent u dus ook een voorstander van? De heer Wringer: Ja, elk kind op een hoger niveau te brengen, dan die is. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. De voorzitter: Laten we het vooral hebben over kinderen gewoon op een niveau te brengen dat ze kunnen gaan meedoen in de samenleving, en hoger of lager, ik vind dat altijd zo naar.

Wij willen dat elk kind gewoon volledig kan gaan participeren in de samenleving. Tenminste, kijk, mevrouw Koene is altijd heel allergisch voor de taal, snap ik, ik ook. Maar ik ben hier altijd heel erg voorzichtig mee. Oké, mijnheer Van Leeuwen, of mijnheer Wringer, u was klaar met uw woordvoering? De heer Wringer: Bijna. De voorzitter: Bijna. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, maar ik wil toch nog even op u reageren want ik denk, ik vind dat u dan, laat ik het even zo zeggen, kijk, het gaat er niet alleen om of een kind goed kan meedoen met de maatschappij maar het gaat er ook om dat het kind zijn of haar eigen competenties zo goed mogelijk kan ontplooien. De voorzitter: Uiteraard. De heer Van Leeuwen: En dan noemen wij dat, ik zei het niet helemaal goed, noemen wij dat midden of laag, midden en hoog niveau, dat zijn allemaal verkeerde woorden. Maar het gaat erom dat elk kind zeg maar in staat is om de competenties die hij of zij heeft, om die zo goed mogelijk te ontwikkelen, dat is even in het kort gezegd mijn boodschap geweest. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wringer, rond u af.

22

De heer Wringer: Dat zie je natuurlijk ook vaak bij hoogbegaafde kinderen, die vallen vaak ook tussen wal en schip. Beter Voor Dordt vindt verder dat wanneer projecten met ander geld, bijvoorbeeld van de landelijke overheid kunnen worden gefinancierd, het door ons daarvoor gereserveerde bedrag terug kan vloeien naar de algemene reserve of naar de groeiagenda Dordrecht 2030. We zijn benieuwd hoe andere collega’s hierin staan? En dat was mijn woordvoering, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar mijnheer Merx, VVD. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, dit wordt het sluitstuk wellicht, en aanstaande dinsdag van een lang proces. We zijn ooit begonnen met een aantal tandwielen, met de onderwerpen waar wij aan zouden moeten gaan draaien, willen wij, nou ja, de agenda 2030 tot volle wasdom krijgen. Een afwegingskater en als ik door de oogharen daarnaar kijk, want het zijn natuurlijk nog maar businesscases en het zijn reserveringen, de verdere uitwerking van de plannen moeten op alle onderwerpen nog komen, dan kunnen wij ons daar prima in vinden, omdat er een goede mix is tussen sociaal investeren, investeren in de binnenstad, investeren in de economie, investeren in duurzaamheid en bouwen, niet te vergeten, bouwen. En wij moeten die tandwielen nu echt in beweging gaan zetten met elkaar.

En dat doen we door bekend te maken aan iedereen die het wil weten en het moet weten, dat wij daar geld voor gaan reserveren. En niet zomaar reserveren van, nou ja, we kunnen er altijd nog vanaf, maar het is wel een serieuze stap. Het is een serieuze stap dat we ook, nou ja, ons geld stoppen dan daar waar onze mond zit, om het zo maar te zeggen. Dus niet alleen maar belijden maar ook gaan doen. Natuurlijk nogmaals met iedereen eens dat ook het ook nog veel verder uitgewerkt moet worden. En in die zin zijn ook de businesscases, en het is ook vele malen gezegd in de behandelingen in diverse commissies, allemaal qua diepgang zeker niet vergelijkbaar. De heer Van der Kruijff heeft helemaal gelijk als hij zegt, nou ja, een juiste businesscase, wat je er ook van vindt, 4 tot 12 jaar, leerachterstanden of onderwijstijd verlenging, ja, dat is nou eenmaal een van de verst uitgewerkte businesscases. Daarover gesproken, zijn wij wel voornemens, en dat is eigenlijk ook de zorg die de heer Van Leeuwen heeft, om moties of amendementen in te dienen met twee onderwerpen. De ene is, en dat is ook besproken in de commissies, dus dat is allemaal geen geheim, dat wij toch ook wel belangrijk vinden dat als er geld vanuit het Rijk komt, dat dat, nou ja, niet in mindering gebracht wordt, het totale volume moet wel gelijk blijven.

Maar dat dat geld niet nog eens een keertje opgeplust wordt maar dat het teruggaat naar de reserve voor de stad 2030. Tweede is, en dat is wat de heer Van Leeuwen bedoel ik, ook aangaf, is van, ja, er zijn elf basisscholen die nu, omdat ze laag scoren op een Cito-toets, die aandacht krijgen. Maar hoe houden we dat in de gaten, hoe houden we de vinger aan de pols? Hoe voorkomen we dat die kinderen op de 35 andere basisscholen, nou ja, eigenlijk aan een soort van hun lot worden overgelaten? En daar missen we nog wat verdere concretere teksten bij. Er is wel wat uitgelegd maar ook daarover zijn we aan het studeren op een motie. Niet om tegen deze voorstellen te zijn, niet om tegen deze reserveringen te zijn, maar wel om in de verdere uitwerking daar echt wel nadrukkelijk aandacht voor te vragen. De voorzitter: Dank u wel. En mijnheer Van der Kruijff heeft een vraag aan u, en daarna mevrouw Koene.

23

De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Merckx die had het over de twee moties die we mogen verwachten. De eerste gaat over, als er geld vanuit het Rijk komt, dat je dat dan als het ware in de pot stopt en je eigen geld er weer uithaalt, dus ongelijk houdend. En daar kan ik me in vinden overigens. We weten allemaal dat die reserveringen ook allemaal nog wel enigszins in de grote getallen zijn dus het kan sowieso allemaal nog wel wat wijzigen. Alleen de concept motie die ik daar gezien had, dat ging heel specifiek over de businesscase rondom het onderwijs. Maar zoals u het zegt, en dat lijkt me ook logischer overigens, geldt dit gewoon voor alle businesscases. Ook voor duurzaamheid zouden wij geld voor het Rijk kunnen krijgen, ook voor een groenblauwe stad zouden we geld uit het Rijk kunnen krijgen, en zo kan ik ze allemaal afgaan. Misschien is het bij de een waarschijnlijker dan bij de andere. Maar ik denk dat u toch misschien dat u de motie dan ook zo zou kunnen overwegen, dat dit gewoon voor alle businesscases geldt, voor alle onderwerpen geldt. De heer Merx: Ja. Nou ja, we zouden het kunnen overwegen en we nemen het zeker mee. Ik denk alleen dat de kans niet heel erg groot is dat we hem in die zin aan gaan passen. Omdat wij juist op die andere businesscases ongelooflijk veel geld te kort komen om dat te realiseren.

Als ik alleen al kijk naar de Spoorzone, daar moet misschien wel het bedrag verviervoudigd worden door bijdragen van andere partijen, willen we die doelstellingen kunnen bereiken. En hier is heel concreet toegerekend naar elf scholen, waar, wil je dit voor elkaar krijgen, zoveel miljoen nodig is. Nou, als dan het Rijk zegt van, hé, dat is een goed plan, wij gaan daaraan bijdragen. Ja, dan kun je zeggen, nou, dat is hartstikke mooi, dat is hartstikke fijn, dan plussen we, dat zetten we er zeker bij. Maar dan halen we dat bedrag, onze eigen middelen even terug om even opnieuw met elkaar te kijken van, oké, waar gaan we dit dan aan besteden? De heer Van der Kruijff: Nee, ik snap die vraagstelling hoor maar ik vroeg me dus af of u het eigenlijk voor alle businesscases stel dat vindt gelden? De heer Merx: Ik neem hem mee maar ik vermoed dat het antwoord dat ik u zojuist gaf, het antwoord ook zal zijn in de raad. De heer Van der Kruijff: Dat is doorgaans als het over geld gaat op het sociaal vlak bij de VVD. Maar daarom zou ik u toch terecht willen vragen om het wat breder te trekken, dat haalt die verdachtmaking iets meer weg, die u waarschijnlijk niet bedoelt. Laat ik het zo zeggen. En de … De heer Merx: Nou, ik vind het bedrag wat daar, als reactie, voorzitter, vinden we echt een substantieel bedrag wat wij daaraan gaan uitgeven.

En ik vind het echt bijna aanmatigend als u zegt van, nou, de VVD vindt het sowieso al niks. De heer Van der Kruijff: Nee, nee, nee, nee. De heer Merx: We gaan dat bedrag … De voorzitter: Heren, laten we het vooral even bij het onderwerp houden. De heer Merx: Nou, we hadden het toch over onderwijs, dus ja.

24

De heer Van der Kruijff: Goed. En een andere, moet ik even weer nadenken, o ja, die ging over de, daar begon de heer Van Leeuwen ook over en de heer Wringer ook, over die elf scholen. Kijk, we hebben natuurlijk allemaal gevraagd om businesscases. Dat lijkt wel ondertussen of de businesscases in het denken en de oordeelsvorming minder leidend gaan worden dan politieke opvattingen. Je zou haast bij een aantal afvragen, waarom hebben we eigenlijk businesscases gemaakt? Maar wat ik begreep uit de businesscases die hier juist ligt, is als je het bij deze elf scholen doet het rendement het hoogst is. Want ja, een businesscase vraagt om rendement denk ik, dat is het hele verhaal erachter. En als je ook andere scholen gaat betrekken, en ik kan die gedachtelijn heel goed volgen, dan zou dat waarschijnlijk leiden, zo begrijp ik de businesscase, zeg ik maar heel technisch, tot een lager rendement. Je zou het ook anders kunnen zeggen, als je het ook op andere scholen wil doen, moet je waarschijnlijk het budget verhogen, als je op die elf scholen hetzelfde wil blijven doen. De heer Merx: Ja, en dat is precies nou de uitwerking die wij graag verder willen hebben want … De heer Van der Kruijff: Ik ook, maar … De heer Merx: Het is, dat is niet omdat we nog geld erbij willen plussen maar gewoon omdat we het goed in de gaten willen houden.

Dit is een langjarig programma, zoals het gepresenteerd is. Het is niet voor een jaartje en dan kijken we even hoe het staat. Ik bedoel, als we hier ons aan committeren met zijn allen, dan committeren we ons langjarig voor deze elf scholen, zoals de plannen nu voorliggen voor dingen. Maar niks sluit uit dat deze scholen, om wat voor reden dan ook, misschien omdat de samenstelling van de wijk verandert of wat dan ook, ineens door andere oorzaken ineens veel beter gaan scoren op die CITO-score, en ver onder dat niveau wat nu zeg maar de meetlat is, gaan uitstijgen. En hoe gaan we dan met die situatie om? Stoppen we dan met die scholen? En andere scholen die ineens onder de norm komen, om wat voor reden dan ook, ik bedoel, dat is de vraag waar wij mee zitten. Want wij zijn het denk ik heel snel eens, mijnheer Van der Kruijff, als we zeggen, elk kind, ongeacht welke school die zit, moet gewoon een goede kans hebben op een mooie toekomst. Dus, en dat is de vraag die wij met elkaar willen beantwoorden in de verdere uitwerking, en waar wij aandacht voor vragen. De voorzitter: Helder. En ik denk zomaar dat mevrouw Koene een gelijksoortige opmerking heeft, of misschien iets heel anders? Mevrouw Koene: Nou, ik wou het eigenlijk over vissen gaan hebben. Nee, natuurlijk heb ik het over onderwijs, voorzitter. De heer Merx: Nou, jammer.

Mevrouw Koene: Ik kan hem wel zodanig maken hoor, dat we er naartoe gaan. Maar ik hoor de heer Merx aangeven van, nou, als het Rijk nou zegt van, nou, daar willen we wel wat extra in doen of zo. Kijk, het geld, ik weet niet of de heer Merx dat weet, ik weet het dus ook niet want ik heb vragen gesteld en ik krijg dus geen antwoord wat ik wil hebben, en dat is namelijk een overzicht van de elf scholen in dit geval die uitgekozen zijn, wat daar allemaal al aan geld binnenkomt. En een grove inschatting leert dat op die elf

25

scholen dus door het nationale onderwijsprogramma, 3,5 miljoen extra binnen gaat komen. Wil de heer Merx dat dan van die 27,4 afhebben en dan die 3,5 dan dus zeg maar naar de algemene reserve? Dus twee vragen dus, dus heeft de heer Merx een idee hoeveel geld er op die scholen sowieso al binnenkomt? Want er wordt aangegeven van, ze gaan het niet redden zonder gemeentelijke subsidie, maar we kunnen niet vertellen hoeveel er dan tekortkomt, of … Dus, nou ja, goed. En dan dus of die 3,5 miljoen dan naar die 1,5, of tenminste in dat geval dan naar de algemene reserve zou moeten? De heer Merx: Nou, ik denk dat u terechte vragen heeft gesteld en dat u daar gewoon een antwoord op kan krijgen maar ik kan dat antwoord in ieder geval niet geven. Zover heb ik dat inzicht niet in die scholen. En het is ook wel afhankelijk van het doel waarmee die 3,5 miljoen die u zojuist duidt, naar die scholen wordt gedaan. Als dat in het kader bijvoorbeeld van gezond eten is of zo, ik verzin het even ter plekke, dan is dat een ander doel dan het doel waarvoor deze businesscase is opgemaakt.

Maar als het echt voor dat doel is, onderwijstijd verlenging, omdat dat bijdraagt aan beter presterende kinderen omdat ze, nou ja, langer op school zitten met allerlei voordelen daarvan, ja, dan is dat al de strekking van onze motie of amendement, dat zijn we nog aan het studeren, om dat geld dan terug te laten vloeien naar de algemene reserve. Waarmee overigens niet, want dat is dan voor heroverweging. Dus ik … En dan moeten we dan kijken waar we dat geld op gaan investeren. Gaan we dat ook nog steeds sociaal investeren, kan ook allemaal, of gaan we extra investeren in de binnenstad, of gaan we extra investeren op de economie, of gaan we extra investeren op duurzaamheid? Dus ik bedoel, we kunnen elke euro maar één keer uitgeven en het zou echt supergaaf zijn als het Rijk gewoon 27,5 miljoen overmaakt want dan hebben wel ineens een probleem minder. En dan kunnen we toch hetzelfde doel bereiken, het doel is niet geld uitgeven, het doel is de kinderen helpen. De voorzitter: Helder. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter? De voorzitter: U zit nog op een reactie, ja? Mevrouw Koene: Nou ja, goed, kijk, op het moment dat wij dus inzichtelijk krijgen hoeveel geld de scholen krijgen, dan is namelijk ook duidelijk dat het in principe ook voor kwetsbare scholen zo is dat ze extra geld krijgen en dat we dus helemaal nul euro.

Want het Rijk gaat over de financiering van het onderwijs, niet de gemeente. Dus wat vindt mijnheer Merx er dan van dat er überhaupt geld naartoe gaat, terwijl het Rijk dat hoort te financieren? De heer Merx: Ja, nou ja, daar vind ik het volgende van. Het zijn wel onze Dordtse kinderen, en wij hebben nou eenmaal het geluk dat wij een heel erg [fors] bedrag op onze rekening hebben kunnen bijschrijven. We zien tegelijkertijd dat op bepaalde scholen en bepaalde wijken, de onderwijsachterstanden echt wel serieus zijn. En dat we daar dus ook echt wel in moeten investeren om dus zeg maar die cirkel, want het is een soort van zich herhalend proces, te doorbreken. Sommige kinderen groeien op in een omgeving waar de Nederlandse taal niet altijd gebruikt wordt. Sommige kinderen groeien op in een omgeving waar de ouders niet altijd achter de kinderen aan zitten om huiswerk te maken en dat soort zaken. En dan kan die verlengde schooldag, kan daar

26

enorm aan bijdragen, in de hoop en de verwachting, en dat is mijn verklaring hoor, dat dat proces doorbroken wordt. Dat deze kinderen straks, als die zelf vader of moeder worden, hun kinderen wel dat meegeven en dat wat nodig is om ook van hun kleinkinderen weer succesvolle kinderen te maken. Mevrouw Koene: Dus eigenlijk zegt u dat het probleem bij de ouders zit. De heer Merx: Ja, tenminste, ik ga er niet vanuit dat het onderwijs op die scholen daar zo ongelooflijk slecht is, dat het alleen daaraan ligt. Ik denk dat het een combinatie van factoren is. Daar spelen ouders ook een belangrijke rol in, en dat is ook een van de dingen die we ook benoemd hebben als het goed is in de commissie Sociaal, dat wij ouderbetrokkenheid bij dit programma wel van essentieel belang vinden. Want als, we kunnen als overheid ongelooflijk veel investeren in de kinderen. Maar als ze thuiskomen in een omgeving weer waar het allemaal niet zo belangrijk gevonden wordt, dan moet je je afvragen of deze investering gaat werken. En vandaar dat ik ook, nou, tenminste dat is wel ons pleidooi, ouderbetrokkenheid is volgens mij wel key, de sleutel tot succes. En maar tegelijkertijd moeten we ook wel investeren want die cirkel die moet doorbroken worden. De voorzitter: Helder. U was klaar met uw betoog verder, mijnheer Merx? De heer Merx: Ja hoor.

De voorzitter: Want u had een heel kort mooi betoog maar met … De heer Merx: Ja, nee, maar ik werd geïnterrumpeerd. Ja. De voorzitter: De interrupties, geweldig, toch kunnen rekken. De heer Merx: Nee, dat was niet met opzet. De voorzitter: Nee, dat snap ik. Gaan we over naar mijnheer Van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij willen niet alle onderwerpen weer opnieuw gaan doorspreken want dat hebben we een paar weken geleden in de commissie al stuk voor stuk gedaan. De voorzitter: Zo is het. De heer Van der Kruijff: Ja, zo is het. Maar als je daar overheen kijkt, je denkt, wat is dan de opbrengst? Nou, er is één ding wat we natuurlijk ook al eerder met elkaar geconstateerd hebben, dat het niveau van uitwerking van de businesscases nogal verschilt, van twee A4’tje tot en met echt dikke pakken papier. Maar goed, dat neemt niet weg, als je naar alle onderwerpen kijkt en de reserveringen, en toch benadruk ik het, het zijn op dit moment reserveringen die we hier doen, een heel duidelijk signaal naar de stad zijn dat het ons serieus is met de groeiagenda 2030. En de groeiagenda gaat erover hoe we onze stad echt een impuls kunnen geven tot verbetering. En dat is niet alleen maar geld, dat is ook geld, maar dat gaat ook over wonen, dat gaat over banen, dat gaat ook over onderwijs.

Als wij echt over tien, vijftien jaar de stad op willen tillen ten opzichte

27

van nu, en dat klinkt vreselijk ambitieus maar volgens ons is het ook zo ambitieus, dan kunnen wij met dit geld, wij denken hele mooie resultaten bereiken. En ik ben het met iedereen eens die zegt, dat we daar de komende jaren de vinger aan de pols moeten houden. Dat we moeten kijken als er zaken veranderen, en die gaan ongetwijfeld veranderen, hoe je dan bij kunt sturen. Of het nou over scholen gaat of over de Spoorzone gaat of over de Dordwijkzone gaat, en zo kan ik ze allemaal opnoemen, dat geldt voor elk onderwerp. Dus ja, dat zullen wij en ook de raden na ons allemaal moeten doen. Maar het is wel goed om het zo af te trappen. Het CDA is heel blij met de diversiteit die zit in de onderwerpen van, zeg maar, van huizen en stenen en banen en bedrijventerreinen tot duurzaamheid en zonnepanelen, een groene zone en ook een binnenstad en ook nog onderwijs, waar gaat het ongeveer niet over. Nou, we kennen de raderen, het is heel breed en het zou moeten gaan werken. En wij hopen en bidden, zeggen we dan maar even in ons jargon, dat het ook gaat werken. En zekerheid krijg je niet, en dat blijkt ook al als we businesscases hebben laten maken, dat je ziet bij iedereen, ja, ik lees dat wel in zo’n businesscase maar dan kun je alles naar je toerekenen.

Terwijl dat toch echt door gerenommeerde vaak ook externe partijen gedaan is, die echt weten hoe businesscases werken en dat ook voor landelijke overheden zo doen. Dus je moet er ook op willen vertrouwen. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, u heeft een interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter. Ik hoor de heer Van der Kruijff namelijk zeggen dat het zo ongeveer overal over gaat. Wat vindt mijnheer Van der Kruijff ervan dat er dus geen enkele reservering gedaan wordt voor sport? De heer Van der Kruijff: Nou, ik vind, laat ik andersom zeggen, ik vind dat we ook in sport geld moeten steken maar dat hoeft niet uit de Enecomiddelen. En de redenering daarachter is dat, precies zoals ik begon met wat het doel is van deze investeringen, dat is, hoe kunnen we deze stad over twintig jaar laten groeien en sterker maken? En natuurlijk moeten we in sport investeren, maar we hebben met elkaar dat mooie raderwerk, u herinnert het zich nog, vastgesteld over van welke investeringen in welke domeinen je het meeste rendement mag verwachten. En dat ging over de onderwerpen waar we nu uit geselecteerd hebben.

En blijkbaar, ik ben ook de deskundige niet hoor, mevrouw Koene, zal ik u verklappen, maar blijkbaar is dat vanuit de wetenschap zeg ik dan maar even, of de bestuurskunde, waar het vandaan kwam weet ik niet eens meer precies, is sport dan blijkbaar niet het domein als je daarin investeert, dat je daar over tien, vijftien jaar qua groei de grote effecten van gaat merken. Maar dat neemt niet weg dat we natuurlijk wel in sport, vanuit onze reguliere middelen zullen moeten gaan investeren, met een sportvisie en een sportparkvisie. Dus dat komt gewoon in de exploitatiebegroting, gaan daar vragen uit voortkomen. De voorzitter: Mevrouw Koene, reactie? Mevrouw Koene: Ja, ik hoor het, ik vind het prachtig allemaal. En ik ben dan ook heel nieuwsgierig dat als we dan gaan investeren in sport, waar de heer Van der Kruijff dan aan denkt? Maar goed, daar hebben we het nu niet over dan. En dat komt dus volgende week. De heer Van der Kruijff: Ja.

28

De voorzitter: Helder. De heer Van der Kruijff: Eén ding daarover, voorzitter, maar dat klinkt misschien een beetje simpel. En ja, we moeten het erover gaan hebben aan de hand van de sportvisie en de sportparkenvisie hoor, daar gaat het nu niet over. Maar als wij afgelopen jaar ongeveer, wat was het, 25, 36 miljoen, het is maar een beetje hoe je rekent en wat we overgehouden hebben, gewoon in de algemene reserve hebben weten te storten omdat we dat een jaar niet uitgegeven hebben, hebben we volgens mij als dat hard nodig is ook geldt voor sport. De voorzitter: Dat is uw visie. De heer Van der Kruijff: Zo is het. De voorzitter: Bij deze. En u was aan het einde gekomen van uw woordvoering? De heer Van der Kruijff: Ja zeker. De voorzitter: Ja, want u gaat op zwart. De heer Van der Kruijff: Ja, neem me niet kwalijk, ik ben er weer. De voorzitter: Oké. Oké, dan gaan we over naar D66, mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik heb een wat langere woordvoering dan de andere sprekers. De voorzitter: Dat mag. Zolang u maar niet in herhaling valt en graag een integraal beeld schetst en niet de commissies overdoet. De heer Polat: Nee, ik wil toch wel case bij case wil ik toch even onze mening geven... De voorzitter: Nou, dat is juist, mijnheer Polat, we hebben juist afgesproken dat we het integraal zouden bespreken en niet echt case bij case, enzovoorts. Een overall visie graag.

De heer Polat: Nou, een overall visie, dat is natuurlijk, wij hebben gewoonweg vanuit verschillende [invalshoeken], dat Spoorzone vinden wij natuurlijk een meerwaarde voor de stad. Daar vinden wij dat het … Maar we vinden wel de kosten wel heel erg hoog. We vinden de bandbreedte tussen de best case scenario en de worst case scenario best wel verschillend, van 394 miljoen naar -143 miljoen. Dus wij zouden graag een verder onderzoek willen hebben wat ook de andere sprekers hebben gezegd van, dit is natuurlijk een reservering. Wij zouden gewoonweg in de komende periode wat meer verdieping willen zien. Dordwijkzone kunnen we ook heel erg kort over zijn, daar zijn we natuurlijk heel erg tevreden over, dat moet gewoonweg gaan gebeuren. We hebben heel veel gesproken over de onderwijsverlening, D66 vindt dat gewoonweg kinderen naartoe kunnen om in ieder geval een [meerwaarde] te creëren voor iedereen in de stad, dus ieder kind telt. Dus in dat kader hebben we, zijn we ook wel blij met de motie van de VVD om niet de elf scholen maar dit uit te breiden naar 35 scholen. Maar we vinden wel van

29

de motie E van VVD dat ze dan zeggen van, ja, we moeten natuurlijk geld terugvloeien naar de algemene reserve, agenda 2030. Want als je dat dan gaat uitbreiden, dan betekent het toch ook dat daar ook meer geld voor nodig is. Dus elke cent die er nodig is om de kinderen vooruit te kunnen helpen, dat moet er gewoon… Wat wij ook de toekomst [voor] jongeren, dat vinden wij een goede investering, daar zijn we dus ook, staan we ook achter. [Over bedrijven en] banen, daar hebben wij in de commissie uitvoerig over gesproken, vinden we ook een rendement van 5,3 procent, vinden wij een hoog rendement. Staan we dus achter als D66, willen we zorgen dat dat gerealiseerd wordt. Dan wordt de stad aantrekkelijker en interessanter worden voor heel veel bedrijven. En dan is het gewoonweg duurzaam voor Dordrecht, dat doen we ook netjes in Dordrecht, dat staan we gewoon echt helemaal achter. Maar de verduurzaming gemeentelijk vastgoed, dat is natuurlijk een verantwoordelijkheid van het verleden, hadden ze eerder aan de bel moeten trekken, dat hebben ze niet gedaan. Dus wij gaan daar niet mee [met het voorstel]. En dan [het plan] van ruimte voor binnenstadontwikkeling. Nou, dit is, hier wordt 40 miljoen gevraagd zonder dat daar gewoonweg een businesscase ten grondslag ligt. Wij vinden dat gewoonweg toch wel een beetje een brug te ver, om daar gewoonweg 40 miljoen voor te reserveren.

Wij willen dat het gewoonweg, hoe heet dat, het uitgewerkt wordt. En dan willen we meegeven dat de uitwerking, dat er ook aandacht voor elektrische auto’s en voor laadpalen in die parkeergarage die daar komen […] Wij hebben begrepen dat daar gewoonweg dat geld beschikbaar wordt maar voor aankopen en gereedmaken van parkeergarages. Maar we willen gewoon eerst een uitgewerkt plan zien, een businesscase, voordat wij hier verder op in willen gaan. Dit was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Gaan we over naar GroenLinks, mijnheer De Lijster. De heer De Lijster: Dank u wel, voorzitter. In de commissie zijn alle programma’s al beoordeeld en besproken dus we zullen nu dus een integrale mening geven waarbij we sommige punten nog extra benadrukken. Om in 2030 toekomstbestendig te zijn, zijn ook grote inspanningen en investeringen nodig op andere terreinen dan die gedekt worden door de zeven programma’s, waar wij als GroenLinks op zich ook achter staan natuurlijk. Hierbij een aantal voorbeelden. De bestrijding van hittestress en realiseren van wateropvang en sterk versteende delen in de stad. Een versterking van sociale binders van de stad, zoals het faciliteren en stimuleren van participatie, betrokkenheid op elkaar en bij de omgeving, en bijvoorbeeld overgang naar een circulaire economie.

Wat GroenLinks betreft zou het goed zijn om een substantieel deel van de Enecogelden daarvoor achter de hand te houden, en nu niet over vrijwel al deze zeven programma’s te koppelen. Andere prioriteiten slash verdeling kan op redelijke korte termijn gewenst blijken. Daarnaast lijken de bedragen voor de zeven programma’s niet precies berekend, en wellicht is er wel meer of minder nodig voor een programma. Constateren we dat er dus grote inspanningen ook nodig zijn, investeringen nodig zijn op andere terreinen, en dat er wellicht meer of minder geld nodig is voor de programma’s, ziet GroenLinks ook wel iets in de mogelijkheid om het totale Enecogeld in één reserve voor Dordrecht 2030 te zetten en vanuit daaruit de komende jaren concrete investeringsvoorstellen van geld te voorzien. Natuurlijk rekening houdende met de programma’s waar we reserveringen voor moeten doen voor eventuele cofinanciering. Hoe kijkt bijvoorbeeld de wethouder hier tegenaan? Mochten we … Anderzijds hebben we toch nog een opmerking over de

30

programma duurzaamheid. Even kijken, reservering programma duurzaamheid. De energietransitie is een enorme uitdaging. En het andere stuk heeft het college aangegeven dat op dit moment de beschikbare middelen ontoereikend zijn. Die opgave is veel breder dan wat er in het programma duurzaamheid is voorzien. Met betrekking tot de 5 miljoen die is uitgetrokken voor het zon-offensief, lijkt dat erg krap. In de voorstelling wordt opgeteld aangegeven dat voor zo’n de zon op bedrijfsdaken en de restruimtes een eigen vermogen van 8,25 miljoen nodig is. Er komt ondersteuning van particulieren nog bij. 5 miljoen lijkt dus veel te krap. We overwegen daarom ook voor te stellen de reservering voor dit programma, mochten dus via deze reservering gaan werken, de reservering te verhogen. En we zijn benieuwd hoe de andere partijen daarover denken. Hierbij kan bedacht worden dat de investeringen vanuit dit fonds voor een belangrijk deel revolverend kunnen zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké. En ook u bedankt, mijnheer De Lijster. Gaan we over naar, ik zie nog even wat in de chat verschijnen, dat is de heer Polat. O, bent het eens met GroenLinks. ChristenUnie/SGP, wie mag ik … Mijnheer De Looze? De heer De Looze: Ja, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Goh, voor het eerst vanavond. De heer De Looze: Ja, zeker. De voorzitter: Horen we ook uw stem. Ja.

De heer De Looze: Wij steunen in de basis gewoon dit voorstel, de uitgangspunten en de reserveringen. We zijn ook echt wel blij met het proces zoals we dat hebben doorlopen en ook gaan doorlopen want we blijven als gemeenteraad gewoon aan zet, dit is echt een langetermijnplanning. We kunnen niet, niemand kan dertig jaar vooruitkijken. En daarbij is het nu zo dat dit nu reserveringen zijn, maar mocht daar in de looptijd van moeten worden afgeweken dan kan de raad daarover beslissen uiteraard. Maar goed, we vinden het van groot belang dat we Enecogelden reserveren op om op enkele cruciale thema’s echt het verschil te maken in Dordrecht. En ja, dan kan je gewoon eigenlijk alle thema’s noemen, een mooie mix tussen sociaal, fysiek. We vinden het van groot belang dat de uitwerking van de plannen volgt en zorgvuldig verloopt. Dat willen we hier echt benadrukken. Daarbij moet steeds duidelijk zijn voor welke activiteiten gemeentelijk geld wordt ingezet, en waarvoor extern budget beschikbaar moet komen. In elk van de casussen wordt dat ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. En daarnaast roepen we op om de reserve dividendcompensatie ook echt in te zetten voor de doelstelling waarvoor deze in het leven is geroepen, namelijk compensatie van de misgelopen dividenden. Dat was het eigenlijk, voorzitter. Dus in grote lijnen eens.

Ik begrijp dat het geen hamerstuk wordt, ook omdat er verschillende partijen ook met moties en amendementen gaan komen. De voorzitter: Dus u houdt uw kruit nog een beetje droog. De heer De Looze: Ja. Nou, nee, in die zin, ik hou mijn kruid in die zin niet droog, dat ik het gewoon eens ben met …

31

De voorzitter: Ja, nee, klopt. De heer De Looze: Dit voorstel. De voorzitter: Oké. De heer De Looze: Dus dat, daar kan je het ook niet mee eens zijn. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we over naar de PVV, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, op zich vinden, we de plannen nogal ambitieus maar op zich is er helemaal niks mis mee. We kunnen ons daarom grosso modo ook wel vinden in de plannen maar we hebben nog een paar opmerkingen. Nou, een bekende opmerking die ik zelf inmiddels al, nou, de afgelopen drie, vier jaar of zeven keer heb genoemd, het bouwen in de Spoorzone, dat heeft bepaalde risico’s. We zijn wel blij dat er inmiddels een lobby is gestart om dit probleem op een bepaalde termijn te gaan oplossen. Wat mij betreft kan het niet snel genoeg gaan, dat het probleem van de goederentrein met chemische inhoud door Dordrecht wordt opgelost, maar men is daarmee bezig. Dan een opmerking, die heb ik net al uitgewerkt in de interruptie naar de heer Wringer over het Dordtse leerprogramma. We vinden het belangrijk om alle kinderen te helpen, en niet alleen kinderen met een achterstand maar ook kinderen die op een betere manier zeg maar in staat worden gesteld om hun competenties te ontwikkelen. Nou, een deel van het probleem in het onderwijs ligt op de landelijke politiek. Ik heb daar wat ideeën over maar die ga ik hier nu niet uiten.

Een van die ideeën zou zijn, kleinere klassen, maar dat is een heel ander verhaal. Eens even kijken, dan ja, ik denk eigenlijk, ik had beloofd om het kort te houden, dit is wel zo’n beetje het idee. We staan erachter maar wel met een paar opmerkingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Dan had ik nu de SP staan maar de heer t’ Lam heeft zich afgemeld en ik zie geloof ik niemand anders van de SP. Dan gaan we over naar de VSP, wie mag ik het woord geven? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dank. Voorzitter, toch ook even wat complimenten. Bij het lezen van alle stukken en bijlagen over agenda 2030 voor Dordrecht, moet de VSP het huidige college en de betrokken ambtenaren toch complimenteren met een goed en samenhangend plan dat Dordrecht in de toekomst veel kan brengen, zowel bij het bouwen van woningen, stadsparken, banen en klimaat. Met name de diepte-investering in het basisonderwijs, is al door meerdere gezegd, en kansarme jongeren heeft onze volle steun omdat het nu en in de toekomst de armoede in Dordrecht zal doen verminderen. Tegelijkertijd vragen wij ons wel af bij deze plannen wat er van Dordrecht zou zijn geworden in de toekomst als wij de eenmalige meevaller van de Enecogelden niet tot onze beschikking hadden gehad. En met daarbij de gedachte dat onze begroting nu en in de toekomst structureel tekorten vertoont.

Gelukkig maar dat Dordrecht deze meevaller ten deel is gevallen. Voorzitter, ik wil een paar dingetjes aanstippen, de Spoorzone vraagt de grootste investering, 140 miljoen. En volgens mij refereerde de VVD er ook al aan, en op dit onderdeel wordt er gerekend op een cofinanciering van een half miljard. Door de afhankelijkheid van deze externe financiering, die bijna vier keer onze eigen bijdrage omvat, is dit onderdeel wel een groot risico op het behalen van alle doelen die gesteld worden op deze agenda. En we hebben dan ook de vraag aan de

32

wethouder nog, waarvoor nou precies die cofinanciering? En wordt er met die cofinanciering het probleem van de giftrein ook opgelost? Is de verwachting reëel dat het Rijk, de provincie of ProRail dergelijke bedragen beschikbaar gaan stellen? Dan, voorzitter, bij de ruimte voor banen valt het de VSP op dat daar tot op heden in het algemeen banen gecreëerd worden in het lager loonsegment, distributie en dergelijke. Die staat eigenlijk wel haaks op de wens om hogere inkomensgroepen naar Dordrecht te trekken om te wonen en te werken. Vraag aan de wethouder, naar wat voor soort bedrijven en werkgelegenheid is Dordrecht nou concreet op zoek? En heeft u ook voorbeelden van bedrijven die in het hogere inkomen kunt leveren? En is het een reële doelstelling met steden als Rotterdam om de hoek? Voorzitter, de heer Merx gaf het al aan, bij het Dordtse leerprogramma is 27,4 miljoen vastgesteld, voordat de plannen van het Rijk bekend werden voor de ondersteuning van scholen door achterstanden door corona. Vraag aan de wethouder, moeten de subsidies van het Rijk niet in mindering gebracht worden op die 27,4 miljoen? Die vraag is al gesteld maar ik leg hem nog een keer neer want wij ondersteunen het pleidooi wel van de heer Merx.

En als laatste, voorzitter, een belangrijke vraag van de VSP, kan de VSP ervan uitgaan dat bij alle bouwprogramma’s nog door de raad invulling kan worden gegeven voor welke doelgroepen er gebouwd wordt? Want we hebben het veel over mensen naar de stad komen en over jongeren, maar wij lezen in geen enkel businesscase het woord, ouderen. Dan hebben we het nog over sport, want als je die businesscases gaat maken, mevrouw Koene gaf dat al aan, kunnen we daar dan ook nog invulling voor sport geven? En natuurlijk ook de voorzieningen. En biedt deze groeiagenda en gekoppelde reserveringen het volgende college en de gemeenteraad voldoende ruimte om aanpassingen door te voeren die in de toekomst mogelijk noodzakelijk zijn? Graag ook even een reactie van het college hierop. Dank, voorzitter. Geluid staat uit, Kitty. De voorzitter: Ja, dank je wel, Margret. Gaan we over naar de PvdA, mevrouw Van den Bergh denk ik dan zomaar. Mevrouw Van den Bergh: Ja, er is hier niemand anders. De voorzitter: Nee. Mevrouw Van den Bergh: Oké, even een vrij korte opmerking over dit agendapunt. Wij willen graag aan de slag, vooral met de groeiagenda 2030. Het is goed dat het is opgesteld, dat heeft de PvdA al meerdere keren gezegd, maar ga er vooral mee aan de slag en houd eraan vast. Nu zijn het reserveringen en we hebben nu de reserveringen om dit te doen. De VSP heeft het er ook al over.

En dan denk ik, dan moeten we daar gebruik van maken en dat doen we ook. En we investeren zeg maar op ook voor de PvdA belangrijke terreinen, namelijk, wonen, banen, onderwijs en werk. Zodat er geen kinderen in armoede meer hoeven op te groeien, dat is nog steeds ons ideaal. En iedereen kan meedoen, en daar daarom steunen wij dit, om hierin te gaan investeren. Maar wij willen wel, en daar heeft de VSP ook een opmerking over gemaakt, en dat wordt ook in de businesscases genoemd, daar worden ook reserveringen van anderen verwacht. En wij vinden ook dat het college daar voluit voor moet gaan, voor reservering. Of die bedragen nou helemaal gehaald worden of niet, maar wij vinden dat dat gedaan moet worden omdat het ontzettend superbelangrijk is voor onze stad. En dat zien andere investeerders ook en die zullen daar ook voordelen in zien om hierin te investeren. Dus nogmaals, ga vooral aan de slag. Tot slot nog even over ruimte voor

33

banen, wat voor ons een heel belangrijk onderwerp is, maar daar komen wij ook nog terug bij de kavelpaspoorten. Maar vooral over, er stond ook het opknappen van bedrijventerreinen op locaties wat ook voor woningbouw geschikt is, willen wij ook zien wat dat er nou mee bedoeld is. Of er op termijn toch die omslag gemaakt kan worden op die terreinen, of dat we nu toch volop gaan investeren in het opknappen van die terreinen. Maar nogmaals, ga aan de slag, prima werk. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Komen we bij Gewoon Dordt, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Yes, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil graag beginnen door te zeggen dat het gros van de, het grootste gedeelte van de businesscases, ja, nou ja, gewoon op steun kan rekenen van Gewoon Dordt. En we hebben het in de eerste termijn al aangegeven van de Kadernota, dat bijvoorbeeld de Spoorzone en de Dordwijkzone, dat wij ook echt hopen dat we ervoor gaan om de ambitieuze plannen die er liggen ook uit te gaan voeren en niet daarop alweer te gaan inleveren en het allemaal weer simpel gaan maken. Zo van, durf eens een keer ook echt ergens voor te gaan in de stad. Dus de meeste businesscases zullen wij mee instemmen. En dat geldt vooralsnog niet voor het onderwijsstuk van 4 tot 12 jaar.

U voelt hem natuurlijk al aankomen, scholen krijgen geld van het Rijk, kwetsbare scholen krijgen nog meer geld van het Rijk, en er zijn nu … Alle scholen krijgen nu nog meer geld vanuit het nationaal onderwijsprogramma. En ja, nou ja, dat is dus alleen al een reden om als gemeente geen geld te investeren. Daarnaast hebben we het idee dat hier geen sprake is van een reservering, ook al heet het een reservering, omdat na de zomervakantie direct al hierop geacteerd gaat worden. En ik hoorde mevrouw Stolk daarnet ook zeggen van, welke ruimte is er voor een volgende raad en een volgend college? Als na de zomer direct al gestart wordt met dit programma, dat zit er in ieder geval op dit hele programma, dan staat dus de volgende raad zeg maar voor een voldongen feit, en dat zouden wij dus een slechte zaak vinden. Daarom gaan wij in ieder geval een amendement indienen op dit deel. En dat amendement zal sowieso proberen om de reservering terug te brengen naar, zoals het er nu naar uitziet, 7,4 miljoen. Zodat, dat is zeg maar ongeveer het bedrag voor drie jaar. Omdat je dan ook, als je dan toch gaat starten niet geheel onbetrouwbaar wil zijn als overheid. En dat er in ieder geval dan dus wel gestart kan worden. Daar zijn we op zich tegen, maar ja, we hebben natuurlijk ook wel het realisme dat we dat niet tegen gaan houden. En dat is wel heel erg spijtig.

Ik wil toch ook benadrukken dat we echt, en het zou echt de moeite waard zijn voor iedereen om dat in te zien, dat we echt het financiële plaatje willen hebben van die elf scholen, die nu uitgekozen zijn. We hebben geprobeerd met technische vragen te krijgen. Ik heb trouwens uitgebreid ook nog gesproken met de ambtenaar die hierover gaat. Prima gesprek, maar we hebben nog steeds geen zicht op wat die scholen binnenkrijgen maar er wordt wel gesteld dat het te weinig is om te doen, om een kwaliteitsslag te maken. Dus ik snap niet hoe een wethouder zichzelf serieus kan nemen door dit soort teksten te uiten. Ik vind het prima als je zegt, er komt geld tekort. Ik wil dan wel dat het aangetoond wordt. Dus dat is het even vanuit ons, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Komen we bij mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Ja, voorzitter. Nou, ik had wel wat aantekeningen maar die zijn eigenlijk allemaal al gezegd. Ik heb er ook niet echt een woordvoering bij. Ik zat me vanavond

34

vooral ernstig te informeren in wat iedereen ervan vond. Dit teneinde als we het in de raad erover gaan hebben, goed beslagen ten ijs te kunnen komen. Dus ik heb hier verder niet zoveel over te melden op dit moment. De voorzitter: Dank u wel voor uw eerlijkheid. Ik denk dat we nu alle partijen gehad hebben, en kunnen we naar een eerste reactie van het college. Ik wil toch even nu voorstellen vijf minuutjes pauze. Mijnheer Burggraaf, want ja, we zijn nu al twee uur achter elkaar aan het praten en achter de schermen. Dus ik wil eventjes vijf minuten pauze en dan komen we terug en dan mag u direct van start. De voorzitter: Oké, dit is nu exact vijf minuten. Mijnheer Burggraaf, mag ik u het woord geven? De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik zat eens even terug te denken, wanneer zijn we dit traject gestart? En dat is eigenlijk al in 2018 geweest, voordat de verkoop van Eneco definitief was. En ruim voordat de opbrengsten bekend waren en een feit waren. En ik denk dat dat ook wel de kracht is van dit proces, dat we in deze periode met de raad hier op verschillende momenten uitgebreid bij stil hebben gestaan en hebben gekeken, hoe kunnen we nou het beste voor de lange termijn goed investeren in onze stad.

En, nou ja, ik hoorde al een aantal zeggen, een van de uitdagingen die er liggen, de structurele begroting in balans krijgen, dat was een van de elementen, hoe kan je je verdienvermogen verhogen? En anderzijds je maatschappelijke doelstelling om die sociaaleconomische positie van de stad, waar we bij de vorige investering in 2000 enorme stappen hebben gemaakt in de woonaantrekkelijkheid van de stad. Waar we aantoonbaar op die atlas van gemeentes inmiddels zo’n beetje in de top 10 staan, hoe we dat nu met deze investering gaan zorgen dat we dat ook voor die sociaaleconomische positie van de stad gaat lukken, want daar zitten we nog onderaan in het lijstje, tegen de laatste plek aan. En dat hebben we in een heel intensief traject met elkaar gedaan. Ook in de wetenschap en de diepe overtuiging ook van het college, dat we dat alleen maar kunnen doen als je een langetermijnagenda ook met een zeer breed draagvlak in de raad vast gaat stellen. Want op die manier kan je, het is niet iets wat je in één bestuursperiode kan oplossen, het vergt een lange termijn. En daarbij is het noodzakelijk dat je dan ook een pad ingaat wat op de lange termijn stabiel kan voortzetten. Nou, november 2019 zijn daarvoor eerst de kaders voor de investeringsprogramma’s, langs die raderen. Ik hoorde het al vanuit de bijdrage van de VVD, de tandwielen te laten draaien, waarbij het een in het ander ingrijpt.

Nou, dat hebben we in november 2019 met elkaar vastgesteld en december vorig jaar de zeven programma’s. En door maar in te gaan op dit punt nog van GroenLinks, die zei van, ja, moeten we dan niet vervolgens die programma’s, erachter blijven staan, maar de reservering op één totaal niveau houden en niet onderverdelen in die verschillende programma’s. Ja, dat zou ik echt willen ontraden, om dat te doen. Omdat je ziet dat op het moment dat je die programma’s hebt en je daar ook het bedrag aan koppelt, je de focus geeft en het commitment ook geeft richting andere partijen, andere stakeholders om mee te investeren. Dat het je serieus is om daar stappen op te maken. Daar kan ik heel concreet op zijn, de groeifondsbijdrages bijvoorbeeld die nu van het Rijk komen, dat zijn echt miljarden. Daar is nu mede doordat u als raad, nou goed, dat hoop ik in ieder geval voor de zomer, bereid bent om voor die Spoorzone zoveel miljoenen te reserveren, maakt dat je in zo’n businesscase ook kan laten zien aan andere partijen als een ProRail, als een

35

NS, richting de provincie, richting het Rijk, wij geloven erin dat we hier een schaalsprong als stad kunnen maken en dat we die woningbouw in de stad op die plek een enorme impuls kunnen geven, en daar leggen wij ook de middelen, reserveren we daarvoor. En dat maakt dat je je op zo’n punt ook andere stakeholders, zoals het Rijk, bereid krijgt om vele miljoenen te investeren. Een kleiner voorbeeld, op het vlak van ruimte voor banen. Het feit dat u al bereid was om daar vooruitlopend 3 miljoen op te reserveren, ik meen een jaar terug, maakt dat we nu vanuit de regiodealbijdrage, 1,5 miljoen, 1 miljoen en een kwart moet ik zeggen, cofinancieringbijdrage krijgen omdat we dat commitment konden laten zien. En tot slot geeft het ook, brengt het je ook als organisatie in beweging. Want op het moment dat je weet dat je op die thema’s ook de middelen hebt, betekent dat ook dat je vanaf dat moment, ja, kansen aan elkaar kan gaan koppelen en op dat terrein ook de ruimte hebt om weer stappen te gaan zetten.

Dat betekent vervolgens, daar vroeg de VSP onder andere naar, ook niet dat je zegt, nou, dit is het bedrag, dat leggen we vast en dat kan over vier jaar niet met voortschrijdend inzicht zeggen, hé, wacht, doe bij wijze van spreken de opgave duurzaamheid is toch meer investering nodig, of juist omdat er vanuit de andere kanten nog investeringen komen, dat jullie zeggen, nou daar hoeven we minder in te investeren, dan kan je daar nog adaptief op reageren. Dat maakt het ook de aard van deze beslissing is, het is puur een reservering waar je vervolgens gaandeweg ook de concrete voorstellen in gaat maken. Dus samengevat zou ik vooral willen zeggen, durf die focus aan te brengen en realiseer je dat het een adaptief proces blijft. Dan vroeg de VSP onder andere nog naar een aantal uitwerkingen, ik hoorde rondom ruimte voor banen, rondom het woonprogramma, nog een aantal andere thema’s ook rondom de veiligheid rondom het spoor als het gaat om gevaarlijke stoffen, et cetera, hoor ik een aantal partijen over. Nou, dat zijn gewoon de aspecten die nadere invulling krijgen via de reguliere momenten dat we hier met elkaar verdere kleuring geven aan dit programma. Voor ruimte voor banen hebben we nu inmiddels die twee of drie bijeenkomsten in de commissie gehad.

Ik hoorde de Partij van de Arbeid daar ook al naar verwijzen, er komt, de kavelpaspoorten komen eraan, en daar komen al dat soort nadere inkleuring, welk type bedrijven, welke clusters gaan we hier dan naartoe halen, welke banen zetten we op in? Nou, dat geldt ook voor het woningprogramma en al die andere onderdelen. Dus die nadere stappen en uitwerkingen, die komen bij de verdere concretisering van de plannen. Dan tot slot denk ik, voorzitter, nog het punt van onderwijs. Je ziet daar inderdaad dat vanuit het Rijk inmiddels een flinke bijdrage is gekomen voor die onderwijstijdverlengingsaanpak. Eentje waar, nou ja, voordat corona eigenlijk die beweging maakte, al vanuit het college er uitwerkingen en plannen kwamen om hier inzet op te doen. Dat het denk ik ook nog steeds goed is dat je dat doet omdat vanuit het Rijk het vooral een incidentele bijdrage is, en je met dit programma juist laat zien dat het niet iets is wat je maar in één jaar kan doen maar waar je echt meerjarig in moet investeren. En dat je daarmee ook dat structureel perspectief biedt. En tegelijkertijd we ook inderdaad zeggen, ja, op het moment dat het Rijk vervolgens, nou, nu voor de komende twee jaar die 2,6 miljoen aan bijdrage heeft geleverd, daarom is het niet 30 miljoen wat we hier zien maar 27,4 miljoen.

En als we dan in de komende jaren daarin ook weer stappen ondernemen, dan kan je daarmee hetgeen wat we nu vooruit reserveren, ook vanuit de Rijksmiddelen meefinancieren. Maar de kracht is juist dat je nu als stad laat zien, dat je dit thema belangrijk vindt, en dat je beseft dat dat een meerjarig programma vraagt en dat je daar nu ook het perspectief op biedt. Dan waren er nog wat vragen over, in hoeverre is […] …

36

De voorzitter: Mijnheer Burggraaf? De heer Burggraaf: Reserve of krediet? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, momentje. Mevrouw Koene: Nou, dit … De voorzitter: Want mevrouw … Mevrouw Koene: Ik denk dat ik heel snel praat, dan gaat het misschien over. De voorzitter: Nee. Mevrouw Koene: Maar dat gebeurt niet. De voorzitter: Dat laat u niet gebeuren want u komt gewoon lekker in beeld. Mevrouw Koene: Ja De voorzitter: En ik wil u nu vragen, ja, interruptie op de heer Burggraaf. Mevrouw Koene: Ja. Nou ja, voorzitter, ik wil met name gewoon weten waarom de vraag niet beantwoord wordt, hoeveel geld de scholen nu al krijgen? Want het kan hartstikke leuk zijn dat er nu incidenteel geld is, scholen worden gefinancierd door het Rijk, kwetsbare scholen krijgen veel meer. Ik wil gewoon een plaatje hebben waaruit blijkt dat de scholen met het geld wat ze krijgen van het Rijk, want het is een Rijkstaak, dat ze het niet redden en dat dat een aanleiding is om subsidie te geven vanuit de gemeente. Wij erkennen als geen ander dat het belangrijk is dat kinderen goed onderwijs krijgen. Maar je moet wel bij het Rijk laten wat bij het Rijk hoort. En dan kan je als gemeente, kan je voor alle scholen in de stad wat doen.

Want zoals al eerder is gezegd, het gaat niet alleen om kinderen uit de kwetsbare achtergrond, het gaat om op alle scholen om kinderen die kwetsbaar zijn en die zichzelf beter zouden moeten kunnen ontwikkelen. Dus ik wil van deze wethouder, want van de andere wethouder krijg ik het niet, van deze wellicht ook niet, ik wil het financiële plaatje dat we ons bewust zijn van het geld wat er al binnenkomt, zodat we dus ook aangetoond kunnen krijgen waarom er gemeentelijk geld moet in leerachterstanden. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik wilde nog even vervolgen en dan kom ik daarna terug op de vraag van mevrouw Koene. Dat in dit voorstel een reservering zit en een krediet. Nou, er zit 0,6 miljoen krediet in, dat maakt om voor de eerste twee jaar een start te kunnen maken voor die 2,6 miljoen die vanuit het Rijk wordt ontvangen. En dat is zover als de polsstok het op dit moment reikt. En je wel een programma wil doen voor meerdere jaren, dus die 27,4 miljoen reserveert om na die twee jaar ook je programma voort te kunnen zetten. Ja, en dat is het antwoord op de vraag van mevrouw Koene. Die inzet voor die onderwijsachterstanden, dat is die 2,6 miljoen. Ik heb wel voorzien dat er nog rond volgens mij 1 juni of juli, er nog wat extra middelen vanuit het Rijk zijn

37

gekomen. Ik denk dat dat nog via de technische beantwoording uw kant op komt. Ja, en daarmee, nogmaals, is de kracht dat je investeert in onze inwoners van de stad, dat je ook daar zorgt dat je die stappen kan maken en die verbetering van de sociaaleconomische positie. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Daar ben ik het mee eens hè. Ik bedoel, daar gaat het dus niet over. Het gaat er dus over dat er dus categorisch vanuit het college ontkend wordt dat er genoeg geld binnenkomt op deze scholen. Er zijn namelijk nog een heleboel andere scholen in het land, die krijgen allemaal geld, extra geld als ze kwetsbaar zijn en noem allemaal maar op. Er moet gewoon een duidelijk plaatje komen waaruit blijkt dat het geld wat ze van het Rijk krijgen niet genoeg is, en dat het daarom aangevuld moet worden met een gemeentelijke subsidie. En dan vind ik alle teksten eromheen prachtig, maar ik wil gewoon dat plaatje hebben. Daar hebben wij gewoon als raad recht op. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik stel voor dit thema verder, dat is ook in de commissie Sociaal reeds aan de orde geweest. Er zijn wat nadere verduidelijkingen uw kant op gestuurd.

Wil nog even met u kijken na de vergadering waar er nog een eventuele nou ja, hiaat zit in de informatievoorziening, en dat we de verdere discussie hier ongetwijfeld in de gemeenteraad nog op dit onderwerp verder voortgezet zal worden. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, dat allemaal … De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Maar ik ga dan toch weer een hele vervelende discussie dan krijgen want ook dan mag ik het er niet meer over hebben. Ik heb naar aanleiding van de eerste bespreking in de commissie op 15 juni, heb ik vragen gesteld. Ik krijg geen antwoord. Dus ik wil gewoon dan wel voor volgende week dinsdag antwoord hebben op die vragen. Er ga nou niet zeggen van, ja, maar ja, daar hebben we geen inzicht in, enzovoort. Er is voldoende inzicht om te constateren dat er een tekort is. Dat inzicht hoort er dus te komen voor de raad, punt. En ik ga het nog wel op de mail zetten dan, maar wij moeten voor volgende week dinsdag moeten we dat hebben. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u heeft een aanvullende vraag hierop? Mevrouw Stolk: Nee, ik wil even het betoog van mevrouw Koene ondersteunen. Want het is inderdaad in de commissie ook aan de orde geweest. En mevrouw Koene, terwijl ik het in zit te tikken, dan zou ik ook dat wel willen hebben voor de gemeenteraad van volgende week. Want dan kan je daar nog naar handelen.

En het is natuurlijk raar dat wij geen inzicht krijgen als er geld gereserveerd moet worden, en wij geen inzicht hebben in hoe de scholen ervoor staan.

38

De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik wil toch graag hier wat globaler over de thema’s focussen, omdat de discussie per aparte businesscase in de verschillende commissies is gevraagd, of gevoerd. Nogmaals, ik zal even nagaan wat betreft de beantwoording, welke dingen daar nog in missen. Volgens mij zijn er veel openbare gegevens ook over de financiering van scholen, dus ik stel voor dat we daar nog even naar kijken na deze vergadering. En ik hoorde mevrouw Koene al zeggen dat ze er ook nog een mail over ging sturen. Dus, nou, ik heb daar op dit moment in ieder geval verder niet veel aan toe te voegen. Ook om te voorkomen dat ik hier discussies ga voeren waarvan de portefeuillehouder, rechtstreekse portefeuillehouder, daar veel meer kennis van zaken heeft over deze concrete casus. De voorzitter: Ik denk dat u daar een goed voorstel doet. U kunt er nu op dit moment ook niet in detail op antwoord geven, en er komt … Wordt nog op teruggekomen. En, ja, zet u uw betoog voort met de integrale beantwoording. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik was denk ik daarmee wel … O nee, er was nog een vraag voor denk ik ChristenUnie/SGP, was nog de laatste die aangaf van, ja, we hebben nog een dividendcompensatie, reserve dividendcompensatie, en hou die middelen vooral voor het compenseren van dividend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/317/documents/12272