2.7 Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 7 juli 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 7 JULI 2021 Digitaal Voorzitter: Mevr. Kruger Commissiegriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van der Graaf (Beter Voor Dordt) Mevr. Jager (Fractie Jager) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van Leeuwen (PVV) Dhr. De Lijster (GroenLinks) Dhr. De Looze (ChristenUnie/SGP) Dhr. Merx (VVD) Dhr. Polat (D66) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Wisker (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: De heer Beemer, de heer Besseling, de heer Bette Portefeuillehouders: burgemeester Kolff, wethouder Burggraaf, wethouder Stam Inspreker: Dhr. Slabbekoorn, namens ANPV 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: En de avond voor de commissie Bestuur en Middelen, woensdag 7 juli, is begonnen. En ik wil iedereen van harte welkom heten, ik zal zo nog verder wat namen noemen. In ieder geval ook de kijkers en luisteraars thuis. Maar voor ik verder ga, wil ik toch even stilstaan bij twee afschuwelijke gebeurtenissen die gisteren hebben plaatsgevonden. Bij een noodlottig ongeval is een politieagent om het leven gekomen, hier zal zo de inspreker van vanavond bij stilstaan. Ik wil in ieder geval familie en nabestaanden sterkte toewensen. En dan vervolgens het afschuwelijke bericht over de aanslag op Peter R. de Vries.
Een laffe daad als deze is afschuwelijk en onacceptabel. Bedreiging van de vrijheid van journalistiek. Ik denk dat ik namens de hele raad wel kan zeggen dat, ja, sterkte kan toewensen aan de familie van Peter R. de Vries, en uiteraard aan hemzelf en laten we met zijn allen hopen op een goede afloop. Ik vond dat ik dit even nog moest mededelen, ook al gaan we zo weer over tot de orde van de dag. Want, ja, we hebben ook nog heel veel andere belangrijke dingen vanavond te doen. Ja, hoe lastig is het altijd als je toch even dit wil meedelen en dan maar weer overgaan tot de orde van de dag, zoals ik al net zei. De agenda zoals die hier voorligt, kan iedereen zich daarin vinden? Als iemand dat niet kan, dan lees ik dat in de chat, maar dat is niet het geval. Dan zal ik even de aanwezigen opnoemen, dat zijn Ahmet Polat, Arjan De Looze, Harco Bakker, griffier, en uiteraard op afstand onze Clark Beemer, zonder hem kunnen we deze avond niet houden. Andre Besseling, van de ambtenaren, Aart Jan Bette. Onze burgemeester, de heer Kolff, Maarten Burggraaf, wethouder. Dan Van Leeuwen, Herman
1
Van der Graaf, Irene Koene, Ineke Jager, Jack Wisker, Jacqueline Van den Bergh, Jonathan De Lijster, Jan-Willem Wringer, Marc Merx. En wij hebben in ieder geval een gast, de heer Slabbekoorn namens de politievakbond ANPV, en die zal ik zo aankondigen dat hij kan gaan beginnen. Zijn er mededelingen? Moet ik wel mijn chat aanzetten anders kan ik die niet zien. Er is niets van tevoren aangekondigd, en ook geen nabranders. Dan gaan we over naar de heer Slabbekoorn namens de politiebond ANPV. Op 8 juni hebben wij in de commissie kort stilgestaan bij de brief die de politiebond aan onze raad heeft gestuurd, met een verzoek om hulp. U heeft hiervoor een reactie aan de portefeuillehouder gevraagd, en deze treft u ook bij de stukken van vandaag aan. De heer Slabbekoorn heeft gevraagd de brief hier ook te mogen toelichten aan de commissie. En daarvoor wil ik graag het woord geven aan de heer Slabbekoorn, en daarna is er ook nog ruimte om hierover verhelderende vragen te stellen. Mijnheer Slabbekoorn, u kunt vijf minuten spreektijd gebruiken. En ik wil vragen of u in beeld wil komen en uw geluid wilt aanzetten? De heer Slabbekoorn: Ja, goedenavond. Ik weet niet of ik goed te beluisteren ben? De voorzitter: Wat mij betreft is het helemaal goed te horen. De heer Slabbekoorn: Oké. Ja, goedenavond, raadscommissie en andere aanwezigen. Fijn dat wij wat mogen zeggen.
Eerst wil ik toch even een moment van bezinning pakken, niet alleen voor Peter R. de Vries om gisteravond in zijn strijd te overleven, maar ook onze collega die vanmorgen het leven moest laten na een noodlottige aanrijding door een vrachtauto. Dank u wel. Wij staan naast u, naast de burgemeester, naast de raadsleden. Het kan anders. Samen hebben wij het beste voor met de burgerij in onze omgeving. Dat lukt onvoldoende. Uw gemeentelijke korps, het is als ijs verwaterd. Invloed en binding tussen politie en u als bestuur, welke regie is er. De haarvaten in de maatschappij, een blauwe leegte. Politieke keuzes komen niet tot wasdom. Een platte organisatie is ons beloofd, ongeveer de helft is nog in de uitvoering actief. En dan komt de operationele veiligheid in het geding, 450 plekken, dus 450 zijn er gewoon leeg. 800 niet volledig opgeleide politiemensen zijn er nu niet, maar het werk voor die 800 mensen is er wel dag dagelijks. Waar is eigenlijk al dat budget geland? De wijkagenten, 20 procent is met sturing en thematisch bezig. Sterker nog, wijkagenten moeten buiten hun wijk taken verrichten omdat er mensen te kort zijn. En de rem, heeft u het gezien, de noodrem op landelijke ontwikkelingen, om 400 slimme nieuwe cyberdetectives aan te nemen.
Het recht van de sterkste, geldt dat? Politiewerk, is het echt minder geworden? Minder gevaarlijk, eenvoudiger? Duizenden politiemensen minderen, is het echt zo dat we onvoldoende werk hebben. Er is langdurig bezuinigd, ook om zusterberoepen. De kaasschaaf is gehanteerd ten koste van de uitvoering. En de kaas is op, er is nog een korst over. In Rotterdam en omgeving leiden we 20 procent van alle studenten in Nederland op, met 10 procent van onze capaciteit. Dat kost veel energie, 800 studenten. En ook het opvangen van die nieuwe agenten kost heel veel energie. En zij landen ook op plekken waar er dus 300, ja, mannen in blauw en vrouwen in blauw niet zijn. Terwijl we 1700 basisteams hebben is er nog ongeveer 1300 politiemannen en vrouwen daar over. En dan, last but not least, 20.000 politiemensen waaien weg de komende vijf jaar. 20.000, dat is één derde van de hele politie. Hoe houden wij onze politiemensen hier? Er gaat meer weg dan dat er binnenkomt, en het sinkhole aan vacatures maakt dat er legio kansen zijn om te vertrekken naar het land, de politie is van Nederland. De concurrentie
2
op de arbeidsmarkt, zakgeld voor een student en 1500 netto, voor een MBO-student is dat niet concurrentie genoeg. 2025, pas dan is mogelijk misschien de onderbezetting afgenomen. En dan diversiteit, goed voorbeeld doet goed volgen. Maar lopen wij de achterstand eigenlijk wel in, die is opgelopen? Is de sturing wel divers genoeg? Het is een uitdaging die oud en nieuw Nederland aan ons stelt, terecht. Nieuwe normen bewaken, divers werven maar ook divers aanstellen, van top tot uitvoering. Gemeenteraden, meten is weten, en help ons bij al die vraagstukken. We hebben goede respons gehad op onze brief. De hulpverzoeken zijn ontvangen maar wordt het ook begrepen, de boodschap? Ik gaf net een foto van de brug tussen het stadhuis en het hoofdbureau, waar het monument staat voor gevallen politiemensen. Een brug die er altijd zal moeten zijn, omdat de burger dichtbij is en de politie moet ook dichtbij zijn. Dus die symbolische brug, ik heb een salarisstrook uit 1975, gemeente Rotterdam, het staat er echt op, daar werkte ik voor. En in ‘76 was ik in New York City, en de headquarters van de NYPD zat in hetzelfde gebouw als het stadhuis. En in het stadhuis, pilaren van 12 tot 15 meter hoog, met alleen maar koperen plaatjes van collega’s die het leven lieten, omdat ze daar de een na de ander kapotschieten.
En ja, mijn vraag is nu in 2021, zouden die pilaren eigenlijk helemaal vol zijn met koperen plaatjes? De Black Lives Matter discussie, terecht. Een aanzwelling naar institutioneel racisme, begrijpelijk, maar Nederland, Nederland is niet de Verenigde Staten. Nee, nog niet. Maar zijn we niet daarnaar onderweg? Qua agressief gedrag, alweer, alweer in die lieve stad, waar preventief fouilleren taboe bleek. Waar gaat dat heen? Waar leidt dat toe? Het begint niet met het blijven benoemen hoeveel politiemensen er eigenlijk formatief zouden moeten zijn, het begint met de waarheid. En ook al is deze niet leuk om te horen, ook al is deze afschuwelijk om te zien. Dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slabbekoorn. Heeft iemand van de commissie een verhelderende of verduidelijkende vraag te stellen? Mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter, de heer Slabbekoorn voor dit betoog. Ik heb een tweetal vragen, vraag één gaat over diversiteit. U zei van, ja, het moet eigenlijk diverser zijn, dat het gewoonweg bij de aanstelling en bij diverser werken, dat dat gewoonweg andere manier van werken wordt. Kunt u dat even wat toelichten? Eén. Twee, u had Black Lives Matter even aangehaald. U heeft gezegd dat NL is niet de Verenigde Staten. Nog niet, zei u.
Wat moet ik daaruit uitmaken? Is daar gewoonweg hier binnen het korps of binnen de maatschappij, is daar gewoonweg toch wel een bepaalde manier, bepaalde spanningen op dat vlak? Kunt u me dat even toelichten? En verder, hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de politie haar werk op een goede manier doet en wat kunnen we als raad daarmee doen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Mijnheer Slabbekoorn, aan u twee vragen over diversiteit in het korps en de Black Lives Matters. De heer Slabbekoorn: O, ik sta nog aan qua geluid zie ik, mooi. Kijk, de diversiteit, dat is iets, en wij noemen het ook het dode paard van diversiteit waar iedereen aan trekt maar wat dus niet van de grond komt. En als je als politie een afspiegeling wil zijn van de maatschappij, dat hebben we twintig jaar geleden beloofd, dat een kwart van onze, ja, mensen van diverse achtergrond zou zijn, dan zie je gewoon dat na twintig jaar dikke papieren en allerlei goede initiatieven, het niet gelukt is. Kijk, en falen is een resultaat. En daarom, omdat juist ook de maatschappij in met name de steden natuurlijk nog veel
3
harder diverser is geworden, of sneller divers is geworden. En de politie heeft zich niet daaraan kunnen aanpassen, heb je achterstand ingelopen. En die achterstanden zien wij terug op de werkvloer, maar ook in de sturing. En ja, dan is het belangrijk dat je niet alleen bij werven gaat beginnen maar ook met mensen aanstellen en zorgen dat er ook in sturingsfacetten meer kleur komt. En dat is niet alleen kleur, dat weet ik wel, maar het gaat om het plaatje. En dat plaatje, daar wordt veel over geroepen maar de daden blijven achter. En dan het Black Lives Matters verhaal, nou ja, goed, dat is meer dat we zien, en dat terechte groeperingen ook in de discussie zoals die over WhatsApp is gegaan natuurlijk, ja, links en rechts aanhaken op thema’s die in de Verenigde Staten veel harder en veel ernstiger zijn dan hier. Maar wij hebben natuurlijk ook incidenten gehad, waar wij niet trots op zijn en die zijn wel gebeurd. En het is juist de kracht van een organisatie dat je van die incidenten leert. En daarnaast is het ook goed, en de burgemeester heeft ons die tweede kans gegeven, althans zijn collega kon toch ook realiseren dat de basiswaarde van onze maatschappij ook zijn dat als regels veranderen, dan gelden er ook daarna andere vervolgingsstrategieën. Maar je kan niet de regels veranderen nadat gebeurtenissen hebben plaatsgevonden.
Dus ik denk dat het goed is om ons te realiseren dat daar een hoop werk te leveren valt voor de politie. En, nou ja, daar kan de raad ook, en in Rotterdam zijn ze daar al druk mee, bij helpen. En hij had trouwens een derde vraag. De voorzitter: Goed opgelet, zeker. De heer Slabbekoorn: Dat was … Ja, ja, ja, daar komen we graag nog een keer op terug, hoe we het werk beter kunnen doen. Dat is echt niet te vatten in een paar minuten. Maar dank u wel, mijnheer Polat, voor de vragen. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh, u heeft een vraag gesteld. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Hartelijk dank voor uw inspreken. En hoewel dat zeg maar niet helemaal, een beetje in mineur is, begrijp ik ook van u. En ik wilde vragen van, naar aanleiding, hoe is nu de … Ik heb een paar vragen, hoe is nu de sfeer in het korps? Hoewel je weet, zegt u, dat er te weinig politie is, dat heeft u duidelijk aangegeven. En ik zou willen vragen, wat heeft dat voor effect voor de sfeer binnen het korps? En ik wilde vragen, omdat u het ook veel over Rotterdam heeft, Dordrecht val onder Rotterdam, wat gebeurt er nu in Dordrecht bijvoorbeeld niet wat jullie graag zouden willen doen? Schiet dat tekort, en zeker ook wat betreft de wijkagenten waar u een opmerking over heeft gemaakt. Daar hebben wij ook een keer een bijeenkomst over gehouden, over de functie van wijkagent, dat is natuurlijk uiterst belangrijk.
En wat nou in ieder geval, ik wilde uw ervaring daarin vragen en wat u vindt dat met name in Dordrecht meer moet gebeuren? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Mijnheer Slabbekoorn, de sfeer in het korps, om mee te beginnen. De heer Slabbekoorn: Ja. Nou, in het algemeen is het nog steeds even de mouwen opstropen en keihard werken, alleen iedereen is zich wel er terdege van bewust dat je met minder auto’s, met minder mensen ter plaatste komt en ter plaatste bent. En, ja, dat doet iets met de sfeer, dat je weet dat je allemaal op elkaar aangewezen bent. En dat zelfs als een 63-jarige een paar dienstjes meeloopt in het weekend, dat dan toch
4
iedereen daar blij om is, dat ze, tussen haakjes, Slab weer even zien. Dus ja, het is minder qua productie, en dat zal niet zozeer zijn in bonnen of het zal niet zozeer zijn in dat je dingen niet ziet. Maar de performance, ja, die staat op, uit mijn hoofd, 85 procent en dat is dan precies wat beloofd wordt in een jaarplan. Maar ja, iedere politieagent wil natuurlijk 100 procent met zijn auto blazen totdat die overal wel op tijd is. En dat geldt ook voor brieven die automatisch worden uitgedraaid, dat we voor de aangifte op de hoek, waar de buurjongen van twee straten verderop met een petje op van wordt verdacht, dat we daar geen prioriteit op kunnen geven. En dat maakt dat ook die collega’s daarover teleurgesteld zijn want dat willen we niet. En dat doet, naast alle frustratie die je soms hebt vanuit het, ja, laat ik zeggen, het strafrechtelijk systeem, komt het allemaal op dezelfde hoop. En gelukkig blijft de sfeer positief en weten we dat we, ja, eigenlijk geen lange mouwen meer hebben. En dat noemen we dus hard blijven werken. En daar boeken we ook resultaten gelukkig wel mee. En over de wijkagenten, nou, dat is ook zo’n fenomeen, dat is juist een hele grote kracht van onze organisatie altijd geweest, de informatiepositie. En gelukkig zien we dat heel veel op het web wordt opgepakt. Maar ook daar hebben collega’s, ja, missen ze uitbreiding.
Wat ik net schetste, 400 functionarissen die tijdelijk zouden komen, die komen even niet. En gelukkig in Rotterdam, dus in onze eenheid gaat er een hele grote pilot wel door, maar dat heet dan een experiment. Maar ja, dat helpt niet. En zo’n wijkagent, ja, die heeft een uniform aan, die heeft pepperspray, die kan ook alles. Dus die wordt al gauw op de auto waar een plekje leeg is, erbij geduwd en dan zeggen we, ja, ga maar surveilleren in je wijk. En dat kan natuurlijk ook prima, alleen als er een melding valt waar hij door de, ja, meldkamer, het operationeel centrum naartoe wordt gestuurd, dan moet hij toch gaan. En ja, en als hij dan bij een aanrijding komt met veel, ja, letsel of ellende of bij een overval, dan zal hij toch moeten tikken. En dan zal die soms, is die daar de volgende dag gewoon nog met administratief werk bezig, en is dan die dus ook niet in zijn wijk. Ja, en dat maakt dat de problemen voor zo’n wijkagent moeilijk worden om, ja, de wortels goed vast te houden. En dat is ook eigenlijk het politiewerk is helemaal afgepeld. De tijd voor een uurtje surveilleren, gewoon met je handjes op de rug lopen, dat wordt als not done beschouwd want er komt geen productie uit. Terwijl je dan wel aanwezig en aanspreekbaar bent. En ja, die politiemensen rennen van hot naar her nu, dus daar is geen tijd voor. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Slabbekoorn: Sorry.
De voorzitter: Nee, dat geeft niet, dank u wel voor deze antwoorden. Ik wil nog even ook toch nog even erop wijzen, dat u bent namens de vakbond van het politiekorps. De heer Slabbekoorn: Ja. De voorzitter: En niet direct van de, ja, u geeft misschien wel weer wat u te horen krijgt vanuit het korps, maar het is niet dat u nu in het korps werkzaam bent. U heeft met name te maken dat u vanuit de vakbond reageert. Dus ik wil ook vragen aan de commissieleden om met die gedachte ook de vragen te stellen. En dan kom ik bij mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, u snijdt eigenlijk precies een van de punten aan waar ik een vraag over wilde stellen. Dat is, bent u, want veel vakbondsmensen
5
komen uit [de praktijk], u bent ook zelf volgens mij actief politieagent, dan wel geweest. Vertegenwoordigt u zeg maar de eenheid Rotterdam, meer in het bijzonder, Dordrecht? Of zegt u, nee, ik kom uit het land, uit Den Haag, en ik kom hier afgedaald om hier de algemene ellende die wij ervaren met u te delen. Dus daar wil ik graag wat meer concreetheid want anders, nou ja, dat is wel fijn om dat te weten. Nou, de vraag is al gesteld, wat gebeurt er in Dordt niet wat er zou moeten komen. Daar gaf u een antwoord op, maar ik weet niet, eendrachtig te vorige vraag en eendrachtig de opmerking van de voorzitter, of u daar een antwoord op kan geven? Maar een van de dingen, zoals mevrouw Van den Bergh al zei, als raadsbreed, ik kan het echt niet alleen naar ons toe harken, hebben wij vragen en opmerkingen gemaakt over de wijkagent en de zichtbaarheid en de aanspreekbaarheid van de wijkagent in de wijk. Dus u zegt, nou, dat gaat nu door de nooddiensten, dus zo begrijp ik het althans, noodhulp, daar worden ze vaak op ingezet. Is er nou een lek van 5 procent op de wijkagentinzet, of we praten over 10 procent of praten we over 50 procent, waar moeten we dan aan denken? En de laatste vraag, voorzitter, is, u had het over 20.000 mensen die in de komende vijf jaar het politiekorps gaan verlaten, en dat is dan landelijk.
En, maar tegelijkertijd zegt u, nou, we denken dat we in 2025, dat we de onderbezetting wel hebben ingelopen. Hoe verhouden die twee getallen zich tot elkaar? Is dat de huidige onderbezetting die we dan hebben ingelopen, maar dan komt er nog een klap van 20.000 overheen landelijk gezien, of is die ook dan ingelopen? De voorzitter: Een behoorlijk stapeltje vragen voor u, mijnheer Slabbekoorn. De heer Merx: Drie. De voorzitter: Doet u uw best om ze zo kort mogelijk te beantwoorden. De heer Slabbekoorn: Oké. De voorzitter: Want het lijkt me wel even ook, ik denk dat na deze presentatie en na de vragen, dat we mogelijk beslissen om direct na het reces of vrij snel na het reces, hier nog een keer goed op terug te komen. Maar in ieder geval nu aan u om de vragen van de heer Merx te beantwoorden. De heer Slabbekoorn: Ja. Laat ik vooropstellen dat ik inderdaad al 46 jaar gewoon politieman ben in dit korps, wat inmiddels dus de eenheid Rotterdam is. Ik heb momenteel inderdaad een kantoorbaan maar ik ben wel, ja, regelmatig gewoon in dienst in een pak en pistool, alles bij. En, ik weet niet of ik nog te zien ben? Van het weekend heb ik weer een krasje op mijn neus opgelopen omdat iemand niet wou luisteren zeg maar. Dus nee, ik doe gewoon nog mee en ik ben gewoon van de werkvloer, en dat zal ik waarschijnlijk altijd wel blijven. Verder, die wijkagent en de aanwezigheid hen.
Kijk, dit is geen 5 of 10 procent, nee, een wijkagent is sowieso zeg maar 70 procent van zijn tijd maar aanwezig. Omdat iedere politieagent heel veel verlof heeft, gelukkig, ziek is soms, cursussen, training moet doen, dus dat noemen ze de BIF-factor, 70 procent van de tijd is die er maar. Maar, 440 wijkagenten waren er, in de eenheid breedte, per 5000 burgers 1 wijkagent, en dat zijn er nog maar 360. En 80 van hen zijn dus verder gekwalificeerd, die zijn thematisch en wijk overschrijdend bezig op thema’s, maar die geven ook sturing aan de mensen. Maar die zijn dus voor die burger minder beschikbaar. Dus ja, daar heb je al een getal te pakken van dik 20 procent wat minder op straat aanwezig is. En daar
6
bovenop komt dus die techniek van, hé, we hebben mensen te kort, ga jij maar in die auto, ga jij maar even meldingen rijden. En daar zijn er een paar goed zat van, maar ja, de loyaliteit, ja, die blijft altijd overwinnen. En gelukkig ook maar, anders stonden de auto’s stil. En dan nog uw vraag over de 20.000 mensen die weggaan de komende jaren. Kijk, er is een SPP, en ik heb in het antwoord naar de heer Kolff toe dat uitgelegd, er is een abstractie, een techniek van modellen waar cijfers en keuzes in worden gemaakt en dat geeft eigenlijk een abstractie van de werkelijkheid. En die voorspellingen, daar zitten ze vaak naast, of eigenlijk de afgelopen vier, vijf jaar is dat steeds te rooskleurig geweest. En wij hebben ook in het commentaar op het jaarplan gezegd, het is weer vrij rooskleurig wat er geschetst wordt. En je ziet nu ook, zakken we door het ijs. Dat incident van gisteren betekent dat onze bijstandseenheid, dat zijn de jongens met de lange automatische wapens, ja, daar zijn er honderd van zo weer nodig bij bewaking van allerlei objecten en van personen, en die ben je dus kwijt uit de uitvoering. Dus ja, in die zin is dus de strategisch personeelsplanning, ik denk in 2025, maar let op mijn woorden denk, misschien verwachten ze dat er dan de onderbezetting boven de nul weer uitkomt, dat we kiet spelen.
Maar ja, ik heb daar weinig of steeds minder vertrouwen in, dat die voorspellingen ook goedkomen. En je kan ze net als een radio, kan je aan die knoppen draaien en volgend jaar klopt het weer, voor 2026. Dus voor zover mijn antwoorden. De heer Merx: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik de heer Van der Kruijff, heeft mogelijk ook een vraag, of misschien zijn ze al beantwoord. Maar ik denk dat u vast andere vragen heeft. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, een heel aantal vragen zijn inderdaad al beantwoord. Dank aan de heer Slabbekoorn overigens voor zijn verhaal. Laat ik vooropstellen, en ik denk dat het wel raadsbreed geldt overigens, maar laten we het ook maar uitspreken dat er lokaal heel veel waardering is voor het politiewerk wat gedaan wordt, ondanks alles. En dat we lokaal ook wel het beeld herkennen qua onderbezetting. Wij hebben het hier in lokale bijeenkomst vaak gehad over de wijkagenten en hoe zichtbaar die waren en waar die ook elders nodig waren, en dat verhaal heeft u eigenlijk met uw woorden ook zo verteld. Dan toch graag, want heel veel van de problemen c.q. zorgen die u aankaart, gaan eigenlijk over de vacatures, de onderbezetting, de instroom, de opleiding, de uitstroom, het budget, ik zeg maar even de kernwoorden hoe ik dat voor mezelf heb opgeschreven. En ik snap die vraagstukken.
Tegelijkertijd zijn dat vraagstukken die zeg maar niet bij ons op de gemeenteraadsagenda staan. Wij stellen ook die budgetten niet beschikbaar. Dus er komt een vraag daarachter vandaan, ik neem aan dat u dit landelijk of regionaal bespreekt met de korpsleiding of het management, wat daarvoor staat uiteraard. Want wat verwacht u nu van de lokale Dordtse gemeenteraad, dat u ons dit vertelt? Wat u zegt, nou, ik zou het nou fijn vinden of nuttig vinden als u daar nou eens mee aan de slag ging. Wat verwacht u van ons? De heer Slabbekoorn: Ja, dank u wel. En dat is ook inderdaad het hulpverzoek waar wij dus kijken, hoe kunnen we meer of beter de problematiek aan het voetlicht krijgen? En dat heeft enerzijds te maken met dat, ja, de burger eigenlijk u als openbaar bestuurders gekozen heeft. En vaak ook de mensen dus een landelijke lijn hebben naar de beleidsbeslissers zeg maar, hoog in het land. Maar ook gaan verkennen, en dat werd ook in mijn beeldspraak net, de brug tussen het stadhuis en het politiebureau. Mijn start ooit bij de gemeente Rotterdam, hoe kunnen we nu weer samen nadenken of organiseren om
7
de gegroeide ver-weg-politie, om het zo dan maar even negatief te noemen wat ik niet zo bedoel, om dat weer te verbeteren? En dan zou je dus kunnen gaan denken aan, ja, honkvastere politiemensen. Die dus herkenbaar zijn met een rood wit rood, ik moet goed opletten natuurlijk, dat ik niet groen wit groen zeg, maar op een rood wit rood plaatje. Als een simpel voorbeeld van, o, die hoort bij Dordt. Wat doet die voor Dordt? En dat zijn maar simpele dingen maar dan heb je wel met elkaar meer inzicht, wat doet de politie nou voor de burgers hier dichtbij? En dat is een beetje uit beeld geraakt. En daar willen we graag over nadenken. En hoe meer mensen daarover nadenken of daarbij helpen en samen optrekken, hoe sterker dat signaal kan worden afgegeven. Dus dat is eigenlijk de kern van een stuk begin van herstructurering of hoe je het ook noemen wil, maar het is ver weg. En, ja, wij missen ook de menselijke maat, en de burger mist ook de politie die die kent en daar moet denk ik verbetering in komen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, nog één aanvullende vraag? Ik snap uw verhaal maar ik heb nog niet helemaal het antwoord gehad wat nou precies de Dordtse gemeenteraad moet doen. Laat ik één ding geven, en dan moet u maar zeggen of we het goed begrepen hebben. Eén keer per jaar spreken wij hier met de korpsleiding, u zult hem kennen, de heer den Os.
En er zijn meestal ook de regionale, een dame, ik ben eerlijk gezegd even haar naam vergeten. Er waren ook twee wijkagenten, er waren ook stadswachten, dat doen we één keer per jaar en dan bespreken we de lokale problematiek en wat er aan de hand is en wat we kunnen doen. Als we het daar nou de volgende keer ook dit bij meenemen, is dan wat u betreft onze missie geslaagd qua wat we kunnen doen? Want ik zie ons dit niet agenderen voor een instroomprogramma of extra opleiding voor budget of financiën, want dat hebben we niet lokaal. De heer Slabbekoorn: Nee, daar ligt ook de problematiek hoor. Wij begrijpen dat, ja, de gemeenteraad van Dordt kan ook geen ijzer met handen breken. Dus wij zijn daar ook gewoon in verkenningstocht op, daar ben ik eerlijk in. We hebben niet van tevoren gezegd, dit moet gebeuren, zus moet het, zo moet het. Het is meer dat we in de breedte zoeken naar een gezamenlijkheid in iets van, ja, een begin van anders organiseren. Want zoals het nu georganiseerd is, dat dus al decennialang uiteindelijk de politie wel beter wordt of mooier of luxer of beter. Maar het gaat allemaal budgetneutraal en dat betekent, eindstand, dat er bij de uitvoering, daar is het makkelijkste schaven want daar lopen, liepen heel veel mensen, en dat houdt een keer op. En die techniek, daar moeten we verandering in brengen.
En als er een paar miljard bijkomt bij de politie, ja, dan zal het wat makkelijker gaan. Maar dat … De heer Van der Kruijff: Uw punt is helder. Ja. De heer Slabbekoorn: Ja, dank u wel. De voorzitter: Nou, mijnheer Slabbekoorn, hartelijk dank voor uw presentatie, voor uw inspreken. U merkt dat er toch ook aardig wat vragen komen op wat u gezegd heeft. Ik probeer even duidelijk te maken wat u van ons verwacht is dat we inderdaad meegaan in uw verkenning. En of we kunnen kijken of we dat ook, het hele politieapparaat ook meegaat in die verkenning. Om te zien of er weer een brug geslagen kan worden tussen een gemeentehuis, stadhuis, en het politieapparaat. En hoe kunnen we de verbinding in de samenleving beter krijgen, de politie weer dichterbij de burger zodat we dat elkaar allemaal beter kunnen benaderen. Ik vind het voorstel van de heer Van der Kruijff
8
overigens, ja, heel geschikt. We hebben inderdaad één keer per jaar een, ik zei in de voorbereiding tegen u, één of twee keer per jaar, de heer Van der Kruijff zegt één keer per jaar en die weet het vaak heel erg goed, een gesprek met onder andere de politie. En mogelijk dat we dan de vraag over die verkenning hierin mee kunnen nemen. En ja, ik wil ook nog aan de commissieleden vragen, wilt u nog wat dieper op de stof ingaan, dat staat u natuurlijk altijd vrij om in uw eigen fractie de heer Slabbekoorn uit te nodigen voor nadere toelichting. Ik ben zo vrij om dat voorstel te doen. Ik denk dat u daar wel toe bereid bent. De heer Slabbekoorn: Dat klopt helemaal hoor. En ik dank iedereen, en daar was ik ook mee begonnen, als ik in mijn misschien emotionele begin dat vergeten ben, maar bedankt dat wij mochten inspreken. En ja, samen sterker, dan komen we wellicht verder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw mooie slotzin. Ja, dan gaan we weer verder naar het volgende agendapunt. En dan wil ik u bedanken, mijnheer Slabbekoorn. 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 29 juni 2021 De voorzitter: Komen we bij agendapunt 2, het vaststellen van de besluitenlijst commissie Bestuur en middelen van 29 juni 2021. Is er iemand die hier iets over wil roepen, zeggen? Zo niet, dan wordt deze zo vastgesteld. 3.
Vragen aan het College De voorzitter: Komen we bij agendapunt 3, zijn er vragen aan het college? Ik heb niets van tevoren gekregen, maar het kan zomaar zijn dat iemand vanmiddag of net nog een half uurtje geleden iets verzint, verzonnen heeft. Niemand? STUKKEN TER BESPREKING 4. Burgerinitiatief wijkraad Sterrenburg – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 4, het burgerinitiatief wijkraad Sterrenburg. We hebben de reactie ontvangen op het burgerinitiatief wijkraad Sterrenburg van het college. Waarover u eerder in deze commissie die initiatiefnemers heeft kunnen bevragen. En het advies van het college is om dit burgerinitiatief in deze vorm niet te honoreren. Ik wil u vragen, is niemand het daar niet mee eens? Of wenst iemand om een andere reden het woord? Graag via de chat even aangeven wie graag hier iets over wil zeggen. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Ja, ik vind dat burgerinitiatief, ja, we hebben sowieso iets daarover te melden, maar ik vind, er is een burgerinitiatief ingediend en dan vind ik dat wij als commissie, we hebben dat ook beloofd aan de inspreker, om daar toch serieus naar te kijken en om daarop te reageren. En ik zou dat, ja, toch ook verwachten van de anderen, dat we gewoon een rondje maken.
Wij vinden het namelijk jammer van het initiatief, dat ze hebben gekozen voor de ambtelijke en bureaucratische insteek van een wijkraad, en zich vooral gefocust hebben op het budget en op de structuur. Dat vinden we echt jammer. Want invloed en inspraak van burgers en zelfs laten
9
meebeslissen op bepaalde onderwerpen in de stad in hun directe omgeving is natuurlijk, zeg maar, verdient onze aandacht en om te kijken waar dat verbeteren kan. Het college heeft het over meer flexibele en directe manieren van invloed, daar zijn wij het helemaal mee eens. De PvdA wil, ziet ook dat bewoners dat willen, wij willen dat zelf ook, dat die meer direct betrokken raakt bij ontwikkelingen ofwel in hun wijk, ofwel bij plannen die in hun stad plaatsvinden. Wij denken dat een wijkraad, want in Rotterdam zijn er inmiddels nu 39 geïnstalleerd, maar ik vind, Rotterdam kent een hele andere geschiedenis en heeft van allerlei vormen via die wijken al gehad. En daar is de afstand tot de centrale gemeenteraad, is veel groter in de gebieden in Rotterdam dan hier in Dordrecht. Want zou je een wijkraad in deze vorm, zoals die nu gepresenteerd wordt door dit burgerinitiatief, honoreren, dat betekent ook dat je in andere wijken een wijkraad kan hebben. Want waarom alleen in Sterrenburg en niet in andere delen van onze stad? Nou, wij denken dat dat niet de burger dichterbij brengt. En dat het ook niet is wat je wil. Wij denken wel, een van de dingen die wij denken wel bijvoorbeeld dat wethouders wijken adopteren, daar zien wij wel een meerwaarde in. Dat bijvoorbeeld de wijken onder de wethouders worden verdeeld en dat je bijvoorbeeld wijkplannen krijgt of wijkbudgetten.
En hoe je dat precies organiseert op een flexibele manier via de wijkcentra, dat vinden wij toch dat daar, nou ja, dat ernaar gekeken moet worden. En wij zouden daar graag toch verder discussies over willen hebben of verdere uitwerking willen hebben. Ook zien wij meer in digitale vormen van inspreken. Zo is er gisteren bijvoorbeeld de webinars. Nou, persoonlijk vind ik dat een heel effectief middel, door corona is dat nu meer zeg maar, wordt dat nu meer georganiseerd. Gisteren was het dan bijvoorbeeld voor, is raadslid iets voor jou, vanuit de gemeente een webinar georganiseerd. Dat kun je natuurlijk op allerlei onderwerpen doen in wijken maar ook stadsbreed over plannen. Mensen kunnen in eerste instantie zeg maar met heel veel mensen daarop reageren, kunnen reageren, kunnen antwoorden krijgen. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh? U heeft … Mevrouw Van den Bergh: En daarnaast in principe … Ja? De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh, u heeft twee interrupties. Eerst de heer Merx en daarna de heer Van der Kruijff. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een vraag aan mevrouw Van den Bergh, want wat ik mis zeg maar in heel haar betoog is wat je als politieke partij zelf kan doen om juist die input uit die wijk op te halen. U noemt een wethouder die een wijk moet adopteren en noem maar allemaal op. U schuift het allemaal van u af.
Maar wat kunt u zelf doen? Mevrouw Van den Bergh: Nee, als reactie daarop, natuurlijk kun je als partij, kun je doen, dat doen we ook allemaal. We halen allemaal op en we hebben contacten met mensen in de wijken, met initiatieven, dat blijft want dat ben je toch actief aan het doen. Maar ik denk, als je het zeg maar wat breder wil aanpakken, dan is het ook goed voor mensen dat ze rechtstreeks ook kunnen reageren, buiten de politieke partijen. En dat blijven we gewoon doen en dat is ook goed en dat is de keuze van politieke partijen, hoe en op welke manier ze dat doen en hoe vaak. En … De voorzitter: Mijnheer Merx, een vervolgvraag hierop?
10
De heer Merx: Ja, ik vraag me echt af wat mevrouw Van den Bergh op dit moment mist, want ik … Maar daar kom ik dalijk in mijn woordje wel op terug. Ik denk dat er iets anders aan de hand is in die wijk. Maar wat mist u dan aan de mogelijkheden voor de inspraak? Want volgens mij zijn die talrijk. Mevrouw Van den Bergh: Ja, die zijn ook talrijk maar ik denk ook dat dat, en dat is ook goed want het zijn ook initiatieven en het is op verschillende onderwerpen. Stichting De Stad doet het bijvoorbeeld ook,… De voorzitter: Graag even bij de wijk Sterrenburg blijven, bij de wijkraad Sterrenburg. Mevrouw Van den Bergh: Ja. Ja. En, nou, dat het meer gewoon wordt voor mensen om te reageren op dingen om hun heen. En dat kan via politieke partijen maar dat kunnen ze ook rechtstreeks doen als daar een forum voor is. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van den Bergh: En ik vind die webinars, ja, dat doen wij zelf ook, maar dat kun je ook via initiatieven of via de wijken doen, daar kunnen een heleboel mensen tegelijk op reageren. En dat vindt … De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh, u heeft nog een interruptie van de heer Van der Kruijff. Ja, ik probeer eventjes want … Mevrouw Van den Bergh: Nee, dat is prima. De voorzitter: U gaat helemaal los nu met het burgerinitiatief, prima, prachtig, maar laten we toch ook proberen, want er willen nog meer mensen een woordvoering houden.
Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mevrouw Van den Bergh hielt een heel pleidooi voor wijkwethouders en weet ik wat allemaal. Maar ik vroeg me af wat zij dan mist in wat we op het moment ingeregeld hebben via de wijkmanagers? Dat zijn weliswaar ambtenaren en geen wethouders, maar dat zijn wel degelijk voor elke wijk gewoon aanspreekpunten in de ambtelijke organisatie, die volgens mij goed werk doen. Maar als u daar anders over denkt en denkt, er moet wat anders komen, dan hoor ik dat graag. Mevrouw Van den Bergh: Nee, ik denk ook dat die gewoon goed werk doen. En die wijkcentra, dat is ook goed, en daar komen mensen al en die komen ook bij politieke partijen. Maar ja, je kan ook zeggen van, nou, via wethouders die aanspreekbaar zijn op een aantal wijken, want je moet dan de wijken verdelen, dat dat nog eens een extra regie opzet. Wij vinden dat niet verkeerd. De heer Van der Kruijff: Voorzitter? Mevrouw Van den Bergh: Maar niets ten nadele van die wijkmanagers, maar dat het meer ook zeg maar, dat het ook meer politiek wordt.
11
De voorzitter: Ik hoor wat u zegt, mijnheer Van der Kruijf, De heer Van der Kruijff: Ik kom daar straks in mijn woordvoering wel op terug. De voorzitter: Helemaal goed. De heer Van der Kruijff: Maar ik denk als we naar de insprekers geluisterd hebben, dat ze een heel ander probleem aansnijden, dat ben ik met de heer Merx eens, dan dit. Mevrouw Van den Bergh: Oké. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van den Bergh, ik denk dat u zo’n beetje bij het einde van uw woordvoering bent gekomen? Mevrouw Van den Bergh: Ja, ik ben bij … Wij vinden dat het idee om meer vanuit wijkinitiatief, nog meer dan dat er nu al gebeurt, en meer ook digitaal, dat juichen we toe. Maar het voorstel zoals het nu is ingediend vinden wij veel te statisch, veel te log en veel te bureaucratisch. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik zal proberen om zoveel mogelijk de argumenten van mevrouw Van den Bergh ook mee te nemen en we houden het wat korter. Zoals u weet, voorzitter, zijn wij voor burgerinitiatieven, dus in dit geval ook staan wij heel erg positief tegenover initiatieven. Maar dit initiatief, hebben wij toch wel een beetje vraagtekens bij. Vooral over de extra bestuurslaag die daar wordt gecreëerd, dat vinden wij toch wel, hetzelfde wat mevrouw Van den Bergh ook zei, bureaucratisch.
En geeft ook toch wel extra problemen voor de besturing in de stad. En wij hebben ook grote vraagtekens of de participatieve democratie gediend is, daar hebben wij toch wel vraagtekens bij. Mevrouw Van den Bergh die had het over webinars en over digitale vormen, om dat vorm te geven. Daar zijn wij natuurlijk ook voor. Maar in dit geval wordt daar gewoonweg daar niet over gesproken. Wat we wel zien is dat we het voorstel van het college, dat zij op zoek zijn naar een lichte samenwerkingsvorm of bijvoorbeeld een bewonersvereniging, stichting, en dat de vereniging of stichting wordt gefinancierd of gesubsidieerd via de gemeente. Daar zien wij dus ook wel lichtpuntjes in. En we zouden graag van het college willen horen van hoe ze dat denken vorm te kunnen geven? Dat we in ieder geval de initiatiefnemers hiermee blij mee kunnen maken. Verder is het voor ons op dit moment net een brug te ver om hiermee akkoord te gaan. Maar zoals gezegd, wij vinden elke vorm van initiatief vanuit de burgers natuurlijk, […], nou ja, waardering af. Dank. De voorzitter: Dank u, mijnheer Polat. Complimenten voor kort, krachtig betoog. Gaan we over naar mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij hebben ook goed geluisterd naar de insprekers wat nou voor hun de aanleiding was om met dit initiatief te komen.
Want dit waren insprekers die al bij vele eerdere initiatieven betrokken zijn geweest, en alle waardering daarvoor overigens. En wat we zien is dat vanuit de gemeente men hen dan ook weet te vinden. Als er vanuit de gemeente iets gewild wordt in die wijk, werden ook deze mensen benaderd want dat zijn de vrijwilligers, dat zijn de
12
mensen in de wijk die we kunnen benaderen en die ons wellicht kunnen helpen daar. En daar liepen ze op een gegeven moment in vast. Er werd zoveel beroep op ze gedaan, dat ze dan op een gegeven moment gewoon in tijd en misschien ook wel in geld, maar ik denk vooral in tijd, allemaal niet meer geplooid kregen. Nou, en nou vinden wij het voorstel wat kwam eerlijk gezegd niet het juiste antwoord op deze problematiek, dus in die zin zijn we het ook eens met het collegeadvies wat voorbijkomt, dat een wijkraad niet het antwoord is. Maar dat het wel goed is om na te denken, als je vanuit je gemeente, en niet andersom, niet als er een initiatief uit de wijk komt, hoe je dat doet. Dat is natuurlijk ook een vraag, maar volgens mij gaat dat best redelijk goed. Maar andersom, als je vanuit de gemeente een beroep doet op mensen in de wijk, om je met een aantal vraagstukken of initiatieven te helpen, dat je dan goed nadenkt hoe die vrijwilligers, want dat zijn het, in staat stelt en ondersteunt, of dat nou met geld is of met capaciteit, om dan ook die rol te pakken. En volgens mij, als we daar het antwoord met elkaar op vinden. En misschien bedoelt het college dat ook wel in haar advies als ze zegt, we richten een vereniging op en dan kunnen we eventueel daar wat in subsidiëren, mogelijk, dat is dan het middel.
Maar volgens ons moet het doel zijn, als je een beroep doet op die mensen, help ze dan en ondersteun ze zodat ze die rol goed kunnen pakken. Dat is hem, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Gaan we over naar GroenLinks, mijnheer De Lijster. De heer De Lijster: Dank u wel, voorzitter. Ja, GroenLinks kan zich vinden in het betoog ook van de PvdA en D66, maar ook door natuurlijk een stukje wat het CDA net aantipt op het laatste. Met name ook dat we als gemeente ook de burger in staat moeten stellen om dan ook die rol te pakken. Ja, GroenLinks, burgerinitiatieven staat wij natuurlijk open voor. Net zoals andere partijen denk ik hier die gewoon aan tafel zitten met elkaar. Maar ook GroenLinks, de vorm van een wijkraad, ja, daar hebben wij ook onze twijfels over. Dat er wel gezocht kan worden naar een vorm, want er is wel een bepaalde energie bij de bewoners. Dus wellicht kan er wel gekeken worden naar een ander vorm. En daar wil ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Lijster. Komen we bij, even kijken in mijn chat, ja, mijnheer Merx, VVD. Dordtse VVD. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Ja, het lijkt of de heer Van der Kruijff en ik de woordvoering zo ongeveer met elkaar hebben uitgewisseld. Want zijn analyse was ook mijn analyse.
Dit zijn mensen die dit initiatief hebben ingediend die een grote betrokkenheid hebben bij onze stad, en die verder kijken dan hun individuele eigenbelang. Maar die kijken naar het belang van hun wijk en kijken naar het belang van de stad. En zijn dus ook mensen die zich inzetten en dan ook gevonden worden. En het is precies datgene wat de heer Van der Kruijff zegt, deze mensen worden dan vervolgens benaderd. Die mensen die hebben misschien weinig tijd, hebben weinig geld of welk probleem ook, maar die stellen zich ook de vraag, ja, ik zit … Ik geef een antwoord, maar in hoeverre is mijn antwoord gelegitimeerd ten opzichte van de wijk? Is mijn mening, is dat de mening die ook de wijk? Dus ik snap het voorstel wel, vanuit dat oogpunt gezien. Alleen ik kan me nog veel beter vinden in de reactie van het college, in die zin, en wat ook anderen al gezegd hebben, ja, dit gaat echt een brug te ver. En of het nou een vereniging moet zijn of iets anders, we hebben gewoon allemaal te maken met het
13
probleem dat heel veel burgers toch, en dat is niet uit desinteresse of wat dan ook, maar ja, de meeste mensen houden zich bezig met hun directe omgeving. En problemen die hen niet rechtstreeks raken, nou ja, die laten ze even aan hun deur voorbijgaan. En ze hebben al genoeg aan hun eigen problemen en andere zaken. Het zijn maar weinig mensen die zich meer het algemeen belang aantrekken. En dat is de opgave waar we voor staan. Want de vragen die aan deze mensen worden gesteld, dat zijn geen vragen, vindt u dat de stoeptegel links of rechts moet liggen? Dat zijn vragen met een veel diepere betekenis, en daar moeten we veel fundamenteler over nadenken, als je die burgerparticipatie wil hebben, hoe je dat gaat organiseren? En, dus ik vind het voorstel, nou ja, het kan, een wijkvereniging, maar dan krijg je weer hetzelfde probleem. Dus we moeten echt wel eens gaan nadenken over, als je de mensen echt wil betrekken, hoe doen jullie dat dan? En vervolgens moet ik de vraag stellen, en wat is dan de positie van de gemeenteraad? Daar wil ik het even bij laten. Verder kan ik mij vinden in de reactie van het college. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En u bedankt, mijnheer Merx. Ik zie dat ook de heer Van Leeuwen een korte woordvoering heeft. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel, voorzitter.
Nou, inderdaad een korte woordvoering, we zitten wat ons standpunt betreft heel dicht bij het collegestandpunt aan. Zoals in de eerdere commissie aangegeven, juicht de PVV op zich burgerinitiatieven toe. Zo begrijpen we dat het overleg dat opgestart is in de wijk Sterrenburg heel goed. Het is goed om samen op te trekken in een wijk, om de problemen samen aan te pakken. De vraag is echter of een wijkraad de beste oplossing is? Een vereniging of stichting oprichten om je doelen te bereiken zou beter zijn. De financiering loopt dan via contributies en donaties. Een extra bestuurslaag creëren zien wij, net als het college, niet zitten. Dan, wat wij wel zien zitten is, ook om de mensen wat meer bij de politiek te betrekken, is inderdaad het voorstel van de Partij van de Arbeid, zoals net is gemeld, is, ja, we kunnen heel veel meer gebruik maken van, ja, van digitale instrumenten zoals webinars, enzovoorts, om de burgers, de bevolking wat meer te betrekken bij onderwerpen van de gemeente. Dat zien wij dus maar niet zeg maar op de manier zoals het nu is voorgesteld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. O, ik ging in de echo. Maar ik zie dat de heer Merx nog een vraag heeft, heeft u die aan de heer Van Leeuwen? De heer Van Leeuwen: Ja, voorzitter, dat klopt. Dat is precies het dilemma waar ik zojuist even aan stipte.
En heel veel mensen die hebben zoiets van, ja, jongens, daar hebben we jullie voor gekozen, daarvoor zitten jullie in die gemeenteraad, jullie moeten daarover beslissen. We hebben jullie praktijkprogramma’s gelezen en we zijn het met jou eens of met jou eens, maar beslist het daar. En de vraag die ik aan u heb, wanneer bent u dan tevreden als het gaat over burgerparticipatie? Wat wilt u daarmee precies bereiken? Vindt u dat 80 procent van de wijk iets moet vinden, of 10 procent of 5 procent of 0 procent of 2 procent? Wanneer bent u tevreden? De heer Van Leeuwen: Een heldere vraag. Ik vind dat in ieder geval voorop moet staan dat de gemeenteraad overall verantwoordelijk blijft, voor de wijk maar ook voor de gemeente Dordrecht. Ja, het gaat er niet om of ik tevreden ben, het gaat erom dat de burgerij tevreden is. En wat ik zelf vaak hoor van mensen, is dat ze vinden dat de politiek
14
op een afstand staat. Dus ik heb geen kant-en-klare oplossingen ervoor, maar ja, ik zou graag willen dat er wat meer digitale instrumenten worden ingezet om zeg maar de onderwerpen wat meer te laten leven bij de bevolking, en ook vice versa wat meer te laten leven bij de politiek. Dus ja, een opkomst van bijvoorbeeld 51 procent, drieënhalf jaar geleden, vind ik persoonlijk nogal laag en er zit iets achter. Ik heb geen verhaal van, nou, zo moeten we het gaan doen. Maar we zouden inderdaad met de raad eens een keer erover kunnen nadenken, om ervoor te zorgen dat dat gat wat meer wordt gedicht. Want dat gat dat zie ik wel tussen politiek enerzijds en bevolking anderzijds. De heer Merx: Ik heb een hele korte reactie, mag dat? De voorzitter: Een hele korte reactie, mijnheer Merx. Dat mag. De heer Merx: Ja, dat gat tussen de politiek en de burger, dat is het gat tussen ons, dus u, mijnheer Van Leeuwen, mij en alle anderen hier aanwezig, en de inwoners van onze stad. En wij zijn aan zet om dat gat zoveel mogelijk te dichten. En dat kunnen we niet neerleggen bij een college of bij een ander ambtenaar of weet ik veel. Als het daarover gaat, het gat tussen de politiek, tussen ons en de burger, dan zijn wij aan zet. Dan zullen wij onze stinkende best moeten doen om te zorgen dat we dat gat beslechten.
De heer Van Leeuwen: Nou, ik gaf dus al een, naast wat ik net aangaf, kijk, je kan natuurlijk als politieke partij, kun je goed gaan inzetten. Maar bijvoorbeeld ook, nou, wat ik net zei, de burgerij meer betrekken door middel van een webinar, vind ik ook best wel een hele goede, wat dat betreft. Wat de Partij van de Arbeid eerst half uur geleden aangaf. Verder ook, mijnheer Merx, ik heb ook geen kant-en-klare oplossing. De heer Merx: Nou ja, ik… De heer Van Leeuwen: Maar ik ben het met u eens dat het een probleem is wat we samen met elkaar als raad zeg maar moeten oplossen en dat het initiatief bij ons ligt. Absoluut. De heer Merx: Ja, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan hebben we nog een laatste woordvoering van de heer Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Sorry, even de microfoon zoeken. Ja, dank, voorzitter. Even een korte reactie vanuit Beter Voor Dordt, we waarderen het initiatief van de personen uit de wijk Sterrenburg. Goed dat ze zo betrokken zijn bij hun wijk, maar we kunnen ons ook goed vinden in het voorstel van het college. Dit initiatief, en juist op dat gat wat we net gehoord hebben van de VVD, is misschien ook een signaal dat de raad meer de wijk in moet trekken. Dus dat is misschien iets waar we over na kunnen denken. Daar wilde ik het even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Voor zover ik kan zien heeft nu niemand meer nog een woordvoering. Ik ben het overigens eens met mevrouw Koene om te beginnen, het niet over burgerij hebben. We hebben inwoners van de stad, en laten we het op die manier
15
ook bespreken. Het is een heel oud woord trouwens, burgerij. Ja, dan kom ik even bij de wethouder Stam. Mijnheer Stam, wat is uw reactie op al wat u nu gehoord heeft? De heer Stam: Ja, dat is even lastig. Allereerst goed dat we wel de lijn onderschrijven zoals die door het college is gezegd, dat deze vorm niet de juiste manier is. We zien natuurlijk wel signalen vanuit die wijken, die onderschrijf ik ook, die hier nu breed worden medegedeeld. Het is alleen de vraag van, hoe ga je daar nu mee om? Welke oplossingen zie je? Als ik even vanuit mijn positie kijk en kan redeneren, dan zie ik natuurlijk wel een aantal activiteiten die we inderdaad doen, maar als je die zou moeten classificeren zou je die kunnen zeggen als probleemsignalering. We hebben natuurlijk sociale wijkteams, we hebben wijkmanagers waar onze inwoners volop terecht kunnen. Maar dat zijn meer vanuit een vraagstelling gericht van, hoe los ik dit op, in plaats van, ik heb een initiatief of een goed idee, hoe kunnen we daarmee omgaan. We hebben ook niet een pasklaar antwoord, we gaan nu wel een initiatiefmakelaar werven. We hebben natuurlijk wel gezien dat die behoefte er is dus we willen wel gaan kijken, hoe kunnen we nou die initiatieven een goed vormgeven? Het is nog even zoeken naar van, vraag en aanbod, hoe ga je dat dan organiseren.
Maar het is natuurlijk wel een punt dat je die sociale binding en die politieke binding met je inwoners van de stad moet vergroten. Maar zoals dat hier ook wel breed wordt gezegd, een kant-en-klare oplossing vanuit het college hebben we daar ook niet voor. Dat zouden we echt breder moeten doen. Er worden natuurlijk wel een aantal voorbeelden genoemd, hoe ga je om met wijken, wethouders adopteren, die een aantal keren wijken ... De voorzitter: Wijken gaan wethouders adopteren, lijkt me een goed plan. De heer Stam: Ik draai hem even om. De voorzitter: Ja, geeft niet. De heer Stam: Ja. Nou ja, goed, we hebben natuurlijk wijkbudgetten, we hebben ook wijkwensen, dus mensen kunnen wel met initiatieven terecht. Het is soms een beetje onzichtbaar, hoe moet je dat doen en hoe krijg je die dan ook op de politieke tafel? Dat is denk ik een vraagstuk wat we met zijn allen moeten beantwoorden. Ja, dat is voor nu mijn eerste reactie. De voorzitter: Ik zie dat de heer Merx een vraag of een opmerking heeft. De heer Merx: Ja, meer een vraag want ik hoor de wethouder het hebben over initiatief vanuit de wijk. Maar als ik de indieners goed begrepen heb, dan gaat het vooral over initiatieven vanuit de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Merx, u valt … De heer Merx: … die voorkomen. En dat was het probleem volgens mij.
De voorzitter: Ik vraag me even, ik heb u niet gehoord, hebben anderen u wel gehoord? De heer Stam: Nee, maar ik begrijp wel de vraag, het is natuurlijk een tweetrapsraket op weg. Niet enkel en alleen de initiatieven uit de wijk maar hoe ga je ook met
16
gemeentelijke initiatieven naar je inwoners toe? Nou, daar moeten we een goede weg in vinden hoe we al die ideeën en al die voorstellen die betrekking hebben op wijken, op onze inwoners, hoe krijg je die nou zo bij inwoners op tafel, dat ze daar ook vroegtijdig een participatietraject op kunnen loslaten en hun mening over kunnen geven? Maar wat u zelf al heeft gezegd, mijnheer Merx net, ja, dat is gewoon heel moeilijk. Daar ligt gewoon ook een opdracht voor de politiek, hoe je dat ziet. En we hebben al eerder de discussie gehad van, hoe zet je nou participatie op een goede manier weg, wanneer is het voldoende? Wanneer kan je er wat mee? En dat zijn allemaal vraagstukken, ja, die moeten we echt met elkaar gaan oplossen naar de toekomst toe. De heer Merx: Dank u wel. De voorzitter: Iemand anders nog een vraag of opmerking? Een reactie op de heer Stam. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, een korte vraag, voorzitter, aan de heer Stam. Want u zegt van, ja, we zoeken er allemaal naar, hoe we dat het beste kunnen doen. U heeft niet gereageerd op digitaal meer mogelijkheden inbouwen. Wel over die initiatievenmakelaar.
Wanneer gaat die aan de slag? En ik vind toch dat we met elkaar een afspraak moeten maken van, buiten wat wij nu als politieke partijen verder gaan doen, maar ja, hoe we dit verder vorm gaan geven en op wat voor termijn we daar weer met elkaar over kunnen hebben want ik vind dat we dit niet los moeten laten. Dus dat wil ik aan u vragen van, om met elkaar vervolg. De voorzitter: Mijnheer Stam, hoe denkt u over digitale webinars? Nou ja, webinars zijn sowieso digitaal, en hoe denkt u over het vervolg? De heer Stam: Ja, voorzitter, ik denk dat elk instrument dat eraan bijdraagt om de participatie te vergroten, dat dat goed is. Zelf ben ik wel veel meer voorstander van fysieke ontmoetingen met burgers, omdat je daar ook elkaar recht in de ogen kijkt, maar webinars en andere digitale bijeenkomsten kunnen daar natuurlijk ook meer dan voldoende aan bijdragen. Dus ja, daar sta ik ook positief tegenover. Als je kijkt van, de initiatiefmakelaar die zijn we nu aan het werven, dus we hebben toch wel goede hoop dat die snel gevonden wordt en dat die kan beginnen. Ja, en dan moet je een plan gaan uitstippelen. Als u mij vraagt om een termijn, ja, daar zou ik mijn vingers nu niet even aan willen branden. Ik denk dat we eerst met elkaar eens goed moeten kijken, hoe zien we participatie, en wanneer is het voldoende en hoe gaan we dat wegzetten? De voorzitter: Oké. En mijnheer Polat.
De heer Polat: Dank u, voorzitter. Ja, we hebben … Ik heb ook gekend mijn […] gevraagd over de samenwerking, die lichte samenwerkingsvorm, dat wordt, is opgenomen in het voorstel. Hoe denkt de wethouder dat vorm te kunnen geven, en heeft hij al gesprekken gevoerd met mensen in de wijk? De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, voorzitter, wij voeren eigenlijk natuurlijk continu gesprekken met mensen in de wijk. Dat is door corona wel wat minder geweest, ook wel digitale
17
ontmoetingen. En op het moment dat zo’n voorstel ook het college bereikt, gaan we natuurlijk verder nadenken. Ja, hoe ga je nou verder met zo’n vraagstuk en wat zijn dan eventuele oplossingen? En dan komen we tot een vereniging, stichtingsvorm, initiatiefmakelaar. Dus je moet nu verder goed gaan onderzoeken, wat is nu het meest effectief, zonder zeg maar weer nieuwe regeltjes, nieuwe lagen te gaan creëren waardoor mensen eigenlijk hun interesse verliezen om kennis te nemen van die initiatieven ook van de gemeente. Dus ik denk dat we hier ook eerst goed met een aantal inwoners zouden moeten praten van, hoe ziet u nu die betrokkenheid van u en van de andere kant van de gemeente met ideeën, wat voor ideeën heeft u daar nu over hoe we dat op een goede manier met elkaar kunnen oppakken? Want ik denk, als wij als gemeente, dat we zeggen, nou, weet je wat, dat gaan we doen in een vereniging of stichting, dat zou best kunnen, maar voelen die inwoners daar wat voor? Dus je zou dat ook met elkaar goed moeten aftasten. De heer Polat: Voorzitter, mag ik hier vervolgvraag stellen? De voorzitter: Ja, u mag zeker een korte vervolgvraag stellen. De heer Polat: Ja, u heeft iets opgenomen in het voorstel zonder dat je gewoonweg in feite [rekening] houdt met de wijk. Dat begrijp ik hieruit. De heer Stam: Nou, dat gaat wel erg ver, mijnheer Polat, voorzitter, als ik dat mag zeggen.
Ik heb aangegeven, wij praten continu met mensen in de wijk. En als je met honderd man praat, dan praten er drie over een vereniging, drie over een stichting, drie over rechtstreeks contact. En wij zoeken nu in bredere zin van, wat is nu de beste oplossing om die initiatieven vorm te geven? Nou, dan krijg je signalen nogmaals over een vereniging, een stichting, maar die moeten gewoon goed verder uitgedacht en uitgewerkt worden. De heer Polat: En is dat nog besproken met de initiatiefnemers rond dit voorstel? De heer Stam: Nou, het is nog niet zo besproken dat het nu vastomlijnd is. We hebben natuurlijk wel signalen opgehaald met mensen die we spreken in de stad. En er komen bij ons dit soort signalen naar boven, dus die moet je nogmaals, die moet je verder gaan uitwerken en oppakken. En met elkaar bespreken, als je het zo inricht, is dat dan een instrument wat heel goed werkbaar is. Maar we zijn nog niet zover dat we nu zeggen van, nou, we hebben met alle inwoners gesproken, we hebben hier een participatietraject op losgelaten en dit gaat hem worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Heeft iemand nog iets te vragen of toe te voegen bij dit onderwerp? Na de reactie van de wethouder. Nee. Nou, dan kom ik op het volgende. Het ging hier over het advies van het college om dit burgerinitiatief in deze vorm niet te honoreren.
Hebben we dit voldoende op deze manier besproken en kunnen we dit voorstel van het college, mogelijk met stemverklaringen naar de raad toesturen? En ik lees nog in de chat ook, als de Dordtse Dinsdag ingaat hebben we zomaar twee avonden meer om de wijk in te gaan zelf. En ik vrees zomaar met grote vreze of misschien kan ik zeggen van, nou, dat gaat hoogstwaarschijnlijk wel gebeuren na het reces, richting de verkiezingscampagne, dat we allemaal massaal de wijken weer ingaan, om de wijken toch wel te laten weten op welke partijen ze moeten stemmen. Dus wat dat betreft
18
komende periode genoeg kansen, ja. Maar nu dus de vraag, kan dit stuk als hamerstuk naar de raad? Als ik niets in de chat zie, dan ga ik hiervan uit. Hamerstuk. Hameren. Akkoord. Oké, dit stuk gaat als hamerstuk naar de raad. En wie er nog een stemverklaring bij wil geven is daar natuurlijk toe uitgenodigd. 5. Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. – Raadsvoorstel De voorzitter: Gaan we over naar agendapunt 5, wilt u daar direct op overgaan of zegt u van, nou, omdat dat toch wel een fors agendapunt is, we nemen even vijf tot tien minuten pauze? Niemand wil pauze, we gaan gewoon keihard door? We gaan gewoon keihard door, want de mensen hebben geen lange tekst. We gaan het meemaken. Oké, agendapunt 5, reserveringen agenda Dordrecht 2030. U bespreekt vandaag het integrale voorstel voor de reserveringen agenda Dordrecht 2030, ofwel de mogelijkheden, mogelijke bestemming voor de opbrengsten van de verkoop aandelen van Eneco. U heeft over de deelprogramma’s en de onderliggende businesscases al gesproken op 15 juni in de afzonderlijke adviescommissies, en nu ligt dus voor, het voorstel als geheel. Ik neem aan dat u daar ook over het woord gaat voeren. En, nou, voor de verandering ga ik gewoon eens de partijen weer af. En dan heb ik als eerste, Beter Voor Dordt, mijnheer Wringer. De Wringer: Ja, dat klopt, voorzitter. Ik ben helemaal verbaasd dat we de partijen afgaan.
De voorzitter: Nou, nee, ik doe gewoon zo af en toe eens wat anders. De heer Wringer: Hartstikke goed. Nou ja, vanuit Beter Voor Dordt is het natuurlijk een ambitieus plan wat er voorligt, om Dordrecht naar een hoger niveau te tillen. Er is inderdaad in de vakcommissie al uitgebreid gesproken over de verschillende businesscases. Helder is dat sommige van die cases beter zijn uitgewerkt dan anderen. Nou, Beter Voor Dordt heeft geen opmerking over de Spoorzone, Dordwijkzone, verduurzamen gemeentelijk vastgoed, reserve binnenstad ontwikkeling en de duurzame stad. De reservering voor ruimte voor banen vinden we eigenlijk een magere, gezien de uitdagingen die er voorliggen. En de reservering voor onze jonge Dordtenaren van 4 tot 12 en 12 tot 27, blijven voor ons toch wel echt vraag, een beetje onduidelijk. Maar het is nog maar de reservering, het zijn nog geen concrete projecten. Zeker omdat we weten dat er de komende tijd nog veel meerderen vanuit het Rijk komen, die voor extra inzet voor de jeugd. De voorzitter: Mijnheer Wringer, mevrouw Koene heeft een interruptie. En daarna de heer Van der Kruijff. Mevrouw Koene: Ja, dank, voorzitter. Nou, ik heb namelijk het idee gekregen dat vooral zeg maar die leerachterstanden, of dat leerprogramma 4 tot 12, dat die op een soort van ramkoers zitten en na de zomervakantie al starten.