CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 Notulen Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 20 april 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 mei 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 28 april 2021 en van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 13 en 20 april 202129.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dus we moeten daarin altijd met elkaar kijken, is dit nog wel, nou ja, de juiste, het juiste kader of moeten we ook naar een andere instelling of naar een andere vorm uitwijken? Mevrouw Eskes: En misschien hierop aanvullend … Mevrouw Nijhof: Maar volgens mij is het … Mevrouw Eskes: Is het ook zo dat wat Wendy eerder zei, dat ook de gesloten jeugdhulp in combinatie met GGZ, dat ook daar die samenwerking en verbindingen nog wel verbeterd kunnen worden. Dus zeker waar sprake is van jeugdige met suïcidale uitspraken, dan wil je het liefst niet alleen gedragsmatig inzetten binnen de gesloten jeugdhulp, maar daar ook juist die psychiatrische behandeling aan toevoegen. Dat kan echt nog wel versterkt worden. Vaak zie je dat jeugdhulp en de GGZ, dat zijn echt wel twee gescheiden werelden, te veel nog. En ik denk dat daar niet alleen in vrijwillig kader maar ook binnen de geslotenheid, nog wel echt winst te boeken is om adequater om te kunnen gaan met die combinatie van en GGZ-problematiek en gedragsproblematiek.

Mevrouw Van Driessche: En eventjes nog een toelichting, want soms volgen de incidenten, ik denk dan aan een casus binnen de gesloten jeugdzorg waar de incidenten zich heel snel opvolgen, waar we kritisch wel als GI samen met de jeugdzorgplus instelling in gesprek gaan en dat we tot de conclusie komen dat de gesloten instelling waar de pupil toen zat, niet de geschikte instelling was, dat er een overplaatsing moet komen naar een andere jeugdzorg. Plus, ieder heeft ook van de jeugdzorg, plus in de eigen accenten nog een eigen expertise. Dus soms dan, wij melden natuurlijk aan bij een centraal meldpunt en er moet soms snel geplaatst worden daar waardoor je niet direct de match maakt. Dus de vraag rond het toezicht houden, als wij vragen hebben van, dit zijn nu wel veel incidenten, heftige incidenten, gaan we daarover in gesprek. En dan zie ik van alle partijen een grote bereidheid om daarvan te leren en te kijken van, mogelijk is dit niet de juiste hulpverlening, moet hij naar een andere of zij naar een andere instelling? Dus in die zin vervullen wij onze toezichtfunctie wel. Maar al die incidenten vermijden, kunnen we natuurlijk ook niet. Die problematiek geeft ook aan van,

incidenten gaan en blijven voorvallen maar hoe gaan we daar dan mee om, dat is de andere vraag. Mevrouw Nijhof: Ja. En ik had nog een derde vraag eigenlijk, want, nou goed, ik hoor dat hele kindtraject, ik hoor het hele traject wat gelopen kan worden. Hoe zit het nou met de positie van de ouders? Want in dit geval is het natuurlijk zo dat ouders, nou ja, tot er uiteindelijk een verstrekkende maatregel is, dus voogdij wordt uitgesproken, hebben ouders nog steeds gezag. Hoe gaan jullie daarmee om zeg maar? Want in principe heb je eigenlijk als GI een heel klein stukje van het gezag volgens mij. En dus zijn er natuurlijk ook op dit moment heel veel discussies ook in de media over dat heel veel ouders zich, op het moment dat de jeugdbescherming ze gaat, ik zeg even bemoeien met een gezin, dat ouders zich heel vaak aan de zijlijn gezet voelen en eigenlijk zichzelf belemmerd voelen in de gezagsuitoefening. En volgens mij is het vanaf 2014 eigenlijk juist de bedoeling dat gezinnen de eigen regie houden of terugkrijgen. Hoe ga je daar nou, laten we zeggen, mee om? Mevrouw Eskes: Nou ja, volgens mij, er zijn heel veel dingen over te zeggen. Kijk, wij starten altijd met een poging om een gezamenlijk plan van aanpak op te stellen.

Kijk, wij hebben een opdracht om toezicht houden op de veiligheid, maar we willen wel de ouders vooral in de regie zetten om zelf ook die acties uit te voeren die nodig zijn, om de bedreigingen op te heffen. En uiteindelijk bij heel veel bepalende beslissing, is zeker wanneer het gezag bij ouders ligt, zij bepalen naar welke school het kind gaat, zij bepalen welke medische behandeling ingezet wordt. Ook als het kind niet meer thuis woont, moeten zij toestemming geven voor een medische behandeling, een psycholoog die ingezet wordt. De enige mogelijkheid die wij hebben om op dat moment af te wijken van wat ouders willen, is om vervangende toestemming te vragen aan de rechtbank. Wij kunnen niet zomaar zeggen van, nou, ouders willen deze psycholoog, wij vinden dat niet geschikt, dan is er uiteindelijk een rechter die daar een besluit over moet nemen. Daar moeten wij toestemming aan gaan vragen. Dus wij proberen natuurlijk zoveel mogelijk ouders te betrekken. Tegelijkertijd is dit ook geen vrijwillig kader, dus dat betekent dat de meeste mensen niet heel blij worden als een GI wordt ingezet. Dus dat er sprake is van weerstand, dat er sprake is van, ja, dat je moet zoeken naar waar ligt die motivatie bij ouders om daadwerkelijk aan de slag te gaan met datgene wat veranderd moet worden, dat is altijd wel een uitdaging. Dat is precies het snijvlak van waar we van zijn.

En waarbij ouders dat soms ervaren als onterechte bemoeienis, maar waarbij uiteindelijk voor ons ook perspectief van de veiligheid van een kind leidend is. Dus wij zullen ouders de ruimte geven waar die ruimte mogelijk is, maar waar de veiligheid in het gedrang komt, daar zullen wij nadrukkelijker naar voren stappen. En dan soms met een aanwijzing op gedrag van ouders, en als ouders het daar niet mee eens zijn, kunnen zij dit ook voorleggen aan de rechtbank. Dus het is niet zo dat wij heel veel kunnen afdwingen van ouders, maar dat ouders hebben eigenlijk best wel een uitgebreide rechtspositie om heel veel dingen ook weer te kunnen laten toetsen door de rechtbank, op het moment dat zij het niet eens zijn met onze aanwijzingen. Maar … Mevrouw Nienhuis: Ik denk wel dat het belangrijk is, Christine, om aan te geven dat wij van de GI dan ook niet met ons oordeel staan ten opzichte van ouders. Want we gaan ervan uit dat iedere ouder in principe het best wil voor zijn kind, en wellicht op dat moment niet even kan bieden wat nodig is. Maar dat wel weer wil, en dus je gaat ook

samen met ouders, je hebt die commitment nodig om uiteindelijk gewoon naar blijvende veiligheid toe te gaan. Dus de insteek blijft, dat wat we gezamenlijk willen voor de kinderen. Dus je moet ook met ouders, maar ook met netwerken en met andere eventuele hulpverlening die je invliegt, ga je om die kinderen staan want die staan centraal. En ja, daar maak je met elkaar ook een plan op. Mevrouw Nijhof: Maar ondertussen … Mevrouw Nienhuis: Er zit een hele … Ja. Mevrouw Nijhof: Ondertussen hoor ik jullie wel zeggen, kijk, hier wordt gesproken over het gedwongen kader, dan hebben ouders een rechtspositie zeg maar. Maar waar is de rechtspositie van de ouders in het vrijwillig kader? Want in principe hoor ik jullie ook zeggen dat jullie eigenlijk al, en dat hebben we ook op een avond met die Jeugdteams en met de Wijkteams in Dordrecht gehoord, zitten jullie eigenlijk al vrij vroeg aan de poort. Mevrouw Nienhuis: Ja. Mevrouw Nijhof: U zit al in het vrijwillig kader aan de poort, en waar is dan die positie? Mevrouw Nienhuis: Ja, daar wil ik wel graag even … Mevrouw Nijhof: Hoe ga je daarmee om? Mevrouw Nienhuis: Ja, ja, daar wil ik graag even op antwoorden want ik ben daar een groot voorstander van. We hadden vroeger preventieve jeugdbescherming, en dat is juist, dat is gewoon, we willen gewoon eerder insteken met elkaar om escalaties te voorkomen.

Dus, en als er in een gezin iets speelt en het Jeugdteam is betrokken, en zij merken dat er ook op vlak van veiligheid issues spelen, dan is het nu zo dat er gewoon vaste jeugdbeschermers zijn, en die kunnen of van de William Schrikker of van de Jeugdbescherming of van het Leger zijn, die worden gevraagd om mee te denken. En in eerste instantie is dat gewoon een anoniem consult, dus dan kun je gewoon met elkaar over casuïstiek spreken zonder dat het gezin al in beeld is. Maar het kan ook zijn dat er meer nodig is en dat er dan in overleg met ouders, want dat kan alleen maar, en dat heeft Lieke ook net nog expliciet benoemd, kan alleen maar met toestemming van ouders, dat er een GI aanschuift bij een thuisbezoek om een veiligheidsplan met elkaar te gaan maken. En dan heb je het dus over, welke afspraken zijn nu nodig om de acute veiligheid voor de kinderen te kunnen borgen met elkaar? Maar dat is dan even onze rol. En ja, als er nog meer nodig is, oké, dan gaan we eigenlijk weer naar de praatplaat, dan kun je weer stappen zetten richting een Beschermingstafel. Maar ik ben heel, echt een groot voorstander van juist die snelle betrokkenheid al met elkaar, preventief doen wat werkt om verdere escalatie te voorkomen. Maar dat kan alleen maar ook met toestemming van ouders.

Mevrouw Nijhof: Maar het allermooiste zou zijn, als ik zo ja, als ik dat in ieder geval mag zeggen, dat er eigenlijk bij de poort al zoveel deskundigheid aanwezig is, waardoor jullie niet nodig zouden zijn.

Mevrouw Nienhuis: Ja. En tegelijkertijd denk ik dat er ook veilig … Dat er altijd veiligheid issues zullen spelen. Dus denk ik, goed dat je gewoon, maar dat hoeft niet, wij hoeven … Wij zijn niet altijd betrokken. Soms zal een andere partij betrokken moeten zijn. Dat is ook waar onlangs ook over gesproken wordt, breng, maak met elkaar die gezamenlijke analyse, kijk wat onderliggend en wat eerst prioriteit moet hebben. Is dat, dat er geldproblemen opgelost moeten worden omdat ouders anders niet eens toekomen aan, hoe ga ik beter opvoeden, dan moet je dat doen. Dus met elkaar gewoon een goede analyse maken en dan kijken wie daarbij een rol moet hebben en doen wat nodig is. Dat is denk ik even heel kort door de bocht gezegd. Mevrouw Eskes: En ik denk dat het al te grote wens is, om zoveel mogelijk expertise aan de voorkant te hebben, en die kan ook ingeroepen worden. Maar het is een beetje vergelijkbaar met bij de huisarts zit geen hersenchirurg. Dus je wil ook wel de specifieke expertise, bijvoorbeeld van de GI is het vooral veel risicomanagement, of het veiligheidsdomein. Dat geldt natuurlijk voor het grootste deel van de gezinnen die bij een Sociaal Wijkteam komen, is dat niet aan de orde. Dan zijn het pedagogische opvoedvragen waar gezinnen een bepaalde zorgvraag hebben. Daar is de GI helemaal niet nodig, daar is onze expertise ook niet nodig.

En als je verwacht dat het Sociaal Wijkteam eigenlijk op al die deskundigheden van GGZ tot het veiligheidsdomein, ze moeten er iets van weten, weten wie ze erbij kunt betrekken. Maar je kunt niet verwachten dat het allemaal in dat Sociaal Wijkteam aan de voorkant ook aanwezig is. Het moet vooral ingeroepen worden op het moment dat het nodig is. Want anders wordt het ook wel heel veel verwachtingen aan de voorkant. Mevrouw Nijhof: Ja, goed, aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat die twee rollen zeg maar, die van, nou ja goed, ik noem het toch even preventief jeugdbeschermer, dus aan de voorkant, dat je advies geeft. En uiteindelijk als ze toch naar Beschermingstafel en naar een OTS gaat, dat die twee rollen zich wel ontzettend, laten we zeggen, verstrengeld met elkaar kunnen worden, als je niet uitkijkt. Waardoor het voor ouders onduidelijk is welke rol je nou precies hebt, en welke mate van vrijwilligheid zij hebben om in dingen toe te stemmen. Mevrouw Eskes: Nou, ik denk dat dat risico er zeker is, en ik denk, dat is ook iets wat in ieder geval bij ons, maar ik ga er ook van uit bij de andere GI’s nadrukkelijk ook wel nadrukkelijk aan de orde komt, dus dat je vooral dat in communicatie heel erg duidelijk moet maken.

Ik ben hier nu aangesloten bij, u bent niet verplicht om op te volgen wat ik zeg, dit is van, dit adviseren wij in het belang van de veiligheid van uw kind. En op het moment dat er een maatregel bij ons is, dan gaan we ook heel erg duidelijk die rechten maar ook plichten van ouders uitleggen van wat de verwachtingen zijn. Het is wel echt aan ons, om aan de voorkant heel helder te zijn vanuit welke rol we er zijn en wat ouders kunnen. En op het moment dat dat aan de voorkant is, in het vrijwillig kader, dan hebben ouders alle rechten om dingen te weigeren, anders te doen of niet op te volgen. En dat is in ieder geval waar wij intern ook heel erg onze medewerkers op instrueren, van dat zij zichzelf dat eigenlijk bij elk gesprek dit wel aan de orde moeten laten komen. Mevrouw Nienhuis: Ja, dat gaat dan in samenspraak met de jeugdprofessional van het Jeugdteam.

Mevrouw Melaet: Ja, want dat is denk ik goed om te benoemen hè, het verschil inderdaad tussen die rollen. De voorzitter: Ho, dames, dames. Mevrouw Eskes: O jee. De voorzitter: Ik begrijp dat iedereen, dat het klaarblijkelijk wel in een onderwerp zit waar heel veel over te zeggen valt, maar inmiddels zijn we daar zo’n 20, 25 minuten mee bezig. Dat geeft niet, maar er waren nog wel wat meer vragen en misschien dat we daar eerst naar over moeten gaan om te kijken of dat dalijk nog aan de orde kan komen. Want volgens mij kan je hier nog de hele avond mee verder vullen, de positie van de ouders in relatie tot de verschillende vormen van hulpverlening, de rol van professionals, de rol van cliëntondersteuners, die hebben we nog niet eens aan de orde gehad. Maar ik wilde eerst mijnheer Van Dam Timmers de gelegenheid geven om zijn vraag te stellen. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter, voor het woord. Ook dank aan alle aanwezigen voor wat zij willen delen. En ook wil ik graag mijn waardering ook uitspreken voor het werk wat jullie doen. Het is denk niet altijd makkelijk en daarin, in dat kader vond ik de vraag van de heer Van Verk wel een beetje ingewikkeld zojuist. Dat die zei, als iemand recidiveert of terugkomt, dat is dat het falen van zorg. Nou, nu ben ik toevallig dokter, en alle patiënten gaan uiteindelijk dood.

En dat is op zich heel slecht nieuws, maar dat betekent niet dat je het altijd slecht hebt gedaan. Dus dat is wel iets wat je denk ik moet zien, als je hele slechte cliënten hebt die slecht binnenkomen of waarbij de prognose slecht is, dan kun je heel goed werk doen maar het eindresultaat staat dan soms al vast. En ik denk toch wel dat, ik heb altijd veel begrip voor hulpverleners, dat zij ondanks dat soms het er heel somber uitziet, dat je er toch voor gaat. En dat het dan hem soms niet wordt, ja, dat is niet dankzij jouw hulp, maar ondanks. Ik denk dat dat ook goed is om vast te houden, ook zeker voor jeugdzorghulpverleners omdat die zichzelf toch al heel vaak schuldig, nou, misschien het zichzelf aantrekken als iets niet lukt. Terwijl het soms ook aan de andere kant van de tafel, ja, niet gaat lukken. En dat ligt dan niet per se aan de hulpverlener denk ik. Dat als algemene opmerking. Ik had een aantal, of eigenlijk één belangrijke vraag, we hebben het vanavond natuurlijk over, ja, zorg met name in het verplichte kader en het traject ook wat cliënten of patiënten of in dit geval jeugdigen doorlopen. En ik was eigenlijk benieuwd van wat, we hebben al een aantal knelpunten eigenlijk, ja, aangestipt.

Maar wat voor jullie bij de verschillende organisaties nou eigenlijk het belangrijkste knelpunt is waarvan jullie vinden dat de raad daar eigenlijk van op de hoogte zou moeten zijn? Wat zijn nou de belangrijkste dingen waar wij wat mee zouden moeten? Mevrouw Van Driessche: Ik denk … Mevrouw Melaet: Nou, als ik daar … Mevrouw Van Driessche: Natuurlijk wel een stukje, ik denk de wachtlijsten zijn sowieso een knelpunt. Waar ik van merk ook dat de meest specialistische zorg, dat daar meestal ook de langste wachtlijsten zijn, die we juist inzetten bij onze kwetsbaarste kinderen. En meer specifiek bijvoorbeeld, (…) die ingezet wordt in situaties rond kindermishandeling, gaat vaak over jonge kinderen, hebben we gigantische wachtlijsten voor. Dus dat is een

knelpunt. Waar ik ook denk ik wel ondersteuning en waar we het gesprek over moeten aangaan, wat misschien nog te weinig gebeurt is compenserende hulp. Hulpverlening is vaak ingericht om te werken aan doelen en te werken bij onze cliënten aan verbetering. Maar sommige van onze cliënten kunnen dat niet, worden overvraagd en zullen blijvende zorg nodig hebben. Dus daar denk ik ook dat nog een slag in te slaan is, om voor die kinderen het blijvend veilig te maken. Dat zijn zo de twee grote punten die ik nu aan denk. Maar ik denk mijn collega’s, zullen mij wel aanvullen. Mevrouw Eskes: Ja, ik denk dat ook het uitbreiden van zorg op piekmomenten, dus dan heb je het over weekenden, dan heb je het over rond de maaltijden, rondom bedtijd. Vaak is hulp best wel ingericht op kantoortijden, terwijl juist in gezinnen waar men kwetsbaar is, dan zijn die bedmomenten, ik denk dat ieder gezin dat kent, de piekmomenten waar het vaak ook ingewikkeld wordt. Dus ook daar zit echt nog wel een, daar worden wel steeds meer dingen in gedaan maar dat is nog … Verdient echt nog wel wat meer aandacht. En ik denk dat voor ons zelf, maar dat zijn knelpunten waar we gewoon in de hele sector mee te maken hebben, is dat de arbeidsmarkt gewoon ook echt ingewikkeld is.

Dus als je kijkt naar het creëren van stabiliteit, dat is niet iets wat direct op te lossen is maar het is wel een knelpunt wat denk ik voor de GI’s maar ook voor het hele jeugdzorglandschap wel ingewikkeld is om stabiliteit ook te creëren. Dat het best moeilijk is om vacatures in te vullen en om daarmee ook de zorg goed beschikbaar te houden. Mevrouw Nienhuis: Nou … Mevrouw Van de Laar: Ja, en in aanvulling … Mevrouw Nienhuis: Ik wil daar ook wel op aansluiten. Mag dat, Lieke? Mevrouw Van de Laar: Ja, dan mag jij eerst. Mevrouw Nienhuis: Ik vind het wel heel mooi, want ik ben manager en ik ben ontzettend trots inderdaad wat jij zegt, op mijn jeugdbeschermers. En ik vind inderdaad, maar dat geldt sowieso voor professionals in de zorg, werken vanuit betrokkenheid, vanuit een bepaalde commitment. En die zien het inderdaad al snel als falen als iets niet lukt of, nou, wat ik echt, wat ik zie is dat zij ontzettend veel tijd kwijt zijn om een passende plek te vinden voor een jongen die 18 wordt, die een aangepast wonen plek moet gaan hebben. Dat vraagt zoveel afstemmen en tijd, waarvan ik denk, nou, als mijn jeugdbeschermers daarin wat meer in ontlast gaan worden, kunnen ze veel meer kwaliteit bieden, veel meer in contact zijn met de kinderen en de jeugdigen waar het eigenlijk ook, en de gezinnen waar het echt om gaat. En dat zal ook weer iets kunnen betekenen voor de duur.

Ik wil geen hele zware voorspellingen doen maar ik denk wel dat dat gaat helpen, dus dat vind ik heel jammer. En ik denk ook dat het heel goed is, en daar steekt, nou ja, met de droom, ook wat willen we, wat is de droom van de GI’s met betrekking tot, wat hebben we voor ogen, wat willen we doen? Nou, die aanhaken bij het brede sociaal domein, ik denk dat het echt heel helpend kan gaan zijn. Dat we ook de volwassenzorg kunnen gaan betrekken bij, nou, gezamenlijke topics waar we tegenaan lopen. Dat is iets, nou, daar wordt al op ingestoken dus dat is heel mooi. Ook volgens mij vanuit Dordrecht en vanuit Sliedrecht. Dus dat gaat in ieder geval ons wel helpen. En voor de rest, ja, denk ik dat het vooral een kwestie is van zuinig zijn op onze

jeugdbeschermers, en met elkaar, ook met professionals in het veld vooral de samenwerking blijven aangaan en houden en zoeken en maatwerkconstructies dus. Mevrouw Melaet: En daarop wil ik aanvullen, is dat de plekken, we hebben het inderdaad over de wachtlijstproblematiek waar we tegenaan lopen, waardoor wij niet verder kunnen eigenlijk. Maar dat wordt ook mede veroorzaakt weer doordat er plekken worden vastgehouden omdat die jongeren dan ook weer op een vervolgplek geplaatst moeten gaan worden. Maar omdat daar dan geen doorstroom is, wordt het niet doorgeplaatst. En zo blijven we in dat visuele cirkeltje waar wij als GI geen invloed op hebben, maar waar de jongeren enorm last van hebben. Die zitten eigenlijk op een B-keuze plek, zo zal ik het maar noemen, er is geïndiceerd voor een A-keuze, maar die is niet beschikbaar want die doorstroom is er niet. Dus ook met nieuwe aanmeldingen, ja, die wachtlijsten lopen daar enorm door op. En wij als GI hebben daar geen invloed op, wij hebben we dan wel te dealen met een casus die vastloopt. Mevrouw Van de Laar: Nou, en in navolging daarvan denk ik, hoe ons ook … Een belangrijk knelpunt zijn ook bijvoorbeeld de begeleide bezoeken. Die neemt de jeugdbeschermer nu nog voor zijn rekening, en dat is een hele tijdrovende klus.

En waarin ouders inderdaad met onze positie het ook heel lastig is omdat wij dan ook daar over die bezoeken weer een terugkoppeling moeten geven aan de rechtbank. Het zou veel wenselijker zijn, zoals dat in Den Haag bijvoorbeeld geregeld is, daar neemt Jeugdformaat direct alle begeleide bezoeken over op het moment dat wij een kind uit huis plaatsen. Dan heb je dus ook een onafhankelijke partij die een terugkoppeling geeft over die bezoeken. Dat is voor ouders vaak veel prettiger, en het werkt ook, het is veel objectiever hoe ouders dat dan ook ervaren. En ook voor ons, ja, werkt dat gewoon veel beter. En ik denk ook dat onze jeugdbeschermers daar veel te kostbaar voor zijn, om die bezoeken zo vorm te geven. De heer Van Dam Timmers: Mag ik daarover dat laatste, nog even een vraag stellen? U geeft aan, zijn veel te kostbaar daarvoor en ik zou het graag een andere rol geven. En in Den Haag gaat het op andere manieren, waarom gaat dat dan hier niet anders? Als u zegt van, het is zo’n goed idee. Wat is dan … Mevrouw Van de Laar: Ja … De heer Van Dam Timmers: Wat maakt het dan dat dat niet gebeurt zeg maar, of is dat iets wat nog moet komen of is dat iets wat mensen niet willen of hoe gaat zoiets? Mevrouw Van de Laar: Nou, wij willen dat heel erg graag, wij zijn daarin ook met Enver en met Coach-Point hebben we het daar wel eens over gehad.

Wij zijn nu ook bezig met een inventarisatie van, goh, om hoeveel uren gaat het dan? En wat kost dat dan? Want dat moet dan weer ingekocht worden, daar moet dan ook natuurlijk weer mankracht voor zijn. Dus daar gaat nog wel wat aan vooraf. Binnen de GI, de jeugdbeschermers, dat zijn echt hbo plus opgeleide mensen, terwijl voor die begeleide bezoeken, ja, is de vraag of je altijd een hbo plus opgeleid persoon nodig hebt? In een heel aantal gevallen zou dat bijvoorbeeld ook prima een mbo-4 werker kunnen zijn. Dus dan wordt het ook al een stuk goedkoper.

De heer Van Dam Timmers: Ja, en dan heb je weer meer mensen, dus dan kun je het werk over meer mensen verdelen. Mevrouw Van de Laar: Juist. De heer Van Dam Timmers: Dus dan zou je meer tijd overhouden voor de wat zwaardere problematiek. Nou, dank. Mevrouw Van de Laar: Ja, win-win. De heer Van Dam Timmers: Ja, ik zou zeggen, ga, zet dat, houdt dat vol, zet dat voort. Mevrouw Van de Laar: Ja, we zijn daar druk mee bezig. De heer Van Dam Timmers: Ja, dat dus. Ja, ik denk wel dat het iets is niet waar wij als gemeente of gemeenteraad natuurlijk over gaan, maar ik hoop wel dat zulke dingen wel, ja, gerealiseerd kunnen worden. Ja. Mevrouw Van de Laar: Er zit natuurlijk dan wel een inkoopkader aan vast, en dan moet dat budget voor die organisatie, want dit gaat echt over een dusdanig aantal uren. Dus dan zou die organisatie daarin, nou ja, ook bekostigd moeten worden. Ja. De heer Van Dam Timmers: Ja. Nee, dat is logisch. Ja, dank in ieder geval allemaal. De voorzitter: Ja. Ik zag dat mevrouw Nijhof haar hand weer opstak. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, even ook aanhakend op die vorige opmerking zeg maar, over die begeleide bezoeken. Wat is nou de gemiddelde caseload van een jeugdbeschermer? En kun je daar dan ook een verdeling in maken van voogdij en OTS bijvoorbeeld? Want ik kan me voorstellen dat daar een verschil in is, zeg maar wat begeleiding betreft.

Want wat is de gewenste caseload zeg maar, en hoe is dat in de realiteit? Daar zou ik wel eens een antwoord op willen hebben. Ook ten opzichte van, volgens mij zijn wij als gemeente juist wel verantwoordelijk voor inkoop, denk ik. Dus ik zou ook in ieder geval op het lijstje van zaken die we aan het eind van deze bijeenkomst neer willen zette, ook best volgens mij het knelpunt willen zetten van de taken die jullie uit moeten voeren. En die soms echt wel overgenomen kunnen worden door anderen, daar zou de inkoop volgens mij best rekening mee kunnen houden, denk ik. Maar hoe groot is de gemiddelde caseload van een jeugdbeschermer? Mevrouw Melaet: Nou, dat ligt natuurlijk aan de weging hè. Een voogdij weegt anders dan de OTS-maatregel. Dus, maar de aantal casussen ligt denk ik voor een fulltime medewerker tussen de 18 en 20 denk ik, 22 zo, voor een fulltime medewerker. En dan heb je inderdaad voogdijzaken, en je hebt dan OTS-zaken. En nou wil het wel zo zijn natuurlijk binnen de ‘Veilig opgroeien’ er medewerkers zijn die draaien, die hebben geen casusregie maar krijgen natuurlijk wel vrijstelling voor die uren die ze in ‘Veilig opgroeien’ zetten. En die casussen staan niet op je naam omdat, ja, je hebt de casusregie niet.

Dus die hebben dan wel een lagere maar, en ik denk dan, van die aantallen, dat je zeker moet rekenen dat de helft of voogdij of uitwonend in ieder geval is, waarbij je zit met, nou ja, daar ook weer een percentage van, met begeleide omgang.

Dus die begeleide omvang binnen je caseload, vraagt enorm veel tijd en energie. Soms moet je zelfs kinderen ophalen in Timboektoe, meenemen naar een neutrale plek, begeleide omgang, soms wel twee uur, en weer terugbrengen. Soms ben je echt een halve dag, vier, vijf uur bezig met één begeleide omgang. Mevrouw Nijhof: En hoe reëel is dat wegingsverschil tussen voogdij en OTS dan zeg maar? Want is dat daadwerkelijk wel zo dat je daar minder werk aan hebt, aan een voogdij, of niet? Mevrouw Melaet: Nou, dat verschilt echt. Je hebt echt de casussen waarmee je heel erg zit op, wanneer kan het over naar pleegouder voogdij. Dan zijn pleegouders bijvoorbeeld nog niet toe om dat over te nemen. Dat is wel een taak van de GI om daarop aan te sturen. Maar ja, de pleegouders voelen zich soms niet capabel genoeg om dat over te nemen, en dat kan soms jaren duren. Maar dat zijn goedlopende zaken, heb je geen omgang bij. Maar je hebt ook voogdijzaken waar je iedere week inderdaad intensief contact hebt met of de pleegouders op met de jeugdige of met de hulpverlening, of inderdaad de begeleide omgang. Dus daar is inderdaad, dat is niet zwart-wit te stellen. Het zou moeten in de weging, de voogdij is lager in weging. Qua weging zou het zo moeten zijn dat het een casus is waarbij je als jeugdzorgwerker minder tijd en energie in kwijt ben.

Maar in de praktijk is dat niet, nee hoor, is dat niet altijd het geval. Maar dat geldt ook natuurlijk voor OTS. Ja, zit jij in de laatste maanden in een traject van een OTS, dan kan het ook een hele rustige ondertoezichtstellingszaak zijn omdat je bezig bent met meer naar de achtergrond als jeugdbeschermer, en de jeugdprofessional meer naar de voorgrond, ben je daar ook minder tijd en energie aan kwijt. Maar ja, je hebt ook natuurlijk OTS’en waarbij het, ja, heel, alleen maar crisis op crisis. Ja. Mevrouw Nijhof: Oké. Ja, duidelijk. Mevrouw Eskes: Nou, en ik denk dat je vooral ook daar in de loop van de tijd wel ontwikkeling in de voogdijzaken hebt gezien. Kijk, vroeger was die druk naar pleegouder voogdij minder, dus had je ook veel meer zaken die, waarbij een kind stabiel in het pleeggezin zat, en waar je niet alle dagen problemen hebt. En nu zie je dat eigenlijk de makkelijke voogdijzaken meer naar pleegouders gaan, dat ook die aanvaardbare termijn is verkort. Dus je hebt al veel sneller daarna een uithuisplaatsing, bepaal je dat het richting een gezagsbeëindigende maatregel gaat. Dat betekent dat het ook nog veel meer doet in de contacten met ouders en de acceptatie daarvan. Dus je ziet wel, als je kijkt over de afgelopen vijf jaar, dat de zwaarte van voogdijmaatregelen wel echt aanzienlijk is toegenomen.

Vroeger was het echt nog veel meer, als je voogdijzaken hebt, dan heb je toch ook wel een klein beetje een makkie op je caseload. En dat is echt veel minder. Je ziet echt dat de complexe zaken blijven tijdens de voogdij bij ons, en dat maakt het al ingewikkelder. Dus ja, voor een deel heb je wel minder zittingen, dus je hebt minder, je hoeft minder naar de rechtbank omdat je niet elke keer met die verlengingen te maken hebt, dus er is echt wel een verschil met een ondertoezichtstelling maar minder dan in vijf, tien jaar geleden dat het geval was. Mevrouw Nijhof: Oké, ja, duidelijk. Ja. De voorzitter: Goed. Mevrouw Stevens.

Mevrouw Stevens: Ja, dank u wel. Ik wil een stapje doen naar de toekomst. Er wordt op dit moment in de Tweede Kamer heel erg gesproken over de regionale Veiligheidsdienst, de samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en de GI, of de Jeugdbescherming. Op zich denk ik van, de plannen, zoals ik ze gelezen heb, zitten daar hele goeie elementen in. Mijn vraag aan jullie is, zijn jullie daar al mee bezig en hoe kijk je daar tegenaan? Mevrouw Nienhuis: Binnen JB West zijn we daar al volop mee bezig, maar dat komt ook omdat we twee hele enthousiaste bestuurders hebben die dit omarmen en ook dit hele plan omarmen. En zelfs misschien al wel deels daarop hebben gestuurd en input hebben geleverd. Ik zie in het verlengde dat we in Zuid-Holland Zuid ook al een beetje stappen aan het zetten zijn in het kader van ‘Veilig opgroeien is teamwerk’, meer samen met elkaar al in de actie. De droom en de formulering daarvan, en hoe gaan we daar vervolgens op doorpakken, die steekt daar eigenlijk ook al op in want dan willen we dat het hele brede sociale domein aangehaakt gaat worden en ook volwassenzorg. En, dus ik, vanuit JB West staan we hier heel positief tegenover. Ik denk dat we ook op kleiner niveau ook al stappen aan het zetten zijn met elkaar in Zuid-Holland Zuid. En ik ben heel benieuwd hoe de vervolgstappen in Den Haag gaan worden, op dit punt.

Mevrouw Stevens: Nee, dat begrijp ik, maar ik vind het, ik ben zelf ook zeer enthousiast zeg maar als ik het plan lees, met name ook als het gaat over de privacy en het betrekken van ouders. (…) en ook de samenwerking die daar dan toch wel min of meer in afgedwongen wordt, als ik het zo mag noemen. De andere kant is dat natuurlijk ook wel betekent, daar hadden jullie het net ook over, dat de preventieve jeugdbescherming, ja, dat wordt dan eigenlijk weggehaald, zij ook dat die discussie is over de droom (...) Hoe, en dat zou ook financieel consequenties kunnen hebben, of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Nienhuis: Nou, zo hebben wij er nog niet over gesproken. En de preventieve jeugdbescherming is natuurlijk formeel nu ook al weg, we werken met elkaar samen binnen ‘Veilig opgroeien is teamwerk’. Preventieve JB is er niet meer. Maar die samenwerking wel, en wat ik zie is dat die verder uitgebreid gaat worden omdat we met elkaar nog meer effectief kunnen zijn en al eerder. Dat kost wellicht geld maar dat gaat ook een heleboel geld opleveren denk ik. Mevrouw Stevens: Ja.

Maar ik begrijp uit jouw woorden dat je zegt van, in Den Haag, de bestuurders zijn zeer enthousiast, maar in Zuid-Holland Zuid, daar zit je nog, daar is het nog niet helemaal van de grond of hoe … Mevrouw Nienhuis: Nee, nee, nee, kijk, wij hebben … Wij zitten natuurlijk als Jeugdbescherming West zitten wij zowel in Zuid-Holland Zuid, als in Den Haag, Gouda. En onze bestuurders zijn van de hele club, en die zijn heel enthousiast. En wij zien zeker ook met hoe er nu over de droom en de verdere uitrol daarvan wordt gesproken, zien wij daar absoluut ook enthousiasme in Zuid-Holland Zuid. Maar het is ook denk ik om met elkaar te gaan kijken, wat is daarin haalbaar, wat is wenselijk en op welke termijn? Mevrouw Stevens: Ja. Nou, ik ben daar heel benieuwd naar en ik hoop dat de plannen ook uitgevoerd gaan worden. Mevrouw Nienhuis: Ja.

De voorzitter: Dames en heren, het is inmiddels bijna kwart voor tien. U heeft als organisaties, als woordvoerders van een aantal organisaties, een aantal knelpunten benoemd. Een aantal knelpunten die zich ook begeven in de richting van personeel, andere manier van inrichten, inkoop is genoemd. Nu zit er aan tafel in ieder geval als een van de luisteraars zit de heer Magnee van de Service Organisatie, is die aanwezig, ja, daar komt die ook in beeld inmiddels. Zou u eens een korte bespiegeling kunnen geven op wat u gehoord heeft, en of daar lessen uit te trekken zijn voor de inkoop in het bijzonder, maar voor de jeugdzorg in zijn algemeenheid? De heer Magnee: Ja zeker, ik wil in de eerste plaats de dames heel hartelijk bedanken. En ik vind het heel fijn dat jullie als commissie nu in gesprek zijn gegaan met organisaties, vorige keer hebben we gesproken over organisaties, dus ik ben heel blij dat u deze insteek gekozen heeft. En ik ben ook heel blij met de bijdrage die er vanuit de drie organisaties geleverd is. En ik hecht eraan om nog een keer te benadrukken, we hebben soms onze zaken die geregeld moeten worden, maar we hebben heel veel tafels, dat kwam al naar voren, waar we elkaar heel goed kunnen vinden. Zowel de aanbieders als de GI’s als Veilig Thuis als de gemeente via de Service Organisatie. Dus dat is een hele fijne.

U gaf in uw introductie, voorzitter, gaf u de vraag mee van, wat betekent dit nu voor de gemeente, welke rol heeft de raad hierin? Nou, ik wil daar nog even kort bij stilstaan. We hebben eerder in de commissie, in de raden, niet alleen in Dordrecht maar ook in de andere gemeenten hier, intensief gesproken over het inkoopkader, de bestuurlijke uitgangspunten voor de inkoopstrategie. En daar is een aantal uitgangspunten benoemd, waaronder dat de zorgen rondom het kind georganiseerd moet worden, dat het zo thuis mogelijk moet zijn, et cetera, et cetera. Daar zijn we met zijn allen mee aan de slag gegaan. En het woord droom is al een aantal keer gevallen. Een van de uitkomsten van die gesprekken is de droom, de droom naar nul uithuisplaatsingen, de droom, zorg nabij, zorg in de regio, een passend aanbod en dergelijke. En in het kader van de inkoopstrategie zijn we nu heel druk bezig om dat goed in kaart te brengen en met elkaar afspraken te maken. Het voorbeeld van Jeugdformaat, zoals dat genoemd werd, vind ik een hele mooie. En ik hoop dat die ergens aan de ontwikkeltafels ook terugkomt om met elkaar eens te bespreken, om te kijken hoe we dat kunnen gaan organiseren ook in deze regio. Maar veel breder zie ik het belang om te kijken naar een passend jeugdhulpaanbod, (…) stelt dat telkenmale vast en de sprekers vanavond ook.

Wachtlijsten, onvoldoende voorzieningen, daar hebben we last van, daar hebben we met zijn alle last van. En daar kunnen we als gemeente, en dan in dit geval dan vanuit de SOJ, kunnen we daar wel impulsen aan geven. We hebben al ingezet, de ontwikkeling richting binnenregionale 24-uurs voorzieningen, zodat we minder afhankelijk zijn van de landelijke instellingen. Die wachtlijsten hebben, die kwaliteitsvraagstukken hebben, die ver weg zitten. Dus het werken aan binnenregionale voorzieningen, gezinshuizen en iets zwaardere voorzieningen is een van die speerpunten. Jeugd GGZ is ook zo’n punt, dat is iets weerbarstiger maar we hebben een aanbod wat breder is dan de twee grote aanbieders in deze regio, dus daar moeten we ook vaak naar durven kijken. En één punt, nee nog twee punten, de vragen van het voorstel in de Tweede Kamer, nou, die zijn uitstekend beantwoord, ik sluit daar graag bij aan. Ik denk dat we hier in de regio al een tijdje bezig zijn met ‘Veilig opgroeien is teamwork’, wat daar eigenlijk een voorloper van is. We zien ook projecten in andere regio’s maar we doen er in Zuid-Holland Zuid ook aan mee. Daar moet nog veel gedaan worden, er is ook veel tijd wordt daarvoor uitgetrokken. Maar de droom die we hebben

naar nul uithuisplaatsingen, de droom die we hebben naar een passend zorgaanbod gaat daar absoluut behulpzaam in zijn. En dan, ik sluit er maar mee af, ik wil het altijd als laatste doen, het geld, de bekostiging, is natuurlijk een uitdaging, blijft een uitdaging, moeten we ook niet te veel bij stilstaan. Ik wil wel één ding aangeven, op vraag en opmerking van mevrouw Nijhof, deze regio heeft, nee, een aantal regio’s hebben met JB West en de GI’s gesproken over de caseload. Daarmee is door de GI’s gevraagd om een toelage om de caseload te kunnen verlagen, om de werkdruk te kunnen verlagen. Deze regio heeft besloten om daar, om dat niet te doen, om daar geen bekostiging voor beschikbaar te stellen. Dat is een keuze, dat is een beleidskeuze. En daar hebben we af en toe, hebben we daar een beetje last van. Af en toe moeten we elkaar daar weer eens in vinden. Maar dat zijn keuzes die je als gemeente maakt, die ik dan met mijn collega’s vanuit de Service Organisatie heb uit te voeren. Prima, dat is zo. Maar tegelijkertijd, moeten we af en toe ook eens even kijken of dat wel de juiste besluiten zijn. Nou, daar wil ik het bij laten. Ik zou nog heel veel meer kunnen zeggen maar dat zijn denk ik de belangrijkste dingen voor de gemeente. De voorzitter: Wil daar nog iemand op reageren van de organisaties? Mevrouw Nienhuis: Nou, die laatste opmerking schrijf ik graag even op. Dus.

De voorzitter: Ik begrijp het. Mevrouw Nienhuis: Ja. Nee hoor, nee, ik vind het uitstekend verwoordt en het is ook herkenbaar. En ik denk ook dat we in Zuid-Holland Zuid ook met elkaar daarin zitten en goede dingen aan het doen zijn. Maar goed, we moeten altijd ook blijven dromen, want anders blijven we staan waar we nu staan. Dus er zijn ook verbeterpunten en, nou, mooi als we daar samen mee aan de slag kunnen. De voorzitter: Ik moet het toch even van mijn hart, als ik dat woord droom hoor denk ik altijd aan die zanger met, dromen zijn bedrog. Mevrouw Nienhuis: De meeste … Ah, Marco Borsato. De voorzitter: Laat dat niet uitkomen. Mevrouw Nienhuis: Ja, maar als je niet droomt dan, ja. De voorzitter: Ja. Ik heb een tiental punten op zitten schrijven, die jullie zo successievelijk noemde, zo’n beetje iedereen twee. Ik weet niet of dat van tevoren afgesproken was, dat denk ik niet. Maar waarvan jullie zeggen van, nou, daar zouden wij graag een oplossing voor zien. Je daarbij bewust bent van het feit dat dat lang niet allemaal in handen van de gemeente ligt, arbeidsmarktbeleid, daar is de rol van de gemeente minimaal. In de zin van, ja, waar niet is verliest ieder zijn recht, zeggen we dan wel eens. En dat is een probleem wat groot en structureel is, niet alleen in de zorg maar ook op andere punten van de arbeidsmarkt.

Neemt niet weg dat je daar wellicht met elkaar toch eens over van gedachten kan wisselen, hoe je dan toch deze regio aantrekkelijker kan maken voor mensen om toch deze kant uit te komen. Wie weet. Er spelen meer dingen in mee dan alleen maar werk, en daar zijn we volgens mij volop met elkaar in discussie. Ik stel voor dat we deze tien punten die jullie genoemd hebben, eens op een rij zetten en daar eens

mee verder gaan praten met, en dat doen we niet meer vanavond maar dat doen we in een volgende sessie, met de Service Organisatie, met de wethouder, met beleidsambtenaren, om te kijken waar dingen nu daadwerkelijk verder gebracht kunnen worden. En nogmaals, niet alles kunnen we maar daar waar we wel behulpzaam kunnen zijn, lijkt het me goed om dat gesprek met elkaar te voeren. Ik weet zeker dat de heer Magnee van de Service Organisatie daar open voor staat, en de heer Van der Linden ook, ik weet dat die zit te luisteren, ik zie hem niet in het lijstje. Maar dat lijkt mij in ieder geval een vervolgstap daar, want anders blijft dit zo in de lucht hangen, hebben we een leuk gesprek gehad maar blijft alles zoals het was. En volgens mij is dat dan niet de insteek die we voor vanavond hebben gekozen. Dus wij komen er wat mij betreft, komen we erop terug. En ik hoop dat de commissie daarmee in kan stemmen. Dat gaan we niet volgende week doen, maar dat komt, nou ja, laten we proberen voor de zomer in ieder geval nog een tweede ronde te hebben. Mevrouw Nienhuis: Oké. De voorzitter: Nou, dat gezegd hebbende, rest mij om jullie heel hartelijk te bedanken voor de heldere en uitgebreide antwoorden die jullie hebben gegeven, aan alle vragen die gesteld zijn. Ik vond het heel verhelderend en leerzaam, en ik hoop dat mijn collega’s dat ook zo vonden. En nogmaals, bedankt.

En wanneer we verdergaan, informeren we jullie daar in ieder geval over zodat als u dat wil, je kan meeluisteren en kijken hoe wij er mee verder gaan. En wellicht dat we nog een keer terugkomen, als we wat meer een, nou ja, hopelijk wat meer in de oplossingensfeer zitten voor de geconstateerde problemen. Heel hartelijk bedankt voor jullie aanwezigheid en tijd. Mevrouw Nienhuis: Graag gedaan. De voorzitter: Ik wilde nu, pak hem beet, tien minuutjes pauzeren om onze handen te wassen en andere huishoudelijke dingen te doen, en om vijf over tien door te gaan met de vergadering. Mevrouw Nienhuis: Oké, fijne avond nog allemaal. De voorzitter: Ja, dank jullie wel. Tot ziens. Mevrouw Eskes: Ja. Mevrouw Nienhuis: Dag hoor. Mevrouw Eskes: Fijne avond, u ook hartelijk dank. Mevrouw Melaet: Fijne avond. Mevrouw Eskes: En bedankt voor de uitnodiging. Mevrouw Nijhof: Dag.

5. M1 Motie Vreemd aan de orde van de Dag: Zet de breedtesport op Krommedijk niet op slot! De voorzitter: Goedenavond, we gaan verder met het tweede deel van onze vergadering. En aan de orde is de tweede termijn, met betrekking tot de motie vreemd aan de orde van de dag, zet de breedtesport op de Krommedijk niet op slot! Ik heb inmiddels gezien dat mevrouw Stolk van de VSP en de heer Den Heijer van de VVD, en ik zie dat nu ook mevrouw Kruger zich aansluiten bij deze vergadering. En ik heb begrepen dat de heer Stam, die zie ik ook in het rijtje staan, die is ook binnen, dus we zijn compleet, met ook verschillende woordvoerders sport. We zijn aan de tweede termijn toe, ik weet niet wie ik het woord mag geven? Ik zou zeggen, mevrouw Van der Ham als eerste, als zij daar nog behoefte aan heeft. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, als het mag dan doe ik dat graag. We hebben als raad destijds de opdracht gegeven om te komen met de plannen voor ontwikkeling op de Krommedijk. Dat deze inbreng van de clubs die bij de raad terechtgekomen is, en dat op deze inbreng niet adequaat is gereageerd door het college, is teleurstellend te noemen. Het feit dat ondertussen van alles gebeurt in het gebied, en visies worden ontwikkeld, dat leidt tot verwarring bij de verenigingen maar ook bij raadsleden inmiddels. De behoefte aan perspectief op de Krommedijk is groot.

Men kan niet tien jaar gaan zitten wachten totdat Stadspark XXL tot realisatie komt, of andere onderdelen van de Omgevingsvisie die momenteel in behandeling is. En de discussie die vorige week in deze commissie is gevoerd, leidde niet tot meer duidelijkheid, eigenlijk tot meer twijfel en onduidelijkheid als het gaat over de toekomst van de breedtesport op de Krommedijk. Kortom, het belang om nu het signaal af te geven dat de ingebrachte plannen serieuze reactie verdienen, is op zijn plaats, dus de noodzaak van de motie blijft daarmee dus ook in stand. De voorzitter: Oké, helder. Zijn er mensen die hierop willen reageren? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Nou, voorzitter, ik wil niet reageren op mevrouw Van der Ham, want het is heel duidelijk wat ze aangeeft. Maar ik wil zelf gewoon mijn tweede termijn doen als dat mag? De voorzitter: Nee, dat is goed, dat is ook goed. Mevrouw Stolk: Ja? De voorzitter: Natuurlijk. Mevrouw Stolk: Nou, dank, voorzitter. Voorzitter, even ter voorbereiding op de woordvoering van vandaag, heb ik het debat van vorige week nog eens teruggeluisterd. Al was het maar even om mijn geheugen op te frissen. Duidelijk is dat het vorige week nog wat heftig aan toe ging. Het fusieplan DFC, The Hawks, Sportparkenvisie, Stadspark XXL en Omgevingsvisie in de andere commissie, alles liep en loopt door elkaar heen.

Dat maakt het dossier op de Krommedijk, wat de VSP betreft, steeds grimmiger en bevestigt het belang van de motie die we hier vanavond opnieuw bespreken. Voorzitter, de wethouder heeft vorige week gezegd dat de Omgevingsvisie leidend wordt in de discussie over de toekomst van de Dordtse sportparken. Dat betekent dat ik nu in mijn

woordvoering dus rekening moet houden met die Omgevingsvisie, ondanks dat in een andere commissie die wordt besproken. En dan heb ik ook daar, koppel ik dan ook nog gelijk een vraag aan. En de vraag is, vanaf wanneer wist de wethouder dat de Omgevingsvisie leidend zou zijn? Voorzitter, met de laatste ontwikkelingen rond de Omgevingsvisie komt wat de VSP betreft de situatie op Sportpark Krommedijk in een ander daglicht te staan. En zijn we reuze benieuwd wat daar over de Krommedijk in de Sportparkenvisie is vermeld, die volgens de wethouder in de komende week in eerste versie aan de raad wordt gepresenteerd. Het college heeft met zijn voorstel voor de Omgevingsvisie duidelijk kaders gesteld voor de Dordwijkzone, waarbinnen Sportpark Krommedijk ligt. Met voorgestelde amendementen op de Omgevingsvisie, laten enkele partijen in de raad duidelijk zien dat op de Krommedijk de stadionontwikkeling voor hen leidend is ten koste van de breedtesport, en dat maakt de motie wat ons betreft alleen maar urgenter. Maar voorzitter, laten we duidelijk zijn, richting de bespreking voor de Krommedijk, gewenste woningbouw en bedrijvigheid daar, gaan flink veel ruimte kosten en zal daar de breedtesport en groenvoorziening voor moeten wijken, om maar niet te spreken van ecologische schade en forse kosten voor de gemeente.

Grofweg 5 miljoen euro staat er in het raadsvoorstel wegens geringe grondopbrengsten, bouwrijp maken, infrastructuur en het plaatsen van een geluidsscherm. En dan heb ik het nog niet over eens juridische uitspraken tegen woningbouw en bedrijvigheid in dit gebied. En is er op Sportpark Krommedijk, ik breek bijna mijn nek erover, ook niet sprake van vervuilde grond? Een volgende kostenpost misschien. Ook daar wil ik graag een antwoord op hebben. Voorzitter, terug naar de motie met als eerste vraag aan de wethouder, wanneer wist hij dat de Omgevingsvisie leidend zou zijn? En waarom wacht de raad, en daarmee ook de sportclubs, al vanaf 2018 op een nieuwe Sportparkenvisie, nu blijkt dat de Omgevingswet leidend is? Hoe geloofwaardig klinkt dit naar de stad en zijn sportclubs die input hebben geleverd voor een Sportparkenvisie en niet voor een Omgevingsvisie. Kortom, hoe geloofwaardig is dit college nog richting sportclubs? Want als men dan al input heeft gegeven, dan vindt men dat in de collegevoorstellen namelijk niet terug. Denk aan de schetsschuiten die getoond zijn. Verder nog wat andere vragen aan de wethouder. De wethouder heeft vorige week gezegd dat DFC, The Hawks, het plan niet is besproken met de overige bewoners van Sportpark Krommedijk. Dit blijkt niet waar te zijn, want ik ben natuurlijk even rond gaan bellen.

DFC en The Hawks hebben wel degelijk met andere clubs over hun fusieplan gesproken, en dat weet de wethouder ook. Want hij zei vorige week tegen mij, dat hij had gesproken over een voorstel richting voormalig OMC over de overname van de kantine van DFC, en de opmerking van RCD over het niet willen fuseren met DFC. Punten die in het overleg tussen de clubs over de tafel zijn gegaan. De wethouder legde vorige week ook de nadruk op de onvoldragenheid van het plan. Maar wat verwachten we nou van die clubs, gerund door vrijwilligers? Een volledige financiële onderbouwing bij een plan, die de clubs bij de gemeente indienen? Ben jij dan niet met de opmerking, het is onvoldragen? Nee, voorzitter, volgens de VSP moet je dan juist met de clubs om de tafel en het plan in detail bespreken. En niet zoals de wethouder vorige week zei, met The Hawks over een fusie en verplaatsing naar Zwijndrecht praten. In zijn woorden van vorige week tegen de clubs, ga niet achteroverleunen. Nou, dat hebben de clubs dan ook niet gedaan. Ze hebben een fusieplan door een architectenbureau laten doen, waarom wordt dit plan door het college niet meegenomen? En waarom is de wethouder niet inhoudelijk met de clubs over hun fusieplan gaan praten? Graag antwoord daarop. En dan een ander antwoord, dat de clubs een afwachtende houding hebben aangenomen, en wilden wachten op de plannen

Stadspark XXL, hadden zij een andere keuze dan? Tot slot, voorzitter, de wethouder sprak ook nog over een nieuw anderhalf kunstgrasveld waarmee alle clubs op de Krommedijk naar zijn zeggen, blij waren. Dat klopt wel. Want vorige week stond in een interview met de directeur van FC Dordrecht in AD de Dordtenaar, dat BVO parkeerruimte en het home voor de stewards kwijtraakt voor de komst van anderhalf kunstgrasveld, citaat van de heer Hans de Zeeuw. Wat krijgt de BVO daar van het college voor terug? Want wij kunnen ons niet voorstellen dat de BVO deze ruimte zomaar opgeeft. In dat kader wil de VSP nogmaals onderstrepen, en dit zeg ik even speciaal voor de heer Den Heijer, want ik zie dat hij ook aangeschoven is bij deze vergadering, dus Rolin, hier komt die speciaal voor jou, wij willen onderstrepen dat we FC Dordrecht van ganser harte een nieuw stadion gunnen. Maar wat we al eerder hebben gezegd, de VSP schat in dat zo’n nieuw stadion op een andere plaats dan de Krommedijk, een veel grotere kans heeft. Financiering op de Krommedijk is om al eerder in mijn woordvoering genoemde redenen, kansloos en wordt een gebed zonder einde. Vandaar onze herhaaldelijke steun voor de motie, zet de breedtesport op de Krommedijk niet op slot. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja, voorzitter, dank u wel.

Nou, ik heb geluisterd naar wat er allemaal gezegd is, maar ik wil eigenlijk gewoon even inhaken op wat er specifiek in de motie staat. Dat de vraag wordt gesteld met betrekking tot het plan wat is ingediend, over die fusie van de twee clubs. En ik heb eigenlijk een hele hoop vragen die vorige week wel half beantwoord zijn, maar waardoor ik aan het einde van de vergadering nog veel meer in verwarring was dan toen ik erin ging. Dus ik ga die vragen gewoon nog een keer herhalen. En dat is, wat heeft het college nou gedaan met het plan wat is neergelegd door deze twee clubs, door The Hawks en de voetbalvereniging DFC? Hebben zij daar nou wel of niet een degelijke reactie op gegeven? En wat is er uiteindelijk met dat plan gedaan om het dan wel mogelijk mee te nemen in de ontwikkeling van dat sportpark? Daarnaast heb ik nog een vraag aan de wethouder, is die Sportparkenvisie nou leidend of niet? Want als we zitten te wachten op een document wat uiteindelijk helemaal niet iets gaat bijdragen aan de ontwikkeling daar, of in ieder geval iets zegt over de ontwikkeling daar die we mogelijk willen maken, ja, dan vraag ik me af waar we op zitten te wachten? Ik begrijp dat die Omgevingsvisie absoluut een hele grote rol speelt, als het gaat om de fysieke kant van het verhaal, dus onder de ruimtelijke ontwikkeling.

Maar is die Sportparkenvisie dan leidend wat betreft de sport? Ja, ik weet niet of dat een hele duidelijke vraag is maar dat is in ieder geval de vraag die ik wil stellen. En als die Sportparkenvisie nou toch leidend wordt voor sport, is het dan niet mogelijk voor de wethouder om gewoon de toezegging te doen, dat die in gesprek gaat met die clubs om te kijken hoe die wensen van deze clubs, die nu in de plannen zijn neergelegd, waarvan ik vorige week begreep dat ze niet echt onvoldragen waren, hoe we dan de geest van die plannen in ieder geval terug kunnen laten komen in die Sportparkenvisie? En is dat station gepasseerd of kan dat nog? Want ik begreep dat die Sportparkenvisie in concept er nu bijna ligt? Ja, met het risico dat ik dalijk in de termijn van de wethouder toch nog vragen ga stellen, laat ik het toch even hierbij. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Benschop. Mijnheer Den Heijer.

De heer Den Heijer: Ja, dank u, voorzitter. Ik had u als VV aangeduid per ongeluk in de chat. De voorzitter: Maakt niet uit. De heer Den Heijer: Nou ja, een afkorting van voetbalvereniging, dat is ook weer mooi voor zo’n avond. Nou, ik herken eigenlijk heel veel in de vragen van GroenLinks, ik denk dat de VVD zich daar echt grotendeels bij kan aansluiten. Ingaand op hetgeen wat mevrouw Stolk gezegd heeft, ja, dat snap ik eigenlijk heel erg goed wat mevrouw Stolk zegt. Wij hebben ook in de eerste termijn aangegeven, de beeldspraak, het broodje worst, daar hoort een worst bij en een broodje, die zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En wij zien ook echt dat de breedtesport gewoon een belangrijke functie moet hebben in de Omgevingsvisie en in de Sportparkenvisie, dat moet gewoon aan de Krommedijk gebeuren. En daarom ben ik ook gewoon heel blij dat er in de Omgevingsvisie staat nu, het totale aanbod aan sport, daar mogen we niet aan inboeten aan de Krommedijk. Nou, dat steunt de VVD van harte, daar zijn we het gewoon hartstikke mee eens. En hoe we dat gaan doen, dat staat ook in de Omgevingsvisie, dat gaan we namelijk nader uitwerken in die Sportparkenvisie.

Nou, dat lijkt volgens de VVD ook een ongelooflijke goede volgorde, omdat je eerst als kapstok voor de hele stad zegt van, hoe gaan we met onze stad om, hoe richten we dat volgens onze visie in? Daar hou je gewoon brede lijnen in, dat werk je uit in een Omgevingsplan, en er zit gewoon een uitvoeringsprogramma op de sport. Ik ben ook heel blij dat dat er is, dat hebben breed met de raad ingediend, om die Sportparkenvisie te gaan herijken. Daar zijn we nu met man en macht mee bezig, want ik wil ook echt dat dit zo snel mogelijk de raad in komt, dat we die Sportparkenvisie gaan behandelen. Want ik vind ook echt dat deze commissie het recht heeft om dit snel te behandelen en dat we ook veel meer richting kunnen geven. Maar met … De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, mijnheer Den Heijer, mevrouw Van der Ham heeft een vraag aan u. De heer Den Heijer: Dat is mooi. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had een vraag aan de heer Den Heijer. U geeft aan dat in die Omgevingsvisie staat dat dat dan wordt uitgewerkt in de Sportparkenvisie. De Sportparkenvisie, waarvan de wethouder vorige week heeft aangegeven, dat daar op hele korte termijn het eerste concept naar ons toe zou komen, we hebben dat nog niet gezien. We hebben vorige week de nodige vragen gesteld aan de wethouder over de diepgang van de Sportparkenvisie.

En daarbij werd toch ook wel bekend dat daar maar heel beperkt iets in staat over de Krommedijk, en dat daar, nou goed, iets meer staat dan, zie Stadspark XXL. Wat is uw verwachting bij die Sportparkenvisie als het gaat over de ambities op de Krommedijk? Want misschien komen die verwachtingen ook niet uit. Vorige week werd daar juist heel veel twijfel over gezaaid door de wethouder. De heer Den Heijer: Nou, ik heb gezien dat daar twijfel over is ontstaan. Ik heb ook gezien, we hebben de commissie even teruggekeken, dat er ook gewoon te weinig tijd was in de commissie om het daar gewoon goed over te hebben, dus ik vind het ook goed dat we het nu uitvoerig daarover hebben. Nou, wat mijn verwachting is, is dat je

panklaar ziet voor hoeveel sportparken gaan we. En wat is er nodig om een hoogwaardig niveau met die verenigingen sport aan te kunnen bieden? Want ik zie eigenlijk sportclubs als een middel, het doel is een verenigingsleven creëren en dat is weer het middel naar mensen laten sporten. En volgens mij moeten we daar heel toekomstbestendig mee omgaan. En dat zou ik graag in die Sportparkenvisie uitgewerkt zien. Met daaraan gekoppeld ook middelen, concreetheid, want daar vraagt die sportwereld ook om, hoe we dat gaan doen. Waardoor je ook veel meer structuur ziet in waarom we dingen doen. Dat op de ene plek een kunstgrasveld komt, dat op de andere plek een nieuwe kantine komt. En we zijn nu gewoon nog steeds bezig met, ja, met schrapen en ruimen, en daar heeft het CDA ook echt aan bijgedragen in die zin. Wij hebben dit ook … Ja, het is opkrabbelen geweest om dit weer bij elkaar te rapen. En ik verwacht wel van die Sportparkenvisie dat die er in ieder geval in voorziet dat dat nooit meer hoeft te gebeuren. Dus mijn verwachtingen zijn in die zin niet laag gespannen, zal ik het dan maar zo formuleren. De voorzitter: De lat ligt hoog, zullen we maar zeggen. De heer Den Heijer: Mijn lat ligt altijd hoog, voorzitter. We hebben maar vier jaar hè, in zo’n raad, dat is heel kort. Kijk, het is niet iedereen meegegeven om 640 jaar erin te zitten, zeg ik met alle respect.

De voorzitter: Ach, mijnheer Den Heijer, ook u kunt nog zeker zestien jaar mee. De heer Den Heijer: Ja, nou, dat is altijd fijn om te horen. Dat gezegd hebbende ben ik het ook met verschillende partijen eens, dat als clubs een plan indienen, als die samenwerking wordt gezocht, dan moet daar serieus naar gekeken worden. Dus ik ken de wethouder ook niet anders dan dat die dat doet. Ik ben ook eigenlijk gewoon benieuwd naar het plan, voldoet dat ook aan de eisen die wij stellen? Is het plan uitgewerkt genoeg? Willen de clubs dit met ons delen, ben ik eigenlijk heel erg benieuwd naar. Kijk, gewoon een goed plan, daar kan je nooit op tegen zijn om dat gewoon serieus mee te wegen. En plannen die clubs zelf aandragen, om dat in de behandeling van de Sportparkenvisie mee te nemen, ja, daar ben ik ook niet op tegen. Maar dat betekent niet dat de VVD bij voorbaat al voor zo’n plan is. Maar ik kan me niet indenken dat dat hier ook zomaar bij anderen het geval is. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer? De heer Den Heijer: Dus ik zou daar nog wat duiding op willen van het college, wat is daar nou precies gebeurd? En dat is het eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer. Er is een interruptie van mevrouw Stolk.

Maar alvorens die het woord krijgt, kan ik u mededelen, en de rest van de commissie uiteraard ook, dat het plan gistermiddag is binnengekomen op het stadskantoor. En dat dat zal worden toegevoegd aan dit dossier, zodat iedereen daar in ieder geval kennis van kan nemen voor de raadsvergadering van volgende week woensdag. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, dat gaat even aanhakend op dat plan. Dat plan is al eerder ingediend. Dat plan is volgens mij, als ik het uit mijn hoofd zeg, februari vorig jaar ingediend door DFC en The Hawks. En dat is ergens in een la … En ik ben heel erg

benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Want ik weet ook dat, en dat is volgens mij nog niet zolang geleden, hebben zij ook dat plan gepresenteerd aan de pers, het heeft uitvoerig in AD de Dordtenaar gestaan, het is bij RTV Dordt geweest. Dus als mensen de media volgen, dan hadden ze kunnen weten, en de clubs die hebben het zelf met de media gedeeld. Dus ja, iedereen mag dat plan inzien. Graag zelfs. De heer Den Heijer: Ja. De voorzitter: Nee, dat klopt, mevrouw Stolk, dat is niet geheim. De heer Den Heijer: Ja, ik hoorde geen vraag. Ja, ik wil wel de ruimte dichtlullen maar dat … De voorzitter: Nee, nee, nee, ik heb ook geen vraag gehoord. Ik heb ook geen vraag hoort, mijnheer Den Heijer dus. Mevrouw Stolk: Nee, kijk, ik wilde het alleen even aangeven en even de puntjes op de i erbij zetten, dat dat plan er al … Want ik ken dat plan namelijk al veel langer. De voorzitter: Nee, mevrouw Stolk, daar heeft u ongetwijfeld gelijk in. Maar het plan als zodanig is gistermiddag bij de griffie ingediend, en dat is even heel formeel gesproken, dat is het moment waarop de raad over het plan beschikt en de griffie dat ook kan verwerken tot een bijlage voor de raad, voor de raadsvergadering en dat is inmiddels gebeurd. Dus het zit nu ook officieel bij de stukken. Dat is even de formele gang. De heer Den Heijer: Mag ik daar iets aan toevoegen? De voorzitter: Ja, natuurlijk.

De heer Den Heijer: Nu naar aanleiding van wat u zegt, voorzitter, met uw welbevinden. Nu is het best gebruikelijk bij, als bijvoorbeeld in de Tweede Kamer plannen ingediend worden of bij andere gemeentes, dat ook het college bij de stukken erbij voegt, een afschrift waarom het college het plan, ook hoe het college het plan kwalificeert, hoe ze het apprecieert. Neemt ze het over, waarom neemt ze het niet over, welke argumenten komen daarbij kijken? Dat is eigenlijk best wel gebruikelijk. En als we het dan toch erbij nieten, dan zou ik het een beetje, dan zou ik het in het kader van, nou, toch zorgvuldigheid, zou ik het fijn vinden als er ook, het hoeft geen twintig kantjes te zijn, maar ook gewoon een korte reflectie bij zit van het college van, hoe zijn we met dit plan omgegaan, waarom doen we er wel of niets mee, en hoe nu verder met dit plan? Weet je, dat is natuurlijk, lijkt mij als raad ook wel handig om erbij te hebben. Anders zit het erbij geniet, en kunnen we er misschien direct niet iets mee, zonder dat we dat erbij zien. Dus ook dat een verzoek aan de wethouder hoe hij daartegenover staat? De voorzitter: En u krijgt in ieder geval steun van mevrouw Van der Ham voor dit idee. En de wethouder die kan daar zijn reactie op geven. Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, dank u, voorzitter. Zijn … Betekent dit dat we door alle woordvoeringen heen zijn of wilt u van mij …

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/284/documents/9682