2.7 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 18 mei 2021.pdf
Tekst van het document
20
verzoek van Beter voor Dordt heeft het college onderzocht of het mogelijk is om betalen per minuut in te voeren in gemeentelijke parkeergarages. Nu is het zo, dat je op straat wel per minuut kunt betalen, maar in de Dordtse parkeergarages betaal je per half uur of in sommigen zelfs per uur. Op verzoek van Beter voor Dordt is het betalen per minuut in parkeergarages onderzocht en ligt er nu zelfs een voorstel van het college ter besluitvorming voor. Met dit voorstel wordt het financieel aantrekkelijker gemaakt om in parkeergarages te parkeren. Dit is een stap in de goede richting. Nu is het zo, dat het tarief voor straatparkeren niet veel duurder is dan het parkeren in een parkeergarage. In sommige gevallen is het zelfs goedkoper om op straat te parkeren, dan in een parkeergarage. Dan kan ik mij voorstellen dat bezoekers ervoor kiezen om hun auto op straat te parkeren in plaats van het betreden van een parkeergarage. Dit laatste neemt namelijk extra handelingen met zich mee: het inrijden van een garage, trap of lift nemen, wachten bij de parkeerautomaat en dan ook nog eens per uur of per half uur afrekenen. Dan kan ik begrijpen dat een bezoeker ervoor kiest om op straat te parkeren, waarbij hij of zij gemakkelijk de parkeerapp op zijn of haar mobiele telefoon aan- of uitzet en zo instapt en wegrijdt.
Als er veel auto’s op straat geparkeerd staan, omdat de garages te duur zijn of simpelweg, omdat je op straat, dankzij de vele parkeerapps, die tegenwoordig beschikbaar zijn, goedkoper kunt parkeren, dan doen we iets niet goed. Dan blijven we achter op de ontwikkeling in de maatschappij en sturen wij niet goed bij. Met het verzoek vanuit Beter voor Dordt om betalen per minuut in parkeergarages in te voeren, willen wij in ieder geval dit punt, waarop sturing vanuit de gemeente achter is gebleven, zo snel mogelijk rechtzetten. Zie het ook als een service voor een bezoeker, die ervoor kiest om in de parkeergarages te parkeren. Hopelijk zal de enige commerciële parkeergarage in de binnenstad dit voorbeeld ook doen volgen. Wij vermoeden dat goed voorbeeld doet volgen en anders volgen zij vanzelf wel, als bezoekers daar wegblijven. Gelukkig heeft de gemeente hier al rekening mee gehouden, wij lezen dat ook terug in het voorstel, dat het niet in tegenspraak is met de concurrentieregels. Naast de financiële prikkel moeten de gemeentelijke garages ook uitnodigend zijn. Zo moeten ze schoon, goed verlicht en veilig zijn. Ook de bereikbaarheid, toegankelijkheid en de loopafstand tot de plek, waar bezoekers willen komen, zijn belangrijke variabelen.
Om het verschil tussen de huidige situatie en het voorstel in kaart te brengen, met uw goedkeuring, voorzitter, even één minuut, wil ik even mijn scherm delen, als dat van u mag? Wil ik even een aantal rekenmodellen, die ik ook zelf even in kaart hebben gebracht, die ik miste vanuit het college, wil ik even in kaart brengen, waar het dan om gaat. Even één minuut, voorzitter. De voorzitter: U weet, mijnheer Soy, dat er in het vooruit is gezegd dat het technisch ingewikkeld aan het worden is, dus sommige leden van onze commissie, dus dat beperkt al wel wat uitleg dus. De heer Soy: Ik heb juist getracht om het begrijpelijk te maken. En dat zult u ook zien als ik mijn scherm deel. Waar was dat ook alweer? Kan iemand mij helpen? Hoe kon ik ook alweer het scherm delen? De inhoud delen, zie ik wel. Scherm, ja, ik heb hem. Kunt u iets zien? De voorzitter: Ja, het is goed zichtbaar, dank u wel. De heer Soy: Ja, dank u wel. Ik heb even een aantal rekenmodellen zelf gemaakt. Zo zie je bijvoorbeeld, ik heb even parkeergarage Achterom gepakt en vergeleken met 7831,
21
bijvoorbeeld Beverwijcksplein en gekeken wat dat doet met de tarieven. Hier zie je, in oranje zie je, zeg maar, de parkeergarage Achterom en in grijs zie je betalen per minuut op 7831. Je ziet hier dat het college en het antwoordapparaat, die vergelijken Achterom met 7811, heb ik ook gedaan, maar er zijn ook nog mensen die ietsje verder lopen en in 7831 parkeren, om zo de binnenstad te betreden, dus hier zie je wel significant het verschil tussen straatparkeren en parkeren in parkeergarage, waarbij die sprongen iedere keer een half uur, per half uur, 1,20 euro omhoogschieten. Hier zie je, als je het voorstel volgt, waarbij straatparkeren in 7831 duurder is gemaakt, dan komen die twee lijnen dichter bij elkaar. Nog steeds heb je per half uur betalen in Achterom. Hier zie het voorstel, wat er nu ligt, voorstel betalen per minuut in parkeergarage Achterom ten opzichte van betalen per minuut op straat, 7831, dan is dat verschil is minimaal. Dat is bijna identiek. Dan vergelijk ik het met de duurdere straatparkeren, bijvoorbeeld de Spuiboulevard of 7811, dan zie je hier dat in het begin, als je kort parkeert, is het goedkoper om op straat te parkeren, maar ga je langer parkeren, dan is het goedkoper om in de parkeergarage te parkeren. Hier zie je Achterom per half uur, waarbij 7811 nog duurder is gemaakt.
Dan wordt dat verschil groter, maar nog steeds in het begin, zie je dat het wat goedkoper is om op straat te parkeren en hier heb ik hem, Achterom per minuut en straatparkeren met de nieuwe tarieven, dan zie je dat vanaf het begin, dat het al goedkoper is om in de parkeergarage te parkeren, dus dit is het voorstel voor Achterom, waarbij 7811 betaald parkeren per minuut in Achterom en straatparkeren 7811 met de nieuwe tarieven. Hier zien wij dat het de goede kant opgaat en hier vind ik zelf dat het wel meevalt, want het is identiek bijna, 7831 ten opzichte van Achterom. Wat ik eerder heb gezegd, is een stap in de goede richting en ik wil afronden, voorzitter. Voor nu, dit is even betaald parkeren per minuut. De voorzitter: Zou u even uw scherm delen willen stoppen? De heer Soy: Heb ik gedaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Soy: Dit was even betaald parkeren per minuut en op die andere punten zal ik dan straks ingaan om te voorkomen, dat ik te lang aan het woord ben. De voorzitter: Dat is attent. Dank u wel, mijnheer Soy. Dan wil ik nu, wie van de VVD mag het woord voeren? De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat ben ik. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Wat betreft de Dordtse VVD ligt een goed verdedigbaar voorstel voor de tarieven voor parkeergarages en voor het straatparkeren.
Wij zijn erg blij dat parkeerders in de garage straks minder gaan betalen, want waar tot nu toe elk bezoek aan de parkeergarages naar boven werd afgerond in hele uren, gaan wij straks eindelijk per minuut betalen en dat is een langgekoesterde wens van de Dordtse VVD, die in de praktijk betekent, dat je in de parkeergarages goedkoper uit bent. En dat die parkeergarages goedkoper worden voor bezoekers met de auto vinden wij heel goed nieuws, niet in de laatste plaats voor ondernemers in onze binnenstad, waar velen nu
22
door een hele moeilijke periode gaan. Het is ook belangrijk om bezoekers van onze binnenstad te verleiden om in de garages te gaan parkeren, omdat de parkeerdruk in de binnenstad en zeker in het hart van de binnenstad heel erg hoog is. Er zijn momenten waarop binnenstadsbewoners met een parkeervergunning wel een half uur bezig zijn een parkeerplek te vinden. En ik weet niet hoe het met u zit, maar ik kan echt wel wat leukers verzinnen dan op zaterdagmiddag alle hoeken en gaten van onze binnenstad af te speuren op zoek naar een vrij plekje, liefst niet te ver van je voordeur, zodat je niet ver met je zware boodschappentassen hoeft te sjouwen. Daarom is het goed, dat wij nu een serieus prijsverschil creëren tussen de garages en parkeren op straat. Voor bezoekers wordt het veel goedkoper om in de garages te parkeren dan op straat en daarmee ontstaat meer broodnodige parkeerruimte voor bewoners van de binnenstad. Helaas is parkeerdruk niet alleen een probleem in de binnenstad en wat betreft de Dordtse VVD kijkt de gemeente dan eerst samen met bewoners waar er extra parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd. Pas als laatste redmiddel komt de invoer van betaald parkeren in beeld en alleen wanneer een meerderheid van de bewoners in een bepaald gebied dat wil.
En daarbij is voor ons ook erg belangrijk dat het invoeren van betaald parkeren een service is voor bewoners, die kampen met extreem hoge parkeerdruk, niet een melkkoe voor de gemeente. Daarom zijn wij ook erg blij met het voorstel om het bewonerstarief in nieuwe gebieden met betaald parkeren te verlagen van 120 euro per jaar naar 60 euro per jaar. Is het voorstel, dat nu voor ons ligt, in de ogen van de Dordtse VVD dan perfect? Nee, voor de toekomst hebben wij zeker nog wensen. Als de Dordtse VVD het alleen voor het zeggen zou hebben in de gemeenteraad, dan zou het bewonerstarief verder worden verlaagd in lijn met het tarief rond de 40 euro of zelfs lager, zoals dat in sommige andere steden wordt gehanteerd en bovendien zouden wij dan het bewonerstarief niet alleen verlagen voor nieuwe gebieden, maar voor de hele stad. Dus voor alle bewoners, die nu met betaald parkeren te maken hebben. Ook zouden wij bij het vergroten van het prijsverschil tussen de garages en de straat meer de nadruk leggen op het nog sterker verlagen van het tarief in de garages en minder op de verhoging van het tarief van de straat en tenslotte zouden wij ook het avondtarief in de parkeergarages verlagen en toepassen in alle gemeentelijke garages. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, ik wil u even onderbreken. De heer Kuhlmann: Ja. De voorzitter: Er zijn drie interrupties op dit moment. De heer Portier.
De heer Portier: Ja, voorzitter, de heer Kuhlmann deed een warm pleidooi om verder omlaag en omlaag en omlaag te gaan en met de parkeertarieven voor vergunningen, de vergunningsleges, maar is hij niet van mening, ook vanuit zijn liberale marktgedachte, zal ik maar zeggen, dat je moet betalen voor de voorzieningen, die je hebt, dat het aanleggen van parkeerplaatsen toch ook een voorziening is, die geld kost, die ten goede komt aan mensen met een auto, dat het ook wel redelijk is om daar gewoon een bedrag voor te vragen als gemeente? De heer Kuhlmann: Nee. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann?
23
De heer Kuhlmann: Voorzitter, dat ben ik niet met de heer Portier eens. Ik denk dat, de auto is voor heel veel mensen niet een keuze, maar gewoon een noodzakelijk iets. Die mensen worden al behoorlijk leeg getrokken bij de aanschaf van een auto. Als je gaat tanken, dan heb ik het nog niet eens gehad over wat de provincie aan opcenten van je vraagt, dus dat is, wat mij betreft, ruim voldoende en ik denk dat het gewoon een service moet zijn naar bewoners toe en dat we daar niet dan nog eens extra op leeg moeten trekken. Als het in andere steden voor een bedrag van 40 euro kan, lijkt mij dat ook voor Dordrecht geen probleem. De voorzitter: Dank u wel. De volgende interruptie is van de heer van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. In aanvulling op de vraagstelling van de heer Portier, zou ik aan de heer Kuhlmann willen vragen of zijn pleidooi voor verlaging er in zijn verwachting niet toe leidt, dat er meer van auto’s gebruik gemaakt wordt in de stad bij het vervoer dan nu het geval is? Terwijl wij toch met zijn allen teruggaan in onze mobiliteit, althans in stedelijk gebied. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann of u een relatie kunt leggen met de automobiliteit en toename daarvan? De heer Kuhlmann: Nou, ik zie dat verband niet zo. Wat de heer Van der Meer overigens als aanname stelt, is voor mij niet een vaststaand punt.
Wij gaan uit van de keuzevrijheid voor onze stadsgenoten om te kiezen welk vervoermiddel voor hen het beste past en dat kan, in veel gevallen kan dat ook de fiets zijn of de bus, dat kan van alles zijn, maar wat ons betreft is ook de auto een optie en zeker omdat er, er zijn gewoon situaties, denk aan dat je met een heel gezin op stap gaat, ook daarvoor moet onze stad aantrekkelijk zijn en dan gaat het erom: om te zorgen vanwaar die het beste past. Wij denken dat bezoekers van buiten de stad of die naar de binnenstad komen, dat het veel beter is als die in een parkeergarage parkeren, zeker als ze wat langer op bezoek zijn. Kijk als je heel kort bent, even iets gaat ophalen, dan is het natuurlijk weer wat anders, maar als het wat langer is, dan vinden wij die parkeergarage een goede en ja, er zijn ook gewoon bewoners in de binnenstad met een auto … De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, mag ik eens vragen of het wat korter kan worden, maar dat komt ook omdat ik een hele reeks aan interrupties zie, dus als u het goed vindt … De heer Kuhlmann: Nee hoor, … De voorzitter: De heer Struijk heeft dezelfde vraag gehad als de heer Van der Meer, dus die gaat over, maar de heer Soy heeft ook een interruptie. De heer Soy: Ja, ik heb even een opmerking en een vraag.
Ik hoor de heer Kuhlmann zeggen van: ja, dat was een lang gekoesterde wens van de VVD om goedkoper parkeren in de parkeergarages in te voeren. Volgens mij was dat juist op voorstel van Beter voor Dordt, dat het voorstel er nu ligt en ik heb de VVD daar niet eerder over gehoord en wij hebben vorig jaar, hebben wij ook de parkeertarieven voor de vergunningen hebben wij uitvoerig besproken, daar hebben wij nog redelijk goed samen in opgetrokken. Als het ging om, zeg maar, het fijnschaven van spelregels, zijn we heel goed uitgekomen, maar
24
ook in die discussie heb ik u nooit eerder horen zeggen, dat u de parkeervergunning tot 40 euro of iets in die trend, zou willen verlagen, dus dat verbaast mij nu, dat is vraag één. En vraag twee: wat is de achterliggende … De voorzitter: Mijnheer Soy, wat is eigenlijk, is uw verbazing de vraag of wat is nou precies de vraag? De heer Soy: Of dat zij dat eerder, want de heer Kuhlmann, die schetst dat het een langgekoesterde wens is, maar hebben zij die wens ook ooit in het openbaar uitgesproken. De voorzitter: Dat is de vraag. Dank u wel. Dat is de eerste. De heer Soy: En de tweede vraag is: wat is de achterliggende gedachte hierbij? Bereikt u signalen dat autobezitters die 60 euro niet kunnen betalen of 120 euro op jaarbasis of is het meer dat hij voor Sinterklaas probeert te spelen met gemeenschapsgeld van bijvoorbeeld ook niet-autobezitters? De voorzitter: Twee vragen, mijnheer Kuhlmann, zou u daarop kunnen reageren, kort? De heer Kuhlmann: Ja hoor, ja, ik kan de heer Soy geruststellen. Het is, verlagen van die tarieven, dat hebben we echt al vaker genoemd. Ik zou zeggen: sla de notulen erop na. Kijk, in de columns die wij erover schrijven, is wat dat betreft, niet nieuws. Het is, denk ik, goed dat we elkaar kunnen vinden op een aantal onderwerpen.
Fijn dat wij voor wat betreft die parkeergarages, dat wij daar samen wat moois kunnen bereiken, dus dat is, denk ik, alleen maar alleen maar goed, mooi. De voorzitter: En de verlaging van de, nou ja, goed, waar u dat vanuit ging betalen, was Sinterklaas, maar laat wij dat maar eventjes, nee, geen antwoord. Dan de volgende in de rij, wacht eventjes, de icoontjes zitten in de weg, de heer Loekemeijer van D66 heeft ook een vraag aan u, mijnheer Kuhlmann. De heer Loekemeijer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag. Ik hoorde de heer Kuhlmann zeggen van: nou, in eerste instantie, als er ergens een te hoge parkeerdruk is, dan moet er in eerste instantie parkeerplaatsen bij komen, dat dat eigenlijk de eerste stap is en daarna verder kijken. Ik vraag me eigenlijk af of de VVD nou de binnenstedelijke verdichting combineert met die gedachte? Omdat, het klinkt een beetje alsof: ik wil zwemmen, maar niet nat worden. Dat je denkt: dat gaat toch niet samen. Je kan toch niet én meer parkeergelegenheid creëren én binnenstedelijk verdichten? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Loekemeijer: Dus ik vraag mij af hoe de VVD dat dan ziet? De voorzitter: Meer woningen en meer parkeren, dat gaat niet samen, volgens de heer Loekemeijer.
De heer Kuhlmann: Nou ja, goed, kijk, het gaat er om, zeg maar, dat betaald parkeren invoeren, dat is wat ons betreft een laatste redmiddel en je moet eerst kijken naar
25
andere opties. Dat is wat ik zei en ik zie het, volgens mij is het een valse tegenstelling om te zeggen van: ja, het is of een parkeerplek of een huis. Je hebt soms hele kleine nog restruimte, waar geen huis past, zelfs niet een Tiny House, waar misschien wel parkeerplaats kan worden gemaakt. Als dat iets is wat, natuurlijk uit is, op het moment dat dat steun heeft van bewoners. Maar als op die manier, zeg maar, een situatie ook opgelost kan worden. Het enige wat ik daarmee probeer te zeggen is, dat wat ons betreft, dat betaald parkeren niet het enige recept is voor een parkeerprobleem. De voorzitter: De heer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Dus eigenlijk, voor de binnenstedelijke verdichting is, zeg maar, een afname van het autogebruik niet nodig? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, dat hangt ervan af. Kijk, sommige, ik vind dat een beetje een gekke vraag, volgens mij kun je dat niet zo absoluut stellen. Het hangt precies af van wat voor soort huizen en bouw je een appartement vlak naast het station, dat door studenten bewoond wordt, dan heb je er logischerwijs natuurlijk minder parkeerruimte voor nodig.
Als het gaat om een wijk als Amstelwijck, die wij erbij doen, waar allerlei gezinnen gaan wonen, dat is volgens mij heel goed en heel logisch, dat wij daar zorgen voor parkeerruimte, dus het hangt er echt maar net vanaf in welke wijk je dat gaat doen, op welke locatie. Er valt niet één antwoord voor ieder nieuw huis voor te geven. De voorzitter: U krijgt geen zwart wit antwoord, mijnheer Loekemeijer. Dank voor uw vraag. De heer Jansen heeft ook nog een interruptie en hij komt op voor de bomen, volgens mij, als ik de chat moet geloven. Mijnheer Jansen? De heer Kuhlmann: Ik hoor mijnheer Jansen nog niet. De heer Jansen: Volgens mij was de heer Oostenrijk nog voor mij, maar dat vergeeft hij mij vast. Laten we blij zijn, dat de VVD het niet alleen voor het zeggen heeft, want de stad zou helemaal vollopen met auto’s, met al die prijsverlagingen voor parkeren in de stad. Ik hoor de heer Kuhlmann, hoorde ik in zijn betoog voor de liberale vrije keus ook het OV noemen. En nou doet de opmerkelijke situatie zich voor, dat als ik met mijn gezin met twee kinderen, dat zijn er nog niet eens zo heel veel, naar de stad wil, dan kan ik daar bijna vier uur parkeren voor de prijs, die ik betaal voor met het OV naar de stad te gaan.
Is de heer Kuhlmann niet met mij eens, dat er eigenlijk ook een relatie zou moeten zijn tussen de prijs van het openbaar vervoer en het parkeren in de stad om mensen uit te dagen vaker te kiezen voor het OV in plaats van met de auto naar de stad te gaan? De voorzitter: Ja, ik wil mijnheer Kuhlmann vragen om kort te reageren? De heer Kuhlmann: Ja hoor, hier kan wel kort op worden gereageerd. De aanname dat iedereen maar, als je dat parkeertarief verlaagt, maar allemaal auto’s bij gaat nemen, dan zou ik zeggen, nou kijk maar eens wat een auto kost en daar zitten heel veel meer kosten aan vast, dus het is niet zo dat mensen zomaar extra auto’s gaan nemen, omdat je toevallig ergens goedkoop kan parkeren en dat is meteen ook het antwoord op de tweede vraag, die de heer Jansen stelde, namelijk: hoe zit dat nou tussen mensen die de
26
bus nemen en de auto? Als je daar een goede vergelijking wil maken, moet je natuurlijk alle kosten van die auto meenemen en ik vraag mij af of het dan zo, op die manier zo uitpakt en wat ons betreft, gaat het steeds om de keuze die mensen zelf maken en ik ben het er helemaal mee eens, dat het openbaar vervoer ook aantrekkelijk moet zijn, goede busverbindingen hebben onze warme steun. De voorzitter: Ik denk dat de heer Jansen daarmee blij is en laten wij ons proberen ook toch wel een beetje te beperken tot datgene wat hiervoor ligt, het raadsvoorstel, want met is wel een boeiende discussie over mobiliteit. De heer Kuhlmann: Er zijn nog meer interrupties, excuus. De voorzitter: Zou u, de heer Oostenrijk, die zou ook nog een vraag hebben. Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, het is duidelijk dat de heer Kuhlmann volop bezig is met het uitdelen van gratis bier. Alles hoeft minder te kosten. Waar het vandaan komt, is blijkbaar niet belangrijk. Tarieven moeten omlaag, mensen hoeven niet meer te betalen en vervolgens moet er wel het één en ander gerealiseerd worden aan infrastructurele voorzieningen. Waar die dan van betaald moet worden, dat is punt twee. Het punt van: ja, we gaan maar weer, meer parkeerplaatsen bijbouwen.
Ik daag de heer Kuhlmann uit om eens een keer mee te gaan lopen in de Indische Buurt bijvoorbeeld? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, wilt u tot uw vraag komen aan de heer Kuhlmann? De heer Oostenrijk: Nou, het past in het kader van gratis bier, frases uitroepen die niet waar te maken zijn oftewel zaken voorhouden, die niet realiseerbaar zijn, oftewel behoud je bij de feiten en de onmogelijkheden en baseer dan daar de meningsvorming op. Wat dat betreft, deel ik de opmerking van de heer Soy: het is niet de VVD geweest, die destijds al in de vorige raadsperiode aangedrongen heeft op minuut parkeren … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, mijnheer Oostenrijk, mijnheer Oostenrijk, u komt zo meteen nog aan het woord op wat betreft woordvoeringen en dat is helemaal goed en daar luisteren wij dadelijk ook graag naar, maar het is nu nog even de beurt voor de VVD om zijn woordvoering af te ronden, dus dan zou ik toch de heer Kuhlmann willen vragen om de gelegenheid te gebruiken om zijn woordvoering af te ronden, voor deze termijn. De heer Oostenrijk: Maar, voorzitter, dit ging in reactie op de woordvoering van de heer Kuhlmann. Het is niet de VVD geweest, die destijds aangedrongen heeft op het per minuut parkeren in parkeergarages, maar dat waren inderdaad Beter voor Dordt en het CDA, al in de vorige raadsperiode.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk, dus mijnheer Kuhlmann, wij weten wat u daarvan vindt. Gaat u door. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel. Nog één opmerking voor wat betreft dat gratis bier. Ik breng maar in herinnering bij iedereen, die dat denkt dat die eventuele egalisatiereserve parkeren, dat daar de afgelopen 10 jaar 11 miljoen aan de strijkstok is blijven hangen. Wat dat betreft, wordt er dik verdiend aan de Dordtse parkeerders, maar goed ik zal
27
afronden. Helaas heeft de Dordtse VVD het niet alleen voor het zeggen in de raad en in die wetenschap, denk ik, dat hier een goed verdedigbaar voorstel ligt met de nodige punten waar wij blij mee zijn. Dit voorstel is in onze ogen duidelijk een verbetering ten opzichte van de huidige situatie en dat is uiteindelijk waar mijn fractiegenoten en ik steeds meer bezig zijn onze mooie stad continu proberen een beetje beter te maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. Dan de heer Oostenrijk. U mag nu uw woordvoering. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, die kan heel kort zijn. Wij zijn al heel lang voorstander geweest van het per minuut parkeren in de parkeergarage. Dus daar hoef ik weinig aan toe te voegen. Wel zouden wij graag de reactie van de wethouder willen horen, als het gaat om het verschil tussen parkeren op straat en straks de parkeertarieven in de parkeergarages per minuut. Als het gaat om die parkeerplaatsen en wat dat betreft, was de illustratie van de heer Soy wel aardig. In die gebieden waar er een zekere concurrentie is tussen parkeren op straat en parkeergarages, dan hebben wij het over een genuanceerde kijk over de verschillende delen van de binnenstad.
Daar zou ik graag een reflectie op willen hebben van de wethouder om niet inderdaad het, nog sterker het beeld te krijgen, dat het wel aardig is, dat het aantrekkelijk is om op straat te parkeren. Verder kunnen wij ook instemmen met de differentiatie in de parkeertarieven van de buitengebieden, dat dus daar de vergunninghouder niet meer die 120 euro, maar dan de 60 euro moet betalen, dat vinden wij een alleszins redelijk basistarief, dus wat dat betreft over het raadsvoorstel, kunnen wij instemmen. De voorzitter: Dank u wel. En de vraag aan de wethouder is genoteerd. Dan heeft de heer Kuhlmann een interruptie voor u. Mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, dank u, voorzitter. Ik hoorde de heer Oostenrijk zojuist zeggen van dat hij op bepaalde plekken in de stad wel wat groter verschil wil tussen de straat en de parkeergarage en mijn vraag is dan: hoe wil hij dat doen? Door het in de parkeergarage goedkoper te maken? Dat zou mij een goed idee lijken. Of het omgekeerde? Om dat juist dan op straat duurder te maken ten opzichte van het voorstel wat er nu ligt? Dus hoe wil hij dat doen? Het één goedkoper maken of het ander duurder? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, zou u daar nog op willen reageren? De heer Oostenrijk: Ja zeker, voorzitter. Het hele uitgangspunt voor het raadsvoorstel is een balans, ik zou zeggen met gesloten beurzen.
Oftewel de uitkomst en dat wordt natuurlijk altijd een theoretisch uitkomst tussen goedkoper en duurder, zou in balans moeten zijn. Dus wat dat betreft, als het duurder op straat iets gaat opleveren, dan zou dat, want dan hebben wij het over de concurrentiegebieden, want daar heb ik het over, als ik voor de deur van de heer Kuhlmann moet parkeren, dan is er geen concurrentie met een parkeergarage, dus wij hebben het hier over die plekken waar dat fluctueert, of waar dat een probleem is, als dat in een nieuwe balans komt tussen parkeren op straat en dus een grotere afstand tot het parkeren in de parkeergarage, dan ben ik gevoelig voor zo’n herziene prijsberekening.
28
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. Dan zou ik nu qua woordvoeringen het woord willen geven aan de heer Van der Meer vermoed ik, van GroenLinks. De heer Van der Meer: Ik denk dat de heer Loekemeijer eigenlijk eerst mag, of niet? De voorzitter: Sorry, ja, tuurlijk. Ja. Mijnheer Loekemeijer van D66. Mijn excuses. De heer Loekemeijer: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, er is al een hoop gezegd en in principe zijn wij, inderdaad een redelijk voorstel, wat er nu ligt. Nou, het is al vaker gezegd, maar ook het verschil tussen straatparkeren en garage parkeren, mag, wat ons betreft, groter. Wij zouden het inderdaad ook een goed idee vinden om het verschil wat groter te maken, om daadwerkelijk ook mensen te stimuleren om in een garage te parkeren. Verder missen wij een soort van, wat dat betreft, ook een soort van evaluatiepunt, waarin dan gekeken wordt van: heeft het nou daadwerkelijk ook het effect, wat wij beogen? Dus wij zouden graag in het stuk opgenomen zien dat het bijvoorbeeld na een jaar geëvalueerd wordt van: zien wij nu ook inderdaad dat mensen minder op straatparkeren en meer in de garages? En als dat niet zo is, dan kan je daar beleid maken en als het wel zo is: fijn. En we hadden natuurlijk de optie geopperd om parkeren voor elektrische auto’s eventueel goedkoper te maken.
Vooral als stimuleringsmiddel, ja wordt gebruikt een elektrische auto’s, maar wij zouden graag ook de visie van het college daarover horen. Ja en dat was het even, wat ons betreft, voor nu. De voorzitter: Dan is, de heer Kleinpaste heeft een vraag aan u, ja. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik worstel een beetje met dat lagere tarief voor elektrische auto’s. Klinkt allemaal hartstikke leuk en aardig om elektrisch vervoer te promoten, maar parkeren gaat gewoon over ruimtebeslag en het ruimtebeslag voor een elektrische auto is identiek aan het ruimtebeslag voor een nietelektrische auto. De berijder van een elektrische auto heeft in een aantal andere opzichten voordelen, dus ik vraag mij echt af of je bij parkeren niet gewoon echt sec bij het argument van het ruimtebeslag zou moeten blijven? De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer, wat is daarop uw reactie? De heer Loekemeijer: Ja, mijn reactie is dat brandstofauto’s vervuilend zijn, vervuilender dan elektrische auto’s en in dat kader zou je kunnen zeggen: de vervuiler betaalt meer, wat ik op zich wel een redelijk argument vind. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft de heer Soy ook een interruptie.
En de heer Jansen, die had precies ook dit willen vragen, wat de heer Kleinpaste heeft gevraagd, dus maar, mijnheer Soy, De heer Soy: Ja, voorzitter, op hetzelfde punt, eigenlijk ook in het verlengde van de heer Kleinpaste. De heer Kuhlmann heeft er ook eerder aan gerefereerd. Een auto kost geld. Een auto kost heel veel geld, vooral die elektrische auto’s zijn heel duur, dus een berijder van een elektrische auto, die is wel gevoelig voor fiscale voordelen, maar ik denk dat een gemiddelde elektrische autoberijder niet gevoelig is voor een lager parkeertarief in de binnenstad van Dordrecht. Dus bereiken we eigenlijk, denk ik, weinig mee, tenzij D66 daar anders over denkt, dus die vraag leg ik even voor en het ruimtebeslag. Ja, wij
29
moeten juist stimuleren dat mensen zo min mogelijk met de auto naar de binnenstad komen. En als je het voor de elektrische auto’s aantrekkelijker maakt, creëer je nog steeds de drukte in de binnenstad. De voorzitter: Ruimtebeslag, maar de eerste vraag was: is een bezitter elektrische auto gevoelig voor een prijsprikkel? De heer Soy: Ja, in mijn eigen woordvoering had ik die punten even overgeslagen, omdat ik te lang aan het woord was, maar dan heb ik dat nu ook gelijk even met een vraag neergelegd. De voorzitter: Ja, mijnheer Loekemeijer? De heer Loekemeijer: Nou, dat is natuurlijk de vraag of dat niet zo is. Ik kan mij voorstellen dat wij, kijk, het is natuurlijk een optelsom voor mensen of ze nou een elektrische auto, de overstap maken naar een elektrische auto of niet en dit zou een extra stimulans kunnen zijn en het zou net iets kunnen zijn, zeg maar, wat onderaan de streep dan, zegt men, nou ja, dat mensen de keus laat maken voor een elektrische auto te kiezen en ik denk dat dat positief is, gewoon in brede zin en kijk, diezelfde mensen, nemen anders een brandstofauto en parkeren die ook gewoon in de stad of in de garage, dus dan denk ik: dat heb ik liever een elektrische auto. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ik heb met belangstelling dat idee van D66 gelezen. Tot mijn grote verwondering.
Want wat betekent het? Het kan niet betekenen, dat als je, dat je met je elektrische auto in de parkeergarage een ander tarief voorgeschoteld krijgt, als een, laten we zeggen, een benzineauto of een hybride, dus daar kan het probleem niet in zitten. Het op straatparkeren, gewoon, daar kan het probleem ook niet zitten, want dan zou de app, die zou dan moeten herkennen, of je in een elektrische auto rijdt, ja, dat wordt dan een hele ingewikkelde. Als het gaat om … De heer Loekemeijer: Helemaal niet, parkeren gaat tegenwoordig op kenteken, dus in een kenteken staat gewoon heel duidelijk wat voor soort auto het is. De heer Oostenrijk: Ja. Nou dan kom ik op … De heer Loekemeijer: Dat is geen enkel probleem en in een garage werken ze ook tegenwoordig met kentekens, dus dan kan je ook makkelijk koppelen of het een elektrische auto is of niet, dus dat is technisch heel goed mogelijk. De heer Oostenrijk: Dan kom ik op het kernprobleem van de heer Loekemeijer, die nu een onderscheid tussen de gewone burger en de yuppie oftewel de leaserijder, die nou keurig in een elektrische auto rijdt oftewel hij jaagt de gewone burger de stad uit. Nou, dat gaat ons veel te ver. Wat dat betreft, is iedere burger voor ons gelijk, als het gaat om het parkeren op welke plek dan ook. De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer is het er misschien niet helemaal mee eens.
Mijnheer Loekemeijer, wilt u hierop reageren?
30
De heer Loekemeijer: Ja, kijk, ik denk dat het gewoon goed is of wij denken dat het goed is om gewoon elektrisch autogebruik te stimuleren in bredere zin. En dat dat dan zou beginnen met de yuppie’s, ja, daar ben ik het ook niet mee eens, omdat de elektrische auto steeds goedkoper worden en steeds bereikbaarder. Er komt binnenkort een Fiat 500 elektrisch. Nou, die is niet heel duur, duurder dan een andere Fiat 500, maar wel nog steeds betaalbaar voor veel mensen, dus het wordt steeds breder en ik denk, als we dat kunnen stimuleren in bredere zin en ook in regionaal kader, dan zou dat een voordeel zijn, wat ons betreft. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Loekemeijer: En alle kleine beetjes helpen. De voorzitter: Een tankstation is ook al duur, afrekenen tegenwoordig volgens mij, maar goed, de heer Jansen heeft toch alsnog een vraag of interruptie. Mijnheer Jansen, ja, daar komt mijnheer Jansen aan, nee, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, sorry, ik was net even aan het opzoeken de prijs van een Fiat 500 elektrisch. Dat heb ik net niet meer op het internet. Ik vermoed namelijk dat die best, ik vermoed namelijk dat die best prijzig is. De voorzitter: Wat is uw vraag aan de heer Loekemeijer? De heer Jansen: De heer Loekemeijer, die kijkt heel erg voor elektrische auto’s.
Ik zal de heer Loekemeijer niet voorrekenen hoeveel emissie- en milieuschade elektrische auto’s toe brengen aan de accu’s en de emissie op de Maasvlakte, als wij er een paar kolen extra bovenop moeten gooien, omdat die elektrische auto’s opgeladen moeten worden. Elektrische auto’s hebben al mooie voordelen in de stad, namelijk een aantal parkeerplaatsen, die alleen maar door elektrische auto’s bezet mogen worden. Als extra voordeel hebben ze dan ook nog eens een keer, dat die extra infrastructuur, dat ze daar niets extra’s voor hoeven te betalen, maar evenveel betalen als elke andere auto, die die extra laadpaal niet nodig heeft. Parkeren gaat, de heer Kleinpaste noemde het al, om ruimtebeslag. Wij rekenen een prijs voor de kostbare ruimte in de binnenstad en elektrische auto’s nemen niet minder ruimte in dan een brandstofauto. De voorzitter: De heer Loekemeijer, uw pleidooi voor... De heer Loekemeijer: Nee, want wij, wij pleiten ook niet voor extra parkeerplaatsen voor elektrische auto’s, wij pleiten voor het stimuleren van gebruik van elektrische auto’s in zo’n breed mogelijke zin. En dit zou een extra stimulans kunnen zijn voor mensen, die toch aan het kijken zijn naar een nieuwe auto van: nou, laat ik dan maar een extra nemen of een elektrische nemen, want er zitten wel een hoop voordeeltjes aan. Dat is puur het doel.
De voorzitter: Nou, dan, de heer Struijk en ik hoop dat u daarna tot een afronding kan komen van uw woordvoering. De heer Struijk. De heer Kuhlmann: Voorzitter, ik geloof dat ik eerder was?
31
De voorzitter: Oh, ook nog. Ja. Inderdaad, ja ja en zelfs voor Alexander Jansen, zie ik nu. Ja, excuses. Mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, dank u. Vraag aan de heer Loekemeijer: op zichzelf, zeg maar, dat het goed is om voorzieningen te hebben voor iedereen, die in een elektrische auto rijdt. Dat ben ik helemaal met hem eens. Maar toch vraag ik mij af of de heer Loekemeijer zich wel realiseert dat voor veel mensen het helemaal niet zo is, dat ze een nieuwe auto kopen, maar daar niet de middelen voor hebben. Dan denk ik aan iemand die net 18 geworden is, zijn rijbewijs heeft of juist mensen met een wat kleinere beurs en waarvoor die eerste auto of gewoon de auto die ze op dat moment hebben, geen elektrische is. Mijn vraag is: vindt u uw voorstel eigenlijk niet iets te elitair wat dat betreft? De heer Loekemeijer: Ja, weer, het gaat er natuurlijk om: het stimuleren van elektrisch rijden, omdat dat gewoon op vele niveaus beter is, beter voor het milieu, nou ja, noem het allemaal maar op, sowieso om ervoor te gaan zorgen, dat elektrische auto’s ook nog bereikbaar worden voor de mensen die net 18 zijn en met de kleine beurs zullen wij het elektrisch autogebruik moeten gaan stimuleren, zodat er meer elektrische auto’s verkocht worden, zodat er ook weer meer elektrische auto’s op de tweedehands markt komen enzovoort, enzovoort.
Dus ik denk dat het stimuleren van elektrisch autogebruik alleen maar ook voor die groep op termijn alleen maar voordelen gaat leveren, omdat er dan op een gegeven moment ook elektrische auto’s te koop komen in hun prijsklasse. De heer Kuhlmann: Maar uw voorstel heeft veel tot gevolg, maar heeft niet tot gevolg dat die elektrische auto goedkoper wordt. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann voert twee verschillende soorten woordvoeringen, begrijp ik wel, maar in elk geval, mijnheer Loekemeijer, zou u tot, nee, de heer Struijk heeft nog een interruptie voor u. De heer Struijk: Ja, en door die laatste opmerkingen komt er nog iets bij ook. De heer Loekemeijer had het net over het betere voor het milieu. Ik zou hem toch willen vragen omdat woord dan niet meer te gebruiken, waaruit er is niets beter voor het milieu, hooguit minder slecht. De vraag die ik eigenlijk heb is: bent u niet bang met een lager tarief voor een elektrische auto, dat dat een aanzuigende werking heeft op toch meer auto’s naar de binnenstad en het ging overigens terecht om ruimtebeslag, dus ik weet niet of ik daar blij mee zou zijn en ik weet ook niet of mijnheer Loekemeijer er blij mee zou zijn, want wij willen die binnenstad autoluw houden? En ook nog een opmerking, ik kan het niet laten over de Fiat 500.
Ik weet er ook wel iets van, hij kost meer dan 25.000 zelfs, maar dat soort auto’s hebben een hele kleine range, dus die worden eigenlijk alleen maar gekocht als tweede auto en ja, is de heer Loekemeijer dan een voorstander van dat de mensen een extra auto kopen om naar de stad te gaan en daarnaast nog een auto hebben om de langere ritten te maken? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer, ik stel u voor dat u over de elektrische waterstofauto begint, misschien … De heer Loekemeijer: Dat wordt wel een hele technische discussie zo. Dan ben ik even de eerste vraag van mijnheer Struijk kwijt.
32
De voorzitter: Het ging over het … De heer Struijk: De aanzuigende werking. De voorzitter: Sowieso. En de en de minder … De heer Loekemeijer: Ja, ik, ja, dat zal moeten blijken, kijk, als dat er is, dan moet je het beleid natuurlijk meteen aanpassen, maar ik denk niet dat dat gebeurt. Ik denk niet dat mensen beslissen: oh, ik kan met mijn elektrische auto goedkoop parkeren in de stad, dus ik ga met de elektrische auto naar de stad. Ik denk niet dat dat gebeurt, maar ik denk wel dat, en ik denk ook niet dat mensen alleen maar een elektrische auto zullen kopen, omdat ze zo goedkoop kunnen parkeren. Dat denk ik ook niet. Ik denk dat het een optelsom is, waardoor je met meerdere, met meerdere dingen ervoor kunt zorgen dat mensen net even de keus, dat net even de balans even valt naar een elektrische auto en dat is, denk ik, wat wij allemaal willen. De voorzitter: Was dat uw woordvoering? De heer Loekemeijer: Ja. Ik was eigenlijk al klaar. Maar toen kwamen de interrupties. De voorzitter: Toen kwamen de interrupties inderdaad en inmiddels verschijnen in de chat en dat zal niet iedereen meekrijgen, die thuis zit te kijken, ook nog eens allerlei linken naar websites. Enfin, het pleidooi was de vervuiler, minder vervuiling is goed. Ik wil naar de volgende spreker, GroenLinks, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u, voorzitter.
Wij hebben op zichzelf helemaal geen problemen met betalen per minuut in parkeergarages en al helemaal niet met een differentiatie van tarieven, zeker niet als die ertoe leidt, dat er minder op straat geparkeerd wordt en dan wat meer in de parkeergarages, dat zijn op zich verbeteringen en die hebben onze steun. De beantwoording van onze vragen over de Indische Buurt, die geven aan dat het college inderdaad tot op zekere hoogte constateert, hoewel het allemaal nog niet definitief is, dat het invoeren van betaald parkeren of het invoeren van hogere tarieven, enig effect heeft op het mobiliteitsgedrag. Nou, dat is dus reden om dit instrument inderdaad in te zetten, om het gebruik van de auto in de stad te reduceren. Wel vragen wij ons af of het tariefverschil, wat nu wordt geïntroduceerd tussen parkeren op straat en parkeren in een parkeergarage, voldoende is, A, om meer in de parkeergarage te gaan staan en B, om überhaupt minder of meer van andere vervoersmodaliteiten gebruik te maken? Het is ons nog steeds niet helemaal duidelijk, ook na de technische sessie niet, hoe de gedragsveranderingen nu zijn meegerekend in de modellen, die gemaakt zijn en mijn vraag is dus ook: wat zou een beduidend groter verschil in tarief en dan denk ik inderdaad aan het hoger maken van de tarieven op straat en niet het lager maken van het tarief in de parkeergarage.
Wat zou daar het effect van kunnen zijn? Maar je kunt ook een hele andere kant op denken, als het effect heeft of als het effect tegenvalt, dan in beide gevallen zou je willen dat er minder op straat geparkeerd wordt. Waarom heffen wij niet gewoon parkeerplaatsen op straat op, om het gewoon feitelijk onmogelijk te maken? Natuurlijk niet voor 100%, maar voor een deel, om daarmee daadwerkelijk het gedrag te beïnvloeden?
33
De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, dit soort pittige stellingen, dat roept reactie op vanuit de commissie. De eerste is de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, ik zou bijna zeggen: zo kennen wij GroenLinks weer en ik vind het een hartstochtelijk pleidooi, compliment daarvoor, maar ik zou de heer Van der Meer ook willen meegeven en ik ben ook benieuwd of hij daarop wil reflecteren dat het almaar duurder maken en ontmoedigen van met de auto naar het stad komen ook effect heeft op het ondernemersklimaat in die stad. Mensen gaan uitlokken tot meer online koopgedrag, want dan hoef je die stad niet in te rijden. Dan krijg je verlegging van mobiliteit, maar per saldo maak je de stad onaantrekkelijker, dus ik ben benieuwd of dat aspect ook wordt gewogen bij GroenLinks? De heer Van der Meer: Ja, dat wegen wij wel degelijk mee, maar ik denk dat inderdaad minder autoverkeer in de stad en vooral minder auto’s op straat, is dat juist aantrekkelijker maakt ook om te winkelen. Het zal een gewenningsproces zijn, dat realiseer ik mij heel goed.
Ik begrijp heel goed, dat er weerstand tegen is om mensen de mogelijkheid, om het moeilijker te maken met de auto de stad in te gaan, maar ik denk dat per saldo, A, het nodig is vanwege het ruimtebeslag, B, mensen zullen ontdekken na verloop van tijd, dat dat gewoon aantrekkelijker is en de stad wordt er schoner en aantrekkelijker van, dus ik ben daar niet zo zeker van, dat die verworvenheden, die wij nu hebben, dat we overal met de auto naartoe kunnen, dat dat tot in lengte van dagen zo zou moeten blijven, omdat het anders met de economie slecht gaat. Ik denk dat de economie veel meer door een slechter milieu wordt bedreigd en alles wat daaraan vastzit. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Nu zijn er nog meer interrupties, wil u wel even de commissie wel even een spiegel voorhouden, dat is dat er op dit moment best veel interrupties zijn, tijdens de eerste termijn en de wethouder nog ook aan het woord moet worden gelaten en er na dit agendapunt nog een ander agendapunt op de agenda staat. Dus wanneer u zegt van: nou, mijn interruptie is misschien een herhaling van zetten, laat hem achterwege. Als u zegt: het voegt toe aan deze discussie, dan is het prima en ik stel u graag in de gelegenheid om uw interruptie uit te spreken. Dat gezegd hebbend, de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. De bijval voor wat hetgeen mijnheer Kleinpaste zei.
Ik zou het niet tegen de ondernemers die het in onze stad nu moeilijk hebben, willen zeggen van: nou, die tarieven moeten omhooggaan. GroenLinks kennelijk wel. Maar ik hoorde ook iets anders. Daar gaat mijn vraag over om parkeerplekken te verwijderen, op te heffen. Ja, ik zou het niet willen, niet met die boodschap naar de mensen in de binnenstad of bijvoorbeeld mensen in de Indische Buurt, die nu met een gigantisch parkeerprobleem kampen, willen komen van: nou, wij gaan eens parkeerplekken weghalen. Maar u ziet dat wel als een goed verhaal naar die bewoners, die kampen met grote parkeerdruk? De heer Van der Meer: Ik heb het over parkeren in de binnenstad, parkeergelegenheid in de binnenstad voor mensen, die daar niet wonen. De voorzitter: Uw geluid valt af en toe weg, mijnheer Van der Meer. Maar u heeft het over een specifieke plek in de binnenstad?
34
De heer Van der Meer: Ik heb het over parkeren, parkeerplaatsen in de binnenstad, die worden gebruikt door mensen die er niet wonen. Die zou je voor een deel kunnen verminderen om, tenzij je, als je niet het tariefverschil heel groot wil maken, want ik denk dat een paar dubbeltjes verschil in tarief het gedrag, eerlijk gezegd, van mensen nauwelijks zal, het parkeergedrag nauwelijks zal veranderen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Osman Soy, mijnheer Soy, sorry. Even de heer Oostenrijk. De heer Soy: Mijn vraag die heeft rakelings hiermee te maken namelijk. De voorzitter: Waarschijnlijk hebben alle vragen daarmee te maken. De heer Soy: Oké, dan wacht ik even af. De voorzitter: Stel uw vraag, ja. De heer Soy: Nee, aansluitend op dit punt, het verwijderen van parkeerplaatsen, ik begrijp waarom GroenLinks daarvoor opteert, maar je hebt ook wijken net buiten het centrum, bijvoorbeeld het Beverwijcksplein, bewoners daar, die kampen nu al met parkeerproblemen en kunnen zelf geen parkeerplaats vinden. Ik heb het in mijn rekenmodel heb ik de Beverwijcksplein ook, zeg maar, vergeleken met Achterom, en als je daar ook nog eens parkeerplekken gaat weghalen.
Hoe ziet u dat voor zich? Dan krijg je toch steeds grotere problemen voor die bewoners daar? De heer Van der Meer: Ik denk dat wij het eens zijn, mijnheer Soy, dat zeker in de binnenstad de automobiliteit terug moet en dat wat er aan automobiliteit blijft, dat dat zoveel mogelijk naar de parkeergarages toe moet. Het enige wat ik nu stel, is dat behalve met tarieven, je ook met de fysieke gelegenheid tot parkeren zou kunnen spelen om die gewenste richting te realiseren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Soy? De heer Van der Meer: Ik heb geen voorstel over welke parkeerplaatsen en waar, daar zouden wij het met elkaar over moeten hebben. De voorzitter: Mijnheer Soy… De heer Soy: We verschillen van mening, maar dat mag. De voorzitter: Ja, gelukkig. In de volgorde had ik mijnheer Oostenrijk niet overgeslagen maar gaf u aan, gaf mijnheer Soy aan, dat die in het verlengde van de heer Kuhlmann een vraag had. Mijnheer Oostenrijk? U mag uw vraag stellen. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ook ik had in dat verlengde een vraag, want, ja, voor de hand liggend. Ik snap heel goed de beweegreden van de heer Van der Meer en ik zal hem in die zin willen bijvallen op die plekken, waar het er zich ook toe leent. Ik heb het niet over die situatie waar de parkeerdruk al veel te groot is.
De beste plek die voor mij herkenbaar is, waarbij ik ook de wethouder zou willen uitdagen om daarop te reflecteren,
35
is bijvoorbeeld het deel van de Groenendijk in aansluiting, als je daar, ik zou zeggen het heuveltje opgaat, richting de Noordendijk. Voor de invoering van betaald parkeren stonden die parkeerplaatsen, die parkeervakken altijd hartstikke vol, 100%. Als je nu gaat kijken, dan zie je een enkele auto daar staan. Oftewel het ultieme bewijs van een eigenlijk onbedoeld effect van het invoeren van betaald parkeren. Dus wat dat betreft, zou ik best mee willen gaan met de heer Van der Meer, om op die plekken, waar nu eigenlijk onbedoelde lege parkeervakken komen, om daar eens over na te denken, hoe wij die anders vergroend te kunnen invullen? De voorzitter: Dank u wel voor deze toevoeging. Ik zou mijnheer Van der Meer willen vragen om een afronding van zijn woordvoering. De heer Van der Meer: Ja, ik had nog één punt, voorzitter, dat gaat over de uitbreiding van het betaald parkeren. In andere wijken, dat heeft in principe zeker onze steun, A, om de automobiliteit te helpen, het terugdringen en B om het ruimtebeslag, om daar rekening mee te houden en in zekere zin ook in de rekening te brengen, maar wel een voetnoot daarbij, er is wel aandacht nodig voor met name lagere inkomens, die nog niet zonder een auto kunnen. Ons inziens pleit dat voor een nog veel grotere differentiatie tussen de eerste bewonersvergunning en de tweede bewonersvergunning.
Daarnaast mag, denk ik, voor het autogebruik, behalve voor mensen met een beperking, best een gezonde wandeling worden verwacht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Dan gaan we nu snel over naar de heer Struijk van de ChristenUnie/SGP. Mijnheer Struijk? De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Er is al een heleboel gezegd. Ik ga niet alles herhalen. In grote lijnen zijn wij het wel eens met de voorgestelde wijzigingen. Ik heb een klein beetje gemist in het verhaal. Bij sommigen hoor ik het wel, maar dat wij vooral ook positief moeten gaan kijken hoe wij minder auto’s in de stad krijgen en dat kan dus bijvoorbeeld openbaar vervoer en fiets, ik maak er zelf heel veel gebruik van en je kunt eigenlijk in 99% van de gevallen zonder auto, dus dat autogebruik wat onaantrekkelijker maken, daar hebben wij niet zo heel veel moeite mee en zeker wat de binnenstad betreft, aan de rand oké, maar ga niet verder, want daar is de ruimte al schaars genoeg en als dan toch moet, liever de parkeergarage in dan op straat, dus dat verschil, dat is prima. Wat ik gemist heb in het verhaal, dat is het verschijnsel autodelen. Ik ben geen voorstander, dat heeft u daarnet al gemerkt van goedkope, lage tarieven voor elektrische auto’s, maar wat autodelen, deelauto’s betreft, zou ik daar wel voor willen pleiten om het gebruik daarvan meer te gaan stimuleren.
Ik weet dat jongeren tegenwoordig minder hechten aan bezit dan, zeg maar, mijn generatie en de generatie net onder mij. Nou, dat is heel mooi. Ik zou niet zo gauw een deelauto nemen, maar dat is bij die jonge generatie echt anders en dat moeten we, denk ik, aanmoedigen, want er zullen op termijn toch echt minder auto’s moeten komen. Ik wil nog wel de wethouder wijzen op de parkeergarage, het Energiehuis, die, nou, zo ongeveer niet gebruikt wordt. Ik zou willen vragen: ziet u mogelijkheden om wat meer te stimuleren dat mensen daar toch gebruik van maken, wellicht met een nog lager tarief, maar hij is vast creatief genoeg om iets te verzinnen? Parkeerregulering voor de randgebieden, zeg maar, daar zijn wij het helemaal eens met die lagere tarieven. Ik ben heel benieuwd of er al serieuze plannen zijn voor parkeerregulering in Sterrenburg Noord. Ik denk dat de inspreker, die maar niet in staat is om in te spreken, de heer Schaap, daar ook wel benieuwd naar zou
36
zijn en daar mogelijk ook vragen over gesteld zou hebben en wellicht ook opmerkingen over gemaakt zou hebben. Ik denk dat ik het hier eventjes bij laat, want verreweg het meeste is volgens mij, ja, één dingetje nog, als er dan parkeerplekken over zijn en die niet meer nodig zijn, ik heb zaterdag inderdaad tot mijn verbazing geconstateerd, wat de heer Oostenrijk ook zag, al die lege vakken. Nou, wat kun je daar mooie groene dingetjes van maken, denk ik en dan wordt iedereen vast en zeker blij, want lege parkeervakken, die hebben we ook niet nodig. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Dan zouden wij toe zijn aan de PVV, maar die is niet meer in deze vergadering aanwezig. Gaan wij door naar de heer Portier van de SP. De heer Portier: Ja, voorzitter. Laat ik beginnen met het enige aspect van de voorstellen waar ik het mee eens ben, dat is de begroting van de differentiatie tussen straatparkeren en het parkeren in de parkeergarages, maar ik denk dat op een aantal punten, ja, de voorstellen gewoon lang niet ver genoeg gaan en in zekere zin zelfs de verkeerde kant uit, want er is voor gekozen, zeg maar, om bij het invoeren van het betalen per minuut in de parkeergarages, de tarieven per uur niet te verhogen, maar dat te verdisconteren in de straattarieven.
Feitelijk wordt dus het parkeren in parkeergarages goedkoper en dan vraag ik mij af: hoe past dit in het beleid om te bevorderen dat mensen met de fiets, de bus of met de benenwagen naar de stad komen, op plaatsen natuurlijk, als ze dichtbij genoeg zijn? Even een opmerking in de richting van de heer Loekemeijer: als iemand elektrisch rijdend naar de stad wil komen, dan kan hij op dit moment de bus nemen. Of een elektrische fiets. Ik denk dat wij veel eerder moeten naar een veel forsere verhoging van de tarieven op straat, want als ik nu naar de tabel drie kijk, ja, dan is er maar één plek, midden in de binnenstad met een tarief van 3,30 euro per uur. Dat houdt mensen niet tegen, maar op andere plekken, direct eromheen is het nog veel lager, dus ik vraag mij af van: hè, waarom niet in de binnenstad 5 euro per uur en op alle andere plekken op straat, zeg maar, binnen de schil, 2,50 minimaal per uur. De voorzitter: Mijnheer Portier, mag ik u even onderbreken, want u heeft vast nog één punt, maar mijnheer Soy, heeft een interruptie, daar waar u begon over andere mobiliteit stimuleren en hoe dat nou past? Mijnheer Soy? De heer Soy: Nee, ik wilde inhaken, maar de heer Portier heeft er zelf later ook bij stilgestaan.
De heer Portier schetst nu dat het in de parkeergarages goedkoper wordt en dat de omzetderving daarvan goed gemaakt wordt door straatparkeren groter te maken, maar de bedoeling daarvan is juist, nu loont het niet om in een parkeergarage te parkeren. Dus iemand die naar de binnenstad rijdt, die kan kiezen van: ga ik op straat of ga ik in de parkeergarage? Misschien dat het een dubbeltje scheelt, dus iemand kan er nu makkelijk voor kiezen om bijvoorbeeld op de Beverwijcksplein of ergens in de buurt daar te parkeren, dat wordt hiermee rechtgezet. Hoe staat u daarin? De voorzitter: Mijnheer Portier? De heer Portier: Ja, daar ben ik mijn betoog mee begonnen, dat ik die grotere differentiatie toejuich, dus wat dat betreft, wordt u op uw wenken bediend, maar ik vind dat wij veel meer, dat we eigenlijk moeten proberen de tarieven in de parkeergarages min of meer gelijk te houden, dus wel een lichte verhoging daar, aangezien je per minuut
37
betaalt, je gelijk uitkomt, maar dat het tarief voor op straat over de hele linie, wat mij betreft, omhoog zou moeten en dat wij ook af moeten van die enorme differentiatie van: hier kost het 1,50, daar is het 1,10, daar is het 1,90, dat is voor geen mens meer te volgen, dus ik wilde zeggen helemaal in de trend van echt flink duur, dat moet je gewoon niet doen en daarbuiten toch ook een flink bedrag. Laten we niet vergeten dat als mensen op bezoek gaan bij anderen, dat ze altijd ook voor bezoekerstarief kunnen parkeren. Laatste punt, in het kader van parkeren op straat tegen te gaan, ja, nu geldt het alleen van negen tot tien uur ‘s avonds. Waarom ook niet die tijden uitbreiden? Bijvoorbeeld van acht uur in de ochtend tot één uur ‘s avonds, zodat mensen ook niet met de auto naar de stad gaan om het café of nog erger de coffeeshop te gaan bezoeken, waarna ze al dan niet dronken en stoned weer naar huis rijden. Ook daar zou het handiger zijn, als mensen de bus op de fiets nemen. Ook vanuit verkeersveiligheid oogpunt. En daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Portier. Helder. De heer Stolk van de VSP. De heer Stolk: Ja, goedenavond. Ik heb niet veel meer toe te voegen als de woordvoering van Beter voor Dordt. En daar wilde ik het bij laten. De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Stolk. De heer Jansen, van de Partij van de Arbeid.
Mijnheer Jansen? De heer Jansen: Ja, zo kort als de heer Stolk kan ik het niet. De voorzitter: Wel jammer voor u. De heer Jansen: Jammer, hè, jammer. Maar ik heb de interrupties op een gegeven moment naar uw verzoek verders ingehouden. Ja, er ligt hier een voorstel, dat zoals de VVD het al noemde, verdedigbaar is. Dat vinden wij ook. Perfect is het niet. Ik mis bijvoorbeeld vrouwenparkeerplaatsen, veilige vrouwenparkeerplaatsen, goed verlicht en dicht bij de ingangen in de parkeergarages, dat is misschien iets wat wij in de toekomst nog kunnen regelen. Helaas is het nodig. Ook dat moet ik vermelden. Ik mis, zoals ik ook al aangaf, een relatie tussen de prijs van de OV en het parkeren. Het is op dit moment nog steeds goedkoper, als je met een gezinnetje bent, om met de auto naar de stad te gaan en daar te parkeren, dan dat het is om in de bus te stappen. Ik vind dat jammer, ik vind dat een gemiste kans. Daar had ik graag iets meer ingezien. Wij zien niets in het idee van de tijdelijk niet-gebruikte parkeerplaatsen, om die te gaan weghalen. Het gebruik van de ruimte is bij uitstek iets wat dynamisch is en parkeerplaatsen, die op dit moment misschien niet veel gebruikt worden, die kunnen over een jaar zomaar, als er andere inwoners in dat deel komen, opeens weer wel nodig zijn, dus daar willen we graag oproepen tot voorzichtigheid.
Wij zijn wel blij met het verschil tussen parkeren in de garage en op straat en wij vinden het inderdaad van belang, dat er altijd op toegezien wordt en dat moet echt nagezien worden, dat op straatparkeren duurder is en blijft, dan in de parkeergarages. Dat is meerdere keren genoemd vanavond en daar mag, wat ons betreft, nog wel een groter verschil tussen zitten ook en om de heer Kuhlmann zijn interruptie meteen maar voor te zijn: nee, dat hoeft niet door het parkeergaragetarief te verlagen, dat is op zich niet zo hoog, maar dat mag best op straat dan misschien nog net een fractie duurder. Daar hoeven de ondernemers niet zoveel last van te hebben, want mensen, die willen parkeren in de binnenstad, kunnen dan evengoed nog relatief
38
goedkoop in de parkeergarages parkeren. D66 had het over een evaluatie. En ja, het zal u, als u mij wat langer kent, niet verbazen, dat ik mij daar graag bij aansluit, want in heel veel van het aannemen van dit soort beleidsstukken, pleiten wij inderdaad voor een regelmatige evaluatie, dus daar sluit ik mij ook nu weer erg graag bij aan. En daar kan ik het eigenlijk mee afsluiten. De voorzitter: Ja, ware het niet dat de heer Soy nog een interruptie voor heeft. De heer Soy: Een hele korte opmerking hoor. Die evaluatie, dat heb ik ook benoemd, om te kijken van: ja, wat doet het? Want inderdaad, wat de heer Jansen zegt, het verschil tussen parkeren in een garage en op straatparkeren, is nog steeds in vergelijking met 7831 bijvoorbeeld nog nihil, dus ik ben ook wel benieuwd van wat doet dat met het gedrag na één jaar of anderhalf jaar, waarbij ik alleen de kanttekening wil maken van: hou er rekening mee ook, dat de binnenstad nu nog niet echt bezocht wordt vanwege coronamaatregelen en dat mensen nog terughoudend zijn, dus begingen evaluatie een paar maanden later, zou ik zeggen. Dat is de enige opmerking richting het college. De voorzitter: De heer Soy onderstreept het verzoek om evaluatie. Dank u wel. De heer Jansen: En die hoeft niet volgende maand al plaats te vinden. De voorzitter: Precies. Dank voor uw bijdrage, dan naar Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ja, er is heel veel gezegd, dus ik zal dat niet allemaal herhalen. Gewoon Dordt is ook voorstander van een groter prijsverschil tussen parkeren in garages, als op maaiveld, dus daar sluiten wij ons heel graag bij aan. Wij hebben weinig fiducie in het feit dat je met parkeertarieven überhaupt gedragsbeïnvloeding of mobiliteitsbeïnvloeding stimuleert. Daar geloven wij echt niet in. Het aspect van ruimtebeslag van auto’s is enorm, als je daar wat aan wil doen, zul je serieus met mobiliteit aan de slag moeten gaan, vandaar dat veel bijdragen ook die uitwijk naar mobiliteit wel hadden, dus daar moet u eens een keer apart bij stilstaan. Wij voelen er niet voor om elektrisch aangedreven auto’s voordeel te gunnen in de binnenstad, vanwege het argument van ruimtebeslag en ook ter wille van de tijd. Nou ja, nog één dingetje dan: wij hebben in november 2020 al een keer een motie ingediend, dat heette gewoon ‘Maatwerk in Parkeervergunningen’. Toen waren alleen VVD en PVV het met ons eens, dat wij daar op een creatieve manier naar konden kijken.
Ik roep graag nog een keer op van: kijk heel creatief hoe je met bewonersvergunningen, met parkeervergunningen in de buitenwijken met name om wil gaan, ook waar daar pleidooien voor worden gehouden, want het waterbedeffect blijft optreden, tenzij je een creatieve oplossing vindt, dus dat blijven wij van oordeel, dus vandaar dat ik dat dan toch nog maar een keertje herhaal en daar laat ik het bij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. Dan tot slot Fractie Jager. Wie mag ik het woord geven? Geen reactie van de Fractie Jager? Nee. Dan zijn wij gekomen aan de wethouder en de vragen ook nog, die aan de wethouder zijn gesteld. Onder andere door de heer Oostenrijk, evaluatiemoment genoemd door de heer Loekemeijer, GroenLinks met gedragsbeïnvloeding, weghalen van parkeerplekken aan de Noordendijk,