2.7 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 18 mei 2021.pdf
Tekst van het document
39
Groenendijk, parkeergarage Noordendijk, of die meer gebruikt zou kunnen worden en hoe past één en ander in het beleid om een andere mobiliteit te stimuleren? Nou? De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Wat een mooi debat. De verliezerscampagnes beginnen vroeg dit jaar. Maar wel ook veel inhoud gewisseld, vind ik mooi. Blij ook met de steun, vrijwel iedereen gaf een soort van steun, net geen perfectie, dat is dan wel weer jammer, maar wel veel steun voor het voorstel. Dat is mooi. Ja, een paar vragen komen natuurlijk heel duidelijk naar voren. Kan het tariefverschil niet groter? Nou, dat kan, natuurlijk kan dat, want het is een keus. Wij hebben gemeend in ieder geval uit te moeten gaan van budgetneutraal en dat hebben wij goed uit kunnen werken en op deze manier werkt het en wij zien natuurlijk een aantal dingen. Wij zien een heel moeilijk jaar voor ondernemers, wij zien dat wij ook niet goed kunnen voorspellen, hoe precies de economie zich zal herstellen, hoe het bezoek aan de stad zich zal herstellen, wat het gaat doen met ov, wat het gaat doen met autoverkeer en wij zien dat mensen ook weer zullen moeten wennen aan deze nieuwe tariefsdifferentiatie, dus we hebben wel gemeend het niet te gek te maken. Want natuurlijk, met tarieven kun je uiteindelijk wel sturen.
Niet iedereen is even beïnvloedbaar door een dubbeltje meer of 0,30 euro meer, maar als je het verschil groot genoeg maakt, dan gaat er echt wel wat gebeuren. Ik denk dat het goed is om gewoon eens even te kijken: hoe gaat dit werken? En wij monitoren heel veel, dus die evaluatievragen, die nemen wij daarin meteen mee. Wij monitoren heel veel op het gebruik en op de bezetting, op straat, de bezetting van de garages zelf, de omzet, dus daar kunnen wij, laten we zeggen, volgend jaar, in ieder geval in de nieuwe raadsperiode, zal het sowieso zijn, het goede gesprek over hebben. Ook als wij dan praten tegen die tijd over: wat wil je nog meer met tarieven? Paar detailpunten of isoleerpunten, ja, aparte tariefstelling voor elektrisch aangedreven auto’s. Wij hebben er ook niet voor gekozen, is best wel een beetje ingewikkeld soms, maar vooral ruimtebeslag, dat is een argument daarvoor. Er zijn voorbeelden van landen, maar ook wel in Nederland, ja, waar je doelgroep parkeren hebt. Het kan gaan om mensen met kinderwagens, het kan ook gaan om zwaarbeladen auto’s, elektrische voertuigen worden vaak wat dichter bij ingangen gezet, zoals pas nog in Alkmaar is er een brand geweest in de parkeergarage. Nou, elektrische voertuigen zijn daar kennelijk iets gevoeliger voor, dus dichter bij de uitgang. Ja, zo zou je ook kunnen nadenken, ik citeer de heer Jansen over parkeren voor vrouwen, apart.
Nou ja, elke doelgroep heeft wel belangen dan. We hebben daar nu geen plannen voor, maar wij kunnen dit idee natuurlijk vasthouden. Dan even een wat groter thema, waar een aantal van u echt uitspraken over deed. Moet je hiermee nou stimuleren, dat de binnenstad of de stad nog autoluwer wordt of eindelijk eens autoluw wordt, want ik merk het heel vaak, als wij bijvoorbeeld autoluw gebruiken, zegt de één: nou, ik merk er niets van en sommige mensen zeggen ook: ja, nou, het is al behoorlijk autoluw. Alles is relatief. Als je kijkt naar de projecten, die wij de laatste vijf of tien jaar hebben gedaan in de stad op het Begijnhof, het auto- of het voetgangersgebied, een aantal andere plekken in de stad, dan constateer je gewoon dat op die plekken het aantal parkeerplekken is afgenomen. Als je foto’s bekijkt van Dordrecht in de jaren 60, 70, dan stonden er in alle straten, waarvan je het nu fijn vindt, dat je er gewoon kan
40
lopen, voetgangersgebied, stonden er in al die straten, ook de zijstraten, stonden aan beide zijden van het weggetje rijen auto’s. Je kan het je bijna niet meer voorstellen, maar dat vonden wij toen een heel acceptabele oplossing. Ja, dat maakt al duidelijk, in één of twee generaties zijn die ideeën echt heel erg verschoven. Wij zitten in een ontwikkeling, waarin wij heel erg veel verlangen van onze ruimte. Wij verlangen dat wij kunnen wonen, wij verlangen dat wij natuurlijk groen hebben, wij verlangen speelplekken voor onze kinderen, maar verlangen ook veel bezoekers, want horeca, museumbezoek, die bezoekers, die willen vaak ook mooie dingen zien, ja, een veld vol blik is niet het eerste waar je dan op af komt, kortom, wij ademen mee met de vragen, die wij ons zelf stellen aan die stad, als bewoner, als bezoeker, als ondernemer enzovoorts. Ik denk niet dat een binnenstad, zoals Dordrecht die heeft, autovrij zou kunnen worden. Ik denk wel dat de binnenstad, die wij nu hebben, zich door zal ontwikkelen naar op sommige plekken nog veel meer autoluwheid en dat zal ook niet in één keer kunnen. Want auto’s die verdwijnen, moeten ook ergens heen. En ook dat kun je heel goed organiseren, maar het gaat wel stap voor stap.
Nou, met het voorstel Spuiboulevard, de verkeersstructuurplan Spuiboulevard hebben wij vorig jaar een goed besluit genomen om heel veel meer wonen in de stad mogelijk te maken en ook meer autoluwheid te organiseren. Nou, dat betekent veel voor de verkeersbalans, dat betekent veel voor de OV-vragen die wij hebben enzovoorts, dus daar gaan we het nog later weer over hebben, maar dat het beweegt, dat is gewoon helder. Even kijken hoor, het meeste heb ik nu gehad. Ja, de vraag van de heer Struijk, de garage Energiehuis, kunnen wij daar niet meer mee? Ja, het is een garage die is gebouwd op een piekbelasting, enfin natuurlijk veel culturele voorzieningen in de buurt, op de avonden en dat is natuurlijk het laatste jaar heel summier, de avonden dat Kunstmin, Energiehuis, voorstellingen hebben, dan wordt hij best goed gebruikt, daaromheen niet zo, dus wij zouden best eens kunnen kijken, wat het zou doen als we bijvoorbeeld voor bezoekers een lager tarief zouden kunnen aanbieden. Ik verwacht daar niet meteen hele grote wonderen van, want dit is nu al niet een hele dure garage, het is één van de goedkopere garages, dat is niet voor niks, want hij zit wat excentrisch ten opzichte van de binnenstad zelf.
Maar daar wil ik best nog wel eens een keer naar kijken, maar het kan ook in één van de scenario’s, die wij natuurlijk elk jaar bespreken, kan het wel meegenomen worden, als wij de EPV bespreken. De voorzitter: De heer Struijk had ook nog een vraag over Sterrenburg Noord. Daar wees hij nog een keer op in de chat. De heer Van der Linden: Ja. Ja, dat klopt. Ik heb binnenkort een gesprek met onder andere de heer Schaap over, over de parkeerproblematiek daar en de oplossing heeft natuurlijk ook te maken wie wij kiezen en gaan organiseren bij het ziekenhuisterrein en ik verwacht daar binnenkort echt wel uitsluitsel over en dan kunnen wij daar ook verder op ingaan, dus dat moet nog even wachten, maar dat verwacht ik wel binnen nu en, nou, laten we zeggen, een jaar of zo, dat wij daar helderheid over hebben. Autodeling is ook een belangrijk gegeven, wat even door een paar van u genoemd is. Ik verwacht inderdaad veel van autodelen. Wij zien de nieuwste generatie rijders, dat het bezit echt afneemt, niet met een enorme grafiek, maar wel met een gestage lijn. Procentueel is het nog niet groot, maar als het elk jaar gewoon een beetje groeit, dan ga je vanzelf krijgen dat twintigers die nu geen auto hebben, natuurlijk als 30+ zijn en een gezin hebben en zo, dan doen ze dat voor een deel wel, maar voor een ander deel ook niet.
Dus autodelen zal gaan groeien en wij hebben ook het voornemen om tussen nu en een paar maanden
41
eens met een agenda deelmobiliteit te komen, het gaat over deelfietsen, maar ook over deelscooters, die zich nog veel sneller ontwikkelen, dan deelauto’s, maar ook over deelauto’s. Dus daar kunnen we tegen die tijd op doorgaan. Ik denk dat ik alles heb gehad … De voorzitter: Het evaluatiemoment, had u dat ook al? De heer Van der Linden: Ja, ja. Evaluatiemoment, dus wij monitoren continu. Ons voorstel is nu om het zo te doen en de tarieven zo eventjes ook te laten landen, te kijken wat corona, nu we uit corona komen, wat dat gaat doen, ja, en dan volgend jaar ergens in het jaar en natuurlijk dan is het voorjaar, verkiezingen, maar daarna ergens te kijken wat wij ophalen ten aanzien van gebruik en nou misschien zelfs verandering in het gedrag van mensen. De voorzitter: Ja, dat laatste, daar had GroenLinks nog een vraag over: hoe gedragsveranderingen zijn meegenomen? En de heer Oostenrijk, die heeft nog gevraagd of u wilde reflecteren op onder andere datgene wat de heer Soy aan het begin weergaf bij het schermdelen, die grafiekjes, wat uw reflectie daarop zou zijn? De heer Van der Linden: Ja, ik vond die grafiekjes heel goed gedaan.
We refereren in het huidige voorstel, het tariefverschil tussen garage en straat, refereren wij aan het geniet er vlakbij en natuurlijk, je ziet, als je de hele binnenstad pakt en zeker met de negentiende-eeuwse schil erbij, zie je grote tariefsverschillen op straat en die zie je ook in de garages, dus inderdaad als je bereid bent iets verder te lopen en veel mensen doen dat. Je kan eindelijk onze binnenstad in, nou, als je een beetje op tempo loopt, in een uurtje ben je er goed doorheen, ja, dan kom je door een aantal verschillende zones, dus op zich klopt dat. Wij kiezen hier nu voor en moet even kijken hoe dat zich ontwikkelt dan in de loop van de komende tijd en daar kunnen we dus, ik schat in de nieuwe raadsperiode, heel goed op terugkomen. Dan het beïnvloeden van gedrag, kijk, gedragsbeïnvloeding zit nu niet in de parkeermodellen. Wij hebben wel gezien, wij hebben twee jaar geleden nieuwe parkeernormen vastgesteld, dan zie je dat de behoefte aan mobiliteit is natuurlijk door heel de stad, maar hoe je die invult, dat verschilt echt. In het centrum voer je het gesprek over: oh, wat woon ik hier fantastisch, wat een mooi oud pand, wat een leefbare stad, kijk eens wat een uitzicht. Eerst, mijn auto zet ik echt heel ver weg neer, ja, zeker, en dan heb je het over mensen die betalen heel veel geld voor een woning.
Mensen die voor de helft van het geld een woning kopen in één van de buitenwijken, die zeggen heel andere dingen. Die zeggen natuurlijk voor- en achtertuin en lekker dicht bij het buitengebied. Vaak ook en natuurlijk auto wat dichter in de buurt. Dus dat zijn uiteenlopende belangen. Je ziet ook dat wij in de binnenstad een fietsparkeernorm hanteren, dat wij op parkeerfunctie kunnen reduceren, omdat er ovaanbod is en dat doen wij ook, en ook omdat wij gewoon zien dat mensen die kiezen voor de binnenstad vaak nu al minder auto’s hebben. Er zijn gebieden waar, het zijn ook nieuwe projecten, waar de parkeernorm nu al is en die appartementen worden grif verkocht, ja, dat is in sommige andere stukken van de stad natuurlijk anders. De voorzitter: Oké. Er zijn nog twee vragen of interrupties, de heer Oostenrijk en daarna de heer Van der Meer.
42
De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, de wethouder heeft veel woorden gewijd aan de tarieven parkeren op straat en parkeergarages, maar hij geeft eigenlijk geen antwoord op hetgeen wat ook de heer Soy en ik heb aangegeven, dat dus in de nabijheid van parkeergarages het nog steeds aanlokkelijk blijft, ook na de één minuut parkeertarieven, dat het aanlokkelijk blijft om op straat te blijven parkeren. Oftewel ik heb dus ook heel nadrukkelijk gepleit voor het verder nuanceren van het parkeren op straat, dichtbij parkeergarages, waar het ook leidt tot hoge parkeerdruk, een grotere schil dan nu voorgesteld en aan de andere kant, waar er totaal geen effect is met de parkeergarage om daar desnoods het tarief nog te verlagen. Het tweede punt, wat ik nog niet van de wethouder heb gehoord, is de suggestie om op die plekken en ik heb die plek aan de Groenendijk genoemd, op die plekken, waar het nu alleen maar onkruid groeit, om dan daar tot maatregelen te gaan, waarbij je zegt van: nou, kunnen wij het niet vriendelijker, cq groener inrichten? De voorzitter: Nou is onkruid wel subjectief, mijnheer Oostenrijk. Maar de heer Van der Linden, wilt u hierop reageren? De heer Van der Linden: Ja, die laatste vraag heb ik inderdaad nog niet meegenomen in mijn woordvoerding, die eerste wel hoor. Kijk, wij hebben dus gekeken naar de onmiddellijke omgeving van de parkeergarage.
Dat is de referentie geweest en wij kunnen er ook voor kiezen om het verschil tussen de allergoedkoopste plek op straat in de binnenstad te vergelijken met de allerduurste plek in de parkeergarage, dat kan ook. En dan ga je het verschil groter maken of andersom. De allergoedkoopste plek in een parkeergarage te vergelijken met de duurste plek op straat. En dat dan, dat kan, alles kan, alleen hier hebben wij ervoor gekozen, omdat dat ons de meest faire vergelijking leek. Ik ken mensen, die ken ik, persoonlijk, die wonen in de binnenstad en die parkeren helemaal aan de zuidkant van de Reeweg bij het benzinepompstation, want dan hoeven zij niets te betalen. Die mensen beïnvloed je anders, dan mensen die zeggen: nou, ik loop echt 10 meter en dan moet hij er staan. Dit is de keuze geweest en als u zegt: ja, het moet op een andere manier, dan zult u in ieder geval een straattarief waarschijnlijk fors gaan verhogen en dat kan een keuze zijn. Ons voorstel is dus, om dat in overweging te nemen op het moment dat wij een jaartje hebben geoefend met deze tariefsverschillen. De voorzitter: En Noordendijk, Groenendijk? De heer Van der Linden: Ja, dan even Groenendijk. Kijk, dat is natuurlijk inderdaad en de heer Oostenrijk zei dat al, dat is een heel duidelijk neveneffect, een onbedoeld neveneffect, van het gegeven dat je de parkeerregulering hebt ingevoerd.
En ik zou het op zich een goede aanleiding vinden om op zulke plekken na te denken over de vraag: hé, zou je deze ruimte anders kunnen gebruiken? Ik vind Driehoekje, waar wij het over hebben, is natuurlijk een ruimte, die al heel groen is, waar ook op zich ruimte voldoende is, want veel mensen hebben een voor- en achtertuin enzovoorts. Ik zou het mooi vinden als we dat gesprek kunnen voeren in het centrum, want ik ken ook mensen die zeggen: ik woon in het centrum en mijn buurman, die parkeert voor mijn huis. Ik wil dat daar een boom komt. Ik wil daar geen auto, maar ja, het is publieke ruimte en die is echt schaars. Ik kan mij heel goed voorstellen, dat wij tzt in het Driehoekje nog eens kijken: is al die parkeerruimte, die nu leeg ligt te wezen, nodig of kunnen wij en dan haak ik aan bij het woord creatief van de heer Kleinpaste, kunnen wij zorgen dat een beetje van het
43
parkeren in de Indische buurt, toch nog ergens daar kunnen georganiseerd, maar dan moet je misschien iets met de sector doen. Nou, kortom, ik zou het niet zomaar wegdoen op die plek. Dit gesprek is natuurlijk wel eentje, dat wij ook wel hebben gevoerd, want u weet zelf, er zijn nu terrassen op sommige plekken in de stad, waar eerst geparkeerd werd, wij hebben ook fietsvlonders op plekken, waar eerst geparkeerd werd, dus gaandeweg doen wij het al en vaak beginnen wij daar op een tijdelijke manier mee en als we dan zien van: hé, dit werkt en het past goed bij bijvoorbeeld het café wat hier zit en het levert geen extra parkeerdruk op, nou, dan maak je het soms per minuut. De voorzitter: Ik dank u wel. Dan wil ik de heer Van der Meer nog gelegenheid geven. Mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Wethouder, ook bedankt voor de beantwoording en voor het toezeggen van een evaluatiemoment. Dat lijkt mij inderdaad heel erg belangrijk. En daar wilde ik nog het volgende over zeggen: wij spreken weer in deze discussie heel erg over wat nou precies de gedragseffecten zouden kunnen zijn van de maatregelen die wij meten? En in feite weten wij dat volgens mij nu niet zo goed en ze zitten ook niet in de modellen. In de Indische Buurt en in de Driehoek beginnen wij daar iets over aan de weet te komen over die gedragseffecten.
Ik zou het voor de evaluatie heel goed vinden, als wij een globale uitspraak doen over wat voor gedragseffecten wij nou eigenlijk graag willen realiseren? Hoe groot zou die ongeveer moeten zijn, voordat wij tevreden zijn over bijvoorbeeld de tariefsdifferentiatie, die wij hebben ingevoerd? En ik zou de wethouder vragen of hij daarover na wil denken en eens met een voorstel over zou willen komen? De voorzitter: Dank u wel. Nou, u krijgt wat nadenkwerk mee? De heer Van der Linden: Ja, mag ik daar kort op reageren? De voorzitter: Dat mag. De heer Van der Linden: Kijk, puur vanuit de businesscase parkeren is de vraag vrij eenduidig. Er is een parkeervraag, die lossen wij op, tot op zekere hoogte en dat doen wij deels op straat en deels in de garage en als wij zeggen: hé, er wordt nu op straat iets te veel geparkeerd, in de garage iets te weinig, dan schuif je aan de tariefknop. En dan wordt er in de garage waarschijnlijk iets meer geparkeerd en als je dat nog te weinig vindt, draai je nog een keer aan de tariefknop en dan … De heer Van der Meer: Wanneer bent u tevreden? Als de garage vol is? De voorzitter: Wanneer bent u tevreden? De heer Van der Linden: Nou ja, ik denk, als je hem zo simpel bekijkt en simpel is niet simpel, maar is gewoon puur vanuit de businesscase parkeren, dan ben je dan tevreden. Maar natuurlijk, wij willen eigenlijk ook leefbaarheid, groen, speelplekken.
Wij willen ook dat ondernemers goed bediend kunnen worden. Wij willen ook bevoorrading, wij willen dat het emissieloos kan of niet. Wij willen, kortom, we verwachten heel veel van die stad. Al die dingen, kan ik niet in een model stoppen. Dat gaat niet lukken, maar in het kader van mobiliteitsbeleid en wij hebben natuurlijk elk jaar of elke paar jaar het gesprek over
44
mobiliteit. Wij hebben een aantal keuzes gemaakt. Wij kiezen voor 10.000 woningen. Dat kan alleen maar, als wij niet zelfde modaliteitsshift hebben, als nu. Er moet meer gefietst worden, er moet meer gelopen worden en er moeten meer mensen in een bus gaan zitten, anders staat de stad 24 uur per dag, nou, niet vast, maar het beweegt niet meer. En dat kan wel, dat kan met allerlei ingrepen, ik geef één voorbeeldje, we hebben wij de Singel vorige week, de verkeerslichten weggehaald, waarmee je een aantal cycli weghaalt en de doorrijdbaarheid van de Singel weggehaald en tijdens de werkzaamheden kreeg ik behoorlijk wat moppers: ja, maar wie heeft dit verzonnen? Hebben wij wel een verkeerskundige in de stad? Dat was een vraag die ik kreeg en nu is het zover. Ik heb die route nu al een paar keer gefietst, het is wel heel ontspannen reizen. En natuurlijk, wij gaan heus nog wel ergens een knelpuntje tegenkomen, maar het werkt. Is dat nou voldoende? Nee, zeker niet. Maar het is wel een moment waarbij je ziet: nou, dit is gelukt, minder wachtverkeer, het rijdt lekker door, als fietser heb je er baat bij, als automobilist heb je er ook baat bij. Nou, hartstikke mooi.
De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, dank ook voor deze uitgebreide reactie en toch nog de vraag inderdaad van de heer Van der Meer om na te denken over: is daar ook niet iets mee te doen in de zin van de evaluatie? De heer Van der Linden: Dat ga ik toezeggen, ja. De voorzitter: En wat is dan het startpunt? Ja, precies, dank u wel. Beste commissieleden, wij hebben één termijn gehad, de wethouder is uitvoerig ingegaan op de vragen die er zijn gesteld. Ik wil u vragen, hoe wij verder gaan met het raadsvoorstel? De vraag is of deze als hamerstuk, er is nu een goed debat gevoerd wat mij betreft, maar zo kijk ik daartegen. De vraag is of dit voorstel als hamerstuk naar de raad kan. Ik zie graag uw reactie daarover in de chat. De heer Portier, die gaat hoe dan ook een amendement indienen, misschien is een alternatief van een stemverklaring ook aardig, zat ik wel eens te denken en even kijken, ik zie, ik wacht eventjes, mijnheer Soy, ik wacht even af tot dat ik de rest van de reacties zie. Het is allemaal geen probleem met hameren.
Dat betekent dat wij gaan hameren en ik begrijp dat, nou ja, dat is het mechanisme op het moment dat er een amendement komt, dat dat dan een bespreekstuk gaat worden en dan is het de laatste tijd goed gebruik om gewoon de bespreking in de raad toch vooral en alleen te richten op datgene wat in het amendement naar voren wordt gebracht en ik zou de heer Portier ook willen vragen om dan tijdig dat amendement ook wel rond te sturen, omdat de raadsvergadering volgende week dinsdag is. En de heer Soy wil ik nog even het woord geven. Mijnheer Soy. De heer Soy: Ja, heel kort, de wethouder, die heeft het volgens mij wel toegezegd, dat wij het even goed evalueren: wat doet dat met die omringende wijken? En dat wij daar misschien later nog een keer bij stilstaan, dan bereiken wij daadwerkelijk dat die buurtbewoners daar minder parkeerdruk gaan ervaren door deze maatregelen, niet alleen de binnenstad, maar denk bijvoorbeeld ook rondom het Energiehuis, Energieplein en bezoekers van, van het Energiehuis en de bioscoop. Dus laat wij daar evenwel goed een evaluatie op loslaten over pak hem beet een jaar en anders daar nog eens gericht beleid op voeren. Voor nu ben ik heel blij met het voorstel, betalen per minuut, sowieso, dat hadden wij als Beter voor Dordt ingebracht, dus daar zijn wij ook heel blij mee.
45
De voorzitter: Ja, dank u wel. Mijnheer Soy, dank u wel. Dus het voorstel vanuit deze commissie is om het naar de raad te brengen, als hamerstuk en dan weten we dat op het moment dat er een amendement komt, dat het dan alsnog een bespreekstuk wordt, maar dan wel dat de bespreking zich uitsluitend richt op dat ingebrachte amendement. Ik wil iedereen danken voor de bijdrage aan deze discussie, ook de wethouder en ja, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, excuus, voorzitter, nog even een opmerking richting de wethouder of hij mijn dank wil overbrengen aan zijn ambtelijke ondersteuning, die naar aanleiding van de technische sessie daar nog een stuk heeft op, er kwam een beetje een onaardige opmerking via de mail van iemand die nu niet in deze bespreking aanwezig is, maar wat mij betreft, was dat een prettig en dat heeft mij geholpen in de voorbereiding van vandaag, wil ik nog even doorgeven, of hij dat wil, aan de ambtenaar wil doorgeven. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. Dus wij sluiten daarmee deze bespreking. Ik wil even 2 minuten looppauze, zeg maar, voordat wij het volgende verder gaan, dus dit punt is afgesloten, hamerstuk, raad, tenzij een amendement en dan gaat het alleen daarover. Nog even 2 minuten en dan gaan wij verder met de Molen Kyck over den Dyck. Tot over een paar minuten.
PAUZE 24.Beantwoorden artikel 40-vragen VSP De Molen Kyck over den Dyck Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Beste commissieleden, wij vervolgen de vergadering met het laatste inhoudelijke bespreekpunt. Dat gaat en inderdaad ga ik zo meteen de heer Stolk het woord geven. De antwoordbrief is geagendeerd namelijk, de antwoordbrief op de artikel 40-vragen van VSP over de Molen Kyck over den Dyck is geagendeerd op verzoek van de VSP-fractie met de volgende politieke vraag: wat vinden de andere partijen van onze vraag om geld beschikbaar te stellen voor de molen. Mijnheer Stolk, u krijgt nu van mij als eerste het woord en daarna inventariseer ik via de chat of andere fracties daar nog iets op aan te vullen hebben. Mijnheer Stolk? De heer Stolk: Ja, ik hoop dat er nog voldoende aandacht is na zo’n lange zit vanaf half zeven, dus bij deze ga ik toch een poging wagen. Voorzitter, op 5 mei of 5 maart heeft de VSP artikel 40-vragen gesteld over een bijdrage van de gemeente aan de reparatie van de molen aan de Noordendijk. Bij de inspectie is naar boven gekomen dat er scheurtjes in de roeden zitten en deze gerepareerd moet worden. De reparatie, zo’n 135.000 euro kan de stichting niet betalen. Het Rijk kan maximaal 50% subsidie bedragen en de rest moet door andere middelen betaald worden. Het bestuur is zelf bezig geweest binnen te halen door donatie en geld van het bedrijfsleven.
Dit zal niet voldoende zijn. Het bestuur is bij de gemeente geweest voor een aanvullende subsidie, maar die heeft nul op het rekest gekregen, onder vermelding dat de molen rijksmonument is, en dat de subsidietoekenning een taak is voor het Rijk. Wel is de ondersteuning op het gebied van PR aangeboden om gelden binnen te krijgen. Als extra info: de molen is 20 jaar geleden voor 1 euro aan de stichting verkocht met de mededeling dat ze zelf hun broek moeten ophouden. De gemeente heeft wel voorgesteld
46
een lening te geven met een rente van 1%, maar de inkomsten zijn te mager om deze lening te kunnen betalen en aflossen, want de molen is geheel afhankelijk van donaties en giften. Naar aanleiding van deze antwoorden hebben wij dit als bespreekstuk aangevraagd met de politieke vraag, zoals net gezegd. Voorzitter, de molen, die dus aan de Noordendijk staat, is de enige overgebleven molen, die Dordrecht rijk is. Het is één van de gezichtspunten van Dordrecht. In de antwoorden op de vragen geeft het college zelf aan dat die conische ligging op de dijk van groot cultuurhistorisch en stedenbouwkundig belang is voor Dordrecht. De wieken staan nu stil en de molen draait nu op elektriciteit om toch de productie te maken. De roeden zijn nu van de wieken gehaald, maar er is nog niet voldoende geld. De VSP wil dan ook aan de commissie vragen op één of andere manier het tekort bij te leggen tot een maximumbedrag van 30.000 euro, maar daarbij verteld dat ik vandaag nog contact heb gehad met de voorzitter, omdat nog niet zeker is dat het Rijk de subsidie gaat verstrekken en dat zou 67.000 euro zijn, dus ze hopen het wel. Goed, voorzitter, wij zijn trots op de molen, de molen draait op de wind en dat moet elke politieke partij aanspreken. De molen moet draaien.
Dus bij deze de vraag aan de andere commissieleden of zij dit willen steunen en om toch de vraag te doen om dat geld, rond de 30.000 euro maximaal, als het Rijk betaalt, om daarvoor toch bij de gemeente aan te kloppen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stolk. Helder. En ik zou willen vragen aan de commissieleden om via de chat aan te geven of nog daar iets op aan te vullen is en daarnaast wil ik u er ook op wijzen, dat in de antwoordbrief ook wel een soort opening staat van het college, namelijk op een eventueel verzoek van de eigenaar van de molen te onderzoeken of voor een aanvullend bedrag dat nodig is om de wieken te restaureren, of daar toch alsnog ruimte voor gevonden zou kunnen worden. Eén, twee, ik zit even, er zijn veel woordvoeringen, kort, dank u wel, mijnheer Struijk. Ik zou willen oproepen aan de mede-commissieleden om de woordvoeringen kort te houden en dan begin ik volgens mij, ik moet eventjes altijd hier op de tijd letten, wie er als eerste dan dat vraagt. Ja, de heer Jansen. Mijnheer Jansen? De heer Jansen: Ja, dank u wel. En ik kan het inderdaad kort houden. Ook wij zijn trots op de windmolen. Het zal u niet verbazen als u mij hier eerder over gehoord heeft, dat ik een groot liefhebber ben van windmolens, zowel historische als nieuwe windmolens.
Ik heb bij Studio De Wit al eens het idee geopperd om de molen Kyck op den Dyck een renderend aandeel te geven in een mooie, nieuwe te bouwen windmolen, zodat de nieuwe windmolen kan zorgen voor het onderhoud van de oude, lijkt mij symbolisch gezien prachtig. Dat gaan we nu niet meer op tijd redden. Het is een monument, het is een prachtig monument. Ik vind het antwoord, dat het een rijksmonument is en de gemeente er dus geen bijdrage aan kan leveren, vind ik wat, vinden wij wat kort door de bocht. Het is een uniek monument, dus het college is bang voor precedentwerking, maar als iets uniek is, dan betekent het enig in zijn soort, dus er zal, tenzij er plotseling een andere windmolen in Dordrecht gevonden wordt met dezelfde problemen, is dit een unieke situatie en wij lezen in de brief ook, dat de burgers en de bedrijven in Dordrecht ook trots zijn op de molen, want die hebben ook via crowdfunding een behoorlijk bedrag gesponsord. En wij stellen eigenlijk voor en wij vragen ons af wat het college van dat idee vindt om als gemeente te zeggen: dit vinden wij zo sympathiek van deze burgers en deze bewoners, dit gebaar ondersteunen wij door voor elke euro, die op deze manier via crowdfunding binnengehaald is, ook een euro bij te dragen als gemeente zijnde. En
47
volgens mij moeten wij dan aardig in de buurt van die 25.000-30.000 euro komen, die de heer Stolk voorstelt en voordat iemand gaat roepen: waar moeten wij dat dan van betalen? Want dat is logisch, als iets geld nodig heeft, dan moet het ergens uitkomen. Volgens mij hebben wij een kleine 18 miljoen overgehouden op de jaarrekening van 2020. Daar zal vast een gaatje in te vinden moeten zijn. De voorzitter: Met dat bedrag zal de molen heel blij zijn in elk geval. De heer Jansen: Ik zou niet alle maanden de molen willen steunen, maar een paar nieuwe molens kunnen wij er wel van bouwen. De voorzitter: Dank u wel. De volgende in mijn lijstje is de heer Oostenrijk. Mijnheer Oostenrijk? Nee, zeg ik dat goed? Ja, zeg ik goed. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, zoals de heer Jansen al heeft gezegd, de molen is uniek in zijn soort, dus wij kunnen het ons, wij mogen het ons niet permitteren om de molen, wat dat betreft, te laten verslonzen, want dat is al in het verdere verleden ook al eens een keer gebeurd. Wij moeten er zuinig op zijn. Dus in die zin, herkennen wij wel degelijk het pleidooi van de VSP om de molen te helpen. Wel willen wij, wat dat betreft, eerst het college oproepen om met nog meer kracht richting de rijksoverheid te gaan om de subsidie ook gestand te doen en waar mogelijk te verruimen met eenzelfde argumentatie, als wat wij eigenlijk allen hebben.
Als dan blijkt dat er nog een gaatje te dichten valt, ja, dan mogen wij ons niet aan die verantwoordelijkheid onttrekken, dus in die zin steunen wij het gevoel, wat ook de VSP heeft geuit. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. Daar laat u het bij voor nu? De heer Chapel heeft overigens aangegeven, ook wat te willen aangeven in de aanvulling, maar misschien komt u daar onderling wel uit. De heer Kleinpaste. Goed, mijnheer Chapel, toch leuk u te zien. Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ja, kort en goed, wij vinden dat het college een heel keurig antwoord heeft gegeven binnen de spelregels, die gelden. En ook Gewoon Dordt hecht erg aan de molen, dus daar geen misverstand over, maar laten wij niet het frame optuigen, dat je alleen maar om die molen kunt geven, als je nu ook op een andere manier de portemonnee gaat trekken. Ik ben het met de oproep van de heer Oostenrijk eens van dat het college nog een keer goed kan kijken, wat er meer nodig is, het Rijk kan aanspreken. In beginsel is het goed beantwoord. Komt de nood aan de man, is er een nieuwe situatie ontstaan, waar wij het dan misschien een keer over moeten hebben. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, goedenavond. Ik zal het kort houden. Wij kunnen ons in grote mate aansluiten bij de heer Kleinpaste.
Ook voor ons is deze molen prachtig, maar ook gelezende de beantwoording, ik hoorde net van de heer Stolk dat de subsidie nog niet bekend is of die wordt toegekend vanuit het Rijk en dat lijkt ons wel de eerste route om daarin te bevaren. Dus dat lijkt ons wel een nodige. Voor de rest hebben wij ook uit een ander kanaal begrepen en dat is een vraag, die wij nog aan het college nog willen stellen, is dat de molen toch ergens eigendom is van de gemeente, dus dat is dan een
48
vraag, die wij dan wel daar nog bij willen stellen. En goed, op dit moment lopen er verschillende acties om geld in te zamelen en volgens mij zijn ze daar heel goed bezig en heeft ook de stichting een goede financiële reserve. We wachten eerst de subsidie van het Rijk af en mocht dat tot niets leiden, kunnen wij alsnog op zoek naar manieren om deze stichting te helpen, wat niet per se is, dat wij daarmee het restant van het bonnetje betalen, maar in brede zin helpen dan ook bij de ondersteuning van de subsidieaanvragen en de case daar sterker maken. Dat lijkt ons ook een belangrijke stap. De voorzitter: Case sterker maken, belangrijke stap. Nou heeft, denk ik, de heer Stolk een interruptie voor u. Mijnheer Stolk? De heer Stolk: Ja, ik vind het jammer dat eigenlijk het reservebedrag erbij genoemd wordt, dat is op het ogenblik een bedrag van 100.000 euro. Nou, de vereniging is geheel vrijwillig, die heeft de molen aangekocht voor één euro een X-aantal jaren geleden, dus ze draaien helemaal op eigen initiatief. De 30.000 euro, die nu binnen is gekomen, dat is eigenlijk nu wel gestopt, dus misschien dat door deze actie, dat er weer wat bedrijven en mensen zijn, die wat geld erbij willen doneren, dat zou alleen maar heel fijn zijn, maar ja, het is dus heel hard nodig om toch die gelden tevoorschijn te toveren.
Die 100.000 euro, nou, ik werd vandaag nog bijgepraat, de ramen die geschilderd zijn, omdat zij dus ook slecht waren, blijkt nu ineens verrot te zijn, dus dat moet ook vernieuwd worden en dat wordt dus uit dat reservefondsje, wordt dat er uitgehaald en ik denk, zeker als VVD zijnde, dat je altijd moet zorgen, dat je iets achter de hand hebt, en niet alles weg moet geven, dus in dit geval, denk ik, dat ik toch wel naar dat bedrag mag vragen. De voorzitter: Laten wij eens horen of u de heer Noldus heeft overtuigd? De heer Noldus: Ik weet niet zeker, voorzitter, of ik daartoe overtuigd moet worden. Ik weet alleen en dat is ook de informatie, die wij ook hebben gehad, dus dat er een ruime reserve is en dat is een reserve voor onderhoud. Nou, de vraag die nu voorligt, lijkt mij onderhoud en restauratie. Ik snap dat je niet het volledige bedrag tot aan nul aan toe kan besteden. Daar zal iets van een meerjarenbegroting onder liggen qua onderhoud, kan ik mij zo voorstellen. Dus ik neem aan, dat zij zo begroten. Dus, maar toch, nee, verder geen toevoeging eigenlijk. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Struijk. Mijnheer Struijk? De heer Struijk: Ja, daar ben ik, voorzitter, dank u wel. Nou, wij vinden die molen natuurlijk geweldig. Wij houden ervan en het allermooiste is, als hij draait en dan genereert hij ook nog inkomsten.
Afgelopen zaterdag ben ik nog geweest om een voorraad meel in te slaan en ik kan iedereen aanraden om dat te doen. Volgens mij is dat het beste middel om ervoor te zorgen, dat er geld komt. Ik las vandaag bij geval in de Dordtenaar een artikel over een bijna vergelijkbaar molen in ’s-Gravendeel, die ook opgeknapt moest worden. Daar was ook wat met de wieken aan de hand en toen las ik dat zij ook subsidie kregen van de provincie Zuid-Holland en dat er ook een vereniging ‘De Hollandsche Molen’ is en die hadden ook geld geschonken, dus ik zou eigenlijk toch willen adviseren om ook daar eens te kijken of daar nog wat geld binnen te halen is via die kanalen. Verder kan ik mij herinneren, dat ik jaren geleden een hele leuke wijnproeverij in de molen heb bijgewoond, die werd georganiseerd door Gall en Gall, die blijkbaar de molen toen gehuurd hadden, dat was heel leuk, elke verdieping kreeg je een
49
glas en hoe je beneden kwam, dat mocht je zelf bepalen. Misschien, ja, kan de molen ook wat inventiever omgaan met zijn mogelijkheden en proberen wat meer geld te genereren. Mocht het allemaal niet lukken, dan zijn wij, ja, wel bereid om bijvoorbeeld een renteloze lening voor het resterende bedrag door de gemeente te laten geven, maar ja, schenken op dit moment is volgens ons nog niet aan de orde. Er zijn nog andere kanalen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Dan de heer Tutupoly van Beter voor Dordt. De heer Tutupoly: Ja, Beter voor Dordt is van mening dat de molen een niet rijksmonument is, dat behouden moet blijven voor Dordrecht. De voorzitter: U moet uw camera iets meer naar beneden laten, ja, kijk, beter. Dank u wel. De heer Tutupoly: Wat Beter voor Dordt betreft, zal er gekeken moeten worden of het thans benodigde onderhoud toch gerealiseerd kan worden en wij denken hierbij aan het binnenhalen van rijkssubsidie eigen middelen vanuit de stichting voor crowdfunding, waar misschien iets meer ruchtbaarheid aan gegeven kan worden en een eenmalige bijdrage vanuit de gemeente. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, kort en krachtig. Dan de heer Loekemeijer. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja, voorzitter, wij zijn in principe eens met wat er al eerder gezegd is.
Ja, qua interesse is die molen natuurlijk uniek en wij vinden ook zeker dat die behouden en onderhouden moet worden, maar met wat er eerder gezegd is, denken wij wel dat het wel goed is om eerst allemaal andere potjes uit te putten en mochten er dan niet voldoende middelen zijn, dan kan altijd nog de gemeente bijspringen. Dus wat dat betreft, sluiten wij ons aan bij wat al gezegd is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, die zou afwachten wat anderen hebben ingebracht. Mijnheer Van der Meer? Wat is, nog even uw, ja. De heer Van der Meer: Ja, ik sluit mij volledig aan bij het pleidooi van onder andere Alexander Jansen. De voorzitter: Dank u wel. Dan worden er ook nog whiskyproeverijen aangeprezen, maar zijn wij nu aan de heer Van der Linden, die in de plaats van de heer Sleeking ons antwoordt op wat vragen, die zijn gesteld. De heer Van der Linden: Ja, ik mag even plaatsvervanger zijn voor de portefeuillehouder. De voorzitter: Duurzaamheid is een breed begrip tegenwoordig. De heer Van der Linden: Wat zegt u, voorzitter? De voorzitter: Duurzaamheid is een breed begrip tegenwoordig. De heer Van der Linden: Zo is het ook, ja zeker. Nee, dit is een heel duurzaam onderwerp. Zeker zo’n mooi rijksmonument, wat al een aantal 100-jaren staat. Ja, er zijn
50
eigenlijk een aantal suggesties gedaan en een paar openstaande punten aangeraakt. Ook onder andere ten aanzien van de vraag: hoeveel geld er nou precies nodig is, wat de provincie nog kan doen, enzovoorts. Ik denk dat ik helemaal bij ben. Ik denk dat onze relatie met het Rijk voldoende helder is en ook tot het maximale heeft geleid. Het contact met de provincie is ook goed. In hoeverre er contacten zijn gelegd, bijvoorbeeld met de vereniging ‘Hollandsche Molen’, weet ik niet. Ik denk dat het sowieso goed is om even in beeld te krijgen hoeveel geld er nou echt nodig is. En ja, ik kan nu niet op basis van de nu gedane of het nu gehouden gesprek een verdere toezegging doen, maar dat lijkt mij sowieso goed om even de feiten helemaal helder te krijgen en dan de bespreking voort te zetten. Zou ik zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, ja, mijnheer Stolk. Sorry hoor. De heer Stolk: Ja, ik wilde toch even de wethouder nog erop attenderen dat de stichting bezig is geweest om bij de zes fondsen te lobbyen voor een bedrag en dat zou dus mooi 30.000 euro zijn. Nou, van de zes is er één binnengekomen, dus praten wij over 5000 euro. Als we dus praten over het bedrag van het Rijk, is het maximaal de helft van de kosten, dus dat staat vast en ze hopen en ze verwachten ook dat dat bedrag binnenkomt.
Als je dus kijkt naar de rest, dan komt het er eigenlijk op neer dat als wij nog wat actie maken, dat er zo’n 10.000-15.000 euro aan de strijkstok blijft en daar gaat het dus over en dat zou mooi zijn, als dat op een sympathieke manier tevoorschijn komt, dat de molen dus quitte speelt. Dat was het. De voorzitter: Ja. Dank u wel. De heer Oostenrijk had nog een interruptie of in ieder geval vraag aan de wethouder en de heer Jansen heeft gezegd: ik had gevraagd om een reactie op het voorstel voor crowdfunding aan te vullen. Dus als misschien de wethouder daar nog wat kan reageren. Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, de heer Van der Linden heeft gezegd: onze relatie met het Rijk en de provincie zijn goed. Ja, dat is een leuke constatering, maar dat lost het probleem niet op. Ik zou graag willen hebben, dat die goede relatie ook in daden wordt geëffectueerd. Dus een goede relatie is prima, maar boter bij de vis is meer, dus ik daag wethouder Van der Linden oftewel zijn dan weer plaatsvervanger de heer Sleeking uit om toch nog een tandje bij te zetten om het gat dan in ieder geval zo klein mogelijk te krijgen, zodat eventueel de bijdrage van de gemeente dan ook passend kan zijn om het probleem op te lossen. De voorzitter: Dan, tot slot, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, nou, wat het laatste betreft, helder signaal.
Crowdfunding, ja, dat is natuurlijk een heel goed idee, dat heeft vaker geholpen om iconische, bijvoorbeeld een schilderij, weet ik nog, in de tijd van het Dordts Museum, maar ook andere projecten te helpen, dus dat zou zeker ook een suggestie kunnen zijn. De voorzitter: En dan de vraag daarbij of de gemeente daarbij aansluit, zo begrijp ik een beetje. De heer Van der Linden: Ja, nou ja, dat hangt misschien een beetje van de vorm af, waarin zo’n actie vorm krijgt, maar dat zou ik me goed kunnen voorstellen.
51
De voorzitter: Ja, dank u wel. Beste commissie, dank, de heer Stolk dankt, dank van de commissie, dankt de wethouder voor de commissie, vanuit de commissie, denk ik. Beste commissieleden, de vraag of wij de antwoordbrief voor kennisgeving aan nemen? Wat is daarop uw reactie? In de chat graag aan geven, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ik wil even iets, ik wilde iets aankondigen? De voorzitter: Oh. De heer Jansen: Wij overwegen om een motie in te dienen over het voorstel, wat ik gedaan had voor het aanvullen van de crowdfunding. De voorzitter: Oké. Dus dan zou het gewoon naar de raad gaan, maar dan zou u er mee instemmen om alleen dat deel te bespreken, wat dan over de motie gaat, zo begrijp ik hem dan even. Kunnen mensen daarop reageren in de chat? Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ik snap de beweegreden van de heer Jansen, maar ik vraag mij in gemoede af of je op dit moment aan zo’n motie zou moeten denken, voordat we eigenlijk meer zicht hebben op de totale financiële situatie en de inspanningen, die wij nu nog opnieuw hebben voorgelegd aan het college. De voorzitter: Voordat wij daar een hele discussie over gaan hebben. Ik snap hem, dank u wel voor uw oproep.
Dat is dan aan de PvdA-fractie, dus dat zullen we moeten afwachten, maar als de andere commissieleden andere gedachten hebben, graag in de chat aangeven of zij wel van mening zijn, dat de antwoordbrief door deze commissie voor kennisgeving kan worden aangenomen? En als het de bedoeling is om dit punt te bespreken, dan moeten daar gewoon minimaal drie fracties voor zijn om er echt een bespreekpunt van te maken. Nou, motie is dan weer even anders. De heer Noldus geeft aan in het chat dat het ter kennisname voor de raad gaat. Nou begreep ik uit de aantekeningen van de griffier, dat antwoordbrieven niet ter kennisname aan de raad worden gestuurd. Het is echt de commissie, die dit voor kennisgeving aanneemt, tenzij de commissie vindt, dat er een bespreekpunt van moet worden gemaakt. Ik zie eigenlijk merendeels, oh, dan die, ja, het merendeel is voor kennisgeving aannemen door de commissie. Dat betekent dat de fractie PvdA nog steeds kan overwegen om een motie kenbaar te maken. Dan zou het een motie worden, die besproken gaat worden in de raad. Nu nog geen bespreekpunt. Dus voor kennisgeving door deze commissie aangenomen en het wordt een bespreekpunt in de raad op het moment, dat er een motie wordt ingediend van de kant van de PvdA. Volgens mij heb ik nu goed samengevat, wat de uitkomst is van deze bespreking. Sluiting De voorzitter: Dan dank ik u allen hartelijk.
Ik zie nog steeds negen bolletjes voor mij in het scherm. Ik dank u allen hartelijk voor deze bespreking. Ik kom tot een afronding. Het is al tien over elf. 25.Raadsinformatiebrief Coronamaatregelen (11 mei 2021) - Raadsinformatiebrief
52
De voorzitter: Het gaat er nu nog om, de rondvraag inderdaad, mijnheer Kleinpaste, maar daarvoor nog even de raadsinformatiebrief over de coronamaatregelen. Al zijn er ook geen aanmeldingen geweest om dat te bespreken. Nieuwe behandelvoorstellen 26.Rondvraag De voorzitter: En dan kom ik bij punt 26, dat gaat over de rondvraag en ik begrijp uit de reactie van de heer Kleinpaste, dat hij wat heeft voor de rondvraag. Mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, ik zou bijna niet meer durven op het late uur, maar zoveel woorden heb ik deze avond nog niet gebruikt, dus ik doe het toch maar. Het moet mij van het hart, daar is de rondvraag in dit geval ook voor, dat ik vind dat het college ten aanzien van de actieve informatieplicht echt steken laat vallen. En ik doel natuurlijk expliciet op het feit, dat ik nog steeds niet alle toegezegde informatie rondom de Wolpheushaven heb mogen ontvangen, vind ik gewoon echt storend. Ik bedoel, ik vind niet dat je in de politiek op die manier met elkaar kan omgaan en ik voeg er bijna aan toe, dat hetzelfde in zekere zin geldt voor hoe de informatievoorziening over de Res Nova is verlopen, dus ik wil dat toch als punten gemarkeerd hebben, dus bij deze. De voorzitter: Bij deze, dank u wel mijnheer Kleinpaste. De heer Van der Meer, excuses, heeft ook een punt voor de rondvraag.
Mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Ja, ik heb vorige keer ook al gevraagd wanneer wij weer fysiek gaan vergaderen. Bij mijn weten is er geen belemmering in de huidige coronamaatregelen om fysiek te vergaderen. Toch doen we dat niet. Ik betreur dat, maar mijn vraag is: wat moet er gebeuren of onder welke condities gaan wij besluiten wel weer fysiek te vergaderen? Het schijnt dat die vraag niet nu beantwoord kan worden, maar ik heb er wel behoefte aan, want ik begin een beetje de vrees te krijgen, dat ze nog jaren op deze manier doorgaan. Dank u wel. De voorzitter: Ja. Nou, dank u wel ook weer voor deze opmerking en alertheid, dat wij toch nog iets een keertje hopen fysiek te vergaderen en ik neem aan dat dit ook in het presidium wel telkens aandacht zal krijgen, dus dat is misschien toch ook om de afgevaardigde van GroenLinks voor het presidium dit nogmaals mee te geven en als andere fracties dat zouden kunnen ondersteunen, om dat ook op dezelfde manier te doen. En in de chat, tot slot, zie ik nog veel ondersteuning voor de opmerking en de rondvraag van de heer Kleinpaste. En goed, ja, met smileys erbij. Hartstikke goed. 27.Sluiting De voorzitter: Ik wil u allen hartelijk danken. Het is een lange avond geworden, maar dank voor ieders bijdrage, ook cognitieve bijdrage. Ik ga over tot de sluiting. Het is bijna kwart over elf.
Ik wens u een goede nachtrust en tot binnenkort. Dank u wel.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 juni 2021.
53
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
54