CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2025.10.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 526.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK Dordrecht. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren.

21

De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. Mijnheer ’t Lam, komt u ook nog aan tafel of niet? De heer ’t Lam: Ik wist niet of jullie al begonnen waren. De voorzitter: Wij durven niet te beginnen zonder dat u erbij bent. Voor het verslag, mijnheer ‘t Lam van de SP is inmiddels ook aanwezig. Goed, waarom zitten wij hier bij elkaar? De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de vraag of Dordrecht een interessante stad is voor jongeren om in te wonen. Het heeft daarover een raadsvoorstel toegestuurd naar de gemeenteraad. Op 7 oktober hebben de Rekenkamer en het onderzoeksbureau Platform31 de bevindingen gepresenteerd in een beeldvormende vergadering. Velen van u waren daarbij aanwezig. De commissie heeft toen aangegeven behoefte te hebben aan een oordeelsvormende vergadering, die vanavond plaatsvindt.

En er zijn de volgende politieke vragen geformuleerd, waarover we met elkaar gaan debatteren, hoe kan het gemeentelijk beleid beter op jongeren worden afgestemd? Hoe representatief wordt het onderzoek beoordeeld met het oog op mbo-jongeren? Hoe representatief is het onderzoek voor de Dordtse samenleving en kunnen we hier de juiste conclusies uit trekken? Hoe kunnen jongeren op een goede manier worden betrokken bij het opstellen van lokaal beleid? En hoe kunnen jongeren effectief spreken met sleutelfiguren in plaats van politici? Dat waren de politieke vragen. En ik heb een andere vraag, namelijk wel welke fracties willen hierover het woord gaan voeren? Ik zie de VSP, ik zie het CDA, VVD, ChristenUnie/SGP, ik zie Op Ons Eiland, Beter voor Dordt, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de SP. Laten we gewoon maar eens dan met de VSP beginnen. Mevrouw Striebeck, aan u de eer om als eerste het woord te voeren. En u weet, oordeelvormend, er kan geïnterrumpeerd worden. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. De VSP dankt de Rekenkamer voor het waardevolle onderzoek. Het rapport laat duidelijk zien dat jongeren in Dordrecht zich niet altijd gehoord voelen en dat de aansluiting tussen beleid en leefwereld van jongeren beter kan. De gemeente Dordrecht is een fijne gemeente om in te wonen, maar voor jongeren zijn daar, zoals al heel erg bekend is, veel te weinig woningen.

Het zou het zeker beter maken voor jongeren als daar beter naar gekeken zou worden. Ik ga even beginnen met het beantwoorden van de vragen. Hoe kan het gemeentelijk beleid beter op jongeren worden afgestemd? De VSP vindt dat het beleid niet over jongeren, maar met jongeren gemaakt moet worden. Dat betekent dat de gemeente niet alleen jongeren moet raadplegen bij beleidsplannen, maar actief betrokken moeten worden bij de uitvoering en evaluatie. Dat kan bijvoorbeeld door jongerenpanels of wijkambassadeurs. Hoe representatief is het onderzoek voor de Dordtse samenleving en kunnen we hier de juiste conclusies uit trekken? Het rapport geeft waardevolle inzichten, maar representativiteit is beperkt. Een bredere wijkgerichte benadering zou helpen om beter maatwerk te leveren. Hoe kunnen jongeren op een goede manier worden betrokken bij het opstellen van lokaal beleid? De VSP pleit voor laagdrempelige vormen van participatie. Gesprekken op scholen, buurthuizen, sportclubs. Het benutten van

22

jongerenwerkers als brug tussen jongeren en beleid. Hoe kunnen jongeren effectief spreken met sleutelfiguren in plaats van politici? De VSP vindt dat jongeren vaak meer bereiken via vertrouwde gezichten, docenten, jongerenwerkers, ondernemers of sportleiders. Deze sleutelfiguren kunnen jongeren helpen om hun steun te vertalen richting politiek. De gemeente zou deze verbindingen moeten versterken in plaats van, van alles te organiseren via formele raadstructuren. De conclusie van de VSP, die onderschrijft de conclusies van het rapport, maar roept op tot een meer praktische en representatieve menselijke aanpak in het jongerenbeleid. De jongeren willen niet alleen gehoord worden tijdens een project of een rapport, maar structureel meegenomen worden in de keuzes die hun toekomst bepalen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Striebeck. Dan ga ik naar mevrouw Van den Aardwegh van het CDA Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Het CDA wil ook de Rekenkamer bedanken voor het mooie stuk en het heldere stuk. Voor ons lag het oog vooral op dat we niet heel veel over het stuk konden zeggen, omdat we het niet een representatief stuk vinden en dat het daardoor ook lastig is wat we er daadwerkelijk van moeten vinden.

We denken wel bij, hoe kan je het gemeentelijk beleid beter op jongeren afstemmen, door als fracties jezelf de vraag te stellen van wat vinden jongeren ervan? Wij denken dat het meer in de fracties zit, dan in een centraal beleid, omdat tot nu toe de initiatieven voor een jongerenraad diverse keren doodgebloed zijn. Nogmaals, denken we dat de fracties dat zelf moeten doen in de stukken en dan hun achterban raadplegen. Sleutelfiguren zijn, denk ik, altijd belangrijk in het leven van een jongere. En hoe dat vormgegeven moet worden, dat hebben we niet echt helder. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Lammens van de Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Het rekenkamerrapport vond ik interessant. Ik heb eraan meegewerkt. Ik vind het jammer dat er geen andere raadsleden aan hebben meegewerkt. Maar het is duidelijk voor de VVD, er zou meer te doen moeten zijn voor jongeren. Er zouden voor jongeren meer evenementen moeten zijn. Dit punt kunnen we binnenkort meenemen bij de evenementennota. Er zou voor de jongeren meer nachtleven moeten zijn. Er zouden voor de jongeren meer uitgaansmogelijkheden moeten zijn, meer huisvesting, meer hbo's, meer dependances van universiteiten. Als we die hier kunnen krijgen, dan hebben we gewoon wat meer studenten en dan kan het ook wat levendiger worden in de stad.

En we kunnen natuurlijk … Achter het station zijn we bezig met huisvesting voor jongeren en je bent in binnen tien minuten met de trein in Rotterdam. We zouden makkelijk iets van een dependance van de Erasmus Universiteit kunnen zijn. Ik denk dat, dat best wel een goede uitdaging zou zijn om dit voor elkaar te krijgen. De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Uysal van GroenLinks. De heer Uysal: Voorzitter, mevrouw Lammens somt een heel rijtje op met wat allemaal beter en meer moet in Dordrecht, evenementen en uitgaansgelegenheden. Maar vindt

23

mevrouw Lammens dan dat, dat niet gebeurt of dat, dat onvoldoende is op dit moment in Dordrecht? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mijn vraag is aan mijnheer Uysal, bent u weleens op vrijdagavond op de Voorstraat geweest en hoeveel mensen daar lopen? De voorzitter: Een vraag wordt met een tegenvraag beantwoordt. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Het is altijd makkelijk om de vraag met een wedervraag te beantwoorden, maar volgens mij hebben we deze periode heel veel gedaan in het kader van evenementen. Ook met uitgaansgelegenheden. En we proberen een heleboel stappen te zetten. En dat is misschien wel gek dat notabene een raadslid van GroenLinks dat moet zeggen in plaats van dat een VVD dat zelf zegt. Vandaar nogmaals de vraag, vindt de VVD dat er te weinig op dat gebied gedaan is deze periode? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik vind dat we voor evenementen … En we doen gewoon heel veel. We proberen de stad levendig te krijgen. Maar als je ziet als je ’s avonds, vrijdagavond, zaterdagavond, gewoon door de stad heen loopt, dan is het niet om te zeggen van, goh, wat een gezellige boel is het hier. Maar alle jongeren gaan naar Rotterdam of naar Breda. Dat is toch jammer dat ze niet in Dordrecht blijven? En dat komt ook omdat wij hier geen hbo’s hebben. We hebben een hbo, maar dat is niet nog heel veel.

Als we meer hbo's en universiteiten hebben, dan zou het gewoon levendiger zijn hier in Dordrecht en hebben we een betere verdeling. Als je bijvoorbeeld kijkt naar een sportclub, daar hebben we gewoon een hele grote jeugd. Het is net een kerstboom. We hebben een hele grote jeugd en een hele kleine top, want alle hbo'ers gaan gewoon naar Breda, naar Rotterdam, naar Groningen, Utrecht, noem maar op, alle studentensteden. Maar ze blijven niet in Dordrecht en dat is gewoon een heel gemis. We hebben geen studentenverenigingen meer in Dordrecht. Vroeger hadden we hier Caput Ovis. Die hebben we ook niet meer. Het is gewoon een gemis dat heel veel hbo’ers, jongeren, met achttien, negentien jaar gewoon uit Dordrecht vertrekken. En als je kijkt bij een sportclub, als je zo'n hele grote jeugdgroep hebt, wie trainen die kinderen? De ouders. Daarom is bij iedere sportvereniging altijd geruzie, omdat die ouders willen dat hun kind in het beste team komt, maar ook omdat ze trainen. Het is altijd gezeur. Bij andere steden zijn het jongeren die de kinderen trainen en dat is gewoon veel meer rust. Het zou gewoon veel beter zijn voor de samenleving als wij gewoon meer studenten hebben hier in Dordrecht. Dat is in ieder geval een duidelijk antwoord, denk ik, maar mijnheer Uysal wil toch nog iets meer weten. De heer Uysal: Tot slot, voorzitter.

We proberen wat te maken van het Leerpark van Dordrecht Academy. We hebben steeds meer hbo-opleidingen hiernaartoe gehaald. Maar we weten ook, aan de ene kant, dat er een aanbod is. Maar we weten ook dat, dat niet altijd goed aansluit en ook niet goed opgepakt wordt door studenten. Dat komt ook uit het onderzoek naar voren, van het Rekenkamerrapport, dat veel te weinig jongeren hier op de hoogte zijn van de hbo-opleidingen. Zullen we niet eerst daar eens moeten

24

beginnen om ervoor te zorgen dat, dat wel goed loopt, voordat we meteen voor een universiteit die gaan pleiten? De voorzitter: Mevrouw Lammens, korte reactie als het kan. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik denk dat je wel gewoon voor weer een universiteit moet gaan. Gewoon hoog beginnen. Waarom moet je altijd maar laag beginnen? Ga gewoon hoog. En in Rotterdam is te weinig plek voor de universiteit. Ze kunnen makkelijk tien minuten met de trein hiernaartoe komen. De voorzitter: Goed. Gaat u verder met uw woordvoering of was u klaar? Mevrouw Pichel heeft nog een vraag, sorry. Mevrouw Pichel: Als u mij toestaat, voorzitter. Dat is natuurlijk op zich een hele interessante politieke discussie. Maar waar ik wel benieuwd naar ben, mevrouw Lammens … Want ze lijkt heel erg aan te geven, ik zie inderdaad verbeterpunten en dingen die we, ondanks dat we zaken goed hebben gedaan, wellicht nog wat kunnen aanscherpen, kan ik daaruit opmaken dat eigenlijk de beslispunten ook worden ondersteund of heeft ze daar misschien nog ook een aantal dingen in waar ze het wel of niet mee eens is? Daar ben ik wel even benieuwd naar in het geheel van het voorstel wat er nu ligt. Wat steunt ze? Steunt ze het volledig, steunt ze het deels. De voorzitter: Goede vraag. Hij is duidelijk. De beslispunten in het raadsvoorstel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Die vind ik prima. Mevrouw Pichel: Helder.

De voorzitter: Gaat u verder. Of was u klaar? Mevrouw Pichel: Ik was klaar. De voorzitter: Dan mag ik naar mijnheer Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Het Rekenkameronderzoek lijkt niet representatief waar het gaat om het aantal jongeren wat is gesproken, maar helaas is het niet gelukt om zoveel jongeren voor het onderzoek te interesseren als we allemaal wel hadden gewild. Als tegenhanger is wel gesproken met mensen die goed bekend zijn met jongeren in onze stad. In de gekozen opzet is zo goed mogelijk gebruik gemaakt van de wensen en bevindingen van jongeren. De clou lijkt er vooral in te zitten dat jongeren onvoldoende vroegtijdig worden betrokken. Hoe kunnen we dit veranderen? En geldt dit alleen voor jongeren of is het een meer algemeen herkenbaar beeld van ons beleid? In de vorige commissievergadering werd gezegd dat de trits beleidsambities en uitvoering rommelig waren. Ook werd gezegd dat er ambitie en aandacht is voor jongeren. Het is alleen niet altijd helder of dit aansluit op de belevingswereld van jongeren. We kunnen ons daarom goed vinden in het voorgestelde raadsbesluit, waarin het college serieus ingaat op de aanbevelingen van het rapport en een handreiking doet om de aanbeveling op een goede wijze te implementeren in beleid. Dank u wel.

25

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. Dan ga ik naar mijnheer Tutupoly van Op Ons Eiland. De heer Tutupoly: voorzitter, voor ons ligt het Rekenkamerrapport Jong in Dordt: Wonen, leven en leren. En de vraag van de fractie van Op Ons Eiland is hoe representatief is het onderzoek voor de Dordtse samenleving en kunnen we aan de hand van dit rapport de juiste conclusies trekken? Voorzitter, willen we deze vraag bevestigend beantwoorden, dan dient er sprake te zijn van een gedegen onderzoek onder een grote groep mensen van verschillende leeftijden, afkomstig uit verschillende wijken met verschillende opleidingen en in verschillende fasen in hun leven. Wat de fractie van Op Ons Eiland betreft, ontbreekt het hieraan. Allereerst het beperkt aantal jongeren dat aan dit rapport heeft meegewerkt. In totaal slechts 11 personen. Dan de leeftijden van geïnterviewden, die voor een groot deel in de tweede helft van de 20 jaar lagen, daar waar in het rapport een leeftijd genoemd staat van 18 tot 27 jaar. Mbo'ers vormden geen onderdeel van de geïnterviewden, terwijl het mbo juist een groot deel van het beroepsonderwijs in Dordrecht vormt. De conclusie dat jongeren veelal naast een zelfstandige woning de beschikking willen hebben over twee kamers, niet op kamers willen wonen, geldt wellicht meer voor oudere jongeren, maar minder voor jongeren van bijvoorbeeld 18 jaar.

De onderzoekers stelden onder meer dat weinig jongeren bereid waren om medewerking te verlenen aan het onderzoek en het invullen van een enquête door jongeren niet zou werken. Maar onze fractie vraagt zich af in hoeverre jongeren actief benaderd zijn. We hebben toch scholen waar leerlingen geïnterviewd kunnen worden of verenigingen? En dan hebben we nog het aantal geïnterviewde raads- en commissieleden. In totaal blijkt dit slechts een commissielid te zijn geweest en een raadslid. Dit aantal ondervraagden is te beperkt om een goed beeld te krijgen en zal hoogstwaarschijnlijk ook nog eens politiek gekleurd kunnen zijn. Daar waar de raad eerst zelf verantwoordelijk wordt gehouden voor deze lage opkomst, blijkt achteraf dat slechts 6 of 7 fracties van de 16 fracties zijn uitgenodigd. En dan gaat het ook nog eens om de grootste fracties, grotendeels de coalitiepartijen. En de VSP, een van de grootste oppositiepartijen, blijkt niet gevraagd te zijn. Mevrouw Pichel: Voorzitter? De voorzitter: Een moment, mijnheer Tutupoly, want mevrouw Pichel wil u iets vragen. Mevrouw Pichel: Heel graag. Ik ben benieuwd even mijnheer Tutupoly, want ergens snap ik wat hij bedoelt. Want eigenlijk, als ik het goed begrijp, verwijst hij naar de representativiteit van het onderzoek en dat er natuurlijk weinig respondenten zijn.

Want hoe kijkt hij ernaar als we kijken dat, er staat hier ook, het onderzoek een kwalitatieve aanpak hanteert? Er is natuurlijk verschil tussen kwantitatief en kwalitatief en daarmee ga je juist eerder de diepte in, dan dat je in de breedte gaat. Betekent dat, dat Op Ons Eiland eigenlijk meer de voorkeur heeft voor een kwantitatieve aanpak en daardoor eigenlijk het onderzoek aan de kant schuift? Of in hoeverre wil Op Ons Eiland toch uiteindelijk wat doen met de conclusies en aanbevelingen en de beslispunten? De voorzitter: Mijnheer Tutupoly.

26

De heer Tutupoly: Als ik even verder mijn woordvoering mag doen, dan worden die vragen beantwoord. De voorzitter: Dat is geweldig. We gaan het horen. We letten scherp op.

De heer Tutupoly: Even kijken hoor. Wat de fractie Op Ons Eiland betreft, ligt de verantwoordelijkheid niet bij de raad zelf. Er is een bewuste keuze gemaakt die niet is bijgesteld, zelfs niet wanneer de opkomst veel te laag bleek te zijn. Wat de fractie van Op Ons Eiland betreft, is onderzoek naar de wensen van onze jongeren en hoe daar door het college juist op wordt ingespeeld, van groot belang. Wij willen onze Dordtse jongeren namelijk behouden voor onze stad. Zij zijn de toekomst en wanneer wij als stad de verkeerde afslag nemen, zullen veel jongeren onze stad verlaten. Wat de fractie van Op Ons Eiland betreft, is het rapport niet representatief voor onze Dordtse jongeren, zodat wij op basis van dit rapport niet de juiste conclusies kunnen trekken. Wij ervaren de inhoud van het rapport dan ook als teleurstellend. En ik neem aan dat ik daarmee de vraag beantwoord heb. Kijk, natuurlijk, je kan kwalitatief en kwantitatief, maar het een hoeft het ander niet te bijten. En als we het hebben even over slechts 11 jongeren en als we dan ook vorige keer doorgevraagd hebben, dan blijken er allerlei dingen niet in het onderzoek inbegrepen te zijn. Bijvoorbeeld de mbo'ers niet. De leeftijden van 18 jaar en dergelijke werd omhooggetrokken, omdat eigenlijk veel van de geïnterviewden eerder richting 27 gingen.

Dan denk ik, wil je een kwalitatief goed onderzoek hebben, dan moet het veel breder zijn binnen de Dordtse jongeren. Want anders, zoals we eigenlijk al zagen voor de woonkeuze, heb je het over jongeren die in een totaal andere levensfase zitten en pak je niet de hele groep mee. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dit is natuurlijk wel een interessante discussie. En aan de ene kant, het verschil tussen iets is kwalitatief of iets is kwantitatief en iets kan kwantitatief zijn en nog steeds geen kwaliteit hebben, of andersom. Want u zei, de opkomst is niet hoog genoeg. Dat is inderdaad nog maar de vraag, omdat we het hebben over kwalitatief onderzoek. Dat vraagt ook om minder respondenten, omdat je de diepte ingaat. Maar als ik het zo hoor, dan vraagt Op Ons Eiland wellicht aanvullend, misschien boven op dit onderzoek, om het dan toch nog breder te trekken en bijvoorbeeld een enquête, om zo met een hogere opkomst toch wat dieper tot de laag van de bevolking door te treden, tot de jongeren laag van de bevolking. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Ik ben heel benieuwd naar uw antwoord, mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Goed, zo zou je het eigenlijk kunnen zien. Want als je nu maar een bepaalde groep geïnterviewd hebt, dan mis je een groot gedeelte.

En als we het even hebben over, wat mis je bijvoorbeeld, wat missen jongeren in de stad? We hebben net even gehad over evenementen, maar ik denk dat er in de stad weinig voor jongeren is. En dan met name de leeftijdscategorie van achttien jaar tot een aantal jaren daarboven. En veel van de evenementen richten zich vaak op mensen die wat ouder zijn. De voorzitter: Ik zou zeggen, gaat u … Mevrouw Lammens.

27

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wat u net zegt, dat is toch wel de conclusie van wat u denkt, dat mis ik misschien in het rapport? U kunt het toch zelf ook invullen wat we missen in Dordrecht? Daar hoeven we toch niet weer een heel nieuw rapport voor te laten schrijven? We weten toch allemaal wat we missen hier in Dordrecht? Dat is toch niet zo moeilijk? De voorzitter: Ik zou bijna zeggen, ja of nee. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik denk als het als dat het antwoord zou zijn, wat u nu geeft, dan hadden we het rapport helemaal niet hoeven samenstellen. Maar ik denk juist dat ervoor gekozen is, omdat we jongeren heel belangrijk vinden. En we willen niet van achter ons bureau over jongeren praten, maar we willen eigenlijk met jongeren praten. En dan heb je een veel bredere opkomst nodig. En wat u nu eigenlijk aangeeft is, we weten het allemaal zelf. Waarom een onderzoek instellen en waarom praten we over die jongeren in plaats van met ze? De voorzitter: Ho, stop. U wil wat zeggen, mevrouw Lammens? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. We kunnen het zelf natuurlijk ook aanvullen, dit rapport. Het is niet dat we weer een heel nieuw rapport moeten schrijven, lijkt mij, als we een bredere groep vragen. We weten allemaal wat er gemist wordt in dit rapport. Dan kunnen we dat zelf ook aanvullen. De voorzitter: Laatste over dit overwerp, mijnheer Tutupoly.

Mevrouw Pichel: Mag ik aanvullen op deze vraag misschien? Dan kan hij in een keer antwoord geven. Ik snap het. Uiteindelijk willen we ook een beslissing nemen, denk ik, over dit voorstel. Maar ik zit toch even met een dingetje. Ik begrijp dat mijnheer Tutupoly wellicht gewoon wat breder wil en een grote groep wil interviewen. Het is natuurlijk wel zo dat, dat met een kwalitatieve aanpak niet de bedoeling is om juist een hele grote groep te interviewen en dat je juist met een kleine groep heel erg de diepte in kunt gaan. Wetenschappelijk is dat natuurlijk wel wat ook geaccepteerd is en gewoon grond is voor een onderzoek. De voorzitter: Ik heb het idee dat u nu probeert mijnheer Tutupoly te overtuigen in plaats van hem te bevragen. Mevrouw Pichel: Zeker, zeker. Daar zitten we hier toch voor? Maar uiteindelijk gaan we natuurlijk wel van, wat gaan we doen met dit voorstel wat er ligt en kunnen we elkaar daarin vinden? De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Tutupoly nu eventjes verdergaat. Of was u klaar? Dat mag ook, hoor. De heer Tutupoly: Is het de bedoeling dat ik hier nog op inga? De voorzitter: Ik zou bijna zeggen, doe dat nu maar eventjes niet meer, want er zitten nog vier fracties in de wachtkamer en de wethouder.

28

De heer Tutupoly: Goed, even nog wat van de vragen, het gemeentelijk beleid beter op jongeren kunnen worden afgestemd. Zoals ik al aangaf, door met jongeren eigenlijk te praten in een wat breder perspectief. De representativiteit van het onderzoek, dat heb ik eigenlijk al reeds beantwoord. Zeker ten aanzien van de mbo-jongeren, want die zitten daar niet in, terwijl we, denk ik, heel veel jongeren hebben in het mbo. Jongeren op een goede manier worden betrokken bij het opstellen van een lokaal beleid, daar kan je, je eigenlijk wel van afvragen of dat eigenlijk ook begint bij een stukje interesse. En hoe kan je interesse wekken? Ik denk door ook te luisteren naar de jongeren over wat er speelt en met ze om tafel te gaan zitten. Maar goed, dat is een beetje een herhaling, denk ik, van zetten. En effectief spreken met sleutelfiguren in plaats van politici, dat vind ik een vrij lastige, omdat je toch vaak ziet dat als we het over sleutelfiguren hebben, en dat zie je eigenlijk ook met de volwassenen, dat het vaak toch wel dezelfde personen zijn die op komen draven en daarmee laat je een grote groep liggen. Tot zover. De voorzitter: En het raadsvoorstel zelf? Misschien dat u daar ook wat over wil zeggen? De heer Tutupoly: Zoals ik eigenlijk aangaf, ik kan hier op basis van het rapport eigenlijk geen conclusies trekken en de aanbevelingen … De voorzitter: Dat is ook een conclusie.

De heer Tutupoly: Ja. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Dank u wel, voorzitter. Ook wij vinden dat dit rapport eigenlijk niet echt representatief is, omdat er maar elf jongeren bij betrokken waren. En daarom vinden wij ook dat er geen goede conclusies uit getrokken kunnen worden. Maar het kan wel een indruk geven van wat er leeft onder de jongeren. Wij hebben daardoor ook wel eigenlijk de vraag over de wervingstechniek van het onderzoeksbureau, omdat er maar elf jongeren interesse hadden in het deelnemen van het onderzoek, ondanks dat er juist heel veel verenigingen, scholen en andere initiatieven zijn waar er mogelijkheden zijn voor jongeren om hieraan te participeren. We vinden ook dat de mbo-jongeren niet zijn vertegenwoordigd. En dat is best wel een groot aandeel van de Dordtse jongen hier, denk ik, die toch wel op mbo zitten en het is dan belangrijk dat zij ook betrokken worden en dat ontbreekt. En over de sleutelfiguren, wij denken dat het belangrijk is om juist met sleutelfiguren het gesprek aan te gaan. En niet eenmalig het gesprek aan te gaan, maar blijf het gesprek continu aangaan en zorg ook dat het ergens terechtkomt waar er iets mee gedaan kan worden. De voorzitter: En het raadsvoorstel? Mevrouw Lindner: Ik vind dat er niet echt goede conclusies uit getrokken kunnen worden. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Mijnheer Uysal.

29

De heer Uysal: Dank, voorzitter. En ook gaat de dank uit naar de Rekenkamer, vanuit de GroenLinks-fractie, voor dit waardevolle onderzoek. Het rapport geeft een scherp en een eerlijk beeld van hoe jongeren Dordrecht ervaren. Het laat zien dat veel beleid goed bedoeld is, maar niet echt altijd wordt herkend in de leefwereld van jongeren. En juist daarom is dit onderzoek, denk ik, ook zo relevant. Ik loop de vragen een voor een langs, voorzitter. Op de eerste vraag hoe het beleid beter kan aansluiten op jongeren, daarvan zegt GroenLinks, jongeren structureel te blijven trekken. Niet als doelgroep, maar als volwaardige gesprekspartner. Over de representativiteit, geef ik gewoon het antwoord van de Rekenkamer zelf. Dit onderzoek is niet bedoeld als steekproef, maar juist om kwalitatieve inzichten te krijgen om daarmee de bestaande informatie en data over jongeren te verrijken en aan te vullen. De verhalen van jongeren, ook van mbostudenten, die geven in dit geval gewoon waardevolle inzichten waar we ons beleid verder mee kunnen verrijken. Dan de jongeren. De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had toch even een vraag, want u geeft aan dat we hier een waardevolle conclusie uit kunnen trekken, ook van mbo-studenten.

Maar dat is net een groep, dat bleek achteraf, niet meegenomen is in het onderzoek, terwijl het wel in het rapport genoemd staat. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Klopt. Ik heb in ieder geval begrepen dat in die twee focusgroepen ook is gekeken naar het aandeel mbo-onderwijs. En over de representativiteit valt, denk ik, inderdaad veel te zeggen, maar dat is niet de hele insteek geweest van dit onderzoek. Ik denk dat wat er is opgehaald, de input van hetgeen is opgehaald, dat we alsnog ons voordeel daarmee kunnen doen. En dat moeten we ook meenemen in het beleid. En dat zie ik het college ook doen. Alle aanbevelingen worden grotendeels volledig omarmd, op de jongerenraad na, waar het college een andere kijk op heeft. Maar ik denk dat we wel gewoon waardevolle inzichten hebben en dat, dat ook goed is. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Uysal: Jongeren op een goede manier betrekken, dat vraagt volgens ons precies de lijn die het college kiest, namelijk flexibel thematisch en dicht bij hun leefwereld. En dat werkt, in onze optiek. Ook veel beter dan een vast orgaan dat misschien niet bij iedereen past. En we hebben een jongerenraad. Ik sprak toevallig vanmiddag nog iemand die officieel lid is van de jongerenraad, Maar we weten met zijn allen, denk ik, ook dat de jongerenraad niet helemaal functioneert naar behoren en hoe het ook zou moeten functioneren.

En om op basis van een jongerenraad ideeën vanuit de jongeren op te halen, dat lijkt ons ook geen goed idee. Ga daar vooral flexibel mee aan de slag, zou ik zeggen, en kijk per project hoe we de jongeren op de beste manier kunnen bereiken. Over het contact met sleutelpersonen, jongeren bereiken we het beste door netwerken te verbinden.

30

Dat hoorde ik de VSP ook zeggen. Onderwijs, werkgevers cultuur, welzijn en uiteindelijk ook de gemeente. Kortom, voorzitter, we zien dat de aanbevelingen van de Rekenkamer serieus zijn opgepakt en dat het college in ieder geval het onderliggende doel deelt, jongeren meer betrekken bij beleid dat hen raakt. En de voorgestelde aanpak sluit ook aan bij wat wij belangrijk vinden, namelijk dat beleid vanuit de leefwereld van jongeren wordt gemaakt met ruimte voor flexibele vormen van participatie. Wat dat betreft kan GroenLinks zich vinden in het voorgestelde besluit. De voorzitter: Dank u wel. Maar mevrouw Lammens wil nog een vraagje stellen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik heb even een vraag. U had het over de jongerenraad en we hebben een jongerenraad gehad die best wel redelijk functioneerde. Hoe kunnen we de jongerenraad weer nieuw leven inblazen? De voorzitter: Daar moet u vast ideeën over hebben, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ik heb daar niet een-twee-drie een panklaar antwoord op. Maar ik denk dat juist de route die het college nu kiest, wel een verstandige is. Om namelijk flexibel en op themabasis na te gaan, hoe kunnen we de jongeren op de beste manier bereiken? We hebben al best wel lang een jongerenraad en daar zitten ook mensen in. Alleen wat ik hoor is, dat het niet echt functioneert, dat het niet actief is.

En om dan te zeggen op basis van een aantal onderwerpen, we hebben de input van de jongerenraad gehaald, waarvan ook nog maar zeer de vraag is of zij dan ook de jongeren in algemene zin vertegenwoordigen, denk ik niet dat, dat een verstandige is. Wat dat betreft is GroenLinks positief dat het college die aanbeveling van de Rekenkamer niet volledig omarmt, maar gewoon zegt van, we gaan op een andere manier kijken hoe we inderdaad de jongeren op de beste manier kunnen bereiken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Aarden: Dank, voorzitter. De Partij voor de Dieren dankt de Rekenkamer voor het rapport. Het is goed dat er aandacht is voor de stem van jongeren, maar wij vinden het belangrijk om te benadrukken dat dit onderzoek niet representatief genoeg is om conclusies aan te verbinden. Er zijn gesprekken gevoerd met een kleine groep jongeren in Dordrecht. Het geeft waardevolle inzichten, maar het zegt weinig over de brede groep jongeren in en rondom Dordrecht. Juist jongeren die willen verhuizen naar Dordrecht of vertrokken zijn, omdat ze hier geen woning, opleiding of aansluiting vonden, hadden meegenomen moeten worden in dit onderzoek. Hun perspectief laat zien wat er ontbreekt en waar onze kans ligt als gemeente. Dat heeft de Partij voor de Dieren bij aanvang van het onderzoek meegegeven. We vinden het spijtig dat hier niets mee gedaan is.

Hierdoor hebben wij onze twijfels of wij dit raadsvoorstel kunnen steunen. We moeten voorkomen dat we beleid maken op basis van een beperkte groep, terwijl juist de diversiteit aan jongerengroepen Dordrecht kan versterken. Studenten, werkende jongeren, jongeren met praktische opleidingen en jongeren met een internationale of migratieachtergrond. Daarom pleiten wij voor structurele brede jongerenparticipatie. Een jongerenraad kan daarin een belangrijke rol spelen, maar dan wel met de juiste begeleiding, middelen en invloed.

31

In het verleden was dit helaas niet voldoende aanwezig. Wij willen daarom dat de gemeente hierbij advies vraagt aan de Nationale Jeugdraad, NJR, die veel ervaring heeft met het duurzaam opzetten en begeleiden van jongerenraden. En wij overwegen hierover een motie in te dienen. Daarnaast moeten we ruimte bieden voor flexibele, laagdrempelige vormen van participatie. Niet iedere jongere heeft tijd of behoefte om zich structureel te verbinden aan een raad. Denk aan participizza-avonden, digitale peilingen, tijdelijke themagroepen of jongerenpanels die meedenken over specifieke onderwerpen, zoals wonen, duurzaamheid, cultuur. Zo kunnen ook jongeren met drukke studies of banen hun stem laten horen. Tot slot, het is goed dat we luisteren naar jongeren, maar het is nog beter als we alle jongeren horen. Ook degenen die niet vanzelf aan tafel zitten. Alleen dan kunnen we Dordrecht echt aantrekkelijk maken voor de jonge generaties. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aarden. Ik ga naar mijnheer ‘t Lam van de SP. De heer ‘t Lam: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Wij delen de woordvoering van Op Ons Eiland, BvD en de Partij voor de Dieren over de representativiteit van het onderzoek en daarmee zijn de overige politieke vragen voor ons niet relevant. Over het raadsvoorstel, over het conceptbesluit hebben wij nog wel een vraag of opmerking.

In ieder geval willen wij van de wethouder daar wel wat uitleg over hebben. Daar staat namelijk in dat voor de aanbevelingen, waaronder die van de woonwensen, de belevingswereld van jongeren het uitgangspunt is bij de vorming van beleid en uitvoering. In het rapport wordt echter gesproken over het rekening houden met de woonwensen van jongeren. Als de raad conform het besluit beslist, zullen belangen van andere groepen, zoals bijvoorbeeld ouderen, gezinnen, gehandicapten enzovoort ondergeschikt worden aan dat van jongeren. Dat gaat ons wel iets te ver. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Mijnheer Kolkiliç, u mag vraag stellen. U heeft toch aangegeven woordvoering te hebben? Dan heb ik u over het hoofd gezien, denk ik. Hoe is het mogelijk? Alsnog. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. In eerste instantie had ik aangegeven dat ik geen woordvoering had, maar achteraf wil ik toch kort iets zeggen. De voorzitter: U bent tot beter inzicht gekomen? Mag ook. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, DENK Dordrecht ziet dat de Dordtse jongeren graag in onze stad willen blijven wonen, leren, winkelen, uitgaan en leven. Maar de jongeren die mijn fractie spreekt, voelen zich vaak niet gehoord, komen in andere steden sneller aan een woning of vinden andere steden leuker en/of aantrekkelijker. Het beleid over jongeren is nu te versnipperd.

Voorzitter, wij willen als fractie dat jongeren zelf aan tafel zitten. Het is net al benoemd door mijn buurman. Ook mijn fractie deelt de mening dat het een gemiste kans is dat de Dordtse jongerenraad de laatste jaren niet meer actief is. Wel heeft mijn fractie gisteren begrepen dat er een actief jongerennetwerk. Graag meer duidelijkheid van het college over wat de inhoud ook van het jongeren netwerk is. Jammer dat het mbo geen onderdeel is geweest van het onderzoek, terwijl het mbo in Dordrecht juist de grootste onderwijsinstelling is. Voorzitter, bij wonen, onderwijs en

32

binnenstad moeten jongeren buiten politici ook kunnen praten met personen die in de uitvoering zitten en iets kunnen veranderen. Dit is zojuist al een aantal keren benoemd en wij delen die mening ook. En wij denken ook dat de gemeente hierin ondersteuning kan bieden met ten minste het organiseren van rondetafelgesprekken en zoals Partij voor de Dieren het benoemde, panels enzovoort. Wij zullen uiteindelijk met zijn allen moeten zorgen voor beleid dat niet over jongeren gaat, maar met hen wordt gemaakt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolkiliç. Ik denk dat het woord nu is aan de wethouder namens het college. Gaat u dat tien minuutjes doen? De heer Van der Kruijff: Ik ga het proberen, voorzitter. De voorzitter: Doe uw best. De heer Van der Kruijff: Mag ook korter. De voorzitter: Mag zeker korter. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als college zijn we er natuurlijk niet om te recenseren hoe de raad allemaal denkt over het Rekenkamerrapport en of het wel of niet representatief is. We hebben vooral naar de inhoud gekeken en de aanbevelingen die erin staan. Of we daar wat mee kunnen en of dat wat toevoegt aan wat we al doen. Want laten we ook wel wezen, en dat staat ook wel in het Rekenkamerrapport bij de aanbeveling met zoveel woorden, dat er ook heel veel al wel gebeurt en ook best goed gaat en dit een kans is om het te verbeteren.

Ik zie het ook niet als een kritisch rapport, maar vooral een rapport wat handreikingen geeft om dingen te verbeteren. En ik heb bij u gehoord hoe u ook een aantal dingen zelf inhoudelijk denkt te kunnen verbeteren. Maar zoals het college dit rapport gelezen heeft, gaat daar dat rapport niet over. Dit rapport gaat er vooral over hoe je beter kunt aansluiten bij de belevingswereld van jongeren en hoe we daar ons voordeel mee zouden kunnen doen en hoe we dat wat integraler zouden kunnen coördineren vanuit onze beleidsaanpak. En de inhoud die erachter vandaan komt, daar kunnen we ook van alles en nog wat van vinden, maar daar wilde ik vanavond even vandaan blijven. Want voor je het weet gaan we het hele cultuurbeleid en het onderwijsbeleid en het woonbeleid met elkaar doorspreken. Dat lijkt me de bedoeling van de avond niet. Het college heeft best positief naar dit rapport gekeken. Maar toen we het lazen, en dat heeft u ook wel gelezen in de collegereactie, ook gedacht van, heel veel wat hier staat, doen we al. Maar laten we vooral kijken wat we beter kunnen doen. Ik zeg even op de vraag van mijnheer ’t Lam, het was het laatste, maar het is wel een essentiële, het besluit wat hier ligt, het voorgestelde besluit, is ook niet door het college opgesteld. Een Rekenkamerrapport komt vanuit de Rekenkamer uiteraard en het besluit is, denk ik, geformuleerd vanuit de griffie.

Tenminste, zo schat ik dat in. In ieder geval niet vanuit het college een collegebesluit. Als u mij vraagt wat vindt u van die formulering? Ik kan er wat van gaan vinden, maar ik heb hem niet opgesteld. Of het college heeft die niet opgesteld. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam.

33

De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Dat had ik me even niet gerealiseerd, wethouder, dat het college het niet had opgesteld, die formulering, maar iemand anders. Maar ik ben wel benieuwd wat u ervan vindt, want u zal wel, als het besluit zo genomen wordt, er rekening mee moeten houden. De heer Van der Kruijff: Even los van het besluit, maar als je kijkt naar de aanbevelingen, heeft het college daar natuurlijk een reactie op gegeven. We hebben van de eerste aanbeveling gezegd, die nemen we niet over, omdat wij denken dat het niet helpt om een heel concreet plan te gaan schrijven over een gecoördineerd jongerenbeleid op dit moment, want we doen al een heel aantal dingen. En de inhoudelijke aanbevelingen, wat we kunnen verbeteren, willen we ook meenemen. We hebben ook in de reactie opgeschreven hoe we dat denken te kunnen gaan doen. Laten we beginnen met wat in de glansrijke toekomst al gebeurt. Kijken hoe die aanpak werkt en als we daar goede ervaringen mee hebben, dan ook andere beleidsterreinen uitbreiden. Dan heb je een stapsgewijze aanpak op een manier die we ook aan het doen zijn en waar we ook de verbeterslag in kunnen gaan maken. Want als je een heel gecoördineerd beleid gaat schrijven, dan is dat ook wel een verandering van beleid, wat ook de het de raad ons ooit meegegeven heeft. Want Dordrecht kent niet zodanig een doelgroepenbeleid.

Wij hebben niet een jongerenbeleid, specifiek. We hebben wel een huisvestingsbeleid, we hebben een cultuurbeleid, we hebben een onderwijsbeleid en ik kan nog wel even doorgaan met een aantal andere aspecten waar jongeren ook mee te maken hebben. En schuldenbeleid, en armoedebeleid en eenzaamheidsvraagstuk. Op al die punten speelt het ook voor jongeren. En wat ik u kan beloven, is dat wij in al die beleidsdomeinen met elkaar zullen kijken hoe we daar ook het aspect van jongeren, maar, en dan ga ik met mijnheer ’t Lam wel mee, niet alleen van jongeren, ook dat van ouderen en van gezinnen en van mensen met een beperking en weet ik welke doelgroepen we allemaal wel meer kunnen benoemen? Die zullen we allemaal naast elkaar moeten zette en daar ook conclusies over moeten trekken. Er staat bijvoorbeeld ook een aanbeveling in, hoe ga je om … Er is ook een kans door als Dordrecht ook starters naar je stad toe te trekken, dat is nogal een inhoudelijke opmerking vanuit het woonbeleid, of misschien het generieke beleid wat we hebben.

En dat vind ik niet vanuit participatie naar jongeren, maar is in het algemeen al de vraag, vinden wij als gemeente dat we starters naar Dordrecht toe moeten trekken of vinden we eerst, als we toch een woningbouwopgave hebben, dat we maar eens moeten zien hoe de starters die hier al bij hun ouders nog op zolder misschien wel wonen, aan een huis komen, voordat we beginnen aan starters naar Dordrecht toe te trekken? Wij zouden de discussies graag niet over de doelgroepen willen voeren, maar wel over de as van inhoudelijke beleidsdomein, die voorleggen. Neemt niet weg, en daarom heeft dat college ook heel veel van de aanbevelingen wel overgenomen, leest u wel vaak, deels overgenomen.

En dat deels, als je daar een beetje in de overkoepelende zin naar kijkt, die zitten vaak in dat we zeggen, ga dat niet allemaal vanuit het jongerenbeleid beredeneren, maar kijk hoe je in het bestaande beleid, of dat het woonbeleid is of dat het cultuurbeleid is of onderwijsbeleid is, hoe we daar de inbreng van jongeren, het aansluiten bij de belevingswereld van jongeren, en misschien ook wel bij elkaar brengen van wat we uit

34

jongerenraden en andere gremia horen, beter kunnen benutten. Want daar zijn we het wel zeer mee eens. De voorzitter: Nu mag u even ademhalen. Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraag. U had het over starters. Zijn starters jongeren of vallen jongeren niet onder de starters? Want in mijn beleving zijn starters mensen die de opleiding af hebben en rond of boven de 25 zijn. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, mevrouw Lammens vraagt dat aan mij. Ik lees in het rapport. Ik verzin dat niet zelf dat er een kans ligt om Dordrecht in zijn positie tussen andere grote gemeenten, bijvoorbeeld Rotterdam en Breda, onder andere in zijn woonbeleid, qua ligging, er zijn voordeel mee kan doen om starters op de woningmarkt een plek te bieden. Dat is geen inbreng vanuit het college. Dat is mijn reactie op wat ik in dat rapport lees. Daarvan zeg ik, als u dat zou willen of dat we dat niet willen, zou je dat niet over de as moeten bespreken vanuit jongerenbeleid, maar vanuit je woonbeleid en je volkshuisvestingsbeleid en je bevolkingssamenstellingbeleid. Of je vindt dat je dat zou moeten gaan doen, dat is een ander vraagstuk. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mag ik een aanvullende vraag? De voorzitter: U vraag was iets anders, namelijk.

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Want als je de studenten neemt bijvoorbeeld die in Rotterdam studeren en hier in Dordrecht zouden wonen, vind ik dat niet echt starters. Dat zijn dan gewoon studenten. Ik weet niet of u het met mij eens bent? De heer Van der Kruijff: Als je kijkt naar de definitie van starter, een starter is iemand die eerst nog geen eigen woning had, nu voor het eerst wel een eigen woning heeft. Dat is de simpele definitie van de starter. Maar of je dat wil, denk ik, is een goede discussie, maar niet over de as van jongerenbeleid. Vandaar dat we op een heel veel aspecten deels hebben gezegd. En dan sluit ik wel aan met een aantal partijen die zegt, als je nu kijkt naar het voorgestelde beleid van, ga een concreet plan schrijven voor een gecoördineerd jongerenbeleid. Daarvan hebben wij gezegd, laten we ook even reëel zijn. We zitten nu vijf maanden voor de verkiezingen. Dit college na die vijf maanden, hoe het daarna verder gaat zullen we na de verkiezingen verder zien, geeft die opdracht of dat vraagstuk ook mee aan een volgend college. Maar begin daar nu niet in een opdracht vier maanden voor de verkiezingen mee. Dat is ons praktische advies geweest, waarmee we overigens wel uitstralen dat het een goed vraagstuk is om daar te bespreken met elkaar, want anders geef je ook niet het advies om het mee te nemen.

En allemaal opschrijven welke inzichten zijn opgehaald, welke methodes zijn ingezet, welke concrete keuzes zijn gemaakt. Dat willen we graag met u delen. Willen we ook in alle voorstellen die we doen graag verwerken. Daar zit het woord deels ook in. Waarom? Om dat voor het hele jongerenbeleid, over alle domeinen, in een rapportage te gaan delen, lijkt ons een beetje overkill om te gaan doen. Want daar komt ook heel veel ambtelijke capaciteit achter vandaan, als je dat zou moeten gaan doen. Daar zit onze bedenkingen die leiden tot het woordje deels. Maar op de inzet zijn we het erg eens. En

35

als u zegt, wat hier staat in dat besluit, dat mag u zodanig lezen … Ik maak het mezelf maar even gemakkelijk. Maar dat ik had maar tien minuten, is gevraagd. Dan maak ik het mezelf ook maar even gemakkelijk. Dat mag u zodanig lezen als wat het college in zijn reactie heeft gezegd, zo zouden we dat graag willen gaan doen. En als u zegt, daar zijn we het wel mee eens als u het zo gaat doen, dan kan ik prima lezen met dit besluit. Maar anders zou je het moeten amenderen, als u dat niet vindt. De voorzitter: Ik had gezegd tien minuten, maar het mocht korter. Maar mijnheer ‘t Lam heeft nog een vraag. U krijgt weer wat extra speeltijd. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. De wethouder gaat uitleggen hoe we het zouden moeten lezen. In zijn visie, zodat hij ermee uit de voeten kan. Ik lees het zoals het er concreet staat. Het is maar de vraag hoe het over zes maanden door andere mensen, of misschien negen maanden, gelezen wordt. De een leest het als een concrete opdracht en de ander niet. Ik zou liever een besluit zien, zodat de wethouder er dan mee uit de voeten kan. En wie dat opschrijft, maakt mij niet zoveel uit. Maar zoals het er nu ligt zitten er voor de SP in ieder geval elementen in dat we zeggen, dat kan niet. Los van het feit dat we het onderzoek niet representatief vinden en wellicht tegen het hele besluit stemmen. Maar een besluit moet altijd helder zijn, vinden wij.

En er moet niet te veel uitleg bij zijn hoe dat je het moet lezen. De voorzitter: Goed. Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, met die zuivere uitleg kan ik het erg eens zijn. Ik begon er al mee te zeggen, dit besluit is niet door het college opgeschreven. Bij ons is natuurlijk wel een bestuurlijke reactie gevraagd, maar dat was op de conclusies en op de aanbevelingen. En er is het college geen reactie gevraagd op het voorliggende besluit. En dat is uiteindelijk aan u als raad. En ik ben het erg met u eens, schrijf vooral op wat u aan het college vraagt. En dit vraagt wel meer dan dat wij in onze reactie hebben gezegd wat wij verstandig vinden om te gaan doen. Dan zou u dat anders moeten formuleren. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Het lijkt me wat vreemd dat een fractie die tegen het besluit is een amendement moet maken om een goed besluit te krijgen voor degenen die er voor zijn. We moeten daar nog eens over nadenken, hoe je dat dan oplost. De voorzitter: Het is wel eens gebeurd overigens, hoor. Het mag. Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als college kan ik dit raadsvoorstel niet amenderen. Dat zal toch vanuit de raad moeten komen, als u dat wilt. Of je of je kunt tegenstemmen. De voorzitter: Of u moet het zo goed amenderen, dat u alsnog voor kan stemmen, natuurlijk. Goed. Wethouder.

De heer Van der Kruijff: In ieder geval mag je ervan uitgaan, al stemt u hier in meerderheid tegen … Laat ik even van dat scenario niet uitgegaan dat het gebeurt, maar stel dat gebeurt. U zegt, wij vinden het niet representatief en wij vinden dit voorgestelde besluit ook niet wat wij van het college vinden dat we maar gaan doen.

36

Laat ik dan die toezegging doen, dan mag u van het college verwachten dat het college gaat doen wat wij in de bestuurlijke reactie hebben opgeschreven. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u tot een afronding komen of bent u al afgerond? De heer Van der Kruijff: Ja, wat mij betreft wel. Tenzij iemand zegt dat ik iemand heb overgeslagen in mijn reactie. De voorzitter: Ik kijk rond en ik zie geen vingers omhooggaan. Dan denk ik dat wij, gezien de tijd, moeten gaan komen tot een soort van conclusie. En u weet hoe dat gaat bij een oordeelsvormend stuk. Er zijn een aantal opties. Het raadsvoorstel, want daar gaat het dan over. Verder niet meer over het onderzoek. Maar het raadsvoorstel kan als hamerstuk naar de raad. We kunnen er in de raad, en dat lijkt me eerder voor de hand liggen, gezien ik toch wel wat fracties gehoord heb die het eigenlijk helemaal niet zo'n goed voorstel vinden, het kan als een stemstuk naar de raad. Het zou ook eventueel als een bespreekstuk naar de raad kunnen gaan. Dan moeten er wel minimaal drie fracties zijn die dat willen. En dan moet je uiteraard, vind ik ook wel, met een duidelijk idee komen van, waar wil je het dan over hebben? Het is niet de bedoeling dat die woordvoering van hier overgedaan worden. Mevrouw Pichel, u gaat ons wat voorstellen. Mevrouw Pichel: Het is en een voorstel en ook nog even aansluitend op wat wethouder net op het eind zei.

Want hij geeft aan van, we hebben een reactie gekregen en dat gaan we sowieso doen. Daar zit al best wel veel in. Andere kant zou kunnen betekenen dat als je wel enigszins voor het voorstel bent, dat je hem dan kunt amenderen. Maar dan vraag ik me af of dat nut heeft, aangezien het college toch zegt, maar een deel zijn we aan het doen, zijn we aan het verwerken. Ik zoek daar even de nut en de noodzaak voor ons als commissie en raad. De voorzitter: Amenderen, heeft dat zin? Mevrouw Pichel: Of is dat dubbelop? De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Volgens mij is ook de vraag, wat gebeurt er als het huidige voorgestelde besluit wordt aangenomen? In hoeverre wringt dat dan met de bestuurlijke reactie? Ik denk dat het ook even andersom gesteld moet worden. De voorzitter: Kunt u met die vraag uit de voeten behouden, wethouder? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als u het besluit, zoals het nu staat, dan geeft u het college het verzoek om een concreet plan te presenteren voor gecoördineerd jongerenbeleid. Het college heeft gezegd, ga dat nu niet vragen. Dan geeft u toch die opdracht en zo staan er nog wel meer. Moet ook allemaal gaan opschrijven welke inzichten zijn opgehaald uit de belevingswereld voor jongeren. Hoe deze als basis hebben gediend voor de ontwikkeling van beleid. En dat over de volle breedte, dat is best een grote opdracht.

Daarvan heeft het college gezegd, geef ons niet zo'n grote opdracht, maar geeft u ons een kleinere opdracht. We gaan verder met glansrijke toekomst. Daar koppelen we u op terug. Dat laatste stuk, waar staat over, wilt u

37

terugkoppelen, hoe is dat gegaan, welke inzichten heeft u daarmee opgedaan, dat gaan we dan allemaal doen. En dan kijken we daarna hoe we het naar het volgende beleidsterrein kunnen brengen. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ik heb vandaag heel veel partijen gehoord die zich konden vinden in de in het voorgestelde besluit, inclusief GroenLinks. Maar wel met de veronderstelling dat er eigenlijk weinig discrepantie was tussen de aanbevelingen van het Rekenkamerrapport en het college. Nu krijgen we te horen dat daar toch wel een kleine discrepantie in zit. Ik ben geneigd om te zeggen, laten we daar dan goed naar kijken. En als er dan een amendement nodig is, eigenlijk meer een technisch amendement, hier is niks politieks aan om dat recht te zetten, dan kunnen we dat doen. Maar dan kijk ik ook even naar andere fracties die in eerste instantie hebben uitgesproken wel zich te kunnen vinden in het voorgestelde besluit. De voorzitter: En misschien dat er fracties zijn die zich niet konden vinden in het besluit, die zich er dan wel in kunnen vinden als het een soort afgeslankt voorstel wordt. Want daar hebben we het dan eigenlijk over. Dan wordt er wat weg geamendeerd. We kijken rond. Mijnheer Laban De heer Laban: Voorzitter, ik kan me vinden het voorstel van mijnheer Uysal. Dat het goed is om die manier samen met het college op te trekken in dit geval.

De voorzitter: En dan voor, ik denk, de raad van 16 december. Dan heeft u nog even de tijd om aan dat technisch amendement werken en te gaan kijken of er dan een raadsvoorstel ligt wat de meerderheid inderdaad draagt. Mijnheer Uysal, u gaat daarmee aan de slag? De heer Uysal: Dat wil ik best doen. Als de rest van de commissie daar ook mee akkoord gaat, dan wil ik dat best wel oppakken samen met de griffie. De voorzitter: Prima. Dank alvast voor die toezegging. Goed. Dan weten we in ieder geval dat het terug gaat komen in de raad. Dat er amendementen komen en dat, nadat de amendementen al dan niet aangenomen zijn, zal wel aangenomen worden, dat we toch wel moeten stemmen over het raadsvoorstel. Dan wordt het in ieder geval een stemstuk, waarbij over het amendement mogelijk, maar als technisch is hoeft dat niet, eigenlijk ook alleen maar gestemd hoeft te worden. Zo ligt het nu. Maar ik heb wel de Partij voor de Dieren horen zeggen dat zij een motie overwogen. En als die er komt, dan wordt het natuurlijk sowieso een bespreekstuk. Maar dan gaan we het alleen hebben over de motie. Helder. Ik vat even samen, mijnheer Uysal gaat werken met de griffie aan het technisch amendement om het voorstel aanvaardbaarder te maken. En dat komt dan in de raad van 16 december.

En dan zullen we ook gaan stemmen over het geamendeerde raadsvoorstel en mogelijk komt de Partij voor de Dieren nog met een motie, aldus besloten. Ik dank u allemaal hartelijk voor uw inbreng, coöperatieve gedrag. Ik vraag u vriendelijk als u deze ruimte verlaat, flesjes, glazen enzovoort mee te nemen. En ik wens u verder een genoeglijke avond. En een speciaal woord van dank voor de jongeren die ik daar zie zitten. Fijn dat jullie er ook waren. Ik zou zeggen, kom vaker terug.

38

6. Agenderingsverzoek college over Opvang, zorg en wonen De agendapunten 6,7 en 8 worden gezamenlijk behandeld. 7. Raadsinformatiebrief over Stand van zaken opgaven Beschermd wonen, maatschappelijke opvang & Huisvesting kwetsbare groepen Centrumgemeente Dordrecht – Raadsinformatiebrief De agendapunten 6,7 en 8 worden gezamenlijk behandeld. 8. Raadsinformatiebrief over Regiovisie van beschermd thuis naar thuis wonen met bescherming – Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Pauwels (PvdA) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Hulswit De voorzitter: Goedenavond, beste mensen. Wij zijn hier bijeen met als onderwerp om met elkaar te gaan spreken, beeldvormend, over maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Het is een beeldvormende vergadering. Ik heet de raads- en commissieleden hartelijk welkom. Ook wethouder Van der Kruijff, die hier namens het college naast mij zit.

Het is weliswaar beeldvormend, in principe houdt hij zijn mond, maar hij zit hier helemaal goed. En wie weet kunnen we hem toch nog een keer gebruiken. Mevrouw Hulswit van ambtelijke ondersteuning gaat een presentatie voor ons verzorgen. Ze gaat zo meteen ook vertellen hoe dat gaat. En ik heet ook uiteraard hartelijk welkom degenen op die op de tribune zitten en de mensen die thuis meekijken. Ik ga eerst vragen of we ons eventjes voor willen stellen voor het verslag. Mevrouw Hulswit, ik weet niet of u vaker hier gezeten heeft, maar de bedoeling is, als u het woord neemt dat u op het knopje drukt en als u klaar ben met praten mag er weer op drukken. Dan gaat hij uit. Wethouder Van der Kruijff gaat voordoen hoe dat werkt.

39

De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, wethouder. Mevrouw Hulswit: Inge Hulswit, ambtelijke ondersteuning. De heer Pauwels: Sam Pauwels. PvdA. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks Dordrecht. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. En mevrouw Van den Aardwegh van het CDA komt ook binnenlopen en die staat inmiddels ook in het verslag. U heeft vast net een vergadering gehad. U had weinig tijd en even wat drinken pakken is ook nodig. Goed. Beste mensen, waarom zitten wij hier? De reden van deze vergadering, bij de bespreking van het plan van aanpak Kromhout-Kasperspad, eerder dit jaar, heeft de commissie aangegeven behoefte te hebben aan meer informatie over de problematiek die speelt rondom de keten van opvang, zorg en wonen.

En naar aanleiding daarvan heeft het college in een agenderingverzoek voorgesteld om u bij te praten over de ontwikkelingen. Dat gaat in deze commissievergadering gebeuren. U heeft over dit onderwerp ook twee raadsinformatiebrieven ontvangen. Die kunnen betrokken worden bij de bespreking. Ze staan als agendapunt 7 en 8 op de agenda. Mevrouw Hulswit gaat ons meenemen in een technische presentatie en ze gaat ook vertellen hoe zij wil dat het gaat gebeuren. Ik ga haar het woord geven. Luistert u goed naar haar. Mevrouw Hulswit: Hartelijk dank, voorzitter. Dat is overigens een uitzondering als ambtenaar, dat wij mogen zeggen hoe het gaat. Flauwigheid. Allereerst wil ik u hartelijk danken voor de uitnodiging. Ik denk dat het ontzettend fijn is, omdat het toch alweer een tijdje geleden is dat we hier wat mochten komen vertellen over beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ontzettend fijn dat u daar interesse in heeft getoond en ons heeft uitgenodigd. Ik neem u graag mee in de actuele ontwikkelingen. Het zal u niet ontgaan zijn dat de presentatie die we hebben meegestuurd wat lijvig is. Er staat een

40

hoop tekst in. Dat was een afweging, omdat we toch denken dat het een best wel complex onderwerp is met veel nuances. Het is ook zeker niet de bedoeling dat ik de tekst helemaal ga voorlezen, maar dat, dat ook hopelijk een beetje als naslagwerk voor u kan werken. Ik ga u er zo doorheen loodsen. En mocht u zeggen, is wel erg veel, nodig mij dan vooral uit om verder te gaan. Maar ik ga mijn best doen. De voorzitter: Nog even over het vragen stellen. Mevrouw Hulswit: Excuus. Omdat het een wat lijvig stuk is en best wel complex, zou ik willen voorstellen om het even in drie punten op te knippen. Ik heb drie blokken, die een beetje logisch lijken, gemaakt en dat u na ieder blok dan de kans heeft om vragen te stellen en daar zal ik u dan toe uitnodigen. Als u daarmee akkoord bent, dan zou ik het zo willen doen. Dan staat hij op het scherm. Integrale opgave beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ik ga gelijk naar de volgende pagina. Even een korte opfrisser, de gemeente Dordrecht is centrumgemeente. En dat houdt in dat wij namens de negen gemeenten waar wij de regio over bestrijken, dat is de gehele regio Drechtsteden, plus de gemeente Molenlanden en Gorinchem, verantwoordelijk zijn voor het maken van beleid. Dat doen we samen, met elkaar, maar als centrumgemeente ontvangen wij de middelen en zijn wij ook degene die aangevend zijn in wat we met elkaar gaan doen.

Er zijn eigenlijk twee belangrijke onderwerpen waar wij ons vanuit onze centrumgemeentetaak mee bezighouden. Er zijn er uiteraard meer, maar ik deel ze even op in twee grote pijlers. Dan zag ik de pijler maatschappelijke opvang en de pijler beschermd wonen. Om met de pijler maatschappelijke opvang te beginnen, de meeste mensen, denk ik, zullen wel weten wat maatschappelijke opvang ongeveer inhoudt. Iedereen kent beelden van het Leger des Heils. U bent waarschijnlijk ook wel eens langs het Kromhout gelopen. Misschien wel eens vaker wat over gehoord. Daar werd net al aan gerefereerd, dat er ook weleens wat problemen zijn. Vermoedelijk heeft iedereen daar een beeld bij. Het is belangrijk om te benoemen dat, dat niet alleen maatschappelijke opvang is. We hebben ook nog de winteropvang, die opengaat op 1 december. Die gaat ook dit jaar op 1 december weer open. Daar zijn een x-aantal extra plekken, met het verschil dat de maatschappelijke opvang echt een hele specifieke ingangscriteria heeft en de winteropvang is in principe voor iedereen die op straat leeft op het moment dat het vriest of de gevoelstemperatuur nul graden is, zeg ik even uit mijn hoofd. Maar in ieder geval, als het echt heel koud wordt, dan vallen die criteria weg en dan is in principe iedereen daar welkom om een dak boven het hoofd te hebben en warm te slapen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44116