2.7 2025.10.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Daarnaast hebben we natuurlijk ook nog de vrouwenopvang. Helemaal technisch gezien hoort dat niet onder maatschappelijke opvang, maar het is natuurlijk ook een vorm van opvang voor mensen die in nood zitten, die in een crisissituatie terechtkomen, geen dak boven het hoofd hebben. Vaak gebeurt dat in het weekend, gebeurt dat ’s nachts. Dat er situaties ontstaan, waardoor mensen acuut zorg nodig hebben en een veilige plek. Dan hebben wij ook de vrouwenopvang daarvoor binnen onze gemeentegrenzen. Maar die is ook toegankelijk voor alle mensen uit de gemeente Drechtsteden en Gorinchem en Molenlanden. Dan ga ik nog even naar de overige vormen. Ik weet dat er ook wel vaak wordt gesproken over opvang in het kader van Oekraïners. Ik heb zelf in het Crown Point meegewerkt. Dat is de opvang van Oekraïense vluchtelingen, opvang van andersoortige vluchtelingen, mensen die mogelijk in de toekomst in het azc terechtkomen. We weten ook dat dat sommige daarvan, en dat zijn maar kleine aantallen, ook rondom het Kromhout rondhangen. Die hebben geen toegang tot het Kromhout, niet tot die opvang.
41
Die vallen echt onder andere regelingen. Ik denk dat het goed is om even te benoemen dat zij wel op die winteropvang eventueel aanspraak kunnen maken, maar dat ze niet in de reguliere opvang terechtkomen. Want daarvoor geldt dat het azc en het Oekraïne opvangpunt. Dan beschermd wonen, beschermd wonen is voor mensen vanaf 18 jaar. Onder de 18 hebben we natuurlijk de Jeugdwet. Daarin ook een bepaalde vorm van beschermd wonen gerealiseerd, maar dit is voor mensen vanaf 18 jaar. We zien steeds meer jongeren komen. Dan hebben we het over 18, 23, die ook gebruikmaken. We zien daar echt … En toevallig vanmorgen nog een rapport gezien, waar echt een stijgende lijn te zien is. Je kunt ook zien dat we bijvoorbeeld steeds meer mensen hebben die een woontraining gaan doen. Dat is een product wat we gerealiseerd hebben, omdat we zien dat er steeds meer jongeren zijn die uit de Jeugdwet komen en die toch nog iets nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Het afgelopen jaar hadden we bijvoorbeeld 27 mensen die in de woontraining zitten. Dat was best een aantal, maar daar zien we wel mooie resultaten. We hebben verschillende soorten woonvormen. En intramuraal hebben we ongeveer 158 plekken in de regio.
En extramuraal … Intramuraal is de klassieke vorm van beschermd wonen eigenlijk, zoals ik dat een beetje zei, waarbij er echt sprake van is dat mensen in een setting wonen waarin ze vaak een huiskamer delen en een keuken delen en een eigen kamer hebben en dat er vaak 24 uur per dag mensen aanwezig zijn. En extramurale vormen, daar zijn allerlei verschillende vormen van. Dat is ook de beweging die we nu aan het maken zijn, om steeds meer mensen in de thuissituatie of in kleine geclusterd wonen te plaatsen en te zorgen dat ze meer in hun eigen netwerk en in hun eigen omgeving gewoon geholpen kunnen gaan worden. Daarvan hebben we er op dit moment 112 in de regio. Dat was het einde van blok 1. Heeft u vragen? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net over winteropvang en ook dan de azc's en de Oekraïne opvang. Daarnaast hebben we natuurlijk gewoon de maatschappelijke opvang voor mensen die geen huis hebben. De arbeidsmigranten die hierheen komen, krijgen werk en een woning. Het werk raken ze kwijt, de woning raken ze kwijt, hebben geen toegang tot de maatschappelijke opvang. Wat is daarvoor geregeld? De voorzitter: Zegt u het maar, mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Daar is inderdaad geen toegang. Ik moet u het antwoord op wat daarvoor geregeld is schuldig blijven. Dan mag u het geven. De voorzitter: Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: In zoverre, ik weet het. Ik weet dat er in Rotterdam, dat is al twee jaar nu, een nieuw soort opvang is voor deze mensen. En dan maken ze gebruik van de, even kijken, waar heb ik het staan, een EU-opvang. En ik denk dat wij daar ook als regiogemeente Dordrecht zeker gebruik van kunnen maken, want ik weet gewoon dat er steeds meer arbeidsmigranten hier dakloos zijn en zwerven en steeds meer op het station slapen een dekbedje op de bank.
42
De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren mevrouw Huiswit? Mevrouw Hulswit: Graag. Het is Hulswit. De voorzitter: Hulswit, sorry. Mijn excuses. Mevrouw Hulswit: Geeft niet. Ik krijg net van de bank geluisterd van een collega die daar expert in is, die zegt dat wij inderdaad eigenlijk de meer economisch daklozen, uit bijvoorbeeld Oostbloklanden, verwijzen naar Rotterdam. Dat klopt. Dat wordt ook al gedaan. We hebben daar geen eigen voorziening voor. De voorzitter: Dat was de vraag van mevrouw Kruger. Was er nog iemand die een vraag had over het eerste blokje? Zo niet, dan ga ik u verzoeken, mevrouw Hulswit, om verder te gaan. Mevrouw Hulswit: Dank u. Dan ga ik door naar het volgende stuk en dat gaat eigenlijk over … Er zijn een aantal klantreizen opgenomen, die hierna komen. Klantreizen is een term die door de sociale dienst wordt gebruikt. Zij hebben even geholpen met het maken van dit overzicht. Uiteindelijk hebben wij het zelf altijd gewoon over inwoners. Vergeef me even het woord klantreis, maar in dit stukje ga ik u meenemen in hoe iemand kan worden aangemeld, of zichzelf kan aanmelden, en uiteindelijk in een vorm van beschermd wonen of maatschappelijke opvang terecht zou kunnen komen. En ook, idealiter, daar op een gegeven moment weer uit kan stromen. In eerste instantie de hulpvraag, op verschillende manieren kunnen mensen met hun hulpvraag terecht.
Een van, denk ik, de meest voorkomende en bekende voorbeelden is het sociaal team. Hier in Dordrecht hebben wij dat. Dat in elke gemeente. De Drechtsteden en Gorinchem en de Molenlanden hebben hun eigen variant daarop. Dat maakt het soms best uitdagend, want uiteindelijk moeten ze wel allemaal bij de sociale dienst terechtkomen als ze voor een vorm van beschermd wonen of maatschappelijke opvang een indicatie willen. Dat is best een uitdaging om al die systemen goed op elkaar te laten aansluiten. Maar bij ons, als ik het even over Dordrecht heb, dan hebben wij het sociaal team. Dat is de plek waar mensen meestal als eerste terechtkomen. Er zijn ook andere vormen, bijvoorbeeld Team Toeleiding en Bemoeizorg, wat door een aantal ggz-instellingen wordt gerund. Zij krijgen daar subsidie voor. Die gaan outreachend te werk en die weten ook over het algemeen van een aantal mensen die de straten zwerven, om het maar even zo te zeggen, waar ze die kunnen vinden. Houden een oogje in zeil en zo nodig proberen zij mensen te begeleiden naar de juiste instanties. En in sommige gevallen is dat bijvoorbeeld naar de ingang voor de maatschappelijke opvang geholpen worden. Dan ga ik eventjes naar dit overzicht. Ik weet niet of het helemaal goed te lezen is. Het is een ontzettend gepriegel. Ik heb het zelf ook iets groter uitgeprint. Misschien dat u hem iets kunt uitzoomen op het eigen systeem.
Hier ziet u hoe iemand die beschermd wonen nodig heeft, ik noem het maar in het systeem terecht zou kunnen komen, maar in aanmerking zou kunnen komen voor een indicatie. Bijvoorbeeld, iemand komt bij een sociaal team terecht en het sociaal team helpt die persoon naar het doen van een melding bij de Wmo, bij de sociale dienst Drechtsteden. Vervolgens wordt er een onderzoek ingesteld door de consulent. Die gaat op dat welbekende keukentafelgesprek om verder uit te zoeken wat de precieze behoefte is, waar nog in het netwerk draagkracht zit, waar nog misschien mantelzorg aanwezig is of andere vormen van ondersteuning. Dan wordt er beoordeeld of die persoon wel of niet in aanmerking komt voor een vorm van beschermd wonen. Zo ja, dan
43
gaat iemand op een wachtlijst. En ja, we hebben een wachtlijst. En dat is ontzettend vervelend om te moeten zeggen. We werken er hard aan, aan het einde zeg ik daar nog iets over, maar we werken er hard aan om die wachtlijst stevig aan te pakken in de komende twee jaar. Maar iemand komt op de wachtlijst. En als het nodig is, en in de meeste gevallen is dat op dit moment nodig, omdat mensen echt in best wel zware toestand, om maar even zo te zeggen, op de wachtlijst terechtkomen, simpelweg omdat er geen plek is, wordt er overbruggingszorg ingezet. Dat betekent dat er zo zwaar als nodig is zorg wordt ingezet in de thuissituatie. Uiteraard zijn er mensen die zulke zware psychiatrische problemen hebben, dat ze toch op een gegeven moment in een crisisopvang terechtkomen. Dat is dan niet meer Wmo, maar dan heb je het over de gezondheidszorg. Dan heb je het echt over een crisisplaatsing bij een Yulius bijvoorbeeld, in een kliniek. In bijvoorbeeld Sliedrecht hebben we een kliniek. Mensen blijven dan ook op de wachtlijst. Op het moment dat ze daar dan weer uitstromen, dan hebben ze nog steeds die plek op de wachtlijst. Dan kunnen ze intra- of extramuraal worden geplaatst. Daar had ik het net al even over. Mogelijkheid van doorstroom naar soms Beschermd Thuis.
Dat is een voorziening die we steeds meer proberen aan te bieden, waarbij mensen een eigen woning hebben en dan in de eigen woning een zwaardere vorm van zorg krijgen, maar daardoor wel veel zelfstandiger kunnen leven, netwerk kunnen opbouwen of soms zelfs netwerk kunnen behouden. Als het even lukt, willen we dit ook steeds meer aan de voorkant gaan aanbieden, zodat mensen niet hoeven in te stromen in zo'n intramurale setting, maar dat ze veel meer thuis begeleiding kunnen krijgen om thuis te blijven wonen. En dan zijn er een aantal uitstroomvormen. Denk dat ik het daar even bij laat voor nu. Even kijken. Ik sla die andere twee even over omwille van de tijd. Mocht u willen, dan kan ik die altijd nog toelichten zo meteen. Het idee is dat we steeds meer, en dan grijp ik even terug naar de regiovisie Beschermd Wonen die u als bijlage ook bij de stukken heeft gekregen, willen zorgen dat we onze inwoners zo goed mogelijk helpen om zo thuis mogelijk, het is niet helemaal correct Nederlands, maar zo thuis mogelijk kunnen blijven wonen. Ook als ze zwaardere vormen van zorg nodig hebben. We zien gewoon, en dat is ook uitgewezen door de beroemde Dannenberg die u misschien nog iets zegt, die de grondlegger van de Wmo 2015 is. Hij zei daar ook al over dat, dat veel beter is voor mensen. Om meer in die thuissituatie, in dat eigen netwerk, in die veilige omgeving te kunnen blijven wonen.
En dat is iets wat heel veel tijd een investering kost, maar daar zijn we een aantal jaren mee bezig. En daar maken we op dit moment ook mooie vorderingen mee. En Beschermd Thuis is een voorbeeld daarvan. Dat is het einde van blok twee. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Hoe lang de wachtlijst is en waardoor dat komt, kunt u me daar wat meer over vertellen, via de voorzitter? De voorzitter: Zegt u het maar, mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Dank u wel voor de vraag. Een hele terechte en begrijpelijke vraag, maar wel een vraag die helaas best moeilijk is om te beantwoorden. En dat heeft ermee te maken dat er allerlei verschillende facetten spelen. Namelijk, mensen hebben een bepaalde voorkeur voor levensovertuiging. In deze regio hebben we bijvoorbeeld
44
voorzieningen met een christelijke levensovertuiging, waar sommige mensen juist heel graag wel en andere mensen juist niet naartoe willen. We hebben allerlei verschillende soorten problematiek die zorgen voor uitsluiting van plaatsing bij bepaalde voorzieningen. Bijvoorbeeld als mensen verslaafd zijn en tegelijkertijd psychiatrische problematiek hebben. Dat maakt dat niet zo is dat als je erin komt, dat je op een gegeven moment na zoveel tijd gewoon aan de beurt bent, maar dat er heel goed moet worden gekeken naar waar kun je geplaatst worden? Dat betekent ook dat bijvoorbeeld voorzieningen … We hebben in Papendrecht een voorziening waar mensen met autisme terechtkunnen. Dat stroomt vrij langzaam door en mensen op de wachtlijst dikken aan. Daar komen steeds meer mensen op te staan. Dat is ook specifiek een voorziening waar we naar aan het kijken zijn of we daar op termijn een extra voorziening voor kunnen gaan realiseren. Dat maakt het heel ingewikkeld om een antwoord te geven, maar ik hoop dat u hiermee een beetje beeld heeft gekregen. De voorzitter: U bent geholpen, mevrouw Kamphuis? Mijnheer Van Pelt. En daarna mijnheer Burakçin en daarna nog een heleboel anderen. De heer Van Pelt: Dank u wel. U onderscheidde bij beschermd wonen tussen intra- en extramuraal met alle twee beperkt aantal voorzieningen, maar daarnaast sprak u over ook zorg thuis leveren.
Maar wat is dat verschil tussen extramuraal beschermd wonen en als mensen thuis wonen? Want dan wonen ze niet in hun eigen woning, begrijp ik, bij extramurale begeleiding? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Een hele scherpe opmerking. Er zit een onderscheid in. En dat is heel technisch, maar het heeft te maken met bijvoorbeeld een vorm van geclusterd wonen, waar mensen wel bijvoorbeeld een eigen voordeur hebben, maar in de directe omgeving van de voorziening wonen die de daadwerkelijke zorg biedt. Dat kunnen we dan een vorm van extramuraal noemen, waarbij je niet met tien mensen op een gang woont en een gedeelde huiskamer. Je hebt wel een gedeelde eigen huiskamer, maar je hebt wel nog heel veel zorg nodig. En vorm van thuiszorg, thuiszorg is de verkeerde term, maar Beschermd Thuis noemen we dat, dan hebben mensen vaak al een eigen woning of ze krijgen een eigen woning en dan kunnen ze ook langer hun vraag uitstellen. Is heel technisch, maar ik hoop dat het helpt. De voorzitter: Ik zie u knikken. Het beantwoordt. Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel. Ik had een vraagje over de extramurale zorg, op afstand verzorgd worden. We zien al jaren dat de meldingen bij de politie over verwarde personen toenemen.
Heeft het ook daarmee verband? Bijvoorbeeld de mensen die gewezen worden op zelfstandig wonen, dat daar de behoefte is om bijvoorbeeld toch de zorg van dichtbij te hebben, maar die niet krijgen en er vervolgens veel meldingen ontstaan bij de politie over verwarde personen? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Die kan ik niet beantwoorden, die vraag. Ik heb daar geen gegevens over.
45
De voorzitter: Dan is een eerlijk antwoord. Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamo: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik begrijp ook, en het is ook heel mooi om mensen zo veel mogelijk gelijk en thuis te hebben, van zo dicht mogelijk bij, toch krijgen we ook wel signalen dat er soms casussen zijn waar dan zoveel zorg nodig is, dat daar echt best wel heel veel geld naartoe gaat wil een persoon die zorg krijgen. Zijn er ook grenzen aan? Wanneer er gezegd wordt, weet je, dit rijst zo de pan uit. We gaan naar een andere vorm of we gaan het op een andere manier voor zo iemand oplossen. Of wordt het toch altijd geprobeerd zoveel mogelijk mensen in een zo’n thuis mogelijke omgeving te hebben? De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Ja, daar zitten zeker grenzen aan. Dat zijn geen keiharde financiële grenzen. Over het algemeen zie je dat mensen op basis van inhoudelijke problematiek en zorgbehoefte, dan al zodanig veel zorg nodig hebben, dat een extramurale setting niet wenselijk is en dat mensen dan toch intramuraal geplaatst moeten worden. Dat zit meer op een inhoudelijke afweging, dan een financiële afweging. Uiteindelijk is een intramurale setting gewoon de duurste setting. Het kan niet zo zijn dat we meer geld … Om een beeld geven, 50.000 tot 70.000 euro per jaar per plek voor intramuraal. Dat soort bedragen geven we niet uit voor een extramurale plaats.
De voorzitter: Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u. De vraag gaat over dat ik in een van de stukken heb gelezen dat er ook gerefereerd is aan het wetsvoorstel Woonplaatsbeginsel. Dat gaat niet door. Dat zou ingaan op 1 januari. En ik vroeg me af in hoeverre dat wetsvoorstel ook een rol speelt in deze visie hier om naar de eigen vertrouwde omgeving te gaan. Dat speelt landelijk. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Maar wij maken ons ook zorgen over het feit dat, dat tot op zekere hoogte ook een bezuinigingsmaatregel kan zijn die ten koste gaat van de cliënten. De voorzitter: Dat laatste hoeft u niet op in te gaan hoor, want dat is een beetje politiek denk ik. Mevrouw Hulswit: Dank u wel. Het woonplaatsbeginsel is formeel gezien uitgesteld, niet afgesteld. Maar dat is wel al, geloof ik, vier jaar op rij. Dat is even afwachten, maar het is formeel nog niet uitgesteld. Ik denk wel dat het juist heel erg kan helpen als je kijkt naar de financiën. En dan ga ik hem niet politiek beantwoorden, maar gewoon heel zakelijk en technisch. Het gaat erom dat we nu verantwoordelijk zijn voor de mensen die gebruikmaken van een voorziening in die specifieke gemeente. Heel simpel, in Dordrecht hebben wij veel voorzieningen voor beschermd wonen.
Zodra die mensen in de voorziening komen te wonen, dan is Dordrecht niet alleen financieel verantwoordelijk voor de indicatie, maar ook voor alle andere dingen die daaromheen zitten. Bijvoorbeeld een uitkering als mensen dat hebben. Bij het woonplaatsbeginsel, zoals het er nog steeds ligt, zou het zo zijn dat de gemeente waar iemand vandaan komt, onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde marges van een aantal jaar, verantwoordelijk blijft voor de kosten van de indicatie. Woont iemand in Alblasserdam en is het
46
woonplaatsbeginsel ingevoerd, dan betekent dat, dat die persoon in Dordrecht geplaatst wordt, maar door Alblasserdam wordt bekostigd. De voorzitter: Duidelijk, mijnheer Pauwels? Ik kijk even rond. Ik zie geen vingers. Dan mag u, wat mij betreft, verdergaan met de presentatie. Mevrouw Hulswit: Dank u wel. Ga ik naar het derde en laatste deel. Toch een kort stukje even meer over beleid, beleidsontwikkelingen en visie. We hebben het er natuurlijk al even over gehad. Ik heb al wat uitgelegd over die visie. Dit plaatje laten we een beetje zien welke kant we met elkaar op willen. We willen naar zorgbestendige toekomst. Sorry, een toekomstbestendige zorginfrastructuur. En ook ondersteuningsinfrastructuur moet ik erbij zeggen, want formeel geschiedenis gaat Wmo over ondersteuning en de zorg ligt bij de zorgverzekeringswet. Goed om even te benoemen. We zijn nu steeds meer bezig met die integrale aanpak. Het stond ook al in de presentatie helemaal aan het begin. En misschien nog fijn om daar even wat toelichting op te geven. We hebben nu net heel duidelijk twee specifieke pijlers benoemd. Het is belangrijk om te realiseren dat, dat natuurlijk een soort doorlopende lijn is. We kunnen het wel uitsplitsen, omdat dat makkelijk is, omdat we dan ook in ons beleid daar scherp op kunnen zijn. Maar uiteindelijk is alles in de zorg en is alles in het sociaal domein een grote keten.
Als we het hebben over het sociaal team … Iedereen, zoals wij hier nu met elkaar zitten, zal een keer ergens in die keten waarschijnlijk gebruik gaan maken van een voorziening. Of dat nu is omdat u bij het sociaal team komt voor een bepaalde vraag of omdat u mantelzorger wordt voor een moeder die niet die het moeilijk heeft, een kind dat een been breekt, dat is ook een mantelzorger, maar ook als we wat meer in die zwaardere vormen van zorg gaan zitten. Dan komen we meer richting maatschappelijke opvang of beschermd wonen. Het zijn allemaal onderdelen van diezelfde keten. We proberen ook steeds meer integraal te kijken naar, hoe kunnen we omgaan met, wij noemen dat dan voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen. Dan heb je het eigenlijk over bijvoorbeeld het sociaal team. Waar iedereen terechtkan, wat er ook met je aan de hand is, waar je vraag ook precies ligt. Hoe we kunnen zorgen dat we dat steeds beter benutten om ervoor te zorgen dat zowel mensen die eventueel in een opvang terecht zouden moeten komen als mensen die beschermd wonen aan die voorkant al geholpen kunnen worden. En hopelijk zo goed geholpen worden, dat ze uiteindelijk nooit in zo'n voorziening terechtkomen. Dit heb ik al best redelijk verteld, zie ik. Misschien nog goed om te benoemen, naast die grote keten hebben is het ook nog zo dat we best wel veel aanpalende beleidsterreinen of dossiers hebben.
Een van de belangrijkste, heb ik volgens mij net al genoemd, is wonen. Het woondossier is enorm belangrijk voor ons. De woonzorgvisie is ook een product waar we heel sterk op samenwerken om te zorgen dat, dat ook ondersteunend is aan de doelgroepen die wij bedienen vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. En je ziet ook heel sterk dat er, met name in de uitstroom, maar ook in de doorstroom, tot op zekere hoogte van mensen die in voorzieningen zitten, echt problemen ontstaan, omdat er een gebrek is aan woningen. Want we willen steeds meer zorgen dat mensen thuis kunnen blijven wonen, maar sommige mensen hebben geen thuis. Als ze uitstromen, willen ze een thuis en de dat thuis moet er wel zijn. En dat is ontzettend lastig op dit moment. Dat is natuurlijk een vraagstuk dat eigenlijk in de hele gemeente leeft, maar het is ontzettend lastig in dit specifieke onderwerp. En met name ook, dat zou ik graag willen meegeven, omdat er heel weinig kleine woningen zijn. En de groep mensen die bij ons in de voorzieningen zitten, zijn
47
voornamelijk mensen die alleenstaand zijn of jongeren. En zij hebben geen behoefte aan een woning van 70 vierkante meter. Die willen gewoon een plekje waar ze op zichzelf kunnen zijn en waar ze veilig zijn en een dak boven hun hoofd hebben. En dat is echt een groot tekort. Even kijken. Nog kort even iets over de huisvesting kwetsbare groepen, wellicht hebben sommigen van u daar in het verleden ook al iets over gehoord? Dat is een programma waar we mee bezig waren. Dat gaat eigenlijk over het identificeren van specifieke groepen mensen die kwetsbaar zijn en die huisvesting zoeken. Dat zegt het eigenlijk al. Maar daarbij zijn we bijvoorbeeld heel erg gaan kijken naar de crisisopvang voor jongeren. We hadden eigenlijk alleen maar het Leger des Heils en dat is niet bepaald, als u daar wel eens geweest bent, een geschikte plek voor jongeren om daar op een veilige manier opgevangen te worden. In de zomer van 2024 hebben we de crisisopvang jongeren kunnen openen. Hele mooie samenwerking met Enver. Daar kunnen ongeveer tien jongeren terecht en die zit eigenlijk altijd vol. Dat is een hele mooie plek die gerealiseerd is. En zo zijn we nog meer aan het kijken naar dit soort vormen van voorzieningen die in de komende twee, drie jaar zullen moeten worden gerealiseerd. Misschien nog iets over … Sorry, ik ben bijna klaar. Ik heb nog twee sheets. De een-nalaatste sheet, beschermd wonen.
Misschien goed om even iets over Skaeve Huse te zeggen. Dat is hier ook vaker ter sprake gekomen. U weet wellicht dat we in Dordrecht Skaeve Huse hebben en dat die plek niet langer gebruikt kan gaan worden. Dat we daar een andere locatie voor moeten zoeken. Daar zijn we druk mee bezig. Tegelijkertijd zijn we ook heel sterk bezig met niet alleen het verplaatsen van de plekken die we hebben, maar ook het uitbreiden van Skaeve Huse. En de gemeente Gorinchem is op dit moment heel actief aan het onderzoeken, serieus aan het onderzoeken, of zij daar iets in kunnen betekenen. En mogelijk zijn er nog meer mogelijkheden in de regio die we in gesprekken kunnen verkennen. Tot zover even daarover. Dan de laatste sheet, investeringsagenda 2026-2027. Wilde ik u alvast eventjes meegeven. Dat is de voortgang van de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen. Dat is een lijst, die zijn we op dit moment actief aan het samenstellen, waarin staat wat voor voorzieningen we nodig hebben om die toekomstbestendige infrastructuur te creëren. Waarbij we kijken naar mensen die op de wachtlijst staan, wat voor type problematiek er op de wachtlijst staat. Waarbij we kijken naar wat er vanuit zorgaanbieders gevraagd wordt, wat er vanuit Wmo-consulenten gezien wordt.
En de landelijke ontwikkelingen die op basis van het HHM-rapport, dat u wellicht nog herinnert, wat wij een paar jaar geleden hebben gepresenteerd, voorspeld wordt eigenlijk wat we voor deze regio nodig hebben. Dat komt in 2026-2027 aan bod. Tot zover. Wil ik het hier even bij laten en dat mag u nog vragen stellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga met mevrouw Kamphuis beginnen en daarna mag u, mevrouw Kruger. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. In 2026 moet de knoop doorgehakt worden voor de nieuwe vrouwenopvang. Nu is mijn vraag, kan het toegezegd worden dat het in het eerste kwartaal wordt doorgehakt? Zo nee, waarom niet? Want ze wachten al een poos en het is daar echt niet veilig voor die vrouwen. Dank u wel. De voorzitter: Ik vraag mij af of daar antwoord op gegeven kan worden door u, mevrouw Hulswit. Ik denk het niet.
48
Mevrouw Hulswit: Nee. De voorzitter: De wethouder zit wel aan tafel, maar die gaat geen antwoord geven. Daar hebben we andere vergaderingen voor, mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik had eigenlijk eenzelfde soort vraag. Want ik maak me toch wel ongerust als ik dat stukje lees over vrouwenopvang. Zoek toch naar de nieuwe opvang. Daar zijn we al een tijdje mee bezig. Ik weet hoe moeilijk het is, hou mij ten goede. Maar wordt gevraagd over aankopen vastgoed, misschien zelfs nieuwbouw. Ook al kan er geen antwoord op komen, misschien toch iets meegeven om dat verder uit te zoeken, die nieuwbouw. Dan heb je niet binnen nu en een half jaar iets. Dat duurt ook lang. En dezelfde opmerking als mevrouw Kamphuis, 2026 de knoop doorhakken. Dat zijn twaalf maanden. Wanneer gaat dat gebeuren? Terwijl er gekeken gaat worden hoe het huidige pand veiliger kan worden. Maar serieus, daar zijn we ook al jaren mee bezig. En iedere keer, dan ga ik overdrijven, regelmatig vinden er branden plaats of wat dan ook. Eigenlijk had gisteren dit veranderd moeten worden. De voorzitter: U heeft in ieder geval uw politieke mening heel helder gegeven. Mevrouw Kruger: Sorry, dit is helemaal geen politieke sessie. De voorzitter: Ik begrijp hoe hoog het bij u zit en ik waardeer ook uw betrokkenheid daarbij. Alleen is dit niet het moment, denk ik. Maar u heeft het even kunnen uitspreken. Altijd lekker. U wilt er toch iets op zeggen, mevrouw Hulswit? Kort technisch antwoord, dat mag altijd. En daarna ga ik naar mijnheer De Heer.
Mevrouw Hulswit: Heel kort, ter verheldering. ‘26 omdat we in de periode dat we aan het zoeken zijn naar nieuw pand, nu ook te maken hebben met een aanbieder, waardoor we mogelijk opnieuw moet gaan aanbesteden voor een aanbieder. En dat loopt heel erg samen, want een aanbieder zonder pand en een pand zonder aanbieder, dat is erg complex. Vandaar. Ik denk dat, dat nog wel een toevoeging is die ik hier kan doen om dat te duiden. De voorzitter: Dank u wel. Wordt gewaardeerd. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik snap ook heel erg de spanning die hierop zit, omdat het een beeldvormende sessie is en tegelijkertijd we die informatie lezen en dan ook denken, het had toch al geregeld moeten zijn. Maar goed, dat is een wens, denk ik. Ik snap dat dingen soms langer duren dan we allemaal hopen. En tegelijkertijd dan misschien de technische vraag, hoe worden wij als raad hierover de komende periode ook op de hoogte gehouden? Ergens dacht ik namelijk ook dat er inmiddels al meer klaar zou staan, dan dat we nu lezen. Misschien om dat te voorkomen de komende periode, als dingen misschien om allerlei redenen, ook goede redenen, omdat er misschien een heel mooi plan is, maar dan duurt het nog wat langer, hoe kunnen we daarover worden geïnformeerd? Wat voor verwachtingen kunnen we meekrijgen? De voorzitter: Mevrouw Hulswit.
49
Mevrouw Hulswit: We kunnen natuurlijk ervoor zorgen dat we u periodiek informeren over de voortgang, als u daar behoefte aan heeft. Dat we een raadsinformatiebrief maken, bijvoorbeeld aan het einde van het eerste kwartaal. Maar dan heeft u het specifiek over de vrouwenopvang of heeft u het over andere onderwerpen? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, misschien kunnen we dat aan het eind nog clusteren als er bepaalde andere thema's ook zijn waar we graag over geïnformeerd worden. Maar ik denk dat het een breed gedragen wens is om zeker over dit specifieke punt van vrouwenopvang regelmatig op de hoogte worden gehouden. De voorzitter: En regelmatig, dat vindt u per kwartaal? De heer De Heer: Per kwartaal zou hartstikke mooi zijn. Ik wil ook niet allerlei onnodige ambtenaren aan het werk zetten. Of ambtenaren onnodig aan het werk te zetten. Dat is een goede zin, sorry. En dat mag ook een korte RIB zijn, maar graag wel een update als het enigszins kan. De voorzitter: Mevrouw Kruger, vult u even aan. Mevrouw Kruger: En mocht het zo zijn dat er gewoon … Tenminste, dan spreek ik voor mezelf, maar ik weet niet of de anderen dat ook vinden. Als er geen veranderingen in zijn, dan is een korte mededeling ook, stand van zaken onveranderd. Want om iedere keer weer van alles te vermelden en dan te constateren … De voorzitter: Waardevolle aanvulling.
De wethouder gaat hier even … De heer Van der Kruijff: De ambtenaar kan natuurlijk nooit RIB toezeggen. Dat zult u begrijpen, want het college stelt RIB vast. Maar als u op de hoogte gehouden wil worden, laat ik dan maar even meebewegen, is geen probleem. De voorzitter: Dat is weer het voordeel dat u aan tafel zit. Mijnheer De Heer, had u nog meer vragen? Iemand anders? Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik zie als laatste stukje op de sheet nu voorstaat, dat de huidige samenwerkingsovereenkomst verloopt per eind ‘25 en dat in december ‘25 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt voorgelegd aan de colleges. Zijn daar nog spannende dingen in te verwachten? En hebben wij daar als raad nog wat op in te brengen, toe te voegen, mee te geven? De voorzitter: Daar gaat de raad niet over, hoor ik. De heer Van der Kruijff: Dat is aan het college. Overigens kunnen we u wel informeren, net als bij het andere. Dat lijkt me voor de hand liggen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis.
50
Mevrouw Kamphuis: Ik had nog een vraag. Als er kinderen begeleid wonen in een traject voor achttien jaar, en ze worden ze achttien jaar, dan worden ze eigenlijk op straat gezet. Doen jullie daar nog iets mee of niet? De voorzitter: Gebeurt er iets met de achttienjarigen die dakloos dreigen te worden? Mevrouw Hulswit: Dat is best een brede vraag, maar in principe hebben we allerlei mogelijke voorzieningen. Zodra je achttien wordt, kun je aangemeld worden voor beschermd wonen vanuit Wmo en dan is daar uiteraard een toetsing. Net zoals ik net in die klantreis aangaf, als iemand daarvoor in aanmerking komt. En we hebben de jongerenopvang van Enver voor mensen die dakloos raken en daar naar binnen gaan. We hebben kamertraining, we hebben nog andere voorzieningen. Zodra iemand achttien wordt, is het in principe gewoon zo dat de regels van de Wmo, om maar even zo te zeggen, gelden. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Ik zie geen vingers. Toch wel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik denk in algemene zin dat we vragen mogen stellen nu? De voorzitter: Zeker. De heer De Heer: Ik had heel even de vraag, omdat hij ook langskwam. Motie experiment Wonen Eerst. Als ik die aangenomen motie terugkijk, dan zag ik ook dat in Q3 er een voorstel naar de raad zou komen met een uitwerking van dat experiment.
Ik was benieuwd of daar al iets meer over bekend is en wanneer we dat kunnen verwachten. En de tweede vraag die ik had was even met betrekking tot de regiovisie, waar ook een RIB bij zit. En waar ik in de regiovisie dan ook lees, wat is hiervoor nodig, instemming met regiovisie tussen negen gemeenten. Ik was even benieuwd, wat is precies de rol van de Dordtse gemeenteraad hierin? Aangezien het een RIB is en geen voorstel. De voorzitter: Ik zou zeggen, begin met het tweede. Het hoeft niet, hoor. Als u die eerste ook nog paraat heeft en daarna de tweede, dan mag het natuurlijk ook. Mevrouw Hulswit: Bij de eerste is het antwoord dat daar op dit moment nog aan gewerkt wordt. Dat is vertraagd. In Q4 komt het bij het college, nog voor het einde van dit jaar. Dan daarna. De voorzitter: En dan de tweede vraag. Mevrouw Hulswit: De tweede vraag heb ik niet meer helemaal praat, sorry, De voorzitter: De rol van de gemeente. De heer De Heer: De rol van de gemeente bij de regiovisie. Of wij daar nog een rol in hebben qua vaststelling of iets dergelijks? Mevrouw Hulswit: Nee, dat is een bevoegdheid van het college. De voorzitter: Mevrouw Kruger, u nog een vraag?
51
Mevrouw Kruger: Nog een technische vraag. De voorzitter: We stellen alleen maar technische vragen. Sommige mensen praten weleens via hun beurt. Mevrouw Kruger: Ik hoor het allemaal te weten, natuurlijk. De voorzitter: Het is goed bedoeld hoor, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Maakt mij niet uit hoor. De voorzitter: Stelt u maar uw technische vraag. Mevrouw Kruger: Het zit nog zo in mijn hoofd, ik mag geen politieke vraag. Vandaar. Is het bekend, want dat heb ik hier niet uit kunnen halen, of bijvoorbeeld de Wlz-indicaties toenemen op de Wmo-indicaties of juist andersom? Want Wlz is natuurlijk dat als mensen die krijgen, en beschermd wonen, dan gaan ze nooit meer eruit. Die gaan niet meer zelfstandig wonen in die zin. De voorzitter: Mevrouw Hulswit. Mevrouw Hulswit: Ik durf niet te zeggen wat de verhouding is tussen Wlz en Wmo. Maar wat we wel zien is dat er steeds minder in de Wlz terechtkomen. Dat de, even plat gezegd een beetje, poort steeds meer op een kier komt te staan en dat de criteria om binnen de Wlz opgenomen te worden steeds strenger worden. Er wordt gezegd dat, dat niet zo is, maar in de praktijk zien wij wel dat steeds minder mensen daarnaartoe kunnen. En dat betekent ook dat we wel zien dat er bij ons mensen met zwaardere problematiek in de beschermde woonvorm blijven zitten. De voorzitter: Goed. Dat waren de vragen, denk ik.
Dan moeten wij komen tot een conclusie. Heeft u voldoende informatie tot u kunnen nemen vanavond? Ik zie geen geschud van hoofden. Mijn conclusie is dat het antwoord ja is. Dan is de volgende vraag, kunnen de raadsinformatiebrieven ter kennisname naar de raad of zou u hier nog op een of andere manier, maar dan moet u dat niet aan mevrouw Koene vertellen, oordeelsvormend over willen spreken? Gaan we niet doen? Het stuk gaat ter kennisname naar de raad, denk ik. Mijnheer De Heer, toch nog een nabrandertje. De heer De Heer: Misschien een laatste opmerking. Ik was daarom ook benieuwd, hoe zit het met die regiovisie? Dat was mij niet helemaal duidelijk, omdat er wel over instemming werd gesproken, maar ik wist niet precies wie er moest instemmen. Dat is niet de raad. Dat is het een bevoegdheid van het college. Heel goed. Daarmee lijkt het me in die zin ook niet zo zinvol om RIBS dan oordeelsvormend te bespreken. Het is heel fijn dat het college dit heeft voorgesteld en deze sessie heeft belegd. Het is gewoon complex. Het gaat om veel. Dank ook aan de ambtelijke ondersteuning voor alle informatie. En ik denk ook dat het heel waardevol zou zijn ook straks met een nieuwe periode, met een nieuwe raad, dat er misschien weer zo'n initiatief volgt om ons bij te praten, want dat wordt volgens mij gewaardeerd.
52
De voorzitter: Dank u wel, voor die waarderende woorden ook. En die spreek ik ook nog even uit naar mevrouw Hulswit. Uitstekend gepresenteerd en vragen beantwoord ging heel goed. Dank u wel. En u allen ook bedankt voor de inbreng. Vriendelijk verzoek, zoals gebruikelijk, of u al uw spulletjes mee wil nemen richting de pantry. En ik wens u allen een genoeglijke avond verder. Keurig op tijd. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
53