2.7 2025.10.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 28 OKTOBER 2025 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek aan Stadswerven n.a.v. agenderingsverzoek college 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Safranti (DENK) Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste mensen, goedenavond en welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 28 oktober. Welkom ook aan iedereen die op een andere manier met ons meeluistert. We hebben vandaag twee vragen over twee onderwerpen. En de eerste vraag gaat over jeugdzorg en die komt van de fractie DENK. En mijnheer Safranti, u zit hier om de vraag toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de fractie van DENK Dordrecht heeft met grote zorg kennisgenomen van de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin is vastgesteld dat de gemeente Papendrecht bewust onjuiste informatie heeft gebruikt en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het toekennen van jeugdzorg, waardoor gezinnen ernstig zijn benadeeld. Omdat de jeugdzorg binnen de Drechtsteden regionaal valt, wordt georganiseerd, sorry, wil DENK Dordrecht weten of onze inwoners hierdoor geraakt zijn of kunnen worden.
Om een nieuwe toeslagenaffaire, ditmaal binnen de jeugdzorg, te voorkomen, stellen wij het college de volgende vragen, wanneer is het college op de hoogte geraakt van de lopende procedures van de gemeente Papendrecht en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep? Twee, is het college bereid om te onderzoeken of vergelijkbare gevallen zich ook voordoen binnen de gemeente Dordrecht en de gemeenteraad op korte termijn te informeren over de aard en omvang hiervan? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En een vraag voor de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Misschien allereerst, de uitspraak over deze zaak ging over inhoudelijke casuïstiek op basis van dit geval natuurlijk en niet over de manier waarop in het algemeen Papendrecht zich wel of niet aan de Jeugdwet houdt. Dat is al van belang om even op te merken. Maar het klopt, er is een uitspraak gedaan en dat was een stevige uitspraak. Antwoord op de eerste vraag, we zijn eind vorige week geïnformeerd hierover. En dat was natuurlijk in de herfstvakantie, maar we zijn wel kort geïnformeerd. Een aantal van
1
ons heeft denk ik ook nog wel kennisgenomen misschien van deze zaak en ook van de uitspraak en daar gaan we binnenkort in het algemeen bestuur van onze DG&J even over worden bijgepraat door de portefeuillehouder uit Papendrecht. Dan kunnen we ook bekijken hoe dat ons raakt. Tweede vraag, jazeker. We zijn graag bereid om in regionaal verband te laten onderzoeken of de tarifering, want daar gaat het dan vooral om en niet over de vraag is in dit geval jeugdzorg goed toegekend of niet, want dat is een hele andere vraag, van PGB respijtzorg andere gezinnen in de regio heeft geraakt. Dat gaan we doen. De voorzitter: Korte, krachtige antwoorden. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik wil de wethouder hierbij erg bedanken, want op dit antwoord zaten we eigenlijk een beetje te wachten. Dank u wel. De voorzitter: Dat is mooi. Dank u wel. En dan kunnen we naar de volgende vraag. En dat is een vraag die gaat over deelauto's en die komt van GroenLinks. En mijnheer Van der Meer zit hier om de vraag toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. In een item van RTV Dordt vorige week werd gesteld dat de aanbieders van deelauto's in onze gemeente en de gemeente in 2023 een convenant hebben gesloten dat onder meer inhield dat in dit jaar, 2025, 200 plekken voor deelauto's zouden gerealiseerd worden en in 2030 400 plekken.
Maar, stond ook in dat verhaal en werd ook op de televisie gemeld, er zijn er tot nu toe slechts 32. GroenLinks is van mening dat een flinke toename van een deelmobiliteit vooral voor deelauto's nodig is om het mobiliteitsplan tot een succes te maken. We gaan ervan uit dat het college dat ook vindt. Onze vragen zijn de volgende, klopt de informatie die via RTV Dordt tot ons gekomen is? Zo nee, wat is dan afgesproken en wat is daarvan uiteindelijk gerealiseerd? Misschien maakt het antwoord de volgende vragen overbodig, maar ervan uitgaande dat er toch enige discrepantie is tussen wat is afgesproken en wat is gerealiseerd, is onze tweede vraag, wat zijn de oorzaken van het verschil tussen wat is afgesproken en wat is gerealiseerd? En de derde vraag is, welke maatregelen heeft het college genomen of is het college bereid om te nemen om de kennelijke vertraging in de groei om te buigen? Dank u wel. De voorzitter: Een vraag voor mijnheer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel. Het klopt. Twee jaar geleden hebben we een convenant gesloten en dat is een afsprakenset met een aantal intenties erin. In het algemeen zag je destijds zeker dat deelvervoer in opkomst was. Natuurlijk heb je sommige steden waar het al heel groot is, anderen waar het wat in een beginstadium zit. Wij zitten er een beetje tussenin.
Daarna zijn een aantal aanbieders van deelmobiliteit best wel in moeilijkheden gekomen, vooral rond deelscooters en dergelijke, maar ook de groei van deelautoverkeer is niet helemaal conform de verwachting die er toen was. Heeft die plaatsgevonden? Het is best lastig om daar een oorzaak voor aan te geven. Een aantal aanbieders heeft zich ook teruggetrokken, alle anderen zoeken naar nieuwe businesscases. Onze aanbieders zijn wat dat betreft nog steeds goed in bedrijf. Ook twee jaar terug heeft u volgens mij bij het aangaan van dit convenant een soortgelijke vraag gesteld van, hoe weten we zeker dat we op dat aantal uit gaan komen? En toen hebben
2
we ook wel besproken dat, dat helemaal geen zekerheid is want je bent natuurlijk afhankelijk van een heleboel factoren van beleid. Daar hebben we de afgelopen twee jaar veel aan gedaan. Maar ook bijvoorbeeld van parkeertarieven, van ruimte die er wel of niet is om een deelauto te stallen, van het antwoord op de vraag hoe mensen graag willen reizen en of ze dat samen willen doen. Je ziet bijvoorbeeld, naast dat er bedrijfsmatig aanbiedingen worden gedaan, ook veel particuliere initiatieven. En daar hebben we dan iets minder zicht op, want er zijn ook best particulieren die met meerdere mensen of meerdere huizen een auto hebben. Dat is op zich hartstikke goed. Het is al met al wel zo dat die groei dan tegenvalt. We zien wel, een van de aanbieders heeft nu inmiddels een aanvraag gedaan voor uitbreiding met nog eens 25 stuks. Dan gaat het opeens wat harder. We hebben ook destijds wel gezegd, we willen niet alleen kleine autootjes, maar ook wat grotere waar je een gezin in kwijt kan, waar je misschien meer naar de bouwmarkt kan en zo. Dat zien we allemaal. Essentie is, het resultaat is nog niet waar we willen zijn. Het beleid is er en of dat wordt opgepakt hangt natuurlijk ook grotendeels af van de markt. We hebben geregeld overleg met de aanbieders en als er als we de indruk krijgen dat het aan ons ligt, dan zijn we zeker bereid om daar andere afspraken over te maken.
Bijvoorbeeld als het gaat om parkeerruimte en dergelijke, moet ook passen. Maar tot nu toe denken we dat het vooral te maken heeft met marktomstandigheden. Dit is een heel kort antwoord. De voorzitter: Inderdaad, maar toch een vervolgvraag van mijnheer van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb vroeger economie gestudeerd en daar leerde ik dat elk aanbod zijn eigen vraag creëert. Dat is misschien een beetje erg klassieke economie, maar er zit toch, denk ik, wel iets in. Zeker bij zo'n faciliteit als deelvervoer. Dat moet in de buurt beschikbaar zijn. En de vraag is of puur overlaten aan de markt, of daar toch ook wat actiever, proactiever op sturen, niet goed zou zijn als ondersteuning van het automobiliteitsbeleid? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel. Kijk, de markt ontwikkelt zich natuurlijk sneller als je op andere manieren waar inwoners mee reizen harder stuurt. Bijvoorbeeld op prijs of op wel of niet stimuleren van elders parkeren enzovoorts. We hebben gekozen voor een mobiliteitsbeleid, waarin we heel goed afwegen wat de beste manier is op een plek. De binnenstad ga je anders naar kijken dan buitenwijken enzovoorts. Dat hebben we met zijn allen zo vastgesteld. In die zin stimuleer je die markt wel, maar je stuurt er niet keihard op. We kunnen niet mensen dwingen om een deelauto te gaan nemen.
Wat ik wel merk, is dat de discussie ook vaak gaat over, waar kan ik hem kwijt? Want hij moet wel op logische plekken kunnen staan. En de meest logische plekken zijn ook de meest gewilde plekken, ook voor alle andere functies in de stad. Ik denk dat we hier nog wel langer over gaan praten, een keertje. De voorzitter: Dat is dan, denk ik, op een ander moment. We zien het agenderingsverzoek tegemoet in de agendacommissie. De heer Van der Meer: Daar zie ik graag naar uit.
3
De voorzitter: Dat waren de vragen voor vandaag. Ik wens u allen een fijne vergaderavond. 3. Inspreekverzoek over mensenrechten in Gaza De agendapunten 3 en 4 worden gezamenlijk behandeld. 4. Beantwoorden door het college van Artikel 40-vragen RvO van de heren Burakçin (GL), Van der Spoel (FvdS), Venderbos-Lambinon (PvdD) en mevr. Schnabel (PvdA) over medische evacuatie en opvang Palestijnen Gaza Antwoordbrief artikel 39/40 Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: burgemeester N. Mol De voorzitter: Goedenavond. Beste mensen, het is 19.30 uur en laten we stipt op tijd beginnen. Ik heet hartelijk welkom de raads- en commissieleden hier aan tafel. Naast mij burgemeester Nanning Mol, commissiegriffier André Bogaert, de mensen op de tribune uiteraard en de kijkers thuis. We zijn bijeen voor een oordeelsvormende vergadering over de mensenrechten in Gaza.
Ik heb geconstateerd, samen met mijn buurman, dat er voldoende quorum is om oordeelsvormend te vergaderen. Dan moeten er negen fracties zijn en er zijn in ieder geval zeker tien. We kunnen wettig aan de slag gaan. En goed gebruik is altijd om eerst een voorstelrondje te doen, zodat in het verslag ook keurig netjes bijgehouden kan worden wie er allemaal zijn. Aan u de eer om u als eerste voor te stellen. De heer Mol: Nanning Mol, burgemeester en voorzitter van de raad en het college. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren.
4
Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. En ik heb het net verzuimd, maak het even goed, extra hartelijk welkom mijnheer Van der Net, die weer in ons midden is. Fijn dat dat weer mogelijk is. Waarom deze vergadering? Op de Dordtse Dinsdag van 7 oktober is ingesproken over de situatie in Gaza. Naar aanleiding daarvan heeft de commissie besloten een oordeelsvormende vergadering te houden, waarvoor we hier bij elkaar zitten. Het debat wordt vanavond gevoerd aan de hand van de volgende politieke vragen, als wij zeggen stil te staan voor menselijkheid, gelijkwaardigheid en vrede, hoe geven we daar concreet uitdrukking aan in onze rol als gemeenteraad? Dat was namens de SP.
Als tweede, hoe gaan we om met het feit dat duizenden Dordtenaren zich hebben uitgesproken via petitie, demonstraties en inspraak? Moeten wij dat vertalen in een politieke uitspraak? Die kwam van GroenLinks. Vinden wij dat de gemeente Dordrecht zich moet uitspreken over internationale conflicten, zoals Gaza of ligt dat uitsluitend bij het Rijk? DENK Dordrecht. En in de vierde plaats, hoe kijken we naar de handel met Israël? En die kwam bij de Partij van de Arbeid vandaan. Het college heeft inmiddels ook antwoord gestuurd op de raadsvragen over medische evacuatie en opvang van Palestijnen uit Gaza. Die beantwoording kan worden betrokken bij dit debat en is in het raadsinformatiesysteem terug te vinden als agendapunt 4. Even voor alle duidelijkheid, er zitten van een paar fracties twee mensen aan tafel. Geen punt, want er is ruimte genoeg, maar bij oordeelsvormend is er altijd maar één die het woord voert. Maar dat weet u ongetwijfeld. Ik zeg het maar voor de zekerheid. Mijn vraag is welke fracties, behalve de vier die de politieke vragen hebben ingediend, want daar ga ik van uit dat die zeker het woord willen voeren en die ga ik ook als eerste het woord geven, willen ook het woord graag voeren? Dat is de Partij voor de Dieren, dat is Beter voor Dordt, dat is Op Ons Eiland en dat is Forum voor Democratie en ChristenUnie/SGP. En dat was het voorlopig.
Interrumperen kan ook altijd nog. Dan ga ik beginnen met mevrouw Kamphuis van de SP.
5
Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt zo ver weg, maar eigenlijk is het toch heel dichtbij. Tijdje geleden zag ik live op TikTok wat er gebeurde in Gaza. Er was een bom gevallen in het gebied aldaar. Ik zag daar een man lopen met een gewond kind in zijn armen. Het was verschrikkelijk om te zien. Ik heb er dagenlang wakker van gelegen en het staat nog steeds op mijn netvlies. Ik heb er nog nooit mee klaar staan, sorry, ik heb er nooit bij stilgestaan wat daar gebeurt met die mensen en de families die daar wonen. Die mensen hebben er last van en het is echt verschrikkelijk. Na diverse Joodse mensen gesproken te hebben, weet ik ook dat deze mensen er problemen mee hebben. Deze mensen vertelden mij dat de oorlog moet stoppen en dat wij onszelf moeten uitspreken tegen de oorlog aldaar. De VN heeft uitgesproken dat de genocide die daar wordt gepleegd pijn doet in het hart. Het mag niet weer gebeuren. In de Tweede Wereldoorlog, en dat wil ik liever niet erbij halen, hebben we gezegd, dit nooit meer. En nu gebeurt het weer. Wij van de SP spreken ons wel uit tegen de genocide en het moet stoppen. Nu de antwoorden op de vragen. Wij van SP spreken ons uit tegen de genocide in Gaza en we vragen ook aan de burgemeester om dit te doen. Niet alleen omdat we tegen de bevolking van Israël zijn.
Integendeel, deze mensen willen ook dat het stopt en zij zijn ook tegen de genocide in Gaza. 2, natuurlijk moeten wij dit vertalen in een politieke uitspraak. Al doen we dit niet voor de mensen die hier wonen, die daar ook familie hebben, maar ook voor de mensen die in Gaza wonen. Deze mensen hebben ook recht op de vrijheid, vrede. Net zoals de bevolking van Israël en zoals wij. En we vragen het college een brief naar het kabinet te sturen om zich uit te spreken en als het kan binnen een termijn van 6 weken. Zo nee, waarom niet? 3, er is in Dordrecht een demonstratie van 5.000 mensen geweest en een petitie van ongeveer 2.500 mensen. Wij zijn volksvertegenwoordigers en daarmee vinden wij van de SP dat de burgemeester zich moet uitspreken, maar dat heb ik al gezegd. Wij vinden dat er geen producten meer uit Israël gekocht moeten worden door de gemeente. Is het college bereid samen met de burgemeester? En zo ja, zou ze dan een RIB willen sturen binnen een termijn van zes weken hoe ze daarmee omgaan? Zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kamphuis. Dan ga ik als tweede naar GroenLinks, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, vandaag spreken we opnieuw over Gaza en dat is ook terecht. Ondanks een zogenaamd vredesplan gaat het geweld gewoon door, sterven onnodige burgers en blijft humanitaire hulp beperkt.
Ook vanavond, voorzitter, is de ernst ervan gewoon duidelijk geworden. Hevige bombardementen, zojuist gelezen in het nieuws. Voorzitter, niet voor niets hebben duizenden Dordtenaren zich uitgesproken. Ze trokken een rode lijn, demonstreerden en boden een petitie van Rode Lijn Dordrecht aan. Democratie betekent luisteren naar inwoners, zeker als zoveel mensen zich verenigen in een vreedzame oproep tot menselijkheid. Een petitie met duizenden handtekeningen is geen bijzaak, maar een duidelijk signaal dat de raad hier serieus mee moet omgaan. Voorzitter, de initiatiefnemers van de Rode Lijn vragen ons om publiekelijk de mensenrechtenschendingen in Gaza te veroordelen. Een staakt-het-vuren die standhoudt te steunen en ongehinderde humanitaire toegang mogelijk te maken. Voorzitter, daarnaast is het ook actie nodig voor de opvang van gewonde Palestijnse kinderen. Vandaag nog in het nieuws, de eerste kinderen komen nog deze week naar
6
Nederland en worden opgevangen in Utrecht. Andere steden hebben zich al bereid verklaard hetzelfde te doen. Ook Dordrecht kan binnen haar mogelijkheden een bijdrage leveren. Voorzitter, GroenLinks roept de commissie op om dit moreel appel van onze inwoners te steunen, humanitaire hulp en medische zorg voor gewonde en zieke kinderen uit Gaza in onze stad of regio mogelijk te maken en te laten zien dat Dordrecht staat voor menselijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burakçin. Dan gaan we naar mijnheer Ayverdi van DENK Dordrecht. De heer Ayverdi: Dank u wel, voorzitter. Onze gemeente vormde tijdens de Tweede Wereldoorlog het middelpunt van de strijd in ons land in 1943. 5000 mensen legden hun werk neer om te staken tegen het onrecht dat zij zagen op het wereldtoneel. Zij wilden en konden niet langer zwijgen over het genocidale geweld dat gepleegd werd door de bezetter. Nu zien wij hetzelfde gebeuren als toen. Mensen in onze gemeente kunnen en willen niet langer zwijgen over een genocide die zich voor onze ogen voltrekt. Voorzitter, vandaag spreken we over het ongekende leed dat dagelijks wordt gepleegd door het criminele Israëlische regime. Dit verschrikkelijke leed raakt ons allemaal, ook in onze eigen gemeente.
Meer dan 5.000 mensen, net als toen, trokken gezamenlijk op om een rode lijn te vormen tegen het genocidale geweld in Gaza. Op 1 juli 2025 heeft de kerngroep Trek de rode lijn een petitie met 2.350 handtekeningen overhandigd aan burgemeester Mol, waarin zij oproepen om ons als gemeente uit te spreken over de genocide in Gaza. De ondertekenaars vragen de gemeenteraad niet om buitenlands beleid te voeren, maar om een moreel signaal te geven. Dordrecht geeft om menselijkheid en internationaal recht. Meerdere gemeentes hebben moties aangenomen om de term genocide in de communicatie over Gaza te gebruiken. Amsterdam, Den Haag, Groningen, Tilburg, Apeldoorn, Arnhem, Amersfoort, Leiden en Utrecht gingen ons al voor. Waarom blijft onze gemeente achter? Waarom sluiten wij onze ogen voor de genocide in Gaza? Waarom geven wij geen gehoor aan de dringende oproep vanuit onze inwoners om ons uit te spreken over de genocide in Gaza, terwijl uit alles blijkt dat onze inwoners ernaar snakken dat wij als gemeente onze verantwoordelijkheid nemen? Als DENK vinden wij dat een gemeente niet slechts een uitvoeringsorgaan van het Rijk is, maar ook een gemeenschap met een eigen moreel kompas. Dordrecht is een stad met een lange geschiedenis van rechtvaardigheid, van solidariteit en van betrokkenheid bij de wereld om haar heen.
Wanneer er zich wereldwijd tragedies voltrekken die miljoenen mensen raken, zoals in Gaza, kunnen wij als gemeenteraad niet doen alsof dat ons niets aangaat. Als DENK Dordrecht vinden wij dat onze stad niet weg mag kijken bij grove schendingen van mensenrechten. De beelden en berichten uit Gaza raken ook Dordtenaren diep, ongeacht afkomst, geloof of politieke voorkeur. Wat daar gebeurt, is niet slechts een ver-van-ons-bedshow, maar een directe aantasting van waarden die wij als samenleving hooghouden, menselijkheid, rechtvaardigheid en vrede. Wanneer wij ons uitspreken over Gaza, doen wij dat niet om politiek te bedrijven over de landsgrenzen heen, maar om onze waarden te verdedigen, vrede, rechtvaardigheid en menselijkheid. Een stad die deze waarden hooghoudt, laat zien dat ze niet alleen gelden binnen de gemeentegrenzen, maar ook universeel zijn. En wij roepen de gemeenteraad van Dordrecht, maar ook de gemeente Dordrecht, op om niet te zwijgen bij humanitaire rampen. Laten wij als stad onze stem gebruiken om
7
rechtvaardigheid te bevorderen, solidariteit te tonen met slachtoffers van geweld en de hoop op vrede levend te houden. Dat is geen inmenging in het buitenlandbeleid, maar een teken van beschaving van een stad die haar geweten niet inruilt voor bestuurlijke gemakzucht. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ayverdi. Normaal zou ik nu het woord geven aan iemand van de Partij van de Arbeid, maar volgens mij zit die niet aan tafel. Kom ik bij de Partij voor de Dieren, mijnheer Aarden. De heer Aarden: Voorzitter, de Partij voor de Dieren wil beginnen met waardering voor de vele Dordtenaren die zich hebben uitgesproken via demonstraties, petities en inspraak inderdaad. Dat zijn geen verre wereldkwesties. Dat zijn inwoners van onze stad die geraakt worden door menselijk leed en die van hun gemeentebestuur verwachten dat het zich laat leiden door compassie en rechtvaardigheid. Sommige partijen zeggen dat de gemeenteraad hier niet over gaat, dat we ons moeten beperken tot Dordtse zaken, maar Dordrecht heeft in haar eigen geschiedenis juist laten zien dat ze verder kijkt dan haar eigen grenzen. In de jaren ‘90 koos Dordrecht bewust voor samenwerking met Dordrecht in Zuid-Afrika om de gevolgen van de apartheid te helpen bestrijden. Toen vond de raad dat internationale solidariteit wel een lokale verantwoordelijkheid was.
Waarom zou dat nu anders zijn? Als we zeggen staan voor menselijkheid, gelijkwaardigheid en vrede, dan moeten die waarden ook zichtbaar zijn in ons handelen. De raad kan geen buitenlandse politiek voeren, maar we kunnen wel moreel leiderschap tonen. Dat betekent, niet wegkijken bij schendingen van mensenrechten, waar dan ook ter wereld. Duizenden Dordtenaren hebben zich uitgesproken voor vrede en menselijkheid in Gaza. De vraag is niet of wij dat politiek moeten vertalen, maar hoe. Het doet ons dan ook pijn dat de motie Dordrecht spreekt zich uit tegen mensenrechtenschendingen in Gaza eerder werd verworpen. Het verwerpen van zo’n oproep voelt als het sluiten van de ogen voor het morele appel van duizenden Dordtenaren. Daarom roepen wij de raad op om de eerdere afwijzing niet te zien als een eindpunt, maar als een moment van bezinning. Dordrecht heeft in haar geschiedenis laten zien dat ze durft te staan voor gerechtigheid. Laten we die traditie voortzetten, de eilandmentaliteit van ons af afwerpen en in woord en houding laten zien dat Dordrecht kiest voor mededogen. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aarden. Mijnheer Gündogdu van Op Ons Eiland.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, om te beginnen, refererend aan de raadsvergadering van 27 mei, heeft mijn partij na heel veel wikken en wegen besloten om aan de stemming over de motie niet deel te nemen. Daar hebben wij uiteraard een verklaring voor, maar daar kom ik straks ook in mijn woordvoering op terug. Voorzitter, zoals eerder gerefereerd, in die desbetreffende raadsvergadering zijn wij tot het oordeel gekomen dat een oproep richting het kabinet om een oordeel te vellen over de genocide in Gaza geen zin had. En dat oordeel hebben wij nog steeds. Voorzitter, ik benoemde toen dat het kabinet met elkaar in de clinch lag en nog geeneens een week later viel het kabinet. En ik vind het best wrang dat ik ook vanavond weer hoor dat men richting het college kijkt en dat een brief die richting het kabinet zou gaan, waarvan we allemaal heel goed weten dat een demissionair kabinet, weliswaar zijn morgen de verkiezingen zijn,
8
nog heel lang kan duren eer er een nieuw kabinet wordt geïnstalleerd, dat het leed de komende maanden alsmaar zal gebeuren. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik moet daar toch op reageren. Wat is het minste aan een brief om te sturen naar de Tweede Kamer om je uit te spreken tegen het vermoorden van kinderen en vrouwen en onschuldige mannen? Wat is daar mis mee? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, daar wil ik juist op komen. Daar is absoluut niks mis mee. Ik doe daar met veel plezier aan mee. Plezier tussen haakjes, begrijp me niet verkeerd. Maar voorzitter, en dat is denk ik ook het belang van een lokale partij, wij zijn van mening dat een brief schrijven richting het kabinet, waarvan we ook al weten dat die er niks mee gaat doen, geen zin heeft. Wij stellen daarom ook voor, en de geschiedenis heeft die opdracht aan ons als gemeente Dordrecht ook gegeven, we hebben de Dordtse synode gekend, de eerste stadsrechten, heb ik ook op 27 mei genoemd. Wij als inwoners van Dordrecht hebben de mogelijkheid gekregen, en die moeten we juist pakken als gemeenteraad van deze stad, om zelf iets te doen in plaats van te kijken naar een college of naar een kabinet, waarvan we al weten dat, dat niks gaat opleveren.
Mijn oproep zou zijn, als we serieus dit onderwerp met elkaar willen dragen, en volgens mij spreek ik dan namens de hele gemeenteraad, laten we dan vanuit onze gemeenteraad die rol pakken en een oproep doen richting het parlement van Israël, desnoods richting de leiders van Hamas, wie het dan ook moge zijn, dat wij, en het klinkt misschien lachwekkend, maar dat vanuit deze stad, de oudste stad van Holland, waar er in de geschiedenis hele belangrijke dingen zijn gebeurd, datgene wat daar nu plaatsvindt niet accepteren en dat de geschiedenis al die mensen die daar nu aan deelnemen zal oordelen. De voorzitter: Mijnheer Burakçin.
De heer Burakçin: Voorzitter, ik weet niet waar ik hier naar luister. Meen ik oprecht, ik weet niet waar ik naar luister. Voorzitter, de oproep van mijnheer Gündogdu is van, laten we het kabinet niet aanspreken op hun verantwoordelijkheid, die alle macht heeft om internationaal Israël aan te spreken om een verandering teweeg te brengen, maar laten we lokaal een brief schrijven aan Hamas of aan Israël om ons geluid te laten horen. Wat voor signaal wilt u hiermee afgeven en welke macht heeft u daarbij? Ik snap dat niet. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik zou tegen mijnheer Burakçin zeggen, of u bent enorm naïef of u bent politiek onvolwassen. Voorzitter, u heeft al in mei een poging gedaan om middels een motie een oproep te doen richting het kabinet, waarvan u zelf heel goed wist dat die niks met een dergelijke oproep zou gaan doen. Die oproep is er niet
9
gekomen uiteindelijk. Maar dat weet u nu nog steeds. U weet dat er op dit moment een demissionair kabinet is en dat er de komende maanden ook niks aan deze situatie zal veranderen. U kunt morgen namens de gemeenteraad, als lid van deze gemeenteraad … De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, het is een goede gewoonte om via de voorzitter te spreken. De heer Gündogdu: Voorzitter, maar kunt u morgen al met een aantal gelijkgestemden in actie treden. En dat is waar ik u toe oproep, voorzitter. De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, ik voel mij toch echt geroepen om hierop te reageren, want ik word hier verweten naïef te zijn. Mijnheer Gündogdu zit al jaren in de politiek, langer dan dat ik ben, en ik vind het eigenlijk heel erg bijzonder dat mij nu naïviteit wordt verweten. En ik zal uitleggen waarom, voorzitter. Want hetgeen waar we nu hier voor zitten komt niet vanuit mijn partij, het komt vanuit onze inwoners. Zij hebben een petitie aangeboden aan de burgemeester. Zij voelen zich niet gehoord of gezien en zij vragen de politiek om hier hun stem te laten horen. Daarom zitten wij hier. En ik verwacht ook van mijnheer Aydin, van mijnheer Gündogdu, dat hij ook hier gehoor aan geeft. Dat hij zijn inwoners serieus neemt. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Voorzitter, ik hoor geen vraag, maar ik wil alsnog reageren, uiteraard. Uiteraard, voorzitter, neem ik die oproep heel serieus. Ik heb, sterker nog, met mijnheer Burakçin samen mee gedemonstreerd. Samen, bijna arm in arm zou ik zeggen. Natuurlijk ben ik begaan met al die mensen die de oproep doen. Alleen waar wij enorm van mening verschillen is, wij houden het liever dichter bij onszelf dan dat we een oproep doen richting het kabinet, waarvan we nu al op voorhand weten, dat gaat hem niet worden. Dat gaat niks opleveren. Met name ook met oog op de nabije toekomst, waarvan we weten dat het misschien maanden gaat duren eer een kabinet missionair is. Dan zou ik zeggen, waarom maakt u niet de keuze om vanaf morgen wel een oproep te doen of een eerste stap te zetten? Dat probeer ik te achterhalen. De voorzitter: U bedoelde mij waarschijnlijk, maar het is u vergeven. Mevrouw Kamphuis wil ook nog iets aan u vragen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde via u vragen aan mijnheer, hoe had u in gedachten dat wij met een brief naar Hamas of naar Israël toe invloed hebben? Maar met de burgemeester erbij heb je toch veel meer invloed? En als de minister die daarover gaat meetekent, dan heb je nog veel meer invloed. Bent u dat ook van mening? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu.
10
De heer Gündogdu: Voorzitter, mevrouw Kamphuis, u begrijpt toch ook heel goed, en laten we elkaar echt even de vliegen niet afvangen, als ik het goed uitdruk, datgene wat u nu bedoelt aan te geven, dat gaat niks opleveren. Er gaat geen brief komen vanuit het kabinet naar de regering van Israël, waarbij men oproept tot het stoppen van het geweld of wat dan ook. Dat gaat niet gebeuren. U heeft als volksvertegenwoordiger de mogelijkheid om vanuit uw rol als gemeenteraadslid iets te kunnen doen. Waarom pakt u die rol niet op en legt u de verantwoordelijkheid bij een burgemeester dan wel het kabinet? Want ik heb ook bewust gezegd … De voorzitter: Mevrouw Pichel wilde u ook nog eventjes … De heer Gündogdu: Maar ik moet even. De voorzitter: Maakt u uw zin af en dan gaan we naar mevrouw Pichel. De heer Gündogdu: Ik wil even mijn zin afmaken. Want waarom ik tot deze insteek kom is namelijk dat de geschiedenis van Dordrecht de inwoners een verantwoordelijkheid gegeven en ik wil die verantwoordelijkheid oppakken. En ik daag u uit om met mij daaraan te werken. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Kamphuis: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: U mag er zo op reageren. Ik ben even benieuwd wat mevrouw Pichel zegt. Ik hou het even in die volgorde. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan mijnheer Gündogdu, want ik heb eigenlijk wel oren naar zijn voorstel.
Ik kan me ergens wel indenken wat hij daarmee beoogt. Aan de andere kant merk ik wel, want hij geeft aan, de brief naar een kabinet heeft niet heel erg veel zin, want ze gaan er toch niet zoveel aan doen. Het is überhaupt de vraag of dat, dat het doel is. Want we weten natuurlijk, denk ik, ook wel dat als we het daar gaan neerleggen dat, dat geen garantie geeft voor een landelijke uitspraak. Alleen waar het mij om gaat is, en dat merken we ook, dat hier een moeilijkheidskwestie is, want dan zouden we eerst hier allemaal de handen ineen moeten slaan. De voorzitter: Maar nu de vraag? Mevrouw Pichel: En ik ben even benieuwd waar hij de brug ziet. De voorzitter: Uw vraag? Mevrouw Pichel: Ik ben benieuwd waar hij die verbinding ziet en die brug denkt te kunnen slaan. De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt voor deze vraag. Ik ga weer even terug naar 27 mei. Ik citeer, “Juist nu, omdat wij nog een aantal dagen geleden hebben onderstreept hoe belangrijk vrijheid is, en dat we gezamenlijk hebben gezegd, dit nooit meer, laten we
11
daar per vandaag invulling aan geven. En we doen daarom een oproep aan het college, deze raad en zeker aan onze burgers, laten we elkaar vasthouden. We zijn vanuit onze politieke partij bereid dit initiatief op ons te nemen en hebben jullie hulp daarvoor nodig.” Voorzitter, en dat is juist de oproep geweest die ik destijds heb gemaakt. Waarvan nu Extinction Rebellion eigenlijk dezelfde oproep doet in haar brief. Zij zeggen ook, hou elkaar vast. Probeer juist met elkaar de dialoog aan te gaan om geen oneigenlijke tegenstelling te bewerken, maar uit een krachtig signaal naar buiten. En wij als gemeenteraad hebben die mogelijkheid, horende al die mensen die hebben ingesproken, al die duizenden mensen die de straat op zijn gegaan. Wij kunnen die verantwoordelijkheid nemen. Waarom doen wij dat niet en kijken we continu naar een burgemeester en naar een kabinet? De voorzitter: Ik denk dat uw standpunt in dit opzicht duidelijk is, maar mevrouw Kamphuis die wilde nog een vervolgvraagje stellen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Natuurlijk wil ik de uitdaging aangaan, maar ik ben ook niet zo naïef om te denken dat, via de voorzitter, deze brief ook invloed heeft op onze regering en in Israël.
Wat onze bevolking wil, en wat XR bedoelt met die brief denk ik, want ik heb het nog niet nagevraagd, is, laten we onze handen ineenslaan en ons uitspreken als de gehele gemeenteraad, waaronder de burgemeester. Spreek je gewoon uit. Dank u wel. De voorzitter: Was niet echt een vraag denk ik? Dan stel ik voor … De heer Ayverdi: Voorzitter, ik had wel een vraag. De heer Gündogdu: Het was geen vraag, maar ik wil daar juist wel op reageren. Dat is exact wat ik ook beoog.
Dat we een uitspraak doen in plaats van te kijken naar een ander machtsorgaan, of bestuursorgaan, pardon, waarvan ik naar eer en geweten niet het idee heb dat zij een stap gaan zetten. Dat geloof ik niet en vandaar dat ik die rol meer bij mij neerleg, bij deze raad neerleg, dan bij een Rijksoverheid. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ayverdi wilde ook nog iets vragen. De heer Ayverdi: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp nog steeds niet waarom wij een brief moeten schrijven naar Hamas en Israël, terwijl volgens de nieuwe VN-rapporten, de rapporten van de VN-rapporteur Francesca Albanese, wordt gesteld dat Nederland, of de Nederlandse overheid, medeplichtig is en medeschuldig is aan genocide in Gaza. Dan is het toch vanzelfsprekend dat wij in contact willen blijven met onze regering om te zorgen dat wij een kleur geven vanuit Dordrecht? Een Dordtse kleur, die niet aan de kant staat van genocide, maar die aan de kant staat van rechtvaardigheid en vrede. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu.
12
De heer Gündogdu: Voorzitter, of ik kan me niet goed uiten of duidelijk maken of mensen willen mij niet begrijpen. Ik ben het daar volledig mee eens, dat wij een signaal richting het kabinet uiten en dat wij hen oproepen om actie te ondernemen richting de regering van Israël. Maar dat gaat het niet worden. Vandaar dat ik zeg, met al die verantwoordelijkheid die wij hebben gekregen van de 120.000 inwoners van deze stad, laten wij de handen ineenslaan om wel een brief de deur uit te doen in plaats van te kijken naar ander bestuursorgaan, waarvan we weten dat zij het niet gaan doen. De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Een laatste keer, denk ik, over dit onderwerp. Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, zeker voor de laatste keer. Ik zit nog steeds aandachtig te luisteren wat voor onzin eigenlijk mijnheer Gündogdu hier uitkraamt, want het slaat echt helemaal nergens op. Maar toch een vraag richting mijnheer Gündogdu, als hij zo van mening is om dit probleem aan te kaarten, ook bij Hamas en Israël, waarom kan dat niet hand in hand? Dat we en een betoog, of tenminste een signaal afgeven richting het kabinet, en een brief schrijven. Bent u daar voor? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gündogdu gaat zo antwoorden. Ik wil u wel verzoeken om niet een oordeel uit te spreken over zijn woorden.
U mag van mening verschillen, maar raadsleden die onzin uitkramen, ik geloof dat we dat niet tegen elkaar moeten zeggen. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt voor deze laatste woorden die u uitspreekt. Voorzitter, dat kan wel als onzin klinken, maar ik meen het oprecht en ik ben serieus. Want tot nu toe is, van al die sprekers, het enige wat ik hoor, er moet een brief richting het kabinet. Geen ander andere oplossing. En ik denk graag ook wat breder en meer dichter bij ons, wat wij wel kunnen doen. Voorzitter, uiteraard, ik kan een brief ondertekenen, maar waarvan ik wel weet dat die niks gaat uithalen. Maar ik zet zo met krabbel daaronder, dat is geen enkel probleem. Dat is ook niet het issue. Ik wil vanaf morgen dat geweld stopt. En u zegt, door een brief te schrijven en dan te hopen dat het kabinet daar iets mee doet, dat u eigenlijk vijf, zes maanden, of misschien nog langer, de tijd laat verstrijken, waardoor er nog meer slachtoffers gaan vallen. Dat is de keuze die u maakt en die keuze wil ik niet maken. De voorzitter: Ik denk dat het duidelijk is dat u het niet eens gaat worden vanavond. Was u klaar met uw woordvoering verder? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik wilde nog even laat reageren op de brief van Extinction Rebellion. Het is een brief naar mijn hart, laat ik het zo zeggen.
Met name doordat zij ook aangeven dat dit onderwerp wat spanningen kan oproepen in de samenleving en dat zien we ook weer terug in deze raad. Laten we alsjeblieft ervoor zorgen dat we met elkaar en naar elkaar luisterend, echt tot een dialoog komen. En niet dat we elkaar in een bepaalde hoek gaan duwen van, jij bent voor of jij bent tegen of dit en dat, want daar is niemand bij geholpen. En Dordrecht als een stad, waar wederom de geschiedenis ons heeft laten zien dat wij hele belangrijke beslissingen hebben kunnen nemen, dat we daar ook recht aan doen. Dank u wel.
13
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gündogdu. Ik ga naar mijnheer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. De vorige keer ben ik niet bij de bijeenkomst aanwezig geweest, maar mijn collega wel en ik heb hem teruggezien. Als ik even vooral inga op de vragen zoals die gesteld zijn. De eerste vraag van de SP, als we zeggen we staan voor menselijkheid, gelijkwaardigheid en vrede, hoe geven we daar concreet uitdrukking aan in onze rol als gemeenteraad? Vanuit Beter voor Dordt is het natuurlijk zo dat wij echt vinden dat ook raadsleden, en alle inwoners, altijd alle gelegenheid moeten pakken om zich te uiten als ze zich ergens tegen willen uitspreken of ook als ze iets wel voor elkaar willen krijgen. En wat ons betreft, of er dan bijeenkomsten of demonstraties zijn, daar kunnen raadsleden, naast inwoners, zich natuurlijk ook laten zien om daarin te steunen. En om dan een bruggetje te maken naar ons gemeentebestuur, ons gemeentebestuur vertegenwoordigt natuurlijk alle Dordtenaren. Ook mensen die zich niet uitspreken, die zich niet laten horen. En stel je nu eens voor dat er een petitie wordt voorgelegd met drieduizend of vierduizend handtekeningen, waarbij we wat richting Hamas moeten doen, moeten we daar dan ook met elkaar mee omgaan.
En daarom vinden wij, vanuit Beter voor Dordt, laten we vooral onszelf allemaal uitspreken en bij die demonstraties en zo aansluiten. Maar laten we dat niet via de gemeenteraad en via het stadsbestuur lopen. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kamphuis van de SP heeft een vraag aan u. Mevrouw Kamphuis: Ik kan me herinneren dat we ook een vergadering hebben gehad over slavernijverleden. Daar hebben wij als burgers ook niks mee te maken gehad. Onze voorouders wel. Dat was ook een klein groepje en daar hebben we ook naar geluisterd om ons uit te spreken tegen de genocide of tegen het slavernijverleden. Waarom kan het dan hier niet bij? Dit vraag ik aan u via de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Het is goed dat mevrouw Kamphuis dit noemt, maar het is natuurlijk iets uit ons eigen verleden en wat onze eigen voor-, vooren voorouders betrof. En dat is hier natuurlijk een andere situatie. Wat mij betreft niet te vergelijken. Ik wil eigenlijk doorgaan … De voorzitter: Een korte vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Zeker niet te vergelijken, maar bij wat er toen is gebeurd, zijn ook slachtoffers gevallen en nu weer. Ik kan niet gaan vergelijken of het een erger is dan het andere. U wel? Dit vraag ik via de voorzitter. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als ik daarop mag reageren? De voorzitter: Geeft u maar antwoord.
14
De heer Schalken-den Hartog: Ik vind het allemaal vreselijk. Ik denk dat, dat het enige goede antwoord is. Als ik naar de volgende vraag ga van, hoe gaan we om met het feit dat duizenden Dordtenaren … De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Burakçin wil ook nog iets vragen. De heer Burakçin: Voorzitter, toch nog een korte vraag, want ik vind dat mijnheer Schalken nu wel een karikatuur maakt van duizenden mensen die gedemonstreerd hebben om zich uit te spreken tegen onrecht. En u gebruikt, als mensen nu ook gaan demonstreren voor Hamas, gaan we daar ook wat mee doen? Ik vind het eerlijk gezegd wel schrijnend dat u dat voorbeeld op die manier geeft. Maar hoe kijkt u naar dit conflict dan, voorzitter? Want wat vindt u eigenlijk wat we moeten doen? Vindt u wel dat we hier ons over moeten uitspreken of niet? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, volgens mij gaf ik in het begin al aan dat wij vanuit Beter voor Dordt vinden dat iedereen zich vooral moet uitspreken. Als er demonstraties zijn tegen het geweld, en of dat nu gaat om Gaza of om andere zaken die spelen, dan kunnen raadsleden, inwoners, zich daar altijd allemaal bij aansluiten. Maar wat ons betreft is het niet altijd noodzakelijk om een bepaalde oproep via het gemeentebestuur te doen. En dat is denk ik het verschil wat wij hebben en ik denk dat we daar ook niet samen uitkomen.
Het is heel leuk om daar discussie over te voeren, maar het zet denk ik alleen maar mensen verder tegen elkaar op en ik weet niet of dat uw bedoeling is. Mijn bedoeling in ieder geval niet. De voorzitter: Mijnheer Burakçin wil daar nog een keer op ingaan. De heer Burakçin: Voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar de initiatiefnemers hebben niets anders gedaan dan gebruikmaken van hun democratisch recht om op deze manier dit ter sprake te brengen. Dan vind ik dat u daar wel een beetje respect voor moet hebben. De voorzitter: Ik ga nog maar een keer vragen. Ik snap de emoties, maar laten we ons aan de spelregels houden en via de voorzitter spreken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Als ik daarop mag reageren, Beter voor Dordt vindt het fantastisch dat al die inzetten en al die demonstraties zijn geweest en dat zoveel mensen zich hebben uitgesproken. Maar wat Beter voor Dordt betreft, maakt dat het niet noodzakelijk dat wij ons daar als gemeentebestuur, of als gehele gemeenteraad, over moeten uit spreken. En ik denk dat, dat het punt is waar we met elkaar van mening over verschillen. En ik denk dat we daar vandaag ook niet uitkomen. Dat, dat verschil van mening blijft. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter? De heer Schalken-den Hartog: En dat wil niet zeggen dat wij vanuit Beter voor Dordt het niet vreselijk vinden wat daar gebeurt.
Dat vinden we net zo vreselijk als wat ook gebeurt in Oekraïne, in al die Afrikaanse landen en andere landen waar ook heel veel oorlogen en vreselijke situaties zijn.
15
De voorzitter: Een moment. Mevrouw Kamphuis, ik laat mijnheer Schalken eventjes zijn woordvoering afmaken. Ik denk dat u al genoeg even het woord gehad hebt, maar er zijn nog een paar partijen die aan het woord komen. We hebben maar een uur. Ik zet u even in de wachtstand, als u het niet erg vindt. Mevrouw Kamphuis: Ik heb wel een goede vraag. De voorzitter: U heeft alleen maar goede vragen. Mevrouw Kamphuis: Maar, voorzitter, oprecht, ik wil hem wel stellen. De voorzitter: Dan moet u hem heel kort stellen en dat is voorlopig echt de laatste. Mevrouw Kamphuis: het genocideverdrag zegt, iedereen is verantwoordelijk. Dordrecht heeft invloed, Papendrecht heeft invloed, Nederland ook. Wij zijn medeplichtig als wij niks doen. Nu is onze vraag, hoe denkt Beter voor Dordt daarover? Dit vraag ik via de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Schalken. Antwoord en dan mag u daarna uw woordvoering afronden. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Een kort antwoord volgens mij. Een herhaling van wat ik eerder al zei. Ieder raadslid kan zich uitspreken, iedere bewoner kan zich uitspreken, iedereen kan petities ondertekenen en wat ons betreft hoeft zo'n oproep niet altijd via een gemeenteraad of via een gemeentebestuur richting de landelijke overheid. Even kijken, ik ga door naar de andere vragen die ook gesteld zijn.
Vinden wij dat de gemeente Dordrecht zich moet uitspreken over internationale conflicten, zoals Gaza? Wat Beter voor Dordt betreft ligt dat in eerste instantie bij de landelijke politiek. En wat natuurlijk niet wegneemt dat, ook wanneer er demonstraties zijn over dat soort onderwerpen, raadsleden en andere inwoners hand in hand zich met elkaar tijdens zo'n demonstratie daar prima over kunnen uitspreken. En wat ons betreft hoeft dat niet altijd via een lokale gemeenteraad te lopen. Ik ga nog even terug naar een vraag die ook werd gesteld over het bieden van … De heer Ayverdi: Voorzitter? De voorzitter: Ik laat mijnheer eventjes nu uitpraten om ook de anderen straks nog aan de beurt te laten komen. De heer Schalken-den Hartog: Over de medische evacuatie. Dat was ook met de beantwoording op de vragen die werden gesteld. Daar wilde ik ook nog even op reageren vanuit Beter voor Dordt. Wat ons betreft moet dat natuurlijk mogelijk zijn, waarbij als eerste, denk ik, het initiatief ligt bij het Albert Schweitzer ziekenhuis. Of zij inderdaad echt in staat zijn om mensen ook op te vangen. En wanneer zij dat kunnen, dan lijkt het me prima als de gemeente ook gaat kijken waar zij kunnen faciliteren en ondersteunen om dat eventueel mogelijk te maken. Ik wil het daarbij laten, voorzitter.
16
De voorzitter: Dank u wel. Ik laat uw vraag eventjes. Misschien als er zo meteen tijd over is, maar ik wil eerst nog even mevrouw Pichel en de heer Laban hun woordvoering laten doen. Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt een vanzelfsprekende uitspraak dat we geen oorlog willen, maar blijkbaar is dat voor veel mensen op deze wereld niet het geval. Ik zag onlangs de quote, if war is the answer, we are asking the wrong question. Als oorlog het antwoord is, dan stellen we de verkeerde vraag. En voorzitter, er is veel aan de hand op de wereld. Gaza is vooral veel in het nieuws, maar vele andere conflicten halen niet eens het Nederlands nieuws. En wij vragen hier niemand om partij te kiezen tussen Israël of Palestina. En wij kunnen het ons wel voorstellen dat we, als vanuit oorsprong christelijke samenleving, deze verdeeldheid overstijgen en ten alle tijde oproepen tot vrede. Als ik dan nog even langs de politieke vragen loop, dan geeft mijn woordvoering eigenlijk wel deels antwoord op een en twee. We staan voor menselijkheid, gelijkwaardigheid en vrede en we geven daar, denk ik, op deze manier ook een concrete uitdrukking aan. Moeten wij dat vertalen in een politieke uitspraak? Het woord moeten is altijd heel dwingend.
Het is inderdaad de vraag, wat willen we met elkaar uitspreken? En daarbij vinden wij het belangrijk om altijd op te roepen tot vrede. Ligt dat inderdaad bij ons of uitsluitend bij het Rijk? Hier hebben we weer de vraag is het of-of, of zou het enen kunnen zijn? En daarom zei ik, ik heb ook oren naar het voorstel van de heer Gündogdu. En hoe kijken we naar de handel met Israël? Dat vind ik nog een lastige om die hier in de oordeelsvorming te bespreken, omdat we daar verder helemaal niet echt op in zijn gegaan en nog helemaal niet beeldvormend hebben gekeken waar we dan tegenaan lopen. Wellicht dat die nog ergens geparkeerd moet worden, tenzij ik hier iets anders hoor of uiteindelijk van de portefeuillehouder daar een reactie op krijg. En daar zou ik het graag bij willen laten, voorzitter De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pichel. Mijnheer Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. We zijn vanavond aanwezig in de commissie, omdat we dat ook waardig vinden, gezien hoe het onderwerp bij veel Dordtenaren leeft. Er hebben veel mensen meegelopen met de demonstratie, maar wij spreken ook veel mensen die er bewust voor hebben gekozen dat niet te doen. Zij zijn van mening dat de Dordtse aangelegenheden de hoogste prioriteiten hebben voor de gemeenteraad.
We zullen vanavond dan ook voornamelijk luisteren, omdat we op wat eerder in de raad en in de commissie is gezegd, geen nieuwe zaak kunnen aanvullen. We hopen en bidden dat het broze bestand dat nu van kracht is, mag bijdragen aan een oplossing in de regio. Desalniettemin blijven we van mening dat de gemeenteraad niet de plek is om hier het debat over te voeren, maar uit respect voor het onderwerp en onze collega's luisteren we graag mee naar alle overwegingen en de inbreng van iedereen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. Mijnheer Ayverdi, u had nog een korte vraag voor mijnheer Schalken. Dat kan nog voordat ik het woord aan iemand anders ga geven. De heer Ayverdi: Ik heb ook vragen richting andere fracties. Kan ik ze dan …
17
De voorzitter: Laten we een vraag stellen. Anders halen we het echt niet. Dan lopen we gewoon uit qua tijd. De heer Ayerdi: Dan begin ik met de laatste, voorzitter. De voorzitter: De belangrijkste vraag gewoon even. De heer Ayverdi: Wat vindt fractie ChristenUnie/SGP van het feit dat zij hadden gepleit om een Israëlische vlag te hijsen in onze gemeente als wij er niet over gaan? De voorzitter: Mijnheer Laban De heer Laban: Op het moment dat, dat voorlag, waren we niet de enige fractie in de gemeenteraad die daar zo over dacht. En wat er toen, op dat moment, gebeurd is, op 7 oktober vorig jaar, is te verschrikkelijk voor woorden. En ik denk dat de steun zoals toen is uitgesproken richting het volk, en uiteindelijk is de Israëlische vlak niet gehesen, dat weet u net zo goed als ik, is de vredesvlag gehesen en daar staan wij nog steeds volledig achter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. Goed. Beste mensen, wij hebben nu oordeelvormend kunnen spreken aan de hand van politieke vragen en ik denk zelfs nog wel iets breder. Er was eigenlijk geen onderliggend stuk. Het is best bijzonder dat er een portefeuillehouder aan tafel zit, want die zou eigenlijk ook helemaal niet hoeven te reageren. Want u heeft ook niet richting hem, in ieder geval niet richting een stuk van het college, gesproken. Toch is de burgemeester bereid namens het college in ieder geval iets te zeggen.
Mijnheer Mol. De heer Mol: Voorzitter, dank. En laat ik vooropstellen dat ik wel als burgemeester heel trots ben op een stad met inwoners die zich uitspreken, op elke beschaafde wijze die ze daarvoor vinden, en dat we op de juiste plek ook het goede gesprek hebben. Wij hebben niet voor niets gezegd als college, nu spreek ik als collegevoorzitter, dat de raad zich echt eerst moet uitspreken over wat ze van een aantal zaken hiervoor vinden, voordat wij ook echt een handelingsperspectief hebben. En ik ga vanavond als burgemeester ook geen uitspraken doen, omdat dan vervolgens de discussie over mijn woorden gaat. En ik kan heel veel woorden vinden om uit te drukken wat ik vind, maar ik vind dat hij voor nu echt eerst even bij de raad ligt en het ook aan u is om te overwegen om dit te agenderen voor de gemeenteraad en daarvoor ook de juiste uitspraken te doen. Ik wil nog wel even terugkomen op de verschillende vragen over hulpverlening. U heeft allemaal begrepen dat vandaag de eerste kinderen in Nederland vanuit Gaza zijn aangekomen voor medische hulp. Ik heb zelf vandaag contact gehad met Nicole Stolk, de voorzitter van het college van bestuur van het Albert Schweitzer ziekenhuis, en zij werken in regionaal verband samen om af te stemmen welk ziekenhuis welk kind kan behandelen. En ik hecht er toch aan om u daarvan deelgenoot te maken, zodat u dat weet.
De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. De heer Burakçin: Voorzitter?
18
De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Ik probeer even te duiden wat de burgemeester nu probeert te zeggen aan ons. Is het zo dat hij nu een uitspraak nodig heeft van ons om aan te geven … Want het ging nu over twee onderwerpen. Over een signaal richting het kabinet met de petitie en om de kinderen hier op te vangen. Moeten we nu gaan stemmen in de commissie of wij bereid zijn om die kinderen hier op te kunnen vangen, omdat die bereidheid er is binnen het ASVZ? De heer Mol: De voorzitter mag het ook doen, maar het is evident dat die opvang op dit moment gecoördineerd wordt in Nederland en dat het Albert Schweitzer daar ook aan meewerkt. Dat het Albert Schweitzer, net zoals elk ziekenhuis, acute zorg geeft aan degene die dat nodig heeft. En als die vraag gesteld wordt, dan werken ze daaraan mee. Dat is niet aan ons om daar een stemming over te hebben. De voorzitter: En het is ook niet aan de commissie om te beslissen of de burgemeester iets moet doen. Dat doen we in de raad. Dat wilde ik even toevoegen. Iemand anders die nog wat wilde vragen naar aanleiding van de woorden van de burgemeester? Zo niet, dan ga ik even met u in overleg van, hoe gaan wij hiermee verder? We zijn het, denk ik, niet eens over, moet er nu wel richting het kabinet iets of moet het nu niet? Het zou kunnen dat we dat aan de raad gaan voorleggen.
En dan zou mijn voorstel zijn om dat in de raad niet meer te bespreken, maar ons daar te beperken tot een soort stemming over, noem maar wat, maar in ieder geval niet gaan herhalen wat we nu doen. En het tweede, en daarna mag u mijnheer Van der Net, is over die medische hulp. Van, verwachten wij van het college nog enige actie op dat terrein? En daar zouden we dan in de raad nog wel van gedachten over kunnen wisselen, want dat hebben we hier nauwelijks gedaan en bovendien hoort dat dan ook in de raad. En dan zouden we kunnen kijken, is een meerderheid er überhaupt voor, los van het feit of we erover gaan? Maar mijnheer Van der Net wilde eerst wat zeggen. De heer Van der Net: Dat is eigenlijk mijn voornaamste punt, voorzitter. Van, wat ligt er dadelijk en wat is de tekst daarvan? En zolang dat natuurlijk niet duidelijk is, is daar ook geen politiek oordeel over mogelijk. We hebben natuurlijk al die motie gehad en daar is al een politieke uitspraak geweest vanuit de raad. En de vraag is natuurlijk nu van, ook richting de commissie, wat ligt er dan dadelijk in de raad? Wat is de tekst daarvan? Want pas dan kan daar een politiek oordeel over worden gegeven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer van der Net. Daar heeft u helemaal gelijk in. En dan zou er bijvoorbeeld weer een motie Vreemd ingediend moeten worden.
Of met dezelfde woorden of met wat andere woorden, waarbij de kans aanwezig is dat er ongeveer eenzelfde verhouding uitkomt. Maar het staat u altijd vrij. De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie eerst mevrouw Kamphuis.
19
Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Gezien de situatie, hoe het nu gaat, de wapenstilstand en het gaat gewoon door, zijn wij als fractie wel aan het nadenken om een andere motie Vreemd in te gaan dienen. De voorzitter: Als dat gebeurt, dan komt het in ieder geval in de raad. Ik hoorde nog iemand net. Mijnheer Burakçin? De heer Burakçin: Voorzitter, we gaan er nog eens even goed over nadenken hoe we hiermee omgaan, want we kunnen natuurlijk ook wel het aantal partijen gaan tellen en ongeveer weten wat de uitslag is. En dan moeten we het er, denk ik, eventjes goed over hebben met elkaar hoe we hiermee verdergaan. De voorzitter: Ik denk dat, dat verstandige woorden zijn om inderdaad niet haastje-repje gewoon een besluit te nemen, maar daar goed over na te denken eerst even. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, wat ik zojuist ook aangaf, er zal in ieder geval vanuit onze partij een conceptbrief liggen die ook verspreid zal worden naar alle fracties, waarvan we hopen dat we tot een gezamenlijk standpunt kunnen komen richting de geadresseerde. De voorzitter: Dank u wel. In ieder geval is vanavond een ding wel duidelijk geworden, dat iedereen het hele conflict verschrikkelijk vindt. Daar hebben we geen meningsverschil over. Dat is wel goed om te horen.
Maar hoe volgens te handelen? Of er wel of niet een brief richting het kabinet gaat, of er een brief richting de Tweede Kamer gaat, of er een brief, voor mijn part, richting het Israëlische kabinet gaat, of dat we het zelf doen, of dat we hem laten schrijven, daar zijn we het gewoon niet over eens. Dan denk ik dat wij gewoon moeten gaan wachten op eventuele initiatieven van fracties om met de motie Vreemd te komen, waarbij mijn oproep in ieder geval zou zijn, doe niet exact hetzelfde als de vorige keer, want dan weet je, denk ik, wat eruit komt. Dat heeft niet zoveel zin. Je moet echt gaan zoeken naar iets anders. En het tweede wat ik ook wel wil meegeven, de eerstvolgende raadsvergadering is natuurlijk een begrotingsraad en wij hebben de gewoonte om bij die raad geen andere debatten te voeren. Ik zou u wel heel dringend willen verzoeken om daar rekening mee te houden. Als we het over de raad hebben, dan praten we eigenlijk over 16 december en niet over de andere van over twee weken. Niet in november. Want we hebben zelf bij de perspectiefnota gezien, toen het noodgedwongen over het Maasterras wel moest, omdat daar tijdsdruk op zat en een dwangsom, dat kon niet anders. Maar nu hebben we, denk ik, die mogelijkheid wel om het anders te doen en dat zou ik u toch wel in overweging willen geven. Ik kan u niks opleggen.
U bent de baas over uw eigen voorstellen, maar ik zou er wel voor willen pleiten. Iemand die nog een slotopmerking wil doen? Zo niet, dan ga ik in ieder geval danken voor zijn en haar betrokkenheid. En goed, dat het verder gelukkig toch nog redelijk harmonieus ging. Ik wens u een fijne avond verder. Ook het publiek, bedankt. En wilt u uw lege glaasjes, kopjes meenemen? En sommigen zie ik straks weer hier. Dank u. 5. Besluit inzake het Rekenkamerrapport ‘Jong in Dordt’ – Raadsvoorstel. Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz
20
Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff De voorzitter: Goedenavond, beste mensen. Wij zijn hier bijeen om te spreken, oordeelsvormend, over het Rekenkamerrapport Jong in Dordt: Wonen, leven en leren. Ik heb geconstateerd dat we in ieder geval een quorum hebben. Voldoende fracties aanwezig. We kunnen wettig vergaderen. Ik heet u als raads- en commissieleden hartelijk welkom. Net als mijn twee buurmannen, de wethouder Van der Kruijff en aan de andere kant de commissiegriffier. Zij zullen zich zo nog een keertje voorstellen. Welkom, de mensen op tribune, onder andere ook van de Rekenkamer die ik zie. En uiteraard de mensen thuis. Wij gaan ons rondje maken om ons voor te stellen voor het verslag en ik begin aan mijn rechterkant. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD.