CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2025.01.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 530.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat onderscheid zouden we ook graag willen zien. Want soms komt wel heel veel informatie op ons af wat niet helemaal geordend is. En het zou mooi zijn als je ziet, dat komt misschien in de volgende raadsperiode en op korte termijn willen we dit realiseren. De voorzitter: Ik zie dat er driftig meegeschreven wordt. Die noteren we ook onder uw informatiebehoefte. Ik zag een interruptie van de heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Een vraag aan de heer Tutupoly. Ik hoor net ook namelijk in de bijdrage van de heer Tutupoly en net ook in de bijdrage van de heer Katif eigenlijk een opmerking gemaakt worden over die routekaart. En wellicht ook, omdat in het amendement wat we hebben ingediend het specifieke beslispunt over die routekaart dan verdwenen is. Is de heer Tutupoly het met me eens dat ... Of is het naar mening van de heer Tutupoly en Op Ons Eiland eigenlijk voldoende op de manier hoe het in de bestuurlijke reactie is opgeschreven? Want het is niet ons doel om die routekaart te schrappen. Maar we lezen in de bestuurlijke reactie de toezegging dat we aan de hand van de voortgangsrapportage een routekaart gepresenteerd krijgen, waarin de tussendoelen en de doelen van de sporten gelinkt worden aan de planningen van de accommodaties en teams en de planningen per gebied.

En dat, voorzitter, wat ons betreft, om daar maar een voorschotje op te nemen, en daarna kom ik weer met een vraag, is dat voldoende en is het voorliggende besluit daarop ingewikkelder? Kan de heer Tutupoly die invulling volgen? De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik denk, op het moment dat je daarover praat, dan gaat het eigenlijk ook over welke activiteit je waar inzet, wil je het kunnen toetsen met ook de financiële afwikkeling daarvan. Want alles ligt nu eigenlijk op een grote hoop.

22

En alles verwees naar die presentatie die we vorige keer geluisterd hebben, zal ik maar zeggen, dan zie je eigenlijk ook dat niet alles werkt in hetzelfde gebied. En dat missen we nu hier eigenlijk wel. Wil je kunnen bijsturen van iets werkt wat daar ingezet wordt of iets werkt niet en je wilt het bijsturen, dan moet je er wel inzicht in hebben. De voorzitter: Ik zie dat het helder is. Laten we voor een reactie naar het college gaan. De heer Merx. Excuus, mevrouw Pichel, ik u nog genoteerd. Dat is waar. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog wel even een korte reactie geven op de eerste politieke vraag. De voorzitter: Het is geen interruptie? Mevrouw Pichel: Nee, is geen interruptie. Even een korte bijdrage. Want als we het hebben over die discrepantie tussen het voorgestelde raadsbesluit en dan de bestuurlijke reactie, dan snap ik het. Er worden wat dingen aangegeven waarvan het college zegt, we doen dat al of we doen het op die manier of we gaan het op die manier doen. Daardoor begrijp ik ook het amendement wat voorligt. Ik had er zelf alleen een opmerking bij. Want we hebben het elke keer over een strategisch communicatieplan. En die begrijp ik eigenlijk even niet in deze fase. Want we zijn eigenlijk al in een soort van uitvoering van dat beleid.

En ik zou dan eerder denken aan een soort operationeel marketingplan in plaats van een strategisch communicatieplan, want dat lijkt me iets wat eraan vooraf gaat. Ik zou meer een soort praktische uitvoering of ... Want ik merkte ook vorige keer in de beeldvormende sessie dat daar wellicht ook wat uitdaging zit in, hoe gaan we communiceren naar bepaalde doelgroepen? Dat is natuurlijk heel operationeel. Dat zou wat mij betreft nog een aanvulling zijn hoe we dat in deze fase zouden kunnen doen. Maar misschien komt er een reactie van het college dat daar ook al iets mee gedaan wordt. En tot zover eigenlijk op deze politieke vraag. De voorzitter: Helder. De heer Merx. En probeer het kort te houden. De heer Merx: Ik heb tot 23.00 uur toch? Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats dank aan de Rekenkamer voor het rapport. We hebben daar met veel interesse kennis van genomen en daar ook onze bestuurlijke reactie ... En de worsteling die u met elkaar doormaakt, die maken wij ook door. Dat is, welke informatiebehoefte is er? Wij kunnen u voorzien van een paar honderd pagina's met meer dan duizend activiteiten die we per jaar doen, projecten, enzovoort. Daar zit u niet op te wachten. De voorzitter: U loopt een beetje vooruit op de orde van de vergadering, want dat punt daar komen we nog op. De heer Merx: Nee, we hebben toch over de ... De voorzitter: We hebben het over de discrepantie.

De heer Merx: Discrepantie. De voorzitter: Juist. Exact.

23

De heer Merx: Tussen de eerste aanbeveling toch? De voorzitter: Tussen het raadsbesluit en de collegereactie. De heer Merx: Maar dan verwijs ik heel kort gewoon naar onze bestuurlijke reactie. Ik weet eerlijk gezegd ... Ik kan op de inhoud ingaan, maar er zijn een aantal vragen gesteld, daar wil ik graag op ingaan. Maar wij zien daar ook wel een discrepantie in tussen onze bestuurlijke reactie en het advies of het raadsvoorstel van de Rekenkamer, waarbij ik natuurlijk zou zeggen, vanuit onze optiek gezien denk ik dat wij een heel eind tegemoet kunnen komen aan datgene wat de Rekenkamer heeft opgeschreven, maar niet alles. En dat gaat dan op het laatste punt. En op het eerste punt moeten we met elkaar gewoon op zoek. De voorzitter: Dank. Heeft u nog een reflectie op het concept-amendement van VVD en CDA? De heer Merx: Ja. Ik leg hem zo uit dat wij onze stinkende best gaan doen om datgene wat wij opgeschreven hebben in onze bestuurlijke reactie ook waar te maken, maar ook samen met u. Omdat we allemaal op zoek zijn, wat is precies die routekaart en hoe ziet dat er dan uit en wat is die verantwoording, hoe koppelen we zaken precies aan elkaar? Dat is een zoektocht die we met elkaar moeten gaan doormaken. We hebben goed geluisterd. En datgene wat hier vanavond gewisseld is en eerder nemen we daarop mee. En ik leg het amendement zo uit dat wij daarmee aan de slag gaan.

Dat is ook een toezegging, of hoe u dat wil noemen. De voorzitter: Die wordt genoteerd, neem ik aan. Ik kijk heel snel even de commissie rond of er op het onderwerp discrepantie nog vragen leven die niet zijn beantwoord? Maar ik hoop het niet, want anders redden we het echt helemaal niet vanavond. De heer Katif. De heer Katif: Er was gewoon een heel heldere vraag. Het ging namelijk om de heldere communicatie met sportpartners en inwoners en hoe wij ... De voorzitter: Ik geef u graag de kans om die vraag te beantwoorden, als dat een concrete vraag is die is gesteld. De heer Katif: Hij is concreet gesteld. De heer Merx: Er zijn een aantal concrete vragen gesteld. De communicatie zit toch weer op dat laatste punt, dat strategisch operationele communicatieplan. Ik ben ook een beetje ... De heer Katif: Voorzitter. De heer Merx: Ik vind het ook ingewikkeld, want dat loopt allemaal in elkaar over. De heer Katif: Voorzitter, ik vind het helemaal niet erg als er op het laatste moment gewoon het allerlaatste punt beantwoord wordt. Vind ik niet zo erg.

24

De voorzitter: Doe we hem op die manier? Pakken we hem bij de informatiebehoefte. En dan gaan we kijken hoever we vanavond kunnen komen, want we hebben tot 21.30 uur. Een andere politieke vraag waar de commissie graag over in debat wilde, hoe moet de gemeenteraad omgaan met de aanbevelingen van de Rekenkamer over de toegankelijkheid van sport voor inwoners met een beperking? Dat was een politieke vraag van de VSP. Ik geef mevrouw Striebeck graag het woord om haar visie daarop toe te lichten. Mevrouw Striebeck: Het is natuurlijk heel belangrijk dat mensen die gaan sporten ook goed terechtkunnen in de kleedkamers, zoals net al gezegd is, en op de velden of andere sportgelegenheden. De VSP vindt dat inderdaad heel belangrijk en zal dat heel fijn vinden als daar heel goed naar gekeken wordt. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u daarop ook een concreet voorstel? Mevrouw Striebeck: Op dit moment niet. De voorzitter: Zijn er anderen? De heer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, misschien een vraag aan mevrouw Striebeck. Hoe zij dan reflecteert op de collegereactie op dit punt, omdat daar toch wel wat discrepantie dan ook weer ontstaat. Wat is mevrouw Striebeck haar reactie daarop? Mevrouw Striebeck: Nogmaals, het is heel belangrijk dat mensen kunnen sporten. En dat is het. De voorzitter: Anderen op dit onderwerp? Nee.

Wel? Als u een inbreng heeft op het onderwerp toegankelijkheid van sport voor inwoners met een beperking. De heer Katif en dan de heer Uysal. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik heb het voorbereid. Ik kan niet anders. Voorzitter, zoals u zelf waarschijnlijk ook gelezen heeft en de wethouder en collega's, het rapport stelt dat de huidige regionale aanpak niet aansluit bij de wensen en behoeften van mensen met een beperking. Dit is wat Beter voor Dordt betreft wel erg zorgelijk. En ik denk dat de Verenigde Senioren Partij het daar ook mee eens is. Sportparticipatie, voorzitter, is een recht en geen voorrecht. Het college moet snel met een plan van aanpak komen. En het plan van aanpak hoeft van mij geen 20 bladzijdes te zijn, maar kan ook een A4’tje zijn. En dat verwacht ik ook van dit bestuur, zoals we die nu hebben. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel om vervoer, aangepaste sportvoorzieningen en betere ondersteuning lokaal te regelen. Want wij willen uiteindelijk een soort gastvrije stad zijn in Zuid-Holland. Wij zijn uiteindelijk een van de mooiste steden van Holland. Beter voor Dordt, voorzitter, verwacht concrete acties in samenwerking met inclusieve platforms, zoals Dordt Inclusief. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank. Even voor de verheldering, het gaat inderdaad over het vervoer van mensen met een beperking. Dat is de aanbeveling van de Rekenkamer.

Ik had de heer Uysal het woord beloofd, tenzij er een interruptie is? Nee. De heer Uysal.

25

Mevrouw Pichel: Jawel. De voorzitter: U heeft een interruptie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Even een korte vraag aan de heer Katif. Even kijken of ik het goed begreep. Want de heer Katif had het over de lokale oplossing. En bedoelt de heer Katif dan gewoon echt puur alleen Dordrecht of ik bedoelt u dan toch enigszins lokaal/regionaal Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht. Mag ik even vragen wat hij daar precies mee bedoelt? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ja hoor. Uiteindelijk zijn wij een eiland, maar wij zijn geen eiland, in principe, want mensen komen natuurlijk ook in Dordrecht sporten. Ik vind dat je dat ook moet faciliteren. Maar dat geldt voor heel veel dingen. Er zijn ook mensen die bij ons komen inkopen doen. Die moet je faciliteren. Dat moet in een stad met een gastvrije ingang, noem ik dat dan. Dat moet je ten aanzien van sport ook precies hetzelfde doen. En dat zeg ik niet. Dat zegt de Rekenkamer. En daar zijn wij als Beter voor Dordt het mee eens. Mevrouw Pichel: Dank u. De voorzitter: De heer Uysal met een bijdrage. Een interruptie eerst.

De heer Uysal: Voorzitter, ik ben toch benieuwd hoe Beter voor Dordt dan kijkt of we dan alles hier op lokaal niveau moeten gaan organiseren of dat we ook kunnen kijken naar schaalvoordelen? Dat we ook dingen in regionaal verband kunnen organiseren, zodat we toch ook meer diverse sportmogelijkheden kunnen aanbieden, meer coördinatie, betere voorwaarden voor mensen met een beperking die kunnen sporten. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, degenen die mij kennen, ik ben een ondernemer. Dat betekent per definitie dat je eigenlijk je horizon verbreedt. Betekent namelijk dat je mensen van andere steden naar ons toe trekt al. Je zit hier, laten we zeggen, in de radius van een halfuur, drie kwartier en we hebben een hele mooie sportschool. Er zijn al mensen bereid om hier te komen en ook daarvoor te betalen. Je zult mij altijd aan je zijde vinden als het gaat om faciliteit ten aanzien van ervoor betalen, zou ik bijna zeggen. De voorzitter: Dat beantwoordt de vraag van de heer Uysal. En hij gaat verder met zijn betoog, denk ik dan. De heer Uysal: Jazeker, voorzitter. Ook ik heb me voorbereid op de vragen. Hierbij de inbreng van GroenLinks.

De vraag gaat natuurlijk ook over de sportmogelijkheden van de Rekenkamer, of we dat per se lokaal moeten gaan doen of ook regionaal? Allereerst is toegankelijk maken van sport voor mensen met een beperking een belangrijk thema voor GroenLinks. En het is ook cruciaal dat we de juiste aanpak vinden die rekening houdt met de behoefte van mensen met een beperking.

26

Er zijn goede stappen gezet, denk aan sportevenementen en sportlocaties die meer toegankelijk zijn gemaakt voor mensen met beperkingen. Maar als het gaat om sportmogelijkheden, dan is GroenLinks wel een voorstander van een flexibele aanpak. Een aanpak die ook ruimte biedt voor zowel lokale als regionale oplossingen, afhankelijk van wat het beste werkt voor deze doelgroep. De sleutel is altijd de behoefte van mensen met een beperking centraal stellen en hen ook de kans geven om actief deel te nemen aan sport. En ongeacht of dat binnen de stadsgrenzen is, of dat in de regio is. Voor zover, voorzitter, de inbreng van GroenLinks. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Safranti, DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk wil ik hier vragen wat mijnheer Uysal richting Beter voor Dordt heeft geprobeerd te stellen, ook nu richting GroenLinks te stellen. Want ik hoor van beide heren dat ze goed voorbereid zijn. En net of wij dan niet voorbereid zijn. Maar de vraag is ... Ik vind het een prima initiatief hoor trouwens dat we het regionaal moeten aanpakken. En we moeten het niet alleen, vind ik, in Dordrecht gaan organiseren dit, maar een stad bijvoorbeeld Papendrecht waar ze veel beter zijn met korfbal, dat we juist dat daar moeten organiseren, voor voetbal hier en andere sporten weer elders.

Hoe kijkt GroenLinks, maar misschien ook wel indirect Beter voor Dordt daarin, of wij dit ook moeten of kunnen faciliteren? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik probeer even te denken of ik de vraag helemaal goed heb begrepen. De heer Safranti: Ik zal hem anders nog een keer even proberen te stellen. Mijn vraag is hoe GroenLinks, maar ook Beter voor Dordt indirect, kijken of denken over een regionale aanpak, met de voorbeelden die ik net heb genoemd. Niet alles hier centraal gaan organiseren, maar ook in de regio gaan organiseren voor de steden waar ze daar betere voorzieningen, faciliteiten in hebben? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, wat ik net ook al zei, centraal moet staan de wensen en de behoeften van mensen die willen sporten, mensen met een beperking. En vervolgens moet je kijken waar je dat kan organiseren. Als dat in Dordt kan, dan doen we het hier. Maar als dat voordeliger is om dat in de regio te organiseren, Papendrecht of een andere gemeente, dan doen we het daar. Maar het gaat er wel om dat we ervoor zorgen dat ook mensen met beperkingen voldoende faciliteren en ondersteunen om te kunnen sporten.

27

De voorzitter: Voldoende beantwoord. Nog andere vragen voor de heer Uysal? Dan zijn we denk ik bij de bijdrage van de heer Noldus, als ik het goed heb gezien. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Op dit punt, ook voor ons, net als voor de VSP, Beter voor Dordt, GroenLinks, eigenlijk voor iedereen denk ik belangrijk dat mensen met beperkingen kunnen sporten. Dat is ook een belangrijk onderdeel van onze Sportvisie. Wat ons betreft in ieder geval. En wat dat aangaat, zijn we echt trots op alle verenigingen, commerciële aanbieders en alle maatschappelijke partijen en instanties en partijen die helpen om dit voor elkaar te krijgen, zowel in het aanbieden als ook in het vervoer in Dordt en in de regio. Want wat ons betreft is dit niet een Dordrecht of regiovraagstuk. Zeker hier geldt dat gewoon niet overal voldoende aanbod is ook om een team bij elkaar te krijgen. Dat niet overal iedere sport of iedere gelegenheid wordt aangeboden. Het kan volgens ons geen Dordrecht of regiovraagstuk zijn. Dit is gewoon een regionaal vraagstuk, wat we op een goede manier moeten bedienen. En als we dan zien de vraag die gesteld is en ook de vragen die bij de beeldvormende sessie gesteld zijn, dan zien wij op dit moment een plan van aanpak rondom vervoer niet zozeer van toegevoegde waarde.

Niet omdat vervoer voor sport voor mensen met een beperking niet belangrijk is, maar echt omdat dit onderdeel is en zou moeten zijn van de Drechthopper als Wmo-voorzieningen. Daarnaast zijn er nog wel andere voorzieningen. Daar ben ik mee bekend. Maar we zouden het niet apart voor sport moeten willen optuigen. Dat is volgens ons niet een werkbaar iets. En het gaat ook niet bijdragen aan de stabiliteit of leveringszekerheid voor de doelgroep die dat wel echt nodig heeft. Tot zover onze bijdrage, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil even aankondigen dat mevrouw Stolk van de VSP is aangeschoven bij deze vergadering. Maar bij een oordeelsvormende vergadering is er maar één woordvoerder per partij. En dat is mevrouw Striebeck in deze vergadering. Ik wil ook nog zeggen dat dit onderwerp natuurlijk ook een relatie heeft met het vorige onderwerp, omdat in het amendement van VVD en CDA ook dit beslispunt uit het raadsbesluit wordt geschrapt. Dat beslispunt wat gaat over het vervoer van mensen met een beperking. Er zit wel natuurlijk wat koppeling tussen de verschillende bespreekpunten die vanavond op de agenda staan. Dat u dat niet vergeet. Dan geef ik graag het woord aan de heer Merx, tenzij er nog andere ... De heer Noldus: Voorzitter, als ik een opmerking mag maken op hetgeen u net stelt. Dat klopt.

Dit beslispunt wordt bij het amendement wat we hebben ingediend eruit gehaald. Wat we niet eruit halen, is het feit dat we vervoer belangrijk vinden. We vragen alleen niet om een plan van aanpak, omdat we ook in lijn met de beeldvormende sessie van vorige week of twee weken geleden niet zien hoe dat iets bijdraagt. Maar in de bestuurlijke reactie wordt wel ingegaan hoe vervoer randvoorwaardelijk is om überhaupt sportdeelname te faciliteren. En dat onderschrijven we uiteraard van harte. Even als reactie op uw laatste punt. De voorzitter: Een goede verheldering. Dank. De heer Merx, graag uw reactie.

28

De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Voor wat betreft vervoer hebben we ook bij al onze sportconsulenten nagegaan, die elke dag bezig zijn om mensen met een afstand tot sport, om wat voor reden dan ook, dat kan ook zijn een beperking ... Naar sport te kijken of daar problemen zijn. Het antwoord is nee, dat is eigenlijk nooit een probleem, zeker niet binnen Dordrecht. We hebben de Drechthopper. Daar kun je van alles van vinden van de kwaliteit en dergelijke, maar dat hebben we. Daar hebben we contracten mee. Daar is vorige week in het vragenhalfuurtje het een en ander over gezegd. We hebben ook Local Heroes, waar mensen, maar dan moet je wel aan wat meer voorwaarden voldoen, gebruik van kunnen maken. Het vervoer is op zich niet zo'n probleem. En dan neem ik toch even de vrijheid om op een paar opmerkingen in te gaan, voorzitter, met uw welvinden. En dat is dat ik me vooral verbaas over dit onderdeel van het raadsvoorstel, omdat wij juist nu bezig zijn ... Wij hebben de handschoen opgepakt om regionaal sporten voor mensen met een beperking, dat noemen we aangepast sporten, breder op elkaar te zetten en samen te gaan werken. En in Dordrecht hebben wij het geluk dat wij heel veel mogelijkheden hebben voor mensen met een beperking.

Ik noem glijhockey, verschillende G-teams bij de verschillende clubs, ik noem het framerunning bij Fortius, de Unie van Vrijwilligers waar mensen met allerlei soorten van beperkingen, lichamelijk, geestelijk, zeer regelmatig zwemmen en met heel veel plezier en geluk. Daar mogen wij best trots op zijn, op dat wat hier allemaal in Dordrecht commercieel of verenigingswijs wordt georganiseerd. Desalniettemin heb ik de handschoen opgepakt, samen met mijn collega-wethouders, om dit onderwerp verder uit te werken in de regio. Want, ik meen dat mijnheer Safranti het zei, misschien zijn ze in Papendrecht toch nog wel beter om korfbal te organiseren voor mensen met een beperking dan dat wij dat hier kunnen. Vandaar dat wij dat met elkaar gaan onderzoeken. We zijn ook voornemens om gezamenlijk met de regio een coördinator daarvoor aan te nemen, om dat verder vorm en inhoud te geven. Als u mij vraagt, kom volgende week met een plan van aanpak, dan gaat u die niet krijgen, omdat we nu bezig zijn dit verder vorm te geven. Het heeft niet alleen onze aandacht. Het is mijn vurige wens om dit voor elkaar te krijgen in de regio. En dat wordt gedeeld door alle wethouders in Zuid-Holland Zuid die met sport te maken hebben. In die zin wordt aan uw wensen voldaan.

We moeten alleen even nog iemand zien te vinden die dit verder gaat samenvoegen, op papier gaat krijgen en kijken, en waar gaan we dan beginnen, hoe gaan we dat naar voren steken en wie betaalt waaraan bij? Want het gaat uiteindelijk ook om centjes. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting. Ik wil voor de orde van de vergadering voorstellen dat we de volgende politieke vraag nog behandelen en daarna even nadenken over hoe we verder gaan. Want we zitten al op 21.08 uur en we hebben maar tot 21.30 uur voor dit onderwerp. De volgende politieke vraag, is er voldoende samenhang tussen de activiteiten en doelen in de Sportvisie? GroenLinks heeft die vraag aangedragen. Ik geef de heer Uysal graag de gelegenheid om daar wat over te zeggen.

29

De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, in Dordrecht worden er mooie stappen gezet als het gaat om sport- en beweegdeelname. We zien dat meer Dordtenaren sporten en bewegen, dat de binnen- en buitensportaccommodaties worden beoordeeld met een zeer hoog cijfer van 8,1 en dat onze stad onlangs ook is uitgeroepen tot Sportgemeente van het Jaar. Alleen de Rekenkamer stelt wel dat niet met zekerheid gezegd kan worden dat dit allemaal uit de Sportvisie voortkomt. Maar GroenLinks heeft ook niet de illusie dat we op het gebied van sport en bewegen alles causaal kunnen verklaren. Maar we geloven wel dat we nog een stap kunnen maken in de voortgangsrapportage. En op dit moment krijgt de raad een activiteitenlijst, waarin simpelweg een update wordt gegeven. En het zou ons helpen als deze activiteitenlijst wordt aangevuld met meer context, met meer tekst en uitleg. Om een heel simpel voorbeeld te geven, er wordt nu in een Excel-sheet aangegeven, het doel vitale sportparken. En daaronder worden heel veel activiteiten vermeld, zoals armaturen zijn vervangen of het natuurgras is vervangen door kunstgras. Maar het zou ons dan helpen om ook meer tekst en uitleg te geven van, in hoeverre dat dan bijdraagt aan het komen tot een vitaal sportpark. Wellicht kunnen er twee kolommen aan toegevoegd worden van het beoogd doel van de activiteit en uiteindelijk het resultaat.

Wat hebben we dan bereikt? Zo kunnen we meteen in een oogopslag als raadslid zien, is er sprake van discrepantie tussen de activiteit en het beoogde doel? En kunnen we ook beter verklaren waarom we met de ene activiteit wel doorgaan of niet doorgaan. Dat zou het voor ons veel makkelijker maken. Graag een reflectie van de wethouder hierop. En eventueel, als dat kan, een toezegging dat de voortgangsrapportage wordt opgesteld op deze manier. En daarmee eigenlijk ook de informatiebehoefte van de raad. Als dat zo kan, de voortgangsrapportage op deze manier, dan vinden wij dat voldoende om de voortgang van de Sportvisie te monitoren. Dank u wel. De voorzitter: Helder. De heer Katif met een interruptie? De heer Katif: Nee. De voorzitter: Uw bijdrage. De heer Katif. De heer Katif: Dank u, voorzitter. Ik zou bijna zeggen, ik kan me naadloos vinden in de woorden van GroenLinks. Met de aanvulling in ieder geval, wat Beter voor Dordt betreft, een fundamentele zwakte in de Sportvisie. Een gebrekkige samenhang tussen doelen en activiteiten. En ik heb echt de Sportvisie gelezen. De ambities zijn vaak niet SMART geformuleerd. Degenen die Beter voor Dordt kennen, wij zijn echt op financiën. We willen graag dat het geld wat uitgegeven wordt ook werkelijk zijn doelen bereikt. Het ontbreekt ook aan een duidelijk overzicht welke activiteiten bijdragen aan welke doelen.

Om dat er is ook als je het hebt over SMART-formulering gesproken ... En vragen wij van het college hoe zij deze samenhang gaan verbeteren? Ik hoef geen plan van aanpak, maar twee zinnen is ook goed. Laten we zeggen, drie zinnen dan. En het opstellen van, wat dan genoemd wordt vaak in het management, de doelenboom of een helder schema waar je de basisdoelen, de activiteiten en de middelen aan elkaar koppelt. Want dan heb je het over bijna een soort bedrijfsmatige aanpak. En wat Beter voor Dordt betreft is dat onmisbaar. Voorzitter, tot zover.

30

De voorzitter: Twee tamelijk gelijkluidende bijdragen. Zijn er nog anderen op dit onderwerp? Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Interruptie, voorzitter, als dat mag? Het is naar de heer Katif, omdat hij nu aan het woord is. Maar misschien dat de heer Uysal daar ook wel wat van vindt. En mijn vraag aan de heer Katif gaat inderdaad over die koppeling tussen, wat is de doelstelling en wat is uiteindelijk de activiteiten? En een van de dingen die ook genoemd werd, nou weet ik even niet meer of het echt zo in het rapport stond, dat was in ieder geval wel tijdens beeldvorming naar voren gekomen, was het voorbeeld van een boekje wat een tijd geleden is uitgegeven aan scholen. En gaat dat boekje er dan voor zorgen dat er meer kinderen gaan sporten? Dat is een samenhang zoeken tussen een activiteit die je doet en het resultaat wat je hoopt te bereiken. Maar dat is, als ik dan weer ga kijken naar de commerciële en de marketinginslag, natuurlijk niet echt aan te geven. Natuurlijk kun je met zo'n boekje niet zeggen, daar gaan, weet ik veel, 300 meer kinderen van sporten. Want het is een onderdeel van een totaalplan. Daar ben ik dan wel een beetje naar op zoek, wanneer is het naar tevredenheid? Want een boekje is alleen maar een onderdeel van. Doe je het niet, gaat er waarschijnlijk ook niks gebeuren. Doe je het wel, kun je ook niet zeggen of er iets gaat gebeuren.

Maar het is een onderdeel van een geheel. En ik vind het heel moeilijk om hem een-op-een te pakken, terwijl je een soort totaalplaatje hebt. Ik ben even op zoek bij de heren eigenlijk, of in ieder geval in dit geval de heer Katif, hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ik wil de vraag wel wat verduidelijken. Hoe kijk ik aan tegen het boekje dat uitgegeven wordt en het stimuleert dat ... Of naar ouders toe, zorg dat uw kind gaat sporten, want dat is goed, weet ik veel, voor zijn gezondheid. En misschien is het ook voor jullie hartstikke goed als je met hem ... Of hem naar de voetbal brengt. Dat soort dingen. Ik vind dat een boekje wel een bijdrage kan leveren. Dat kan een onderdeel zijn van het geheel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Maar sporten, aan sport doen, dan heb je voorbeelden. En dat hebben we afgelopen jaren gezien dat er heel veel voorbeelden zijn, mensen of jongens en meisjes die heel goed zijn in sport, die worden eigenlijk gepresenteerd als de helden van Dordrecht. Mensen zien dat. Kinderen zien dat. Die nemen dat voorbeeld over. Dat vind ik een heel mooi, duidelijk doel. Je wil stimuleren door een voorbeeld te geven aan een stad. En onderdeel van een plan van aanpak, dan zou ik het alleen maar eigenlijk honoreren als raadslid en als raad. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Even ter verduidelijking.

Ik ben het daar volledig mee eens. Alleen de vraag die ik stel, er wordt eigenlijk, als ik jullie goed begrijp, gevraagd naar die koppeling en die samenhang en daar een rapport van of een beter verslag. Maar die link is best wel moeilijk. We kunnen ons allemaal voorstellen dat een boekje op de een of andere manier gaat bijdragen en tot de verbeelding spreekt. Daarom is dat boekje ook gemaakt natuurlijk. Alleen de concrete samenhang is natuurlijk moeilijk aan te tonen direct in een rapport.

31

De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Mag ik hem doorgeven aan de ... Eensluidende conclusie. Precies. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Dat is wel een fijne manier van interrupties beantwoorden. Voorzitter, dat is ook zo. En wij hebben daar als partij ook enorm mee geworsteld. En het is heel makkelijk om te zeggen, kom met een uitvoeringsplan of een routekaart. Alleen hoe ga je dat dan vormgeven? En er is een verschil tussen correlatie en causaal verband. En ik heb dat net ook aangegeven, je kan niet tussen iedere activiteit en wat je eruit haalt een causaal verband afleiden. Dat gaat gewoon niet. Er zal ongetwijfeld wel een samenhang, een correlatie in zitten, maar het is gigantisch lastig om bij iedere activiteit die je ontplooit dan ook meteen te zeggen, dat heeft geleid tot 5 procent, 10 procent, 60 procent toename van sport- en beweegdeelname. Dat is waar ik het college ook niet om vraag. Ik stuur het college niet met een onmogelijke opdracht op pad. Alleen daar waar het kan, zou het wel gewoon helpen. Als het gaat om die boeken zou het bijvoorbeeld ook kunnen helpen, we hebben die boeken gelanceerd met het idee om meer mensen aan te sporen om te kunnen bewegen of te sporten. En dat gebeurt ook wel bij een aantal activiteiten. Maar het zal gewoon meer helpen als daar wat meer context en achtergrondinformatie bij zit. De voorzitter: Helder.

Met het oog op de tijd wil ik de wethouder vragen om te reageren op de vraag van GroenLinks, om een toezegging. En daar sloot Beter voor Dordt zich bij aan. De heer Merx: Dat zeggen we toe, dat staat ook in de bestuurlijke reactie, omdat ook wij zelf weer de next step willen zetten. De Sportvisie geeft echt wel een bepaalde route aan. Maar er zitten heel veel cijfers in. Dat is behoorlijk SMART geformuleerd. Dat vinden wij wel. Er staan echt heel veel cijfers in. Ik zie weleens wat voorbijkomen in zo’n college. En er zijn stukken waar minder cijfers in staan als dat over SMART gaat. Maar we gaan dat proberen veel beter in kaart te brengen. Waarom doen we dingen, wat willen we bereiken en wat zetten we daarvoor in? Ik vergelijk maar even, wat de heer Uysal ook zegt, dit is ongelooflijk lastig. Het is geen pannenkoeken bakken waar we hier mee bezig zijn waar je zegt, ik doe twee eieren, zoveel gram bloem en een beetje melk en dat mix ik door elkaar, hete pan en er komt met een beetje boter een lekkere pannenkoek uit. Hier is het echt, het is afhankelijk van de doelgroep waar je je op richt. Het is afhankelijk van de sport waar je mee bezig bent. Het is van zoveel factoren afhankelijk van wat werkt. Bijvoorbeeld dat boekje, om daar maar mee af te sluiten ook meteen. We hebben een programma B.A.A.S.. En ik sluit nog maar een ander ding af als het over SMART gaat.

Het programma B.A.A.S. gaat op de basisschool, waar wij kinderen stimuleren om te gaan sporten. Dat is een heel programma, waaronder ook een boekje is. Het ene kind was helemaal enthousiast thuis van, ik heb vandaag, weet ik, gevolleybald. En dezelfde avond melden papa en mama het kind aan bij de volleybal. En dat boekje komt nooit uit de tas. Het andere kind wordt het boekje op tafel gelegd en papa en mama lezen het boekje. Zou je niet eens ... Leuk.

32

Wat heb je vandaag gedaan? En dat kind moet wat meer gestimuleerd worden vanuit huis om met dat boekje in de hand wat dingen te gaan doen. Er zit echt heel veel ... We kunnen niet precies aangeven, wat de heer Uysal ook al zei, als we dat boekje doen, leidt dat tot 3,5 procent meer sportdeelname van kinderen tussen de 4 en 5,5. Als u dat van mij gaat ... Kan ik niet. Ik overdrijf even. Dat weet ik, mijnheer Katif, voorzitter. Maar dat is bijna onmogelijk. Maar we weten wel heel veel. Als wij kijken, dan sluit ik echt af, naar ons programma wat te maken heeft met Life Goals, waar we kwetsbare mensen en ook vooral vrouwen begeleiden. Kost 10.000 euro per groep. Zijn 15 tot 20 deelnemers per jaar. Niet zo heel veel geld. 46 procent van de deelnemers, en dat zijn meerdere groepen met een wachttijd inmiddels, heeft veel minder gebruik nodig van de zorg. Dat weten we. Dat meten we. 72 procent van de deelnemers ervaren minder stress. En 36 procent wordt vrij snel lid van een sportvereniging. Dat meten we. En ik ben het alleen met u eens als u zegt, maar dat hadden we eens even heel graag gezien in dat voortgangsoverzicht van, wat doet die Life Goals? Daar moeten wij echt een stap op zetten. Ik kom weer terug. Die toezegging heeft u. De voorzitter: Helder. Dan wil ik ook nog even kijken. Want u had nog wat openstaande vragen, waarbij ik u ruw heb afgesneden.

Ik wil u wel even de gelegenheid geven om in moordend tempo daar nog een beantwoording op te geven, maar echt liefst heel snel. De heer Merx: Communiceren met sportpartners, van Beter voor Dordt. Wij communiceren heel veel met sportpartner. We hebben onze sportregisseurs. We hebben Dordrecht in drie wijken verdeeld. Die communiceren met de verenigingen ,waarbij ze precies weten wat er aan de hand is. En die worden ook op handen gedragen. Maar ook met onze commerciële sportaanbieders. Ook Dordt Onderneemt staat dagelijks in contact bijna met sportondernemers. Ik bezoek ze zelf ook met grote regelmaat en maak daar hele mooie dingen mee, die ik hier niet mag vertellen, omdat ik daar geen tijd voor heb. Dan even kleedkamers op de eerste etage van een commerciële sportaanbieder, wat gaan we daaraan doen? De vraag van Op Ons Eiland, de heer Tutupoly. Dat vind ik ingewikkeld. Het zijn commerciële sportaanbieders. En het lijkt mij niet dat de gemeente aan zet is om bij die commerciële sportaanbieders geld te geven om de kleedkamer naar de begane grond te halen. Er zijn overigens ook, weet ik, genoeg commerciële sportaanbieders waar je wel op de begane grond kan sporten en om kan kleden. Dat is even een heel kort door de bocht, kort antwoord. Even kijken. De voorzitter: Een hele korte vraag van de heer Tutupoly.

De heer Tutupoly: We kunnen het nu hebben natuurlijk even over de kleedkamers te verplaatsen. Ik kan me zo voorstellen dat je ook kijkt naar mogelijkheden die er zullen zijn om mensen met een beperking wel te kunnen laten sporten in een bepaald gebouw. Misschien niet door, ik zal maar zeggen, de kleedkamers te verplaatsen. Maar op het moment dat een commerciële aanbieder daar met een plan komt om bijvoorbeeld wel die mensen naar boven te kunnen begeleiden op een of andere manier, dat daar gehoor in ieder geval aan gegeven kan worden en eens te kijken wat de mogelijkheden zijn in plaats van te zeggen, maar dat zijn commerciële aanbieders, daar doen we niks voor. De voorzitter: De heer Merx.

33

De heer Merx: We doen niet niks voor commerciële aanbieders. Dat niet. Alleen we kennen geen subsidieregeling, zoals we dat bijvoorbeeld door sportverenigingen kennen voor sportaccommodaties, voor commerciële sportaanbieders. Ik vind dat toch in de eerste plaats wel een verantwoordelijkheid voor de commerciële sportaanbieder zelf. En daarnaast denk ik dat er genoeg commercieel sportaanbod is waar mensen met een beperking wel gewoon heel toegankelijk naartoe kunnen gaan en gebruik van kunnen maken. Het is ook een keuze van een commerciële sportaanbieder om de kleedkamer of de sportaccommodatie op de eerste etage neer te zetten. Als wij zouden moeten adviseren, dan zouden we zeggen, doe dat niet, doe dat op de begane grond. Maar ze komen niet altijd met adviesaanvragen naar ons. De voorzitter: Met het oog op de tijd kan ik helaas geen verdere vragen toestaan. Ik wil u suggereren, als u het niet eens wordt, om dan met een motie of een amendement te komen in de raad. Maar de wethouder zit hier in een adviserende rol. En meestal is het ook zo dat je de wethouder niet overtuigt in een oordeelsvormende commissie. Gaat u verder met de andere vragen. Wat fijn. Super. Dan wil ik even iets bij de commissie neerleggen. Want we hebben drie van de vier politieke vragen expliciet behandeld. Dank trouwens voor uw beantwoording.

Maar de vraag, wat is de informatiebehoefte van de raad, hebben we niet echt expliciet behandeld, maar die is wel meegenomen in de vraag van GroenLinks en Beter voor Dordt. Ik wil toch even rondkijken of de commissie vindt dat dat voldoende behandeld is, die politieke vraag. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Volgens mij heeft Op Ons Eiland in ieder geval wat aanbevelingen daarin gegeven. Het is niet helemaal zo dat er geen aanbevelingen voor zijn gegeven. De voorzitter: Die aanbevelingen zijn overigens ook genoteerd, zag ik, terwijl u die gaf. Voor de rest vindt men dat dat voldoende is behandeld? Ik zie geknik. Dan moeten we even na gaan denken hoe we verdergaan met dit raadsvoorstel. Daar hebben we nog zes minuten voor. Dat moet te doen zijn Er ligt een concept-amendement. En dat maakt de opties eigenlijk vrij overzichtelijk, want meestal sturen we het dan door naar de raad en dan zeggen we, twee minuten spreektijd alleen over het amendement. Bent u het daarmee eens is? De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, volgens mij kunnen we ook gewoon meteen stemmen toch, tijdens de raad? We hebben hier van gedachten met elkaar gewisseld over het amendement. En ik heb ook niet echt heel veel verschillende opvattingen gehoord. Wat mij betreft kunnen we meteen overgaan tot stemmen. De voorzitter: Ik kijk even naar de indieners of zij ... Dan sturen we zowel het ...

Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik was het eigenlijk meer eens met uw voorstel, om in ieder geval het amendement te bespreken. De voorzitter: We gaan stemmen. Wie is er voor het bespreken van het amendement in de raad? Ik tel een, twee, drie, vier, vijf. Wie is er tegen het bespreken van het amendement in de raad? Een, twee, drie, vier, vijf, zes. Ik overleg even.

34

Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Zeven. Mevrouw Stolk: Ik mag wel niks zeggen, maar volgens mij als je een amendement indient, mag je dat te allen tijde bespreken in de raad. En daar heb je geen meerderheid van stemmen nodig. De voorzitter: Ik ga even ... Want de indieners willen het zelf niet bespreken. Dat is een beetje het issue. Ik kijk even links van mij of er wijze raad komt. Een moment. De heer Damen: Voorzitter, dan moeten ze het terugtrekken. Dat is de enige consequentie daarvan. De heer Van der Spoel: Maar voorzitter, ik zou toch een beroep willen doen op iedereen die hier zit. Gezien het niveau van het debat van vanavond, denk even goed na of we dit nu nogmaals in de raad moeten bespreken, of hebben we genoeg informatie opgehaald, vanavond en de vorige keer, om hier gewoon gelijk over te kunnen stemmen? De voorzitter: Zijn er mensen die door deze oproep van gedachten zijn veranderd? De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif: De heer Katif: Dank u wel. Ik vind het een beetje een rare opmerking van de heer Van der Spoel. Dat meen ik ook echt. Ik vind het heel beledigend naar een aantal leden/de leden die hier zitten, dat het niveau van de discussie ... Ik heb u nu gehoord, mijnheer Van der Spoel. Je kunt helemaal niet oordelen namelijk over het niveau van deze vergadering.

En ik zou graag, voorzitter, het amendement, in ieder geval, ook bespreekbaar willen maken in de raad. Zo simpel is het. Volgens mij moeten we even kijken naar ons Reglement van Orde, denk ik. Daar staat het heel helder in. De voorzitter: Ik hoor van de griffier dat de commissie in meerderheid besluit over de afdoening van amendementen en raadsvoorstellen. Dat zou betekenen dat als deze commissie in meerderheid vindt dat het een stemstuk wordt, dan wordt het een stemstuk. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, kijk, het maakt mij niet heel veel uit of het besproken wordt of niet. Van mij persoonlijk en van onze partij hoeft het niet, omdat we hier in deze zaal het debat hebben kunnen hebben. Maar als er behoefte is aan bespreking, zou ik er niet voor willen gaan liggen. Dat lijkt me zeker ook als indiener van een amendement niet helemaal sjoege. Vanuit ons geen bezwaar voor bespreken, in ieder geval. De vraag is alleen vanuit ons of het echt nog nodig is. Maar dat laat ik aan de anderen. Ik trek mijn stem die ik zojuist deed in ieder geval terug.

35

De voorzitter: Dan is het nog steeds zes tegen vijf. Vijf, vijf. Laten we gewoon hem gaan bespreken met twee minuten spreektijd. Dat gaat dan alleen over dit amendement. En u gaat het niet meer hebben over het raadsvoorstel. Dat is hier in voldoende mate behandeld. Daar wordt gewoon over gestemd. Kunnen we dat op die manier vaststellen? Ik krijg de opmerking dat u niet van uw spreektijd gebruik hoeft te maken. Dat klopt natuurlijk ook. Ik zoek even bevestiging vanuit de zaal dat dit is hoe we het gaan doen. Kunt u dat bevestigen? Ja, dan stellen we dat op die manier vast. Dan dank ik u voor uw aanwezigheid. Over twee minuten begint in deze zaal ook een oordeelsvormende vergadering over sport. En ik hoop u daar te zien. Tot zo. 3. Besteding middelen ’25 en ’26 en voortgangsrapportage Sportvisie 2030 – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Groenewege Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr.

Uysal (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Vuuren De voorzitter: Gaat u zitten, alstublieft. Wederom welkom, kijkers thuis, toeschouwers wethouder Marc Merx, mevrouw Van Vuuren, namens de ambtelijke ondersteuning, en raads- en commissieleden. Ik constateer dat er quorum is. En voor het verslag vraag ik de raads- en commissieleden zich even voor te stellen. En laat ik deze keer eens aan mijn rechterhand beginnen. De heer Merx: Marx Merx, wethouder.

36

Mevrouw Van Vuuren: Kirsten van Vuuren, ambtelijke ondersteuning. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer De Heer: Robert de Heer van de ChristenUnie/SGP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordt. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Pieter Groenewege. En ik ben uw voorzitter voor deze vergadering. Voor de helderheid vraag ik even, wie is de woordvoerder namens GroenLinks? Dat is de heer Uysal. Wie is de woordvoerder namens de VSP? Dat is mevrouw Stolk. Wie is de woordvoerder namens het CDA? De heer Van den Berg. Dank u wel. Fijn dat u dat even verheldert. Dank.

Vanavond voeren we het politieke debat over het raadsvoorstel van het college over de besteding van de middelen voor sport. En dat doen we aan de hand van de volgende politieke vragen. Hoe wordt de integraliteit tussen de activiteiten en de doelstellingen van de Sportvisie gewaarborgd? Het is een vraag die in de vorige vergadering ook al aan de orde kwam. Een vraag van GroenLinks. Hoe kijkt de commissie naar de twee extra opgenomen posten in het raadsvoorstel, openbare ruimte en topsportevenementen, ook in het licht van mogelijke toekomstige bezuinigingen? Een vraag van Partij van de Arbeid en Partij voor de Dieren.

37

Dan een gerelateerde vraag, draagt het flexibel maken van het budget bij aan het beter bereiken van de doelstellingen uit de Sportvisie? Een vraag van de VVD. En een vraag van het CDA ten slotte, zijn de voorwaarden van de subsidieregelingen voor verenigingen, zoals de een derde eigen bijdrage, voldoende passend en ondersteunend om de ambities te realiseren? Nou kreeg ik van het CDA het verzoek om die laatste politieke vraag te schrappen. En dat verzoek wil ik aan u voorleggen, om die politieke vraag niet te bespreken vanavond. Wil het CDA dat wellicht toelichten? De heer Van den Berg: Uit de antwoorden van de ambtelijke organisatie blijkt dat de voorwaarden die de subsidie beperkte door de BOSA-koppeling al is komen te vervallen. Die subsidieregeling is aangepast. In die zin is voor ons de vraag niet meer urgent. De voorzitter: Is de commissie ermee akkoord om die vraag te laten vervallen? Ja. Ik zag ook nog een vraag van de heer Uysal. De heer Uysal: Eigenlijk wilde ik hetzelfde verzoek doen. Dat gaat over vraag één, over die integraliteit tussen de activiteit en doelstelling. Daar hebben we het uitgebreid net over gehad. En gelet op de toezegging van de wethouder om die voortgangsrapportage aan te passen, heeft het voor ons geen nut meer om die vraag te bespreken hier. De voorzitter: Ook een helder voorstel.

Ik kijk de commissie even rond of daarmee kan worden ingestemd? Dan schiet het lekker op vanavond. Mooi. Overigens, de beantwoording waar het CDA zojuist naar verwees, die is eerder deze middag rondgestuurd, die technische beantwoording. En wat er ook eerder vanmiddag is rondgestuurd, of in ieder geval aan de stukken is toegevoegd, zijn twee conceptamendementen van het CDA. Die kunt u onder in de stukken vinden. Die op het allerlaatste nippertje met de commissie zijn gedeeld. En een daarvan kunnen we bij een politieke vraag betrekken. Dat is het amendement, Middelen effectief inzetten voor vitale sportverenigingen. Die heeft betrekking op de twee nog resterende politieke vragen. En de tweede is een onderwerp op zich, Sportvisie 2030 vraagt ook om middelen tot 2030. Mijn voorstel zou zijn om de behandeling als volgt te doen. We behandelen de tweede politieke vraag, de derde politieke vraag en dat amendement wat ik als eerst noemde gezamenlijk. Dat gaat over die flexibele posten. Het flexibel maken van het budget en de middelen effectief inzetten voor vitale sportverenigingen amendement. En daarna reserveren we even een blokje voor het andere amendement van het CDA, Sportvisie 2030 vraagt ook om middelen tot 2030. Bent u daarmee akkoord? Dan houden we het een beetje helder waar we het met zijn allen over hebben, omdat dat echt twee gescheiden onderwerpen zijn.

Ik zie weinig driftig geknik, maar ook weinig bezwaar. Dan gaan we het maar op die manier doen. Dan ga ik eerst even peilen wie het woord wil voeren op dat eerste onderwerp wat ik noemde. Dat gaat eigenlijk om politieke vraag twee en drie, die zijn er nog over, en het amendement over vitale sportverenigingen van het CDA. Het CDA wil daar het woord over voeren. Dat is eigenlijk heel veel. Zullen we gewoon het rondje af gaan? En dan beginnen we bij het CDA, want dan kan die zijn amendement toelichten. De heer Van den Berg.

38

De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Wij zijn blij met de inzet van iedereen om de doelen uit de Sportvisie te bereiken. Of dat nu de Sportraad is, de ambtelijke organisatie, de inzet vanuit het college en uiteraard alle duizenden vrijwilligers die ermee bezig zijn. We zijn trots op de weg die is ingeslagen en waar nu ook de eerste resultaten van zichtbaar worden. Een compliment ook aan de ambtenaar en college. Naar aanleiding van de commissievergadering van afgelopen 14 januari en de gestelde vragen en overleg met de ambtelijke organisatie en de wethouder hebben we inderdaad die twee amendementen opgesteld. Daar wil ik ook Claudia Bokel en haar collega's hartelijk danken voor het meedenken daarin. En zoals besproken inderdaad, het eerste amendement Middelen effectief inzetten voor vitale sportverenigingen, waarin we middelen flexibeler in willen zetten voor ondersteuning van sportverenigingen door de subsidie professionalisering van sport, wijksportparken en capaciteitsvraagstukken. Daarnaast herstelt dit amendement ook een kleine fout dat in het raadsvoorstel is geslopen, waar gesproken wordt over een 300.000 euro in het raadsbesluit. Maar zoals in de toelichting genoemd is, is er 350.000 euro nodig voor sportevenementen in ’25-‘26 en 100.000 euro voor sport in de openbare ruimte. Even nog een verdere toelichting op dit amendement vanuit ons.

Uit de presentatie van de Sportraad van afgelopen commissie kwam naar voren dat in 2030, met de huidige demografische ontwikkelingen en de huidige sportdeelname, dat we moeten groeien van 26.000 naar 30.000 sporters in verenigingsverband. Dat is een stijging van meer dan 15 procent. Daar ligt een grote uitdaging. Dat is ook een reden waarom er in de Sportvisie is ingezet op vitale sportparken en waarom dit ook belangrijk is voor het CDA. Naast accommodaties vraagt dat ook om vitale verenigingen en besturen. Daarom het voorstel om de succesvolle subsidie professionalisering sport te verhogen met 150.000 euro. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Interessant wat u aangeeft. Maar u heeft het over vitale verenigingen. En wat vindt het CDA een vitale vereniging. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Een vitale vereniging is genoeg aanbod, een goede accommodatie, maar ook een krachtig bestuur die middelen bij elkaar kan brengen, die activiteiten kan organiseren en die ook richting toekomst plannen heeft. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even aanvullend daarop. We weten allemaal dat sportverenigingen op dit moment vreselijk kampen met een bestuur rond te krijgen, vrijwilligers die we hebben.

Hoe denkt het CDA daar dan mee om te gaan, als je dit in verhouding kijkt naar het amendement? De voorzitter: De heer Van den Berg.

39

De heer Van den Berg: Juist die subsidie is erop gericht om de bestuurder te ondersteunen en te professionaliseren. Ik denk dat dat juist is wat we willen bereiken. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer Van den Berg: Dank. Vandaar het verzoek om die succesvolle subsidie te verhogen naar 150.000 euro per jaar. Zodat we geen verenigingen teleur hoeft te stellen en we nog meer besturen kunnen helpen om de organisatie van de sportvereniging te professionaliseren en zo nog meer toekomstbestendig te worden. En als ik dan afgelopen weken hoor tijdens de commissievergadering over jeugdzorg dat sportverenigingen betrokken moeten worden, dat we meer moeten normaliseren en het voorbeeld valt van, een drukke jongen moet gewoon voetbal om zijn energie kwijt te raken, dan kan ik dat enkel toejuichen. Maar daarom moeten we de verenigingen blijven steunen en faciliteren. Faciliteren met goede functionele en complete sportaccommodaties en met de professionalisering van de clubs. Vandaar dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Een vraag van de heer Safranti van DENK Dordrecht. De heer Safranti: Dank u wel. De laatste alinea triggerde mij. Dat is heel fijn hoor dat juist die doelgroep ook moet gaan sporten. Ik vind het een hele goede aanvulling trouwens van jeugdzorg, in dit geval.

Alleen wat je in de praktijk wel ziet, is dat juist deze groep of deze jongeren, kinderen kampen met de groepsaanpak waar ze ingedeeld zijn. Want waarom? De trainers die daar rondlopen, zijn dan net niet voldoende deskundig om deze groep of deze jongeren aan te pakken of daarmee om te gaan. Is het voor CDA ook een idee om hier wat meer specifieker op in te gaan? Dat we deskundigen desnoods, of een groep apart voor juist deze doelgroep ... Dat ze goede begeleiding daar ook kunnen krijgen? De voorzitter: De heer Van den Berg, CDA. De heer Van den Berg: Volgens mij is dat ook onderdeel van die professionaliseringssubsidie. Want dan heb je ook clubkadercoaches die de vrijwilligers kunnen helpen om beter hun lessen of trainingen vorm te geven. De voorzitter: Een interruptie van de heer Noldus, VVD. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag over dit amendement, zoals ingediend en zojuist toegelicht. Ik lees in het eerste besluitpunt van het amendement dat die 1,7 miljoen wordt toegewezen aan capaciteitsvraagstukken, wijksportparken en professionalisering. Ik hoorde ook de CDA-fractie duidelijk verwijzen naar de impact van sport en bewegen op jeugd en in de jeugdzorg.

40

Ook een verwijzing naar toch de presentatie in de sessie die we gehad hebben op 14 januari, waarin we zijn meegenomen door het NOC*NSF in hoe onze Sportvisie de aanpak is. En ik ben benieuwd naar de beweging van het CDA op het volgende. Dat is namelijk dat eigenlijk uit al deze gesprekken en bronnen en ook de reden dat we Sportgemeente van het Jaar geworden zijn vooral voortkomt uit het feit dat we een brede focus en aanpak hebben in onze Sportvisie. We zetten heel breed in. En ik ben benieuwd waarom het CDA dan kiest om nu voor dit resterende budget bij voorbaat sport en bewegen in de openbare ruimte, wat bijvoorbeeld voor heel veel jeugdigen toch ook echt heel erg van belang is, en ook de focus op topsport als onderdeel van onze Sportvisie eigenlijk buiten het budget te stellen? De voorzitter: De heer Van den Berg, CDA. De heer Van den Berg: Omdat het in het eerste geval niet gaat over resterend budget, maar al gelabeld budget wat bestemd was voor verenigingsport en accommodaties. En daarnaast biedt het juist wel ruimte om de ambities die het college heeft op het gebied van topsport en die buitenruimte te realiseren in 2025 en ’26, want daar zijn die middelen van 4,5 ton voor gereserveerd. De voorzitter: De heer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, toch even een verduidelijkende vraag aan de heer Van den Berg.

Die 120, die wordt genoemd bij punt 2, om dat te wijzigen, om dat te verhogen naar die 150, waar komt dat bedrag precies vandaan? Want ik snap die wens om die professionaliseringsslag te maken. Kan ik me iets bij voorstellen. Maar hoe komen we nu bij dit specifieke bedrag in dit voorstel? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dit is inderdaad in overleg met de ambtelijke organisatie tot stand gekomen. Er is nu 90.000 euro per jaar gereserveerd. En dat is opgegaan de afgelopen 2 jaren. En er was meer vraag naar deze subsidie. Daarvoor is gesteld, als we hem kunnen verhogen met 60.000 euro per jaar, dat is 120.000 euro over ’25, ’26, dan zouden we daar, als het goed is, voldoende verenigingen mee kunnen faciliteren. De voorzitter: Voor mij is het overzichtelijk als we gewoon het rondje af gaan, want dan is het duidelijk wie al geweest is en wie niet. Daarom wil ik graag het woord geven aan de eerste Safranti van DENK. De heer Safranti: Dat was niet de planning, voorzitter. Voorzitter, ik kan daar heel kort in zijn. Als ik terugkijk naar de stukken, maar ook naar het afgelopen jaar, dan kunnen wij alleen aangeven dat wij positief hierin staan. En dat wij eigenlijk verder ook geen toevoeging hebben. Ik heb de amendementen net nog kunnen doornemen. Ik moet ook de reactie van de wethouder er nog even over horen.

Maar we hebben natuurlijk de wethouder anderhalf jaar terug ook aangegeven dat we niemand buitenspel wilden zetten tijdens het vaststellen van de Sportvisie. En dat gebeurt gelukkig niet.

41

Kijk, er worden gelukkig wel ook punten aangegeven waar we allemaal toch wel aandachtspunten voor hebben. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen. De kamer hiervoor we hebben natuurlijk ook een en ander besproken, wat wij als DENK zeker ook belangrijk vinden. Ik heb ook de wethouder toentertijd aangegeven, buitenspel hoort bij het spel, maar zolang je voldoende scoort ... En dat zie ik de wethouder juist wel doen. Wat zei je? Romario. Wij zien gewoon een wethouder die juist enorm veel inzet in dit gebied. En wij kunnen daar heel kort over zijn. Wij staan daar gewoon kort ... De voorzitter: Helder. De heer Damen, PvdA. De heer Damen: Voorzitter, wij staan positief tegenover het eerste amendement van het CDA, waarin ze wat meer de nadruk leggen op streven naar meer middelen voor wijksportparken en professionalisering van verenigingen. Wij hechten daar meer aan dan aan topsportactiviteiten. En dat is voor ons een reden om dit amendement te gaan steunen. De voorzitter: Even voor de helderheid, volgens mij blijft het budget voor topsportevenement met dit amendement in stand. Ik kijk ook even naar de heer Van den Berg voor hulp. De heer Van den Berg: Ik kan dat iets verduidelijken inderdaad. Het klopt dat er een budget wordt beschikbaar gesteld van 350.000 euro voor sportevenementen in ’25, ‘26.

Maar de totale reservering die ervoor staat, blijft beoogd ook voor de accommodaties en sportverenigingen. De voorzitter: Daar nemen we kennis van. Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Wat de heer Damen al aangaf, is juist voor ons de reden om dit amendement niet te steunen. En dan specifiek ook inderdaad vanwege die topsportfaciliteiten. Die extra opgenomen post voor die topsportevenementen wordt nu gehaald uit de ruimte die bedoeld is voor de accommodaties. En zoals het ook in die risico's is benoemd, dat zijn beperkte middelen. Wat het CDA in het andere amendement ook heeft erkend is, verenigingen hebben extra tijd nodig om tot bepaalde plannen te komen. Als we die beschikbare middelen nu breder gaan uitgeven voor topsportevenementen die niet rechtstreeks ... Die middelen gaan niet rechtstreeks naar de sportende Dordtenaar. Dan zeggen wij eigenlijk, dan haal je het geld weg van de sportende Dordtenaar en ga je dat voor een topsportinspiratie, een vager doel, zullen we het maar eventjes noemen, gebruiken. Daar zijn wij het absoluut niet mee eens. Wij zeggen inderdaad ook ... Wij overwegen daarop een ... De voorzitter: Een interruptie van de heer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Dank, voorzitter. De inbreng van Partij voor de Dieren roept meteen een aantal vragen op bij GroenLinks.

Allereerst, hoe ziet de Partij voor de Dieren de verhouding tussen topsport en breedtesport?

42

Ik hoorde net mevrouw Van Herwijnen zeggen, het is een beetje vaag en het is een beetje in het luchtledige, dat geld wat we daarin stoppen. Is er echt geen verband tussen topsport en breedtesport? Dat één. Tweede is, de constatering is in het raadsvoorstel dat er gewoon geld op de plank blijft liggen als het gaat om reserves op de sportaccommodaties, maar ook om onze inwoners aan het sporten en bewegen te krijgen. En het gaat hier om incidentele middelen. Dat betekent dat als we deze middelen voor 2026 niet op krijgen, dat ze dan weer terugvloeien naar de algemene reserve. Is het dan niet volgens mevrouw Van Herwijnen, voorzitter, het juist verstandiger dat we deze middelen ook gewoon besteden aan andere effectieve doelen, die in lijn liggen met de Sportvisie? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dan begin ik in ieder geval eventjes met de laatste vraag. Maar dan betrek ik toch even ook het andere amendement van het CDA erbij, als dat mag, voorzitter. Want wat wij zo mooi vinden aan het amendement van het CDA over de middelen doortrekken naar 2030, de Sportvisie gaat over doelen tot 2030, geef dan ook die middelen tot 2030 en geef die sportverenigingen dan ook de tijd om die middelen te kunnen gaan benutten. Dat op de laatste vraag. Dan was de tweede vraag, dan kun je ... Dat was de eerste vraag. Maar prima.

Kijk, weet je, dit gaat over topsportevenementen. Je wil topsportevenementen meer naar Dordrecht halen, meer promoten. En dan denk ik, daar zijn ook andere middelen voor die je daarin zou kunnen benutten, externe subsidies, reclamemiddelen en dergelijke. Maar je trekt het weg van de middelen voor de sportende Dordtenaar zelf. En daarom zeggen wij, behoud het op de smalle doelen die het nu heeft en zet het daarop in en geef de verenigingen daar ook ruim de tijd voor om die te kunnen benutten. En ga het dan niet nog eens een keertje uitgeven aan inspiratie en ... In ieder geval niet voor de sporter zelf. Laat ik het zo zeggen. De voorzitter: De heer Uysal, een vervolgvraag. De heer Uysal: Voorzitter, jammer om te constateren dat Partij voor de Dieren niet het verband ziet tussen topsport en breedtesport. Ik heb de Partij voor de Dieren ook gemist tijdens de Dordtse Sportuitblinkers. Waarin dat juist heel mooi te zien was, hoe topsport ook juist kan inspireren om de bredere samenleving toch aan te sporen om te kunnen bewegen en sporten. Maar ook over de middelen voor de sportaccommodaties. We lezen in het raadsvoorstel heel duidelijk dat als deze middelen blijven in de reserves, dat die niet benut zullen worden door de sportverenigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38252