2.7 2024.01.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
De aannemer die meldt zijn projecten in het systeem. Die kan ook zien, omdat hij in die zakelijke versie zit, ziet hij net iets meer, die kan ook zien wat andere aannemers in dat systeem hebben gezet. Die kan dus ook gelijk zien welke conflicten hij eventueel heeft, en kan dus eigenlijk aan de voorkant ook al acteren, goed plannen, zorgen dat hij geen hinder oplevert voor andere werkzaamheden die zijn gepland. Wij checken die werken, en zodra wij akkoord geven, krijgen zij dus het akkoord om aan de slag te gaan en hun werk daadwerkelijk uit te voeren. Soms vragen we wat aanvullende info, doen we via dat systeem, en dan komen we heel vaak tot een akkoord. Communiceren. Wij hebben verschillende kanalen, zowel vanuit de gemeente, maar ook vanuit de aannemer, om ervoor te zorgen dat wat er gebeurt, dat dat ook gecommuniceerd wordt naar de bewoners, of als het net even wat groter is, ook naar bijvoorbeeld ondernemers of heel de stad. Ik heb hier wat voorbeelden genoemd. De ingrijpende werkzaamheden zetten wij op de website van werken aan de weg. Bij de grotere werkzaamheden verplichten we ook een omgevingsmanager. De aannemer die gebruikt vaak BouwApp. Bewonersbrieven worden verplicht en dergelijke. En dan tot slot, hoe ziet dat er dan vervolgens uit? Voor ons komt in MELVIN alles samen.
Wat je hier met een paar kleurtjes ziet, zwart en grijs, dat zijn de afsluitingen, beperkingen die er zijn. En de kleurtjes, dat zijn de omleidingen. En dit is een snapshot van één week, dit is de snapshot die ik afgelopen week heb genomen, tot ongeveer halverwege deze week. En dan zie je dus, ook hier op de kaart, dat er best wel veel gebeurt in de stad. Ja, wij proberen er hier, dit geeft ons een goed overzicht, proberen wij hiermee ook ervoor te zorgen dat al die werken die er zijn, dat die goed kunnen plaatsvinden, naast elkaar, en niet te veel hinder opleveren voor de bewoner. De voorzitter: Dank u wel voor de mooie presentatie. En ik heb al gelijk een geïnteresseerde vraag van de heer Gorter.
22
De heer Gorter: Voorzitter, ik zit wel even met de tijd, want over één minuut begint aan de andere kant de volgende vergadering, dus ik weet niet of we daar nu allemaal aan toe komen. De voorzitter: Als u uw vraag wil stellen, want ik heb hier nog drie minuten, dus dat gaat er dan al vanaf. De heer Gorter: Oké, ik ga hem toch stellen, voorzitter. Even terug naar die Programmeertafel, een prachtig verhaal. Ik ben bewoner geweest van de Singel, die heeft bijna ruim twaalf maanden opengelegen. En daar ging hij open voor gas, licht en water, alles na elkaar, niet tegelijkertijd. Dat heeft tot heel veel discussie geleid met de bewoners, handgemeen met Siers, opzichter nooit gezien, vragen gesteld, nooit antwoorden gehad. Dat was een rampproject voor de bewoners. Ik herken mij hier niet in, in heel die Programmeertafel niet. De heer Santegoets: Nou goed, dit is natuurlijk een lastig voorbeeld. In de Programmeertafel gaat het natuurlijk, deels gaat het over projecten waar wij als gemeente initiatiefnemer zijn. Dus dan gaat het over een rioolproject en doen de kabelleidingbeheerders mee. Dit is een voorbeeld waarin we als gemeente geen rol hadden en de leidingbeheerders zelf een opgave hadden, dat kon u ook zien. Dus is er geen gemeentelijk project, dan zijn de nutsbedrijven zelf aan bod.
Wat we nu met het convenant gaan doen, wat er toen niet was, is dat we met het convenant partijen als Evides, HVC en Stedin aan elkaar gaan knopen, als zij eigenhandig projecten hebben in hetzelfde gebied, zonder dat wij als gemeente een project hebben. En ik ga u nu niet vertellen dat in de toekomst nooit meer dingen fout gaan. Maar we hebben wel, we gaan wel afspraken maken dat, als dus twee of meer partijen in hetzelfde gebied een project hebben, dat er een gezamenlijke projectmanager komt, en dat daardoor het project dus gezamenlijk geleid wordt. En het voorbeeld wat u noemt is gewoon twee jaar te vroeg. En dat klinkt natuurlijk als een afdoen … De heer Gorter: Nou, ik ben blij dit te horen, want dit heeft zelfs tot knokpartijen met Siers geleid. De heer Santegoets: Oké. De heer Gorter: Dit was echt gewoon, dit ging er hard op hard. Ik woonde daar en dat was geen pretje, dus ik ben blij met uw verhaal, dat dat nu dan ook in dit meegaat. De heer Santegoets: Dit had nooit zo mogen verlopen, overigens. Maar goed, in de toekomst kunnen we dit wel structureel voorkomen. De voorzitter: Nou, mooi om te zien dat wij als raadsleden ook gewoon Dordtse burgers zijn met veel passie. Ik wil wel iedereen vragen om een vraag stellen in plaats van een mening te geven. Ik zie wel een heleboel vragen nog.
Ja, nee, maar even te begeleiden richting de toekomst, ga ik toch heel even naar de tijd kijken, want ik zie hier nog vijf vragen. Een half uur is denk ik toch te weinig geweest; de presentatie was belangrijk. Heb ik het bij het rechte eind als we zeggen, we doen het nog
23
een keer een half uur langer? Of proberen we, nou ja, het gaat gewoon niet, het kan niet uitlopen. Dus de vraag … Wat kijkt u treurig, het is juist een compliment dat iedereen zo geïnteresseerd is. De wethouder wil volgens mij wat zeggen. De heer Van der Linden: Ik denk dat er veel vragen zijn. Is het handig om die schriftelijk te inventariseren en dan te beantwoorden? En dan kunt u daarna altijd nog zeggen, we willen nog eens iets meer heen en weer gesprek. De voorzitter: Dat vind ik een hele goede aanvulling. Gaan we het zo doen, dat we de vragen inventariseren en dan na beantwoording kijken of dat we het alsnog op de agenda zetten. Dan wil ik de heren Santegoets en Kersten heel erg bedanken voor de uitleg. De heer Santegoets: Graag gedaan. De voorzitter: Het is altijd informerend. 6.
Agenderingsverzoek College – Mobiliteitsplan 2040: Sessie terugkoppeling resultaat participatie, thema fijnstof en milieubelasting, beschikbaarheid parkeerplaatsen en 1e ideeën voor toekomstig verkeersnetwerk Voorzitter: Mevrouw Kruger Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (Dordtse VVD) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Venderbos Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Insprekers: Mevr. Roeleveld, adviseur Goudappel Dhr. De Winter, adviseur Goudappel Portefeuillehouder: H. van der Linden
24
De voorzitter: Ik zei net, ik zal nog even uitleggen waarom dat we voortvarend van start gaan. Wij zullen echt proberen deze avond om elf uur uiterlijk te beëindigen, omdat we wat gasten hebben die ook nog een trein moeten halen. En gezien de huidige weersomstandigheden en dergelijke is het niet fijn wanneer je de één na laatste of laatste trein mist. Tenzij één van u natuurlijk een prachtige logeerplek heeft, waar mensen dan terecht kunnen. Oké, die houden we dan vast. Oké, ik zal eerst even vertellen, de reden waarom dat wij nu bij elkaar zijn, is dat in november de raad de uitgangspunten van het mobiliteitsplan 2040 heeft vastgesteld. En vervolgens is de ambtelijke organisatie, samen met het adviesbureau Goudappel, aan de slag gegaan met het opstellen van het mobiliteitsplan. Zo zijn diverse onderzoeken opgestart en hebben inwoners en organisaties kunnen meedenken via een enquête en een bijeenkomst. Het college heeft gevraagd u vanavond een soort tussenstand te mogen geven. En ondertussen gaat het opstellen van het mobiliteitsplan natuurlijk gewoon door. De planning is dat deze in het tweede kwartaal van dit jaar aan de raad wordt aangeboden. Dan gaan we het politieke debat over mobiliteit weer met elkaar voeren.
De vergadering van vanavond is dus niet bedoeld om het politieke debat aan te gaan, maar vooral te luisteren naar wat er gezegd wordt, wat er gepresenteerd wordt, en verduidelijkende vragen te stellen. En uiteraard, om alles waar u nu voor geïnformeerd wordt, mee te nemen naar het latere debat. Ik wil eerst even iedereen die hier aan tafel zit, vragen om, dan begin ik bij mevrouw Jager, om zich voor te stellen, voor zo meteen de notulen. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Venderbos Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren.
25
De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK. De heer De Winter: Frank de Winter, adviseur bij Goudappel. Mevrouw Roeleveld: En Rianne Roeleveld, adviseur bij Goudappel. De voorzitter: Oké, dank u, allemaal. En iedereen welkom, ook nog, ik kan het nu op het scherm zien, de mensen op de publieke tribune en uiteraard de mensen die dit thuis volgen. En aan de knoppen, onze griffie ondersteuning, de heer Clark. Ik kan weer niet op die achternaam komen, erg is dat toch. Ja, Beemer, ja, natuurlijk. Nee, dat weet ik toch, als ik moet mailen, weet ik het ook. Alleen, nu even niet. De heer Kuhlmann, u heeft nu al een interruptie, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Een punt van orde. Voorzitter, het is goed gebruik dat we, waar er presentaties zijn, dat die vooraf erop worden gezet, zodat we ons goed kunnen voorbereiden, ook voor de vragen die we willen stellen. En zeker bij zo'n omvangrijk stuk, een presentatie van 122 pagina's, vind ik het erg jammer dat dat vandaag slechts een paar uur voorafgaand aan de vergadering is gebeurd. Het was denk ik prettiger geweest als dat eerder het geval was geweest. De voorzitter: Waarvan acte, dank u wel. Dan zal de heer Van der Linden nu héél duidelijk dit stuk introduceren, denk ik.
De heer Van der Linden: Ja, maar wel heel beknopt, want u heeft eigenlijk al de goede aanleiding weergegeven, en ook de inleiding gedaan. Laat ik me beperken tot in ieder geval twee opmerkingen. De mobiliteitsvisie die we aan het opstellen zijn, is heel maatgevend voor bijna alles wat we in de stad willen doen, als het gaat om ruimte, ruimtegebruik, al die woningen die we willen bouwen, maar ook leefbaarheid van de stad, die we op allerlei manieren willen vergroten. Of het nou gaat om groen, of om meer toeristen willen ontvangen, of om überhaupt een fijnere leefomgeving creëren, mobiliteit, de manier waarop je ermee omgaat, is daarbij heel erg maatgevend. Daarom hebben we ook een proces opgestart wat best lang neemt. In maart vorig jaar een startnotitie, als het goed is in het tweede kwartaal de visie. En daarom zijn we ook erg geholpen, dat is de tweede opmerking denk ik, in ieder geval vanuit mijn perspectief bezien, door het uitgebreide commissiedebat, gevolgd door een al even uitgebreid en hier en daar herhaald raadsdebat in november, dat erg veel tijd nam. Maar waarbij wel ook de politieke standpunten duidelijk waren, werden. De hoofdlijnen zijn ook aangevuld en deels gewijzigd met een aantal moties en amendementen. Dat geeft ons kader. En kader hebben we nodig om verder te komen.
Want we kunnen eeuwig blijven rondcirkelen in een aantal overtuigingen en gedachtes, maar we moeten uiteindelijk toe naar een plan, naar een visie, die kan leiden tot plannen. Dus ik ben heel blij met de eerste helft die we nu hebben gehad, en we staan nu op een scharnierpunt voor het verdere uitwerken in een visie. Daar is deze bijeenkomst voor. Ik ben het
26
helemaal eens met de heer Kuhlmann, er zijn heel veel sheets, er valt ook heel veel te vertellen. Maar daar willen we ook wel de tijd voor nemen. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan wil ik nu meteen maar het woord geven aan mevrouw Roeleveld. Vindt u het, wilt u dat er tussendoor vragen gesteld worden, of eerst even allemaal goed luisteren en de vragen noteren, zodat u later die kunt beantwoorden? Mevrouw Roeleveld: (Buiten de microfoon) Vanuit ons is het voorstel, we hebben een presentatie, die bestaat uit twee delen. Dus dat we halverwege eventjes een momentje hebben … De heer Den Boer: Uw microfoontje. Mevrouw Roeleveld: (Buiten de microfoon) Waarin we vragen kunnen stellen. En aan het einde van het tweede deel …. De voorzitter: Nou, ik denk dat dat een heel goed voorstel is. Mevrouw Roeleveld: (Buiten de microfoon) Prima. De voorzitter: Dan gaan dat zo maar doen dan. U krijgt nog even een microfoon. Mevrouw Roeleveld: Dank je wel, super. Ik moet eventjes wennen aan het geluid, om mezelf zo hard te horen. Maar allereerst, dank, dat wij hier mogen zijn en dat we jullie helemaal mogen meenemen in het proces van het mobiliteitsplan, tot en met waar we nu staan. Want dat is eigenlijk het doel waarvoor we hier bij elkaar zitten.
En ik begin eigenlijk altijd gelijk eventjes, want waarom doen we een mobiliteitsplan, een beetje een technische dia, maar het vormt de basis voor verkeersoplossingen richting de toekomst. We hebben het hier niet over morgen, maar we hebben het hier over 2040. Het werd al net geschetst, we hebben kaders meegekregen vanuit de veertien uitgangspunten die al zijn vastgesteld. En het doel is om samen te werken vanuit een gedeelde visie op de mobiliteit van de toekomst, en dat gaat dus om meer dan alleen mobiliteit. We komen hier ook op de raakvlakken van mobiliteit, verstedelijking, leefbaarheid, vergroening, et cetera. Maar we doen dit wel vanuit de filosofie, wat kunnen we nou met mobiliteit daaraan bijdragen? Het is een mobiliteitsplan voor 2040, voor de langere termijn, maar het moet er wel voor zorgen dat we morgen op straat de juiste dingen gaan doen, zodat we met elkaar gaan toewerken naar een leefbaar Dordrecht. En het gaat dus zorgen voor een samenhang in de verkeersoplossingen.
Maar, ik ga jullie even meenemen, waar staan we nu in het proces? We zijn begonnen met eigenlijk de situatie in beeld te brengen, wat speelt er nu eigenlijk in Dordrecht? Waar kan mobiliteit aan gaan bijdragen? Wat moeten we in het vizier houden in het mobiliteitsplan? Daar ga ik jullie heel snel in meenemen, omdat, als het goed is, kennen jullie dit al vanuit het voorgaande traject, om te komen tot de uitgangspunten. Vervolgens gaan we naar ambities en doelen, en hebben we daarbij ook de bewoners van Dordrecht gesproken in een tweetal avonden, of een avond en een enquête. En daarna hou ik even pauze, dan kunnen we even vragen stellen. Eventjes, waar staan we, wat hebben jullie gehoord? En daar kunnen we het gesprek over voeren.
27
En dan begint deel twee. En dat is dat tweede deel, het opstellen van de netwerken. Daar zijn we mee gestart, daar zijn we nog niet mee klaar. Maar we vinden het waardevol om jullie mee te nemen in de gedachtegang en de koers waarop wij nu zitten, omdat we nu nog kunnen bijsturen. Dus dat is deel twee van de presentatie die wij hebben voorbereid, en daarna is dan weer even ruimte voor vragen. Ik hoop dat dat een beetje helder is. Kijk, we doen het voor Dordrecht. En wat je op de bewonersavond merkt, wat je vaak hoort, is dat de aandacht snel uitgaat naar de binnenstad. Daar zijn de mobiliteitsopgaven groot, daarvan weten we, de ruimte is beperkt. Maar Dordrecht is meer. Dordrecht is ook de wijken daaromheen, Nieuw-Krispijn, Oud-Krispijn, de Vogelbuurt. Maar ook de wijken daaromheen, Dubbeldam, Stadspolders, Sterrenburg. De bereikbaarheid van de Biesbosch, de bereikbaarheid van de industrieterreinen. Maar ook, hoe komt de regio naar ons toe? Want dat is economische potentie waarin we als mobiliteit aan bij willen gaan dragen. Dus we doen het niet alleen voor die binnenstad, maar we doen het voor iedereen, we doen het echt voor Dordrecht. Waarom een mobiliteitsplan? Nou, eventjes de schets. We komen op een detailniveau van netwerken. We gaan het niet hebben, we gaan het dus hebben over netwerken en kwaliteitsniveaus van netwerken. Dus ik heb hier een paar plaatjes.
Ik heb hier, wordt het een hoge, snelle fietsroute voor recreatief verkeer, of voor woon-werkverkeer, dan moet het bepaalde kwaliteitseisen hebben. En dat is wat we gaan opschrijven. We gaan het niet hebben over stoeptegels, boomwortels, of iets wat nu op straat toch niet zo lekker is. Nee, we hebben het echt over de langere termijn, en waar moeten we met elkaar naartoe werken? Dus ik vind het wel altijd belangrijk om aan de voorkant te schetsen, waar werken we naartoe? Maar waarom doen we dit nou eigenlijk? Dordrecht groeit, Dordrecht groeit net zoals heel Nederland, staat voor een gigantische verdichtingsopgave, voor de woningen en voor de arbeidsplaatsen aan de rechterzijde. En ze zijn op zoek naar plekken voor woningen en voor hoogbouw. Het staat in het nieuws, het leeft. Maar dat resulteert in een toenemende druk op de netwerken. En ik heb hier even, het is een vrij technisch plaatje, maar ik begreep dat jullie dat wel ook interessant vinden, gelukkig. Dus ik neem jullie er eventjes in mee. Maar aan de linkerkant hebben we neergezet dat, als we 4000 arbeidsplaatsen en 10.000 woningen dus gaan toevoegen, wat doet dat dan met de netwerken? En dan zien jullie hier aan de rechterkant een plaatje uit het verkeersmodel. Dat gaat dus over de toekomst, als die woningen en die arbeidsplaatsen erbij zijn gekomen.
Waar gaat, wat betekent dat dan? En dan zien jullie hier dat we dus een 50 procent toename van de autobewegingen hebben, en hier een 30 procent. We zien ook een paar afnames, omdat er gewoon een aantal ontwikkelingen al zijn vastgesteld, waarbij we ervan uitgaan dat dat in 2040 al is gebeurd. Nou, dus de hoofdwegen nemen sowieso toe. Maar, ook echt het verkeer in Dordrecht gaat nog verder toenemen, als er meer mensen komen wonen. Die mensen gaan bewegen. Zo simpel is het. En die moeten er gaan komen. Dat resulteert in, totaal even voor de samenvatting, 50.000 extra autobewegingen en 20.000 extra fietsbewegingen. Is een verkeersmodel, het is een beetje ordegrootte, maar dan weten we waar we het met elkaar over hebben. Per dag, per etmaal. Ja? Super, want ik snap deze verhelderende …
28
De voorzitter: Maar we zouden pas, maar we zouden even wachten tot mevrouw de helft gehad heeft. Mevrouw Roeleveld: Ga ik versnellen, dan hoop ik dat u sneller uw vraag kunt stellen. Want wat zien we? Op de rijkswegen speelt er natuurlijk ook een enorme onderhoudsopgave. En des te belangrijker, het is dat we voor de Drechtenaren ook gewoon bereikbaarheid intern goed op orde houden. En de schadelijke verkeerseffecten, ja, we weten het, geluid, uitstoot, leefbaarheid. Het speelt, het speelt binnen Dordrecht. Je ziet het hier, de geluidsbelastingkaart. Verkeersveiligheid, ook wel een hele interessante. Hier aan de linkerkant hebben we even een paar standaardafbeeldingen van ons neergezet. Want wat zien we hier links? Ik neem het eventjes mee. Dan zie je dus, bij 50 kilometer per uur wegen loopt de fietser het grootste risico. Op 100 kilometer per uur wegen hebben we eigenlijk alles gescheiden. Dus daar zijn de verkeersveiligheidsrisico's toch echt significant kleiner. Op moment dat we dat dan op 30 kilometer per uur brengen, neemt dat risico af. Wij houden nog steeds risico's op verkeersveiligheid, maar zo kunnen we ernaar kijken. En hier heb ik ook dus de betrokkenheid van gemotoriseerd verkeer versus … En dan zien we dus waar de grootste hoeveelheid incidenten gebeuren, en dat is toch vaak tussen het gemotoriseerd verkeer, de auto, het busje en de vrachtwagen.
En tegelijkertijd, die fietsers en die voetgangers. Dit is niet alleen Dordrecht, even voor de duidelijkheid, dit is landelijk, deze rechter cijfers. Maar dat geeft wel een beetje een beeld, waar zit nou die verkeersveiligheid? En dat is toch die interactie tussen die voetgangers en die fietsers versus de zwaardere auto's, vrachtwagens et cetera. Waar staat Dordrecht dan gemiddeld over Nederland? We zien het hier, een bron vanuit het SWOV, 2021. Het is redelijk gemiddeld, maar we willen lager, we willen gewoon dat Dordrecht verkeersveiliger wordt. In Arnhem en in Leiden zijn de opgaves nog iets groter, maar laten we nou vast streven om naar het niveau van Haarlem te gaan, en misschien nog wel lager, met z’n allen. Gewoon een veilig en gezond Dordrecht met elkaar te gaan maken. We staan nog voor de opgave van de klimaatverandering, hittestress, wateroverlast, groen, voor jullie wel bekend, denk ik. En ja, de vergrijzingsopgave, inclusiviteit, betaalbaarheid van mobiliteit, vinden we belangrijke om ook aandacht voor te hebben in het mobiliteitsplan. En dan vind ik deze altijd leuk verwarrend, want hier staat grijs, grijzer, grijst. En dan zou je denken, staat hij op de goede dia? Maar in dit krantenartikel staat dat Dordrecht in de top tien van de meest versteende steden van Dordrecht staat, van Nederland.
Dus grijs, grijzer, grijs gaat niet over die vorige dia, we zitten in een vergrijzing, maar dit gaat over de hoeveelheid steen dat we in Dordrecht hebben. En dat hangt samen met de klimaatopgave en de waterberging, leefbaarheid, et cetera. Nou, zo komen wij vanuit het mobiliteitsplan tot de samenvattende opgaves die we naar voren hebben gehaald. Sorry, ik loop af en toe een beetje voor u langs. Maar wat zien we? We staan voor een enorme verdichtingsopgave. De druk op de netwerken nemen toe, dat hebben we met elkaar gezien. De schadelijke verkeerseffecten hangen daarmee samen, dus die gaan ook toenemen als er niks gebeurt. Verkeersveiligheid komt verder onder druk te staan. Hitte en wateroverlast is daarmee een opgave. De bereikbaarheidsongelijkheid gaat daarmee toenemen én de leefkwaliteit komt onder druk. Nou, dat is nogal een mondvol. En dit hebben we besproken met bewoners, want
29
daar gaat het uiteindelijk om. Het mobiliteitsplan moet antwoord gaan geven op, bij gaan dragen aan die leefbaarheid van die bewoners. En het is belangrijk dat we dus die opgaves goed in beeld hebben. En Frank neemt jullie daarin mee. Alsjeblieft, wil je deze? De heer De Winter: Die wil ik ook, dank. Wat vinden de inwoners van mobiliteit in Dordrecht? Heel veel opgaven die Rianne zojuist aan jullie heeft toegelicht, die worden ook echt wel onderschreven en herkend door inwoners en andere stakeholders in de stad. We hebben namelijk in de afgelopen periode eigenlijk twee enquêtes uitgezet, ongeveer met dezelfde inhoud. Waarom, dat leg ik jullie zo dadelijk uit. En we hebben een bewonersavond gehad, waarin we heel veel informatie hebben opgehaald over hoe de inwoners nu aankijken tegen Dordrecht. En we hebben ons uiterste best gedaan om daarin ook eigenlijk de volle breedte van de samenleving een stem te geven, iedereen de kans te geven ook, om daarin inbreng te hebben. En we vinden het ook belangrijk dat dat plan uiteindelijk ook aansluit bij al die verschillende doelgroepen. En daar willen we ons ook echt hard voor maken in dit plan. Ik ga jullie meenemen door eigenlijk de resultaten van onder andere de enquête, maar ook een samenvatting geven van alles wat op de bewonersavond is verteld.
En allereerst wil ik jullie even toelichten waarom we eigenlijk gekozen hebben voor twee type enquêtes die we hebben uitgezet. Dat is een Swipocratie geweest en een enquête. De Swipocratie, dat klinkt allemaal heel erg hip, dat is het ook wel een beetje, want het is eigenlijk een soort Tinder-achtige manier om mensen te laten reageren op stellingen, door gewoon naar links en naar rechts te swipen. En daardoor een hele toegankelijke manier om eigenlijk meningen op te halen. En ja, is dus ook onder jongeren een heel mooi middel. En we hebben ook een hele, eigenlijk de klassieke enquête uitgezet. En die is ook door, ruim door 700 mensen, of bijna 700 mensen ingevuld. Dus we hebben in totaal zo'n 1500 reacties gehad op mobiliteit in Dordrecht. Wat kwam daar zoal uit? Even een overzichtje. Hier zie je eigenlijk in het linker plaatje, de Swipocratie is grotendeels door mensen ingevuld, die jonger zijn dan 45. En eigenlijk de enquête, de klassieke enquête, zie je eigenlijk dat juist de andere helft van de leeftijdscategorieën in Dordrecht hun stem hebben laten horen. Dus alles bij elkaar zijn we eigenlijk heel erg blij dat het gelukt is om een best wel representatief beeld van Dordrecht te krijgen. Even een voorbeeld van een vraag die bijvoorbeeld in die Swipocratie naar voren is gekomen. Ik moet er natuurlijk niet voor staan.
We hebben gevraagd, hoopt u over vijftien jaar nog in Dordrecht te wonen? En nou, we zijn blij dat drie, ruim driekwart ook aangeeft, een jaar, dat doe ik graag, over vijftien jaar hoop ik er nog te wonen. Dus voor die mensen maken we dit plan ook, en we proberen natuurlijk die andere kwart daar ook nog bij te krijgen, door dit plan goed vorm te geven. We hebben heel veel verschillende vragen gesteld. Een deel van de vragen ging over het huidige reisgedrag. Hoe reist u naar verschillende bestemmingen in de stad? We hebben hier het weergegeven in eigenlijk verschillende leeftijdscategorieën, dus eigenlijk de jonge groep van jonger dan 45 jaar, en een groep van ouder dan 45 jaar. En nou, bevraagd, hoe reist u naar verschillende bestemmingen, werk of school bijvoorbeeld? Wat je hier heel duidelijk ziet, is dat de fiets en de auto belangrijke, of in ieder geval veel gebruikte modaliteiten zijn om naar werk of school te gaan. Het is ook vaak op wat langere afstand. En wat opvalt is dat vooral de jongeren categorie ook het openbaar vervoer
30
zeker weet te vinden. Nou, ook logisch, omdat een deel daarvan mogelijk ook nog helemaal geen rijbewijs heeft, en het openbaar vervoer ook standaard gebruikt om bijvoorbeeld naar school te gaan. Sport, hobby, familie of vrienden, zie je eigenlijk een beetje eenzelfde patroon. Dat zijn ook bestemmingen die soms nog op wat langere afstand kunnen liggen. Auto en de fiets worden daar veel gebruikt, zie je eigenlijk weinig verschillen tussen de leeftijden. Kijken we naar bestemmingen die iets dichterbij liggen, bijvoorbeeld de binnenstad en de dagelijkse boodschappen, dan zien we eigenlijk dat dat beeld van de modal split, zoals we dat noemen, dus de verdeling van de verschillende modaliteiten, dat hij verandert. En dat de binnenstad, ja, dat is eigenlijk echt een fietsbestemming. Ouder dan 45 jaar is bijna, de helft van de respondenten geeft aan de binnenstad te bereiken met de fiets. Voor de dagelijkse boodschappen is dat eigenlijk een heel erg evenredig verdeelde uitkomst, zowel de auto, als de fiets, als de voetganger, worden daarvoor gebruikt. En daarvoor is het heel interessant om te kijken, verschilt het dan ook nog per locatie in de stad? Want het maakt nog wel uit of je op een plek woont waar veel voorzieningen zijn, waar de supermarkt om de hoek is, of dat je daar toch een langere afstand voor moet afleggen. En dat hebben we ook gedaan.
Op deze sheet, en er komen straks mee balken bij, dus heel veel informatie, maar ik ga jullie proberen om jullie in ieder geval de hoofdlijn daarvan over te brengen. We hebben de stad ingedeeld in drie gebieden. Eigenlijk de binnenstad, de schil daaromheen, met Oud-Krispijn, Nieuw-Krispijn, de Vogelbuurt. En de buitenwijken, om het zo maar even te zeggen, met Stadspolders, Dubbeldam, Sterrenburg. En wat we eigenlijk zien … We zagen trouwens in de enquête, heb ik net niet benoemd, dat eigenlijk al die verschillende gebieden goed vertegenwoordigd zijn in de resultaten. En als we die gebieden dus samen nemen, dan kunnen we ook heel erg duidelijk zien wat eigenlijk de verschillen zijn in het verplaatsingsgedrag van de mensen die daar wonen. En dan zien we dat, die binnenstad is echt een plek waar de voetganger heel veel, of in ieder geval om je boodschappen te doen, kan in de binnenstad heel makkelijk te voet. De fiets wordt veel gebruikt om boodschappen te doen. En de auto, zie je eigenlijk in de binnenstad, wordt hij heel weinig gebruikt om boodschappen te doen. Maar naarmate je verder van die binnenstad afkomt, is het iets vanzelfsprekender dat men daarvoor de auto gebruikt. En dan het reizen naar de binnenstad.
Wat daar vooral opvalt is dat, als je naar de schil kijkt en naar het buitengebied kijkt, dat die fiets heel sterk naar voren komt als een middel om naar de binnenstad te gaan. Naar sport, hobby, familie en vrienden, dat is vaak ook wel weer die bestemmingen voor die iets langere afstand. Daar valt eigenlijk op dat er weinig verschil zit tussen de verschillende gebieden in de stad. En dat ook de auto hier eigenlijk best wel een grote rol speelt, of in ieder geval veel mensen die de auto daarvoor gebruiken, ook soms dus vanuit de binnenstad. Dan tot slot, het reizen naar werk en school. Daar zie je eigenlijk voor het eerst dat het openbaar vervoer ook een rol speelt. En naarmate je, als je uit de binnenstad komt of uit de schil komt, dan is dat station ook dichterbij en is het ook vanzelfsprekender om dat te gebruiken om naar school te gaan, of naar je werk te gaan. De voorzitter: Ik zit even, ik vind het … De heer Kuhlmann: Ik hoor u spreken … De voorzitter: Sorry hoor.
31
De heer Kuhlmann: Over de schil, terwijl ik zie … Volgens mij bedoelt u iets anders dan waar we het normaal gesproken over de schil hebben. Begrijp ik dat u niet gewoon de schil zoals we die kennen bedoelen, maar de wijken Krispijn en Reeland? Ja? De heer De Winter: Een goede vraag. Ik weet niet helemaal zeker wat jullie natuurlijk nu onder de, normaliter onder de schil verstaan. Maar dat gaat inderdaad om het bruine gedeelte, de middelste, en daar zit, de Reeland valt daaronder, de Vogelbuurt, NieuwKrispijn, Oud-Krispijn, Wielwijk, Crabbehof. Dat zijn vooral de wijken die daaronder vallen. De voorzitter: Ik wil toch even, om niet oneerlijk te zijn, de heer De Kruijff mag ook even zijn vraag stellen. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, maar die gaat nu wel een beetje buiten de orde van waar we waren, dus laat maar zitten. Ik stel hem wel aan het eind. De voorzitter: Oké. Ik denk, ik wil gewoon even aardig zijn. Ja toch? Gaat u verder. De heer De Winter: Dank. Een vraag die hier een beetje verband mee houdt, die we in de Swipocratie bijvoorbeeld hebben gesteld, vooral dus door jongeren op gereageerd, wat als we de fietsvoorzieningen, de fietsverbindingen richting het centrum van Dordrecht nu zouden verbeteren, zou dat dan een reden zijn om vaker de fiets te pakken? En daaruit blijkt dat eigenlijk meer dan de helft daar wel positief tegenover staat.
En dat stemt ons wel, stemt ons eigenlijk wel positief, want dat betekent ook dat we, met dat wat we in de stad doen, we ook iets kunnen doen aan het mobiliteitsgedrag, de keuze om voor een bepaalde modaliteit te kiezen. Op deze sheets staan ook nog heel veel grafieken. We hebben heel veel verschillende thema's ook bevraagd, verkeersveiligheid, de kwaliteit van de openbare ruimte, parkeren, voor lopen en fiets en hoe de netwerken zijn georganiseerd. En we hebben eigenlijk voor elk thema gevraagd, hoe belangrijk vindt u dit thema, en hoe beoordeelt u dit thema? Hoe is de kwaliteit? Beoordeelt u die goed, of is daar eigenlijk winst op te behalen? En wat we eigenlijk zien is dat eigenlijk alle thema's gewoon heel erg belangrijk worden gevonden. Maar het wordt pas interessant als we kijken naar hoe ze beoordeeld worden, en daar zien we dan duidelijk verschillen optreden. En de verschillen zijn eigenlijk het grootst bij de bovenste vijf thema's. We zien dat de netwerken eigenlijk over het algemeen best wel goed scoren, daar zit het belang en hoe het beoordeeld wordt best wel dicht bij elkaar. Maar juist de plekken waar het belang en hoe het beoordeeld wordt ver uit elkaar liggen, die zijn interessant, en daar moeten we zeker wat mee in het mobiliteitsplan.
En dat zijn eigenlijk vijf thema's, verkeersveiligheid, de kwaliteit van de openbare ruimte, toegankelijkheid, fiets parkeren en auto parkeren. En wat daarin eigenlijk opvalt zijn een aantal zaken. Verkeersveiligheid speelt in elk gebied van Dordrecht, maar is wel iets meer geconcentreerd, of komt iets duidelijker naar voren in de schil, de wijken in de schil. De kwaliteit van de openbare ruimte zien we vooral heel erg duidelijk als een aandachtspunt in de binnenstad en de schil. Voor toegankelijkheid en eigenlijk de inclusiviteit van mobiliteit, zien we eigenlijk hetzelfde terugkomen. Fiets parkeren zien we eigenlijk veel minder in de buitenwijken, dat gebeurt daar ook grotendeels natuurlijk op eigen terrein. Iedereen heeft daar ook ruimte om zijn fiets op eigen terrein te stallen. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend in de binnenstad en in de schil. En tot slot, het parkeren. Dat is ook wel interessant, die zien we eigenlijk in elk gebied ook duidelijk
32
terugkomen als een opgave. Maar in gesprekken met de bewoners kwamen we er ook wel achter, die opgave is niet overal gelijk, die verschillen van elkaar. Daarom hebben we dus ook eigenlijk een bewonersavond gehouden, want die cijfers die zeggen een hoop, maar juist om iets meer verdieping te hebben, hebben we op 13 december met bewoners gesproken. Daar waren zo'n 100 mensen aanwezig. Daar waren ook de mensen die de enquête hadden ingevuld, en daarin hadden aangegeven, ik wil graag betrokken blijven en mee blijven denken. Dus we waren heel blij dat die mensen er waren, om juist ook gewoon wat meer grip te krijgen en wat meer interpretatie te kunnen geven aan de enquêteresultaten. Iedereen had ruim de gelegenheid om met post-its en stickers, en met teksten en schrijven op kaarten, aan te geven en lokaal eigenlijk aan te geven, dit zijn punten waar ik graag verbetering zou zien, of die ik juist misschien wel heel erg goed zou vinden. En dan zie je eigenlijk dat er heel veel van die punten in de binnenstad ook zijn geplakt. De binnenstad was ook ruim vertegenwoordigd, er waren heel veel mensen aanwezig die betrokken waren op wat er allemaal in de binnenstad gebeurde. Dus je ziet daarom ook een concentratie, er waren misschien wel vier tafels van.
Maar ook de andere wijken hebben gelukkig alle tijd gehad, en er waren ook mensen van aanwezig om na te denken over hoe mobiliteit is georganiseerd in hun eigen wijk. Ik neem even een slok water. Eén van de … Ik zal even een korte samenvatting geven van dat wat er is besproken aan de verschillende tafels, en dan ga ik eigenlijk weer die gebieden langs, dus de binnenstad, de schil. En dan sluit ik af met hoe, ja, wat er besproken is in de wijken daar weer omheen. De binnenstad, vond ik wel mooi, dat werd een beetje getypeerd als een dorp in de stad. Dus eigenlijk een plek waar je alle voorzieningen in de buurt hebt, waar ook best wel veel interactie is tussen inwoners. En de mensen wonen daar ook echt omdat ze een beetje verliefd zijn op het historische karakter van de stad. Nou, dit soort historische straten, daar worden ze heel erg gelukkig van. Dus ze zijn ook in de regel best wel positief gestemd over autoluwe, autovrije straten, juist omdat die aanblik hen heel veel brengt. Wat gaven ze inhoudelijk aan, wat zijn nou opgaven die daar spelen, volgens hen? We zien dat de ruimte in de binnenstad best wel beperkt is, heeft ook zijn redenen, daar zal Rianne het zo nog wel even over hebben. We zien dat geluid en trillingen, juist omdat vrachtwagens natuurlijk al snel langs de gevel rijden en huizen op staal zijn gebouwd, nou, dat zijn punten die veel zijn genoemd.
Weinig groen, pleinen zijn ook best wel versteend. We zien verkeersveiligheid, we zien eigenlijk een concentratie van verkeer. Er zijn heel veel autoluwe en autovrije delen in de stad, maar dat betekent ook dat er bepaalde toegangswegen zijn waar dat verkeer juist wordt geconcentreerd. En de bewoners die daaraan wonen, of daar in de buurt moeten zijn, die merken dat dat best wel voor wat overlast en conflicten kan zorgen, juist tussen autoverkeer en fietsers, tussen fietsers en voetgangers, omdat veel verkeer eigenlijk samenkomt in een beperkte ruimte. Ook hinder zorgt, hinder van verkeerd geparkeerde auto’s en fietsen zorgt ook voor eigenlijk belemmeringen in de toegankelijkheid, ook voor mensen die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van een rolstoel. Wat we ook zien, of wat we gehoord hebben, moet ik eigenlijk zeggen, is dat parkeren, volgens bewoners, vooral een aandachtspunt is ten aanzien van de vindbaarheid. Dus fiets parkeercapaciteit en auto parkeercapaciteit is niet altijd vanzelfsprekend te vinden in de stad, dus dat is een aandachtspunt. En ja, bewoners geven ook aan, het liefst zouden we alleen bewoners-parkeren zien in de stad. Nou, dat is niet verwonderlijk, want er zijn ook, we hebben vooral met bewoners
33
gesproken, dus die kanttekening moeten we ook plaatsen. En we willen ook juist ondernemers en andere stakeholders nog de kans geven om ook hun visie ten aanzien van het parkeren hier nog aan toe te voegen. Dus wees ervan bewust, dit is een beetje een eenzijdig beeld ten aanzien van parkeren in de binnenstad. Dan de wijk eromheen, of de schil, zoals ik het benoemd heb. En daar werd vooral benoemd, we zijn, dat het een hele sociale wijk is eigenlijk, waar mensen heel fijn met elkaar wonen, en mensen vaak ook al jong komen te wonen en vervolgens ook niet meer weggaan. Ze verhuizen wel, maar verhuizen vaak binnen de wijk zelf, omdat ze daar fijn op hun plek zitten. Wat zijn de aandachtspunten die zijn genoemd? Ook een krappe ruimte, dus er is gebrek aan groen, gebrek aan plekken om te spelen voor jongeren, om op een leuke manier bij elkaar te komen op straat. Sociale veiligheid is een aandachtspunt. Het kan soms best wel donker zijn op plekken, of zichtlijnen die niet altijd goed zijn. Kruisend en conflicterend verkeer. Er zijn best wel wat straten die krap zijn gedimensioneerd, waardoor dus auto's en fietsers en voetgangers soms elkaar best wel in de weg zitten. De Vogelbuurt is daar, daar zijn verschillende plekken voor aangewezen waar dat plaatsvindt. En de parkeerdruk werd daar ook benoemd, als dat er sprake is van een waterbedeffect.
In de binnenstad wordt er natuurlijk gereguleerd, en daar merken zij de gevolgen van, door een hoge parkeerdruk in hun wijk. We hebben het er ook al over gehad, wat zou dan een oplossing kunnen zijn, moet dat dan meer gereguleerd worden? Nou, daar was niet iedereen het over eens. Sommige mensen konden daar wel, zagen daar wel heil in, andere mensen waren daarin wat meer terughoudend. Dan tot slot, de wijken dáár weer omheen, dus dan hebben we het over Dubbeldam, over Sterrenburg, over Stadspolders. Dat zijn eigenlijk veel ruimer opgezette wijken, dus mensen wonen daar omdat het ook, het is er veilig, ruim opgezet, kindvriendelijke wijken. En zij benoemen eigenlijk, die speelplekken, daar zou ruimte voor zijn, maar die ontbreken nog een beetje. Er zijn wat delen wat meer verouderd, dus daar zouden we graag wat onderhoud zien aan de weg. Ook daar is verkeersveiligheid een issue, maar die is wel wat, ja, dat werkt iets anders. Excuus, gaat het goed? En, nou ja, daar is vooral de snelheid een issue. Er is veel ruimte, dus verkeersstromen zijn daar ook wat vaker van elkaar gescheiden, vrijliggende fietspaden, vrijliggende autostructuren. Daar is ook iets meer de ruimte voor in die wijken.
Maar juist de plekken waar die kruisen, waar oversteekbewegingen moeten plaatsvinden, die vormen een aandachtspunt, en die zijn niet altijd duidelijk herkenbaar, waardoor mensen zich onveilig voelen op die plekken. En parkeren is daar ook een issue, maar dat is weer anders. Dat gaat vaak niet zo over parkeerdruk, maar over mensen die toch heel graag voor hun deur willen staan, zonder dat daar eigenlijk geschikte ruimte voor is. Dus gaat het vooral om, wie parkeert waar? En parkeeroverlast bij het ziekenhuis is ook genoemd. Samenvattend … Vat jij het samen? Mevrouw Roeleveld: Ja hoor, is goed. De heer De Winter: Dan pak jij hem gewoon weer over. Mevrouw Roeleveld: Ja, dat is goed. De heer De Winter: Het was een lang verhaal.
34
Mevrouw Roeleveld: Jazeker, dan kun jij even wat water drinken. Samenvattend merken we dus, en dat hebben we ook getoetst bij de bewoners, ik ga er even wat sneller doorheen, dat we met elkaar toch werken aan een gezond, aantrekkelijk, bereikbaar en een klimaatneutraal Dordrecht. Dit is niet nieuw, dit is op bestaand, deze pijlers voelen we, en is ook een drager in het politiek akkoord, omgevingsvisie, maar ook zeker de uitgangspuntennotitie waar jullie het al uitgebreid over hebben gehad. En ik ga de volgende dia wat sneller doen, want dat is eigenlijk de vertaling van die opgaves die we net hadden. Zijn we eigenlijk, hebben we vertaald naar doelen. En die doelen die zijn dus ook erkend door de bewoners. Dat hebben we besproken, dat hebben we gepresenteerd, en daarvan zeggen ze, ja, die herkennen we. En die hebben we dus aangescherpt met, hoe gaan we daar in het mobiliteitsplan mee om? En nu was er ruimte voor vragen. De voorzitter: Heel mooi. Dan wil ik toch de heer Van der Kruijff als eerste de mogelijkheid geven. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Nou, misschien herinnert u het zich nog, in het begin had u het over, gezien al onze doelstellingen, dat het aantal autobewegingen met 50.000 zou stijgen, en de fietsbewegingen met 20.000. Ik vroeg me af waaraan we dat moeten relateren.
Heeft u enig idee hoeveel autobewegingen en fietsbewegingen we nu hebben? Oftewel, met hoeveel procent gaat het stijgen? Is daar beeld bij? Want anders zegt dat getal me niet zo … Ik heb het gedeeld door het aantal dagen en uren in een jaar, en dan kom je op zes per uur uit. Maar ik weet niet, dat zal wel te simpel zijn. De heer …: Het was per etmaal, het was per etmaal. De heer Van der Kruijff: Op een dag ook, trouwens. De heer De Winter: Ik wil daar wel even kort op reageren. Het is natuurlijk heel moeilijk te zeggen waar je het aan relateert, omdat de verdeling natuurlijk op het netwerk ook best wel wisselend is. En daarom hebben we ook juist bewust dat plaatje aan de rechterkant toegevoegd, waarin je juist ziet dat sommige wegen, en vooral de hoofdstructuren, die krijgen relatief gezien een hoop extra verkeer op hun, voor hun kiezen, om het zomaar te zeggen. De heer Van der Kruijff: Nog één vraag, voorzitter. Ligt het nog in de rede dat er een keer tellingen gedaan kan worden? Want ik vind altijd, probeer altijd te relateren, wat hebben we nu en wat gaat het dan worden? Mevrouw Roeleveld: Ik weet niet of er nu meteen tellingen nodig zijn, maar laten we gewoon beloven dat de volgende keer, als we het bij u teruggeven, dat we iets concreter maken wat 50.000 motorvoertuigen per etmaal zijn. Dat we er iets meer een body bij geven.
Is dat een goed voorstel, dat we het uit een praktijkvoorbeeld kunnen relateren? Super. Zorgen wij voor, schrijven we op. Ja, ik zie dat er veel goed wordt opgeschreven. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
35
De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik ben even benieuwd, in de afweging van wat u presenteert, waarom u toch wel een wat eenzijdige keuze heeft voor de feiten en ontwikkelingen die in de presentatie aan bod komen? Wat bijvoorbeeld opvalt is dat u het wel heeft over de schadelijke verkeerseffecten, en dan bedoelt u natuurlijk ook, van het gemotoriseerde verkeer, maar niet de grote populariteit van bijvoorbeeld de auto in Dordrecht. Dat is natuurlijk zo terug te vinden, als je kijkt naar het CBS en andere cijfers, de afgelopen jaren is steeds meer dan 1000 auto's erbij in Dordrecht, mensen die ervoor kiezen om die auto te nemen. En een ander element waar ik ook dacht, hè, waarom zit dat er niet in? Zoiets als de ontwikkeling van de elektrische auto, die natuurlijk een heel ander beeld geeft op luchtvervuiling. Dat worden er steeds meer, en ook natuurlijk met wetgeving die eraan komt, zit er ook een hele ontwikkeling. Dus vanwaar die toch wat eenzijdige belichting van de ontwikkelingen en de feiten? Mevrouw Roeleveld: Ik hoorde u twee specifieke aandachtspunten meegeven in deze aanleiding, en dat is de elektrificatie van de auto, dat is wel degelijk iets wat we gaan meenemen in het plan. Maar het aandeel autoverkeer heeft nog steeds impact op uitstoot, geluid, onafhankelijk of het elektrisch verkeer is. Dus we gaan dat zeker een plek geven.
En u zegt eigenlijk dat er nu de tendens gaande is, dat mensen bewust kiezen voor meer auto's. En dat is volgens mij ook zeker iets wat we mee kunnen nemen in de aanleiding en in de positionering van het mobiliteitsplan. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil de beide personen even bedanken voor de presentatie. Daarbij wil ik toch wel even aangeven dat ik benieuwd ben naar de afspiegeling wie aanwezig was tijdens jullie bijeenkomst, want ik heb gezien of gelezen en gehoord dat er ongeveer 100 man zo'n beetje was. Ik vind het heel fijn hoor dat er van alles is besproken, alleen, ik was eigenlijk toch wel benieuwd naar de afspiegeling, geboorte, achtergrond, dat soort dingen. Mevrouw Roeleveld: Dat is een hele goede. Ik kan er eigenlijk gelijk op reageren. Mag dat? De voorzitter: Zeker, graag. Mevrouw Roeleveld: Uitstekend. Dat is een hele goede, wij zijn er ook op het vizier. Wij waren enorm blij met de grote opkomst van meer dan 100 mensen. We hebben wel aandacht voor dus nog een aantal verdiepende sessies, met name met jongeren, of een specifieke achtergrond, en de ondernemers die staan bij ons op het vizier. Dus dat nemen we mee in de aanscherping van de opgaves voor waar we nu staan. Dus goed punt, onderdeel van een lopend proces, staat op de agenda. De heer Safranti: Ouderen ook graag. Mevrouw Roeleveld: Uitstekend.
36
De voorzitter: Dat werd net gezegd. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Ik had een klein vraagje over wat er net gezegd is van het parkeren van fietsen op de stoep ten behoeve van toegankelijkheid. Dat is inderdaad een groot en bekend probleem. Maar net wordt er aangegeven dat het over verkeerd geparkeerde fietsen gaat, en de ervaring leert dat dat toch niet altijd zo is. Dus wordt er hierbij ook gekeken naar de plaatsing van bijvoorbeeld fietsnietjes? Want ik ken meerdere plekken waar die dingen leuk staan, waar je dus je fiets mag parkeren, maar wat voor gigantische ontoegankelijkheid zorgt, want je kan er no way meer langs. Mevrouw Roeleveld: Dat is een goed punt. Dat is precies wel de zoektocht op het snijvlak waar we mee zitten met het mobiliteitsplan, wat versus nu op straat, versus waar we naartoe willen. Fiets parkeren is wel degelijk onderdeel, gaan we zo meteen ook, laat ik nog eventjes zien, hoe of op welk detail we ernaar kijken. En volgens mij moeten er zeker uitgangspunten zijn dat die twee met elkaar in balans komen. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. Eén gaat over die verwachting over de toenemende mobiliteit van auto's en fietsen, dat hangt natuurlijk van de verkeersmodellen af die je gebruikt.
Mijn ervaring is, ik heb ooit eens onderzoek in Rotterdam gedaan naar verkeersmodellen die men daar hanteerde, en dat bleek een aantal jaren later héél anders uit te pakken. Dus hoe hou je, is mijn vraag, rekening met de verandering van mobiliteitsgedrag die optreedt? Mijn tweede vraag is, gaat eigenlijk over die bewonersavond. Want wat mij heel erg interesseert, naast wat mensen individueel aan meningen hebben, is tot wat voor oplossingen ze komen, als ze met elkaar in discussie zijn. Want de ruimte is beperkt, dat wordt, komt duidelijk naar voren, en dan moeten er dus keuzes gemaakt worden. En de één wil meer groen, de ander wil meer parkeerplaatsen, en de derde wilde meer ruimte voor de fiets hebben. De voorzitter: Helder. De heer Van der Meer: Hoe gebeurde dat op die bewonersavond, dat men met elkaar als het ware gedragen oplossingen wist te vinden? Mevrouw Roeleveld: Zal ik hem beantwoorden? Nou, ik begin even met de tweede vraag, zeker, dat was het hele doel van de tafels, en mensen uit een eenzelfde gebied met elkaar in gesprek laten gaan, dus die gesprekken zijn zeker gefaciliteerd. En daar hoorde je bijvoorbeeld het voorbeeld over regulering. Zei de één, ja, alsjeblieft, want dan krijgen we grip op wat er hier gebeurt. En een ander zei, nou, daar moet ik nog even over nadenken wat dat voor mij betekent. Precies dat soort gesprekken kwamen naar voren.
En op uw eerste vraag, een verkeersmodel is inderdaad een prognose en doet een schatting voor de toekomst. Maar met beleid en met maatregelen proberen we daarop te gaan sturen. Het geeft ons grip op wat het zou kunnen gaan doen, maar het is geen werkelijkheid. We kunnen daar niet 100 procent op vertrouwen dat dat gaat plaatsvinden. En zeker in Rotterdam herken ik uw voorbeeld. De voorzitter: De heer Laban.
37
De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik geniet van de presentatie, ik vind het prachtig wat er allemaal te zien is, en hoe dingen onderzocht zijn. Maar jullie gaven één voorbeeldje van die Swipocratie, zoals je dat noemt, als er betere fietsverbindingen zouden zijn naar het centrum, zou ik vaker de fiets pakken. Dus nou, ruim 50 procent zegt, dat zou ik doen. Dan zou je denken, oké, dus dan moeten we heel veel energie gaan steken in, van de buitenwijken naar het centrum goede verbindingen aanleggen, want dan pakt iedereen de fiets, ontlast het centrum, en dat gaat ons helpen. Maar er zijn maar twee mogelijkheden, links of rechts, ja of nee. Dan krijg je eigenlijk dezelfde vraag als wanneer je zo'n soort vraag stelt aan mensen, zou je biologisch willen eten? Dan zegt 60 procent, ja, ik wil wel biologisch eten. Maar op het moment dat ze voor het schap staan, pakken ze toch weer de kiloknaller, om het zo maar te zeggen. Op welke manier kunnen jullie waarborgen dat de antwoorden die hier gegeven zijn, ook recht doen aan de keuzes die we moeten gaan maken voor de langere termijn? De heer De Winter: Ik vind dat een hele leuke vraag, dan hebben we het over gedragsbeïnvloeding natuurlijk van mobiliteit. Dat is ons vak, dat is ook het moeilijkste van ons vak, dat is echt het moeilijkste van ons vak.
Want, nou ja, het voorbeeld wat je al noemt, dat is heel herkenbaar en dat geldt ook zeker voor mobiliteit. Ons beeld is, is dat die fietsverbindingen echt niet het enige moet zijn waar we het dan op moeten gaan inzetten, omdat mensen daarop gereageerd hebben. Daarom willen we het juist als een heel pakket van maatregelen gaan opstellen, zodat eigenlijk al die maatregelen, die verandering in het mobiliteitsgedrag aanmoedigen. Dus ja, eigenlijk van zoveel mogelijk kanten daar eigenlijk op sturen. De heer Laban: Dat was eigenlijk niet de vraag. De vraag was, hoe betrouwbaar, hoe betrouwbaar is het antwoord op de vraag. Jullie hebben een aantal van die vragen gesteld in de enquête, met het swipen links, rechts, wat vooral door jongeren gedaan werd. Maar je hebt maar twee keuzes, hè, daarmee noemde ik ook, biologisch eten, ja of nee. Ja, natuurlijk wil ik dat wel, maar op het moment dat je dat ziet. En als er zoveel vragen gesteld zijn, dan krijg ik daar reacties op, maar wat is de betrouwbaarheid daarvan? De heer De Winter: Het gaat, we hebben eigenlijk de intentie natuurlijk bevraagd, en dat is waar mensen op kunnen reageren. Dus ja, deze kanttekening die moeten we daarbij plaatsen, dat is helemaal terecht. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. In ieder geval bedankt voor deze presentatie.
Eigenlijk in het verlengde wat mijn collega's aan mijn overkant ook hebben proberen te achterhalen, heb ik het volgende. Hebben jullie ook in deze sessies, die praatsessies, ook kunnen achterhalen of de deelnemers zich ervan bewust zijn, wat zij aangeven, of ze zich ervan bewust zijn dat zij daar de veroorzakers van zijn? En om het te verduidelijken, men klaagt over verkeerstoename, of althans de druk is enorm. Nou, wie zijn de gebruikers? Dat zijn de mensen zelf die aan tafel zitten. En ten tweede is, ik heb ook gezien over aantal parkeerplaatsen, dat er te weinig parkeerplaatsen zouden zijn,
38
eigenlijk over de hele stad. Dat zij zich ook moeten realiseren dat er soms woningen zijn, of gezinnen met twee of drie auto's. Is men zich daar wel van bewust dat datgene wat zij inbrengen, dat zij daar debet aan zijn? En of zij daar ook nog iets aan wíllen doen? Ik weet niet of die vraag is gesteld, expliciet. Mevrouw Roeleveld: We hebben wél het gesprek gevoerd over eventuele oplossingen, en dus de effecten daarvan. Het gesprek hebben we wel geprobeerd te starten, maar dat zou denk ik nóg scherper kunnen. Dus deels denk ik, ja, maar ik kan geen 100 procent ja zeggen. Is dat een eerlijk antwoord? De voorzitter: Ik vind het wel een hele mooie vraag, trouwens. Mevrouw Roeleveld: Ik ook. Het zou een mooie toetsvraag zijn. De voorzitter: Om dat te bedenken. De heer Damen. De heer Damen: Op de vraag van de heer Laban gaf u aan dat je naar meer oplossingen moet kijken. Betekent dat ook dat jullie conclusies dadelijk ook betrekking hebben op ruimtelijke ordening, waar zouden sommige functies in de stad moet komen? Zodat, als je het fietsverkeer wil bevorderen, dat je daar ook logische routes voor maakt. Mevrouw Roeleveld: Wil jij hem beantwoorden? De heer De Winter: Het antwoord daarop is eigenlijk, nee. Dit plan gaat echt over mobiliteit, maar daar hoort wel een grote ‘maar’ bij. Dit plan stellen we, stelt Goudappel niet alleen op, dat doen we met heel veel ambtenaren.
Nou, een deel zitten hier ook achterin, en hebben we heel veel contact mee. En dat zijn niet alleen mensen die op beleidsterrein verkeer en mobiliteit inzet plegen. Maar we hebben, bij elke tussenstap spreken we uitgebreid ook met mensen van andere beleidsterreinen. En ruimtelijke ordening die zijn er altijd rijk vertegenwoordigd, omdat dat juist dus heel erg verband houdt met, waar word je verkeer gegenereerd en waar zijn je bestemmingen en welk type verkeer genereert dat? Dus daar wordt zeker over nagedacht, en ook bij nieuwe ontwikkelingen hoort mobiliteit daar zeker bij. Maar dit plan zet daar eigenlijk niet de kaders voor, en richt zich echt op mobiliteit. De voorzitter: De heer Venderbos nog één vraag, en dan gaan we over naar het tweede deel. De heer Venderbos Lambinon: Dank u wel. Dank u, voor de presentatie. De beoordelingen zijn eigenlijk allemaal in het belang van de eigen wijk. Maar als binnenstadbewoner wil ik heel graag alleen maar parkeerplekken en garages voor de binnenstadbewoners. Maar we hebben vaak gezien dat bijvoorbeeld op zaterdagen de binnenstad volloopt met bewoners uit de andere wijken. Is dat ook meegenomen? Want wij kunnen wel als binnenstadbewoners zeggen, weinig parkeerplaatsen, maar de buitenwijk bewoners die willen allemaal met de auto de binnenstad in. De heer Venderbos Lambinon: Nou, bijna allemaal. Mevrouw Roeleveld: Mag ik er op reageren?
39
De voorzitter: Zeker, graag. Mevrouw Roeleveld: Ik zou hem graag even willen vasthouden tot we zo meteen, want we gaan zo meteen nog eventjes met de netwerken en de strategie aan de slag, en dan hoop ik daar meer antwoord op te geven. Maar het is, u kunt erop vertrouwen dat wij als adviesbureau niet alleen maar vanuit het belang van de bewoner … De bedoeling is dat we alle belangen bij elkaar gaan brengen en te komen tot een geheel wat werkt voor een heel Dordrecht, en regio. De voorzitter: Een hele korte aller-allerlaatste vraag. De heer Gündogdu: Mijn eerste vraag is, werkt u ook met verkeerskundige modellen, en heeft u in die praatsessies ook die modellen voorgelegd? De consequenties van een aantal variabelen in verkeerskundige modellen, en de uitwerking daarvan in een bepaald wijk. De heer De Winter: Dat hebben we niet gedaan. We hebben jullie wel een beeld van het verkeersmodel en de toename van het verkeer op stadsniveau laten zien. Die hebben we ook gedeeld met bewoners op wijkniveau. En de verdere details hebben we ook, hebben we hen eigenlijk bespaard, omdat we juist dit als doel hadden om veel informatie op te halen die avond. De voorzitter: Oké, helder. Ik wil toch even twee minuutjes, even pauze nemen om de deuren open te zetten, omdat ik merk dat het zuurstofgehalte hier weer aardig zakt. En als we nu zo nóg een presentatie krijgen, houden we het niet vol.
Dus even twee minuutjes, sharp. Ik had twee minuten sharp gezegd en die ga ik dus nu ook gewoon handhaven, ga ik eindelijk ook eens handhaven. Dat ik dat woord zou gebruiken en ook nog uit zou voeren. Dus ik wil vragen of het tweede deel van de presentatie kan beginnen. Mevrouw Roeleveld: Yes, let’s go. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Roeleveld: Wij hebben weer helemaal frisse lucht. Jullie ook hopelijk? Ik zie hier koekjes, suikers, dus sharp. Opnieuw, als er terminologie vragen zijn, zal ik ze wel even verhelderen, maar de rest van de vragen doen we weer aan het eind, zodat we er in één keer doorheen kunnen. De voorzitter: Daar wil ik nog even een aanvulling ook geven, want de meesten van ons zijn nogal gewend aan een heel uitvoerig betoog voor tot de vraag te komen. Stel gewoon uw vraag; even aan degenen die aan tafel zitten. Mevrouw Roeleveld: Super. Ik ga gewoon eens eventjes aan de slag. Deel twee, want we gaan namelijk nu echt aan de slag met het mobiliteitsplan. Waar we net zaten met de situatieschets, het luisteren naar wat er speelt in Dordrecht, zo gaan we aan de slag met het bouwen van het mobiliteitsplan. En daarbij wil ik duidelijk maken, we zijn aan de slag met het bouwen van de kaartbeelden.
40
Wat hier staat is nog in concept, we zijn echt nog work in progress. We hebben één sessie met ambtenaren gehad, en hebben er een vertaalslag op gemaakt, en daar zijn we mee bezig. Dit is ook nog niet teruggelegd bij bewoners, dit is nog niet teruggelegd bij de ambtenaren. Dus ik wil gewoon die nuance wel even van de voorkant maken. Waarom presenteren we het dan wel? Omdat we het toch belangrijk vinden om jullie mee te nemen in de filosofie en het product waar we naartoe werken. Nou, dat eventjes als eerste. Ik begin even kort met de geschiedenis. Ik hoorde net, to the point, dus dat ga ik ook proberen te doen. Maar toch een klein geschiedenislesje, want dat geeft ons altijd een beetje feeling bij, wat is Dordrecht, wie is Dordrecht en waar staan we voor? Want Frank schetste het al heel erg, we hebben hier die binnenstad, die is ontwikkeld, die ontwikkelde zich rond 1830, gericht op het water. Economie vanuit water stond daarin centraal. En hier rechts onderin, we hadden daar eigenlijk alleen maar de voetgangers, we hadden nog geen fiets, we waren alleen maar aan het lopen. En daar is ook die bebouwing en die openbare ruimte op ingericht, lopen richting het water. Vervolgens ontwikkelde Dordrecht zich verder. Hier ontstond een spoorlijn, een station, en je merkt dus dat, naarmate dat verder ging, dus openbaar vervoer werd hier de drager.
De tram, karren, en nou, je kent het wel. Je ziet hier, als we dan nog eentje doorklikken, zie je dus dat Dordrecht zich over dat station heen klapt. Dus de bedrijvigheid en die arbeiders, woningen, die zien we daar dus ook in terug. En we hebben hier eigenlijk twee modaliteiten die toen centraal stonden, de beweging, de bewegingen, de mobiliteit van de Dordrechtenaren, dat is dus openbaar vervoer en die fiets. En hier zien jullie dat dus ook, er was nog geen auto. Dat was de ruimte tussen de woningen, tussen de voorgevels die wij ontwikkelden in de buitenruimte. Nou, nog één stap verder, kijk, hier komt die auto in. Tot hiervoor was de auto alleen voor de rijke, er stond een auto, maar niet een hele straat voor auto's. De auto komt hier steeds meer in het leven van de mensen, en je ziet dus ook hier dat dit meer die uitleg wijken worden die veel ruimer opgezet zijn. En ja, die auto wordt de drager van het leven, de drager van de mobiliteit, van de verplaatsingen. Dit is nog wel voor de tijd van de oliecrisis en Stop de Kindermoord. Dus we vonden, we dachten, de auto is alles, de auto, dat gaat gewoon nooit meer weg. En dat ontwikkelt zich verder. Wat zei, wie zei er iets? Mevrouw Roeleveld: Ik snap het, ik snap het, want we zien hier, hier al die wijken, heeft zich ontwikkeld. En je ziet hier, het inwonersaantal gaat door, die auto blijft de drager.