2.7 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Damen: Ik vind het onbevredigend, hoe de relatie gelegd wordt tussen de rivier en de nieuwbouw. Het doet me erg denken aan De Boompjes in Rotterdam. Daar wilde men ook een verbinding tussen het water en de strook kade langs de rivier en de wijk die daarachter werd gebouwd. Dat is nogal mislukt. De voorzitter: Dat is een mening, mijnheer Damen. Heeft u ook een vraag? De heer Damen: Dat wordt in den lande wel zo gezien. Het is niet het levendige gebied dat men daar wenste. En ik zie het hier eigenlijk niet beter gaan. Dus ik vind wat hier geschetst wordt, buitengewoon onbevredigend. De voorzitter: Gelukkig hebben we dan nog wat inspraak. Mijnheer Buitenhek, wilt u erop reageren? Anders dan ga ik naar mijnheer Kolkiliç niet want die heeft ook een vraag. De heer Kolkiliç: Dank u wel voorzitter. Ja eigenlijk een vraag in vervolg van wat mevrouw Kamphuis net vroeg over sociale huurwoningen. Want ik hoorde 20 procent. En ik moet er eigenlijk wel op reageren, want volgens het politieke akkoord zouden wij 30 procent van de nieuwe woningen bouwen in sociaal huursegment. Wat is het verschil, of hoe is het verschil van 10 procent ontstaan? De voorzitter: Daar gaat de wethouder antwoord op geven. De heer Burggraaf: Voorzitter, u refereert aan een politiek akkoord. En zoals die daar staat wordt gesproken over het realiseren van 4000 woningen in deze periode en 38
daarvan 1200 woningen in het sociaal segment. En verder heeft u bij de Bouw- en Woonbrief een programma vastgesteld. En daar is in vastgesteld, dat we nog van het programma wat nu aan sociaal geprogrammeerd is, op zoek gaan naar 100 extra te programmeren sociale woningen en 150 woningen extra, die nu nog worden gerealiseerd door andere partijen dan corporaties, wel door corporaties te laten programmeren of te laten bouwen. En we werken aan een nadere uitwerking daarvan. Die zal denk ik, volgende maand zal dat stuk uw kant op komen. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Eén kleine tekstuele opmerking, als ik naar dat uitgangspuntenlijstje kijk van fase één; dan snap ik allemaal die punten wel van uitfaseren en verwijderen. Maar dan vraag me alleen af: moet je dan bij die woonwagens juist niet zetten ‘verplaatsen’. Want nu staat het er zo. En over drie jaar of over vier jaar, als er een volgende raad is, zeggen ze: nee hoor u heeft in de presentatie akkoord gegeven op verwijderen. Maar volgens mij moet daar echt verplaatsen staan. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, reageert u?
De heer Buitenhek: Daar kan ik wel even op… Voor fase één, daar hebben we het over, daar gaat het er echt over dat nu het voorstel is van het college, dat woonwagens daar niet meer plaatsnemen. En wat we voor fase drie aangeven, is dat we daar dus de zoeklocatie voor hebben opgenomen in de opdracht die daar zit. De heer Stam: Ja, voorzitter, maar dat zie ik toch niet terug in die presentatie? Ik zie alleen maar in fase én verwijderen, maar ik zie in fase twee en drie niet terugkomen dat die daarnaartoe geschoven worden. Dat zal misschien wel op de letter zijn, maar… De heer Buitenhek: Misschien heb ik dat dan niet helemaal duidelijk gemaakt, maar ik heb geprobeerd daarnet in de presentatie, voorafgaand daaraan, om aan te geven dat het college een opdracht heeft gegeven om op de plek waar nu de woonwagenbewoners gehuisvest worden, dat die een zoeklocatie krijgen in fase drie. De voorzitter: U heeft dit toen duidelijk genoemd. Mijnheer Noldus die heeft ook nog een vraag en dan zou ik graag zien dat u gaat proberen het af te ronden.
De heer Noldus: Voorzitter, ook wel een vraag die gaat ook over het masterplan, ook in relatie tot de voorkeursvariant die we ook net nou globaal te zien kregen; is het masterplan dan ook het product waarbij we als raad de instrumenten en de knoppen krijgen om nog te zien wat er dan mogelijk is, wat het effect is van, bij wijze van spreken nog 500 extra woningen, of 500 minder. Of meer nadruk op het één of nadruk op het ander. Omdat ze wel allemaal effect hebben op de zowel de financiële onderbouwing en business case, als ook de technische- en risicohaalbaarheid die daaronder ligt. Dus wat is in de fases, in de tijd, het moment dat we daar als raad over nou die die knoppen aangereikt krijgen. 39
De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Mijn advies daarbij zou zijn, om even in de woorden van de wethouder te spreken, om daar juist met elkaar over in gesprek te zijn. Wat u aan mij vraagt is; hoe zou die afweging tussen meer woningen en Grexen en hoe u dat zou doen, dat zou ik wel adviseren om in dat vertrouwelijk te doen, omdat dat namelijk erg marktgevoelige informatie is. Dus mijn advies daarin zou zijn richting de raad; laten we juist die bijeenkomsten die net ook al hier even gevraagd zijn om die te nemen, ook in een vertrouwelijke sessie over dit soort onderwerpen, maar zeker ook in een openbare sessie, om juist te zoeken naar het optimale wat binnen dit programma past. En niet alleen het programma wat we nu als uitgangspunt genomen hebben, maar vooral de keuze van de raad die zegt: dit programma willen wij eigenlijk binnen het bestemmingsplan passend gemaakt krijgen. De heer Noldus: Nog een hele korte vervolgvraag als dat mag. Zit dat dan in de in de tijd voor het vaststellen van het bestemmingsplan door het college? Valt het tussen het ter inzage leggen van het bestemmingsplan door het college in december? Of in de besluitvorming eerste helft volgend jaar door de raad? De voorzitter: De heer Buitenhek.
De heer Buitenhek: Het advies daarbij is dus meestal vanaf januari tot en met de zomervakantie, omdat het college nu eerst de procedure in gang zet op 5 december en op 14 december. En daarna heb je vanaf januari tot en met de zomervakantie die mogelijkheid. Maar ik zou niet te lang wachten om dan ieder geval aan het begin eerste kwartaal volgend jaar, om er juist voor te zorgen dat deze vraagstukken goed belegd worden, zodat wij ze voor kunnen bereiden, uit kunnen voeren en weer met u terug kunnen leggen. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, kunt u tot een afronding komen? De heer Buitenhek: Ja, dat ga ik doen. En dit is de laatste sheet en daar zaten heel veel vragen nog in, die ik geprobeerd heb mondeling te doen. Maar in de presentatie staat die eigenlijk helemaal uitgewerkt voor u, waarin we op drie oktober vandaag hebben. Dan hebben we een X-aantal raadscommissies, maar ook raadsbesluiten over de WVG. Daar hebben we vanmiddag ook uitgebreid bij stilgestaan, over welke woningen dat gaat en de nadruk daarop ligt, dat we die procedure ook besluitvormend positief moeten afronden. Dan in oktober wordt er een collegebesluit genomen over de startnotitie voor fase drie. Dus daarin staat de opdracht om ervoor te zorgen dat onder andere de woonwagens een goede locatie krijgen met een zoekopdracht.
En dat is dan een resultaatsverplichting, want die was eventjes hier in de startnotitie. Dan ziet u 5 december, een mooie datum, om het college het bestemmingsplan vast te laten stellen. Zienswijze vanaf 14 december. Eerste helft 2024, dan het raadsbesluit. En wij verwachten dat dat ongeveer daarna een jaar tot anderhalf jaar duurt, mochten er Raad van State procedures aan vastzitten. En dan moet u ervan uitgaan dat u vanaf de zomervakantie tot en met eind 2025 een vastgesteld bestemmingsplan heeft, zodat de gemeente samen met marktpartijen tot ontwikkelingen kunnen komen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. 40
Mevrouw Stolk: Nog één keer hoor. Ik hoor de heer - ik vergeet uw naam iedere keer – De heer Buitenhek: Mijn naam is Buitenhek. Mevrouw Stolk: Buitenhek. U zegt: het college gaat het bestemmingsplan vaststellen op 5 december. De heer Buitenhek: Dan gaan we ze ter inzage leggen. Mevrouw Stolk: Ter inzage, dan is het oké. De heer Buitenhek: Dus het college neemt een besluit om het ter inzage te leggen. Uiteindelijk neemt de raad een besluit. En wij schatten in voor de zomervakantie, maar mocht u iets langer nodig hebben, dan zal het er misschien iets na zijn. De voorzitter: Mijnheer Noldus, graag heel kort. De heer Noldus: Ja een hele korte vraag voorzitter, dank u wel. De datum van 5 december over de besluitvorming in het college over het bestemmingsplan, hoe fataal is die datum in relatie tot ook de inwerkingtreding van de omgevingswet op 1 januari? De heer Buitenhek: Ongeveer een week of drie. De voorzitter: Mevrouw van Herwijnen, kunt u het net zo kort? De heer Buitenhek: Sorry voorzitter, misschien was dat iets te kort. Maar 5 december is gekozen, omdat we dan onder de Crisis- en herstelwet het bestemmingsplan kunnen doen. En daarmee hebben we nodig, om het op 14 december ter inzage te leggen. En vandaar de keuze voor 5 december. De voorzitter: Mevrouw van Herwijnen, kunt u het ook zo heel kort? Mevrouw Van Herwijnen: Ja voorzitter, ik heb een hele korte vraag.
Dit stedenbouwkundige masterplan, maakt dat onderdeel uit van het ontwerp bestemmingsplan? Of komt hij daarna pas? De heer Buitenhek: Dat zijn drie producten die tegelijkertijd aangeboden worden aan het college op 5 december. Dus dat is de OER, het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig raamwerk. De voorzitter Goed, we hebben in ieder geval vanavond een paar dingen geleerd. De maquette zoals die daar staat, hij is prachtig, maar het betekent niet dat het exact zo gaat worden. Er zijn nog wat hobbels te nemen. Ik denk aan de brug, ik denk aan de woonwagens. We worstelen nog een beetje met de rol van de raad. Ik denk aan die mijnheer die net op gaat staan, de heer Kleinpaste. En mijnheer Noldus had het al over; aan elke knoppen kunnen we precies draaien? Vijf december, dat is om meerdere redenen een heel belangrijke datum. En ik wil afsluiten met de wethouder te vragen of hij nog wat zinnigs overgehouden heeft aan wat hier naar voren gebracht is?
41
De heer Burggraaf: Dank voorzitter. Ik vond het een zeer waardevolle sessie vandaag, omdat ik echt oprecht de overtuiging heb gevoeld en ervaren, dat we met elkaar de eerste stap hebben gezet om hier een gezamenlijke gebiedsontwikkeling, die heel belangrijk is voor de stad, te gaan starten en met elkaar gezamenlijk te gaan opwerken naar een moment waarin u in staat wordt gesteld om heel goed alle verschillende belangen tegen elkaar af te kunnen wegen en daarin de kaders voor vast te stellen. En ik zou de open vraag willen terugleggen, mocht u zoals de heer Kleinpaste begon, ik voel nog ergens behoefte om iets te doen, misschien zegt u:een verdiepingssessie rondom bij wijze van spreken tien verschillende onderwerpen, waar we vooraf alvast wat verdiepingsvragen kunnen stellen, waarop we nog wat organiseren, of wat het ook is. Die open uitnodiging wil ik nog even aan u terugleggen. Als u zegt op een gegeven moment: zo zouden we het willen doen, kom dan met het verzoek bij ons en dan gaan we dat ook nog organiseren. De voorzitter: Mijnheer de Feijter. De heer De Feijter: Ik zou hier heel kort op aan willen haken en dat is denk ik ook een vraag meer richting de commissie, om gewoon over na te denken.
De heer Anker heeft vanmiddag ook genoemd, die vond het zelf in ieder geval essentieel voor de informatiepositie van de raad, om een volggroep of een commissie ook in te stellen speciaal daarvoor. Misschien is dat iets wat we ook zouden kunnen besluiten om te doen. Ik zat een beetje te denken aan de Omgevingswet, waar we ook een specifieke raadswerkgroep voor hebben natuurlijk. En ik denk, misschien dat dat ook een rol daarin kan spelen. De voorzitter: Volgens mij is de wethouder enthousiast. De heer Burggraaf: Ik zou het zeer aanmoedigen. Ik zou het een zeer fijne werkvorm vinden, maar dat is aan u. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijf en dan gaat de griffier afsluiten. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, deze laatste anderhalf uur stond natuurlijk ook bij ons aangekondigd als consultatiesessie. Ik vond hem ook heel nuttig, maar wel als informatiesessie, want geconsulteerd voel ik me nog minder. Want we hebben nog geen meningen gegeven. Ik denk, om dat pas te gaan doen nadat alles ter inzage heeft gelegen met een zienswijze, ik zie toch ook wel graag een bestemmingsplan de stad ingaan, waar wij als raad ook onze input op gehad hebben en niet pas helemaal aan het eind. En ik zou toch wel graag die consultatiesessie echt willen hebben.
Ik vind er nogal iets over, of daar ook niet in de eerste fase een school moet komen, of er misschien sportvoorzieningen, of daar ruimte voor nodig is. En zo heb ik nog we wat vragen. De voorzitter: Ik denk een heel terechte opmerking, die wordt meegenomen en daar komen we later op terug. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even aansluitend op de heer Van der Kruijf, ik wil daar wel bij aansluiten. En ik voel zeker wel iets - ook wat de heer De Feijter nu aankaart, wat ook de heer Anker vanmiddag heeft aangegeven - om een soort werkgroep te maken, zodat het inderdaad
42
iets wordt van de gehele raad, en waar we zowel als raad als college, want we staan voor grote uitdagingen en dat gaat een hoop geld kosten en het is ook best eng. De voorzitter: Dat wordt vanuit de griffie, hoor ik net, opgepakt. Zowel wat de heer Van der Kruijf, als wat u in combinatie met de heer De Feijter net opperde. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik zou ik gewoon één praktisch voorstel willen doen. En dat is dat wij met de griffie even schakelen, om te kijken hoe we al hetgeen u hier aan behoeftes neerlegt, hoe we daar vorm aan kunnen geven. En dat we dan met een voorstel terugkomen. Want ik hoor hier allemaal verzoeken waar we wat ons betreft prima in kunnen faciliteren. Dus dat zullen wij even met de griffie tot een voorstelletje uitwerken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heren Buitenhek en Paardekooper, bijzonder dank voor de presentatie en de collega's voor hun constructieve bijdrage. Ik sluit de verandering. 4. Vaststellen Adviesrecht Omgevingswet - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Mevr. De Heer (FvD) Mevr. Van Herwijnen (PvdD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: Dhr. Burggraaf Overige aanwezigen: Dhr.
Van de Rijdt (Planjurist gemeente Dordrecht) Mevr. Van Middendorp (Planjurist gemeente Dordrecht) De voorzitter: Er zit weinig zuurstof in, dus misschien dat iedereen zo meteen rustig blijft. We hebben inderdaad een sprankelend onderwerp, van negen tot halftien, tot halfelf, sorry. Ik heb hier een hele tijd al gezeten, dus mijn hersenen zijn al verdampt. Goedenavond allemaal, wij gaan hier in de commissie een oordeelsvormende commissie houden, over het raadsvoorstel vaststellen adviesrecht op Omgevingswet. Het raadsvoorstel is op 27 september vorig jaar beeldvormend voorbesproken. En de commissie besloot toen het oordeelsvormen te agenderen met de volgende politieke 43
vragen, luistert u allen goed. Eén: heeft de raad voldoende mogelijkheden om het omgevingsbeleid te beïnvloeden met het voorgestelde scenario? En twee, welk model doet het meest recht aan een goede en efficiënte besluitvorming bij vergunningaanvragen, waarbij de rechtszekerheid voor inwoners in acht genomen wordt? Er zijn ook technische vragen, die tijdens de beeldvormende bespreking zijn gesteld, beantwoord en in de raadswerkgroep Omgevingswet doorgenomen. Die zijn aan de stukken toegevoegd. Ik wil allereerst even een rondje maken voor de geschiedschrijving, zodat u allemaal even uw naam en van welke partij of vanuit welke functie u deelneemt. Dan begin ik hier aan mijn linkerzijde. De heer Van de Rijdt: Dirk van de Rijdt, ik ben planjurist bij de gemeente. Mevrouw Van Middendorp: Yvette van Middendorp, ik ben ook planjurist bij de gemeente. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stolk: De heer Stolk, VSP Dordrecht. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD.
En voorzitter, ik zou rond 10 uur afgelost worden door collega, dan ga ik naar een andere commissie toe. De voorzitter: Met permissie. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissie griffier. De voorzitter: En als het goed is, jawel, daar komt onze wethouder, de heer Burggraaf, met een drankje. Heerlijk, dat kan wel gebruiken een beetje kinine erbij, heerlijk. Welke partijen willen er allemaal een woordvoering doen? Volgens mij zie ik niet alle partijen. Oké, vijf. Ik wil wel vragen… Ja de heer De Feijter? De heer De Feijter: Voorzitter, ik heb eigenlijk even direct een wat meer, vraag van technische aard. Ik had begrepen in de raadswerkgroep over ditzelfde onderwerp, dat er nog een korte notitie zou worden toegevoegd, waarin onder andere, ik geloof ook zou worden ingegaan op een soort versnelde vergunningaanvraag, die in Zwolle werd gebruikt, of een systeem wat daarop leek. Herinner ik me dat verkeerd? Ik heb er niks over voor de rest meer kunnen lezen. 44
De voorzitter: Ik zie allerlei mensen bedenkelijk kijken. De heer Van de Rijdt: Daarvoor is bij de beantwoording van de vragen, bij vraag 2, de tweede of derde alinea is daarover opgenomen.
De voorzitter: Misschien kunt u het zo nog even vinden. Ik wil u wel allen erop wijzen; we hebben anderhalf uur. Maar mijn ervaring met dit soort onderwerpen ook is dat we heel langdradig zijn in onze woordvoering. En langdradig bedoel ik niet echt vervelend, maar wel dat er een grote aanloop wordt genomen, alvorens duidelijk is hoe men erover denkt. Willen we ook nog een repliek krijgen van de wethouder en nog een tweede termijn, houd u aan korte krachtige woordvoering. En als uw voorganger al iets gezegd heeft en u bent daarmee eens, sluit u gewoon daarbij aan en kom alleen met de punten die u zelf nog toe te voegen heeft. Wie zit te springen om de eerste woordvoering te houden? Ik wou net zeggen dan zijn we zo klaar. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Wat centraal staat in het voorstel, is in welke mate wij als volksvertegenwoordiger invloed hebben op de omgeving. En gezien het gegeven dat per jaar ongeveer 180 gevallen zich voordoen van wijzigen op het bestemmingsplan, is een goed kader wel nodig. Want met zo'n aantal zouden we hier een dagtaak aan hebben en dat is niet werkbaar. Toch zit er een groot verschil tussen het plaatsen van een hek of een muur ergens en het bouwen van een hele woonwijk van ongeveer 200 woningen. Dus we zijn op zoek naar een uitzondering op de uitzonderingen.
En een ander voorbeeld; u sprak over de bouw van 11 of 12 woningen. Daarbij kun je je ook wel afvragen; wanneer dit misschien net afwijkt van het bestemmingsplan of het nu wel echt langs de raad moet. Volgens ons moet het vooral gaan over de grote projecten waar we echt iets van kunnen vinden. En volgens mij kunnen we echt wel op een redelijke wijs formuleren, wat een groot project is. Scenario drie spreekt vooral over doelgericht, maar wij denken aan de contreienlijst van gevallen, wat toch behulpzamer is. Onder andere wordt genoemd de grote evenementen, zoals afgelopen weekend het festival in de Biesboschhal, wat qua opzet een mooi evenement was, maar er waren ook klachten van geluidsoverlast. Dus zijn er vaak meerdere overwegingen te bedenken bij zo'n groot project. Tevens, als het college zich gewoon laat leiden door de democratisch vastgestelde Omgevingsvisie, is het ook niet nodig om regelmatig terug naar de raad te komen, om afwijkingen van het plan goedkeuren. Wat helemaal niet wenselijk is, zoals scenario drie, dat het college gewoon zijn gang kan gaan, door simpelweg te verklaren dat de afwijking wel voldoet aan de bedoelingen van Omgevingsvisie. En daarom spreekt scenario twee ons meer aan. De voorzitter: Dank u wel mijnheer, mevrouw Kamphuis. Wie mag ik… De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter.
Het college stelt voor scenario drie, met de prioritaire doelen zoals die dan uit de Omgevingsvisie zijn af te leiden. Maar wij denken als je dat zou voorstellen en je denkt daar gewoon logisch, analytisch over na, dat het best een verstandig voorstel is. Want net zoals mevrouw Kamphuis zegt: je wil je ook niet met elk hek en dakkapel en afwijking gaan bezighouden, alleen op de hoofdzaak. Maar we zitten wel een beetje met een dilemma erbij, want de huidige 45
Omgevingsvisie is natuurlijk wel door de raad vastgesteld, maar is destijds toch wel een soort technische vertaalslag geweest van wat we ooit allemaal aan bestemmingsplannen en wat al niet meer, hadden, en structuurplannen en ik weet niet mee eens precies hoe het technisch zat, maar zoiets was het, structuurvisie, dank u wel. En als u mij nou gaat vragen; wat zijn nou precies de prioritaire doelen in onze huidige Omgevingsvisie, dan denk ik dat menigeen hier in de commissie toch wel weer moeite heeft, om ze weer voor zich te halen en waar we dus nu mee gaan instemmen. Dus mochten we dit gaan doen, dan vergt dat denk ik voor ons als raad ook nog wel even een bezinning op de huidige prioritaire doelen in de Omgevingsvisie. Het was ooit een technische vertaalslag. Er was destijds ook wel weer een beleidsrijkere Omgevingsvisie aangekondigd, kan ik me nog herinneren. En wellicht dat we er dan ook goed bij stil moeten gaan staan, wat we dan opschrijven als prioritaire doelen, waar het college bij afwijking dus altijd de raad heeft te consulteren met het adviesrecht. Dus het leeft nog niet zo. Dus op papier, theoretisch, denken wij: een prima voorstel.
Als je nou vraagt: hoe pakt het in de praktijk uit en hebben wij onze prioritaire doelen wel goed opgeschreven, dat is een vraag aan onszelf als raadsleden overigens, dan ben ik daar niet helemaal gerust op en heeft dat misschien nog wel een keer een actie nodig. Of misschien ook een update van de Omgevingsvisie, dat we daar nog eens goed bij stilstaan en dat die daar goed verwoord staan. Dat zou ook kunnen, als dat nog op tijd plaatsvindt. Dan hebben we nog een vraag - en die sluit wel een beetje aan ook wat mevrouw Kamphuis ook zei - misschien gebeurt er wel eens wat in de stad waar we als raad denken: maar daar willen wij toch echt op geconsulteerd worden. Wat misschien aan geen enkel scenario voldoet, behalve aan dat je overal geconsulteerd wordt, maar toch willen we het. Bestaat er dan de mogelijkheid, heb je dan als raad een instrument dat je zegt: maar die en die ontwikkeling voldoet misschien aan geen enkele veroordeling, maar wij willen gewoon geconsulteerd worden. En kunnen we dat dan aan het college kenbaar maken, dat het college dat vervolgens ook doet? Dan heb je altijd een escape op gebeurtenissen om toch geconsulteerd te worden. Het is maar een gedachte en ik weet niet of het technisch juridisch kan. Dat voor nu. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik vervolgens het woord geven? De heer Noldus? De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel.
Ook vanuit ons, het voorgestelde scenario drie is iets waar wij ons op zich in kunnen vinden. Bij de start van de Omgevingswet en dat is voor ons een uitgangspunt geweest is, is versimpeling en deregulering voor ons altijd een belangrijk uitgangspunt geweest. Tegelijkertijd denken we dat je voor buitenplanse activiteiten ook niet - volgens mij is dat scenario vijf - direct zou moeten willen doen. Dat wordt ook onderbouwd. Dat is ook eigenlijk voor het begin te complex en ingewikkeld. Scenario twee, waar een soort van uitputtende lijst is met allerlei gevallen, dat lijkt ons ook onwenselijk omdat; zo'n lijst voorziet lang niet in alle gevallen. En dat doelgerichte scenario lijkt ons dan daar veel beter bij passend. Nog wel een vraag die we daarbij hebben, want een aantal van die doelen die zijn volgens mij pertinent tegenstrijdig in de Omgevingsvisie. Namelijk, je hebt een doel op meer woningen en een doel op meer groen, om er eens even twee te noemen. En die kunnen natuurlijk bij heel veel ontwikkelingen tegenstrijdig zijn. Hoe voorkomen we nou dat alsnog iedere buitenplanse ontwikkeling naar de raad gaat? Omdat er altijd die doelen ergens tegenstrijdig zijn. Hoe zorgen we dat we het instrument doelmatig inzetten en niet in ons eigen web verstrikt 46
raken? Dat zal nog wel een praktische vraag zijn, die daar wat ons betreft bij hoort. En dan spring ik even terug naar de politieke vragen, want die heeft men volgens mij wel beantwoord. Dus daar wou ik het even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank mijnheer Noldus. Wie volgt? De heer De Feijter. De heer De Feijter: Ja dank u wel voorzitter. Ik ga het redelijk kort houden. Ik sluit ook aan bij de vorige twee sprekers, de heren Van der Kruijff en Noldus. Wij denken ook dat scenario drie een doelgerichte en passende oplossing is, ook voor de rol van de raad. Juist ook omdat de raad natuurlijk kaderstellend en op hoofdlijnen bezig is, lijkt ons ook het toetsen, of afwijken van die prioritaire kaders, echt een raadsaangelegenheid is. Daarnaast lijkt het ons ook praktisch, omdat de agenda niet meer wordt overspoeld en we toch nog steeds belangrijke dingen ons plasje over kunnen doen. En tot slot denken we ook dat het duidelijk controleerbaar is, omdat de beoordeling ook gepubliceerd wordt. En dan ook nog daarbij direct de oproep, om dat dan ook te doen op een plek die makkelijk vindbaar is voor eigenlijk alle Dordtenaren, ook de raad. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw de Jager. Mevrouw De Jager: Ik wil me alleen maar even helemaal aansluiten bij de heer de Kruijff. De voorzitter: Dat mag allemaal. Ik had het ook niet zo héél kort bedoeld hoor.
U mag ook nog … En interrupties mogen ook nog. Wie volgt? Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik wil me eigenlijk voornamelijk aansluiten bij de heer De Feijter, maar dan ook wel met die opmerking van de heer Van der Kruijff over die Omgevingsvisie. Die is natuurlijk al, ik dacht, in 2021 vastgesteld. Daar zou nog een 2.0 nadere uitwerking komen, dus die verdiepingsslag moet ook nog komen. Ik denk dat we in ieder geval wel graag dit stuk nog, op korte termijn, naar de raad willen zien komen. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Ja, ik zit nog te schrijven, in mijn hoofd. Mevrouw van Engelen... Mevrouw Van Engelen: Omwille van de tijd zal ik me niet helemaal aansluiten. Wij zijn ook voor scenario drie, maar nog twee puntjes eventjes erbij. Over scenario vier, waarbij voor verschillende delen van de stad, verschillende criteria voor het adviesrecht gelden, dat lijkt ons verwarrend. Bovendien kunnen er ontwikkelingen zijn die niet in de lijst voorkomen, maar toch de doelen aantasten. Wel kunnen we ons voorstellen dat er voor de binnenstad, of andere gebieden, additioneel een lijst wordt gemaakt waarbij altijd advies aan de raad moet worden gevraagd. En ten slotte; er kan natuurlijk verschil van mening tussen college en de raad ontstaan, over de vraag of een ontwikkeling wel of niet binnen het omgevingsplan blijkt.
Of over de vraag of de doelstellingen van de Omgevingsvisie wel of niet in het geding zijn. De informatievoorziening moet dus
47
zodanig zijn, dat de raad in dergelijke gevallen op tijd aan de bel kan trekken. Kan de wethouder dit toezeggen, dat dat een mogelijkheid is? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie volgt? De heer Stolk? De heer Stolk: De VSP sluit zich ook aan bij het CDA. Dank u wel. Mijnheer Van der Kruijff, voortaan echt van die hele duidelijke, dan kan iedereen zich erbij aansluiten. De voorzitter: Er rust wel een behoorlijke verantwoording op uw schouders. U wilt nog een woordvoering? De heer Safranti: Volgens mij was ik de eerste die al van te voren al had aangegeven, dat ik me bij het CDA zou aansluiten. De voorzitter: Nog voordat u het gehoord had? Het wordt steeds mooier hier. De heer Safranti: Ik had het al lang gehoord, dus ik gaf al aan dat ik bij het CDA zou aansluiten, dus dat doe ik nu nog steeds. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw De Heer. Mevrouw De Heer: Daar wil ik me ook graag bij aansluiten. De voorzitter: Wie heb ik nog niet gehoord? Volgens mij zijn we allemaal aangesloten, gaat iedereen voor scenario drie met aardig wat, toch nog wel wat bedenkingen en opmerkingen. En ik vermoed zomaar dat de heer Burggraaf daar nu antwoord op gaat geven.
De heer Burggraaf: Voorzitter, ik denk te kunnen concluderen dat het feit dat we een raadswerkgroep hebben, waarin u met de ambtelijke ondersteuning ook het goede, inhoudelijk gesprek over heeft, dat dat dat bijdraagt aan het feit dat het zo kort is en dat het goed werkt. En een compliment zou ik daarmee willen geven aan, de heer en de dame links van mij, voor het goed – dan vergeet ik trouwens nog een collega die er nu niet bij zit - maar voor de manier waarop we daarin met elkaar samenwerken en optrekken. En dat zal zeker op het moment dat de Omgevingswet ingevoerd wordt, ook nog wel zeer nuttig blijken, die werkwijze. Want ja, dat is natuurlijk voor alle gemeentes nieuw en we zullen vast ook dingen tegenkomen die van tevoren niet voorzien hadden. Nou ja, ik denk dat ik me maar vooral … Nee, laat ik het zo zeggen: ik hoor eigenlijk breed zeggen, op een enkeling na, dat scenario drie een zeer werkbare route is. Ik hoor daar wel de vraag nog van het CDA, waar velen zich bij aansloten, doorleven wij als raad die Omgevingsvisie wel voldoende en hoe zit het met die Omgevingsvisie 2.0? Daar zit nu een projectleider sinds kort op, om die Omgevingsvisie 2.0 verder uit te werken. En daar hebben we ook al op verschillende onderdelen, verschillende gebieden daarbinnen, al een beetje vooruitgelopen, aparte gebiedsvisies op aan het maken.
Dus daar zullen we in de loop van volgend jaar zeker aan kunnen voldoen, om met een Omgevingsvisie 2.0versie naar u toe te komen. En dan met elkaar het gesprek te voeren over, welke
48
prioriteiten er worden gesteld et cetera. Dus daar wordt in voorzien. En er was de andere vraag: wat nou als je een discussie … Nee, de andere vraag was: stel dat we als raad zouden willen dat we ergens die, misschien niet volgens die criteria, er één is die aan de raad voorgelegd moet worden, maar waarvan de raad wel in meerderheid zegt: maar dit vinden we gewoon om andere redenen een hele belangrijke ontwikkeling waar we het gesprek met het college over willen hebben en onze zienswijze ook mee willen geven, dan kunt u dat altijd bij ons aankaarten en dan kunnen we dat gesprek daarover hebben. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dan had ik nog een vraagje. Vergt dat dan nog een aanpassing van de regelgeving die we nu gaan vaststellen hierover, op een of andere manier? Al is het maar helder, het instrumenten, hoe we dat doen. Stuur een mailtje naar de wethouder kan ook, maar vergt dat een proces? De heer Burggraaf: Nou ja, de alertheid van uzelf om tijdig dat aan te kaarten. En dan, voorzien de termijnen, is er voldoende ruimte binnen om dat dan te faciliteren. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Dat faciliteren is voor mij niet helemaal duidelijk. Als wij iets aankaarten, meerdere fracties willen over een bepaald onderwerp spreken, wat in de ogen van het college niet naar de raad hoeft te worden gebracht.
Wat gebeurt er dan, komt het dan terug in de commissie? De heer Burggraaf: Ik kan me voorstellen dat u bijvoorbeeld schriftelijke vragen stelt en dat we die beantwoorden. En aan de hand daarvan met elkaar nog een bespreking in de commissie hebben. Dus dat zijn gewoon de reguliere instrumenten die u heeft als raad. Alleen moet je even goed in de gaten houden, - volgens mij is dat eerder dan een artikel 39 vragen, denk ik, want daar zit een versnelde … Dan moet je binnen een kortere tijd antwoorden, dan bij artikel 40, herinner ik mij. Dus maak gewoon gebruik van uw bestaande instrumenten, om dat dan vervolgens bij het college kenbaar te maken. Dan kan er altijd het gesprek over plaatsvinden. En dan was vanuit GroenLinks nog de vraag: wat nou als bepaalde … Als er twijfel is over of bepaalde elementen nou wel of niet binnen de prioritaire doelen van een Omgevingsvisie vallen. Ja, dan zal het zo zijn; op het moment dat het college twijfelt daarover of dat zo is, dan zullen wij het agenderen bij de raad. En misschien dat het een keertje is, dat wij een inschatting maken die anders is, dat sluit ik ook niet uit. En dat u een keer zegt: nee, maar wacht, dit hadden wij anders gezien. Dan kunt u altijd aan de hand daarvan, terugkijkend, ook natuurlijk weer het gesprek aangaan.
En kunnen we dan weer met elkaar verkennen; is het kompas goed genoeg ingericht vanuit het college om op deze manier te werken. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen.
49
Mevrouw Van Engelen: Dank u wel voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording, want deels klopt het inderdaad wel. Maar de vraag was vooral, niet zozeer dat als het college twijfelt dat jullie dan naar de raad komen, want dan daar vertrouwt het college op, maar vooral als er bij de raad twijfel ontstaat, kunnen wij dan op tijd aan de bel trekken, hebben wij daar genoeg zicht op? De heer Burggraaf: Dat is eigenlijk wat ik zei in antwoord op de heer Van der Kruijff en het feit dat het dus openbaar wordt gepubliceerd. Dus op basis daarvan kunt u vragen stellen, maar zoals u als volksvertegenwoordiging opereert, zult u vast ook vaak dat soort dingen, denk ik, eerder dan een keer van iemand te horen krijgen die zegt: ik ben zelf initiatiefnemer, of het raakt mij, kunt u daar eens even navraag op doen? Dus ik denk eerder dat dat eigenlijk meestal dan de weg zal zijn. Nou ja goed, en nogmaals, u kunt me ook altijd mailen. En dan kunnen we dat eerst nog eens even voor u uitzoeken, voordat je vaststelt of het echt iets is wat je in de commissie moet behandelen. Ook die kanalen staan natuurlijk gewoon altijd open. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dan toch nog even een hele formele vraag, want het gaat hier in deze stukken over bindend adviesrecht.
Dus dat impliceert volgens mij; als de raad zegt: nee, dan kan het college het niet doen. Dat is toch bindend adviesrecht? Als ik het anders zie, dan moet u het maar zeggen, want advies klinkt ook weer een beetje vrijblijvend. En dat is toch weer anders als dat we artikel 40 vragen stellen en een antwoord krijgen, en dat kunnen bespreken. En al of niet een motie kunnen indienen, want de motie, zo ver ben ik wel opgevoed, dat is geen bindend advies. Dat kunt u naast zich neerleggen. Terwijl, dit suggereert anders. Dus ik probeer toch het verschil te begrijpen. De heer Burggraaf: Voor deze gevallen is het bindend advies. Voor het geval dat u benoemde, wat daar niet onder valt, is het dus geen bindend advies. Maar als u als raad besluit dat u zo'n geval zo belangrijk vindt, dat u daar wat over wil zeggen, dan zullen we vanzelf in dat debat van mij horen, of van het college horen, of wij dat dan vervolgens overnemen. En als wij zwaarwegende redenen hebben om toch te vinden dat; u wil een andere, maar wij willen toch de andere weg, dan zullen we dat ook op dat moment open en transparant aan u meegeven. In die hypothetische situatie kunt u vervolgens bedenken of u daarmee kan leven, of dat u de zwaardere middelen wil inzetten om het college te overtuigen om dat vooral toch wel te gaan doen.
Maar u begrijpt wat ik bedoel; in dat soort gevallen, als het zo zwaarwegend is voor de raad, dan neem je dat natuurlijk te harte als college, tenzij je vindt dat het in de uitvoering en dergelijke, zulke zwaarwegende argumenten, er niet is. Maar dan ben ik er ook van overtuigd, dat wij in staat zijn om daar als raad u dan vervolgens in die discussie ook van te overtuigen. De voorzitter: Dan staat er volgens mij nog een vraag van de heer Noldus open. Heeft u die voor zich, of moet de heer Noldus … Kan ik vragen aan de heer Noldus of hij die nog een keer wil herhalen? Doet u het maar. De heer Noldus: De vraag, voorzitter, ging vooral over de tegenstrijdigheid van het doel. Hoe zorgen we nou dat niet iedere buitenplanse activiteit, ergens wel een keer een
50
tegenstrijdigheid in die doelen in zich heeft en we het alsnog over iedere buitenplanse activiteit hier gaan hebben. De heer Burggraaf: Dat is dus de analyse geweest dat de praktijk uitwijst dat dat in de meeste … Dat dat in niet zoveel gevallen is, dat het botst. Dat is in heel veel gevallen. Maar dat het uw zorg is, dat dat je op een gegeven moment bij elk buitenplans voorstel, het botst met de belangen, onze ervaring is dat dat in het merendeel van de gevallen niet zo is. Dus daarmee hoeft u geen zorgen te hebben, dat u overspoeld zult worden met allerlei aanvragen. De heer Noldus: Toch nog even voor de schepte, voorzitter, dan sluit ik me wel een beetje aan bij de vraag de heer Van der Kruijf; die doelen die hebben we natuurlijk gesteld, daar gaan we het nog een keer over hebben. Maar zoals ik ze voor me heb, zitten er wel een soort van impliciete tegenstrijdigheden in een aantal van die doelen. Dus als je volledige invulling geeft aan het ene doel, doe je iets teniet aan het andere doel. Dat is de integrale afweging die je dan maakt en die voor een bepaald type ontwikkeling is, dat het de ene keer acceptabel is, de andere keer niet. Maar ergens ligt er een grens. Hoe kunnen we daarmee omgaan, hoe kunnen we dat inzichtelijk krijgen? De heer Burggraaf: Nu begrijp ik vraag beter. In de Omgevingsvisie staan zeven prioritaire doelen.
En die botsen in het geval dat je zegt: groen vinden we heel belangrijk, dat botst natuurlijk snel op het moment dat je op een bedrijventerrein zit, zoals bij wijze van spreken groen en stil is, waar je juist naar de aard van de omgeving het zo is, dat je gewoon meer geluid hebt, et cetera. En in die rangorde is ook in Omgevingsvisie, bij de verschillende gebieden, die prioritaire doelen geformuleerd. Dus u heeft zeven prioritaire doelen en daar staat dan gewoon; bij bedrijventerreinen betekent dat, dat stil en groen - ik noem maar even een voorbeeld - dat dat daar op plek zes staat. En als je gaat naar een park, dat dat op nummer één staat. Dus daarmee maakt het dat je dus inderdaad vaak niet bij die buitenplanse, zo vaak botsend belang hebt, omdat je al in die Omgevingsvisie naar de aard van de omgeving een rangorde hebt aangebracht, in de mate waarin je aan die prioritaire doelen kan voldoen. De voorzitter: Dan zijn volgens mij nu alle vragen beantwoord, opmerkingen gemaakt. Is er iemand die een tweede termijn nog iets wil zeggen, of kan ik met een afronding komen? De heer Stolk. De heer Stolk: Ik heb eigenlijk alleen maar nog een vraag: zijn we er voor 01-01-2024 klaar voor? En dat was aan de wethouder. De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Zeker. Wij zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet, zo goed voorbereid als dat je kan zijn.
Met het verhaal wat ik net ook al zei; dat het wel allemaal nieuw is. En daar zitten alle gemeentes in, daar zitten we met heel Nederland in. Dus dat we vervolgens in de praktijk met iets gaan werken, wat zich eerst moet uitkristalliseren. Ik zal een voorbeeld geven, ik weet niet in hoeverre u dat heeft meegekregen, maar er was denk ik twee jaar geleden een Didam-arrest die zei: als u iets verkoopt dan kan je niet één op één doen, maar moet je het via een transparant proces doen. Op een gegeven moment leek alsof je nooit meer dingen één op één kon 51
verkopen. Vervolgens heeft een jaar lang allerlei jurisprudentie et cetera het aangescherpt, tot het punt van; het is wel degelijk nog zo, maar in de praktijk moet je daar en daar rekening mee houden. Zo'n fase verwacht ik rondom de Omgevingswet ook. Daar gaat in het begin natuurlijk ook, ga je dingen toepassen zoals dat je denkt dat de wet bedoelt. En dat gaat in zeker in de eerste fase nog geregeld getoetst worden en verder verfijnd worden, voordat je daar een beetje staande praktijk op hebt ontwikkeld. Wat we nu natuurlijk in het huidige ruimtelijk stelsel er al veel meer is, omdat we daar al zo lang mee werken. De voorzitter: Oké. Dan komen we tot een afronding en dan de grote vraag: hoe gaat dit stuk door naar de raad? Wat wilt u ermee? Hameren? Oké prima. Dan gaat dit stuk als hamerstuk naar de raad. Daarnaast zijn er natuurlijk een aantal toezeggingen gedaan. En ik begreep ook, dat er een werkgroep hier vooraf is gegaan. En zoals de heer Burggraaf ook al zei - en ik denk dat we dat ook konden merken in de bespreking van deze commissie - heeft hij heel goed voorwerk gedaan en zijn er goede sessies geweest. En misschien is het ook, om de zaken die nog moeten ontwikkeld worden, we krijgen nog een Omgevingsvisie 2.0, de botsende belangen van prioritaire doelen en dergelijke, die gaan we nog wat beter uitkristalliseren.
Is het misschien een idee om dan die werkgroep, in dezelfde samenstelling of andere samenstelling, wat langer te laten voortduren, zodat daar ook even vinger aan de pols gehouden kan worden? En mogelijk dingen al voor besproken, voorgekookt kunnen worden, zodat dat iedere keer net zo soepel verloopt als vanavond? Ik dank u allen voor uw medewerking en wij hebben pauze. 5. Vaststellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. De Heer (FvD) Mevr. Van Herwijnen (PvdD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stam (Fractie Van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) 52
Overige aanwezigen: Dhr. Van den Ouweland (Ambtelijke ondersteuning) Portefeuillehouders: Wethouder Van der Linden De voorzitter: Goedenavond allemaal. In een half uur tijd proberen we de uitgelopen sessie van vorige week rond te breien. Er waren nog drie fracties die geen echte woordvoering hebben gedaan, die wil ik zo als eerste even het woord geven, met wel het verzoek toch om het zo kort mogelijk te houden. Daarna zal de wethouder op alle vragen en opmerkingen die gedaan zijn, ook zo kort mogelijk reageren. Dat gaat om vast lukken. En daarna kunnen we nog naar een korte tweede termijn. En dan gaan we met elkaar besluiten wat we met het stuk gaan doen. Toch even voor de geschiedschrijving even een rondje, heel kort en snel, wie en in welke hoedanigheid aan tafel zit. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, voornamelijk wethouder vanavond. De heer Van den Ouweland: Karel van den Ouweland, ambtelijke ondersteuning. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Stam: Marco Stam, Fractie Van Waardhuizen Dordrecht. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.
Mevrouw van Herwijnen: De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijf, CDA. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. 53
De heer Bootsman: Nick bootsman, GroenLinks. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissie griffier. De voorzitter: En ik ben uw voorzitter, Kitty Kruger. Welkom, ook aan de mensen op de tribune en voor degenen die nog laat op zijn en de stream volgen, ook welkom. Dit wordt een spannend halfuurtje. Wie van de drie mag ik als eerste het woord geven? De heer Stolk. De heer Stolk: Voorzitter, dank. Wat betreft de VSP kunnen wij ons wel vinden in de startnotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040. Maar de VSP heeft wel wat wensen en bedenkingen over dit plan. Wij zijn geen voorstander van de groei naar 140 duizend inwoners, wat het college wil. De VSP gaat uit van een natuurlijke groei, dus geen doel op zich. En huizen worden bijna niet gebouwd, keer terug naar de realiteit van deze tijd. Overigens vraag ik ook meer groei van het openbaar vervoer en een fijnmazig netwerk door de wijken. De VSP staat nog steeds voor gratis vervoer voor de 65 plussers en de mensen die het krap hebben. Het college hanteert STOMP-principe en de voorkeursbehandeling voor de fietsen, maar moet er ook niet een goed plan komen voor wandelaars en auto's? De VSP is gedeeltelijk voor het STOMP-principe, maar niet ten koste van alles. De auto moet in STOMP een duidelijke plaats krijgen en niet als een lastig aanhangsel gezien worden.
De auto moet bereikbaar kunnen blijven voor iedereen en in het bijzonder voor de ouderen en mensen die de auto nodig hebben voor hun gezondheid en hun beperkingen. Afgelopen zaterdag was er een presentatie over de Dokweg en de Burgemeester de Raadsingel. Ook daar zie je dat de auto steeds minder ruimte krijgt. Als iemand af moet slaan bij het Onderwijsmuseum, moeten de auto's wachten tot de auto afgeslagen is. Volgens ons is dit een hoofdroute. Het wordt de komende jaren steeds moeilijker om met de auto in de Dordtse binnenstad te komen. Niet alleen de Spuiboulevard wordt autoluw, maar ook de omliggende straten bij de Burgemeester de Raadsingel, wil de gemeente het autoverkeer beperken. Waar moet de auto dan nog naartoe? De VSP vraagt zich ernstig af of de winkeliers er wel blij mee zijn. Zouden de inwoners niet naar andere steden gaan? Zwijndrecht heeft bijvoorbeeld bij Walburg gratis parkeren. Voorzitter dank, de VSP maakt zich zorgen of alles wel ten goede komt aan de inwoners van Dordrecht en bezoekers. Laten we nu eerst eens een garage bouwen, die gebruikt kan worden voor we alles smaller en autoluw maken. De VSP zou zeggen: zet de nieuwe parkeergarage neer aan de Spuihaven en dan verder met de infrastructuur. We hebben toch eerst een geluidswal neergezet bij Amstelwijk en daarna pas de woningen. En dat gaat nu ook gebeuren bij het gezondheidspark naast de N3.
Voorzitter, 2040 is ver weg, maar een startnotitie hebben waarlangs we kunnen lopen is mooi en hopelijk is het niet in beton gegoten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil eerst even de drie heren nog even de mogelijkheid geven. Kijk, we kunnen weer over en weer gaan interrumperen, dan zijn we over een half uur nog niet aan de wethouder toegekomen, sorry. De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Want voorzitter, mijn commissielid is vorig keer niet aan zijn woordvoering toegekomen, dus vandaar dat ik maar even voorlees wat hij 54
vorige keer heeft samengesteld. Voorzitter, volgens de cijfers van het CBS zijn er per huishouden gemiddeld 1,1 auto's in de stad. Het college heeft groeiambities richting 140 duizend inwoners. Dat betekent dat wij als stad meer automobilisten gaan krijgen. Daarom kunnen wij instemmen met het voorstel, waarbij wel de kanttekening om in het plan zelf waar het college mee gaat komen, duidelijk rekening te houden met automobilisten. Een plan dat niet alleen streeft naar duurzame en inclusieve mobiliteit, maar ook rekening houdt met belangen van de automobilisten. Mobiliteit is een gedeelde verantwoordelijkheid en we geloven dat een goed mobiliteitsplan een balans moet vinden tussen diverse vervoerswijzen. Het mobiliteitsplan hoort dan volgens de Dordtse DENK gebaseerd te zijn op enkele principes; duurzaamheid is daar één van. We weten dat veel van onze inwoners afhankelijk zijn van auto's, voor hun dagelijks reizen. Daarom is het essentieel, dat we streven naar niet minder auto's, maar schonere en zuinigere auto's. Tweede punt, milieubewust; we moedigen automobilisten aan om milieuvriendelijke keuzes te maken. Dit omvat het promoten van carpooling, het gebruik van elektrische voertuigen en het gebruik van een goed werkend en aantrekkelijk ov.
Volgens mijn fractie horen wij automobilisten niet te ontmoedigen, maar juist hen aanmoedigen om milieuvriendelijkere en efficiëntere vervoerskeuzes te maken, wanneer dat mogelijk is. We geloven dat niet alleen de kwaliteit van leven in onze stad zal verbeteren, maar ook de mobiliteit van de automobilisten zelf. Voorzitter, een afronding. De Dordtse DENK wil werken aan een mobiliteitsplan dat zowel duurzaam als automobilist-vriendelijk is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan de heer Stam. We krijgen zo toch weer een mooie opwarmer en even herhalen waar we vorige keer gebleven zijn. Mijnheer Stam, Fractie Waardenburg. De heer Stam: Dank u wel voorzitter. Daar ontkom je niet aan als je de laatste bent, maar ik zal proberen het kort te houden. De Fractie Van Waardhuizen is positief over het mobiliteitsplan en de daarin genoemde veertien punten. In grote lijnen volgen wij de woordvoering van het CDA en de VVD. Fractie Van Waardhuizen is van mening dat er ergens een begin moet komen om een omslag te maken van de auto naar andere mobiliteit. En ook het beginnen in en rondom onze binnenstad, lijkt ons logisch en verstandig. Later kan eventuele verdere uitwerking naar de rest van de stad worden beoordeeld en of dit in sommige wijken echt noodzakelijk is. We hebben ook alle input gehoord van de overige partijen en begrijpen die ook.
We zijn echter wel van mening dat dit voorstel een startnotitie is, die verder uitgewerkt moet worden en in deelplannen opnieuw aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. Deze toezegging is voor Fractie Van Waardhuizen noodzakelijk, omdat we de laatste tijd regelmatig worden geconfronteerd met besluitvorming, waarbij toekomstige activiteiten al worden ingebouwd in de basis besluitvorming. Echter, ondanks onze positieve insteek heeft Fractie Van Waardhuizen ook zorgen. Om veranderende mobiliteit goed vorm te kunnen geven, is een goed functionerend openbaar vervoer noodzakelijk. Lokaal en landelijk kunnen we echter stellen dat dit de nodige problemen kent. Dus onze vraag aan het college is: hoe gaat u dit oppakken? De provincie is verantwoordelijk voor de concessies en dus voor ons openbaar vervoer. Op welke wijze kan de gemeente dan hun ov-doelen bereiken en organiseren? Is het een overweging om dit zelfstandig te gaan oppakken? Is dit juridisch mogelijk en welke middelen zijn daar eventueel voor nodig? 55
Ook met betrekking tot het huidige autobezit, maakt Fractie Van Waardhuizen zich zorgen. Wij willen niet spreken van pesten van autobezitter, maar we vragen wel aan het college om de huidige bewoners te faciliteren in hun parkeerbehoefte, met name in het havengebied. En dan gaat het wat betreft Fractie Van Waardhuizen om de uitvoeringsstappen die genomen moet worden. We zien dit natuurlijk ook terug in de veertien punten in het voorstel, maar we zouden daar eerst oplossingen voorgelegd voor willen krijgen. Wellicht dat er dan een regeling kan worden getroffen, om tot verdere afbouw te komen. Bijvoorbeeld dat nieuwe bewoners op basis van de nieuwe regelgeving zich bewustzijn van eventueel autobezit in de binnenstad. Hoe kijkt het college hiernaar en ziet zij hierdoor juridische mogelijkheden? De voorzitter: Dank u wel. We krijgen zelfs Siri nog, die wat advies geeft. Ja, zo gaat dat met Siri. Dank u wel, mijnheer Stam. Dan wil ik nu het woord geven aan de wethouder. De heer Van der Linden: Voorzitter, dank u wel. Ik heb nu acht keer gehoord dat het kort moet houden, dus ik ga mijn best doen. En ik ga niet op elke zienswijze in, want dan gaan we het half uur niet halen. En dat is ook niet nodig, want we hebben in maart jongstleden een startnotitie vastgesteld, daarin staan kaders. Volgend jaar, het tweede kwartaal, komt er een mobiliteitsplan, daar staat alles in.
Het is eigenlijk voor ons ook even de toets; zijn we nou goed begonnen met al die onderzoeken en keuzemogelijkheden in beeld brengen en al die vragen die we zelf ook al hebben. En eigenlijk, wat ik bij u hoor is veel ondersteuning voor de lijn. En natuurlijk een aantal vragen en opmerkingen, daar ga ik wel op in. De wat meer algemene zienswijzen, daar moet u zelf ook over een half jaartje van checken, is dat eigenlijk wel goed verwerkt? Alles wordt meegenomen en we snappen elke opmerking, maar we kunnen niet, denk ik, op elk detail nu ingaan. In ieder geval is dit voor ons een stimulans om te zeggen: oké dit is de route, die hebben we ingezet. En langs deze lijnen gaan we verder. Daar heb ik een aantal vragen bij gehoord, daar ga ik nu even op in. Allereerst eerst even ook op een paar vragen die vanuit heel veel partijen kwamen eigenlijk; het moet eventjes heel in ineens in, het moet geen autootje pesten worden. Nou, dat is het ook niet. Want eigenlijk mijn eerste opmerking, toen de heer Kuhlmann vorig jaar, of vorige week nog maar was het, zo'n werk duurt heel lang, maar was blijkt pas gisteren. Het STOMP moet geen STOM worden. En het is ook niet, want als je de P weghaalt is het niet volwaardig, dan heb je echt geen compleet mobiliteitsbeleid. Die auto blijft nodig, die blijft ook gewoon enorm aanwezig in een stad die aan het groeien is.
Alleen, willen we die auto ruimte geven - en dat willen wel, want natuurlijk; de auto is nodig, blijft nodig in deze stad - dan moeten we ook zorgen dat als de auto geen ruimte kan claimen omdat er ook andere opties zijn, moeten we die andere opties aantrekkelijk maken. En dan heeft de auto ook een volwaardige positie en kan ook met plezier gebruikt worden. Want bijna niemand hier zegt: ik ga nooit van mijn leven meer autorijden. Natuurlijk niet, want je hebt soms veel spullen mee te nemen, of je wil snel ergens zijn waar je niet met de fiets komt enzovoorts. Dus om die P volwaardig te kunnen blijven hanteren in een groeiende stad, waarin we ook heel andere ruimteclaims hebben dan dertig, veertig jaar geleden, moet je ook werken aan die andere vier modaliteiten. Dan breng je ze in balans. Dat betekent ook, dat staat ook in de notitie, dat inderdaad bij de binnenstad heel andere antwoorden worden gegeven, ook veel sneller al die dilemma’s opduiken, dan in sommige buitenwijken. Is niet erg, want 2040 duurt lang, gaf de heer Stolk aan. Ik vind 56
het helemaal niet lang, het is maar 16 jaar. En we hebben een enorme opgave als het gaat om bouwen. We hebben ook nog heel veel andere opgaves, waar we hard aan werken. En willen we die mobiliteitsomslag maken, dan moeten we echt niet denken: het is nog 16 jaar, dat duurt nog zo lang. Planologie kost veel tijd. Er komen nog twee crisissen aan en twee periodes dat het goed gaat. De arbeidsmarkt is lastig, we moeten echt aan de slag. Ook op een gefaseerde manier. Dan even een paar wat concretere punten. Het is jammer dat ik zo slecht leesbaar schrijf, ja dat is wel jammer hoor. Nee hoor, dat is zeker niet nodig. Ik pak er even een paar uit. Onder andere de VVD en ook al een aantal anderen vroegen aandacht voor; komen er wel net zoveel plekken terug, als die gaat weghalen? Parkeerplekken dan. We proberen dat natuurlijk, vooral in de binnenstad, voor het eerst in de binnenstad, plekken weg te halen. Dat doen we eigenlijk al een paar jaar natuurlijk bij kleinere projecten, maar we proberen dat gericht te doen. En er is niet een soort nieuwe situatie dat; elke plek die we weghalen, komt er ook eentje in de garage bij. De situatie is namelijk, dat heel vaak als het op straat vol staat, er nog honderden plekken in garages beschikbaar zijn. Dus we houden die parkeerbalans wel heel goed in de gaten. We weten dat er volgend jaar niet minder auto's in Dordt zullen zijn.
Die moeten zich anders verdelen, maar we zorgen voor een parkeerbalans waarin we zien hoe de vraag zich door de week heen ontwikkelt. Het weekend is vaak voller dan door de week, rond de kerstdagen heb je nog meer piek enzovoorts. Ik maak even mijn zin af en dan zal ik even stoppen. En dat betekent dat je ook goed in beeld moet houden hoe die auto's kunnen worden verdeeld over de stad. Dat doen we al. Daar komt meer parkeercapaciteit in de garages bij. Maar we constateren ook nu al, we hebben eigenlijk nog steeds over. Ondanks dat we de Veemarkt-garage weg hebben gehaald. Ik zet even een puntje, want ik zag een vinger. De voorzitter: Fijn. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder voor wat betreft plekken in parkeergarage. U zei: als het op straat vol is, is daar nog ruimte. Voor bezoekers moet het natuurlijk duidelijk zijn, dat is sowieso aantrekkelijk qua prijs om in die parkeergarage te parkeren. Maar voor bewoners ligt dat natuurlijk anders, want die 120 euro voor de bewonersvergunning die je per jaar betaalt, ik ken de tarieven voor een jaar, een plek huren in de garage niet, maar ik denk dat die hoger zijn, en in sommige gevallen zelfs heel veel hoger. De heer Van der Linden: Dat klopt, die zijn een stuk hoger, dat kunt u ook gewoon nagaan natuurlijk.
Maar de eerste vergunning kost nu 120 euro en een jaarabonnement in de parkeergarage kost tussen de 800 en 12 à 1300 euro. We hebben het nu natuurlijk over het weghalen van plekken voor tweede vergunningen. Daar is het uitsterfbeleid op gericht. Die plekken halen we stap voor stap weg. En we doen ook al een aantal jaren bij kleinere ingrepen in de ruimte, dat al sinds 2010 of zo, hebben we ook al plekken weggehaald. Tot nu toe merken we dat dat goed loopt, dat het ook geen problemen oplevert. Natuurlijk is de binnenstad behoorlijk vol, voller dan sommige buitenwijken. Maar tot nu toe regelt het zich. Maar we vinden wel dat het tijd is voor die volgende stap en voor de tweede vergunning.
57
De voorzitter: Een hele korte vervolgvraag, want anders blijven we alleen bij het parkeren hangen. De heer Kuhlmann: Dat is een belangrijk onderdeel. De wethouder koppelt het nu aan de tweede parkeervergunning. Maar het tempo waarin het aantal tweede parkeervergunningen afneemt, namelijk wanneer er nieuwe bewoners komen, dat is natuurlijk een heel ander tempo dan de ambitie die er nu ligt. Dus als die twee zaken met elkaar worden gematcht, dan komt er natuurlijk een enorm knelpunt. De voorzitter: Heeft de heer Schalken eenzelfde soort vraag? De heer Schalken-den Hartog: Hij is aanvullend, dus die kan ik nu gelijk stellen. Ik zie nog zo weinig terug - en dit is nog maar een notitie - in het verleiden van mensen, om inderdaad hun tweede auto op een andere plek te zetten dan op straat. De heer Van der Linden: Dat is een vraag die over meer gaat dan die tweede auto. Want we weten ook dat er heel veel mensen zijn die hebben drie auto's op de woonerven staan. Als je nooit iets gaat doen aan het - eventjes vervelend gezegd - het creëren van schaarste, komt ook geen druk om te zeggen: we moeten met iets minder auto’s toe, of we moeten ze voor een deel op wat verdere afstand zetten. En we hebben wel ervoor gekozen dat we een binnenstadagenda hebben, waar ontzettend veel met die binnenstad gebeurt. We willen heel erg veel dingen doen met die binnenstad.
Dat kan onder andere alleen als je let op de ruimte die nodig is voor parkeerplekken. En ik zie eigenlijk dat het, als het gaat over parkeer vragen, dat we in de buitenwijken een veel ingewikkelder discussie hebben, dan in de binnenstad. Ik merk eigenlijk dat heel veel mensen in de binnenstad het heel logisch vinden. Die zeggen: ja natuurlijk kan ik niet mijn auto voor de deur zetten. Dat is nogal logisch, want ik wil ook een leuk uitzicht en we hebben elke week markt enzovoort. Natuurlijk gaat het wel in balans. En dat doen we eigenlijk al tien jaar. Alleen, het is tijd voor een aantal volgende stappen. Volgend jaar bij de mobiliteitsvisie, ligt er ook een parkeerbalans. En dan kunt u zien hoe het gaat, met de vraag naar parkeren, met de capaciteit van parkeren, waarin we dus ook zien dat er achter private slagbomen nog plekken zijn, die niet worden gebruikt, nauwelijks worden gebruikt, zeker niet op drukke tijden, waardoor we heel goed kunnen zien waar iedereen een plekje kan vinden. Dus dat komt in de uitwerking. En dan kunt u ook die parkeerbalans bekijken om te zeggen: heb ik hier vertrouwen in, of zie ik toch een aantal plekken waar – of momenten vooral eigenlijk, door de week heen - waar het ingewikkeld wordt? Dan ga ik even door. Nog een opmerking over de mix tussen de verschillende modaliteiten.