CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 537.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Is het niet vervelend om een binnenstad te hebben die steeds minder toegankelijk is voor autoverkeer? Eigenlijk wijst elk onderzoek wat je leest uit, dat minder autoverkeer in een binnenstad heel goed is voor de middenstand. Want fietsers blijken meer uit te geven dan automobilisten. Dat is een hele algemene opmerking natuurlijk, want soms gaan automobilisten juist heel doelgericht naar de binnenstad om heel veel geld uit te geven en fietsers die doen dan niks. Maar er is heel erg veel onderzoek verricht bij al die steden waar dit ook al gaande is, wat aantoont dat het in ieder geval niet je binnenstad in een crisis brengt. Maar juist eigenlijk als je het goed doet; parkeren op afstand, goede pendelmogelijkheden, voldoende ruimte ook inderdaad voor lopen, dat het heel erg kan bijdragen aan een

58

goed verblijfsklimaat, maar ook aan een goed commercieel klimaat in de stad. Even kijken hoor. Heel veel zijnswijze teksten. De voorzitter: Misschien iets over fietsen of wandelen? De heer Van der Linden: Iets over fietsen of wandelen? In de mobiliteitsvisie komt u straks heel veel tegen over hoe we die mix, die STOMP-mix willen gaan hanteren in de binnenstad. Een andere mix is dat, dan in sommige buitenwijken. Een aantal van u vroegen ook: wat doen we eigenlijk in de wijken? We gaan als vervolg op de mobiliteitsvisie ook wijkverkeersplannen maken. Dat is geen nieuwe uitvindingen, dat hebben we vroeger ook wel eens gedaan, waarin we ook wat beter op detail willen beschrijven wat we dan in zo'n wijk precies aan mobiliteitsmix zouden willen stimuleren. En daar heb je dus soms ook heel andere vragen. Want ja, in Dubbeldam heb je natuurlijk sowieso veel meer ruimte. De woningdichtheid is er anders. Dan ga je op een andere manier aan het werk dan bijvoorbeeld in de binnenstad. Even kijken hoor. Laadpalen is ook gevraagd. We hebben laadpalenbeleid en daar gaan we begin volgend jaar een actualisatie op plegen. We hebben beschreven dat er in een sneller tempo meer laadpaalcapaciteit moet komen. In ons model zit dan dat exploitanten die moeten neerzetten en dat willen ze ook graag, maar we zien natuurlijk ook wel dat de markt voor elektrische auto's zich ontwikkelt.

En het gaat het ene jaar sneller dan het andere jaar, dit jaar is het weer wat anders dan vorig jaar, dus daar willen we op anticiperen. Dat hebben we ook afgesproken toen we anderhalf jaar geleden, twee jaar al, het laadpalenbeleid vaststelden. Dus begin volgend jaar komt daar een update van. Even kijken, een aantal van u geeft aan: er is wel echt die O van openbaar vervoer, is ook nodig. Dat is misschien wel het meest ingewikkeld, want die P regelt zich wel. Mensen hebben een auto, willen die gebruiken, zien ook hoe dat kan en ook waar het beperkt wordt. Prima, daar gaan ze mee om. Iedereen heeft wel een fiets en de meeste mensen lopen ook graag. Maar de ov-markt, of de ov-ontwikkeling in dit land, is echt wel de laatste jaren gestagneerd. Dat heeft allerlei oorzaken. De belangrijkste daarvan is dat eigenlijk een deel van de klanten nog niet terug is sinds corona. U heeft twee weken geleden in de Tweede Kamer denk ik wel gemerkt, dat een aantal partijen hier aandacht voor gevraagd heeft, ook met moties. Er is gezegd: die beschikbaarheidsvergoeding die vanuit het Rijk via de provincies aan al die ovmaatschappijen is toegekend, die moet eigenlijk blijven. Als we dat niet doen, zakken de omzetten verder in en ga je hoe dan ook zien dat - en het zal natuurlijk vooral in wat rustiger gebieden zijn van het land - dat de dienstverlening verder onder druk komt te staan.

Dat moeten we echt niet hebben eigenlijk. Alle steden, wij dus ook, zijn echt ook afhankelijk van goede ov-ontwikkeling. Ov is niet altijd hetzelfde als; ook andere busjes kunnen rijden. Dan kom ik ook een beetje terug op de vraag van heer Stam. Zelf een ovconcessie neerleggen als Dordt mag niet, maar we hebben natuurlijk wel een aantal vormen van collectief vervoer ook zelf geregeld. Bijvoorbeeld het pendelbusje dat we laten opereren tussen Weeskinderendijk en hier Spuiboulevard, dat is ons busje, wij betalen daarvoor. Zulke oplossingen heb je natuurlijk wel. Dat is geen openbaar vervoer, het is wel collectief vervoer. Daarnaast vind ik zelf dat de ov-maatschappijen - en daar zijn ze ook mee bezig - we zien allemaal de druk op wat we altijd ‘de dikke lijnen’ noemen. Zondagavond na zes uur wordt het soms lastig in sommige buitenwijken, omdat er één chauffeur en één passagier in zit. Ja, daar kun je het niet voor doen. Maar de deur59

halte-vervoer, of andere vormen van kleinschalig vervoer, vraag gestuurd, dat is denk ik wel voor veel plekken in dit land, ook in Dordt, de toekomst. Daar heb je natuurlijk hele goede data voor nodig, hele goede klantsystemen en goede ketens enzovoort. En dan is het nog steeds wel puzzelen, maar daar zit wel veel toekomst. En daar verwacht ik, zeker als die beschikbaarheidsvergoedingen onder druk blijven staan, wel meer ontwikkeling op. Een aantal van u heeft ook gezegd … De voorzitter: Dit was even een punt. De heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, een klein vraagje toch. Maar zien we dan wel mogelijkheden als gemeente, om te sturen richting provincie op die concessies? Want elke keer als er een wijziging is in het openbaar vervoer is het het eerste jaar gewoon complete chaos. En juist als je oorzaak en gevolg met elkaar wil combineren en je wil mensen uit de auto hebben, zou moeten zorgen dat je dat goed kan organiseren. Hebben we daar invloed op? De heer Van der Linden: Wij zijn daarin niet uniek. Wij zijn dezelfde stad als elke andere stad, die ook tegen zijn provincie zegt: we hebben echt veel meer ov nodig. En elke provincie, de onze, maar al die andere provincies ook, die hebben dezelfde lobby boodschap bij het Rijk. Die zeggen: we hebben echt een betere beschikbaarheidsvergoeding nodig, een paar honderd miljoen. We lobbyen daar heel duidelijk op.

En stedelijke gebieden hebben het wat dat betreft - ik wil niet zeggen makkelijker - maar daar is de business case vaak wel eenvoudiger uit te leggen. Hoogwaardig organiseren betekent veel meer bewoning organiseren rond ovknooppunten. Knooppunten zijn belangrijk, want first-last mile, overstappen, overal heen kunnen. Dat ov ontwikkelt zich makkelijker, want er is veel meer vraag dan 20 kilometer verderop aan het uiteinde van een lijn, in een gebied waar wat minder mensen wonen. Waar natuurlijk wel een maatschappelijke verantwoordelijkheid ligt om daar ook ov bereikbaar te blijven, maar steden hebben het wat dat betreft iets makkelijker. Dat is onze invloed. Zeggen: we willen dit land vooruithelpen, we hebben een miljoen huizen nodig. Hoogwaardige ov-knoppunten moet je ontwikkelen, dus richt je daarop. Maar ook de provincies hebben geen liggende gelden waar ze de ov-bedrijven nog langer zomaar mee kunnen ondersteunen. De heer Stam: Voorzitter, een kleine opmerking zou heel fijn zijn als je acht jaar lang dezelfde routes kan rijden. Want elke vier jaar worden die gigantisch overhoop gegooid. Dus als daar wel een stukje invloed zou kunnen zitten; houd in ieder geval even die ritten vast. Dan snap ik best wel de problematiek die u schetst met betrekking tot de provincie, maar voor inwoners is dat wel een mooi houvast.

De heer Van der Linden: Ja, maar tegelijk als je acht jaar dezelfde routes rijdt, is het ook iets mis met je stad. Het kan niet zo zijn dat er acht jaar niks gebeurt en je dus ook geen noodzaak hebt om je routes aan te passen. Natuurlijk moet je ook routes aanpassen. En ik snap heel goed, we hebben natuurlijk onder andere wel eens wat lijnen moeten bundelen en zo. Voor sommige mensen is het helemaal niet fijn, anderen wonen er dan weer dichterbij. Maar een routeplan van een ov-bedrijf ontwikkelt zich natuurlijk wel. Elk jaar heb je wel een nieuwe dienstregeling.

60

De voorzitter: Ik denk, als ik heel eventjes mag inbreken, want ik denk dat de heer Stam ook bedoelt: het is nu zo iedere keer hapsnap gegaan. En dat werkt ook niet mee om mensen naar het openbaar vervoer te krijgen, want ze weten niet waar ze op moeten stappen of wat er weer uitgevallen is. Ik denk dat hij dat bedoelt, even om een lang verhaal kort te maken. Gaat u verder. De heer Van der Linden: Daar ben ik het helemaal mee eens. Een aantal van u gaf ook aan: hoe zit het dan met bijvoorbeeld met vrijliggende ov-banen? Hoe zit het met ongelijkvloerse kruisingen voor met name fietsverkeer? Ja, dat vloeit natuurlijk allemaal voort uit de mobiliteitsvisie die we bij u neerleggen. Daar hoort ook een investeringsplan bij, dat we de komende twintig jaar uitvoeren. En natuurlijk, ik heb niet de illusie dat we alle knelpunten die we in onze fysieke infrastructuur hebben, zo maar even in tien jaar kunnen oplossen. Je moet keuzes maken. We hebben het drie weken geleden gedaan met het fietsplan, met het in ieder geval goed vastklikken van de lange lijnen door de stad heen. Waarbij ik ook weet dat er echt heel veel plekjes zijn in de stad, waarvan je zegt: oh daar mag ook wel wat gebeuren. Maar we hebben ook de keus gemaakt: maak het netwerk nou eens af. Ook gevoed door opmerkingen vanuit de advieskant, ook uit de stad; maakt dat netwerk nou eens af.

Want dat geeft in ieder geval duidelijkheid. Nou, dat gaan we doen. Er blijven een aantal wensen over; die ongelijkvloerse kruisingen over de route waar de auto bijvoorbeeld wel voorrang krijgt. Want dat is ook van belang. Dat zijn grote investeringen. De voorzitter: De heer Van der Meer.

De heer Van der Meer: Hierbij aansluitend, ik heb vorige week het een en ander gevraagd over de 30 kilometer strategie en twee vragen in concrete daarover gesteld. Ik begrijp wel dat allerlei uitwerkingen later moeten komen, maar ik vind dit wel belangrijk om enig perspectief te hebben, wat de wethouder daarmee gaat doen. Het ging om de suggestie om in andere steden op te halen waarom het daar wel grootschalig kan en of we daar iets van kunnen leren. En of er niet wat meer mogelijkheden zijn dan vaak gesuggereerd, om bijvoorbeeld door rijweg versmalling en met bredere fietspaden, zonder obstakels, 30 kilometer te introduceren. Gaat u daarmee aan de slag? De heer Van der Linden: Dat tweede zijn we al heel lang mee aan de slag. U weet misschien, in 2014 hebben de Singel natuurlijk van 50 naar 30 gebracht. De eerste twee jaar was dat spannend, want hij lag er nog bij alsof je er makkelijk 60 kon rijden, dat gebeurde ook veel. En we zijn stap voor stap met een aantal drempels, met wegversmallingen en ook met de afkorten, het anders leggen van de bochten, hebben we de automobilist gedwongen om zachter te rijden. Dat is ook gelukt. Dat kun je niet in een weekend doen.

Dus die investeringen, dat zijn vaak niet eens zulke hele grote investeringen, maar het is wel best veel werk, want je moet ook afstemmen: waar mogen die drempels? Wat is nou eigenlijk handig qua versmallingen enzovoorts? En daar vindt een buurt - en wij vaak ook - wat van. En die geven we altijd volledig de ruimte, om dat ook te vinden en te formuleren met elkaar. Daar gaat tijd mee heen. Dus dat is best een uitdaging. Als ik kijk naar hoeveel 30 kilometer we nu al hebben in de stad, ik heb er geen percentage op zitten, maar we hebben echt een heel groot deel van het netwerk, rijden we al 30. En juist die stukken waar het nog niet kan, of echt niet kan, daar weet u 61

van - dat is een andere discussie - over de aanrijdtijden. Ik denk dat we niet heel veel extra's kunnen leren van andere steden, anders dan dat sommige steden natuurlijk een heel ander stratenpatroon hebben, bijvoorbeeld omdat je wel helemaal een rondweg kan hebben. Nou, dat heeft voordelen, want dan kun je gauw op die rondweg en overal weer inprikken. Dat is bij ons een beetje ingewikkelder, gezien onze structuur. De voorzitter: Mag ik even een poging doen om die 30 kilometer, want dat kunnen we ook nog als separaat stuk, de motie afhandelen. Want anders gaan we hier nu heel … De heer Van der Linden: Ik heb twee keer en één separaat stuk aan u raad gestuurd en u kwam er niet uit. Dus ik hoor het … U niet persoonlijk, want u komt er altijd wel uit. Maar de vergadering vond het best ingewikkeld om daar iets van te vinden. Het laatste voorstel was afgewezen, prima. Maar de motie ligt er nog, dus we moeten er wel wat mee. Dus we komen er wel op terug, we komen er op terug in de mobiliteitsvisie, maar ook dan moet u daar wel iets van vinden. En als er meer informatie nodig is, heel veel andere informatie dan wat we u hebben geboden, is er nu eigenlijk niet, denk ik. De voorzitter: Eerst mevrouw Kamphuis en dan de heer Gorter. De heer Gorter: Ja, dank u wel voorzitter. Toch nog even terugkomend … De voorzitter: Ik zei: eerst mevrouw Kamphuis en dan de heer Gorter.

Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Vanmiddag hadden we een vergadering op de staat over de wijk. En toen kwam mijn vraag van verleden week naar voren: kunnen we een rotonde krijgen bij de Jumbo? Dat is vanwege de veiligheid. De heer Van der Linden: Dat is wel een detail, want we hebben het hier over de mobiliteitsvisie tot 2040. Maar bij de Jumbo is een, op die plek willen we graag iets anders doen dan wat er nu ligt. Ik denk dat gezien ruimte dan een verkeerslicht installatie, meer voor de hand ligt dan een rotonde. Een rotonde vergt namelijk heel veel ruimte, zeker als die op een weg is waar je 50 mag. Daar is geen plek voor, denk ik. Maar dat vergt iets anders dan wat we nu bespreken denken. De voorzitter: Ja, dat is inderdaad wat verder gevorderd detail. Mevrouw Kamphuis: [Buiten de microfoon] De voorzitter: Nou nee, een kleintje dan. Mevrouw Kamphuis: Dus ik krijg toezegging dat u er wat mee gaat doen? De heer Van der Linden: Nee. Kijk, wij vinden die plek … Ik vind het allereerst absurd dat er mensen zijn, ook nu, die zitten in een huisje en denken: ik ga morgen 110 rijden op een plek waar je 50 mag, tof idee. Absurd. Die mensen blijven, ik vind dat zulke mensen niet op de openbare weg moeten in een auto. Maar goed, daar ga ik niet over. We hebben die weg goed ingericht en hij is veilig.

Alleen op zulke plekken kun je wel, die enkeling die het doet, moet je eigenlijk tegen zichzelf in bescherming nemen en zeker tegen de samenleving. En we hebben gezien dat daar eigenlijk wel een plek is, waar je 62

een verkeerslicht zou willen aanbrengen. Maar dat gaat niet zomaar. Daar hebben we ook het overleg nodig met de grondeigenaar en de plek is sowieso wat ingewikkeld. Dus ik zeg niet toe dat we het gaan regelen. Maar dit is wel iets wat we wat we graag zouden willen doen. De voorzitter: De heer Gorter, u mag. De heer Gorter: Ik durf bijna niet meer. Even het twaalfde puntje nog even, over die afschaffing uiteindelijk, die sterfhuisconstructie van die tweede vergunning. Het is op dit moment wel zo, dat als je toch een tweede auto hebt en je moet hem kwijt in een parkeervergunning, dan kan dat alleen maar van maandag tot met vrijdag. Niet van zaterdag op zondag. Dus een jaarabonnement om een auto te parkeren dat is leuk, dat kan van maandag tot en met vrijdag. Maar voor zaterdag en zondag moet je een andere oplossing verzinnen dus ik zou wel graag meegeven daar iets mee te doen, want anders wordt het lastig. De heer Van der Linden: Dat snap ik. Ik zie hem als technische, nou nee, ik zie hem eigenlijk als wens. En daar gaan we even naar kijken. Ik kijk nu even naar rechts, maar er wordt heel goed op telefoontjes gekeken nu. Dus dat pikken we mee. De voorzitter: Twee-twee, dat is iets anders. Laten wij verder gaan. De heer Van der Linden: We hadden nog een paar vragen ook over; de ruimte in de binnenstad is beperkt. En er is heel veel behoefte aan extra fietsparkeren.

U heeft in het fietsplan gezien dat daar wel ruimte voor wordt gemaakt, ook financieel. Ik denk niet dat we dan klaar zijn. Dus ja, ook dit moet een plek krijgen, ook in de mobiliteitsvisie. Eigenlijk is dat ook wel een wens die al voortvloeit uit de binnenstadsvisie, die begin vorig jaar is vastgesteld. Dus dat heeft de aandacht. We hebben een plek waar we ieder geval een nieuwe stalling gaan inrichten, maar dan zijn we nog niet klaar. Maar dit heeft de aandacht. Ik denk dat ik hier even stop. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, er werd vorige week ook nog de suggestie gedaan, de vraag gesteld, maar daar heb ik nog niks over gehoord; of het zou helpen om de doorstroming voor zowel auto's, maar ook de ruimte voor fietsers en voetgangers te bevorderen, door het instellen van eenrichtingsverkeer of lus richting de binnenstad, of andere moeilijk toegankelijke wijken, zoals het bijvoorbeeld ook in Utrecht gedaan wordt. En wij zouden het best een aardig idee vinden, ook voor Dordt, maar we zien het hier niet in terug. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Van der Linden: U ziet het hier niet in terug. We nemen deze gedachte wel mee in de uitwerking, in de ontwikkeling van de mobiliteitsvisie. Zoals ik zei: we zijn wel net een tikje andere stad qua ligging, dan al die steden met een rondweg.

Dus dat maakt het soms wat lastig, omdat je als je alles eenrichtingsverkeer maakt, dan moet je wel heel ver omrijden wil je weer terugkeren naar je beginpunt. Maar ik snap de wens, dus we nemen hem mee bij de ontwikkeling van het plan.

63

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dan zou ik het wel fijn vinden, anders moet ik weer amendementen erover indienen, als dat als toezegging genoteerd kan worden formeel. De heer Van der Linden: Ik krijg in mijn linkeroor, dat is mijn slechtste oor trouwens, toegefluisterd dat het in de visie staat. Dus het staat ergens in de tekst, dus dat is de toezegging. We nemen hem mee bij de uitwerking van het mobiliteitsplan. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb echt gezocht op het woord eenrichting. Dat komt er één keer in voor. Dat gaat over kleine straatjes waar de auto te gast is. En dat is wat anders als dat je er op de doorgaande routes … Ja, zo staat het er. Ik heb het net nog even nagekeken. Dus het staat echt anders in de visie dan u nu zegt. De heer Van der Linden: Mag ik een verhelderingsvraag stellen, want dan hebben we hem eventjes scherp. Kijk, we hebben natuurlijk een aantal hele grote routes in en uit de stad. Bijvoorbeeld Laan der VN, Merwedestraat, Oranjelaan. Daar kan ik me niet van voorstellen dat u zegt: die moeten helemaal eenrichtingsverkeer worden. Kunt u aangeven aan wat voor soort routes dan denkt?

De heer Van der Kruijff: Ik zeg niet dat het daar moet. Maar een voorbeeld wat je zou kunnen geven, is bijvoorbeeld: we weten allemaal dat we ruimte hebben - gevaarlijk onderwerp - op de Bankastraat. We weten allemaal dat de Crayensteynstraat ingewikkeld is, we weten allemaal dat de Krommedijk druk is. Daar zou je gewoon een rondje van kunnen maken, om maar eens even het denken aan te geven. En misschien dat het op andere plaatsen ook kan. De heer Van der Linden: Oké ik zeg even duidelijk toe dat we deze gedachten meenemen. En als u hem niet terugvindt over een half jaar, dan weet ik ook wat er dan gevraagd gaat worden. De voorzitter: Oké. Ik denk zomaar dat er nog heel veel vragen zijn, heel veel opmerkingen zijn. Ik voel mezelf ook heel ongemakkelijk nu om te zeggen: dit is het dan. Dus we zitten even van, wat gaan we nu met dit stuk doen? Ik zal eerst even twee andere punten noemen die wat makkelijker zijn. We hebben het net gehad over de motie dertig in zijn drie. Daarvan is gezegd; die komt terug in de mobiliteitsvisie. En ik zie de heer Van der Meer knikken, dus dat is goed. Daarnaast hebben we nog even de vraag aan het CDA, of het initiatiefvoorstel Fijn Fietsen in Dordrecht ook ter besluitvorming op de raadsagenda moet komen, of dat het CDA zegt: we vinden toch voldoende punten terug in de uitgangspuntennotitie mobiliteitsplan 2040.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, we hebben afgesproken dat zowel het fietsplan als dit plan natuurlijk, even kijken of dat A: door de raad wordt aangenomen, al dan niet geamendeerd. En pas daarna kunnen we beoordelen of het voldoende is afgedekt. Het ziet er een heel eind naar uit overigens, maar we willen wel even apart beoordelen. Dus niet op dit moment nog.

64

De voorzitter: Oké, dan is dat ook. En dan komen we nu dus even bij het raadsvoorstel. Kan dit zo doorgestuurd worden naar de raad als een hamerstuk? Ik denk het niet. Ja? Als hamerstuk? Nog meer bieders? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Wij hebben wel wat ideetjes als Partij voor de Dieren, dus graag niet als hamerstuk. De voorzitter: Dus dat wordt een bespreekstuk komende dinsdag. Dan wil ik voorstellen dat u met moties en amendementen komt. Zelden wordt u uitgenodigd om met zoveel mogelijk moties en amendementen te komen. Misschien is het een idee om het ook met elkaar - waar bemoei ik me mee - af te stemmen, zodat dezelfde amendementen, of dingen misschien in elkaar geschoven kunnen worden. Ja, laten we het zo maar doen. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u voorzitter. Als het als stuk op de agenda komt, zijn er natuurlijk twee smaken. Of gewoon als bespreekpunt, waarbij we alles wat we hier hebben gezegd, bij wijze spreken opnieuw kunnen doen. Of alleen aan de hand van ingediende moties en amendementen. Mijn voorkeur, of onze voorkeur, zou de laatste variant hebben. En dan is natuurlijk ook de vraag: hoeveel tijd, spreektijd is er dan nodig? Ik zou denken dat bijvoorbeeld twee minuten goed zou kunnen, het hangt misschien een beetje af van het aantal moties en amendementen. En als er niets komt, dan hoeven we het er ook niet over te hebben.

De voorzitter: Nee, zo is het. Ik wil het voorstel overnemen om inderdaad met moties en amendementen te komen. Spreektijd van twee minuten moet denk ik voldoende zijn, als u zich allen beperkt tot even een korte weergave van wat u vindt over een motie of amendement, zonder in details te vervallen van allerlei klinische lessen over hoe dingen ook in elkaar kunnen zitten. Ja, ik noem het maar even. Ik heb echt deze commissie ook wel weer veel geleerd hoor, op een heleboel punten. Maar, ja willen we toch werkbaar houden en de wethouder heeft ook al gezegd: er komt nog een mobiliteitsvisie, waarin onder andere parkeerbalans aan de orde komt. Ik weet, dit stuk wat voorligt, is best wel complex. Het is niet alleen een uitgangspuntennotitie, er zit veel meer aan vast, dus het is allemaal plus, plus, plus. En als we hier ja tegen zeggen, dan is die plus, plus, plus, geldt dus ook waar heel veel vragen en bedenkingen nog over zijn. Dus ik wil voorstellen voor de komende raadsvergadering amendementen en moties. En alleen naar aanleiding van die moties en amendementen bespreking, dus niet een verhandeling eromheen. De heer Damen: Voorzitter, ik begrijp dat niet. Er zijn hier drie partijen, of drie fracties die aangeven dat ze dit niet als hamerstuk willen behandelen. Daarmee staat het stuk ter discussie in de raad ongeacht of je over moties of amendementen praat.

De voorzitter: Mijnheer Damen, het is gewoon ook om te zeggen: we gaan niet de commissies helemaal overdoen. U kunt met… De heer Damen: Dat is niet aan u.

65

De voorzitter: Mijnheer Damen, ik mag wel even uitspreken. U kunt amendementen indienen op het stuk, u kunt moties indienen. En aan de hand van die stukken, gaan we het stuk bespreken. En dat is hoe we het… De heer Damen: Ik vind dat principieel onjuist. De voorzitter: Dat mag u vinden, zeker. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik heb wel een praktisch punt hierbij. We hebben namelijk op advies van de griffie, wat overigens een heel een goed advies was, deze commissievergadering gedaan aan de hand van de uitgangspunten. Dat zijn er veertien en daar hebben we ons allemaal op gefocust. Nu staat dat stuk natuurlijk vol veel meer tekst dan die veertien uitgangspunten. Dus daar doen we natuurlijk met zijn allen niet heel veel recht aan als we zeggen: dat moeten we nu vast gaan stellen, zonder dat we het hier hebben besproken, omdat we eerst gefocust hebben op die veertien uitgangspunten. Nou kan ik daar wel in de motie of amendement wel weer een mouw aan passen hoor, maar ik vind dat toch nog wel een ingewikkeld onderwerp. De voorzitter: Ik denk dat de heer Damen daar ook min of meer op doelt. Ik zie hem knikken, dus gelukkig klopt dat. Hoe daarmee om te gaan? Ik gaf het net ook al aan, het uitgangspunten met plus, plu, plus heel veel eromheen.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, mag ik een vraag dan daarover aan het college wat de bedoeling is? Zou het erg zijn als wij zeggen: we stellen de veertien uitgangspunten vast, punt. Zonder al die plussen. Natuurlijk hebben we gelezen, als er hele gekke dingen in staan, dan zeggen we er wat van. Maar zonder dat je er straks mee om je oren wordt geslagen; je hebt ermee ingestemd. De heer Van der Linden: Ik denk dat het ons heel erg helpt, als je die veertien uitgangspunten - en eventueel amendeert u er één of voegt er een aan toe, dat kan allemaal, want dat is zo kernachtig mogelijk langs welke lijn we het ontwikkelen - dat helpt denk ik enorm als u die vaststelt. En als daar de bespreking met name op gericht is, op moties, amendementen of ideetjes, zoals de heer Groenewege zegt, rond die veertien punten, dan hebben we een goed richtsnoer om ons verder het komende halfjaar op die mobiliteitsvisie te richten. En natuurlijk, heel veel van wat in het achterliggende stuk staat, gaat u op een of andere wijze ook terugzien. Maar die veertien punten zijn voor ons heel belangrijk. De voorzitter: Ik krijg net iets heel goeds ingefluisterd. Dan zal het raadsvoorstel zoals het nu voorligt, hoe erover besloten moet worden, zal de besluitvorming aangepast moeten worden.

En daar gaan we dan nog voor zorgen, zodat we echt puur over die uitgangspunten een beslissing nemen en niet wat er verder achterligt. En daar zorgt de griffie voor? Daar gaan we naar kijken, wordt gezegd. De heer …: Dank u wel, dat helpt enorm. De voorzitter: Wordt dat gesteund door iedereen om dat op deze manier te doen. Mijnheer Kuhlmann?

66

De heer Kuhlmann: Een vraag. Want in mijn beeld zou dat dan betekenen dat het mobiliteitsplan Dordrecht 2040 door het college wordt ingetrokken. En dat we het dan alleen over die veertien uitgangspunten hebben. Een tussenin variant lijkt me heel ingewikkeld, als we hem dan wel vaststellen. De voorzitter: Heel goed dat u dat opmerkt, die verduidelijking. Want ik denk dat er meer mensen misschien daarmee worstelen. De heer Van der Linden geeft daar een antwoord op. De heer Van der Linden: U heeft in maart een startnotitie vastgesteld, met hele grote meerderheid zelfs, u heeft ons de opdracht gegeven: maak een mobiliteitsvisie. Omdat we weten: er zit een jaar tussen, leek het ons handig om even – en dat doen we nu - het goede gespekt te hebben; we hebben eigenlijk wel ietsje meer guidance nodig langs welke lijnen moeten we gaan schrijven en onderzoeken. Dat zijn die veertien punten. Als we die veertien punten hebben, als we die vast kunnen stellen, dan weten we; het moet echt langs deze lijnen gebeuren. Wat erachter ligt, die veertig pagina's waar heel veel inzit, wat natuurlijk letterlijk of figuurlijk of min of meer uitgewerkt terug gaat komen in de mobiliteitsvisie, stelt u pas vast als u de mobiliteitsvisie heeft, volgend jaar in het tweede kwartaal. Die veertien punten zijn van belang, denk ik, om door de raad vast te stellen, zodat wij verder kunnen.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter, omdat we allemaal dezelfde verwachting hebben, stel ik voor dat we gewoon het amenderen en dat we dan het mobiliteitsplan voor kennisgeving aannemen. Want zo heet dat dan formeel. De heer Van der Linden: Mag ik nog even, want ik maak mij een beetje zorgen. Het mobiliteitsplan neemt u niet voor kennisgeving aan; er ligt geen mobiliteitsplan. Er liggen veertien punten met een notitie eronder. En een mobiliteitsplan komt volgend jaar tweede kwartaal. De voorzitter: Nog één poging van de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het voorgestelde besluit is Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan 2040 vast te stellen. Als je daar nou van maakt: die uitgangspuntennotitie als voor kennisgeving aan te nemen. En de uitgangspunten, die veertien punten die daarin geformuleerd zijn, vast te stellen? De voorzitter: Ik zie mee eens, mee eens, niet mee eens. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik wil juist over die veertien uitgangspunten praten en ook ter discussie stellen. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dan ben ik toch nog even benieuwd, excuses dat ik op de procedure nog even doorga, maar op het moment dat we de … Het zou natuurlijk heel goed kunnen zijn, dat aan de hand van amendementen, de uitgangspunten anders worden dan zoals 67

ze hier staan. Op dat moment is zou er een mismatch kunnen zijn tussen de uitgangspunten zoals door de raad vastgesteld en de uitgangspuntennotitie, die we dan op hetzelfde moment voor kennisgeving aannemen. Dus eigenlijk vind ik het onhandig om die in hetzelfde besluit te koppelen, dan krijg je een hele gekke constructie. Ik denk dat het slimmer is, om ze op te knippen zodat je eerst de uitgangspunten hebt. Als we daar dan de bespreking toe beperken en vervolgens kijken; als het niet gewijzigd is, dan is die uitgangspuntennotitie nog helemaal passend. Als er wel dingen in veranderen, moet natuurlijk ook die uitgangspuntennotitie aangepast worden, anders past het niet bij elkaar. De voorzitter: Volgens mij, als je een uitgangspunt amendeert, dan wordt dat het uitgangspunt. En dat is waar we met zijn allen naar kijken. En uiteindelijk liggen daar veertien uitgangspunten geamendeerd of niet geamendeerd. En dat is het totale pakket, lijkt mij. U wilt nog één poging doen, want we gaan nu heel… De heer Van der Linden: Maar dit zou de beslissing kunnen helpen volgende week. Ik snap wel wat de heer Kuhlmann zegt: stel dat die veertien worden er vijftien of elf. Er wordt iets gewijzigd. Dan ga je stukken tekst die erachter liggen, misschien wel of niet nodig hebben. Ik ga even veertig seconden checken hoe erg dat is. De voorzitter: De heer Gündogdu heeft ook nog een vraag.

De heer Gündogdu: Voorzitter, even echt voor de zekerheid; ik kan dus ook het voorstel zoals het er nu ligt amenderen? Mooi. De voorzitter: De uitkomst. De heer Van der Linden: Wij kunnen heel goed verder werken als de, laat ik zeggen, de veertig achterliggende pagina's waar Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan 2040 op staat, gewoon beschouwen als bijlage. Als u behoefte heeft, collectief, om een technisch amendement vanuit de griffie voor te bereiden, dan zou ik zeggen: haal die uit de besluittekst, die notitie. En stel alleen de veertien punten in het raadsvoorstel vast, of doe daar moties op of amendementen op. Dus technisch amendement, waarbij de Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsvisie 2040 als bijlage beschouwd, die stellen we niet vast. Die wordt gewoon meegenomen natuurlijk en zit in de hoofden en de harten. Maar de veertien punten die stellen we vast, al dan niet geamendeerd of aangevuld. De voorzitter: Ik krijg van de griffie een: ja, daar wordt voor gezorgd. Ik zie iedereen blij knikken. Ik vind het knap. Het is kwart over elf, tien voor half twaalf. Dank u allen voor uw uithoudingsvermogen, welterusten voor straks en gezond weer op. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 november 2023.

De griffier,

De voorzitter,

68

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27610