CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2023.10.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 537.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maar we moeten vervolgens ook de publieke partners kunnen vinden in het tempo die we nu maken, om daar een bestemmingsplan te maken waaruit de MER wel duidelijk maakt dat je iets hebt op te lossen, met betrekking tot het verkeer van de brug met Zwijndrecht, het rangeerterrein waar je de parkeervoorzieningen moet realiseren en de afscherming van het spoor en de spoorlijn vanaf het Havenbedrijf naar het station, die nu nog onveilige aansluiting op het station veroorzaakt. Ik vond het erg mooi om te horen vanmiddag van de presentatie vanuit Zwolle en de lessen die daar werden gegeven, die ze; eigenlijk: zorg dat je een sterk verhaal hebt. En dat je een doel en een positionering van het gebied hebt, die ook een duidelijke verbinding heeft met de mensen voor wie je het doet. En dat is een exercitie die wij helemaal voordat we begonnen met het opwerken van de keuze richting een bestemmingsplan, ook met elkaar bij stil hebben gestaan: wat is de positionering van dit gebied? En daar hebben we gezegd: het is een stuk Dordrecht die je bouwt voor volgende generaties. En dat zijn eigenlijk dan al snel drie generaties, dus dat is voor wie nu 55 is of met pensioen gaat en de kinderen uit huis zijn en een nieuwe woning zoekt. Maar ook voor wie nu 20 is, een nieuwe baan krijgt en heel graag van het ov gebruik maakt, om bij zijn werk bijvoorbeeld te kunnen komen.

En voor degene voor wie nu geboren wordt en later start met de vakopleiding, die daar ook een plek vindt. Oftewel, het draait allemaal om de mensen van de stad en het bouwen aan de volgende generaties. En dat is ook verwoord in de kernboodschap, u heeft hem gezien bij de presentatie, waarbij wij vooral als leidmotief neer willen leggen dat het een stadsas is die staat voor verbinding met elkaar, met de stad. Natuurlijk via de infrastructuur die er ligt, zodat je makkelijk overal komt, maar met name ook in verbinding met die stad. Het moet echt een nieuw stuk worden wat heel goed past ook bij de historische binnenstad en de Spuiboulevard waar we nu hard aan werken, om dat een aantrekkelijkere aansluiting op die binnenstad te laten maken. En dat moet heel goed vloeiend in elkaar overlopen en de rest van de stad ook goed met onze binnenstad verbinden. Nou dat voor wat betreft mijn introductie, dan geef ik graag het woord aan Ronald. De heer Buitenhek: Dank u wel. Ik neem de presentatie verder met u mee, naar aanleiding van de fietstocht die we vanmiddag hebben gedaan, neem ik u mee in de planvormingsfase en het proces wat daarbij zit. Ik heb ook de maquette in het midden 19

gelegd, dus de sheets kunt u ook volgen, live in beeld via de maquette. En anders als daar nog vraag over zijn, dan kan ik dat ook na de presentatie nog even met u delen. Wat wij tot nu toe gedaan hebben is eigenlijk vanuit de visie die u als raad heeft vastgesteld, zijn wij doorgaan bouwen om te kijken hoe we dat vast kunnen leggen in de NRO-procedure en het welbekende bestemmingsplan. Daar zijn spelbepalende richtingen voor nodig, om zodoende dat bestemmingsplan - en dat is voornemens, het college, dat ter zienswijze te leggen op 5 december dit jaar. Dus de ambtelijke organisatie is in lijn en gelid, om ervoor te zorgen dat we dat voor elkaar krijgen, zodat ook op 14 december aanstaande het ter zienswijze ingelegd kan worden. Dus voor de Kerst willen we eigenlijk dit hele project in de RO-procedure voorleggen, ter zienswijze. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, spreekt u maar mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Nee, ik wil nu nog geen vragen stellen. Maar wanneer zijn wij wel in de gelegenheid tot het stellen van vragen? De voorzitter: Kunt u daarop antwoorden? Mevrouw Stolk: Dat vraag ik even aan u, voorzitter, of we gewoon tussendoor vragen mogen stellen of liever aan het einde van de presentatie? De voorzitter: Ik vraag het aan u, wat u wilt. Het vorige uur hebben we gemerkt dat het prima ging tussendoor. Mij maakt het niet uit, maar spreker soms wel.

De heer Buitenhek: Ik ben daar flexibel in. Laat ik drie sheets doen. En laat ik per drie sheets even kijken of er vragen zijn, zodat we de onderwerpen snel kunnen behandelen naar aanleiding van de sheets. De voorzitter: Prima voorstel gaan we doen. Uw vraag komt straks. De heer Buitenhek: Hierbij dus even de lijn die we gemaakt hebben om van een visie te komen naar een bestemmingsplan. Wat wij aan het eind van het jaar doen is een bestemmingsplan voorleggen. We hebben een stedenbouwkundig masterplan dat we voorleggen en een kwaliteitskader met betrekking tot het Maasterras. Daar neemt het college een besluit over. Wat je daarin ziet - en dat is eigenlijk de complexe opgave die vanmiddag ook al even aan de orde is gekomen - dat heeft te maken met heel veel partijen. Zoals het vanmiddag ook uitgelegd is, niet alleen op de fiets maar ook in de andere presentatie, is dat met al deze partijen - en het zijn er nog niet eens allemaal compleet - zullen er afspraken gemaakt moeten worden over de zaken van óf hun grondgebied óf hun eigendommen óf andere zaken. Wat hier belangrijk aan is in deze sheet, is dat een veelvoud om een richting vraagt. En deze partijen vragen richting van de gemeenteraad van Dordrecht, met het vaststellen straks van het bestemmingsplan medio volgend jaar.

Deze partijen vragen ook richting van het college om te zeggen: welke kant wil Dordrecht op om dit gebied te ontwikkelen? En al deze partijen die vragen aan ons: welke kant gaan we op? en welke rol kan zo'n partij spelen in het proces wat we met ze moeten lopen? U ziet aan de rechterkant de partijen. Vanmiddag kwamen ook al een paar keer verschillende partijen prominent naar voren, die staan ook bij ons in het 20

lijst. Dan even terug naar het Maasterras. In het midden staat het plaatje met drie fases die we vanmiddag ook besproken hebben. Fase één is aan de rechterkant van de A16, M1 tot en met M5. Daar hebben we nu de eerste opdracht voor om het bestemmingsplan in december in te brengen in het college ter zienswijze. Fase twee is de volgende fase, daar zijn we ook langs gefietst? Fase drie is een fase, die zit niet in het stedenbouwkundig plan en ook niet in het bestemmingsplan. En daar hebben we de opdracht voor gekregen, om daar nu ook snel mee te gaan starten. Zodoende hebben we fase één, wordt bestemmingsplan. Fase twee wordt de zoekrichting vanuit het stedenbouwkundig raamwerk. En fase drie gaan we starten met de onderzoeken die daar nog bij nodig zijn. Dat is in het kort eigenlijk de uitgangspunten die links op de scheet staan, die we hebben gebruikt voor fase één twee en drie. De voorzitter: Een moment. Ik denk, dit was uw verhaal over de drie sheets. Dan mag mevrouw Stolk denk ik eerst haar vraag stellen. Dan kom ik bij mevrouw Lammers en dan mevrouw Kamphuis. Spreker 32: schiet. Ja voorzitter dank... Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dank. Ik wil even onderschrijven dat wij ook adembenemend hebben zitten luisteren vanmiddag naar de mijnheer die - mijnheer Anker was dat volgens mij - die de presentatie gaf. Ik hing aan zijn lippen en volgens mij meerdere van ons.

Maar wat - en ik wil hem niet politiek maken - wat ons wel een beetje zorgen baarde en die hadden we eigenlijk in het vragen halfuurtje willen stellen, is de vraag: er zijn heel veel partijen die meedoen in dit gebied. Natuurlijk, er moeten zo snel mogelijk en zoveel mogelijk woningen gebouwd worden, maar waar wij wel een beetje van schrokken, is over het autoluw maken van de Zwijndrechtse of de Dordtse brug, hoe je hem ook noemen wil. Hoe kan het dat wij dingen ontwikkelen, terwijl Rijkswaterstaat nu heeft gezegd al en dat stond in AD De Dordtenaar, dat Rijkswaterstaat juist die brug wil gaan gebruiken om de doorstroming van auto's te bevorderen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Buitenhek: Wethouder Burggraaf? We behandelen deze als een technische vraag, hoor ik net. Wat wij gedaan hebben in gesprekken met de Rijkswaterstaat en ook met de gemeente Zwijndrecht, om te kijken bij deze gebiedsontwikkeling wat er nodig is om verkeer goed af te kunnen wikkelen. Wat wij geconstateerd hebben in de onderzoeken die wij moeten doen voor de OER, de omgevingseffecten rapportage, geconstateerd dat zoals op de tekening staat, de rode lijn, dat is het alignment van de brug, dat met autoverkeer daarop er te veel geluid geproduceerd wordt om daar woningbouw toe te passen.

Met andere woorden, op het moment dat wij de brug laten zoals die nu is, kunnen wij een fractie van de ontwikkeling laten ontwikkelen, die we hier nu van plan zijn. Dat houdt in dat wij met beide partijen, zowel Zwijndrecht als met Rijkswaterstaat in gesprek zijn, om te kijken of wij deze aanbrug, dat rode gedeelte, of we die kunnen verleggen evenwijdig aan het spoor. Met de discussie: moet hij autovrij, moet hij autoluw, of welke vorm? Wij hebben nu gekeken voor deze ontwikkeling en daar komt uit de onderzoeken, dat wij een autovrije variant voorstellen. Daar zijn we mee in gesprek, met zowel Zwijndrecht als Rijkswaterstaat. Want op moment dat je een autovrije oplossing creëert, dan is er dus autoverkeer, wat op een andere manier afgewikkeld moet worden dan over de brug. En daar zijn we met beide partijen in 21

gesprek. Daar worden ook gezamenlijk onderzoeken voor gedaan. En wij komen daar voor de besluitvorming van het college van 5 december komen we daarop terug. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik nog een aanvullende vraag stellen? Het is de ontwikkeling Spoorzone. We hebben na de Drechtraad gezegd: we hebben geen Drechtraad meer, maar we gaan nu optrekken met partijen, of steden waar we gezamenlijke doelen hebben. Ik kan wethouder Sleeking nog herinneren dat hij zei: we moeten met elkaar optrekken, zoals bijvoorbeeld Zwijndrecht als we gaan bouwen in de Spoorzone. En nu heb ik een beetje het idee dat Zwijndrecht hier niet in betrokken is. En is dit nu niet ook een remmende factor op het hele proces. Want stel nou dat de raad in Zwijndrecht zegt: maar dat willen wij niet. Wat heeft dat dan voor consequenties voor de ontwikkeling van het Maasterras? De voorzitter: Ik zie dat de wethouder daar graag wil op reageren. De heer Burggraaf: Ja voorzitter. Allereerst snap ik deze vraag goed, ook even gegeven het krantenbericht wat u gelezen heeft. En de ontwikkelstrategie die we hier hebben, is om met onze partners transparant op te trekken. En aan te geven van nou, dit zijn uitdagingen die in het gebied liggen voor de ontwikkeling die we voor ogen hebben.

Zo hebben ook met Zwijndrecht al het begin van deze bestuursperiode met elkaar gezeten, met de wethouder: we gaan hier aan beide kanten een ontwikkeling doen in die Spoorzone. Ook Zwijndrecht heeft daar zijn ontwikkeling. En daar hebben we afgesproken met elkaar, hebben ook met elkaar gedeeld dat dit dilemma delict voor de brug. En toen hij hebben we vanuit Zwijndrecht ook begrepen welke zorgen er aan die kant zijn. En toen hebben we afgesproken dat we gezamenlijk met elkaar die onderzoeken verder uitlopen. Dat is hetgeen wat u net van Ronald gehoord heeft, van de heer Buitenhek gehoord hebt. En in die onderzoeksfase zitten we nu. Zo zitten we met elkaar aan tafel om op het moment dat die onderzoeken, die uitkomsten daarvan er zijn, om die gezamenlijk met elkaar te bespreken en te kijken wat voor invloed dat heeft aan beide kanten. En te kijken of je daarmee tot gezamenlijke conclusies kan komen, of dat je moet zeggen: hier gaat een andere ontwikkeling dan misschien met Zwijndrecht te combineren. Maar goed, dat gaan we ontdekken aan de hand van de onderzoeken. En in die fase zitten we en daar hebben we ook volgende week weer een afspraak met de wethouder van Zwijndrecht over. Mevrouw Stolk: Mag ik nog één vraag stellen? De voorzitter: Een heel kleintje mevrouw Stolk en dan bent u voor vanavond wel klaar. Mevrouw Stolk: Ik denk dat we allemaal hetzelfde willen.

We willen natuurlijk zo snel mogelijk bouwen en dat er woningen komen voor alle woningzoekenden die er zijn. Alleen waar onze zorg wel zit is: werkt dit nou niet belemmerend? Hadden we niet gelijk met Zwijndrecht op moeten trekken om die hele Spoorzone te ontwikkelen? Maar dat is meer een zorg die ik wil uiten. De voorzitter: Dus daar hoeft eigenlijk niet op gereageerd te worden. 22

De heer Burggraaf: Omdat nu wordt gesteld dat we niet gezamenlijk optrekken en dat is dus wel het geval. Het feit dat er ook woningbouwimpuls-subsidies zijn toegekend, ook voor Zwijndrecht in het kader van de Spoorzone langs de oude lijn, dat komt omdat we met elkaar samen optrekken. Dus dit is juist een project waar het laat zien dat als je met elkaar samen optrekt in de regio Drechtsteden, niet altijd met zijn allen zeven tegelijk, maar met de gemeentes die het rechtstreeks raakt, dat je daarmee grootsere dingen kan bereiken. En Zwijndrecht heeft daarvan geprofiteerd met behulp van subsidies. En verder doen we dat door goed overleg met elkaar te hebben in de stappen die er zijn. Ja, dan kan het soms ook wel eens een keer zijn dat de een zegt: dat had ik nog niet zien aankomen. Nou ja goed, daar hebben we gewoon goed contact met elkaar over. En zoals het gaat met samenwerken heb je af en toe een hobbel. Maar het principe van daarin samen optrekken is er vanaf het begin af aan geweest. En die voeren we ook tot op de dag van vandaag en morgen zo uit. De voorzitter: Dat is vast ter geruststelling. Mevrouw Lammens? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel voorzitter. Ik heb even een vraag nog. Wat is het tijdspad ongeveer, hoeveel jaren gaat het duren, fase één en twee? De heer Buitenhek: In de presentatie zit een sheet met de planning tot met de zomervakantie volgend jaar.

Dus daar kan ik straks nog wat nader… Maar zoals vanmiddag ook in de presentatie, is dit een gebiedsontwikkeling over langere jaren. En dan praat je echt wel over tien tot vijftien jaar aan totale ontwikkeling. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: De woonwagenbewoners die daar zitten, daar wordt gezocht naar verplaatsen van de woonwagens. Als dat niet gaat gelukken, wat dan? De voorzitter: Mijnheer Kamphuis. Sorry, Buitenhek. De heer Buitenhek: Zoals op de sheets staat, ziet u ongeveer zeven van die groene uitdagingen. Eén daarvan is ook van de woonwagens. De afspraak is nu dat we in het plan een oplossing zoeken voor een nieuwe plek voor de woonwagens. Mocht die niet gevonden worden, dan blijft de plek zoals die is. Wordt die wel gevonden, met de goede faciliteiten die erbij horen, dan kunnen we daar invulling aan geven. Dat wordt zowel gezocht binnen het Maasterras, dat is nu even het groene vlak bij fase drie. Mocht daar geen voldoende oplossing zijn, dan is ook de opdracht om te zoeken op een andere plek binnen de Dordtse gemeente. Mevrouw Kamphuis: De aantal wagens die er dus nu staan, die gaan dan ook op die andere plek komen? De heer Buitenhek: Het aantal plaatsen, plus een plus daarop.

Omdat het namelijk hier gaat om een groeigebied niet voor alleen maar woningen, maar ook voor alle doelgroepen die erin zitten, is de opdracht om te zoeken naar een plus op het aantal voertuigen wat er nu aanwezig is.

23

De voorzitter Mijnheer Van der Kruijff en daarna mijnheer Wringer. En dan zouden we misschien naar volgende dia kunnen. De heer Van der Kruijff: Ik had eigenlijk een andere vraag, dat wou ik ook nog even vragen, aanhakend op wat mevrouw Kamphuis zegt; ik hoorde u zeggen, mijnheer Buitenhek, een zoekopdracht. Dat hebben we natuurlijk wel vaker meegemaakt. Maar is dat een inspanningsverplichting of een resultaatverplichting? Dat schijnt nogal uit te maken, heb ik geleerd de afgelopen jaren. En een andere vraag die ik heb, daar staat een kwalitatieve hoogstedelijke invulling. Dat snap ik, kwalitatief en hoogstedelijk, maar kunnen we in die eerste fase ook al iets meekrijgen van wat dat betekent voor de leefbaarheid, hoe daar een sociale samenhang kan ontstaan, hoe de openbare ruimte eruitziet, hebben wij vanmiddag gehoord, of komt dat allemaal later? De heer Burggraaf: Over die eerste, inspannings- of resultaatsverplichting; om even heel helder te formuleren, er zit nu een woonwagenkamp, woonwagenbewoners, in het gebied. Het college heeft gezegd: die ontwikkeling die we daar kunnen maken en de ruimte die dat nu in beslag neemt daar kunnen we een betere gebiedsontwikkeling maken als we die ruimte wel kunnen gebruiken. Dus dat is de opdracht geweest: ontwerp het zo, dat we daarmee de optimale gebiedsontwikkeling kunnen maken.

En zoek een plek, in eerste instantie in fase drie, waar de woonwagenbewoners naartoe kunnen verplaatsen. En waarbij ook ruimte is om, gegeven de druk die ook bij woonwagenbewoners is, om daar ook nog extra plek te creëren. En het tweede: zoek daarnaast ook of er anders elders in de stad wat te vinden is, mocht je op een gegeven moment bij fase drie onderzoek toch tegen onontkoombare orders oplopen. En als dan zelfs ook die hele zoektocht tot niks leidt, dan kom je terug op de eindconclusie: het kan niet anders dan op de plek blijven zitten waar ze nu zitten, in die volgorde. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter. Er rijden natuurlijk nog steeds meer dan tachtig goederentreinen per dag door Dordrecht heen. Nu heb ik vanmiddag begrepen dat daar het Maaspark komt, met een parkeergarage van 750 auto's, plus de afhandeling van de Zwijndrechtse Brug die eroverheen gaat. Geeft het voldoende bescherming voor onze toekomstige bewoners die daar gaan wonen op dit moment? Of moet er nog iets gebeuren om nog minder goederen gif treinen uit Dordrecht te krijgen? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek of. Vanuit de... De heer Buitenhek: Vanuit de Omgevingseffecten rapportage onderzoeken wij dit soort onderzoeken met betrekking tot geluid, gevaar, afstand en dat soort zaken.

Daaruit is gekomen dat het afschermen door middel van een parkeervoorziening, gecombineerd, je zou ook een scherm neer kunnen zetten, maar wij hebben gekozen voor een parkeervoorzieningen, dat dat afschermen voldoende is om het woningbouwprogramma wat er nu voorgesteld gaat worden door het college, om dat te rechtvaardigen. De voorzitter: Ik zag mijnheer In ’t Veld? En dan wil ik nog… 24

De heer Wringer: Ik had nog een tweede vraag gesteld, die is helemaal niet beantwoord. De voorzitter: Weet u hen nog, de tweede vraag? De heer Buitenhek: Het ging om de openbare ruimte en eigenlijk de sociale cohesie tussen hard en zacht. We hebben zo meteen in deze presentatie nog tien sheets, die door mijn opvolger eventjes gaat zeggen hoe we hard en zacht goed met elkaar combineren. De voorzitter: U zegt 10, daar wilde ik ook even aandacht voor vragen. We zijn bij sheet 9 en er zijn er 35. Dus mijnheer In t Veld, als u nog een vraag heeft, dan kunnen we misschien daarna verder. Het is aan u hoor. vraagje. Maar Jos beter heeft... De heer In ‘t Veld: Voorzitter, dank u wel. Zoals u weet hebben de fracties van de VSP en fractie Van Waardhuizen een initiatiefvoorstel ingediend met betrekking tot de woonwagens. En mijn vraag is: in hoeverre wordt het hierin meegenomen? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek of de wethouder. De heer Burggraaf: Ik herinner mij dat het initiatiefvoorstel en het college-advies daarbij was: ga vooral met elkaar het gesprek voeren over de uitgangspunten, met elkaar, hoe u erin staat. Dus het college wacht dat gesprek af. En de conclusies die daaruit komen. En verder is het zo, met betrekking tot de gebiedsontwikkeling, zoals ik hem net uitvoerig heb toegelicht op de vraag van de heer van de heer Van der Kruijff.

De heer In ‘t Veld: Dan even een vervolgvraag. Volgens mij zei de wethouder dat er een college reactie, dat er vooral in stond: ga met elkaar in overleg. Ik ken geen collegereactie, eerlijk gezegd. De heer Burggraaf: Dan moet u nog eens in uw archief duiken. De voorzitter: Ik hoor hier van twee kanten dat het er is en dan denk ik dat het ook zo is, maar het wordt wel opgezocht, mevrouw Stolk. Prima, mijnheer Buitenhek, wat mij betreft gaat u tien, elf en twaalf doen. De heer Buitenhek: het stedenbouwkundig masterplan en de voorkeursvariant. Daarmee geef ik het stokje nu over aan de medewerkers van Mecanoo, die voor ons het onderzoek hebben gedaan om al de randvoorwaarden en de keuzes die gemaakt worden, om dat stedenbouwkundig mooi in te passen. Armand, zal ik jou het stokje overgeven? De heer Paardekooper: Doet hij het, met twee apparaten in mijn hand? Goedenavond allemaal en heel fijn u hier live te zien. Een aantal van u heb ik een aantal jaren geleden, alles was digitaal, dus dit was heel fijn dat we én konden fietsen én dat we elkaar hier kunnen zien. De vorige spreker vanmiddag, die had het over architecten en stedenbouwkundigen die ingewikkeld taalgebruik toepassen. Ik probeer dat te voorkomen en gewoon in gewone mensentaal toe te lichten waar wij mee bezig zijn. En ik wil heel graag het gesprek daarover, ik heb geen uur, maar tien minuten om het toe te lichten.

Dus er zullen heel veel vragen zijn en laten we daar vooral de tijd voor nemen. Een aantal van de… Gaat hij ook door als ik klik? Dat werkt? Ja, dat gaat goed. Een 25

aantal van de opmerkingen die ik nu hoor; er zijn zorgen, er zijn vragen, terecht. We hebben denk ik twee weken geleden, hebben we de bewonersavond ook gehad. Goed om een aantal vragen en opmerking die daar waren hier ook te bespreken, voor zover die hier niet besproken zijn. Waar ik wel in eerste instantie kort wil mee wil beginnen, is dat we los van de complexiteit van de opgave, de complexiteit van geluid, van veiligheid van bereikbaarheid, dat het een enorme kans is. En dat wij ook aan iets heel moois mogen werken met elkaar. Niet alleen wij als architect, maar ook met adviseurs vanuit Antea bijvoorbeeld, want die doen heel goed werk in de complexiteit van de omgeving. De OER is al vaker genoemd. Natuurlijk ook alle mensen vanuit de gemeente, Roelf met haar team, Ronald, Mark et cetera. Er wordt keihard aan gewerkt, ook op die aspecten van veiligheid, et cetera. Uiteindelijk gaat het over iets, wat we vanmiddag ook hoorden, wat gaat deze plek ook als betekenis voor de stad en voor de bewoners, voor de ondernemers van jong tot oud, betekenen? En daar zijn we in de visie natuurlijk met elkaar, hebben we het daar ook over gehad. Hoe die stad vanuit de identiteit van Dordrecht, bijvoorbeeld weer die mooie stad aan het water kan worden.

Ook als je in Krispijn woont of in de binnenstad, hoe bereik ik dat water ook weer? Hoe ga ik dat ook weer beleven? Hoe wordt het een stad waar je wellicht niet dominant die auto altijd ervaart, maar zoals de ambitie ooit door Dordrecht al jaren geleden is vaststelt, kan het niet veel meer over verblijven en over wandelen en over fietsen gaan. En kan het ook als parel in de Delta ook veel meer vergroenen en dat we die kwaliteit van de Hollandse Delta en ook veel meer daar gaan beleven. Een andere opmerking van Het Anker daarnet, was dat stedenbouwkundigen altijd van bovenaf als een soort vogel eroverheen vliegen. Dat zien we hier letterlijk, maar we hebben ook heel bewust juist een aantal van die beelden op ooghoogte gemaakt, dat we ook echt testen met elkaar: hoe beleven we dit zo meteen als ik door dat gebied fiets, wandel of loop, als ik daar woon? Terecht de opmerking van daarnet bijvoorbeeld is: hier stonden wij vanmiddag, het rangeerterrein en de parkeerplaats. Als je daar zo rondfietst denk je: kan het dit worden? Maar dat kan absoluut. Vooral ook wat je hier al een aantal dingen die Mark ook vanmiddag vertelde, een gebied met langs het spoor inderdaad, veel aspecten van veiligheid, complexiteit, geluid.

Juist het parkeren daar in en talud tegen dat spoor positioneren, maakt dat die wijk een plek wordt waar het ook fijn wordt om te zijn, waar je het geluid ook weert, waar je de veiligheid ook vergroot. Dus we hebben vanuit de complexiteit, ook in de uitwerking nu, steeds gezocht: hoe kan je het probleem ook benutten om er ook een kans van te maken? Want je had ook woningen nog dichter op het spoor kunnen maken. Maar waar we heel bewust hebben gekeken; er moet een investering voor mobiliteitshub komen, kan dat gecombineerd met die bus route langs het spoor? Zorgt het gelijk om het geluid te weren, om de veiligheid te vergroten en ontstaat er een park met een ruime afstand, dat is zo'n 200 meter, waarbij je ruimschoots in de veiligheidscontouren komt, voor zo'n nieuwe wijk. Om het nog concreter te maken; binnen 30 meter is echt een vrijwaringszone waar je niet mag bouwen voor verblijfsgebieden, als het gaat over woningen. En als er 200 meter, binnen die 200 meter van 30 tot 200, zou je al functies kunnen maken, niet woonfuncties. Maar het wonen zit allemaal ruimschoots daarbuiten.

26

Daarnaast is het ook gelijk een plek geworden, wat je al ziet, die onhandige trap vanaf het skatepark naar boven toe de brug, daar hebben we juist gezegd: zou dat niet een hele mooie route vanaf dat niveau naar beneden worden, dat je in het park een nog betere bereikbaarheid naar de kade, naar de binnenstad. Dus dat ook op die manier echt een verbetering gaat worden voor het fietsen. Een ander fietspad wat je hier ook in het beeld ziet, dat is de F16, die ook al vanmiddag werd genoemd. Snelfietsroute vanuit Rotterdam, helemaal tot aan Dordrecht en Amstelwijk, waar de provincie ook een belangrijke rol in heeft. Dus dat je eigenlijk heel veel verschillende functionaliteiten bij elkaar samenbrengt. En wat je hier ook ziet, dat het park juist ontworpen is als plek waar je ook het water heel mooi gaat beleven. En een plek waar je doordeweeks fijn, of dagelijks, fijn is om naartoe te gaan, maar ook waar evenementen kunnen plaatsvinden. Als ik dan even terugga naar dit beeld, dan zie je dus eigenlijk dat we de wijk zo hebben ontworpen, aangesloten op de wijk Krispijn. Maar ook met een aantal belangrijke routes die de verbinding echt gaan maken met het water, met de wijken, met de verschillende programma's. Fase één en twee werd net benoemd. Dat gaat er ook over dat dit een grootschalige gebiedsontwikkeling inderdaad is, waar heel veel jaren overheen gaan.

Maar waar wij ook al hebben gezegd: waar kan je dan beginnen? En als je dan op termijn fase twee veel meer richting Van der Wees en de haven, een volgende fase gaat ontwikkelen, hebben we bewust in dit hele traject wel al met elkaar mee-ontworpen, zodat we ook die mogelijkheid ook goed kunnen maken. Dus dat je alles wat je nu ontwerpt, al goed aansluit op wat mogelijk op termijn in een veel latere fase gaat gebeuren. Een ander interessant gegeven wat je hier ziet, is dat op deze plek, hier loopt nu nog de Brugweg, de Zwijndrechtse Brug, stadsbrug. Ik heb zoveel name gehoord inmiddels. En dat dat juist ook … Je ziet hier ook nog een deel van de constructie. Misschien wordt dat juist … Waar dat nu en ook in de visie nog, dus de brug was die vergroend zou worden, daar hebben wij ook een aantal keuzes gemaakt. Dat ging zo'n enorme investering kosten, het groen zou je er ook niet op kunnen plaatsen, constructief. Dus we hebben ook daar keuzes gemaakt in de uitwerking. En daar komt ook echt wel het proces met de OER en het ontwerpen, wat steeds parallel gaat, hebben we dat verder gebracht. Waarbij we keuze hebben gemaakt: laat die brug hier ophouden. Daar zit hij nog op hoog niveau, met een prachtig uitzicht over die nieuwe wijk. En waar die brug ooit liep dan - ik praat nu alvast in de toekomst - wordt dat het mooie hart en een groen park waar de woningen omheen zijn gegroepeerd.

Een andere belangrijke die je ook hierin ziet, is natuurlijk dat het gebied, dit zou dat hart dan kunnen worden. Ook hier, je kan de QR-code ook scannen, of later nog, ze zijn er ook op de panelen te zien. En dan kan je er ook in 180 of 360 graden doorheen. Dus dat geeft nog meer de beleving dan het beeld. Maar in zo’n hart, daar komen verschillende functies, heel gevarieerd qua wonen. Ik weet, daar is het nog niet zo heel veel over gegaan. Maar het gaat over een divers programma met sociaal, middenhuur, betaalbare koop en dure koop. Dus echt een mix voor iedereen eigenlijk, dus voor jonge doelgroepen, ouderen en natuurlijk ook een groot deel met voorzieningen. En dit is dan een beeld, als we op de Brugweg staan. En waarbij je dus heel mooi over de nieuwe wijk kan kijken. Natuurlijk zijn dit eerste beelden, waar dat ook nog een uitwerking nodig heeft, maar daar zie je al hoe dat hart ook een hele mooie route door die wijk kan gaan worden. Dat hebben we nu de groene corridor genoemd.

27

Die begint dus bij het Maaspark. Dit heeft de naam Maaspark gekregen. Je ziet hier ook, hoe mooi dat eigenlijk verbonden is met die fietsroute naar het station. Waar we vanochtend hier stonden, ook keuzes gemaakt om deze rij woningen ook te laten staan. In de visie stond hier bijvoorbeeld een toren. Ook dat soort keuzes zijn nu echt goed afgewogen in de onderzoeken, waar we zeggen: dat kan eigenlijk qua veiligheid helemaal niet. Dus ook daar verder doorgewerkt en echt gezegd: wanneer kan deze wijk juist ook een hele mooie wijk worden, waar het fijn is om te wonen, om te verblijven? Een andere belangrijke die ook is blijven staan en verder is doorgewerkt, is het verkeer. Daar hebben we het nu vandaag ook wel meer over gehad, daar zijn ook veel vragen over. De bus route zie je eigenlijk heel goed in dit beeld. Die gaat aan deze zijde, dus gebundeld langs het spoor. En maakt dan de bocht, waar we hier met de fiets stonden, over de Weeskinderendijk. Komt dan eigenlijk op de Weeskinderendijk beneden. En maakt weer de verbinding met de Dokweg. Dus daar zien we het eigenlijk heel goed. Wat je hier daarom ook als gevolg ziet, is dat dit hele gebied autoluw is, dus daar komen geen auto's. Daar is het gewoon fijn om te wandelen. Daar kan je vanuit je woning, ook kinderen kunnen daar gewoon spelen. En het verkeer zit echt op twee, in de verschillende hubs.

Dus één is de mobiliteitshub, hier langs het spoor. Een tweede is hier in het gebied langs de snelweg, langs de A16. En een derde zit ook nog in de Put, onder deze bebouwing. En zo krijg je eigenlijk dat die hele wijk echt autovrij wordt, voor fietsen, voor wandelen en dat we echt een verblijfsgebied hiervan gaan maken. En ook een gebied wat we maximaal kunnen gaan vergroenen, want dat is een van de andere ambities, ook in het kader van klimaat, hittestress, wateropgaves waar we mee zitten. En ook waar ik het net al over had: het karakter van deze wijk, dat we daar gewoon echt een hele mooie groene wijk van maken, die past bij het eiland van Dordrecht. De voorzitter: Mijnheer Paardekooper? De heer Paardekooper: Ik ga te lang door. De voorzitter: Nee helemaal niet. Het is blijkbaar zo boeiend, dat pas nu de eerste vraag komt. En eerlijk gezegd, er waren ook wel een paar sheets, daar kon je beter even doorgaan. Maar mevrouw Kamphuis heeft een vraag. Mevrouw Kamphuis: U zegt een autovrij gebied. Maar is er rekening mee gehouden dat mensen daar de auto nodig hebben, omdat dat hun benen zijn en ze niet ver kunnen lopen? De heer Paardekooper: Een terechte vraag. Kijk, autoluw betekent dat het voor eigenlijk iedereen zo is, dat je auto's in die parkeerhubs, die mobiliteitshubs parkeert.

En altijd voor bestemmingsverkeer, voor mensen, voor nooddiensten zal je dat gebied ook toegankelijk maken voor ambulances, voor een keer een ophaaldienst. Dus zo is het gebied wel opgebouwd en dat heeft misschien, iets waar nu tekort de tijd voor is, maar wat we in veel andere wijken ook al zo ontwerpen. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Even ter aanvulling op wat mevrouw Kamphuis zei: ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat we rekening houden met houders van de gehandicapten-

28

parkeerkaarten in deze. Sowieso is dat een groep die je makkelijk kan definiëren, want dat zijn mensen die minder dan 200 meter kunnen lopen over het algemeen. De voorzitter: Dat was een opmerking denk ik. Heel goed, terecht. De heer Paardekooper: Als ik gelijk mag aanvullen? Het heeft ook sowieso te maken want daar heb ik nog niet zoveel over kunnen zeggen - maar waar je welk programma ook plaatst, welke type woningen. Dus er zit een stuk zorgwoningen ook als programma in deze hele wijk. Dat zetten we ook aan de rand waar het ook goed bereikbaar is. Dus op die manier kijken we er ook naar. De voorzitter: Mevrouw Stolk had een vraag. Mevrouw Stolk: Het is niet helemaal een vraag maar misschien meer een opmerking. Dank ook voor deze presentatie, het ziet er echt allemaal geweldig uit hoor, ik kan niet anders zeggen. Maar nog even terugkomend op vanmiddag. Mijnheer Anker die hier vanmiddag een presentatie gaf, die zei en dat triggerde mij wel heel erg: dit moet een project worden van zowel de raad als het college. Je moet hier in gezamenlijkheid in optrekken, want anders krijg je dit gewoon niet voor elkaar. Wat ik dan nu even mee wil geven is - en ik heb het er net al over gehad - over die brug autoluw of autovrij. Wij lezen dat dan uit de krant en ikzelf hoor vandaag voor het eerst uit monde van het college, dat die brug een autovrije wordt.

Hoe kunnen we nou in de toekomst voorkomen, dat dit niet meer gebeurt? Want als wij dit met elkaar moeten gaan doen, dan moeten we ook gezamenlijk optrekken. En dan moeten we ook niet verrast worden van die brug. Want wij hebben gekozen voor een variant volgens mij, wij waren daar geen voorstander van overigens, maar dat die brug niet autoluw zou worden. Maar als we hierin gezamenlijk optrekken, dat we dan ook duidelijk een verhaal hebben. En dat we niet voor verrassingen komen te staan en. De voorzitter: Ik denk dat uw boodschap helder is. En de wethouder wil geloof ik hier kort op reageren, of niet? Nee, het was geen vraag, dat dacht ik ook. Maar je popelde net even, zag ik. Maar dan laten we hem gewoon gaan. Het was een mededeling, hij wordt ongetwijfeld genoteerd. Ik dacht dat ik mijnheer Damen net gezien had en daarna mevrouw Jager. De heer Damen: Als ik naar de plaatjes kijk, dan zie ik dat de Laan der Verenigde Naties gewoon tussen de nieuwbouw en de rivier doorloopt. En ik ervaar de Laan der Verenigde Naties als een formidabele room devider. Dus hoe is er nou die verbinding echt, tussen de wijken en de rivier? Dat vind ik buitengewoon problematisch. Ook in deze tekening. De voorzitter: Mijnheer Paardekooper.

De heer Paardekooper: Ik kan dat, want zover was ik nog niet inderdaad, maar wat wij in het voorstel… Nogmaals, wat ik zei: we hebben nu echt de focus natuurlijk op ontwerpen van die eerste fase, waar we al rekening mee houden, met de mogelijkheid van een overkluizing van de A16, juist als deze wijk daar wel komt op termijn, om die ook heel 29

goed te ontsluiten en nu al te zorgen dat daar goede verbindingen komen. En waar wij vanmiddag stonden, is dat het voorstel wat daarin zit in die verre toekomst, de Dokweg die overgaat in de Laan der Verenigde Naties, die loopt nu zo, dat die eigenlijk langs de snelweg deze kant op gaat. Dat betekent dat de overkluizing ook daaroverheen gaat. En dat je met het wandelen en met het fietsen, autovrij eigenlijk in die volgende wijk ook zou kunnen komen. De heer Damen:[Buiten de microfoon]. De heer Paardekooper: Hier deze, de Dokweg? Kijk, wat wij daar nu hebben gedaan, is zeker een aantal dingen die daar echt belangrijk zijn, is die stamlijn bijvoorbeeld. Dus de kade ook echt, dat is een complex besluit, maar wel één waar we groot voorstander zijn om die zowel uit het Maaspark als van de kade af te halen. De Dokweg is natuurlijk ook nu in aanbouw. Daar hebben we het natuurlijk ook over. We zijn er in het plan nu wel vanuit gegaan van dat hij natuurlijk op die manier wordt afgemaakt. En wat je ziet, is dat we gekeken hebben naar verbeterde verbindingen vanuit het Maaspark naar die Handelskade. Ook vanuit de wijk, ook in de aansluiting op Krispijn. En dat wij hier voor dit profiel, ons ook kunnen voorstellen dat je in plaats van twee keer tweebaansweg, dat dat ook weer compacter zou kunnen worden. Of met een aparte busbaan, of het fietsen.

Dat zal je ook gaan krijgen, dat fietspaden breder moeten worden. Dus het profiel, qua ruimtereservering, zal je nodig hebben. Nu uitgaand van: dit is het profiel ook wat er nu gemaakt wordt. Dat is ook al aanbesteed, maar dat we wel kijken op termijn: hoe zou je het ook nog meer kunnen inrichten, datzelfde gebied? De voorzitter: Dank u. Mevrouw Jager had ook een vraag. Mevrouw Jager: We hebben in een vorige presentatie, ik meen in september, ook al wel gevraagd om het feit dat; we zagen allemaal prachtige plaatjes, maar of er dus ook rekening gehouden ging worden, binnen in de wijk, met de mobiliteit van mensen die minder mobiel zijn. Want we zagen dus overal van die prachtige splitpaden en zo, maar daar kan je dus met een rolstoel niet overheen. Dus de vraag was, u vertelt net van: er komen ook zorgwoningen en die zitten dan wat meer aan de buitenkant. De vraag is: gaat er ook voor gezorgd worden, dat mensen met scootmobiel, rolstoelen, kinderwagens ook in het binnengebied zich vrij kunnen bewegen? Want daar is het nou juist het mooiste, qua parkachtige aanleg. En daar hebben we toen geen antwoord op gekregen. Dat zou in de loop van de tijd wel duidelijk worden, maar ik heb het nu niet langs horen komen. En de vraag is: gaat dat wel gebeuren? Want is wel belangrijk. De heer Paardekooper: Dat gaat zeker gebeuren. Dat zit ook in routes die we hier ontwerpen.

Dat is geen grindpad, dat zijn gewoon goed begaanbare bestrating, eigenlijk voor iedereen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis had ook nog een vraag en dan denk ik dat we verder moeten. Mevrouw Kamphuis: Over die Zwijndrechtse brug; als je dat autovrij wil maken, dan hebben we alleen nog maar de A16 om Zwijndrecht binnen te komen. Er gebeuren best wel heel veel ongelukken bij die tunnel, of net voor die tunnel, of net na die tunnel. En

30

dan kan je Zwijndrecht niet meer in, maar de mensen moeten… Maar ik kan niet fietsen en ik moet naar het ziekenhuis, wat dan? De voorzitter: De wethouder wil hierop antwoorden. De heer Burggraaf: Nou ja voorzitter, dat is wat ik net schetste in het proces, we zijn daar dus onderzoeken op aan het doen. Want uiteindelijk zijn dat herkenbare belangen en zaken die we ook willen kunnen beantwoorden, voordat je zo'n besluit kan nemen. Dus het begint met het feit dat je een gebiedsontwikkeling wil maken en dat die een kwaliteit vraagt en een aantal randvoorwaarden. Daarmee kom je uit op een uitgangspunt. En vervolgens doe je een onderzoek om te kijken; hoe kan je dat zo organiseren, dat wel de bereikbaarheid van Zwijndrecht goed blijft en de bereikbaarheid in Dordrecht goed blijft aansluiten. En dat zijn de verdiepende onderzoeken die we nu aan het doen zijn. De voorzitter: Helder denk ik. Mijnheer Paardekooper, gaat u verder. De heer Paardekooper: Ik wilde voor de hoofdelementen die ik net al benoemde, dat wij eigenlijk een soort dragers in het plan hebben; het water front, wat echt weer een aantrekkelijke plek wordt. De route die ik net noemde met het cultuurplein op de kop. Dit is de groene corridor. Maaspark, de verbinding. En hier dus ook voor de langere termijn, het ecoduct. En hier, rondom de Hugo de Groot, daar zit nu natuurlijk een school.

En ook daar houden we rekening mee, als we het hebben over een divers programma. Niet alleen wonen, maar ook onderwijs, cultuur, bedrijven die daarin komen. De opbouw heel kort; dit is eigenlijk ook wat uit de onderzoeken volgt. Dat je eigenlijk een rand moet maken, die zorgt dat voldoende het geluid ook geweerd wordt, zodat dit ook een geluidsluw gebied en aantrekkelijk woonmilieu gaat worden. De voorzitter: Mijnheer Paardekooper, er is nog een vraag over de vorige sheet, mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank je wel. Je ziet daar die ecologische structuur, of hoe je hem wil noemen en die stopt eigenlijk voor het water. En ik krijg een beetje een ‘…’ gevoel, met van die beton trappen. Dus mijn vraag is: wordt die ecologische structuur niet meegenomen in de oeververbinding? De heer Paardekooper: Ja zeker. Dit zijn de hoofdlijnen, maar uiteindelijk is het een groen netwerk. Dus het is ook de dijk, Weeskinderendijk, die daar onderdeel van uitmaakt. Het groen en de singels van Krispijn waar je op aansluit. We hebben ook de gesprekken over water, hier zit het gemaal en dat we hier juist een park van zouden kunnen maken, waar het water eigenlijk onderdeel wordt van de hele waterstructuur. Dus ook alle ambtenaren van Groenblauwe Stad, dat is helemaal meegenomen in de hoeveelheid water, in de hittestress, in de ecologie.

En uiteindelijk, het allerbelangrijkste in het maken van een groene wijk, die ook ecologisch en qua biodiversiteit heel sterk is, is dat het een netwerk is. Dus niet een route, maar netwerk van groen. En dat zit eigenlijk door het hele plan.

31

Mevrouw Van Herwijnen: Als we het dan toch over groen hebben; in de sportvisie wordt gesproken over de drie-dertig-driehonderdregel, dat we die inderdaad ook bij nieuwe ontwikkelingen meegenomen willen hebben. Die wordt hierin ook meegenomen? De heer Paardekooper: Ja, dus eigenlijk al het vigerend beleid, dus ook als het gaat over woonvisie, over sport, dat is eigenlijk Groenblauwe Stad; mobiliteit dat is eigenlijk allemaal meegenomen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, maar dat het dus een onderdeel wordt, wat in de sportvisie staat, dat gaat dus over groen? De heer Paardekooper: Ja, dat sowieso. Ik had het over geluid en de wering van het geluid, het maken van het autoluwe gebied. Dus echt wandelen en fietsen, hier zie je nog een keer wat ik net vertelde daarover. De voorzitter: De heer de Feijter heeft ook nog een vraag voor u. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Dat ging ook nog over twee sheets hiervoor, met een geluid afschermende bebouwing. Moet ik dit dan zien dat de bebouwing die aan de randen staat, dat daar dan dus geen woning in zouden kunnen? De heer Paardekooper: Ja wel, maar er zijn andere vereisten dan. Dus als je het over woningbouw hebt, wat je wel eens in huidige typologie ziet, is een gebouw met zo'n diepe beukmaat, dat je aan weerszijden woningen hebt, enkelzijdig georiënteerd bijvoorbeeld.

Hier zit het zo, dat als wij hier woningen maken, dat die altijd aan weerszijden openingen hebben. Dus dat je een geluidluwe kant hebt en een kant die misschien meer geluid vangt. Het is dus wel dat er woningen komen. Mag ik door, mijnheer de voorzitter? Ik leer het wel. En daar zit ook een schaalsprong in, van routes die echt op de schaal van de stad en de wijken daarbij horen. Dus daar zal je ook een veel publieker karakter krijgen. En waar we ook rekening mee houden, dat de bebouwing zich groepeert rondom misschien een wat beslotener hof. Wat je heel erg veel ziet, is dat de schaal; wanneer gaat dit een levendige wijk worden, ook sociaal, dat je je buren kent, dat het fijn wordt om er te wonen? Dat heeft met voorzieningen te maken, maar het heeft ook heel erg te maken met de schaal van je bebouwing. Dus we proberen hier ook van publiek, naar semipubliek, naar je private omgeving. En wat je ziet uit onderzoek, is dat eigenlijk de schaal van zo'n dertig tot vijftig woningen, rondom een gezamenlijke buitenruimte bijvoorbeeld, maakt dat je je buren ook kent en dat je ook iets deelt met elkaar. Dat is een van de ambities ook, dat het echt een stad wordt die ook een heel belangrijk sociale bijdrage gaat leveren en waar je een beetje lief bent voor elkaar. Voorzieningen, zeker langs het Maaspark. We zijn dit nog wel verder aan het onderzoeken.

Ik denk dat ook tijdens de fietstocht hebben we het daarover gehad; je kan nu wel een richting geven van welke voorzieningen, maar dit heeft ook… Ik zou bijna als vraag ook willen stellen aan u als raad: denk daarin mee. Want het gaat echt om het maken van dit gebied, waar je in de lange termijn zowel - op de korte termijn, met tijdelijke programmering - en de lange termijn moet gaan nadenken; wat voor wijk wordt dit? Welke functies komen er, welke voorzieningen? Dat gaat niet vanzelf, daar moet je echt lang aan werken met elkaar. En ook af en toe aanpassen als je ziet dat iets niet werkt. 32

De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik vind het een hele mooie en ook terechte suggestie. Want ik denk dat deze raad niets liever doet dan dat. Maar als we nou kijken naar de tijdslijn die we hebben voorgelegd gekregen, wat is dan het moment? Moeten we dat vandaag doen? Want het is een consultatiesessie. Dan hebben we nog vijf minuten, dat lijkt me te kort. De heer Paardekooper: Het zal in fases gebouwd worden. Dus deels zou je nu al kunnen starten met een evenement. Wij hebben ook tijdens de visie – dat vond ik heel erg interessant - de stad-labs gehad, waarbij ook mensen uit de stad zeiden: ik wil daar eigenlijk al iets gaan doen. Ik zou dat vooral proberen aan te moedigen en te stimuleren. Dat kunnen mensen zijn ook vanuit het skatepark. Dat zijn ook bewoners en ondernemers die daar misschien wel een tijdelijk evenement, in de vorm van kunst, wat ook al deels gebeurt. Maar het kan ook iets zijn wat je - we hadden het er tijdens het fietsen over - misschien wel seizoensgebonden. Dat je bijna paviljoenachtig, ik woon zelf dichtbij het strand, wat je misschien wel terug laat keren. En die ruimte die is er zeker. Het is niet dat er te weinig tijd is, want je gaat ontwikkelen. Er zal een eerste fase ontwikkeld worden en zo ga je door. En laat het vooral, die tijdelijkheid, benut het.

Gebruik het om ook verder invulling te geven aan de uiteindelijke realisatie. De voorzitter: Mevrouw van Herwijnen wil wat vragen, maar vooraf even: mijnheer Van der Kruijff, we hebben nog 35 minuten hoor, dus het valt mee. Mevrouw Van Herwijnen: Ik weet niet of ik die vraag helemaal aan u moet richten, maar die andere functies, die hebben natuurlijk ook invloed op het bestemmingsplan en wat je daar wel en niet toelaat. Die procedure die gaat natuurlijk ook gewoon door, dus hoe zit daar dan de inbreng van de raad in? De heer Buitenhek: In de procedure die nu loopt tot het bestemmingsplan, is dat op 5 december richting het college. En voor de zomervakantie voornemens om in de raad voor te leggen. Dus in die periode praten wil het college graag de raad bijpraten over de mogelijkheden van wat er in de zienswijze komt en de ideeën die uiteraard nog naar voren komen, voor de zomervakantie. We zijn voornemens in de planning, kom straks daar nog even op terug, om dan de raad voor te laten stellen om het bestemmingsplan vast te stellen. Het bestemmingsplan, is een bestemmingsplan wat vrij veel ruimte biedt, om deze dingen die we nu vanavond hebben besproken, langjarig te faciliteren.

Dus u hoeft zich geen zorgen te maken, dat als je per ongeluk een keertje een week op vakantie bent en de besluitvorming is er, dat u de komende tien jaar, of vijftien jaar, niet nog een keer kan zeggen: dit willen we. Dus de vraag is vooral een bestuurlijk kader vaststellen voor de zomervakantie. En juist gezamenlijk op de komende tien tot vijftien jaar die ontwikkeling mee te maken. De voorzitter: Mevrouw Stolk.

33

Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik hoor wat - ik ben even uw naam kwijt - ik hoor wat mijnheer Buitenhek zegt. Maar ik wil toch nog heel eventjes terugkomen op het initiatiefvoorstel van VSP en fractie Van Waardhuizen. Want ik hoor nu zeggen: we moeten voor de zomer een besluit nemen, ons initiatiefvoorstel - we hebben in juni van dit jaar, hebben we een uitstel bericht gekregen van het college - en voor de rest hebben wij geen beantwoording gehad. Dus kan de wethouder daar ons toezeggen dat we dat zo spoedig mogelijk kunnen krijgen? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat ga ik uitzoeken, want wij hebben het gewoon in het college besproken. Dus ik zoek even waar het is en zorg dat u die zo snel mogelijk krijgt. De voorzitter: De griffier is aan het zoeken. De heer Burggraaf: Nog even een ander ding, misschien toch ook nog wel even in de context mee te geven; de normale procesgang is ook zo, dat het college een bestemmingsplan uitwerkt, die vervolgens ter zienswijze wordt voorgelegd. En dan vervolgens op basis van de zienswijze gaat het bestemmingsplan naar u als raad en gaat u daar een besluit over nemen. En kan je daarop dus ook als je zegt: dit is een zienswijze waarvan ik denk, dat snijdt hout en u vindt de meerderheid, dan kunt u ook een bestemmingsplan amenderen voordat je hem vaststelt. Om maar even het beeld te schetsten dat we inderdaad veel te doen hebben, richting 5 december.

Maar dat de raad, zoals gebruikelijk bij een bestemmingsplan, ook weer aan zet is op het moment dat die vervolgens ter zienswijze neergelegd en dan weer bij u voor komt te liggen. De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, toch nog even in vervolg op het antwoord van de wethouder; 5 december is natuurlijk heel dichtbij. Als je dan kijkt naar ons initiatiefvoorstel, samen met de VSP, dat is heel erg kort dag. En we hebben natuurlijk al vaker gehoord; op het moment dat er een bestemmingsplan is vastgesteld en je komt daarna nog met input, dat dan het antwoord vanuit het college is: dat had u bij het bestemmingsplan moeten doen. Dus de vraag is eigenlijk: welke ruimte biedt dan het bestemmingsplan om later nog wijzigingen alsnog te kunnen toevoegen, in plaats van dat we nu al helemaal dichttimmeren? En als je dat niet helemaal dichttimmert, dan heb je eigenlijk geen vastgesteld bestemmingsplan. Dus ik ben nog even zoekende hoe we dan op basis van al die vragen en die min of meer, die dingen die gezegd worden: u kan meedenken, u moet nog wat dingen input leveren, we gaan naar woonwagens kijken. Ja, dan denk ik, 5 december. Er valt nog een vakantie tussenuit, dus reken maar uit, dat gaat dus niet lukken. De voorzitter: Wil iemand daarop reageren? De heer Buitenhek? De heer Buitenhek: Dank u wel.

Ik kom straks nog even met een scheet met de planning, waar beide partijen goed naar kunnen kijken. Er is een planning richting het college, die ligt op 5 december. Dus het college moet al zijn huiswerk op tijd afhebben op 5 34

december, om een besluit te kunnen nemen, om het bestemmingsplan ter inzage te leggen op 14 december. U als raad heeft langer de tijd. En dat is de tijd tot ongeveer voor de zomervakantie. En dan is het voorstel van het college, om hem voor de zomervakantie in te brengen. Maar zoals u weet, bent u als raad zelf agenda plichtig. En als u zegt: ik doe er een week langer over, of ik doe het na de zomervakantie, dan is dat het recht van de raad. Dus het is niet zo, dat u voor 5 december al uw wensen, uw zaken in hoeft te brengen. Het college is nu aan zet, naar aanleiding van de visie die u vastgesteld heeft, om die visie te vertalen naar een voorstel zoals het vanavond aan u gepresenteerd is. Daar neemt het college als eerste op 5 december beslissing over. De voorzitter: Dank u. De heer Kleinpaste heeft nog een vraag en daarna zou ik het fijn vinden, want ik ga een klein beetje naar de klok kijken. Er zijn nog vijf dia’s ongeveer van de heer Paardekooper en daarna wil de heer Buitenhek nog. De wethouder wil ook nog iets zeggen dus een klein beetje vaart nu mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik weet niet eens of het precies een vraag is, of een bespiegeling.

Maar ik ben een beetje zoekende hoe we nou ook, indachtig het verhaal wat we van mijnheer Anker hebben gehoord vandaag, zouden kunnen werken met elkaar, gemeenteraad en college, aan een structuur die wat minder uitgaat van de oude vastgestelde lijnen, waarlangs je met een bestemmingsplan bezig kunt zijn, naar een situatie waarin we echt elkaar bij de hand nemen en gaan meedenken met elkaar. Ik mis dat nog een beetje. En ik voel me in deze consultatie daar ook niet toe uitgenodigd, zal ik bekennen. Dus ik ben een beetje op zoek en dat is een bespiegeling, of we daar met elkaar verbetering in zouden kunnen aanbrengen om in zo'n majeur project echt goed met elkaar op pad te gaan. De voorzitter: Een bespiegeling behoeft geen antwoord, maar de wethouder die gaat er toch even op reageren volgens mij.

De heer Burggraaf: Nou ja, in die zin; de bespiegeling dat dat precies is zoals wij elke bijeenkomst nu met u hebben georganiseerd. Om dat met elkaar op te starten, zodat we in gezamenlijkheid daarnaartoe kunnen werken. Als u daar suggesties vervolgens nog heeft, dan hoor ik die ook graag hierna. Als u zegt: we hebben nog behoefte aan een keer een verdiepende sessie, of wat dan ook, nogmaals, we hebben u voor de zomer in een beslotenheid willen informeren. We hadden daar ook initieel meer tijd voor gevraagd, maar die is toen van de agendacommissie niet, die tijd was er toen niet. Nou ben ik blij dat we dat vandaag met elkaar zo hebben kunnen doen. En dat is ook om met elkaar dus, in ieder geval concludeer ik hieruit, dat we met elkaar inzien dat het een grote gebiedsontwikkeling is, waar we een gezamenlijke verantwoordelijkheid in hebben. Waarin ook natuurlijk u verschillende rollen heeft, in de zin van; u geeft een visie, vervolgens voor de uitwerking daarvan, aan ons de opdracht om die puzzel te gaan leggen en te kijken tot welke keuzes kom je dan? In welke richting kom je dan? Nou, dan krijg je het formele traject, zoals de heer Buitenhek net schetste na 14 december. Maar als u zegt: voordat uw college op 5 december dat besluit neemt, dan hebben wij

35

behoefte om nog met elkaar, wat dan ook. Denkt er even over na, maak dat kenbaar bij ons en dan kijken hoe we dat nog kunnen gaan organiseren. De voorzitter: Ik stel voor dat mijnheer Paardekooper zijn verhaal nu eventjes afmaakt. En dan kijken we of daar nog wat dringende vragen voor zijn. En dan kan de heer Buitenhek daarna verder. De heer Paardekooper: Ik denk dat het aanhaakt op wat er nu is gezegd. Input is zeker de bedoeling, ook naar aanleiding van wat we vandaag hebben gezien en besproken en gepresenteerd. We nemen dat ook sowieso mee. Ik denk dat het enerzijds proces en besluitvorming en input is. Anderzijds misschien ook een stuk uitleg, dat er behoorlijk wat ruimte zit, ook in het bestemmingsplan zoals het nu is opgezet in het programma. En daar is nog heel veel wat niet is vastgelegd, waar we juist met elkaar de beslissingen ook in nemen. Om een voorbeeld te geven: wij weten nu nog niet concreet van alles wat daar aan voorzieningen komen, waar dat precies komt, welke voorzieningen dat zijn. Dus laten we het daar vooral over hebben. We weten dat het een range is nu, in de variant die we nu hebben getekend, van ongeveer - zeg ik uit mijn hoofd - 50.000 vierkante meter aan niet-wonen. Maar er zit ruimte in het bestemmingsplannen ook, om naar 70.000 te gaan bijvoorbeeld.

Dus het is iets wat we ook echt… Misschien ook nog de toelichting; er zit heel veel ruimte in het plan. Om het nog concreter te maken; dit is ongeveer wat het bestemmingsplan zegt, waar kan er gebouwd worden? Eigenlijk in dit hele gebied, zijn er wel de kaders qua geluid en contouren, wat ik net heb benoemd. Maar qua hoogte en waar je je bebouwing gaat maken, met welke typologie, is eigenlijk iets wat je zo meteen ook met, hoe je de procedures met marktpartijen gaat doen, echt nog met elkaar verder gaat brengen. Dus er zit behoorlijk wat ruimte en vrijheid in, om het met elkaar verder te brengen. Belangrijk ook dat hier vooral de hoofdlijnen in zo'n bestemmingsplan worden vastgelegd, wat je echt vooral wil en wat ook moet vanuit de contouren die uit de OER naar voren zijn gekomen. Dat heeft voor nu tot dit model geleid. En ik wil heel kort nog even in de laatste sheet toelichten hoe we daartoe zijn gekomen. Er zijn vanuit die OER, hoe werkt dat, zijn verschillende bouwstenen met bijvoorbeeld geluid, veiligheid, Groenblauwe Stad zit daar ook in, daar maak je keuzes in: welke onderdelen wil je wel, welke werken niet? Er zit ook bijvoorbeeld die gevaarlijke stoffen, of noem maar op. En bij elk thema eigenlijk, elk onderwerp, zit daar ook een ambitie van de kwaliteit die je met elkaar wil behalen.

Dat heeft geleid eigenlijk in hoe zo'n OER ook werkt; dat je hem doorrekent in een behoudende variant een hoogstedelijke en een groene en gezonde. Dus één gaat veel meer uit van nog veel meer verdichting, nog veel meer wonen. Welke effecten en welke maatregelen; wat betekent dat dan in alle contouren qua omgevingseffecten. Als je veel meer inzet op groen en gezond, dan zie je het al: veel meer buitenruimte, veel meer die ecologische hoofdstructuur veel minder woningen dan. Welke voor- en nadelen zien we daar dan nou? En zo zijn er afwegingen gemaakt, wat heeft geleid tot het model wat we hier nu voor ons zien in de maquette, maar ook in wat ik vandaag presenteer. En dat is eigenlijk een de best of all, zou ik maar even willen zeggen. Dus dat is hoe zo'n proces doorlopen is en waar we met elkaar keuzes maken, tot een voorkeursvariant zoals we die nu noemen. Dat neemt niet weg dat ik eigenlijk, daar wil ik eigenlijk vooral even naartoe: de input en de inbreng, de ruimte die er dus is, dat die hele range, dat we het daar nog met elkaar ook over kunnen 36

hebben. Hoe ga je nou voor de 3500 woningen, waar we het nu over hebben? Of misschien wel 4000? Dat is eigenlijk iets wat ook in het bestemmingsplan de ruimte laat. Ik denk dat ik het daarbij ga laten, want anders komen we niet aan de laatste sheets. En dan geef ik denk het woord aan Ronald, dat jij het laatste stuk proces nog? De voorzitter: Even voor alle zekerheid, mevrouw Kamphuis, had u nog een vraag voor de heer Paardekooper? Dan mag u die vraag nog eventjes stellen. En houdt u de microfoon beet, om te kijken of die voor u is of niet. Mevrouw Kamphuis: Ik was eigenlijk benieuwd; is het al bekend hoeveel sociale huurwoningen er daar komen te staan? De voorzitter: Ja, probeer maar antwoord te geven. De heer Paardekooper: Het percentage wat er nu is, is 20 procent voor dit gebied. En dat dat zeg ik goed uit mijn hoofd? Ja, zo ongeveer 18 tot 20 procent. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, gaat u verder met uw verhaal. De heer Buitenhek: Dank u wel. De laatste paar sheets gaan vooral even, zoals het er ook staat, over het proces waar net al wat vragen over gesteld werden. Wanneer moet ik even opletten en wanneer komen de dingen op ons af? Hier nog even terug de fasering links en rechts. Goed om toch nog een keer tot u te nemen wat de uitgangspunten geweest zijn voor fase één. Fase één dat is dit gebied, dus aan die kant.

Daar zijn een viertal uitdagingen die daarin zitten, die staan hier verwoord bij fase één. Fase twee is dit gebied met het ecoduct met de uitdagingen die we hier hebben. En hier nog een keer de fasering hoe wij de komende jaren fase één, twee en drie gaan organiseren. En dan ziet u, als u snel kan lezen maar ik zal het verklappen; als je op fase één een bestemmingsplan gaat vaststellen en je neemt bijvoorbeeld het uitgangspunt zoals er nu ligt, dat de woonwagens een goede plek moeten vinden, dan ben je wel verplicht om met drie daar wel een oplossing voor te vinden. En daarmee zie je de samenhang tussen één, twee en drie, dat wat je in één doet, consequenties kan hebben voor twee en drie. En die moet je dus gelijk op laten lopen. En daarom zie je, voor ons is dat ook een flinke uitdaging, om eigenlijk drie plannen tegelijkertijd met elkaar in afstemming te brengen. Terwijl het juist heel complex is, omdat je nog niet met alle partijen nu al op dit moment overeenstemming hebt. En dat is even de manier hoe we dat nu oppakken. Daarom gaat het ook echt hand in hand in goede samenwerking. We moeten met alle partners tot een goede afspraak komen, die ook kan landen in het bestemmingsplan. Als u dat vaststelt. De voorzitter: Mevrouw Stolk.

Mevrouw Stolk: Dus eigenlijk als ik goed begrijp zegt u: als we fase één gaan vaststellen heeft dat ten alle tijden consequenties voor fase twee en drie? De heer Buitenhek: Ja dat klopt. Want op het moment dat je in fase één gaat aangeven, bijvoorbeeld over de woonwagens, dat daar het weg bestemmen is opgenomen, dan moet je een oplossing hebben voor dat onderwerp. En daar hebben we gezegd: dat zit in fase drie. Daar moet u later ook een besluit over nemen. Maar er wordt eerst natuurlijk 37

een voorbesluit genomen op één. En daar moet een zekerstelling gedaan worden, want dan moet ook een zekerstelling met Rijkswaterstaat over de brug, met ProRail, over het rangeerterrein, over de stamlijn. Dus er zitten een X-aantal contractafspraken die in fase één geregeld moeten worden, die zijn niet binnen een week klaar, maar die moeten wel klaar zijn op moment dat het proces van besluitvorming aan de orde is. Mevrouw Stolk: Mag ik nog een vervolgvraag stellen? Dus eigenlijk als we fase één beslissen en het bestemmingsplan vaststellen, dan leg je eigenlijk het hele gebied vast? Dat dat hoor ik u eigenlijk zeggen. De voorzitter: De heer Buitenhek gaat dit ontkennen. De heer Buitenhek: Je legt niet het hele gebied vast. Je legt de afspraken vast die nodig zijn, om voor één instemming te krijgen. Dus een voorbeeld hierbij is: op het moment dat u het bestemmingsplan wil vaststellen, dan moet er een afspraak liggen met Zwijndrecht over het uitfaseren en het verwijderen van de Brugweg en met Rijkswaterstaat. Mevrouw Stolk: Ja, heel kort. Dat is dus 5 december, want dan gaat het college… De heer Buitenhek: Nee, dat is niet 5 december. Dat is op het moment dat de raad het bestemmingsplan vaststelt. Dat is in de eerste helft en daar verwachten voor, dat dat voor de zomervakantie volgend jaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27610