2.7 2023.08.29 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Mevrouw Van Benschop: Dat is een moeilijke vraag maar wat ik nog wel wil benadrukken is dat de sessie ervoor, want ik heb die oproep ook gehoord hè en ik weet dat er kinderen zijn voor wie het echt heel ingewikkeld is voor het onderwijs, van waar is iemand nou op zijn plek? Dat is ook voor het samenwerkingsverband ingewikkeld. Toen wij die sessie hadden de vorige keer stonden er dertig kinderen op een wachtlijst. Daar was geen plek voor. Wij hebben die sessie gehad. Dalton heeft toegezegd een klas te openen, ja een klas te starten voor twaalf kinderen. Het samenwerkingsverband heeft zich goed kwaad gemaakt en die is ermee aan de slag gegaan. Op dit moment is er geen wachtlijst. Ik denk dat dat ook iets zegt over hoe wij zaken georganiseerd en gecoördineerd hebben. Neemt niet weg dat er nog steeds kinderen zullen zijn die niet via die weg, hè dus via het regulier onderwijs of het speciaal onderwijs, nou ja op school gehouden kunnen worden en dan kom je denk ik bij de punten die de heer Kleinpaste net benoemde. Moet je dan gaan kijken naar andere leervormen, moet je dan gaan kijken naar hoe je die kinderen op een andere plek misschien wel even pauze kan geven of op een andere manier kan laten leren? Dat is nou precies het gesprek wat we ook voeren als het gaat over dat uitvoeringsprogramma.
Maar ook hier geldt weer dat er ligt een taak bij het onderwijs, er ligt een taak bij het samenwerkingsverband. Maar dat betekent niet dat de gemeente daarin niet stimulerend kan zijn. En ook een beetje, nou ja coördinerend bijna, dat is niet helemaal zo natuurlijk, maar in ieder geval duidelijk kan maken van ja, iemand moet in beweging komen. En dan blijkt ook, als we die vorige sessie zien, dat in een paar maanden tijd het probleem voor die dertig kinderen, nogmaals ik wil echt niets afdoen aan de kinderen die gewoon tussen wal en schip vallen want die zijn er. Maar het probleem wordt wel kleiner als iedereen ook daadwerkelijk zijn rol pakt en gaat zorgen dat we organiseren wat georganiseerd moet worden. De voorzitter: Genoeg denk ik. Mevrouw Boom Mevrouw Boom: Ja. Ja, complimenten daarvoor. Toont ook aan hoe belangrijk de olie van de gemeente kan zijn om dingen voor elkaar te krijgen. Maar ook heel goed dat jullie dat gedaan hebben. Dan nog even, sorry dat moest ik even kwijt, was niet mijn opmerking. Mijn opmerking zit hem vooral in de praktische kant. Ik hoorde u net samenvatten: nou,
20
ik hoor hier vanuit de Raad verschillende en integraal, informerend leren, en specifiek. Deze sessie is begonnen van dit is het punt als Raad om nog wat mee te geven in de startvisie. En daar hoor ik verschillende punten, u voegt het net samen. Mag ik dan ook de conclusie maken dat u dit in de startvisie op uw wijze met wat wij meegeven op uw formulering op gaat nemen: in de startvisie wordt dat passend onderwijs of hoe noemde … informeel leren of een belangrijk item om verder uit te werken? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja voorzitter. Nou niet in de startnotitie, daar gaan we er niet meer opnemen, want die ligt nu voor. Waar het natuurlijk wel meegenomen wordt, dat is de hele reden dat we dit gesprek voeren, is in dat uitvoeringsprogramma. U geeft op dit moment punten mee waarvan u zegt: nou, daar moet aandacht voor komen. We zien dat er kinderen tussen wal en schip vallen. En leuk dat je alle afspraken maakt en dat je zorgt dat je alles bij elkaar brengt. Maar er is dan nog steeds een groep die tussen wal en schip valt en de Raad vindt, hoor ik hier, heel duidelijk: daar moet ook de gemeente een actieve rol in nemen. Dat betekent niet dat wij het gaan organiseren of gaan financieren of … maar het is heel duidelijk dat deze Raad zegt: de gemeente heeft daarin, nou ja in ieder geval een sturende houding aan te nemen.
Ja, hoe moet ik het samenvatten? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel, ik wil wel even aangeven. De wethouder is nog niet klaar met haar verhaal. We moeten ook nog een tweede ronde, conclusie aan het eind. Dus als het niet echt nodig is zou ik vragen maar even parkeren. Eventueel schriftelijk. Mevrouw Van Benschop: Ik dacht, mag ik gewoon alle vragen even langsgaan voor zover dat gaat lukken. De voorzitter: Gaat u daar even snel langs. Mevrouw Van Benschop: Dan was er nog een vraag van de PvdA over de werkagenda mbo. Daar wordt aan gewerkt door het mbo. En wij worden daar zijdelings wel natuurlijk over geïnformeerd en bij betrokken, maar dat is echt een werkagenda van het onderwijs. Zijn er genoeg mensen om het werk te doen? Via het programma Passie, ja is het een programma, is het een project? Nou goed. Passie voor Onderwijs, ja ik zat te denken is het een programma of een project, maar Passie voor Onderwijs wordt er, nou ja actief vanuit het onderwijs gekeken hoe ze mensen kunnen trekken. We hebben ook nog een opgave Menselijk Kapitaal en Arbeidsmarkt waarin we ook krapteberoepen gaan definiëren. Hè dus dat we zeggen: in deze regio hebben we grote tekorten aan onder andere technische beroepen, de zorg is een grote werkgever waar we problemen voorzien en daar geldt hetzelfde ook voor het onderwijs.
Dus dat nemen we wel degelijk mee in de uitwerking van het uitvoeringsprogramma Menselijk Kapitaal. Om mensen in onze regio dus ook richting die sector te brengen. De doorzettingsmacht was een vraag over. Wie zit er aan tafel met doorzettingsmacht? Daarvoor is het expertiseteam Jeugd en Ondersteuning. Staat ook in de technische brief die verzonden is aan de Raad hoe en op welke wijze die hun rol vervullen. En nou ja goed, die doorzettingsmacht hebben. Wat is er nieuw? Nou ja goed. Daar heb ik al op gereageerd. Huisvesting. We hebben gezegd dat de inhoud van dit verhaal, de inhoud van de visie op het voortgezet onderwijs ook
21
leidend is of in ieder geval uitgangspunt is bij het IAP, bij het integraal huisvestingsplan, omdat wij met Gewoon Dordt van mening zijn dat de inhoud uiteindelijk ondersteund wordt door de huisvesting en dat je daarmee ook, nou ja kunt te sturen op de uitvoering van die inhoud. Dus dat wordt gedaan. De heer Kleinpaste: Voorzitter, het verheugt mij dit te horen. Mevrouw Van Benschop: Nou, volgens mij heb ik dan … De voorzitter: Mevrouw Schnabel had nog een vraag over thuiszitters artikel 5b en dergelijke. Mevrouw Van Benschop: O ja. Dat is, dat gaat inderdaad over de vrijstellingen waarbij jongeren dus vrijgesteld worden van het onderwijs op de reguliere wijze. Dat is een bevoegdheid die wordt uitgeoefend door leerplicht, maar het gaat om landelijke wetgeving. De voorzitter: U wilt daar wat over vragen? Mevrouw Schnabel: Ja, want in de stukken komt heel duidelijk naar voren dat daar geen toezicht op is. En ik kan me voorstellen dat wij als gemeente omdat ze dus uitvallen, dat wij daar een actieve rol dan in zouden moeten pakken. Dus … Mevrouw Van Benschop: Nou ja u … Sorry. De PvdA benoemt het nu als uitvallen. Dat is niet in alle gevallen natuurlijk het verhaal. Maar ik denk ook dat dit weer een vraag is die we misschien beter technisch kunnen beantwoorden. De voorzitter: Ja technische vraag. Schriftelijk formuleren.
Mevrouw Van Benschop: Over cijfers, aantallen en dat soort dingen. Ik wil nog wel iets zeggen over, er werd ook iets gezegd over de monitoring of over cijfers van voortijdig schoolverlaters. Hè op het moment dat iemand zonder startkwalificatie van school gaat wordt dat gemeld bij DUO en vervolgens wordt dat dan weer geregistreerd. Die cijfers zijn bij ons dus wel bekend maar dat is geen openbare database. Niet voor de hele stad. Ik neem aan dat we dat wel met de Raad kunnen delen, maar dat is niet iets wat je online even op kunt zoeken. Maar die cijfers zijn er dus wel. We weten wel percentages uitval en … De voorzitter: Voldoende om te komen tot het tweede rondje. En dan wil ik heel kort de mensen die net het woord gevoerd hebben gewoon vragen … vooral gaat het erover dan kun je je vinden van in de uitgangspunten van de visie zoals die voorligt en bedenk dus: er komt een uitvoeringsprogramma achteraan en of ook in uw ogen het proces gewoon goed is. Dus heel kort even daarop reflecteren en dan moeten we daarna kijken wat we met het raadsvoorstel en wat wat we met de RIB doen. Mijnheer Den Hartog, ik ga even met u beginnen. Het mag heel kort. De heer Den Hartog: Nou voorzitter dank u wel, ik zal het heel kort doen. Wij staan hier positief tegenover.
22
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ja, wij staan als VVD hier ook positief tegenover. Mede ook door de toezegging voor het uitvoeringsprogramma en wat ons betreft kan hij dan door. De voorzitter: Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Ook wij staan hier positief tegenover. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Ja, we kunnen er natuurlijk in meegaan, al vinden we wel dat het op dit moment wel nog te algemeen geformuleerd is. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja voorzitter, ik denk dat wij een iets andere verwachting hadden. Misschien gezien de sessies die we hebben gehad met de deelnemers, waar ook een hoop emotie en een hoop is gedeeld hadden we misschien ook verwacht dat hier in de startnotitie dat we daar net wat meer van zouden terugzien. Dat was ook wel mijn verwachting dus vandaar dat ik aan de ene kant op de inhoud heel positief, dat ik daarnaar kijk. Maar aan de andere kant ook dingen mis. Als ik het goed begrijp deelt de wethouder ook dat we die dingen die zijn genoemd die ook een plek kunnen krijgen straks dat die ook een plek gaan krijgen in het uitvoeringsprogramma. Dus als dat de toezegging is die ik ook mevrouw Boom hoor zeggen dan denk ik ja, dan is dat een geruststelling en dan kunnen we positief instemmen met deze startnotitie.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Voorzitter, wij kunnen instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Katif. De heer Katif: Ja voorzitter, enige positiviteit. Maar ik kom graag met een stemverklaring mocht het in de Raad behandeld worden. De voorzitter: Ja. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter in beginsel wel positief hoewel ik in mijn fractie wel ga bespreken of we wellicht toch een amendement indienen op het aspect informeel leren. Maar dat ga ik eerst eens rustig bespreken, kan ook zijn dat het er niet komt. De voorzitter: Mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Positief. De voorzitter: Mijnheer Portier?
23
De heer Portier: Ik heb wat kritische noten geplaatst en gepleit om vooral met een concreet uitvoeringsplannen te komen. Ik heb een soort toezegging gekregen, dus wat mij betreft kan het gewoon door. De voorzitter: Dank u. Dan wil ik, het is net ook al genoemd, nog eventjes toch erop wijzen dat het onderwerp … Gaat u maar, dan kom ik zometeen wel met mijn verhaal. Mevrouw Van Benschop: Nou ja, ik vind het wel belangrijk om nog even te benoemen, want ik begrijp de opmerking van de heer De Heer. Maar deze startnotitie lag al bij de Raad voordat die insprekers kwamen en naar aanleiding van de insprekers hebben we hem weer van de raadsagenda eigenlijk als hamerstuk afgehaald om hem hier te bespreken. Dat is de reden dat er niet hele, nou ja uitgebreide … sorry. Uitgebreide teksten staan over dit specifieke onderwerp, maar dat betekent niet dat wij het niet heel erg serieus nemen en heel belangrijk vinden. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij briefing kreeg u geen tweede termijn, maar evengoed prima. U heeft zelf al complimenten gehad, dan kan ik niet achterblijven natuurlijk hè? Ik was bezig met het zinnetje van dat wat al even genoemd is vanavond, dat op 27 juni besloten is dat er een beeldvormde commissievergadering komt over vroegtijdig schoolverlaters, mbo Da Vinci en aanpak matchmakers. En dat wordt dan op de Dordtse dinsdag 24 oktober.
Wat is er nodig, maatregelen, interventies om deze jongeren op school te houden? Dus dat belooft ook best wel weer een boeiende sessie te worden. Goed. Dan kom ik aan het slot. Ik doe het maar even één voor één. Ik begin met het raadsvoorstel. Dat is dus die startnotitie. Kan ik aannemen dat dat door kan naar de gemeenteraad als hamerstuk? Ja, daar komt ‘ie, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, het kan door als hamerstuk, tenzij we toch met een amendement komen. Dan … De voorzitter: Uiteraard. Dat kan altijd tot op dat moment. Maar van de andere fracties heb ik niks gehoord dus dan ga ik voorlopig uit van een hamerstuk tenzij Gewoon Dordt alsnog roet in het eten gooit. De heer Kleinpaste: Dat vind ik dan weer zo naar samengevat. De voorzitter: Ik zal het de volgende keer wat vriendelijker doen voor mijn goede vriend de heer Kleinpaste. Dat weet hij wel. Als ik het bij één durf, dan is het juist bij hem wel. Tweede was de RIB. Kan die door ter kennisname naar de Raad, is er iemand tegen? Ik zie geen schudden, dus dat kan ook. Nou fijn dan dank ik u daar eigenlijk hartelijk voor. En ook voor het debat, het was best een spannende vond ik. Meer mensen hoor ik dat van, van ja welke kant gaat het er allemaal op. Dat is lastig, en een raadsvoorstel en een RIB. Maar we hebben toch wel een waardevolle avond tot nu toe gehad denk ik, met een mooie afsluiting.
Allen hartelijk dank. En je hebt in ieder geval nog heel even pauze voor de volgende sessie. Dat is ook wel wat waard. Dank u wel. 2. Meerjarenbeleidsplan (MJP) Dienst Gezondheid en Jeugd (consultatie)
24
Voorzitter: de heer Van der Spoel raadsgriffier: mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz
Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA)
Mevr. De Koning (beleidsadviseur Gezondheid) Mevr. Demir (ambtelijke ondersteuning) De voorzitter: Een goedenavond. Ondanks dat we nog niet helemaal compleet zijn denk ik, ik denk dat er nog anderen aankomen. Maar negen uur is negen uur dus dan gaan we gewoon starten. Welkom dat jullie er allemaal zijn. En dan begin ik even aan mijn rechterzijde voordat ik ga gaan vertellen waar we het vanavond over gaan hebben. Want ik wil eerst dat jullie je even voorstellen voor de notulen. Dus gaat uw gang. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer De Vries: André De Vries, VSP. Mevrouw De Koning: Eline De Koning, beleidsadviseur Gezondheid. De heer Van Pelt: Dirk Van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw De Groot: Megan De Groot, Beter Voor Dordt. Mevrouw Van Herwijnen: Irma Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Demir: Saniye Demir, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier.
25
De voorzitter: En mijn naam is Wouter Van der Spoel en ik mag deze avond voorzitten vanavond en we hebben nog een laatkomer, maar dat zijn we inmiddels van het CDA gewend. Dus stelt u zichzelf nog even voor. De heer Van Dam-Timmers: Jan Van Dam-Timmers, CDA Dordrecht, fashionably late. De voorzitter: Goed dat je er bent. Fijn dat jullie er allemaal zijn. We hebben vanavond heel veel gasten en we gaan aan de slag met een consultatie over het Meerjarenbeleidsplan 24/27 Dienst Gezondheid en Jeugd. En een welkom aan onze gasten en de ambtelijke ondersteuning. Nou, mevrouw De Koning heeft zich al voorgesteld. Mevrouw Prak hierachter aanwezig, mevrouw Demir mevrouw Hage en vertegenwoordigers van DG&J mevrouw Joosten, de heer Mellaard. Die hebben allemaal plaatsgenomen op de tribune en mevrouw De Koning en mevrouw Demir die gaan aftrappen vanavond en mochten er vragen zijn die zij niet kunnen beantwoorden dan kunnen ze net als met Avengers mensen invliegen en dan kunnen zij ook vragen beantwoorden. En het is vanavond wel echt de bedoeling dat we goed met elkaar in gesprek gaan, niet zozeer debatteren, maar lekker praten over stellingen. Dat jullie goed je mening naar voren brengen. Want de mening van de gemeenteraadsleden, de commissieleden wordt gevraagd en wij kunnen nu input, of jullie kunnen input leveren.
En mij is gevraagd om ook daar een beetje mee te helpen om dat gesprek goed met elkaar aan te gaan. En dan ga ik nu het woord geven aan mevrouw De Koning en dan mocht het met de stellingen nodig zijn, dan gooit u hem weer terug naar deze kant. Mevrouw De Koning: Helemaal goed. Dank je wel. Ik wilde beginnen met u even kort vijf minuutjes meenemen over waarom ook alweer het meerjarenbeleidsplan van de Dienst Gezondheid en Jeugd en nog even korte welke takken van sport zitten er ook alweer in de dienst. Daar begin ik ook even mee. Het is zoals u weet een gemeenschappelijke regeling waar de GGD, leerplicht, voortijdig schoolverlaten, Veilig Thuis en SOJ onder vallen. Dat het een gemeenschappelijke regeling is betekent ook dat u samen met tien andere gemeenteraden eigenlijk stuurt in deze dienst en dat er tien wethouders in het algemeen bestuur aan het roer staan en dan hebben we ook nog een dagelijks bestuur met vier wethouders. Dus we sturen er behoorlijk op. Maar dat betekent ook dat u niet alle keuzes lokaal kunt maken. Dus dat hebben we geprobeerd uit te leggen in de technische oplegger die u heeft ontvangen en daar, nou hopen we dat mee verhelderd te hebben. Dat meerjarenbeleidsplan, waarom stellen we dat nou eigenlijk op? Nou dat hebben we ook uiteengezet in die gemeenschappelijke regeling met elkaar, dat we dat om de vier jaar doen.
Alle gemeenten in de ‘…’ mogen daar input op leveren, dus ik ben niet de enige ambtenaar in de regio die zo’n sessie doet met de Raad, maar dat doen al mijn regiocollega's ook. En al die input gaat dan naar de Dienst Gezondheid en Jeugd om dat plan, nou ja voor ons vorm te geven. Vaak bent u het overigens wel behoorlijk eens over de dingen die er spelen in de regio en in de zienswijze heb ik tot nu toe gezien, dus dat komt ongetwijfeld goed. Wat ik nog even kort wilde doen is de opgaven uitlichten die er nu in het meerjarenbeleidsplan staan. Dan gaat het om gezond en veilig opgroeien. Om iedereen doet mee. Dat is vooral de leerplicht tak van sport. Vitaal ouder worden en een gezonde leefomgeving voor gezonde mensen. En dan ziet u dat het dus best wel hoog over opgaven zijn die worden uitgewerkt in zo’n plan, dus het detailniveau nou ja, is in die zin beperkt. Daarbij komt dat de Dienst Gezondheid en Jeugd ook heel veel wettelijke taak uitvoert. Dus ja, dat beperkt een beetje de sturingsmogelijkheden die u
26
heeft. Nou dan is er al een mooie ambitie geformuleerd in de bouwstenennotitie die u heeft ontvangen en dat gaat vooral erom dat de inwoners in Zuid-Holland Zuid gezond en veilig opgroeien, maar ook dat ze zich kunnen ontwikkelen naar vermogen in de samenleving. Hier ziet u nog even een mooi plaatje van onze regio waarin we dus samenwerken. Wat ik ook nog even kort wilde toelichten vooraf is dat het meerjarenbeleidsplan an sich niet leidt tot een extra kostenpost. Er worden namelijk in dat meerjarenbeleidsplan geen financiële besluiten genomen. Dat kan wel via een andere route lopen, namelijk via het algemeen bestuur. En dan wordt u weer gevraagd om daar een zienswijze over uit te brengen. Nou, daar heeft u eigenlijk al van gezegd in de begroting 2024: laten we daar, nou ja voorzichtig mee zijn, want we zien ook het financiële perspectief van de gemeente voor dat jaar en de jaren daarop. Nou dan nog even kort: wat doen we vanavond? In die bouwstenennotitie zijn eigenlijk twee vragen aan u voorgelegd. Dat gaat over de regionale ambities die we zien met elkaar en welke prioriteiten u daarin wilt stellen. Maar dat gaat ook over: wat moet er dan regionaal ontwikkeld worden om lokaal te worden toegepast? Nou u heeft denk ik kunnen lezen hoeveel taken er in die dienst georganiseerd zijn dus we kunnen het vanavond niet over alles hebben.
Vandaar dat we ervoor hebben gekozen om, nou per tak in ieder geval een stelling voor te bereiden en dan kunnen we daarover met elkaar het gesprek voeren en nou ja, met die input gaat de dienst weer dat plan door ontwikkelen. Maar vanavond is niet het enige moment dat u input kan geven. Ik heb nog even één keertje de planning erbij gepakt. Ik dacht dat maakt het overzichtelijker, hoop ik. Nou, we doen vanavond die consultatiesessie met u. Dan gaat DG&J verder met het opstellen van het concept MJP. Dan volgt er in januari 2024 een sessie waar ook uw regiocollega's worden uitgenodigd. Sorry hoor, dat is wel even lang praten achter elkaar. Ja en dan volgt er tot maart 2024 een zienswijzeprocedure. Dus dat bereiden we dan ambtelijk en met het college voor u voor en dat leggen we dan weer hier op tafel lokaal. En dan is de bedoeling dat in Q2 2024 het MJP wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. Nou, er zijn nog een aantal andere beleidsontwikkelingen die lopen, namelijk de integrale visie van het sociaal domein, die nog wordt voorgelegd aan u op termijn. De lokale nota Publieke Gezondheid gaat lopen. Dat begint ook met een startnotitie die ook wordt aangeboden rond Q4 en ik verwacht dat we de oplevering van die nota an sich redelijk parallel kunnen laten lopen met dat meerjarenbeleidsplan.
En tot slot hebben we het Gezond en Actief Leven akkoord en het Integraal Zorgakkoord, grote ontwikkeling op dit gebied, op het gebied van gezondheid. Sorry. En daar wordt u nog separaat over geïnformeerd met de raadsinformatiebrief. Dus dat is nog goed om te weten. Nou, wat we gaan doen is ik ga even een Mentimeter opstarten en dan leid ik de eerste telling nog even kort in en dan gaan we het daarover hebben met elkaar. Even kijken Clark, of ik dit kan of ... De voorzitter: Nou, Clark zal er zo aankomen. Dus die komt. Mevrouw De Koning: Ik ben altijd best wel een digibeet voor mijn leeftijd, dat is wel erg. De voorzitter: Nou welkom bij de club hier, dus dat komt helemaal goed. Nou dan kan ondertussen iedereen naar Menti.com. Ja. Ja. Mevrouw De Koning: Ik denk dat we er zijn. Als u even de telefoon erbij wil pakken en dit is vooral een hulpmiddel vanavond, zodat we ook uw stemmen even makkelijk kunnen
27
inventariseren. Maar we gaan ook nog met elkaar in gesprek over de stellingen. We hebben ongeveer een kwartier per stelling, dus we gaan er lekker rapido doorheen. Ik wacht eventjes tot jullie de code hebben ingevuld. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter? Ik heb een korte vraag. Ik heb me natuurlijk goed voorbereid op deze sessie. Het is natuurlijk een consultatie en ik zou ook een heel aantal punten nog gewoon, ja eigenlijk expliciet willen delen een keer. Waar is de ruimte daarvoor in deze bijeenkomst? De voorzitter: Eens even kijken. Dat gaan we bekijken. Als een kwartiertje per stelling hebben dan … even kijken, het zijn er vijf of vier? Het zijn er vier, vier stellingen. Mevrouw De Koning: Ja, het zijn er vijf. Ja. De voorzitter: Oké, toch wel. Wordt deze mening gedeeld ook door de rest van de commissie? Ik zie een ja. Dan ga ik een voorstel doen en dan kijk ik even naar u of dat we dan tien minuten per stelling, is dat oké voor u? Mevrouw De Koning: Voor mij is dat goed. De voorzitter: Dat vraagt ook wat discipline aan de commissieleden. En wanneer de voorzitter dan ingrijpt en zegt: de tien minuten zijn voorbij dan verwacht ik ook wel dat we gewoon door kunnen naar de volgende stelling. Doen we het zo. Mevrouw De Koning: Yes. Ga ik door snel omwille van de tijd. Ik had één inkomertje en die is gerelateerd aan de eerste stelling.
De vraag is hoeveel Dordtenaren van 19+ hebben op dit moment overgewicht, denkt u? Ja, het ligt redelijk bij elkaar. Ik ga het verklappen. Het is 54 procent. Ja. Het is wel matig en ernstig overgewicht, maar desalniettemin overgewicht. O. De voorzitter: Maar daar gaan we niet op wachten hoor, we kunnen gewoon doorgaan. Mevrouw De Koning: Ja, geef even een seintje als het niet lukt. Waar ik het vanavond met u over wilde hebben is de volgende stelling. Je bent als individu zelf verantwoordelijk voor jouw eigen gezondheid. Het is namelijk een keuze om ongezond te leven, met daarbij een aantal voorbeelden, en niet genoeg te bewegen. Nou als wij ons als overheid daarmee bemoeien dan is dat pure betutteling. Ik heb gekozen voor deze stelling omdat die ook een beetje gerelateerd is aan het gedachtegoed van het meerjarenbeleidsplan, namelijk dat we er ook voor kunnen kiezen om meer op een collectieve manier op gezondheid te sturen, in plaats van alleen de individuele verantwoordelijkheid van inwoners te benadrukken. Nou ja, dat is wel een keuze die je dan maakt in zo'n beleidsplan om er op zo'n manier naar te kijken. Nou wat is dan collectieve invloed? Dan kunt u denken aan de ruimtelijke ontwikkeling, aan ons armoedebeleid. En nou ja, hoe dat soort beleidsterreinen weer in elkaar grijpen.
In plaats van alleen de maatregelen die wij nemen om bijvoorbeeld inwoners van hun overgewicht af te helpen of te zorgen dat ze stoppen met roken, rookvrije zones, dat soort zaken. En dat is eigenlijk het gesprek, nou ja, wat ik met u wil voeren. Dus wat mij betreft nu ook de ruimte om daar, nou ja, op te reageren.
28
De voorzitter: Ik zie een hand van de heer Van Dam-Timmers, maar we gaan eerst naar mevrouw Boom-Vos. Want ik denk dat zij wel getriggerd raakt door het woord ‘betutteling’. Mevrouw Boom-Vos: Kijk, dat heeft u goed in de gaten. Ik heb hem natuurlijk ook geaccordeerd. Nee het is een stelling, dus hij is wel natuurlijk uitgebreid. Maar ik ben het er in principe wel mee eens. Ook in zoverre, je kunt niet alles. Ik vind wel dat je mensen moet begeleiden, mensen de keus kunnen maken om gezond te maken. Dus puur de betutteling als echte rechtse VVD. Nee, ik ben geen rechtse VVD'er, ik ben een sociaal liberaal. Nee, nee maar ik heb hierop ‘ja’ gezegd omdat ik vind dat dit niet de totale verantwoordelijkheid van de Dienst Gezond en Jeugdzorg is. En Jeugd is. Het is ook een stukje van het Rijk. Postbus 51 doet ook een heleboel voorlichting, er zijn een heleboel andere instanties die een heleboel voorlichting doet over obesitas, roken en drugs en hoe je gezonder moet bewegen. Je hebt ook zorgverzekeringen die je helpen met gezonder bij overgewicht en dan … dus ik vind niet dat dat alleen bij dienst, bij DG&J moet. De voorzitter: Maar ligt het dan vooral bij het individu? Want dat is wat hier gevraagd wordt? Of gesteld wordt. Mevrouw Boom-Vos: Nee, maar ik zei al, het is natuurlijk een stelling die sterk overtrokken is. Nee het ligt niet voor alleen … De voorzitter: Helder.
Mevrouw Boom-Vos: Ik vind hem grotendeels bij het individu, van 60 procent. Maar niet alleen, dat kan niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zie dat de heer Van Dam-Timmers wil reageren, na GroenLinks. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank u voorzitter. Ja, het is natuurlijk een leuke stelling. Ik ben het er helemaal mee oneens en dat is het gele wat je in deze ziet overigens, want de naam klopt volgens mij niet als ik die stelling zo las die ik net invulde. En eigenlijk om hier een beetje een voorbeeld van te geven is één van de mooie uitspraken die dan gedaan wordt it takes a village, en daarin gaat het over dat het uiteindelijk aan de gemeenschap is hoe mensen worden opgevoed, hoe ze leven, en dat de impact daarvan op mensen hun persoonlijk leven enorm is. Als je het hebt over armoede, als je het hebt over hoeveel mensen bewegen, is dat vaak heel erg afhankelijk van hoe er in de omgeving bewogen wordt, of je lid bent van een vereniging, of je ja familie of ouders hebt die je daarin meenemen. En dat geldt eigenlijk ook voor roken, alcohol, hè de omgeving waarin mensen zich bevinden zorgt ervoor dat ze bepaald gedrag gaan vertonen. En daarom is het mijns inziens een, ja is het omzien naar elkaar, als je omziet naar elkaar en dus ook actief beleid voert op het collectieve niveau.
Het is overigens wetenschappelijk gezien ook veel effectiever dan alle individuele behandelingen, want die werken vaak maar heel matig. De voorzitter: Dankjewel. Dan gaan we naar de heer Den Hartog en daarna naar mevrouw Schnabel.
29
De heer Den Hartog: Ja dank u wel. Ja omdat ik kon kiezen tussen helemaal eens en helemaal eens en er was geen helemaal oneens heb ik alleen maar mee oneens gestemd. Ja, er daar zit … Kijk, natuurlijk is het zo dat iedereen eigen verantwoordelijkheid heeft. Maar daar zitten ook een paar dingen in waar je weinig keuze hebt. Bijvoorbeeld je zal maar heel weinig geld te besteden hebben, dan kies je in de supermarkt gewoon wat het goedkoopst is. Want dat is het enige, want je wil je kinderen ook te eten geven en wat is het goedkoopst? Ongezond eten. Als je weinig geld hebt, heb je geen geld om je kinderen naar een sportclub te doen, want dat kost contributie. Ook al is het maar een paar eurootjes, voor sommige mensen is een paar eurootjes echt het verschil. Dus het is natuurlijk zo dat je wel voor je eigen keuzes verantwoordelijk bent. Maar er zijn zoveel dingen waar je gewoon geen invloed op hebt dat ik het oneens ben. De voorzitter: Helder. Mevrouw Schnabel, en daarna gaan we naar de overkant, mevrouw De Groot. Mevrouw Schnabel: Nou ik kan er eigenlijk heel kort over zijn. Ik sluit me heel graag aan bij wat de voorgangers hebben gezegd. Dus de heer Van Dam-Timmers en de heer Den Hartog.
En ja, soms is het ook gewoon heel lastig om van al die dingen gebruik te kunnen maken, dus om je zeg maar op het digitale web te begeven en te weten waar je gebruik van kan maken, wat je kunt doen. Dus dat is inderdaad, dat is niet altijd je eigen keuze om de roep … ja om een ongezonde levensstijl te leiden. De voorzitter: Helder. Mevrouw De Groot en daarna naar de heer De Vries. Mevrouw De Groot: Ja. Ik denk dat het over het algemeen niet per se je eigen keuze is maar ik denk wel dat je ook wel zelf verantwoordelijkheid draagt. Natuurlijk kan de gemeente ook wel ondersteuning geven om met zo min mogelijk een gezonde levensstijl aan te moedigen. Maar ik denk nog steeds dat de verantwoordelijkheid wel bij het individu ligt en ook vaak mensen die in een ongezonde levensstijl leven, is niet altijd zomaar, vaak willen ze er zelf ook niet per se uitkomen. Het ligt echt ook aan of die, een individu uit die levensstijl wil komen en als ze dat willen daar zoveel mogelijk bij helpen. Maar nog steeds is het iemands eigen keuze vaak. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel voorzitter. Ik ben het helemaal niet eens met deze stelling. Ik vind hem eigenlijk een beetje heel zwart wit geformuleerd. Als we even teruggaan naar de basis. We hebben het over het Meerjarenbeleidsplan Gezondheid en Jeugd.
Ik denk dat een hele hoop kinderen en jeugd gewoon niet kunnen bevatten en beseffen wat ze eigenlijk precies doen. Dat wordt voornamelijk als dit gebeurt, komt dit voornamelijk door de ouders, sociale milieu en de opleiding van de ouders. En dat mag je niet op die kinderen afschuiven. Dat is wat ik bedoel met een hele zwart witte stelling. De voorzitter: Helder en ik zie dat er twee mensen wel mee eens zijn, voelen die zich nog geroepen om, of uitgenodigd na zes keer oneens om daar wat over te zeggen? Hoeft natuurlijk niet, maar het is altijd wel leuk voor de discussie. Nee, dat is jammer. Dan zie …
30
De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ergens is dat wel verbazend hè. Ik heb in het afgelopen jaar een aantal keren wat, nou ja proefballonnetjes misschien af laten gaan op het gebied van roken en ook alcoholgebruik, met een heel aantal keren ook daarin, nou ja een soort van ook in sommige media weggezet dan voor betutteling. En dat hoor ik hier dan toch niet meer terug dus dat vind ik opvallend. Wilde ik toch even markeren. De voorzitter: Dat is uw goed recht uiteraard. En misschien prikkelt u daar iemand mee dat diegene zich nog geroepen voelt om daar wat over te zeggen. Mocht dat niet zo zijn, is er iemand die hier over deze stelling absoluut nog iets kwijt wil want dan zitten we … we hebben nog een minuutje. Ik zie mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Ja, ik wil heel graag weten voor het verdere verloop van deze stellingen, zijn dit stellingen die we gewoon in het algemeen becommentariëren? Of zijn dit stellingen waar je voor het meerjarenbeleidsplan gaan zeggen: ga als DG&J aan de slag hiermee? Want dat zijn nog wel hele andere interpretaties hoever je wil dat DG&J gaat of hoe algemeen je zelf het mee eens bent. De voorzitter: Een goede vraag, en dan kijk ik even naar mevrouw De Koning. Mevrouw De Koning: Ja, ja dit verhaal gaat echt over wat we aan de DG&J vragen in het meerjarenbeleidsplan dus de regionale keuzes die we maken.
En ik vertelde in het begin even ook aan het gedachtegoed waarmee je dus zo'n plan opstelt. Dus wil je meer op dat collectief gaan sturen of toch meer bij de individuele verantwoordelijkheid blijven? Dat laatste is wel een keuze die we nu gaan maken in dat beleidsplan, maar voor wat betreft onze lokale inzet, daar hebben we dan die lokale nota Publieke Gezondheid voor, dus die komt nog naar u toe beginnend met een soort notitie in Q4 dit jaar. De voorzitter: En ik zie een vraag van mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Wat ik me dan nog afvraag, maar misschien is dat net al gezegd hoor. Dus dan is hij overbodig, maar even om te toetsen. Dus alles wat wij nu zeggen, dat wordt dan meegenomen in … Oké, dus dat … oké ja. Nee, fijn om … ja. De voorzitter: En dat komt nog bij u terug en dan kunt u zien of dat een beetje goed verwoord is van wat wij hier vanavond hebben besproken. Dan denk ik dat wij over kunnen naar de volgende stelling en ik zie dat we, dat u hem gaat inleiden. Gaat u gang. Mevrouw Demir: Ja de uitvoering van de leerplichtwet is ook belegd bij de Dienst Gezondheid en Jeugd met onder andere de basistaken: inzet bij verzuim, verlenen van vrijstellingen, maar ook het jaarlijks rapporteren daarover.
De mogelijkheid bestaat om LVS breder in te zetten dan alleen dat, zodat ze bijvoorbeeld het onderwijs kunnen stimuleren om voorzieningen te maken en ook gaten dicht te lopen als het gaat om een dekken aanbod. Alleen dat kan niet met het huidige capaciteit. Daar is meer voor nodig en daarom luidt de stelling zoals die nu op het scherm staat. De voorzitter: Dus stemt u vooral.
31
Mevrouw De Koning: Ja, ik moet hem even doorklikken als u hem heeft gelezen. De gemeente moet dus meer investeren in leerplichtambtenaren, zodat LVS beter in staat is om thuiszitters te voorkomen, terug te dringen door samen met het lokale netwerk te zoeken naar maatwerk oplossingen. Dan klik ik door en dan moet u kunnen stemmen. Ja. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Ja, ik heb een vraag voordat ik kan stemmen. Wat wordt er bedoeld met maatwerk oplossingen, waar moet ik dan aan denken? Mevrouw Demir: Dat is wat ik zei hè, dat LVS het onderwijs kan stimuleren om voorzieningen te maken en gaten dicht te lopen daar waar het aanbod niet toereikend is. De voorzitter: Kunt u misschien een concreet voorbeeld noemen voor mevrouw De Groot wat dat eventueel zou kunnen zijn dat maatwerk? Mevrouw Smit: Gerda Smit, portefeuilledirecteur, verantwoordelijk voor het Dordtse deel van dit verhaal. Je kan denken, bijvoorbeeld net hadden we het over informeel leren in de vorige sessie, dus het regelen van bepaalde groepen of een time out regelen of een dagbestedingstraject gecombineerd, dus dat soort zaken. De voorzitter: Top. Zie ik dat er ook goed verschillend gestemd wordt dus dat is op zich ook leuk, goed voor de discussie. Wie mag hier het woord over geven? Gaat uw gang, mijnheer … ik ben de achternaam even kwijt. De heer Bootsman: Bootsman. Ja, dank u wel voorzitter.
Ik heb neutraal gestemd ook omdat ik inderdaad qua maatwerk is het inderdaad dat als er dingen geregeld kunnen worden, is het heel goed. Maar thuiszitters is natuurlijk een heel ingewikkeld probleem en inzetten van een leerplichtambtenaar kan dat gewoon helaas niet altijd oplossen omdat het onderwijs nou gewoon voor niet iedereen een passende situatie is. Dus vandaar dat ik neutraal heb gestemd en ook omdat ik in mijn hoofd, en dat kan aan mij liggen, ik leerplicht toch associeer met handhaving en dat zeker voor mensen met gecompliceerde problemen handhaven echt de oplossing niet is, dat maakt het probleem alleen maar erger. Denk aan mensen met schooltrauma's en zo. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we eerst even naar mevrouw Schnabel, daarna naar de heer Safranti. Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Ik heb mee eens gestemd want ja, de vergadering hiervoor die ging daar ook over. En toen werd ook duidelijk dat er verschillende aanpakken eigenlijk zijn. Dus leerplichtambtenaren en eventueel ook een andere aanpak zoals matchmakers of in ieder geval, ja en nog meer te bedenken. Maar wel goed om in te zetten op leerlingen die uitvallen omdat zij buiten het systeem vallen en omdat je hen inderdaad toch onderwijs wil geven. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schnabel. De heer Safranti en daarna gaan we naar mevrouw Van Herwijnen.
32
De heer Safranti: Ik zit hier ook een beetje dubbel in, want ik ben het ook een beetje eens met mijnheer Bootsman. Alleen aan de andere kant denk ik: joh, je moet ook preventief aan het werk gaan. En dan heb je helemaal geen leerplichtambtenaar nodig in principe. En heel veel leerplichtambtenaren in dienst nemen betekent ook niet dat je het probleem gaat oplossen. Dus ik zat er ook een beetje mee van ja, wat is het nou. Ja dat eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen, dan daarna de heer Laban. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dankjewel. Nou, eigenlijk een beetje hetzelfde als wat de heer Safranti al had aangegeven. We moeten natuurlijk ook kijken naar preventie en ik vraag me af of dat preventie moet liggen bij de leerplichtambtenaren. Dus vandaar dat ik even neutraal heb gestemd omdat ik nog niet weet van goh, als je het wil terugdringen moet het dan bij de leerplichtambtenaren op hun bordje komen of moet het dan bij de andere takken van sport komen om te kijken van waar liggen de problemen en hoe dringen we die terug? De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb gekozen voor mee eens omdat ik denk dat de investering die je nu doet in leerplichtambtenaren eigenlijk een schijntje is ten opzichte van de kosten die uitval met zich meebrengen en alle gevolgen voor de economie van dat, dus vandaar dat ik mee eens gestemd heb.
De voorzitter: Dan mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Ik heb voor de scherpte maar weer helemaal mee oneens gedaan en die zat me vooral meer in puur de zin: ‘meer leerplichtambtenaren’. En daar ben ik het niet mee eens. Ze doen heel erg goed werk maar de tussenoplossingen of het maatwerk dat zit hem ook bij het samenwerkingsverband en niet bij een DG&J leerplichtambtenaar en het zit hem ook bij een mbo die wat meer moet doen. Dus van, en daar ben ik meer van overtuigd ook gezien het vorige discussie die we hebben gehad. Dat je daar meer kunt halen dan het inzetten van meer leerplichtambtenaren. De voorzitter: Helder, dank u wel. Gaat uw gang, heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ja, dank u voorzitter. Ik heb neutraal gestemd en dat komt omdat er twee kanten aan de zaak zitten en die zijn eigenlijk al genoemd. Leerplichtambtenaren doen goed werk en ik weet ook dat ze soms capaciteitsproblemen hebben, dus in zoverre sta ik positief tegenover meer leerplichtambtenaren. Maar als het gaat om het idee dat je daarmee schooluitval kunt voorkomen, dan denk ik dat het echt een illusie is. Dat is ook al door anderen genoemd. Dan moet je bij andere gremia zijn. De voorzitter: Dat is helder. En ik zie de heer Van Dam-Timmers, gaat uw gang. De heer Van Dam-Timmers: Ja, heel kort. Kijk ik denk, ik heb de indruk dat veel mensen vallen over het woordje leerplichtambtenaar.
Het gaat er natuurlijk uiteindelijk om is dat de mensen waarom dit gaat, dat die uitvallen, dat iemand hen aan de hand neemt en ervoor zorgt dat ze ergens weer op een goeie manier in onderwijs terechtkomen. En of je
33
dat nou een leerplichtambtenaar of iets anders noemt, maakt mij niet zoveel uit. Maar ik denk dat het belangrijk is om daarin te investeren, ook in wat mijnheer Laban zegt, omdat dat op lange termijn wel degelijk heel relevant is. En ook, ja we weten dat mensen die op school uitvallen niet de winnaars van onze samenleving later worden meestal en als we willen omzien naar elkaar, is dat toch wel handig om dat ook juist bij deze leerlingen te doen. De voorzitter: De man van Appel was toch ook een schooluitvaller dacht ik. Is er iemand die hier graag nog wat over kwijt wil of wellicht nog een vraag heeft voor één van de ambtenaren die hier nu aanwezig zijn? Want dan gaan we door … De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Ja kijk, zie je. De heer Safranti: Ja nou investeren, daar ben ik totaal mee eens. Waarom? Omdat je ook natuurlijk het verhaal van de leerplichtambtenaar natuurlijk duidelijk kan krijgen. Alleen zo'n leerplichtambtenaar die hoeft natuurlijk niet op het laatst in beeld te komen maar misschien al van tevoren met schoolmaatschappelijk werk, met de ouder, met school, misschien vanuit andere disciplines nog, dat het dus meer preventief aan het werk is dan dat er meer … Ja ik hoorde het handhaven. Want dat zie je in praktijk wel vaker, als een leerplichtambtenaar in beeld komt dan ben je al eigenlijk te laat.
Want dan, ja dan gebeur… Of het kind moet van school of juist niet. Dus ik had zoiets van nou ja, investeren graag, maar misschien meer in het functie-inhoud of andere vorm van de functie. De voorzitter: Dan is dit de klapper waarmee we naar de volgende stelling gaan en die wordt ingeleid door mevrouw Hage, zie ik. Ja ik heb u nu al voorgesteld, maar het mag nog een keer. Mevrouw Hage: Ik ben Isabel Hage, beleidsadviseur Zorg en Veiligheid. En stelling die ik heb die gaat over Veilig Thuis en daar is voor gekozen omdat Veilig Thuis ieder jaar om extra middelen vraagt voor de inzet die zij moeten plegen pp het moment dat casuïstiek aan het sociaal wijkteam afschalen. En ze geven aan dat de wijkteams niet genoeg capaciteit hebben of in ieder geval ook niet goed genoeg kennis hebben om deze casuïstiek ook op te kunnen pakken, waardoor zij gewoon moeten blijven investeren. En zo zeggen wij dus: eigenlijk zou de gemeente meer moeten investeren in de wijkteams zodat de capaciteit bij Veilig Thuis afgeschaald kan worden en de wijkteams deze op kunnen pakken. Daarnaast zou Veilig Thuis inderdaad dan ook gewoon hun eigen expertise meer moeten uitdragen aan de sociale wijkteams zodat ze dat ook uit kunnen breiden in hun eigen expertise. De voorzitter: Helder. Dan mag u de telefoon weer pakken en gaan stemmen. Oneens neutraal of eens.
En misschien de snelle stemmer wil er ook al wat over zeggen. Ja, ik zie mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vind dit zo lastig dat ik eigenlijk niet weet … Ik wil wel neutraal stemmen maar het voelt dan als een …
34
De voorzitter: D66’er. Mevrouw Schnabel: Ja. We weten natuurlijk dat de wijkteams worden overspoeld door vragen. Dus daar loopt het helemaal vol. Dus op het moment, dan zou je kunnen zeggen: daar zouden meer zorgprofessionals naartoe moeten die gewoon betaald worden. Maar tegelijkertijd spelen er ook, ja is het hele vraagstuk binnen Veilig Thuis ook ingewikkeld dus zou daar ook eigenlijk dan meer onderzoek naar gedaan moeten worden en dat is eigenlijk wat ik, daarom kan ik niet echt antwoord geven op deze stelling. De voorzitter: De heer Safranti en daarna naar de overkant naar … ik vergeet, de heer Bootsman. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik heb hier … ja ik wilde juist helemaal mee eens aangeven. Waarom? Omdat wijkteams juist heel dichtbij de mensen zitten en Veilig Thuis juist in de praktijk heel op afstand. En wijkteams die kunnen maatwerk leveren, die kunnen ook de juiste zorg, hulp, begeleiding bieden. De ervaring die ik heb vanuit mijn eigen werk, want ik werk dagelijks met Veilig Thuis, is dat juist Veilig Thuis helemaal niet goed werk levert. Misschien hard dit te benoemen, maar als wij in Dordrecht dit willen … Nee nee gelukkig niet. Ja, misschien ook in de ‘…’ maar ik werk zelf niet in ‘…’.
Maar dat is de ervaring die ik heb en dan heeft mijn collega net ook aangeven: joh nou ja, dat geeft straks in de maatschappij veel meer kosten en veel meer handelingen wanneer je dat dus achteraf gaat oppakken. Dus daarom zeg ik: laat het alsjeblieft bij de wijkteams het werk doen, want zij zijn dichter bij de mensen, juist bij de zorgbehoevenden en zij kunnen maatwerk leveren. Dus desnoods investeer je in het sociaal wijkteam in plaats van Veilig Thuis. De voorzitter: Helder, investeren in de wijkteams als het aan DENK ligt. De heer Bootsman, gaat uw gang.
De heer Bootsman: Ja, dank u wel. Ik heb neutraal gestemd omdat er natuurlijk zoals dat er echt twee kanten aan dit verhaal zitten. Het sociaal wijkteam staat vaak dichter bij de cliënt. Dat is zeker waar. Maar als daar op dit moment de expertise niet is en dat dan alsnog Veilig Thuis ingeschakeld moet worden, dan is het misschien belangrijk om inderdaad wat van die expertise naar het wijkteam te halen. Echter zie ik ook de druk die het wijkteam nu al op zijn haar nek heeft en dat het dan lastig kan zijn als er ingewikkelde casuïstiek bijkomt. Dus eigenlijk is het heel lastig om hier voor of tegen te zijn. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers, ik zag volgens mij ook een hand toch zeker? De heer Van Dam-Timmers: Ja, zeker ja. Ik vind het een hele ingewikkelde stelling, omdat het natuurlijk eigenlijk een dubbele stelling in zich heeft. Want als je meer investeert in het sociaal wijkteam heeft dat natuurlijk, hoeft dat helemaal niet te betekenen dat je Veilig Thuis-capaciteit zou moeten afbouwen. En andersom ook niet. Je kan ook meer problematiek oppakken die je eerder niet zag of andere problematiek oppakken. Dus op basis van deze stelling kun je hier eigenlijk niets van zeggen. In algemene zin geldt dat, ook voor Veilig Thuis geldt dat, ook de meldingen en alles kan
35
ook van allerlei verschillende plekken vandaan komen. Kijk uiteindelijk heb je maar een bepaalde hoeveelheid geld en moet je daarbinnen proberen te kiezen om met die beperkte hoeveelheid zoveel mogelijk mensen op een goede manier te helpen. En dan denk ik ja, dan is Veilig Thuis, dat is juist bedoeld voor waar het … om goed onderzoek te doen waar het echt niet goed gaat. Ja, daar kun je niet zomaar afbouwen doordat je het wijkteam iets beter doet. De voorzitter: Goed uiteengezet. Ik zie de heer Den Hartog, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Ja inderdaad, dank u voorzitter, een lastige keuze. Dat zag je eigenlijk ook al dat het enige tijd duurde voordat de eerste stemmen kwamen. Dat zegt al iets. Ik moest zelf ook even denken omdat ik hem ook wel lastig vond om de redenen die hier genoemd zijn. Ik heb uiteindelijk toch eens gestemd. Je moet tenslotte keuzes kunnen maken en dat heeft voor mij te maken dat de sociale wijkteams inderdaad dichter bij de cliënten zitten. En als we even breder kijken op allerlei gebieden waar we het vanavond niet over hebben ook nog eens een nuttige functie hebben. Dus dat zou voor mij de doorslag doen geven om het meer bij de sociaal wijkteams te leggen. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Ja, ik moet me heel erg aansluiten bij de heer Van Dam-Timmers.
Je kunt die twee niet van elkaar scheiden en ten tweede vind ik niet dat wij met de beperkte kennis die wij hebben van Veilig Thuis en het sociaal wijkteam hier een keuze in kunnen maken. Dat zijn echte experts binnen de gemeente die deze afweging met een onderbouwing kunnen doen. Ik kan hier wel wat zeggen, maar … De voorzitter: Maar dan ga ik u toch even triggeren. Want wij zijn een lekenbestuur, over het algemeen hebben wij nergens verstand van. Mevrouw Boom-Vos: Nee, zeker er zijn een heleboel die doen alsof ze overal verstand van hebben. Maar dat hebben we helemaal niet allemaal als raadslid. Nee, dit is zo’n expertisevraag die je niet uit elkaar kan trekken dat je dat niet zo kan doen. Als je een goeie onderbouwing hebt, kan je ja of nee zeggen. De voorzitter: Duidelijk. Ik hoorde iemand ‘voorzitter’ zeggen. De heer Safranti: Dat was ik, voorzitter. De voorzitter: O, gaat uw gang de heer Safranti. De heer Safranti: Ik weet niet of wij ook onderling discussie mogen voeren. O, oké. Nou ja kijk inderdaad, je moet ze ook niet lostrekken hoor. Maar hoe ziet VVD dan, in dit geval het sociaal liberale, om wel in sociaal wijkteam die experts daarin te investeren? Kijk, ik zeg niet dat Veilig Thuis losgetrokken moet worden, alleen het zou handig zijn als wij ook investeren in onze sociale wijkteams met de juiste expertise die dus eventueel gemist wordt om maatwerk te leveren.
Mevrouw Boom-Vos: Nou, dat is dan iets anders dan de stelling zoals di geïntroduceerd werd hé. Kijk de sociaal wijkteams zijn heel erg belangrijk en daar moet je op investeren.
36
Vooral de visie die we met zijn allen hebben vastgesteld: we gaan meer op preventie zitten. Dan zit je bij het sociaal wijkteam. Ik hoorde niet zeggen dat daar een flinke ondercapaciteit in zit. Ik hoorde zeggen: als je meer investeert in het sociaal wijkteam, dan heb je minder bij Veilig Thuis te doen. Nou, dat was de stelling. Dat is geen stelling, dat wil niet zeggen dat je bij Veilig Thuis minder te doen hebt. Dan kan je ook andere dingen, misschien heftigere zaken afhandelen. Dus zo zit ik erin. De voorzitter: Ja, we gaan eerst even naar de heer Laban. Die was net iets eerder en dan mag daarna de heer Den Hartog nog één keer. De heer Laban: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik heb gekozen voor neutraal omdat ik gewoon echt niet zo goed wist wat ik aan moest met deze stelling. Er zitten zoveel kanten aan, zoals ook al in discussie aangegeven wordt. Inderdaad als je meer gaat investeren in sociale wijkteams, zoals mijnheer van Dam-Timmers al zal zei, kan het best wel zijn dat er veel meer problemen naar boven komen waardoor er niet afgeschaald moet worden bij Veilig Thuis, maar dat er juist misschien ook daar meer capaciteit moet komen. Dus ik denk dat de stelling in zichzelf al, nou ja heel lastig is om … Ja je kunt neutraal en er zijn argumenten voor oneens er zijn argumenten voor eens, dus het is moeilijk om daarin een keuze te maken.
De voorzitter: Dank u wel en dan de heer Den Hartog en dan gaan we door naar de volgende stelling daarna. De heer Den Hartog: Ja, dank u. Ja ik had nog even een vraag aan mevrouw Boom, want ik hoor zeggen: nou ja, dat hoeft … het één investeren hoeft niet te betekenen dat de ander minder heeft. Vindt mevrouw Boom dan dat er in beide moet worden geïnvesteerd? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Nou ik vind dat er wel een heleboel gesproken wordt over investeren, maar ondertussen moet dat geld dan ook nog wel ergens op tafel komen. En dan moeten we het ergens anders laten binnen de gemeente. Dus om nu zomaar te zeggen we gaan overal in investeren zonder dat we ook besluiten waar we het dan niet gaan doen. Vind ik niet dat je dat van elkaar los kan trekken. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Schnabel wordt getriggerd door deze uitspraak en ik zie dat we nog één minuut hebben dus het kan nog. Mevrouw Schnabel: O oké, dan ga ik heel snel. Nou wat ik hier interessant aan vind is dat ik me afvraag of dit echt een financiële discussie is aangezien het over kinderen gaat die, of nou ja aangezien het over geweldssituaties gaat en ik me af kan vragen of we daar niet sowieso op zouden moeten investeren en daar gewoon met man en macht moeten kijken hoe we daar het geld zeg maar voor bij elkaar brengen mocht dat geld er niet zijn.
De voorzitter: Ja, voordat ik de heer Van Dam-Timmers het woord geef toch even mevrouw Boom-Vos even kort reageren hierop.
37
Mevrouw Boom-Vos: Ja, want volgens mij werd er aan mij gevraagd worden er appels en peren vergelijken. De ene keer wordt gezegd: vind je dat er meer geïnvesteerd moet worden in het sociaal wijkteam? Ja ik vind het sociaal wijkteam heel erg belangrijk maar investeren extra moet je ook weten waar je het dan anders gaat laten. En dat wil niet zeggen dat als ik zeg: we gaan niet in… dat ik niet wil dat geïnvesteerd wordt in het sociaal wijkteam en Veilig Thuis met kinderen is weer een ander verhaal. Dus dat zijn twee verschillende zaken. De voorzitter: Nou mijnheer Van Dam-Timmers, als het kort kan, ja dan mag het. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter heel kort. Eigenlijk twee opmerkingen en dat is, het gaat veel over dat het sociale wijkteam dichtbij is maar dat is de buurvrouw natuurlijk ook, dus in die zin zou je ook kunnen investeren in een goede en fijne buurvrouw want dat heeft ook heel veel zin om daarmee te praten zeg maar en ook daarin beter te gaan. En het tweede punt is: wat hier natuurlijk allemaal achter zit, is uiteindelijk of mensen een beetje een fatsoenlijk leven kunnen leiden in de buurt waar ze wonen, of ze in armoede leven of niet. Dat is eigenlijk waar het echt over gaat en zolang we dat de basis daarin niet op orde hebben. Ja dan kun je dat wel met je wijkteam proberen te lappen, maar dat blijft lappen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan we door naar de volgende stelling. Daar zie ik geen naam staan van een inleiding. Ook nog een keer, kijk. Mevrouw Hage is on fire. Gaat uw gang.
Mevrouw Hage: Om kansengelijkheid te vergroten, moet de dienst ook wijkgericht gaan werken. Is een beetje gerelateerd aan de vorige stelling. Om hem een beetje uit te leggen is de dienst moet actief investeren in de wijken wat betreft gezond eten en de noodzaak van bewegen om ervoor te zorgen dat alle kinderen op de juiste manier en op een goeie manier kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen. De voorzitter: Ik zie gelijk een hand van de heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja, een verhelderende vraag. Is dit anders dan we nu al doen, vraag ik mij af. Is dit echt een fundamentele wijziging van hoe er nu gewerkt wordt? De voorzitter: Mevrouw Hage, of mevrouw De Koning. Mevrouw De Koning: Ja, ik ga die even beantwoorden. Kijk, de Dienst Gezondheid en Jeugd heeft al wel aandacht voor bepaalde wijken in de regio. Maar ze kunnen natuurlijk niet, of tenminste nou dat is de vraag, voor elke gemeente in elke wijk een specifiek beleid ontwikkelen. Dus de vraag hier zo'n beetje van: hoe ziet u nou die aandacht voor wijkgericht werken en hoe willen we dat vormgeven in zo’n meerjarenbeleidsplan. Dus een concreet voorbeeld is nog dat wij in Dordt West bijvoorbeeld wel wat meer capaciteit inzetten voor leerplicht. De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang.
38
Mevrouw Boom-Vos: Ja, dit roept bij mij weer vragen want zitten wij nu de dienst de regionale aanpak hier te bespreken of wat zei, later komt de lokale aanpak. Dat is Dordt West en Glansrijke Toekomst en ontbijt op school heel erg. De voorzitter: Mevrouw De Koning. Mevrouw De Koning: Wij zitten, ja voor de regionale dienst. Ja. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank voorzitter. Ik ben het hier natuurlijk enorm mee eens, denk ik, omdat wat van belang is, is dat wijken en de problematiek verschilt dus dan zal je aanpak ook moeten verschillen. Dat is op zich heel logisch, maar je moet natuurlijk wel oppassen dat je niet zo specifiek wijkgericht werkt dat het ten koste gaat van andere wijken. Want je wil natuurlijk wel voor heel Dordrecht overal in die zin ook wel de nul houden en niet dat je sommige gebieden vergeet. Dus dat is toch ook een balansvraag die gezocht moet worden en die gevonden moet worden bij de professional op basis van ook alle monitoring die daarop opgedaan wordt. Ja, en ik zou ook nog een pleidooi willen doen om zeker ook vanuit de Dienst Gezondheid en Jeugd ook niet altijd het wiel zelf natuurlijk uit te vinden, wat ze ook niet doen trouwens.
Maar ook aan te haken bij initiatieven die er zijn in wijken om daar gebruik van te maken, ook als ze misschien niet altijd de perfecte werkvorm hebben die de Dienst Gezondheid en Jeugd wenst. De voorzitter: Mevrouw Schnabel en daarna gaan we naar de heer Laban. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Een korte aanvulling. Ja, het zou in principe fantastisch zijn als je in elke wijk naar het DNA van de wijk zou kijken als in wat speelt er in zo’n wijk, wat is de geschiedenis van zo'n wijk en je zou op basis daarvan in samenspraak met buurtbewoners en met verenigingen die daar zijn en scholen tot een soort van gezamenlijke aanpak kunnen komen, zoals de heer Van Dam net zei it takes a village, zou je op zo'n manier ook naar wijken kunnen kijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Laban. De heer Laban: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, als ik de stelling lees dan kan het eigenlijk niet anders dan dat je het ermee eens bent. Ik ben ook verwonderd dat er eentje is die oneens stemt, maar ja uiteindelijk wil je naar een wijkgerichte aanpak. Het one size fits all model, dat werkt gewoon niet over de brede regio en elke, nou ja het werd al gezegd. Elke wijk heeft zijn eigen problematieken en daar wil je dingen goed kunnen oplossen, moet je daarop inspelen. Dus ja ik ben benieuwd naar de motivatie van oneens, ik … De voorzitter: Ik zag net een hand in de lucht gaan van degene die oneens had gestemd.
Dus misschien wilt u die belichten, mevrouw Boom? Mevrouw Boom-Vos: Ja, dat was mijn verduidelijkingsvraag. Een verduidelijking. Ik ben het eens met wijkgericht werken van onze Dordtse DG&J en niet van de Drechtstedelijke DG&J. Dat was net ook de vraag, de stelling staat: moet de Drechtstedelijke DG&J wijkgericht gaan werken? Ja, dat … Nee. Dat moet onze Dordtse DG&J gaan doen.
39
De voorzitter: Ik zie dat mevrouw De Koning daar even op wil reageren. Mevrouw De Koning: Ja dan ga ik … nog een korte uitleg ter verheldering. Want wij hebben de uitvoering van leerplicht regionaal georganiseerd in de Dienst Gezondheid en Jeugd. Dus de uitvoering van leerplicht, die doen wij regionaal binnen de dienst. Maar de stelling gaat meer over hoe vraag je dan de uitvoering van leerplicht binnen die dienst. Wil je wel dat een dienst die regionaal georganiseerd is toch aandacht heeft voor lokale accenten in de wijk, dus zowel in Dordt, maar deze vraag kunnen ze ook voorleggen in bijvoorbeeld Zwijndrecht of Hendrik Ido Ambacht. Mevrouw Boom-Vos: Nou ja, dan weer wel. Maar dit ging ook volgens mij meer om voorlichting over eten en beweging en dat doe je, dat is weer wat anders dan een leerplichtambtenaar die wijkgericht … Dus het is, DG&J is heel erg breed. Dat is ook infectieziektebestrijding, ga je … Dan kan je ook wel bepaalde wijken dat bepaalde hogere risico's zijn. Ja, hij is moeilijk. Wijkgericht werken ja. En kijk waar je dat lokaal kan doen of wanneer dat regionaal moet. De voorzitter: De heer Den Hartog, gaat uw gang.
De heer Den Hartog: Ja, dank u voorzitter. Ja, nu mevrouw Boom te kennen heeft gegeven oneens te stemmen zal het niet een raadsel zijn dat ik eens heb gestemd, maar wel met een kanttekening. Ik sluit me allereerst aan, daarom heb ik ja gestemd, van natuurlijk die wijken die verschillen van elkaar, dus daar moet je naar kijken. Maar het is vervolgens natuurlijk wel de vraag van hoe ver, hoe diep ga je zo'n wijk inkijken? Als ik de wijk Reeland even voor me neem, dan maakt het heel erg uit als je de Bankastraat als grens neemt, of je ten westen of ten oosten. Dat zijn eigenlijk twee compleet verschillende buurten in één wijk dus dan zou je weer moeten opsplitsen en misschien als je dan daarop gaat focussen wel weer en waar is het einde dan? Dus dat is wel een beetje een kanttekening erbij. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond en we zouden officieel nog vijf minuten hebben voor deze stelling, en dan zie ik de hand van de heer Van Dam-Timmers natuurlijk gelijk omhoog gaan. De heer Van Dam-Timmers: Ja, voorzitter kijk, je kan natuurlijk allerlei beleid maken op dit gebied, op het gebied van wijkgericht werken maar uiteindelijk is dit mensenwerk en heeft dit te maken met hoe, ja welke medewerkers heb je en heb je ter beschikking om dit werk uit te voeren? En dan denk ik: als je wijkgericht, stadsgericht, lokaal, regionaal wil werken.