CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 2023.08.29 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 september 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 juli en de Dordtse Dinsdag van 27 juni en 29 augustus 2023 Vergaderzalen 1, 3 en 526.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 29 augustus 2023 Vergaderzaal 5 1. RV Vaststellen Startnotitie Dordtse Visie Voortgezet Onderwijs i.c.m. RIB Jaarverslag Leerplicht 2022 Voorzitter: de heer Struijk Raadsgriffier: mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schilt (PvdA) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop.

De voorzitter: Goed. Beste mensen. Hartelijk welkom bij deze vergadering waarbij we onder andere het raadsvoorstel Startnotitie Dordtse Visie op het Voortgezet Onderwijs oordeelsvormend gaan bespreken. Ik heet u, raads- en commissieleden, hartelijk welkom. Ik heet de wethouder mevrouw van Benschop hartelijk welkom en iedereen die achter mij zit uiteraard is ook van harte welkom. En dat geldt ook … de mensen die misschien thuis meekijken. En die mensen die thuis meekijken die willen natuurlijk heel graag weten wie hier zijn. Dus ik stel voor, nadat al eerder vastgesteld is dat we voldoende quorum hebben, dus we kunnen gewoon wettig straks besluiten nemen. Ik stel voor dat wij ons eventjes voor gaan stellen en dan ga ik linksom en dan begin ik met jou. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie.

1

De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter Voor Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer De Heer: Robert De Heer, van de ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer De Vries: André De Vries, VSP. De heer Schilt: Ruben Schilt, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Benschop: Chris Van Benschop, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter. Even een toelichting op deze vergadering en het wordt een klein beetje een uitvoerige, maar dat is denk ik voor de mensen thuis wel noodzakelijk. De meesten die hier zitten, zullen het allemaal wel weten. Op 23 mei en op 6 juni hebben twee themabijeenkomsten plaatsgevonden over thuiszitters, kinderen waar in Dordt geen of te weinig passende onderwijsplekken voor zijn.

De commissie heeft besloten om het raadsvoorstel over de Startnotitie Visie Voortgezet Onderwijs oordeelsvormend te bespreken en de raadsinformatiebrief Jaarverslag Leerplicht 2022 hierbij te betrekken. Voorbereidend op het debat heeft de ambtelijke organisatie eerder ingediende technische vragen over dit onderwerp beantwoord in een memo en dat is toegevoegd aan de stukken voor vandaag. Ter bespreking waren de volgende politieke vragen gesteld. De eerste: moeten we niet meer investeren in de jongeren die op het mbo dreigen uit te vallen, en de tweede: voor aanpak van thuisblijvers, voortijdige schoolverlaters, zien we graag in een gescheiden aanpak voor de verschillende vormen van onderwijs. Po, vo, mbo, hbo, en vso. Hoe wordt hierin voorzien in de startnotitie? Mijn eerste vraag die is: welke fracties willen het woord voeren op dit onderwerp? En ik wijs u erop, van sommige partijen zijn meer mensen aanwezig, één woordvoerder per fractie uiteraard. Graag vingers als mensen het woord willen gaan voeren. Nou dat is ongeveer elke partij die aanwezig is. Dan denk ik dat we het op de gebruikelijke manier

2

gewoon kunnen gaan doen. En laten we tegen de klok ingaan deze keer en zometeen mijnheer Den Hartog het woord geven. Maar vooraf misschien nog eventjes toch … De wethouder die heeft u erop gewezen eerder al op 6 juni dat er maar twee momenten zijn waarop je eigenlijk als Raad invloed hebt. Dit is één van die twee momenten en het volgende moment, dat komt na deze vergadering in de volgende commissievergadering als het gaat over meerjarenplan GR en DG&J dus dit is echt een belangrijke avond. Het gaat ook over twee dingen raadsvoorstel wat moeten we ermee doen hè, dat moet aan het eind geconcludeerd worden en RIB dus beetje ingewikkeld. Maar we komen er met elkaar vast en zeker wel uit. Mijnheer Den Hartog. Ik ga u als eerste het woord geven. De heer Den Hartog: Dank u voorzitter. En ook bedankt dat u juist de intonatie bij de eerste politieke vraag had gelegd, want die kun je namelijk op deze manier op twee manieren opvatten. Moeten we niet méér investeren of moeten we niet meer investeren. Het gaat om dat laatste, heel goed. Dank daarvoor. Ja goed. Er was destijds sprake dat dit wellicht ook meteen een hamerstuk kon worden. Toch oordeelsvormend, dat is altijd prima natuurlijk. Het gaat om de inhoud. Als ik naar de inhoud kijk van de startnotitie dan zit dat eigenlijk wel snor. Ik vind dat het een gedegen stuk is. Staan veel activiteiten in beschreven.

Onder andere over de thuiszitters. Die worden later ook nog een keer besproken op een commissievergadering. Aandacht voor leerlingen die intensieve begeleiding hebben en ook bijvoorbeeld voor hoogbegaafdheid. Wat dat betreft allemaal lof voor de wethouder, plus de ambtenaren die hieraan gewerkt hebben. Toch leven er bij GroenLinks Dordrecht ook zorgen. Er moet zoveel gedaan worden. Is daar wel voldoende menskracht voor? Deze week stond in het AD dat één op de negen leerlingen in dit net begonnen schooljaar te maken heeft met het lerarentekort. Sommige scholen, ik weet niet of dat ook in Dordrecht het geval is, kiezen voor een vierdaagse schoolweek en dat is eigenlijk al heel bijzonder, want ik lees juist dat dat de definitie is van thuiszitter zijn: gedurende drie maanden niet vijf dagen naar school kunnen. En nu zijn er scholen die dit gewoon faciliteren. Daarmee is het probleem voor GroenLinks van het lerarentekort gekoppeld aan de overige problemen die hier in deze startnotitie staan, zoals uitval, zoals thuiszitten. Ik ben me er natuurlijk terdege van bewust dat de oplossing van het lerarentekort grotendeels op het bordje van de landelijke politiek ligt. Maar ik wil de wethouder toch ook vragen wat er in Dordrecht gedaan kan worden om een bijdrage te leveren aan het oplossen van het lerarentekort. Een bijdrage, niet alles kan, dat begrijpen we.

Om daarmee ook andere problematiek te voorkomen. Het ligt namelijk in de reden dat als er geen docent voor de klas staat, dat sommige leerlingen die net op het randje staan over het randje heen vallen en … De heer Kleinpaste: Voorzitter? De heer Den Hartog: Meerdere problemen kunnen gaan krijgen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, ik vind het een heel interessant betoog van de heer Den Hartog, maar bij mij roept het ook de vraag op: zou je, want u focust heel erg op dat lerarentekort, maar zou je niet ook veel meer moeten focussen dan op andere vormen van leren, waaronder informeel leren, waarover we in de constaterende of in de voorbereidende sessie ook wel sprekers hebben gehad om het niet alleen maar af te

3

doen op het lerarentekort, maar ook kijken op wat voor andere methoden en middelen we kunnen inzetten om het gat te dichten. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Nou, uiteraard is alles wat je kan doen om problemen te voorkomen, en als ze er zijn om ze op te lossen, is meegenomen. Dus daar staan we altijd open voor. Tegelijkertijd constateer ik dat we al meer dan 25 jaar in het onderwijs ook bezig zijn om het op te lossen. Bijvoorbeeld met, ik noem maar wat, herintreders en dergelijke. Dat wordt al 25 jaar gedaan. Prima dat dat kan, maar het heeft het probleem nog niet opgelost. Of dus samenvattend: ja, alle creatieve oplossingen die meewerken daar staan we positief tegenover. Maar dit is wat ons betreft een heel belangrijke, dus ik zou hem graag willen afmaken. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Den Hartog: Ja. Hè, dus het ligt veel op het landelijk bordje. Maar toch, wat kan er lokaal nog worden gedaan om dit probleem zoveel mogelijk op te lossen, om juist die problemen te voorkomen. Ja, wellicht zijn er creatieve oplossingen, dat zei de heer Kleinpaste net ook en wellicht kan er ook iets gedaan worden aan het imago van de leraar. Ik hoor graag wat er mogelijk is, want het zou namelijk bijzonder spijtig zijn in deze, dat deze verder prima startnotitie niet gerealiseerd zou kunnen worden als er een tekort aan menskracht is.

De heer Katif: Voorzitter, voordat de heer Den Hartog even zijn betoog afmaakt. De voorzitter: De heer Katif, u mag een vraag stellen. De heer Katif: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor het laatste moment: onderwijs moet wat aan zijn imago doen en ik ken toevallig een aantal mensen in het onderwijs die ontiegelijk hun best doen om dat imago inderdaad niet alleen te verbeteren maar om een andere ‘…’ te geven zoals het heet en dat doet niet recht namelijk aan al die mensen die in het onderwijs nu zitten in Dordrecht, om te zeggen ja, doen ze wat aan hun imago? Dus vraag ik me af … nee ga ik niet zeggen, nee is goed zo. De voorzitter: Dan gaat mijnheer Den Hartog zeggen. De heer Den Hartog: Nou, volgens mij zei ik dat er, vroeg ik iets namelijk: creatieve oplossingen en wellicht ook het imago verbeteren. Ik denk dat imago verbeteren altijd positief is en als ik zeg of een imago verbeterd kan worden dan doe ik helemaal niets af aan het werk wat nu op dit moment verricht wordt. De voorzitter: Genoeg, mijnheer Katif? En mijnheer Den Hartog was klaar. Dank u wel. Mevrouw Boom? Mevrouw Boom-Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Over het al… We willen sowieso eerst beginnen met onze complimenten over het onderwijs in het algemeen. Hoe de gemeente Dordrecht ermee omgaat, want het gaat over het algemeen goed.

Grotendeels gaat het goed, kan nooit 100 procent perfect gaan, maar er wordt heleboel moeite gedaan en de

4

resultaten zijn goed. We zijn het ook eens met het uitgangspunt in de Onderwijsvisie dat elke jongere zich moet kunnen ontwikkelen. Wat wij alleen nog wel heel goed beseffen dat de gemeente niet alle wettelijke bevoegdheden heeft om iedereen zo goed mogelijk te laten ontwikkelen. Nou, nu zeg ik het helemaal verkeerd. Ik ga even overnieuw beginnen, want ik wou eigenlijk … De voorzitter: Nou, het was nog niemand opgevallen hoor. Mevrouw Boom-Vos: Nou, mij wel. Ik ga even goed. Alhoewel de gemeente niet alle wettelijke bevoegdheden heeft, vindt de Dordtse VVD wel dat zij haar best moet doen om elke jongere te laten wikkelen en moet kijken waar zij ondanks de beperking geaccepteerd worden. De gemeente moet kijken waar ze wel invloed kan hebben om voor onze Dordtse jongeren die ontwikkeling zo goed mogelijk te krijgen. Dat houdt ook in dat wij heel erg het passend onderwijs in het voortgezet onderwijs en het mbo en het hbo belangrijk vinden, ook al hebben wij geen wettelijke bevoegdheid op het mbo en hbo. We hebben wel de morele verplichting om daar wat aan te doen. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja even ter interruptie, want ik vind het een heel interessant statement wat de VVD hier afgeeft.

Maar heeft u daar ook een concreet idee bij hoe u daar dan vorm en invulling aan zou kunnen geven vanuit de gemeentelijke optiek? De voorzitter: Mevrouw Boom Mevrouw Boom-Vos: Ja. Ik denk dat wij eerst sowieso goed inzichtelijk moeten krijgen welke jongeren en hoeveel jongeren vallen er in het mbo of hbo uit en hoeveel thuiszitters zijn daar en waarom vallen ze eruit? Er wordt ook in, nou dan ga ik op detail in wat we dadelijk met de DG&J, maar dat lijkt mij een eerste mogelijkheid wat we kunnen doen: hoeveel mbo'ers vallen er uit, hoeveel hbo'ers vallen er uit en waarom vallen ze eruit? Wij kunnen daar niks aan doen op het mbo maar we kunnen het wel inzichtelijk krijgen en kijken wat het mbo daaraan zelf aan kan doen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter, dan ga ik verder. Ik maak mij wel zorgen in de startvisie hoeveel er gesproken wordt over thuiszitters, thuisblijvers en passend onderwijs. Ik kon in tegenstelling tot mijn collega daar heel weinig in vinden en dat zouden wij ook graag wel toe willen voegen. Kan er in de startnotitie, kan de wethouder een toezegging doen om meer aandacht aan passend onderwijs te geven en dat uit te gaan werken in verder beleid? De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Katif.

5

De heer Katif: Bij interruptie. Mevrouw Boom, bedoelt u met passend onderwijs, valt daar ook de hoogbegaafden ook onder als ik vragen mag? De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dat klopt. Passend onderwijs is onderwijs dat elke jongere, het uitgangspunt van onze startvisie, zich kan ontwikkelen. Dat zijn hoogbegaafden, dat zijn mensen met ADHD, dat zijn mensen met autisme. Zijn ook mensen die door thuisomstandigheden wegvallen of daar uitvallen en thuis blijven zitten of dat er geen leerplekken zijn die zij nodig hebben. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Boom-Vos: Wilt … de politieke vragen daarbij eigenlijk samenvattend, moeten wij niet meer investeren op het mb om dreigen uit te vallen? Ja dus, en dat is ons verzoek: kunnen wij daarnaar kijken, kunnen we dat inzichtelijk krijgen, kan er meer aandacht in de startvisie komen voor thuiszitters en passend onderwijs en hoe voorziet de startnotitie in de gescheiden aanpak thuisblijvers en schoolverlaters, daar heb ik geen passend antwoord op. Ik hoop dat mijn collega-raadsleden daar wel een antwoord op hebben. De voorzitter: Dat was hem? Dank u wel. Mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. Tijdens de commissievergadering van 23 mei hebben ouders ingesproken over de problematiek rondom verzuim en thuiszitters. Het was schokkend om hun verhalen en onmacht aan te horen.

De Partij voor Dieren neemt met voldoening kennis van de geplande activiteit om aan deze trieste situatie een eind te maken en hoopt dat in de diverse stukken genoemde ambities waargemaakt zullen gaan worden. Maar de Partij voor Dieren maakt zich wel zorgen of alle ambities waargemaakt zullen worden, zoals het volledig voldoen aan de kwaliteitseisen van het SWV. Er vindt een vervolgonderzoek plaats in 2024 zonder een einddatum te noemen. Gezien de urgentie hadden wij graag gezien dat er een minder vrijblijvende datum ingepland zou zijn. Wij kunnen ons vinden in de startnotitie Dordtse Visie Voortgezet Onderwijs en kijken uit naar de vormgevingsvisie die in het eerste kwartaal 2024 ter beschikking gaat komen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Venderbos. Mijnheer Burakçin? Niet. Dan mevrouw Doeze Jager, ook niet. Dan denk ik … mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Dank. Nou ja, we willen beginnen met in het raadsvoorstel staat dat het centrale uitgangspunt in de Onderwijsvisie is voor voortgezet onderwijs dat elke jongen zich inderdaad veilig, gezond, kansrijk, en met veel plezier moet kunnen ontwikkelen. We vinden dat een heel mooi omschreven doel. Daar staan we natuurlijk achter, maar we zouden graag van de wethouder horen wat het verschil is met de vorige aanpak. Want ‘wordt’ suggereert namelijk dat het er niet was.

En tegelijkertijd lezen we: ‘de startnotitie is nadrukkelijk bedoeld als startpunt voor het vormen van een visie met daaraan gekoppelde afspraken, maar is niet het begin van een nieuw beleid. Het is de bedoeling gebruik te maken van datgene wat er al is en wat we al weten.’ En als dit zo is vragen wij ons af waarom dat het uitgangspunt dan niet scherper geformuleerd is en dat

6

we niet meer meenemen van dat wat we uit het verleden geleerd hebben, zodat we ook duidelijker de hoofdacties kunnen verwoorden. En we vragen ons af: in hoeverre worden scholen en jongeren betrokken in deze aanpak? En wordt er gevraagd wat werkt? En of er al met jongerenraad en studentenambassadeurs is gesproken? En we lezen ook in de beantwoording van de technische vragen dat er geen rode draad te ontdekken is in de oorzaak van leerlingen die in het voortgezet onderwijs en ook in het mbo en sorry, thuisonderwijs krijgen op basis van geloofsovertuiging, dat daar een stijging in is van 27 procent, maar wat we niet lezen of wat we dus lezen is dat daar geen toezicht op is. Dat er geen duidelijke reden, dat je geen duidelijke reden hoeft aan te geven waarom dat je op basis van artikel 5 onder b, dus geloofsovertuiging, nou ‘…’ of uitvalt of althans dat je kiest voor die onderwijsvorm. En dat wij graag van de wethouder zouden willen horen wat haar visie is op dit probleem en hoe zij wil borgen dat deze leerlingen veilig kansrijk onwijs ontvangen. Omdat we, ja zien dat daar nu niet echt goed toezicht op is. En dan de twee politieke vragen.

We lezen dus een visie op primair en voortgezet onderwijs maar we vinden het jammer dat we geen aparte visie op mbo onderwijs lezen en dat de uitdagingen die daarin spelen ook aparte uitdagingen zijn, dus in navolging van de landelijke werkagenda mbo en ook van wat in Amsterdam en in Utrecht is gemaakt, dus een werkagenda mbo, zouden we ook graag hier een werkagenda mbo willen voorstellen en we vragen daarom aan de wethouder of ze daar een toezegging voor zou kunnen geven. En als laatste lezen we ook dat er in verschillende gemeenten een stagepact geformuleerd is en we kunnen ons voorstellen dat dat een interessante kruisbestuiving is met het diversiteitsbeleid en aangezien we het in het diversiteitsbeleid ook over stagediscriminatie hebben, denken we dat deze twee ook mooi in de Onderwijsvisie meegenomen kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de overkant. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. We vinden het belangrijk om onze beperkte invloed als Raad ook beperkt te houden en niet op de stoel van het onderwijs te gaan zitten. Sorry, dat snoepje die kwam net te laat. En tegelijkertijd willen we niet alleen signalen en zorgen van inwoners aanhoren maar ook zoeken naar de juiste invloed die wij als Raad hebben. Onze observaties, ook wij hebben met grote aandacht geluisterd naar de ouders die in de commissie hun ervaringen deelden.

Wij waren er ook stil van en goed luisterend naar hun verhaal zijn er twee onderdelen waar volgens ons dan toch ook wel winst te behalen valt. De eerste is dat de mbo's zelf ook noemen dat ze echt een tussenvoorziening missen. Het liefst een locatie dichtbij school, zodat zowel de fysieke als de emotionele afstand niet te groot wordt in de tussentijd. En het tweede wat werd genoemd en werd beaamd door de deelnemers is dat verschillende insprekers deelde dat er soms doorzettingsmacht wordt gemist. Het van het kastje naar de muur, dat moet kunnen worden doorbroken. En soms moet er iemand aan tafel zitten die een besluit kan afdwingen. En wie dan precies die doorzettingsmacht moet krijgen, is dat de jeugdzorg is dat leerplicht, scholen zelf? Dat was ook op die avond nog niet helemaal duidelijk maar dit vraagt wel om verdere verkenning. Op deze twee punten zouden we graag de reflectie van de wethouder horen en of deze ook met aandacht kunnen worden meegenomen in de volgende stappen van de vorming van de visie. In algemene zin wat betreft de startnotitie, we kunnen de drie speerpunten en ook de vier thema's zoals

7

verwoord in de notitie in principe steunen. Maar de gescheiden aanpak, die ook als politieke vraag staat beschreven voor vanavond, die mag van ons wel echt duidelijker. Verder, tot slot vinden we het belangrijk dat er in de uitwerking nauw wordt samengewerkt met de huisvestingsplannen voor het voortgezet onderwijs, zoals ook in het politiek akkoord beschreven. Een goeie leeromgeving is cruciaal om invulling te geven aan de inhoud van de startnotitie en ook deze uiteindelijke visie waar we aan werken. Daarom ook het verzoek om in een volgende update of tussenstand ook direct en inhoudelijk de brug te slaan naar huisvesting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer. Dan gaan we denk ik naar mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Voorzitter, een gevoelig onderwerp bij ons allen. Dat er meer geïnvesteerd moet worden, dat hebben we zojuist vaker gehoord. Ik ga dat niet herhalen. Dit niet alleen financieel maar ook organisatorisch. Nou, het is goed dat we in de bijlage ook kunnen lezen dat het college in gesprek is voor huisvesting van een voortgezet onderwijs. Wat een klein deel van het gehele probleem misschien zal oplossen of een bijdrage zal leveren. Nou, de wethouder die heeft tijdens de voorgaande commissies ook alarmsignalen ontvangen vanuit ouders. Ze beheerst het dossier zelf ook goed.

Wij hebben vandaar alle vertrouwen in het college dat ze binnenkort met een mooi plan zullen komen. De voorzitter: Ik zou bijna zeggen wat voor cijfer geeft u de wethouder, maar dat zal ik maar niet doen. Oké. Ja het is altijd weer riskant. Mijnheer Katif, denk ik, voor Beter Voor Dordt. De heer Katif: Dank u wel voorzitter. Laat ik even zo beginnen. Ik begin even met de woorden van de Partij van Arbeid. Er werd gezegd: wat is nieuw aan dit beleid? Ja, het is eigenlijk bestaand beleid alleen met wat afwegingen hier en daar. De twee politieke vragen. Voorzitter, als je praat over uitval van jongeren in het mbo onderwijs, of je daar iets aan moet doen. Nee, ik vind dat het een must is. Een kind zonder diploma is blijkbaar niet veel waard in deze samenleving, terwijl ik vind dat mensen met hun handen meer kunnen dan mensen alleen met hun hersenen. Maar goed, beide kan alleen maar prettig zijn. Het verminderen van uitval vergt een goed gecoördineerde inspanning van onderwijsinstellingen, docenten en leerlingen, ouders en beleidmakers. De proactieve houding zoals wordt aangeven in de notitie. Handelend en ondersteuning te bieden aan studenten in alle aspecten van hun traject. Kan de uitval in het mbo worden verminderd? Beter Voor Dordt ziet het meer investeren in jongeren die op het mbo niveau dreigen uit te vallen als een must, dat heb ik al eerder aangegeven.

Het aanpakken van thuisblijvers en voortijdig schoolverlaters vereist een gecoördineerde inspanning van onderwijsinstellingen, beleidmakers, Gemeenschappen. Gemeenschappen zeg ik met hoofdletter. Naast genoemde strategieën in de startnotitie om dit probleem aan te pakken heeft Beter voor Dordt een aantal suggesties, geen strategieën maar suggesties. Blijft altijd erg moeilijk om de juiste strategie te bepalen. En dan noem ik een negental suggesties. Waarschijnlijk zijn we niet allemaal in staat als gemeente om dat zelf te doen. Maar ik doe ook beroep op andere mensen die daarmee te maken hebben om daar in ieder geval naar te luisteren en wellicht kunnen we er wat mee. Vroegtijdige identificatie, een moeilijk woord. Kwam bijna niet uit mijn strot. Identificeer thuisblijvers en potentiële vroegtijdig schoolverlaters zo vroeg mogelijk.

8

Gebruik indicatoren, en dat weten heel veel mensen uit het onderwijs, spijbelen, slechte prestaties, gedragsproblemen, om risicoleerlingen te identificeren. De individuele ondersteuning. Bied individuele ondersteuning aan thuisblijvers, voortijdig schoolverlaters. Dit kan bestaan uit mentorprogramma, begeleiding door counselors en extra onderwijshulp. En dat wordt in Utrecht eigenlijk al toegepast. Alternatieve onderwijsprogramma's. Bied alternatieve onderwijsprogramma's aan zoals avondscholen, online cursussen en speciale programma's voortijdig schoolverlaters om hen een tweede kans te geven. Relevante cursusinhoud. Dan ga ik bijna op de onderwijs professional stoel zitten. Maar dat doe ik niet. Ik zeg alleen: het is een suggestie. Zorg ervoor dat het curriculum relevant is en de interesses van de leerlingen weerspiegeld. Dit kan de motivatie van leerlingen vergroten en stimuleren. De derde, laatste suggestie is praktijkgericht onderwijs. Integreer praktijkgericht onderwijs en stages om de link tussen onderwijs en toekomstige carrières duidelijk te maken. Wordt de dag van vandaag heel summier gedaan. Betrokkenheid van ouders, daar heb ik net even het één en ander over gezegd. Heel belangrijk. Werk samen met ouders om hen te betrekken bij het onderwijsproces en eventuele problemen, uitdagingen te bespreken. Flexibiliteit. Belangrijk.

Bied flexibiliteit, leeromgevingen, schema's om rekening te houden met diverse behoeftes van leerlingen, inclusief degenen die werk- en gezinsplichtigen. Want niet iedereen zit alleen maar op school. Er zijn ook mensen die verantwoordelijkheden, die hebben zelf kinderen, maar die zijn nog steeds onderwijsplichtig. Las but not least. Samenwerking met gemeenschappen, werkzaam met gemeenschappen, lokale bedrijven, overheidsinstanties, om kansen voor werkervaring en stages te creëren. De aanpak van thuisblijvers, ik sluit af voorzitter, van thuisblijvers en voortijdig schoolverlaters vereist een veelzijdig en op maat gemaakte benadering. Onderstreping. De heer Den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ja, ik heb aandachtig geluisterd naar de heer Katif met een hoop suggesties, maar u begon uw verhaal met te refereren aan de PvdA wat is nieuw? Het geval wil dat ik zelf in het onderwijs zit, wat is er nieuw aan uw suggesties? De heer Katif: Nou, nieuw aan de suggesties is dat je dat gewoon moet herhalen en ik denk als je dat herhaalt en mensen weten dondersgoed waar ze mee bezig zijn. Alleen soms, nou ja, verval je in de oude traditie, zou ik bijna zeggen. Nou ja, daar is een opfris.. Ja, een keertje het nog eens een keer zeggen geeft het een soort wake up, en meer niet. Dus dat zijn suggesties van de kant van Beter Voor Dordt.

De heer Den Hartog: Ja. Dat ben ik met u eens hoor, dus we denken er wel hetzelfde over, maar dat zit toch al in de notitie verweven, dus dat is toch niet iets wat een extra suggestie is? De heer Katif: Ja, het is een hele andere benadering eigenlijk dan strategieën, en dit is geen strategie. Dit is werkelijk ook datgene wat je zou moeten doen. Strategie dan moet je nog uiteenzetten en dat zet je uit in allerlei werkvormen. Hoe dat als je dat academisch wil uitleggen. En dat zijn geen strategieën, dat zijn gewoon suggesties en Beter Voor Dordt komt hiermee. En dan hoop ik dat de wethouder daar iets mee kan en ik heb ook nog net aangegeven namelijk dat mensen buiten de gemeente ook hopelijk

9

geluisterd hebben en dat die dan zeggen: goh ja, daar zit toch wat in. En misschien zit er niks voor hen in, dat kan. De voorzitter: Was u klaar met uw verhaal toen de interruptie kwam? De heer Katif: Nou ja, belangrijk om voortdurend de effectiviteit van de genomen maatregelen, hebben we het over, te evalueren en iedere keer aan te passen. En het is een, ja zeg maar het leervermogen van mensen proberen te stimuleren. De voorzitter: Dank u wel. Gewoon Dordt, de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel voorzitter. En de heer Den Hartog was me eigenlijk net voor als het gaat om de verbazing die ik toch een beetje voelde bij de suggesties van Beter Voor Dordt. Het zijn hele aardige suggesties en ik kan de heer Katif volledig geruststellen want die suggesties worden ruimschoots op alle scholen toegepast en daar wordt aandacht aan besteed. Dus in die zin was uw suggestie een beetje een open deur, met alle respect. Voorzitter, ik heb lang lopen dubben. Wat zal ik nou eens over deze notitie gaan zeggen. En ik kan er complimenten over uitdelen. En ik kan hem ook helemaal afbranden. Ik bedoel, ik kan beide kanten op, zou ik bijna zeggen, maar laat ik het maar laten bij complimenten, want de intenties in de notitie zijn best goed. En gelukkig staat er in de notitie dat over heel veel aspecten van het onderwijs wij überhaupt niet gaan. En dat blijft de handicap.

Maar er is een aantal dingen waar we als gemeente wel over gaan en die van grote invloed kunnen zijn op hoe het onderwijs zich ontwikkelt. Je kunt heel erg het voortouw nemen om een aantal samenwerkingen tot stand te brengen die niet vanzelf tot stand komen, omdat ook in het onderwijsveld, we hebben dat eerder ook bij jeugdzorg gezien maar ook in het onderwijsveld, er nogal wat barrières en muurtjes staan tussen de verschillende geledingen en spelers in dat hele veld en die muurtjes zullen we met elkaar moeten afbreken. En het grappige is: die bouw je … die breek je het snelst af door in je huisvestingsbeleid van de gemeente, daar waar we gaan over onderwijsvoorzieningen, te zorgen dat je mensen heel erg uitdaagt om scholen die niet vanzelf die samenwerking opzoeken toch eens wat meer bij elkaar te clusteren en te positioneren. Daar kun je heel actief op sturen vanuit een gemeente. Je kunt po en vo veel nadrukkelijker bij elkaar brengen als je dat ook in je huisvestingsprogramma zou laten terugkomen. Dus eigenlijk hoop ik altijd op een huisvestingsprogramma in de gemeente waarbij we niet naar het po, het vo en het mbo kijken, maar daar waarbij we integraal kijken. Want uiteindelijk heb je als samenleving met al die jongeren maar één domein, en dat domein heet Opgroeien.

Dat domein heet helemaal niet Onderwijs, dat domein heet Opgroeien en daar zou je op een hele andere manier ook politiek naar moeten gaan kijken, want dat zou heel erg kunnen helpen. Ik ben bij de voorbereidende sessies een beetje geschrokken van de directeur van het Dalton college, die heel nadrukkelijk aangaf dat het onderwijs, het formele leren niet de opdracht heeft om zich te verbinden met het informeel leren. Ik denk dat de oplossing van vroegtijdig schoolverlaten, van uitval van uitval in het vo, in het mbo, wellicht ook in het hbo, heel goed kan worden opgelost in een voorliggende voorziening of in een tussenvoorziening, in ieder geval in het informeel leren omdat daar de kwaliteit en de deskundigheid ligt om ze weer terug te kunnen krijgen naar dat formele leren toe. Dus, en dat is nou typisch een aspect waar je als gemeente wel in zou kunnen investeren en in zekere zin ook wel over gaat omdat het niet sec onderwijs is. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Portier.

10

De heer Portier: Ja voorzitter, het klinkt allemaal heel erg leuk. Maar hoe stelt u zich dat informeel leren voor en hoe dat dan weer jongeren terug gaat krijgen naar het formele leren? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nou, ik heb daar gelukkig in den lande wel voorbeelden van gezien. In Utrecht is een organisatie geweest die heet NUtrecht waar drop-outs terechtkomen waarbij ze weer bij hun lurven en bij hun kladden worden gegrepen. Weer worden gemotiveerd, gestimuleerd om iets te doen. Ik heb daar hele goede voorbeelden gezien, met ook een heel mooi aspect naar het terugkomen naar het gewone onderwijs omdat ze de motivatie hervonden. En het hervinden van die motivatie lukt helaas, zeg ik daar dan bij, op heel veel formele situaties in het onderwijs onder de druk waar al die leraren mee te maken hebben, wat minder goed dan wanneer je daar een voorliggende voorziening voor zou kunnen realiseren. Dus er zijn in den lande echt hele goede voorbeelden van situaties waarbij dat heel erg helpt om die kinderen weer terug op de rails te krijgen. Ik bedoel ik zou er bijna een concreet voorbeeld van kunnen geven, omdat ik hem zo leuk vond. Want ik heb bij NUtrecht onder andere gesprekken gehad met een jongen en die had maar één ambitie. Die wou heel graag rapper worden. Het zat hem niet heel erg mee zijn carrière om te gaan rappen.

Waarop de begeleiding daar in NUtrecht zei: joh, blijf vooral doorgaan met dat rappen maar misschien heb je een vangnet nodig voor het geval dat nog een tijdje tegen blijft gaan. En die werd op die manier gestimuleerd om ook te leren lassen. Het is een uitstekende lasser geworden en in zijn vrije tijd rapt hij nog steeds, maar hij keerde wel weer terug in de schoolbanken en hij hervond motivatie en die aandacht die daarvoor nodig is, dat is heel erg arbeidsintensief. En dat lukt dus niet in die formele setting van een school. Vandaar dat die voorliggende voorziening zo belangrijk is. De voorzitter: Ik vond het een mooi voorbeeld. Ben wel benieuwd wat uw definitie van het woord ‘bijna’ is, maar … Want u zou bijna een voorbeeld gaan geven, maar … De heer Kleinpaste: Ik dacht: nou, laat ik het maar even helemaal invullen. Ik neem die tijd even. De voorzitter: Goed. Mevrouw Schnabel, die zag ik ook even zwaaien. Mevrouw Schnabel: Ja dank u wel voorzitter. Ik was benieuwd, want u gaf net aan dat u beoogt dat er een soort integraal, een integrale onderwijsvisie is als ik het goed heb begrepen en dat eigenlijk dan de nadruk ligt op het, ja op de ontwikkeling van jongvolwassenen. Maar hoe kijkt u dan, hoe kijkt Gewoon Dordt dan aan tegen de verschillende uitdagingen die spelen per onderwijsvorm? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Nou, het één sluit het ander niet uit. Maar wat wij vooral belangrijk vinden is dat je wat meer integraal leert kijken naar de jeugd. We hebben dat heel erg verkokerd, we hebben dat heel erg versnipperd. We hebben een nul tot vier. We hebben vier tot twaalf, we hebben twaalf tot zeventien, achttien, en daarna heb je het vervolg wat daarna komt. Probeer daar wat logischere lijnen in aan te brengen waardoor die

11

kinderen zich gesteund weten van 0 tot pakweg 21, 23 jaar in hun ontwikkeling. En als je er op die manier naar leert kijken, daar gaan we als gemeente niet alleen maar over, daar gaan we gewoon als landelijke overheid ook over, maar als je er op die manier naar leert kijken dan leer je ook iedereen in dat werkveld met elkaar nadenken over waar zitten precies die barrières, waar zitten die muren? Waar kunnen we die muren slechten om die kinderen beter op weg te helpen? Dus het is wat dat betreft een heel ander vertrekpunt in de visie op hoe je met de jeugd en hoe je met onderwijs en hoe je met leren wil omgaan. Gewoon Dordt is er ook echt van overtuigd dat je naast het formeel leren een veel groter aspect aan informeel leren zou moeten gaan vormgeven, omdat dat bijdraagt om in ieder geval na de uitval van kinderen ook weer te zorgen dat ze terugkomen. Dus ja, in die zin kijken wij daarnaar op die manier. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u popelt om nog iets verder door te vragen. Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel voorzitter. Waar ik dan benieuwd naar ben is: is dat dan een heel nieuwe visie of wordt het ook in verschillende of in andere gemeenten al toegepast? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Het wordt op tal van plekken in ons land in pilots en in projecten wel toegepast.

We zouden als politici, als overheid of dat nou landelijk, provinciaal, gemeentelijk is, we zouden daar meer van kunnen leren als we zouden ontdekken wat voor mooie dingen er in het onderwijsveld en met name ook bij het informeel leren al gebeuren. De voorzitter: Tevreden, mevrouw Schnabel? Dan ga ik naar mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Deels is de vraag net gesteld. Ik was ook heel benieuwd of de heer Kleinpaste ook voorbeelden heeft uit het land omdat ik ook soms, luisterend het afgelopen jaar dat ik hier aan tafel mag zitten, dat soms integraal een soort toverwoord is geworden. Als we het nou integraal doen, dan komt alles goed. Dus het valt mij ook op wel dat integraal nu wordt gebruikt echt zo van nou, als we nou integraal gaan doen, dan pakken we de boel een keer echt goed beet. Dus ik ben ook wel benieuwd of er misschien ook risico's aan zo'n integrale aanpak hangen die de heer Kleinpaste misschien ook met al zijn speurwerk heeft ontdekt. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Het woord integraal heb ik zelf niet gebruikt gelukkig.

Maar ik had het er wel over dat er maar één domein is en dat domein is Opgroeien en dat vraagt inderdaad, je zult het integraliteit kunnen noemen, maar het vraagt vooral dat mensen die zich bezighouden met een aspect van dat opgroeien meer openstaan om naar elkaar te gaan kijken en zich met elkaar te verbinden. En dan ga je vanuit die professie, dus ook echt vanuit die samenleving, proberen om die verandering te bewerkstelligen. Dus dat is eigenlijk waar we naar kijken wat we beogen en wat voor mij ook de rode draad vormde in alle verhalen en ik heb een aantal verhalen die ik ook behoorlijk heftig vond gehoord in die voorbereidende sessies. Maar de rode lijn die daarin zit is: je moet zien dat je die professionals van de verschillende denominaties, van de verschillende leeftijdsgroepen,

12

veel meer met elkaar gaat verbinden en om te kijken wat er vanuit dat veld zelf ontstaat. En er ontstaan echt her en der in het land hele mooie dingen wat er vanuit het veld zelf ontstaat om verbetering aan te brengen. Want A het imago van de leraar is gelukkig niet zo beroerd als we soms denken, en B er zit heel veel deskundigheid in dat veld. Dus probeer dat gewoon aan te boren. De voorzitter: Voldoende mijnheer De Heer? Mijnheer Kleinpaste, was u klaar met uw betoog of heeft u nog … De heer Kleinpaste: Ik heb volgens mij een gloedvol betoog gehouden met een aantal dingetjes waarvan ik hoop dat de wethouder daar haar voordeel mee kan doen. De voorzitter: Gaan we straks horen. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Ik wil de heer Kleinpaste eigenlijk in eerste instantie bedanken voor zijn mooie betoog, want ik vond het heel goed en er zaten sterke punten in. Dus mijn complimenten daarvoor. Het is overduidelijk dat dit voor iedereen een belangrijk onderwerp is en dat is logisch, want dit gaat om de kinderen, om onze kinderen. En hè, ondanks de verschillende suggesties en meningen is denk ik de grote gemene deler dat we het allemaal belangrijk vinden vanwege de kinderen. Dus laten we elkaar daarin vinden. Ja, de startnotitie. Ik zie ook dat er aandacht aan is geschonken en daar ben ik heel erg blij om.

En waar ik nog even op in wilde zoomen is wat hier ook instaat en wat de wethouder ook tijdens de vorige vergadering ook al had aangegeven: de wettelijke rol van de gemeente is beperkt. Nou, dat snappen we. Eén ding waar ik dan nog wel naar zou willen kijken is het stukje dat er gesproken wordt over uitgangspunten en dat er gericht wordt op inhoudelijke thema's, maar als dan onze wettelijke rol beperkt is waarom omschrijven die thema's dan hetgeen waarvan je er eigenlijk toch wel vanuit mag gaan dat het onderwijs dat zelf doet? Basisvaardigheden, preventiezorg, talenten ontwikkelen. Ik mag ervan uitgaan dat het onderwijs hier ook gewoon naar kijkt. En als we dan gaan kijken naar de rol van de gemeente, ook terugkijkend naar de sessies die we hebben gehad, dan zien we dus dat er een bepaalde bandbreedte is en de kinderen die daarbuiten vallen, die kunnen we eigenlijk niet helpen. Althans, de scholen hebben daar moeite mee. En dan zou ik denken: kunnen we ons daarop richten en de heer Kleinpaste zei het net natuurlijk ook: het is niet alleen opleiding, maar het is ook opvoeding? Had u dat woord gebruikt? Of sorry? De heer Kleinpaste: Opvoeden en leren. En dat is niet alleen maar onderwijs. Mevrouw Pichel: Nee precies. Dus het gaat uiteindelijk om het leven van de kinderen en hoe de kinderen ergens instaan. En ik denk dat we daar nog het een en ander kunnen doen.

Want dan ga je op een gegeven moment niet praten over thema's of vaardigheden maar dan ga je kijken naar een inrichting van bepaalde waarden. Waar wil je dat een kind naartoe gaat, waar wil je dat een kind naartoe leeft? Op welke manier kan er een samenspel zijn tussen de rol van de ouders en de scholen? En als wij natuurlijk niet zozeer een wettelijke rol hebben, als die heel beperkt is, dan zou je natuurlijk wel kunnen kijken: nou ja, welke toezichthoudende taak hebben we, welke controlerende taak hebben we? Zodat het wel zo kan worden ontwikkeld dat ieder kind een, ja een juiste benadering krijgt of ook hè, zoals mevrouw Boom het ook had aangegeven: ieder kind

13

moet uiteindelijk de kans krijgen om te leren en te ontwikkelen. Als laatste kan ik me ook vinden in het stukje wat mevrouw Schnabel ook had aangegeven. De laatste zin van de startnotitie. Het is niet een begin van een nieuw beleid, maar gebruikmaken van hetgeen wat er al is. Nou dat snap ik ook ergens wel hè, want dat is hiervan ook niet de bedoeling. Maar ja, laten we dan goed kijken: wat is datgene dan wat we willen bijschaven, welke stukjes willen we verfijnen? Want ik denk ook dat het dat is en ik denk soms dat kleine veranderingen of kleine verfijningen kunnen zorgen voor een nog grootser resultaat. En ja, laten we de koppen bij elkaar steken, zou ik zeggen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pichel. En dan tot slot zoals zo vaak mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, een paar punten. Er zijn natuurlijk negatieve ontwikkelingen in het onderwijs geweest waar wij als gemeente Dordrecht heel weinig invloed op uit kunnen oefenen. Hé, ik noem al heel lang de afbraak van het vakonderwijs, iedereen moet maar vooral theoretisch onderwijs volgen. De afbraak van het speciaal onderwijs onder het mooi zeggende motto van samen weer naar school, maar eigenlijk alleen maar een bezuinigingsmaatregel. Dus ja, dat zijn eigenlijk dingen waar landelijk wat aan zouden moeten gebeuren. Dan wil ik even kijken naar wat we in Dordrecht kunnen doen.

En als ik dan naar de stukken kijk die bij deze agendapunten zaten, kreeg eigenlijk een heel vreemd gevoel. Aan de ene kant een startnotitie met een hoog abstractieniveau en heel veel algemeenheden erin hè, waar eigenlijk niemand het mee oneens kan zijn, als dat we iedereen een goede kans willen bieden en dat gelijkwaardigheid belangrijk is en ook sport en cultuur zijn eigenlijk ook nog belangrijk en daar hebben we ook nog beleidsstukken over et cetera et cetera et cetera. En daar had ik gelijk het idee van nou, maak van deze startnotitie gelijk maar een stopnotitie en laten we vooral niet een heel abstract document uit gaan werken waar we het … ding Voortgezet Onderwijsvisie op plakken. Aan de andere kant zijn er een aantal hele concrete punten, hele belangrijke punten waar wij als gemeente wat mee kunnen en dat is inderdaad de uitval, hè de jongeren die het niet redden. En dat kan om allerlei redenen zijn. Jongeren kunnen het niet redden omdat er geen letterlijk passend onderwijsaanbod voor hen is. Nou dan komen we weer terug bij het bezuinigen op sociaal onderwijs en dat soort zaken. Jongeren kunnen problemen hebben op school omdat ze getreiterd worden door hun medeleerlingen. Jongeren kunnen een moeilijke thuissituatie hebben. Daar kunnen we misschien iets met jongerenwerk aan doen.

Er zijn ook jongeren die in het huidige onderwijs, wat heel erg theoretisch gericht is, misschien totaal geen zin meer hebben om naar school te gaan. Daarom ben ik misschien wel even toch blij met het voorbeeld wat door de heer Kleinpaste gegeven werd. Moet je, hè ik denk dat we ons, zeg maar voor het vervolg van dit stuk beter kunnen richten op de concrete beleidsmaatregelen, het maken van de concrete plannen, dan op het ontwikkelen van hele abstracte visies. Dat is één ding. Dat we dat echt moeten concentreren op: wat kunnen we doen om die verschillende vormen van uitvallen tegen te gaan. En bij de jongeren die helemaal geen zin meer hebben in school om wat voor reden dan ook is even de vraag bij mij: moet je die met geweld, juridische dwang, dreigen met politie boetes et cetera, weer naar het traditionele onderwijs terugdringen? Of moet je kijken of je hen inderdaad niet een alternatief aanbod aan kan bieden wat meer aansluit bij werken met de handen et cetera, et cetera. Want ik denk dat als je die jongeren weer met geweld en onder

14

dreiging van maatregelen et cetera naar school gaat dwingen, dat het niet alleen voor de jongeren niet fijn is, maar zeker ook niet voor de onderwijskrachten van de scholen waar ze op terecht komen en voor hun medeleerlingen aldaar. Dus wat dat betreft, ja mijn hoofdpunt is eigenlijk: kijk heel goed naar de concrete maatregelen die je als gemeente kan doen. Liever dan abstracte plannen maken over zaken die eigenlijk toch ook grotendeels niet op het terrein van de gemeente liggen maar op het terrein van het onderwijs zelf. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Portier. Dan denk ik dat het tijd is … Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Mag ik een vraag stellen aan de heer Portier? De voorzitter: Natuurlijk.

Mevrouw Pichel: Ja, ik was wel even benieuwd. Het laatste stuk wat u aangaf, hè u gaf een voorbeeld aan dat als er inderdaad iets niet goed zou gaan, dat we daar iets mee kunnen doen. Ik probeer even een concreet voorbeeld te bedenken. Dus stel je voor dat er kinderen niet naar school willen of niet meer kunnen. Dat er wat aan de hand is of er speelt wat thuis. Vaak merk je ook dat er een soort probleem is ontstaan of er zit wat onder en dan is het toch vaak, dan moet men erachter komen wat daar dan onder zit waardoor dit plaatsvindt. En wat je merkt is dat het, nou ja als je er dan achter moet komen wat het is, dat of die mensen even moeilijk te vinden zijn of dat dat traject heel erg lang duurt, hè vaak … er gaat heel veel tijd overheen voordat ze er eindelijk achter zijn wat nou, nou ja eigenlijk onder de oppervlakte speelt. En op welke manier ziet u dus nou ja hoe we als gemeente of als college eraan kan bijdragen om daar in te springen. Waar zit die rol van onderwijsinstellingen en ondersteunende instellingen en de gemeente. Kunt u daar wat op zeggen? De voorzitter: Mijnheer Portier. Kunt u vast … De heer Portier: Ik kan er wel wat over zeggen.

Wat ik heel erg interessant vond was de bijdrage die één van de insprekers gaf, die aangaf: ja, aan de ene kant heb je leerplicht, aan de andere kant heb je mensen die zeg maar met het gezin bezighouden en die dan weer samenwerken met de scholen en dat er vaak geen eenduidige regiefunctie op is. En ik denk dat we daar als gemeente en ik heb daar ook geen pasklare antwoorden en oplossingen voor hoor maar dat we goed na moeten denken hoe snel, zeg maar ook liefst preventief als er problemen dreigen te ontstaan. Hè, niet pas als mensen al een paar maanden van school weggebleven zijn. Hoe we een bepaald probleem aan kunnen pakken en of dat nou pesten op een school is of een probleem in het gezin of, ja dat het onderwijs niet aansluit, wat het probleem ook is, dat moet gewoon sneller aangepakt worden. Ik heb daar geen pasklare antwoorden op maar dat is denk ik wel belangrijk dat we daar als gemeente in ieder geval een rol in spelen.

15

De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Dan denk ik dat het tijd is dat mevrouw de wethouder gaat reflecteren. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de aanleiding waarom we uiteindelijk toch nog over dit onderwerp spreken of over deze startnotitie, en dat was de bijeenkomst waarbij we insprekers hadden. Waarbij met name de ouders maar ook het samenwerkingsverband en middelbare scholen zaten aan tafel maar waarbij ouders hun, nou ja eigenlijk onmacht in het scholenlandschap tentoonspreidden in die vergadering en dat dat voor iedereen denk ik, ja dat het ons allemaal geraakt heeft en dat we ons allemaal gerealiseerd hebben: dit gaat verder dan allerlei structuren. Dit heeft invloed op een heleboel gezinnen die er daadwerkelijk tegenaan lopen. En dat is precies één van de redenen geweest waarom we met deze visie komen. Er is een paar keer gezegd: ja, wat is er nou precies nieuw? Want dat hebben we in de startnotitie ook opgenomen. Het is niet de bedoeling dat we weer wat nieuws gaan verzinnen, maar we gaan verbinden wat er al is. We hadden geen visie op het voortgezet onderwijs. Het onderwijs heeft een taak, we hebben een samenwerkingsverband waar we als gemeente ook bij betrokken zijn en de gemeente heeft een taak. En wat in onze ogen nou juist zo belangrijk is, zeker als je het hebt over die integrale benadering.

Ik weet niet meer, volgens mij was het de ChristenUnie/SGP of Gewoon Dordt, die daar iets over zei. Dan wil je dat je het hele aanbod bij elkaar brengt en dat je met elkaar afspraken gaat maken over wie is waarvan en waar zien we dan nog, ja ik zal het gaten noemen of ruimte waar geen oplossing voor is? En hoe gaan we daar dan tot oplossingen komen en ook weer: wie is daar dan weer van? Dat is de hele aanleiding geweest voor deze visie. Ik heb me de opmerking van de heer Portier wel aangetrokken. Ja, het is een heel abstract verhaal, dat klopt. En dat heeft vooral te maken met dat wij twee van de drie onderdelen hebben, tenminste in ieder geval de basisvaardigheden gaan we niet over en onderwijs en zorg gaan we maar deels over. Dus via het samenwerkingsverband of wat dingen die je daartegenaan zet. Maar we hebben ook gezegd: we gaan niet een heel dik beleidsdocument maken, we gaan toewerken naar een afsprakenkader. Dus het wordt echt een uitvoeringsdocument waarin we afspraken maken, concrete afspraken over hoe gaan we met elkaar om, wie heeft welke verantwoordelijkheid en wat missen we en moeten we nog ontwikkelen? Dat even als een soort van inleiding. Verwacht dus geen hele dikke visiedocumenten want die gaan er niet komen. De voorzitter: Mijnheer Portier wil er even op reageren. De heer Portier: Ik had alleen een vraag.

Mag ik dit als toezegging opvatten? Mevrouw Van Benschop: Zeker weten. Ligt natuurlijk wel aan, even nog een kleine kanttekening, hoeveel de Raad hier mee gaat geven over we willen een visie hè. Dus dit is onze insteek. De voorzitter: Mevrouw Boom die heeft ook nog een vraag. Mevrouw Boom-Vos: Ja een verdiepingsvraag. U bent heel duidelijk in van nou ja, er wordt geen beleids… dik beleidsdocument, maar het wordt een afsprakenkader. Wat …. Waar ik niet uit kan worden. Wat is dan de visie op preventie en zorg? Gaat u dat verder

16

uitwerken, hoe gaat u dat verder uitwerken? Vindt u daar passend onderwijs een belangrijk item in of gaat u daar alleen afspraken maken? Niet de ambities die wij als gemeente Dordrecht hebben. Hoe ziet u dat? Afspraken, zijn dat ook Dordtse ambities, of staat dat los van elkaar? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Benschop: Nee voorzitter, dat staat zeker niet los van elkaar. Wij zijn niet voor niets ook onderdeel van dit drietal die samen tot een afsprakenkader gaan komen. En als u ons vraagt, of mij vraagt: wat is de visie van dit college op voortijdig schoolverlaten of thuiszitters? Wij zijn van mening, dat is de hele reden dat we ook de leeftijdscategorie van glansrijke toekomst bijvoorbeeld hebben aangepast, dat je dat inderdaad zo vroeg mogelijk moet signaleren en waar het kan ook zo vroeg mogelijk moet ingrijpen om te voorkomen dat je thuiszitters krijgt of dat jongeren voortijdig van school gaan. Dat is de reden waarom we hebben gezegd: we hebben een visie op het po, hè op het primair onderwijs in Dordrecht, de Dordtse onderwijsvisie. Die loopt tot 12 jaar. En vervolgens hadden we een programma dat zich richt op jongeren die al uitgevallen zijn van 16 tot 27. Daarvan hebben we gezegd: lijkt ons onverstandig, want je wil ook iets aan preventie doen. Dus we pakken nu een aansluiting, dus weer die integraliteit eigenlijk en die doorgaande leerlijnen, fijn woord.

Daarom pakken we nu deze visie op het voortgezet onderwijs in dit afsprakenkader om aan te sluiten op wat er in het po gebeurt zodat we daar de doorgaande lijn hebben en het mbo gaan we aansluiten op de afspraken die we hier maken om ook die overgang goed te laten verlopen. En daarnaast hebben we dan nog het programma Glansrijke Toekomst om interventies te kunnen doen, programma's op te kunnen zetten, samen met het onderwijs, samen met de jeugdwerkers om die groep die buiten … tussen wal en schip valt, ook op te kunnen vangen. De voorzitter: Ik hoorde mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, ik zat even te kijken, maar tegelijkertijd was ik nog aan het denken: hoe zal ik die interruptie nou vriendelijk vormgeven? Het heeft mij verbaasd bij het tot stand komen van het college dat in de portefeuilles van de wethouders er een knip is gemaakt tussen het primair onderwijs en het voortzet onderwijs. Dat is één. Maar ik ben blij te horen dat u daar wel heel erg hecht in gaat samenwerken. Dat document Glansrijke Toekomst vond ik ook zo'n, meer een het papier is geduldig document dan dat het nou al echt richting een adequaat uitvoeringsprogramma gaat. Dus ik blijf dan toch bezig met de vraag, maar misschien komt u daarstraks nog verder op.

Wat zou het college nou concreet willen doen bijvoorbeeld om meer te investeren, om meer voorzieningen te treffen voor informeel leren om te zorgen dat die schooluitval wordt teruggedrongen en wordt beïnvloed. Wellicht zou het ook een suggestie kunnen zijn, die heb ik niet met zoveel woorden gezegd net in mijn bijdrage, om heel adequaat met elkaar na te denken hoe je fors zou kunnen inzetten op opvoedondersteuning. Want er zit heel veel handelingsverlegenheid, zowel bij ouders als bij leraren als het gaat om kinderen die in de knel komen. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop.

17

Mevrouw Van Benschop: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, in de technische brief hebben we daar al over iets gezegd hè. Dus dat de gemeente samenwerkingsverbanden in de regio Zuid-Holland Zuid en de SOJ met elkaar aan het kijken zijn naar bijvoorbeeld die vormen van informeel leren. Ik kan me voorstellen dat als we dadelijk dus het afsprakenkader hebben en Glansrijke Toekomst nog verder is uitgewerkt, want daar is wel wat informatie weer te delen, dat gaat nu sneller dan in de afgelopen maanden. Dan kan ik me voorstellen dat daar inderdaad voorzieningen uit zouden komen als informeel leren. We moeten ook niet doen, daar wil ik echt wel voor waken, alsof we helemaal niks hebben. Want we hebben wel dingen voor jongeren die zonder startkwalificatie van school komen, waarvan we dus weten dat wordt later een probleem voor die mensen zelf. Hebben we bijvoorbeeld initiatieven als de beroepentuin waar mensen een praktijkverklaring kunnen halen zodat ze snel aan het werk kunnen. Want heel vaak zit dat er ook achter hè, dat is niet altijd in het geval van passend onderwijs. Maar het gebeurt ook dat jongeren zeggen: ik wil helemaal niet naar school, ik wil gewoon aan het werk, zei de heer Katif van Beter Voor Dordt ook, en dan kunnen ze in zes weken tijd een praktijkverklaring halen om gewoon aan de slag te gaan. Dat is een erkende praktijkverklaring in samenwerking met het mbo.

Dus dat is ook, nou ja daar hebben ze ook wat aan. We hebben de matchmakers. Ben je uitgevallen van school, heb je geen startkwalificatie, dan zijn de matchmakers er om te bemiddelen naar school of naar werk. Ik ben met u eens dat we nog niet voor iedereen de oplossing hebben. Dat is precies waarom we dat moeten gaan afstemmen. Maar het is niet dat er helemaal niks gebeurt in onze regio. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel, die wil ook nog iets bijdragen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Naar wat wij begrepen hebben, zijn er eigenlijk op dit moment nog maar zes matchmakers. Heeft de wethouder, nou is zij van plan of is er het plan om dat zeg maar te vergroten, het aantal matchmakers? Mevrouw Van Benschop: Nou die vraag die kunt u stellen op volgens mij 24 oktober. De voorzitter: 24 oktober, wilde ik al … Mevrouw Van Benschop: Dan is er een sessie over onder andere de matchmakers. Maar ik begrijp de vraag en dat is precies waarom we in kaart moeten brengen: wat hebben we en wat missen we dan vervolgens nog? Dus … De voorzitter: Maar laten we dat nu … Mevrouw Van Benschop: Dus die discussie over de matchmakers specifiek, of dat gesprek, dat laat ik even voor 24 oktober. Maar ik wil daarmee alleen maar aangeven dat het niet zo is dat er helemaal niks is voor jongeren die van school komen zonder startkwalificatie. Dat betekent niet dat we er zijn hè.

Dan even over de verbinding naar het mbo. Het is lastig voor mij nu op dit moment om een beetje een lijn te ontdekken in waar wil de Raad naartoe. Want aan de ene kant hoor ik: ik wil specifieke aanpak op het vo, ik wil een specifieke aanpak op het mbo, ik wil een specifieke aanpak op hbo en de ander zegt: ik wil graag een integrale blik, want het gaat allemaal over dezelfde jongeren. Ik deel eigenlijk beide meningen. Ja nee maar dat is zo. In onze optiek moet je

18

integraal kijken want het is een kind dat geboren wordt, wordt vier jaar, gaat naar de basisschool, gaat naar de middelbare school en gaat hopelijk vervolgens een vervolgopleiding doen. Het gaat allemaal over hetzelfde kind. Maar we weten ook dat in iedere levensfase weer andere interventies nodig zijn. En dat is waarom we met het programma Glansrijke Toekomst nu bezig zijn. We zijn echt, ik ga even kijken naar de tribune wanneer we kunnen informeren. Maar dat zal … ja sorry. Oké ja we zijn nog bezig maar we kunnen best wel weer een tussenstand … ja het gaat vlot. Waarbij we ook concreet maken: wat is nou de reis van de jongeren vanaf een jaar of twaalf? Waar zitten nou bepaalde knelpunten? Waar zijn belangrijke momenten in het leven van de jongeren die ertoe zouden kunnen leiden dat ze een afstand tot de arbeidsmarkt ontwikkelen of bijvoorbeeld uitvallen van school, voortijdig school verlaten en welke interventies kunnen we daarop doen? Welke interventies kan het onderwijs doen? Welke de gemeente? Dus we zijn echt bezig om daar een integrale kijk op die ene jongere te hebben waarbij we ons wel bewust zijn dat die interventies per schoolniveau natuurlijk weer gaan verschillen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u heeft nog een vervolgvraagje. Van een iets andere orde hoop ik. Niet over de matchmakers. Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel. Ja ja ja.

U had het net over de overgang, of de wethouder had het net over de overgang van middelbare beroep, of naar het middelbaar beroepsonderwijs. En nu was er in het verleden werd er, was er het idee van een spoorboekje. Waarbij dus de documenten zeg maar van een leerling overgedragen werden aan het mbo. Maar dat was vaak niet AVG-proof of althans dat was het probleem waardoor dat niet kon. Is daar een verandering op gekomen waardoor dat dus wel die informatie meereist? Mevrouw Van Benschop: Nou voorzitter, dit vind ik wel een hele technische vraag. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Benschop: Wat ik er wel over kan … Ik kan er niet zo één op één antwoord op geven. Wat ik wel kan zeggen is dat we in de samenwerking nu rondom Glansrijke Toekomst wel degelijk bezig zijn om informatie of data eigenlijk met elkaar te delen zodat we wel het volledige beeld hebben. Hoe dat precies technisch zit, ja dan verzoek ik u even die vraag technisch te stellen. De voorzitter: Dan moet je een technische vraag stellen, want dat gaat even iets te ver. Ik zag mevrouw Pichel en daarna mevrouw Boom. En dan ga ik ook ondertussen even toch voorzichtig richting de klok wijzen. We moeten wel op een gegeven moment tot een afronding komen. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Ja, ik wilde even aan de wethouder vragen.

Nou sowieso aangeven want volgens mij hadden we allemaal best wel wat vertrouwen in deze startnotitie, want we hadden hem eigenlijk al bijna gewoon allemaal als hamerstuk doorgestuurd naar de Raad. En toen werd er gezegd: nou, ga er toch nog even met elkaar over praten. Dat is ook naar voren gekomen omdat met name in de vorige sessie toch, misschien zelfs die sessie daarvoor nog, duidelijk werd dat waar de scholen en ook

19

de onderwijsinspectie tegenaan loopt, dat er steeds meer kinderen worden aangemeld die eigenlijk wat anders nodig hebben dan wat er nu wordt geboden. En wat we ook doorkregen tijdens die vergadering was dat ze toch wel met hun handen in het haar zitten van we weten eigenlijk niet zo goed wat we hiermee moeten, we weten het gewoon niet. Dat dat was heel eerlijk en heel kwetsbaar. Dus vandaar dat ik eigenlijk nu dan ook wil vragen, wat ik zeg we hebben vertrouwen in die startnotitie en op welke manier gaan we dan met dit stukje om? Ondanks weinig wettelijke slagkracht, maar toch merken we hier dat er vanuit het onderwijs wordt gezegd: we weten het gewoon simpelweg niet, we weten eigenlijk ook nauwelijks waar we zouden moeten beginnen, want we zitten gewoon met onze handen in het haar en het probleem wordt eigenlijk steeds maar groter, want we laten ons nog steeds verrassen door het aanbod. En dat stukje, wat gaan we dan doen in die startnotitie? En het hoeft niet heel concreet want dat snap ik ook wel. Maar op welke manier gaan we dat aanvliegen zodat we daar iets mee gaan doen? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Moeilijke vraag denk ik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/581/documents/25927