2.7 2023.08.29 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Ja dan zou je focus moeten zijn om werknemers te hebben die zolang mogelijk bij je blijven werken zodat ze ook de tijd hebben om die connecties op te doen, om die mensen te leren kennen, om die wijk te kennen, om de wegen te weten te bewandelen zullen we maar zeggen. Dus ja de belangrijkste focus van de Dienst Gezondheid en Jeugd zou dan moeten zijn om personeel te werven uit onze regio, van onze regio die het kennen of die het gaan leren kennen. Dus dat staat eigenlijk een beetje buiten het beleid, maar dat heeft heel erg met personeel en mensen te maken, want het is mensenwerk.
40
De voorzitter: Nou, en gelukkig leven we nu in een tijd dat personeel makkelijk te vinden is. Eens even kijken. Ik kijk nog even rond en dan denk ik dat als niemand er hier nog wat aan toe te voegen heeft, dat we over kunnen naar de laatste stelling met een inleiding van mevrouw Prak. Mevrouw Prak: Ik ben Laura Prak, beleidsadviseur Jeugdhulp. Ik heb een stelling voorbereid over de SOJ, ik lees hem even voor. Als de gemeente via de SOJ de meest kwetsbare kinderen goed wil ondersteunen, moet de gemeente de duur en intensiteit van de jeugdhulp beter begrenzen via het normenkader. In 2022 heeft de regio ZuidHolland Zuid het normenkader ingevoerd en het normenkader stelt grenzen aan de duur en de intensiteit per dienst per cliënt. Dus dat geeft aanbieders duidelijke richtlijnen of normen dus voor hoe lang en hoe intensief een jeugdige hulp mag ontvangen en op die manier kunnen de schaarse middelen voor jeugdhulp zo effectief mogelijk wordt ingezet. De voorzitter: Dus pak de telefoons. En u heeft vier keuzes. Ik mis eigenlijk wel een beetje zo’n kahoot-liedje waar je zo’n wacht … zo’n liftmuziekje. En terwijl de stemmingen binnenkomen kijk ik rond, en verwacht ik de heer Van Dam Timmers, maar ik kijk ook even naar anderen. De heer Den Hartog, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Ja, dank u voorzitter. Ik heb oneens gestemd omdat ik het wel een heel lastige vind.
Hè want we hebben hier over kwetsbare kinderen en dan zou je gaan zeggen op een gegeven moment: ja, je hebt heel veel hulp nodig. Maar sorry, je bent aan het limiet van je budget. Succes. Nou dat kan ik echt niet over mijn hart verkrijgen hoor. De voorzitter: Maar wordt dat met deze stelling ook zo bedoeld, want begrenzen betekent dat ook per se deze uitleg? De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja, ik denk dat je dit wel moet begrenzen dus ik ben het hier zich mee eens en gelet op het feit dat de duur en intensiteit van jeugdhulp natuurlijk helemaal niets zegt over de kwaliteit, of het van toepassing is op die cliënt, of patiënt, of kind. Het kan natuurlijk een kind zijn wat wel een probleem heeft, maar wat een probleem heeft wat een heel gunstig natuurlijk beloop heeft waarvan je weet dat het voorbijgaat of waarvan de echte hulp ook prima in de familiekring gegeven kan worden. En dan als je dat doet, dan hou je geld over voor de mensen waarbij dat niet geldt. En als je niet kiest, dan weet je dat, ja een beetje de commercieel gedreven jeugdzorgaanbieders die zullen een bepaald type cliënt heel graag willen hebben omdat daar goeie marges op zitten. Dus als je hier niet op stuurt, ja dan heb je het … loop je het risico, of nou ja dan denk ik dat het zo is dat je ingewikkelde cliënten, ja geen zorg zullen krijgen en het haasje zullen zijn.
Dus ergens zou je, ja het is lastig om op geld te begrenzen. Eigenlijk zou je op capaciteit moeten begrenzen. Zou je meer capaciteit vrij moeten maken voor de ingewikkelde problematiek en minder capaciteit voor de eenvoudige problematiek, want dan stuur je niet financieel, dus dat komt beter over, maar stuur je op mensen die het meer nodig hebben. Maar ik begrijp ook dat dat heel leuk en makkelijk klinkt maar dat deze wereld heel ingewikkeld is en dat je dat dus maar heel moeizaam kan doen. En daarom denk ik dat zo'n normenkader het beste is wat je kan.
41
De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar mevrouw Van Herwijnen en daarna naar mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dankjewel. Ik heb uiteindelijk mee oneens gestemd, maar ik vind het een hele lastige ook met de, nou ja de minimale kennis die ik ervan heb. Ik zou zeggen: als je hebt over kwetsbare jongeren dan wil je misschien maatwerk leveren maar kan je wel maatwerk leveren binnen de capaciteit die je hebt. Dus moet je dan niet in ieder geval een aantal basisnormen hebben om ieder geval wel al sturing te kunnen geven aan deze casus krijgt zoveel en een grotere casus krijgt meer. Dus ik vind het een hele lastige om daar nu echt een mening over te hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Ja, ik ben het … ik was het oneens met deze stelling. Je moet niet begrenzen aan de duur en intensiteit die aan de jeugdhulp die je standaard biedt, maar je kunt wel de vraagstelling een beetje omdenken en ook uit ervaring meegenomen is: jeugdhulpinstanties, die zien alles als een heel zwaar of een zwaardere jeugdhulp. Terwijl de zorgvraag ook licht kan zijn, behandelen ze het nog als een intensieve vraag en gaan allerlei onderzoeken ongevraagd starten die je verplicht bent om in een traject te komen. Daar zou je ook wat aan kunnen doen dat je aan de voorkant met de jeugdhulp bekijkt of dat je lichtere of zwaardere en daar een traject aan vast hangt.
De voorzitter: Ik kijk rond en ik zie de Safranti. De heer Safranti: Ja, maar dat gebeurt al volgens mij, voorzitter. Zo'n … ja ik weet niet hoe die functies hier heten. Maar er wordt natuurlijk getriageerd, maar ook gescreend. Ter beoordeling wordt er natuurlijk de aanpak opgezet, dus niet iedereen krijgt de juiste, of noem je dat, dezelfde aanpak. De voorzitter: Mevrouw Boom-Vos, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Er zit een verschil tussen jeugdhulp en jeugdzorg en daar zit die triage, die zit er in. Bij jeugdhulp gewoon een doorverwijzing van je huisarts naar een GGZ-instelling of iets. Daar wordt standaard bij de GGZ-instelling het gewicht of het advies neergelegd, hoe zwaar en wat het behandeltraject moet zijn. En uit de praktijk en bij kennissen heb ik gemerkt dat het standaard altijd een heel zwaar onderzoekstraject is, terwijl de zorgvraag ook maar heel klein kan zijn. De voorzitter: Dank u wel voor deze uiteenzetting. Ik kijk even rond en ik heb het idee dat niemand meer op deze stelling wil reageren en normaal gesproken zouden we dan nu de conclusies moeten trekken van hebben we genoeg informatie gegeven als commissieleden, zodat jullie er mee aan de slag kunnen. Maar we hebben nog een half uur en er was een verzoek om de stellingen, ja iedere stelling tien minuten aandacht te geven of te behandelen, zodat we nog een halfuurtje. Sorry. Ik ben wel weer erg plat Dordts.
Een halfuurtje nog eventuele andere mededelingen konden doen of vragen konden stellen zodat we dat kunnen meegeven. En de heer Van Dam Timmers, het was uw voorstel. Dus u mag aftrappen.
42
De heer Van Dam Timmers: Ja voorzitter, ik wilde eigenlijk naar aanleiding van deze stelling nog een vraag stellen. Ik zie dat heel veel mensen het hiermee oneens zijn hè, dus die willen geen, de duur en intensiteit niet meer begrenzen. Maar dan ben ik wel benieuwd wat die mensen of die fracties dan wel willen doen om kosten in de hand houden of capaciteit in de hand te houden of beschikbaarheid te houden voor ook de complexe cliënten die dat echt nodig hebben. Of zeggen al die fracties: nou ja, je moet er gewoon een paar miljoen extra tegenaan gooien ieder jaar. Dat kan natuurlijk ook een politieke opvatting zijn, maar daar gaat het wel over. Dus ik denk wel dat het goed is om dat … die vraag dan ook te beantwoorden. De voorzitter: Een goede vraag. Ik zie hand van mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Is het ook niet handig om over deze stelling, ja dat is natuurlijk nu deze vergadering of deze commissie, maar over deze stelling verder te praten als we de hervormingsagenda Jeugd besproken hebben zodat we ook echt weten wat implicaties hiervan zijn? De voorzitter: Dat is een vraag aan de voorzitter of een vraag aan de heer Van Dam Timmers? Aan de rest van de commissie. Mevrouw Schnabel: Het is eigenlijk gewoon een algemene vraag.
Ik bedoel we kunnen hier nu een antwoord op geven, maar ik kan me voorstellen dat het antwoord van meer waarde eventueel kan zijn als we weten, als we meer informatie hebben. Dat is gewoon eigenlijk, dat is gewoon een algemene ... De voorzitter: Ik zie dat de heer Laban hierop wil reageren. Gaat uw gang. De heer Laban: Ja. Kijk mijnheer Van Dam-Timmers, die betrekt een aantal zaken bij de stelling die er niet in staan, he? Het is niet dat er gezegd wordt: dit gaat je meer kosten dus dan moet je dat doen. Kijk, dan had de stelling moeten zijn: kies je voor A of kies je voor B en dat staat er niet. En ik denk dat, en vandaar dat ik denk dat de meeste mensen ook hebben gekozen oneens, ja niemand wil de verantwoordelijkheid nemen door personen te weinig zorg te bieden, waardoor uiteindelijk er problemen ontstaan die mogelijk niet hadden gehoeven als er meer zorg geweest was. En dat is wel, nou ja daarom zijn het natuurlijk stellingen. Maar er zit wel iets heel dubbels in en eigenlijk mijn vraag aan de mensen die het mede georganiseerd hebben: is er nu voldoende input geleverd of zijn er nog vragen over die, ja die eigenlijk wel beantwoord zouden moeten of willen worden om echt goede slagen ‘…’ te komen. De voorzitter: Ik zie een knikkende mevrouw De Koning. Mevrouw De Koning: Ik moet even hardop denken. Ik hoorde net de interpretatie van mijnheer Van Dam-Timmers van het CDA.
Dat is wel een beetje het bredere verhaal wat achter zo'n stelling zit. Kijk, we weten allemaal dat jeugdhulp, nou ja duur is en dat we daar ook extra geld in stoppen. Natuurlijk heb je ook gewoon je wettelijke taak om die jeugd te helpen, dus dat staat hier natuurlijk niet ter discussie. Maar waar we wel voor hebben gekozen is dat normenkader om te kijken vanuit de uitvoering, de SOJ die voert dat uit, dat normenkader om te kijken: wat is gemiddeld genomen een goede duur en intensiteit van de jeugdhulp die we bieden? En als we dan zien in de praktijk dat er meer
43
nodig is, dan zit daar een toetsmoment aan vast. Dus en als gemeente kunnen we er natuurlijk wel op sturen dat dat normenkader, nou ja goed wordt uitgevoerd. En als we dan zien dat dat bijvoorbeeld vaak overschreden wordt, dat we daar, nou ja over het gesprek hebben van goh waar zit dat hem dan in? Dus dat is een beetje meer het bredere verhaal achter die stelling. En het is voor ons ook zoeken. Het zijn ook best soms technische vragen, maar goed het is nu ook een beetje het zoeken in zo'n meerjarenbeleidsplan natuurlijk van hoe staat u erin? En we willen dat sentiment gewoon wel goed verwerken. Dus ja, vandaar dat het soms toch een beetje technisch wordt. De voorzitter: En dan terugkomend op de vraag van de heer Laban: is er vanavond dan op die manier over deze stellingen genoeg informatie opgehaald, zodat jullie daarmee uit de voeten kunnen? Mevrouw De Koning: Ja, ik kijk heel even ook schuin naar Gemma Smit, want jij weet denk ik beter hoe het vervolg er ook met de transformatieagenda eruitziet. Nog even de vraag of we daar dan nog op kunnen aanhaken mocht er meer input gewenst zijn vanuit de Raad. Mevrouw Smit: Ja dus als je de relatie met de hervormingsagenda ligt, één van de belangrijkste uitgangspunten van de hervormingsagenda is beperking van de Jeugdwet.
En dat gaat dus in feite eigenlijk ook over wij hebben nu met het normenkader in feite met elkaar geregeld wat binnen de wet kan, hè want we hebben gewoon op basis van ervaring aan bepaalde diagnoses een bepaalde duur en intensiteit van behandeling gedaan. Dat is niet zo gedaan maar dat is echt op gewoon onderzoek van nou, dit soort dingen kunnen we doen en dat is wel degelijk inderdaad gebeurd omdat je ziet dat je in de jeugdzorg een heel breed scala hebt. En wat de heer Van Dam-Timmers vertelde zien we in de praktijk ook gebeuren. Jij hebt lichte vormen van jeugdzorg. Dat kan dyslexiehulp zijn. Maar ook weerbaarheidstrainingen en dat soort dingen die heel interessant zijn voor bedrijven om aan te bieden hè. Eén van mijn collega's uit de regio liet zien een advertentie van een aanbieder die zegt: ga naar uw huisarts, want dan kunt u gratis deze cursus krijgen en wij … het wordt voor u betaald. En dat trekt dus mensen, personeel weg zeg maar, want ja je kan heel ingewikkeld werk doen in de jeugdzorg met moeilijke cliënten en zware diensten en slechte publiciteit, of je kan dit doen. En het trekt dus geld weg. Nou en dus in die discussie over die hervormingsagenda gaat het dus over die verschillende sporen.
Hoe kan je beter bepalen wat echt jeugdhulp is? Wat is nu echt waarvan je zegt: dat moet je regelen? Maar het gaat bijvoorbeeld ook over we hebben nu een norm voor goed opdrachtgeverschap. Dat gaat over ons, dat wij bijvoorbeeld goeie tarieven moeten betalen hè, dus dat nu de cao is aangepast wij dus verplicht worden om die cao te volgen. Daar komt nu ook een norm voor, is de bedoeling, voor goed opdrachtnemerschap zodat die aanbieders bijvoorbeeld ook denken: ja maar we kunnen het ook met een lichter proces af hè of nou misschien moet deze persoon helemaal niet naar jeugdzorg, moet gewoon naar de sportvereniging of dat soort dingen. Dus op die verschillende zaken speelt het. Wat het ingewikkeld maakt is dat met de val van het kabinet het nu even afwachten is hoe hoog het tempo van de hervormingsagenda is. En dus kan je volgens mij prima in de discussie met het meerjarenprogramma praten over de vraag die hier ook al op tafel lag: hoe zorgen we ervoor, en dat is ook de discussie bij de Wmo, en hij komt dus ook bij de Integrale Visie Sociaal Domein heel erg naar voren. We hebben niet meer genoeg mensen en genoeg
44
geld om iedereen alles te geven. Dus hoe zorgen we er nou met elkaar voor dat de mensen die het meest kwetsbaar zijn, dat die geholpen worden? Dus dat is een beetje … De voorzitter: Dank voor de toelichting. Ik zie gelijk de heer Van Dam-Timmers en daarna de heer Laban. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ja politiek is natuurlijk keuzes maken en we hebben het hier gisteren in onze fractie ook over gehad. En wat ons betreft zou je dan kiezen dat je die lichte vorm van hulp gewoon of niet meer doet of zo min mogelijk doet, zodat je daarbij geld en capaciteit impliciet vrijmaakt voor die andere vormen. Ja en dan steek je ook een aantal van die bedrijven misschien de loef af. En misschien vervelend voor sommige kinderen die dyslexiezorg willen hebben of bepaalde van die andere, ja relatief eenvoudige vorm van zorg willen hebben. Maar uiteindelijk is het voor ons als brede samenleving is het beter. En ik denk, dan moeten we kiezen voor dat collectieve belang en niet voor dat individuele dyslectische belang. De voorzitter: Eerst de heer Laban en daarna komt u, mijnheer Bootsman. De heer Laban: Ja dank u wel voorzitter. Wat ik zeggen is vooral dat die, dat er een, nou ja een deel van het budget weggehaald wordt door die zorgcowboys.
En ik denk dat … dat is geen stelling, ik weet ook niet wat we eraan kunnen doen als overheid, maar er is te weinig geld voor zorg omdat het ook naar de verkeerde kanalen gaat en zijn er mogelijkheden om die wegen af te snijden, zodat het geld op de juiste plek terechtkomt? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Smit: Nou ja, dus volgens mij zit er ook in de huidige wetgeving op zichzelf nog wel ruimte om dus met zo'n instrument als normenkader, maar bijvoorbeeld ook het volgen van welke aanbieders, maar bijvoorbeeld ook welke huisartsen doen nou heel veel doorverwijzingen of welke aanbieders hebben altijd … vragen elke keer weer om een verlenging. Ja dan kan je in ieder geval partijen het gesprek aangaan en zeggen hoe komt dat nou? Dus dat is er eentje. Wat we in de verordening hebben zitten is ook dat we bijvoorbeeld, je zou ook kunnen zeggen van ja is dyslexie jeugdzorg of is dyslexie een probleem in de klas? En zou je bijvoorbeeld veel meer naar onderwijs moeten kijken? Je zou van sommige dingen ook kunnen zeggen: kunnen we bijvoorbeeld zeggen dat er een algemeen aanbod is, dus een groepsaanbod dus niet meer individueel maar gewoon zeggen van ja, als jij een beetje somber bent, wat heel vervelend is, maar dan hebben we een leuke groep met jongeren met vergelijkbare problematiek. Of nou ja, er zijn best mogelijkheden om wat te doen.
Maar zolang de wet is zoals die is, is op het moment dat iemand naar de rechter gaat en zegt: ik vind dat dit jeugdhulp is en ik wil het nu vergoed hebben. Nou ja, dan is het spannend. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ja, ik wilde even allereerst over wat mevrouw Smit net zei, dat vind ik eigenlijk heel mooi om te horen. Om te kijken van kan het niet wat meer veralgemeniseerd worden? Want het is ook, mensen die zorg nodig hebben moeten zorg krijgen, maar je moet ook niet mensen de zorg induwen als ze met minder dan zorg
45
afkunnen. Want ik kan uit meerdere bronnen ook zeggen en ook persoonlijke ervaringen dat het lang niet altijd leuk is om zorg te krijgen. En vandaar dat ik ook nog even op de heer Van Dam-Timmers wilde reageren. Mensen kiezen over het algemeen niet voor zorg, of willen niet. Ik wil zorg. Het is over het algemeen wel een soort proces hoe dat dat dan loopt en ook vanuit het onderwijs en dat het inderdaad al snel, bijvoorbeeld met dyslexie automatisch richting zorg gepusht wordt. En dat het denk ik ook belangrijk is om bij het onderwijs eens te kijken van kan dat niet, moet dat nou per se zorg zijn. Als het nodig is moet het zo zijn, maar als het niet per se nodig is dan zou het wel iets kunnen zijn denk ik. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Boom-Vos, ik zag een hand Mevrouw Boom-Vos: Ja, ook in het gedachtegoed van mijnheer Van Dam-Timmers, van ja je kunt allemaal meer meer, maar het moet ook ergens vandaan komen. Hadden wij ook wel, maar daar eerlijk is de heer Van Dam-Timmers wat suggesties. Maar mijn vraag aan mevrouw Smit eigenlijk waardoor ik ging nadenken: is het ook mogelijk om voor bepaalde typen zorg naar draagkracht in te zetten? De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw Smit: Nou ja, ja … Nou ja kijk wat we wel proberen met de Integrale Visie Sociaal Domein waar we straks ook een integrale verordening aan koppelen is dus inderdaad soms kijken: waar zou je eigen bijdrage kunnen vragen? Waar mag dat van de wetgever, waar kan dat en het dan koppelen aan je armoedebeleid, waar je dus zegt dat mensen die het gewoon niet kunnen betalen, dat je daar dan iets regelt voor die eigen bijdrage. Maar bijvoorbeeld een van de actuele dingen, dat is wel dan misschien leuk, of leuk, maar goed om te vertellen. Uit de voortgangsrapportage van de SOJ blijkt dat de vervoerskosten heel erg gestegen zijn bij de SOJ. Dat heeft waarschijnlijk te maken met dat er meer kinderen thuis zitten en die dus in plaats naar bijvoorbeeld speciaal onderwijs of school gaan naar een dagbesteding gaan, naar jeugdzorg. Voor het leerlingenvervoer hebben wij redelijk streng met elkaar afspraken gemaakt, inderdaad over draagkracht en draaglast. Dus als ouders zelf kunnen brengen of als een kind met het OV kan of een fiets met begeleiding, dat dat voorgaat voordat je een taxivervoer krijgt. Bij jeugdzorg is het schijnbaar nu nog zo geregeld dat je per definitie taxivervoer krijgt.
Nou dus wat je kan doen is dus bijvoorbeeld zeggen: moeten wij bij jeugdzorg als het om vervoer gaat niet gewoon dezelfde regels maken als dat we die bij leerlingenvervoer hebben en dat je dus toch eerst kijkt: zit er bij ouders nog draagkracht, wat is de draaglast? En als het niet kan, als iemand nou ja heel specifiek vervoer nodig heeft wat gewoon niet kan, dan is het wat anders. Maar als iemand gewoon wel de kinderen drie keer in de week naar de training bij Feyenoord brengt omdat ze zo fanatiek voetballen dan kan je ook zeggen, of als je zegt van ja, er is ook in Dordrecht een voorziening. Maar je kiest er nu voor om helemaal naar Gorkum te gaan. Dat mag. Dat is echt prima. Maar moet dan de gemeenschap het vervoer betalen? Dus dat zijn, dus daar zijn wel mogelijk. Ja. De voorzitter: Helder. Ik kijk even om mij heen. Zijn er nog prangende vragen of misschien ook wel andersom, naar de commissieleden? De heer Laban.
46
De heer Laban: Nou ik ben heel erg blij met de laatste toevoeging die u aangaf dat er gezocht wordt naar manieren om de gemeente te ontlasten financieel, en de rekening daar neer te leggen waar het ook gedragen kan worden. Dat vind ik een mooie toevoeging. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja voorzitter, is dan nu het moment om ook de bijdragen … De voorzitter: Jazeker, jazeker. De heer Van Dam-Timmers: Je keek mij zo aan. Ja, dank voorzitter. Ja ik denk hele belangrijke onderwerpen hè, waar het hier om gaat denk ik uiteindelijk: je moet kiezen. Je kunt natuurlijk alles willen en het liefst zou je iedereen alle zorg willen geven en overal alle inzet in willen geven en zoveel mogelijk preventie zoveel mogelijk, nou ja van alles in feite, maar dat kan niet. Dat is de realiteit, is dat we keuzes moeten maken en daarin spreekt het bij onze fractie voor zich dat we de kerntaken die voortkomen uit de Wet Publieke Gezondheid en de andere regels die we met elkaar hebben afgesproken, dat die moeten worden uitgevoerd. Maar daarbij, en dat is ook de vraag voor deze bijeenkomst, is gevraagd: ja kun je daar in focuspunt aangeven die voor onze fractie of je fractie van belang zijn? En daarom is het mooi dat het vandaag een consultatie is, want dan kunnen we ook een aantal dingen meegeven.
En als het gaat over de focuspunten dan moest ik zelf ook zeker in het afgelopen half jaar denken aan dat we in feite op heel veel terreinen ook de basis soms niet op orde hebben. Mensen hebben soms niet eens een huisarts of hebben geen huisarts in hun buurt of als ze wat ouder zijn, is er niet zoveel voor ze beschikbaar. En dat is denk ik ook wel een focuspunt. Dat komt niet alleen vanuit de Dienst Gezondheid en Jeugd hè, want het is ook breder met het integraal zorgakkoord, maar uiteindelijk gaat het er wel om: we moeten eerst de basis en de focus, wat mij betreft moet dus dat de basis op orde is en dat bij de wijkgerichte aanpak dat we ook moeten kijken van ja, is dat ook wel in elke wijk het geval of zijn er eigenlijk blinde vlekken waarin mensen meer nodig hebben dan we nu doen? Dus dat is eigenlijk één. En ja wat mij betreft staat die heel hoog op één en daarna in feite komt pas al het andere. En als tweede focuspunt denk ik dat we ons moeten inzetten op de gezonde generatie vanuit het collectieve denken, omdat de individuele behandelingen van elke patiënt ontzettend duur zijn en we daar eigenlijk onvoldoende mensen voor hebben. Dus als je als Dienst Gezondheid en Jeugd veel effect wil hebben op de inwoners en veel levensgeluk wil gunnen aan mensen, dat je mensen gunt om hun kleinkinderen mee te maken.
Dan denk ik dat we ons moeten focussen op gezondheid, leefstijl en gezondheidsbevordering, zodat ze niet als gevolg van hun drank of alcohol of alcoholgebruik of roken of andere dingen die te voorkomen waren op hun zestigste komen te overlijden met alle ellende die daar ook bij komt kijken. Dus inzet op leefstijl, een prioriteit wat onze fractie betreft. En dan op jeugdzorg, ik heb het net ook eigenlijk al gezegd, prioritering van de complexe zorg zodat die als eerste aan bod komt. En als er dan ruimte over is of we hebben financiële ruimte over of er zijn, er is personeel over. Ja laten we dan kijken wat we allemaal ook kunnen doen. Maar wel in die volgorde en niet andersom dat we eerst de eenvoudige of gemakkelijkere dingen doen en dan, dat de mensen die het eigenlijk echt nodig hebben dat die achter het net vissen. Dat is als het gaat om vraag één, wat zouden de prioriteiten moeten zijn wat onze fractie betreft. Dus basiszorg op orde, gezonde leefstijl, en inzet op prioritering van de complexe jeugdzorg.
47
En dan regionaal, denk ik regionaal, dat leent zich ook uitsluitend of heel goed eigenlijk ook voor die leefstijl in feite, omdat dat niet een lokaal issue is maar heel erg ook gaat over de regio. Dus ik denk als er tools of dingen zijn die regionaal worden ontwikkeld dat je die heel, ja wellicht eenvoudig ook lokaal kan inzetten. En wat ook denk ik belangrijk is regionaal is dat onze bevolking vergrijst dus vitaal ouder worden, voorzieningen voor ouderen. Ja daar zal toch meer tijd en aandacht naar moeten in de komende jaren. Want alleen al als ik kijk naar de wijk Sterrenburg waar ik vaak rondloop dan zie ik dat daar een hoop mensen zijn die in de komende jaren de gemeente hard nodig gaan hebben. De voorzitter: Dank u wel en goed dat u zo gebruikmaakt van het moment. Mevrouw Boom-Vos: Ja, ik wil de heer Van Dam-Timmers bedanken vooral ook om nadenken van wat heeft prioriteiten? Daar sluiten wij graag bij aan. Wij hebben zelf ook nagedacht: wat willen we meegeven voor het meerjarenbeleidsplan? Nog extra naast de stellingen. En die zitten ook in die prioriteitstelling. Zo slim waren we niet maar wel ongeveer. Maar ook in de oplossingsmogelijkheden, vooral wat moet regionaal ontwikkeld worden? Het is soms meer als je het meerjarenbeleidsplan bekijkt, er komt een heleboel op de DG&J af. Moet alles door DG&J ontwikkeld worden? Bijvoorbeeld de klimaatverandering.
Is dat niet iets wat landelijk al voldoende aandacht krijgt? Moeten we, moet DG&J dat erbij pakken, meer die kwestie. Ook bijvoorbeeld de pandemiezorgen. Terecht dat die er zijn. Zetten we dat op een waakvlam en zorgen we dat de draaiboeken klaar zijn of zetten we dat hoger, zijn we angstig voor een nieuwe pandemie en leggen we, maken we ons daar nu al grote voorbereidingen voor? Wanneer is goed genoeg? En dan zouden wij eerder meegeven: zet dat op een waakvlam. We hebben ervaring gedaan. Maak je daar, hou dat op de achtergrond. Maar zet daar niet je allereerste inzet bij. Een ander iets wat we mee wilden geven, wat hier al ter sprake is gekomen. Wanneer kan een lichte aanpak en geeft een zorgaanbieder altijd de zware aanpak of de dyslexie. En waar wij ook vooral zien is dat er heel veel hoger opgeleiden de potjes weten te vinden terwijl juist de mensen die lager opgeleid zijn die zorg meer nodig hebben. Vraag daar, nou ook net over, zet daar dan ook die draagkracht in. Want het zijn juist die mensen die lager opgeleid zijn die daar juist gebruik van moeten maken. En nou, dat waren eigenlijk onze insteek om extra mee te geven. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond of er nog andere partijen zijn die graag nog wat mee willen geven. Ik zie de heer Van Pelt, gaat uw gang. De heer Van Pelt: Ja.
In zijn algemeenheid vind ik met de thema's die we bespreken vanavond dat daar wel een behoorlijke aanname van maakbaarheid in ligt. En we hebben natuurlijk taak om problemen die er zijn proberen aan te pakken. Maar ik denk dat er ook heel veel problemen zijn die niet of beperkt maakbaar of beïnvloedbaar zijn. Als het gaat over kinderen en jeugd bijvoorbeeld, ja dat heeft heel vaak te maken met gezinsvariabelen die gewoon verankerd zijn in gezinnen, in ouders, in personen, in een gezinscultuur. Wat ons denk ik niet ontslaat van de plicht om te doen wat we moeten doen. Maar waar denk ik ook een zekere nuchterheid wel van belang bij is. Namelijk niet alles is oplosbaar. En dat is lastig denk ik, om dat onder ogen te zien. We willen graag helpen en ook allerlei hulpinstanties hebben, ook die instelling, willen helpen en daarom schieten ze denk ik soms ook wel eens te ver door, gaan te lang door. Dus ik denk dat je
48
ook wel nuchter moet zijn en moet kijken naar de effectiviteit van je inzet en dat het ook een zekere ontspannenheid kan geven als je je kunt realiseren dat je wel je inzet moet plegen, maar dat niet alles maakbaar is. Al is het maar om te voorkomen dat de hulpinstanties die dit allemaal moeten uitvoeren te veel negatieve kritiek krijgen. Wat mijnheer Safranti ook zegt van ja, er wordt slecht werk geleverd hier of daar. Het kan ook zijn, dat kan natuurlijk, maar het kan ook zijn dat sommige dingen zo taai en hardnekkig zijn dat je dat, dat het ook een beetje een ondankbare taak is van sommige instellingen op dit vlak. Ik denk dat je een beetje de twee kanten moet vasthouden om het ook een beetje ontspannen te kunnen blijven doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie allemaal tevreden blikken heb ik het idee. Of iedereen is gewoon een beetje op. Dat zou ook nog kunnen. Maar kunnen we dan, is er nog iemand die heel graag het woord wil om nog wat mee te geven? Zo niet dan zijn we denk ik gewoon wat eerder klaar. Wat ook niet heel erg is natuurlijk. Dan wil ik onze gasten vanavond ontzettend bedanken en we hebben, wat ik persoonlijk heel prettig vond was even de planning die is getoond, zodat we weten dat de commissieleden nog een later moment hebben om te kijken wat hier met de input is gebeurd onder andere.
En dan rest mij verder niets anders dan jullie een hele fijne avond toe te wensen en geniet van jullie welverdiende nachtrust.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2023.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
49