2.6 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 20 april 2021.pdf
Tekst van het document
Daarnaast proberen wij natuurlijk op allerlei manieren ook in onze stad die bouw te versnellen. We hebben daar een Fast Laneproject voor, daar zitten allerlei partijen aan tafel om te kijken hoe wij die bouw kunnen versnellen. We hebben zelf binnen de gemeente al de vergunningstrajecten verkort, maar dat betekent niet dat het dan al gelijk sneller gaat, omdat je ziet dat ook woningbouwcorporaties hun eigen traject daarin volgen. Die volgen meestal op het proces wat de gemeente heeft doorlopen. Wat wij nu aan het doen zijn is regionaal met die woningbouwcorporaties om tafel zitten om te kijken hoe we die processen beter in elkaar kunnen gieten, zodat we toch die versnelling kunnen maken. Dus op allerlei manieren proberen we die processen zo veel mogelijk te versnellen, maar een beetje bouwtraject begint bij een plan tot uitvoering, daar zit ongeveer vier à vijf jaar tussen. Binnen de gemeente Dordrecht zitten we nu op drie jaar, dus ik denk dat we daar al forse stappen hebben gezet. De vraag is in hoeverre je dat nog verder in kan korten, want het moet natuurlijk wel kwalitatief goed voorbereid zijn en terdege. Dus kwaliteit vind ik dan toch nog wel belangrijker als verder versnellen. Maar we doen er wel alles aan om het zo snel mogelijk en kwalitatief goed te doen. De vraag met betrekking tot meer appartementen, dat is ook een discussie die speelt met de woningbouwcorporaties.
Die hebben in hun bezit veelal ook grondgebonden woningen en er is een discussie dat zij hun aantal grondgebonden woningen op peil willen houden. Terwijl wij ook zien en meer toe willen naar meer appartementen in onze stad. Daar zitten we inmiddels ook in die discussie dat we meer die kant opgaan. Je ziet ook een aantal projecten waar we nu met de woningbouwcorporaties afspraken hebben gemaakt die grondgebonden woningen in te wisselen voor gestapelde woningen. Dus ook in die zin denk ik dat we nu de juiste stappen zetten, wat u terug kunt zien in de monitor zoals die bij de bouwende stad aan u wordt voorgelegd. Dan ben ik bij de vraag van de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt. Die participatie, dat … De voorzitter: Mijnheer Stam, voordat u verdergaat, mijnheer Gündogdu heeft een vraag.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik wil wethouder Stam en via hem ook het college het volgende voorleggen. Wij hebben het diverse keren gehad over actief grondbeleid vanuit de gemeente met de vraag in hoeverre er actief grondbeleid, nog actiever dan nu het geval is, zou opgezet moeten worden. De eerste vraag in dat kader is aan de portefeuillehouder: zou een actief grondbeleid vanuit de gemeente hen helpen in de uitdaging zoals zij daar nu mee aan de slag is? Via de portefeuillehouder ook richting het college: zou het college met een voorstel richting de raad willen komen om eens in beeld te brengen wat nou actief grondbeleid zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van deze stad? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, dat is volgens mij wel – om het even in zijn goed Hollands te zeggen – off-topic. Het is daaraan verwant, maar ik denk dat we volstaan op dit moment met de boodschap dat dit bij het college binnen is gekomen nu en dat wij daarvan horen op een ander moment hoe ze daarmee om willen gaan. Is dat een idee? Want ik vind het niet in deze discussie passen. De heer Gündogdu: Tenzij de portefeuillehouder wil reageren. De voorzitter: Nou, heel kort dan. Wethouder Stam: Een hele korte reactie.
Ik denk dat het iets is wat we goed moeten onderzoeken en kansen en risico’s goed tegen elkaar moeten afwegen en dat we zo inzichtelijk moeten maken of een actiever grondbeleid een oplossing is voor A. snelheid en kwaliteit. De voorzitter: Dat is mooi kort. U was bezig met de vraag van de heer Kleinpaste. Wethouder Stam: Ja, de participatie. Ik denk dat als we kijken naar toch ook weer die bouwende stad en alle projecten waar we nu mee bezig zijn, dat die participatie naar mijn idee maximaal vorm is gegeven. We hebben een aantal trajecten gezien waar dat tot wijzigingen heeft geleid en we hebben een aantal projecten gezien waar dat eigenlijk vrij soepel gaat. Maar ik denk in de breedte, en als ik de vraag van de heer Kleinpaste goed heb geïnterpreteerd, dan wordt maximaal inhoud gegeven aan die participatie. De voorzitter: Dat is mijnheer Kleinpaste geloof ik niet met u eens. De heer Kleinpaste: Voorzitter, de vraag brandde dan toch op de lippen om de wethouder toch eens even te polsen waarom hij dan denkt dat we zo vaak ontevredenheid horen bij omwonenden, bij mensen in die projecten, over de wijze waarop die participatie vorm krijgt. Want daar wordt toch behoorlijk over gemopperd en daardoor ben ik bezorgd en stel ik dit soort vragen. De voorzitter: Mijnheer Stam.
Wethouder Stam: Ja, ik denk dat de bezorgdheid van de heer Kleinpaste ook niet onterecht is, maar zoals u weet: in het leven heb je altijd voorstanders en tegenstanders. Mopperen betekent niet altijd dat dat slecht is, daar luisteren wij als college ook naar. Op het moment dat je een participatietraject ingaat en je hebt een X aantal participanten waarvan het merendeel zegt ‘wij kunnen met deze plannen wel leven’, blijf je altijd een
groep mensen overhouden die dan toch niet tevreden zijn. Dus honderd procent mensen tevredenstellen lukt nooit, maar we hebben wel een opgave met elkaar om iedereen te voorzien van een goede woning. Dus ik denk wel dat die participatie op een goede manier wordt vormgegeven en er zijn altijd mensen die niet altijd honderd procent tevreden zijn. Daar moet je wel aandacht voor hebben, maar op een gegeven ogenblik moet je wel door als stad. De voorzitter: Helder. Was u door uw vragen heen? Wethouder Stam: Volgens mij heb ik zo alle vragen die ik heb opgeschreven beantwoord. Mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik dat graag van u. De voorzitter: Voor zover ik het kan zien inderdaad ook, maar volgens mijnheer Stolk geloof ik niet. Gaat uw gang. De heer Stolk: Nee, ik heb alleen nog aangegeven over de sociale woningbouw die gepland staat om teruggebouwd worden, wil ik eigenlijk van de wethouder weten of hij in het college daar eens naar wil kijken en er druk op uit wil oefenen. Want er staat namelijk – en dat heeft het college ook geschreven – dat de woningen die dus gesloopt zijn pas in 2031 allemaal gerealiseerd teruggebouwd zijn. Dan praten we over de periode 2016 tot 2031. Dus dan hebben we helemaal niets gedaan aan die sociale woningbouw, alleen maar terugbouwen.
Ik zou de wethouder erop aan willen dringen: wilt u eens praten in het college erover, of er niet toch meer woningen kunnen komen of versneld, dat ze niet in 2031 pas er zijn? Dat was het. Wethouder Stam: Voorzitter, ik praat elke dag met collegeleden en ik denk dat er één misopvatting zit: we hebben gezegd vanuit de stand-still dat de sociale woningvoorraad van 2016 in 2031 weer op dat niveau moet zitten. Als u echter gaat kijken naar de plannen die we nu hebben en de sociale woningbouw die we nu de komende jaren gaan doen – ik noem weer Middenzone-Leerpark, Frank van der Goesstraat, Colijnstraat, Patersweg, het Witte Dorp – dan zult u zien dat we ruim voor 2030 weer op die 1000 woningen zitten. Dan moeten we gewoon verder kijken of de vraag nog steeds in evenwicht is met het aanbod. Maar dat wij pas in 2030 die sociale woningen hebben teruggebouwd, die klopt niet helemaal. De voorzitter: Oké. De heer Stolk: Dan wil ik toch nog heel even. Het is zelf geschreven door het college op antwoord op vragen. Dus bij deze. Wethouder Stam: In het college staat dat er in 2030 het aantal woningen op het niveau moet zitten van 2016, maar dat wil niet zeggen dat we sneller bouwen. De heer Stolk: Nee, terecht. Oké. De voorzitter: Oké.
Verder heb ik niemand gezien in de chat die nog iets mist, dus dit was de tweede termijn en dan moet het voor iedereen voldoende helder zijn over wat we met de woningmarkt doen. Mijn vraag aan de commissie is natuurlijk wat wij met deze raadsinformatiebrieven gaan doen of wat we met de raadsinformatiebrieven gaan doen
en de planmonitor. Daar doen we even helemaal niks mee. Kan alles ter kennisname naar de raad, inclusief ook de beantwoording van de artikel 40-vragen van de PvdA? Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, wij zitten nog steeds met de dringende wens dat we een nadere invulling willen van de sociale woningbouw, uitgesplitst naar categorieën. Idem dito voor de betaalbare koopwoningen. Dus het minimum is dat wij daar toch wel een motie over in zullen dienen. Een amendement kan niet, want … De voorzitter: Wacht even. Mag ik even vragen waarom u een motie in wil dienen op iets waarvan vandaag gezegd is dat het naar u toe komt? Of begrijp ik u dan verkeerd? De heer Portier: Wat bedoelt u dan met ‘naar u toe komt’? De voorzitter: U heeft het over het aantal sociale woningen en ik dacht dat u daar een overzicht van wilde, van die sociale woningen. Want we hebben natuurlijk al diverse malen zijn hier besluiten overgenomen. Dus wat wilt u precies met een eventuele motie? De heer Portier: Ik wil niet alleen maar een overzicht, ik wil dat het beleid preciezer gemaakt wordt. Want we hebben nu een beleid dat gewoon zegt: tien procent sociale huurwoningen.
Dat is op geen enkele manier uitgesplitst naar wat we dan onder sociale huurwoningen verstaan, om wat voor categorieën dat gaat, terwijl we een groot tekort zien aan sociale huurwoningen in de categorie eengezinswoningen van 600 tot 650 euro. Daar is helemaal niks over vastgesteld. De voorzitter: Oké, dus u wilt het bespreken. Dan heeft u nog vijf andere fracties nodig om dit te doen. Even kijken, ja. Nou ja, goed. Ik bedoel, als u een motie in wil dienen. Maar ik wil u echt met klem vragen dat we toch even inventariseren wie er nog meer dit wil bespreken. Ik zie namelijk dat … Even kijken, Kleinpaste: “Het kan naar de …” Ter kennisname, Gündogdu. Mevrouw Stolk. “Nee”, dat zie ik als mijnheer Stolk. Mijnheer Oostenrijk: “Nee”. Wat is ‘nee’? Mijnheer Van der Meer, u moet niet iedere keer zo vloeken. Even kijken. Mevrouw Stolk, we doen even alsof u mijnheer Stolk bent. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Maakt me niet uit, mag. Maar de heer Portier wil toch gewoon een motie indienen? Dan heb je toch geen meerderheid nodig? De voorzitter: Dat klopt, mevrouw Stolk, dat klopt inderdaad. Ik ga alleen even de winstverwachting inschatten. Als mijnheer Portier de enige is of als er nog iemand is die het op die manier wil bespreken, dat is even alleen maar een inventarisatie.
Kijk, op het moment dat allemaal mensen het willen bespreken dan is dat helder en dan kunnen we daar ook rekening mee houden. Maar het gaat mij ook even om wie er dus dit dan wil bespreken, zodat we daar al een beetje een beeld van hebben. Mijnheer Portier is dus in ieder geval degene die het wil bespreken en ik weet niet wie het nog meer wil bespreken, want ik zie eigenlijk alleen maar mensen die het ter kennisname willen aanbieden. Maar mijnheer Portier, het staat u allemaal vrij om dit te doen, dat is het probleem niet, en dat u een motie indient. Alleen mijn vraag is dus alleen maar even hoe we het …
De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: … dan daar bespreken. Ja? De heer Portier: Voorzitter, ik ben er helemaal niet een voorstander van om ook nog besprekingen te doen, maar ik zie geen andere gelegenheid om de verdeling van het woningbouwprogramma aan de orde te stellen. Nu staat het in ieder geval op de agenda, dus is dit voor mij in ieder geval het moment om de verdeling aan de orde te stellen. Zo simpel is het. De voorzitter: Dat begrijp ik, mijnheer Portier, maar u kunt het ook begrijpen dat ik het idee heb dat we al diverse malen dit besproken hebben in de raad bij verschillende onderwerpen. Dat is het enige wat ik u meegeef. Maar als u een motie in wil dienen dan mag u dat doen. Dan stel ik dus voor dat we alle vijf de agendapunten, zoals we ze nu vanavond op de agenda hadden staan, agenderen. Dus dat het in één blok wordt behandeld. U dient een motie in. Het zou fijn zijn als u zorgt dat de motie er van tevoren is, zodat iedereen zich daar goed op kan voorbereiden voor volgende week. En het verzoek aan de mensen die, tenminste, dus dat er alleen, mijnheer Oostenrijk zegt het al, dat het alleen over de motie. Ja, dat klopt, we gaan het dan ook alleen over de motie hebben.
Het is ook niet verplicht om een woordvoering te doen, hè mensen? Dus in die zin kan de heer Portier een motie indienen en kunt u zelf op dat moment bepalen of u daar wel of niet wat over wilt zeggen. De heer Portier: Voorzitter, als andere fracties geen interesse hebben in het beschikbaar stellen van woningen aan mensen die die het meest nodig hebben, dan zien we dat wel. Maar ik hoop toch op wat meer steun in de raadsvergadering. Dank u wel. Wethouder Stam: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Ik ben dan wel benieuwd waar de motie op gestoeld is. Dit is een technische uiteenzetting van een RIGO-onderzoek en de lokale Woonvisie die is vastgesteld ligt hier nu niet ter discussie, dus. De voorzitter: Vandaar dat ik ook al aangegeven heb dat we diverse malen al over dit onderwerp hebben gesproken, maar mijnheer Portier wil een motie indienen en daar heeft hij alle recht toe. Dus het wordt geagendeerd met een motie. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik ben nooit aanwezig geweest bij een gemeenteraadsvergadering waar we gesproken hebben over de verdeling van de sociale woningbouw in groepen en doelgroepen. Als anderen daar wel bij aanwezig zijn geweest dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Dat horen we dan volgende week.
Nee, mijnheer Noldus, we gaan er geen motie vreemd van maken, dit wordt gewoon een motie op de onderwerpen die nu als negen tot en met dertien geagendeerd staan. We spreken af dat we geen herhaling van de commissie doen, alleen ingaan op de motie voor zover u daar behoefte aan heeft. De spreektijd wou ik voorstellen op twee minuten en als iemand het daar niet mee eens is
dan zie ik dat graag in de chat. Maar volgens mij is dat lang genoeg voor één motie. Oké, akkoord zo? Dan wil ik u voorstellen om even kort te pauzeren, het is nu 21:24 uur, we gaan verder om 21:35 uur. Tot zo meteen. Schorsing Stukken ter bespreking 14. Vaststellen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 - Raadsvoorstel De voorzitter: Mijn borrelnootjes zijn nog niet op, toch beginnen we aan het volgende onderwerp en dat is het vaststellen van de Omgevingsvisie 1.0. De portefeuillehouder hierbij is nog steeds de heer Bruggraaf en we hebben vorige week in de commissie de eerste termijn gehad van zowel commissie als college. De afspraak is toen gemaakt om vanavond deze bespreking te vervolgen. U heeft een vraag gesteld vorige week voor een samenvatting, die heeft u gekregen, iets meer dan 2 A4’tjes. Maar goed, 7 dat gaat ook nog. U heeft die netjes vrijdag gekregen, dus ik denk dat we daar heel tevreden over kunnen zijn, dat daar zo snel actie op ondernomen is. Daar staat ook de globale planning in voor de programma’s. We hebben afgesproken met elkaar dat we ons vanavond zouden beperken tot eventuele amendementen en moties. Dus wij focussen ons daarop en dat is dus tegelijkertijd uw tweede termijn. Ik wil u echt vragen, want de amendementen zijn al rondgestuurd, dus u heeft al een idee van elkaar wat ongeveer de bedoeling is.
Ik wil u dan ook vragen om niet daar nog superuitgebreid over uit te wijden. Het is alleen wel aardig, denk ik, dat we eventuele vragen over amendementen aan elkaar kunnen stellen. Dus we gaan gewoon het rijtje af zoals we dat vorige week hebben gehanteerd na de loting, waarbij ik graag wil opmerken dat de SP daar niet bij aanwezig was en vanavond wel. Mijnheer Portier, wij hebben u daarom aan het einde gezet, zodat u ook een idee kan krijgen wat uw collega’s allemaal inbrengen. Tegen die tijd kunt u daar dan op reageren. Een ordevoorstel van mijnheer Noldus, ik ben benieuwd. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Voorzitter, allereerst is het handig om, eigenlijk gelijk als in de behandeling in de raad, eerst de moties en amendementen kort toe te lichten, zodat iedereen daarop zijn woordvoering wat duidelijker op kan reflecteren, wat wellicht dan de discussie en de voortgang ten goede komt. De voorzitter: Dat zou kunnen. Maar dan houden we dus weer niet de volgorde aan die we vorige week hebben gehad, want bijna iedereen staat wel op een amendement. Dus ja. De heer Noldus: Dat is waar, voorzitter, maar ik kan me voorstellen dat er een aantal mensen misschien een toelichting wensen, maar. De voorzitter: Nou ja, goed. Kijk, zoals ik net al zei: de inhoud van de amendementen is al gedeeld en in die zin weten mensen wanneer u aan de beurt bent, mijnheer Noldus.
Dus dan bewaren ze hun vragen totdat het uw beurt is en die is vrij laat, dat dan weer wel. Maar goed, dat blijft dan voor verrassingen zorgen. We gaan gewoon de volgorde aanhouden zoals we die hebben afgesproken. Beginnen we met Beter Voor Dordt. Ik weet niet of u, u staat wel op een amendement, dus gaat uw gang.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen uiteraard onze dank voor het college en de ambtelijke organisatie met dit nieuwe stuk. Beknopter, compacter, dus het las ook wat sneller. Vanavond hadden we afgesproken om te reflecteren op de amendementen, ik haal ze er even bij. Dat is inderdaad om te beginnen bij een amendement waar ook ons logo opstaat en dan heb ik een aantal vragen aan mijnheer Noldus of de VVD, om toch even een aantal punten wat specifieker te duiden. Dan heb ik het met name over de Dordtwijkzone en bedrijvigheid. Zou mijnheer Noldus straks wat kunnen duiden wat onder bedrijvigheid wij moeten verstaan als we het hebben over de Dordtwijkzone? Dat is mijn eerste vraag. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, even een vraag aan u. Want u zegt: daar staat ons eigen logo op. Toch heeft u daar een vraag over. De heer Gündogdu: Ja. De voorzitter: Oké, bijzonder. Gaat u verder. De heer Gündogdu: Zeker, zeker. Omdat we dat ook vandaag met elkaar willen delen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk heeft dan ook nog weer een interruptie op u. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik denk dat dit een novum is, dat er omtrent een ingediend amendement, waarbij het logo van Beter Voor Dordt op staat, nu vragen gaan ontstaan richting een andere partij die hetzelfde amendement heeft ingediend. Ik vind dat … De voorzitter: Dat heb ik zojuist al richting mijnheer Gündogdu gezegd.
De heer Oostenrijk: Ik vind dat een curieus geval. De voorzitter: Ja, ben ik met u eens, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Niet te begrijpen. De voorzitter: Ik vind het ook zeer opvallend. Ik begrijp het ook niet, maar mijnheer Gündogdu wel, dus. De heer Gündogdu: Jazeker, want dat geeft namelijk wat duidelijkheid en onnodige discussies voor straks. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik steun u toch even in het betoog wat u net aangeeft. Ik zou liever hebben dat u achter de schermen met de partijen waar u dit amendement mee indient daar de discussie aangaat, dan het amendement indient en dan met de rest, om ons te overtuigen, om dat amendement eventueel te steunen. Maar dit is een beetje de wereld op zijn kop, maar ik sta tegenwoordig nergens meer van te kijken, dus. De heer Gündogdu: Kijk, mooi.
De voorzitter: Ik ook niet. Dus als mijnheer Gündogdu het zo wil, ik vind het ook zeer opvallend, dan wil hij het zo. Gaat u verder, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Daarnaast punt vier, de Dordtwijkzone, de begrenzing van de Dordtwijkzone. We hebben het onder andere in dit amendement over het mogelijk niet uitsluiten van bebouwing in de Dordtwijkzone. Zou in een vervolgfase de Dordtse VVD met ons en met deze commissie van gedachten willen wisselen wat de randen, of wij de randen van de Dordtwijkzone verder zouden kunnen definiëren? Dit is dus even een vraag die ik ook al mijn collega’s, niet alleen aan de VVD, ook aan de rest van de commissie stel. Vervolgens, voorzitter … De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, even de camera als het goed is nog aan. Het verbaast me hogelijk. Ik zie op figuur 5.24 gebied Dordtwijkzone, waarin toch aardig concreet is geduid en omlijnd wat onder de Dordtwijkzone moet worden verstaan. Dat is tegelijkertijd ook de vraag, de heer Gündogdu, aan u: Beter Voor Dordt heeft dit amendement – althans in concept – daar staat het logo op. Dat amendement gaat heel duidelijk uit van mogelijkheid om woningen toe te voegen aan de Dordtwijkzone.
Als ik nu bekijk dat die Dordtwijkzone loopt tot achter het gebied aan de Stevensweg, het gebied de polder tussen de Zuidendijk en de Oudendijk, dan betekent dit amendement dat Beter Voor Dordt van plan is om hier woningen toe te voegen, wat ik echt een hele bijzondere ontwikkeling vind, om eerlijk te zijn. Dus zou u daarop kunnen reageren, wat de overwegingen zijn om in een dergelijk amendement mee te gaan om datgene, we hebben de bestemmingsplannen twee jaar geleden voorbij gehad, het moest worden omgekeerd naar niet wonen, dat Beter Voor Dordt dan toch kennelijk vindt dat na de financiële afhandeling hier alsnog woningen kunnen worden toegevoegd? Graag uw reactie. De heer Gündogdu: Uiteraard, mevrouw Klein-Hendriks, maar de manier waarop u dit punt zo richting Beter Voor Dordt brengt dat vind ik op zich wel een hele bijzondere. Vorige week hebben wij met elkaar van gedachten gewisseld, waarbij we ook duidelijk hebben aangegeven: we sluiten bebouwing, als we het hebben over woningbouw, niet uit. Daar heeft ook het college op gereflecteerd, alleen zijn wij ook met in ons achterhoofd wel bezig. We hebben het vaak genoeg gehad de kartelranden van de stad of van de polders. Wij willen dus met de discussie, woningbouw sluiten we niet uit, maar wat we wel willen is een duidelijke streep: tot hier en niet verder.
Dat is wat we met u, collega’s, zouden willen bespreken en dat is denk ik een hele legitieme vraag. Dus wederom, ik kan mijn punt herhalen, maar dat hebben we denk ik vorige week ook heel uitvoerig besproken met elkaar. De voorzitter: Ik wou het inderdaad net zeggen, want dit is een herhaling van zetten, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Toch eventjes: is de heer Gündogdu het met me eens dat in de Omgevingsvisie het park Dordtwijkzone wel is begrensd en dat dus dit amendement betrekking heeft ook op het deel waar Beter Voor Dordt eerder in het verleden heeft gezegd dat daar niet gebouwd mag worden?
De heer Gündogdu: Mevrouw Klein-Hendriks, ik denk dat u een denkfout maakt. De Dordtwijkzone of het Stadspark XXL dat is begrensd, maar de begrenzing van bebouwing, mogelijke bebouwing welteverstaan, dat is niet begrensd. Dus daar wil ik graag de discussie met deze commissie of dan wel in de raad wel gevoerd hebben, want wij zitten absoluut niet te wachten vanuit Beter Voor Dordt dat we dit gebied volledig openzetten voor bebouwing, want dat is niet dus ons standpunt, om welteverstaan. Dus dat blijf ik nog wel even aangeven. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dan wil ik toch heel eventjes reflecteren op wat de heer Gündogdu nu aangeeft. Als je kijkt naar het amendement staan wat het college aangeeft, wat u nu aangeeft, we hebben gezegd: Stadspark XXL, de groene, groene long. Laat ik vooropstellen dat de VSP Beter Voor Dordt aan zijn zijde vindt om niet te bouwen in de polder.
Als u dit amendement gaat steunen en als Beter Voor Dordt dit mee gaat indienen dan weet ik niet waar u op afgerekend gaat worden in de toekomst, want in alle tekst van het amendement – als je het amendement goed leest en u heeft dat amendement mede ingediend, ik ga er vanuit dat u het ook goed besproken heeft en goed geluisterd heeft naar uw eigen wethouder, wat die ook geadviseerd heeft en wat het college geadviseerd heeft – fietst dit amendement overal op de Krommedijk woningbouw en bedrijvigheid in. Dus ik ben benieuwd hoe u zich eruit gaat redden en ik zal mijn woorden nog even beperken en bewaren voor de raad van volgende week. De voorzitter: Ik wou net zeggen: dat horen we dan volgende week. Mijnheer Gündogdu, gaat u verder. De heer Gündogdu: Voor de duidelijkheid, als reactie op mevrouw Stolk: mevrouw Stolk, dit is een zorgvuldig proces geweest, we zijn ons wel degelijk bewust waar wij als Beter Voor Dordt voor staan. De behoefte in deze stad, waarbij het vorige onderwerp ook met elkaar bespraken, wij kijken ook naar de behoefte in deze stad. Wederom, wij zeggen dus niet: er moeten woningen komen. Maar wij sluiten het niet uit. De voorzitter: Oké. De heer Gündogdu: … we voor een grootte, voor welke doelgroep, daar is nog niks over gezegd. Maar dat is aan deze commissie of de raad om daar met elkaar van gedachten over te wisselen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer Gündogdu wil helder zijn. Nou, dat is hij allerminst, want dan is mijn hele specifieke vraag: aan hoeveel woningen denkt u? En welke omvang van bedrijvigheid heeft u voor ogen? Want dat beoogt het amendement, we willen daar … De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Oostenrijk: … klip en klaar weten wat u wilt.
De heer Gündogdu: Mevrouw de voorzitter, volgens mij heb ik zojuist aangegeven wat het antwoord op de vraag van mijnheer Oostenrijk zou zijn. Als ik verder mag, voorzitter. De voorzitter: Ja hoor. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik heb geen helderheid gehoord. Ik heb gevraagd: aan hoe veel woningen denkt u? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu die heeft het idee dat hij u voldoende helderheid heeft geboden. Mijnheer Gündogdu, gaat u verder. De heer Gündogdu: Voorzitter, vervolgens: amendement ‘Energieopwekking binnen kaders’. Als dit amendement – dat hoor ik straks graag van de indieners – duidelijk uitspreekt, u weet waar Beter Voor Dordt staat als het gaat om het aantal windturbines op ons eiland. Als dat echt maximaal het aantal is wat ook is afgesproken dan zouden wij met dit amendement kunnen meegaan. Vervolgens, het amendement ‘Mobiliteitskeuze faciliteren kan niet eenzijdig zijn’. Daar hebben we wat meer toelichting bij nodig. We hebben vrij recent in de commissie en in de raad gesproken met elkaar over de mobiliteitsvisie. Die hebben we uiteindelijk ook vastgesteld. Er komen dus nu onderdelen van deze mobiliteitsvisie ook weer terug in dit amendement. Bij ons was de gedachte: gaan we nu de mobiliteitsvisie amenderen? Wat eigenlijk is vastgesteld en nu niet ter discussie staat, maar wel onderdelen uit die mobiliteitsvisie.
Dus graag ook wat toelichting vanuit enerzijds het college, maar ook uiteraard vanuit onze collega’s die dit hebben ingediend. Voorzitter, dan ga ik verder met het amendement van fractie Jager, concept-amendement. Met die toevoeging of de wijziging van mevrouw Jager kunnen we het volledig eens zijn, dus wat ons betreft kan die toevoeging worden opgenomen. Dan gaan we naar het amendement van GroenLinks en daar hebben we een punt bij de circulariteit. Een heel nobel streven, overigens, bij circulariteit. Bij ons was ook inderdaad de vraag, we hebben het recent gehad over circulaire economie en circulariteit. Vindt GroenLinks dat hetgeen wat wij eerder hebben vastgesteld niet ver genoeg gaan om dit zo hier in de Omgevingsvisie vast te leggen? Dus daar zouden we graag een antwoord op willen. Over houtstook, dat is punt vier in het amendement. Nou ja, tot op zekere hoogte kunnen we, daar begrijpen we wat de bedoeling is. Maar ik neem aan – althans, dat is een aanname, ik hoor het graag van de heer Van der Meer – bedoelt hij ook met houtskool ook bijvoorbeeld vuurkorven en barbecues? Dus dat is een verhelderende vraag. Vervolgens het amendement van de ChristenUnie-SGP, bij het laatste punt.
Dat is het raadsvoorstel te wijzigen zodanig op pagina van de Omgevingsvisie, duidelijkheid wordt gegeven over het niet bouwen in bestaande parken, waaronder de Biesbosch en de nieuwe Dordtse Biesbosch en een lijst met parken. Wij zijn benieuwd of ChristenUnieSGP het Stadspark XXL nu al beschouwt als een stadspark of niet. Dus dat is even meer een verhelderende vraag richting ChristenUnie-SGP. Voorzitter, dit even in reflectie op de amendementen. Dan hebben wij vanuit Beter Voor Dordt nog een punt dat wij nog onder de aandacht van het college willen brengen, naar aanleiding … De voorzitter: Maar dat is geen amendement, begrijp ik? Want daar zouden we het alleen maar over hebben. De heer Gündogdu: Ja, daar willen we het even over hebben. In onze eerste termijn hebben we erover gesproken. We hebben er niet zodanig antwoord op gekregen, maar
toch wel onder de aandacht van het college zouden willen brengen. Dat is het fenomeen geluidsoverlast. Er zijn steeds meer berichten ook in de media, maar ook van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat geluidsoverlast enerzijds kwaliteit van het leven vermindert, maar ook de gezondheid … De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, volgens mij is hier vorige week over gesproken, over geluidsoverlast. Dus heeft u daar een specifieke vraag over? Want dan wil ik die graag horen. De heer Gündogdu: Ja, ik heb daar een aantal vragen over. We hebben een enorme groei-ambitie. De Wereldgezondheidsorganisatie geeft een bepaalde norm mee als geluidsnorm voor … De voorzitter: Ook dit hebben we vorige week aan de orde gehad, dus wilt u even concreet uw vragen stellen, alstublieft? De heer Gündogdu: Ja, maar ik heb daar geen antwoord op gekregen, vandaar deze inleiding. De voorzitter: Maar die kunt u dan altijd nog als technische vraag eventueel stellen, dus ik wil vragen of u zich nu een beetje wil beperken, omdat we alleen amendementen en moties zouden bespreken. De heer Gündogdu: Dan is mijn eerste vraag: als wij de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie zouden aanhouden, zou dat de groei-ambitie van de stad beperken? Dat is mijn eerste vraag.
Tweede vraag is: wordt de luchtkwaliteit ook besproken in de verstedelijkingsalliantie? De derde vraag is: kan heel goed uiteengezet worden waar mogelijk de groei-ambitie in het geding komt met de geluidsnormen van 65 decibel op ons eiland. Deze 3 concrete vragen die wil ik voorleggen aan het college. Dat was mijn termijn. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoop niet dat iedereen naast amendementen en moties nog allebei extra vragen gaat stellen. Dat gaan we nu merken. Volgens mij is de PvdA nog steeds niet aanwezig, dus dan schakelen wij over naar de CU-SGP. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel. Ik moest nog een beetje bijkomen van de move van Beter Voor Dordt. Even denken. De amendementen zoals we ze zien is dat de Omgevingsvisie is een belangrijk beleidsstuk, mensen kunnen niet meer in beroep. De vragen die ik aan de VVD heb op het gebied van hun amendement en amendementen is toch wel dat er een majeure verandering in de Omgevingsvisie wordt aangebracht, nadat participatie heeft plaatsgevonden, ik vind dat toch wel een hele opvallende. En waartegen dus ook inwoners niet meer in beroep kunnen gaan, ze hebben daar niks meer over te zeggen.
Terwijl al datgene wat we in de Omgevingsvisie als belangrijke richtinggevende uitspraak opschrijven, zoals: we willen gaan bouwen in Stadspark XXL en niet alleen dat, maar we willen ook extra large gaan bouwen, tot negentig meter hoog daar. Dat zijn toch wel zaken waar ik denk dat de inwoners recht hebben om dat eerst te weten, voordat zij daar een inspraak over kunnen hebben. Dus dat alvast mijn vraag – want ik begrijp dat dat een beetje de structuur is van deze avond – aan de VVD, aan het amendement dat nog later wordt toegelicht. Maar afijn, qua amendementen van de
ChristenUnie-SGP: wij zien de Omgevingsvisie als beleid. Beleid moet geen papieren beleid zijn, maar moet worden uitgevoerd … De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste wil u even wat vragen. De heer Kleinpaste: Even voor de duidelijkheid, omdat ik het dan misschien beter begrijp dan nu het geval is. Op de Omgevingsvisie als zodanig is waarschijnlijk niet meer te reageren, maar daar volgen allerlei uitvoeringsplannen uit waar inwoners volop de ruimte hebben om op te reageren. Dus wat is precies de kern van uw kritiek hierin? De voorzitter: Mijn kritiek is niks, maar die van mevrouw Klein-Hendriks misschien wel. De heer Kleinpaste: Bedoel ik, voorzitter. Mevrouw Klein-Hendriks: De kern is dat we dus hier heel belangrijk beleid aankondigen: beste inwoners, hier moet u rekening mee houden in de toekomst en zo gaan wij onze stad invullen en gaan wij gebruik maken van de bevoegdheden die we hebben als gemeenteraad en als college. En dat we nu al aangeven dat – anders dan in de inspraak is geweest, tenminste dat is het amendement van de VVD – dat we fors hogere hoogbouw willen gaan toestaan en überhaupt woningen willen gaan toestaan in een stadspark. Daar hebben wij in het kader van participatie – en dat zou u toch moeten aantrekken, dat argument – natuurlijk gewoon dezelfde inwoners nog niet over kunnen horen. De voorzitter: Gaat u door, mevrouw Klein-Hendriks.
De heer Kleinpaste: Mag ik daar nog heel even op reageren, voorzitter? De voorzitter: Heel kort. De heer Kleinpaste: Want natuurlijk spreekt me dat aan, maar ik zie wel degelijk nog volop ruimte in de toekomst om daar ook in participatie iets mee te kunnen doen. Dus ja, er verandert wat in deze visie, maar in de uitvoeringsplannen wordt de discussie vervolgd. Mevrouw Klein-Hendriks: De uitvoeringsplannen – toch nog even kort, voorzitter, als het mag – de uitvoeringsplannen zullen een uitwerking zijn, zo loopt die besluitcyclus rond, een uitvoering zijn van datgene wat we in de Omgevingsvisie gaan vaststellen. Als we daar dus nu, los van wat inwoners hebben kunnen vinden, gaan vaststellen dat daar gewoon al forse hoogbouw mogelijk is tot negentig meter, dan gaan de uitvoeringsplannen daar ook op lijden. Dus dat is de consequentie van een amendement nu aanvaarden of mee indienen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja. De amendementen die betrekking hebben op de uitvoering van het beleid zien wij dus gewoon als sturingsmiddelen, ook van de kant van de raad, waarbij we dus het college vragen om heel gericht maatregelen op te nemen in programma’s die ertoe leiden dat het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van
duurzaamheid, wordt uitgevoerd. Als je verschillende duurzame principes, ik las het laatst nog, aan elkaar koppelt, dan kun je op een milieuvriendelijke manier ook bouwen. Dan is het niet iets, een vinkje, maar dan is het ook geen kostenpost, maar dan is het meerwaarde. Het koppelen daarvan, van die uitvoeringsmaatregelen aan elkaar, dus integraal en multisectoraal, dat kan in programma’s. We zien een hele lijst met programma’s, dank ook voor hetgeen de wethouder heeft toegestuurd, ook met indicatieve tijdsplanning. Maar wij zien dus mogelijkheden om een aantal programma’s bij elkaar te voegen en zo ook gerichter multisectoraal, ook in de uitvoering. Want een maatregel, je moet iets doen. Doe het dan in één keer en doe het dan goed en zorg dan ook dat als je ergens een fietspad aanlegt en het groen daarnaast, dat het niet gewoon een week later openligt en er een snelweg gaat komen. Vandaar dat wij het belangrijk vinden dat ook die programma’s met die indicatieve datums, dat die worden vastgesteld door de raad, zodat wij het college ook kunnen bevragen op het moment dat die programma’s in de vertraging lopen, van hoe dat daar dan komt of dat ze er überhaupt nog wel komen. Maar daarnaast om drie programma’s te benoemen en ze zitten in de amendementen, dat is het programma Beeldkwaliteit, Circulair en Natuurinclusief.
Dan gaat het onder andere over die supervisor en de stadsbouwmeester. Je moet ook kunnen toezien dat er gewoon ook natuurinclusief gebouwd gaat worden. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks, ik ga u even onderbreken, want de heer Van der Meer heeft een vraag. De heer Van der Meer: Voorzitter, even voor mijn duidelijkheid. Is het de bedoeling van het amendement van de ChristenUnie-SGP nu om deze lijst met programma’s en de data die erbij staan als zodanig vast te stellen? Of is het de bedoeling om af te wachten hoe die programma’s eruitzien en ze dan vast te stellen? De voorzitter: Helder. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Nee, wij stellen de programma’s niet vast als raad, het college stelt de programma’s op en met het opnemen van deze lijst plus die datums vragen we dus aan het college om inderdaad tegen de datum die daar genoemd is met een programma te komen. De voorzitter: Oké. Gaat u verder. Mevrouw Klein-Hendriks: Een tweede … De heer Van der Meer: Mag ik nog één vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik begrijp het niet helemaal, omdat mevrouw Klein-Hendriks zei: wij zien mogelijkheden om verschillende programma’s te combineren. Betekent dat dat u deze lijst nog meer wil gaan amenderen of aanvullen? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, klopt. De heer Van der Meer: Oké.
Mevrouw Klein-Hendriks: Dat klopt inderdaad. Waardoor er een aantal programma’s, want het is een veelheid aan programma’s, ook kan worden samengevoegd. En bijvoorbeeld ook het programma Gezonde Leefomgeving, wat ook over het akoestische leefmilieu, leefomgeving en luchtkwaliteit, bijvoorbeeld ook door groene maatregelen te nemen kunnen twee dingen gecombineerd worden. Dan zouden we dus het college willen vragen met dit amendement om een dergelijk programma op te stellen. Het derde programma wat we zouden willen voorstellen is ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid of sociale veiligheid, omdat ook de sociale cohesie in de hele Omgevingsvisie met al die ambities die daarin zitten ontzettend van belang is dat daar maatregelen voor komen voor een leefbare en sociale stad. Tot slot het amendement … De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, toch nog even een vraag, want ik zit ook nog een beetje te zoeken naar wat de ChristenUnie-SGP nu precies vraagt in haar amendement of amendementen, moet ik misschien zeggen.
Want wordt er nu gevraagd om aan de Omgevingsvisie zoals die nu concreet voorligt diverse programma’s toe te voegen of wordt er gevraagd om een soort van meerjarenplanning om verschillende programma’s toe te gaan voegen? Ik ben een beetje op zoek naar waar nou – want er staat ook geen paginanummer bij – waar dit nou aan toegevoegd zou moeten worden en wat ze ermee willen vastleggen. Mevrouw Klein-Hendriks: Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet waarmee het college in die Omgevingsvisie wordt opgedragen of gevraagd om uitvoering vorm te geven. Dus om een uitwerking te maken, dat heet dan een programma, waarin maatregelen zijn opgenomen. Met het aangeven van de tijdsplanning vragen wij het college niet alleen om die programma’s te maken, maar zouden wij ook tegen de tijd dat die tijdsplanning is gegeven, bijvoorbeeld in 2022, ook wel de resultaten willen zien, namelijk het programma wat het college dan heeft opgesteld. Zodat we daarmee grip houden op datgene wat er nog nodig is om al die mooie beleidsintenties uit te gaan voeren, daadwerkelijk uitvoeren. Ben ik duidelijker? Ik zie een gezicht van niet, maar dat kan ook aan het digitale liggen. De voorzitter: Nou, laten we het eens proberen, mijnheer Noldus, want mijnheer Oostenrijk heeft ook een vraag. Dus misschien kan die nog een vraag stellen.
Dan wil ik dus wel graag dat u doorgaat, mevrouw Klein-Hendriks, want het amendement dat, tenminste de opmerkingen die u had of de wensen, die had u al gedeeld. Dus we zouden vanavond puur op de amendementen ingaan, ook van de anderen, om eens te kijken van hoe of wat. Mevrouw Klein-Hendriks: Mijnheer Oostenrijk, toch? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, ja. De heer Oostenrijk: In afwijking van de andere ingediende amendementen zit ik even met de zaken die de ChristenUnie-SGP aankaart, want zij vragen om het raadsvoorstel te wijzigen. Terwijl alle andere amendementen zijn geënt op het wijzigen van teksten in de Omgevingsvisie. Dus ik zit even: wat bedoelt nu de ChristenUnie-SGP met deze vorm?
Mevrouw Klein-Hendriks: In het raadsvoorstel staat dat onder andere de nota van inspraak wordt vastgesteld en beantwoord. Dan is de vraag bij het eerste amendement om ook vast te stellen de lijst met programma’s en streefdatums voor die programma’s. De heer Oostenrijk: Dat eerste snap ik, maar die andere dus niet, want die gaan allemaal in feite in op de teksten van de Omgevingsvisie, maar u vraagt om dat in het raadsvoorstel te wijzigen. Waarom is het amendement niet gebaseerd op het wijzigen van de tekst in de Omgevingsvisie? Mevrouw Klein-Hendriks: Oké, ja. Inderdaad staat in de bijlage staat in de Omgevingsvisie ook een opsomming van programma’s en zou het amendement voor die drie programma’s ook kunnen luiden om op die pagina in de Omgevingsvisie dat programma in te voegen. Dat bedoelt u? De heer Oostenrijk: Dat is mijn vraag in ieder geval. Dat geldt ook voor die andere zaken waarbij dan ook duidelijker wordt op welke pagina uw verhaal stoelt. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, prima. Ja, bedankt. De voorzitter: Daar gaat mevrouw Klein nog voor zorgen en die gaat nu afronden. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, over het nieuwbouwen in parken, het korte antwoord op de vraag van de heer Gündogdu. Er staat een lijst van parken op de website.
Het Park XXL wordt niet genoemd, maar wel het Koeienveld, Beeldenbos, Dubbelmondepark, Dubbelsteynpark, Kloostertuin, Louterbloemen, een hele hoop parken. Zoals u hoorde, het Dubbelmondepark en het Dubbelsteynpark, dat ligt wel in het Park XXL en ook het Wantijpark ligt ook in het Park XXL. Dus het amendement strekt ertoe om die parken die we al kennen, om die te behouden en te behoeden tegen woningbouw. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, dan gaan wij over naar het CDA, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. Ik ga de amendementen maar even langs, dat lijkt me het handigste. Dan begin ik bij de Dordtwijkzone niet op slot. Daar herhaal ik even, maar nu misschien richting de VVD – want die kan er misschien wel duidelijkheid over geven, in tegenstelling tot Beter Voor Dordt – de vragen die ik eigenlijk al eerder heb gesteld. De VVD wil woningbouw mogelijk maken. Kan de VVD aangeven in welke omvang en in welke gebieden zij dan denkt? Want woningbouw is mogelijk, dat is een abstract begrip. Betekent dat dat er ergens wel tien huizen kunnen komen of hebben we het over honderden woningen? De voorzitter: U wilt het dus iets concreter? En de volgende vraag? De heer Oostenrijk: Ja, concreter. De volgende vraag is, de VVD of laten we maar zeggen de VVD als eerste indiener van het amendement, die spreekt over bedrijvigheid.
Ook daarin: over welk soort bedrijvigheid, de omvang en de locaties waar zij dan aan denkt. De vraag over dit amendement, nu een vraag aan het college. Wij hebben op 9 maart een presentatie gekregen van het XXL-Park. Hoe moet ik dat nu zien? Want als ik deze
amendementen beschouw dan betekent het in feite dat de discussie die nog moet gaan starten over dit hele project eigenlijk al wordt doorkruist door deze amendementen. Dus mijn vraag aan het college is nu: wat moeten we nu met het gehele plan XXL-Stadspark? Kunnen we dat nu in de prullenbak gooien, omdat nu deze amendementen hierop worden ingediend? Wat betekent dat voor de inspraak? Oftewel, welke waarde heeft nu na het effect van deze amendementen als we het hebben over het gesprek met de stad? Kunnen we dit hele project nu dus gaan afblazen of ziet de wethouder dat anders? Het tweede amendement is, even zoeken … De voorzitter: Energieopwekking binnen kaders. De heer Oostenrijk: Ja, binnen kaders. Mijn vraag is: hoe absoluut moeten we dit amendement nu gaan inschatten? Want als je het letterlijk leest dan betekent het in feite dat dat amendement beoogt het in absolute zin schrappen van het realiseren van welke windmolen dan ook. Ook al zou het betekenen dat bedrijven die bijvoorbeeld in de Dordtse Kil IV een windmolentje voor hun eigen bedrijfsvoering willen neerzetten, dat ook zo’n initiatief dan niet meer mogelijk is. Dus ik wil het absolute karakter weten van wat het amendement in feite zegt. Als het gaat om de mobiliteitskeuze dan is het duidelijk dat de VVD niets anders wil dan dat de auto ruim baan krijgt, een verdere vraag heb ik daar niet over.
Als ik dan doorga naar de andere amendementen, en dan pak ik die er even bij … De voorzitter: De volgende is van mevrouw Jager. De heer Oostenrijk: Mevrouw Jager is sympathiek, maar daar willen we nog nader op ingaan voor de raadsvergadering, welke bijdrage die sympathieke gedachte nu voor ons heeft. Hij klinkt sympathiek, maar daar zijn we nog niet helemaal uit. GroenLinks. De gedachte is … De voorzitter: Even wachten, mijnheer Oostenrijk. Want u zegt: daar willen we nog voor de raadsvergadering op terugkomen. De heer Oostenrijk: Ja. De voorzitter: Maar goed, u kan er nu iets over zeggen. U kan ook tijdens de raadsvergadering, ik zie het moment niet van voor de raadsvergadering. De heer Oostenrijk: O nee, maar wij denken ook nog voor de raadsvergadering. De voorzitter: O, helemaal goed. De heer Oostenrijk: Ja, dan gaan onze hersens ook nog werken. De voorzitter: Ja, die van mij ook, hoor. Ik bedoel, maar het klinkt een beetje onlogisch als u wat wil weten over een amendement en … De heer Oostenrijk: Nee, maar het amendement van de Fractie Jager is op dat moment helder genoeg, daar kan je nauwelijks vragen over stellen. Je vindt er wat van of je vindt er niet iets van.
De voorzitter: Precies. Gaat u verder. De heer Oostenrijk: Goed. GroenLinks, die aspecten die ogen wel sympathiek, dus het kan zijn dat na een nadere toelichting die positieve insteek anders wordt, maar op dit moment ogen ze sympathiek. Ik heb het eigenlijk al gehad over het amendement van de ChristenUnie-SGP, die vraag heb ik al gesteld, dus ik wacht eigenlijk de herformulering van die amendementen af. Daar kan ik dus nu verder weinig over zeggen, omdat – behalve dan dat eerste deel van dat amendement – die andere aspecten eigenlijk nog uitgewerkt moeten worden. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu heeft wel een vraag aan u nog over windmolens. Gaat uw gang, mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Een vraag aan mijnheer Oostenrijk. U stelde zojuist de vraag aan de VVD over aantal windmolens en hoe strikt dat opgenomen zou moeten worden, maar ik ben vooral benieuwd hoeveel windmolens u denkt vanuit CDA dat er op dit eiland mogelijk nog aangevuld zouden kunnen worden. Heeft u daar enig idee bij? De heer Oostenrijk: Voorzitter, dit is een discussie die we ook rond de Regionale Energie Strategie al hebben gevoerd.
Het is duidelijk dat ook wij zeer terughoudend zijn over het plaatsen van nieuwe windturbines, maar we hebben het hier nadrukkelijk – ook zoals we het hebben besproken in de Regionale Energie Strategie – over mogelijke kleine oplossingen die gerealiseerd zouden kunnen worden in dat zuidwestelijk deel rondom de Dordtse Kil IV en niet verder. Dus het gaat er om: beoogt dit amendement, stel dat er een ondernemer is, een investeerder is die energieneutraal op zijn eigen toko wil gaan werken en daar wil hij drie kleine windmolentjes neerzetten. Dan wil ik weten of dit amendement zo’n initiatief blokkeert, ja of nee. De voorzitter: Helder. De heer Oostenrijk: Dat is een helderheid, die wil ik hebben. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan gaan wij verder, want u was klaar, geloof ik, mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja. De voorzitter: Ja, top. Dank u wel. Dan gaan we verder met mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u, voorzitter. Ik loop de verschillende amendementen ook even kort langs. Om te beginnen ‘Dordtwijkzone niet op slot’. Dat klinkt strikt genomen logisch, je moet zeker in het kader van de Omgevingsvisie en Omgevingswet ruimte voor flexibiliteit houden. In onze visie zou er bijvoorbeeld heel prima ruimte voor tiny houses in het gebied kunnen zijn en misschien ook nog wel voor iets anders.
Maar het amendement is in onze ogen te open en het creëert zelfs ruimte voor woningbouw in de hoogte, hoogbouw, creëert ruimte voor bedrijven en doet daarmee mogelijk een aanval op de toegankelijkheid en het groene long-karakter van het geheel. Dus in deze vorm
kunnen we het amendement niet steunen. Maar als het wordt voorzichtiger wordt geformuleerd wellicht wel. Dan ‘Energieopwekking binnen kaders’. De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, korte vraag. Of de heer Van der Meer daar waar in het amendement staat ‘hogere hoogbouw, woningbouw mogelijk te maken, fors hoog’ of er niet toch wel een heel groot verschil is tussen hetgeen wat nu in de Omgevingsvisie staat, dat het gaat om een uitkijktoren. De heer Van der Meer: Jazeker, dat ben ik helemaal met u eens. Die passage over hoogbouw zou voor ons dus ook echt niet acceptabel zijn. Wat betreft de ‘Energieopwekking binnen kaders’. Het kader voor de energieopwekking moet zijn omdat wij redelijkerwijs kunnen, moeten en willen bijdragen aan de energietransitie. Kijk, ook wij zouden het heel fijn vinden als dat zonder windmolens of zonneparken of dat soort dingen kan. Maar we hebben een commitment en dat gaan we ook aan in het kader van de Regionale Energie Strategie om een bepaalde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. We vinden het niet acceptabel als partijen zeggen: dat doen we gewoon niet, want we willen geen windmolens. Prima om geen windmolens te willen wat mij betreft, maar kom dan wel met een duidelijk alternatief: hoe wij onze bijdrage aan een duurzame energieopwekking kunnen leveren.
Anders vind ik dat je wegduikt voor een probleem wat echt niet alleen ons leven en de toekomstige generaties, maar ook gewoon het landschap wat men wil behouden gaat aantasten. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik ben zelf altijd verbaasd dat we in die energietransitie maar één type windmolens voortdurend langs zie komen, dus ik zou de heer Van der Meer dan willen uitnodigen of hij ook andere vormen van windenergie ziet die misschien wel effectiever en beter zijn, want … De heer Van der Meer: Ik zie die op dit moment … De heer Kleinpaste: … over windmolens hebt. De heer Van der Meer: Op de korte termijn waarop we echt een slag moeten maken met de energietransitie zie ik dat nog niet voor me, hoe je dat in een omvang kunt doen die noodzakelijk is. Maar natuurlijk wil GroenLinks met anderen graag constructief nadenken over andere oplossingen die beter inpasbaar zijn, die het landschap meer in stand laten en al dat soort dingen meer. Maar het moet wel om realiseerbare oplossingen gaan die ook de omvang hebben die van ons gevraagd wordt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, een vraag aan de heer Van der Meer. Mijnheer Van der Meer, u roept eigenlijk de commissie op, een soort van: dit niet, wat dan wel? In het kader van de Energie Strategie.
Wat mij opvalt is: wij hebben onder uw leiding als commissie of als raadsleden hebben we een hele sessie gehad of diverse sessies waar we dus ook juist over alternatieve energiebronnen hebben gesproken. Dat heeft mede
ook geleid tot de Energie Strategie. Maar vindt u dat nou, hetgeen wat wij samen hebben opgehaald, eigenlijk niet tot recht is gekomen in de Regionale Energie Strategie zoals we dat hebben vastgesteld in Dordrecht? De heer Van der Meer: Nee … De voorzitter: Heren, mag ik jullie wel waarschuwen? Dat we niet te ver opzijgaan van het onderwerp. De heer Van der Meer: Ik zal daar kort op reageren, ik ga niet inhoudelijk daar te diep op in. De stelling is dat het bod wat in de concept-RES staat gewoon inspanningen, ook van de gemeente Dordt, vereist. Wij kunnen praten over hoe we die inzet realiseren, maar wat ons betreft niet over het al of niet aan dat commitment tegemoet komen. We zullen linksom of rechtsom dat commitment gestand kunnen doen, anders zijn we naar toekomstige generaties geen knip voor de neus waard. De voorzitter: Oké, gaat u verder. De heer Van der Meer: Ik ga verder met het volgende punt en dat gaat over de mobiliteitskeuze. Dat is in mijn ogen een volledig cosmetisch amendement, in de zin van dat in feite elke verwijzing naar het terugdringen van de automobiliteit uit de Omgevingsvisie wordt geschrapt, terwijl de concrete maatregelen om andere vormen van vervoer te stimuleren enzovoort niet worden gewijzigd.
Dus het is eigenlijk een beetje om de hete brij heen lopen en zeggen: er mag niet gezegd worden dat de automobiliteit teruggedrongen moet worden, maar verder zijn we het eigenlijk wel eens met het beleid. Wij vinden dat het juist heel goed is dat de gemeente het signaal geeft dat die automobiliteit teruggedrongen moet worden. Dan werk en armoede. Het commentaar van de Fractie Jager lijkt mij terecht. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Een vraag aan de heer Van der Meer, of dan ook GroenLinks de passage over het bewust vast laten lopen van de automobiliteit als degelijk uitgangspunt ziet voor de gemeente om als beleidsvisie te hanteren in de Omgevingsvisie? De heer Van der Meer: Op sommige punten zou dat inderdaad een mogelijkheid kunnen zijn. Kijk, ik kan mij voorstellen dat als je bijvoorbeeld de binnenstad nog autoluwer maakt dan die nu is of op andere plekken dat gaat doen dat je dan in eerste instantie hier en daar vastlopend verkeer krijgt. Dat is gewoon een gewenningsproces, dat hebben we bij de N3 ook gezien. Automobilisten passen zich op een gegeven moment wel aan. Ik denk dat je als gemeente juist in je ruimtelijk beleid mee kunt sturen hoe mensen hun mobiliteitskeuzes maken.
Ik vind dat ook onze verantwoordelijkheid, omdat iedereen die een beetje reëel over de toekomst nadenkt zich realiseert dat het echt nodig is om die automobiliteit te reduceren. De voorzitter: Oké, mijnheer Oostenrijk heeft ook nog een vraag en jongens, op deze manier gaat het niet opschieten, hè? Maar mijnheer Oostenrijk kan dat ook heel compact, let maar op.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, dat was eigenlijk meer nog een vraag richting de heer Noldus, die interrumpeerde over die vastgelopen auto’s. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, we gaan niet op interrupties interrumperen. Dus mijnheer Van der Meer gaat verder. De heer Oostenrijk: Dan wil ik graag aan de heer Van der Meer vragen of hij het eens is met onze waarneming dat het huidige beleid al ingezet wordt op het beperken van de auto, van het beperken van het autoverkeer. Ik verwijs even naar bijvoorbeeld wat nu gaat gebeuren, dat de Singel qua bereikbaarheid straks wordt doorbroken. Dat is ook een vorm van doodlopen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik ben het helemaal met de heer Oostenrijk … De heer Oostenrijk: Kan de heer Van der Meer zich daarin vinden? De heer Van der Meer: Ja, ik ben het helemaal met de heer Oostenrijk eens, dat er al een aantal maatregelen in die richting worden genomen en dat zal de komende tijd nog wat verder uitgebouwd moeten worden. Ik kom even bij onze eigen amendementen, daar zijn ook wat vragen over gesteld. Het eerste amendement over … De voorzitter: Even mijn vraag: had u gereageerd op het amendement van de Fractie Jager? De heer Van der Meer: Ja. O sorry, daarin werd ik onderbroken door een interruptie. Ik had mijn zin geloof ik nog niet afgemaakt.
Mijn zin was dat het argument van de Fractie Jager volkomen terecht is. Het is overigens een amendement wat geen beleidsconsequenties heeft, maar wat ons betreft wel een terechte tekstwijziging is. Dan ons eerste amendement over doelen randvoorwaardelijk. Ik moet zeggen, na lezing van de managementsamenvatting, waarvoor dank, lijkt dit eigenlijk een puur redactioneel amendement. In de managementsamenvatting wordt heel duidelijk aangegeven dat groen zodanig moet worden vormgegeven dat aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie wordt beantwoord. In de tekst van de Omgevingsvisie zelf lijkt echter het omgekeerde te staan, daar staat namelijk: “De doelstellingen moeten bijdragen aan de groei.” Daarom lijkt mij het goed om onze tekst daar op te nemen, om het misverstand weg te nemen. Maar het is dus, als ik uitga van de managementsamenvatting, een puur redactionele wijziging en misschien kan het college dan bevestigen en toezeggen om het over te nemen. Dan met betrekking tot circulariteit. Als we onze doelstelling om in 2050 circulair te zijn serieus nemen dan moeten we dat ook verwerken in onze strategie met betrekking tot de groei van bedrijvigheid. Er wordt in de nota een aantal dingen gezegd over de bedrijvigheid en circulariteit hoort daar nadrukkelijk bij.
Dat is, mijnheer Gündogdu, niet iets anders dan dat bijvoorbeeld in het aangenomen amendement over circulaire bedrijvigheid bij de begroting is vastgelegd, maar het koppelt wel het hier aan het ruimtelijk beleid. Dus het toevoegen van dat element en het ook tot uitdrukking brengen dat Dordrecht niet alleen in 2050 energieneutraal, maar ook circulair wil zijn, lijkt mij voor de compleetheid van belang en ook om een duidelijk signaal te geven in welke richting we willen. Verdichting,
vormgeving en inpassing, de heer Gündogdu heeft een vraag. O nee, de heer Gündogdu heeft geen vraag, die stemt ergens mee in. Dat is mooi. Dan over verdichting. De vormgeving en inpassing van bebouwing is veel breder dan alleen een hoogbouwvisie. Daarom worden in dit amendement een aantal andere elementen toegevoegd, om een meer omvattende verdichtingsvisie aan te geven. Houtstook. Houtstook geeft veel overlast en de gezondheidsschade die dat oplevert draagt negatief bij aan onze gezondheidsdoelstellingen en luchtkwaliteitsdoelstellingen. Daarom willen we graag … De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Van der Meer, er zijn een aantal mensen die ergens weer tussen komen. Ik wil iedereen toch vragen om, wat we nu aan het doen zijn schiet niet op, want om 23:00 uur gaan we stoppen en dan is vast nog niet iedereen geweest. Dus beperkt u zich tot de dingen die u echt over een bepaald amendement wilt vragen en u hoeft niet per se iets over een amendement te zeggen. Dus met die opmerking in uw achterhoofd, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: De vraag die ik heb, het gaat over die visie voor verdichting.
Kan de heer Van der Meer aangeven of het ook kan gaan om een programma in plaats van een nieuwe visie? Dus bedoelt de heer Van der Meer of er een visie moet komen die opnieuw door de raad wordt vastgesteld of bedoelt de heer Van der Meer dat er een programma uitgewerkt moet worden op dit punt? De heer Van der Meer: Het amendement beoogt een korte paragraaf daarover. De tekst van de paragraaf staat in het amendement toe te voegen om duidelijk te maken dat het om meer gaat dan een hoogbouwvisie. De uitwerking daarvan kan wat ons betreft uitstekend in een programma worden vormgegeven. De voorzitter: Oké. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Toch even een vraagje bij het amendement over houtstook. Verbieden lijkt mij altijd het eindstadium van beleid wat je vormgeeft om gedrag van mensen te beïnvloeden. Is de heer Van der Meer het met me eens dat je eigenlijk daaraan voorafgaand eerst met voorlichting, pogingen tot gedragsbeïnvloeding moet zien dat je probeert verantwoorder gebruik met houtstook te bewerkstelligen? De heer Van der Meer: Voorzitter, in het bestemmingsplan voor Vlijweide is het al opgenomen, dat er een houtstookverbod is. Onze vraag is waarom dat in andere nieuwbouwplannen niet ook gebeurd, want daar kan dat ook.
Natuurlijk is voorlichting daarover prima en dat zouden we heel erg toejuichen, al was het alleen maar omdat op dit moment in bestaande bouw een verbod nog niet mogelijk is, terwijl daar wel heel veel overlast en gezondheidsschade door ontstaat. Dus ik ben het heel erg eens met het idee om het bij nieuwbouw inderdaad te verbieden, zoals we daar ook aansluiting op het gas verbieden, en in bestaande bouw met voorlichting te werken en als dat nog nodig is daarna, als dat wettelijk mogelijk is, ook met beperkende maatregelen te komen. De voorzitter: Oké, gaat u verder. De heer Van der Meer: Dan, even kijken, het amendement van de ChristenUnie-SGP. Daarvan lijkt mij op zich goed om de programma’s of een combinatie daarvan en een indicatief tijdpad vast te stellen. Ik heb wel daarover een vraag aan het college, namelijk
waar de data, de jaartallen die in de managementsamenvatting zijn opgenomen, waar die op gebaseerd zijn. Om een concreet voorbeeld geven: waarom gaan we pas in 2025 aan de slag met duurzame mobiliteit, doen we dat niet al meteen? Dan tenslotte ben ik dus erg benieuwd of Beter Voor Dordt nog met een amendement over dat geluid gaat komen. Vorige keer had Beter Voor Dordt daar een duidelijk standpunt over: de WHOnormen als maximum. Dat lijkt ons een heel goed idee, dus ik nodig Beter Voor Dordt graag uit om dat in een amendement vast te leggen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dat gaan we volgende week merken. Even kijken, gaan we verder met D66. En mijnheer Loekemeijer, ook voor u geldt dat u al vragen kunt stellen of opmerkingen kunt maken, maar dat dat niet voor alle amendementen hoeft. De heer Loekemeijer: Ik ga het heel kort houden. Tenminste, dat ga ik proberen. Het eerste amendement, dat amendement ‘Dordtwijk niet op slot’. Wij hebben een beetje het idee dat dit vooral zo aangepast is, of dat is de aanpassing in de Omgevingsvisie die zo gemaakt is voor de Dordtwijkzone, om eventueel ooit nog eens een stadion te realiseren. Wij zouden graag van de VVD weten of dat inderdaad zo is, of dat het beoogde doel is, om in ieder geval de mogelijkheid open te houden.